CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-notulen van de gemeenteraadsvergadering van 29 januari 2026

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 29 januari 202644.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Ik begin met de twee moties. Daarna ga ik naar de amendementen, want daarin staat achter de komma's nog heel wat onderbouwing waarin ik scherpte wil hebben om te voorkomen dat we het door elkaar laten lopen. Ik begin met het eenvoudige, namelijk de moties, te beginnen met de motie Wat zijn die kaders dan? van de SP. We hebben het inderdaad gehad over het ethisch kader. Er zijn natuurlijk ook altijd 25

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

weer allemaal overwegingen waarbij we goed met elkaar moeten stilstaan om te kijken hoe we het uiteindelijk met elkaar willen doen. Daar hebben we inderdaad ook in de visie over gesproken. Volgens mij kunnen we daarom van deze motie zeggen: laten we dat inderdaad doen. Wellicht is er vandaag ook het een en ander gezegd wat daar nog extra in zou kunnen worden meegenomen. Het college heeft hier dus geen problemen mee. Dan de motie Grip op digitalisering. Er zijn inderdaad grotendeels al toezeggingen gedaan. De vraag is deels inderdaad ook in hoeverre de raad de uitvoeringsplannen van het college moet beoordelen. Het kan er immers bijna op lijken dat je naast de medewerker gaat staan die hier dagelijks mee bezig is. De vierde bullet, waar ik nog geen toezegging over heb gedaan, gaat over de rol van de gemeenteraad en de wijze van periodieke rapportage. We hebben in de commissie R&A al regelmatig het gesprek met elkaar over alles rondom digitalisering. Straks hebben we ook nog een punt over KPI's en archiefbeheer; dat is ook best een complex punt. Wellicht is het goed om daarin een blokje in te passen over de stand van zaken. Natuurlijk zijn er ook zorgen, want we zien dat de techniek niet snel genoeg meebeweegt en dat het ook echt complex is om hier de goede manieren voor te vinden.

Maar het is ook weer zeer gedetailleerd om in de gemeenteraad hele discussies te gaan voeren over uitvoeringsplannen. Volgens mij is dat niet de goede manier, maar we kunnen wel zorgen dat het thema iets duidelijker wordt ingebracht, bijvoorbeeld in de commissie R&A, waar dit soort gesprekken altijd al plaatsvinden. Als we dat doen, doen we de toezegging - want die stond nog en die werd al goed herhaald door de VVD - en doen we geen uitvoeringsplan, maar komt er wel een moment waarop de raad, een beetje in een technische setting, kan meekijken. Als er dan echt zorgen zijn die daar aanleiding toe geven, ook gekoppeld aan het financiële overzicht dat we gaan leveren, kan de raad dan kijken of we de goede dingen doen. Dan hebben we dat een beetje geordend. Als we dat op die manier anders aanpakken, leidt dat ook meteen tot een rol voor de raad en dan ligt er ook een duidelijke vraag. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik zei in een van de antwoorden dat we als raad wel de Adaptieve Mobiliteitsagenda kennen. Dat zijn natuurlijk ook uitvoeringsplannen met waar en in welke fase we zitten. Daar hebben we in de commissie ook een politieke discussie over gehad. Mijn zorg hangt ermee samen dat je dat niet op die manier kan doen met hoe het nu gaat bij de commissie R&A. Vandaar dat dit dictum erin staat. Met deze uitleg is duidelijker wat Volt bedoelt met "uitvoeringsplan".

Wethouder HUIJSMANS: Over de Adaptieve Mobiliteitsagenda hebben we met elkaar afgesproken hoe we daarin elementen opnemen en wat we vervolgens ten uitvoer brengen, maar het is niet zo dat dat dan ter goedkeuring door de raad voorligt. Dat is door het college opgesteld op basis van kaders van de raad en met de financiën die in de begroting zijn meegegeven, maar de uitvoeringsagenda an sich is geen onderdeel van de besluitvorming. Er zitten natuurlijk allerlei redenen achter. Hetzelfde geldt in dit verhaal en straks ook bij de KPI over archiefbeheer: de raad geeft het college gewoon een opdracht om iets ten uitvoer te brengen. Dan wordt vervolgens getoetst in hoeverre daar goed uitvoering aan wordt gegeven, maar niet hoe. We moeten de rollen zuiver houden, want anders zitten we elkaar 26

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

continu op de lip en is er ook geen ruimte om af en toe iets anders iets meer prioriteit te geven omdat het vanuit de capaciteit of de middelen die beschikbaar zijn, op een andere manier beter kan. Ik zou het ook in het digitale domein op die manier willen, want we zien dat we soms snel moeten handelen. Als de raad daar dan eerst een discussie met elkaar over wil hebben, zijn we ook niet weerbaar. Daarop kom ik straks terug bij een aantal amendementen die daarover gaan. Wat het amendement Delft geen dataverzamelaar betreft: datagedreven werk - die term heb ik een aantal keren langs horen komen - betekent dat we dit anoniem moeten doen en dat er echt een doelbinding moet zijn. We kunnen niet zomaar in het wilde weg allerlei informatie vergaren. We hebben gewoon een AVG en er zijn verwerkingsovereenkomsten en allerlei andere manieren waarop we zorgen dat het zorgvuldig gebeurt. Wat in dit amendement staat, begint daar dus een beetje mee te knellen. Wat mij en het college betreft, moet het amendement dus worden ontraden. Wat het amendement Weerbaarder door interoperabiliteit betreft vroeg STIP zich al af of eerst de strategische afweging komt en dan pas de interoperabiliteit. Het is goed om te bedenken dat we als gemeente niet alleen bezig moeten zijn om in het digitale domein zo weerbaar mogelijk te zijn.

We doen dit alles ook omdat we inwoners hebben die dienstverlening van ons verwachten. Als we die dienstverlening niet meer betrouwbaar en voorspelbaar kunnen leveren maar wel extreem interoperabi… Dat woord dus. De VOORZITTER: Ik heb het gevoel dat het niet helemaal op het B1-taalniveau zit. Wethouder HUIJSMANS: Nee, ik krijg het er niet makkelijk uit. Het is inderdaad heel ingewikkeld, maar als we onze dienstverlening niet meer goed kunnen organiseren, wat zijn dan het doel, het nut en de noodzaak? Daar moeten we echt goed met elkaar naar kijken. Als een zaak in de knel komt, kunnen we natuurlijk altijd afwijken, maar we hebben daarnaast ook nog de Delftse soevereiniteitsprincipes, waar de raad heel veel steun aan heeft gegeven. We zullen echt moeten kijken hoe we daarmee omgaan. Dit amendement wordt dus ontraden. De VOORZITTER: De heer Van der Sluis heeft een vraag, misschien zelfs over interoperabiliteit. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ja, als we het dan toch over interoperabiliteit hebben: ik denk dat we juist door de interoperabiliteit een weerbaardere gemeente krijgen, waardoor de kans veel kleiner wordt dat onze dienstverlening uitvalt, want dan kan je overstappen op alternatieven zonder hele systemen over te moeten halen.

Is de wethouder het niet met mij eens dat interoperabiliteit juist helpt om de weerbaarheid van onze systemen en onze dienstverlening te verbeteren? De VOORZITTER: De wethouder over IO binnen AI. Wethouder HUIJSMANS: Er zijn waarschijnlijk gewoon verschillende definities, want als we geen software kunnen vinden die op de een of andere manier handig 27

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

bruikbaar is voor de gemeente of die goed kan samenwerken met andere pakketten, kom je op een gegeven moment heel erg in de knel. Dan kan het aan de ene kant inderdaad prima zijn, maar als de dienstverlening daarmee gewoon niet op peil is of als we aan zulke dure producten vastzitten dat we het uiteindelijk niet meer kunnen betalen, zullen we uiteindelijk toch een afweging moeten maken. Volgens mij zijn dit juist onderwerpen waar we in zo'n technische sessie de raad in kunnen meenemen. En als we vinden dat we het anders moeten doen, kan dat altijd nog een besluit zijn. Dan het amendement Computer says; dan is het een beetje de vraag of hij no zegt of niet. Mevrouw Timmermans gaf een interessant antwoord dat misschien ook goed verwoordde wat we als college zien als probleem. Wat dat betreft zouden we het amendement ontraden, maar we snappen dat de raad zich hierover wil uitspreken. Dat neemt niet weg dat er ook nog beleidsstukken zullen komen over AI en zeker over hoe we met algoritmes omgaan en hoe we daar met elkaar afspraken over gaan maken. We hebben daar natuurlijk een register voor. We hebben natuurlijk ook heel veel oog voor mensen die de computer en de digitale wereld erg lastig vinden, maar het gaat met name om hoe we hier in onze dienstverlening mee omgaan. Dat wil ik hier dus ook aan koppelen.

Ik moet even zoeken waar de rest van mijn antwoorden staat, want mijn digitale systeem werkt niet. De VOORZITTER: Kafka! Neem even de tijd. Wethouder HUIJSMANS: Volgens mij heb ik het gevonden. Het ging om het uitsterfbeleid ten aanzien van bepaalde systemen: moeten we daar nog mee verder gaan? En in hoeverre kunnen we bijvoorbeeld juridisch gedwongen worden om data van de gemeente te delen? Ik zei al dat dit best complex is, want we hebben op heel veel verschillende onderwerpen dienstverlening te geven. Als dat in gevaar komt omdat we allerlei producten per se niet meer willen gebruiken, moeten we goed nadenken over wat we wel doen en wat we niet doen. In de Nationale Digitaliseringsstrategie zien we dat er ook een collectieve beweging is om hier verantwoord duurzame stappen in te zetten, maar voor de gemeente Delft in haar eentje is het echt complex om dat te doen. We zijn best wel een voorloper, want we hebben als gemeente bijvoorbeeld heel hard eraan meegewerkt om te voorkomen dat allerlei besluiten worden genomen met te veel data en gegevens van bewoners. Daarvan hebben we echt geleerd om zo weinig mogelijk informatie van bewoners mee te nemen om het besluit te kunnen nemen, maar dat neemt niet weg dat we nog steeds moeten kijken hoe we ons als Delft kunnen verhouden tot de rest van de wereld.

Daarom hebben we die digitale autonomie als pijler genoemd, maar dat betekent wel dat we uiteindelijk ook altijd moeten blijven afwegen hoe de dienstverlening voor onze inwoners is. Daarom zou ik het amendement Handen af van onze data, waarvan ik het nummer niet weet, willen ontraden. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn.

28

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Als we toch met een vertraagd debat bezig zijn, ga ik nu antwoord geven op de vraag van de heer Jaff die hij niet aan mij gesteld heeft. Hij vroeg om een voorbeeld van een strategische overweging. De wethouder gaf onbedoeld een voorbeeld: als het nog niet mogelijk is om een aantal diensten aan onze bewoners te regelen met interoperabele software, kan je in dat geval een strategisch besluit nemen om als gemeente voor één zo'n stuk software het voortouw te nemen door die software te laten ontwikkelen en om voor de overige systemen dan te besluiten om met minder genoegen te nemen. De visie hint daar ook op met plannen om dit als gemeente in bepaalde gevallen te gaan doen. Veel mensen zeggen dat het al in AVG staat en dat het ingewikkeld is - moeten we dit wel of niet doen en is het wel nodig? - maar een paar maanden geleden lekten de gegevens van Pornhub uit. Daar was een heleboel commotie over, want het is natuurlijk porno. Waarom viel niemand er toen over dat Pornhub al deze gegevens opslaat? Waarom slaat Pornhub op wie waarnaar zoekt en wanneer? Dat is eigenlijk heel vreemd, want dat is niet nodig. Sterker nog: volgens de AVG is dat verboden. Toch hoorde ik toentertijd niemand die daarover viel. Ik weet ook niet wat de AP daarmee gaat doen, maar in principe is alleen dit al genoeg om aan te tonen dat Pornhub zich niet aan de wet houdt.

Ik heb nog een ander voorbeeld. Ik doe voor mijn werk Europese aanbestedingen en ik kwam voor een aanbesteding langs bij een overheidsinstantie, die van ons software wilde hebben. Ze hadden alvast het design gemaakt, maar ik zei dat dat design niet voldoet aan de AVG, dat dat helemaal niet mag en dat ik het dus iets anders wilde doen. De mensen bij mijn presentatie zaten me echt aan te kijken alsof ik van een andere planeet kwam en zeiden: ja, maar dat gaan we gewoon zo doen. Toen zei ik: "Dat is prima; dat kan. Dan schrijven jullie in de verklaring dat jullie me gedwongen hebben om dat te doen en dan gaan we gewoon door." Die mensen dachten: waar gaat dit over? Wij hebben die aanbesteding niet gewonnen; dat lijkt mij duidelijk, maar dit geeft aan dat de AVG, waarin staat dat dit soort gegevens niet opgeslagen mogen worden als dat niet nodig is, zowel in commerciële instellingen als in overheidsinstellingen niet leeft. Die wordt niet gehandhaafd; niemand is ermee bezig. Daarom denk ik dat het heel nuttig is om onze organisatie hier expliciet aan te geven dat we deze principes gewoon ter harte moeten nemen als we bezig gaan met digitalisering. Daarom is het belangrijk in welke volgorde je het noemt. Zeg je eerst "strategische keuze" en daarna "o ja, we willen dat het interoperabel is"? Of zeg je: nee, we willen interoperabiliteit, tenzij. Dat zijn belangrijke verschillen.

Vandaar onze motie en onze amendementen. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Ik heb gehoord wat de wethouder zei over de bedenkingen bij de motie. We kunnen het tweede dictum best schrappen en in het eerste dictum niet zeggen dat het aan de raad moet worden voorgelegd, maar dat het aan de raad moet worden aangeboden. Het ging ons er vooral om op een goede manier met elkaar na te denken over het informatieproces rondom deze visie: hoe komen we van A naar B? Deze visie is immers nog heel ver weg en we zijn op dit moment ook nog niet wat we willen zijn. Hoe kunnen we dat informatieproces nou verbeteren in plaats van elke keer pas een jaar later te worden geïnformeerd, zoals nu met het KPI-verslag, dat over 2024 gaat? Daarom hoop ik dat de partijen dit willen steunen vanwege alle onzekerheden waarmee we de komende jaren nog aan de slag moeten. 29

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De VOORZITTER: Hoorde ik u een voorstel doen om een overweging te schrappen? Ik hoor hier van de wethouder dat dan alleen de toezegging overblijft. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): De toezegging was minder expliciet. Nu is in ieder geval voor iedereen duidelijk wat de toezegging was. Wat erbij zit, gaat dus eigenlijk meer over hoe we denken over het informatieproces met de raad. Dat dictum is eigenlijk de toevoeging. De VOORZITTER: Even voor mijn helderheid: schrapt u het nou wel of houdt u de motie ongewijzigd in stand? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Het tweede dictum schrappen we en van het eerste punt probeerde ik uit te leggen wat de toevoeging is aan de eerdere toezegging. De VOORZITTER: Ik hoop dat de griffie dit goed heeft genoteerd. Punt 2 wordt geschrapt. U houdt punt 1 overeind. Dat ligt wel in lijn met de toezegging, maar u vindt uw overweging net iets helderder. Mag ik het zo samenvatten? Ik zie dat mevrouw Brussaard dit bevestigt. Motie 7.1.2 (Grip op digitalisering: van visie naar uitvoering) van Volt en Onafhankelijk Delft is gewijzigd, krijgt nummer 7.1.2a en luidt nu als volgt: "De gemeenteraad van Delft, bijeen op 29 januari 2026 ter bespreking van de Beleidsvisie Digitalisering (raadsvoorstel nr. 2542558), constaterende dat:    

het college met de Visie op digitalisering 2025-2030 inzet op een gemeente die wendbaar, weerbaar en in control is over haar digitale keuzes; uit het KPI-verslag archief- en informatiebeheer blijkt dat Delft op dit moment te maken heeft met concrete risico's op het gebied van informatiebeheer, archivering, privacy en gegevensbescherming; het college in de beantwoording van vragen aangeeft dat het uitblijven van structurele oplossingen mede werd veroorzaakt door capaciteitsgebrek in 2024; de visie vooral richting en ambities schetst, maar nog beperkt inzicht biedt in de te maken bestuurlijke keuzes en de impact daarvan op de begroting;

overwegende dat:  

digitale autonomie, weerbaarheid en betrouwbaarheid alleen gerealiseerd kunnen worden met duidelijke sturing, heldere verantwoordelijkheden en voldoende interne uitvoeringskracht; het voeren van regie op leveranciers, applicaties en digitale keuzes vraagt om specifieke kennis en expertise op het gebied van informatiebeheer, data, privacy en digitale governance; 30

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

   

deze kennis en expertise schaars zijn op de arbeidsmarkt en vaak duur om extern in te huren, waardoor structurele afhankelijkheid van externe partijen risico’s met zich meebrengt; duurzame uitvoering van de digitale visie daarom vraagt om bewuste keuzes over interne capaciteit en kennisopbouw; de gemeenteraad zijn kaderstellende en controlerende rol alleen goed kan uitoefenen wanneer inzicht bestaat in prioritering, uitvoering, risico's en benodigde capaciteit; een samenhangend uitvoeringsplan noodzakelijk is om te voorkomen dat ambities en praktijk uit elkaar blijven lopen;

verzoekt het college uiterlijk vóór de Kadernota 2027 een uitvoeringsplan digitalisering aan de raad voor te leggen waarin in ieder geval wordt opgenomen:  de governance en werkwijze van het strategisch portfoliomanagement;  de wijze waarop informatiebeheer, archivering, privacy en informatiebeveiliging structureel worden geborgd;  de relatie tussen de digitale visie en de benodigde structurele interne capaciteit en expertise;  de rol van de gemeenteraad en de wijze van periodieke rapportage, en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Ik wil de SP tegemoetkomen op het punt van interoperabiliteit, want de wet Digitale overheid zegt dat digitale diensten veilig en betrouwbaar moeten worden aangeboden. Dat kan alleen als een dienst interoperabel is. We willen natuurlijk niet afhankelijk zijn van één leverancier en we willen ook niet dat data niet uitgewisseld kunnen worden en niet overdraagbaar zijn. Daar gaat het natuurlijk eigenlijk om: dat er tussen diverse systemen kan worden uitgewisseld. In die zin is het volgens mij gewoon een prima amendement waarmee we aan de slag kunnen, natuurlijk afgezien van het feit dat Pornhub volgens mij geen contractpartner van de gemeente Delft is; ik weet niet of we zó interoperabel moeten zijn. Ook de wet zegt dat dit zo ingekaderd moet worden.

Ik ben dus benieuwd hoe interoperabel we volgens de wethouder zijn. De heer VAN DER SLUIS (SP): Weet mevrouw Timmermans dat OpenAI door de rechter gedwongen is een licentieovereenkomst met Pornhub af te sluiten omdat ze een heel deel van Pornhub hadden gecachet? Ze zagen namelijk dat daar in hun bedrijf zoveel gebruik van werd gemaakt dat het voor hen goedkoper was om een kopie te maken dan om iedere keer naar Pornhub te gaan. Wat dat betreft zou het dus best zo kunnen zijn dat de gemeente daadwerkelijk een contractpartner wordt, maar ik hoop het niet. De VOORZITTER: Laten we het serieus houden; het is ook nog geen bedtijd voor iedereen en de vergadering wordt uitgezonden. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ik beken eerlijk dat ik dit een heel ingewikkelde materie vind, zeker met al die amendementen erbij, want als je ze leest, vind je ze 31

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

heel logisch, maar tegelijkertijd hoor ik heel duidelijke tegengeluiden. Daarom toch nog de vraag die ik ook in de eerste termijn stelde over de drie amendementen van de SP: wat zouden de consequenties zijn als die worden aangenomen? Wat betekent dat dan concreet? Wat gaat er dan in de ogen van de wethouder fout? Of is het redelijk onschuldig? Nogmaals: ik kan me de boodschap erachter heel goed voorstellen, maar ik heb het idee dat het net niet lekker geformuleerd is. Ik hoor graag of er consequenties zijn als de amendementen aangenomen worden. De VOORZITTER: De wethouder heeft één laatste vraag van de heer Valk. Volgens mij waren de overige inbrengen bijdragen. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Volgens mij zijn er twee punten. Ten eerste het punt van Volt nu de motie is aangepast en ten tweede de vraag van het CDA wat de consequenties zijn. We hebben in de opzet van de digitaliseringsvisie niet voor niks verschillende pijlers genoemd. Die hebben we ook in samenhang met elkaar gezien. Als de amendementen worden aangenomen, wordt er heel dwingend in een bepaalde richting gestuurd, waardoor bijvoorbeeld dienstverlening echt enigszins in de knel komt. We moeten daar nog wat ruimte hebben om keuzes te kunnen maken.

Natuurlijk hebben we ook de soevereiniteitsprincipes, waar een heleboel van dit gedachtegoed echt in zit, maar we moeten er aan de andere kant ook altijd over blijven nadenken of het voor onze inwoners tot goede dienstverlening blijft leiden. Daar moeten we met elkaar echt scherp op blijven. Vandaar het voorbehoud om dat niet te stellig op te schrijven, want dan zet je bepaalde deuren eigenlijk iets te dicht. Dan de motie van Volt. In het eerste dictum staan dan feitelijk vier bullets. De eerste drie zijn gedekt met de toezegging. Ik kan aan die toezegging, die al is gedaan, het deel toevoegen over hoe de gemeenteraad wordt meegenomen en wat er nodig is voor het goede gesprek met elkaar om ook in de tijd goed met elkaar te kunnen blijven bekijken wat wel lukt, wat niet lukt en hoe we dat doen. Volgens mij moeten we dat gewoon aan de toezegging toevoegen. Dan wordt het een gesprek met de nieuwe raad, bijvoorbeeld in de commissie R&A: waar heb je het dan over? Volgens mij kunnen we er een aangedikte toezegging van maken. Ik hoop dat ik daarmee recht doe aan de gedachte achter de motie. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik snap dat in alle hectiek mijn vraag een beetje ondergesneeuwd is, maar ik wilde tegemoetkomen aan de motie over interoperabiliteit.

Als onder andere in de Wet digitale overheid staat dat we interoperabel moeten zijn, dat we niet afhankelijk moeten zijn van één leverancier, dat we data moeten kunnen uitwisselen en dat data overdraagbaar moeten zijn, kan dat alleen als een systeem interoperabel is. Ik vraag me dus af waarom het amendement dan wordt ontraden. We moeten daar toch op toezien? Of zit daar een gradatie in? Moeten we het zo lezen? Wethouder HUIJSMANS: Het is inderdaad, zoals STIP zei, een beetje technisch lezen. Het punt is dat er nu staat dat het altijd voorop moet worden gesteld. Dat kan een heleboel discussies opleveren, terwijl dat anders is als je ernaartoe werkt en het als een belangrijk uitgangspunt neemt. De strategische overweging die we moeten 32

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

maken, moet immers echt gemaakt kunnen worden. Ik snap de gedachte dus heel goed. Volgens mij werken we daar ook echt naartoe, maar in de tussentijd … Misschien kan het over vijf jaar heel stellig worden opgeschreven in onze visie, maar op dit moment zien we dat allerlei leveranciers ons daarin echt nog niet voldoende tegemoetkomen. Daarom moeten we ook die ruimte laten bestaan. De VOORZITTER: Ik sluit de beraadslaging en we gaan over tot de besluitvorming. Mevrouw Brussaard, wilt u de motie nu alsnog helemaal intrekken? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ja. De VOORZITTER: Dan is motie 7.1.2a nu ingetrokken. In stemming komt amendement 7.1.A (Weerbaarder door interoperabiliteit) van de SP en Hart voor Delft. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Met enige aarzeling - want we snappen de gedachte achter de drie amendementen van de SP; ik doe het in één keer - denken we na de uitleg van de wethouder dat we er toch even op moeten vertrouwen dat het op dit moment in goede handen is en dat we het zo moeten laten. Daarom zullen we tegen deze drie amendementen stemmen. De VOORZITTER: Dat ging over drie amendementen in één keer. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. De verklaring van de SP over dit amendement vonden wij heel krachtig. Wij zullen dit amendement steunen. Mevrouw VOOGD (VVD): Voorzitter.

Ik sluit me aan bij de stemverklaring van de heer Valk. Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 18 tegen 19 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, D66, STIP, Volt en de VVD ertegen hebben gestemd. In stemming komt amendement 7.1.B (Delft geen dataverzamelaar) van de SP en Hart voor Delft. Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 11 tegen 26 stemmen, waarbij de fracties van de ChristenUnie, Hart voor Delft, de SP en Volt ervoor hebben gestemd. In stemming komt amendement 7.1.C (Handen af van onze data) van de SP en Hart voor Delft. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. 33

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Juist in het huidige tijdsgewricht vinden wij dit een zeer belangrijk amendement, dat een duidelijk kompas geeft voor een goede toekomst voor Nederland en Europa. Wij stemmen hier dus voor. Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 14 tegen 23 stemmen, waarbij de fracties van de ChristenUnie, Hart voor Delft, de PvdA, de SP en Volt ervoor hebben gestemd. In stemming komt amendement 7.1.D ("Computer says" mag geen eindpunt zijn) van de ChristenUnie, de SP, Hart voor Delft, het CDA en GroenLinks. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Dit klopt wettelijk niet. Onafhankelijk Delft stemt hier dus tegen. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met 35 tegen 2 stemmen, waarbij de fractie van Onafhankelijk Delft ertegen heeft gestemd. In stemming komt motie 7.1.1 (Wat zijn die kaders dan?) van de SP en Hart voor Delft. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 29 tegen 8 stemmen, waarbij de fracties van Onafhankelijk Delft en STIP ertegen hebben gestemd. In stemming komt het geamendeerde voorstel. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter.

Wij vinden dat het raadsvoorstel op meerdere manieren uitlegbaar is en dat het ons helemaal niet hoeft te helpen op het gebied van weerbaarheid, zoals nu opgeschreven is. Daarom zullen we tegen het voorstel stemmen. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 35 tegen 2 stemmen, waarbij de fractie van de SP ertegen heeft gestemd. 12. Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen Kalverbos 20 (2546709). De VOORZITTER: Er is één amendement aangekondigd, amendement 7.2.A, door de heer Analikwu van D66, mede namens vele anderen. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Met dit amendement vraagt D66 samen met collega's de raad om de verklaring van geen bedenkingen voor Kalverbos 20 te weigeren. In het amendement, dat meer is gaan lijken op een soort werkstukje, staat eigenlijk het hele verhaal. Ik zal dus proberen om het kort te houden. Voordat ik de 34

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

inhoud induik, wil ik graag eerst de ambtenaren bedanken voor de vele uren die zij hebben gestoken in het beantwoorden van al onze vragen, de vervolgvragen, de slimme vragen en soms ook misschien minder slimme vragen. Heel veel dank daarvoor. Zo zijn wij ook een beetje deskundiger geworden over een wet die inmiddels niet meer wordt gebruikt. Misschien kunnen we dat in de toekomst nog een keer gebruiken voor de Omgevingswet. Dan de inhoud. Ik vind het vooral belangrijk om vandaag te benadrukken dat we als raad met dit amendement vasthouden aan de lijn dat we horeca in de binnenstad willen concentreren op de pleinen en dus niet in de rustige gebieden waarin vooral wordt gewoond. Afwijken daarvan kan op zich, maar heeft een stevige onderbouwing nodig. Die hebben we niet gezien in de stukken. Het plan is in eerste instantie vooral getoetst op algemene normen. De leidende vraag was: mag het? Maar wij hebben als raad beleidsruimte om ons te richten op de vraag of we het ook willen. Op die vraag geven we met dit amendement antwoord. Dit plan maakt de stap van ondergeschikte horeca naar grootschalige, zelfstandige horeca mogelijk met een terras voor circa 80 personen, een van de grootste terrassen van Delft. Dat betekent een wezenlijk andere ruimtelijke impact: stemgeluiden, avondgebruik, bezoekersstromen, bevoorrading en afval.

Op deze plek, die wij aanduiden als een grens tussen wonen en recreatief grachtengebied, en in een groene parel, die volgens ons groenbeleid juist als rustplek moet functioneren, is dit in strijd met goede ruimtelijke ordening. De heer KRISHNASING (VVD): Allereerst complimenten aan de heer Analikwu voor het mooie werkstukje dat hij heeft gemaakt, maar er is daar een rustgebied en D66 is van plan om aan de andere kant van de sloot en de haven een cultuurpaleisje of iets dergelijks te bouwen. Hoe rijmt dat dan met elkaar? De heer ANALIKWU (D66): Dat is een terechte vraag. Het is in de commissie ook al gegaan over hoe we de rust in dit gebied zouden moeten bezien. Er gaat inderdaad een drukke weg langs, maar als je op die plek bent, heeft die echt de geborgenheid van een rustige plek. Dat komt enerzijds doordat er woonboten liggen en anderzijds doordat er veel groen is, dat veel geluid dempt. Tegelijkertijd is het in een verdichte maar ook verdichtende stad heel belangrijk dat we relatief rustige plekken juist bewaren. Mevrouw Romeijnders noemde dat een keer "de prikkelarme plekken". Volgens mij zou dit zo'n plek moeten zijn, die wij dan ook zo prikkelarm mogelijk proberen te houden voor wat er dan nog zou kunnen.

De heer KRISHNASING (VVD): Dat is een heel helder verhaal, maar zet D66 met het cultuurpaleisje aan de andere kant van de haven en dat gebied een streep door die plannen? De heer ANALIKWU (D66): Nee, het is niet precies per se aan de andere kant. Het gaat om dat hele gebied, dat je in zijn geheel moet bezien. Dat is een ruimtelijkeinpassingsvraag die op een ander moment moet worden beantwoord, maar wij vinden, ook met de ontwikkelingen op het DSM-terrein en de drukker wordende andere kant, het behoud van rustige plekken zoals in deze groene parel van belang. 35

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De heer GOMMERS (STIP): Ik heb dezelfde sfeerbeelden erop nageslagen. Daarin wordt gesproken over de agora in de stad, waar niet één doelgroep de overhand moet krijgen. Ik ben heel benieuwd hoe D66 deze agora interpreteert en hoe die mogelijk gemaakt wordt in het Kalverbos. De heer ANALIKWU (D66): In die sfeerbeelden staat juist dat we die menging willen houden; ik verwijs naar de teksten die de heer Gommers ook meerdere keren heeft gezien en die zijn opgenomen in de toelichting van het amendement. Daarom is het gebied van het Kalverbos niet alleen "Wonen", maar juist ook "Creatief Grachtengebied". Het is juist een mengeling van verschillende bestemmingen en functies. In die sfeergebieden is ook vastgelegd dat we geen toename van horeca willen. Daar willen we vandaag aan vasthouden. In het Kalverbos is ook al zelfstandige horeca. De toename zou juist betekenen dat het te veel gaat botsen. We willen juist vasthouden aan de plekken die nu rustig kunnen zijn. Als je daarvan wil afwijken - dat kan gewoon; dat is bijvoorbeeld bij Kruydt gebeurd - moet je daar een goede onderbouwing tegenover zetten. Die is hier niet te zien. Gelet op mijn verhaal vraag ik de collega's om dit amendement te steunen en de bewoners duidelijkheid te geven. Tegelijkertijd heeft de realiteit ons alweer ingehaald.

De initiatiefnemer heeft de raad een brief gestuurd met vijf voorstellen die ik zie als een serieuze stap in de richting van wat de bewoners en wij wenselijk vinden in het Kalverbos. Met zijn voorstel om ondergeschikte horeca te realiseren zou de vergunning voor een functiewijziging eigenlijk niet meer nodig zijn. Wel vragen we ons af hoe dit voorstel zich verhoudt tot de openingstijden die worden gerealiseerd maar die wat ons betreft niet geheel aansluiten bij de definitie van "ondergeschikte horeca". Ook zou het terras kleiner worden. Die vraag staat dus nog open, maar dit is juist iets wat we graag bij het vervolg betrokken zouden zien worden. Deze voorstellen kunnen we vandaag dan ook niet bij de beoordeling van de VvGB betrekken, omdat zij een nieuwe procedure vereisen. Zo ziet D66 de brief dan ook: als een uitgestoken hand van de initiatiefnemer richting een vervolg. Dat is een positieve stap. Dat vraagt ook van de bewoners dat zij een stap zetten, maar wij hebben er alle vertrouwen in dat zij zich daarvoor zullen inzetten. Ook de raad spreekt volgens mij vandaag steun uit voor een goed vervolgproces; dat verwacht ik.

Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Ik vraag me af hoe D66 deze plek ziet ten opzichte van de toerismevisie die we hebben vastgesteld en hoe dit zich verhoudt tot het grotere aantal toeristen die in de binnenstad komen en die we met deze plek echt wat meer uit de binnenstad zouden kunnen trekken. De heer GOMMERS (STIP): We kennen D66 als een partij met een grote achterban in de horecasector. Nu heeft D66 meerdere technische redenen gevonden, maar uiteindelijk gaat het hier om een politieke afweging. Ik ben erg benieuwd welk signaal D66 heel graag aan de horeca-achterban wil geven door zich zo fel op te stellen tegen de komst van deze horeca op deze locatie.

36

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De heer ANALIKWU (D66): Eerst de laatste vraag. De gedachte achter die concentratie in het bestemmingsplan uit 2012 is juist het creëren van levendige, bruisende gebieden - dat moet STIP juist aanspreken - waar horeca kan floreren en niet een verspreide zooi met van alles en nog wat. We willen dus juist plekken bruisend maken door daar horeca te concentreren en we willen woongebieden rustig houden om daar de leefkwaliteit te kunnen beschermen, want de binnenstad is meer dan alleen één groot agora met een hoop horeca. Er wordt ook geleefd. Dan de vraag van mevrouw Romeijnders. Wij onderschrijven dat het belangrijk is om toeristen ook de binnenstad uit te trekken, maar volgens mij betekent dit niet tot net aan de grens en naar het ene plekje dat een beetje rustig is naast de binnenstad. Volgens mij betekent dit: de wijken in en de cultuur die we verder in de stad te bieden hebben leren ontdekken en niet net de rustige plekjes aan de randen van de binnenstad drukker maken. De VOORZITTER: Het wordt tijd voor mij als alfa om u als bèta's erop te wijzen dat de nadruk in "agora" op de eerste "a" ligt. Het is heerlijk om dat in Delft een keer te kunnen doen.

Door de fracties van D66, het CDA, de SP, Onafhankelijk Delft en Hart voor Delft wordt amendement 7.2.A (Weigering VvGB Kalverbos 20) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 29 januari 2026 ter bespreking van het agendapunt Verklaring van geen Bedenkingen Kalverbos 20 (nr. 2549768), gelet op artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en artikel 6.5, eerste en tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht (Bor); BESLUIT Het voorgestelde raadsbesluit als volgt te wijzigen: WAS: '1. Een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.5 lid 1 van het Besluit omgevingsrecht af te geven voor het project Kalverbos 20.' WORDT: '1. Een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.5, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht te weigeren voor het project Kalverbos 20, omdat functiewijziging naar zelfstandige horeca met groot terras op deze locatie in strijd is met goede ruimtelijke ordening, vanwege de volgende punten: - Zelfstandige horeca met een groot terras leidt tot ruimere en zelfstandige openingstijden, een zelfstandige bezoekersstroom en een grotere ruimtelijke impact door stemgeluid op het terras, extra aan- en afrijbewegingen, bevoorrading/logistiek en afvalstromen; 37

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

-

Er onvoldoende is onderbouwd waarom kan worden afgeweken van gemeentelijk beleid om geen toename van horeca op deze locatie toe te staan; Het Kalverbos behouden moet blijven als relatief rustige plek in een verdichtende stad; De behoefte aan het plan onvoldoende is gemotiveerd in het licht van optimaal ruimtegebruik in stedelijke gebieden.'

Toelichting: De gemeenteraad besluit de verklaring van geen bedenkingen (VvGB) als bedoeld in artikel 2.27 Wabo, juncto artikel 6.5 Bor, te weigeren. Een VvGB kan op grond van artikel 6.5, tweede lid, Bor uitsluitend worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Indieners stellen voorop dat de raad bij de beslissing om al dan niet een VvGB te verlenen beleidsruimte heeft en een eigen, ruimtelijk relevante belangenafweging dient te maken. Indien de raad de VvGB weigert, is het college gehouden de omgevingsvergunning voor de betreffende activiteit te weigeren. Hieronder volgt een uitgebreidere onderbouwing van de weigering. 1. Weigering van functiewijziging De raad weigert de VvGB omdat het plan voorziet in een functiewijziging naar zelfstandige grootschalige horeca (met een terras van substantiële omvang, circa 80 personen), terwijl ter plaatse planologisch eerder slechts ondergeschikte horeca was toegestaan als ondersteunende voorziening bij een hoofdfunctie (kunst/cultuur) en de raad dit onwenselijk acht. Deze stap betekent een toename en intensivering van horeca en daarmee een wezenlijke verandering van het ruimtelijk gebruik, met gevolgen voor het woon- en leefklimaat en het karakter van de openbare ruimte.

Deze functiewijziging in combinatie met de grootschaligheid acht de raad, gelet op het hieronder beschreven beleidskader en gebiedskarakter, in strijd met een goede ruimtelijke ordening. De raad vult het criterium goede ruimtelijke ordening concreet in aan de hand van (i) de in Delft gehanteerde beleidswens om horeca te clusteren en geen toename van horeca toe te staan binnen de sfeergebieden Wonen en Creatief Grachtengebied, en (ii) de beleidsmatige waardering van het Kalverbos als groene parel/rustplek. Gelet op deze twee pijlers concludeert de raad dat zelfstandige horeca op deze locatie in beginsel ruimtelijk onwenselijk is. Daarmee is de aanvraag die juist op zelfstandige horeca met groot terras is gericht, niet verenigbaar met het door de raad gehanteerde kader voor goede ruimtelijke ordening op deze plek. De raad benadrukt dat dit geen abstract of willekeurig criterium is: het betreft een concrete ruimtelijke keuze over functiemenging, leefkwaliteit, geluidbelasting en het beschermen van groen/overgangszones in de binnenstad. Een afwijking ten opzichte van het hiervoor genoemde beginsel vereist een ruimtelijke motivering die nu ontbreekt. Ook is niet voldoende gemotiveerd dat er een behoefte is aan dit plan. In het licht van optimaal ruimtegebruik in stedelijke gebieden kan goede ruimtelijke ordening ook worden ingevuld met - onder andere - de behoefte aan het plan.

Deze vier punten worden hieronder verder toegelicht. 2. Geen toename van horeca aan de hand van sfeergebieden 38

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

Uit de (planologisch en beleidsmatig vastgelegde) sfeerbenadering van de binnenstad volgt dat functies worden geconcentreerd en dat in met name op wonen gerichte gebieden geen verdere horeca-uitbreiding is beoogd. Juist Kalverbos 20 ligt in een overgangsgebied tussen Wonen en Creatief Grachtengebied; dit gebied is naar karakter nadrukkelijk geen plein- of uitgaanslocatie, maar een relatief rustige groene rand van de binnenstad. Daartoe wordt geschreven in de plantoelichting van Bestemmingsplan Binnenstad 2012: 'De concentratie behelst tevens dat in de vooral op wonen gerichte gebieden (sfeergebieden wonen en creatief grachtengebied) geen toename van horeca is toegestaan.' Hoewel deze plantoelichting zelf geen kader vormt voor de beoordeling van de vergunning - de aanvraag is immers voor een buitenplanse afwijking - geeft zij wel blijk van de visie die de raad heeft op de Delftse binnenstad. Dit is terecht naar voren gebracht in zienswijze 1.3. In de beantwoording van de zienswijzen wordt onterecht verwezen naar het stedenbouwkundig advies 23 juli 2024. Ten eerste maakt deze onderbouwing geen deel uit van de stukken ter besluitvorming door de gemeenteraad. Ten tweede komt de inpassing van de functie in het licht van het genoemde beleid niet aan de orde in het advies, waardoor de raad de conclusie dat de functie aanvaardbaar is niet kan volgen.

In de ruimtelijke onderbouwing wordt getoetst aan algemene normen en niet aan het beleid op deze concrete locatie. Ter illustratie: het plan wordt getoetst aan de VNGpublicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ voor het aspect geluid. Er wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling passend is gezien het maximaal toelaatbare geluidsniveau in een gemengde stedelijke omgeving. Echter betekent dit niet direct dat de ontwikkeling passend is, gezien het beleid dat de raad hanteert: uit de genoemde sfeergebieden volgt een strengere norm. De raad had mogen meewerken, maar ziet geen reden om af te wijken van de sfeergebieden en maakt gebruik van de toegekende beleidsruimte om de verklaring te weigeren op dit punt. 3. Visie Groen en Biodiversiteit Daarnaast volgt uit de visie Groen en Biodiversiteit (en de bredere gemeentelijke benadering van 'groene parels') dat groen in een verdichtende stad mede de functie heeft van rustplek/buffer en dat dergelijke plekken ruimtelijk zorgvuldig moeten worden beschermd. Een intensief gebruikt terras van deze omvang schuurt door de aard van het gebruik (met name stemgeluid, avond- en weekendgebruik, bezoekersstromen, logistiek en afvalstromen) duidelijk met de rustfunctie. De waarde van groen als rustplek zoals beschreven in de visie Groen en Biodiversiteit wordt terecht benoemd in zienswijze 2.1.

De beantwoording van deze zienswijze gaat echter alleen in op de waarde van dit groen als stadsnatuur. De raad vindt het onvoldoende onderbouwd dat afbreuk aan de rustfunctie niet strijdig is met een goede ruimtelijke ordening.

39

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

4. Verschil ondergeschikte en zelfstandige horeca Ten overvloede merkt de raad op dat 'ondergeschikte horeca' in het geldende planologische kader wordt begrepen als 'horeca die aanwezig is binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is'. De raad verstaat hieronder, in lijn met doel en strekking van dit begrip, een kleinschalige voorziening die aantoonbaar ondersteunend is aan de hoofdfunctie (bijvoorbeeld: een klein museum-/cultuurcafé waar bezoekers tijdens openingstijden van de hoofdfunctie een kop koffie of een broodje kunnen krijgen), met een beperkte ruimtelijke uitstraling (beperkt terras, beperkte bezoekersaantrekkende werking, beperkte avondfunctie). Het voorliggende plan wijkt hiervan wezenlijk af: zelfstandige horeca met een groot terras leidt tot ruimere en zelfstandige openingstijden, een zelfstandige bezoekersstroom (dus niet primair gekoppeld aan de hoofdfunctie), en een grotere ruimtelijke impact door (i) stemgeluid op het terras, (ii) extra aan- en afrijbewegingen, (iii) bevoorrading/logistiek en (iv) afvalstromen. Dat zijn ruimtelijk relevante effecten die in sfeergebieden Wonen en Creatief grachtengebied niet passen. Een voorbeeld hiervan betreft de afwikkeling van logistiek verkeer.

In de vergunningvoorschriften is opgenomen dat vrachtwagens die moeten leveren, onder begeleiding achteruit dienen te rijden. Dit onderstreept dat de beoogde zelfstandige horeca leidt tot extra en zwaardere logistieke bewegingen die niet passen bij de inrichting en het karakter van het Kalverbos. Het is ruimtelijk onwenselijk en in het licht van verkeersveiligheid kwetsbaar dat bevoorrading feitelijk neerkomt op achteruitrijdend verkeer over een (smal) zandpad. De raad acht dit, in samenhang met de overige ruimtelijke effecten, niet verenigbaar met een goede ruimtelijke ordening. Ook moet de grootte van het terras in ogenschouw worden genomen. Alleen het terras van 't Postkantoor is groter, waarmee het voorgestelde terras een van de grootste van Delft wordt. 5. Behoefte aan het plan Terecht wordt gesteld in de ruimtelijke onderbouwing dat aandacht moet worden besteed aan de behoefte van het plan in het licht van uitvoerbaarheid, ook als de Ladder voor duurzame verstedelijking niet hoeft te worden toegepast. In de ruimtelijke onderbouwing wordt de behoefte echter beperkt uitgewerkt. De behoefte wordt benaderd vanuit het belang van instandhouding van het monument. Dat doel onderschrijft de raad in algemene zin: het is wenselijk dat het pomphuis een duurzame functie krijgt.

Dit laat echter onverlet dat een beroep op instandhouding van het monument gepaard moet gaan met een onderbouwing waarom dat niet kan met de huidige bestemming, maar grootschalige zelfstandige horeca vereist. Deze ontbreekt. Hierdoor is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat toevoeging van zelfstandige horeca op deze locatie ruimtelijk noodzakelijk of wenselijk is. Laat staan dat juist dit gebruik onontkoombaar is om het monument duurzaam in stand te kunnen houden. Daarmee is vanuit het oogpunt van optimaal ruimtegebruik in stedelijke gebieden onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd dat het plan bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening. 6. Conclusie Indieners constateren dat de ruimtelijke onderbouwing en advisering in hoofdzaak zien op de bouwkundige/monumentale inpassing, terwijl de cruciale planologische 40

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

verandering juist zit in het gebruik (zelfstandige horeca met groot terras). Afwijken van de gemeentelijke beleidslijn ('geen toename horeca' in Wonen/Creatief Grachtengebied, beschermen van groene parels als rustplek) vergt een stevige ruimtelijke motivering waarom deze locatie desondanks geschikt is voor intensieve zelfstandige horeca. Die onderbouwing is ontoereikend, temeer omdat het gaat om een structurele functieverandering met directe gevolgen voor de leefkwaliteit van omwonenden en het karakter van het Kalverbos. Omdat de noodzaak voor de aangevraagde schaal en intensiteit van de zelfstandige horeca onvoldoende is gemotiveerd, kan de raad niet vaststellen dat het private economische belang van de initiatiefnemer zwaarder weegt dan het belang van omwonenden bij het behoud van een goed woon- en leefklimaat en het rustige, groene karakter van het Kalverbos. Alles overziend komt de raad tot het oordeel dat de functiewijziging naar zelfstandige horeca met een terras van substantiële omvang op deze locatie, gelet op het gebiedskarakter (overgangszone wonen/creatief) en de beleidswens tot geen horecatoename aldaar én de bescherming van het Kalverbos als groene rustplek, niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Om die reden wordt de VvGB geweigerd." De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter.

Heerlijk dineren op een unieke locatie: een kelder met een expositieruimte en boven een serre met een restaurant en een groen dak; dat was het plan van de initiatiefnemer waar de gemeenteraad precies een jaar geleden in concept mee instemde. Sinds die tijd zijn zienswijzen van omwonenden opgehaald. Het breekpunt van omwonenden was met name het buitenterras. De initiatiefnemer heeft daarop het ontwerp van het terras verkleind en gedraaid richting de ernaast gelegen snelweg. Deze ontwerpen zijn helaas pas sinds vanmiddag met de raad gedeeld en zijn ondertussen achter het slotje op het RIS te vinden. Door deze aanpassing is de verwachte geluidsbelasting gehalveerd. Er is dus wel degelijk gehoor gegeven aan de bezwaren van de omwonenden. Toch begrijpt STIP dat er zorgen blijven bestaan. De afgelopen twaalf maanden waren bedoeld om het vertrouwen te herstellen en om te laten zien dat het een goede buur is geworden. Luisterend naar de commissievergadering moeten we helaas vaststellen dat dat onvoldoende is gelukt. Dat vinden we jammer. De brief die vandaag of de afgelopen week is gekomen, gaat wel in de goede richting. Het signaal van D66 aan initiatiefnemers die willen investeren in de stad, is echter klip-en-klaar: het kan niet. STIP wil hierbij een winstwaarschuwing geven: we moeten scherp blijven op het vervolg.

De ruimtelijke onderbouwing door meerdere planologische, ruimtelijke en juridische experts wordt als zeer sterk beoordeeld. Juridische experts schatten in dat als de initiatiefnemer naar de rechter stapt, de kans zeer groot is dat de weigering wordt vernietigd. Daarmee riskeren we als gemeente mogelijk een enorme schadeclaim van meerdere miljoenen euro's, geld van de Delftenaar dat STIP liever aan andere zaken had uitgegeven. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ik heb een vraag over iets wat de heer Gommers al even geleden zei, namelijk over de brief die deze week naar ons toe is gekomen. Hoe ziet STIP het dat die brief pas deze week binnenkwam, dus om twee voor twaalf? Hoe beoordeelt u dat? 41

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De heer VAN DER SLUIS (SP): In de wet staat dat we alleen een uitzondering mogen maken als het voorstel voldoet aan alle ruimtelijkeordeningsprincipes. In het voorstel staat ook al dat een geluidsnorm overschreden gaat worden. Er wordt dus niet voldaan aan ruimtelijkeordeningsprincipes. Als je het andersom doet, zal de rechter een besluit tot uitzondering dus waarschijnlijk ook vernietigen. Dat lijkt mij waarschijnlijker dan wat u zegt. De heer ANALIKWU (D66): De heer Gommers geeft aan dat de ruimtelijke onderbouwing sterk is. Dat ben ik met hem eens, maar dat neemt niet weg dat de gemeenteraad een zekere beleidsruimte heeft - dat wordt keer op keer ook bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State - om dit soort plannen juist te beoordelen en dus ook de ruimte heeft om te zeggen dat iets onwenselijk is. Waar heeft de heer Gommers in die ruimtelijke onderbouwing gezien dat die sfeergebieden, die deel uitmaken van het beleid van de gemeenteraad, worden geadresseerd? De heer GOMMERS (STIP): Ik begin met de vraag over de brief. Ja, die vinden we inderdaad rijkelijk laat. Die hadden we liever afgelopen jaar gezien. Wat de juridische kaders van de heer Van der Sluis betreft: ik ben geen jurist, maar een generalist. Het is vooral aan de rechter om daar iets over te vinden.

Dan de vraag van de heer Analikwu: inderdaad, we hebben als gemeente globale kaders opgesteld. Dan moeten we vooral kijken hoe die zich doorvertalen, in dit geval naar een zeer specifieke locatie. In deze situatie kan je een politieke afweging maken of je het wel of niet wenselijk acht dat hier een restaurant komt. Gezien de ernaast gelegen snelweg, tram et cetera en dan ook nog de verdere ontwikkelingen aan de andere kant van DSM hebben wij het idee dat dit een mooie toevoeging kan zijn als unieke locatie verderop, maar ik zal in de rest van mijn betoog nog een ander voorstel doen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Als u zegt dat het uiteindelijk aan de rechter is, waarom gebruikt u dan zelf nu het argument dat we voor of tegen iets zouden moeten zijn? Andersom zegt u dat het aan de rechter is. We moeten zelf ons besluit nemen en daarna zien we het. De heer GOMMERS (STIP): Dat besluit zullen we straks nemen. Wat STIP betreft zoeken we naar de weg vooruit, een scenario waarin we de bezwaren serieus nemen maar de ambitie niet verliezen. Waarom kijken we niet naar een restaurant op hoogte, in de watertoren zelf, met een uniek uitzicht over Delft zonder overlast op de grond? Dat zou pas echt gaaf zijn. Maar ja, dat is aan de initiatiefnemer. De heer TREFFERS (Volt): Ten eerste een vraag om opheldering.

De heer Gommers heeft het de hele tijd over een snelweg, maar ik denk dat hij gewoon de eenbaans 50 km/u-weg bedoelt. Die hebben we juist nog aangepast, zodat mensen daar minder snel en minder overlastgevend rijden. Dat is de eerste vraag. De tweede vraag is: als u zelf, net als veel andere mensen, ziet dat er plannen zijn die 42

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

beter zijn en als u de brief van twee dagen geleden van de initiatiefnemer leest en denkt dat u daar eigenlijk ook meer achter zou staan, is dat dan niet een heel goed argument om voor het amendement te stemmen en te zeggen: zoals het nu voorligt, moeten we hier gewoon niet mee akkoord gaan? De heer KRISHNASING (VVD): Ik hoorde de heer Gommers aan het begin van zijn verhaal vertellen dat het voornamelijk gaat over geluidsoverlast, maar is de heer Gommers het met de Delftse VVD eens dat er bijvoorbeeld ook zorgen zijn over parkeerfaciliteiten, dat bijvoorbeeld de Prinsenhofgarage wordt aangeduid als te krap en te smal en dat er naast deze initiatiefnemer überhaupt gekeken moet worden naar parkeermogelijkheden in dat deel van de binnenstad? De heer GOMMERS (STIP): De eerste en de laatste vraag kan ik mooi samenvoegen, want er ligt inderdaad een grote weg naast. Daar heb ik het over. Daar wordt overheen gereden en daar is voldoende parkeergelegenheid voor, met ook een mooie ov-verbinding. De huidige overweging is een overweging die we op dit moment maken. De heer KRISHNASING (VVD): Ik stelde mijn vraag omdat er juist onvoldoende parkeermogelijkheden zijn. Dat geven de bewoners ook aan en dat wordt ook gesteld. Hoe ziet STIP dat? De heer GOMMERS (STIP): Volgens mij is het museum al een vrij lange tijd open en leidt dat daar niet tot een groot verkeersinfarct.

Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter. Hart voor Delft is vanaf het begin van de aanvraag van de VvGB Kalverbos tegen geweest. De afgelopen tijd zijn door de aanvrager op papier aanpassingen gedaan, zelfs tot aan gisteren. Hart voor Delft vraagt zich af hoe serieus we die toezeggingen moeten nemen. Ook in de watertoren worden festiviteiten gehouden die tot overlast hebben geleid, terwijl de eigenaar op de hoogte was van de bezwaren tegen overlast. Hoe moeten we hier dus tegen aankijken? Op deze groene parel moeten we zuinig zijn, ook vanwege de kleine dieren die er gehuisvest zijn. Hier past geen zelfstandige horeca van 50 tot 80 stoelen. Als ik zelf het Kalverbos bezoek, denk ik: hè, hier kan ik even lekker zitten op een matje of op een dekentje en even genieten van de rust om me heen. De VOORZITTER: De afgelopen dagen was het daar wel een beetje koud voor, maar ik begrijp wat u bedoelt. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Ik had mijn schaatsen aan kunnen doen. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Vanavond spreken we over het plan voor een horecavoorziening in het Kalverbos. Dit plan moet komen in en bij het oude pomphuis, het huidige Radius. Vorig jaar spraken we over de conceptverklaring van geen bedenkingen. Nu, een jaar later, is het moment aangebroken om het te hebben over het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen.

In de commissie hebben wij en vele anderen het gehad over het doorlopen proces. Een jaar geleden 43

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

waren we hier al kritisch over, maar wilden we de initiatiefnemer en de omwonenden de ruimte geven om tot elkaar te komen. Helaas constateerden we in de afgelopen commissievergadering dat dit wat ons betreft onvoldoende is gelukt. Dat betreuren wij ten zeerste. Het gehele proces in de aanloop naar deze raadsvergadering verdient wat ons betreft geen schoonheidsprijs. Maar vanavond gaat het over de verklaring van geen bedenkingen. Die moeten wij inhoudelijk toetsen. Voor de PvdA staan twee vragen centraal. Eén: hebben wij bedenkingen bij het plan dat nu voorligt? Twee: is dit plan het plan dat wij willen op deze specifieke plek? Het antwoord op de eerste vraag is: ja, wij hebben bedenkingen. Dat zit 'm in een aantal aspecten. Ten eerste wordt in de beantwoording gesproken over logistiek, met name over bevoorrading. De voorgestelde oplossing zien wij in de praktijk niet gebeuren. Daarbij komt dat een betere, maar voor de ondernemer mogelijk kostbaardere oplossing wellicht mogelijk is; tenminste, dat denken wij. Dat maakt dat we met dit plan ook extra risico's creëren, bijvoorbeeld voor fietsers. De voorgestelde oplossing vinden wij daarom vanuit verkeersveiligheid onvoldoende. Twee: in het voorstel wordt aangegeven dat Radius en horeca aanvullend zijn, maar wij constateren dat dit niet tot slechts zeer beperkt het geval is.

Weliswaar hebben wij te elfder ure een aanvullende brief gehad met aanvullende informatie, maar die brief heeft volgens ons geen status binnen het voorliggende plan. Daarom kunnen wij de brief niet meewegen. Daar hebben we nog wel een vraag over. De brief is deze week naar ons toe gekomen. De vraag aan het college is of deze brief enige juridische status heeft en of de in de brief vermelde voorstellen echt afdwingbaar zijn door de gemeente. Wij vinden het dus jammer dat dit zo is, want als dit wel onderdeel zou zijn van het plan, had dit wat ons betreft een deel van de kou uit de lucht kunnen halen. Drie: de omvang van het plan is fors te noemen. Met name het terras is erg groot. Slechts enkele locaties in Delft zijn groter of gelijk in omvang. Daarbij komt dat kleine aanpassingen aan het plan onvoldoende duidelijk worden. Naar onze mening is onvoldoende onderbouwd en duidelijk hoe en waarom het voorliggende plan is zoals het is. En wij hebben dus ook bedenkingen bij de uitwerking. Dan het antwoord op de tweede vraag. Wij zijn in principe voorstander van een bruisende stad. In dat opzicht past het initiatief bij hoe de PvdA de stad graag ziet: een levendige en aantrekkelijke stad waar ruimte is om elkaar te ontmoeten.

Nogmaals, wij waarderen het dat er ondernemers zijn die in Delft dingen op poten durven te zetten en daarmee ook een bijdrage leveren aan de aantrekkelijkheid van de stad, maar wat ons betreft zou een wat bescheidener plan meer op zijn plaats zijn. Een dergelijk plan zou meer recht doen aan omwonenden, het Kalverbos, de locatie, de stad én Radius zelf: een plan in harmonie met zijn omgeving en met de kunstzinnige betekenis van Radius. Daarmee is het antwoord op de tweede vraag dus: eigenlijk niet. Het is spijtig om te moeten constateren dat het voorliggende plan vooral gehinderd lijkt te zijn door een onvolledig en onvoldoende nauwkeurig proces. Jammer, want wij denken dat een goed proces ook had kunnen leiden tot een beter inhoudelijk plan. Wij denken namelijk dat vrijwel alle punten oplosbaar zijn met een werkbare situatie voor alle partijen, zodat ook hier een gastvrije plek kan ontstaan met ruimte 44

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

voor ontmoeting aan de rand van de binnenstad. Wij zullen het amendement van D66 daarom steunen en de verklaring van geen bedenkingen weigeren. De VOORZITTER: Er is een vraag. Laten we niet het hele commissiedebat overdoen. De heer KRISHNASING (VVD): Nee, zeker niet, maar ik ben de vraag aan de PvdA even kwijt. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Ik hou het kort. We hebben in de diverse commissievergaderingen al een heleboel gezegd. Wij hebben contact gehad met de omwonenden bij de eerste vraag die ons onder ogen kwam. We hebben van alles geprobeerd om duidelijkheid te krijgen aangaande deze mooie historische groene parel. Een groot horecabedrijf met dito terras voor ongeveer 80 personen op deze locatie vinden wij als Onafhankelijk Delft gewoon niet wenselijk. Dat is niet om een eventuele uitbater dwars te zitten. Wij vinden gewoon dat wat dit gaat doen in deze omgeving zwaarder weegt. Wij hoeven als raad niet alleen te kijken naar wat mag, maar moeten ook kijken of dat wenselijk is voor de omgeving. Wat Onafhankelijk Delft betreft maken wij gebruik van dit gegeven. Wij zullen daarom tegen de afgifte van de verklaring van geen bezwaar zijn. Daarnaast willen we D66 ontzettend bedanken voor al het werk, evenals de ambtenaren die hier ook zo hard aan meegewerkt hebben. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter.

Ik kan het niet beter verwoorden dan de heer Analikwu en dat ga ik ook niet proberen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ik kan het ook kort houden. Dit dossier speelt inderdaad al heel lang. Het CDA is hierin altijd consequent geweest. We waren vorig jaar een van de partijen die toen tegen de ontwerpverklaring gestemd hebben vanuit de gedachte dat de binnenstad voor een groot deel ook gewoon een woonwijk is. Je hebt in de binnenstad gebieden die meer winkel- of uitgaansgebied zijn, maar ook gebieden waar mensen vooral of alleen maar wonen. Het Kalverbos valt daar voor ons onder. Dank inderdaad aan de heer Analikwu, die samen met onder anderen ons commissielid David Sarkisian, die ook mij veel werk uit handen heeft genomen, veel werk heeft verricht. Ook via deze weg dus dank voor de waardevolle bijdrage van ons commissielid in dezen. Wij zullen uiteraard voor het amendement stemmen. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik vind dit oprecht heel moeilijk, want ik denk dat het initiatief dat nu op deze plek genomen wordt, in potentie een heel mooie toevoeging is aan de stad en deze plek, maar ik heb in de commissie al uitgebreid betoogd waarom ik denk dat het voorliggende voorstel niet voldoet aan die potentie. Voor ons heeft dit heel direct te maken met het proces. Ik heb best wel uitgebreid gesproken met bijna alle omwonenden en ook met de initiatiefnemer.

Als ik nu kijk naar de brief die wij twee dagen geleden hebben gekregen, denk ik: volgens mij was dit een perfecte uitkomst geweest. Dat geldt echter niet voor het voorstel dat er nu ligt. Dat is uiteindelijk de reden waarom ik hoop dat die brief een begin is van het nieuwe traject. Ik hoop dat de omwonenden zich gesterkt voelen, ook door ons, en 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16659065/2