Concept-handelingen raadsvergadering 4 april 2024
Tekst van het document
parkeerplekken passen niet. Maar nog erger: als die auto's gaan rijden, hebben ze nog veel meer ruimte nodig. Dat past al helemaal niet. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Dan heeft de wethouder mij toch verkeerd begrepen, want ik heb nooit gezegd "sturen op behoefte". Ik heb gezegd dat Hart voor Delft kijkt naar de behoefte van de inwoners van deze stad en vervolgens eventueel kijkt wat er mogelijk is, maar puur en gelijk sturen op behoefte zou totaal het tegenovergestelde zijn van hoe het college dit ziet. Wethouder VAN VLIET: Goed, ik vervolg het betoog. Ruimte is schaars. We moeten dus keuzes maken. Vandaar dat in het MPD is gezegd: dan moeten we goed zorgen dat mensen zich te voet en met de fiets goed kunnen verplaatsen in de stad, dat het ov op orde is en dat we, als we nieuwe huizen bouwen, uitgaan van minder auto's. Dit is overigens geen nieuw beleid. Er is al opgemerkt dat we in Nieuw Delft en in Schieoevers al echt werken met veel lagere parkeernormen. Deze nota is wat dat betreft wel een aanscherping, maar is echt in lijn met hoe we al bezig zijn in de stad. Wat dat betreft verrassen de moties van de SP, want wij zouden denken dat de SP vooral wil dat we betaalbare woningen krijgen.
En het zijn juist de woningcorporaties die ons vragen: mogen we alsjeblieft werken met lagere parkeernormen omdat de bewoners van die betaalbare woningen helemaal niet zoveel plekken nodig hebben? Dat is de vraag die zij ons stellen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik ben misschien wel blij dat de woningbouwverenigingen die vraag stellen, maar dit gebeurt nu ook al en als die vraag komt, kan het college beslissen om de parkeernormen te verlagen. Dat is overal in de stad al gebeurd. Dus waarom gaan we niet door op die voet in plaats van meteen, bam, de hele stad? Wethouder VAN VLIET: Omdat het eenvoudigweg niet past als wij in een te hoge mate parkeerplaatsen toevoegen aan de stad. Het is een ruimtelijkeordeningsvraag. Wij hebben in de commissievergadering gemerkt dat het vraagstuk heel breed werd opgepakt. Het ging ineens over vergunningparkeren en waar we dat niet of wel invoeren. Daar gaat dit helemaal niet over. In de commissie is dus de suggestie gewekt dat het stuk veel groter is dan het is. Het is echt een stuk over parkeren. Ik kom bij de motie van de VVD. De wijzigingen zijn dus kleiner dan in de commissie misschien is gesuggereerd.
Tegelijkertijd kan ik mij goed voorstellen dat u zegt: in het Mobiliteitsplan is gezegd dat de normen naar beneden gaan, maar daar is niet strak gedefinieerd in welke mate dat gebeurt en dergelijke; daar zouden wij hier graag het gesprek over voeren. Ik kan me dat goed voorstellen. In die zin vind ik de motie sympathiek. Hoe doen we dat hij het terrassenbeleid, een bevoegdheid van onze burgemeester? Daarbij wordt het stuk eerst naar u gestuurd, oordeelsvormend. U heeft daar dan een debat over in de commissie en u bent in de gelegenheid om daarover moties en amendementen in te dienen. In die zin zit u als raad aan het stuur en geeft u het college mee hoe u daarmee wil omgaan. Het college is van mening dat we daarmee een goede modus hebben gevonden om met dit soort dingen om te gaan. In dezen was het wellicht goed geweest als we u deze normen in die zin eerst hadden toegestuurd. Ik kan me deze motie dus voorstellen. Ik denk dat het belangrijk is - op dat punt slaat de heer Van der Woerd de spijker op de kop - om duidelijk te zijn over bevoegdheden. Er zit hier een punt met betrekking tot bevoegdheden. Dat heeft te maken met het feit dat beleidsregels in Delft alleen vastgesteld kunnen worden door het college. Daar moeten we netjes aan vasthouden om te zorgen dat het juridisch klopt.
Met de werkwijze die we hebben ten aanzien van het terrassenbeleid, kunnen we dingen eerst ter oordeelsvorming aan u voorleggen, waarna u in de raad moties en amendement kan indienen. Daarmee hebben we een mooie werkwijze. Door nu een nieuw 19
fenomeen in het leven te roepen, maken we het alleen maar verwarrend: wat betekent het dan als de raad wel … Nee, er is een collegebevoegdheid; laten we daar vooral helder in blijven en laten we geen verwarring scheppen. GroenLinks vroeg of de motie uitvoerbaar is. Niet waar het gaat om "ter instemming"; daarvan zeggen we: laten we dat gewoon doen ter oordeelsvorming, zoals we dat ook op andere plekken succesvol doen. Wat betreft het nog eens naar de raad sturen: wij hebben geen nieuw stuk. Dit stuk is wat het is. U hebt het debat daarover in de commissie gevoerd. In die zin hebben wij niet een nieuw stuk dat wij u opnieuw kunnen toesturen. Als u alsnog besluit om daar moties en amendementen over in te dienen, is dat aan de raad. U bent dus in de gelegenheid om moties en amendementen in te dienen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Is het niet aan de raad zelf om te bepalen of hij dit alsnog weer oordeelsvormend in debat wil brengen? Wethouder VAN VLIET: Ja, uiteraard. De raad bepaalt zijn eigen agenda. U hebt een heel uitgebreid debat gevoerd. Ik was daarbij, maar als u zegt "we doen het graag nog een keer", ben ik er weer graag bij. De VOORZITTER: U mag het meerdere keren doen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik vind het toch een beetje schrijnend hoe de wethouder nu omgaat met de positie van de raad.
Het gaat erom dat we een stuk dat eigenlijk alleen ter kennisgeving naar de raad is gestuurd, uiteindelijk zelf hebben moeten agenderen en nu alleen maar instemmend kunnen knikken, want we besluiten nergens meer over. Het was chic geweest als we dit, zoals de wethouder zelf ook zegt, op voorhand met elkaar en met de stad hadden kunnen bespreken, daarover een oordeelsvormende vergadering hadden gehad en dan tot besluitvorming waren gekomen. Ik vind het dus echt ongemakkelijk dat u nu een grap maakt over het opnieuw voeren van het debat. Het gaat om positie pakken als raad en dat kunnen we nu niet. De heer HERREMA (GroenLinks): Daar sluit ik mij graag bij aan, want het gaat hier om een impactvol stuk. Het was al vastgesteld voordat het naar de raad kwam. Wij konden daar nog weinig over inbrengen. In die zin snap ik de verdediging van de wethouder niet, want het gaat inderdaad niet over wie wat vaststelt, want het is misschien wel duidelijk dat het college dit vaststelt. Het gaat erom dat wij in de aanloop naar het vaststellen door het college net als bij het terrassenbeleid een momentje hebben om bij te sturen. Wethouder VAN VLIET: Laat ik duidelijk zijn: ik respecteer de positie van de raad uiteraard helemaal. De raad heeft er na heel wat gesprek voor gekozen om dit stuk te agenderen en heeft daarover in deze zaal een heel inhoudelijk debat gevoerd. Dat is wat ik wilde zeggen.
Ik heb ook aangegeven dat ik dat begrijp en dat, als er inhoudelijke afwegingen zijn in de raad en als de raad daarom moties wil indienen of wil amenderen, het college dat uiteraard ter harte neemt. Als u dat meegeeft aan het college, kunnen wij de parkeernormen alsnog wijzigen in die zin. Dat neem ik helemaal ter harte. U moet mijn opmerking zo begrijpen dat ik het debat dat gevoerd is, al als een heel inhoudelijk debat heb verstaan en dat ik, gezien de inhoudelijke inbreng van veel partijen, had verwacht dat er vanavond ook inhoudelijke moties hadden gelegen. In die zin verrast het mij dus enigszins dat u zegt dat u het debat graag opnieuw wil doen, maar ik sta helemaal achter uw positie als raad. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Naar aanleiding van de motie van de ChristenUnie zijn ook twee vragen gesteld. Wat voegt de motie toe? Volgens mij vraagt de motie met name om een soort scherpte. We gaan de Mobiliteitstransitie in, daar hebben we een Mobiliteitsprogramma voor vastgelegd en daar komen allerlei activiteiten uit. Dragen al die activiteiten wel bij aan de weg die we op willen gaan met meer ruimte op straat door minder 20
ruimte voor mobiliteit vrij te maken, dus meer voor wandelen, meer fietsen en meer ov? Als je een auto nodig hebt, dan het liefst een deelauto die je kunt delen, zodat meer mensen gebruik kunnen maken van een plek waar een auto kan staan. Daar zijn natuurlijk best wel vragen bij: hoe gaat het nu lopen en gaat het op de goede weg? Het interessante is dat de raad al een tijd geleden heeft gevraagd om een monitoringsplan; volgens mij had de VVD daar een motie voor. Dat monitoringsplan komt binnenkort naar de raad. Volgens mij is het heel goed om de discussie die hier wordt gevoerd over parkeren, wat het gaat betekenen als je minder parkeerplekken beschikbaar hebt en of het dan nog wel goed gaat met de leefkwaliteit, mee te nemen in dat monitoringsplan om te zorgen dat we geen dingen aan elkaar knopen die we niet waar kunnen maken. De vinger aan de pols, meten is weten, is volgens mij dus een heel goede insteek, zoals de VVD toentertijd al heeft meegegeven. Daar komen we binnenkort dus mee terug. Wanneer is de motie dan afgedaan? Volgens mij hebben we de motie afgedaan op het moment dat we het hele element van parkeernormen en de relatie met de hele transitie van de mobiliteit in beeld hebben gebracht. Dan kan de raad ook zien of daarmee uiteindelijk het beleid en de uitvoering van wat we met elkaar hebben afgesproken, in een goede samenhang gaan werken.
Wat dat betreft is dit een prima motie en een versterking van de opdracht die we al eerder hebben gekregen. De heer HERREMA (GroenLinks): Ik heb van wethouder Van Vliet nog niet helemaal duidelijk gehoord of hij de motie van de VVD afwijst of sterk ontraadt. Dat heeft invloed op wat wij ermee gaan doen. Of laat de wethouder dit over aan de stemming in de raad? De heer VALK (CDA): Ik moet interrumperen, want ik hoorde de heer Herrema zeggen dat het oordeel van de wethouder bepaalt wat de GroenLinksfractie met de motie gaat doen. Dat is niet zoals het bedoeld is, zeker bij een stuk dat over de raadsbevoegdheid gaat. Ik krijg dus graag een toelichting op die opmerking. De heer HERREMA (GroenLinks): Nee, daar heeft het geen invloed op. Het heeft wel invloed op de vraag of ik samen met D66 en STIP in de tweede termijn van de beraadslaging een motie indien. Wethouder VAN VLIET: Het eerste dictum gaat over het opnieuw toesturen van de stukken. Ik denk dat dat een vreemde beweging zou zijn, omdat dit stuk er ligt. Als de raad het belangrijk vindt om het debat over de inhoud van dit stuk nog eens te voeren, is dat aan de raad. En als de raad dan met moties en amendementen komt, voeren wij die uiteraard van harte uit. Wat het tweede dictum betreft is het college van mening dat daar niet "ter instemming" zou moeten staan, maar "ter oordeelsvorming".
Het college is graag bereid om, als de raad daarvoor kiest, de nota Parkeernormen in het vervolg ter oordeelsvorming aan de raad voor te leggen. De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. Naar aanleiding van de beantwoording door het college stel ik voor om de motie die ik met D66 en STIP heb opgesteld, toch aan de beraadslaging toe te voegen. Die motie komt erop neer dat voortaan alle wijzigingen van de Beleidsregels Parkeernormen eerst naar de raad gaan ter bespreking, ter instemming, ter beoordeling of whatever voordat zij definitief door het college worden vastgesteld. Dan kunnen de adviezen van de raad en eventuele inspraakreacties van burgers en bedrijven daarin worden meegenomen. Als het goed is, ligt de motie bij de griffie en kan zij wat mij betreft op het RIS worden gezet. Door de fracties van GroenLinks, STIP en D66 wordt motie 6.2.7 (Vaststelling parkeernormen) ingediend:
21
"Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft in de vergadering van donderdag 4 april 2024 bij de bespreking van de Beleidsregels Parkeernormen 2023. Wij stellen vast dat: • •
het college van B en W de Beleidsregels (voorheen Nota) Parkeernormen Delft 2023 heeft vastgesteld; de Beleidsregels Parkeernormen 2023 weliswaar invulling geven aan het Mobiliteitsprogramma Delft 2040, maar dat de kaders voor parkeernormen daarin niet nader gespecificeerd worden.
We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat de Beleidsregels Parkeernormen 2023 een behoorlijk effect hebben op het parkeren bij nieuwe ontwikkelingen in Delft, waar bewoners en gemeenteraad zich nog niet over hebben kunnen uitspreken. Wij vinden dat documenten met een dergelijke impact in een raadscommissie moeten worden besproken en beoordeeld. We geven het college opdracht om: • •
wijzigingen in Beleidsregels Parkeernormen voortaan altijd eerst ter bespreking aan de raad aan te bieden; de adviezen van de raad en eventuele inspreekreacties van burgers en bedrijven vervolgens mee te wegen bij de vaststelling van een definitieve versie van de Beleidsregels Parkeernormen,
en we gaan over tot de orde van de dag." De heer VALK (CDA): Voorzitter. Kunnen we kort schorsen, zodat we de motie kunnen lezen en met de indieners kunnen overleggen? Dat verzoek ik ook namens de mede-indieners. De VOORZITTER: Wilt u dat nu direct doen? De heer VALK (CDA): Ja. Ik zou de motie even willen lezen en ook even willen overleggen met de mede-indieners. De VOORZITTER: Oké, dan gaan we vijf minuten schorsen. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Valk. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Namens de mede-indieners: we hebben goed geluisterd naar de heer Herrema en de heer Analikwu en we zijn bereid om het eerste dictum te schrappen. Het tweede dictum houden we in stand, want daarmee is de motie van GroenLinks, STIP en D66 overbodig. Wij willen de gewijzigde motie gewoon in stemming laten brengen. De heer ANALIKWU (D66): Het ging ons niet alleen om het eerste dictum, maar echt ook om de term "ter instemming". Ik ben dus benieuwd waarom in het tweede dictum "ter instemming" niet is vervangen door bijvoorbeeld "ter bespreking".
22
De heer VALK (CDA): "Ter bespreking" vinden we slap. Je kunt alles bespreken. Het gaat er natuurlijk om dat de raad ook iets te zeggen heeft: er komt een voorstel en daar geeft de raad zijn mening over. Dat is ja of nee; dat is dus instemming. Motie 6.2.1 (Wijzigen van parkeernormen is een raadsbevoegdheid) van de VVD, het CDA, Onafhankelijk Delft, Hart voor Delft en de SP is zodanig gewijzigd dat zij thans luidt: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft in de vergadering van donderdag 4 april 2024 bij de bespreking van de Beleidsregels Parkeernormen 2023. Wij stellen vast dat: -
-
het college van B en W de Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023 heeft vastgesteld; in deze Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023 een wijziging wordt vastgelegd voor hoe de gemeente omgaat met fiets- en autoparkeren bij bouwontwikkelingen, namelijk van faciliteren naar sturen op parkeren; beleidsregels voor parkeernormen in andere gemeenten, zoals Den Haag en Rotterdam, ter vaststelling aan de raad worden aangeboden.
We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -
-
de Beleidsregels Parkeernormen 2023 impact hebben op het parkeren in de gemeente Delft, waar onze bewoners en de gemeenteraad zich nog niet over hebben kunnen uitspreken; weliswaar in het Mobiliteitsplan Delft 2040 als wens is gesteld dat de parkeernormen lager worden, maar niet wat 'lager' is en welke invulling dit precies moet krijgen.
Wij vinden dat kaderstellende documenten met een dergelijke impact altijd ter instemming aan het hoogste bestuursorgaan van de gemeente voorgelegd dienen te worden, namelijk de gemeenteraad. We geven het college opdracht om wijzigingen in de Beleidsregels Parkeernormen in het vervolg altijd aan de raad ter instemming aan te bieden, en we gaan over tot de orde van de dag." De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Nog even over de motie van de ChristenUnie; dit keer bedoel ik echt de ChristenUnie. Het eerste dictum lees ik als: we moeten een balans zoeken. Dat klopt; dat is ons werk in de gemeenteraad. Dan is de vraag of het college die balans niet kan zoeken. Dat vind ik een beetje overbodig, maar ik heb begrepen dat het vooral om het tweede dictum gaat, waarin staat: we willen dat meenemen in de monitor, zodat we dat dan kunnen bespreken. Dat lijkt ons toch een goed voorstel. Daar gaan we dus voor stemmen. Ik heb een samenvatting van de uitslag. Bedankt in ieder geval allemaal voor jullie toezeggingen en steun voor mijn meerkeuzevoorstel. Mijn conclusie is dat STIP, D66, de ChristenUnie, PvdA en Volt eigenlijk voor optie D zijn. Zij zijn het met mijn bewoordingen niet helemaal eens, maar volgen feitelijk wel de lijn die daarin staat. De verrassing is GroenLinks, dat voor optie C kiest. Dat vind ik een heel goede optie.
Dus ga zo door! Het CDA maakt het nog spannend; we zullen zien waarmee het CDA gaat komen. Ook ten aanzien van de VVD, Hart voor Delft en Onafhankelijk Delft is het nog afwachten. Ik ben dus benieuwd naar de uitslag straks. De VOORZITTER: Hartstikke leuk, meneer Van der Sluis. Lekker bezig! 23
Mevrouw WENTINK (STIP): Voorzitter. Het liefst had STIP natuurlijk een raadsbrede motie gezien over wat we gaan doen met de parkeernormen, maar ik zou de wethouder nog willen vragen hoe hij "ter instemming" interpreteert: is dat "ter oordeelsvorming" of "ter instemming"? De VOORZITTER: Misschien kan de wethouder die vraag meteen beantwoorden, want dan kunnen de anderen dat meteen meenemen in hun overwegingen. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Het college kan heel goed leven met "ter bespreking", zoals dat is geformuleerd in de motie van GroenLinks, STIP en D66, maar niet met "instemming", omdat dat suggereert dat het mandaat ergens anders ligt dan waar het ligt. Op de toezegging kom ik straks in mijn termijn terug. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. De ChristenUnie dankt vooral wethouder Huijsmans voor de beantwoording, maar ook wel … De VOORZITTER: Dat is wel een beetje zielig voor meneer Van Vliet, hoor! De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): … wethouder Van Vliet, maar het gaat natuurlijk om de motie waarover wethouder Huijsmans heeft gesproken. De vraag die de ChristenUnie nog heeft, is of de beantwoording eigenlijk beschouwd kan worden als een toezegging. Dan zullen we de motie niet in stemming laten brengen. Dan nog even de term "ter instemming". Dat klinkt voor de ChristenUnie toch net iets te veel als "toestemming".
Dat is wat anders dan "oordeelsvorming" en "bespreking". De VOORZITTER: Mevrouw Van den Berg bewaart de minuut en 33 seconden van de VVD graag voor het volgende agendapunt. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Ik heb eigenlijk ook niet veel toe te voegen, behalve dat ik erg blij ben met de VVD en het CDA en hoe we dit hebben opgelost. Dit soort politieke spelletjes hoort erbij, maar ik wil wel genoemd hebben dat dit altijd ten koste gaat van de inwoners. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. We hebben de beantwoording door de wethouders gehoord en ook de reactie van de heer Valk op mijn interruptie. Wat D66 betreft is de motie van de VVD daarmee echt onuitvoerbaar. De indieners willen iets wat juridisch gewoon niet bestaat of wat onmogelijk is. Het alternatief dat D66 samen met GroenLinks en STIP heeft ingediend, klopt juridisch wel en geeft de raad meer invloed op het proces. Daarmee is dat volgens mij gewoon de juiste keuze. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Laat ik vooropstellen dat het debat dat we nu voeren, gewoon gaat over: dit is weliswaar een collegebevoegdheid, maar het zou bij zo'n stuk, bij parkeernormen, die gevoelig liggen in de samenleving - dat weten we met elkaar - beter zijn als de raad daar eerst met elkaar het debat over voert en daar eventueel wijzigingen in aanbrengt met moties en amendementen. U heeft daar feilloos de vinger op gelegd.
Ook richting de VVD en de andere partijen die die motie hebben ingediend, zeg ik dat er nu eigenlijk twee moties liggen die nagenoeg hetzelfde zijn. Ik ervaar dat als een brede vraag vanuit de raad en ik zou het haast jammer vinden als u daar verschil van inzicht over heeft, want zo zie ik het niet. Ik vind immers dat wij dit in het vervolg goed kunnen doen. Kijkend naar de woordkeuze gaan wij dus niet voor de motie van de VVD, maar voor de motie waarin "ter bespreking" staat. Daar staat wel een tweede dictum in, dat wat cryptisch is. Wij luisteren uiteindelijk vooral naar de raad en naar wat u vindt. U nodigt insprekers uit. Er staat hier dat wij vooral de insprekers moeten meewegen, maar die gaan hele verschillende 24
dingen zeggen. Uiteindelijk luisteren wij naar wat u als raad ons meegeeft. Daarom vind ik het tweede dictum enigszins cryptisch. Ik wil bij dezen het eerste dictum graag toezeggen, als dat helpt. Ik zie dat de heer Herrema zijn hoofd schudt. Als u de motie liever in stemming laat brengen, zou ik zeggen: schrap het tweede dictum, want dan wordt eenduidig aangegeven hoe wij hier werken. De heer HERREMA (GroenLinks): Ik vind het toch heel erg vermoeiend dat we over dit soort woordjes struikelen, over "instemming" en "ter beoordeling". Daar heb ik echt moeite mee, want het eerste dictum van onze motie en het tweede dictum van de VVD-motie lijken echt ontzettend op elkaar. Dan denk ik: waar hebben we het over? Ik ben het met de wethouder eens dat het tweede dictum niet helemaal klopt. Ik ben bereid om dat te schrappen. Dan liggen er twee dezelfde moties. De VOORZITTER: Bespeur ik hier nog een kleine schorsing, zodat u even probeert om het met elkaar eens te worden? Er ligt een toezegging. Misschien kunnen beide moties gewoon worden ingetrokken. Samen intrekken is samen optrekken; wat denkt u daarvan, qua woordspeling? Zullen we één tel schorsen? Eén minuut. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Ik geef het woord aan mevrouw Van den Berg. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik geef het woord aan het CDA.
De VOORZITTER: Er is er hier maar één die het woord geeft, maar ik wil u volgen. De heer VALK (CDA): Dank u, voorzitter. Dat blijft gewoon uw bevoegdheid; daar komen wij niet aan. We hebben het erover gehad. De VVD, wij en anderen passen in onze motie toch nog één ding aan: "ter instemming" wordt "ter beoordeling". Dan zijn de andere partijen bereid hun motie in te trekken. De VOORZITTER: Kijk eens aan! Fantastisch! Ik schat zomaar in dat dit toch nog een hele mooie, breed aangenomen motie wordt. Prima, mensen. Ik neem aan dat motie 6.2.7 wordt ingetrokken, meneer Herrema, meneer Analikwu en mevrouw Wentink. Ja, dat is het geval. Motie 6.2.1 was al aangepast en wordt nu nader aangepast. Dat hoef ik niet te herhalen, want het staat keurig in de notulen en iedereen weet waar hij aan toe is. Motie 6.2.1 (Wijzigen van parkeernormen is een raadsbevoegdheid) van de VVD, het CDA, Onafhankelijk Delft, Hart voor Delft en de SP is zodanig nader gewijzigd dat zij thans luidt: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft in de vergadering van donderdag 4 april 2024 bij de bespreking van de Beleidsregels Parkeernormen 2023. Wij stellen vast dat: -
-
het college van B en W de Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023 heeft vastgesteld; in deze Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023 een wijziging wordt vastgelegd voor hoe de gemeente omgaat met fiets- en autoparkeren bij bouwontwikkelingen, namelijk van faciliteren naar sturen op parkeren; beleidsregels voor parkeernormen in andere gemeenten, zoals Den Haag en Rotterdam, ter vaststelling aan de raad worden aangeboden.
We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: 25
-
-
de Beleidsregels Parkeernormen 2023 impact hebben op het parkeren in de gemeente Delft, waar onze bewoners en de gemeenteraad zich nog niet over hebben kunnen uitspreken; weliswaar in het Mobiliteitsplan Delft 2040 als wens is gesteld dat de parkeernormen lager worden, maar niet wat 'lager' is en welke invulling dit precies moet krijgen.
Wij vinden dat kaderstellende documenten met een dergelijke impact altijd ter instemming aan het hoogste bestuursorgaan van de gemeente voorgelegd dienen te worden, namelijk de gemeenteraad. We geven het college opdracht om wijzigingen in de Beleidsregels Parkeernormen in het vervolg altijd aan de raad ter beoordeling aan te bieden, en we gaan over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: Kan ik de beraadslaging sluiten? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb een vraag. Misschien heb ik het gemist, maar er waren toch nog vragen gesteld aan het college? De VOORZITTER: Volgens mij niet. Toch wel? Griffier, mag ik daar even wat ruimte voor geven? Ja, dat mag. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Dat was eigenlijk maar een heel korte vraag naar aanleiding van de laatste motie. De vraag van de ChristenUnie was of dat een toezegging kon worden. Wat mij betreft is dat prima. We nemen dat zo mee. De VOORZITTER: Wordt de motie ingetrokken? Dat is het geval. Uitstekend! Zo gaan we de goede kant op. Motie 6.2.6 is ingetrokken. Ik constateer dat ik de beraadslaging nu echt kan sluiten. In stemming komt de nader gewijzigde motie 6.2.1 (Wijzigen van parkeernormen is een raadsbevoegdheid) van de VVD, het CDA, Onafhankelijk Delft, Hart voor Delft en de SP. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter.
De samenwerking tussen de partijen die beide moties hebben ingediend, was mooi om te zien. Wij zullen voor dit amendement stemmen. De VOORZITTER: De motie. Er ligt geen voorstel. Dan is het heel moeilijk om er een amendement van te maken. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ja, het is een motie. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Met de wijzigingen in de motie kunnen wij goed leven. Hiermee ligt er een motie die de lading dekt maar ook juridisch uitvoerbaar is. Daarom stemmen wij gewoon voor. De nader gewijzigde motie wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen, waarbij de heer Analikwu om technische redenen niet kon meestemmen en geacht wordt voor de motie te hebben gestemd. (Geroffel op de tafels) 26
In stemming komt motie 6.2.2 (Parkeerbeleid meerkeuzeoptie A: terugdraaien) van de SP. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ik doe het meteen voor alle vier de keuzes. Optie A komt volgens mij het dichtst bij het oorspronkelijke idee van de motie die wij hebben ingediend. Daar zullen we dus voor stemmen. Optie B sluit inhoudelijk redelijk aan bij de bijdrage in de commissie. Daar gaan we, met een beetje twijfel, ook voor stemmen. Wij gaan tegen de opties C en D stemmen, want die gaan ons te ver. De VOORZITTER: Ik kon het niet helemaal volgen, maar de heer Van der Sluis waarschijnlijk wel. De heer VALK (CDA): U ziet het zo bij de stemming. De VOORZITTER: We gaan het meemaken; ik vind het heel spannend. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter. Het is leuk om het gevoel te krijgen dat we weer op school zitten en multiple choice krijgen. Hart voor Delft kiest voor motie A. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 11 tegen 27 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en de VVD ervoor hebben gestemd en de overige fracties ertegen en waarbij de heer Analikwu om technische redenen niet kon meestemmen en geacht wordt tegen de motie te hebben gestemd. In stemming komt motie 6.2.3 (Parkeerbeleid meerkeuzeoptie B: geen minimumnormen) van de SP.
De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 7 tegen 31 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, de SP en de VVD ervoor hebben gestemd en de overige fracties ertegen en waarbij de heer Analikwu om technische redenen niet kon meestemmen en geacht wordt tegen de motie te hebben gestemd. In stemming komt motie 6.2.4 (Parkeerbeleid meerkeuzeoptie C: geen automatische uitbreiding gebied met parkeervergunningen) van de SP. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 2 tegen 36 stemmen, waarbij de fractie van de SP ervoor heeft gestemd en de overige fracties ertegen en waarbij de heer Analikwu om technische redenen niet kon meestemmen en geacht wordt tegen de motie te hebben gestemd. In stemming komt motie 6.2.5 (Parkeerbeleid meerkeuzeoptie D: wij willen jouw auto niet) van de SP. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met algemene stemmen, waarbij de heer Analikwu om technische redenen niet kon meestemmen en geacht wordt tegen de motie te hebben gestemd. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Mag ik toch even de opmerking maken dat blijkbaar iedereen tegen het beleid van het college is? De VOORZITTER: Nee, ik geloof niet dat u die conclusie kunt trekken. Dat is allemaal een kwestie van interpretatie. De heer VAN DER SLUIS (SP): Het was natuurlijk niet serieus bedoeld. 27
De VOORZITTER: Gelukkig. Dan nemen we er snel weer afstand van. XX. Metropolitane Fietsroute Delft - Rotterdam Alexander. De VOORZITTER: We kijken eerst naar degenen die moties hebben aangekondigd. De heer VALK (CDA): Voorzitter. In de commissievergadering heb ik al uitgebreid stilgestaan bij de komst van het metropolitane fietspad, in het bijzonder bij het geplande fietsecoduct over de A13. Het zal iedereen die het debat gevolgd heeft, duidelijk zijn dat het CDA nut en noodzaak van het fietsecoduct nog niet inziet, simpelweg omdat er nooit gekeken is naar alternatieven en alternatieve routes, en dat het CDA ook ontevreden is over hoe de besluitvorming heeft plaatsgevonden, in het bijzonder over de betrokkenheid van de raad daarbij. Er wordt immers steeds gezegd dat de raad hiermee heeft ingestemd bij het aannemen van het Mobiliteitsplan 2040, maar in het Mobiliteitsplan, het MPD, staat helemaal niks over de komst van een fietsecoduct. Het enige wat daarin stond, was dat de kwalitatieve fietsverbinding via Campus-Zuid naar Berkel en Rodenrijs op dit moment ontbreekt. Met die zin was niemand het oneens. Beter gezegd: in het Mobiliteitsplan stonden zoveel onderwerpen die meer politieke prioriteit hadden dan dit ene zinnetje dat we over andere dingen gesproken hebben.
Dat de meerderheid destijds niet hardop zei het oneens te zijn met de constatering dat een kwalitatief hoogwaardig fietspad naar Berkel en Rodenrijs ontbreekt, betekent natuurlijk niet dat de raad toestemming heeft gegeven om koste wat kost een fietspad met een nieuwe verbinding over de A13 aan te leggen. Om het nog extra verwarrend te maken, lijkt het fietsecoduct op het bijgevoegde kaartje in het MPD alvast als een bestaande fietsverbinding te zijn ingetekend. Alle bestaande fietspaden op dat kaartje zijn als doorgetrokken lijnen ingetekend en nieuwe fietspaden als stippellijn, maar net op de plek waar het fietsecoduct moet komen, is een doorgetrokken lijn getekend. Ik neem aan dat dit per ongeluk is gebeurd, maar ik kan me voorstellen dat raadsleden - ikzelf ook - in de veronderstelling waren dat dit een bestaande route was en dat er helemaal geen nieuw fietspad zou komen. In de Adaptieve Mobiliteitsagenda 2021, die ter info naar de raad is gestuurd, wordt gesproken van een fietsecoduct en een Delftse bijdrage van € 1,1 miljoen.
In de collegebrief van 5 juni 2022, ook ter info naar de raad gestuurd, staat voor het fietsecoduct over de A13 dat er op een later moment maatwerkafspraken tussen de MRDH en de betrokken gemeentes worden gemaakt en dat de ambities met betrekking tot het fietspad naar beneden bijgesteld kunnen worden om binnen de financiële kaders te blijven als blijkt dat er onvoldoende dekking is. Ruim een jaar later blijkt het fietsecoduct voor Delft niet € 1,1 miljoen te kosten, maar € 1,8 miljoen. Dat is inmiddels al opgelopen naar € 2,1 miljoen, maar nergens wordt gesproken over een keuze tussen minder ambitie of meer geld. In de begroting wordt het fietsecoduct nergens concreet genoemd, afgezien van de post Areaaluitbreiding. Maar die € 2,1 miljoen blijkt onderdeel te zijn van het totaalbedrag van de Adaptieve Mobiliteitsagenda. Naar onze mening rekt de wethouder het begrip "collegebevoegdheid" hier heel ruim op. Je kunt niet zeggen dat de wethouder de raad nooit geïnformeerd heeft, maar de informatie was versnipperd en deels verstopt in grotere plannen of verzamelposten in de begroting. Het had de wethouder gesierd als zij de raad bij dit dossier eerder in positie had gebracht en de keuze had geboden, zoals haar collega in Pijnacker-Nootdorp ook gedaan heeft. In de commissie kondigde ik een mogelijke motie met een politiek oordeel over de gang van zaken aan.
Ik hoop dat dit de wethouder aan het denken gezet heeft. De belangrijkste vraag die we vanavond aan de wethouder willen stellen, is hoe ze zelf terugkijkt op dit hele proces. Kan de wethouder zich terugkijkend op dit hele proces voorstellen dat een flink deel van deze raad, het deel dat constructief maar wel serieus voorstellen wil onderzoeken en afwegen - niet om overal tegen te zijn, maar omdat het om belastinggeld gaat, dat we zo 28
goed mogelijk willen uitgeven - zich niet meegenomen voelt? Kan ze zich voorstellen dat we ons overvallen of voor het blok gezet voelen? Kan de wethouder zich voorstellen dat die ene zin in het Mobiliteitsprogramma dat een kwalitatief goede fietsverbinding naar Berkel en Rodenrijs ontbreekt, voor partijen destijds niet betekende dat ze daarmee een blanco cheque gaven voor een fietsecoduct? Dit is niet de eerste keer. Net hiervoor spraken we over de raads- en collegebevoegdheid bij het onderwerp parkeernormen. Mijn amendement bij het onderwerp waterspeeltuinen kon ik niet indienen omdat bij de begroting vrij geruisloos het hele Fonds 2040 is gealloceerd; daar heb ik gisteren vragen over gesteld. En dan heb ik het alleen nog maar over de onderwerpen die vandaag op de agenda stonden. We lijken zo een beetje in een cultuur van samenwerking te komen waarin raadsleden elke zin in een kaderstellend stuk, een collegebrief of een begroting moeten gaan wantrouwen en waarin we in plaats van "wat staat er?" ons steeds moeten afvragen wat er mogelijk mee bedoeld zou kunnen worden. Dat is een politiek die het CDA niet wil. Wij gaan uit van een politiek met een wederzijds goede samenwerking. Daar hoort ook bij dat de raad ongevraagd meer informatie krijgt dan het absolute minimum.
Daar hoort ook bij dat de raad soms mag besluiten over voorstellen die formeel misschien een collegebevoegdheid zijn, maar die grote financiële, ecologische of ruimtelijke impact hebben; ik citeer daarmee collega Van der Woerd uit de commissievergadering. Ik hoop op een eerlijke reflectie van de wethouder en een geloofwaardige toezegging om de samenwerking te verbeteren. Tot slot onze motie. In de antwoorden op de schriftelijke vragen gaf het college aan dat alternatieve routes nooit echt zijn onderzocht. Met de motie Onderzoek alternatieven roepen het CDA en de andere indieners het college op om eerst serieus naar alternatieven te kijken die wellicht veel goedkoper en kwalitatief aanvaardbaar zijn. De motie dienen wij in met de VVD, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, Volt en de SP. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ik heb een vraag over wanneer het een en ander bekend is geworden. De heer Valk geeft aan dat een verbinding op die plek niet duidelijk was, maar in het Lokale Verkeer- en Vervoerplan van 2005 kom ik al de wens tegen voor een verbinding ergens op deze plek. Is dat u bekend? De heer VALK (CDA): In 2005 of in 2015? De heer VAN DER STEEG (PvdA): In 2005, ver voordat ik naar Delft kwam. De heer VALK (CDA): Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet terug ben gegaan tot 2005. De wens om de A13 over te steken is natuurlijk al zo oud als de A13 zelf; die zal al 60 jaar oud zijn.
Maar ik zou het heel flauw vinden om zich te beroepen op een brief uit 2005 en om dan nu tegen de raad te zeggen dat de raad blijkbaar in 2005 een blanco cheque heeft gegeven omdat de opa's van uw opa's toen niet tegen hebben gestemd en dat de raad dus akkoord is gegaan. Ik snap deze interruptie dus eigenlijk niet. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Daarop inhakend: het was niet alleen in 2005. Ik heb een flinke zoektocht gedaan naar "ecoduct", "ecoductpassage" en de A13. Je komt het vaker tegen. Het is niet alleen van de afgelopen jaren. Ook in de begroting van 2018 wordt het al genoemd. Ook wordt er al in 2013 in een haalbaarheidsstudie gesproken over verschillende varianten met verschillende routes, inclusief de Zwethtunnel. Ik vind het dus een beetje lastig dat u stelt dat die studies nooit zijn gedaan. Ik lees dat zelf ook niet in de beantwoording van de schriftelijke vragen. Zou u dat dus nog kunnen toelichten? De heer VALK (CDA): Ik heb de antwoorden op de schriftelijke vragen niet bij me, maar daarin stond naar aanleiding van een expliciete vraag van mij - ik heb het in de commissievergadering geciteerd - dat de alternatieven niet echt zijn onderzocht. Het klopt 29
dat er allang over een ecoduct gesproken wordt, maar dat is natuurlijk iets anders dan een fietsecoduct, een fietspad ernaast. Het ecoduct is een oud plan, ergens over de A13, niet per se op deze plek. Later zijn de plannen gecombineerd. Nogmaals, natuurlijk is er in het verleden over gesproken. Dat ontken ik ook niet, maar de informatie is heel fragmentarisch. Ik hoor nu over een brief in 2005. Daar moeten we het dan maar mee doen. Je kunt dat op een gegeven moment ook bij elkaar brengen, zeggen "dit is de stand van zaken" en de raad daarover informeren. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Ik vind het goed dat u dat noemt, want dat is exact waar ik ook tegenaan gelopen ben: hoe moeilijk het is om een tijdlijn te krijgen van besluiten die wij in de raad hebben genomen. Ik denk dat dat niet alleen iets is wat we aan het college kunnen vragen, maar dat het ook bij de raad en de griffie ligt om een goede informatievoorziening te hebben over de besluiten die wijzelf als raad in het verleden al hebben genomen. Ik hoop hierover ook met u door te praten in het raadsweekend, waarin we het over informatievoorziening zullen hebben. Ik liep hier immers ook tegenaan en ik vond het ook vervelend hoe fragmentarisch dat was. De heer GOMMERS (STIP): Ik ondersteun dit betoog volledig en we gaan het hier in het raadsweekend over hebben. Ook wij hebben dit verder uitgezocht.
Daaruit bleek inderdaad dat alternatieven bekeken zijn en op een gegeven moment in een vroeg stadium zijn afgedaan door experts, die zeiden dat de alternatieven niet mogelijk zijn. Hoe kijkt het CDA ernaar als er wel alternatieven bekeken zijn, zoals nu in de motie wordt opgedragen, en als vervolgens door experts is geconcludeerd dat de alternatieven inderdaad niet mogelijk zijn? Legt het CDA zich dan daarbij neer? De heer VALK (CDA): Ik vind dat heel lastig. Dat in het verleden een keer een alternatief is onderzocht, zegt niks over de huidige situatie. Er ligt nu een plan voor een fietsecoduct en nu antwoordt het college op mijn schriftelijke vragen dat het op dit moment eigenlijk niet naar alternatieven heeft gekeken. Dat er in 2005 of weet ik wanneer een keer een studie naar alternatieven is gedaan … Toen lagen er andere fietspaden en toen was de IJsmeestertunnel er nog niet. Ik vind het dus heel moeilijk om een archief open te trekken en van een oude analyse te zeggen dat die eeuwig geldig is. Ik hou het hierbij, want ik wil in de tweede termijn ook nog iets zeggen. Door de fracties van het CDA, de VVD, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, Volt en de SP wordt motie 6.3.1 (Onderzoek alternatieven voor fietsecoduct A13) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, bijeen op donderdag 4 april 2024 ter bespreking van het agendapunt Metropolitane Fietsroute, constaterende dat: -
-
-
het college van Delft in juli 2022 samen met de gemeenten Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland en Rotterdam en met de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH) een overeenkomst heeft getekend waarin de partijen zich verplichten tot de aanleg van een Metropolitane Fietsroute (MFR) van Delft naar Rotterdam Alexander; in deze afspraak de ondertekenende partijen zich hebben verplicht vóór 1 september 2026 een fietsroute te realiseren die moet voldoen aan het kwaliteitsniveau voor snelle fietsroutes, 'met daarbij een voorbehoud van een definitief go/no-gobesluit voor de complexe schakels, waaronder het fietsecoduct en de Gelatinebrug'; voor de zogenoemde complexe schakels de deadline van 1 september 2026 niet geldt, maar dat hierover op een later moment maatwerkafspraken mogen worden gemaakt;
overwegende dat: 30
-
-
-
-
in de ondertekende overeenkomst een voorbehoud is gemaakt voor de complexe schakels, waaruit blijkt dat de het fietsecoduct over de A13 geen noodzakelijke voorwaarde is om aan de verplichting voor een kwalitatief hoogwaardige fietsroute van Delft naar Rotterdam Alexander te kunnen voldoen; uit antwoorden op de schriftelijke vragen van het CDA blijkt dat niet specifiek onderzocht is of een route via een al bestaande tunnel onder de A13, zoals de IJsmeestertunnel of de onderdoorgang bij de Zweth, ook had kunnen volstaan als onderdeel van de beoogde kwalitatieve fietsroute tussen Delft en Rotterdam Alexander; uit dezelfde antwoorden ook blijkt dat de keuze om een fietsecoduct op deze plek over de A13 aan te leggen vooral is ingegeven door ecologische doelen (een overgang voor kleine zoogdieren, vleermuizen en insecten); uit onderzoek blijkt dat bij ecoducten waar recreatief medegebruik plaatsvindt de inrichting én breedte zeer bepalend zijn voor het (positieve) effect op de fauna; uit recentelijk beleid duidelijke voorschriften naar voren komen waarbij zelfs voor kleine diersoorten een breedte van minimaal 15 meter wordt geadviseerd;
spreekt uit: -
-
geen bezwaar te hebben tegen een aantrekkelijke fietsverbinding van Delft naar Rotterdam Alexander die een alternatief kan zijn voor woon-werkverkeer met de auto; voorkeur te hebben voor een alternatieve route waarbij de A13 via een al bestaande tunnel- of brugverbinding wordt overgestoken en er dus geen fietsecoduct als complexe schakel hoeft te worden aangelegd;
verzoekt het college: -
-
-
samen met de MRDH ten minste de bovengenoemde alternatieve routes (een fietsroute via de IJsmeestertunnel of de Zwethtunnel) te onderzoeken op haalbaarheid en eventuele benodigde investeringen om aan het benodigde kwaliteitsniveau voor snelle fietsroutes te voldoen; dit onderzoek af te ronden en aan de gemeenteraad van Delft te sturen voordat de eerste werkzaamheden (inclusief aanbesteding) voor het fietsecoduct beginnen, zodat de gemeenteraad een keuze kan maken; de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp te informeren over deze motie en over de uitkomsten van het onderzoek naar de alternatieven,
en gaat over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: Let u op uw tijd, mevrouw Van den Berg? U heeft inmiddels nog 1 minuut en 32 seconden; dat gaat gewoon door. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter, dank voor dit subtiele signaal. De VVD is behalve een groot voorstander van auto's, ook een groot voorstander van fietsen, maar niet van fietsecoducten over de A13 waarvan onduidelijk is welke probleem zij oplossen, die verschrikkelijk duur zijn, die onderdeel uitmaken van een fietsroute die nog op allerlei plekken gevaarlijk is en waarvan het gebruik, in ieder geval het potentieel gebruik, relatief laag blijkt te zijn. Ons voorstel is daarom als volgt. In de eerste plaats: stop met investeren in dit fietsecoduct. Als hier geen bijval voor komt, onderzoek dan, college, of er goedkopere alternatieven zijn. Daarover hebben wij samen met onder andere het CDA een motie opgesteld. Dan: heb het lef om met ons de afspraak te maken dat de Delftse bijdrage van € 2,1 miljoen als een financieel plafond wordt gezien en dat we hier dus geen cent méér aan uitgeven. 31
De heer ANALIKWU (D66): We hebben het bij het vorige agendapunt gehad over de bevoegdheden van de raad. Nu doet de VVD samen met andere partijen deze oproep aan het college. Ik vraag me af of de VVD het met mij eens is dat dit eigenlijk een raadsbevoegdheid is en dat we dus niet een opdracht aan het college kunnen geven om te stoppen met investeren. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Het is misschien een beetje flauw omdat de VVD nog maar 30 seconden heeft, maar anders kan ik de vraag niet stellen. De VVD geeft aan dat zij fietsers heel belangrijk vindt, maar eigenlijk komt het erop neer dat zij liever helemaal geen geld wil uitgeven aan fietsinfrastructuur. Die kost ook gewoon geld. Dat is in ieder geval een stuk minder dan de € 1,6 miljard voor de A13/A16-verbinding. Ik heb het nagezocht voor andere ecoducten. Het verhaal blijkt bij de Utrechtse Heuvelrug exact hetzelfde te zijn. Is dit een soort standaardreactie van de VVD op investeren in ecoducten, dus in natuur en fietsinfrastructuur? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Een heel korte reactie op beide vragen. Wij kunnen als raad het college altijd de opdracht geven om investeringen te stoppen; dat is ons recht als raad. Zoals eerder vanavond al gezegd: € 0,5 miljoen investeren in waterspeeltuinen, ja graag, maar ruim € 2 miljoen investeren in een fietsecoduct waarvan de meerwaarde niet kan worden aangetoond, nee.
Tot slot het derde aandachtspunt: college, zorg dat bij dit soort forse uitgaven de raad voortaan weer zijn rol kan pakken en zelf kan besluiten of hij dit soort bedragen wil investeren in de stad, met nu als consequentie dat de lokale lasten wéér verder gaan stijgen. Door de fracties van de VVD, het CDA en Onafhankelijk Delft wordt motie 6.3.2 (Geen cent meer voor het fietsecoduct over de A13) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft in de vergadering van donderdag 4 april 2024 bij de bespreking van de Metropolitane Fietsroute Delft - Rotterdam Alexander. Wij stellen vast dat: -
-
-
-
het college van Delft in juli 2022 samen met de gemeenten Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland en Rotterdam en met de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH) een overeenkomst heeft getekend waarin de partijen zich verplichten tot de aanleg van een Metropolitane Fietsroute (MFR) van Delft naar Rotterdam Alexander; in deze afspraak de partijen zich hebben verplicht vóór 1 september 2026 een fietsroute te realiseren die moet voldoen aan het kwaliteitsniveau voor snelle fietsroutes, met daarbij 'een voorbehoud van een definitief go/no-gobesluit voor de Complexe schakels, waaronder het fietsecoduct en de Gelatinebrug'. Hierover mogen op een later moment maatwerkafspraken worden gemaakt; in de Adaptieve Mobiliteitsagenda 2023 de kosten voor het project MFR Rotterdam Alexander - Delft worden geschat € 2,8 miljoen. De kosten specifiek voor Delft voor het fietsecoduct worden op dat moment geschat op € 1,8 miljoen (en de kosten voor de Gelatinebrug op € 8,0 miljoen); op basis van de antwoorden van schriftelijke vragen van het CDA in december 2023 blijkt dat de kosten voor het fietsecoduct op dat moment worden geschat op € 2,1 miljoen.
We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat:
32
-
de geschatte kosten voor het fietsecoduct over de A13 in drie maanden tijd met € 0,3 miljoen zijn gestegen naar € 2,1 miljoen; in de Adaptieve Mobiliteitsagenda 2021 de kosten zelfs nog op € 1,1 miljoen werden geschat.
Wij vinden dat wanneer het college een fietsecoduct wil realiseren op de nu voorziene plek over de A13, de Delftse bijdrage aan de kosten gemaximeerd moeten worden tot de huidige raming van € 2,1 miljoen. We geven het college opdracht om: -
maximaal € 2,1 miljoen bij te dragen aan de kosten voor een fietsecoduct over de A13; bij stijging van dit bedrag de raad expliciet om toestemming te vragen, en dus niet als onderdeel van het totaalbudget voor de Adaptieve Mobiliteitsagenda,
en we gaan over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: De tijd van de VVD is nu op. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft is in de commissievergadering fel van leer getrokken over het ecoduct en het fietspad, samen de Metropolitane Fietsroute. Dat zal vanavond niet anders zijn. Allereerst wil Onafhankelijk Delft iets zeggen over de transparantie van dit hele traject. Het gevoel dat bewust voor een niet overzichtelijke manier is gekozen om uit het zicht te houden dat er een subsidiekoppeling tussen de Gelatinebrug en het fietsecoduct bestaat, heeft onze partij enorm bekropen. Want alleen als beide er komen, wordt aanspraak gemaakt op maximaal 70% subsidie. Onafhankelijk Delft is dan ook onder de indruk van het feit dat andere gemeentes in onze omgeving een vinger in de pap hebben. Twee vragen aan de wethouder. Is er bewust voor gekozen om de subsidiekoppeling en daarmee de koppeling tussen de Gelatinebrug en de Metropolitane Fietsroute zo in het stuk op te delen en in te bedden dat er willens en wetens is geprobeerd om het voor de raad moeilijker te maken om die correlatie op te merken? Onafhankelijk Delft wil naar aanleiding van de brief van de Natuurgroep Ackerdijk Puur Natuur van de wethouder weten of de raad inderdaad onjuiste en misleidende informatie heeft ontvangen op basis waarvan het besluitvormingsproces heeft plaatsgevonden.
Daarnaast wil Onafhankelijk Delft graag aandacht vragen voor de vele initiatieven van lokale inwoners die zich hebben verenigd zonder dat zij zijn meegenomen in dit traject en zonder enige participatie. Uiteraard nogmaals dank aan de insprekers in de commissie, die wel aangehoord worden maar waar nóg niet - wie weet? - naar is geluisterd. Van goed bestuur wordt verwacht dat inwoners in ieder geval mee worden genomen in vraagstukken zoals deze. Hoe kijkt de wethouder hiertegen aan? Graag een reactie. Uit de antwoorden op schriftelijke vragen die Onafhankelijk Delft mede ingediend heeft, komt naar voren dat als andere gemeenten niet ook voor de metropolitane route kiezen, de subsidie vanuit de MRDH dan niet maximaal 70% maar maximaal 50% is. Aangezien er - nu komt er een soort motievorm - een aantasting van de natuur gaat plaatsvinden door dit tracé, er grote hoeveelheden piepschuim zullen worden gebruikt, wat het woord "duurzaamheid" ons inziens tot een lachertje maakt, net als de zin in de omgevingsvisie dat er steeds meer bodemvervuiling plaatsvindt, waar we hier in Delft ons inziens prima aan meewerken … De VOORZITTER: Mevrouw Timmermans, ik wachtte even op de punt, maar die komt niet.
33
De heer GOMMERS (STIP): Wij lazen in de motie dat Onafhankelijk Delft blijkbaar heeft geconstateerd dat piepschuim gebruikt gaat worden. Dit werd ook gesuggereerd door de insprekers, maar omdat er momenteel nog geen ontwerp is gemaakt, weten we simpelweg nog niet wat de keuze voor de materialen gaat zijn. Ik vraag me af hoe Onafhankelijk Delft aan deze informatie komt en of dit niet voorbarig is voor de uitvoering. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Dat vind ik een terechte vraag, maar kijkend naar hoe het tracé loopt, dat bovendien in de bermboezem wordt aangelegd, is het eigenlijk haast de enige mogelijkheid om een geasfalteerd pad niet te laten zinken. We ontkomen er dus niet aan. Ik snap dat mijn motie vooruitstrevend is - ik heb hier ook weleens iets over drones voorbij horen komen - maar ik ga daar toch mee door. De heer GOMMERS (STIP): Dat is duidelijk. Ik ben geen civiel ingenieur. Misschien bent u dat wel, maar ik wil de wethouder vragen of zij hierop zou kunnen reflecteren. De VOORZITTER: Dat zal zij vast genoteerd hebben. Ja, ik zie haar knikken. Mevrouw Timmermans, was u klaar met uw betoog? Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Nee, voorzitter, nog lang niet. We gaan dus vrolijk verder. De VOORZITTER: Prima. U heeft nog zeven minuten. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ja, precies. Ik zit hier nog even.
Ik had een fantastische lijst met overwegingen gemaakt. Er is in ieder geval geen kostenplaatje, maar ik moet STIP nageven dat er geen kostenplaatje bestaat voor hoe piepschuim aangevuld moet worden, ook onder dat asfalt. Het fietspad zal zeer waarschijnlijk vaak onder water staan omdat het in een bermboezem wordt aangelegd. Ons inziens wordt er ook een goede extra plek gecreëerd voor criminaliteit, want wie gaat daar ooit handhaven? Door belanghebbenden zijn ook veel minder fietsers geteld dan de MRDH ons tot nu toe doet geloven. In de telling bestond bijna de helft aan scholieren. Scholieren hebben geen auto. De CO2-uitstoot dring je hier dus ook niet echt mee terug. De heer VAN DER STEEG (PvdA): U zegt dat het heel onveilig wordt omdat er niet wordt gehandhaafd. Onafhankelijk Delft dient wel een motie in over de alternatieven. Wordt daar nu dan wél gehandhaafd? Mis ik iets? Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Het lijkt mij geen goed idee om door een soort verlaten weiland nog een extra fietspad te creëren. Je hebt daar ook gewoon geen zicht op. Misschien is het wat voorbarig - maar dat horen we dan graag van de wethouder - om te zeggen dat er nog geen milieueffectrapportage is gemaakt. Er is inderdaad ook al bestaande infrastructuur voor een dergelijke fietsroute, onder andere via de Zwethtunnel.
Onafhankelijk Delft heeft zich aangesloten bij de motie van het CDA, die oproept tot het onderzoeken van alternatieve routes. Onafhankelijk Delft heeft zich ook aangesloten bij de motie van Volt, die Volt straks zelf zal verdedigen. Als je een ecoduct maakt, zorg er dan ook voor dat de overgang van dieren daadwerkelijk de inzet is. Onafhankelijk Delft heeft zich ook aangesloten bij de motie om niet meer dan € 1,2 miljoen uit te geven. Als er inderdaad met piepschuim gaat worden gewerkt - dat horen we straks misschien van de wethouder - lijkt dat ons best bijzonder, want dat slijt en moet opnieuw aangevuld worden. Daar zit waarschijnlijk een structureel kostenplaatje achter; daar komen we dus graag op terug.
34
Onafhankelijk Delft komt zelf met een motie over de milieueffectrapportage die moet worden gedaan en de motie Natuur heeft voorrang, die ingaat op piepschuim. De heer GOMMERS (STIP): Onafhankelijk Delft heeft het over een milieueffectrapportage, maar die wordt bij grote infrastructuurprojecten sowieso al gemaakt. Ik vraag me dus af waar Onafhankelijk Delft vandaan haalt dat dat in dit geval niet zal gebeuren. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Onafhankelijk Delft had die informatie eigenlijk graag op voorhand willen hebben om de besluitvorming over het hele proces beter te kunnen laten verlopen, want als zo'n MER-uitslag nee is, is het voor ons ook heel duidelijk nee. Nu moeten we daar nog op wachten. Wij vinden dat we op dubieuze wijze al toestemming hebben gegeven voor dit tracé. We hadden dat dus graag eerder gezien. Daarom dienen we nu deze motie in.
Een lang verhaal kort: elk weldenkend mens kan de vraag beantwoorden of er een fietsbrug moet komen die de stad zo'n € 8 miljoen kost en in totaliteit nog vele miljoenen extra, in combinatie met een fietsecoduct, dat nog meer miljoenen kost, dat niet voldoet als een volwaardig ecoduct voor fauna en waarvoor het fietspad wordt aangelegd door een natuurgebied, zeer waarschijnlijk met piepschuim, en dat omhooggehouden moet worden omdat nu al verwacht wordt dat het zinkt omdat het op een bermboezem moet worden aangebracht, en dát terwijl er allemaal al bestaande infrastructuur is. Het lijkt wel een slechte mop. Onafhankelijk Delft vraagt zich oprecht af waar we in Delft nou helemaal mee bezig zijn. Graag een reactie van de wethouder: waarom is dit proportioneel? Al deze moeite en geldverspilling om mogelijk maximaal 70% gesubsidieerd te krijgen voor een slecht idee … Zou de wethouder dit gehele traject ook overwegen als we maximaal 50% gesubsidieerd zouden krijgen? Waar houdt deze gekte op? Door de fractie van Onafhankelijk Delft wordt motie 6.3.3 (Een MER uitvoeren voor project fietsroute, meten is weten) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, bijeen op 4 april 2024 ter bespreking van de Metropolitane Fietsroute Delft - Rotterdam Alexander, constaterende dat: • •
voor de fietsroute geen MER is uitgevoerd voor de start van het project; Delft niet eerder te maken heeft gehad met groot polystyreengebruik in de natuur en het effect op het milieu in de breedste zin;
overwegende dat: • • •
het van essentieel belang is te meten wat polystyreen als effect heeft op de biodiversiteit alvorens dit project uit te voeren; wij zorgvuldig met de schaarse natuur om moeten gaan; het ook om het welzijn van mens en dier gaat en er eerst een MER-onderzoek gedaan dient te worden teneinde een verantwoord besluit te kunnen nemen;
draagt het college op binnen de MRDH ervoor te zorgen dat er eerst een MER-onderzoek wordt uitgevoerd voor het definitief akkoord gaan met de Metropolitane Fietsroute, omdat meten is weten, en gaat over tot de orde van de dag." Door de fractie van Onafhankelijk Delft wordt motie 6.3.4 (Natuur heeft voorrang) ingediend: 35
"De gemeenteraad van Delft, bijeen op (04-04-2024) ter bespreking van de Metropolitane Fietsroute Delft - Rotterdam Alexander; constaterende dat: • • • • • • •
aantasting van de natuur niet zomaar plaats mag vinden; grote hoeveelheden piepschuim gebruikt gaan worden in de bouw van het fietsecoduct en bijbehorend fietspad; grote hoeveelheden piepschuim onder de grond worden aangebracht onder het fietspad om het fietspad niet te laten zinken, waarbovenop asfalt komt; piepschuim slecht is voor het milieu; het jaren duurt voordat piepschuim door de natuur afgebroken wordt; niet inzichtelijk is hoelang de natuur erover doet om piepschuim af te breken in het tracé bijbehorend bij het fietsecoduct; piepschuim ook weer opnieuw aangebracht moet worden onder het pad omdat het wel deels vergaat;
overwegende dat: •
• • • • • • •
onduidelijk is hoe de gemeente Delft inzichtelijk heeft gemaakt en op welke wetgeving heeft gebaseerd dat er uitzonderingen mogen worden gemaakt als het gaat om de aantasting van het natuurlandschap, flora en fauna en hun leefomgeving door het gebruik van piepschuim bij de aanleg van het fietsecoduct en het fietspad, waarbovenop asfalt komt; het hier gaat om een waterboezem, waardoor piepschuim in het water terecht kan komen; niet duidelijk is hoe het Hoogheemraadschap Delfland heeft gereageerd op dit plan en of het nog onderzoek doet, gekeken naar de hoeveelheid piepschuim die in het natuurlandschap wordt aangebracht; er een grote hoeveelheid piepschuim in het landschap zal worden aangebracht om het fietsecoduct en bijbehorend fietspad mogelijk te maken; het onduidelijk is hoe lang dit piepschuim in de natuur blijft of afgebroken wordt maar ook niet duidelijk is wanneer het aangevuld zou moeten worden; er geen financieel kostenplaatje is gemaakt waarin wordt meegenomen wat het kost om weer extra piepschuim in de natuur aan te brengen onder het fietspad nadat het is vergaan; onduidelijk is welke compenserende maatregelen worden genomen om de negatieve effecten op het natuurgebied en de flora en fauna te minimaliseren nu er met grote hoeveelheden piepschuim wordt gewerkt; in de Omgevingsvisie nog zo wordt genoemd dat de problematiek van bodemvervuiling toeneemt maar er nu voor
wordt gekozen om aan bodemvervuiling mee te werken.
Wij vinden dat het ongehoord is piepschuim in te natuur aan te brengen zeker nu er al infrastructuur bestaat voor dit traject. draagt het college op: • •
rekening met de natuur te houden door naar alternatieven te zoeken voor het gebruik van piepschuim in de gehele Metropolitane Fietsroute en deze alternatieven te delen met de raad; daarnaast de raad schriftelijk te voorzien en garant te staan voor, en dit schriftelijk op te nemen, dat de raad verzekerd wordt van het feit dat de biodiversiteit niet lijdt onder 36
het gebruik van piepschuim in dit traject net als dat er geen sprake zal zijn van gif dat in de grond kan komen door het gebruik van piepschuim anders dan het piepschuim zelf, dat het aangebrachte piepschuim niet los kan laten, zich kan verplaatsen of af kan brokkelen waardoor deeltjes piepschuim in de natuur kunnen komen en dat het piepschuim de bodem en het water van de bermboezem dan wel het grondwater, niet aan kan tasten, en gaat over tot de orde van de dag." De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Iets meer dan een jaar geleden diende Volt samen met veel andere partijen het amendement Brede welvaart als vertrekpunt voor de MRDH in. Alle partijen, met uitzondering van de SP, stemden voor dat amendement, waarin we het volgende uitspraken als gemeenteraad. In MRDH-verband moeten we nadenken over de impact van onze inspanningen op de wereld en voorkomen dat economische groei gepaard gaat met een groei van het gebruik van materialen en energie. Als ik als Volt nadenk over brede welvaart, gaat die ook over biodiversiteit. In de geest van die motie kijkt Volt vandaag naar dit project. Het is een uitgebreide motie. Daarom is het slecht gelukt om haar volledig in begrijpbare taal op te stellen. Ik zal het, misschien voor de kijkers thuis, dus kort uitleggen, want eigenlijk is de motie heel simpel.