Concept-handelingen raadsvergadering 4 april 2024
Tekst van het document
We stellen vast dat er een aantal omstandigheden zijn waar we rekening mee moeten houden. Eén: het college heeft een overeenkomst getekend waarmee de partijen zich verplichten tot de aanleg van een Metropolitane Fietsroute van Delft naar Rotterdam Alexander. Twee: in het Bijzonder Provinciaal Landschap MiddenDelfland en de uitvoeringsagenda staat dat er een cruciaal ecoduct over de A13 moet komen voor de groenblauwe verbindingen over de grenzen van het BPL heen. Het college heeft bedacht dat die twee doelen samengevoegd kunnen worden door middel van het aanleggen van een fietsecoduct met een maximale breedte van 11 meter. Wij hebben als raad een controlerende rol. Daarom zijn wij met veel andere partijen de achterliggende stukken ingedoken. Ook ik heb dat gedaan, in samenwerking met mijn fractie. Toen kwamen we op een aantal dingen die ons opvielen. In het huidige beschikbare verdiepend onderzoek naar dit tracé wordt gesteld dat de vereiste van de ecologische passage minimaal 3 meter is. Dat is een uitgangspunt voor het ontwerp dat dus nog moet komen en het kan ook breder uitgevoerd worden. Maar in een onderzoek dat ook in de motie wordt genoemd, blijkt dat het succes van de ecoducten eigenlijk al minder groot is bij 10 meter; dan worden ze minder frequent gebruikt.
In de Leidraad Faunavoorzieningen wordt een minimale breedte van 15 meter voor kleine zoogdieren zoals muizen, insecten en vlinders voorgeschreven. Daarom hebben wij als Volt twijfels bij het behalen van een van de twee doelen. Wij zijn bang dat het geplande fietsecoduct onder de huidige omstandigheden te weinig toevoegt voor de biodiversiteit en voor het vergroten van de leefgebieden van diersoorten in het gebied. Gelukkig ken ik deze raad als een raad die opstaat voor biodiversiteit en voor de dieren, zoals we dat abstract deden in het amendement. Daarom hoop ik dat de partijen in deze raad de oproep van deze motie kunnen steunen. Wij vragen het college namelijk om voor ons duidelijk te maken hoe het met deze mogelijkheden wél ziet dat we beide doelstellingen kunnen halen, in eerste instantie zoals de plannen nu zijn. Wij twijfelen, maar we laten ons graag overtuigen, zolang de plannen niet ten koste gaan van de kwaliteit van het ecoduct. Als dit toch niet mogelijk blijkt, vragen we het college om de mogelijkheden te bekijken om een fietssnelweg niet over het ecoduct aan te leggen. Wij vragen niet om het ecoduct te schrappen; wij vragen alleen om de fietssnelweg niet over het ecoduct te laten lopen als dit betekent dat het ecoduct geen Voltwaardig - ja, Voltwaardig - ecoduct meer is. Ik ben benieuwd naar het oordeel van de andere partijen en van het college.
Wij hebben de motie van het CDA mede ingediend. Ik kan me aansluiten bij het betoog van het CDA daarover, evenals bij de vragen die het CDA aan de wethouder heeft gesteld over de informatievoorziening.
37
Ik ga in op een aantal interrupties bij de heer Valk over de alternatieve routes die wel onderzocht zouden zijn. Ik parafraseer uit de antwoorden van het college: voor het bereiken van de ecologische doelen is het van belang om bos als ruige biotopen door te trekken, passend bij de beoogde doelsoorten van de passage, zoals kleine zoogdieren, vleermuizen en insecten. Er is een nadrukkelijke wens voor een brugverbinding. De route via de IJsmeestertunnel en de onderdoorgang bij de Zweth zijn daardoor niet specifiek verder onderzocht. Onze angst is dus dat we nu op basis van ecologische argumenten kiezen voor een brug om vervolgens een fietssnelweg aan te leggen die de ecologische waarde van diezelfde brug erg beperkt. Wij staan over het algemeen positief ten opzichte van de andere moties. We zijn benieuwd naar de reactie van de wethouder. We hebben één vraag aan de wethouder over de motie van de VVD. Kunnen we überhaupt een plafond instellen als we in de samenwerkingsovereenkomst hebben aangegeven dat we naar rato moeten meebetalen? Door de fractie van Volt en Onafhankelijk Delft wordt motie 6.3.5 (Een volwaardige faunavoorziening over de A13) ingediend: "De raad van Delft, bijeen op donderdag 4 april 2025 ter bespreking van het agendapunt Metropolitane Fietsroute. Wij stellen vast dat: -
-
-
-
het college van Delft in juli 2022 samen met de gemeenten Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland en Rotterdam en met de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH) een overeenkomst heeft getekend waarin de partijen zich verplichten tot de aanleg van een Metropolitane Fietsroute (MFR) van Delft naar Rotterdam Alexander; in deze afspraak de ondertekenende partijen zich hebben verplicht vóór 1 september 2026 een fietsroute te realiseren die moet voldoen aan het kwaliteitsniveau voor snelle fietsroutes; er in de uitvoeringsagenda Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland 20232027 geschreven wordt over de inzet op groenblauwe verbindingen over de grenzen van het BPL heen met een bijzondere focus op een cruciaal ecoduct over de A13; het college tracht deze twee doelen te verbinden door middel van het aanleggen van een fietsecoduct met een maximale breedte van 11 meter; in het huidig beschikbare verdiepend onderzoek op dit tracé wordt gesteld dat per doelsoort nog bepaald moet worden of ze gebruik kunnen maken van een droge (overlandse) passage. Hiervoor is het een vereiste dat de ecologische passage minimaal 3 meter breed is.
We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -
-
-
uit onderzoek blijkt dat het succes van ecoducten waar medegebruik is toegestaan, voor een groot gedeelte afhankelijk is van de dimensies en inrichting van het ecoduct en het 'smallere' Slabroek met een breedte van 10 meter al minder frequent werd gebruikt; de Leidraad Faunavoorzieningen 2021 een minimale breedte van 15 meter voorschrijft voor kleine zoogdieren, zoals muizen of insecten, zoals vlinders; en dat als meerdere soorten een faunapassage moeten gaan gebruiken er meestal ruimere voorzieningen nodig zijn, bijvoorbeeld omdat meerdere biotopen op of in de faunapassage moeten worden gecreëerd; er door verschillende belanghebbenden alternatieve routes zijn aangeduid voor de aanleg of realisatie van de metropolitaanse fietsroute.
Wij vinden dat: 38
-
-
-
aantoonbaar onderzoek en documentatie beschikbaar zijn die het huidig verdiepend en onderbouwend onderzoek niet alleen tegenspreken maar zelfs ondermijnen; het Delftse college en de samenwerkende partners aan dit tracé onvoldoende inzichtelijk hebben gemaakt waarom de twee doelen van fietsroute en ecoduct met elkaar verenigbaar zouden zijn; het Delftse college en de samenwerkende partners aan dit tracé onvoldoende hebben beargumenteerd waarom een overlangse kruising van 3 meter breed wel volwaardig zou zijn voor de geïnventariseerde diersoorten; het huidige tracé en beoogde ontwerp geenszins een geloofwaardige, volwaardige faunavoorziening lijken te kunnen realiseren.
We geven het college opdracht om: -
-
-
-
met een uiteenzetting te komen waaruit blijkt dat de twee beoogde doelen (metropolitane fietsroute + ecologische kruising A13) verenigbaar zouden zijn onder de huidige geldende mogelijkheden en beperkingen met een heldere argumentatie die de in de voetnoten genoemde onderzoeken meeneemt; zich in te spannen voor een volwaardige faunavoorziening over de A13 en een stevig, inhoudelijk onderbouwd ontwerp, ook als dat betekent dat de fietsroute volgens een alternatieve route zal worden aangelegd en de overlangse kruising 'slechts' een faunavoorziening wordt; bij dit ontwerp de raad in ieder geval te informeren waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt, welke beperkingen golden bij het opstellen van het ontwerp, waarom wordt afgeweken van voorgeschreven afmetingen en wat de beoogde effecten zullen zijn voor de fauna rondom de A13; de resultaten actief uit te dragen naar de andere samenwerkende partijen en de MRDH, en een onderbouwd werkende faunavoorziening als eis mee te nemen in de verdere uitwerking van het plan,
en gaan over tot de orde van de dag." De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Waarom dit fietspad naar Rotterdam Alexander? Ik heb sterk de indruk dat een aantal ambtenaren van de Metropoolregio dachten: we moeten iets verzinnen wat over gemeentegrenzen heen gaat; laten we dus een project bedenken. Vervolgens komen er dan consultancyfirma's kijken: "Dit kan wel zus en zo." Ook de gedachte dat in Delft een brug aangelegd moet worden, is een slecht idee. Ze komen uiteindelijk met een resultaat: "Ja, dat is een goed idee; dat kan zo." Ik hoorde net over piepschuim. Dan komt de wethouder erbij: "Wat gaaf en wat mooi; het gaat nauwelijks ten koste van mijn eigen budget; prima, doen!" Vervolgens komt de teleurstelling, want dan krijg je die vervelende bewoners, die zeggen: "Niet doen, niet nodig, het kan anders en we zien het anders." Vervolgens zeggen die ambtenaren en de wethouders: "Prima, we doen het toch." Dan loopt het hier ergens spaak, want de volksvertegenwoordigers die uiteindelijk de afweging moeten maken, zijn er toch niet genoeg bij betrokken. Uiteindelijk komt het dan via via toch bij ons. Het is inderdaad wel aan ons medegedeeld, maar de heer Valk heeft daar zojuist al van alles over verteld. Nu pas komt het bij ons terecht.
Ik denk dat dit een van de nadelen is van het bestuur op afstand via die Metropoolregio, maar het is toch ook een omissie van het college, dat inderdaad beter eerder had kunnen zeggen: jongens, dit is het plan en dit ligt voor; wat vinden jullie ervan? Dan is het natuurlijk onze taak om kritisch te kijken en zo nodig tegen te houden of alternatieven te vinden. Dat het proces dan al zover is, vind ik geen argument, want dan had het eerder bij ons terecht moeten komen. Ik begrijp ook dat het, als het proces gaat zoals ik het zojuist beschreven heb, lastig is om je te verplaatsen in de zienswijze van anderen, zeker als iedereen in je directe omgeving het eigenlijk een leuk project en een goed idee vindt. Dan ben je niet kritisch genoeg meer. Dat leidt feitelijk tot een tunnelvisie: we gaan dat bruggetje nu eenmaal aanleggen; daar gaan 39
we gewoon voor. Ik ben bang dat dat hier ontstaan. Vandaar ons voorstel, naast een hoop andere voorstellen die wij ook gaan steunen: ga praten met betrokken partijen en kijk wat we kunnen doen, wat goede oplossingen zijn en hoe we dit beter kunnen inpassen. Is het inderdaad geschikt voor fauna of is dat helemaal niet het geval en moeten we dan een andere oplossing zoeken? Kijk er nog naar, inventariseer wat mogelijk is en ga niet als een denderende trein door op het spoor waarvoor gekozen is, want dan gaat het verkeerd. Vandaar onze motie. Door de fractie van de SP wordt motie 6.3.6 (Kennisstad Delft bouwt Delft-Rotterdam Alexander Fietsroute) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 4 april 2024 ter bespreking van de Metropolitane Fietsroute Delft - Rotterdam Alexander; constaterende dat: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
dit plan tot realisering van de Metropolitane Fietsroute Delft-Rotterdam Alexander (MFR) niet volledig is; in de totstandkoming van dit plan voorbij lijkt te zijn gegaan aan andere bestaande, wellicht significante relevante kennis en informatie voor het realiseren van een betrouwbaar alternatief; de realisering van dit plan grote niet acceptabele consequenties voor met name milieu en natuur met zich mee zal brengen; het tot nu toe niet zeker is of de MFR in relatie tot toekomstige arbeidsontwikkeling in de regio Delft-Rotterdam nodig is (toenemende automatisering, mechanisering en thuiswerken, en AI op alle arbeidsniveaus); het tot nu toe niet zeker is of als gevolg van de MFR significant meer Delftenaren de auto zoals gewenst zullen laten staan; er voldoende alternatieve fietsroutes tussen Delft en Rotterdam-Alexander bestaan;
overwegende dat: ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
dit plan waarneembaar verbeterd kan worden met nog niet aangewende maar bestaande kennis en informatie uit de Delftse gemeenschap (onder andere van de Natuurgroep Ackerdijk Puur Natuur); op grond van nog niet aangewende maar bestaande kennis en informatie uit de Delftse gemeenschap (onder andere van de Natuurgroep Ackerdijk Puur Natuur) acceptabele alternatieven kunnen worden ontwikkeld voor een fietssnelweg tussen Delft en Rotterdam-Alexander; een fietssnelweg tussen Delft en Rotterdam Alexander niet ten koste mag gaan van natuur en milieu; nog niet kan worden vastgesteld of toekomstige arbeidsontwikkeling in de regio DelftRotterdam tot (meer) gebruik van de MFR zal leiden is; het niet als vanzelfsprekend kan worden geacht dat als gevolg van de MFR meer Delftenaren de auto zullen laten staan; met aanpassingen van bestaande fietsroutes tussen Delft en Rotterdam Alexander het aanleggen van een snelle fietsverbinding tussen Delft en Rotterdam Alexander mogelijk moet zijn; de gemeenteraad meer informatie nodig heeft om tot een gewogen oordeel over de MFR Delft-Rotterdam te komen;
draagt het college op te onderzoeken tot welke veranderingen of aanpassingen de visie van Natuurgroep Ackerdijk Puur Natuur op het plan tot de MFR Delft-Rotterdam zal leiden indien deze visie in dit plan zou worden geïntegreerd, en hierover te rapporteren aan de gemeenteraad, 40
en gaat over tot de orde van de dag." De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter. Ik denk dat ik hier niet met de deur in huis val als ik zeg dat Hart voor Delft eigenlijk helemaal geen voorstander is van dat hele metropolitane fietspad; zo heb ik het uiteindelijk maar genoemd. Daar hebben we verschillende redenen voor. Ik kom straks bij de motie die we hebben gemaakt, maar ik heb eerst een paar opmerkingen. Ik heb samen met collega Sint opgemerkt dat in de vier betrokken gemeenten de besluitvorming op vier totaal verschillende wijzen heeft plaatsgevonden. Er was wel iets gemeenschappelijks, namelijk dat nergens enige vorm van participatie is toegepast. Vervolgens komen we bij een bijeenkomst die in alle haast door de gemeente Rotterdam is belegd, onder anderen voor de bewoners rond en op de Oude Bovendijk, die nog helemaal niet waren geïnformeerd over wat er zou komen. Daar werd door een ambtenaar van de gemeente Rotterdam gezegd dat het hele metropolitane fietspad wordt aangelegd voor ongeveer tussen de 600 en 800 mensen die dan verleid worden om uit de auto te gaan, wat ik op zich een goed plan vind, en ergens vanuit Delft naar Rotterdam Alexander te fietsen, heen en weer. Dan praat je dus over 800 mensen die erheen gaan en de volgende dag weer terug. Vervolgens trek ik dan de conclusie dat we een metropolitaan fietspad gaan bouwen voor 600 tot 800 mensen.
De teller staat nu op € 58 miljoen voor wat wij daaraan gaan uitgeven. Dat is de bijdrage van de gemeente en de bijdrage van de MRDH, die wat ons betreft gewoon nog steeds verschoven gemeenschapsgeld is. Dat komt dus uit op € 58 miljoen. Daarvoor gaan we een onnodige brug bouwen die nu al op € 27 miljoen staat en met de helft is afgeschaald. Ik heb alle raadsleden uiteindelijk een stuk daarover gestuurd met de problemen en de mogelijke gevolgen voor het vaarverkeer door de afschaling van de specificaties van de Gelatinebrug. We krijgen dus een halve brug voor twee keer zoveel geld. We krijgen een ecoduct, dat eigenlijk geen ecoduct mag heten, want ik heb begrepen dat die voor de oversteek van wild uiteindelijk minimaal 10 meter moet zijn als je er ook nog een fietspad naast wil leggen. En we gaan een asfaltpad aanleggen door een natuurgebied. Ik kijk ook naar de ideologie van de partijen in deze coalitie, die naar mijn idee heel erg klimaatadaptieve, natuurinclusieve, ecologische en circulaire gedachten hebben. Bij dit hele plan hoor ik over piepschuim, over een "ecoduct" dat geen ecoduct is, over een brug die we gaan bouwen voor € 27 miljoen voor maximaal 800 fietsers die daar twee keer per dag overheen gaan. Dan denk ik: wat een onzinnig plan is dit. De heer GOMMERS (STIP): De heer Koelewijn geeft vooral aan dat Hart voor Delft tegen de grote kosten van het pad aan loopt.
Als we deze verbinding wel zouden aanleggen, welk bedrag zou de heer Koelewijn daar dan wél voor overhebben? De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Als de heer Gommers namens STIP in overleg gaat met zijn coalitiepartijen en een plan maakt waarmee we het voor een derde van die prijs zouden kunnen doen, gaan we er nog eens over nadenken. Maar ik denk dat de focus dan beter kan liggen op de alternatieve routes die al door diverse partijen zijn genoemd en dat je je beter daarop kan richten. De heer GOMMERS (STIP): Dan concludeer ik uit uw antwoord dat het u niet gaat om de kosten, maar dat u deze fietsverbinding überhaupt niet wil. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Uit alle argumenten die ik zojuist al genoemd heb en die ik ook heb aangegeven in de stukken die ik naar alle raadsleden heb gestuurd, inclusief de schriftelijke vragen aan het college, blijkt naar ons idee duidelijk dat dit gewoon geen goed plan is. Het is een prestigeproject, dat er koste wat kost doorheen moet omdat het kan; tenminste, zo denk ik erover.
41
Dan onze motie. Hart voor Delft is van mening dat met name de grote projecten, waaronder dit metropolitane fietspad, in ieder geval een raadsbevoegdheid zouden moeten zijn. Waarom? Omdat we ook nog in gesprek willen met de achterban. We willen in gesprek met de betrokken inwoners van de stad, want hoe je het ook bekijkt en verschuift, het blijft gemeenschapsgeld van mensen die dat geld hebben ingelegd om goede dingen te doen. Ik denk dat het daarom gewoon geen goed plan is. Vandaar onze motie. De heer ANALIKWU (D66): In de motie van de heer Koelewijn wordt het verzoek gedaan om financiële investeringen voor te leggen aan de raad. Ik ben benieuwd wat de heer Koelewijn daarmee precies bedoelt, want wij besluiten in deze raad over de begroting en daarmee over de financiën. Dus wat wil de heer Koelewijn nou? De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Als de heer Analikwu mijn schriftelijke vragen had gelezen die ik hem heb toegestuurd … Daar staat het in principe allemaal in. Ik zou dus zeggen: kijk daar nog eens naar. Vragen aan de wethouder komen wellicht straks in de tweede termijn, maar ik wacht even de beantwoording door de wethouder af. Door de fractie van Hart voor Delft wordt motie 6.3.7 (Grote (infrastructurele) projecten zijn een raadsbevoegdheid) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 4 april 2024, constaterende dat: • • •
•
grote (infrastructurele) projecten in de vorige raadstermijn in de diverse kaderstellingen zijn vastgelegd, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van Schieoevers Noord; bij de meeste kaderstellingen in de vorige raadstermijn tevens ook gelijk de bevoegdheid, middels een delegatiebesluit, is overgeheveld naar het college; bij een aantal kaderstellingen, zoals het MPD 2040, in de vorige raadstermijn niet alleen de bevoegdheid, maar ook de begrotingen hiervoor zijn vastgesteld, terwijl financiën in deze raadstermijn tevens ook collegebevoegdheid waren waarop de huidige raad in de meeste gevallen geen budgetrecht meer kan toepassen; dit sterk afdoet aan het democratisch proces;
overwegende dat: • • • •
collegebevoegdheid bij grote (infrastructurele) projecten een te smalle (democratische) basis heeft om goede beslissingen te kunnen nemen; collegebevoegdheid alleen in uiterste noodzaak dient te worden toegepast; collegebevoegdheid een te smalle basis heeft om voldoende (publieks)participatie toe te passen; in dat kader 'de stad' er onvoldoende bij betrokken kan worden om voldoende draagvlak voor deze grootschalige projecten te creëren;
verzoekt het college: • •
grote (infrastructurele) projecten voortaan ter instemming aan de gemeenteraad aan te bieden en, indien juridisch nodig, daarna door het college te laten bekrachtigen; wijzigingen in de processen van grote (infrastructurele) projecten in het vervolg altijd aan de raad ter instemming aan te bieden,
42
en gaat over tot de orde van de dag." De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Ik heb van meerdere collega's begrepen dat wij als raad in de aanloop naar dit debat in een hoop stukken zijn gedoken uit het archief. Het verhaal begint wat mij betreft dan ook in 2009 bij de vaststelling door deze raad van het Landschapsontwikkelingsperspectief. Hierin is te lezen dat er oost-westverbindingen nodig zijn in de polders ten zuiden van Delft. De A13 wordt genoemd als barrière, en een doorgaande fietsroute in zuidoostelijke richting ten zuiden van Technopolis wordt gewenst. Ook wordt de realisatie van extra fiets- en voetgangersverbindingen over of toen ook nog onder de A13 genoemd. Wat D66 betreft was dit een duidelijke opdracht, zo duidelijk dat de ambtenaren er gerust mee aan de slag konden gaan voor verdere uitwerking. Op dat moment was de Metropolitane Fietsroute nog niet in beeld, maar dat maakt wat mij betreft niet zo heel veel uit. De Metropolitane Fietsroute en het ecoduct komen evenals de Gelatinebrug uit dezelfde wens voor meer oost-westverbindingen. Dat moet centraal staan. De Metropolitane Fietsroute vanuit de MRDH is in feite slechts een subsidiesystematiek om deze verbinding te realiseren. Dat brengt mij bij de motie van het CDA, die wat D66 betreft op een misvatting berust.
Er wordt namelijk de aanname gedaan dat het ecoduct er moet komen omdat de Metropolitane Fietsroute toevallig op die plek loopt. Als dat zou kloppen, is de redenering van de heer Valk sluitend, want dan zou het ecoduct weg te gummen zijn door simpelweg een andere route te kiezen. Maar u voelt het al aankomen: dat draait de zaken simpelweg om. Een extra verbinding over de A13 is al nodig, ook zonder de Metropolitane Fietsroute. Dat is in 2009 door deze raad ook vastgesteld in dat LOP. Maar door de route over de brug te laten lopen, maken we slim gebruik van de koppelkansen en de subsidiemogelijkheden die worden geboden door onze Metropoolregio. Dan de moties van de VVD en Hart voor Delft. Hierin lijkt de bevoegdheid van de raad volgens mij gewoon niet helemaal goed begrepen. De raad gaat namelijk over de begroting. Het dictum van beide moties zou daarmee aan onszelf gericht moeten zijn, want als er meer budget nodig is, moet het college daarvoor naar de raad, en niet andersom. Aan de motie van Volt ga ik iets meer woorden vuilmaken, want ik vind dit een ingewikkelde. Ik heb mijn twijfels daarover al overgebracht aan de heer Treffers. Ik wil er graag voor waken dat wij ons boekje te buiten gaan.
Wat D66 betreft is het heel belangrijk dat er voldoende gebruik zal worden gemaakt van de ecopassage, maar als wij hier nu zouden besluiten dat de passage moet verdwijnen, scheelt dat geen enkele euro op onze eigen begroting. Het ecodeel van de brug wordt namelijk betaald door de provincie. Het verlenen van een subsidie voor dit soort ecologische doelen valt onder de autonomie van de provincie. Daar moet de gemeenteraad van Delft niet tegen ingaan. Zo hebben we dat ingericht in ons Huis van Thorbecke. Deze motie druist daarom wat mij betreft in tegen het democratische ethos. Het zou eigenlijk logisch zijn als Volt deze punten inbrengt bij zijn fracties in de Provinciale Staten, net zoals D66 dat zal doen. Gezien de spreektijd wacht ik voor de overige moties het debat af. De heer TREFFERS (Volt): Die tip gaan we zeker oppakken. We hebben ook al contact met de provincie, maar tegelijkertijd geeft D66 aan dat het de ecologische verbindingen belangrijk vindt. Als er een ecologische brug komt en als de provincie daarvoor gaat zorgen, zijn wij helemaal blij. Wij kiezen er nu alleen voor om daar ook een fietssnelweg overheen te plaatsen. Wij zijn bang dat die daardoor ineffectief wordt. Hebben we daar niet wél wat over te zeggen? Daarom roept onze motie in tweede instantie op om te onderzoeken of dat echt nodig is.
De VOORZITTER: Meneer Analikwu, wilt u daarop reageren? De heer ANALIKWU (D66): Nee, ik heb gezegd wat ik wilde zeggen. 43
Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik snap heel goed dat het heel logisch verklaard is en ik snap dat we daar in principe ook hier voor zitten, maar we zitten hier ook voor het gevoel dat de inwoners hierbij krijgen. Zij zien een sloot aan gemeenschapsgeld gaan naar een oost-westverbinding, zoals u dat noemt, waar uiteindelijk misschien 600 fietsers op zitten te wachten, terwijl er twee halve dieren over dat fietsecoduct kunnen. Als u het zo bekijkt, is het dat dan waard? Moeten we daar dan nu op inzetten, ook kijkend naar de eigen financiële kas van Delft? Is dit nu waarop we ons zouden moeten focussen? De heer ANALIKWU (D66): Daarvoor verwijs ik terug naar het eerste deel van mijn betoog. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. Net als de heer Valk liepen ook wij in de voorbereiding van deze debatten tegen de fragmentatie van dit dossier aan. Zoals gezegd moeten we hier echt samen als raad en college mee aan de slag om in de toekomst te voorkomen dat we zo gefrustreerd raken in waar we onze informatie vandaan halen. Dat gezegd hebbende zal ik kort reageren op de voorliggende moties. Over de motie van het CDA over de alternatieven voor het fietsecoduct heb ik in mijn interruptie al gezegd dat er al wel degelijk een haalbaarheidsstudie is uitgevoerd, ook naar fietsroutes zonder het ecoduct.
Daarbij zijn wel degelijk meerdere routes bekeken, ook naar de Zwethtunnel en in de richting van de IJsvogel, naar Technopolis. We zien eigenlijk geen directe reden om opnieuw geld en ambtelijke capaciteit daarin te investeren. We zien die reden nu gewoon niet. We zien geen nieuwe informatie. Dit geldt ook voor enkele onderdelen van de motie van de SP. Daarom kunnen wij niet meegaan met deze beide moties. Wat het financieringsplafond betreft zijn we heel benieuwd naar het antwoord van de wethouder op de vraag van Volt. Daarnaast kan ik me voorstellen dat het ons als raad zou helpen als we in de jaarstukken, in de begrotingscyclus - eigenlijk gaan wij dus al over hoe we ons geld investeren - dat fietsecoduct apart kunnen zien. Dit staat nu niet in de motie, maar ik ben benieuwd hoe de wethouder naar dit punt kijkt. Dan de motie van Volt. Hierbij is volgens mij de vraag van belang of het doel van die brug een volwaardige faunapassage met daarbij een fietspad is óf een fietspad met daarbij ecologische voorzieningen. Voor ons is nog niet helemaal duidelijk wat het exacte doel is van dit fietsecoduct. Wat uiteindelijk het hoofddoel is, lijkt de hele tijd heen en weer te wisselen in de stukken. Daarop krijgen we graag een antwoord van de wethouder, want dat maakt wel degelijk uit voor wat de motie van Volt zegt. De heer TREFFERS (Volt): Dan wil ik toch het volgende meegeven.
Er waren twee doelen. Die zijn samengevoegd, waardoor ze allebei minder goed gehaald worden. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Zoals het plan nu is, met een strook van 3 meter, is de benaming "fietsecoduct" misschien niet helemaal passend. Het is eerder een fietsbrug met ecologische voorzieningen, maar is het ook zo bedoeld? We zien in het dictum ook dat Volt een geheel volwaardige faunapassage wil realiseren als dat niet samen met het fietspad kan. Dit is dus eigenlijk een verkapt initiatiefvoorstel voor een fietsecoduct over de A13. Dat gaat ons te ver. Daar kunnen wij niet in meegaan. De heer TREFFERS (Volt): Dat zou heel leuk zijn, maar we hebben er als raad fragmentarisch al heel vaak ja tegen gezegd dat daar een ecologische passage zou komen. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Dat afdwingen via zo'n motie vinden wij niet de juiste manier om dat te doen. Dat gaat echt te ver.
44
Tot slot: we staan wel achter de opdracht in het dictum om de ecologie in dit gebied serieus te nemen en om de ecopassage niet als iets interessants toe te voegen maar echt daadwerkelijk een hoogwaardige ecologische verbinding te maken. Dat gezegd hebbende wil ik, ook gelet op de tijd, voor de overige moties de reactie van het college afwachten. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Zoals in de commissie al aangegeven is de PvdA voor een fietsverbinding op deze plek. Wat ons betreft begint het verhaal dan ook al in 2005, gezien de in het Lokale Verkeer- en Vervoerplan uitgesproken concrete wens voor een verbinding. Dat is geen brief maar een uitvoerig door de raad vastgesteld plan, de voorloper van het MPD. Inmiddels praten we over het concreet worden van die wens. Dat roept weerstand op. Dat begrijpen we: een dergelijke grote ontwikkeling heeft effect op de directe woonomgeving van een aantal omwonenden. Maar in het grotere geheel zien we wel dat de A13-barrière geslecht dient te worden, iets wat na bijna twintig jaar toch wel hoog tijd wordt. Ook ecologisch gezien is de A13 een flinke barrière. Weliswaar zijn er een aantal kleine faunapassages onder de weg door, maar dit is simpelweg niet voldoende. De wens voor een bovengrondse passage snappen wij daarom heel goed.
De breedte van het ecoduct zien wij liever breder, maar wij hebben ook te maken met de realiteit: hoe breder het viaduct, hoe duurder. En het is nu al best wel duur. Wij snappen daarom heel goed de keuze om toch te zoeken naar wat wél mogelijk is. De Metropolitane Fietsroute moet meer mensen op de fiets krijgen en verleiden om de auto eens wat vaker te laten staan. Investeren in zo direct mogelijke verbindingen is dan ook essentieel. Niet voor niets kom je dit ook tegen in bijvoorbeeld de Mobiliteitsvisie 2040 van Lansingerland, die in januari 2022 is vastgesteld. Het uitgangspunt zou wat ons betreft moeten zijn dat er een veilige, aantrekkelijke fietsroute is waar het liefst helemaal geen autoverkeer mogelijk is of uitsluitend bestemmingsverkeer. Dan kort over twee moties. Over de motie met betrekking tot de alternatieven is volgens mij te concluderen dat er al alternatieven bestaan en dat het fietsgebruik niet echt om over naar huis te schrijven is. Wij snappen best de wens om te onderzoeken of verbeteringen mogelijk zijn, maar gezien eerdere discussies kan ik al raden dat uit deze alternatievenstudie bijvoorbeeld komt dat er diverse autoknips zouden moeten komen. Daar schieten we dan dus eigenlijk helemaal niks mee op.
Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Als die bestaande infrastructuur er ligt, waarom dan toch kiezen voor dat fietsecoduct? Gewoon waarom? De heer VAN DER STEEG (PvdA): Volgens mij zei ik direct daarna dat het huidige fietsgebruik al niet echt om over naar huis te schrijven is. De huidige alternatieven die er al liggen, zijn dus duidelijk niet aantrekkelijk genoeg. En zoals ik al zei, denk ik niet dat aanpassingen van deze alternatieven tot echt heel veel positieve resultaten kunnen leiden. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Maar het feit dat de fietspaden niet worden gebruikt, kan toch niet de reden zijn om te denken dat we dan maar een aantrekkelijker fietspad moeten maken? Dat kan toch nooit de insteek zijn? De heer VAN DER STEEG (PvdA): Fietsers houden nogal van een directe fietsverbinding. Die ontbreekt. In dit geval is het dus wél noodzakelijk dat er een directe hoogwaardige fietsroute komt. Ik ga kort in op de motie van Volt. Die vinden wij wel sympathiek, maar helaas zullen we haar waarschijnlijk niet steunen. Zoals ik zojuist en ook in de commissie al zei, ziet ook de PvdA idealiter een betere oplossing, maar omdat een Delftse bijdrage van een cent meer dan € 2,1 miljoen eigenlijk onacceptabel is, verwacht ik helaas niet dat dit haalbaar is.
De heer TREFFERS (Volt): Verwacht u dan ook niet van het college dat het zich wel inzet binnen de mogelijkheden, zoals de motie dat vraagt? 45
De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ik denk dat de motie op dit moment te ver gaat, zoals mevrouw Van der Vlist van de ChristenUnie al zei. Uiteraard hoop ik dat het college, mocht dat mogelijk zijn, zegt: we hebben een meevaller; laten we kijken of we het beter kunnen maken. Natuurlijk hoop ik dat. De heer TREFFERS (Volt): Welk deel van de motie gaat de PvdA te ver? De heer VAN DER STEEG (PvdA): Het gaat nu in die zin te ver dat u eigenlijk zegt: mocht het niet lukken, dan gaan we alleen voor een ecopassage en dan schrappen we het hele fietspad. Dat vind ik op dit moment echt te ver gaan. De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. Delft volwaardig verbinden met de regio is het doel van de fietsverbinding die we vanavond bespreken. De huidige routes die door sommige partijen, zoals het CDA, als alternatief gezien worden, liggen vier kilometer uit elkaar, zijn te smal, donker en onveilig. Dit hebben we zelf ondervonden toen we een lange fietstocht hebben gemaakt door dit gebied. Uit gesprekken met omwonenden en mensen die dagelijks gebruikmaken van de huidige route komt naar voren dat een alternatief zoals de Parallelweg langs de A13 voor fietsers zeer onveilig en dus geen volwaardig alternatief is. In de voorbereiding van dit debat zijn met en tussen raadsleden veel gesprekken gevoerd over de lange geschiedenis van dit project; dank aan de griffie en de wethouder voor de ondersteuning.
Dit project kent een lang verleden, wat het soms moeilijk maakt om het overzicht te behouden. Zoals net al genoemd waren er al onderzoeken in 2005 en 2009. De heer VALK (CDA): Ik ben benieuwd welke ondersteuning de wethouder gegeven heeft bij de voorbereiding van dit debat. De heer GOMMERS (STIP): De ondersteuning is simpelweg het terugkrijgen van antwoorden op vragen aan de wethouder. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik hoorde de heer Gommers zeggen dat de huidige fietspaden, onder andere door de Zweth, als onveilig zijn bestempeld, maar wat heeft STIP dan nu bedacht om dit nieuwe fietspad veilig te maken? Ik heb immers in Pijnacker-Nootdorp een motie gezien om de verlichting daar te regelen. Ik ben dus benieuwd wat het aandeel van STIP daarin is. De heer GOMMERS (STIP): Laten we ermee beginnen dat de alternatieven momenteel over een weg gaan waar je met de auto met 60 km/u langs mag rijden. Op het nieuwe fietspad, dat uiteindelijk maar een verbreding van de huidige fietspaden is, rijdt überhaupt geen auto. Voor het deel dat door Rotterdam gaat, zal Rotterdam nog een uitwerking moeten vinden. De onderzoeken zijn, zoals genoemd, al in 2005 en 2009 begonnen en in de tussentijd zijn verschillende experts druk bezig geweest met het uitwerken van deze route en het daarbij behorende prijskaartje.
Door de bijdrage van andere geldschieters hoeft Delft in totaal maar 12% van het totaalbedrag bij te dragen aan het fietsecoduct. De wethouder heeft over dit bedrag in de commissievergadering gezegd dit te zien als een maximum, wat de motie van de VVD dus overbodig maakt. STIP vertrouwt er dan ook op dat de wethouder deze budgettering meeneemt in de aanbesteding. Tot slot. Deze nieuwe fietsroute biedt een volwaardig alternatief voor het autogebruik, zodat Delftenaren in de toekomst niet in maar voorbij de files op de A13 zullen rijden. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. Laten we vooropstellen dat GroenLinks wil dat deze Metropolitane Fietsroute en groene route ook echt wordt doorgezet. Dat leidt tot een fijne fietsroute door het groen die extra helpt om mensen te verleiden om de auto te 46
laten staan. Tevens versterkt dit ons fijnmazig fietsnetwerk, wat essentieel is voor de mobiliteit en bereikbaarheid binnen onze regio. We zullen daarom tegen de motie over het onderzoeken van alternatieven voor het fietsecoduct stemmen. We delen in lijn met STIP de zorgen van OD over het piepschuim en we zouden net als Volt de ecologische verbinding tussen de twee natuurgebieden graag versterkt willen zien. GroenLinks is benieuwd hoe de wethouder tegen deze zorgen aankijkt. De andere moties steunen we niet. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. We hebben opnieuw een heel rijk debat met heel veel onderwerpen over de Metropolitane Fietsroute. Dat is heel goed, want het is echt een groot besluit om uiteindelijk een route te kunnen gaan leggen om vanuit het centrum van Delft met een aantal complexe schakels uiteindelijk Rotterdam te kunnen bereiken. Ik heb al een aantal keren gehoord dat de wens om veel betere oost-westverbindingen te krijgen, er al heel lang is. Dit is daar een mooie aanleiding toe. Onder anderen de heer Valk vroeg hoe ik terugkijk op het proces. Je ziet dat ruimtelijke ordening en processen rondom mobiliteit echt kwesties van een heel lange adem zijn.
De stukken kwamen hier al langs: in 2005, 2009 en 2018 waren er allemaal momenten waarop door de raad stukken zijn vastgesteld die allemaal een laagje hebben toegevoegd aan wat hier nu uiteindelijk is gestold als een fietsecoduct en de Gelatinebrug en wat we nu als een project zien. Maar zij zijn dus al bijna twintig jaar geleden gestart. We hebben gekeken, maar volgens mij liep helemaal niemand in deze zaal al in die tijd hier in de Delftse raad rond en kan dus niemand in deze zaal al die besluiten precies chronologisch zien. Als je dan terugkijkt hoe al die besluiten uiteindelijk zijn ontstaan, merk je ook dat er echt goede archivering nodig is, want in de eerste stukken stond het allemaal vooral nog op papier. Dan is de vraag ook een beetje hoe we dat allemaal terugvinden. Ik heb daar best een interessant gesprek over gehad, onder andere met de ChristenUnie, want we maakten ons ook wel een beetje zorgen: hoe zorg je nou dat al die informatie bij de raad beschikbaar is? Dan merk je ook dat er een samenspel nodig is. Hebben we als college voldoende aangegeven waar we op teruggrijpen aan beleid? Dat kunnen onze opleggers meegeven, maar vervolgens is het ook wel aan de raad om dossiers van belangrijke onderwerpen en misschien ook van belangrijke domeinen, zoals mobiliteit, goed bij te houden.
In het mobiliteitsmapje dat op NotuBiz staat, zit bijvoorbeeld helemaal geen Mobiliteitsplan, terwijl dat wel een heel belangrijk document is waar heel vaak op wordt teruggegrepen. Volgens mij hebben we daar met elkaar dus een actie te doen: hoe gaan we nou zo goed mogelijk al die besluiten die door de jaren heen zijn genomen, bij elkaar zetten, zodat je ze als raad goed terug kan vinden? Het is prima om daar technische en schriftelijke vragen over te beantwoorden, maar het zou natuurlijk heel prettig zijn als je dat heel makkelijk kunt vinden en als je, wanneer iets in een begroting wordt opgeschreven, ook kunt weten naar welk beleid dat allemaal verwijst. Want we hebben hier heel vaak documenten met elkaar. In een begroting zitten honderden besluiten verpakt. Daar grijp je dan elke keer op terug, maar misschien moeten we met elkaar wat meer tijd nemen om daar even rustig naar te kijken, zodat we zijn voorbereid als er grote besluiten langskomen.
In dat verband snap ik de heer Koelewijn ook wel: hebben we daar allemaal voldoende stevig ja tegen gezegd of hadden we daar meer met elkaar over moeten praten? Volgens mij hebben we daar dus echt met elkaar een taak te doen, want er zijn heel veel beleidsrijke stukken met heel veel besluiten, maar als college zien we net iets meer tijd en aandacht daarvoor als een punt waarover we met elkaar en zeker ook met de griffie nog een keer het gesprek moeten gaan voeren. Volgens mij is het raadsweekend daar een eerste moment voor. Ook in de moties zitten natuurlijk vragen verpakt. Een aantal raadsleden hebben aangegeven dat het voorliggende verhaal van de metropolitane route met de complexe schakels natuurlijk niet uit de lucht is komen vallen. Er zijn verschillende momenten geweest waarop afwegingen zijn gemaakt en waarop alternatieven zijn bekeken. Er is inderdaad bijvoorbeeld vanuit de recreatieve routes gekeken, maar is er ook bekeken wat hier vanuit ecologie haalbaar is. Dan zie je dat bijvoorbeeld een tunnel geen goede faunapassage gaat 47
opleveren. Een deel van de tunnels lag ook niet op een logische plek. De IJsmeestertunnel lag bijvoorbeeld niet aan de goede kant van Delft om uiteindelijk een mooie verbinding naar Rotterdam Alexander te maken. De Zwethtunnel voldoet niet aan de eisen van de MFR en viel dus ook af. Er zijn door de tijd dus echt afwegingen geweest die uiteindelijk hebben geleid tot waar we nu aan werken. Wat de goedkopere alternatieven betreft: volgens mij hebben we hier een heel mooi samenkomen van verschillende budgetten en verschillende subsidies. Het is natuurlijk niet beperkt geld, maar het geld dat we beschikbaar hebben, kunnen we hiermee zo goed mogelijk aan elkaar koppelen, waarmee we het grootste deel van onze doelen zo goed mogelijk bij elkaar weten te krijgen. De vraag in motie 6.3.5 van Volt is eigenlijk of het niet beter kan. Je ziet hier dat het beste een beetje de vijand is van het goede, want met wat we nu kunnen, kunnen we de doelen goed bereiken. Natuurlijk zouden wij het als college ook prima vinden als er een veel bredere passage zou komen, maar daar is op dit moment gewoon geen budget voor. Tegen de tijd dat we dat wellicht zouden hebben, is al het andere budget weer vervangen en hebben we uiteindelijk niks. De ecologen fluisteren mij ook in dat de fietsroute en de faunapassage prima samenkomen, omdat vooral in de avonduren en 's nachts passages plaatsvinden.
Dan zijn er niet zo heel veel fietsers die gebruikmaken van de route. Dat maakt dat het goed combineerbaar is. Natuurlijk zouden we het liever nog veel beter hebben willen doen, maar dit is gewoon een hele mooie en past ook goed binnen het budget dat we hebben. Met motie 6.3.2 wordt gevraagd of bij het budget dat wij hebben, een plafond mogelijk is. Op dit moment hebben we budget beschikbaar gekregen. Binnen die middelen kunnen we doen wat we over de MFR met de MRDH hebben afgesproken. Als blijkt dat we daar meer voor nodig hebben, komen we natuurlijk terug bij de raad. Dan kunt u ook gewoon nee zeggen. Dat hebben we overigens natuurlijk al een keer gedaan voor de Gelatinebrug. De raad heeft daarover een uitgebreid debat gehad en heeft er uiteindelijk voor gekozen dat die oostwestverbinding echt een belangrijke is om juist ook voor de fietser de stad goed bereikbaar te maken. Ik kijk verder naar de moties, allereerst de motie over het moeten uitvoeren van een milieueffectrapportage. Het gaat vooral om aanpassing van bestaande infrastructuur en om een aantal kleinere projecten om de missing links te maken. Dat maakt dat het niet groot genoeg is om er een milieueffectrapportage voor te maken. Dit neemt niet weg dat we in de informatiebrief het een en ander opgeschreven hebben over onderwerpen zoals biodiversiteit en de vraag of het een verantwoorde route is.
We zullen daarbij aansluiten bij de punten die zijn meegegeven, bijvoorbeeld vanuit de raad van Pijnacker-Nootdorp, zodat het zo goed mogelijk zal voldoen aan die eisen. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Het is Onafhankelijk Delft niet helemaal duidelijk. Wij kunnen dat als raad toch gewoon eventueel willen? Wat maakt dat dat niet zou mogen of niet zou kunnen? Wethouder HUIJSMANS: Je hebt een grondslag nodig om die effectrapportage te gaan doen. Dat is dus niet helemaal een vrije keuze. We hebben goed gekeken of er een reden is om dat te doen, want er zijn ook andere projecten. Bij de Schieoevers hebben we wel een milieueffectrapportage moeten maken, maar er zijn gewoon richtlijnen op basis waarvan je dat wel of niet hoeft te doen. Daar houden we ons dus aan, want het is best wel een groot en kostbaar traject. We willen dat wat dat betreft niet zomaar doen als dat niet nodig is. Dan motie 6.3.4, ook van Onafhankelijk Delft, over "de natuur heeft voorrang". Het is natuurlijk sowieso van belang dat we duurzame materialen gebruiken en dat we ook goed opletten welke impact materiaalgebruik heeft op wat we uiteindelijk gaan bouwen in de stad. Volgens mij heeft mijn buurvrouw al het nodige daarover gezegd: we willen dat circulair en 48
zo verantwoord mogelijk doen. Dat neemt niet weg dat we het moment nog niet hebben bereikt dat er al een ontwerp ligt. We gaan daar nog stappen in zetten. We zullen daar dus echt goed over nadenken, maar zoals de motie het nu neerzet, zou ik zeggen: dat doen we niet. Maar volgens mij zit de gedachte erachter gewoon in de wijze waarop we dit zullen uitwerken en is dit echt iets wat later nog zal komen. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Wat is dan volgens de wethouder de procedure? Kunnen we dan nog een keer op iets terugkomen in de zin van: we hebben erover nagedacht en we zetten nu alsnog de motie De natuur heeft voorrang in als het gaat om het gebruik van piepschuim? Voor ons is dit immers het moment om hierover na te denken en om hierop in te zetten. Wethouder HUIJSMANS: Het is een opmerking die wordt gemaakt over hoe het viaduct uiteindelijk wordt gemaakt. Daarbij hebben we ook gewoon vanuit het Bouwbesluit en vanuit allerlei richtlijnen te maken met datgene waaraan we moeten voldoen. Daar zullen we zeker aan voldoen. Een van de dingen is dat je niet een onnodige belasting van de natuur mag veroorzaken. Dat neemt niet weg dat er allerlei materialen zijn. Piepschuim hoeft niet per se heel slecht te zijn, maar intussen zijn er allemaal varianten die echt veel beter zijn. Daar maken we ook gebruik van.
Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): We zijn nogal ingrijpend bezig. Dan moeten we toch juist nu hierop inspringen? Ik wil hier nog één keer een reactie op. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik ben benieuwd of de wethouder niet het idee heeft dat ze te veel luistert naar consultants die haar vertellen dat piepschuim niet gevaarlijk is en dat zij daardoor niet een verdraaid beeld krijgt in plaats van zelf te analyseren en breder te kijken of dat wel klopt en of dat echt het geval is. Wethouder HUIJSMANS: Ik ga natuurlijk niet met alle consultants meebuigen. Dat lijkt mij ook zeker geen goed idee, want het ligt gewoon aan degene aan wie je het vraagt. Maar als er wetgeving is vastgesteld waaraan we ons moeten houden, zoals een Bouwbesluit, en als er allerlei zaken zijn vastgelegd voor hoe je met materialen moet omgaan, lijkt het mij dat we ons daar netjes aan moeten houden. Een van de uitgangspunten is ook dat het gewoon duurzaam, circulair en natuurinclusief is. Daar letten we ook gewoon heel goed op. De VOORZITTER: Meneer Van der Sluis, mag ik u erop wijzen dat u nog zeventien seconden heeft? De heer VAN DER SLUIS (SP): Er is ook een periode geweest waarin asbest gewoon mocht, terwijl dat volkomen onverstandig was. Ik zou dus niet blindvaren op wat er in de wet staat, maar gewoon kijken wat handig is. Piepschuim wordt niet zo vaak gebruikt en is gewoon een nieuwe techniek.
Kijk of dat echt onschadelijk is. Wethouder HUIJSMANS: Ik vind dit interessant. We hebben hier allemaal materiaaldeskundigen. Blijkbaar heb ik dus ook consultants in deze zaal, maar volgens mij is het op het moment waarop we de hele brug aanbesteden, sowieso van belang dat we gewoon aangeven dat we daarbij eisen meegeven. Volgens mij is al heel vaak vanuit de raad meegegeven dat we graag willen dat er zo verantwoord mogelijk wordt gebouwd. Volgens mij zijn dat heel goede uitgangspunten die u hier als raad al heeft meegegeven om te zorgen dat we een materialisatie kiezen die past bij de tijd waarin we leven en de zorg die we hebben om de natuur. Motie 6.3.6 van de SP zou ik echt willen ontraden. Daarin wordt het meedoen van een natuurgroep of bewonersvereniging meegegeven als zijnde een kader. Volgens mij zijn er een heleboel andere groeperingen die ook allerlei elementen meegeven. Ik zou er echt aan 49
willen vasthouden om hier met elkaar te bekijken wat het Delftse belang is en hoe we op de beste manier zorgen dat er een goede, ecologisch verantwoorde fietsverbinding komt. Daar zou ik echt graag vanuit de breedte en vanuit het algemeen belang naar willen laten kijken. Dat moeten we niet alleen laten afhangen van één groep bewoners die zich "Natuurgroep Ackerdijk Puur Natuur" hebben genoemd. Dat neemt niet weg dat er ook vanuit het debat in de raad van Pijnacker-Nootdorp en ook naar aanleiding van punten van deze groep zaken zijn meegegeven aan de raad. Die hebben geleid tot amendementen en moties. Daar waar we als gemeente Delft kunnen doorpakken, gaan we zeker met die elementen verder; dat heb ik ook in de raadsinformatiebrief laten opnemen. De laatste motie van Hart voor Delft, motie 6.3.7, zou ik echt willen ontraden, al was het alleen maar omdat de grote besluiten die we hier met elkaar nemen en die we als college in de raad neerleggen, altijd echt door de raad worden genomen. Het is dus niet zo dat wij een zodanig mandaat hebben meegekregen dat we zelf zomaar zouden kunnen besluiten over grote infrastructurele projecten. Daar hebben we echt altijd de besluiten en ook zeker het budget van de raad voor nodig. Daar komen we ook op terug.
Het lijkt me ook een vreemde vorm om het eerst door de gemeenteraad te laten besluiten en er dan vervolgens als college nogmaals een besluit over te nemen. Die motie zou ik dus echt willen ontraden. Met betrekking tot het punt achter de wijzigingen in processen van die grotere projecten denk ik wel dat we de raad goed moeten blijven informeren over wat er gaande is. Dat is ook de reden waarom er bijvoorbeeld op het moment waarop de Metropolitane Fietsroute weer een volgende stap gaat zetten, zeker een informatiebrief naar de raad komt, zodat er, als daar punten in zitten die daar aanleiding toe geven, altijd een moment is om ons daarbij met moties of op een andere manier het een en ander mee te geven. Dan zullen we dus sowieso recht doen aan de gedachte achter de motie, maar gezien de wijze waarop de motie is geformuleerd, zou ik de motie toch stellig willen ontraden. Volgens mij heb ik daarmee alle moties gehad. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ik zou graag een minuutje of vijf willen schorsen. De VOORZITTER: Ja, natuurlijk. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Meneer Valk had om de schorsing gevraagd. Hij krijgt dus het woord. De heer VALK (CDA): Voorzitter. In het antwoord van de wethouder hebben wij gewoon nul zelfreflectie gehoord. Het ligt allemaal aan processen, aan archieven en aan de raad.
Daarom dienen wij een motie van treurnis in over de gang van zaken. Dat doen we samen met de VVD, Onafhankelijk Delft en Hart voor Delft. De motie wordt nu op het RIS gezet. Door de fracties van het CDA, de VVD, Onafhankelijk Delft en Hart voor Delft wordt motie 6.3.8 (Motie van treurnis betrokkenheid raad bij dossier Fietsecoduct) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, bijeen op donderdag 4 april 2024 ter bespreking van het agendapunt Metropolitane Fietsroute, constaterende dat: -
het college van Delft in juli 2022 samen met de gemeenten Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland en Rotterdam en met de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH) een overeenkomst heeft getekend waarin de partijen zich verplichten tot de aanleg van een Metropolitane Fietsroute (MFR) van Delft naar Rotterdam Alexander; 50
-
de aanleg van een fietsecoduct over de A13 een onderdeel van deze overeenkomst is;
overwegende dat: -
-
-
-
de raad op dit onderwerp besluitvormend nooit goed in positie is gebracht, enkel bij het MPD (waarin overigens niet expliciet gesproken is over de bouw van een fietsecoduct over de A13, maar slechts de opmerking stond dat een goede directe (fiets)verbinding naar Berkel en Rodenrijs op dat moment nog ontbrak) en bij begrotingen (waar de financiële bijdrage aan het fietsecoduct verdekt was opgenomen als onderdeel van het totaalbedrag voor de Adaptieve Mobiliteitsagenda); in de Adaptieve Mobiliteitsagenda's en de raadsinformatiebrief over de samenwerkingsovereenkomst de indruk is gewekt dat het besluit over het fietsecoduct op die momenten nog niet definitief genomen was en dat de plannen afschaalbaar zijn als er te weinig budget is; uit de antwoorden op de schriftelijke vragen van het CDA blijkt dat inmiddels rekening wordt gehouden met een Delftse bijdrage aan het fietsecoduct van € 2,1 miljoen, een miljoen meer dan in de Adaptieve Mobiliteitsagenda 2021 stond; het college daarmee de financiële kaders heeft opgerekt in plaats van de plannen afgeschaald; de raad niet volledig in staat is gesteld om zijn controlerende, budgetterende en kaderstellende rol te vervullen;
betreurt het handelen van de wethouder in dezen, en gaat over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: Is er een tweede termijn? De heer VALK (CDA): Ja, ik wil nog iets zeggen. De VOORZITTER: Dan beginnen we nu met de tweede termijn. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ja, dit was alleen de terugkoppeling van de schorsing. Er wordt nu gesmeten met allemaal voorstellen die twintig jaar oud zijn. Die hadden dus ook in het MPD kunnen staan. Dat is nou precies het probleem. Daarin stond alleen dat ene cryptische zinnetje: "Er ontbreekt een fietspad." Als er inderdaad al twintig jaar besluiten lagen die blijkbaar onvindbaar waren, had dat daar dus moeten staan. Dat is ons verwijt ten aanzien van de hele procesgang. Je kunt dan niet pas aan het einde zeggen dat dat allemaal wel bekend was. Het probleem dat ik heb, is dat je je nu bij elke zin moet afvragen wat ermee bedoeld zou kunnen worden. Dat is niet de politiek die ik wil bedrijven. Ik wil een heldere documentatie. Als het college een fietsecoduct wil, moet dat er staan. Dat is het. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter. Toch nog een vraag aan de wethouder; dat had ik beloofd voor de tweede termijn. De Rekenkamer van Rotterdam heeft het democratisch gehalte van de MRDH onderzocht en kwam tot de conclusie dat dat gehalte erbarmelijk is. De Rekenkamer van Den Haag is eenzelfde soort onderzoek gestart.
Ik ben benieuwd hoe de wethouder hierin staat. Wil de wethouder hierop reflecteren, evenals op het ontbreken van enige vorm van participatie op dit dossier? De VOORZITTER: Meneer Treffers, u heeft nog twintig seconden. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Wij hebben een motie ingediend over de faunavoorzieningen, met als insteek dat van ons het ecoduct ook daadwerkelijk een ecoduct 51
moet worden. Ik heb helaas gehoord dat daar geen meerderheid voor is, maar in samenwerking met een aantal coalitiepartijen zou ik wel heel graag vragen om een toezegging: wat kan de wethouder met deze motie? Kan zij in ieder geval toezeggen dat zij zich hard zal maken voor meer dan een stukje groen of gras, zodat dit daadwerkelijk een evenwichtig onderdeel is met de fietssnelweg in plaats van alleen maar een groenstrook? Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. De motie van treurnis vinden wij in dit geval onterecht, omdat het college voortbouwt op beleid en plannen die er allang zijn en op een allang bestaande wens voor een oost-westverbinding. Daarnaast zijn we heel benieuwd hoe het ecoduct, zoals het nu genoemd wordt, echt ecologisch wordt. De VOORZITTER: Daarmee is ook uw tijd om. Althans, u heeft nog twee seconden. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft vindt dat dit grote plan met de meeste nevelen verhuld is en ziet graag dat een openbaar bestuur in alle openbaarheid handelt, omdat het zo transparant mogelijk behoort te zijn. Wij vinden dat dit hier zeker niet aan de orde geweest, zeker kijkend naar de subsidiekoppeling. We hebben ook niet teruggehoord hoe de wethouder daar verder in stond. Daarnaast horen wij ook nul zelfreflectie. We betreuren deze gang van zaken ten zeerste.
We vinden ook dat er niet genoeg geparticipeerd is. Zoals Natuurgroep Ackerdijk Puur Natuur ook aangeeft, moet dit besluitvormingsproces worden herzien. Daar staan we achter en daar blijven we achter staan. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Ik wil kort ingaan op de motie van treurnis. D66 wijt de gebrekkige informatiepositie aan de gebrekkige dossiers die door de raad zelf en door de griffie worden bijgehouden. Het is namelijk erg makkelijk om naar een ander te wijzen, maar we moeten ook als raad in de spiegel durven kijken. Daarom ga ik graag verder op dit onderwerp in tijdens het raadsweekend. De VOORZITTER: Ik heb van de griffier vernomen dat de motie inmiddels op het RIS staat, ondertekend en wel. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. Wij sluiten ons aan bij D66. Ik vind de motie van treurnis een beetje te ver gaan. We sluiten ons er ook bij aan dat we zelf de samenwerking van de raad, de griffie en het college over de informatievoorziening beter op orde kunnen hebben. Ook wij willen dit in het raadsweekend verder bespreken. Verder ben ik benieuwd of de wethouder een toezegging wil doen naar aanleiding van de vragen van Volt en of we als raad in het ecologische gedeelte goed meegenomen worden in het verdere proces en in de informatievoorziening. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter.
De heer Koelewijn vraagt mij om een reflectie te geven op de discussie over de democratische legitimatie die altijd weer speelt bij de MRDH. We hebben natuurlijk een adviescommissie. Er is daar een Delftse delegatie. Daar is bijvoorbeeld het verhaal over de Metropolitane Fietsroute op verschillende momenten langsgekomen. Wat dat betreft is het natuurlijk ook aan het gesprek dat de raad volgens mij elke RV met elkaar heeft over wat er speelt in de MRDH en wat daar op welk moment moet worden ingebracht. Volgens mij is dat dus een van de momenten waar je echt vanuit het democratische proces een heleboel mee kunt geven, want dat is ook het moment om de wethouder het een en ander mee te geven voor de besluitvorming die in de bestuurscommissie gaat plaatsvinden. Volgens mij heeft u dat zeer geregeld gedaan met betrekking tot tramlijn 1 of tramlijn 19, want ik heb echt meermaals punten vanuit de raad en vanuit de maatschappij - want we hebben ook van allerlei insprekers in de raad zaken meegekregen - meegenomen naar de bestuurscommissie. Volgens mij is het dus van belang om daar met het elkaar het gesprek over te voeren en ook te bedenken hoe de bestuurders - in dit geval ik - in die bestuurscommissie zaken kunnen meenemen. Dat doe ik 52
graag, want volgens mij is het heel goed om daar niet alleen ja, nee of amen te zeggen tegen alles wat langskomt. Dan de vraag van Volt of het mogelijk is om iets toe te zeggen over een zo goed mogelijke ecologische passage. Volgens mij kan ik aangeven dat we inderdaad niet voornemens zijn om daar alleen maar een strookje gras te maken, maar het lijkt me goed om dit te koppelen aan de vraag van GroenLinks om goed meegenomen te worden in wat er de komende tijd nog gaat gebeuren, want we krijgen nog een go/no go-moment over de totale route en we krijgen nog allerlei uitwerkingen. Door middel van een informatiebrief - ik hoop dat ik daarmee al een stap zet in de informatievoorziening, zoals de raad dat graag wil - zal ik dit ook richting de raad laten gaan, zodat de raad de mogelijkheid heeft om te zien of het allemaal goed gaat of dat er wellicht nog bijgestuurd zou kunnen worden. De VOORZITTER: Volgens mij ligt er nog een vraag van mevrouw Timmermans van OD over de informatieverstrekking over beide bruggen en de financiering. Kunt u de vraag herhalen, mevrouw Timmermans? Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik denk dat voor heel veel partijen in eerste instantie de correlatie niet duidelijk is geweest en dat ook veel partijen die dit college nu verdedigen, dit in eerste instantie niet in die zin hebben opgemerkt.
Ik ben heel benieuwd waarom dit zo verstopt naar ons is gebracht. Ik denk dat dit een van de redenen is waarom wij met z'n allen absoluut niet blij zijn met de gang van zaken. Wethouder HUIJSMANS: Er is natuurlijk wel het nodige gemeld over de Metropolitane Fietsroute. Er is op een gegeven moment, toen door de gemeenten een samenwerkingsovereenkomst zou worden getekend, ook een uitgebreide informatiebrief neergelegd. Dat is intussen wel een aantal jaren geleden, maar die stappen zijn werkelijk richting de raad meegegeven. Het klopt dat op dat moment nog niet helemaal helder is welke specifieke punten daar allemaal aan zitten, omdat dat nog allemaal uit te werken en niet voor niks complexe schakels zijn geweest, maar die stappen zijn wel meegegeven. Maar het lijkt mij goed om met elkaar het gesprek te voeren over wat voor informatie de raad nodig heeft om alle verschillende en vaak ook heel complexe en met allerlei elementen samenhangende stappen met elkaar te kunnen bespreken en te overzien. De heer VALK (CDA): Ik ga één voorbeeld geven. In de brief waaraan de wethouder refereert, stond dat er afgeschaald zou kunnen worden als er onvoldoende budget is. Het college heeft daar niet voor gekozen, maar heeft dat nooit gemotiveerd. Dat is precies waar het om gaat.
In een brief wordt de raad een perspectief gegeven in de zin van: maakt u zich geen zorgen; we nemen het besluit en er wordt misschien wel afgeschaald. Vervolgens wordt er een heel ander besluit genomen en wordt dat een beetje verstopt weergegeven in de begroting. Dat is precies waar het om gaat. Wethouder HUIJSMANS: Hier wil ik graag op reageren, want ten aanzien van de complexe schakel van de Gelatinebrug hebben we er nooit mistig over gedaan dat we daar niet gingen afschalen, omdat de budgetten die we nodig hadden, moesten worden verhoogd. Dat hebben we ook netjes bij de raad neergelegd. Voor het ecoviaduct hebben we op dit moment geen extra budgetten nodig bovenop wat we eerder al met elkaar hebben aangegeven. Er zou verwarring kunnen zijn ontstaan doordat we in de Adaptieve Mobiliteitsagenda op dit moment nog niet alle relevante kosten hebben meegegeven, omdat we een deel na 2028 nog verder zullen moeten invullen. Het klopt dus dat daar nog geen informatie over beschikbaar is. Dat is niet "verstoppen", maar nog niet te melden. De VOORZITTER: Ik wijs enkele mensen erop dat hun spreektijd echt voorbij is.