Concept-handelingen raadsvergadering 4 april 2024
Tekst van het document
Voorzitter: mevrouw J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart, burgemeester. Aanwezig zijn: de heer Analikwu, mevrouw Van den Berg, mevrouw Brussaard, de heer Cüppers, mevrouw Dijk, mevrouw Fung Fen Chung, mevrouw Gaal, mevrouw Gerritsen, de heer Gommers, mevrouw Grobben, de heren Herrema, Hombergen en Jaff, mevrouw Janssen, de heer Koelewijn, mevrouw De Koning (tot agendapunt 6.3), mevrouw De Leeuw, de heer Maruf, mevrouw Osepa, de heer Van Rijn, mevrouw Romeijnders, de heren Schuurman, Van der Sluis en Van der Steeg, mevrouw Stehouwer, de heer Stoop, mevrouw Timmermans, de heren Treffers en Valk, mevrouw Van Velzen, mevrouw Verduijn, de heer Visser, mevrouw Van der Vlist, mevrouw Voogt, mevrouw Wattel, mevrouw Wentink, mevrouw Wessels en de heer Van der Woerd. Aanwezige wethouders: mevrouw Gooijer, mevrouw Huijsmans, mevrouw Schrederhof, de heer Van Vliet en mevrouw Zwart. Raadsgriffier: de heer J. Mimpen. XX. Opening en mededelingen. De VOORZITTER: Dames en heren, eenieder van harte welkom bij deze raadsvergadering. Welkom aan alle leden van de raad, de leden van het college, de ambtelijke ondersteuning en de aanwezigen op de publieke tribune. Zeer welkom! Ook van harte welkom aan alle mensen die vanuit huis met ons meekijken en meeluisteren. Dat kan via onze eigen webcast of via Omroep Delft. Zeer welkom! Een bijzonder welkom aan mevrouw De Koning van Hart voor Delft.
U bent weer in ons midden. Dat is heel fijn. (Applaus) U had gevraagd om even het woord te mogen voeren. Daar geef ik graag even ruimte voor. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag iedereen bedanken voor de aandacht die ik heb gekregen in de vorm van kaarten, bloemen, telefoontjes, fruitmanden en een boek. Ik was daar heel erg door verrast en het heeft me ook heel erg gesteund, omdat je toch voelt dat dit een familie is. Dank jullie wel! (Applaus) De VOORZITTER: Dat is fijn om te horen. We discussiëren op het scherpst van de snede, maar we gaan hier in een heel goede harmonie met elkaar om. Het is mooi om te horen dat dat op zo'n moment ook zichtbaar wordt. Heel fijn, dank u wel. En nogmaals een buitengewoon welkom. Ik heb begrepen dat u het nog wel even rustig aan doet en dat het vooral luisteren wordt, maar ook dat moet gedaan worden in deze raad. Het gaat om spreken én luisteren. U doet daarmee dus volledig mee. Er is een afmelding ontvangen van mevrouw De Jongh Swemer. Zij moest zich helaas afmelden. Daar nemen wij kennis van. Eventuele hoofdelijke stemmingen beginnen vanavond bij stemnummer 22. Dat is mevrouw Romeijnders. XX. Vaststellen agenda. De VOORZITTER: Er is een nagekomen motie van de heer Koelewijn bij agendapunt 6.3. Die staat inmiddels keurig op het RIS; dat is helemaal geregeld. Motie 6.3.3 is in de laatste regel aangepast.
Wilt u daar extra attentie aan geven? Verder zijn alle moties ontvangen, verspreid en opgenomen in het RIS. Ze zijn inmiddels ook ondertekend en maken daarmee deel uit van de beraadslaging. 1
Inmiddels is bekend geworden dat er geen moties of amendementen ingediend worden bij agendapunt 6.1, het voorstel van het college aan de raad inzake toekomstbestendigheid van de kinderboerderijen Delft en de renovatie van de waterspeeltuinen. Stemt iedereen ermee in dat dit onderwerp wordt verplaatst naar de hamerstukken? De VVD heeft reeds aangegeven straks bij de hamerstukken een stemverklaring af te willen leggen. Ik constateer dat de raad daarmee instemt. De agenda wordt aldus gewijzigd vastgesteld. Het fractievoorzittersoverleg stelt voor om een totale spreektijd aan te houden van 2,5 uur. Dit betekent 11 minuten per fractie en 33 minuten voor het college. Normaal gesproken zou de tijd iets verkort zijn, maar er was een verzoek vanuit Hart voor Delft om de lengte toch te behouden alsof er meer agendapunten zijn. Tegelijkertijd hebben we met elkaar afgesproken dat dit een uitzondering zal zijn en dat we in principe de lijn hebben: zoveel minuten per agendapunt. Ik zie de voorzitter van het presidium gelukkig van harte knikken. Die vuistregel gaan we verder hanteren. Dat is de dubbele afspraak die we met elkaar hebben gemaakt en die voor de toekomst wordt gegarandeerd. XX. Vaststelling van de wijze van afdoening van ingekomen stukken van week 9 van tot en met week 12. Besloten wordt overeenkomstig de behandelvoorstellen. XX.
Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 7 maart 2024. De Handelingen worden ongewijzigd vastgesteld. XX. Besluitvorming hamerstukken. INVOEGEN HAMERSTUKKEN De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. De waterspeeltuinen van Delft zijn wat de VVD betreft van grote waarde voor de stad. Het college vraagt ons nu met spoed € 500.000 toe te zeggen. Als we vanavond besluiten om het ecoduct over de A13 niet te realiseren, zouden we dit bedrag meteen willen toekennen. Wat ons betreft moeten de waterspeeltuinen veel hoger geprioriteerd worden dan het ecoduct. Er lag een hele mooie kans om dekking te vinden uit het Fonds 2040. Hier is ook een positief advies over gegeven, maar het geld blijkt er niet te zijn. Gisteren heeft het CDA hierover schriftelijke vragen gesteld, want ook hier ziet het er weer naar uit dat de raad slecht is geïnformeerd. Maar goed, afrondend: met deze kanttekeningen stemmen wij in met de nu benodigde investeringen in de waterspeeltuinen van Delft. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Aansluitend bij hetzelfde punt: ik had inderdaad een amendement aangekondigd om de dekking uit het Fonds 2040 te halen, maar bij het technisch bestuderen kwamen we er inderdaad achter dat al het geld inmiddels geoormerkt is. Zoals mevrouw Van den Berg zei, heb ik daar schriftelijke vragen over gesteld.
We wachten de antwoorden daarop af, maar dit mag natuurlijk niet ten koste gaan van de waterspeeltuinen. We zullen dus toch voorstemmen, maar ik had het liever anders gefinancierd gezien. Met inachtneming van de stemverklaringen worden de voorstellen van de hamerstukkenlijst zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen. 2
De VOORZITTER: Dat is heel mooi en goed voor de speeltuinen en de watertuinen. XX. College van B en W - Vaststelling Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023 (nr. 2403034). De VOORZITTER: Gelet op de moties en de eerste indieners geef ik het woord aan mevrouw Van den Berg van de VVD. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Zoals u inmiddels misschien weet, is de Delftse VVD er voor de autobezitter, maar ook voor de ov-gebruiker, de voetganger en de fietser. We hebben grote moeite met hoe dit college auto's en autobezitters neerzet als iets wat bijna per definitie slecht lijkt. We hebben met elkaar ruimte te maken voor verschillende modaliteiten. Daar hoort ook de auto bij, net als de fiets, de bus of de tram. Sommige Delftenaren kunnen nu eenmaal niet zonder een auto; denk alleen al aan onze inwoners die slecht ter been zijn. Bij het lezen van deze beleidsregels is zelfs voor een relatief op afstand staande Delftenaar meteen duidelijk dat deze gemeente niet van auto's houdt. Wat veel minder duidelijk is, is waarom het college dit document niet aan onze raad heeft voorgelegd om voor de afstemming van het college met elkaar het goede debat te kunnen voeren over wat deze beleidsregels eigenlijk zouden moeten zijn. Gezien de impact van deze regels zou dit ons inziens een raadsbevoegdheid moeten zijn, geen collegebesluit.
In de commissievergadering konden veel andere partijen zich daar goed in vinden. De heer ANALIKWU (D66): Ik heb een stukje teruggekeken van eerdere debatten in de raad. Ik ben benieuwd waarom de VVD in 2021, toen het college de Parkeernota wijzigde, en bij de vaststelling van de nota Parkeren in 2018 niet deze zelfde bezwaren aanhaalde over de raadsbevoegdheid. Zijn de principes van de VVD soms afhankelijk van de vraag of ze in de coalitie zit of niet? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik denk dat die vraag te verwachten was vanuit D66. Wij proberen aandacht te hebben voor de verschillende gebruikers en de verschillende modaliteiten in de stad. We willen altijd met oog voor maatwerk kijken wat er nodig is en we willen ook het goede debat kunnen voeren over wat voor de autobezitter nodig is in combinatie met die andere modaliteiten, dus ook de fiets, ook de tram en ook degenen die misschien te voet de stad in willen lopen. Wij hebben bij het lezen van dit stuk het idee dat het wegjagen van auto's min of meer het hogere doel is geworden. Daar hebben we heel veel moeite mee en daarom zitten we nu wat scherper in de wedstrijd dan u doet vermoeden ten aanzien van vorige debatten. De heer VAN DER STEEG (PvdA): De VVD zegt dat zij er is voor alle modaliteiten.
Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid geeft in zijn onderzoek naar parkeren aan dat het een afweging is tussen leefbaarheid en bereikbaarheid. U zegt er bovendien te zijn voor alle Delftse mensen; dat is het tweede punt. Slechts ongeveer de helft van de mensen in Delft heeft een auto. Zegt u dus eigenlijk dat u de leefbaarheid voor de helft van de mensen die geen auto heeft, ondergeschikt vindt? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik kan mij de commissievergadering hierover herinneren. Ik kan mij ook herinneren dat de discussie eigenlijk niet gaat over het weren van autobezitters, maar over de ruimtevraag. De wethouder gaf toen aan dat we twintig voetbalvelden nodig hebben als we de huidige parkeernormen willen hanteren voor de nieuwe bouwontwikkelingen. Ik mis dat in uw verhaal. Oké, de VVD is voor de autobezitter, maar is de VVD dan tegen het creëren van betaalbare woningen in Delft? Want dat is natuurlijk de reden waarom we die parkeernormen naar beneden halen.
3
Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik beantwoord beide vragen ineen, want ze gaan heel erg over het zoeken naar de balans in de toch wel hele drukke stad die we inmiddels aan het worden zijn. Dat voelt de VVD natuurlijk helemaal mee, maar uiteindelijk moet het vooral een instrument zijn om de stad leefbaar te maken. We moeten met elkaar nadenken over hoe we de stad inrichten. Soms is dat een parkeerplek, omdat het heel fijn voor mensen is om hun auto enigszins in de buurt te hebben staan. De andere keer is het inderdaad een andere afweging en moeten we met elkaar nadenken over een goede busbaan of een goede tramverbinding. We moeten met elkaar nadenken over hoe we de stad inrichten. Dat gaat inderdaad ook heel erg over de vraag hoe leefbaar we het houden in de stad. Maar ik vind dat deze raad eigenlijk veel te veel gefocust is op het wegjagen van de auto's als doel op zich. Daar zijn we fel tegenstander van. Daarom zullen we in alle debatten hierover altijd ook de autobezitter in ieder geval een kans geven om zich te laten horen. De VOORZITTER: U lokt het een en ander uit, mevrouw Van den Berg. De heer ANALIKWU (D66): Natuurlijk. De VVD doet graag alsof er heel erg gestuurd wordt met deze parkeernormen, maar je zou het juist ook kunnen zien als het volgen van een trend. Bijvoorbeeld bij de nieuwe torens bij De Hoven werd per woning 0,45 parkeerplek afgenomen.
Daar hebben we dus extra parkeerplekken laten realiseren die niet worden gebruikt. Wat vindt de VVD van die ruimteverspilling? De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Ik wil mevrouw Van den Berg aanvullen. Een tijd geleden kwam ik in een commissievergadering met een document van de rijksdienst voor mobiliteit, waarin stond dat het autobezit en het autogebruik iets afnemen, maar nog licht stijgen. Daar heb ik wethouder Huijsmans toen mee geconfronteerd. Toen heeft de wethouder gezegd: "Voor Delft hebben wij als college andere keuzes gemaakt". Dat uit zich nu dus in wat er allemaal voorligt. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Wat de vraag van de heer Analikwu betreft: elke wijk vraagt om maatwerk. In dit stuk met beleidsregels wordt eigenlijk generiek per definitie overal gekozen voor een lagere parkeernorm, zonder oog te houden voor de vraag waar dit misschien hartstikke passend is en waar dit misschien helemaal niet heel praktisch is. De VVD staat ervoor dat we juist per wijk, per buurt, per straat goed kijken wat nodig en mogelijk is en dat we op basis daarvan onze keuzes maken in plaats van die ene generieke maatregel over de hele stad uit te spreiden. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Dan vraag ik de VVD voor welke wijk zij zich er zorgen over maakt dat het daar misloopt met deze generieke maatregel. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De binnenstad.
Ik ga naar het proces; over de inhoud heb ik al voldoende gezegd en beantwoord. Gelukkig konden in de commissievergadering heel veel andere partijen zich vinden in onze mening over dit proces. Dit zou eigenlijk geen collegebevoegdheid moeten zijn. We zijn nu min of meer geconfronteerd met een besluit van het college. Daar hebben we maar ja tegen te zeggen en dan gaan we weer over tot de orde van de dag. Volgens mij heeft menige fractie ons in de commissievergadering daarin ondersteund. Wij willen dat wij hierover als raad het debat kunnen voeren, de inhoud echt met elkaar kunnen bespreken en met moties en amendement kunnen nadenken over wat we wel of niet willen doen met die beleidsregels. In dat kader dienen we in ieder geval met alle oppositiepartijen een motie in. De coalitiepartijen hebben het nog niet aangedurfd om mee te denken en de motie mede in te dienen, maar ik hoop dat ze allemaal doorhebben dat we hier echt een raadsbevoegdheid van zouden moeten maken en dat wij ons niet te veel moeten laten leiden door wat het college toevallig besluit. Ik hoor graag de reacties van de andere fracties. 4
De heer ANALIKWU (D66): Ik kan het toch niet laten. Er is volgens mij in de afgelopen dagen een hoop gebeurd in de motie van de VVD. Het gaat onder andere over de term "ter instemming". Ik ben daarom benieuwd hoe mevrouw Van den Berg deze motie heeft bedoeld, want als zij in eerdere contacten heeft gezegd dat het eigenlijk gaat om een soort bevestiging dat wij kunnen sturen vanuit de raad en dat het vervolgens nog bij het college komt voor de formele, juridisch noodzakelijk bekrachtiging, klinkt dat toch wel wat "zwakker" dan wanneer mevrouw Van den Berg zegt dat het een raadsbevoegdheid moet zijn. Ik ben dus benieuwd welke van die twee smaken het is. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Een terechte vraag, denk ik. Over de term "ter instemming" hebben we in de voorbereiding op dit debat best wel wat gesprekken gevoerd. Het hogere doel van deze motie, samen met mijn mede-indieners, is dat we in ieder geval als raad de mogelijkheid willen hebben om hierover het gesprek te voeren en met elkaar hierover in discussie te gaan voordat dit besloten wordt. Ik heb begrepen dat beleidsregels hier in Delft altijd formeel bekrachtigd moeten worden door het college. Dat lijkt mij prima, maar nu zijn we er min of meer na de vaststelling door het college slechts mee geconfronteerd. Dat wil ik in de toekomst voorkomen. Het liefst zou ik dat zelfs gewoon met dit stuk willen.
Ik wil dus heel graag echt met de raad het debat aangaan voordat we met besluiten van het college worden geconfronteerd. Als er toevallig nog rechtskracht nodig is die om een collegebesluit vraagt, vind ik dat prima, maar wij moeten in elk geval onze positie kunnen pakken. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Dan heeft de ChristenUnie ook een vraag over het woord "instemming": wat wordt daar precies mee bedoeld? Dat klinkt immers als alleen maar goedkeuren, terwijl de ChristenUnie dit zo leest dat er vooral oordeelsvorming bedoeld wordt, zodat je daarmee naar de raad kan voor moties en amendementen. Dus graag een reflectie van de VVD hierop. De heer HERREMA (GroenLinks): Eén ding is mij nog niet helemaal duidelijk. De SP is eigenlijk de enige partij die op de inhoud moties indient. Zij is het duidelijk niet eens met het beleid, maar de VVD zie ik op inhoud geen moties indienen. Wat is het idee daarachter? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Wederom twee scherpe vragen. Inderdaad kan "oordeelsvorming" prima een vervangende term lijken, maar alleen als we dat zo lezen dat oordeelsvorming hoort in de fase die voorafgaat aan die vaststelling door het college. Feitelijk doen we vanavond immers ook aan oordeelsvorming, maar in dit geval over een stuk dat het college al heeft vastgesteld.
Dat is dus de nuance waarover ik het college graag wil bevragen: wat vindt het college daarvan? Dan de vraag van de heer Herrema. Als u de eerste bullet van het dictum leest, zult u begrijpen dat wij hoopten dat met de vaststelling van deze motie dit stuk eigenlijk weer terug naar de tekentafel gaat en dat we dan het debat als raad kunnen voeren. Dan loont het niet om vanavond allerlei inhoudelijke moties met elkaar te bespreken. Vandaar dat wij nu ingezet hebben op het proces en wat minder op de inhoud. Door de fracties van de VVD, het CDA, Onafhankelijk Delft, Hart voor Delft en de SP wordt motie 6.2.1 (Wijzigen van parkeernormen is een raadsbevoegdheid) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft in de vergadering van donderdag 4 april 2024 bij de bespreking van de Beleidsregels Parkeernormen 2023. Wij stellen vast dat: -
het college van B en W de Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023 heeft vastgesteld; 5
-
-
in deze Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023 een wijziging wordt vastgelegd voor hoe de gemeente omgaat met fiets- en autoparkeren bij bouwontwikkelingen, namelijk van faciliteren naar sturen op parkeren; beleidsregels voor parkeernormen in andere gemeenten, zoals Den Haag en Rotterdam, ter vaststelling aan de raad worden aangeboden.
We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -
-
de Beleidsregels Parkeernormen 2023 impact hebben op het parkeren in de gemeente Delft, waar onze bewoners en de gemeenteraad zich nog niet over hebben kunnen uitspreken; weliswaar in het Mobiliteitsplan Delft 2040 als wens is gesteld dat de parkeernormen lager worden, maar niet wat 'lager' is en welke invulling dit precies moet krijgen.
Wij vinden dat kaderstellende documenten met een dergelijke impact altijd ter instemming aan het hoogste bestuursorgaan van de gemeente voorgelegd dienen te worden, namelijk de gemeenteraad. We geven het college opdracht om: -
-
de Beleidsregels Parkeernormen 2023 ter instemming aan de gemeenteraad aan te bieden, uiterlijk vóór het zomerreces van 2024 (en indien juridisch nodig daarna door het college te laten bekrachtigen); wijzigingen in de Beleidsregels Parkeernormen in het vervolg altijd aan de raad ter instemming aan te bieden,
en we gaan over tot de orde van de dag." De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. De bevoegdheid om hierover te beslissen, ligt nu bij het college, maar dit geval toont aan dat het college niet goed met die bevoegdheid kan omgaan. Het is prima als je zelf hier en daar een beleidsregel verandert, maar dit is een hele structurele en echt beleidsveranderende maatregel. In dat geval moet je toch de verantwoordelijkheid voelen om dat aan de raad voor te leggen. Als dat niet gebeurt, moet de raad ingrijpen en zeggen: blijkbaar kunnen we dat het college niet meer toevertrouwen. Maar tot zover de procedure. Ik denk dat niemand in Delft geïnteresseerd is in wie een besluit neemt. Mensen zijn meer geïnteresseerd in wat het besluit daadwerkelijk behelst. Het komt erop neer dat het beleid voor betaald parkeren en de parkeernormen vroeger was: we zorgen ervoor dat er genoeg plaats is voor alle auto's om te kunnen parkeren, zodat we dat dan mooi kunnen regelen met betaald parkeren. Maar in de loop der tijd zijn we ons gaan realiseren dat dat helemaal niet kan, want die plaatsen hebben we gewoon niet voor al die auto's. Wat dat betreft is het beleid dus gewoon gewijzigd: in plaats van te proberen om genoeg parkeerplaatsen te bouwen zijn we ertoe overgegaan om de parkeernormen te verlagen. De parkeernormen zijn dus in het verleden verlaagd.
We hebben buurten gebouwd en projecten gestart waar zelfs geen parkeerplaatsen kwamen of waar we andere beperkingen hebben opgelegd. Dat hebben we steeds wijk voor wijk, buurt voor buurt en project voor project gedaan. Als we heel eerlijk zijn, is het resultaat van dit beleid nog niet duidelijk. We gaan dit in de toekomst waarschijnlijk ook doen. Bij heel Schieoevers gaan we dat natuurlijk heel anders indelen. We hebben dat natuurlijk al wel gedaan bij Nieuw Delft, maar het is nog niet helemaal duidelijk hoe dit allemaal uitpakt. Daarnaast zijn er een aantal maatregelen geprobeerd, bijvoorbeeld met betrekking tot deelmobiliteit, en willen we ook het openbaar vervoer steeds verbeteren. Daarvan hebben we gezegd dat we dat beter op de langere termijn kunnen doen, want dan kunnen we daar goed over nadenken. Dat is allemaal prima, maar we zijn nog niet zover. We hebben die resultaten nog niet en we weten niet hoe het gaat lopen. De reactie van het college is nu 6
zo'n beetje: we willen door, door, door en meer, meer, meer, met nog meer auto's pesten. Zo zou ik het toch zeggen. Daarom wordt de volgende stap genomen: we gooien het om en we gaan van een minimumnorm naar een maximumnorm. Volgens mij is dat gewoon een stap te ver. Om het voor iedereen duidelijk te maken en om het maken van een keuze te vergemakkelijken, heb ik de opties gewoon op een rijtje gezet. Ik dien vier moties in. Iedereen kan kiezen: waar sta ik nou als partij? De eerste optie is: we draaien alle wijzigingen van het college gewoon terug. Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik daar zelf niet voor ben, maar het is een optie. Als een partij dat graag wil doen, stem dan dus voor optie A. De tweede optie is: we verlagen de normen wel, maar we gaan niet de wisseling maken van een minimum- naar een maximumnorm. Dat zou mijn favoriete optie zijn. Die motie is dus van harte aanbevolen. Optie C is: we doen die wisseling van minimum naar maximum wel, maar alleen in gebieden waar al betaald parkeren is, zodat we niet de hele stad daarmee beïnvloeden. Daar zou ik ook voor zijn, maar ik vind optie B beter.
Voor de partijen die zeggen "het is prima wat het college doet en wij vinden het allemaal goed", heb ik hun standpunt als volgt samengevat: lekker bezig; betaald parkeren in de hele stad, en in deze stad is er geen plaats voor huishoudens met meer dan één auto, ook al is dat voor werk of privé; dat maakt ons niks uit. Ik vraag alle partijen om een eerlijke keuze te maken. De VOORZITTER: Dat roept enige vragen op. Ik zie veel reacties die uitstralen: dit gaat heel erg hard. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik zie regelmatig uit naar debatten met de SP, want die is origineel, zeer wakker en scherp. Daarvoor hartelijk dank, ook voor deze multiple choice. De vraag van de ChristenUnie aan de SP is: ware het, gezien deze keuzemogelijkheid, niet beter om met een initiatiefvoorstel te komen? Dan kunnen we het goed over deze opties hebben. Hoe reageert de SP daarop? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Volgens mij worden er toch weer dingen door elkaar gehaald, namelijk parkeervergunningen en parkeernormen. De vraag is of je voor alle huizen meerdere autoplekken moet reserveren of gaan bouwen. Of maak je daarin een balans in de zin van: er zijn er misschien een paar die er meer nodig hebben, maar de meeste mensen niet. Dan kan de norm dus naar beneden.
Heeft de SP dat misschien door elkaar gehaald? Mevrouw WENTINK (STIP): Ik ben benieuwd waarom de SP moties indient waar zij zelf niet achter staat, zoals ik begrijp bij optie D. Bij optie D staan ook best wel wat suggestieve dingen. Vanavond wordt ook bekeken of de parkeernormen eerst langs de raad kunnen gaan. Dan kan de SP alles aanpassen wat zij wil. Wat voegt deze motie dan toe? De heer VAN DER SLUIS (SP): Waarom geen initiatiefvoorstel? Dit is blijkbaar een collegebevoegdheid. We gaan er dus niet over. Dit is een manier om het alsnog op de agenda te krijgen; dat zeg ik ook tegen STIP. Op deze manier kunnen we het dus toch bespreken, hoewel het eigenlijk een collegebevoegdheid is. Ik heb daarom moeten samenvatten wat het collegebeleid eigenlijk is. Het is jammer dat het college dit zelf niet heeft gedaan. Als het college het zelf had voorgelegd, had het zijn eigen woorden kunnen kiezen. Dat heeft het college helaas niet gedaan. Ik heb dat dus moeten doen. Ik geef toe dat ik een bepaalde blik op dit beleid heb. Misschien is het dus wat gekleurd, maar zo is het nu eenmaal. Wat de vraag van Volt betreft over het verschil tussen normen en betaald parkeren: we hebben het er in de commissievergadering uitgebreid over gehad hoe het aanpassen van de normen leidt tot betaald parkeren in de hele stad. De wethouder heeft toen bevestigd dat dat op termijn zo werkt.
Daar wil ik dus niet meer al te veel woorden aan vuilmaken. 7
De VOORZITTER: Bent u klaar met uw betoog? De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik had nog een afrondende zin, maar volgens mij is het duidelijk. De VOORZITTER: Het mag gerust, hoor! U heeft gewoon een bepaalde tijd. Straks is die op. Dan is het ook weer helemaal goed. Door de fractie van de SP wordt motie 6.2.2 (Parkeerbeleid meerkeuzeoptie A: terugdraaien) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 4 april 2024 ter bespreking van de vaststelling Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023, constaterende dat: • • • •
het college van B en W de parkeernormen in Delft heeft aangepast, zodat er bij bouwprojecten niet meer een minimumaantal parkeerplaatsen geëist wordt, maar een maximum; de normen tegelijkertijd verlaagd zijn; de wethouder heeft bevestigd dat dit beleid in theorie er op termijn toe leidt dat in de hele stad betaald parkeren wordt ingevoerd; het ook voor deze wijzigingen van de parkeernormen al mogelijk was om bij specifieke bouwprojecten beperkingen te stellen aan het aantal parkeerplaatsen;
overwegende dat: • • • • •
de gemeenteraad ooit heeft ingestemd met het instellen van betaald parkeren, in de veronderstelling dat tegelijkertijd gewerkt zou worden aan het aanleggen van meer parkeerplaatsen bij bouwprojecten; met deze beleidswijziging het doel van het parkeerbeleid is gewijzigd van het reguleren van de beperkte beschikbaarheid van parkeerplaatsen naar het ontmoedigen van autobezit; dit gebeurt op een zeer agressieve en dwingende wijze waarbij huishoudens die een extra auto nodig hebben voor werk of privé niet meer welkom zijn in de stad; het openbaar vervoer en deelvervoer in Delft nog niet op het niveau zijn dat het verminderen van het autobezit zonder effect op de mobiliteit van mensen uitgevoerd kan worden; het even duurt voordat de effecten van deze normen duidelijk worden en we nog niet genoeg tijd genomen hebben om de effecten van eerdere maatregelen in te kunnen schatten;
draagt het college op om: • •
de wijzigingen in de Beleidsregels Parkeernormen weer te veranderen in de normen zoals die een jaar geleden golden (terugdraaien); de gemeenteraad erover te informeren wanneer dit is gedaan of, indien de bevoegdheid hiertoe niet meer bij het college ligt, een voorstel te doen aan de raad,
en gaat over tot de orde van de dag." Door de fractie van de SP wordt motie 6.2.3 (Parkeerbeleid meerkeuzeoptie B: geen minimumnormen) ingediend:
8
"De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 4 april 2024 ter bespreking van de vaststelling Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023, constaterende dat: • • • •
het college van B en W de parkeernormen in Delft heeft aangepast, zodat er bij bouwprojecten niet meer een minimumaantal parkeerplaatsen geëist wordt, maar een maximum; de normen tegelijkertijd verlaagd zijn; de wethouder heeft bevestigd dat dit beleid in theorie er op termijn toe leidt dat in de hele stad betaald parkeren wordt ingevoerd; het ook voor deze wijzigingen van de parkeernormen al mogelijk was om bij specifieke bouwprojecten beperkingen te stellen aan het aantal parkeerplaatsen;
overwegende dat: • • • • •
de gemeenteraad ooit heeft ingestemd met het instellen van betaald parkeren, in de veronderstelling dat tegelijkertijd gewerkt zou worden aan het aanleggen van meer parkeerplaatsen bij bouwprojecten; met deze beleidswijziging het doel van het parkeerbeleid is gewijzigd van het reguleren van de beperkte beschikbaarheid van parkeerplaatsen naar het ontmoedigen van autobezit; het hierdoor lastiger wordt om een woonplek te vinden in Delft voor huishoudens die een extra auto nodig hebben voor werk of privé; het openbaar vervoer en deelvervoer in Delft nog niet op het niveau zijn dat het verminderen van het autobezit zonder effect op de mobiliteit van mensen uitgevoerd kan worden; het even duurt voordat de effecten van deze normen duidelijk worden en we nog niet genoeg tijd genomen hebben om de effecten van eerdere maatregelen in te kunnen schatten;
draagt het college op om: • •
de Beleidsregels Parkeernormen zo aan te passen dat de maximumnormen weer minimumnormen worden maar de verlaging van de normwaarden niet aan te passen (de verlaging van de normwaarden blijven dus intact); de gemeenteraad erover te informeren wanneer dit is gedaan of, indien de bevoegdheid hiertoe niet meer bij het college ligt, een voorstel te doen aan de raad,
en gaat over tot de orde van de dag." Door de fractie van de SP wordt motie 6.2.4 (Parkeerbeleid meerkeuzeoptie C: geen automatische uitbreiding gebied met parkeervergunningen) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 4 april 2024 ter bespreking van de vaststelling Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023, constaterende dat: • •
het college van B en W de parkeernormen in Delft heeft aangepast, zodat er bij bouwprojecten niet meer een minimumaantal parkeerplaatsen geëist wordt, maar een maximum; de normen tegelijkertijd verlaagd zijn;
9
• •
de wethouder heeft bevestigd dat dit beleid in theorie er op termijn toe leidt dat in de hele stad betaald parkeren wordt ingevoerd; het ook voor deze wijzigingen van de parkeernormen al mogelijk was om bij specifieke bouwprojecten beperkingen te stellen aan het aantal parkeerplaatsen;
overwegende dat: • • • • •
de gemeenteraad ooit heeft ingestemd met het instellen van betaald parkeren, in de veronderstelling dat tegelijkertijd gewerkt zou worden aan het aanleggen van meer parkeerplaatsen bij bouwprojecten; met deze beleidswijziging het doel van het parkeerbeleid is gewijzigd van het reguleren van de beperkte beschikbaarheid van parkeerplaatsen naar het ontmoedigen van autobezit; het hierdoor lastiger wordt om een woonplek te vinden in Delft voor huishoudens die een extra auto nodig hebben voor werk of privé; het openbaar vervoer en deelvervoer in Delft nog niet op het niveau zijn dat het verminderen van het autobezit zonder effect op de mobiliteit van mensen uitgevoerd kan worden; het even duurt voordat de effecten van deze normen duidelijk worden en we nog niet genoeg tijd genomen hebben om de effecten van eerdere maatregelen in te kunnen schatten;
draagt het college op om: • •
de Beleidsregels Parkeernormen zo aan te passen dat er alleen minimumnormen komen in gebieden die op minstens 200 meter loopafstand liggen van de dichtstbijzijnde niet-vergunningsparkeerplaatsen; de gemeenteraad erover te informeren wanneer dit is gedaan of, indien de bevoegdheid hiertoe niet meer bij het college ligt, een voorstel te doen aan de raad,
en gaat over tot de orde van de dag." Door de fractie van de SP wordt motie 6.2.5 (Parkeerbeleid meerkeuzeoptie D: wij willen jouw auto niet) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 4 april 2024 ter bespreking van de vaststelling Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023, constaterende dat: • • • •
het college van B en W de parkeernormen in Delft heeft aangepast, zodat er bij bouwprojecten niet meer een minimumaantal parkeerplaatsen geëist wordt, maar een maximum; de normen tegelijkertijd verlaagd zijn; de wethouder heeft bevestigd dat dit beleid in theorie er op termijn toe leidt dat in de hele stad betaald parkeren wordt ingevoerd; het ook voor deze wijzigingen van de parkeernormen al mogelijk was om bij specifieke bouwprojecten beperkingen te stellen aan het aantal parkeerplaatsen;
overwegende dat: •
het mooi is dat we het parkeervergunningen-beleid nu op een andere manier kunnen inzetten dan wat we altijd aan de stad hebben gecommuniceerd. Draagvlak kan je beter regelen met goede marketing; 10
• • • • •
het heel fijn is dat met deze minimumnormen we eindelijk hard kunnen afdwingen dat er minder autobezit komt in Delft; het goed is als er minder arbeiders in de stad kunnen wonen die voor hun arbeid afhankelijk zijn van een extra auto of busje; met deze maatregelen bewoners vanzelf het ondermaatse openbaar vervoer in gejaagd worden, zodat dat ook eindelijk eens wordt gebruikt en winstgevend kan gaan worden; al die mislukte projecten voor deelmobiliteit een tweede kans kunnen krijgen als die auto's eenmaal uit de stad verdwenen zijn; we als Delft weer aangeven dat we vooroplopen in de groene revolutie zonder rekening te houden met de gevolgen. Het is vooral belangrijk dat we blijven hardlopen, zodat we meer voedingsbodem geven aan de groene contrarevolutie;
draagt het college op om niets aan te passen aan de nieuwe Beleidsregels Parkeernormen en hard te werken aan de nieuwe aanscherpingen voor het komende jaar, en gaat over tot de orde van de dag." De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik zal de moties langslopen, allereerst de motie Wijzigen van parkeernormen is een raadsbevoegdheid. Ik heb al gevraagd hoe het zit met het woord "instemming" en ik heb het zojuist bij de interruptie gehad over "oordeelsvorming". In deze raad mag heel duidelijk zijn wat daarmee bedoeld wordt sinds wij het POP-model hanteren. Daar zou ik met betrekking tot deze motie dus graag naar terug willen gaan. Daarnaast moeten we ons, als wij een collegebevoegdheid terug willen brengen naar de raad als raadsbevoegdheid, realiseren wat dat voor ons als volksvertegenwoordigend orgaan betekent. Als wij bij wijze van spreken op de stoel van het college gaan zitten, wordt bijvoorbeeld controleren natuurlijk erg lastig. Daarnaast zou ik, als het bijvoorbeeld gaat om parkeerbeleid, graag mijn rol als volksvertegenwoordiger willen nemen, omdat in deze kwestie het kaderstellende allang achter de rug is. We wachten dus graag de reactie van het college op deze motie af. Over de vier moties van de SP heb ik zojuist uitvoerig kunnen zeggen wat ik erover wilde zeggen. Ik vind het origineel en op een zekere manier ook revolutionair om dit te doen.
Dat past dus helemaal bij de SP. Daarvoor dus mijn complimenten. De motie Mobiliteit in balans dient de ChristenUnie samen met STIP in. De VOORZITTER: Ondanks de complimenten is er toch een interruptie. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik dank de ChristenUnie natuurlijk voor de complimenten, maar wat kiezen jullie? Optie A, B, C of D? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Optie F. Ik ga verder met de motie Mobiliteit in Balans. We willen benadrukken dat dit een belangwekkend onderwerp is voor de raad, de stad en onze inwoners. Dat vraagt eigenlijk, net als bij de VVD-motie Wijzigen van parkeernormen is een raadsbevoegdheid, om een uitspraak van de raad. Het is van groot belang dat we als raad niet ons hart vasthouden over de ontwikkelingen, maar de vinger juist aan de pols houden. Dat kan door het college te vragen om de raad op de hoogte te houden van de uitvoering van verschillende beleidsterreinen op het gebied van mobiliteit, zoals eigen vervoer, openbaar vervoer en deelvervoer, en hoe deze zich ontwikkelen. Deze motie vraagt om dat te doen in het nog op te stellen monitoringsprogramma voor het Mobiliteitsplan, dat zoals ik begrepen heb naar verwachting nog dit jaar naar de raad zal komen. Dat stond volgens mij overigens al voor de 11
maand april in de langetermijnagenda. Als het in dat monitoringsprogramma aan bod komt, kunnen we het in de raad inderdaad hebben over balans in mobiliteit. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De opdragingen zijn natuurlijk gericht aan het college, maar ik vraag me af in hoeverre het college echt invloed kan uitoefenen op de wensen die we hier uitspreken. Ik vermoed dat we heel afhankelijk zijn van de MRDH en van externe partijen. Is het dus afdoende om deze oproep aan het college te doen of kunnen we dan eigenlijk net niet voldoende invloed uitoefenen? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Kort gezegd gaat het om drie zaken. Ten eerste om parkeren; daar heeft het college bij wijze van spreken 100% invloed op in het gesprek met de raad. Voor deelvervoer geldt dit slechts gedeeltelijk, omdat je afhankelijk bent van hoe de markt deelvervoer aanbiedt en invult. Ten derde het openbaar vervoer: daar moet het gebeuren in samenspraak met de MRDH en de commissies die er daar over gaan. De invloed is dus inderdaad verschillend, maar de ChristenUnie is ervan overtuigd dat het college dit kan beïnvloeden. Dat geldt meer voor het één dan voor het ander; dat is waar.
De heer ANALIKWU (D66): De motie vraagt om een gelijk tempo te houden met andere vervoersvormen dan de auto, druk te houden op maatregelen en vervolgens ook om een rapportage, maar de heer Van der Woerd gaf al aan dat die rapportage al volgt. De andere maatregelen komen uit het MPD of vinden ook op een andere manier plaats. Ik vraag me af wat deze motie concreet toevoegt. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Precies wat het laatste punt van het dictum zegt: dat wij geïnformeerd willen worden over hoe dat zich verhoudt. Het gaat om balans. Dat wil niet zeggen dat het precies allemaal gelijk op moet gaan. Zie dit als een balans, een weegschaal, die in beweging is. Je wil er als raad op tijd bij zijn als die per ongeluk of om wat voor reden dan ook zou doorslaan naar iets waar wij als raad iets van zouden vinden of wat wij misschien niet willen. Door de fracties van de ChristenUnie en STIP wordt motie 6.2.6 (Mobiliteit in balans) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft op de vergadering van donderdag 4 april 2024 ter bespreking van het agendapunt over Vaststelling Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023. Als gemeenteraad van Delft stellen we vast dat: • • •
de Delftse ambitieuze doelen voor onder andere publieke voorzieningen, wonen, groen, mobiliteit en samenleven strijden om dezelfde beperkte ruimte; we ernaar streven om meer mensen in Delft te willen laten wonen en werken, terwijl we tegelijkertijd de unieke kwaliteiten van onze stad willen behouden, versterken en verrijken; voor een gezonde bloei een nieuw evenwicht gevonden moet worden tussen de toenemende vraag naar mobiliteit en de beperkte ruimte in de stad;
We hebben daarbij nagedacht over en houden er rekening mee dat: • • • •
de groei van deelvervoer facilitering door overheden voortdurend nodig heeft; onze samenleving overwegend autogeoriënteerd is; het college in Q2 het Beleid Deelmobiliteit Vierwielers aan de raad voorlegt; het de vraag is, gezien de ambitie van de MRDH, of het openbaar vervoer het tempo van invoering van de beleidsregels parkeernormen 2023 zal kunnen bijbenen. 12
We vinden dat: •
•
de uitvoering van verschillende beleidsterreinen over mobiliteit zoals openbaar vervoer, deelvervoer en eigen vervoer (fiets en auto), inclusief de parkeernormen, met elkaar in evenwicht moet zijn en blijven met het doel Delft bereikbaar te houden, zoals ook verwoord is in het Mobiliteitsplan Delft 2040; ov, deelvervoer en fietsroutes en stallingsvoorzieningen voldoende op orde moeten zijn om veranderingen in mobiliteit te kunnen absorberen.
We vragen het college om op grond van het bovenstaande: • • •
de uitvoering van het beleid voor andere vormen van vervoer dan eigen vervoer gelijke tred te laten houden met het uitvoeren van de nieuwe Beleidsregels Parkeernormen 2023; druk op maatregelen op het gebied van deelvervoer, fietsroutes en openbaar vervoer (via de MRDH) te blijven houden om de verschillende beleidsterreinen mobiliteit met elkaar in balans te brengen en te houden; de raad te informeren door hierover te rapporteren in het Monitoringsprogramma Mobiliteitsplan Delft,
en gaat over tot de orde van de dag. Motivering De nieuwe beleidsregels parkeernormen Delft voor bouwontwikkelingen in Delft zullen niet in een keer of in korte termijn worden ingevoerd. Het zal gelijke tred houden met de bouwontwikkelingen tot bijvoorbeeld 2040. Mobiliteit en in het bijzonder autoparkeren zijn gewichtige zaken in Delft. Als volksvertegenwoordigers is het daarom van belang bij de kaderstelling de belangen zorgvuldig af te wegen. Dit is gebeurd in de besluitvorming rond het Mobiliteitsprogramma Delft 2040, Ons Delft, duurzaam bereikbaar. Als volksvertegenwoordigers is het daarom ook van belang bij de uitvoering de vinger aan de pols te houden, opdat aan de eerder afgewogen belangen van alle betrokkenen recht wordt gedaan. Bouwontwikkelingen gebeuren in Delft niet meer als uitbreidingen, maar in bestaande woon- werkomgevingen. Parkeernormen van bouwontwikkelingen zullen direct merkbaar zijn in de omgeving van een bouwontwikkeling. Het voortdurend evenwicht zoeken en vinden voor iedereen die woont en/of werkt in Delft, is van grote betekenis. Raadsleden moeten als volksvertegenwoordigers hier alert zijn en blijven." Mevrouw WENTINK (STIP): Voorzitter. Allereerst wil ik de heer Tilman, die hierachter zit, bedanken voor het contact dat hij met de andere partijen gehad heeft. Ik ga in op de voorliggende moties.
De motie die wij mede hebben ingediend met de ChristenUnie, heeft de heer Van der Woerd al heel duidelijk toegelicht. Juist die integraliteit en die balans vinden wij heel belangrijk. Daarom hebben wij die motie mede ingediend. Dan de motie van de VVD om de parkeernormen weer een raadsbevoegdheid te laten worden. Het parkeernormenbeleid is wat STIP betreft heel goed opgesteld op basis van het Mobiliteitsplan. Daarmee is er gehandeld binnen de kaders die wij als raad hebben opgesteld. Tegelijkertijd hebben de parkeernormen wel een behoorlijke impact op nieuwe bouwontwikkelingen in de stad. We staan daarom achter het idee van de motie, maar STIP ziet dit wel graag via oordeelsvorming. Ik ga even in op het keuzemenu van de SP. STIP kiest ervoor om geen van de moties te steunen. We zijn blij met de opgestelde parkeernormen, die in lijn liggen met het
13
Mobiliteitsprogramma. Zo kunnen we voortvarend aan de slag met een duurzaam bereikbaar Delft. De heer VAN DER SLUIS (SP): Dat is toch optie D? Mevrouw WENTINK (STIP): Zoals ik al aangaf in mijn interruptie bij de heer Van der Sluis, voelt die motie voor ons hartstikke overbodig. We vinden de overwegingen suggestief. En als de parkeernormen weer ter oordeelsvorming langs de raad kunnen komen, kan de SP alle aanscherpingen voorstellen die zij wil. Dat is toch hartstikke mooi? De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter. Parkeernormen hebben nog steeds impact op de inwoners van onze stad. Daarom hebben zij onze aandacht. De vraag voor Hart voor Delft is dus hoe het zit met de behoefte. Dat is voor ons belangrijk, maar dit wordt niet gedeeld door de coalitie en dus door het college. Daarin verschilt dus ook het uitgangspunt: de ideologie versus de behoefte van de inwoners. Dat is het verschil van mening. Het komt er dus op neer waar de meerderheden liggen. Die zijn intussen al bekend. Alhoewel, er is één lichtpuntje: ik hoorde de heer Herrema in de commissie heel stellig zeggen dat hij het erg belangrijk vond dat dit onderwerp weer een raadsbevoegdheid zou moeten zijn. Of ik moet dat verkeerd begrepen hebben. Als ik het goed begrepen heb, ga ik ervan uit dat GroenLinks voor de door de oppositiepartijen ingediende motie gaat stemmen.
De heer HERREMA (GroenLinks): Ik gebruik deze interruptie niet om aan te geven of ik een motie wel of niet ga steunen, maar om de vraag te stellen die ik ook aan de VVD stelde, want er is nu eigenlijk een soort momentum om kritiek te hebben op de beleidsregels en om die met een motie bij te sturen. Wat is uw overweging geweest om dat nu niet te doen? Want ik hoor dat u best wel veel kritiek heeft. De VOORZITTER: Meneer Koelewijn, de vraag van de heer Herrema is waarom u alleen een procesvoorstel heeft en waarom u geen poging tot bijsturing heeft gedaan via een motie. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): De motie is opgesteld door mevrouw Van den Berg, waarvoor zeer veel dank. Daar hebben we heel goed naar gekeken. Op basis van wat daarin stond, met name in het dictum, dat natuurlijk over de bevoegdheid gaat, hebben we uiteindelijk als Hart voor Delft het besluit genomen dat we die motie mede wilden indienen. De heer HERREMA (GroenLinks): Dat is niet een antwoord op de vraag die ik stelde. Hart voor Delft heeft best wel veel kritiek op de beleidsregels.
Waarom heeft u dan op dit moment - want dit is hét momentum - geen inhoudelijke moties ingediend om dat beleid bij te sturen? De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Ik geloof dat onze collega mevrouw Sint, die dit punt in de commissie heeft behandeld, er heel strak in gezeten heeft en heel diep en inhoudelijk op dit onderwerp is ingegaan. Die discussie is dus al voornamelijk in dat debat gevoerd. Op basis hiervan waren we het er heel erg over eens om de motie die in eerste instantie door de VVD is opgesteld, mede in te dienen. De heer ANALIKWU (D66): Volgens mij moeten we ervoor waken dat we het alleen hebben over procedures. Is er dan niks wat de heer Koelewijn inhoudelijk zou willen wijzigen in dit beleid? Anders hebben we straks de raadsbevoegdheid om dit stuk vast te stellen, maar komt Hart voor Delft met niks inhoudelijks om iets te wijzigen. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Ik vond deze motie inhoudelijk erg interessant. Daarom hebben we besloten om die mede in te dienen.
14
De heer VALK (CDA): Voorzitter. In de commissie heb ik al gezegd dat het CDA niet per se voor meer auto's of meer parkeerplaatsen is, maar wel voor een leefbare stad. Voor ons is leefbaarheid ook gewoon deel kunnen nemen aan de samenleving. Daarbij horen, zoals de VVD zei, soms ook het hebben van een auto en in de buurt kunnen parkeren. In dat opzicht heb ik niet heel veel toe te voegen aan het betoog van de VVD. We zijn mede-indiener van de motie, omdat wij vinden dat dit principieel een primaire verantwoordelijkheid van de raad moet zijn. Ik had in de commissie het idee dat dit breed werd gedragen. Ik had eerlijk gezegd dus verwacht dat deze motie een meerderheid zou halen en dat dit dus alsnog terug zou komen naar de raad. Als antwoord op de interruptie die ik vast ga krijgen waarom wij zelf geen voorstellen hebben: afgezien van het feit dat ik dus verwachtte dat deze motie het zou halen en dat dat daarom niet nodig was, gaan wij niet tegen alle moties van de SP stemmen. We hebben dus zeker inhoudelijke kritiek. De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. Ik loop de moties langs, allereerst de motie Wijzigen van parkeernormen is een raadsbevoegdheid. Die motie ligt ons na aan het hart, want die is helemaal in lijn met hoe we dit in de commissie hebben bediscussieerd.
Ik vind dat gekissebis over woordjes - of het over "instemming" of over "ter beoordeling" gaat - er niet toe doet. Mijn fractie heeft, zoals ook bleek in de aanloop naar deze raadsvergadering, wel twijfel bij de vraag of de motie uitvoerbaar is. Die vraag wil ik graag aan het college stellen, want daar hangt onze keuze bij de stemming van af. Dan het keuzemenu van de SP. Volgens mij was het de bedoeling dat we er eentje moeten kiezen. Dan kies ik voor optie C, want ik denk dat motie C heel dicht ligt bij het beleid dat wij voorstaan en ook appelleert aan een zorg die wij hebben en die wij delen met u: er moeten natuurlijk wel voldoende parkeerplaatsen zijn in de stad. We zijn het alleen niet eens met de oplossing. Ik denk ook dat de oplossing prematuur is: we moeten geen oplossingen zoeken voor problemen die er nu nog niet zijn. Maar mocht onze zorg werkelijkheid worden, dan ga ik graag met de SP in discussie om een oplossing te vinden. De VOORZITTER: Ik denk dat de heer Van der Sluis toch wil weten of u ervoor stemt. De heer VAN DER SLUIS (SP): Het gaat inderdaad om een probleem dat nog gaat komen, maar het zou mooi zijn als we dat voor kunnen zijn. Ik ben het wel met u eens dat optie C misschien niet … We hebben op deze manier weinig mogelijkheden om er echt heel diep op in te gaan.
Ik hoorde het CDA zojuist ook zeggen dat het op inhoudelijke gronden tegen alle opties is, maar ik weet nu niet wat het CDA wél wil. Dat komt natuurlijk een beetje door de vorm waarin we dit nu bediscussiëren. Ik vind het jammer dat we dat niet kunnen doen. De vraag is in principe of u het niet goed vindt om de problemen juist voor te zijn door nu al maatregelen te nemen in plaats van af te wachten totdat er nergens meer een parkeerplaats beschikbaar is. De heer HERREMA (GroenLinks): Maar dan nog vind ik deze motie problematisch, omdat de oplossing er al heel concreet in staat met de 200 meter. Ik denk dat we het op termijn samen daarover moeten hebben als dit probleem zich echt voordoet. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De heer Herrema geeft zijn twijfels weer over de uitvoerbaarheid van onze motie om dit onderwerp terug te brengen naar een raadsbevoegdheid, maar wat is er nou onuitvoerbaar aan de vraag om de raad weer de bevoegdheid te geven over het instemmen met belangrijk beleid voor deze stad? De heer HERREMA (GroenLinks): Daar heb ik geen twijfels over; ik vind inderdaad dat we dat moeten doen. Ik denk dat het 'm meer zit in het eerste dictum. Vandaar de vraag aan het college of we het beleid zoals dat nu is vastgesteld door het college, inderdaad opnieuw kunnen indienen. Daar was in de aanloop naar deze vergadering best heel veel discussie 15
over. Vandaar dat ik die vraag expliciet wil maken door die door het college te laten beantwoorden. Dan de motie Mobiliteit in balans van de ChristenUnie en STIP. Dat is eigenlijk een motie waar je niet tegen kunt zijn. Het is min of meer ook een samenvatting van het Mobiliteitsprogramma; zo zou je het kunnen zien. Wat onze fractie betreft voegt deze motie niet heel veel toe. Ik denk dat de cruciale vraag is: als we de motie aannemen, wanneer is die dan afgedaan? Die vraag blijft bij ons een beetje hangen. Ik twijfel daar dus nog over. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Als ik op die vraag antwoord mag geven: wanneer dat monitoringsprogramma voor de eerste keer gepubliceerd wordt. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Met het vaststellen van deze beleidsregels voor parkeren maakt het college werk van de mobiliteitstransitie. Wat D66 betreft is de overgang van een minimumparkeernorm naar een parkeereis, waarbij er niet méér maar in beginsel ook niet minder parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden, een goede stap. Delft volgt daarmee een mobiliteitstrend die we zien in stedelijke gebieden. Om nog maar eens de bron van de heer Koelewijn uit een debat van een tijdje geleden aan te halen: het Kennisinstituut voor Mobiliteit concludeert dat in stedelijke gebieden succesvol mobiliteitsbeleid wordt gevoerd.
Het gevolg daarvan is een dalende trend qua autobezit in onder andere Delft van minimaal 4%. Met deze manier van werken en de reductie die gelijktijdig wordt voorgesteld, voorkomen we dat overbodige parkeerplaatsen worden gebouwd. Zo gaan we beter om met schaarse ruimte en daardoor wordt het mogelijk om woningen mogelijk goedkoper te krijgen en om meer woningen te realiseren. Dan de moties. Ik begin met de bevoegdheid voor het vaststellen van de parkeernormen. In de inmiddels wat afgezwakte motie van de VVD kan D66 zich in beginsel wel vinden. Wat D66 betreft is het vaststellen van de beleidsregels zoals dat nu geregeld is, een collegebevoegdheid. Maar omdat de parkeernormen serieuze gevolgen kunnen hebben voor de stad, is het goed als de raad de mogelijkheid heeft om zich hierover uit te spreken voordat de beleidsregels worden vastgesteld. Maar het is mij inmiddels toch minder duidelijk geworden wat er - om toch een klein beetje te kissebissen over de woordkeuze - precies met "ter instemming" wordt bedoeld. Ik wil daarom scherp letten op hoe de wethouder die term in het eerste dictum interpreteert. Wat we volgens mij zouden moeten doen, is bijvoorbeeld een wensen- en bedenkingenprocedure. Daarom dienen wij mogelijk met GroenLinks in de tweede termijn nog een motie in die daarop voorsorteert, ook al staat dit er niet letterlijk in benoemd.
Dan het keuzemenu van moties van de SP. De eerste twee opties kunnen niet op steun rekenen van D66, omdat wij de nieuwe normering simpel gezegd een juiste stap vinden. Motie C over automatische uitbreiding berust wat D66 betreft echt op een misvatting. Een verlaging van de parkeereis moet onderbouwd zijn wanneer die wordt toegepast. Dit betekent dat het gevreesde waterbedeffect waarvoor de SP wil waken, in de onderbouwing bij de uitgifte van de omgevingsvergunning ondervangen moet zijn. Je zou zomaar kunnen denken dat ik dan voor optie D ga, maar zoals STIP al heeft gezegd, is deze motie enerzijds overbodig en worden anderzijds in de constateringen en de overwegingen een heel aantal uitspraken gedaan waarin we ons simpelweg niet kunnen vinden. D66 kost dus voor optie E, non of the above. De motie van de ChristenUnie is op zich sympathiek, maar de toegevoegde waarde is voor ons nog niet geheel duidelijk. Volgens mij vraagt de heer Van der Woerd gewoon om een aantal specifieke punten mee te nemen in de monitoring, die later dit jaar volgt. De vraag aan de wethouder is dus eigenlijk of hij dit onderdeel gewoon zou kunnen toezeggen.
16
Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft wil hier eigenlijk niet heel veel woorden meer aan vuilmaken. Door de VVD is enorm goed uiteengezet hoe ook Onafhankelijk Delft hier momenteel in staat. Om alvast in te spelen op de vraag van de heer Herrema: ook wij hebben inhoudelijke kritiek, maar wij hebben ervoor gekozen om hier als verenigde oppositie op in te spelen. Zoals al zo mooi is geschetst: we willen eigenlijk terug naar de tekentafel, zodat we hier inhoudelijk verder over kunnen discussiëren. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Ook de PvdA heeft naar aanleiding van de discussie in de commissie het stuk mee teruggenomen. Toch komen wij nu niet met een motie, omdat wij uit aanvullende gesprekken die wij hebben gevoerd, hebben begrepen dat dit toch niet de plek is voor dat flankerende beleid. Wij vinden wel dat dat flankerende beleid, bijvoorbeeld op het gebied van park and ride, deelmodaliteit of andere modaliteiten, belangrijk is en dat je het echt niet los kunt zien van het parkeerbeleid. De door de ChristenUnie en STIP genoemde integraliteit vinden wij dus echt heel belangrijk, maar wij wachten gewoon op bijvoorbeeld de ov-visie, waar nog aan gewerkt wordt, of wij zullen hier opnieuw naar kijken bij de herziening van het vierwielendeelmodaliteitsbeleid; dat is een hele mond vol.
Over de vraag of dit een bevoegdheid is van de raad of van het college, hebben wij intern wat discussie gehad. Wat ons betreft is dit een beetje een semantische discussie, waarbij de nadruk ligt op de term "beleidsregel", die een collegebevoegdheid is. Daarbij steunen we de opmerking van de heer Van der Woerd dat onze rol in dezen duidelijk de rol van volksvertegenwoordiger is en niet die van beleidsmaker. Toch zijn wij het er wel mee eens dat dit een herziening is van je uitgangspunten die zo ingrijpend is dat voorleggen aan de raad best logisch zou kunnen zijn. Wij wachten daarom de reactie van het college op deze motie af. Ik ga kort in op het verwijt van de heer Koelewijn dat de coalitiepartijen niet op de motie hebben gereageerd. Ik stel dan voor dat de partijen moties in het vervolg vooraf delen, want volgens mij heb ik niks in mijn mail gehad, maar ik hoor het graag als dat anders is. De moties van de SP zullen wij alle vier niet steunen. Omdat de toonzetting wat ons betreft niet alleen gekleurd is, maar op allerlei onderdelen ook niet feitelijk is, behoeft dit volgens mij geen verdere uitleg. De motie van de ChristenUnie en STIP raakt aan de wens om flankerend beleid mee te laten wegen, maar dit mag wat ons betreft geen vertraging opleveren. Ook wij wachten de reactie van het college dus af. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter.
Volt is in de commissievergadering wat stil geweest over dit onderwerp. Wij hebben veel geluisterd, soms met verbijstering, omdat we argumenten hoorden die meer zeggen over angst en gevoelens dan over het daadwerkelijke autobezit en de behoefte daaraan in Delft. Er was ook verkeerde beeldvorming, omdat dit collegebesluit gaat over parkeernormen bij nieuwe bouwontwikkelingen en niet over parkeernormen in de rest van de stad. De zorgen van de VVD over de binnenstad vinden wij dan ook echt merkwaardig, behalve als zij zich bijvoorbeeld meer zorgen maakt over de autowensen van de toekomstige bewoners boven de C&A dan over de betaalbaarheid van deze woningen. Ook zijn de kosten voor betaald parkeren op dit moment lager dan bijvoorbeeld het ov. Tijdens de algemene beschouwingen hebben wij onze toekomst geschetst: hoe zien wij Delft over twintig jaar, hoe kun je je dan door Delft bewegen en wat is de impact van de beslissingen die wij vandaag nemen? We stelden destijds een generatietoets bij nieuw beleid voor. We zijn ervan overtuigd dat ook dit collegebesluit die toets zou halen. Volt staat positief tegenover het besluit om van minimale parkeernormen naar maximale parkeernormen te gaan, juist omdat de minimale parkeernormen nu leiden tot hogere 17
woningprijzen bij nieuwbouw en een lager aantal woningen. Uiteindelijk kiezen we vandaag of we meer betaalbare huizen of meer parkeerplaatsen willen in Delft. Omdat we niet willen dat Delftenaren, de onderwijzer of de zorgmedewerker in de toekomst in zijn of haar auto hoeft te wonen, kiest Volt liever voor het aanpassen van de parkeernormen. Het gaat vandaag niet over het aantal parkeervergunningen maar letterlijk over wat de norm is voor autobezit in de toekomst. De heer VAN DER SLUIS (SP): Het komt er dus op neer dat de ChristenUnie zegt dat je in Delft wel een huis kan krijgen maar dat je maar in een andere stad gaat wonen als je daar een auto bij nodig hebt. De VOORZITTER: U bedoelt Volt. Mevrouw Brussaard is nog altijd van Volt. De heer VAN DER SLUIS (SP): Excuses. Gelukkig is de voorzitter wakker. De VOORZITTER: Geeft niks, hoor. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Wij denken dat er nog steeds parkeerplaatsen worden gebouwd, alleen niet meer zoveel als vroeger. Voor Volt gaat het vanavond over wat volgens ons de norm voor de toekomst zou moeten zijn. Wij denken niet dat autobezit de norm is, maar dat mobiliteit in de toekomst de norm zou moeten zijn en dat we moeten kijken hoe we die in de toekomst kunnen vergroten, bijvoorbeeld ook voor de loodgieter, als we weer teruggaan naar de discussie in de commissie. Dan de moties.
Ook wij vinden de meerkeuzemoties van de SP echt een heel creatieve, inderdaad revolutionaire vondst. Maar toch stemmen we tegen alle moties van de SP, omdat wij liever onze eigen woorden kiezen. Daarom steunen we wel de motie om hier weer een raadsbevoegdheid van te maken, want dan kan er democratisch ingestemd worden met zo'n belangrijk besluit. Gezien mijn eerdere betoog zal er vanuit Volt waarschijnlijk geen amendement of motie komen als dit opnieuw in de raad komt, maar wij zullen wel voor die motie stemmen. Wat de motie van STIP en de ChristenUnie over de balans betreft: daar kan je inderdaad bijna niet tegen zijn, tenzij je van mening bent dat de balans in Europa en in Nederland eigenlijk al jaren verkeerd is omdat we fossiele vervoersmiddelen meer subsidiëren en aanmoedigen dan groenere ov-vormen. Dat is eigenlijk ook nog een vraag aan STIP en de ChristenUnie: hoe bedoelen jullie die balans in jullie motie? Want je kan ook zeggen dat de balans op dit moment al ontbreekt. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Ik zal reageren op bijna alle moties. Voor de reactie op de motie van de ChristenUnie zal ik het woord graag geven aan mijn collega Huijsmans, omdat die motie vooral het Mobiliteitsplan betreft. De bijdrage van Volt ging heel goed in op de inhoud en op waar datgene wat wij doen vandaan komt.
Heel veel partijen suggereren dat we de auto neerzetten als iets wat slecht lijkt en dat het lijkt alsof we de auto's de stad uit willen jagen. Ik denk dat het goed is om in herinnering te roepen waar de kaders vandaan komen en hoe we komen tot het verlagen van parkeernormen. Dat doen we omdat wij in deze stad verschillende dingen graag willen. We willen graag meer woningen: 15.000 woningen erbij, betaalbare woningen erbij. We willen graag een leefbare buitenruimte. We willen meer groen in de stad. We willen klimaatadaptatie. Dat vraagt om het maken van keuzes. Als wij hier voor veel meer woningen zouden kiezen en als wij er ook voor zouden kiezen om met de vroegere parkeernormen door te gaan of, zoals Hart voor Delft zelf zegt, om te sturen op behoefte in de zin van "zegt u maar hoeveel parkeerplekken u wilt", past dat niet in de stad. Die 18