Concept-handelingen raadsvergadering 22 december 2022
Tekst van het document
Het is het terrein van de TU en daar hebben we overleg over, maar de TU kiest zelf, heeft hier gekozen voor de noodopvang en is bezig met een plan voor de campus, waarin zij op dit moment ook nadenkt over woningbouw en zeker over studentenhuisvesting. Dat is de lijn die de TU inzet. De locatie Mozartlaan is gekozen omdat daar de nutsvoorzieningen zijn en omdat we daar voor de Oekraïense vluchtelingen die al bij ons in de stad wonen, snel invulling aan kunnen geven. Het is voor drie jaar. Daarna wordt die locatie gevuld, juist voor de Delftenaar, want dat is de ontwikkeling die we met elkaar oppakken van de Gillis en het Gillis/Delfia-terrein. Daar moet dus een nieuwbouwplan komen, maar u weet net zo goed als ik dat als er nu nog geen uitgewerkt plan is, dat er volgend jaar echt nog niet staat. Die drie jaar kunnen we daar dus goed voor benutten. Wij gaan er ook van uit dat de Oekraïense mensen die nu in de Marcushof wonen, daar grotendeels naartoe zullen gaan. Als zij daar niet compleet heen gaan en als we daar nog ruimte hebben, zitten er ook nog Oekraïense vluchtelingen in Abtswoude en in Stefanna en kunnen we daar meer huisvesting bieden. Tot op heden hebben wij gemerkt dat het altijd over de vragers en de dragers in de wat goedkopere woningen gaat en dat de Oekraïense vluchtelingen echt een sterke groep vormen en zichzelf prima redden; volgens mij ziet u dat ook breed.
Op de andere locatie, de Brasserskade, zetten we flexwoningen neer als uitbreiding van de sociale huursector. Dat gaat een corporatie doen en ook daar is 70% voor onze reguliere Delftenaren. Deze locatie levert iets, evenals uiteindelijk de locatie aan de Mozartlaan. Wat de Huisvestingsverordening en voorrang voor Delftenaren betreft: u heeft zelf de huidige Huisvestingsverordening vastgesteld. Die Huisvestingsverordening kent een regionale en een lokale component. Daar geeft de wet een omschrijving van. Daar zit nu 25% regionaal maatwerk in en 25% lokaal. De minister gaat daar wat in veranderen, maar reken u hierbij niet rijk: u mag niet ongekend voorrang geven aan Delftenaren. Natuurlijk kunnen we in het kader van de nieuwe Woonvisie en een mogelijke actualisatie dat debat voeren, maar dat is niet morgen geregeld en is ook gebonden aan wettelijke kaders. Het heeft ook heel veel consequenties als u dat doet, want dan kunnen mensen de stad ook niet meer uit. Mijn collega zal ingaan op de noodopvang en de Oekraïense vluchtelingen. Ik ga nu in op de vragen over het risico. Nu dekken we het af met de RooO. Die financiering is in ieder geval gegarandeerd voor drie jaar. Ik ga er niet van uit dat alle Oekraïense vluchtelingen dan al uit Nederland vertrokken zijn, maar voor die drie jaar hebben we dit geregeld. Dan moet het ook weg.
Misschien blijf het iets langer, maar dan gaan we de locatie vullen. We hebben nu al contact met de corporaties om te kijken of zij ons kunnen helpen in het beheer en of zij dat 19
wellicht willen overnemen, want alle corporaties in de regio zijn op zoek naar flexplekken en flexwoningen. De kans is dus heel groot dat de woningen, als wij ze niet meer benutten, weer gevuld worden op een andere plek, maar het Rijk heeft ervoor gezorgd dat die regeling er nu is en dat, als alles gedaan is om te kijken of dat lukt, er nog een laatste regeling is. Dat is de 60:40-regeling. Dat zou nog de laatste weg zijn, maar ik denk dat we die niet tegen zullen komen. Ontmoetingsplekken komen op beide locaties, want die vinden wij relevant. De woningen zijn van een goede kwaliteit, want anders gaan we ze niet verplaatsen. Het is dus echt een normale woonsituatie: de ene voor de korte tijd van drie jaar, de andere voor een periode van tien jaar. We hadden het erover dat we ook weer huisvesting moeten bieden voor de Oekraïense mensen. Ik hoop van ganser harte dat ze terug naar hun eigen land kunnen en gaan. Nogmaals, voor statushouders is dat echt anders en hebben wij gewoon een taakstelling om dat te doen. Wat de vraag over de bewoners betreft: in de aanvang hebben wij locaties gezocht. Over die locaties zijn wij gaan communiceren. Dat doen wij ook bij reguliere plannen. We hebben de bewoners van de Mozartlaan verder nog geïnformeerd. Vervolgens hebben we ook een afspraak met hen op 16 januari over de verdere uitwerking.
Met betrekking tot de Brasserskade zijn zowel de sportverenigingen als apart de ernaast liggende squashvereniging geïnformeerd. Die gaan we ook betrekken bij de verdere uitwerking. Dat is dus het proces dat we daar gaan lopen. Wethouder GOOIJER: Voorzitter. Ik ga in op een aantal punten die specifiek gaan over de status van Oekraïners, hoe het hier in Nederland met hen gaat en hoe we hen opvangen. In de motie wordt gesproken van "een integrale benadering van Oekraïners en asielzoekers". De VVD noemde in haar termijn onder andere de uitspraak van het hoge gerechtshof, dat zegt: behandel ze gelijk in de manier waarop je ze opvangt. Maar eigenlijk wordt dat nu in de termijn van de partijen omgedraaid. Het hoge gerechtshof heeft op verzoek gekeken naar de kwaliteit van de noodopvang. Het is goed om ons daarbij te realiseren dat heel veel noodopvanglocaties, zeker de crisisnoodopvanglocaties, echt abominabel slecht zijn. Dat zijn sporthallen met dunne wandjes zonder plafonnetjes, waar mensen langduriger dan we hadden gedacht, opgevangen worden. Aanvankelijk dachten we immers - dat wil zeggen: de staatssecretaris hoopte - dat de crisis bij het COA, bij de opvang, sneller zou worden beslecht. Hij heeft de gemeenten gevraagd om in de tussentijd bij te springen met noodopvang en daarna, aanvullend, met crisisnoodopvang. Bij "crisisnoodopvang" heb je het echt over sporthallen.
Het mag duidelijk zijn dat je daar niet langdurig opgevangen wil worden. Voor zover mij bekend is men daarom naar de rechter gestapt en heeft men gezegd: dit kan zo niet. Het is op zich heel goed dat er is gezegd: kijk nou naar hoe we Oekraïners kunnen opvangen. Wat mij betreft kijken we daarin breder dan alleen naar kwaliteit van de woning, maar de hartverwarmende manier waarmee de samenleving de Oekraïners welkom heet, opneemt en huisvest, is natuurlijk iets wat je graag voor iedereen zou willen doen. Dat kunnen we echter niet doen en dat doen we niet, omdat de verantwoordelijkheid heel anders ligt. De Europese Commissie heeft de status van Oekraïners in ons land, in elk geval tot en met maart 2025, aangewezen als een aparte. Zij worden dus niet aangemerkt als vluchtelingen. In ons land is het COA verantwoordelijk voor de opvang van vluchtelingen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de opvang van de Oekraïners. Je kunt ze dus niet zomaar huisvesten op één locatie. Ik sta er van harte achter dat je de opvanglocaties voor vluchtelingen van elders in deze wereld, waar net zo goed oorlog is, zou willen verbeteren. Volgens mij staat ook de raad daar van harte achter. Daarover hebben we met betrekking tot het volgende agendapunt al uitvoerig gesproken in de commissie.
Dat is precies de reden waarom wij snappen dat het COA vraagt om langduriger in het Manderspark te kunnen zitten en of het daar meer mensen kan opvangen, want hoe meer mensen je opvangt voor 20
een langere periode, hoe hoger de kwaliteit kan zijn. Als het verzoek van de VVD en andere indienende fracties is om de kwaliteit van de opvanglocatie te verbeteren, zou het dus uitzonderlijk helpen als ze ook achter de consequentie daarvan staan, namelijk dat je langduriger het contract aangaat en ook voor wat meer mensen dan die 220, want dan is het voorzieningenniveau aanzienlijk beter. Dan nog een heel klein dingetje. De Oekraïners zitten nu met name in de Marcushof. Zelfs als je naar de TU zou gaan en zou vragen of zij ook kans ziet om ergens Oekraïners op te vangen, is dat dus niet snel genoeg klaar om de Marcushof leeg te kunnen maken voor de planning zoals die daar loopt. Op die locatie willen we ook heel graag senioren huisvesten; dat is mijn andere portefeuille. We hebben overwogen om dat wat voor ons uit te schuiven en om de Oekraïners daar langer te laten verblijven, maar juist omdat we ook een bredere woonopgave in deze stad hebben, hebben we gezegd: nee, laten we zoeken naar alternatieven. Ik sta daar dus van harte achter, ook vanuit dat deel van mijn portefeuille. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw VAN VELZEN (D66): Voorzitter. Ik wil beide wethouders danken voor de uitermate heldere beantwoording. Wij zullen het voorstel steunen. Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Voorzitter.
Het verheugt ons zeer dat wethouder Gooijer denkt aan seniorenplaatsen, want dat is een van mijn speerpunten. Verder zou ik aan een van de twee wethouders willen vragen of er een toezegging kan komen dat de raad regelmatig - dat wil zeggen: elke zes maanden - bijgepraat kan worden over de voortgang van beide locaties. Ik voel immers aan mijn klompen aan dat onze motie het niet gaat halen en dat alles gewoon gaat gebeuren zoals gepland. Wij zouden dus graag een toezegging ontvangen over regelmatig bijpraten, met name over de samenstelling van de groep Oekraïners, want wij vrezen dat het niet alleen vrouwen en kinderen zijn, terwijl de omwonenden dit eigenlijk wel verwachtten, zoals wij na onze oproep heel vaak hebben gehoord. Nog één vraag: hoe worden de mensen uit Oekraïne aangemerkt als de oorlog afgelopen is? Want dan zijn ze geen ontheemden meer en kunnen ze terug. Maar het kan ook zijn dat dit een landelijk besluit is. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik had een vraag gesteld over ontmoeting met bewoners. Ik weet niet of ik het antwoord heb gemist. De VOORZITTER: Die vraag heeft mevrouw Schrederhof bevestigend beantwoord. De heer TREFFERS (Volt): Excuses. Het ging me specifiek om plekken in de ruimte. De VOORZITTER: Dat geeft niks. Het is december. We zijn aan het eind van het jaar. We moeten weer opladen.
Er ligt eigenlijk één vraag: kan de raad regelmatig bijgepraat worden? Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Volgens mij liggen er twee vragen. De ene vraag, over de positie van de Oekraïners, ligt bij mijn collega. De andere vraag gaat over regelmatig bijpraten. Ik wil het echt markeren. Ik wil u bijpraten over de ontwikkeling van hoe het daar gaat, hoe het overleg met de omwonenden gaat over wat we plaatsen aan de Mozartlaan en aan de Brasserskade en hoe het gaat met het beheer. Dat doen we altijd; dat houden we dus goed bij. Ik wil het niet specifiek maken. Ik denk dat het heel goed is om dat met elkaar te doen, maar ik ga ervan uit dat dit regulier bewoonde locaties worden, waarbij op beide locaties een goed sociaal beheer wordt ingezet, zowel aan De Bras als op deze locatie. Ik wil u graag op de hoogte houden van de voortgang op de momenten dat er ook voortgang is, zowel in het realiseren als in beheer. 21
De VOORZITTER: Prima. En dan inderdaad de positie van de Oekraïners als de oorlog afgelopen is. Wethouder GOOIJER: Laten we hopen dat dat heel snel het geval is. Met de onzekerheid die dat geeft, heeft de Europese Commissie gezegd: laten we hun in ieder geval tot maart 2025 deze status geven. Voor dat moment zal de Europese Commissie beslissen welke status zij hebben. Als de oorlog voor die tijd voorbij is, verwacht ik dat de Europese Commissie de status van ontheemden niet meer zal verlengen, maar tot dan zijn we daaraan gehouden. Nogmaals, daar gaan wij als Delft niet over. Daar gaat zelfs Nederland niet over. Dat is een uitspraak van de Europese Commissie, nu in ieder geval tot 2025 en wellicht langer. De VOORZITTER: Als alle vragen zijn beantwoord, kan de beraadslaging worden gesloten. Ik kijk alleen nog even naar Hart voor Delft. Begrijp ik uit uw woorden dat u de motie intrekt? Of handhaaft u haar? U wilt er graag over laten stemmen. Prima. Ik sluit de beraadslaging. In stemming komt motie 9.2.1 (Flexwoningen op terrein TU Delft) van de VVD en Hart voor Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 8 tegen 27 stemmen, waarbij Hart voor Delft en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt het voorstel. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter.
Dit voorstel heeft grote gevolgen voor de Delftse woningmarkt. Ontheemden uit Oekraïne gaan niet terugkeren, zoals ook blijkt uit het Clingendaelrapport. Daarnaast zijn de vervolgkosten onduidelijk, evenals de druk op het sociaal domein. Daarom zullen wij tegen dit voorstel stemmen. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Het CDA zal dit voorstel vanzelfsprekend steunen, maar wel met de opmerking dat we graag proactief worden meegenomen in het vervolg wat het bestuurlijk proces betreft. De VOORZITTER: Dat heeft de wethouder volgens mij zojuist toegezegd. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 27 tegen 8 stemmen, waarbij Hart voor Delft en de VVD ertegen hebben gestemd. XX. College van B en W - Ontwikkelingen opvang asielzoekers (nr. 2248609). De VOORZITTER: Dit is vrij uitgebreid besproken in de commissievergadering. Ik wil de wethouder erop wijzen dat het college nog 9 minuten en 10 seconden spreektijd heeft met nog een paar punten te gaan. Dus keep it short. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Een hele korte samenvatting van mijn spreektekst. Ten aanzien van de huidige noodopvang is het goed dat Delft haar rol pakt en doet wat zij kan en wat nodig is binnen de wettelijke taakstelling, daar niet op vooruitlopend.
In dit licht stellen we voor om de overeenkomst van de huidige 120 plekken te verlengen en te optimaliseren en om deze opvang regelmatig met de stad, de raad en de stakeholders te evalueren alvorens te besluiten om deze uit te breiden. Daarom dienen wij deze motie, die voor zichzelf spreekt, in. 22
De VOORZITTER: U heeft nog steeds negentien seconden. Mevrouw VAN VELZEN (D66): Ik heb een vraagje aan de opstellers van de motie. Het maakt mij op zich niet heel veel uit wie die vraag beantwoordt. In de constateringen staat dat er geen wettelijke taakstelling is die ons verplicht om noodopvang te bieden, maar vervolgens draagt u het college wel op om niet meer te doen dan de taakstelling. Dus wat wilt u nou precies? De VOORZITTER: Mevrouw Voogt, wilt u die vraag beantwoorden? Nee? Dan kijk ik naar mevrouw Grobben. Misschien wilt u die vraag meenemen. Ik vrees dat u even met uw vraag blijft zitten, mevrouw Van Velzen, want de seconden gaan snel op. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Ik vraag me af of mevrouw Voogt nog kan ingaan op mijn vraag die ik bij het vorige punt noemde. Zij had iets gezegd over de uitbreiding van het aantal mensen, waardoor het voorzieningenniveau zou stijgen. De VOORZITTER: Mevrouw Janssen, het moeilijke punt is dat zij eigenlijk haast geen spreektijd meer heeft. Misschien wil mevrouw Grobben iets meenemen, want die heeft nog 1 minuut en 10 seconden; dat is best royaal ten opzichte van de VVD. Mevrouw KOELEWIJN (ChristenUnie): Ook ik heb een vraag over de constateringen in de motie. Het is prima als mevrouw Grobben die vraag meeneemt, want ik snap natuurlijk dat u uw tijd wil sparen.
Bij het eerste punt staat dat de raad hierbij niet betrokken wordt, maar we hebben vorige week een heel mooi en uitgebreid debat gehad en het college heeft aangegeven dat het de raad hier goed bij wil betrekken. Dat is wat mij betreft heel mooi gedaan met de wensen- en bedenkingenlijst. Ik vraag me dus af hoe die constatering in de motie terecht is gekomen. De heer TREFFERS (Volt): Ook ik heb toch een vraag aan de VVD, ook al kan zij geen antwoord geven. Er is geen taakstelling. Daar is de staatssecretaris van de VVD landelijk natuurlijk wel mee bezig. De staatssecretaris van de VVD vraagt nu aan de gemeente Delft: willen jullie alsjeblieft asielzoekers opvangen? Dan zegt de VVD Delft: nee, we gaan nu een motie indienen tegen het opvangen van de asielzoekers. Ik vraag me af hoe dat zit. De VOORZITTER: Ook daar wil mevrouw Voogt niets over zeggen. Het zijn dus meer statements. Door de fracties van de VVD en Hart voor Delft wordt motie 9.3.1 (Bezint eer gij begint) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 22 december 2022, constaterende dat: • • •
het college voornemens is om het aantal noodopvangplekken voor asielzoekers uit te breiden van 220 naar 420 en de opvang van 5 maanden te verlengen met 5 jaar zonder de stad en de raad hierbij te betrekken; er geen wettelijke taakstelling is die verplicht om noodopvang te bieden; de noodopvang wordt geaccommodeerd op grond die beschikbaar wordt gesteld door de TU Delft;
overwegende dat:
23
• • •
• • • • •
Delft met 220 noodopvangplekken, gegeven de ruimtelijke en financiële uitdagingen, doet wat zij kan; er op dit moment voldoende capaciteit is om nieuwe asielzoekers op te vangen; het gerechtshof in Den Haag heeft geoordeeld dat er geen ongeoorloofd onderscheid gemaakt mag worden tussen vluchtelingen uit Oekraïne en asielzoekers uit andere landen. Beide groepen zijn op de vlucht voor oorlog en geweld. Deze groepen moeten gelijk behandeld worden. Dit houdt in dat er geen beletsel is deze groepen te mixen en beide noodopvang te bieden op het terrein van de TU; er nog geen informatie is over wat de impact is van de huidige opvang van 220 asielzoekers op de stad in termen van financiën, voorzieningen en veiligheid; er nog niet met de stad, gemeenteraad en omwonenden is gesproken over de ervaringen ten aanzien van de huidige opvang; het nog niet duidelijk is of de TU Delft bereid is om grond beschikbaar te stellen; het belangrijk is dat de overeenkomst van 5 jaar met het COA door de gemeente eerder kan worden opgezegd als daar, op basis van een periodieke evaluatie, aanleiding voor is; de financiële situatie van de gemeente Delft weinig rooskleurig is;
spreekt uit dat het essentieel is om eerst te focussen op het evalueren en optimaliseren van de huidige 220 opvangplekken, in samenspraak met stad, gemeenteraad en de direct betrokken partijen, alvorens het college besluit om het aantal plekken uit te breiden tot 420 plekken; verzoekt het college om: • • • • •
niet meer te doen dan momenteel vanuit het Rijk, in de vorm van een wettelijke taakstelling, wordt opgedragen; de looptijd van de huidige 220 noodopvangplekken te verlengen; de noodopvang ook in te zetten voor de opvang van Oekraïners; op basis van een evaluatie, waarbij stad en raad betrokken wordt, waarbij wordt ingezoomd op de impact op gemeentelijke financiën, voorzieningen en veiligheid, te beslissen of een jaarlijkse verlening wenselijk is; afspraken te maken met het COA en de TU Delft op basis waarvan de duur van de overeenkomst over de noodopvang eenzijdig door de gemeente Delft kan worden opgezegd,
en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Voorzitter. Zoveel vragen … Die zijn moeilijk te beantwoorden. We vangen 220 asielzoekers op. Er is geen wettelijk aantal genoemd. Er is dus geen wettelijke taakstelling. Ik lees "wettelijke taakstelling" in het verzoek zo dat daarmee gewoon het opvangen van asielzoekers wordt bedoeld. Maar ik heb ook zelf heel weinig tijd en er komt hierna nog een belangrijk onderwerp met betrekking tot de hospitaregeling, waar ik iets over wil zeggen. Over deze motie wil ik zeggen dat het bekend is dat onze fractie het verstandig vindt om het aantal asielzoekers niet te verhogen. Wij zouden graag zien dat de gemeente in gesprek gaat met de TU om het beoogde terrein te bestemmen voor de opvang van mensen uit Oekraïne. Tegen de verlenging van vijf jaar hebben wij geen bezwaar. Mevrouw VAN VELZEN (D66): Voorzitter. In de commissievergadering van afgelopen donderdag hebben we al geconstateerd dat er in deze raad een breed draagvlak is voor het verlengen van de noodopvang. Daar ben ik ontzettend blij mee. Wij hopen ook dat de noodopvang kan worden uitgebreid en dat de TU die grond beschikbaar wil stellen. Na jarenlang kan Delft dat dan blijven doen. D66 is daar erg blij mee. Tijdens de bespreking in 24
de commissie hebben we het gehad over het huisvesten van asielzoekers, statushouders en Oekraïners. Ook vanavond lopen deze groepen weer een beetje door elkaar. Er wordt gezegd dat we duidelijk moeten zijn en moeten communiceren met de inwoners en dat mensen moeten weten waar ze aan toe zijn. In de krant lees ik dat er geen woningen voor Delftenaren zijn, maar dat ze wel 200 extra vluchtelingen "cadeau krijgen", terwijl ook Hart voor Delft goed geïnformeerd wil worden en eerlijke politiek wil bedrijven, zoals ik op de website lees. Ik vind dat jammer, omdat we afgelopen donderdag een goed debat hebben gehad en omdat u heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen verlenging van de noodopvang. Deze twee niet aan elkaar gerelateerde zaken worden tegenover gezet. Daarmee moet ik me alweer aansluiten bij meneer Van der Sluis; dat gaat dus goed, meneer Van der Sluis. Er zit geen causaal verband tussen het gebrek aan huizen en het opvangen van asielzoekers. Ik zou u dan ook willen oproepen om uw inwoners, uw achterban, die u zo graag betrekt, eerlijk te informeren, want dit is volgens ons niet de manier om inwoners te betrekken. Bij dat kleine verzoekje van mijn kant wil ik het laten. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter.
Vorige week bespraken we in de commissie grondig de wensen en bedenkingen die de raad had over het uitbreiden van de opvanglocatie voor asielzoekers en het verlengen van de termijn. De gemeente vangt, na een lange tijd waarin we niks hebben gedaan, eindelijk asielzoekers op het terrein van de TU op, waar weinig mensen er last van hebben. De PvdA blijft van mening dat het uitbreiden van opvang gunstig is voor het voorzieningenniveau. Meerdere fracties hebben dat vorige week aangegeven. Gelukkig heeft de VVD bij het vorige agendapunt bevestigd dat zij dit belangrijk vindt. Verder vinden wij de opvang van 400 asielzoekers op een inwoneraantal van 103.000 niet buiten proportie. De opvang van Oekraïners wordt via andere wegen geregeld en staat wat ons betreft ook los van de opvang op het TU-terrein. De impliciete vermindering van de opvang van asielzoekers om het totale aantal gelijk te houden en de Oekraïners mee te tellen, steunen we dan ook absoluut niet. De PvdA toont graag medemenselijkheid en vangt mensen in nood op. We zien enorme wachtlijsten voor betaalbare woningen. We willen uiteraard dat hier snel een oplossing voor komt. Dat is echter een heel andere discussie. Het niet helpen van mensen in nood is wat ons betreft geen oplossing voor dit probleem en kunnen we dan ook niet nastreven. Mevrouw GREMMEN (Volt): Voorzitter.
De heer Treffers heeft al toegelicht wat wij vinden van de voorstellen met betrekking tot de statushouders en de Oekraïners. Het zal dan ook niet verrassen dat we tegen deze motie gaan stemmen. Ik wil echter wel aangeven dat wij het een goed idee vinden om de opvang te evalueren en om de gesprekken met de stad en de raad uit te breiden tot de mensen die in de opvang verblijven, niet met het doel om de opvang na een jaar mogelijk de nek om te draaien of om groepen tegenover elkaar te zetten maar om een constructief en verbindend gesprek in de stad te voeren, de omstandigheden op de opvanglocaties verder te verbeteren en de verbinding in de buurt te versterken, zodat we als Delft ook nieuwe Delftenaren kunnen verwelkomen en omarmen. Dat kan alleen als iedere stem in die situatie gehoord wordt. Ik zou dan ook graag een reactie van het college horen op de vraag hoe we dat eventueel mogelijk kunnen maken. Mevrouw VERDUIJN (STIP): Voorzitter. STIP kijkt tevreden naar de opgestelde lijst van wensen en bedenkingen, die vooral solidariteit uitstraalt. Mede gezien de urgentie van deze crisis is STIP het niet eens met de motie die voor ons ligt. STIP vindt dat de gemeente haar verantwoordelijkheid moet pakken. Door afspraken te maken op lange termijn kunnen we de opvang beter inrichten en ook meer zekerheid geven aan alle betrokken partijen.
Laten we ons steentje bijdragen en ons best doen om een zo goed mogelijke opvang te realiseren. De heer JAFF (GroenLinks): Voorzitter. Ook wij zijn blij met de inhoud van het voorstel en we zijn ook erg te spreken over de wijze waarop wensen en bedenkingen vanuit de raad opgehaald zijn, ondanks het feit dat dit een collegebevoegdheid is. Dank daarvoor. Verder 25
wil ik me van harte aansluiten bij de woorden van mevrouw Van Velzen en van een aantal andere partijen. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Ook wat ons betreft is het belangrijk om mensen op te vangen en te ondersteunen, ook al is dat tijdelijk. Ook Delft heeft hier een verantwoordelijkheid in, maar verantwoordelijkheid nemen betekent ook dat het nodig is om duidelijke afspraken te maken met het COA of met de landelijke keten, juist om draagvlak in onze samenleving te houden en verbindingen tussen inwoners te versterken. Ik benadruk net als vorige week in de commissie dat wij het belangrijk vinden dat het COA waar mogelijk ook op zijn eigen verantwoordelijkheid wordt gewezen ten aanzien van het oplossen van problemen in zijn eigen interne bedrijfsvoering. De wensen en bedenkingen die het CDA samen met Volt heeft opgesteld richting de commissievergadering, zijn met steun van de collega's terechtgekomen in de brief aan het college. Dank voor die steun. Voor ons is dat voor dit moment voldoende. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Het is niet zo dat de SP altijd, overal en op iedere plek voor asielzoekersopvang is. Als ik SP-collega's van mij in andere gemeenten spreek, hoor ik ook dat zij regelmatig tegen die opvang zijn. Dat komt vaak doordat de plaats daar gewoon niet geschikt voor is, maar deze plaats is gewoon prima geschikt voor het opvangen van asielzoekers.
Daarom denk ik dat we dat gewoon daar moeten doen en dat we ook vrijuit kunnen uitbreiden. In de motie staat dat we dat meer moeten doen in samenspraak met de stad via een soort inspraakprocedure. Normaal gesproken ben ik daarvoor, maar in dit geval zou ik niet eens weten met wie ik in gesprek zou moeten gaan. Het lijkt mij zo'n goede locatie dat ik daar echt geen problemen zie. Ik heb ook geen signalen uit de stad dat er iets van weerstand is of wat dan ook, behalve dan zo nu en dan uit deze gemeenteraad. Ik vind het dus niet nodig. Ik denk dat het in dit geval niet nodig is om heel uitgebreid met de hele stad in gesprek te gaan, omdat het gewoon een goed idee is. In sommige gevallen is het wel nodig, maar dit keer gewoon niet. We zijn als SP dus gewoon voor. Dit hoeven we niet extra te vertragen met onnodige procedures. Wethouder GOOIJER: Voorzitter. In de commissie hebben we het hier uitgebreid over gehad. Ik zal het vanavond wat korter houden. Ik ben erg blij met de brede steun, eigenlijk van de voltallige raad, om de opvanglocatie langer open te houden. Een aantal fracties verschilt met mij en het college van mening over hoelang en hoeveel. Voor alle helderheid: we hebben het verzoek van het COA gekregen om te verlengen voor vijf jaar en uit te breiden naar 420. We ondersteunen dat verzoek, maar uiteindelijk is het aan de TU in hoeverre zij daaraan gehoor kan geven.
Ik denk dat we dat doen op basis van wat we nu zien - dat kan je ook "een evaluatie" noemen van hoe het op die locatie gaat - en ook van gesprekken die wij nu en in de afgelopen periode hebben gevoerd met omwonenden en bedrijven in die omgeving. Ik zei in de commissie al dat in de motie wordt gesuggereerd dat we financieel wel wat anders aan ons hoofd hebben, maar het kost ons echt nauwelijks wat, behalve wat ambtelijke capaciteit. We krijgen een vergoeding van het Rijk. Het COA betaalt alle kosten. Het enige wat mij moeten doen, is onderwijs regelen en daar hebben we een huisvestingsknelpunt, maar verder lukt dat. Verder zijn we daarover met het COA in gesprek en gaan we kijken voor hoelang en voor hoeveel mensen we samen met de TU de komende periode daar ruimte kunnen bieden aan vluchtelingen. Wat het betrekken van de stad betreft kan ik me goed aansluiten bij de woorden van meneer Van der Sluis. Ook op de brief die omwonenden hebben gekregen naar aanleiding van onze uitspraak dat we het verzoek van het COA ondersteunen, is geen enkele reactie gekomen. Dat zegt wel iets. Er is wat mij betreft dus geen reden om daar een heel participatietraject voor op te starten.
26
Volt vroeg mij om een reactie op iets, maar ik was net aan het nadenken over een antwoord en ik weet niet meer waarop ik een reactie moet geven. Misschien kan Volt dat in de tweede termijn of nu dus even herhalen. Mevrouw GREMMEN (Volt): Dat ging over de evaluatie die in de motie wordt gevraagd, maar dan wat meer constructief ingestoken. Maar ik begrijp uit uw woorden dat er al gesprekken gevoerd zijn. Dat is voor ons voldoende voor nu. Wethouder GOOIJER: Nog even over het dictum van de motie: er is inderdaad geen wettelijke taakstelling, behalve dat de provincies de vraag over crisisnoodopvangplekken hebben gekregen. Daarvan doen wij er 25, op dezelfde wijze als noodopvang. Als de motie wordt aangenomen, zou dat dus betekenen dat je op die locatie maar 25 mensen blijft opvangen. Dat lijkt me niet heel zinvol. In de commissie heb ik al aangegeven dat jaarlijks verlengen echt het nadeel heeft dat het dan qua kwaliteit blijft zoals het nu is, want dan zal het COA niet gaan investeren. Dat doet het pas als het langduriger is. Daar kan je wat van vinden, maar dat is wel zoals het nu is. Eenzijdig opzeggen ga je in zo'n contract met het COA en de TU niet vastleggen. Als je komt tot afspraken, is het juridisch onhoudbaar dat een van de drie partijen dan eenzijdig mag zeggen: dank u, we gaan hieruit. Dat is dus een onmogelijke opdracht.
De VOORZITTER: Is er voldoende beraadslaging geweest? Ik constateer dat dat zo is. Ik sluit de beraadslaging. In stemming komt motie 9.3.1 (Bezint eer gij begint) van de VVD en Hart voor Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 8 tegen 27 stemmen, waarbij Hart voor Delft en de VVD ervoor hebben gestemd. De VOORZITTER: Ik wil een paar fracties attenderen op de resterende spreektijd. Hart voor Delft heeft nog tien seconden; u heeft uw best gedaan, mevrouw Grobben, maar het is toch heel beperkt. De VVD heeft nog haast het dubbele; dat is ook wel weer aardig. Volt heeft nog 2,5 minuut. Ik neem aan dat dat heel snel voorbijgaat als u niet oplet. Daarmee heb ik degenen gewaarschuwd die echt dicht bij het einde zijn. Ik hou u gewoon aan de afspraak zoals we die in het presidium hebben gemaakt. XX. College van B en W - beantwoording schriftelijke vragen van de fractie D66 inzake Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022-2030 (nr. 2243537) én college van B en W beantwoording schriftelijke vragen van de fractie STIP inzake Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022-2030 (nr. 2243538). De VOORZITTER: De fractie van STIP heeft een motie aangekondigd en dient die ook daadwerkelijk in. Er zijn drie moties. Ik begin steeds met de eerste indiener. Vervolgens ga ik de tweede indiener van elke motie doen en dan de derde.
De volgorde is dus: STIP, D66, de ChristenUnie, de SP, Volt en daarna de rest. De heer DAG (STIP): Voorzitter. We leven in een tijd van ernstige woningnood. Delft heeft niet voor niets de op één na hoogste woningnood van Nederland. Zo'n noodsituatie vraagt om een lokale overheid die problemen oplost en zorgen wegneemt. Dat zijn wij als raad en college aan onze inwoners verplicht. De huidige woningnood vraagt naast het bijbouwen van woningen om een efficiënte invulling van de woningen die er al zijn. Dat geldt zeker voor Delft met de weinige bouwgrond die we nog hebben. Daarnaast moeten we regels die een inefficiënte invulling stimuleren, juist vermijden. Vanavond doet STIP met een aantal andere partijen een voorstel dat een niet-passende regel aanpast. We dienen dus samen met een aantal partijen een motie in waarmee de bestaande woningvoorraad beter moet worden benut en die daarmee extra woonruimte creëert. We doen dat door de regel over 27
hospitaverhuur iets te versoepelen. STIP heeft een hoge drempel geconstateerd voor het verhuren van twee kamers met de eigenaar inwonend. Mevrouw VOOGT (VVD): STIP stelt dat het met dit instrument de woningnood in Delft gaat oplossen. Volgens mij is dit alleen een oplossing voor studenten. Ik ben benieuwd of er nog andere instrumenten zijn om de woningnood in Delft op te lossen. De heer DAG (STIP): Bedankt voor de vraag. Ik constateer dus dat we naast het bijbouwen van woningen echt moeten gaan zoeken hoe we de huidige voorraad beter kunnen benutten. Met het voorstel gebruiken we de hospitaverhuur om inefficiënte woningen beter in te vullen. Het is absoluut niet zo dat dit alleen voor studenten zou zijn. Het gaat hier om een regeling die juist voor jongeren en starters aantrekkelijk is, omdat zij een woonruimte creëert die daar ook geschikt voor is. Een Delftse woning komt nu pas in aanmerking als het totale woningoppervlak minimaal 180 vierkante meter is en als het woonoppervlak per huurder minimaal 20 vierkante meter is. Deze slecht onderbouwde en onnodige hoge drempels die wij samen met een aantal andere partijen hebben geconstateerd, zijn onwenselijk in een tijd van woningnood. De indieners stellen daarom een minimaal totaaloppervlak van 150 vierkante meter voor.
De heer VALK (CDA): De heer Dag benadrukt dat de motie over hospitaverhuur gaat, maar het tweede dictum gaat over een algemene omzettingsvergunning voor kamerverhuur. Bent u bereid de motie zo te herschrijven dat zij alleen gaat over hospitaverhuur waarin het aantal vierkante meters wordt verlaagd? De heer DAG (STIP): Wij hebben dat dictum al van tevoren uit de motie geschrapt. We bedienen u dus gelijk. Het staat ook op het RIS. Ik heb het via de griffie doorgegeven. Ik had van tevoren al doorgegeven dat dit van tevoren even zou moeten worden gemeld, maar het is niet helemaal gemeld. Het tweede dictum is dus uit de motie geschrapt. De VOORZITTER: Dat klopt. Dat heb ik bij de start van de vergadering aangegeven, maar dan vertel ik heel veel. Ik kan me dus best voorstellen dat het even weggezakt is, maar het is wel een feit. De heer DAG (STIP): De reden daarvoor was dat wij de zorg hadden dat binnen de hospitaverhuur ook het minimale woonoppervlak een hoge drempel is, maar dat schijnt niet zo te zijn. Die zorg is dus weggenomen. Om die reden hebben we het tweede dictum geschrapt. De heer VALK (CDA): Mijn tweede vraag gaat over iets wat er volgens mij nog wel in staat.
U noemt een aantal voorbeelden van andere gemeenten en doet een beetje alsof Delft veruit de strengste regels heeft, maar u noemt in de motie niet Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Groningen, Eindhoven, Leiden en Wageningen. Bent u vergeten dat dat ook studentensteden zijn of kwam het niet zo heel goed uit voor uw verhaal en heeft u ze daarom weggelaten? De heer DAG (STIP): Ik heb een onderzoek gedaan en ik heb ook in de commissie geprobeerd om het duidelijk te verwoorden. Ik heb naar alle grote steden gekeken. Daaruit bleek dat een aantal steden, die ik in de motie noem, een soepelere regeling hanteren, zoals Breda dat in november heeft gedaan. Ik heb andere steden weggelaten, omdat die eigenlijk een vergelijkbare situatie als Delft hanteren. Ik vind het juist fijn om te kijken naar de steden die dit versoepelen. Daar zie ik ruimte om die woonruimte in Delft beter in te vullen. Dat is de reden.
28
Ik ga afsluiten. Er zijn volgens ons zes redenen waarom de hele raad voor deze stimulans voor hospitaverhuur zou moeten stemmen. Ten eerste maakt dit efficiënter gebruik van voor Delft gigantische woningen van 180 vierkante meter, zoals ik al constateerde. Ten tweede vergroot dit de kans op woonruimte. Daarnaast laat dit meer mensen, vaak van verschillende leeftijdsgroepen, samenwonen, wat ook eenzaamheid tegengaat. Ten vierde is het huidige aantal vierkante meters volgens STIP slecht onderbouwd en daarmee onnodig hoog. Het verhuren van twee leegstaande kamers levert een verhuurder daarnaast een bijverdienste op en een huurder een woning, een dak om onder te leven. Doordat we mensen een kamer kunnen gunnen op een plek binnen hospitaverhuur, neemt de kans van andere mensen op een woning op een andere plek juist toe. Tot slot verhoogt onze motie het aanbod van hospitakamers. Daardoor zal de hospitacampagne die we in Q1 2023 zullen gaan doen, volgens ons direct succesvol zijn. STIP dient de motie van D66 mede in om een concreter gevolg te geven aan het actieplan. De toelichting van die motie laat ik over aan de heer Analikwu. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Ik ben benieuwd hoeveel hospitakamers er nu volgens STIP zijn en hoeveel er te weinig zijn.
Gaan we echt nodig hebben dat dat aantal verdubbeld wordt of dat er daar meer van kunnen zijn? Of hebben we nog even de tijd om af te wachten wat die hospitastimulatieregeling gaat doen? De heer DAG (STIP): Dat is een goede vraag. In Leiden hebben we gezien dat met de hospitacampagne echt 50 personen zijn geholpen. Dat hopen we natuurlijk ook te bereiken met de campagne die we in Delft gaan doen. Ik heb technisch uitgezet hoeveel hospita's we in Delft hebben. Dat wordt niet precies bijgehouden, maar we zien wel dat er in Delft een significant aantal aanwezig is. We denken ook dat daar veel valt te behalen, ook omdat ik heel duidelijk constateer dat we de woonruimte in Delft kunnen vergroten, enerzijds door bij te bouwen maar anderzijds ook door de huidige woningen gewoon beter in te gaan vullen. Wij hopen dat dit daar een onderdeel van is. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Nog een aanvullende vraag, aangezien STIP het huiswerk zo goed heeft gedaan. Zijn er bij de hospita's die er nu al zijn, mensen die behoefte hebben aan nog een extra student - sorry, een extra inwoner - in huis? De heer DAG (STIP): Het lastige daarvan is dat ikzelf geen hospitasituatie ken zoals u die schetst, dus iemand die mij heeft aangegeven dat die nog behoefte heeft aan het verhuren van een tweede kamer.
Maar in andere steden, onder andere in Leiden, hebben we veel situaties gezien waardoor we denken dat dit ook in Delft heel veel potentie zal hebben. Volgens mij heeft mevrouw Koelewijn daar iemand over gesproken en zal zij daar in haar termijn nog op ingaan. De heer ROMEIJNDERS (GroenLinks): Volgens mij kun je voor hospitaverhuur maximaal € 500 aan huur belastingvrij vragen. Als je twee mensen hebt, kun je nog steeds maar maximaal € 500 vragen. Misschien is het voor mensen financieel dus niet zo interessant om als hospita twee mensen als huurders in huis te nemen. Hoe ziet STIP dat? De heer DAG (STIP): Ik heb niet veel tijd meer, maar ons doel met de motie is niet om mensen vooral bijverdiensten te laten hebben, maar vooral om de woonruimte beter in te richten. Door de fracties van STIP, de ChristenUnie, de SP en Volt wordt motie 9.4.1 (Maak inwonen makkelijker, niet moeilijker) ingediend:
29
"De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 22 december 2022 ter bespreking van beantwoording schriftelijke vragen van de fractie STIP inzake Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022-2030, constaterende dat: -
-
de gemeente Delft het op één na grootste woningtekort van Nederland heeft; naast het bijbouwen van woningen het beter benutten van de huidige voorraad de belangrijkste oplossing is om de ernstige woningnood aan te pakken; het college aangeeft hospitaverhuur te willen stimuleren; de gemeenten Maastricht, Utrecht, Nijmegen en sinds kort Breda vanwege de huidige wooncrisis kiezen voor vergunningsvrije hospitaverhuur van 2 kamers met de eigenaar inwonend om zo hospitaverhuur te stimuleren; Delft een hoge grens van 180 m2 hanteert voor hospitaverhuur van 2 kamers met de eigenaar inwonend als uitzondering op de omzettingsvergunning; een eengezinswoning in Delft gemiddeld 121 m2 is; behalve Delft geen enkele grote stad de strenge voorwaarde van een minimaal woonoppervlak van 20 m2 per bewoner hanteert bij de aanvraag van een omzettingsvergunning;
overwegende dat: -
-
het beter benutten van de huidige voorraad naast het bijbouwen van woningen in een tijd van woningnood in Delft prioriteit nummer 1 moet zijn; hospitaverhuur de kans op woonruimte vergroot, efficiënt gebruikmaakt van schaars woonoppervlak en meer mensen laat samenwonen om zo eenzaamheid tegen te gaan; strenge regels en voorwaardes bij hospitaverhuur niet passend zijn in een tijd van ernstige woningnood; het verlagen van zowel het aantal vierkante meters voor vergunningsvrij hospitaverhuur van 2 kamers met de eigenaar inwonend als het minimale woonoppervlak per bewoner bij de aanvraag van een omzettingsvergunning hospitaverhuur actief stimuleert en zo de ernstige woningnood direct aanpakt;
draagt het college op: -
-
in de Delftse Huisvestingsverordening in de regel 'Woningen groter dan 180 m2 waarbij de eigenaar of hoofdhuurder minimaal 5 jaar onafgebroken op het adres staat ingeschreven en niet meer dan 2 andere personen laat inwonen. De personen die inwonen, moeten hiervoor toestemming hebben van de verhuurder' als uitzondering op het moeten aanvragen van een omzettingsvergunning het aantal vierkante meters te verlagen van 180 naar 150 m2; bovenstaande regel en voorwaarde in Q1 2023 aan te passen in de Delftse Huisvestingsverordening en hierover te rapporteren aan de raad,
en gaat over tot de orde van de dag." De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Het is een eer om voor het eerst het woord te mogen voeren in uw raad. Dat ik hier zit, is een voorbeeld van hoe onverwacht je studententijd kan verlopen. Eerst woonde ik nog bij mijn ouders, in Den Haag, maar toen ik in mijn tweede jaar vijf keer per week wilde gaan roeien bij mijn vereniging Proteus, kon ik dat alleen bolwerken door op kamers te gaan. De reistijd was te groot om te kunnen studeren én te kunnen roeien én, als ik heel eerlijk ben, ook een keer een feestje mee te pakken. Ik ben niet de enige met zo'n verhaal. Om het meeste uit je studententijd te kunnen halen en jezelf te kunnen ontwikkelen en ontplooien, is een fijne woning een randvoorwaarde. Daarom is het goed dat 30
het college het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting onderschrijft. Naar aanleiding van onze schriftelijke vragen over dit actieplan dien ik namens D66 twee moties in. De eerste motie vraagt om energiechecks te betrekken bij woningopnames van het huurteam. Dat leek het college al in 2021 een goed idee, maar in de commissievergadering wilde de wethouder nog niet zover gaan. Met deze motie spreken we uit dat we een voorstel willen waarbij energiechecks worden betrokken. De tweede motie vraagt het college om uitwerking van een ambitie voor het terugdringen van het tekort aan studentenwoningen in 2028 en 2029. Met alleen de huidige bouwplannen neemt het tekort namelijk toe met zo'n 2.000 woningen. Het kan niet zo zijn dat we wel de handtekening zetten maar daar vervolgens geen gevolg aan geven in Delft. Daarbij zien we wel dat met de 3.500 bij te bouwen studentenwoningen de grens wordt bereikt van wat de stad aankan. Het tekort aan woningen is er niet alleen voor studenten, maar ook voor starters en jonge gezinnen. Dat brengt me bij de motie van STIP. Hoewel zij in principe sympathiek is, steunen wij de motie niet. Wat D66 betreft moet het doel centraal staan en niet het middel. Daarom mijn zojuist genoemde motie. Het middel waar STIP voor kiest, komt wat mij betreft te vroeg.
Ook lijkt het ons beter om dergelijke aanpassingen in het beleid te doen wanneer we komend voorjaar een nieuwe Huisvestingsverordening vaststellen. Tot slot en wellicht ten overvloede: in de commissievergadering vroeg ik de wethouder al om de gereedschapskist integraal te bekijken wanneer instrumenten zoals de opkoopbescherming beschikbaar komen. Het lijkt ons daarom beter om pas over verruiming van de hospitaregeling te praten als we beter grip hebben op de woningmarkt. De VOORZITTER: Allereerst van harte gefeliciteerd met deze mooie start, meneer Analikwu. (Applaus) Ik wil u ook bedanken, omdat u heel mooi vanuit uw eigen praktijk spreekt. Dat is natuurlijk het mooie van een representatieve democratie: u vertegenwoordigt hier allemaal groepen die in de stad woonachtig of actief zijn. U heeft heel duidelijk aangegeven waar u vandaan komt en hoe u het heeft ervaren. Dat brengt u nu ook in uw optreden hier in de raad in. Dat is precies zoals dat bedoeld is in onze democratie. Dus zeer veel dank voor dit mooie maidenspeechverhaal. De heer VALK (CDA): Ik heb even gewacht tot het einde, want volgens mij mogen nu wel vragen worden gesteld. Allereerst felicitaties aan de heer Analikwu voor zijn installatie vanavond, zijn eerste moties en zijn mooie maidenspeech. Ik heb een vraag over de dekking van de motie Energiechecks bij huurteams.
Bent u het met mij eens dat dit wel heel erg een "blanco cheque"-motie is? U zegt niet hoeveel het mag kosten en u geeft het college ook nog eens compleet de vrije hand in waar het de dekking vandaan haalt. Daar zou ik als wethouder heel gelukkig van worden, maar dat is vast niet uw bedoeling. Kunt u daar dus iets meer over zeggen? De VOORZITTER: Mevrouw Voogt heeft nog vijf seconden. Mevrouw VOOGT (VVD): Ja, heel kort: wat doet D66 voor de middeninkomens en voor huisvesting voor die doelgroep? Ik hoor u nu eigenlijk alleen over studenten. Bent u ook bereid om onderzoek te doen naar het tekort aan middeldure woningen en gezinswoningen? De heer TREFFERS (Volt): Ik heb een vraag over de motie Uitwerken Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting. Wij als Volt zijn het ontzettend met u eens dat we er als gemeente verantwoordelijk voor zijn om ook huisvesting voor studenten te regelen. Ik wil daarbij de internationale studenten actief benoemen. Aan de andere kant is uw laatste dictum om hierover bij het voorstel van de Woonvisie te rapporteren. Mijn vraag is of u graag wilt dat het college zijn resultaten rapporteert, zodat we die een-op-een kunnen overnemen in de 31
Woonvisie als eis, het minimale wat we moeten bouwen. Of wilt u dat het college rapporteert, zodat we dat integraal kunnen afwegen in combinatie met alle andere doelgroepen die woningen zoeken? De heer ANALIKWU (D66): Ik begin met de vraag van de heer Treffers. Volgens mij is het stellen van deze vraag ook het beantwoorden ervan. Wanneer we de Woonvisie gaan bespreken, willen we natuurlijk integraal kijken naar de totale woningopgave. Dat heb ik ook in mijn termijn gezegd: we willen dat graag integraal bekijken, want we willen natuurlijk niet hapsnap opkomen voor losse groepen. Ik hoop dat ik de vraag van de VVD naar behoren zal beantwoorden, want volgens mij kunt u geen vervolgvraag stellen. Natuurlijk willen wij bijbouwen voor de groepen die u noemde. Ik zou u ook willen uitnodigen om het coalitieakkoord daarop na te slaan, want volgens mij zijn daar duidelijke afspraken over gemaakt. De vraag van de heer Valk ging over de dekking van de energiechecks. Aanvankelijk had ik in mijn motie geschreven dat die dekking bijvoorbeeld gevonden kon worden in de overgebleven SPUK-gelden voor energiearmoede. Die richting hebben we er nog wel aan gegeven, maar volgens mij is het beter om de dekking voor dat voorstel bij het voorstel zelf te betrekken.
In de collegebrief uit 2021, waar ik in de motie ook naar verwees, heeft het college aangegeven dat de offerte die het toen had bekeken voor de energiechecks, neerkwam op zo'n € 20.000 extra voor het voorstel dat we nu hebben. Dat is dus de ordegrootte waaraan we moeten denken, maar het is goed om dat integraal bij het voorstel te bekijken. Door de fracties van D66 en STIP wordt motie 9.4.2 (Uitwerken Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 22 december 2022 ter bespreking van beantwoording schriftelijke vragen van de fractie D66 inzake Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022-2030, constaterende dat: • • •
het college de ambitie heeft om 2.500 studentenwoningen bij te bouwen voor 2025 en nog eens 1.000 voor 2030; het Landelijke Actieplan Studentenhuisvesting, dat ook Delft heeft getekend, de ambitie heeft om het tekort aan studentenwoningen in het studiejaar 2028/2029 weg te werken; er volgens ramingen bij het actieplan in Delft 5.260 tot 6.110 uitwonende studenten in Delft bij komen tot studiejaar 2028/2029;
overwegende dat: • • • • •
het college niet heeft uitgewerkt hoe de doelstelling uit het landelijk actieplan doorwerkt in Delft; met slechts de huidige bouwdoelstellingen het tekort zelfs zal oplopen in plaats van afnemen; Delft de grenzen nadert van wat er mogelijk is aan bijbouwen voor studenten en het woningtekort breder is dan alleen voor studenten; Delftse studenten bij voorkeur in Delft gehuisvest worden, maar dat de regio hier ook een belangrijke rol in moet spelen; Schiedam en Rijswijk nu kleine hoeveelheden studentenwoningen bijbouwen, maar andere buurgemeenten nog niet; 32
verzoekt het college: • • • •
te onderzoeken hoe groot het tekort aan studentenwoningen in Delft is; met een doorvertaling te komen van de ambitie uit het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting voor het aanpakken van het tekort aan studentenwoningen; hierbij de omliggende gemeenten en de TU actief te betrekken en de TU te wijzen op haar verantwoordelijkheid; hierover uiterlijk bij het voorstel van de Woonvisie te rapporteren aan de raad."
Door de fracties van D66 en de ChristenUnie wordt motie 9.4.3 (Energiechecks bij huurteam) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 22 december 2022 ter bespreking van beantwoording schriftelijke vragen van de fractie D66 inzake Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022-2030, constaterende dat: • • •
het college voornemens is om in Q1 van 2023 met een voorstel te komen voor een huurteam om huurders in de particuliere sector bij te staan; daar in de begroting reeds een bedrag voor is beschikbaar gesteld, te weten € 110.000; zelfs na het verdubbelen van het aantal energieklussers nog minimaal 5.000 Delftenaren die te maken hebben met energiearmoede, niet bereikt worden met eenvoudige energiebesparende maatregelen;
overwegende dat: • • •
de kwetsbare groepen die gebruik zullen maken van het huurteam, vaak ook te maken hebben met energiearmoede; zonder extra middelen de energiechecks ten koste gaan van het aantal woningopnames; niet alle SPUK-gelden energiearmoede zijn besteed en eerder door deze raad is gekozen deze te besteden aan het verdubbelen van het aantal energieklussers;
verzoekt het college: • •
bij het voorstel voor het huurteam te kiezen om energiechecks te betrekken bij de woningopnames; te zoeken naar dekking, bij voorkeur niet ten koste van het aantal woningopnames."
Mevrouw KOELEWIJN (ChristenUnie): Voorzitter. Allereerst dank aan meneer Dag en meneer Analikwu voor het schrijven van deze mooie moties, die wij graag mede hebben ingediend. En wat mooi, meneer Analikwu, dat u in uw allereerste raadsvergadering al met zo'n mooi concreet verhaal komt en met een motie die volgens mij echt meteen een mooi concreet effect heeft: kwetsbare huurders die gebruik gaan maken van het huurteam, worden ook meteen ondersteund met de energiecheck. Dat is een goed idee. Het is duidelijk dat we een probleem hebben met onze studentenhuisvesting. Het werd net al genoemd: ik heb inderdaad contact gehad met een hospita, iemand die nu al een kamer verhuurt. Zij heeft momenteel een student in huis. Zijn ouders wonen in Emmeloord. Hij moest elke dag op en neer reizen naar Delft. Hij trok dat gewoon niet meer en overwoog te stoppen met zijn studie totdat hij deze hospitakamer vond. Ik denk dat dat heel mooi 33
concreet laat zien dat hospitaverhuur echt voorziet in een behoefte. Deze hospita neemt ook graag meerdere studenten in huis. Er is dus echt een behoefte, in ieder geval bij één hospita. Ik kan natuurlijk niet zeggen dat dit echt representatief is. Ik heb geen breed onderzoek gedaan in Delft, maar er is er in ieder geval één. We zetten met deze motie een kleine stap om iets meer mogelijk te maken in het hospitaverhuur. Het is bewust een kleine stap, want binnenkort komt de Woonvisie eraan. Dat is het moment voor het zetten van grote stappen en om alles integraal af te wegen en te kijken wat het beste is voor studenten, maar ook voor alle andere doelgroepen die we hebben in Delft. Laten we dan dus kijken of we nog meer kunnen doen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Het is een beetje een puzzel om te kijken hoeveel mensen we in deze stad kunnen proppen. Daar hebben we het net al over gehad en daar hebben we het heel vaak over. Daarom ben ik altijd op zoek naar manieren om meer mensen in de stad te kunnen huisvesten zonder dat dat tot overlast leidt voor anderen. Ik denk dat het voorstel dat door STIP, de ChristenUnie en ons is ingediend, ook al weet ik dat het de woningnood in Delft niet gaat oplossen, toch een stukje helpt, want we bieden de mogelijkheid om mensen een zakcentje extra te laten verdienen door iemand extra bij hen in huis te nemen.
Misschien denk je "dat kan iedereen toch wel doen?", maar het moeilijke daarvan is dat je, als je dat te los laat, weer een geitenpaadje hebt geïntroduceerd waardoor gewone woningen die eigenlijk bedoeld zijn voor kleine gezinnen, weer worden omgezet in een studentenhuis. Dat willen we zien te voorkomen. Vandaar deze omslachtige beschrijving met een minimaal aantal vierkante meters, van één persoon naar twee personen en allemaal dat soort regels, om ervoor te zorgen dat we wél toestaan dat in een woning waar nu mensen wonen en die dit willen, zij er één of straks twee studenten bij krijgen zonder dat we de mogelijkheid bieden dat nog meer woningen omgezet worden in een studentenwoning. Daarom vind ik het een goed voorstel. Het is een kleine stap in de juiste richting met zo weinig mogelijk bijwerkingen, waarmee we er weer voor zorgen dat er net wat meer mensen de stad in kunnen komen. Daarom vinden wij dit een goed voorstel en hopen we dat zo veel mogelijk partijen het zullen steunen. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik zal vooral ingaan op de motie die wij mede hebben ingediend, de hospitamotie. Ik denk dat het verruimen van de regeling op dit moment minder zin heeft dan een campagne, maar die komt er al. Ik denk dat het geen goed idee is om de campagne te starten en dan te denken: die regeling is eigenlijk ook best wel streng; laten we die dus achteraf gaan aanpassen.
Ik denk dat dat de verkeerde volgorde is. Daarnaast hebben we het opgezocht: het aantal woningen boven de 150 vierkante meter ligt rond de 8%. Bij 180 vierkante meter gaat het dus om nog minder woningen in Delft. Het gaat dus echt niet om een heel grote ingreep. In de commissie heb ik het uitgebreid gehad over alle vragen van D66 en STIP en over hoe goed ik die vragen vind, evenals over het fijne contact dat we daarover hebben gehad. De heer VALK (CDA): Bent u het met mij eens dat woningen van 150 vierkante meter juist bedoeld zijn om doorstroming op de woningmarkt te creëren en voor mensen die kinderen krijgen en dan iets groter willen gaan wonen, zodat er ook weer kleinere woningen vrijkomen waar starters kunnen gaan wonen? Bent u niet bang dat dit voorstel die doorstroming gaat frustreren? De heer TREFFERS (Volt): Nee, daar ben ik eigenlijk niet bang voor. Ja, dat is het hele antwoord. Ik denk dat er op dit moment te weinig hospitaverhuur is. Ik vind het grappig dat we allemaal hebben gezegd dat we het niet goed kennen. Het zou fijn zijn als we misschien over een jaar zeggen dat we er intussen allemaal eentje kennen. Ik wil u nog even meenemen naar de commissievergadering. Toen zei ik ook dat ik niemand ken die hospita is en toen berichtte mevrouw De Koning mij: "Nou, ik ben er eentje. Groetjes!" Dus alvast hartelijk bedankt, mevrouw De Koning. 34
De VOORZITTER: Hart voor Delft heeft nog tien seconden. Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Voorzitter. Hart voor Delft vindt dat de hospitaregeling eigenlijk thuishoort in de Woonvisie en zou de wethouder willen vragen of zij dit kan toezeggen, zodat stemmen over deze motie overbodig is. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Bij het woord "hospita" hebben we altijd een beetje een romantisch beeld: een oude weduwe die een student in huis neemt, waardoor de weduwe gelukkig en de student blij is. Ik bedoel niemand, hoor! De VOORZITTER: Ik moet even om orde vragen, want meneer Valk is gewoon heel verstandig aan het spreken en ik heb het gevoel dat hij niet goed wordt gehoord. De heer VALK (CDA): Ik begin niet opnieuw. Helaas hebben we ook gezien dat kamerverhuur en ook hospitaverhuur onder dat mom ook hebben geleid tot overlast. De heer VAN DER SLUIS (SP): Laat ik 'm toch maar inkoppen: ik vraag me af of meneer Valk vindt dat mevrouw De Koning van Hart voor Delft een oude weduwe is. De VOORZITTER: Dit wordt heel ingewikkeld. Meneer Valk, vervolg uw betoog. De heer VALK (CDA): Laten we het niet over individuele personen hebben. Overigens woont ook bij mij in het complex iemand die onder het mom van hospitaverhuur verhuurt en dat is een jonge studente, die mede-eigenaar is van een woning maar via deze regeling gebruikmaakt van de hospitaregeling.
Maar goed, een aantal partijen hebben al gezegd dat we niet zo heel lang geleden beleid hebben vastgesteld. Het CDA sluit zich aan bij Hart voor Delft en D66 en zou liever zien dat we bij de Woonvisie de woningnood van alle doelgroepen in kaart brengen: de woningnood onder studenten, maar ook de woningnood onder jonge starters die niet studeren maar in het onderwijs, in een winkel, in de zorg of bij de politie werken, onder gezinnen en onder senioren. Nu even aan één knop draaien om één doelgroep een grotere kans te geven zonder dat er nagedacht is over de impact op de leefbaarheid maar ook op de kans op woningen voor andere doelgroepen, vindt het CDA niet verstandig. We zouden daarom graag van de wethouder willen horen of zij bereid is om hiernaar te kijken bij de nieuwe Woonvisie. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. Ik ga in op de motie Maak inwonen makkelijker, niet moeilijker. Mijn vader vertelde mij altijd verhalen over zijn studententijd. Hij vond het heel fijn om bij een hospita in te wonen. Zo was hij niet alleen en waren zij niet alleen. Soms kookten ze voor hem. Hij zorgde voor gezelligheid. Daar ontstaat dus meestal een mooie wisselwerking. In veel steden is het normaler om via een hospitaconstructie te wonen, maar toen ikzelf op zoek ging naar een kamer in Delft, kwam ik geen hospitawoningen tegen.
Hoewel ik graag in een hospitawoning had gewoond, vond ik alleen studentenhuizen of studio's. Ik ken maar één persoon uit mijn studententijd die heeft gehospiteerd en dat was niet in Delft, maar in Pijnacker-Nootdorp. Daarom is het ontzettend mooi dat er in 2023 een campagne begint voor hospitaverhuur in Delft, want heel veel studenten, heel veel van mijn vrienden, weten niet dat dit bestaat. Heel veel niet-studenten, potentiële hospitaverhuurders in de stad, weten ook niet dat het bestaat. Er zijn dus weinig hospitawoningen, terwijl het een ontzettend efficiënt gebruik is van schaarse ruimte. Laten we daarom vooral goed in de gaten houden hoe de campagne gaat. Dan kunnen we misschien de volgende vragen beantwoorden: werkt hospitaverhuur in Delft en wat zijn de voor- en nadelen voor Delft als stad? Wat is bijvoorbeeld het effect van hospitaverhuur op de balans tussen studenten en niet-studenten? En tot slot: of en hoe kunnen we bijsturen als we eenmaal meer hospitawoningen hebben in Delft? Daarom zal GroenLinks de motie niet 35
steunen. We vinden dat we eerst met de hospitaverhuurcampagne moeten starten en dan pas moeten bijsturen. GroenLinks zal de motie Uitwerken Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting van D66 niet steunen. Hier moeten we bij de behandeling van de Woonvisie een goede discussie over hebben, bijvoorbeeld over wat de toekomst voor studentenhuisvesting in Delft is en wat de maximale hoeveelheid studentenwoningen per wijk is. De heer ANALIKWU (D66): Ik heb een verhelderende vraag aan mevrouw Romeijnders. Mijn motie vraagt niet om nu wel of niet iets te besluiten, maar om iets uit te werken en te onderzoeken richting de Woonvisie en niet pas bij de Woonvisie te gaan kijken. Wat vindt zij daarvan? Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Ik ga eerst even verder met mijn betoog. De VOORZITTER: Ja, denkt u even na. Vervolg uw betoog en kom er straks maar even op terug. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Ik kom bij de motie van D66 over de energiechecks bij het huurteam. Ook die motie zullen wij niet steunen. Wij wachten liever eerst het plan af over het huurteam. Dan hebben we voldoende informatie om de beslissing te kunnen nemen. Ik ben de interruptie even kwijt; sorry. De VOORZITTER: Dat geeft niks. U kunt er straks altijd nog voor kiezen om erop te reageren. Nogmaals, de vragen mogen gesteld worden, maar of u wel of niet antwoord geeft, is aan u. Misschien wilt u het antwoord straks nog geven.