Concept-handelingen raadsvergadering 17 oktober 2024
Tekst van het document
Delft 2040.
We vragen het college om op grond van het bovenstaande:
het Fonds Delft 2040 op 31 december 2024 formeel te beëindigen en daarvoor ten minste de volgende stappen te nemen: o bij de Jaarstukken 2024 de bestemmingsreserve Voorbereidingskosten Fonds Delft 2040 op te heffen en het resterende saldo (na aftrek kosten en verplichtingen) over te hevelen naar de bestemmingsreserve Stad; o de lopende initiatieven te informeren en ze te verzekeren dat het beëindigen van het Fonds Delft 2040 geen enkele consequentie heeft voor de wederzijdse afspraken en verplichtingen; o het onder grote dankzegging van raad en college dechargeren van de externe leden van de investeringscommissie; o het aanpassen van de website van de gemeente Delft en eventuele andere communicatie waar het Fonds Delft 2040 wordt genoemd,
en we gaan over tot de orde van de dag." Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. We hadden het onszelf makkelijker kunnen maken door gewoon tegen het voorstel van het CDA te stemmen, maar vanuit Volt vinden we het altijd leuk om dan met een ander voorstel te komen. We hebben dus een motie geschreven met een toekomstperspectief voor Fonds 2040. In de commissie gaven veel partijen aan nog steeds achter de gedachte van Fonds 2040 te staan, het langetermijndenken, het fonds op enige afstand van de politieke waan van de dag. Desondanks zagen veel partijen in het 36
debat weinig toegevoegde waarde in een fonds waar geen middelen in zitten. Zij trokken daarom de conclusie om er dan maar helemaal mee te stoppen. Wij trokken juist een andere conclusie. Het fonds is namelijk ooit juist opgericht in financieel lastige tijden, juist om dat investeringsvolume te creëren en met het idee dat we als raad geld in dat fonds zouden blijven storten, namelijk tot een bedrag van € 75 miljoen. Daarin hebben we als raad de afgelopen jaren eigenlijk verzaakt, hoewel er regelmatig financiële middelen beschikbaar waren. Ik kan me ook echt meerdere debatten herinneren waarin we als raad opriepen om niet steeds al onze incidentele middelen af te geven maar om ook na te denken over de lange termijn. Ja, we hebben inderdaad andere grote opgaven bestempeld als belangrijk, maar dat doet daar niet aan af. Ondanks die andere grote opgaven vind ik het dus nog steeds een slecht verhaal aan de stad dat we een fonds hebben opgericht, maar nooit met elkaar hebben nagedacht over hoe we dat op een gegeven moment zouden gaan beëindigen en of we het ooit zouden willen beëindigen. De gemeenteraad heeft in 2015 vast niet gedacht dat wij zestien jaar voor 2040 de stekker al uit het fonds zouden trekken en dat iets wat met zoveel zorg en moeite en met heel veel ambtelijke capaciteit tot stand was gebracht, eigenlijk zo makkelijk wordt beëindigd.
Dat bedrag van € 75 miljoen is misschien niet meer nodig, maar we hebben zeker nog niet alle doelen bereikt die in Agenda 2040 staan. Laten we die agenda dan ook niet met een sisser laten uitdoven, maar het fonds verbeteren en onszelf een nieuwe opdracht geven voor de lange termijn. Het CDA geeft in de motie aan dat de communicatie geld kost, maar ik denk dat we die steun in de rug echt nodig hebben. Die kosten worden ook wat overschat. Je hebt sowieso communicatie nodig en we moeten sowieso nadenken over hoe het Fonds 2040 kan blijven werken. Vandaar dit tegenvoorstel of eigenlijk een ander voorstel. Mevrouw STEHOUWER (STIP): Volt wil een nieuw investeringsplan voor het fonds, maar weet zelf ook eigenlijk wel - dat zegt Volt zelf ook - dat we best wel krap bij kas zitten, zeker op korte termijn. Klopt het dan dat het nog een aantal jaren kan duren voordat het fonds weer in leven is? Mevrouw VOOGT (VVD): Hoe ziet mevrouw Brussaard dit voor zich? Met welke middelen zou zij dit fonds willen vullen? En in het verlengde van wat mevrouw Stehouwer vroeg: hoelang dragen wij een lege rugzak met ons mee? Is het niet beter om, zoals de heer Valk eigenlijk stelt, naar de lange termijn te kijken, dit nu af te sluiten, opnieuw naar de situatie te kijken en dan te kijken hoe je een fonds gaat vullen? Daar ben ik benieuwd naar.
Mevrouw BRUSSAARD (Volt): We zitten de komende jaren misschien inderdaad krap bij kas. Tegelijkertijd hebben we de afgelopen tijd ook een presentatie gehad waarin werd aangegeven dat we als gemeente zwemmen in het geld. Dat zijn eigenlijk twee verschillende werelden. Dat heeft onder andere te maken met die incidentele middelen. In de motie stel ik voor dat we ook bij de Kadernota af en toe een voorstel van het college willen krijgen waarmee er ook weleens middelen zouden kunnen vallen in dit fonds. Dus niet meteen een nieuwe bestemming vinden of zoiets, maar zet het even opzij. Dat hadden we de afgelopen jaren eigenlijk al vaker kunnen vragen. Ik denk dat het is meegevallen. Het is eigenlijk vooruitlopen op de toekomst: je weet niet of er wel of niet geld in komt. De VOORZITTER: De wethouder Financiën geeft toch aan dat het beeld helaas heel wat minder florissant is dan u hier naar voren brengt. Maar wie weet gaan we het ooit meemaken; you never know. Door de fractie van Volt wordt motie 7.2.2 (Neem op nette manier afscheid van Fonds Delft 2040) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft tijdens de raadsvergadering op donderdag 17 oktober 2024 bij de bespreking van collegebrief Beeldvorming toekomst Fonds 2040 (nr. 2436473). 37
Wij stellen vast dat:
voor Fonds 2040 in 2017 een financieel kader is bedacht dat leidde tot een omvang van circa € 45 miljoen. Deze bestond o.a. uit een vrijval reserve Openbare Ruimte (structureel) en incidentele bijdragen zoals de grexen; gedurende de looptijd van Fonds 2040 door de raad investeringsruimte moest worden gecreëerd door middelen te reserveren tot € 75 miljoen, wanneer door positieve resultaten zich kansen zouden voordoen om middelen vrij te maken.
We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat:
Fonds 2040 is opgericht na een grote bezuinigingsoperatie om investeringsvolume te genereren, ofwel toen Delft het financieel niet ruim had, en het nog steeds een behulpzaam instrument kan zijn; het positief is dat de Delftse colleges sindsdien werken vanuit het langetermijnperspectief van Agenda 2040, met als doel om Delft in 2040 een vitale, sterke en duurzame stad te laten zijn en blijven; er op termijn nog revolverende inkomsten uit de uit het Fonds Delft 2040 gefinancierde initiatieven in het fonds worden teruggestort; het financieel geen verschil maakt om Fonds 2040 overeind te houden. Een pot geld blijft een pot geld, maar met een ander naamstickertje houden we het doel helderder voor ogen; de doelen voor 2040 nog niet behaald zijn en daarmee blijvende aandacht verdienen.
We spreken uit dat:
we het belangrijk vinden om juist in aanbrekende tijden van schaarste onze blik op de lange termijn niet te verliezen; we Fonds 2040 een behulpzaam instrument vinden om de financiële slagkracht van Delft te vergroten, omdat we als raad zo willen werken vanuit een lange termijn en vasthouden aan een bestendige koers.
We geven het college de opdracht om:
weer investeringsvolume te genereren door in de toekomst bijvoorbeeld bij de Kadernota ook weer voorstellen te doen om eventueel vrijvallende (overgebleven) middelen in Fonds 2040 te storten; bij de Kadernota 2025 een nieuw financieel kader voor Fonds 2040 voor te leggen aan de gemeenteraad; beheersmaatregelen te nemen om de vaste lasten van Fonds 2040 te verminderen, zoals het tijdelijk ontheffen van de adviescommissie, totdat het fonds weer meer aangevuld is; de communicatie rondom Fonds 2040 aan te passen aan het hierboven geschetste toekomstperspectief van Fonds 2040,
en we gaan over tot de orde van de dag." Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Voorzitter. Met het fonds is bijgedragen aan een aantal mooie projecten in Delft. We hebben het al eerder gehoord: er is op dit moment geen budget meer voor nieuwe projecten en er is op korte termijn ook geen zicht op middelen. Daarom steunen wij vanuit GroenLinks de motie van het CDA, maar tegelijkertijd begrijpen we de intentie van de motie van Volt en staan wij er zeker voor open om het instrument nieuw leven in te blazen op het moment dat de financiën weer toereikend zijn. In de commissie heeft GroenLinks aandacht gevraagd voor een evaluatie om het fonds in de toekomst 38
eventueel opnieuw in te kunnen voeren en de ervaringen mee te kunnen nemen die met het fonds zijn opgedaan. De wethouder heeft in de commissie toegezegd om hier in de laatste voortgangsrapportage aandacht aan te besteden. Ik heb genoteerd: een voortgangsrapportage met een strik eromheen. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Het CDA heeft een goede motie opgesteld met steekhoudende argumenten. Ambtelijke capaciteit is constant een argument van het college om voorstellen van de oppositie vooral niet uit te voeren of te ontraden: een goede aanpak van graffiti, een lichtplan voor Delftse monumenten of pas in 2028 beginnen met nadenken over Theater de Veste. Iedere keer kan het niet, "want ambtelijke capaciteit". Maar Fonds 2040, een levenloos fonds, kost ook ambtelijke capaciteit. Daarom is het logisch om deze ambtelijke capaciteit anders in te zetten en te stoppen met Fonds 2040. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Het op afstand van de politiek zetten van de beslissingen over grote uitgaven is natuurlijk de oplossing van een technocratische elite, waar de SP uiteraard niet voor is. Daarom vonden wij het in 2015 al een slecht plan om dit fonds op te richten. Dat vinden wij nog steeds. De afschaffing ervan kunnen we dus alleen maar van harte toejuichen. Mevrouw STEHOUWER (STIP): Voorzitter. Fonds 2040 heeft heel veel bijgedragen aan Delft.
STIP heeft hier in de commissie ook uitgebreid bij stilgestaan, maar helaas is er nu geen geld meer. Daarom steunen we de motie van het CDA. Wat de motie van Volt betreft: wij vinden het niet realistisch om hier op korte termijn geld in te investeren. Dat geld hebben we simpelweg niet. Ondertussen blijven wel de voorbereidingskosten vastliggen. Dat investeren we liever nu in de grote opgaven. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. In de commissie heeft de ChristenUnie aangegeven dat Fonds 2040 moet blijven, maar daar zagen we al wat zich nu aftekent, namelijk dat er best wel een grote meerderheid voor is om het fonds op een hele nette manier te beëindigen. Voor beide moties zijn goed werk en onderzoek geleverd, maar we gaan daarom toch voor de motie van het CDA kiezen. Maar we willen wel het leerpunt dat Volt ons hier meegeeft benadrukken: als je ergens aan begint, moet je ook een exitstrategie meenemen. De VOORZITTER: Mevrouw Brussaard, er is toch enige sympathie voor uw oproep, merk ik. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Volgens mij hebben we hier in de commissie heel goed met elkaar over gesproken. We hebben daar ook geconcludeerd dat de route die door het CDA is voorgesteld, een hele goede route is, omdat we voor de punten die we met het fonds hadden beoogd, op dit moment ook flink wat middelen hebben gekregen, bijvoorbeeld vanuit het Rijk.
Daarmee hebben we de komende tijd ook flink wat werk te verzetten. Dat neemt niet weg dat er, ook nog iets in de verte kijkend, straks wellicht ook andere investeringen weer nodig zijn. Dat betekent ook dat we daar met elkaar over gaan spreken. Er zal ook een strategische investeringsagenda komen. Volgens mij is het goed - misschien is dat ook een beetje in lijn met de gedachte achter de motie van Volt - om ook na te denken over hoe je dat op een goede manier doet en hoe je die scherpe keuzes kunt maken. Maar ik denk dat de raad het gesprek daarover heel goed met elkaar kan gaan voeren en dat we daar niet per se een commissie voor nodig hebben. Ik hoop ook dat de raad zich daartoe uitgenodigd voelt, want het is anders dan het beeld dat wellicht bestaat: we zwemmen echt niet in het geld. We zwemmen vooral nog in een heleboel plannen die we graag zouden willen doen, maar waar we helaas geen geld voor hebben. Volgens mij liggen er dus vooral nog een heleboel ideeën op de plank die we voorlopig niet kunnen uitvoeren. Volgens mij is het goed om op termijn met elkaar te spreken over hoe we die doelen later met elkaar zouden kunnen bereiken. 39
De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Fonds 2040 heeft in de loop van zijn leven een grote waarde gehad voor de stad Delft door naar de lange termijn te kijken en vooral ook te kijken naar cofinanciering van Delft met partners. Dat verhaal is heel succesvol geweest, zo succesvol dat de pot op dit moment helaas leeg is. Wat ons betreft is het voorstel van het CDA heel erg mooi om de kosten te reduceren, vooral geen valse verwachtingen meer te wekken richting de stad en de uitvoeringskosten te reduceren. Aan de andere kant: iets wat van waarde is en zich heeft bewezen, willen we ook niet te snel afvoeren. Alles wikkend en wegend zal de PvdA toch kiezen voor de motie van het CDA. We kiezen er deze keer voor om de lijn van het CDA te volgen, maar daarbij maken we wel de kanttekening dat wij, als de tijden veranderen en de situatie in Delft weer kan veranderen, dan heel slagvaardig opnieuw kiezen voor een Fonds 2050 of een Fonds 2060; ik hoop natuurlijk dat dat een Fonds 2050 zal zijn. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Ik heb met mijn motie eigenlijk mijn doel al een beetje bereikt, namelijk het meegeven van het punt voor de evaluatie waarop we volgens Volt hebben verzaakt. Als we met elkaar gaan nadenken over een nieuw fonds, zouden we dit voortaan anders kunnen doen. De VOORZITTER: U handhaaft de motie dus.
Prima, dan blijft zij gewoon staan en gaan we er straks over stemmen, want daar zijn wij hier voor aangenomen. Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt motie 7.2.1 (Neem op een nette manier afscheid van Fonds Delft 2040) van het CDA. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 36 tegen 2 stemmen, waarbij de fractie van Volt ertegen heeft gestemd. In stemming komt motie 7.2.2 (Toekomstperspectief voor Fonds Delft 2040) van Volt. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Gezien mijn termijn zouden wij als ChristenUnie voor beide moties kunnen stemmen, maar dat is een beetje onhandig. Daarom zullen we, ondanks alle waardering voor Volt, toch tegen deze motie stemmen. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Ook de PvdA zal tegen deze motie stemmen, maar wij trekken samen met Volt ook de conclusie dat er goed nagedacht is over de afronding hiervan en de lessons learned. Laten we die vooral vasthouden. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Ook Onafhankelijk Delft stemt tegen de motie van Volt, maar we willen Volt wel bedanken voor het inzicht dat het heel prettig is om een exitstrategie te hebben en dat dat voor meerdere ondernemingen in deze gemeente telt.
De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 2 tegen 36 stemmen, waarbij de fractie van Volt ervoor heeft gestemd. De VOORZITTER: Er is wel sympathie uitgesproken, mevrouw Brussaard. Dat moet u toch enigszins troosten.
40
Omdat ikzelf als portefeuillehouder aan de beurt ben bij het volgende agendapunt, krijgt de heer Valk nu de hoofdrol. (De heer Valk neemt het voorzitterschap van de vergadering over van de burgemeester.) De VOORZITTER: Dank aan de burgemeester voor het uitermate goede voorzitterschap tot nu toe. XX. Collegebrief inzake Rapportage politiecijfers 2023, aanpak ondermijning 2023 en evaluatie actieprogramma mensenhandel (nr. 2427404). De VOORZITTER: Er is een motie, motie 7.3.1 (het veiligheidsgevoel van inwoners volledig in beeld) van mevrouw Timmermans van Onafhankelijk Delft, mede namens Volt. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Nog altijd voelen inwoners zich niet veilig, wat de positieve uitkomsten van onderzoeken ook zijn. Er wordt ook naar gehandeld door inwoners, zoals Onafhankelijk Delft al meldde: niet meer na 20.00 uur over straat, bepaalde straatjes en plekken vermijden en vooral niet langs groepen jongeren lopen. Ook de hoeveelheid licht 's avonds op straat wordt nog steeds genoemd als een factor voor een onveilig gevoel. Dit gevoel komt niet terug in de cijfers. Toen wij vorige week met de politie spraken, voorafgaand aan de commissie EFB, gaf de politie toe dat er een belevingswereld bestaat die niet uit de cijfers blijkt.
Om ervoor te zorgen dat we het als gemeente en als raad bij het juiste eind hebben en beleid maken op het gehele belevingsgevoel dient Onafhankelijk Delft met Volt de motie Het veiligheidsgevoel van inwoners volledig in beeld in. De Veiligheidsmonitor en de Omnibusenquête zijn goede methoden om een beeld te vormen van het veiligheidsgevoel onder inwoners, maar niet van het gehele belevingsgevoel. Om hieraan tegemoet te komen wil Onafhankelijk Delft dat er meer gedaan wordt, zowel in de zin van het houden van diepte-interviews die bijdragen aan de beeldvorming over veiligheid als vooral in de zin van verifiëring van cijfermatige uitkomsten van de diverse onderzoeken. Wanneer deze cijfers worden teruggekoppeld aan de inwoners van wijken in Delft, klopt het beeld dan dat is ontstaan? Deze belevingswereld zou naast de cijfers een beter beeld moeten vormen van het gehele veiligheidsniveau, dat niet alleen aangeeft hoeveel mensen iets op een bepaalde manier beleven, maar ook waarom. Beleid dat gebaseerd is op de cijfers, zou dan gebaseerd kunnen worden op het nieuwe totaalbeeld. Uiteraard ziet Onafhankelijk Delft graag die terugkoppeling aan de raad. Verder blijkt dat bij vier op de tien delicten wordt aangegeven dat aangifte bij de politie toch niet helpt. Dit vindt Onafhankelijk Delft zorgwekkend.
Dit betekent dat het geloof in een handhaver die het verschil kan maken, minder aanwezig is. Hopelijk kunnen de uitkomsten van een nieuw totaalbeeld van het veiligheidsgevoel meer betekenen in het terugbrengen van het vertrouwen bij de inwoners in de handhaving als zij meer betrokken zijn bij de terugkoppeling van de opgedane output van diverse onderzoeksmethodieken, en dat ook nog net na de Week van de Veiligheid. Door de fracties van Onafhankelijk Delft en Volt wordt motie 7.3.1 (Het veiligheidsgevoel van inwoners volledig in beeld) ingediend: "De gemeenteraad van Delft bijeen op 17 oktober 2024, constaterende dat:
er jaarlijks in de loop van het jaar een totaaloverzicht van de politiecijfers van het voorgaande jaar opgesteld wordt die samen met de bevindingen uit de Veiligheidsmonitor en de bevindingen uit de eigen Omnibusenquête wordt aangeboden; 41
de Veiligheidsmonitor en de Omnibusenquête een goede basis bieden voor het meten van het veiligheidsgevoel; het inzetten van uitsluitend kwantitatieve metingen, zoals met de Omnibusenquête en de Veiligheidsmonitor, geen volledig beeld kan geven van de veiligheidsbeleving;
overwegende dat:
uit politiecijfers blijkt dat het aantal geregistreerde incidenten stabiel is of zelfs afneemt, terwijl uit gesprekken met inwoners blijkt dat de beleving soms toch anders is dan uit de cijfers naar voren komt; diepte-interviews en kwalitatieve gesprekken in verschillende buurten een belangrijke aanvulling kunnen bieden om de belevingswereld op het gebied van veiligheid van inwoners beter te begrijpen; het betrekken van buurtbewoners, preventieteams, handhavers en andere wijkspelers cruciaal is om het beeld uit de cijfers te toetsen aan de werkelijkheid; een verdieping van de verzamelde gegevens met buurtbewoners, buurtpreventieteams, handhavers en andere betrokkenen uit de wijken dan ook essentieel is om een volledig beeld te vormen van de veiligheidsbeleving; deze verdieping concrete handvatten kan bieden om veiligheidsbeleid of maatregelen bij te sturen;
verzoekt het college:
naast kwantitatieve metingen zoals de Omnibusenquête en de Veiligheidsmonitor in te zetten op kwalitatieve onderzoeksmethoden, zoals diepte-interviews in de wijken, om een vollediger beeld te krijgen van het veiligheidsgevoel van inwoners; te verifiëren of het beeld dat uit de cijfers ontstaat, overeenkomt met de beleving van inwoners, door dit te bespreken met bewoners uit de verschillende wijken, buurtpreventieteams, handhavers en andere betrokkenen; een vertaling te maken van de resultaten om op basis van zowel de kwantitatieve als kwalitatieve inzichten een beter begrip te krijgen van de veiligheidsbeleving in de verschillende wijken en deze jaarlijks met de raad te communiceren naast de politiecijfer; op basis van deze gecombineerde inzichten beleidskeuzes te maken die zien op het veiligheidsdomein en deze manier van werken mee te nemen in het uitvoeringsprogramma,
en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. In het debat in de commissie over het plan van aanpak van mensen met een onbegrepen gedrag heb ik het college opgeroepen om bij het evalueren van beleid ook gebruik te maken van ervaringsdeskundigen. Professionals zoals de politie kunnen een goede duiding geven van de veiligheid in Delft, maar tegelijkertijd is dat natuurlijk altijd een ander perspectief dan bij de mensen waarbij we de monitors afnemen. Met de motie die we met Onafhankelijk Delft hebben ingediend, willen wij als raad een volledig beeld hebben als wij daarover met elkaar in gesprek gaan. Ik herhaal nog even het punt van mevrouw Timmermans: met de huidige monitor en zoals we dit bespreken in de raad, meten we alleen het aantal mensen die zich bij bepaalde dingen in Delft onveilig voelen, maar dit geeft ons als raad nog geen inzicht in waarom mensen zich zo voelen. We willen dit in de toekomst dus graag een onderdeel maken van de bespreking. De heer HOMBERGEN (PvdA): Ik had deze interruptie eigenlijk al bij mevrouw Timmermans kunnen doen. Dank voor de mooie motie, die een mooie aanvulling geeft op de rapportage. Ik heb wel de vraag of u een beeld heeft van de kosten die gemoeid zijn met deze verdieping op de rapportage. Die vraag wil ik straks ook aan het college stellen. 42
De heer JAFF (GroenLinks): Ik heb eigenlijk ook een vraag aan beide indieners. De motie is op zich goed en ik kan de gedachte volgen, maar ik heb er wel wat moeite mee. Het lijkt erop dat de motie wil zeggen dat uitsluitend op basis van kwantitatief onderzoek beleid wordt gemaakt, maar we hebben natuurlijk ook een presentatie gehad van de politie, die gesprekken voert. Er zijn wijkagenten, die in de wijken rondlopen en inzichten ophalen. De VOORZITTER: Kort maar krachtig. De heer JAFF (GroenLinks): Volgens mij is het dus al zo dat we een breed scala aan instrumenten inzetten. Wat wilt u hierbij nog meer? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Volgens mij is het niet zo dat we alleen maar kwantitatief onderzoek willen. We willen juist allebei. We vinden de ideeën van de politie inderdaad ook heel waardevol, maar ook die van de ervaringsdeskundigen: wat vinden de inwoners van de stad? Wat de kosten daarvan zijn? Die zijn natuurlijk in verhouding. Al doe je een aantal gesprekken, ik mis die informatie nu nog bij de bespreking. Ik hoop dat ik hiermee de vragen heb beantwoord. De VOORZITTER: Is dat ook meteen uw antwoord op de vraag van de heer Hombergen? Hij knikt tevreden. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. We hebben in de commissie een indringende rapportage gehad met de cijfers over de veiligheid, de politiecijfers.
Ik heb daar een vlammend betoog gehouden over de bestrijding van de mensenhandel in al zijn facetten, die helaas ook in Delft plaatsvindt. Het college heeft daar wat mij betreft een goed antwoord op gegeven. We zijn er nog niet, maar we zijn wel op het goede pad. Ook zien we gewoon dat er in Delft, zelfs hier in het stadhuis, steeds meer aandacht is voor femicide. Ook dat pad moeten we verder lopen om femicide te vermijden. Daarmee denken wij dat het college op het goede pad is en hoeft er wat ons betreft geen extra motie meer bij te komen om dat nog even extra te accentueren. Wel ben ik benieuwd naar de reactie van het college op de vragen van OD en Volt over de kosten in capaciteit en in geld. Mevrouw GERRITSEN (D66): Voorzitter. Dank aan Onafhankelijk Delft en Volt voor de interessante motie, die D66 ook erg aanspreekt. Zodra het donker wordt, voel ik me echt een stuk minder veilig op straat. Ik ga dan ook echt niet zo snel meer een rondje hardlopen. Ik ben ook echt niet de enige. Meer dan de helft van de vrouwen voelt volgens landelijk onderzoek hetzelfde. Daarom ben ik benieuwd of de portefeuillehouder de aanname in deze motie dat het veiligheidsgevoel niet afneemt maar de criminaliteitscijfers wel, specifiek voor Delft herkent. Voor ons is het ook belangrijk om vandaag wat de criminaliteit betreft nog iets verder te kijken dan het hier en nu.
Het punt dat ik nog zou willen maken, sluit aan op de oproep van de politie aan ons in de beeldvormende sessie. Met iets meer tijd om het te laten bezinken zou ik de portefeuillehouder willen vragen hoe zij hiernaar kijkt. Is er in het veiligheidsbeeld genoeg aandacht voor preventie bij kinderen? Ik vraag dit overigens ook met flinke aansporing van commissielid Koek. We weten dat er aandacht is voor jongeren die afglijden, maar het is belangrijk dat de gemeente Delft nog eerder al investeert in de kansen van kinderen, zodat zij niet verleid worden de verkeerde afslag te nemen. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Bewoners die meekijken en mensen op de publieke tribune horen ons praten over "de politiecijfers" maar hebben geen idee. Daarom zal ik er een paar opnoemen. We hebben in 2023 5.419 geregistreerde misdrijven; dat zijn er omgerekend ongeveer vijftien per dag. Dat gaat om diefstal, straatroof en geweld. Maar ook via internet vindt steeds meer misdaad plaats. Maar liefst 517 mensen 43
in Delft werden hier slachtoffer van. Het gaat ook om misdrijven die onze bewoners ondergaan maar waar minder aandacht voor is, zoals bijna 1.300 fiets- en scooterdiefstallen, bijna 400 winkeldiefstallen, 480 keer fraude, 380 vernielingen en 392 wegongevallen. Er is ook overlast van verwarde personen; dat is maar liefst 1.741 keer geregistreerd. Maar uit de Veiligheidsmonitor blijkt dat het veiligheidsgevoel van Delftenaren een 7,4 krijgt. Ook Hart voor Delft vraagt zich net als Onafhankelijk Delft en Volt af hoe dit te rijmen valt met deze cijfers. Maar toch wil Hart voor Delft geen nader onderzoek. Wij vinden dat de cijfers voor zich spreken en wij willen de handen uit de mouwen. Daarom zijn wij benieuwd hoe in het uitvoeringsplan de net genoemde zaken terugkomen, zoals winkeldiefstal, de aanpak van vernielingen, waaronder graffiti, veiligheid op de weg en de aanpak van verwarde personen. Daar kijken wij dan ook graag naar uit. Als we dat onvoldoende vinden, zullen we daar onze moties over in gaan dienen. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Voorzitter. Nogmaals dank aan de raadsleden en ook de commissieleden voor het goede debat dat we met elkaar hebben gehad, ook naar aanleiding van de politiepresentatie, die natuurlijk ook heel veel helderheid geeft en ook dingen oproept die van ons alertheid vragen en inzet voor de komende jaren.
Met name het punt rond de ondermijning vraagt echt onze aandacht, evenals de jongeren. Dat brengt me bij mevrouw Gerritsen en achter haar mevrouw Koek, met wie ik inderdaad een heel goed debat heb gehad en die ik dank voor haar positieve en ook inhoudelijke inbreng. Het is absoluut zo dat we heel goed moeten kijken naar onze jongeren. Dat is de reden waarom we de afgelopen jaren zeer gepleit hebben voor het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Ik ben nog altijd blij dat dat ons als Delft gelukt is en dat we vervolgens ook het programma Preventie met gezag hebben weten binnen te halen, want ook dat is ongelofelijk belangrijk. Dat wil zeggen dat je een aanpak hebt richting de jongeren in het voortgezet onderwijs, maar wel degelijk ook de kinderen van de basisschool. Preventie met gezag begint al bij 8 jaar. Dan zijn er eigenlijk al allerlei activiteiten die plaatsvinden op de basisscholen. Met het programma Dealbreakers zijn we bezig met hoe je in groep 7 en groep 8 omgaat met groepsdruk. Er worden sportactiviteiten georganiseerd, juist ook voor deze groep, om die op een gezonde manier bezig te laten zijn in plaats van dat ze door ledigheid in verkeerde handen terechtkomen.
Er zijn diverse activiteiten vanuit de verenigingsondersteuners van Haaglanden om te kijken of we kinderen uiteindelijk in het verenigingsleven kunnen laten landen; dat vind ikzelf ook als burgemeester heel erg belangrijk. Het is natuurlijk prachtig dat we heel veel jongerenwerkers hebben. Daar sta ik ook van harte achter, maar ik geloof er eigenlijk toch vooral in dat een kind een onderdeel moet zijn van de community en ergens bij moet horen. Dat is het mooie van een vereniging en dat gun je eigenlijk elk kind. We zijn daar op dit moment dus nog veel bewuster mee bezig. Daar staan ook wethouder Gooijer en wethouder Schrederhof heel erg achter. We moeten proberen kinderen uiteindelijk ergens te laten landen, zeker als ze jong zijn. Halt is ook direct betrokken. We hebben een signalenoverleg waarin kinderen in beeld komen. We hebben ze dus goed in beeld, maar tegelijkertijd is het soms nog een druppel op de gloeiende plaat; daar had ik het ook met uw commissielid over. Dat gaat me aan het hart. Te veel kinderen lopen gewoon de criminaliteit in. Eigenlijk zou je nog veel meer willen doen, maar ik denk dat we op dit moment alle middelen die we bij het Rijk vandaan kunnen halen en die we zelf kunnen inzetten, ook echt inzetten. Het is dus een terechte vraag en ik denk dat we doen wat we kunnen. Dan kom ik bij het punt van mevrouw Timmermans.
We hebben dat gesprek inderdaad ook in de commissievergadering gehad. Ik denk toch dat ik moet blijven bij wat ik toen gezegd heb: ik vind dat we met de Omnibusenquête en Veiligheidsmonitor een redelijk goed beeld krijgen dat voldoende input biedt om uiteindelijk ook een verantwoord beleid te hebben. Dat doen we overigens niet alleen op basis van die onderzoeken. We krijgen ook vanuit de RIEC informatie. We krijgen informatie vanuit het CCV. Vanuit veel meer organisaties krijgen we informatie om uiteindelijk ook tot een verantwoord en goed beleid te komen. Je ziet wel 44
degelijk ook dat in bepaalde wijken waar je inderdaad hogere criminaliteitscijfers ziet, het veiligheidsgevoel minder is. Ik vind het triest om dat te constateren, maar bijvoorbeeld in Voorhof voelt 84% zich veilig, terwijl dat in de binnenstad 98% is. Dat zien we uiteindelijk ook gewoon terug in de criminaliteitscijfers. Ook zien we dat de criminaliteitscijfers enigszins zijn toegenomen en dat het veiligheidsgevoel overall is afgenomen. Ook dat correspondeert goed met elkaar. Als we daar veel dieper op in willen gaan en echt representativiteit willen creëren, moeten we daar heel fors capaciteit en geld in investeren; dat brengt mij bij de vraag van meneer Hombergen. Je kan immers niet zomaar uitgaan van tien lukrake interviews. Je moet daar dan echt intensief aan verbinden dat je met veel meer mensen spreekt. Dan vind ik de inspanning niet meer staan ten opzichte van de meerwaarde die zij oplevert, omdat we zelf natuurlijk ook gewoon het gezonde Hollandse verstand hebben. Over de criminaliteitscijfers en wat zij met een wijk doen, kan bijvoorbeeld een wijkagent veel zeggen. De politie is ook betrokken bij het maken van ons nieuwe veiligheidsbeleid. Kortom, we hebben heel veel input. Naar mijn gevoelen is er voldoende input. Natuurlijk moeten we elke dag met onze wijkregisseurs en onze wijkagenten in goede interactie nabij de buurten en wijken zijn.
Wat de aangiften betreft: het is in Nederland zo dat aangifte inderdaad niet altijd succesvol is voor de mensen en uiteindelijk niet altijd tot iets leidt. De politie heeft het soms ook heel erg druk. Ook dat geldt. Je kan het wel dieper onderzoeken, maar daar verander je de werkelijkheid van de politie niet mee. Ik moet overigens vaststellen dat de aangiftebereidheid niet is afgenomen, maar gelijk is gebleven. Het lijkt me goed om dat vast te stellen. Er waren nog vragen over mensen met onbegrepen of verward gedrag; zo kunnen we het allebei noemen, net hoe u zich erbij voelt. Dat punt is voor wethouder Schrederhof, als dat mag, voorzitter. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Ik zal daar kort over zijn. We hebben de vergadering van de commissie Sociaal Domein en Wonen gehad die vooral over dit onderwerp ging. Daarin is aangegeven dat samen met de politie veel meer gezocht wordt naar een integrale aanpak, waarbij we veel meer elkaars competenties gebruiken om te zorgen dat we een aanpak hebben voor mensen met onbegrepen gedrag. Dus een betere samenwerking, maar ook casusregie, want we weten dat de mensen die de meeste overlast hebben, in the end ook zoeken naar vormen van Skaeve Huse. Die samenwerking doen we lokaal, maar er loopt vanuit het Zorg- en Welzijnshuis ook op regionaal niveau een overleg. Daar hebben we het ook over gehad.
We hebben via de ASD ervaringsdeskundigheid betrokken. Dat gebeurt ook centraal vanuit het Zorg- en Veiligheidshuis, maar ik denk dat het goed is om in het hele proces te kijken of we dat zo veel mogelijk in kunnen brengen. Ik heb ook met de raad afgesproken dat u in Q1 2025, dus heel dichtbij, het overzicht zal zien, want er zit een plan van aanpak bij. Maar het is echt voortschrijdend inzicht. We zullen u de komende tijd dus regelmatig op de hoogte houden van de voortgang, niet alleen in Q1 maar ook op andere momenten. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. De portefeuillehouder heeft in de commissie EFB gezegd dat er een gezamenlijke opdracht is, namelijk ontmoetingsplekken creëren en de wijkagenten meer zichtbaar maken. Daarnaast zei de portefeuillehouder dat zij het door Onafhankelijk Delft beschreven gevoel over een andere belevingswereld "niet miskent". Deze motie voorziet in het aanpakken van die problematiek. Met een terugkoppeling van opgedane cijfers wordt meer contact gezocht met de inwoners. Dit kan gaan via de wijkagent of een buurtpreventieteam, wat de zichtbaarheid vergroot en ook gelegenheid biedt tot samenkomst, zoals in de beschreven gezamenlijke opdracht.
Als de portefeuillehouder deze motie niet als de oplossing ziet, terwijl zij ook niet het gevoel miskent dat er een andere belevingswereld ontstaat dan wat uit de cijfers blijkt en waar de 45
politie ook over vertelde, wat gaat de portefeuillehouder dan doen om deze discrepantie wél op te lossen en het beleid zo in te richten dat ook die andere belevingswereld toch wordt meegenomen en aan de raad wordt gepresenteerd? Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Ik heb de discussie in de raad beluisterd, want we hebben hier natuurlijk ook in de commissie al bij stilgestaan. De VVD is natuurlijk ook voor veilige straten en blauw op straat. Wij vragen ons af in hoeverre de motie bijdraagt aan het verbeteren van het veiligheidsgevoel op straat. Dat hoorde ik volgens mij ook in het betoog van de portefeuillehouder. Wij vinden het veiligheidsgevoel ook ontzettend belangrijk. Wij vragen ons ook af of de inspanning in verhouding staat tot wat zij gaat opleveren, maar ik wil ook vragen of de uitleg van de portefeuillehouder zo geïnterpreteerd kan worden dat ze samen met de verschillende partners überhaupt inzet op het verhogen en verbeteren van het veiligheidsgevoel en dat ze dit opneemt in de plannen van aanpak. Kortom: gaat de portefeuillehouder er al mee aan de gang zonder dat daar een heel kwalitatief onderzoek voor nodig is? Ik ben benieuwd of dat, kort samengevat, is wat ik net heb gehoord van de portefeuillehouder.
Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ziet de VVD ook in dat je, als er aan de inwoners teruggekoppeld wordt wat de cijfers laten zien, daarna een ander beeld krijgt en dat die inwoners ook het recht hebben om te weten waarover gesproken wordt? Die cijfers bespreken we hier en daar wordt beleid op gebaseerd, maar vervolgens verdwijnt het in het niets. Erkent u dat? Mevrouw VOOGT (VVD): Dat is dus lastig. Ik denk dat het gaat om het gevoel en het gesprek met de stad. Ik denk niet dat heel veel burgers luisteren naar deze discussie en de veiligheidscijfers erop naslaan, al hoop ik dat wel. Ik denk dat actie, zichtbaarheid op straat en zeggen wat je doet en doen wat je zegt in gesprekken van de burgemeester met de stad en in gesprekken met de politie veel meer bijdragen dan dat wij hier met elkaar die cijfers bespreken. Ik zeg niet dat dat niet goed is, maar ik denk dat de inspanning die we dan moeten plegen, toch groter zal zijn dan dat wat er nu misschien al gebeurt. Dat was eigenlijk ook wat ik in mijn betoog bedoelde te vragen aan de portefeuillehouder. De VOORZITTER: Ik kijk een beetje zorgelijk naar uw spreektijd. U heeft nog iets meer dan een minuut voor de laatste onderwerpen. Hou dat dus in de gaten. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter.
De ChristenUnie had naar deze vergadering de vraag meegenomen hoeveel Delft beter wordt van de uitvoering van deze motie naast wat er op dit gebied reeds gebeurt. Wat ons betreft is het antwoord van de portefeuillehouder duidelijk. Daarom zullen wij tegen deze motie stemmen. De VOORZITTER: Maar eerst krijgt u een vraag van mevrouw Timmermans, die u gaat proberen te overtuigen met een vraag. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik snap niet zo goed dat de ChristenUnie tegenstemt, want als je in gesprek gaat met elkaar, bijvoorbeeld met het buurtpreventieteam of met de wijkagent, waar we de zichtbaarheid van willen vergroten, zou dit toch juist een win-winsituatie zijn? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Als je die win-winsituatie ook nog vergelijkt met de inspanning en wat die per saldo oplevert, heb ik nog steeds vertrouwen in het antwoord van de portefeuillehouder. De VOORZITTER: Mevrouw Timmermans lijkt tevreden met dit antwoord.
46
De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Ook de PvdA heeft vertrouwen in het antwoord van de portefeuillehouder. Het is goed dat we in Delft ook focus geven aan het kind om te voorkomen dat een kind op het criminele pad komt. Ik denk dat we op zich qua informatie een goed beeld hebben van wat er in de stad is. Het kan natuurlijk altijd beter, maar ik denk dat het beter is dat de politie haar oor echt te luisteren legt op alle plekken waar ze komt en dat ze daar zichtbaar is om op die manier de beleving van veiligheid te verbeteren. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik hoorde in uw laatste drie woorden misschien het antwoord al, maar ik ga het toch vragen. We hebben allemaal meegekregen dat die belevingswereld soms anders is dan wat uit de cijfers blijkt. Is het dan niet zo dat we daarop in moeten zetten? We kunnen dat toch moeilijk naast ons neerleggen? De heer HOMBERGEN (PvdA): Een terechte vraag, maar ik heb van de portefeuillehouder ook gehoord dat we een veel breder beeld hebben dan wat nu op tafel ligt en dat er allerlei andere vormen van informatie zijn waarop we ons kunnen baseren. Ik heb daar vertrouwen in. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Vindt u als partij dat deze andere informatie en die andere inhoudelijke gesprekken, die niet uit de politiecijfers naar voren komt, genoeg teruggekoppeld worden aan de raad? Want daar ziet deze motie ook op.
De heer HOMBERGEN (PvdA): Je kunt natuurlijk altijd door en terug blijven koppelen en op andere manieren informeren. Ik denk dat de schriftelijke rapportage die we hebben gehad en de verbale rapportage waar we met z'n allen bij zijn geweest, echt voldoende diepgang hebben gegeven. Natuurlijk kunnen we nog proberen om ons ook op andere manieren te informeren. In deze Week tegen Mensenhandel denk ik dat ons college op het goede pad is. Ik moedig u ook aan om daarin aan te pakken en door te pakken. Ik hoop dat we er volgend jaar weer net een tandje beter voor staan. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Voorzitter. Er zijn veel waardevolle dingen gezegd. Laat één ding helder zijn: we kijken naar het veiligheidsgevoel én we kijken naar de veiligheidscijfers. We willen die cijfers naar beneden hebben en we willen dat het gevoel verbetert. Daar zetten we op in en daarvoor hebben een scala aan beleidsimpulsen die we met elkaar vaststellen in het Veiligheidsplan. Natuurlijk zit er soms ook nog een andere wereld achter, bijvoorbeeld gewoon de geopolitieke situatie, die mensen ook onrustig maakt en het gevoel geeft van: er komt iets op ons af; wat is dat en wat gaat dat met mij doen? Dat is maar een voorbeeld. Of bijvoorbeeld een incident als een explosief in een van onze wijken tot ontploffing komt. Maar dan hebben wij ook onze wijkagenten en onze wijkregisseur.
We hebben dat nog niet zo lang geleden gezien in Buitenhof; dat was niet de laatste explosie, maar de explosie daarvóór. Toen hebben we de mensen bij elkaar gehaald en is er met de mensen gesproken: wat doet het met je en wat kunnen we doen? Dan wordt er gewoon even heel dicht ingezoomd. Dan heb je een aantal mensen aan tafel die er direct door worden geraakt. Dan kan je ook heel direct handelen. Maar ik denk dat we er bij dit soort zaken op moeten letten dat het betere niet de vijand wordt van het goede, want we hebben heel veel informatie vanuit allerlei invalshoeken en we zitten in de wijk dicht op de mensen. Als we heel veel energie, aandacht en geld besteden aan het andere, betekent dat dat we misschien nog weer verder onderzoeken, maar dat we dat dan niet voor de aanpak van de veiligheid kunnen benutten, want een euro kan maar één keer uitgegeven worden. Daarom zeg ik dat we volgens mij redelijk tot goed zijn geïnformeerd. Incidenteel zitten we er wat dichter op, maar naar mijn gevoel kunnen we de zaken heel goed aanpakken op basis van die informatie, die inderdaad breder is, zoals meneer Hombergen aangeeft, en werken we verder aan de weerbaarheid en aan de burgerparticipatie. Kijk naar die burgergroepen; daar hebben we ook altijd eens in de zoveel tijd contact mee. Ook die 47
brengen veel informatie op. Kortom, volgens mij zijn we op de goede weg. Ik ben het helemaal met meneer Hombergen dat we op het vlak van de mensenhandel de volgende keer hopelijk weer een stapje verder zijn. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Het is een long shot; de andere belevingswereld wordt dus erkend, maar eigenlijk zegt u: we gaan hier verder niks aan doen. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Dat zijn gewoon de woorden van mevrouw Timmermans. Ik ga het niet nog eens zeggen. Ik heb gezegd wat ik gezegd heb. De VOORZITTER: Ik denk dat alle vragen zijn gesteld en beantwoord en dat alle argumenten op tafel zijn geweest. Dat betekent dat ik de beraadslaging sluit en dat we overgaan tot de stemming. In stemming komt motie 7.3.1 (Het veiligheidsgevoel van inwoners volledig in beeld) van Onafhankelijk Delft en Volt. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Hoewel wij de motie sympathiek vinden en ook begrijpen waarom zij is ingediend, zullen we haar niet steunen, omdat we vinden dat nog meer onderzoek ten koste gaat van waar het over zou moeten gaan, namelijk het bestrijden en voorkomen van misdaad. De heer VISSER (CDA): Voorzitter.
De CDA-fractie is blij met de huidige inzet die gepleegd wordt door de portefeuillehouder en ook met de toelichting op de situationele inzet die soms wordt gevraagd. Dat is voor ons afdoende. We zullen daarom tegen de motie stemmen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. De SP ziet het probleem, maar we zien niet hoe deze motie daar concreet een oplossing voor zou bieden. We stemmen er dus tegen. De heer JAFF (GroenLinks): Voorzitter. Wij kunnen ons vinden in de gedachte van de motie, maar ik sluit me aan bij de woorden van de heer Visser. Wij stemmen tegen. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 10 tegen 28 stemmen, waarbij D66, Onafhankelijk Delft en Volt ervoor hebben gestemd. De VOORZITTER: Ik draag het voorzitterschap over aan onze eigen burgemeester. (De burgemeester neemt het voorzitterschap van de vergadering over van de heer Valk.) De VOORZITTER: Hartelijk dank, meneer Valk. XX. Collegebrief inzake voortgang aanscherping logistieke zone, invoeren nul-emissiezone (nr. 2429437). De VOORZITTER: Er is een motie van de ChristenUnie. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. De voortgang aanscherping logistieke zone en invoeren nul-emissiezone laat flinke stappen zien. Alle waardering voor het college en de ambtenaren die aan deze voortgang hebben gewerkt. Ook het scala aan ontheffingen laat zorgvuldigheid en volledigheid zien.
Ook daarvoor onze complimenten. In mijn termijn in de commissie over dit onderwerp heb ik benadrukt niet al te rechtvaardig te zijn als het gaat om de ontheffingen. Rechtvaardigheid betekent: leef regels en afspraken na en handel in overeenstemming met de wet. Volgens de SP doen we dat "technocratisch". 48
Maar doe ook aan gerechtigheid. Dat wil zeggen: doe recht aan mensen en situaties. Dat betekent: luisteren naar en je inleven in verhalen. Luisteren is essentieel voor het verbinden van mensen. Dat betekent ook toegeven, ook al zou je anders willen. Luisteren is meer dan aanhoren. Op één onderdeel vragen we daarom nog aandacht van het college. Het punt van de ChristenUnie is: hoe heeft het college zich ingeleefd in de situaties van ondernemers die investeren in een emissievrije toekomst als het college hun geen vrije toegang geeft en ook nog eens laat betalen voor de toegang buiten venstertijden? Dat wil ik graag weten. Ik wil het graag begrijpen om het ook te kunnen vertellen en verdedigen aan onze inwoners, ook al zou ik het niet met zo'n besluit eens zijn. Naar die helderheid ben ik met deze motie op zoek. Ik wil het als volksvertegenwoordiger kunnen uitleggen aan mensen die ik vertegenwoordig. Ik stel er erg veel prijs op als het college ons hierin helpt. Daarom dient de ChristenUnie samen met het CDA en de VVD een motie in waarin het een en ander gevraagd wordt over bestelbussen die voldoen aan de milieueisen. Als die mogelijkheid er niet is, zullen we dat zien; dan is die er ook niet.
Door de fracties van de ChristenUnie, het CDA, de VVD en Onafhankelijk Delft wordt motie 7.4.1 (Venstertijdenvrije bestelbussen) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft tijdens de raadsvergadering van donderdag 17 oktober 2024 bij de bespreking van Voortgang aanscherping logistieke zone, invoeren nul-emissiezone. Wij stellen vast dat:
vanaf 1 januari 2025 bestelwagens worden toegevoegd aan de logistieke zone en op die datum ook de nul-emissiezone wordt ingevoerd. Daarmee zal er voor de hele binnenstad een nul-emissiezone voor de stadslogistiek gelden; voor deze nul-emissiezone venstertijden zullen gelden, wat betekent dat nulemissiebestel- en vrachtverkeer vrij toegang heeft binnen de venstertijden en buiten deze tijden al het bestel- en vrachtverkeer een ontheffing nodig heeft; de precieze venstertijden afkomstig zijn uit het Protocol Logistiek uit 2016 en destijds bedacht zijn voor het vrachtverkeer in (alleen) het autoluw-plusgebied.
We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat:
het autoluw-plusgebied veel bezoekers trekt van binnen en buiten de stad. Om overlast en onveiligheid door vrachtverkeer, vrachtwagens, bestelauto’s, personenauto's en gemotoriseerde tweewielers te beperken zijn venstertijden ingevoerd; het deel van de binnenstad buiten het autoluw-plusgebied vooral het karakter van woonfunctie kent; venstertijden voor dienstverleners met een bestelbus, zoals onderhoudsmonteurs, installateurs, leveranciers, pakketdiensten e.d., het ingewikkeld maken bezoeken aan inwoners te plannen.
We spreken uit dat:
het opleggen van ontheffingen buiten venstertijden aan bestelbussen, ook als voldaan wordt aan milieueisen, niet zal leiden tot minder verkeer en minder milieuen andere overlast; dit opleggen van ontheffingen wel leidt tot regeldruk, werkzaamheden en kosten voor ondernemers en eisen toevoegt aan de planning van de uitvoering met grote kans dat de extra kosten worden doorberekend aan klanten (inwoners).
We geven het college opdracht om: 49
voor bestelbussen buiten het autoluw-plusgebied die voldoen aan de milieueisen, te zoeken naar een mogelijkheid tot een vrije toegang zonder venstertijden; de raad hierover te informeren,
en we gaan over tot de orde van de dag." De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Delft zet een stap naar een schonere stadslogistiek en daarmee naar een leefbaardere stad, een stap die we al een flinke poos op ons af zien komen. Zoals aangegeven in de commissie vinden wij dat het realiseren van logistieke hubs een hoge prioriteit heeft. We dringen er bij het college op aan om dit spoedig concreet te laten worden. Er ligt één motie voor over de venstertijden van de noordelijke binnenstad. Wij zijn benieuwd naar de antwoorden op de vragen van de heer Van der Woerd. Vandaag lazen we bij de NOS dat enkele partijen in Den Haag duidelijk niet kiezen voor de gezondheid van de Nederlandse stadsbewoner en onzekerheid blijven zaaien bij ondernemers. Dat stoort ons zeer. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter. Wij vinden dit een goede motie. Daarom steunen we haar. De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. GroenLinks staat niet te springen om bestelbusjes in de binnenstad rond te laten rijden. We zijn voor een autoluwe binnenstad, zoals we vanavond al eerder hebben laten weten. Ik heb in de commissie ook gezegd: realiseer je dat die bestelbussen met een batterijpakket tegenwoordig richting 3.000 kilogram gaan en vaak daaroverheen. Het is gewoon zwaar verkeer. Dat zware verkeer willen wij in de binnenstad graag vermijden.
Ik ben benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt, ook wat het handhaven van deze motie betreft, want je gaat dan toch twee regimes in de binnenstad invoeren. Dat lijkt ons geen wijs besluit. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. We hebben weinig spreektijd, maar omdat we een van de mede-indieners zijn, voer ik toch kort het woord. Wat ons betreft zal het aan bestelbussen opleggen van ontheffingen buiten venstertijden, ook als aan de milieueisen wordt voldaan, niet leiden tot minder verkeer en minder milieuoverlast of andere overlast. Het opleggen van die ontheffingen leidt wél tot regeldruk, werkzaamheden en kosten voor ondernemers en voegt eisen toe aan de planning van de uitvoering, met een grote kans dat die extra kosten worden doorberekend aan klanten; lees: onze inwoners. Daarom hebben wij deze motie samen met de ChristenUnie ingediend. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Dank voor de vraag. Ik heb er ook nog even met de heer Van der Woerd over gesproken: wat is nou de achterliggende vraag? Kijkend naar de mogelijkheden, ook voor bestelbusjes, is het immers heel belangrijk dat we het aantal verkeersbewegingen in de binnenstad echt verminderen. Als we de voetganger en de fietser op één willen kunnen krijgen in onze binnenstad, moet het aantal bewegingen in de binnenstad echt verminderen. Volgens mij heb ik dat ook horen aangeven, bijvoorbeeld door GroenLinks.
Dat neemt niet weg dat we een vraag hebben gekregen. Er was ook een inspreker die zich afvroeg hoe het precies zit, welke consequenties dit heeft en of er wellicht ook oplossingen mogelijk zijn. Er zijn een aantal zienswijzen binnengekomen. Daar komen ook antwoorden op. Op basis daarvan zullen wij als college uiteindelijk het verkeersbesluit nemen dat hiervoor nodig is. Om goed uit te kunnen leggen hoe zaken zijn afgewogen bij de uiteindelijke keuze, is het goed dat de raad ook ziet welke keuzes we daarin hebben afgewogen en dat we de raad ook op de hoogte stellen van het pakket op basis waarvan wij als college uiteindelijk dit besluit nemen. Ik wil daarbij ook benadrukken dat het ingaan van een heel ingewikkeld traject met het verplaatsen van borden en uiteindelijk ook het opzetten 50
van een lastig, juridisch houdbaar systeem voor het college redenen zijn om het besluit uiteindelijk zo te nemen dat we echt op de goede manier bezig zijn met de doelen die te maken hebben met het zo veel mogelijk terugbrengen van de uitstoot. Want we willen uiteindelijk gewoon echt een stad die leefbaar is en ook een binnenstad waar het aantal verkeersbewegingen beperkt wordt, waarbij de keuzes gemaakt worden door degenen die de stad binnenrijden met het idee: ik rijd een gebied binnen waar ik niet de hele dag moet rijden, maar waar ik me toch bewust moet zijn van de keuze wanneer ik er wel of niet in rijd. Volgens mij is dat het idee van de venstertijden. Aan de andere kant moet het zo zijn dat onze binnenstad bereikbaar blijft voor ondernemingen om zaken te kunnen gaan doen. We hebben ook gezien dat naast de bestelbussen natuurlijk een heleboel andere verkeersdeelnemers op bepaalde momenten graag de binnenstad in willen kunnen. Daar zijn ook ontheffingen voor, maar ik snap dat het goed is om die onderbouwing te leveren, om te laten zien hoe we dat hebben afgewogen en om daarnaast met elkaar ook het gesprek aan te gaan over we vervolgens kijken naar die venstertijden en of die ook op de goede manier zijn ingeregeld.
Er zijn dus nog een heleboel stappen die we hierna kunnen zetten om het zo goed mogelijk te laten functioneren, maar het idee blijft dat we echt moeten gaan werken aan minder uitstoot en minder verkeersbewegingen in onze binnenstad, zodat er echt ruimte is voor de mensen die daar willen lopen en fietsen. We hebben het daar eerder met elkaar over gehad in het verhaal rondom Ruimte in de binnenstad. Er zijn echt een heleboel doelen. Daarbij helpt het niet als er nog heel veel verkeersbewegingen over onze grachten blijven. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. Ik heb de wethouder niet echt duidelijk horen zeggen of ze de motie ontraadt of niet. De VOORZITTER: Ik kijk even naar de wethouder voor de helderheid van het debat. Wethouder HUIJSMANS: We ontraden de motie, maar we kunnen wel de informatie leveren, zodat de heer Van der Woerd krijgt wat nodig is om het verhaal te begrijpen en verder uit te kunnen leggen, want we hebben daar genoeg informatie over en daar kunnen we de raad gewoon goed over informeren. De VOORZITTER: Doen we dat bij de zienswijzen of al eerder? Wethouder HUIJSMANS: Het college neemt het besluit maar er ligt een pakket aan stukken. Het is goed om het stuk waar alle reacties op de zienswijzen in zitten, met de raad te delen, zodat helder is hoe we het hebben afgewogen. De VOORZITTER: Dan is dat helder.
De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik dank de wethouder hartelijk voor de beantwoording. Ik begrijp dat er nog het een en ander gedocumenteerd, uitgezocht en besloten wordt en dat de onderbouwing en de bijbehorende afweging nog met de raad gedeeld zullen worden. Dat is voor mij reden om de motie in te trekken. Ik ga ervan uit dat de mede-indieners het daarmee eens zijn. Zij knikken; dus bij dezen. De VOORZITTER: Ja, de mede-indieners zijn het daarmee eens. Motie 7.4.1 is dus ingetrokken. Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten en dat we daarmee dit agendapunt hebben afgewikkeld. We zullen toch niet meemaken dat we na afloop misschien toch nog een keer ergens een borrel gaan drinken? Misschien wel; er valt misschien wel een borrel te drinken. XX. Collegebrief inzake Woonmonitor 2024 (nr. 2438503). 51
De VOORZITTER: Ik wijs een aantal fracties erop dat hun spreektijd haast op is. Ga er dus zorgvuldig mee om. Er zijn twee moties, eentje van Volt en eentje van STIP. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik mag deze motie wel als eerste indiener aan u gaan verkopen, maar eigenlijk zijn wij allemaal eerste indiener van deze motie, want wat was het doel van het schrijven van deze motie? Het doel was om een zo breed mogelijk gedragen motie te schrijven. Daarvoor heb ik alle partijen uitgenodigd om mee te kijken met het proces. De meeste partijen hebben ofwel persoonlijk ofwel online input gegeven voor deze motie. Ik ben trots op dat proces en ik ben blij dat er zoveel mensen hebben meegedacht. Daarbij mag ik de wethouder niet vergeten, want die heeft ook meegedacht en heeft volgens mij bijgedragen aan een motie die hopelijk breedgedragen kan worden. Ik eindigde mijn betoog in de commissie met de vraag voor wie wij een stad willen zijn. Op dit moment lijkt de monitor te zeggen: in ieder geval na 2030 steeds minder een stad voor studenten en mensen die in een betaalbare woning willen wonen. Ik hoop dat we met deze motie, waarvan wij de eerste indiener zijn, en ook met de motie van STIP, die wij mede zullen indienen, een bijdrage kunnen leveren aan een betaalbaardere stad, ook na 2030. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): In de motie van Volt worden heel veel doelgroepen genoemd.
We willen een stad zijn voor iedereen, zoals u zelf ook noemt, maar waarom laat u dan bijvoorbeeld de studenten uit uw motie? De heer TREFFERS (Volt): Gelukkig heb ik het al gezegd: ik hoop echt dat u dit niet ziet als mijn motie, want het is echt vanaf het begin mijn doel geweest om een motie te schrijven die het algemene gevoel in de commissie en nu in de raad vertegenwoordigt. In de eerste mail stond: dit wordt geen motie die het Volt-standpunt vertegenwoordigt. Waarom hebben we ervoor gekozen om studenten eruit te halen? De eerste reden is dat er een andere motie is, die ik heel goed vind, die ik ook mede zal indienen en die dat probleem volgens mij in ieder geval deels afvangt. De tweede reden is dat het een raadsbrede motie moest zijn en dat een aantal partijen - u kan vast raden welke partijen dat waren - het belangrijk vonden dat de focus in deze motie in ieder geval op 33% sociaal en 67% betaalbaar ligt, ook omdat er dus een andere motie is. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Ik wil niet te veel weggeven van mijn termijn, maar de motie die wij indienen, gaat echt over de korte termijn. Ik kan dus aannemen dat Volt met veel andere partijen voor de lange termijn geen betaalbare woningen wil voor studenten. De VOORZITTER: Zo, dat is toch uitlokking, hoor. De heer TREFFERS (Volt): Het mooie is dat ook studenten in andere betaalbare woningen dan studentenwoningen kunnen wonen.
En nogmaals, ik heb de motie geschreven met als doel dat heel veel partijen erachter konden staan. Ik heb u ook de mogelijkheid gegeven om mee te schrijven en om voorstellen te doen. Uiteindelijk is dit waar veel mensen achter konden staan en dien ik dit dus in. Daarnaast hebben wij natuurlijk ontzettend veel vertrouwen in de motie die STIP heeft geschreven. Als uw kritiek op mij, de hele raad of iedereen die deze motie indient, is waarom voor de lange termijn studenten niet heeft meegenomen, zou ik die vraag eigenlijk ook aan STIP willen stellen, want ik ben het er helemaal mee eens dat we op de lange termijn ook betaalbare studentenwoningen moeten bouwen, maar dan had dat volgens mij in de motie over studentenwoningen moeten staan. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Daar ben ik het niet helemaal mee eens, want uw motie gaat over de lange termijn. Kan ik er dan van uitgaan dat Volt studenten alsnog aan de motie toevoegt?
52
De heer TREFFERS (Volt): Nee, daar kan u dus niet van uitgaan. Als er geen andere motie was geweest, had Volt zich misschien ook voor studenten harder gemaakt, want dat vinden we heel belangrijk en daarom zullen we uw motie ook mede indienen. Ik heb me in de commissie, vóór de termijn van STIP, zelfs uitgesproken achter die termijn geschaard. Hoe enthousiast kan je zijn over studentenwoningen? Dat vinden wij echt belangrijk. Tegelijkertijd heb ik dus mijn best gedaan om een breedgedragen motie te maken. Als u daaraan had bijgedragen, had u andere partijen die nu in ieder geval in deze breedgedragen motie tegen studenten zijn, misschien kunnen overtuigen, zodat ze er wél in waren gekomen. Wij zullen ons, ook op de lange termijn, altijd blijven inzetten voor studentenwoningen, volgens mij ook vaak samen met STIP. De VOORZITTER: Meneer Treffers, ik wijs u erop dat u nog 25 seconden hebt. Door de fracties van Volt, GroenLinks, de ChristenUnie, de PvdA, de SP en Onafhankelijk Delft wordt motie 7.5.1 (Versterking inzet woonbeleid voor betaalbare en sociale woningbouw) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 17 oktober 2024, ter bespreking van 2438503 College van B en W - Woonmonitor 2024, constaterende dat: