CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-handelingen raadsvergadering 17 oktober 2024

Raadsvergadering 7 november 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 17 oktober 202436.380 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

de Woonmonitor 2024 aangeeft dat het aandeel sociale huurwoningen na 2030 onder de afgesproken grens van 33% dreigt te zakken, wat resulteert in hogere wachttijden en zoekende starters, gezinnen en lagere inkomensgroepen hard zal treffen; de ambitie om 67% van de nieuwbouw betaalbaar te maken (sociale huur, betaalbare huur, en betaalbare koop) op dit moment onhaalbaar lijkt, waardoor starters, gezinnen en alleenstaanden steeds minder kansen hebben om een woning te vinden in Delft;

overwegende dat: 

 

de huidige wooncrisis en de Woonmonitor 2024 laten zien dat een intensievere, gerichtere en structurele aanpak nodig is om Delft een toegankelijke en betaalbare stad te laten blijven voor diverse doelgroepen, waaronder jongeren, ouderen, starters en gezinnen; de voortgang van de uitvoering van de huidige Woonvisie niet toereikend is en bijsturing noodzakelijk is om onze doelen voor sociale huur en betaalbare woningbouw te halen; het essentieel is om tijdig bij te sturen om de doelen voor sociale en betaalbare woningbouw alsnog te bereiken;

Wij vinden dat het huidige woningtekort onaanvaardbare gevolgen heeft voor de leefbaarheid en toegankelijkheid van Delft voor uiteenlopende groepen inwoners, en dat snel en gericht handelen noodzakelijk is om deze trend te keren; draagt het college op: 

scenario's en maatregelen te ontwikkelen en voor te leggen aan de raad, gericht op het realiseren van bij de Woonvisie vastgestelde ambities van 33% sociale huur, 67% betaalbare nieuwbouw en passende woningen voor verschillende doelgroepen op de lange termijn; hierbij samen te werken met woningcorporaties en projectontwikkelaars om tot concrete, haalbare en duurzame oplossingen te komen voor de woningnood in Delft; 53

deze scenario's zo snel mogelijk, maar in ieder geval voor de Kadernota in 2025 aan de raad te presenteren,

en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. De krapte op de woningmarkt is nijpend. Tot 2040 zullen we 15.000 woningen moeten bijbouwen. De opgave is groot. Hiervoor zullen we flink wat moeten doen. Als we ver vooruitkijken naar 2040, zien we veel mooie plannen liggen, maar als we inzoomen op de kortere termijn, zien we dat er meer misgaat. Delft zou 2.500 studentenwoningen toevoegen tot 2026, maar de realiteit is weerbarstig en de cijfers tonen een harde waarheid. Van die 2.500 beloofde woningen worden er nog maar 136 gebouwd, terwijl binnen de komende twee jaar voor honderden studenten veel bestaande woningen verloren gaan en terwijl DUWO haar bestaande voorraad moet renoveren en we het risico lopen om 800 woningen tijdelijk te verliezen. STIP kan samen met veel andere partijen niet langer toekijken hoe studentenhuisvesting er hard op achteruitgaat, ook voor de Delftse jongeren, voor wie niet wordt bijgebouwd en voor wie het het allermoeilijkst is op de woningmarkt. STIP luidt de noodklok en komt met een dringende oproep voor een actieplan met stappen op de korte termijn.

STIP vraagt de wethouder om alle kansen te benutten om dit urgente probleem nu aan te pakken met drie oplossingsrichtingen: het versnellen en eventueel uitbreiden van permanente woningen, het zoeken naar mogelijkheden voor tijdelijke woningen en kansen voor meer woonruimte in de bestaande voorraad. De heer VISSER (CDA): Het CDA voelt enige onrust bij het derde punt van het tweede dictum. Dat is precies waar mevrouw Fung Fen Chung nu op inhaakt. Vandaar dat ik nu deze interruptie pleeg, want we hebben het gevoel dat dat punt rechtstreeks de positie van de gezinswoningen raakt en dat we daarmee de bietenbrug opgaan. Daar voel ik onrust bij. Mijn concrete vraag aan mevrouw Fung Fen Chung is of zij bereid is om dit punt uit het dictum te schrappen. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Dank voor deze interruptie. Ik heb een lang antwoord op deze korte vraag. Het derde dictum vraagt voornamelijk om in te zetten op de hospita. Wat STIP betreft is dat niet zozeer een bedreiging of een onttrekking van woningen voor andere doelgroepen op de woningmarkt, maar een kans om woonruimte te bieden aan jongeren en studenten. Daarnaast is daarna, als het actieplan komt, het oordeel aan de raad om daar verder mee aan de slag te gaan.

Dus helaas voor het CDA ben ik niet bereid om dit punt te schrappen, want ik vind het belangrijk dat we dit urgente probleem aanpakken en alle oplossingsrichtingen bekijken. Daarna kunnen we als raad verder het gesprek voeren over de vraag of we daarmee door willen gaan en daar stappen op willen zetten of niet. Dat staat het CDA vrij. De heer VISSER (CDA): Dank voor het concrete antwoord. Ik heb een vervolgvraag. Verder kijken naar de hospitaregeling zou volgens mij ook kunnen behelzen dat de doorstroming stokt. Is mevrouw Fung Fen Chung dat met mij eens en is zij het met mij eens dat gezinswoningen ook echt bestemd moeten zijn voor gezinnen? Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Zoals Onafhankelijk Delft de motie leest, is het woord "jongeren" er een beetje in gefietst. We vragen ons af of STIP beseft dat voor studenten aanzienlijk meer wordt georganiseerd dan voor jongeren. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): De hospitaregeling is een manier om senioren die bijvoorbeeld niet uit hun woning willen verhuizen - daar gaan we ze ook niet toe dwingen de kans te bieden om een kamer aan een student of een jongere te geven. Gezien het 54

urgente probleem op de korte termijn - er worden superveel woningen onttrokken uit de voorraad voor studenten - vinden wij dit wel een optie die bekeken moet worden. Dan het antwoord op de vraag van mevrouw Timmermans. We hebben niet voor niets "de Delftse jongere" in de motie gezet. Waarom? Vorig jaar hebben we bij de Woonvisie een amendement ingediend over het schrijnende perspectief van jongeren op de woningmarkt. We lezen niks over hen terug in de Woonmonitor. We vonden dit dus een koppeling om te kijken welke kansen er liggen voor jongeren om ook aanspraak te maken op dit soort woningen. Ik vervolg mijn betoog, nog even over dat actieplan. Alleen op deze manier kunnen we het tekort, dat met grote verliezen alleen maar groeit, op de korte termijn compenseren. De opgave is groot, maar niet onhaalbaar. Het is tijd voor actie. Dan de lange termijn, waar ik net al iets over heb weggegeven via mijn interrupties over de motie van Volt. Dit borduurt voort op de vraag die ook in de Woonmonitor staat: bijsturing op de lange termijn voor twee derde betaalbaar. STIP vindt het belangrijk om betaalbare woningen te realiseren in Delft voor alle doelgroepen, maar de motie houdt bewust een aantal groepen buiten de deur, niet alleen studenten maar ook statushouders, vluchtelingen en andere kwetsbare groepen. De VOORZITTER: Meneer Treffers, nog 23 seconden; hou daar rekening mee.

De heer TREFFERS (Volt): De suggestie dat dat bewust is gebeurd, werp ik echt verre van me. Eén vraag aan STIP: waarom is dit geen opmerking geweest in het hele proces? Dan had ik namelijk al die groepen er gewoon in kunnen zetten. Mevrouw DE LEEUW (SP): Ik zou graag toch nog even een verduidelijking van de term "kwetsbare groepen" willen krijgen, als dat zou kunnen. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Het is niet mijn bedoeling om Volt aan te vallen over het proces, maar we vinden het gewoon erg jammer om te zien dat groepen bewust uit de motie worden gehouden. Wat de vraag van mevrouw De Leeuw betreft: kwetsbare groepen zijn bijvoorbeeld mensen die uitstromen uit een instelling of andere urgente woningzoekenden. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Ik ben benieuwd waarom STIP zo fel reageert op een motie die eigenlijk heel veel doelgroepen omarmt, terwijl hun eigen motie één specifieke doelgroep aangaat. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Ik sluit me volledig aan bij de vraag van mevrouw Romeijnders. Ik vraag me af of STIP ook niet ziet dat de moties eigenlijk heel mooi complementair zijn aan elkaar en samen een groot deel van de stad dekken. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Ik vervolg mijn betoog, want dan wordt iets duidelijker wat de nuance is van onze kritiek. STIP vraagt zich af of het realistisch is om bij te sturen op twee derde betaalbaar, exclusief die studentenhuisvesting.

De VOORZITTER: U heeft nog 30 seconden. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Want net zoals in de motie staat, blijkt het een enorme opgave te zijn om op te sturen. De wethouder heeft aangegeven dat er ook nog veel wordt uitgewerkt voor twee derde betaalbaar. We zijn benieuwd wat de motie concreet toevoegt aan de nog uit te werken aanpak. 55

Door de fracties van STIP, de ChristenUnie, Volt, de SP, de PvdA en GroenLinks wordt motie 7.5.2 (Nu ingrijpen op woningtekort voor jongeren en studenten) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 17 oktober 2024 ter bespreking van de Woonmonitor 2024. We stellen vast dat: -

Delft het doel heeft om 2.500 studentenwoningen te bouwen tot 2026, met daarboven nog 1.000 studentenwoningen tot 2030; de Woonvisie 2023-2028 stelt dat er maar 700 studentenwoningen tot 2026 worden gebouwd in plaats van de bovengenoemde 2.500 woningen die gepland waren tot 2026; de Woonmonitor 2024 laat zien dat in de realiteit nog maar 136 woningen toegevoegd worden tot 2026; door de renovatieplannen van DUWO komende zomer tijdelijk 375 woningen minder voor bewoning beschikbaar zijn, bovenop het bestaande tekort; dit aantal kan oplopen tot zeker 800 woningen als er geen maatregelen worden genomen; de grootschalige toevoegingen van nieuwe studentenwoningen pas na 2026 van start gaan met de bouw.

We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -

in de particuliere voorraad door landelijke regelgeving veel studentenhuizen verdwijnen binnen nu en de komende twee jaar; de geplande 3.500 woningen te laat komen om het huidige tekort op te lossen; studentenhuisvesting er door krimp in de bestaande voorraad alleen maar op achteruitgaat, zelfs met de nieuwbouwplannen; uit de bestaande voorraad voornamelijk onzelfstandige studentenkamers verloren gaan, terwijl nieuwbouwplannen alleen maar zelfstandige eenheden toevoegen; op kamers gaan essentieel is voor mentale ontwikkeling en zelfontplooiing van studenten en (werkende) jongeren.

We spreken uit dat: -

de acute druk op studentenhuisvesting vraagt om maatregelen op de korte termijn (voor 2026) om de grote verliezen in de bestaande voorraad te compenseren; tijdelijke woningen niet alleen voor studenten interessant zijn, maar ook voor (werkende) jongeren; senioren met ruime woningen kunnen worden benaderd om te helpen de kamernood onder studenten en jongeren te helpen oplossen.

We geven het college opdracht om: -

uiterlijk vóór maart 2025 bij de raad terug te komen met een actieplan voor studenten- en jongerenwoningen op de korte termijn, met daarin stappen die aanvullend uitgevoerd kunnen worden in de komende twee jaar; in het actieplan een longlist met mogelijkheden aan te leveren, met daarin in ieder geval de volgende drie oplossingsrichtingen: 1. Een concreet plan met tijdpad om de 3.500 permanente studentenwoningen te versnellen en eventueel uit te breiden, in samenspraak met DUWO en de TU; 2. Een concreet plan voor (extra) tijdelijke huisvesting, voor studenten en jongeren in Delft en in gemeenten rondom Delft; 56

-

3. Mogelijkheden om meer woonruimte vrij te maken in de bestaande voorraad waaronder via hospitaverhuur en woningdelen, ondersteund door een doelgerichte campagne, en/of het verruimen van de hospitaregeling; bij de plannen voor permanente en tijdelijke uitbreidingen in te zetten op groepswoningen; inzichtelijk te maken hoe incidentele middelen ingezet kunnen worden voor het actieplan; de stadsbouwmeester te betrekken bij de uitwerking van het actieplan,

en we gaan over tot de orde van de dag." De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik ga vooral in op de vraag van het CDA. Ik kan u vertellen dat ik mijn best heb gedaan om juist die hospitaregeling hier te benoemen, want dat is, als je daar een campagne op zet, de oplossing voor de aller-, aller-, allerkortst mogelijke termijn. Er zijn daar nu namelijk gewoon kamers beschikbaar. Er wordt van senioren gezegd dat ze niet doorstromen. Meestal kunnen ze dat helemaal niet, maar je kan hen activeren en motiveren om te helpen bij de huisvesting van jongeren en studenten die graag het huis uit willen of op kamers willen. Dat wil ik hier graag benadrukken. Bij verruiming van de hospitaregeling moet je wat de ChristenUnie betreft overigens niet aan alle punten denken, maar bijvoorbeeld aan de grens qua woningprijs waarbij het maar om één of twee kamers zou kunnen gaan en aan de bepaling dat je er vijf jaar in zou moeten wonen. Dat zou je ook kunnen bespreken, maar het gaat in ieder geval om een campagne richting mensen die ruim behuisd zijn. Dan de motie waarbij Volt vooral aan de wieg heeft gestaan, waar de studenten niet in staan. Als je daarin weer specifiek de studenten zou willen noemen, zou je werkelijk alle groepen daarin een plaats moeten geven. Ik lees de motie zo dat zij bedoeld is voor alle groepen, dus zo breed mogelijk.

Er werd gezegd dat de jongeren in de motie zijn gefietst waarbij STIP en de ChristenUnie vooral aan de wieg hebben gestaan. Zij zijn er niet in gefietst. Zij zijn heel bewust genoemd, omdat we het voortdurend over studenten hebben, terwijl voor werkende jongeren precies hetzelfde geldt ten aanzien van het probleem dat deze motie wil aanpakken. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Als STIP beweert dat door deze coalitie in eerste instantie niet wordt ingegaan op het woord "jongeren", vraag ik me af hoe dat zich nu moet vertalen in de motie. Zijn jullie jullie eigen beleid aan het rechttrekken? Wat is het? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Sorry, ik begrijp de vraag gewoon niet. De VOORZITTER: Gelukkig heeft mevrouw Timmermans nog heel veel tijd om de vraag nog een keer te stellen. Nog vijfenhalve minuut! Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik ga er even lekker voor zitten. STIP vertelde net dat de jongeren er juist aan toegevoegd zijn omdat er niet op jongeren werd ingezet, volgens mij in de monitor. Vandaar mijn vraag aan de ChristenUnie, die ook zegt dat de jongeren er niet expres in zijn gefietst maar dat zij nu echt opgenomen zijn. Dan denk ik: twee coalitiepartijen … Waarom is dit niet eerder gebeurd? Waarom moet nu met een motie het woord "jongeren" worden toegevoegd? Dat is mijn vraag.

De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Dan is het antwoord heel eenvoudig. Ook met moties en amendementen kan je, waar al dan niet per ongeluk leemtes zijn ontstaan, die gewoon herstellen. Dus bij dezen.

57

Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. Ik ben me bewust van de tijd en zal het niet al te lang maken. Delft moet een stad zijn van iedereen. Daarom hebben wij bij de deelname aan de coalitie eigenlijk vrij snel ingestoken op het beschikbaar blijven van 33% sociale huur en op 67% betaalbaar. We vinden het dan ook belangrijk dat dat gewaarborgd blijft. Kijkend naar de nieuwe cijfers in de Woonmonitor lijken we onder die cruciale grens van 33% te zakken. Dat accepteren we niet; dat willen we niet accepteren. Daarom hebben we onder andere met Volt een motie ingediend om bij te sturen en te zorgen dat we niet onder die 33% komen. Dat is heel belangrijk. Delft is een stad waar iedereen moet kunnen wonen. Daar horen ook de studenten bij. Dat is een heel belangrijke groep, zeker voor Delft, met een hele grote TU. Het is van oudsher een belangrijke groep om focus op te hebben. Daarom zijn we ook trots mede-indiener van de motie van STIP. We denken dat het belangrijk is om zowel voor de korte als voor de lange termijn ook studentenwoningen te realiseren. We snappen dat sommige plannen lastiger zijn gaan lopen en dat dingen niet meer helemaal zijn zoals toen we de coalitieafspraken maakten en toen we dachten dat 3.500 woningen realistisch zouden zijn, waarvan 2.500 al op de kortere termijn. Maar we hopen wel dat we kunnen kijken naar een actieplan voor hoe we daarop kunnen bijsturen.

We hopen dat we met dat actieplan in Q1 volgend jaar met z'n allen een goed gefundeerd besluit kunnen nemen over hoe we verdergaan met dit project. Mevrouw DE LEEUW (SP): Voorzitter. In de afgelopen vergadering van de commissie SDW zei ik het al: gelet op alle betogen willen we eigenlijk gewoon allemaal hetzelfde: we willen allemaal betaalbare woningen en dat is het. Beide moties laten dat zien. Zoals de PvdA zojuist zei, zijn de moties in onze visie complementair. Wonen is een recht. Dus laten we woningen gaan bouwen en laten we gaan kijken naar de verschillende woonvormen die mogelijk zijn. Hoewel de wethouder in het debat aangaf dat er binnenkort stevige volumes studentenwoningen op de TU-campus worden gebouwd en dat de Schieoever eigenlijk een vorm van overmacht lijkt te zijn nu die bij de Raad van State ligt, kunnen we nog altijd wat doen om meer woningen te bouwen, namelijk gewoon wat doen, wat plannen en bijsturen. Met een actieplan om woningen te realiseren en het ontwikkelen van scenario's en maatregelen om vastgestelde ambities te behalen, kunnen we dat gewoon gaan doen. Graag wil ik daar nog wel aan toevoegen dat er, als het aan ons lag, wel iets meer sociale huurwoningen mochten komen, maar zo'n motie gaat het waarschijnlijk niet halen. Ik heb dus mijn krachten gespaard. De VOORZITTER: Dat begint een praktisch inzicht te worden. Heel goed! Er zit progressie in.

Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Voorzitter. Hart voor Delft zal alleen ingaan op de twee voorliggende moties, omdat tijdens de commissievergadering al voldoende is gezegd. Wij steunen de motie van Volt, omdat er dringend actie nodig is om de wooncrisis aan te pakken. De afgelopen jaren is er simpelweg te weinig gebouwd. De Woonmonitor laat duidelijk zien dat we ver achterlopen op de doelen van de Woonvisie 2023-2028. De Wooncrisis is urgent en het is tijd dat niet alleen wethouder Schrederhof maar ook de overige wethouders energie gaan steken in het oplossen van dit probleem. Steek de koppen bij elkaar, los de wooncrisis op en stop met het doordrukken van plannen die soms zonder draagvlak zijn. Zoals gezegd steunen we de motie van Volt, maar we willen benadrukken dat onze ideeën over de woningbouw vorig jaar zijn weggestemd door dezelfde partijen die nu oplossingen lijken te zoeken. Onze moties hadden beslist niet alle problemen kunnen voorkomen, maar hadden zeker een beter lot verdiend. De motie van STIP, waar best wel veel om te doen is, zullen wij niet steunen, niet omdat de motie niet sympathiek zou zijn en niet omdat wij de studenten geen woonruimte zouden gunnen, maar omdat wij geen nieuwe studentenwoningen willen in de stad, maar op de 58

Campus. Wij vinden dat de stad geen extra druk van de studentenhuisvesting aankan en wij willen de balans in onze stad behouden. Daarnaast hebben wij twijfels over de hospitaregeling. In het verleden heb ik hier meerdere gesprekken over gevoerd met een oud-raadslid van STIP, de heer Dag. O, meneer Dag zit op de publieke tribune. Ik ben het niet vergeten, meneer Dag! De VOORZITTER: U bent niet vergeten, meneer Dag. Heel fijn! Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Er is nog steeds onduidelijkheid over de mogelijke financiële gevolgen voor hospita's, bijvoorbeeld wat betreft de invloed op de AOW-uitkering als zij kamers verhuren. Hier moet meer duidelijkheid over komen voordat we verder kunnen praten over uitbreiding van deze regeling. Tot slot wil ik benadrukken dat Hart voor Delft het opstellen van een actieplan een heel goed punt vindt, want wij onderschrijven de hoge nood door de wooncrisis, in het bijzonder voor studenten. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Als u een actieplan een goed idee vindt, waarom stemt u dan tegen de motie? Dat is vraag één. Vraag twee: hoort de Campus niet bij de stad? Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Dank u wel voor de vraag. We vinden een actieplan een goed plan, maar we kennen de inhoud nog niet. We kunnen dus nog niet zeggen of we daarvoor of daartegen zullen zijn, maar er moet wel iets gebeuren.

Ik vind het heel goed dat STIP … U kunt wel uw hand opsteken, maar ik ben nog niet eens klaar met het beantwoorden van de vraag. De VOORZITTER: Mevrouw Grobben, praat u rustig verder, want de spreektijd van de PvdA is op. U kunt uw punt dus afmaken. Dit was voor de PvdA de zwanenzang van deze avond. Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Ik wilde zeggen dat wij echt onderschrijven dat een actieplan voor studenten nodig is, maar wij willen heel graag dat de TU daar het voortouw in neemt. Er zijn ook nog mogelijkheden voor studentenwoningen buiten de stad; het hoeft niet per se in de stad. Nogmaals, als de hospitaregeling goed uitgeschreven is en als echt bekend is wat daarmee kan en gaat gebeuren, ook voor de mensen die hospiteren … Er moet gewoon duidelijkheid zijn: moeten zij daar AOW voor inleveren? U had nog een vraag, maar die ben ik alweer kwijt. De VOORZITTER: Dan houdt het even op. Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Als u die vraag mag herhalen van de burgemeester … De VOORZITTER: Nee, helaas. Meneer Visser, u heeft nog een minuut en vijf seconden. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Ik denk dat ik per interruptie al heb aangegeven dat wij ons blijven inzetten voor de positie van gezinnen in de stad.

In aanvulling daarop heb ik eigenlijk maar één vraag aan de wethouder: hoe kan zij waarborgen dat er voldoende woningen worden toegevoegd én behouden voor gezinnen? Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. GroenLinks vindt dat iedereen in Delft recht heeft op een betaalbare woning. Helaas worden er te weinig sociale huurwoningen, betaalbare huurwoningen en koopwoningen en studentenwoningen gebouwd. Dit baart ons zorgen, omdat deze woningen wel nodig zijn voor een diverse, levendige stad. Daarom hebben wij de motie Versterking inzet woonbeleid voor betaalbare en sociale woningbouw 59

mede ingediend, met dank aan Volt voor de samenwerking, want de Woonmonitor 2024 toont aan dat het lastig wordt om de ambitie van 33% sociale huur en 67% betaalbare nieuwbouw te halen. We moeten ook in de toekomst actief sturen op de bouw van betaalbare woningen, bijvoorbeeld via actief grondbeleid, zoals in Haarlem en Amsterdam. Hier komen we op een later moment op terug. Studenten zijn essentieel voor de leefbaarheid van Delft. De balans tussen studenten en niet-studenten in de wijken en in de stad is daarbij wel heel belangrijk. Betaalbare groepswoningen spelen hier ook een belangrijke rol in. Daarom hebben we de motie van STIP mede ingediend. Mevrouw VAN VELZEN (D66): Voorzitter. Ik zal kort stilstaan bij de moties. We hebben in de commissie al een leuk debat gehad. Ik begin met de motie van Volt. Ik sluit me wat dat betreft aan bij mevrouw Romeijnders: we hebben gewoon een afspraak met elkaar gemaakt over dat percentage sociale huur. Dat is dus gewoon wat het is. Ik vraag me wel iets af. Ik heb die 67% zelf niet in de Woonvisie gelezen. Ik ga er ook van uit dat die 33% onderdeel van die 67% is en dat het niet optelt tot 100%. Ik zie u knikken; dan is het dus goed. Die 67% heb ik zelf niet gevonden in de Woonvisie. Ik denk dus dat u de opgave bedoelt die vanuit de minister is gekomen.

Die vraag kan misschien nog worden beantwoord door iemand die nog tijd heeft of misschien kan de wethouder dat zelf doen. Ik zie deze motie dus eigenlijk meer als een soort aanmoediging om ons aan het coalitieakkoord en dus de wet te houden. Ik kan daar dus niet zo heel veel tegen hebben. Wat mij betreft was het eerste dictum dan ook wel voldoende geweest. Hetzelfde geldt eigenlijk een beetje voor de motie van STIP: ook daar zou het eerste dictum wat mij betreft voldoende zijn geweest. De wethouder heeft eigenlijk gevraagd om een actieplan: "Dien maar een motie in; dan kan ik een actieplan maken". Zo geschiedde, maar in deze motie staan al allerlei oplossingsrichtingen die de wethouder in dat plan moet gaan zetten, terwijl ik dan denk: laat de wethouder het lekker doen. Dat zeg ik vooral omdat we nu een discussie hebben over de oplossingsrichtingen en niet over het feit dat er een actieplan moet komen, zoals mevrouw Grobben al aangaf. Ik heb zelf ook een beetje moeite met het derde dictum van de oplossingen, om het zo maar te noemen. Dat heb ik in de commissie al aangegeven. Het lijkt mij prima om onderzoek te doen naar allerlei tijdelijke oplossingen, maar het moet geen verkapte vorm van verkamering worden. Als een hospita vijf studenten in huis mag nemen, is dat volgens mij gewoon verkamering, maar dat kan ik dan in dat actieplan lezen.

De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik vind dat D66 het hospiteren nu een beetje belachelijk maakt door er gelijk vijf kamers van te maken. De hospitaregeling is gewoon heel duidelijk over het aantal kamers. Mevrouw VAN VELZEN (D66): Ik heb de deur niet geopend. Meneer Van der Woerd heeft gezegd: meer dan twee. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Nee. Mevrouw VAN VELZEN (D66): Nou … De VOORZITTER: Maakt u eerst uw verhaal even af. Mevrouw VAN VELZEN (D66): Ik maak het helemaal niet belachelijk. Ik gebruik het als voorbeeld. Ik vond het ook niet zo passen in deze motie, omdat de rest van de motie en STIP altijd heel erg inzetten op gezamenlijk wonen en onzelfstandige woningen. Ik vond het dus ook een beetje een vreemde eend in de bijt. Ik snap nu een beetje waar het vandaan komt. Wat dat betreft sluit ik me aan bij wat meneer Visser zei: dit is allemaal heel belangrijk 60

en er moeten huizen zijn voor doelgroepen, ook voor studenten - daar hebben we het net over gehad - maar ook voor gezinnen. Er moet voorkomen worden dat dat elkaar verdringt. Ik vraag daar aandacht voor: wil de wethouder in het actieplan aangeven wat de gevolgen van die acties zijn? Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Ik begin met de opmerking dat het altijd goed is om met meneer Dag te spreken. Gebruik de mogelijkheid nu hij weer aanwezig is. Tenminste, ik heb er altijd heel veel aan gehad. Wat hebben we vorige week in de commissie geconstateerd? We hebben een Woonvisie, we hebben een Woonmonitor, die zegt hoe de voortgang gaat van wat we daarin willen, en we zien dat we stagnatie in onze snelheid hebben. Dat is niet zo raar, want de Schieoever ligt bijvoorbeeld stil en het feit dat een aantal locaties in een RO-procedure zitten, maken het wat moeilijker om van de kant te komen. Daar kan je je heel kwaad over maken. Ik denk dat het goed is dat de Raad van State nu tot een oordeel komt en dat we in de tussentijd met elkaar kijken naar "wat dan wel?". Volgens mij zijn dat echt twee sporen. Ik zal die proberen uit te leggen. Het ene spoor haakt in op de motie van Volt - dank trouwens voor het zo open neerzetten van de motie; ik denk dat iedereen daarvan genoten heeft - en gaat eigenlijk in op onze reguliere voorraad die we bouwen.

Daarvan hebben we met elkaar afgesproken dat we niet onder die een derde sociaal mogen. De twee derde betaalbaar heeft het Rijk ons meegegeven. Feitelijk zegt het Rijk dat je dat na 2025 zou moeten doen in de toegevoegde voorraad, maar daar hoort wel bij dat het Rijk ook met budget komt. Daar kan je ook niet vroeg genoeg voor aan de bak staan. Het is dus goed om met elkaar te kijken wat die twee derde betaalbaar is. Er is in Nederland ook steeds een discussie over wat daarbij hoort, daar waar het gaat om studentenwoningen. Het is heel helder dat onzelfstandige studentenwoningen daar niet bij horen. Dat is ook logisch. Eigenlijk wordt altijd gezegd: noteer zelfstandige studentenwoningen apart; laat ze dus wel zien, maar noteer ze apart, omdat ze vaak een andere lijn hebben. Dat betekent ook dat we het met de motie van Volt echt over de brede doelgroep hebben. U kunt ervan uitgaan dat bijvoorbeeld jongeren bijna altijd in de reguliere sociale huursector komen. Dat hebben we volgens mij in 2013 en in 2017 aan jongeren gevraagd. Uiteindelijk is dat de plek waar zij terechtkomen. Dat is nu best lastig. Zeker in ons woonruimteverdelingsmodel zie je dat de jongeren die eigenlijk terecht zouden moeten komen in de doorstroomwoningen die verlaten worden, het echt moeilijk hebben.

Dat is een mooi debat dat we met elkaar zullen moeten voeren in het kader van onze Huisvestingsverordening: wil je dat nog zo organiseren? Maar zij horen daarbij. Dat geldt ook voor de groep die nu door de minister benoemd is en die we uitwerken in de Wet versterking regie volkshuisvesting: de uitstroom uit voorzieningen hoort ook gewoon in die sociale huursector thuis. Dat is daar eigenlijk de hoofdlijn. We sturen op hoofdlijnen en niet op details. Ik denk dat het heel goed is dat de raad mij en het college oproept om te kijken of we de nu optredende stagnatie op een creatieve manier van de kant kunnen roeien. Dat is de ene kant. De andere kant is de kant van de studentenhuisvesting. Ook daar is er een hele concrete vraag, maar u ziet al in dat cijfer dat we daar echt anders mee omgaan. Met andere woorden: we maken heel exacte prognoses van de groei van het aantal studenten. Dat doen we samen met de TU en met DUWO. Daarom krijgt u ook zo'n heel concreet getal, dat ook aan een einddatum gekoppeld is. Voordat die einddatum verloopt, zullen we opnieuw tot een concreet getal komen. Dat kan een stijging zijn. Het kan ook zijn dat de effecten van de multicampusstrategie zich dan voordoen en dat er uiteindelijk een hele andere vraag naar studentenhuisvesting komt. Voor de studentenhuisvesting, voor de 3.500 woningen die we willen, was er ook plek in de Schieoever.

Inmiddels is er ook stevig plek op de TU-campus; daar hebben we het ook over gehad. Maar dat landt niet zomaar in een plan dat morgen tot woningen leidt, want ook daar hebben we RO-procedures te doorlopen. De VOORZITTER: Ik wijs de wethouder erop dat ze nog een minuut heeft. 61

Wethouder SCHREDERHOF: O. Het is dus terecht dat STIP ons vraagt om dat onderzoek te doen en om te kijken hoe we daar versnelling in kunnen aanbrengen, maar wel met het uit elkaar houden van die twee sectoren. Er zijn twee moties die er volgens mij kant-en-klaar liggen en die ik heel graag uitvoer. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer KRISHNASING (VVD): Voorzitter. Kan de wethouder dan niet toezeggen dat er uiterlijk voor maart 2025 bij de raad terug wordt gekomen voor een actieplan voor studentenen jongerenwoningen op korte termijn, met daarin stappen die aanvullend uitgevoerd kunnen worden in de komende twee jaar? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik kom nog even terug op het debat in de eerste termijn. De hospitaregeling is in principe voor elke vorm van bewoning, of het nou senioren zijn of gezinnen, want het begrip "senioren" staat niet in de motie. Wat belastingen betreft: het is inderdaad een belangrijk onderdeel van de campagne om duidelijk te maken dat bijvoorbeeld bijna € 6.000 belastingvrij is. Dat wil zeggen dat die niet hoeft te worden opgegeven. Het is echt van belang dat dat soort informatie meegaat in de campagne. Wat de hospitaregeling zelf betreft: mogelijk ben ik onduidelijk geweest en heb ik "twee kamers of meer" gezegd, maar de bedoeling was dat het gebonden is aan een koopsom.

Daar kan je wat mee spelen, zodat je eerder naar twee kamers kan. Verder staan er voldoende regels in de hospitaregeling om te voorkomen dat het verkamering gaat worden. De VOORZITTER: Meneer Treffers, u heeft nog twaalf seconden. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. In het kader van een breedgedragen motie nog één vraag aan een partij die de motie volgens mij nog niet wil steunen. Heeft het antwoord van de wethouder STIP overtuigt om toch in te stemmen met de breedgedragen motie, ook omdat jongeren juist baat hebben bij die betaalbare huur? De VOORZITTER: Het is aan mevrouw Fung Fen Chung of zij deze vraag meteen meeneemt. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. STIP vindt het heel belangrijk dat we die opgaven naast elkaar leggen: betaalbaar én het halen van studentenhuisvesting, dus ook betaalbaar voor jongeren. We moeten die opgaven wel naast elkaar leggen. Kan de wethouder toezeggen om bij de uitwerking van die opgave voor twee derde betaalbaar de dubbele opgave voor studentenhuisvesting daarnaast te leggen, zodat we inderdaad krachtig door kunnen gaan? De VOORZITTER: De wethouder heeft nog 40 seconden. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Het antwoord op de vraag van STIP is ja, want dat moeten we gewoon ook in beeld brengen. Volgens mij ben ik het CDA nog een antwoord verschuldigd.

Wij houden nu in nieuwbouwplannen al rekening met woningen die geschikt zijn voor gezinnen. Dat zullen we dus meten en dat kunnen we natuurlijk ook in de bestaande voorraad doen. Het zal altijd een discussie worden over "wat is de definitie?", maar volgens mij is het goed om dat te doen.

62

Ik kan ook de toezegging doen. Tegelijkertijd is dit zo'n majeure vraag van de raad dat ik het ook echt prima vind dat het een motie is, omdat we die stevigheid dan met elkaar oppakken. Eerlijk gezegd denk ik dat dat gewoon goed is. De VOORZITTER: Ik stel vast dat wij uitgebreid gediscussieerd hebben over de twee moties. Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten en de moties in stemming kan brengen. In stemming komt 7.5.1 (Versterking inzet woonbeleid voor betaalbare en sociale woningbouw) van Volt, GroenLinks, de ChristenUnie, de PvdA, de SP en Onafhankelijk Delft. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw Fung Fen Chung, u zit al in de min, maar er wordt hier gezegd dat stemverklaringen altijd zijn toegestaan. Dat is de policy, maar wel heel kort en krachtig. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. Als we de twee opgaven goed naast elkaar leggen, vinden we het ook heel belangrijk om te kijken hoe we realistisch naar betaalbare woningen toe gaan. We zullen de motie dus steunen. De VOORZITTER: Eind goed, al goed. Prachtig! De heer KRISHNASING (VVD): Voorzitter. Wij zijn voor een goede balans van woningen voor iedere Delftenaar. Daarom zullen we deze motie niet steunen. We kijken wel uit naar de resultaten van het onderzoek om te bespreken wat we daar met de raad mee gaan doen.

De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 35 tegen 3 stemmen, waarbij de VVD ertegen heeft gestemd. In stemming komt motie 7.5.2 (Nu ingrijpen op woningtekort voor jongeren en studenten) van STIP, de ChristenUnie, Volt, de SP, de PvdA en GroenLinks. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. STIP wil de motie niet wijzigen op het voor ons heikele punt. We zullen daarom tegen de motie stemmen. De heer KRISHNASING (VVD): Voorzitter. We sluiten ons aan bij de woorden van het CDA. Bovendien heeft de wethouder net een toezegging gedaan op het belangrijkste punt. Daarom stemmen we tegen. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 27 tegen 11 stemmen, waarbij het CDA, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en de VVD ertegen hebben gestemd. XX. Sluiting. De VOORZITTER: Ik wil u allemaal hartelijk danken voor de goede en constructieve discussie. We gaan niet met lege handen naar huis. We hebben een hele mooie beker gekregen van Koninklijke Horeca Nederland Afdeling Delft, het Platform Bezoekerseconomie Delft, Delft Marketing, de gemeente Delft en de Stichting Centrum Management Delft. Hartelijk dank! Gebruik 'm! Ik wens u een fijne avond en tot de volgende keer. De vergadering wordt om 23.32 uur gesloten.

63

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 november 2024.

, voorzitter.

, griffier.

64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14695711/2