Concept-handelingen raadsvergadering 17 oktober 2024
Tekst van het document
Hoe gaan we daarmee om? De heer HERREMA (GroenLinks): De bereikbaarheid is natuurlijk ook voor ons een belangrijk item, maar het is wat ons betreft echt een volgende stap, die we dan met die zorginstelling gaan bekijken. Volgens mij was die mevrouw heel erg bereid om daar het gesprek over te voeren. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ja, die mevrouw was bereid het gesprek te voeren, maar wij niet, want wij nemen hier nu gewoon het besluit. Tenminste, de SP neemt dat besluit niet; dat doet de college, want het college zegt: we gaan het gewoon doen en daarna gaan we nog wel praten. Maar dan is er veel minder ruimte om iets op te lossen. Is het dus niet beter om eerst het probleem op te lossen en pas daarna de besluiten te nemen in plaats van andersom? De heer HERREMA (GroenLinks): Nee, die lijn volgen wij niet. Wij vinden het goed dat we nu eindelijk een keer besluiten om iets te doen aan die autoluwe binnenstad. Dat heeft wat ons betreft prioriteit. Dan tot slot richting D66: ja, die parkeerplaatsen liggen er inderdaad. Het is ook prima dat daar op termijn gebruik van kan worden gemaakt. Het is ook goed om dat gesprek met de TU stevig aan te gaan, maar voor ons is er niet echt een noodzaak om dat voor januari 2026 te realiseren; dat is eigenlijk ons punt. De VOORZITTER: Helder. Volgens mij heeft u uw standpunten voldoende toegelicht. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter.
Zoals u misschien weet, wordt Delft bestuurd door een technocratische, kosmopolitische elite, die weinig oog heeft voor de belangen van bewoners die niet tot die elite behoren. Ik heb vaker betoogd dat de coalitie geen visie op de stad heeft. Ze hebben enkel een stapeltje van technocratische taken die ze één voor één willen afvinken. Eén daarvan is het autoluw maken van de binnenstad, maar een visie of een doel van dit plan ontbreekt volkomen. Iedereen kan voor zichzelf wel een doel bedenken bij het autoluw maken van de binnenstad. We kunnen het doen voor de luchtkwaliteit of de CO2-uitstoot, maar in dat geval zou je het feitelijk in de hele stad moeten doen, want waarom 19
alleen in de binnenstad? We zouden het kunnen doen om meer ondernemers de ruimte te geven, maar dan zou je toch verwachten dat er meer overleg gevoerd wordt met ondernemers? We kunnen het doen om te vergroenen, maar dan verwacht je toch dat we niet overgaan tot het aanleggen van extra fietsparkeerplaatsen? We zouden het kunnen doen om autobezitters uit de stad te verjagen en fietsers meer ruimte te geven. Misschien is dat het dan wel. Of doen we het voor de veiligheid? Nee, ook niet, want dan zouden we beter het fietsgebruik in de stad kunnen beperken. Kort samengevat: het is volledig onduidelijk waarom het college de binnenstad autoluw wil hebben. Dat maakt het ook lastig om met verbeteringen te komen, want als er geen doel of visie is, hoe kan je een plan dan verbeteren? Het college doet gewoon wat het wil, ten koste van iedereen die niet tot die technocratische, kosmopolitische elite behoort. Inclusie is ver te zoeken. Dat zag je ook bij de inspraak, die in eerste instantie vrijwel afwezig was. Na ingrijpen van deze raad heeft die inspraak wel plaatsgevonden, maar dat heeft feitelijk tot niets geleid, terwijl dat wel had gekund. Dat blijkt ook vandaag, want nu de raad de druk echt maximaal heeft opgevoerd en met enorme inzet van een aantal raadsleden blijkt het college toch bereid om het plan enigszins gefaseerd in te voeren.
We moeten de stemmingen nog afwachten, maar het lijkt erop dat dat het gaat halen. Hoewel, dat mag natuurlijk niet "gefaseerd" worden genoemd, want dat woord ligt te gevoelig. Dit hele plan verdient geen schoonheidsprijs, is ondoordacht en leidt op de korte termijn slechts tot ellende. Zoals u weet is de SP geen voorstander van ondoordachte voorstellen. We zullen dus tegenstemmen, in tegenstelling tot GroenLinks, dat zegt: het plan is slecht, maar we hopen dat er toch eindelijk iets gebeurt; laten we dus maar voorstemmen. De SP doet dat anders. Het zou het beste zijn als het college het plan gewoon intrekt en met de nieuwe inzichten die vandaag en gedurende de afgelopen weken weer zijn opgedaan, het plan verbetert en bijschaaft, een visie daarbij schrijft en doelen vaststelt en dan in deze raad met een nieuw voorstel komt. Want op deze manier zal het plan nooit het goede plan voor de binnenstad zijn dat onze stad verdient. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Volt heeft in de commissie al benoemd dat het voor ons gaat over hoe we onze doelen kunnen bereiken zonder daarbij bewoners en ondernemers oneerlijk te benadelen. Binnen dat kader vroegen we de wethouder naar de thema's fasering, het plan van het BOB, de effecten van dat plan, een mogelijke P+Rregeling naar de TU Delft en ook de mogelijkheid om deelvervoer een uitzonderingspositie te geven.
Om met dat laatste te beginnen: op deze manier hebben bewoners die zich zorgen maken over de afstand naar hun eigen vervoer, in ieder geval de mogelijkheid om zich naar zijn of haar eigen deur te verplaatsen wanneer dat nodig is. Na hulp van de ambtenaren en nog eens naar de stukken gekeken te hebben, concluderen wij dat het college dit gaat uitvoeren. Daar zijn we heel blij mee. Het hele mooie nieuws is dat alle andere onderwerpen waar wij tegenaan liepen, zijn opgepakt door andere partijen in de raad. Om te beginnen heeft het CDA een genuanceerde en helemaal afonderhandelde motie opgeleverd die wij volledig kunnen steunen en daarom mede hebben ingediend. Ook de moties van de ChristenUnie over de P+R op de TU en het amendement van het CDA over de Phoenixgarage hebben wij mede ingediend. Heel erg bedankt voor het opstellen. Wij denken dat deze moties de ondernemers echt kunnen helpen. Daarnaast zullen we ook de motie van de VVD over het evaluatieplan steunen. Kortom: wij denken dat wij als raad hier vanavond de plannen met hulp van de bewoners en ondernemers beter gaan maken. Het zou mooi zijn geweest als daaraan niet zoveel emotie en boosheid vooraf waren gegaan. Ik geloof dat dat echt had gekund als er echte participatie was geweest vanaf het begin.
20
De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Zoals we in de commissie al zeiden, voelen we de spanning op dit dossier. Een grote verandering hangt in de lucht en dat geeft die spanning. De PvdA blijft voorstander van een openbare ruimte die primair bestemd is voor voetgangers en fietsers maar ook voor ontmoeting, waar het veilig is, waar je frisse lucht kunt inademen en waar je kunt genieten van een groene stad. In de commissie hebben we zeer uitvoerig gesproken, geluisterd en afgewogen. In dat debat maar ook in eerdere debatten is wat ons betreft al gekeken hoe we het proces beter en inzichtelijker kunnen maken en hoe we tegemoet kunnen komen aan gegronde bezwaren. Wat ons betreft zijn daar goede stappen in gezet, waarbij alle verschillende belangen van bewoners maar ook van de gemeente, bijvoorbeeld uitvoerbaarheid, zijn afgewogen. Wat ons betreft is het plaatje echter nog niet compleet. Zoals bekend is de PvdA voorstander van parkeren op afstand, beter bekend als "parkeren en rijden" of "park-andride". Onze motie om hier in de ov-visie op in te gaan, werd dan ook breed gesteund in deze raad. Vanavond liggen er een aantal moties op tafel over dit onderwerp, waarvan de PvdA er één mede heeft ingediend; dank aan de ChristenUnie en de VVD voor het werk op dit punt.
Wij horen graag van het college hoe het tegen deze moties aankijkt en of het ook de extra urgentie van realisatie ziet, met dit project in het achterhoofd. In de commissie ging het veel over twee of drie fases. Het lijkt een feit dat er onder ondernemers en inwoners meer draagvlak lijkt voor drie fases. De PvdA vindt draagvlak belangrijk. Wij kunnen ons dan ook vinden in de motie van het CDA die hiertoe oproept. Die motie zullen wij steunen. Over het amendement over de Phoenixgarage hebben wij wat meer zorgen. We hebben eerder in de commissie aangegeven dat we in eerste instantie voor de bewoners willen kiezen, met name voor bewoners voor wie andere alternatieven minder geschikt zijn vanwege een langere loopafstand. Dit amendement biedt wat ons betreft deze oudere en minder mobiele inwoners minder ruimte. Dat vinden we jammer. Wij zijn benieuwd hoe het college naar deze specifieke zorgen kijkt. De VVD heeft ook een motie ingediend over veiligheid, een belangrijk onderwerp, maar wij zien ook dat de nadruk erg ligt op een binnenstad die heel onveilig zou zijn, bijvoorbeeld in relatie tot geweld. De veiligheid met betrekking tot het verkeer wordt helemaal buiten beschouwing gelaten en die vinden wij óók belangrijk. We hebben eigenlijk ook het bezwaar dat de heer Analikwu al noemde: verschillende moties geven hier al invulling aan.
Wij steunen daarom wel de gedachte van deze motie dat mensen veilig moeten zijn - dat is logisch en ze moeten zich ook veilig voelen - maar de motie in haar huidige vorm vinden wij overbodig. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De PvdA ondersteunt de gedachte van deze motie. Wat zou er misgaan als u er toch voor stemt? De heer VAN DER STEEG (PvdA): Dan zou er misgaan dat er een aantal dingen in staan waar wij nu in die verwoording niet helemaal achter kunnen staan. Dat gaat voor ons dan mis. De VOORZITTER: Dat roept natuurlijk toch wat op. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ja, een beetje een inkoppertje: wat is dan bijvoorbeeld een woord waar de PvdA over valt? De heer VALK (CDA): Ik heb een hele andere vraag. Ik zit nog even na te kauwen op de zorgen bij de PvdA over het amendement. Realiseert de heer Van der Steeg zich dat we, als het amendement niet wordt aangenomen en de motie wel, straks een halflege 21
Phoenixgarage hebben waar geen bezoekers meer mogen parkeren, terwijl er onvoldoende bewoners zijn die daar kúnnen parkeren? En vindt u dat een wenselijke uitkomst? De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ik begin met de laatste vraag van de heer Valk. Daar hebben we telefonisch contact over gehad en u gaf dit toen ook aan. We hebben dat met de fractie besproken. Wij realiseren ons ook dat er nog een perspectief komt op het bezoekersparkeren. De bewoners in dit deel die wél gebruik gaan maken van de Phoenixgarage, hebben misschien ook bezoekers. Misschien is het een vraag aan het college om te kijken of daar dan nog mogelijkheden zijn voor de bezoekers van bewoners, want oudere bewoners krijgen ook oudere bezoekers. De heer VALK (CDA): Dan moet je vreselijk veel bezoekers hebben. Ik denk toch dat de ondernemers en de horeca meer bezoekers krijgen dan de mensen die daar wonen. Dus graag een reflectie. Het is inderdaad wel een mooie CDA-gedachte! De VOORZITTER: Mijnheer Van der Steeg, er ligt ook nog een vraag van mevrouw Van den Berg. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Die heb ik genoteerd: welk woord? Ik ga nog even in op de vraag van de heer Valk. Als je daar bijvoorbeeld nog tien plekken overhoudt - of twintig; het aantal doet er niet veel toe - denken wij dat toch heel veel mensen voor die parkeergarage gaan staan, met als gevolg weer onduidelijkheid.
Als het op een gegeven moment zo weinig wordt, kiezen wij echt voor de bewoners. Ik ben mevrouw Van den Berg niet vergeten: over welk woord gaat het? Ik gaf al aan dat er ook dingen níét in staan, bijvoorbeeld de verkeersveiligheid. Dat stoort ons. Het gaat dus niet zozeer over woorden die er wél specifiek in staan, maar ook over welke woorden er niet in staan en waaraan voorbij wordt gegaan. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De heer Van der Steeg moet zich realiseren dat er best wel een dik document van het college ligt en dat daar al heel veel elementen in zitten, maar dat juist het aspect veiligheid - dus echt incidenten, geweldsincidenten - er niet in staat. Daar hebben de bewoners twee weken geleden in de commissievergadering zoveel aandacht voor gevraagd. Om te voorkomen dat ik het plan van het college ga herschrijven, maar om het op dit specifieke punt dus wel aan te scherpen, hebben we deze motie geschreven. Volgens mij gaat er dus vooral niks mis als u er straks gewoon mee instemt. De VOORZITTER: Meneer Van der Steeg, het wordt nog één keer geprobeerd. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Om daar kort op in te gaan: ik las ook iets over statistiek, die u ook aanhaalt. Daarin staat de binnenstad in de op één na laagste categorie qua onveiligheid. Volgens mij is er objectief gezien niet heel veel onveiligheid in de binnenstad van Delft.
Ik moest ook een beetje denken aan de uitspraak: "Er zijn leugens, grote leugens en er is statistiek". Tot slot. We hebben in de commissie al aangegeven dat we ook zien dat er allerlei knoppen zijn waaraan gedraaid kan worden. De VOORZITTER: Nog één keer mevrouw Van den Berg. Mevrouw Van den Berg, is het hetzelfde punt? Dan vervallen we wel erg in herhaling. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik ben benieuwd waar de heer Van der Steeg de statistiek leest.
22
De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ik zei dat het in de voorbereiding van deze motie ook daarover ging. U refereerde ook aan de inspraak, waarin dit ook werd aangehaald, namelijk de cijfers van het CBS. Wat ons betreft blijft het zo dat we kunnen blijven draaien aan knoppen, zodat die bijsturing mogelijk blijft. Wij proefden dit eigenlijk ook in het debat. Daarom denken we net als GroenLinks dat de motie van de VVD op dit punt overbodig is. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft is hier in de commissievergadering uitgebreid op ingegaan. Wij vinden al het onderzoek dat het college hiernaar heeft gedaan uitgebreid, maar we hebben zelden gezien dat bewoners zo fel in opstand zijn gekomen. Mensen die bijvoorbeeld niet gehandicapt zijn maar wel slecht ter been, zijn eigenlijk het meest de klos. Over het algemeen zijn dat senioren. Ook gezien de Inclusieagenda is dit niet echt mensvriendelijk. Daarnaast vinden wij het heel belangrijk dat direct betrokkenen in zo'n geval als eersten gehoord worden. Er moet ook nauw met hen samengewerkt worden, juist om uit dit voorstel datgene te halen waar iedereen mee kan leven. Vandaar dat je eigenlijk compromissen moet sluiten. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. De afgelopen tijd hebben we veel contact gehad met de bewoners en de ondernemers over deze parkeertransitie.
De emoties liepen daarbij soms hoog op, zoals vandaag al door anderen is benoemd. Waar sommigen eigenlijk de verschillen willen benadrukken, wil D66 juist aandacht schenken aan de gedeelde belangen. We begrijpen de zorgen van verschillende ondernemers en bewoners. Een bereikbaar huis is essentieel voor vrijheid en bereikbaarheid is cruciaal voor ondernemers. We mogen niet uit het oog verliezen dat het om meer gaat dan alleen een parkeervak langs de gracht. Die gedeelde belangen gaan verder dan de autotoegankelijkheid. Bewoners kunnen op warme dagen hun huis namelijk niet altijd koelen. Delft heeft de meest vervuilde lucht van de regio, vergelijkbaar met het meeroken van maar liefst vijf sigaretten per dag. En er zijn vaak genoeg gevaarlijke verkeerssituaties en, om maar wat te noemen, instortende kades. Om goed wonen te garanderen moeten we hittestress, luchtvervuiling en verkeersveiligheid aanpakken. Daarvoor is ruimte nodig. Ondernemers wijzen erop dat de binnenstad ook de huiskamer van de stad is. Steeds meer mensen komen naar Delft. Uit onderzoek blijkt dat zij dit vaker doen met de fiets en met het ov. In 2040 verwachten we bijna een verdubbeling van het aantal fietsen in onze binnenstad. D66 gelooft dan ook dat de transitie de binnenstad aantrekkelijker gaat maken.
In ons geliefde Pontevedra, dat vaak genoeg in de commissie Ruimte en Verkeer wordt aangehaald, groeide het aantal bezoekers enorm na hun parkeertransitie. We begrijpen de zorgen over de garagecapaciteit, maar met de fasering die wordt voorgesteld, komen we voldoende tegemoet aan deze zorgen. D66 is er dan ook van overtuigd dat de uitbreiding van het autoluw-plusgebied een echte verbetering kan zijn voor de stad. Maar dan toch de motie van het CDA, In het midden vinden we elkaar. Laat het geen verrassing zijn dat D66 de motie niet zonder meer kan steunen. We maken ons zorgen over verder uitstel in een aantal belangrijke projecten die samenhangen met de uitbreiding van het autoluw-plusgebied om een aantal knelpunten aan te pakken van de doelen die we willen nastreven, om te beginnen bij de Gasthuisplaats. Dat is de plek die in de hele stad breed wordt genoemd als dé plek om te vergroenen in de binnenstad. De vraag aan de wethouder is dus of deze motie op enige manier zorgt voor vertraging bij het vergroenen van de Gasthuisplaats. Vervolgens maken we ons er zorgen over dat het later autovrij maken van de Oude Delft zorgt voor vertraging voor de Rode Loper. De verkeerssituatie moet met hoge prioriteit in dit deel van de binnenstad worden aangepakt en mag daarom wat D66 betreft echt geen vertraging oplopen.
Dus opnieuw de vraag: kan de wethouder garanderen dat dit project geen verdere vertraging oploopt door deze motie?
23
Tot slot vindt D66 het belangrijk dat de tweede fase van de uitbreiding van het autoluwplusgebied in dit deel van de binnenstad geen verdere vertraging oploopt. Concreet willen wij van de wethouder horen wat de motie betekent voor de monitoring van twee jaar: gaat de teller gewoon lopen vanaf het moment dat het eerste deel wordt aangepakt of pas wanneer de laatste auto van de Oude Delft af is? De heer VAN DER SLUIS (SP): D66 zegt dat een van de redenen toch het verbeteren van de luchtkwaliteit in de binnenstad is, maar bent u het dan niet met mij eens dat we dan feitelijk de hele stad autoluw zouden moeten maken? Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Daar heb ik een aanvulling op. We zitten tussen de A4 en de A13. Wordt daar ook een stop op gezet? De heer ANALIKWU (D66): Dat zijn twee leuke vragen die ik in één keer kan behandelen, want op termijn wordt de hele vervoerssector, alle mobiliteit, verduurzaamd, maar we beginnen hiermee met een stukje van de binnenstad. Dat doen we samen met een aantal andere steden; volgens mij zijn dat er in totaal 30. Op die manier krijgt het een soort kritieke massa, waardoor die logistieke sector wordt verduurzaamd. Je moet ergens beginnen; je kan niet alles in één keer doen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik ben het met u eens dat dat moet gebeuren. We moeten dus de hele sector veranderen.
Dat doen we bijvoorbeeld door het inzetten van andere brandstoffen. Dat lijkt mij een betere oplossing, want die oplossing kunnen we overal breed doen, maar als dat je argument is en als je het dan alleen concentreert op een bepaalde regio, de binnenstad, komt dat er feitelijk op neer dat je de mensen in die regio wil pesten. Waarom willen we een autoluwe binnenstad? Want ik vind het argument van een schonere lucht geen argument. De VOORZITTER: Meneer Van der Sluis, een interruptie moet kort en krachtig zijn. De heer ANALIKWU (D66): Ik volg de cirkelredenering van de heer Van der Sluis niet helemaal, maar als ik terugdenk aan de commissievergadering waarin de SP-collega de heer Jubitana volgens mij juist een groot voorstander leek te zijn van het weghalen van zo veel mogelijk auto's, snap ik niet helemaal waar dit SP-geluid vandaan komt, maar ik ga gewoon rustig door met mijn betoog. Voor D66 is het belangrijk dat dit plan om het autoluw-plusgebied uit te breiden kan steunen op voldoende steun in de stad. We gaan daarom zeker niet lichtzinnig om met de steun van het BOB en de bewonersverenigingen voor de stapsgewijze uitvoering, zoals de motie van de heer Valk voorstelt. We zien dit als een goede tegemoetkoming aan de kritische geluiden, maar we doen tegelijkertijd recht aan de geluiden die wij ook te horen krijgen die de plannen van het college juist ondersteunen.
Want er moet hard gewerkt worden aan verbetering van de luchtkwaliteit, de verkeersveiligheid en de hittestress. Onze steun zal dus afhangen van de beantwoording door het college van onze zojuist door mij gestelde vragen. Dan het amendement over de Phoenixgarage. D66 vroeg in de commissie al aan de wethouder of efficiënt dubbelgebruik voor bezoekers, bijvoorbeeld wanneer bewoners van huis zijn, mogelijk is. Technisch was dit volgens de wethouder ingewikkeld, omdat bewoners dan mogelijk lang in de rij moeten staan omdat er geen aparte ingang gemaakt kan worden. Daar wordt met dit amendement niet direct een antwoord op gegeven, maar indien de motie van het CDA wordt aangenomen, zullen er minder bewoners in de Phoenixgarage parkeren, zoals de heer Valk net al zei in zijn interruptie, en wordt de noodzaak van efficiency door dubbelgebruik juist groter.
24
De heer VAN DER SLUIS (SP): Nu doet D66 het weer; nu zegt u: we doen het ook voor het voorkomen van hittestress. Ook dat geldt voor de hele stad. Ik vraag me dus af waarom u zo specifiek op de binnenstad bent gericht. Of is het uw bedoeling om het autogebruik uiteindelijk in de hele stad uit te bannen en zegt u gewoon "toedeledoki" tegen alle mensen die niet tot uw groep behoren maar die hun auto nodig hebben voor hun werk? De heer ANALIKWU (D66): Dit is weer zo'n typische cynische reactie van de SP. D66 staat er in deze raad en in deze stad volgens mij juist om bekend dat wij breed kijken naar de hele stad. We hebben bijvoorbeeld Poptahof aangedragen als een plek om meer te gaan vergroenen. We kijken ook naar de binnenstad. Het is juist heel cynisch en heel eenzijdig van de SP om dit eruit te lichten en te doen alsof we alleen voor vergroening in de binnenstad zijn. Ik was bij het efficiënte dubbelgebruik van de parkeergarage. D66 kan het amendement steunen als ook de motie op voldoende steun kan rekenen. Tot slot wil ik kort iets zeggen over de moties Samen werken aan de binnenstad en P+Rruimte op de Campus. Die zijn al keurig toegelicht door beide mede-indieners. Ik sluit mij aan bij de woorden van beide woordvoerders over die moties. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter.
Dank voor het goede en mooie debat; dat geldt voor het debat van nu, maar ook voor het debat in de commissie. Het was een stevig, maar ook heel fair debat, met ook de insprekers, die terecht hun zorgen hebben geuit over verschillende zaken waarover zij zich zorgen maken, met name in hun straten. Het is natuurlijk een beladen onderwerp, zoals de heer Valk heel zorgvuldig heeft verwoord. Hij zei: we streven echt een doel na voor de beleefbaarheid van de binnenstad en we dromen van een fijne plek, een straat, vooral voor voetgangers. Dat zeg ik ook tegen de SP, die zich zorgen maakte om de visie op de binnenstad. Die visie is helder omschreven in het Mobiliteitsplan Delft. De stad is een historische stad die niet is ontworpen voor de auto, die er langzamerhand bezit van heeft genomen. Hoe mooi is het als we die stad weer terug kunnen geven aan de voetganger en aan alle beleving die we daarbij geven aan mensen? Tegelijkertijd heeft dit een grote impact voor mensen die daar wonen. We moeten ons bij het maken van deze plannen realiseren dat het belangrijk is dat mensen goed bij hun huis kunnen komen en dat schilders of iemand die je komt ophalen, bij het huis kunnen komen, maar het gaat juist om de geparkeerde auto die er al langdurig staat en die we heel graag in de garage willen hebben.
Ik vind het erg mooi om te zien hoe heel veel raadsleden van tevoren maar ook de afgelopen week er echt heel veel tijd in hebben gestoken om te kijken of we met elkaar toch tot nog betere voorstellen kunnen komen. Het college heeft bij het maken van de stukken zijn best gedaan om met heel veel mensen te spreken. Daar zijn ook voorstellen uit gekomen, zoals voor de fasering en dergelijke, om echt gehoor te geven aan alle mogelijke zorgen en bezwaren. De raad heeft naar aanleiding van het debat gekeken of het misschien nóg beter kan. Ik begin graag met de motie In het midden vinden we elkaar van het CDA. Complimenten aan met name de heer Valk, die erg zijn best heeft gedaan om te kijken of we misschien toch een extra stapje kunnen zetten in de uitvoering en of we de invoering toch met net een stapje extra stapsgewijs kunnen doen. De manier die in de motie wordt voorgesteld, is goed mogelijk. Als de raad hiertoe besluit, kan het college de motie heel goed uitvoeren. De manier waarop het college dat zal doen als deze motie aan de orde is - dat was ook de vraag van de heer Valk - is zoals de heer Valk dat beschrijft: in fase 1 zullen we allereerst de Brabantse Turfmarkt, de Gasthuisplaats en de Koornmarkt autoluw maken, maar zullen we nog even wachten met de Oude Delft, precies zoals de heer Valk heeft beschreven. De 25
Oude Delft kan dan binnen fase 1, binnen de besloten fase 1, op een later moment worden gerealiseerd. Dan wordt gelijk de vraag gesteld of dit vertraging oplevert. Voor de Gasthuisplaats dus niet, want die gaat gelijk over. En de Rode Loper? Als het zover is dat de Rode Loper echt met de uitvoering gaat beginnen en dat de aannemer daar aan de slag wil, kunnen we op dat moment zorgen dat ook de auto's van de Oude Delft weg zijn. Daar zit een tijd tussen. Op die manier loopt het geen vertraging op. Wat fase 2 betreft: de afspraak is dat we na twee jaar zullen evalueren. Wat het college betreft kunnen we, nadat we zijn begonnen met de uitrol van fase 1, twee jaar later goed evalueren hoe we ervoor staan. We hebben dan echt een substantieel deel van dit deel van de binnenstad verder autoluw gemaakt, hebben een goed inzicht in feiten en cijfers en kunnen op basis daarvan ook evalueren. De VOORZITTER: Ik zie de heer Gommers voor een interruptie. We zouden terughoudend zijn met interrupties tijdens de termijnen van de wethouder, maar misschien heeft u een dringend punt. De heer GOMMERS (STIP): Ik vraag me af of de wethouder hiermee bedoelt dat als fase 1 langer duurt en we daarna twee jaar wachten totdat we beginnen met fase 2, fase 2 eigenlijk uitgesteld wordt.
Wethouder VAN VLIET: De volgorde blijft dat we fase 1 doen en dan fase 2, waarbij we fase 1b - zo noem ik het maar even; dat is dus het autoluw maken van de Oude Delft - redelijk vlot kunnen doen op het moment dat we inzicht hebben in hoe zaken gaan en hoe dat logisch past in de uitvoering buiten. Dat brengt mij bij het amendement over de Phoenixgarage. Dat is natuurlijk een logisch vervolg op de motie, want als we de Oude Delft nog niet autoluw maken, scheelt dat 70 plekken. Het zijn met name deze bewoners die ook gebruik zullen maken van de Phoenixgarage. Daarmee zouden we heel veel lege plekken in de Phoenixgarage hebben. Dat is natuurlijk zonde. Daarmee past dit amendement heel goed bij deze motie. Het college heeft daar dan ook geen bezwaar tegen. De Partij van de Arbeid vraagt of we dat kunnen vullen met bezoekers van de bewoners. Dat zullen te weinig mensen zijn. Dan hebben we dus echt een garage die voor een deel leegstaat. We begrijpen wel uw zorg om de bewoners. In het voorstel van het college wordt het exclusief voor bewoners, waarmee bewoners ook altijd zeker weten dat ze in de Phoenixgarage kunnen parkeren. In deze nieuwe situatie zal dat niet zo zijn. Ik moet daarbij zeggen dat er bijvoorbeeld juist in de avonduren, wanneer het extra prettig is om in een dichtbij zijnde garage te parkeren, ruimte in de Phoenixstraat is om te parkeren.
Maar op drukke momenten, zeker op de zaterdagmiddag zal dat niet het geval zijn. Dat is het eerlijke antwoord daarop. Dat brengt me bij motie 7.1.1 van Hart voor Delft, Belofte maakt schuld. In het debat is al genoemd dat het dictum drie onderdelen heeft. Het eerste dictum vraagt om een uitleg. Die uitleg is inderdaad ook gevraagd met schriftelijke vragen. Die hebben wij vandaag op het RIS zien verschijnen; dit is afgelopen dinsdag in het college geweest. Ik ga ervan uit dat deze vraag daarmee is beantwoord. Het tweede dictum vraagt om een gesprek te voeren met de insprekers, onder andere over economische belangen. Het college is van mening dat we die gesprekken zeer uitvoerig hebben gevoerd en u als raad daar ook zeer uitvoerig over hebben gerapporteerd. Het college is van mening dat op basis van wat daar is opgehaald en wat u heeft kunnen lezen, nu tot een goede besluitvorming gekomen zou moeten kunnen worden. Het derde dictum vraagt eigenlijk op basis van de eerste twee dicta: welke zaken gaat u veranderen? Op basis van de eerste twee zaken zoals ik die heb toegelicht, hebben wij niet het voornemen om daar iets aan te veranderen. Daarmee is deze motie voor het college overbodig. 26
Dat brengt mij bij motie 7.1.3, Evalueren vraagt om een goed plan. Door verschillende partijen, onder andere GroenLinks, is gevraagd hoe het college dit oppakt en hoe die evaluatie gaat. De evaluatie zoals wij die voornemens zijn te doen, is eigenlijk geheel in lijn met hoe wij nu zorgvuldig kijken naar cijfers. Met elkaar vinden wij het belangrijk dat de bezoekers kunnen blijven parkeren in de parkeergarages. Dat is steeds het uitgangspunt geweest. Wij kijken hoe het op ieder moment met de vrije plekken in de garage is en welke ontwikkelingen wij zien. Zo heeft het college nu bijvoorbeeld gerekend met 10% extra vrije plekken, omdat wij zeggen dat het aantal bezoekers van de binnenstad weleens zou kunnen groeien. Daarom willen wij 10% extra vrijhouden. Dat zijn zaken die het college nu heeft betrokken en zo zal het college dat ook straks doen. Wij maken dat helder en feitelijk inzichtelijk. Wij bespreken dat ook met de bewoners en de ondernemers, precies zoals u vraagt in de motie en zoals we dat nu ook hebben gedaan. Wat dat betreft kunnen we ons het werk besparen om daar een plan voor te schrijven en dat plan met u te bespreken, omdat wij van mening zijn dat we dat op deze manier verder kunnen doen, maar wel in lijn met hoe u dat aan ons vraagt. Daarmee is deze motie wat het college betreft overbodig.
Dan gaan we naar motie 7.1.4, Start tijdig met integraal aanbod parkeren op afstand. Op deze motie zal in hoofdzaak worden gereageerd door mijn collega Huijsmans, de wethouder Mobiliteit. Eén ding wil ik daar als wethouder Parkeren wel bij noemen. Als u met de tweede subbullet bij het dictum over alternatieve voorzieningen bedoelt - dat hoorde ik in uw mondelinge bijdrage - dat u ook wil weten hoe het zit met de nieuwe parkeergarages, waar die zouden kunnen komen en welke investering en wat voor exploitatie dat vraagt, is dat best een omvangrijk onderzoek. Dat moeten we ergens in de komende jaren echt gaan doen als je serieus werk wil maken van een autoluwe binnenstad, maar dat is niet voor komend jaar begroot. Dat brengt mij motie 7.1.5, P+R-ruimte op de Campus. Ook op deze motie zal mijn collega Huijsmans reageren. Dan motie 7.1.6, Veiligheid in het autoluw-plusgebied. Laat ik vooropstellen dat het college veiligheid uiteraard hartstikke belangrijk vindt. Wij kijken heel kritisch. In het centrum zijn er bijvoorbeeld twee plekken, de Peperstraat en de Kromstraat, waar we met extra veel aandacht naar kijken. Onze burgemeester is daarbij nauw betrokken en kijkt ook of daar misschien cameratoezicht noodzakelijk is. Dat zijn specifieke plekken. Als we verder kijken naar de binnenstad, zien we dat in de veiligheidsbeleving, die wij meten, de binnenstad uitzonderlijk goed scoort.
Als we kijken naar de parkeergarages, zien wij dat daar nu geen calamiteiten zijn. De verwachting is dat als er meer mensen in de parkeergarages gaan parkeren, dat nog meer sociaal toezicht en een gevoel van veiligheid zal geven. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): In de parkeergarage aan de Phoenixstraat, de Phoenixparkeergarage, is regelmatig de lift stuk en er is maar één lift. Mensen die een beperking hebben en daar gaan parkeren, komen daar dan gewoon niet uit. Kunnen we daar dan een andere oplossing voor bedenken of kan de wethouder daar een andere oplossing voor bedenken? Wethouder VAN VLIET: De Phoenixgarage functioneert al zeer vele jaren. Als er iets aan de hand is en als er hulp moet komen om mensen daar te helpen, is dat natuurlijk vervelend. Gelukkig gebeurt dat niet vaak en ik moet daarbij zeggen dat het voorliggende plan niks verandert aan het gebruik van die parkeergarage. We hopen dus dat die parkeergarage nog steeds volop gebruikt wordt en dat er zo veel mogelijk auto's in staan. In die zin verandert daar niets aan. Het eerste dictum van de motie zegt: kijk goed naar veiligheid als je de openbare ruimte ontwerpt. De ChristenUnie vroeg al wat dit verandert aan wat de gemeente al doet. Eigenlijk 27
verandert daar niet veel aan, omdat wij dat nu al doen. Het zit standaard in het programma van eisen van de inrichting van een straat dat die veilig moet zijn. De verwachting is dat wat we hier gaan doen, het weghalen van auto's en mogelijk het toevoegen van wat andere elementen, niet heel principieel wijzigingen geeft in de veiligheidsbeleving. Maar veiligheid heeft dus gewoon de aandacht, zoals altijd. Dit gezegd hebbende en alles bij elkaar vinden wij de motie overbodig. Ten slotte motie 7.7.1 van STIP en andere fracties over Samen werken aan de binnenstad. De motie spreekt eigenlijk een zorg uit: als we straks de auto's van de straat halen maar als het nog een tijdje gaat duren voordat onder andere de nutspartijen daadwerkelijk aan de slag gaan om kabels en leidingen te vervangen en om het daarna nieuw in te richten, is er een grote tussenperiode waarin er misschien niks zou veranderen. Als er niks verandert, kan inderdaad gebeuren wat sommigen vrezen, namelijk dat het straks helemaal vol staat met fietsen. Wat zijn we er dan mee opgeschoten? Deze motie roept op om gelijk aan de slag te gaan, om gelijk te beginnen met de participatie, om met mensen te gaan praten over wat je daar wil en om daar dan in tijdelijkheid iets mee te gaan doen. Het college vindt dit een heel verstandig en ook aantrekkelijk idee.
Het is natuurlijk mooi dat je dit in tijdelijkheid ook kunt laten zien: hier hebben we groen en mogelijk nog andere elementen. Dan kunnen we ook bekijken of dat bevalt en daar leren we dan weer van voor de definitieve inrichting. Wij denken dat dit het gesprek met de buurt en het zorgen dat het echt goed wordt, juist alleen maar bevordert. Het CDA vroeg daarbij wie dit betaalt. Dat bestaat uit twee elementen. Allereerst de inspraak over wat we willen met die straat en wat we daar mooi vinden: dat proces zit sowieso in de raming voor Ruimte in de binnenstad. Dat is bij dit proces eigenlijk verreweg de grootste kostenpost. Voor die tijdelijke inrichting is dat echt dat stuk inspraak. Het vervolgens plaatsen van bijvoorbeeld tijdelijke plantenbakken, fietsnietjes of iets anders is mogelijk binnen het bestaande budget, omdat dat alles bij elkaar een investering is die daar nog binnen past. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Dank voor de vragen en de voorliggende moties. Ik zal iets zeggen over motie 7.1.4 en motie 7.1.5. Motie 7.1.4 gaat over parkeren op afstand, met name ook over de koppeling met de ov-visie. Zoals u wellicht ook in de langetermijnagenda heeft gelezen - of misschien komt die morgen op het RIS - komt die eind Q1 van het komende jaar naar de raad.
Hierin wordt niet alleen een visie op openbaar vervoer gegeven, maar zullen we ook de koppeling uitleggen die je kunt maken met deelmobiliteit, maar ook met parkeren op afstand. Daarbij zal het college niet alleen de parkeerplekken bij de TU meenemen, waar op dit moment overigens ook al gesprekken over zijn. We zullen ook gaan kijken welke andere mogelijkheden er voor parkeren op afstand zijn, bijvoorbeeld gekoppeld met een mobiliteitshub of andere parkeerplaatsen in de nabijheid van openbaar vervoer. Dan kan ook P+R met deelmobiliteit een rol spelen om die parkeerplekken ook te kunnen gebruiken. Wat dat betreft ontraden we de motie, maar op dit onderdeel kan ik vanuit het college toezeggen dat we dat nog net iets dikker zullen aanzetten, zodat we ook een antwoord kunnen geven op wat hier in de raad naar voren is gekomen. Dus ontraden, maar wel een toezegging op het punt van de koppeling tussen parkeren op afstand en de ov-visie. Dan motie 7.1.5 en het dictum daarvan. In het verleden zijn er inderdaad ook afspraken gemaakt met de TU. We zijn hierover ook met haar in gesprek, maar er zijn op dit punt nog steeds geen concrete afspraken, ook over hoe we dan die inzet van parkeerplaatsen zullen doen. Wat dat betreft zijn de vraag zoals die nu is gesteld en de genoemde tijdlijn dus werkbaar.
We hebben het er al vaak genoeg over gehad in de commissie R&V: er ligt nog wel een uitdaging op het punt van de ov-bereikbaarheid. Wat dat betreft kan daarin ook de motie die in deze motie wordt genoemd, worden meegenomen en is dit wat ons betreft een uitvoerbare motie. 28
De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. D66 beschuldigt mij van een cirkelredenatie en komt vervolgens met een jij-bak over mijn SP-collega Jubitana, maar de heer Jubitana en ik hebben allebei geen enkel probleem met een op termijn autoluwe binnenstad. Het gaat ons om de manier waarop. Het argument van uitstoot is geen valide argument, omdat de definitieve oplossing daarvoor is dat we de uitstoot van auto's zeer sterk gaan reduceren. Autoluw maken van het hele land is dan niet meer nodig. Het klopt dat D66 ook in andere delen van de stad voorstelt of heeft voorgesteld om auto's weg te pesten. Dat is juist het punt van de SP. In de ideale wereld van D66 is er geen plaats meer voor mensen die afhankelijk zijn van de auto. Dat buitensluiten van die minderheid stuit de SP tegen de borst. Daarnaast heeft de wethouder een vergelijkbaar argument. Hij betoogt dat de Mobiliteitsvisie de visie bevat waarin wordt beschreven wat we willen bereiken met het autoluw maken van de binnenstad, maar dat is dus niet waar. In de Mobiliteitsvisie staat hoe de wethouder autogebruikers uit de hele stad wil wegjagen, maar daar staat dus niet specifiek in waarom de binnenstad de uitzonderingspositie zou moeten krijgen die we nu aan de binnenstad geven. Dat is mijn punt: de visie op waarom we dit nu in de binnenstad doen, ontbreekt.
Die visie is echt nodig, ook om de stad mee te krijgen met dit besluit - dat is uiteindelijk nodig en daar staat de SP dus ook achter - om de binnenstad op termijn autoluw te krijgen. De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. We vinden de beantwoording van de wethouder nog een beetje onduidelijk. Kan de wethouder nog één keer duidelijk aangeven of de motie We vinden elkaar in het midden impact heeft op wanneer fase 2 in zou kunnen gaan? Ook vragen we ons af hoe de wethouder het woord "noodzakelijk" interpreteert in het amendement. Vanaf wanneer kunnen de plekken dan wel exclusief ingezet gaan worden? De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Wij zitten, ook naar aanleiding van het debat, heel erg te kauwen op het amendement, want daar valt wat voor te zeggen, maar wij zien ook wel wat zorgen. Ik heb begrepen dat we niet kunnen schorsen om zelf nog even te discussiëren; ik denk dat we dat ook niet binnen deze avond redden. Maar goed, we zullen er bij de stemmingen over stemmen. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. We zijn blij met de toezegging over de rol van deelmobiliteit in de ov-visie en ook over de rol van P+R, maar we zullen niet voor de motie stemmen vanwege het onderzoek naar langdurig parkeren, waar nu geen rekening mee is gehouden bij de financiën. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter.
In de eerste plaats is het ontzettend goed om te horen dat het college de motie waarmee we in het midden met elkaar samenkomen, wil omarmen. Ik denk dat het echt de allergrootste winst van vanavond is dat we, ook met het geluid van de ondernemers en de bewoners, een variant op het plan van het college hebben gevonden waarmee we in een iets meer stapsgewijze en misschien ook enigszins meer gereguleerde vorm naar de autoluwe binnenstad gaan kijken. Dat vind ik echt grote winst. Ik ben ontzettend blij dat het college dat omarmt. Daar hoort het amendement inderdaad ook bij. De andere moties zijn in mijn ogen wat ondergeschikt, want zoals gezegd zit de winst in die stapsgewijze invoering. Met betrekking tot het evalueren heb ik een vraag die ik belangrijk vind. De wethouder zei net dat de evaluatie vooral plaatsvindt op basis van cijfers, die ook worden besproken met inwoners. Die zinsnede las ik niet als zodanig in het plan zelf. Is dat dan een toezegging dat die evaluatie op basis van cijfers inderdaad ook echt met de inwoners wordt gedaan? Dat wil ik graag van de wethouder horen. 29
Tot slot de motie over veiligheid. Het is ontzettend fijn om te horen dat dit al standaard in het programma van eisen zit voor de herinrichtingsontwerpen voor dit soort delen van de binnenstad. Dat omarmen we dus. Het is fijn om te horen dat dat al wordt opgepakt. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de beantwoording. In de antwoorden hoor ik misschien wat anders dan de heer Gommers. Ik hoor dat de wethouder garandeert dat de knelpunten in de binnenstad wat hittestress en verkeersveiligheid betreft geen vertraging zullen oplopen door deze voorgestelde stapsgewijze uitvoering. Daarom kan D66 instemmen met de motie van het CDA. De heer HERREMA (GroenLinks): Het is mooi dat D66 vraagt om allerlei garanties. Ik kan D66 nog wel een garantie geven: het kruispunt op de Oude Delft met de Peperstraat en de Binnenwatersloot wordt en blijft de komende twee jaar een chaos. Hoe reageert u daarop? De heer ANALIKWU (D66): Het is ook een kwestie van het afwegen van verschillende belangen. We hebben van de wethouder juist gehoord dat er zo veel mogelijk wordt gedaan aan de Rode Loper, maar het verwijderen van de parkeervakken langs de Oude Delft zal de werkzaamheden volgen van de Rode Loper. Die zal daardoor dus geen vertraging oplopen. Het is in dit geval dus een beetje een non-redenering. Ik wil nog een vraag stellen aan de wethouder.
We horen van bewoners die graag in een garage willen staan maar net buiten het zuidwestelijk deel van de binnenstad wonen dat zij lang op de wachtlijst moeten staan. Kan de wethouder aangeven of er al eerder een mogelijkheid is om de reservering van bewoners van het zuidwestelijk deel van de binnenstad te herzien? Dat kan bijvoorbeeld als blijkt dat er minder bewoners naar de garages gaan. Dan zouden wat meer mensen, bijvoorbeeld in de Olofsbuurt of in andere delen van de binnenstad, van de wachtlijsten af kunnen. Dit vergat ik in mijn eerste termijn te vragen, maar ik hoor graag het antwoord van de wethouder hierop. De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. In mijn eerste termijn heb ik niet gereageerd op het voorstel om in de Phoenixgarage alleen nog abonnementhouders toe te staan. Het leek ons een hele logische zet om dat te doen in combinatie met het autoluw maken van dit deel van de binnenstad. Heel veel fracties maken een koppeling tussen de motie en het amendement, maar is die koppeling er ook? In mijn gedachte moeten we de Phoenixgarage ook nu al gewoon voor de abonnementhouders inrichten, zodat we daar alvast op voorbereid zijn. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Die laatste vraag kan ik ook beantwoorden, want de koppeling tussen de motie en het amendement is er wel degelijk. Ze moesten technisch gescheiden worden.
Als de motie het haalt en als de Oude Delft dan, zoals de wethouder ook bevestigt, wat later autoluw kan worden gemaakt, scheelt dat de eerste jaren gewoon 70 parkeerplekken. Dat is een derde van de Phoenixgarage, dat leeg komt te staan. Dat kunnen we gebruiken voor bezoekers aan Delft; dat zegt het amendement. Maar daarvoor is het natuurlijk wel nodig dat de motie aangenomen wordt. Daarom wil ik het procesvoorstel doen om eerst de motie in stemming te brengen en dan het amendement, het liefst ook meteen na elkaar, dus niet met andere moties ertussen. De VOORZITTER: Ik kijk gelijk rond. Ik zie geen nee-knikkers. Dat is dus prima. De heer VALK (CDA): Verder sluit ik me aan bij de woorden van mevrouw Van den Berg: ook ik ben heel blij met het antwoord van de wethouder. We hebben echt samen gezocht naar wat wél kan. Ik ben heel blij dat we daaruit lijken te komen met een meerderheid van de raad.
30
Ik sluit me ook aan bij de heer Analikwu: ook ik heb expliciet gehoord dat er geen vertraging gaat optreden. Dat is ook niet het doel van de motie en het amendement. Ik realiseer me dat het een politieke realiteit is, maar wat is er binnen die tijdslijnen wél mogelijk? Tegen de heer Herrema kan ik zeggen dat de Peperstraat volgens mij gewoon gesloten kan worden. Dan is het kruispunt ook een stuk rustiger. Volgens mij is dat ook gewoon de planning, maar dat hoor ik graag van de wethouder. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Is er een impact voor fase 2 als we fase 1 stapsgewijs doen? Het antwoord is nee. Twee jaar nadat we zijn gestart met fase 1, kunnen we de evaluatie die nodig is voor fase 2, gewoon gaan doen en op basis daarvan kunnen we besluiten nemen. Dan de vraag om "noodzakelijk" toe te lichten. Het moge duidelijk zijn dat er veel minder bewoners in de Phoenixgarage parkeren als de motie wordt aangenomen; daar zit die afhankelijkheid wel degelijk in. Dan zouden die plekken leegstaan. Wanneer is het dan noodzakelijk om er wél een bewonersgarage van te maken? Dat zal naar verwachting zijn als we de Oude Delft autoluw gaan maken. De reden is dan dat er zoveel bewoners in de Phoenixgarage willen parkeren dat het niet meer te mengen is. Als het percentage bewoners zo groot is, is het niet meer te mengen en zullen we ertoe moeten overgaan om er een bewonersgarage van te maken.
Of er ontstaan bij de Phoenixgarage files met een mix van bewoners en bezoekers. Dan weet niemand meer wanneer hij naar binnen kan en zullen bewoners een groot deel van de tijd heel ver moeten lopen of verder dan eerder beloofd. De VVD vraagt: als wij gaan evalueren, gaan wij de cijfers dan ook met bewoners bespreken? Ja, uiteraard. Met bewoners en ondernemers zullen we de cijfers die daaruit komen bespreken. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Een kleine inhoudelijke interruptie over het vorige punt. Als bewoners van de Oude Delft, hoewel zij voor de deur mogen parkeren, toch kiezen voor de Phoenixgarage, hoe werkt dat dan? Krijgen zij dan voorrang als dit amendement wordt aangenomen? Hoe kijkt u daartegen aan? Wethouder VAN VLIET: Als de motie wordt aangenomen, zullen bijvoorbeeld ook bewoners van de Koornmarkt de vraag krijgen of zij een abonnement in de Phoenixgarage willen. Zij zullen dat dan ook krijgen. Alleen is er dan niet meer een plekgarantie en zullen ze bijvoorbeeld op een drukke zaterdagmiddag niet in de Phoenixgarage terechtkunnen; dan zullen ze moeten uitwijken naar de Prinsenhofgarage. Dan de vraag van D66 over de wachtlijsten. Dat is een terechte vraag. Er zijn nu wachtlijsten. Die hebben wij aangehouden omdat wij volop in dit proces zitten met kijken hoe we de plekken gaan vullen vanuit Ruimte in de binnenstad.
Op dit moment kunnen wij de mensen op de wachtlijsten nog niet weer toegang geven tot de garage. Uw suggestie nemen wij ter harte en we gaan kijken wanneer dit wel kan. De VOORZITTER: Is iedereen zover dat we de beraadslaging kunnen sluiten? Ik zie een hand van mevrouw Van den Berg. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Ik wil eigenlijk maximaal vijf minuten schorsen om naar aanleiding van de reactie van het college even te overleggen over de moties. De VOORZITTER: Dan schors ik de vergadering voor vijf minuten. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Mevrouw Van den Berg, het woord is aan u. 31
Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Ik heb een opmerking over motie 7.1.3 over evalueren. We hebben het antwoord van de wethouder gehoord als een toezegging dat de evaluatie samen met bewoners wordt gedaan. Dan is deze motie dus niet meer nodig, want dan noteren we die toezegging; zo zijn we dat gewend in deze raad. Met betrekking tot motie 7.1.6 over veiligheid hebben we van de wethouder gehoord dat dit al een standaardelement is van het programma van eisen voor de herinrichting van dit soort straten. Daarmee is de motie dus overbodig. Wel nog een punt van orde: we hebben het niet heel uitgebreid over de parkeergarages gehad, behalve dat de wethouder heeft aangegeven dat het aantal incidenten lijkt mee te vallen. De praktijk leert in ieder geval de indieners van deze motie toch echt iets anders. Daar willen we op een ander moment dus echt wat verder over door praten met dit college, maar voor dit moment trekken we deze motie in. De VOORZITTER: Ik kijk even naar de wethouders. Dit is prima. We nemen hier kennis van. De moties 7.1.3 en 7.1.6 zijn dus ingetrokken. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter. Hart voor Delft heeft even met zichzelf gesproken en overlegd. De VOORZITTER: Dat is altijd goed, mevrouw De Koning. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): We trekken de motie niet in.
We zijn het niet eens met het antwoord van de wethouder dat de oproep die we aan het college doen voldoende beantwoord is. De VOORZITTER: Prima, dat is uw goed recht. Er zijn verder geen punten meer. Ik sluit dus de beraadslaging en we gaan over tot de stemmingen, waarbij we het procesvoorstel van de heer Valk volgen en dus beginnen met motie 7.1.2. In stemming komt motie 7.1.2 (In het midden vinden wij elkaar) van het CDA, de VVD, de ChristenUnie, Onafhankelijk Delft en Volt. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Wij zien dat het amendement en de motie samenhangen. Wij zien de motie ook echt als een geste richting de bewoners. Wij kiezen duidelijk voor de bewoners. Bij het amendement zal het dubbeltje de andere kant op vallen. De VOORZITTER: Dat was wat cryptisch. Ik ben dus toch benieuwd hoe u uiteindelijk gaat stemmen, maar dat gaan we allemaal meemaken. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 32 tegen 6 stemmen, waarbij GroenLinks ertegen heeft gestemd. De VOORZITTER: Ik kan de heer Valk dus feliciteren. (Applaus) In stemming komt amendement 7.1.A.A (Phoenixgarage voorlopig nog open voor bezoekers) van het CDA, de VVD, de ChristenUnie, Onafhankelijk Delft en Volt. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter.
Het raadsvoorstel is juist opgesteld om tegemoet te komen aan de vragen van bewoners. We hebben betoogd dat de ruimte schaars is en dat 32
we hier bewust mee om moeten gaan, maar STIP wil de plekken in de garage optimaal inzetten en zal daarom instemmen met het amendement. De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. Er blijkt inderdaad toch een hele duidelijke koppeling tussen de motie en het amendement te zijn. Daarom zullen wij voor het amendement stemmen. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. (Applaus) In stemming komt motie 7.1.1 (Belofte maakt schuld) van Hart voor Delft. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Wij steunen de oproep om een betrouwbare overheid te zijn, maar wij vinden de motie te strijdig met het compromis. Als je een compromis uitonderhandelt, moet je daar ook achter staan. Daarom zullen wij toch tegen deze motie stemmen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. De VVD sluit zich helemaal aan bij de woorden van het CDA. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. De SP kijkt hier precies andersom naar. Een betrouwbare overheid is goed, maar ik vind dat het altijd goed is dat we als gemeenteraad juist de mogelijkheid hebben om een ander besluit te nemen dan wat we in het verleden hebben gedaan. We staan wel achter het idee van het uitstel, maar onze eindconclusie is toch dat we tegen gaan stemmen.
De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 6 tegen 32 stemmen, waarbij Hart voor Delft en Onafhankelijk Delft ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.1.4 (Start tijdig met integraal aanbod parkeren op afstand) van de VVD en het CDA. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Een belangrijk signaal maar door de gedeeltelijke toezegging zullen wij tegenstemmen. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 13 tegen 25 stemmen, waarbij het CDA, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de SP en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.1.5 (P+R-ruimte op de Campus) van de ChristenUnie, STIP, Volt, het CDA, de PvdA, de VVD en D66. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. Na de duidelijke beantwoording van de wethouder zullen wij voor deze motie stemmen. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. (Applaus) 33
De VOORZITTER: Heel goed, heel mooi. De ChristenUnie is blij, als eerste indiener. In stemming komt motie 7.1.7 (Samen werken aan de binnenstad) van STIP, D66, GroenLinks en de ChristenUnie. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. We hadden twijfels maar het antwoord van de heer Gommers heeft ons overtuigd. Wij zullen dus voor de motie stemmen. De VOORZITTER: Mooi! Democratie is overtuigen. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 33 tegen 5 stemmen, waarbij Onafhankelijk Delft en mevrouw Grobben, mevrouw De Jongh Swemer en de heer Stoop van de fractie van Hart voor Delft ertegen hebben gestemd. De VOORZITTER: Mevrouw De Koning geeft aan dat zij geacht wenst te worden tegen de motie te hebben gestemd. Daar maken we een aantekening van. In stemming komt het geamendeerde voorstel. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 30 tegen 8 stemmen, waarbij Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en de SP ertegen hebben gestemd. De VOORZITTER: Dank aan allen voor de constructieve discussie en ook aan de wethouders, die kort en krachtig het een en ander hebben beantwoord. XX. Collegebrief beeldvorming toekomst Fonds Delft 2040 (nr. 2436473). De VOORZITTER: Er zijn twee moties. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ik wacht even tot het stil is. De VOORZITTER: Dat vind ik ook.
U heeft helemaal gelijk. Volgens mij is het nu zover. De heer VALK (CDA): Ja hoor, inmiddels vind ik het stil genoeg. De VOORZITTER: Uw gezag is groot. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Met het aannemen van de Programmabegroting 2024 hebben we alle financiële middelen geoormerkt die op dat moment nog in het Fonds Delft 2040 zaten. Het fonds is daarmee eigenlijk inactief, leeg. Gezien de financiële ontwikkelingen is het zeer onwaarschijnlijk dat het fonds de komende jaren opnieuw gevuld gaat worden tot een niveau waarop weer grote investeringen kunnen worden gedaan. Dan kun je natuurlijk zeggen: we houden het fonds zonder geld een tijdje open, maar dan zit je met de vreemde situatie dat we overhead in stand houden. Het college schrijft zelf al in het stuk dat er steeds heldere communicatie naar buiten moet zijn over de status van het fonds om ruis op de lijn te voorkomen. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat je aan de ene kant zegt dat we een fonds hebben, maar dat je aan de andere kant steeds moet uitleggen dat men daar niks aan heeft en dat men geen voorstellen kan indienen. Dat kost ambtelijke tijd en levert frustratie op in de stad. Volgens het reglement van het fonds moet er formeel een externe commissie zijn en moet er gerapporteerd worden. Ook dat kost ambtelijke capaciteit, terwijl dat eigenlijk overbodig is.
Dan kun je natuurlijk zeggen: dan gaan we toch creatief met onze eigen regels om en houden we ons daar niet aan? Maar wat heb je dan nog? Het Fonds Delft 2040, zoals we dat in 2017 hebben opgezet, is - plat 34
gezegd - een pot geld en een stel regels. De pot geld is leeg en als je zegt dat je je niet aan de regels gaat houden, heb je alleen de naam nog en verder helemaal niets. Daarom komen wij met het voorstel om het fonds op een nette manier te beëindigen. "Netjes" betekent dat de acht lopende initiatieven geïnformeerd worden dat er voor hen helemaal niets verandert. Zij moeten gewoon aan hun verplichtingen voldoen en we blijven als gemeente aan onze verplichtingen en beloftes voldoen. "Netjes" betekent ook dat we onder grote dankzegging de externe commissie dechargeren, dus ontslaan van haar verantwoordelijkheden, de leden bedanken voor hun diensten en hopen dat ze in een andere rol voor de stad beschikbaar blijven. Een bijkomend voordeel daarvan is dat de reservering voor de voorbereidingskosten, die nu als een apart potje op de begroting staat - daar zit 9 ton in, maar misschien kan dat zelfs € 1 miljoen worden omdat mogelijk niet alle voorziene uitgaven nodig zijn - dan ten goede kan komen aan de reserve Stad. Dat betekent dat we in plaats van het potje ergens vast te houden het kunnen uitgeven aan datgene waarvoor het bedoeld is, namelijk strategische investeringen die Delft beter maken. Vandaar deze motie. De heer HOMBERGEN (PvdA): Dank aan de heer Valk voor het voorstel. Tijden kunnen veranderen. Hopelijk voor Delft komt er weer geld.
Ziet u dan ook mogelijkheden om het fonds te herinstalleren? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik heb een vraag over een overweging in uw motie, namelijk dat we in de toekomst weer een nieuw fonds zouden kunnen oprichten. Heeft het CDA er vertrouwen in dat we weer opnieuw die discipline en al die gesprekken gaan krijgen, terwijl we nu eigenlijk niet de discipline hebben gehad om het fonds te blijven vullen en onze belofte daarover na te komen? De heer VALK (CDA): De twee vragen liggen een beetje in dezelfde lijn. Het antwoord aan mevrouw Brussaard is heel simpel: ja, ik heb er wel vertrouwen in dat dat gaat komen. Maar je hebt exact diezelfde discipline nodig als je het fonds openhoudt en ook weer met geld wil vullen. Ik loop daarmee een beetje vooruit op uw motie, die exact dezelfde discipline vraagt als het in de toekomst opnieuw installeren van een fonds. Ik denk dat dat dan niet het Fonds Delft 2040 zal zijn, want dan zijn we misschien tien jaar verder. Dan zou ik zeggen: maak er het Fonds Delft 2050 van, met de doelstellingen die dan gelden. Misschien is Delft dan al zo energieneutraal dat het dan niet meer nodig is om daar een apart fonds voor te hebben. Dan kiezen we een andere doelstelling. Dat hopen we allemaal. Laten we dan dus gewoon kijken wat de strategische uitdagingen van dat moment voor de komende tien of twintig jaar zijn.
Dan pas je het jaartal aan en richt je een nieuw fonds op. Ik hoop inderdaad ook dat we over een paar jaar kunnen zeggen dat het geld om dat te doen er weer is. Door de fractie van het CDA wordt motie 7.2.1 (Neem op nette manier afscheid van Fonds Delft 2040) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft op de vergadering van donderdag 17 oktober 2024 ter bespreking van de Collegebrief beeldvorming toekomst Fonds Delft 2040. Als gemeenteraad van Delft stellen we het volgende vast:
Delft heeft in 2017 het Fonds Delft 2040 opgericht, een fonds met als dekking de bestemmingsreserve Stad, bedoeld voor investeringen binnen een aantal op dat moment vastgestelde strategische doelen voor uiterlijk 2040; voor dit Fonds Delft 2040 is destijds een aparte procedure afgesproken, vastgelegd in het Reglement Fonds Delft 2040; via het Fonds Delft 2040 zijn acht initiatieven gefinancierd door middel van een lening, subsidie of garantie; 35
bij de Programmabegroting 2024-2027 heeft de gemeenteraad besloten het doel van de bestemmingsreserve Stad te verruimen tot 'een vitale, sterke en duurzame toekomst van Delft', waartoe ook de drie langjarige Delftse opgaven en de cofinanciering bij rijksbijdragen behoren. Als gevolg hiervan is het volledige nog resterende budget in het Fonds Delft 2040 geoormerkt, waardoor er nu geen budget meer beschikbaar is in het Fonds Delft 2040 voor nieuwe initiatieven en het Fonds Delft 2040 dus inactief is.
We hebben daarbij nagedacht over en houden er rekening mee dat:
het zeer onwaarschijnlijk is dat het Fonds Delft 2040 de komende jaren met nieuw geld of revolverende inkomsten gevuld kan of gaat worden tot een niveau waaruit nieuwe investeringen kunnen worden gedaan; het langer in stand houden van het Fonds Delft 2040 leidt tot onnodige overhead én ook tot verwarring kan leiden bij geïnteresseerden, omdat niet altijd direct duidelijk is dat het gemeentelijk budget uitgeput is; het stoppen met het Fonds Delft 2040 de mogelijkheid geeft het nog resterende saldo in de Reservering Voorbereidingskosten Delft 2040 (ca € 1 miljoen) over te hevelen naar de reserve Stad, zodat dit geld besteed kan worden aan daar waar het voor bedoeld is: 'strategische investeringen in de stad Delft'; het college zelf heeft aangegeven een voorkeur te hebben het Fonds Delft 2040 te beëindigen; ambtelijk en bestuurlijk is bevestigd dat beëindiging van het Fonds Delft 2040 geen enkel gevolg heeft voor de acht gehonoreerde initiatieven; door en over deze initiatieven ook gewoon gerapporteerd zal (moeten) worden naar de raad, zodat de raad minstens eenmaal per jaar wordt geïnformeerd dat deze initiatieven mede dankzij het Fonds Delft 2040 mogelijk zijn gemaakt; op een later moment altijd weer besloten kan worden een nieuw strategisch investeringsfonds op te zetten en met middelen te vullen, waarbij gebruik kan worden gemaakt van de ervaringen opgedaan met het Fonds