CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Maria Duystlaan (toelichting regels bijlagen bij de regels)

Raadsvergadering 15 juni 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake bestemmingsplan Maria Duystlaan (nr. 2316218)38.271 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Vooroverleg

In het kader van vooroverleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is vanaf 2 augustus 2022 tot en met 31 augustus 2022 aan de overleginstanties de gelegenheid gegeven om een reactie op het concept ontwerpbestemmingsplan “Maria Duystlaan” te geven. Het betreft een informele procedure zonder een harde reactietermijn. Het gaat om de volgende overlegpartners: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Provincie Zuid-Holland Ministerie van Economische Zaken en Klimaat Ministerie van Infrastructuur en Water/Rijkswaterstaat Hoogheemraadschap van Delfland KPN Tennet Zuid-Holland Stedin bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld)

64

bestemmingsplan Maria Duystlaan 8. Gasunie 9. Evides Waterbedrijf 10. VWS Pipeline Control b.v. 11. Veiligheidsregio Haaglanden 12. GGD Haaglanden 13. MKB Delft 14. VNO-NCW Delft Binnen de boven aangehaalde termijn zijn reacties van vooroverleginstanties ontvangen. De reacties zijn hieronder weergegeven: Nr.

Instantie / Organisatie

Datum reactie / datum ontvangst

1.

Provincie Zuid-Holland

17 augustus 2022 / 17 augustus 2022

2.

Gasunie

2 augustus 2022 / 2 augustus 2022

3.

Tennet

9 augustus 2022 / 9 augustus 2022

De volgende instanties hebben aangegeven verder geen inhoudelijke reactie te hebben op het concept-ontwerp bestemmingsplan: Nr.

Instantie / Organisatie

Datum reactie / datum ontvangst

4.

KPN

2 augustus 2022 / 2 augustus 2022

5.

Veiligheidsregio Haaglanden

29 augustus 2022 / 31 augustus 2022

6.

GGD Haaglanden

30 augustus 2022 / 30 augustus 2022

7.

Hoogheemraadschap Delfland

26 augustus 2022 / 26 augustus 2022

De overige instanties hebben geen reactie gegeven. De ingekomen overlegreacties zijn hieronder samengevat en beantwoord. Tevens is aangegeven of de vooroverlegreactie tot aanpassingen heeft geleid van het bestemmingsplan. KPN Samenvatting De bijlages in het conceptontwerp geven geen gedetailleerd inzicht in de werkzaamheden die mogelijk uitgevoerd gaan worden. Of er consequenties zijn voor het kabelnet van KPN is daarom niet te beoordelen. Er ligt langs de Clara van Sparwoudestraat vanaf de Maria Duystlaan wel een belangrijk kabeltracé van KPN. Verzocht wordt hier rekening mee te houden. Beantwoording Het kabeltracé van KPN langs de Clara van Sparwoudestraat vanaf de Maria Duytslaan wordt normaliter niet door de gemeente bestemd. In onze bestemmingsplannen bestemmen we alleen in de volgende gevallen de kabels en leidingen: leidingen voor het transport van giftige stoffen; leidingen voor het transport van brandbare en/of ontplofbare stoffen; aardgasleidingen met een bedrijfsdruk van 10 bar en hoger; leidingen met een diameter van 50 cm en groter met tenminste een regionale functie, buiten de bebouwde kom; bovengrondse hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; ondergrondse hoogspanningsverbindingen van 150 kV en hoger; bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 65

bestemmingsplan Maria Duystlaan afvalwaterpersleidingen met een doorsnee van 400 mm en groter; effluentleidingen van afvalwaterzuiveringsinrichtingen. Wel wordt bij de uitvoering van de herontwikkeling met kabels en leidingen, waaronder het kabeltracé van KPN langs de Clara van Sparwoudestraat vanaf de Maria Duystlaan, rekening gehouden. De overlegreactie geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het plan. Veiligheidsregio Haaglanden Samenvatting Het plangebied ligt in de nabijheid van risicobronnen van transport van gevaarlijke stoffen alsmede MPM International Oil Company. Door onderhavige ontwikkeling nemen de risico's toe. Gezien de afstand tot de risicobronnen zal de ontwikkeling echter niet leiden tot een significante verandering van het groepsrisico. Om de effecten van incidenten te beperken en de zelfredzaamheid van de aanwezigen te verbeteren, worden maatregelen geadviseerd met betrekking tot effectbeperking, het verhogen van de zelfredzaamheid en maatregelen ten behoeve van hulpverlening: A. B. C. D. E. F.

Afschakelbare ventilatie; Vluchtweg van risicobron af; Voorbereiding interne organisatie; Risicocommunicatie; Bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen; Brandveilige parkeergarage.

In een bijlage bij de reactie worden de maatregelen uitgebreid beschreven. Specifiek aandacht wordt hierbij gevraagd voor de bereikbaarheid voor hulpdiensten en aandacht voor de brandveiligheid van de parkeerkelder in verband met voorzieningen voor elektrisch aangedreven voertuigen. Beantwoording De overlegreactie geeft aanleiding tot aanpassingen van het plan op de volgende punten: 1. In de paragraaf externe veiligheid wordt verwezen naar het uitgebrachte advies; 2. Het veiligheidsadvies (zie Bijlage 5) wordt als bijlage toegevoegd aan de plantoelichting. GGD Samenvatting De GGD begrijpt dat ruimte in dit plangebied een uitdaging is, zeker door ligging nabij drukke wegen en de gewenste combinatie van voorzieningen met woningen. Het valt op dat het creëren van een gezonde woonomgeving zonder geluidhinder problematisch is. De GGD acht het daarom noodzakelijk de plaatsing van een deel van de woningen te heronderzoeken dan wel het aantal te realiseren woningen te heroverwegen. Graag gaat de GGD hierover nader met de gemeente in gesprek. Op basis van de GGD GHOR Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving https://ggdghor.nl/thema/kernwaarden-gezonde-leefomgeving/ gaat de GGD op enkele inhoudelijke aspecten van het plan in. a. Hoge geluidbelasting en luchtverontreiniging Meerdere woningen zijn vrijwel direct langs de Stalpaert van der Wieleweg en de Maria Duystlaan getekend.

Op de Stalpaert van der Wieleweg rijden meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal die luchtvervuiling en ongewenst geluid produceren. Volgens het akoestisch onderzoek zijn er geluidsbelastingen tot 68 dB3 berekend voor zowel woonblok 1 als 2. Ook langs de Maria Duystlaan, vooral nabij het kruispunt met de Stalpaert van der Wieleweg, is een hogere geluidbelasting berekend (tot 61 dB) dan wenselijk. Mogelijke maatregelen: 1. Het verlagen van de rijsnelheid op de Maria Duystlaan kan tevens voordelen bieden voor verkeersveiligheid. 2. Volgens de tekeningen lijken de gevels (in ieder geval langs de Stalpaert van der Wieleweg) binnen vijf meter van deze wegen te zijn beoogd. Om geluidoverlast en hoge blootstelling aan luchtverontreiniging verder terug te dringen adviseren wij vooral om de woningen verder van deze bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 66

bestemmingsplan Maria Duystlaan drukke wegen te plaatsen. In ieder geval zou iedere woning een aangename, geluidluwe gevel moeten hebben. 3. Als bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk of onvoldoende effectief zijn, zijn isolerende maatregelen gericht op een acceptabel binnenniveau (33 dB) noodzakelijk. 4. Het is belangrijk dat bewoners hun ramen kunnen openen. We adviseren om geen dove gevels te realiseren, zeker in het geval van eenzijdig georiënteerde woningen. 5. In de zuidwesthoek van het plangebied, aan de kruising Stalpaert van der Wieleweg/Bieslandsekade is nu een woonblok (2) met 15 woningen vlak langs de SW getekend. Vanwege de hoge geluidsbelasting, slechtere luchtkwaliteit en geluid van het schoolplein op deze locatie adviseren wij om dit aantal te verkleinen en de woningen elders in het plangebied te realiseren. Beantwoording Ad 1. Onder voorwaarden (ingevolge het gemeentelijk geluidbeleid) is het mogelijk om hogere waarden vast te stellen: Woningen en andere geluidgevoelige gebouwen dienen altijd een geluidluwe zijde te hebben. De geluidbelasting op de geluidluwe zijde mag cumulatief niet meer bedragen dan 60 dB, exclusief aftrek conform artikel 110 van de Wet geluidhinder. Indien de gecumuleerde geluidbelasting op de hoogst belaste zijde 65 dB of minder bedraagt, bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting op de geluidluwe zijde maximaal 55 dB (excl. aftrek).

Elke woning bevat ten minste 1 slaapkamer die niet aan de hoogst geluidbelaste zijde is gesitueerd. Er wordt geadviseerd om, zodra het plan verder is uitgekristalliseerd, middels berekeningen te laten toetsen of daadwerkelijk voor iedere woning sprake is van een geluidluwe gevel. Om te bepalen of aan de laatstgenoemde eis kan worden voldaan, is gedetailleerde informatie vereist over de precieze indeling van de woningen en de indeling van de verblijfsruimten. Wanneer het plan meer is uitgekristalliseerd, wordt eveneens geadviseerd om een meer gedetailleerde doorrekening uit te voeren om vast te stellen of inderdaad wordt voldaan aan deze eis. In het geval van eenzijdig georiënteerde zelfstandige wooneenheden biedt het geluidbeleid de mogelijkheid om af te wijken van de genoemde voorwaarden. Dan dient op gebouwniveau ten minste 50% van de woningen niet te zijn gesitueerd aan de hoogste geluidbelaste zijde. Gezien het voorgaande, heeft het college van burgemeester en wethouders een Besluit Hogere Grenswaarden vastgesteld voor de volgende hogere waarden: Stalpaert van de Wieleweg Aanvraag hogere waarde voor ten hoogste 55 woningen van 63 dB voor woonblok 1 (afhankelijk van verdere planuitwerking). Aanvraag hogere waarde van ten hoogste 15 woningen van 63 dB voor woonblok 2 (afhankelijk van verdere planuitwerking).

Maria Duystlaan Aanvraag hogere waarde voor ten hoogste 55 woningen van 56 dB voor woonblok 1 (afhankelijk van verdere planuitwerking). Rijksweg A13 Aanvraag hogere waarde voor ten hoogste 55 woningen van 50 dB voor woonblok 1 (afhankelijk van verdere planuitwerking). Aanvraag hogere waarde voor ten hoogste 15 woningen van 50 dB voor woonblok 2 (afhankelijk van verdere planuitwerking). Ad 2. Van het herplaatsen van een deel van de woningen dan wel het realiseren van een aantal woning te heroverwegen, kan geen sprake zijn. Een aanvaardbare fysieke leefomgeving bij onderhavige ontwikkeling is onderbouwd middels verschillende onderzoeken en de hieruit volgende maatregelen worden uitgevoerd respectievelijk zijn daar waar mogelijk geborgd in onderhavig bestemmingsplan. Het aspect aanvaardbare fysieke leefomgeving vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige plan. Wel gaat de gemeente graag in gesprek met de GGD ten aanzien van mogelijke verdere verbetering van de fysieke leefomgeving. Ad 3. Het binnenniveau is geborgd via het Bouwbesluit en daar wordt aan getoetst bij omgevingsvergunning voor bouwen. Het is niet gebruikelijk dat een lager binnenniveau wordt geëist. bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 67

bestemmingsplan Maria Duystlaan Ad 4.

In het plan zijn geen dove gevels opgenomen.

Ad 5. Door maatregelen wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd, daarom wordt het aantal woningen in het betreffende blok gehandhaafd. b. Functiemenging Voor sterke, levendige en gezonde wijken is een mix van wonen en maatschappelijke voorzieningen essentieel. In de Omgevingsvisie wordt in de koers voor dit deelgebied onder andere terecht hoog ingezet op voorzieningen en een groene, duurzame omgeving. De GGD vindt het dan ook goed dat er plannen zijn om onderwijs, kinderopvang, sport (met horeca) en woningen in het plangebied te huisvesten. Om de voorzieningen aan te laten sluiten op de bewonersdoelgroep en extra druk op omliggende voorzieningen te voorkomen adviseren wij om ook mogelijkheden voor zorgvoorzieningen, resp. een zorgcentrum en supermarkt in het plangebied te onderzoeken. Daarbij zou het wenselijk zijn dat de horecavoorzieningen bij zwembad en sporthal voornamelijk gezonde voeding aanbieden. Beantwoording De GGD gaat er ten onrechte vanuit dat de woningen bestemd zijn voor de doelgroep senioren(woningen). De koopwoningen zijn voor alle mogelijke doelgroepen. Zorgvoorzieningen, een zorgcentrum en een supermarkt worden dan ook niet in het plangebied toegestaan. Bovendien is het plangebied gelegen op een gunstige locatie, dichtbij de binnenstad en nabij dagelijkse voorzieningen, met als gevolg een positief effect op de toegankelijkheid.

Het voornamelijk aanbieden van gezonde voeding is uiteindelijk aan de exploitant van de horecagelegenheid en geen aspect voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan. Deze overlegreactie geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het plan. c. Woonprogramma De variatie in woningen voor verschillende doelgroepen draagt bij aan levendige wijken. De vraag naar sociale/lage huurwoningen is het grootst, en bewoners uit andere leeftijdsgroepen kunnen eventueel, wanneer nodig, de oudere buren helpen. De GGD adviseert om een mix aan woningen voor diverse doelgroepen te realiseren. Gezamenlijke voorzieningen en faciliteiten, maar ook andere woonvormen (voor ouderen) kunnen ontmoetingen stimuleren en meer voordelen bieden. Tevens adviseert de GGD adequate afstemming met zorgorganisaties. Beantwoording Het woonprogramma draagt bij aan de kwalitatieve woningvraag van Delft, zie bijlage 13 bij de Toelichting, Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze overlegreactie geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het plan. d. School en geluid Hoewel sommigen het geluid van spelende kinderen als prettig ervaren, kunnen anderen er hinder van ondervinden. We lezen verschillende voornemens om geluidhinder van deze bron te beperken. Deze lijken echter ondoelmatig. Om gezond op te groeien is het essentieel om buiten te spelen.

Het schoolplein lijkt vrij klein dus zou het vaak bezet kunnen zijn. Daarbij is het belangrijk voor het gezond opgroeien van de kinderen dat zij voldoende kunnen blijven buiten spelen. Vanwege een enkele woning die niet anders dan in het geluidsveld van de school zou kunnen worden gerealiseerd is het raadzaam om met de school afspraken te maken en borgen en toekomstige bewoners duidelijk te informeren over de typen omgevingsgeluid. Beantwoording Er is in het kader van een goede ruimtelijke ordening geluidsonderzoek uitgevoerd om het geluidniveau op omliggende woningen en woningen binnen het bestemmingsplan afkomstig van inrichtingen binnen het bestemmingsplan in kaart te brengen en te toetsen aan 'een goede ruimtelijke ordening'. Daarnaast wordt het geluidniveau op de te bouwen geluidgevoelige bestemmingen afkomstig van nabijgelegen bestaande inrichtingen in kaart gebracht, en ook getoetst aan 'een goede ruimtelijke ordening'. Op grond van dit onderzoek zijn gevelwerende maatregelen geadviseerd die in de uitvoering van het plan respectievelijk daar waar mogelijk in onderhavig bestemmingsplan zijn geborgd. Desalniettemin wordt bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 68

bestemmingsplan Maria Duystlaan onderschreven dat om gezond op te groeien het essentieel is om buiten te spelen, dat hierbij altijd geluid wordt gegenereerd en dat een goede communicatie naar de toekomstige bewoners van belang is. Deze overlegreactie geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het plan. e. Groen en ontmoeten in de openbare ruimte 1. Er worden in het plan weliswaar groene elementen toegevoegd, maar een groot deel van het plangebied krijgt de bestemming 'Verkeer', terwijl daar volgens het concept-ontwikkelplan ook een “groen plein voor de buurt” zou moeten komen. Geadviseerd wordt om in het bestemmingsplan deze groene invulling beter te borgen, bijvoorbeeld door en minimale oppervlakte groen binnen de bestemming 'Verkeer' aan te geven. 2. Tevens wordt geadviseerd om natuurinclusief te bouwen volgens het puntensysteem natuurinclusief bouwen en vooral groene openbare ruimte te realiseren, zoals deels op de inspiratiebeelden te zien is. Gezien de druk op de ruimte is het noodzakelijk om ruimte multifunctioneel in te richten. 3. Onderzoek de mogelijkheden voor groene gevels en toegankelijke, groene daken. Voor het plangebied geldt ook een waterbergingsopgave van 745 m3. Het voorgestelde onderzoek naar waterberging in groene daken bevelen we aan! Groene daken dragen bij aan het tegengaan van het stedelijk hitte eiland en kunnen tot 30% van de regen opvangen. 4.

Omdat geparkeerde auto's deze gezonde functies onmogelijk zouden maken adviseren wij om parkeren als toegestane activiteit onder 'Tuin' uit het bestemmingsplan weg te laten. Ad 1 Het groene deel binnen verkeer is benoemd in de toelichting van het bestemmingsplan en de gemeente neemt dit mee bij de verdere inrichting. Ad 2/3 In paragraaf 4.14 van de Toelichting wordt ingegaan op hoe natuurinclusief bouwen en het puntensysteem onderdeel vormt van dit bestemmingsplan. De Maria Duystlaan behelst een gebiedsontwikkeling. In de opgenomen tabel wordt aangegeven hoeveel punten behaald moeten worden bij de verschillende aspecten. De maatregelen voor natuurinclusief bouwen worden uitgewerkt bij het bouwplan. Via ambtelijke wijzigingen is in Artikel 3 Gemengd en Artikel 6 Wonen een voorwaardelijke verplichting Natuurinclusieve bouw en Klimaatadaptieve terreininrichting opgenomen met een verwijzing naar twee bijlagen bij de regels: Kader Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen, en Delftse ambities en eisen klimaatadaptief bouwen De borging van het kader in de regels van het onderhavige bestemmingsplan is hiermee toegevoegd in het ontwerpbestemmingsplan. Voor de uitwerking van de waterbergingsopgave wordt verwezen naar paragraaf 4.9 van de toelichting. Ad 4. Parkeren in het nieuwe woonblok en/of de naastgelegen tuin is gelet op de verkeersveiligheid niet gewenst.

Reden waarom de parkeeropgave voor de 15 woningen van het woonblok wordt meegenomen in de parkeeroplossing (de parkeergarage) te realiseren in de bestemming Gemengd. Het verwijderen van de parkeermogelijkheid in de bestemmingen Wonen en Tuin zijn middels de ambtelijke wijzigingen reeds meegenomen. Deze overlegreactie geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het plan. f. Toegankelijkheid 1. Het overgrote deel van de (senioren)woningen (55 van de 70) is boven de sporthal/zwembad gepland. Om deze redenen is het van extra belang om zowel veilige toegang naar alsook toegankelijkheid binnen de gebouwen voor alle mogelijke bewoners te garanderen. Houd met de plannen rekening met valpreventie. Het is wenselijk om het parkeren van (elektrische) fietsen zo toegankelijk mogelijk te maken en als vereiste op te nemen dat dit op de begane grond plaatsvindt. 2. Ook voor scholen en kinderopvang is een veilige en goede toegankelijkheid van belang. Vanwege hoge geluidsbelasting wordt voorgesteld om maatregelen te onderzoeken (30km/u wegen, herinrichting kruispunten, rode fiets suggestiestroken en vrij liggend fietspad over de Maria Duystlaan en de Stalpaert van der Wieleweg). Deze maatregelen kunnen tevens bijdragen aan verkeersveiligheid. Beantwoording Ad 1

De GGD gaat er ten onrechte vanuit dat de woningen bestemd zijn voor de doelgroep bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 69

bestemmingsplan Maria Duystlaan senioren(woningen). De koopwoningen zijn voor alle mogelijke doelgroepen, uitgezonderd sociale koopwoningen. Bij de uitvoering zal aandacht zijn voor de toegankelijkheid binnen de gebouwen voor alle mogelijke bewoners. Ad 2 Het plangebied is gelegen op een gunstige locatie, dichtbij de binnenstad en nabij dagelijkse voorzieningen, met als gevolg een positief effect op de toegankelijkheid. Voor de bewoners, scholen, kinderdagopvang en de bezoekers van de sportvoorzieningen (zwembad en sporthal) zijn er verschillende opties om de locatie te bereiken. Voor de ontwikkeling wordt onderzocht hoe de bereikbaarheid en verkeersveiligheid kan worden verbeterd. In het gemeentelijk mobiliteitsbeleid 'Mobiliteitsprogramma Delft 2040 – Ons Delft, duurzaam bereikbaar' is één van de belangrijke pijlers om de verkeersnetwerken en de onderlinge samenhang aanpassen, zodat lopen aantrekkelijker wordt en de fiets en het openbaar vervoer in snelheid, gemak en veiligheid een meer aantrekkelijk alternatief worden voor de auto. Door het inzetten op schone en actieve/gezonde verplaatsingen in de vorm van lopen of fietsen, wordt gestreefd naar een verlaging van het aantal autoverplaatsingen in de stad. Dit heeft vervolgens ook positieve effecten voor het geluid afkomstig van het wegverkeer.

Op dit moment is de Stalpaert van der Wieleweg een druk bereden wijkontsluitingsweg (50 km/u) met aan weerszijden fietsstroken. In de toekomst zien wij op deze locatie graag vrijliggende voorzieningen voor fietsers en wordt de oversteekbaarheid voor voetgangers en fietsers verbeterd. Op termijn willen we de maximumsnelheid op wijkontsluitingswegen verlagen en geven we fietsers meer prioriteit op fietsroutes in het kwaliteitsnetwerk fiets (o.a. de fietsoversteek ter hoogte van de Bieslandsekade). Binnen het project wordt aandacht gegeven aan het verbeteren van de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Het aspect aanvaardbare fysieke leefomgeving vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige plan. Deze overlegreactie geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het plan. g. Verkoeling In de toekomst zullen er vaker langere hete perioden voorkomen waardoor bewoners hinder kunnen ervaren en gezondheidsrisico lopen. Geadviseerd wordt dat in iedere wooneenheid ten minste één ruimte koel kan blijven en dat het realiseren van zonwering aan de buitengevel verplicht wordt gesteld. Ook het realiseren van (natuurlijke) schaduwrijke plekken in de openbare ruimte draagt bij aan het kunnen vinden van verkoeling. De GGD adviseert hiermee in het ontwerp rekening te houden. Beantwoording Zie beantwoording onder e.

Groen ontmoeten in de openbare ruimte onder ad 2/3. Deze overlegreactie geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het plan. Hoogheemraadschap Delfland Samenvatting Toelichting (paragraaf 4.9.3) Grondwater: Delfland adviseert bij nieuwbouw rekening met een drooglegging van 1.2 m, met een minimum van 1.0 m te houden. HHD verzoekt dit aan te passen en hiermee rekening te houden bij het ophogen van het maaiveld. Beantwoording De overlegreactie geeft aanleiding tot aanpassingen van het plan op de volgende punten: Aan de toelichting is in paragraaf 4.9.3 onder Grondwater, na de zin eindigen op 'peilbuis nr. 12-1.11h).' toegevoegd de zin: 'Bij de nieuwbouw dient rekening met een drooglegging van 1,2 m, met een minimum van 1,0 m gehouden te worden.' Het ophogen van het maaiveld betreft de uitvoering van werkzaamheden. Met het advies van het hoogheemraadschap zal rekening worden gehouden bij de uitvoeringswerkzaamheden, maar het leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Klimaatadaptatie Het hoogheemraadschap wijst erop, dat groene daken snel na de eerste bui verzadigen, waardoor de bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 70

bestemmingsplan Maria Duystlaan bergende werking snel afneemt. Een groenblauw dak is van een aparte waterbergende laag voorzien, waardoor meer water vastgehouden kan worden. Delfland kan daarom alleen met groenblauwe daken als vasthoudmaatregel instemmen. Wat betreft het beperken van hitte en het stimuleren van biodiversiteit, heeft een groen dak wel een positieve werking. Het HHD denkt graag mee over de nadere invulling van de wateropgave en de mogelijkheden van een groenblauw schoolplein. Beantwoording In het voorontwerp bestemmingsplan is middels een ambtelijke wijziging de waterbergingscapaciteit verdeeld over de bestemmingsvlakken en daar waar mogelijk middels voorwaardelijke verplichtingen geborgd. Deze waterberging was inclusief het schoolplein. Uit hoofde van de flexibiliteit is besloten om in het ontwerpbestemmingsplan de totale waterbergingscapaciteit middels een algemene voorwaardelijke verplichting voor het gehele bestemmingsplangebied te borgen. Hiermee wordt gerealiseerd dat ingeval het niet mogelijk blijkt om de waterberging (volledig) te realiseren bij de verschillende ontwikkelingen per bestemmingsvlak, de waterberging alsnog in het openbaar gebied gerealiseerd kan worden. De benodigde waterberging betreft 544 m2, het schoolplein is gelegen buiten het plangebied.

Dit laat onverlet dat in de aanbestedingsprocedures voor de verschillende procedures een waterbergingsopgave van 70 mm per m2 zal worden meegenomen. Ook voor de separate planologische procedure voor de realisatie van de Jan Vermeerschool en bijbehorend schoolplein wordt een wateropgave bepaald. Deze vooroverlegreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan nu het plan de realisatie van waterberging op een andere wijze invulling heeft gekregen. Vuil- en Hemelwater Het hoogheemraadschap vraagt voor het afvoeren van hemelwater maatregelen te nemen, die het water vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren. De trits “vasthouden – bergen – afvoeren” voorkomt, dat hemelwater direct het oppervlaktewater belast, waardoor de kans op wateroverlast verkleind wordt. Beantwoording De trits 'vasthouden – bergen – afvoeren' is opgenomen in de beleidsregel 'Delftse ambities en eisen klimaatadaptief bouwen', zoals recentelijk vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Maatregelen in dit kader worden in het uitvoeringstraject meegenomen. Deze overlegreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Waterveiligheid Voor een deel van het plangebied is een watervergunning vanwege de ligging in het waterstaatswerk verplicht. Wij verzoeken u de vergunningenplicht in de toelichting op te nemen.

Daarnaast raden wij de initiatiefnemer aan tijdig vooroverleg met onze afdeling Regulering en Planadvisering (vergunningen) te voeren. Een vooroverleg is in te plannen via Aanvragen vooroverleg - Delfland (hhdelfland.nl). Beantwoording a. De Jan Vermeerschool, gelegen binnen de kernzone van de waterkering, wordt via een separate planologische procedure gerealiseerd. b. Het tijdig vooroverleg voeren ten aanzien van de Jan Vermeerschool vindt plaats in de procedure voor de vergunningverlening. Inzake onderhavig bestemmingsplan heeft twee maal vooroverleg met het HHD plaatsgevonden, waarbij de inbreng van het hoogheemraadschap in het bestemmingsplan is opgenomen. De overlegreactie geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het plan op de punten a. en b. De overlegreactie geeft wel aanleiding tot de volgende aanpassing van het plan ten aanzien van punt c.: c. De te realiseren woningen vallen gedeeltelijk binnen de beschermingszone van de waterkering. In de toelichting is onder paragraaf 4.9.3 onder waterveiligheid toegevoegd dat een watervergunning voor een deel van het plangebied vanwege de ligging in het waterstaatswerk verplicht is. In artikel 10.3 van de regels is deze verplichting geborgd. Regels Voor twee bestemmingsvlakken is een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

Het hoogheemraadschap verzoekt ook een voorwaardelijke verplichting voor het openbaar gebied (193 m3), het schoolplein (57 m3) en het schoolgebouw (38 m3) op te nemen. bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 71

bestemmingsplan Maria Duystlaan Beantwoording In het voorontwerp bestemmingsplan is middels een ambtelijke wijziging de waterbergingscapaciteit verdeeld over de bestemmingsvlakken en daar waar mogelijk middels voorwaardelijke verplichtingen geborgd. Deze waterberging was inclusief het schoolplein. Uit hoofde van de flexibiliteit is besloten om in het ontwerpbestemmingsplan de totale waterbergingscapaciteit middels een algemene voorwaardelijke verplichting voor het gehele bestemmingsplangebied te borgen. Hiermee wordt gerealiseerd dat ingeval het niet mogelijk blijkt om de waterberging (volledig) te realiseren bij de verschillende ontwikkelingen per bestemmingsvlak, de waterberging alsnog in het openbaar gebied gerealiseerd kan worden. De benodigde waterberging betreft 544 m2, het schoolplein is gelegen buiten het plangebied. Dit laat onverlet dat in de aanbestedingsprocedures voor de verschillende procedures een waterbergingsopgave van 70 mm per m2 zal worden meegenomen. Ook voor de separate planologische procedure voor de realisatie van de Jan Vermeerschool en bijbehorend schoolplein wordt een wateropgave bepaald. Deze vooroverlegreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan nu het plan de realisatie van waterberging op een andere wijze invulling heeft gekregen.

Artikel 10.3, Waterstaat – Waterkering Het hoogheemraadschap vraagt om aan artikel 10.3 toe te voegen dat voor het afwijken van de bouwregels een watervergunning verplicht is. Beantwoording In artikel 10.3 van de regels is deze verplichting geborgd. Deze overlegreactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Artikel 5, Tuin In de bestemming “tuin” is de realisatie van water niet mogelijk. Het hoogheemraadschap verzoekt dit mogelijk te maken. Beantwoording De overlegreactie geeft aanleiding tot aanpassingen van het plan op het volgende punt: In Artikel 4 Tuin zijn aan lid 4.1 toegevoegd de leden luidende: waterbergingsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen 7.1.3

Ambtelijke wijzigingen

1. Leiding-Gas Aan de westzijde van het plangebied loopt een gasleiding onder de Stalpaert van der Wieleweg. Hiervoor is een dubbelbestemming opgenomen met een beschermingsregime. De leiding ligt niet onder een bouwvlak. Op de verbeelding is de dubbelbestemming wel opgenomen, abusievelijk niet in de regels. Aanpassingen: a. Onder paragraaf 5.2.2 Bestemmingsregels is een passage over Leiding – Gas opgenomen. b. Aan de regels is een artikel dubbelbestemming Leiding - Gas toegevoegd zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan Noordoost 2017 opgenomen. 2. Waterberging In het voorontwerp bestemmingsplan is middels een ambtelijke wijziging de waterbergingscapaciteit verdeeld over de bestemmingsvlakken en daar waar mogelijk middels voorwaardelijke verplichtingen geborgd. Deze waterberging was inclusief het schoolplein. Uit hoofde van de flexibiliteit is besloten om in het ontwerpbestemmingsplan de totale waterbergingscapaciteit middels een algemene voorwaardelijke verplichting voor het gehele bestemmingsplangebied te borgen. Hiermee wordt gerealiseerd dat ingeval het niet mogelijk blijkt om de waterberging (volledig) te realiseren bij de verschillende ontwikkelingen per bestemmingsvlak, de waterberging alsnog in het openbaar gebied gerealiseerd kan worden.

De benodigde waterberging betreft 544 m2, het schoolplein is gelegen buiten bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 72

bestemmingsplan Maria Duystlaan het plangebied. Dit laat onverlet dat in de aanbestedingsprocedures voor de verschillende procedures een waterbergingsopgave van 70 mm per m2 zal worden meegenomen. Ook voor de separate planologische procedure voor de realisatie van de Jan Vermeerschool en bijbehorend schoolplein wordt een wateropgave bepaald. Aanpassingen: a. In Artikel 3 Gemengd komt de voorwaardelijke verplichting waterberging te vervallen b. In Artikel 6 Wonen komt de voorwaardelijke verplichting waterberging te vervallen c. Aan Artikel 12 Algemene bouwregels wordt een artikel toegevoegd luidende: Voorwaardelijke verplichting klimaatadaptieve waterberging Op de gronden binnen het plangebied is het bebouwen van de gronden uitsluitend toegestaan, mits uiterlijk drie jaar na onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor bouwen is voorzien in de aanleg, instandhouding en altijd effectief beschikbaar houden van waterberging van tenminste 490 m2. 3. Natuurinclusief bouwen Aanpassingen: a. Onder 4.14.5 is de zin 'De borging van het kader in de regels van het onderhavige bestemmingsplan wordt toegevoegd in het ontwerpbestemmingsplan.' gewijzigd in 'Het kader is in de regels van het onderhavige bestemmingsplan geborgd.' b.

Onder de bestemmingsvlakken Gemengd en Wonen wordt per bestemmingsvlak een voorwaardelijke verplichting opgenomen luidende: Voorwaardelijke verplichting Natuurinclusieve bouw De gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak mogen uitsluitend overeenkomstig het bepaalde in de bestemmingsomschrijving worden gebruikt, mits: a. uiterlijk 3 jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan ter plaatse maatregelen in het kader van een natuurinclusieve bouw zijn gerealiseerd en instand worden gehouden. Een en ander overeenkomstig het bepaalde in de als bijlage 2 bij de regels opgenomen kader Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen. 4. Parkeren Parkeren in het nieuwe woonblok en/of de naastgelegen tuin is gelet op de verkeersveiligheid niet gewenst. Reden waarom de parkeeropgave voor de 15 woningen van het woonblok wordt meegenomen in de parkeeroplossing (de parkeergarage) te realiseren in de bestemming Gemengd. Aanpassingen: a. In artikel 6.1 is lid 'g. parkeervoorzieningen' verwijderd. b. in artikel 4.1 is de passage in lid b 'zoals bijvoorbeeld parkeren' gewijzigd in 'uitgezonderd parkeren'. 5. Externe veiligheid Paragraaf 4.5.3, conclusie: de zin: “Het plan wordt in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de Veiligheidsregio.” Deze zin is aangepast daar het bevoegd gezag het groepsrisico heeft verantwoord. 6.

Archeologie Een gedeelte van het plangebied bleek al te zijn vrijgegeven met het archeologisch bureauonderzoek, waardoor deel van het plangebied geen dubbelbestemming meer hoeft te krijgen. De verbeelding is hierop aangepast. 7. Overkraging De ligging de sporthal bovenop het zwembad de zgn. 'overkraging' is gewijzigd, waardoor de effecten hiervan zijn meegenomen in de geluidsonderzoeken, in toelichting en in de regels. 8. Schoolplein / bestemming Maatschappelijk Het schoolplein van de Jan Vermeerschool, in het voorontwerp opgenomen onder de bestemming 'Maatschappelijk', is uit onderhavig bestemmingsplan verwijderd en en wordt nu meegenomen in de separate planologische procedure van de Jan Vermeerschool. Deze wijziging is meegenomen in zowel de toelichting, de regels als op de verbeelding. Ook het bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 73

bestemmingsplan Maria Duystlaan Akoestische onderzoek industrielawaai, opgenomen als in Bijlage 4 bij de Toelichting is gewijzigd opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. 10. Geluid Het geluid dat wordt veroorzaakt door de installaties van zowel het sportcentrum zal moeten voldoen aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het rapport wordt aangegeven wat daarvoor nodig is. Vervolgens moet bij de keuze van de installaties met de betreffende randvoorwaarden rekening worden gehouden. 11. Watertoets De watertoets wordt nog aangepast. De belangrijkste punten die nog verwerkt moeten worden in de watertoets en het bestemmingsplan waren of zijn: De benodigde berging is aangepast naar 70 mm per m2 (van het totale oppervlak van het plangebied, niet alleen het verharde oppervlak). Dit op basis van de beleidsregel 'Delftse ambities en eisen Klimaatadaptief bouwen'. Middels een voorwaardelijke verplichting in de regels wordt dit geborgd in het bestemmingsplan. HH Delfland wil meer inzicht in hoe de waterberging gerealiseerd gaat worden. Er moet minimaal aangegeven worden dat dit volgens de 'Richtlijn toepassen vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding in het watertoetsproces' wordt gedaan, maar liever nog wat concreter, in verband met de relatief hoge grondwaterstanden.

Zowel de school (buiten bestemmingsplan) en de bestemming “wonen” liggen deels binnen de beschermingszone en de zone waterstaatswerk van de waterkering. In de watertoets is een bovenaanzicht opgenomen met de bouwvlakken en de ligging van de kering en de beschermingszones. Voor het bouwen in de waterkering dient te worden voldaan aan de “beleidsregel medegebruik waterkeringen" van Delfland.

7.2

Proces bestemmingsplan

Zienswijze Na het wettelijk vooroverleg heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken (van 20 december 2023 tot en met 30 januari 2023) ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Eén indiener heeft schriftelijke zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een beantwoording in de Nota Zienswijzen die als bijlage is gevoegd bij het besluit tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Voor de inhoud wordt hiernaar verwezen. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

7.3

Financiële uitvoerbaarheid

De Wet ruimtelijke ordening voorziet in een verplichting tot het verhaal van gemeentelijke kosten. Dat kan op publiekrechtelijke grondslag, via een exploitatieplan dat gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd dient te worden. Maar ook kan het gemeentelijke kostenverhaal anderszins geregeld worden via een zogenoemde anterieure overeenkomst over grondexploitatie met de initiatiefnemer/ontwikkelaar, als bedoeld in artikel 6.24 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening of door kostenverhaal via de grondprijs. De reikwijdte van de exploitatieplanplicht en het daaruit voortvloeiende kostenverhaal, volgt uit de omschrijving van bouwplannen zoals bepaald in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. De ontwikkelingen die op grond van het onderhavige bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt betreffen ontwikkelingen als genoemd in artikel 6.2.1 onder a van het Besluit ruimtelijke ordening. De gemeentelijke kosten bestaan voor deze wijzigingen onder andere uit de proces-, onderzoeks- en apparaatskosten ten behoeve van het wijzigingen van de bestemming op deze locaties. bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 74

bestemmingsplan Maria Duystlaan De gemeentelijke kosten voor het wijzigingen van het juridisch-planologisch kader voor de Maria Duysltaan worden verhaald via de grondexploitatie.

bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 75

Maria Duystlaan

bestemmingsplan Maria Duystlaan

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

4 4 8

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Bestemmingsregels Gemengd Tuin Verkeer Wonen Leiding - Gas Waarde - Archeologie I Waarde - Archeologie III Waterstaat - Waterkering

9 9 12 13 15 17 18 20 22

Hoofdstuk3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

23 23 24 26 27

Hoofdstuk4 Artikel 15 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

28 28 29

bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 2

bestemmingsplan Maria Duystlaan

Regels

bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 3

bestemmingsplan Maria Duystlaan

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In dit plan wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan Maria Duystlaan met identificatienummer NL.IMRO.0503.BP0068-2001 van de gemeente Delft; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aan- en uitbouw:

een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw; 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

aan-huis-gebonden beroep:

het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, juridisch, kunstzinnig of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, dan wel het uitoefenen van een beroep op medisch, therapeutisch of paramedisch gebied, welke door hun beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij behorende bebouwing kan worden uitgeoefend, waarbij de woonfunctie als primaire functie behouden en herkenbaar blijft en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7

balkon

open buitenruimte met balustrade uitkragend aan de verdieping van het aangrenzend hoofdgebouw; 1.8

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.9

bedrijf:

een bedrijf dat gericht is op het vervaardigen en/of opslaan van producten zoals genoemd in de LvB, niet zijnde detailhandel, kantoor, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening, hotel en horeca; 1.10

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.11

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12

Bevi-inrichtingen:

bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.13

bevoegd gezag:

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;

bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 4

bestemmingsplan Maria Duystlaan 1.14

bijbehorende voorzieningen:

voorzieningen die ten dienste staan van en ondergeschikt zijn aan de hoofdbestemming zoals parkeren, fietsenstallingen en -bergingen, installatieruimten, groen, water en ontsluitingswegen; 1.15

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.16

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.18

bouwlaag

een tussen twee opeenvolgende vloeren gelegen, voor verblijf geschikt, deel van een gebouw met uitsluiting van een kap; 1.19

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.20

bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.21

burgemeester en wethouders:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft; 1.22

bvo (brutovloeroppervlak):

het totale gebouwde vloeroppervlak, exclusief expeditieruimte, trafo en beheerruimte, daar waar dit in de regels is aangegeven; 1.23

dakterras:

een buitenruimte, gelegen op een hoofdgebouw of op een aan- of uitbouw voorzien van een afscheiding; 1.24

dienstverlening:

een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verlenen van diensten aan derden met rechtstreeks contact met het publiek, zoals bijvoorbeeld kapperszaken en schoonheidsinstituten en het verlenen van diensten op het gebied van gezondheidszorg, sociaal-cultureel, welzijn, woonzorg, onderwijs en educatie, sport en vergelijkbare gebieden, niet zijnde kinderopvang, buitenschoolse opvang; 1.25

dierenverblijf

een al dan niet overdekte ruimte waarbinnen hobbymatig dieren worden gehouden; 1.26

erker

een uitbouw aan de voorgevel van een hoofdgebouw; 1.27

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.28

groenvoorziening

ruimtes in de open lucht, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, plantsoenen, groenvoorzieningen en open speelplekken, met de daarbij behorende sloten, vijvers en daarmee gelijk te stellen wateren en ondergrondse infrastructurele voorzieningen; bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 5

bestemmingsplan Maria Duystlaan 1.29

huishouden:

een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen. Vaak is een huishouden gebaseerd op bloedverwantschap en huwelijksbinding of een met een huwelijksverbinding gelijk te stellen samenlevingsverband; 1.30

hoofdgebouw:

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.31

horeca:

een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van drank- en/of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, waaronder in ieder geval worden verstaan café's, restaurants, lunchrooms, snackbars en hiermee gelijk te stellen inrichtingen of bedrijven met uitsluiting van hotels en discotheken; 1.32

kantoor:

een bedrijf dat niet of slechts in ondergeschikte mate op het publiek gericht is en dat zich richt op administratieve, adviserende of daarmee gelijk te stellen werkzaamheden; 1.33

kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten:

het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.34

kunstwerken:

voortbrengsels van de beeldende kunsten en bouwwerken waarvoor andere materialen dan aarde en zand gebruikt zijn, zoals sluizen, tunnels, bruggen, viaducten enz; 1.35

LvB:

de Lijst van Bedrijfstypen die onderdeel uitmaakt van deze regels. 1.36

maatschappelijke functies/voorzieningen:

het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder gezondheidszorg, zorg en welzijn, onderwijs, religie, bibliotheken, openbare dienstverlening en verenigingsleven met uitsluiting van uitvaart/begraafplaatsen, gevangeniswezen en defensie/militaire zaken; 1.37

nutsvoorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.38

ondergeschikte horeca

niet zelfstandige horeca uit ten hoogste categorie 1b van de Staat van horeca-activiteiten, uitsluitend zijnde horeca die aanwezig is binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is; 1.39

ondergeschikte kantoorfunctie

niet-zelfstandige kantoorfunctie, uitsluitend zijnde kantoorfunctie die aanwezig is binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is; 1.40

openbaar toegankelijk gebied:

weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 6

bestemmingsplan Maria Duystlaan 1.41

overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.42

parkeervoorzieningen:

ongebouwde voorzieningen ten behoeve van het parkeren, zoals parkeerplaatsen en de daarbij behorende in- en uitritten; 1.43

peil:

voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.44

seksinrichting:

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; 1.45

voorgevel:

het meest naar de weg gekeerde deel van een gebouw; 1.46

waterbergingsvoorziening

bovengrondse voorzieningen ten behoeve van de berging en infiltratie van hemelwater in de bodem, zoals groene daken, wadi's (verlaging in het groen), waterbergende bestrating, berging op het dak, grindkoffers, infiltratiekratten en/of het aanbrengen of vergroten van (bestaande) greppels, (zak)sloten, watergangen en vijver; 1.47

woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 7

bestemmingsplan Maria Duystlaan

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

afstanden

afstanden worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van geluidsschermen en ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4

de hoogte van een voorziening voor betreding van een dakterras:

de hoogte van een voorziening voor betreding van een dakterras wordt gemeten vanaf de bovenkant van de bebouwing waarop de voorziening is geplaatst; 2.5

de ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 8

bestemmingsplan Maria Duystlaan

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Gemengd

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. zwembad; b. sporthal; c. wonen en in samenhang daarmee voor de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis; d. ondergeschikte kantoorfunctie voor het zwembad en/of de sporthal; e. ondergeschikte horeca voor het zwembad en/of de sporthal, voor zover het horeca-activiteiten betreft uit categorie 1 van de Staat van horeca-activiteiten; f. geluidschermen; g. waterbergingsvoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. speelvoorzieningen; j. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' tevens voor een volledig verdiepte parkeergarage; k. nutsvoorzieningen; l. groenvoorzieningen; m. bijbehorende voorzieningen. Een en ander overeenkomstig het bepaalde in deze bestemming. 3.2

Nadere detaillering bestemmingsomschrijving

In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 3.1. 3.2.1

Voorwaardelijke verplichting geluid

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen verleent het bevoegd gezag niet eerder een omgevingsvergunning dan nadat door aanvrager is aangetoond dat: a. er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder dan wel de vastgestelde hogere grenswaarden, zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels; b. iedere verblijfsruimte achter de gevel beschikt over ten minste één te openen raam waarop (1) het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau niet hoger is dan 50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode en (2) het maximale geluidniveau niet hoger is dan 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Bij de bepaling van genoemde geluidniveaus wordt ook het stemgeluid van personen op het terrein van de inrichting beschouwd. c. het sport-/zwemcentrum en de woningen akoestisch van elkaar worden gescheiden. 3.2.2

Voorwaardelijke verplichting gebouwmaatregelen natuurinclusief bouwen

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen kan slechts worden verleend ingeval: a. minimaal 10 punten wordt behaald met maatregelen die zijn genoemd bij het aspect 'gevel/dak gebouw' in de tabel 'uitwerking van maatregelen' in de als Bijlage 2 bij de planregels opgenomen nota Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen van de gemeente Delft en die maatregelen in stand worden gehouden; b. minimaal 8 punten worden behaald met maatregelen die zijn genoemd bij het aspect 'verblijf' in de tabel 'uitwerking van maatregelen' in de als Bijlage 2 bij de planregels opgenomen nota Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen van de gemeente Delft en die maatregelen in stand worden gehouden.

bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 9

bestemmingsplan Maria Duystlaan 3.2.3

Voorwaardelijke verplichting omgevingsmaatregelen natuurinclusief bouwen

De gronden met de bestemming 'Gemengd' mogen uitsluitend overeenkomstig de bestemming worden gebruikt, indien uiterlijk ten tijde van de ingebruikname van bebouwing binnen de bestemming 'Gemengd' maatregelen zijn uitgevoerd en in stand worden gehouden die zijn genoemd bij het aspect 'omgeving' in de tabel 'uitwerking van maatregelen' in het als Bijlage 2 bij de planregels opgenomen kader Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen van de gemeente Delft en daarmee 12 punten worden behaald. 3.2.4

Voorwaardelijke verplichting klimaatadaptieve waterberging

Het gebruik van de gronden binnen de bestemming 'Gemengd' is in strijd met de bestemming indien niet uiterlijk drie jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor bouwen is voorzien in de aanleg, instandhouding en te allen tijde effectief beschikbaar houden van waterberging van tenminste 70 mm per m2. 3.3

Bouwregels

3.3.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan is aangegeven met de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)'; c. de bouwhoogte van een geluidscherm op het hoofdgebouw bedraagt maximaal 2 meter; d. de maximale bouwhoogte, zoals bedoeld in sub b, ter plaatse van het geluidscherm mag niet overschreden worden. e. de ondergrondse (verticale) bouwdiepte van de parkeergarage mag niet meer bedragen dan 3 m ten opzichte van peil; f. het bouwvlak mag volledig bebouwd worden; g. dakterassen zijn toegestaan. 3.3.2

Bijbehorende bouwwerken

Bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan. 3.3.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de regels van artikel 12.1. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Gebruiksverbod

Niet toegestaan zijn: a. b. c. d.

Bevi-inrichtingen; geluidhinderlijke inrichtingen als bedoeld in de Wet geluidhinder; de opslag en/of verkoop van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk; seksinrichtingen.

3.4.2

Maximum woningaantal

Binnen de bestemming 'Gemengd' zijn maximaal 55 woningen toegestaan. 3.4.3

Parkeren

Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 3.4.4

Aan-huis-gebonden beroep en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

Aan-huis-gebonden beroepen en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan, voor zover: a. zij behoren tot categorie 1 van de als Bijlage 3 opgenomen Lijst van bedrijfstypen met uitzondering van bedrijven die in deLijst van bedrijfstypen een kader om de categorie hebben. b. het bvo ten behoeve van kantoor- en/of praktijkruimten en/of de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet groter is dan 40% van het bvo van de woning, inclusief aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken; c. ten behoeve van de kantoor- en/of praktijkruimten en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten dient in voldoende parkeergelegenheid te worden voorzien; bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 10

bestemmingsplan Maria Duystlaan d. de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten geen onevenredige nadelige invloed hebben op de afwikkeling van het verkeer. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.4 om de aan-huis-gebonden-beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten uit categorie 2 van de Lijst van bedrijfstypen toe te staan, indien: a. deze activiteiten naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot categorie 1, en; b. de kwaliteit van leefomgeving niet nadelig wordt beïnvloed.

bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 11

bestemmingsplan Maria Duystlaan

Artikel 4 4.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuin; b. activiteiten ten dienste van de bestemming van de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, uitgezonderd parkeren; c. waterbergingsvoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Een en ander overeenkomstig het bepaalde in deze bestemming. 4.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan; b. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de regels van artikel 12.1.

bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 12

bestemmingsplan Maria Duystlaan

Artikel 5 5.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.

verblijfs- en verkeersvoorzieningen; parkeervoorzieningen; voorzieningen voor het stallen van fietsen; laad- en losvoorzieningen; groenvoorzieningen; waterbergingsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; kunstwerken; ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' tevens voor een volledig verdiepte parkeergarage; nutsvoorzieningen; geluidwerende voorzieningen; in- en uitritten;

bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 13

bestemmingsplan Maria Duystlaan m. bijbehorende voorzieningen; Een en ander overeenkomstig het bepaalde in deze bestemming. 5.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan; b. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de regels van artikel 12.1;

bestemmingsplan "Maria Duystlaan" (vastgesteld) 14

bestemmingsplan Maria Duystlaan

Artikel 6 6.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen en in samenhang daarmee voor de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plint' tevens voor maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening, en bedrijven tot maximaal milieucategorie 1, voor zover het bedrijfsactiviteiten betreft uit categorie 1 van deals Bijlage 3 opgenomen Lijst van bedrijfstypen; c. groenvoorzieningen; d. waterbergingsvoorzieningen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. bijbehorende voorzieningen. Een en ander overeenkomstig het bepaalde in deze bestemming. 6.2

Nadere detaillering bestemmingsomschrijving

In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 6.1. 6.2.1

Voorwaardelijke verplichting geluid

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen verleent het bevoegd gezag niet eerder een omgevingsvergunning dan nadat door aanvrager is aangetoond dat: a. er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder dan wel de vastgestelde hogere grenswaarden, zoals opgenomen in Bijlage 1 deze regels; b. iedere verblijfsruimte achter de gevel beschikt over ten minste één te openen raam waarop (1) het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau niet hoger is dan 50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode en (2) het maximale geluidniveau niet hoger is dan 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Bij de bepaling van genoemde geluidniveaus wordt ook het stemgeluid van personen op het terrein van de inrichting beschouwd. 6.2.2

Voorwaardelijke verplichting gebouwmaatregelen natuurinclusief bouwen

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen kan slechts worden verleend ingeval: a. minimaal 10 punten worden behaald met maatregelen die zijn genoemd bij het aspect 'gevel/dak gebouw' in de tabel 'uitwerking van maatregelen' in de als bijlage 2 bij de planregels opgenomen nota Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen van de gemeente Delft en deze maatregelen in stand worden gehouden; b. minimaal 8 punten worden behaald met maatregelen die zijn genoemd bij het aspect 'verblijf' in de tabel 'uitwerking van maatregelen' in de als bijlage 2 bij de planregels opgenomen nota Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen van de gemeente Delft en deze maatregelen in stand worden gehouden. 6.2.3

Voorwaardelijke verplichting omgevingsmaatregelen natuurinclusief bouwen

De gronden met de bestemming 'Wonen' mogen uitsluitend overeenkomstig de bestemming worden gebruikt, indien uiterlijk ten tijde van de ingebruikname van bebouwing binnen de bestemming 'Wonen' maatregelen zijn uitgevoerd en in stand worden gehouden die zijn genoemd bij het aspect 'omgeving' in de tabel 'uitwerking van maatregelen' in het als bijlage 2 bij de planregels opgenomen kader Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen van de gemeente Delft en daarmee 4 punten worden behaald. 6.2.4

Voorwaardelijke verplichting klimaatadaptieve waterberging

Het gebruik van de gronden binnen de bestemming 'Wonen' is in strijd met de bestemming indien niet uiterlijk drie jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor bouwen is voorzien in de aanleg, instandhouding en te allen tijde effectief beschikbaar houden van waterberging van tenminste 70 mm per m2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12655824/1