Bijlage5 Analysekaarten NP-RES Verantwoording
Tekst van het document
TJ/jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
VTWW30_GWh
Verschil in warmtevraag voor tapwater van alle woningen ten opzichte van 2017 (GWh/jaar)
GWh/jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
WK30_P
Aandeel koopwoningen
-
CBS
WH30_P
Aandeel huurwoningen
-
CBS
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Gebruik en beperkingen Deze kaartlagen tonen een indicatie van de verwachte warmtevraag van alle woningen op jaarbasis voor het jaar 2030. De kaartlagen kunnen worden gebruikt door de gemeente om inzicht te krijgen in de verwachte ontwikkeling van het jaarverbruik van alle woningen tussen 2017 en 2030. De vraag in 2030 is gebaseerd op de meest recente bronnen zoals beschikbaar begin september 2019, en dient geüpdatet te worden zodra nieuwe inzichten en data beschikbaar worden. In het bijzonder houdt de energiebesparingsverwachting van de NEV 2017 (vastgesteld en voorgenomen beleid) nog geen rekening met beleidsmaatregelen die voortvloeien uit het Klimaatakkoord. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij de interpretatie van de warmtevraag van woningen in 2030. Verder is belangrijk op te merken dat in de NEV 2017 slechts één landelijk gemiddeld besparingspercentage beschikbaar is voor huishoudens. Dit besparingspercentage houdt rekening met de aanscherping van eisen bij nieuwbouwwoningen naar bijna energieneutraal (BENG), en gaat uit van een landelijk gemiddelde toevoeging van nieuwbouwwoningen. In deze RES-kaartlagen is echter rekening gehouden met lokale voorspellingen van toevoeging van nieuwbouwwoningen (uit PRIMOS).
Door lokale afwijkingen in de snelheid van nieuwbouw, alsook door lokale verschillen in ouderdom, staat en renovatie van bestaande woningen kan het lokaal energiebesparingspercentage (sterk) afwijken van het landelijk gemiddelde. Daarnaast omvat het gemiddeld energiebesparingspercentage zowel de elektriciteits- als de warmtevraag. Hierdoor is de gemaakte inschatting van de warmtevraag in 2030 wellicht een overschatting: naar verwachting zal de warmtevraag sneller afnemen door verbeteringen in isolatie, terwijl de elektriciteitsvraag zowel kan afnemen door verbeteringen in efficiëntie als toenemen door groei in apparaten en all-electric warmteoplossingen. Zoals te zien is in de download wordt de gasvraag in 2030 niet berekend. De verwachte warmtevraag in 2030 kan voldaan worden door uiteenlopende technieken en energiedragers, waaronder elektriciteit. In dat laatste geval dient de warmtevraag die door elektriciteit voldaan wordt opgeteld te worden bij de verwachte elektriciteitsvraag in 2030.
36
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Dienstverlening Betreft kaartlagen: — Verwachte warmtevraag publieke dienstverlening in 2030 (TJ/jaar) — Verwachte warmtevraag commerciële dienstverlening in 2030 (TJ/jaar) — Verwachte warmtevraag alle dienstverlening in 2030 (TJ/jaar) Methodiek De inschatting van de verwachte warmtevraag van de dienstverlening in 2030 is gelijkaardig berekend als de elektriciteitsvraag in 2030. De warmtevraag in 2030 is gebaseerd op drie factoren: de huidige gasvraag, een voorspelling van de groei of krimp van de dienstverlening, en de verwachte gemiddelde efficiëntieverbetering van de warmtevraag van dienstverlening. De huidige (2017) gasvraag is beschreven hierboven. De voorspelling van de groei of krimp van de dienstverlening in een gemeente is gebaseerd op prognoses van de WLO 2015 18. De verwachte efficiëntieverbetering van woningen, die zich uit in energiebesparingen, is gebaseerd op de Nationale Energieverkenning van 2017 19, Tabel 5b. Hierbij wordt rekening gehouden met zowel vastgesteld als voorgenomen beleid, inclusief efficiëntieverbeteringen ten gevolge van de energiezuinigheid van nieuwbouw. De besparingen zijn in rekening gebracht conform het Protocol Monitoring Energiebesparing 20 van CPB, ECN, Novem en RIVM.
Om de warmtevraag in 2030 te bepalen, is eerst de gasvraag in 2030 berekend, op basis van de huidige temperatuurgecorrigeerde gasvraag, de groei of krimp van dienstverlening en efficiëntieverbeteringen. Vervolgens is de gasvraag in 2030 omgezet in warmtevraag, volgens dezelfde methodiek als gebruikt voor 2017 (zie Warmtevraag 2017 Dienstverlening). De huidige (2017) gasvraag van de dienstverlening is hierboven beschreven. De voorspelling van de groei of de krimp van de dienstverlening in een gemeente is gebaseerd op de Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving (WLO) van 2015 21. Het WLO 2015 bevat twee scenario’s voor groei: Laag en Hoog. Bij de inschatting van de verwachte elektriciteitsvraag van de dienstverlening in 2030 is rekening gehouden met het gemiddelde tussen deze twee scenario’s. De verwachte efficiëntieverbetering van dienstverlening, die zich uit in energiebesparing, is, net zoals bij woningen, gebaseerd op de Nationale Energieverkenning van 2017 22, Tabel 5b. Deze verwachting houdt rekening met zowel vastgesteld als voorgenomen beleid. De besparingen zijn in rekening gebracht conform het Protocol Monitoring Energiebesparing 23.
18
https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpb-pbl-boek-19-wlo-2015-nederland-2030-en-
19
https://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl-2017-nationale-energieverkenning-2017_2625.PDF
20
https://www.ecn.nl/docs/library/report/2001/c01129.pdf
21
https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpb-pbl-boek-19-wlo-2015-nederland-2030-en-
22
https://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl-2017-nationale-energieverkenning-2017_2625.PDF
23
https://www.ecn.nl/docs/library/report/2001/c01129.pdf
2050.pdf
2050.pdf
37
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
De prognoses voor de groei of krimp van dienstverlening is in de WLO 2015 gemaakt op het niveau van COROP regio’s. Bij de inschatting van de elektriciteitsvraag van dienstverlening op gemeenteniveau in 2030 is de veronderstelling gemaakt dat de voorspelde groei of krimp geldt voor alle gemeenten binnen de desbetreffende COROP regio. In tegenstelling tot woningen, is bij de inschatting van de verwachte warmtevraag van dienstverlening in 2030 wel een verdere onderverdeling gemaakt, met name tussen publieke en commerciële dienstverlening. Deze keuze is gemaakt omdat voor sommige gemeenten slechts gedeeltelijke gasvraagdata uit 2017 beschikbaar zijn: dus data voor ofwel commerciële ofwel publieke dienstverlening ontbreken. De onderverdeling in commerciële en publieke dienstverlening is behouden in 2030 om deze gemeenten toch een inschatting te kunnen geven voor de evolutie van warmtevraag van dat deel van de dienstverlening waarvoor wel data beschikbaar zijn. Net zoals bij woningen, zijn de laatst beschikbare gasvraagdata van 2017, en volgen ze de gemeente-indeling van 2019. Omdat gasvraagdata voor commerciële en/of publieke dienstverlening ontbreken voor 9% van de gemeenten kunnen geen kaartlagen op RES-regioniveau gemaakt worden die een representatieve weergave zijn van het warmtevraag van de dienstverlening per RESregio.
Omschrijving attributen In onderstaande tabellen staan de attributen omschreven die in deze kaartlagen te vinden zijn. Kaartlaag alle dienstverlening
38
Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
Rescode
RES-regiocode
-
Geodan
res_regio
RES-regionaam
-
Geodan
GM_Code
Gemeentecode
-
Geodan
Gemeentena
Gemeentenaam
-
Geodan
GU30_m3
Gasvraag alle dienstverlening in 2030 (m3/jaar)
m3/jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
WU30_TJ
Warmtevraag alle dienstverlening in 2030 (TJ/jaar)
TJ/jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
WU30_GWh
Warmtevraag alle dienstverlening in 2030 (GWh/jaar)
GWh/jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
VWU30_TJ
Verschil in warmtevraag van alle dienstverlening ten opzichte van 2017 (GWh/jaar)
TJ/jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
VWU30_GWh
Verschil in warmtevraag van alle dienstverlening ten opzichte van 2017 (TJ/jaar)
GWh/jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
Kaartlaag commerciële dienstverlening Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
Rescode
RES-regiocode
-
Geodan
res_regio
RES-regionaam
-
Geodan
GM_Code
Gemeentecode
-
Geodan
Gemeentena
Gemeentenaam
-
GC30_m3
Geodan
Gasvraag commerciële dienstverlening in 2030 (m3/jaar)
3
m /jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
WC30_TJ
Warmtevraag commerciële dienstverlening in 2030 (TJ/jaar)
TJ/jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
WC30_GWh
Warmtevraag commerciële dienstverlening in 2030 (GWh/jaar)
GWh/jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
VWC30_TJ
Verschil in warmtevraag van commerciële dienstverlening ten opzichte van 2017 (GWh/jaar)
TJ/jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
VWC30_GWh
Verschil in warmtevraag van commerciële dienstverlening ten opzichte van 2017 (TJ/jaar)
GWh/jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
Volledige naam
Eenheid
Bron
Rescode
RES-regiocode
-
Geodan
res_regio
RES-regionaam
-
Geodan
GM_Code
Gemeentecode
-
Geodan
Gemeentena
Gemeentenaam
-
GP30_m3
Gasvraag publieke dienstverlening in 2030 (m3/jaar)
m /jaar
Kaartlaag publieke dienstverlening Veldnaam
39
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Geodan 3
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
WP30_TJ
Warmtevraag publieke dienstverlening in 2030 (TJ/jaar)
TJ/jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
WP30_GWh
Warmtevraag publieke dienstverlening in 2030 (GWh/jaar)
GWh/jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
VWP30_TJ
Verschil in warmtevraag van publieke dienstverlening ten opzichte van 2017 (GWh/jaar)
TJ/jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
VWP30_GWh
Verschil in warmtevraag van publieke dienstverlening ten opzichte van 2017 (TJ/jaar)
GWh/jaar
CE Delft berekeningen op basis van Klimaatmonitor, PRIMOS en NEV 2017
Gebruik en beperkingen Deze kaartlagen toont een indicatie van de verwachte warmtevraag van de dienstverlening op jaarbasis voor het jaar 2030. Voor 6% van de gemeenten ontbreken data voor commerciële dienstverlening op Klimaatmonitor, voor 4% van de gemeenten ontbreken data voor publieke dienstverlening. De berekening van de elektriciteitsvraag van alle dienstverlening is enkel uitgevoerd voor gemeenten waarvoor alle data beschikbaar is. Daardoor ontbreekt deze waarde voor 9% van de gemeenten. De kaartlagen kunnen worden gebruikt door de gemeente om inzicht te krijgen in de verwachte ontwikkeling van het jaarverbruik van de dienstverlening tussen 2017 en 2030. De vraag in 2030 is gebaseerd op de meest recente bronnen zoals beschikbaar begin maart 2019, en dient geüpdatet te worden zodra nieuwe inzichten en data beschikbaar worden. In het bijzonder houdt de energiebesparingsverwachting van de NEV 2017 (vastgesteld en voorgenomen beleid) nog geen rekening met beleidsmaatregelen die voortvloeien uit het Klimaatakkoord. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij de interpretatie van de elektriciteitsvraag van woningen in 2030. Hoewel in deze kaartlagen een onderscheid is gemaakt tussen commerciële en publieke dienstverlening, dient dit onderscheid vooral om gemeenten waarvoor slechts gedeeltelijke data beschikbaar zijn een zo goed mogelijk beeld te geven.
Zowel de voorspelling van de groei of krimp van de dienstverlening, als de verwachte efficiëntieverbetering zijn gelijk voor commerciële en publieke dienstverlening in een gegeven gemeente: noch de WLO 2015, noch de NEV 2017 maken onderscheid tussen commerciële en publieke dienstverlening. Verder is belangrijk op te merken dat in de NEV 2017 slechts één landelijk gemiddeld besparingspercentage beschikbaar is voor dienstverlening. Dit besparingspercentage houdt rekening met de aanscherping van eisen bij nieuwbouwwoningen naar bijna energieneutraal, en gaat uit van een landelijk gemiddelde toevoeging van nieuwbouw. In deze kaartlagen is echter rekening gehouden met lokale voorspellingen van groei en
40
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
krimp van dienstverlening. Door lokale afwijkingen in het aandeel nieuwbouw, alsook door lokale verschillen in ouderdom, staat en renovatie van bestaande gebouwen kan het lokaal energiebesparingspercentage (sterk) afwijken van het landelijk gemiddelde. Daarnaast omvat het gemiddeld energiebesparingspercentage zowel de elektriciteits- als de warmtevraag. Hierdoor is de gemaakte inschatting van de warmtevraag in 2030 wellicht een overschatting: naar verwachting zal de warmtevraag sneller afnemen door verbeteringen in isolatie, terwijl de elektriciteitsvraag zowel kan afnemen door verbeteringen in efficiëntie als toenemen door groei in apparaten en all-electric warmteoplossingen. In de download staat in de attributen ter referentie ook de gasvraag in 2030. Dit is opgenomen om de berekeningswijze helder te documenteren. Deze inschatting van de gasvraag in 2030 moet gezien worden als een tussenstap in de berekeningen, en geen voorspelling van de effectieve gasvraag in 2030. De verwachte warmtevraag in 2030 kan voldaan worden door uiteenlopende technieken en energiedragers, waaronder elektriciteit. In dat laatste geval dient de warmtevraag die door elektriciteit voldaan wordt opgeteld te worden bij de verwachte elektriciteitsvraag in 2030.
41
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Mobiliteit 2017 en 2030 Betreft kaartlagen: — Indicatie huidige laadvraag — Conservatieve schatting laadvraag in 2030 — Optimistische schatting laadvraag in 2030 Methodiek De elektriciteitsvraag voor mobiliteit houdt rekening met de laadvraag van elektrische personen- en bestelvoertuigen. Deze laadvraag is berekend op basis van geschatte aantallen elektrische voertuigen in elke gemeente. Deze aantallen zijn gebaseerd op nationale data van het aantal elektrische voertuigen van Nederland Elektrisch, die naar rato verdeeld zijn over de gemeenten volgens het totaal aantal personen- en bestelvoertuigen in 2018 (data CBS). De laadvraag van elektrische voertuigen is berekend op basis het CE Delft mobiliteitsmodel CELINE 24. Het is een rekenmodel dat voor heel Nederland de energievraag voor het laden van alle elektrische voertuigen bepaalt, en dan afpelt hoe deze energievraag wordt bediend door privélaadpunten, snellaadpunten, semi-publieke laadpunten en de openbaar toegankelijke laadpunten. Het model werkt met gemiddelden die van toepassing zijn voor Nederland en maakt onderscheid tussen plugin hybride (PHEV) en volledig elektrische (BEV) auto’s 25. Voor dit project wordt er gebruik gemaakt van het totale benodigde laadenergie. CELINE gebruikt meerdere databronnen.
Zo wordt er gewerkt met projecties van het elektrische wagenpark (BEV en PHEV) in Nederland uit de NEV (PBL, 2017)) en uit Ecofys (Ecofys, 2016). Aantallen elektrische personenauto’s en bedrijfswagens worden ingevoerd voor het zichtjaar 2030. De elektrische vloot van eind 2018 (Nederland Elektrisch, 2019) wordt gebruikt om een beeld te krijgen van de huidige energievraag. Tabel 1 – Aantallen voertuigen BEV en PHEV in Nederland (PBL, 2017; Nederland Elektrisch, 2019; Ecofys, 2016) Categorie
Technologie
Personenauto’s
BEV
44.984
229.674
450.500
PHEV
97.702
812.384
1.187.300
BEV
3.196
6.500
95.200
PHEV
-
3.000
-
Bedrijfswagens
Aantallen 2018
NEV cijfers 2030
Ecofys cijfers 2030
De belangrijkste invoerparameters voor CELINE waarmee het rij- en laadgedrag wordt berekend zijn: — EV vloot (BEV en PHEV) per jaar; — Jaarkilometrage van voertuigen (inclusief een weging van particulier en zakelijke kilometrages voor personenauto’s);
42
24
Zie http://www.ce.nl/celine-ev-laadinfra
25
BEV staat voor Batterij Elektrisch Voertuig, PHEV staat voor Plug-in Hybride Elektrisch Voertuig.
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
— Gemiddelde actieradius van elektrische voertuigen, gelet op verbruik en range naar ratio van vloot, en de ontwikkeling van de actieradius in de tijd; — Verdeling van het aantal laadsessies per type laadpunt (met onderscheid naar privélaadpunten, snellaadpunten, semi-publieke laadpunten en de openbaar toegankelijke laadpunten); — Gemiddeld laadvermogen per type laadpaal; — Het laadgedrag per laadpunt met onderscheid naar type laadpunt (het laadgedrag van bedrijfswagens wordt gelijk verondersteld aan dat van personenauto’s). CELINE berekent vervolgens het aantal benodigde laadsessies. Dit wordt vermenigvuldigd met de gemiddelde energie per laadsessie (die ook door CELINE wordt berekend). Hieruit volgt de totale benodigde hoeveelheid elektrische energie per jaar. In een nabewerking is deze totale benodigde laadenergie verdeeld over de gemeenten naar rato van het aantal voertuigregistraties in de betreffende gemeente. Via CBS-statline zijn gegevens verzameld van aantallen geregistreerde personenauto’s en bedrijfswagens per gemeente (CBS, 2018). Het resultaat is een weergave van benodigde laadenergie per gemeente voor de projectie van elektrische voertuigen in 2030. Omschrijving attributen In onderstaande tabellen staan de attributen omschreven die in deze kaartlagen te vinden zijn. Kaartlaag indicatie huidige laadvraag Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
Gemeentena
Gemeentenaam
-
Geodan
GM_Code
Gemeentecode
-
Geodan
res_regio
RES-regionaam
-
Geodan
Rescode
RES-regiocode
-
Geodan
EM18_TJ
Schatting laadvraag personen- en bestelvoertuigen in 2018 (TJ/jaar)
TJ/jaar
CE Delft berekeningen
EM18_GWh
Schatting laadvraag personen- en bestelvoertuigen in 2018 (GWh/jaar)
GWh/jaar
CE Delft berekeningen
Kaartlaag conservatieve schatting laadvraag in 2030
43
Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
Gemeentena
Gemeentenaam
-
Geodan
GM_Code
Gemeentecode
-
Geodan
res_regio
RES-regionaam
-
Geodan
Rescode
RES-regiocode
-
Geodan
Em30L_TJ
Conservatieve schatting laadvraag personen- en bestelvoertuigen in 2030 (TJ/jaar)
TJ/jaar
CE Delft berekeningen
Em30L_GWh
Conservatieve schatting laadvraag personen- en bestelvoertuigen in 2030 (GWh/jaar)
GWh/jaar
CE Delft berekeningen
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Kaartlaag indicatie huidige laadvraag Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
Gemeentena
Gemeentenaam
-
Geodan
GM_Code
Gemeentecode
-
Geodan
res_regio
RES-regionaam
-
Geodan
Rescode
RES-regiocode
-
Geodan
Em 0H_TJ
Optimistische schatting laadvraag personen- en bestelvoertuigen in 2030 (TJ/jaar)
TJ/jaar
CE Delft berekeningen
Em30H_GWh
Optimistische schatting laadvraag personen- en bestelvoertuigen in 2030 (GWh/jaar)
GWh/jaar
CE Delft berekeningen
3
Gebruik en beperkingen Deze kaartlagen kunnen worden gebruikt door de netbeheerder bij de bepaling van de benodigde netcapaciteit, en door de gemeente om een inschatting te maken van de elektriciteitsvraag van duurzaam wegverkeer. Voor sommige gemeenten geeft deze inschatting een overschatting van de laadbehoefte. Het gaat hierbij om gemeenten waar leasemaatschappijen hun hoofdkantoor hebben, waardoor een groot aantal elektrische voertuigen geregistreerd staan die elders in het land rijden. In onderstaande tabel is voor de top 10 van grootste leasemaatschappijen opgenomen in welke gemeente zij gevestigd zijn. Gemeente
Leasemaatschappij
Almere
Athlon
Amersfoort
PON financial services
Amsterdam
Leaseplan
Breda
Alphabet
Hoofddorp
ALD Automotive
Houten
Arval
Tilburg
ICLH van Mossel
Utrecht
Mercedes-Benz financial services
Utrecht
Terberg leasing
Zeist
Business Lease
De kaartlagen voor mobiliteit geven enkel een verwachting van de elektriciteitsvraag voor personenvervoer en bestelauto’s, en niet voor zwaarder wegverkeer als vrachtwagens en trekker opleggers. Er zijn helaas geen betrouwbare voorspellingen beschikbaar over de ontwikkeling van aantallen elektrische zware bedrijfsvoertuigen. Om die reden is de elektriciteitsvraag van deze voertuigen niet meegenomen in de analyse voor elektrisch vervoer. Een substantiële groei van het aantal E-vrachtwagens kan echter een flinke impact hebben op de energievraag. Ter illustratie, wanneer er in 2030 5.000 volledig elektrisch vrachtwagens zouden rondrijden zou de totale elektrische energievraag met circa 15% toenemen.
44
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Aanbod Huidig aanbod en projecten in de pijplijn Hernieuwbare elektriciteit uit windenergie en projecten in de pijplijn Betreft kaartlagen: − Hernieuwbare elektriciteit uit windenergie per RES-regio in 2019 (TJ/jaar) − Hernieuwbare elektriciteit uit windenergie per gemeente in 2019 (TJ/jaar) − Hernieuwbare elektriciteit in de pijplijn uit wind per RES-regio in 2019 (TJ/jaar) − Hernieuwbare elektriciteit in de pijplijn uit wind per gemeente in 2019 (TJ/jaar) Methodiek Hernieuwbare elektriciteit uit windenergie Deze kaartlaag geeft een schatting van de opgewekte jaaropbrengst van de bestaande windturbines op land. De opbrengst is berekend aan de hand van het vermogen dat momenteel is opgesteld vermenigvuldigd met een geschat aantal vollasturen dat op deze locatie van toepassing is. Het aantal vollasturen waar in de huidige (2019) SDE+-regeling mee wordt gerekend per windsnelheidsgebied verschilt met het aantal vollasturen waarmee in het verleden is gerekend. Voor de bestaande windturbines is voor de schatting van de vollasturen een analyse gemaakt op basis van de gerealiseerde projecten uit de SDE lijst 26. Hierin is een gemiddeld aantal vollasturen per windsnelheidsgebied berekend. Dit gemiddelde aantal vollasturen is vervolgens vermenigvuldigd met het opgestelde vermogen binnen een windsnelheidsgebied. Deze rekensom bepaalt de geschatte jaarlijkse productie.
Categorie windsnelheid
Wind op land, ≥ 8,0 m/s
Gemiddeld aantal Vollasturen op basis van SDE-analyse (uren/jaar) 2.116
Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
3.725
Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
1.943
Wind op land, < 7,0 m/s
2.007
Hernieuwbare elektriciteit uit projecten in de pijplijn Deze kaartlaag geeft een schatting van de opgewekte jaaropbrengst uit de windprojecten die in de pijplijn zitten. Vanuit de Monitor wind op land 27 die is opgesteld door RVO zijn aan de projecten die in de pijplijn zitten op basis van de toegekende windsnelheid die momenteel in de SDE+ regeling 28 wordt gehanteerd de potenties berekend. Binnen de projecten is een onderscheid in de verschillende fases (voortraject, vergunningprocedure,
45
26
SDE projecten in beheer, januari 2019, RVO 2019.
27
Monitor wind op land 2018, 6e editie, april 2019, RVO.
28
Eindadvies basisbedragen SDE+ 2019, PBL 2019.
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
ruimtelijke procedure en bouw) waarin het project zich bevindt op 1 januari 2019. De potenties zijn opgedeeld naar status en een totale opstelling van de pijplijn. Omschrijving attributen Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
Resregio / gemnaam
Naam res-regio of gemeentenaam
n.v.t.
n.v.t.
Rescode/gmcode
Code Res-regio of code gemeente
n.v.t.
n.v.t.
Pvcode
Code provincie
n.v.t.
n.v.t.
Opg_vm_kw
Opgesteld vermogen in kW
kW
windstats.nl
Opw_jr_gwh
Geschatte jaaropbrengst (GWh/jaar)
GWh/jaar
Berekening op basis van het aantal vollasturen uit de SDE+ regeling
Opw_jr_tj
Geschatte jaaropbrengst (TJ/jaar)
TJ/jaar
Berekening op basis van het aantal vollasturen uit de SDE+ regeling
Prp_jr_tj
Geschatte jaaropbrengst projecten in de pijplijn ruimtelijke procedure (TJ/jaar)
TJ/jaar
Monitor Wind op Land (RVO)
Prp_jr_gwh
Geschatte jaaropbrengst projecten in de pijplijn ruimtelijke procedure (GWh/jaar)
GWh/jaar
Monitor Wind op Land (RVO)
Pvt_jr_tj
Geschatte jaaropbrengst projecten in de pijplijn voortraject (TJ/jaar)
TJ/jaar
Monitor Wind op Land (RVO)
Pvt_jr_gwh
Geschatte jaaropbrengst projecten in de pijplijn voortraject (GWh/jaar)
GWh/jaar
Monitor Wind op Land (RVO)
Pvb_jr_tj
Geschatte jaaropbrengst projecten in de pijplijn voorbereiding bouw (TJ/jaar)
TJ/jaar
Monitor Wind op Land (RVO)
Pvb_jr_gwh
Geschatte jaaropbrengst projecten in de pijplijn voorbereiding bouw (GWh/jaar)
GWh/jaar
Monitor Wind op Land (RVO)
Pvg_jr_tj
Geschatte jaaropbrengst projecten in de pijplijn vergunningprocedure (TJ/jaar)
TJ/jaar
Monitor Wind op Land (RVO)
Pvg_jr_gwh
Geschatte jaaropbrengst projecten in de pijplijn vergunningprocedure (GWh/jaar)
GWh/jaar
Monitor Wind op Land (RVO)
Pt_jr_gwh
Geschatte jaaropbrengst projecten in de pijplijn totaalpotentieel (GWh/jaar)
GWh/jaar
Monitor Wind op Land (RVO)
Pt_jr_tj
Geschatte jaaropbrengst projecten in de pijplijn totaalpotentieel (TJ/jaar)
TJ/jaar
Monitor Wind op Land (RVO)
Beperkingen Deze kaartlaag toont de (d.d. 18-3-2019) bekende wind-energieprojecten en de pijplijnprojecten, en geeft een indicatie van hun elektriciteitsproductie. De jaaropbrengsten zijn schattingen. De daadwerkelijke elektriciteitsproductie is bekend bij de initiatiefnemer.
46
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Bestaande windturbines Betreft kaartlagen: — Bestaande windturbines Methodiek Deze kaartlaag geeft een actueel overzicht (maart 2019) van de bestaande windturbines in Nederland. Deze dataset geeft een aantal kenmerken van de turbines. Omschrijving attributen In onderstaande tabel staan de attributen omschreven die in deze kaartlagen te vinden zijn. Veldnaam
Volledige naam
Eenhei d
Bron
Id
id
n.v.t
n.v.t.
Naam_wt
Naam windturbine
n.v.t.
Windstats.nl/Bosch & van Rijn
Ashoogte_m
Ashoogte windturbine
m
Windstats.nl/Bosch & van Rijn
Diameter_m
Diameter rotor
m
Windstats.nl/Bosch & van Rijn
Verm_kW
Vermogen windturbine
kW
Windstats.nl/Bosch & van Rijn
Gemeentenm
Gemeentenaam
n.v.t.
n.v.t.
Gem_code
Gemeentecode
n.v.t.
n.v.t.
Resregio
Naam resregio
n.v.t.
n.v.t.
Rescode
Code resregio
n.v.t.
n.v.t.
Gebruik en beperkingen Deze kaartlaag toont de momenteel (d.d. 18-3-2019) bekende windturbines. Deze data is beperkte weergave van een uitgebreide dataset van windturbines die is ontwikkeld en wordt geactualiseerd door Bosch & van Rijn (link).
47
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie PV Betreft kaartlagen: − Hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie per RES-regio in 2017 (TJ/jaar) − Hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie per gemeente in 2017 (TJ/jaar) Methodiek Deze kaartlaag geeft een weergave van de geschatte jaarproductie van PV-installaties in het jaar 2017 (maart). De data zijn afkomstig van Klimaatmonitor en is tot stand gekomen door een verzameling van meerdere bronnen. Op basis van het opgestelde vermogen is een schatting gemaakt van de jaaropbrengst door deze te vermenigvuldigen met het gemiddelde aantal zonuren (950) dat in de SDE+ regeling wordt gehanteerd. 29 Er is een onderverdeling gemaakt van een deel dat van de opwek tot stand gekomen is door de SDE-regeling en een deel dat op een andere wijze is gerealiseerd. Dit kan worden vertaald naar grootschalige opwek en kleinschalige opwek. Omschrijving attributen Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
Gemnaam / resregio
Gemeentenaam of Res-regio
n.v.t.
n.v.t.
Rescode / gmcode
Gemeentecode of Res-code
n.v.t.
n.v.t.
Opw_jr_gwh
Geschatte opwek per jaar
GWh/jaar
Berekening op basis van klimaatmonitor
Opw_jr_tj
Geschatte opwek per jaar
TJ/jaar
Berekening op basis van klimaatmonitor
sde_jr_gwh
Geschatte deel opwek grootschalige projecten per jaar
GWh/jaar
Berekening op basis van klimaatmonitor
sde_jr_tj
Geschatte deel opwek grootschalige projecten per jaar
TJ/jaar
Berekening op basis van klimaatmonitor
Ove_jr_gwh
Geschatte deel opwek kleinschalige projecten per jaar
GWh/jaar
Berekening op basis van klimaatmonitor
Ove_jr_tj
Geschatte deel opwek kleinschalige projecten per jaar
TJ/jaar
Berekening op basis van klimaatmonitor
Beperkingen Deze kaartlaag toont de (d.d. 1-3-2017) bekende zonne-energieprojecten, en geeft een indicatie van hun elektriciteitsproductie. De daadwerkelijke elektriciteitsproductie is bekend bij de initiatiefnemer.
29
48
Eindadvies basisbedragen SDE+ 2019, PBL 2019.
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Hernieuwbare elektriciteit beschikte SDE uit zonne-energie (PV) Betreft kaartlagen: − Hernieuwbare elektriciteit beschikte SDE uit zon-PV per Res-regio 2017 (TJ/jaar) − Hernieuwbare elektriciteit beschikte SDE uit zon-PV per gemeente 2017 (TJ/jaar) Methodiek Deze kaartlaag geeft een geschatte potentie van de grootschalige zonne-energie PV projecten die nog niet gerealiseerd zijn, maar wel beschikt zijn op de SDE+ beheerprojecten van 1 april 2018. In het overzicht zijn enkel de projecten meegenomen die binnen de gestelde uitvoeringsperiode vallen die als voorwaarden gesteld worden in de SDE-regeling. Het geschatte vermogen bestaat uit een optelling van het geschatte vermogen uit de SDE-lijst.
Omschrijving attributen Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
Gemnaam / resregio
Gemeentenaam of Res-regio
n.v.t.
n.v.t.
Rescode / gmcode Sdebjr_gwh
Gemeentecode of Res-code
n.v.t.
n.v.t.
Geschatte opwek beschikte grootschalig projecten (GWh/jaar)
GWh/jaar
Berekening op basis van SDE lijst (projecten in beheer (apr 2018)
Geschatte opwek beschikte grootschalig projecten (TJ/jaar)
TJ/jaar
Berekening op basis van SDE lijst (projecten in beheer (apr 2018)
Sdebjr_tj
Beperkingen Het geeft een overzicht van de situatie van de projecten tot 2018, waarin alle projecten van 2017 zijn meegenomen. In het overzicht van gerealiseerde projecten is een overzicht dat tot 1 maart 2017 is opgesteld. Wanneer beide naast elkaar gelegd worden zijn de gerealiseerde projecten in de periode maart tot december 2017 niet weergegeven.
Gerealiseerde Zonneparken Betreft kaartlagen: — Gerealiseerde zonneparken Methodiek Deze kaartlaag is een overzicht van alle veldprojecten zonne-energie die gerealiseerd zijn en die voorkomen op de SDE+ lijst 30, voor zover er informatie te vinden is over de locatie.
30
49
SDE projecten in beheer, mei 2019, RVO 2019.
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Deze lijst is aangevuld met een aantal grondgebonden postcode-roos projecten - die niet voorkomen in de SDE+ lijst - uit de Lokale energie monitor 31 van Hier opgewekt. Omschrijving attributen Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
referentie
Verwijzing naar het SDE identificatienummer
n.v.t
SDE+ projectenlijst meid 2019
Gebruik en beperkingen In deze kaart is getracht een zo volledig mogelijk overzicht te geven van de ligging van de bestaande zonne-parken. Er is gezocht naar luchtfoto’s, artikelen of (ruimtelijke) plankaarten. In de inventarisatie is geconstateerd dat voor een aantal van de projecten in de SDE+ lijst nog weinig of geen informatie te vinden is ondanks dat ze gerealiseerd zijn, daarnaast geldt het voor een aantal parken dat er meerdere aanvragen betrekking hebben op dezelfde locatie.
Hernieuwbare elektriciteit uit warmtekrachtkoppeling van rioolwaterzuiveringsinstallaties Betreft kaartlagen: — Hernieuwbare elektriciteit uit WKK van RWZI's in 2017 (TJ/jaar) Methodiek Deze kaartlaag geeft de warmtekrachtkoppeling (WKK) van rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) als puntbronnen weer. De data zijn geleverd door de Unie van Waterschappen en beschrijven de geproduceerde elektriciteit en warmte in 2017 (de meest actueel beschikbare data). Omschrijving attributen In onderstaande tabel staan de attributen omschreven die in deze kaartlagen te vinden zijn. Alle kaartlagen Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
Naam rwzi
Naam rioolwaterzuiveringsinstallatie
-
Unie van Waterschappen
Adres
Straatnaam en nummer
-
Unie van Waterschappen
Woonplaats
Gemeente
-
Unie van Waterschappen
Waterschap
Waterschap
-
Unie van Waterschappen
E_WKK_TJ
Elektriciteit geproduceerd door de warmtekrachtkoppeling (TJ/jaar)
TJ/jaar
Unie van Waterschappen
E_WKK_GWh
Elektriciteit geproduceerd door de warmtekrachtkoppeling (GWh/jaar)
GWh/jaar
Unie van Waterschappen
31
50
Lokale energie monitor 2018, Hier opgewekt, 2018.
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
W_WKK_TJ
Warmte geproduceerd door de warmtekrachtkoppeling (TJ/jaar)
TJ/jaar
Unie van Waterschappen
W_WKK_GWh
Warmte geproduceerd door de warmtekrachtkoppeling (GWh/jaar)
GWh/jaar
Unie van Waterschappen
Gebruik en beperkingen Deze kaartlaag toont de meest recente data over de hoeveelheden elektriciteit en warmte geproduceerd door WKK’s van RWZI’s. De daadwerkelijke productie is bekend bij de initiatiefnemer. De elektriciteits- en warmteopwek door WKK’s van RWZI’s is ook meegenomen in de bepaling van de overige hernieuwbare elektriciteit- en warmteopwek per gemeente, voor zover bekend bij de Klimaatmonitor. De kaartlaag “Hernieuwbare elektriciteit uit WKK van RWZI's in 2017 (TJ/jaar)” mag daarom niet opgeteld worden bij de kaartlagen “Hernieuwbare elektriciteit uit biogas (covergisting, RWZI, GFT, VGI en stortgas), decentrale biomassaverbranding, en waterkracht in 2017 (TJ/jaar)” en “Hernieuwbare warmte uit biogas (covergisting, stortgas, GFT, VGI, RWZI), afvalverbranding, biomassaketels bedrijven, en decentrale verbranding biomassa in WKK's (2017)”.
Geothermie Betreft kaartlagen: — Schatting productie warmte uit bestaande geothermieprojecten (TJ/jaar) Methodiek Deze dataset toont per puntbron de geschatte productie van warmte uit geothermieprojecten in 2018. De huidige geothermiebronnen zijn afkomstig van het overzicht van lokale geothermieprojecten in Nederland van het Platform geothermie (link). Dit overzicht geeft de capaciteit (MW) op puntlocaties. In deze kaartlaag zijn deze capaciteiten omgerekend tot de warmteproductie. Hiervoor zijn de capaciteiten in MW vermenigvuldigd met 6.000 vollasturen per jaar (conform PBL 2019 32).
32
51
Eindadvies basisbedragen SDE+ 2019, PBL 2019.
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Omschrijving attributen In onderstaande tabel staan de attributen omschreven die in deze kaartlaag te vinden zijn. Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
Latitude
Gemeentenaam
Platform Geothermie
Longitude
Gemeentecode
Platform Geothermie
GPGT18_GWh
Schatting productie warmte uit geothermie (GWh/jaar)
GWh/jaar
Berekening op basis van data Platform Geothermie
GPGT18_TJ
Schatting productie warmte uit geothermie (TJ/jaar)
TJ/jaar
Berekening op basis van data Platform Geothermie
Gebruik en beperkingen Deze kaartlaag toont de momenteel (d.d. 28-2-2019) bekende geothermieprojecten, en geeft een indicatie van hun warmteproductie. De daadwerkelijke warmteproductie is bekend bij de initiatiefnemer.
52
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Overige hernieuwbare elektriciteit en warmte Betreft kaartlagen: — Hernieuwbare elektriciteit uit biogas (covergisting, RWZI, GFT, VGI en stortgas), decentrale biomassaverbranding, en waterkracht in 2017 (TJ/jaar) — Hernieuwbare warmte uit biogas (covergisting, stortgas, GFT, VGI, RWZI), afvalverbranding, biomassaketels bedrijven, en decentrale verbranding biomassa in WKK’s in 2017 (TJ/jaar) — Hernieuwbare elektriciteit uit WKK van RWZI's in 2017 (TJ/jaar) — Hernieuwbare warmte uit WKK van RWZI's in 2017 (TJ/jaar) Methodiek De huidige opwerk van hernieuwbare elektriciteit en biomassa uit verschillende bronnen zijn rechtstreeks overgenomen van de Klimaatmonitor 33. Net zoals bij elektriciteits- en warmtevraag, zijn de laatst beschikbare opwekdata van 2017, en volgen ze de gemeenteindeling van 2018. Deze data zijn, net zoals voor vraag, vertaald naar de gemeenteindeling van 2019 gebruik makend van de CBS Hulpbestanden Tijdreeksen 34. Door de gevolgde methode ontstaan dezelfde onnauwkeurigheden (zie Methodiek Elektriciteitsvraag 2017 Woningen). De data op de Klimaatmonitor zijn “gealloceerde” data. De hoeveelheden hernieuwbare opwek worden door het CBS niet gepubliceerd omwille van de herleidbaarheid naar individuele installaties.
De data beschikbaar op de Klimaatmonitor zijn de nationale of provinciale hoeveelheden energie die verdeeld (gealloceerd) zijn over de gemeenten op basis van het opgesteld vermogen per gemeente of een andere relevante verdeelsleutel. Deze methodiek is beschreven in de rapportage Hernieuwbare Energie 35. Voor de WKK’s van Waterschappen is separaat door de Unie van Waterschappen data aangeleverd over de geproduceerde warmte en elektriciteit in het jaar 2017. Deze gegevens zijn als puntbronnen gevisualiseerd. Omschrijving attributen In onderstaande tabellen staan de attributen omschreven die in deze kaartlagen te vinden zijn. Kaartlaag hernieuwbare elektriciteit uit biogas (covergisting, RWZI, GFT, VGI en stortgas), decentrale biomassaverbranding, en waterkracht in 2017 (TJ/jaar) Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
Gemeentena
Gemeentenaam
-
Geodan
GM_Code
Gemeentecode
-
Geodan
res_regio
RES-regionaam
-
Geodan
33
https://klimaatmonitor.databank.nl/Jive
34
https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/nederland-regionaal/gemeente/gemeenten-en-regionale-
35
https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2018/40/hernieuwbare-energie-in-nederland-2017
indelingen/hulpbestanden-tijdreeksen
53
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
Rescode
RES-regiocode
-
Geodan
HE17_TJ
Hernieuwbare elektriciteit uit biogas (covergisting, RWZI, GFT, VGI en stortgas), decentrale biomassaverbranding, en waterkracht (TJ/jaar)
TJ/jaar
Klimaatmonitor
HE17_GWh
Hernieuwbare elektriciteit uit biogas (covergisting, RWZI, GFT, VGI en stortgas), decentrale biomassaverbranding, en waterkracht (GWh/jaar)
GWh/jaar
Klimaatmonitor
BC17_TJ
Hernieuwbare elektriciteit uit biogas covergisting (TJ/jaar)
TJ/jaar
Klimaatmonitor
BC17_GWh
Hernieuwbare elektriciteit uit biogas covergisting (GWh/jaar)
GWh/jaar
Klimaatmonitor
BR17_TJ
Hernieuwbare elektriciteit uit biogas van RWZI's (TJ/jaar)
TJ/jaar
Klimaatmonitor
BR17_GWh
Hernieuwbare elektriciteit uit biogas van RWZI's (GWh/jaar)
GWh/jaar
Klimaatmonitor
SG17_TJ
Hernieuwbare elektriciteit uit stortgas (TJ/jaar)
TJ/jaar
Klimaatmonitor
SG17_GWh
Hernieuwbare elektriciteit uit stortgas (GWh/jaar)
GWh/jaar
Klimaatmonitor
BT17_TJ
Hernieuwbare elektriciteit uit biogas (covergisting, RWZI, GFT, VGI en stortgas) (TJ/jaar)
TJ/jaar
Klimaatmonitor
BT17_GWh
Hernieuwbare elektriciteit uit biogas (covergisting, RWZI, GFT, VGI en stortgas) (GWh/jaar)
GWh/jaar
Klimaatmonitor
DC17_TJ
Hernieuwbare elektriciteit uit decentrale verbranding biomassa in WKK (TJ/jaar)
TJ/jaar
Klimaatmonitor
DC17_GWh
Hernieuwbare elektriciteit uit decentrale verbranding biomassa in WKK (GWh/jaar)
GWh/jaar
Klimaatmonitor
WK17_TJ
Hernieuwbare elektriciteit uit waterkracht (TJ/jaar)
TJ/jaar
Klimaatmonitor
WK17_GWh
Hernieuwbare elektriciteit uit waterkracht (GWh/jaar)
GWh/jaar
Klimaatmonitor
Kaartlaag hernieuwbare warmte uit biogas (covergisting, stortgas, GFT, VGI, RWZI), afvalverbranding, biomassaketels bedrijven, en decentrale verbranding biomassa in WKK's (2017)
54
Veldnaam
Volledige naam
Gemeentena
Gemeentenaam
-
Geodan
GM_Code
Gemeentecode
-
Geodan
res_regio
RES-regionaam
-
Geodan
Rescode
RES-regiocode
-
Geodan
HW17_TJ
Hernieuwbare warmte uit biogas (covergisting, stortgas, GFT, VGI, RWZI), afvalverbranding, biomassaketels bedrijven,
TJ/jaar
Klimaatmonitor
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Eenheid
Bron
Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
en decentrale verbranding biomassa in WKK's (TJ/jaar) HW17_GWh
Hernieuwbare warmte uit biogas (covergisting, stortgas, GFT, VGI, RWZI), afvalverbranding, biomassaketels bedrijven, en decentrale verbranding biomassa in WKK's (GWh/jaar)
GWh/jaar
Klimaatmonitor
BRW17_TJ
Hernieuwbare warmte uit biogas RWZI's (TJ/jaar)
TJ/jaar
Klimaatmonitor
BRW17_GWh
Hernieuwbare warmte uit biogas RWZI's (GWh/jaar)
GWh/jaar
Klimaatmonitor
SW17_TJ
Hernieuwbare warmte uit stortgas (TJ/jaar)
TJ/jaar
Klimaatmonitor
SW17_GWh
Hernieuwbare warmte uit stortgas (GWh/jaar)
GWh/jaar
Klimaatmonitor
BW17_TJ
Hernieuwbare warmte uit biogas (covergisting, stortgas, GFT, VGI, RWZI) (TJ/jaar)
TJ/jaar
Klimaatmonitor
BW17_GWh
Hernieuwbare warmte uit biogas (covergisting, stortgas, GFT, VGI, RWZI) (GWh/jaar)
GWh/jaar
Klimaatmonitor
AW17_TJ
Hernieuwbare warmte uit afvalverbranding (TJ/jaar)
TJ/jaar
Klimaatmonitor
AW17_GWh
Hernieuwbare warmte uit afvalverbranding (GWh/jaar)
GWh/jaar
Klimaatmonitor
BMW17_TJ
Hernieuwbare warmte uit biomassaketels bedrijven (TJ/jaar)
TJ/jaar
Klimaatmonitor
BMW17_GWh
Hernieuwbare warmte uit biomassaketels bedrijven (GWh/jaar)
GWh/jaar
Klimaatmonitor
DW17_TJ
Hernieuwbare warmte uit decentrale verbranding biomassa in WKK's (TJ/jaar)
TJ/jaar
Klimaatmonitor
DW17_GWh
Hernieuwbare warmte uit decentrale verbranding biomassa in WKK's (GWh/jaar)
GWh/jaar
Klimaatmonitor
Kaartlaag hernieuwbare elektriciteit en warmte uit WKK van RWZI's in 2017 (TJ/jaar) Veldnaam
Volledige naam
Naam rwzi
Naam rioolwaterzuiveringinstallatie
Adres
Straatnaam en nummer
Woonplaats
Gemeente
Waterschap
Waterschap
E_WKK_GWh
Elektriciteit geproduceerd door de warmtekrachtkoppeling (GWh/jaar) Elektriciteit geproduceerd door de warmtekrachtkoppeling (TJ/jaar) Warmte geproduceerd door de warmtekrachtkoppeling (GWh/jaar) Warmte geproduceerd door de warmtekrachtkoppeling (TJ/jaar)
E_WKK_TJ W_WKK_GWh W_WKK_TJ
55
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Eenheid
GWh/jaar TJ/jaar GWh/jaar TJ/jaar
Bron Unie van Waterschappen Unie van Waterschappen Unie van Waterschappen Unie van Waterschappen Unie van Waterschappen Unie van Waterschappen Unie van Waterschappen Unie van Waterschappen
Gebruik en beperkingen Deze kaartlagen geven een indicatie van de huidige opwek van lokale elektriciteit en warmte uit hernieuwbare bronnen. Gemeenten kunnen deze informatie gebruiken om een inschatting te maken van hun huidige opwek. Hierbij is het belangrijk te noteren dat het gaat om gealloceerde data, en dat werkelijke data per gemeente dus kunnen afwijken. Om een precies beeld te krijgen van de werkelijke situatie, wordt geadviseerd om data uit te vragen aan de betrokken lokale partijen.
56
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Theoretisch potentieel aanbod elektriciteit Algemene methodiek voor potentieberekeningen De methodiek voor de berekening van de ruimtelijk technische potentie van windenergie en zonne-energie komt tot stand door eerst te bepalen in welke gebieden de techniek kan worden toegepast en welke gebieden kunnen worden uitgesloten doordat een windturbine in conflict kan zijn met andere functies of bestemmingen in de omgeving. Bij het uitsluiten van gebieden voor windenergie wordt er bekeken of er sprake is van een risico op de veiligheid of impact op de leefkwaliteit. Het gaat hierbij om de veiligheid van personen of voorkomen van rampen (kans op ongelukken), overschrijding van de geluidsnormen (langdurige blootstelling aan geluid) of kans op uitvallen van basisvoorzieningen (nutsleveringen). De ruimte die overblijft na aftrek van deze beperkingen kan worden beschouwd als potentiële ruimte voor het toepassen van windenergie. Dit is een theoretisch ruimtelijk technisch potentieel. Voor zonne-energie gelden geen beperkingen die in strijd zijn met de veiligheid of leefkwaliteit zoals bij windenergie. Toetsingskaartlagen Voor deze overgebleven gebieden geldt niet dat er overal windenergie of zonne-energie is toegestaan vanuit de bestaande (ruimtelijke) wet- en regelgeving.
Er zijn nog meer regels en wetten waarop een initiatief voor een zonnepark project of windproject op getoetst moet worden. Per locatie moet getoetst worden in hoeverre het plaatsen van zonne- of windenergie in strijd is met een beleidsregel of wetgeving. Deze regels vallen onder provinciaal beheer of onder een specifieke toezichthouder. Mogelijke conflict kunnen er zijn met een beschermde status van een gebied (Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland, stiltegebieden, cultureel erfgoed), een project kan in strijd zijn met zones waar activiteiten plaatsvinden voor defensie of burgerluchtvaart (laagvliegroutes of radarinvloed), ruimtelijke reserveringen van infrastructuur of door ander provinciaal of lokaal beleid. Deze gebieden krijgen in de viewer wel een theoretische ruimtelijk technische potentie, maar kunnen in de praktijk afvallen door het beleid en regelgeving. Nieuwe turbine als referentietype In overleg met de NWEA heeft er een update plaatsgevonden van de referentieturbine, die beter aansluit op de ontwikkelingen in de markt. Op basis van de referentieturbine zijn de beperkingen berekend en de potenties berekend. In de eerste versie van de viewer van april 2019 is er uitgegaan van een type turbine 3 MW (Vestas-v90). Dit type geeft onvoldoende een realistisch beeld aan de toekomstige verwachtingen van windenergie.
Om beter aan te sluiten bij de ontwikkelingen op het vlak van windenergie is in overleg met de NWEA gekozen om een grotere referentieturbine 5.6 MW (Vestas V150) als uitgangspunt te nemen. Gebruik en beperkingen viewer De viewer laat zien wat het ruimtelijke effect is wanneer alle richtlijnen en vuistregels worden opgevolgd van de referentieturbine. Dit helpt om inzicht te krijgen naar gebieden waar veel mogelijkheden liggen en gebieden waar minder mogelijkheden zijn voor de toepassing van deze technieken voor duurzame energie. De uitkomsten uit de dataanalyse geven geen beeld van de mogelijkheden voor andere type turbines met andere
57
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
kenmerken. Ook kan het zijn dat regels op specifieke locaties anders worden beoordeeld of dat mitigerende maatregelen aan de turbine meer mogelijkheden biedt.
Windenergie op land en Windenergie in meer Betreft kaartlagen: Potentie windenergie per RES-regio (TJ/jaar) Potentie windenergie per gemeente (TJ/jaar) Methodiek Potentie Deze datasets tonen de resultaten van de theoretische potentieberekening voor windenergie op land en windenergie in meren. De theoretische potentie houdt in dat de ruimtes waar geen beperkingen gelden op gebied van veiligheid en milieu (geluid) beschikbaar zijn voor windenergie. Dit gebeurt door de ruimtes maximaal te vullen met windturbines met een vaste onderlinge afstand. Dit maximum wordt gecorrigeerd met een percentage van 50% voor wind op land vanwege een regeneratie van de windsnelheid die noodzakelijk is bij een maximale opstelling van windturbines in een gebied. In meren is dit effect niet toegepast. De totale potentie per gemeente is een optelling van potenties van wind in meer en wind op land per gemeente, met een afronding naar boven. De potentie voor de RES-regio is bepaald door de uitkomsten van alle gemeenten binnen de RES-regio op te tellen. Technische aspecten referentieturbine (Vestas V-150) Type turbine: 5,6 MW 36 Masthoogte van de turbine: 166 meter Diameter van de rotor: 150 meter Vollasturen afhankelijk van locatie 37 Windsnelheden windsnelhedenkaart per gemeente 38 Categorie windsnelheid
Vollasturen (uren/jaar)
Wind op land, ≥ 8,0 m/s
3.850
Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
3.500
Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
3.170
Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
2.880
Wind op land, < 6,75 m/s
2.650
Wind in meer (water ≥ 1km ) 2
4.220
Plaatsing van turbines
58
36
Referentieturbine Vestas v150, na overleg met NWEA.
37
Conceptadvies basisbedragen SDE++ 2020, PBL 2019.
38
Eindadvies basisbedragen SDE+ 2019, PBL 2019.
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Voor de opstelling van windturbines wordt uitgegaan van de vuistregel van een onderlinge afstand van vier keer de rotordiameter 39. De onderlinge afstand tussen windturbines is nodig vanwege de onderlinge beïnvloeding van luchtstromen die effect heeft op de energieproductie en die voor extra turbulentie kan zorgen wat de technische levensduur van windturbines negatief kan beïnvloeden. Naast de onderlinge afstand geldt ook dat er op land na maximaal drie rijen een afstand van 1 of 1,5 kilometer genomen dient te worden om voldoende ‘regeneratieruimte’ te hebben. 40 Voor de geschikte ruimte is middels een algoritme berekend wat het maximale aantal te plaatsen turbines binnen de beschikbare ruimte mogelijk is. Deze methode baseert op daadwerkelijke plaatsingsmogelijkheid rekening houdend met de onderlinge afstand. Deze methode is nauwkeuriger dan het rekenen met aantal per km2 of met een grid. Voor de regeneratie van windsterkte is een theoretisch percentage van 50% aangenomen in deze analyse. Het potentieel is het aantal te plaatsen turbines vermenigvuldigd met de correctiefactor. Het gemiddeld voor wind op land komt dan uit op 3,39 turbines/km2 voor de gebieden waar theoretisch windenergie mogelijk is. Gebruiksoppervlak Voor de beschikbare ruimte voor windenergie is berekend om wat voor een landgebruik het gaat.
Hierin wordt onderscheid gemaakt in agrarisch land, bebouwd gebied, bos en natuur, waterplassen en overig gebruik.
Omschrijving attributen In onderstaande tabel staan de attributen omschreven die in deze kaartlaag te vinden zijn.
59
Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
Id
Id-nr
n.v.t.
Res_naam/ gem_naam
Res-regio/gemeente
n.v.t.
Res_code/ gem_code/ prv_code
Code Resregio, gemeente of provincie
n.v.t.
Kw
Kilowatt turbine
Opp_meer
n.v.t
Berekend potentieel oppervlak wind in meer (WIM)
2
m
Berekening op basis van laag ruimte voor windenergie en windsnelhedenkaart
Opp_land
Berekend potentieel oppervlak wind op land (WOL)
m2
Berekening op basis van laag ruimte voor windenergie
Pct_agr
Percentage agrarisch gebied van potentieel oppervlak (WOL)
Factor
Berekening op basis van Bestand bodemgebruik 2015 (CBS)
Pct_beb
Percentage bebouwd gebied van potentieel oppervlak (WOL)
Factor
Berekening op basis van Bestand bodemgebruik 2015 (CBS)
Pct_nat
Percentage natuurgebied van potentieel oppervlak (WOL)
Factor
Berekening op basis van Bestand bodemgebruik 2015 (CBS)
Pct_wat
Percentage plassen van potentieel oppervlak (WOL)
Factor
Berekening op basis van Bestand bodemgebruik 2015 (CBS)
39
Op basis van expertise kennis NWEA, 2019.
40
Plan-mer Structuurvisie windenergie op land, bijlage 3, RHDHV 2013.
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
Pct_ovr
Percentage overig gebied van potentieel oppervlak (WOL)
Factor
Berekening op basis van Bestand bodemgebruik 2015 (CBS)
A_max_mr
Maximaal aantal turbines (WIM)
Aantal
Berekening op basis van maximale invulling van turbines en de laag ruimte voor windenergie
TJ_max_mr
Maximaal Potentieel (WIM)
TJ/jaar
Berekening op basis van het maximaal aantal turbines en windsnelhedenkaart
Cor_fac_mr
Correctiefactor percentage (WIM)
Factor
n.v.t.
A_pot_mr
Potentieel aantal turbines (WIM)
Aantal
Berekening op basis van het maximaal aantal turbines en correctiefactor
TJ_pot_mr
Potentiële energieopwek(WIM)
TJ/jaar
Berekening op basis van het potentieel aantal turbines en windsnelhedenkaart
A_km2_mr
Aantal turbines (WIM) per km2
Aantal/km2
Berekening van het aantal potentiële turbines per potentieel oppervlak
A_max_lnd
Maximaal aantal turbines (WOL)
Aantal
Berekening op basis van maximale invulling van turbines en de laag ruimte voor windenergie
TJ_max_lnd
Maximaal Potentieel (WOL)
TJ/jaar
Berekening op basis van het maximaal aantal turbines en windsnelhedenkaart
Cor_fac_lnd
Correctiefactor percentage (WOL)
Factor
n.v.t.
A_pot_lnd
Potentieel aantal turbines (WOL)
Aantal
Berekening op basis van het maximaal aantal turbines en correctiefactor
TJ_pot_lnd
Potentiële energieopwek (WOL)
TJ/jaar
Berekening op basis van het potentieel aantal turbines en windsnelhedenkaart
A_km2_lnd
Aantal turbines (WIM) per km2
Aantal/km2
Berekening van het aantal potentiële turbines per potentieel oppervlak
TJ_tot
Potentiële energieopwek (WOL+WIM)
TJ/jaar
Optelling potentieel wind op land en potentieel wind op meer
Gwh_tot
Potentiële energieopwek (WOL+WIM)
GWh/jaar
Optelling potentieel wind op land en potentieel wind op meer
Gebruik en beperkingen Deze kaartlaag geeft de maximale theoretische potentie aan per gemeente of per regio. Deze kaart geeft de resultaten van het theoretisch maximum te plaatsen turbines in de ruimte die is berekend na aftrek van de invloedzones van de beperkingen rondom veiligheid en milieu. Hierbij is nog geen rekening gehouden met andere beperkingen die voorkomen uit de provinciale regelgeving of door andere oorzaken. Ook wordt er geen rekening gehouden met voorkeuren voor locatie vanuit bijvoorbeeld landschappelijk oogpunt. In de praktijk hebben deze factoren een grote invloed op keuzes.
60
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Ruimte voor windenergie op land en Windenergie in meer Betreft kaartlagen: Eigenschappen wind op land Eigenschappen wind in meer Methodiek Deze kaartlaag geeft aan welke ruimtes potentieel geschikt zijn voor het plaatsen van windturbines van een referentieturbine van 5,6MW. Deze ruimtes zijn volgens berekeningen vrij van beperkingszones. Beperkingszones voor windenergie worden bepaald aan de hand van een veiligheidsafstand ten opzichte van een bron zodat de veiligheid of geluidsnorm worden gegarandeerd. 41 De ruimte die overblijft buiten de beperkingen geldt als potentiële ruimte voor windturbines. Naast deze beperkingen zijn nog een aantal andere oorzaken die de plaatsing van windturbines onmogelijk maken of die onderdeel zijn van een bovenregionale opgave en dus niet binnen het RES-proces vallen, zoals het kustgebied. Het doeljaar voor deze berekeningen is 2030. Wij gaan ervan uit dat de bestaande kassen er in 2030 nog staan en hetzelfde geldt voor de huidige windturbines. Het kustgebied van de Noordzee, Westerschelde en de Waddenzee zijn ook uitgesloten als beschikbare ruimte. Windsnelheid en vollasturen De gemiddelde windsnelheid is niet overal in het land gelijk. Aan kust is deze snelheid sterker dan in het oosten van het land. RVO en KNMI hebben een kaart ontwikkeld met de gemiddelde windsnelheid op 100 meter hoogte over de periode 2004 en 2013.
Het land is in deze kaart opgedeeld in zones. Aan een windsnelheid kan een aantal vollasturen worden toegekend, op basis van verwachte aantal uren dat een turbine kan realiseren. Het aantal vollasturen is in ontwikkeling door de technologische ontwikkeling van de toekomstige turbines. Ook de hoogte van de turbine heeft invloed op het aantal vollasturen, in hogere gebieden is de windsnelheid groter. RVO heeft de tool windviewer ontwikkeld. In deze tool kan per specifieke locatie bekeken worden welke windsnelheid op een hoogte geldt. In de SDE+ en de SDE++ regeling worden aan de zones uit de windkaart een aantal vollasturen per jaar toegekend. In de analyse voor wind op land zijn er vijf categorieën te onderscheiden en voor wind in meer een. Voor wind in meer is de ondergrens van ≥ 1 km2 aangehouden, waarbij de SDE+ categorie wordt aangehouden. Kanttekening hierbij is dat deze vollasturen enkel in zeer grote meren behaald kunnen worden. In de kleine meren zal dit aantal vollasturen in de praktijk niet gehaald worden en beter het aantal vollasturen van wind op land gehanteerd worden. Op basis van het aantal vollasturen er per windturbine kan een theoretische potentie worden berekend in de betreffende ruimte. In de potentieberekening van deze analyse wordt gerekend met een gemiddelde windsnelheid per gemeente.
In werkelijkheid doorkruisen de zones de gemeentes en kunnen bestaan er verschillende windsnelheden binnen een gemeentegrens. In het kader van het doel van deze analyse geeft een 41
61
Handboek risicozonering windturbines, RVO 2014.
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
gemeentegemiddelde een goed inzicht voor de potentiebepaling. Deze methodiek werd tot de SDE+ (2019) gehanteerd. De vollasturen voor de toekomstige referentieturbine zijn gebaseerd op het conceptadvies voor de SDE++ 2020. 42 In onderstaande afbeelding zijn de kaarten afgebeeld met de windsnelheden per gebied. Links de windkaart van Nederland zoals deze in de SDE++ 2020 wordt gehanteerd. Rechts de kaart met de gemiddelden per gemeente in Nederland. Categorie windsnelheid
Vollasturen (uren/jaar)
Wind op land, ≥ 8,0 m/s
3.850
Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
3.500
Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
3.170
Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
2.880
Wind op land, < 6,75 m/s
2.650
Wind in meer (water ≥ 1km2)
4.220
Links de windkaart met werkelijke grenzen, rechts de windkaart met op basis van gemiddelden per gemeente 42
62
Conceptadvies basisbedragen SDE++ 2020, PBL 2019.
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Omschrijving attributen In onderstaande tabel staan de attributen omschreven die in deze kaartlaag te vinden zijn. Veldnaam
Volledige naam
Eenheid
Bron
Id
Id-nr
n.v.t.
Gem_code
Gemeente code
n.v.t.
Gemeentenaam
Gemeentenaam
n.v.t.
Locatie
Wind op land of wind in meer
Windsnel
Gemiddelde windsnelheid per gemeente
meter/seconde
Berekening op basis van windsnelhedenkaart Berekening op basis van windsnelhedenkaart
Vollasture
Aantal vollasturen per gemeente
uren/jaar
Opp_km2
Totale potentiele oppervlak per land op per meer
m2
Agr_km2
Totale oppervlak agrarisch land per ruimtelijk deel van wind op land
m2
Berekening op basis van Bestand bodemgebruik 2015 (CBS)
Beb_km2
Totale oppervlak bebouwd gebied per ruimtelijk deel van wind op land
m2
Berekening op basis van Bestand bodemgebruik 2015 (CBS)
Nat_km2
Totale oppervlak bos en natuur per ruimtelijk deel van wind op land
m2
Berekening op basis van Bestand bodemgebruik 2015 (CBS)
Wat_km2
Totale oppervlak water per ruimtelijk deel van wind op land
m2
Berekening op basis van Bestand bodemgebruik 2015 (CBS)
Ovr_km2
Totale oppervlak overig landgebruik per ruimtelijk deel van wind op land
m2
Berekening op basis van Bestand bodemgebruik 2015 (CBS)
Berekening op basis van windsnelhedenkaart Berekening op basis van Bestand bodemgebruik 2015 (CBS)
Gebruik en beperkingen Deze kaartlaag is een direct resultaat van enkel de berekende beperkingen voor veiligheid en geluid (milieu) en bestaande objecten die plaatsing van nieuwe turbines onmogelijk maken. Het geeft een theoretische weergave aan van ruimte die beschikbaar is na aftrek van de beperkingen rondom veiligheid en milieu. Deze laag geeft geen harde grenzen aan waar een windturbine wel mag staan of niet mag staan. De achterliggende berekeningen zijn tot stand gekomen aan de hand van landelijk dekkende datasets en generieke rekenmethoden. Lokaal kan de situatie afwijken vanwege een afwijkende interpretatie van de regels, onvolledigheid van de data, doordat er maatregelen getroffen kunnen worden aan een turbine zelf of voor een ander type wordt gekozen. In de praktijk zal er in het oosten een grotere en windturbine nodig zijn om hetzelfde resultaat te behalen. In deze analyse is geen rekening gehouden met dit effect.
63
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Beperkingen veiligheid en milieu windenergie op land en windenergie in meer Betreft kaartlagen: Ruimtelijke beperkingen veiligheid en milieu (geluid) Methodiek Bij de plaatsing van windturbines is veiligheid voor de omgeving belangrijk. Vanuit verschillende wet- en regelgeving wordt deze omgeving beschermd op veiligheid en geluid. In het Handboek Risicozonering Windturbines 43 is beschreven op welke onderwerpen de veiligheids- en geluidsnormeringen betrekking hebben op het plaatsen van windturbines en tevens zijn hierin richtlijnen beschreven op welke wijze deze regels vertaald kunnen worden naar ruimtelijke afstanden ten opzichte van een bron. De rekenregels zijn gebaseerd op de afmetingen van de mast en de rotor van de turbine. Voor het berekenen zijn wij uitgegaan van een referentieturbine, de meest voorkomende turbine in Nederland met een gemiddelde masthoogte. Technische aspecten referentieturbine Vestas v-150 Type turbine: 5,6 MW 44 Masthoogte van de turbine: 166 meter Diameter van de rotor: 150 meter Bronnen met hinderzones Bronobject
Specificatie bronobject
Impact
Juridische status 45
Kwetsbare bebouwing
Kwetsbare objecten
Veiligheidsnorm
Activiteitenbesluit
Beperkt kwetsbare bebouwing
Beperkt kwetsbare objecten
Veiligheidsnorm
Activiteitenbesluit
Wegen
Rijkswegen (A), Spoorwegen(N), Stadsroutes (S) Spoorwegen voor personen of goederenvervoer en lightrailverbindingen Vaarwegen
Veiligheidsnorm
Noodzakelijk voor vergunning (RWS) Noodzakelijk voor vergunning (Prorail) Noodzakelijk voor vergunning (RWS)
75 m vanaf rand weg 83 m vanaf hart spoorbaan 50 m vanaf rand vaarweg
Risico-inrichting (industrie)
Objecten met een hinderzone (10-6)
Veiligheidsnorm
Vastgestelde hinderzone
Buisleidingen
Buisleidingen met gevaarlijke stoffen
Veiligheidsnorm
Bij ruimtelijke besluitvorming windturbines Advies
Hoogspanningsleidingen
Onder- en bovengrondse hoogspanningsinfrastructuur en geplande hoogspanningstrajecten
Veiligheidsnorm
Advies
241 m vanaf buitenste lijn
Primaire waterkering
Kernzone primaire waterkering (excl. Voorliggende waterkering)
Veiligheidsnorm
Afhankelijk van beheerder
Kernzone 50 m vanaf hartlijn
Spoorwegen
Waterwegen
64
43
Handboek Risicozonering Windturbines, RVO 2014.
44
Referentieturbine Vestas v150, na overleg met NWEA.
45
Handboek Risicozonering Windturbines, RVO 2014.
Analysekaarten NP RES – versie 2.0 – Oktober 2019
Veiligheidsnorm
Radarverstoring
Berekende afstand 241 m vanaf gevel 75 m vanaf gevel
241 m vanaf hartlijn
Bronobject
Specificatie bronobject
Impact
Juridische status 45
Laagvlieggebieden
Laagvlieggebied 10 +10A
Hoogtebeperking
Luchthaven
Civiele en militaire luchthavens
Hoogtebeperking
Losse woonbebouwing
Woningen buiten woonkernen