CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage B. Ondernemingsplan Museum Prinsenhof Delft

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 22 juni 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstel over Van visie naar ontwerp Prinsenhof Delft start ontwerpfase (2122454)23.948 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Willem van Oranje heeft zowel het gezicht van Delft als dat van Nederland mede vormgegeven. We willen ook de actuele kanten van de historie van Willem van Oranje belichten, via onderwerpen als Perspectieven van vrouwen (naar aanleiding van de publicatie over brieven van de vrouwen van Willem van Oranje), Veiligheid en Gewetensvrijheid. In een proces van co-creatie en het op gang brengen van een verbindende dialoog met ons publiek willen we komen tot meerstemmige interpretaties van en kritische reflectie op onze geschiedenis en de rol van Willem van Oranje en zijn erfopvolgers. Een andere benadering van dit thema is om de opstandige geest en eigenzinnige moraal van Willem van Oranje te zoeken op andere plekken, in andere tijden. Wie verdedigde net als hij de vrijheid van een volk, stond aan de basis van een nieuwe staat, streed voor religieuze, geestelijke of morele vrijheid, voor tolerantie? Zo kunnen we onverwachte verbanden (laten) leggen, andere publieksgroepen aanspreken en erbij betrekken, en het traditionele beeld van de Vader des Vaderlands een verjongingskuur geven. Zeker als we kiezen voor iconen van nu. 2. Delfts Blauw Vanaf 1602 importeerde de VOC Chinees porselein naar Nederland en het was meteen zeer gewild. Men probeerde het dunne witte porselein met zijn prachtige blauwe beschilderingen hier na te maken. Vooral in Delft lukte dat zeer goed.

Op het hoogtepunt van de productie in de 17de eeuw waren er in deze stad 34 fabrieken aan het werk. Van een ambacht groeide het uit tot een Delfts exportproduct en een wereldmerk (Royal Delft). Het woord Delftware is wereldwijd een soortnaam geworden. Museum Prinsenhof Delft beschikt over een imposante aardewerkcollectie - van koninklijke topstukken tot scherven uit de Delftse bodem - waarmee het hele verhaal van Delfts

26

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

Blauw, zijn ontwikkeling en zijn makers verteld kan worden. Delfts blauw is als verzamel- en presentatiethema op zich niet uniek: meer Nederlandse musea geven er structureel aandacht aan op hoog niveau. In Delft ziet de bezoeker de collectie echter op de plaats waar deze is ontstaan en waar het aardewerk nog steeds op hetzelfde hoge kwaliteitsniveau wordt vervaardigd. Dat bijzondere verhaal wordt na de verbouwing uitgebreid verteld: over een kleine Hollandse stad die een wereldmerk voortbracht en wat dat nu nog betekent voor Delft en voor de wereld. Daarnaast zoeken we, met de Delftse blik, naar aanknopingspunten met innovatie, vernieuwende technieken (de connectie met de TU Delft ligt hierbij voor de hand), kunstenaarsinterventies, workshops, labs, etc. 3. Delftse Meesters De verscheidenheid aan objecten binnen het thema Delftse Meesters is groot. Zwaartepunt is de Delftse schilderkunst uit de 17de eeuw. Eind 16de eeuw kreeg Delft, een welvarende provinciestad, door de komst van Willem van Oranje en de Val van Antwerpen te maken met een toestroom van kunstenaars en ambachtslieden. Schilders, zilversmeden, tapijtmakers en pottenbakkers vestigden zich er. Het artistieke klimaat bloeide, er ontstond ruimte voor nieuwe ontwikkelingen.

Kunstenaars inspireerden elkaar en leidden elkaar op, nieuwe rijkdommen betekenden nieuwe opdrachten, nieuwe importen uit verre landen verruimden ‘de Delftse blik’. Midden 17de eeuw woonden en werkten in Delft tal van beroemde kunstschilders: onder meer Johannes Vermeer, Carel Fabritius, Jan Steen en Pieter de Hooch. Rond 1650 was Delft een van de belangrijkste artistieke centra van de Noordelijke Nederlanden. In Museum Prinsenhof Delft brengen we dat artistieke klimaat in beeld. Wie werkte met wie samen, welke beroemde kunstwerken ontstonden hier, hoe ontwikkelde zich de faam van enkele Delftse meesters wereldwijd. De collectie omvat vele werken van exponenten van deze Delftse School, zoals Gerard Houckgeest, Emanuel de Witte, Hendrick van Vliet, Willem van der Vliet, Leonaert Bramer, Anthonie Palamedesz. en Willem van Aelst. Naast schilderijen tonen we zilverwerk, glaswerk en wetenschappelijke objecten uit deze bloeitijd. In de 20ste eeuw beleefde Delft opnieuw een artistieke bloeiperiode. In 1960 ontstond hier de Nulgroep, de Nederlandse bijdrage aan de internationale Zero-beweging. Twee leden van het eerste uur waren Delftenaren: Jan Henderikse en Jan Schoonhoven. Ook anderen lieten en laten zich inspireren door technische innovaties en door de Delftse geschiedenis, zoals Theo Jansen (kinetische objecten) en Bram Bogart.

Deze en andere Delftse moderne kunstenaars zijn in onze collectie en vaste presentatie vertegenwoordigd. Ook hier passen we de Delftse blik toe: naast reguliere tentoonstellingen en in de vaste presentatie van het thema Delftse Meesters zoeken we naar mogelijkheden voor verrassende combinaties met hedendaagse kunst in Delft, kunstenaarsinterventies, workshops, labs, etc.

2 7

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

Het gebouw: Sint Agathaklooster / Prinsenhof als lieu de mémoire Het historische complex is een belangrijk bouwkundig en cultuurhistorisch monument. Het is opgenomen in de lijst met honderd belangrijkste nationale monumenten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het gebouw ademt zijn historie: het Sint Agathaklooster dat werd gesticht in 1402, de vele toevoegingen en verbouwingen tot luisterrijk logement waar de nonnen edelen en koningen te gast hadden, de ruimten waar Willem van Oranje verbleef, de kogelgaten in een muur als stille getuigen van de moord in 1584, de sporen van later gebruik van het gebouw als opslagplaats, lakenhal, Latijnse school, soepkeuken en uiteindelijk kazerne. Gelukkig besefte men in de 19de eeuw welke grote historische en architectonische waarde dit complex had en zo werd het behouden en deels voor publiek opengesteld. Toen kreeg het gebouw zijn status als lieu de mémoire (plaats van herinnering) voor Willem van Oranje en werd het een symbool voor onze ‘nationale trots’ en identiteit, als typisch voortbrengsel van de 19de-eeuwse vaderlandse geschiedschrijving. De historische ruimtes en hun architectonische kwaliteiten worden zoveel mogelijk zichtbaar en de achterliggende verhalen beleefbaar gemaakt, waardoor de context van het gebouw duidelijker wordt: het moet voor de bezoeker voelbaar zijn dat hij/zij op historische grond staat.

Zo wordt het gebouw integraal onderdeel van de museale beleving en de perfecte achtergrond voor en het verbindende element tussen de drie thema’s.

5.2 Presentaties Het museum biedt het gehele jaar door een aantrekkelijk publieksaanbod bestaande uit de vaste collectiepresentatie van het museum, tijdelijke tentoonstellingen, een gevarieerd publieksprogramma en een breed educatief programma. Vaste presentatie De vaste presentatie van het museum is gebaseerd op de drie thema’s en de context van het gebouw. Wij zoeken daarbij aansluiting bij (de voorkennis en verwachtingen van) de doelgroepen van het museum. Als fundament van de positionering, profilering en de marketingcommunicatie zijn deze onderdelen altijd te zien. De vaste presentatie krijgt dynamiek door middel van het (tijdelijk) toevoegen van bruiklenen, het tonen van nieuwe aanwinsten of zogenaamde ‘collectie-interventies’ waarover hieronder meer. Die dynamiek is aantrekkelijk voor herhaalbezoek (onder meer door Delftenaren). Het feit dat de collectie van Museum Prinsenhof Delft geen internationale iconen in huis heeft à la Vermeers Meisje met de parel (‘de Nederlandse Mona Lisa’) heeft gevolgen voor de positionering en profilering van het museum (binnen het dichte concurrentieveld van topmusea in de Randstad) en voor de beleving door de bezoeker. De totaalbeleving van omgeving, gebouw, architectuur, collectie, typisch Delftse verhalen en tentoonstellingsinrichting is dan ook bepalend voor de bezoekerservaring en -waardering.

Tijdelijke tentoonstellingen Tijdelijke tentoonstellingen zijn een middel om de thema’s of specifieke onderwerpen te verdiepen en te verbreden, nieuwe inzichten te delen, de publiekservaring te

2 8

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

intensiveren en om herhaalbezoek te stimuleren. Bovendien zijn ze bij uitstek geschikt om onderwerpen in een andere context en vanuit andere of meervoudige perspectieven te presenteren. De programmering krijgt een tweesporenbeleid. Ten eerste zijn er de meer ‘klassieke’ onderwerpen met tentoonstellingen als De wereld van Vermeer (werktitel) in 2023. Daarnaast komen er andersoortige presentaties of activiteiten (al dan niet in samenhang met de ‘klassieke’ onderwerpen), gericht op nieuwe doelgroepen of vanuit een nieuw perspectief en met ruimte voor innovatie, verrassing, toeval, input vanuit de stad, etc. We streven naar twee grote tijdelijke tentoonstellingen per jaar van elk vier tot vijf maanden. Die periode biedt optimale gelegenheid om deze presentaties goed in de markt te zetten en er verdiepende publieks- en onderwijsprogramma’s bij te ontwikkelen. Naast twee grote tentoonstellingen is er ruimte voor meerdere kleinere presentaties per jaar. Collectie-interventies Ook de vaste presentatie wordt dynamischer door regelmatige ‘collectie-interventies’ als een van de uitingen van ‘de Delftse blik’. Het zijn letterlijk ingrepen in de vaste presentatie van onze drie thema’s. Het kan gaan om tijdelijke toevoegingen van uiteenlopende aard, als aanvulling of als ‘contrapunt’.

Of het zijn wisselingen van collectieonderdelen, bijvoorbeeld met objecten die vanwege conserveringseisen niet permanent getoond kunnen worden. Hiermee voorkomen we dat de vaste collectie een statisch gegeven wordt. Door deze aanpak blijft een bezoek aan de vaste collectie ook voor herhaalbezoekers verrassend en kunnen we verschillende perspectieven toevoegen of nieuwe gezichtspunten belichten. Voorbeeld van zo’n collectie-interventie is de samenwerking met kunstenares Claudy Jongstra, die experimenteert met natuurlijke kleurstoffen en textiel van wol en natuurlijke vezels. Zij doet onder meer onderzoek naar de kleur blauw. Haar kleurexperimenten en ontwerplab-resultaten (waarbij ze samenwerkt met ontwerpers en de Hortus Botanicus van de TU Delft) worden gepresenteerd in samenhang met zowel Delftse Meesters als Delfts Blauw. Deze interventie is gepland voor najaar 2021. Blockbusters Met de tentoonstellingen Vermeer komt thuis. Het straatje terug in Delft (2016, 57.000 bezoekers) en Pieter de Hooch in Delft. Uit de schaduw van Vermeer (2019-2020, 90.000 bezoekers) heeft het museum aangetoond dat het zowel organisatorisch als qua publieksbereik in staat is om tentoonstellingen op het allerhoogste internationale niveau te realiseren.

Bij het vernieuwde museum past de ambitie om dergelijke prestigieuze tentoonstellingen (‘blockbusters’) in de toekomst te blijven organiseren: grootschalige, inhoudelijk belangrijke, en in samenwerking met andere partijen te organiseren tijdelijke tentoonstellingen met een publieksprogramma dat minimaal 75.000 bezoekers trekt. Een ritme van één blockbuster per vier jaar wordt daarbij haalbaar geacht.

2 9

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

Dat bezoekersaantal en de daarmee samenhangende publieksinkomsten zijn echter niet het enige doel om blockbusters te organiseren. De toegevoegde waarde van blockbusters zijn voor de stad Delft en Museum Prinsenhof Delft evident, als we kijken naar de effecten van de Pieter de Hooch-tentoonstelling: • Hoge waardering van publiek voor stad en museum (gemiddeld 8,4, onder buitenlandse bezoekers 9,3) • Extra bezoek aan de stad (76% van de bezoekers kwam er speciaal voor naar Delft) • 90.000 bezoekers die gemiddeld € 66,90 buiten het museum in de stad uitgaven • 15.000 hotelovernachtingen in Delft • Bezoekers afkomstig uit regio (36%), Nederland overig (54%), buitenland (10%) • Inhoudelijke allianties, waaronder (duurzame) samenwerking met het Rijksmuseum • Acteren op een internationaal platform via bruikleensamenwerking met musea in de Verenigde Staten en zeven Europese landen In de Nederlandse museumwereld is overigens niet iedereen voorstander van blockbusters. Critici wijzen op de soms ongunstige relatie tussen kosten en (directe) opbrengsten en andere nadelige effecten, zoals de buitensporig grote inzet die ze kunnen vergen van de museumorganisatie of de hoge belasting van gebouw en faciliteiten door extreme drukte.

Museum Prinsenhof Delft kiest alleen voor blockbusters als ze duurzaam bijdragen aan de profilering van het museum, onze kennisontwikkeling en ons publieksbereik, mits ze bijdragen aan het profiel en de economie van Delft en als ze passen binnen de (toekomstige) capaciteiten van organisatie en gebouw. Voor een museum als Museum Prinsenhof Delft biedt zo’n tentoonstelling bovendien de mogelijkheid om iconische werken eenmalig naar Delft halen. Dat biedt ons niet alleen de kans om onze eigen collectie en verhalen te ‘laden’, context te geven en daardoor met een nieuwe blik te benaderen. Ook vakspecialisten, stadgenoten en het publiek kunnen het museum hierdoor letterlijk door een andere bril bekijken.

The Telegraph over de Pieter de Hooch-tentoonstelling: ‘Forget Amsterdam, visit the prettiest town in the Netherlands instead.’ De Volkskrant over de Pieter de Hooch-tentoonstelling: ‘Nooit eerder werd er een tentoonstelling gewijd aan de man van de zon doorstoven doorkijkjes en achterplaatsen, de nummer 2 op de ranglijst van Delfts beroemdste artistieke zonen (de nummer 1 is Johannes Vermeer, uiteraard). Een lacune die wordt weerspiegeld in het schaarse recente onderzoek naar De Hooch: de laatste monografie dateert uit de jaren tachtig. Dit project is een inhaalslag en kwam tot stand binnen de krappe termijn van twee jaar. De inhaalslag is geslaagd.’

5.3 Collecties Museum Prinsenhof Delft is verantwoordelijk voor het beheer en behoud van de collectie van de Gemeente Delft. Het collectiebeleid is verankerd in het collectiebeleidsplan dat thans in ontwikkeling is. 30

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

In totaal omvat de collectie op dit moment 14.000 objecten plus circa 6.000 langdurige bruiklenen van onder andere de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), collegamusea zoals het Rijksmuseum en stichtingen of particulieren. Het gaat daarbij voor het grootste deel om objecten met een Delftse ontstaansgeschiedenis. Op deelcollectieniveau is sprake van 18 materiaal/techniek-gerelateerde deelcollecties. In de praktijk wordt ook gebruikgemaakt van een thematische indeling vanuit de inhoudelijke thema’s: Willem van Oranje, Delfts Blauw en Delftse Meesters. Per thema is sprake van een kerncollectie. Deze bestaan uit dat deel van de collectie dat gezichtsbepalend en onmisbaar is voor Museum Prinsenhof Delft om de missie te realiseren. Hiertoe behoren zowel de (inter)nationaal als topstukken geklasseerde kunststukken als de objecten die van grote cultuurhistorische waarde zijn voor Delft. Collectiebeheer De gemiddelde registratiegraad van de eigen collecties ligt rond de 90%. Deze registratiekwaliteit verschilt echter nog sterk per collectieonderdeel. Zo zijn bijvoorbeeld de schilderijen uit de deelcollectie oude schilderkunst zeer goed geregistreerd terwijl andere deelcollecties, zoals de collectie penningen, matig tot slecht geregistreerd zijn.

Voor de nabije toekomst staan nulmetingen gepland die de registratiegraad van de verschillende collectieonderdelen sterk moeten verbeteren. Voor de registratie van de collectie wordt gebruikgemaakt van het digitale collectieregistratiesysteem TMS (The Museum System). Sinds mei 2018 heeft Museum Prinsenhof Delft de beschikking over 400 m² externe museale depotruimte die aan alle museale eisen voldoet. Deze ruimte is in eerste instantie voor tien jaar gehuurd en is ondergebracht bij de firma Hizkia Van Kralingen in Den Haag. Het op peil houden van de klimaatcondities in de 23 museumzalen waar collectie wordt gepresenteerd, vormt een permanente uitdaging. Het museum beschikt op dit moment niet over een centrale installatie voor conditionering van het binnenklimaat. Monitoring van klimaat en relatieve luchtvochtigheid vindt 24/7 plaats. Het is de bedoeling dat na de beoogde renovatie en verbouwing van het museumcomplex de presentatie- en bewaarcondities van de eigen collectie en de beheerde bruiklenen aan de actuele museale normen voldoen. Passieve conserveringshandelingen worden in eigen huis en in eigen beheer uitgevoerd. Het gaat daarbij om het consolideren van voorwerpen en het bestrijden van geconstateerd verval. Museum Prinsenhof Delft heeft geen restauratoren in dienst, maar reserveert jaarlijks een budget voor actieve conservering.

Er wordt samengewerkt met een pool van gespecialiseerde restauratoren voor de verschillende deelcollecties. Collectiemobiliteit Museum Prinsenhof Delft is voorstander van collectiemobiliteit en ruimhartig bruikleenbeleid. In principe worden bruikleenaanvragen zoveel mogelijk gehonoreerd. Jaarlijks leent het museum tientallen objecten uit aan toonaangevende musea en instellingen in binnen- en buitenland. Vooral schilderijen van Delftse meesters uit de 17de eeuw en van de Nulgroep uit de 20ste eeuw worden vaak aangevraagd. Ook de topstukken uit de Delfts aardewerkcollectie zijn geliefd. Dat het museum en haar collectie (inter)nationaal hoog staan aangeschreven, blijkt omgekeerd ook uit de bereidheid van de belangrijkste

3 1

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

musea wereldwijd om topstukken uit hun collecties voor ambitieuze tijdelijke tentoonstellingen in Delft uit te lenen. Verzamel- en ontzamelbeleid Museum Prinsenhof Delft werkt continu aan het versterken van de kwaliteit van de collecties. Dit betekent dat we actief, maar kritisch streven naar verwervingen – door aankoop, schenking en permanente bruiklenen - van objecten die het niveau, het Delftse karakter en de presentatiewaarde van de deelcollecties versterken. Tegelijkertijd worden objecten waarvan duidelijk is dat ze geen bijdrage (meer) leveren aan deze kwaliteit actief ‘ontzameld’. Hierbij worden altijd de richtlijnen van de LAMO (Leidraad Afstoten Museale Objecten) in acht genomen. Museum Prinsenhof Delft beschikt over een aankoopbudget waaruit aankopen gefinancierd kunnen worden. Bij zeer kostbare aankopen wordt door de conservator een verwervingsinclusief dekkingsplan geschreven waarmee fondsen worden benaderd om de aankoop financieel te ondersteunen. In de afgelopen jaren konden hierdoor belangrijke hiaten in deelcollecties worden aangevuld.

5.4 Onderzoek en kennisdeling Het museum doet onderzoek ten behoeve van de collectiedocumentatie, de ontsluiting, presentatie en behoud en beheer van de collectie, de inhoudelijke thema’s en overige presentaties en publieksactiviteiten. Het (laten) doen of faciliteren van onderzoek naar de drie thema’s op de plaats van origine geeft een extra dimensie en betekenis. Museum Prinsenhof Delft versterkt hiermee ook haar museale positie. De hierbij opgedane kennis komt ten goede aan behoud en beheer en duiding van onze collectie, onze programmering, publicaties, educatie en overige functies van het museum. Anderzijds staat onze kennis ook externe partijen ter beschikking. De resultaten van eigen onderzoek worden ontsloten door middel van bovengenoemde programmaonderdelen, publicaties, catalogi en online. Het museum maakt deel uit van relevante netwerken en vakorganisaties. Met lijnen naar universiteiten, onderzoeksinstellingen, musea en andere erfgoedinstellingen en netwerkorganisaties zoals de Canon van Nederland, Codart, de Museumvereniging en ICOM. Het betreft een breed domein, in lijn met onze missie, thema’s en programmering: van Nederlandse kunst- en cultuurgeschiedenis tot en met gewetensvrijheid.

‘Met het materiaal-technisch onderzoek naar Pieter de Hooch in samenwerking met Museum Prinsenhof Delft hebben we inzicht gekregen in hoe De Hooch zijn schilderijen opbouwde en is een mooie basis gecreëerd voor toekomstig onderzoek. Ik ben zeer blij dat het Rijksmuseum een bijdrage heeft kunnen leveren aan de niet-te-missen tentoonstelling in Museum Prinsenhof Delft.’ Taco Dibbits, Hoofddirecteur Rijksmuseum

32

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

6 COMMERCIËLE ACTIVITEITEN 6.1 Verhuur Strategie en doelstelling Museum Prinsenhof Delft hecht veel waarde aan haar functie als plek voor ontmoeting, inspiratie en kennisdeling in Delft en de wijdere omgeving. In de huidige opzet weet het museum op jaarbasis al meer dan 100 externe bijeenkomsten te accommoderen. Het museum wil haar positie op de verhuurmarkt in ieder geval bestendigen. Dit alles wordt gedaan zonder de museale kerntaak van het museum uit het oog te verliezen en op basis van marktconforme prijzen. De markt Het museum positioneert zich in het hogere segment van de locatiemarkt. De grootste kansen liggen nu en in de toekomst in diners en recepties voor zowel de zakelijke als de particuliere markt, vergaderingen en trouwerijen. Mensen doen dit graag op een verrassende en inspirerende plek, en hebben daar extra geld voor over. Voor de zakelijke markt (onder meer TU Delft en grote internationale bedrijven en overheidsinstellingen die zich in Delft en omgeving bevinden) is het museum meestal onderdeel van het sociale programma van een internationaal congres. Voor hen is het belangrijk dat het museum een nationaal icoon is in een prachtige, typisch Hollandse grachtenstad. Voor particulieren is het van belang dat het museum een icoon is in de stad waar ze veel om geven en waar ze graag een belangrijk jubileum vieren.

Ook bruidsparen die iets met de stad, het museum of geschiedenis hebben, trouwen graag bij het museum. Voor Delftenaren is en blijft het museum de mooie A-locatie waar je belangrijke gebeurtenissen in je leven viert. Verwacht wordt dat er in de eerste jaren na heropening veel belangstelling zal zijn voor het museum op de verhuurmarkt. Om ook op de lange termijn succes op de verhuurmarkt te borgen, zal van meet af aan begonnen worden met een actieve marktbewerking. Samenwerking met preferred suppliers Momenteel werkt Museum Prinsenhof Delft naar tevredenheid samen met diverse preferred suppliers op het gebied van catering, licht en geluid. Na heropening zal (wederom) een samenwerking worden aangegaan met diverse partners met affiniteit met de museale sector, bij voorkeur Delftse partijen. Op termijn zal bekeken worden onder welke condities en met welke partners zal worden samengewerkt.

6.2 Horeca De vernieuwing van het complex biedt ook kansen om het museumcafé een nieuwe impuls te geven. Doel hierbij is om een aangename en laagdrempelige horecavoorziening te realiseren. De voorziening is primair een op het museumpubliek gerichte ondersteunende daghoreca. Mits dit ruimtelijk inpasbaar is in het gebouw willen we de horeca ook toegankelijk laten zijn voor de niet-museumbezoeker. Dit vanuit de gedachte dat horeca een middel kan zijn om de niet-traditionele museumbezoeker te verleiden tot een kijkje

33

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

binnen de muren van het Prinsenhof. De ondersteunende daghoreca zal ook een terras aan een van de bijbehorende tuinen krijgen. De inrichting moet bijdragen aan de beleving van het museumbezoek. Mooie lokale producten staan centraal in het assortiment. Het wordt een serviceconcept met bediening. Er wordt zoveel mogelijk gewerkt met duurzame producten en materialen (geen disposables bijvoorbeeld). De openingstijden van de horeca volgen die van het museum. Er wordt geen dinerkaart gevoerd. Voor diners en uitgebreide borrels verwijst het museum de bezoekers door naar de vele goede horecagelegenheden in de directe omgeving. Het ligt voor de hand om de uitbesteding van de horeca, in combinatie met de eventcatering, te continueren. Te zijner tijd zal verkend worden welke partij hiervoor het meest geschikt is.

6.3 Museumwinkel De winkel krijgt in het nieuwe museum een ruimtebeslag van circa 75 m². Dit is exclusief de winkelopslag. Indien mogelijk wordt de winkelkassa van de winkel gecombineerd met de entreekassa. De winkel zal wordt geïntegreerd in het entree- en uitgangsgebied als laatste stop voor het naar buiten gaan en is ook toegankelijk zonder entreeticket. Voor de nieuwe winkel wordt een goed winkelconcept ontwikkeld waarin de collectie en thema’s van het museum duidelijk terugkomen. Dit zorgt ervoor dat de beleving(swereld) van het museum en van de winkel in elkaars verlengde liggen. Het assortiment wordt uitgebreid en nog aantrekkelijker gemaakt. Er worden verschillende productlijnen ontwikkeld die goed aansluiten op de doelgroepen van het museum. Er zal ook verkend worden of producten van typisch Delftse makers in de winkel verkocht kunnen worden. Bij de vervolguitwerking wordt de samenwerking aangegaan met experts op het gebied van onder meer visual merchandising en productcommunicatie. Museum Prinsenhof Delft heeft niet de wens om te concurreren met het rijke Delftse winkelaanbod, maar wil juist een aanvulling hierop zijn. De openingstijden van de winkel volgen de openingstijden van het museum. Hoewel passanten ook in de winkel terechtkunnen, zal het leeuwendeel van de omzet voor rekening komen van de museumbezoeker.

6.4 Winkeltje Kouwenhoven Naast de museumwinkel blijft Winkeltje Kouwenhoven onderdeel uitmaken van het museum. In ‘het leukste snoepwinkeltje van Delft’ kan de bezoeker terecht voor Oud-Hollands snoepgoed, nostalgisch speelgoed, klassieke ansichtkaarten, olielampen en boekjes. Winkeltje Kouwenhoven wordt hoog gewaardeerd en vaak bezocht door zowel inwoners als bezoekers van Delft. Het is gelegen aan het Sint Agathaplein en is gratis toegankelijk. Openstelling is mogelijk met inzet van vrijwilligers. Winkeltje Kouwenhoven is jaarlijks goed voor circa 19.000 bezoekers. De verwachting is dat ook Winkeltje Kouwenhoven meelift op de groeiende belangstelling voor het museum.

34

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

7 HUISVESTING Hieronder schetsen we aan de hand van de huidige situatie hoe het toekomstige museum er uit komt te zien. De renovatie van Museum Prinsenhof Delft is noodzakelijk voor toekomstbestendigheid, behoud en verduurzaming van het monumentale gebouwencomplex. Op dit moment is er sprake van een aantal aandachtspunten bij het uitvoeren van onderhoud zoals de vochthuishouding, terugkerende lekkages en verouderde verwarmingsinstallaties. De maatregelen om deze aandachtspunten op een structurele manier op te lossen, hangen in het kader van efficiëntie en planning samen met de werkzaamheden bij de beoogde renovatie. Momenteel worden voor deze aandachtspunten ad-hocoplossingen geboden. Door het ontbreken van een centrale klimaatinstallatie en de eerder genoemde aandachtspunten vormt onder meer het op peil houden van de klimaatcondities in de 23 museumzalen een permanente uitdaging en sluiten ook de (klimaat)omstandigheden voor de bezoekers en de medewerkers (werkplekken) niet aan op de huidige maatstaven. Het museumcomplex Prinsenhof is eigendom van de Gemeente Delft en maakt onderdeel uit van de portefeuille van het gemeentelijk Vastgoedbedrijf. In 2014 is de Waalse Kerk toegevoegd aan het complex via een schenking van de Waalse Hervormde Gemeente. In de akte van levering zijn juridische bepalingen opgenomen over roerende zaken die zich in of aan het object bevinden.

Daarnaast is sprake van recht tot voortgezet gebruik door de voormalige eigenaar voor een periode van tien jaar. De zogenaamde Kamer van Charitate (benedenkamer) met gang, wachtkamer, kluis en het aan de tuin grenzende perceel achter de kamer is belast met een zakelijk recht. Het Vastgoedbedrijf beheert budgetten voor de technische instandhouding van de portefeuille. Het meerjarenonderhoudsplan gaat uit van sobere en doelmatige aanpassingen en is voor rekening van de eigenaar. Gebruikerslasten zijn voor rekening van het museum (museumfunctie).

‘Het behoud van cultureel erfgoed is cruciaal voor het karakter van onze leefomgeving. Dat speelt ook een belangrijke rol in de omgevingsvisies die de gemeenten en provincies momenteel maken. We zullen ons gezamenlijk inspannen om de historische steden en gebieden, de archeologische vindplaatsen, de monumenten en de betekenisvolle verhalen door te geven. Dat geldt zeker ook voor Delft en voor top 100 monument het Prinsenhof.’ Susan Lammers, Algemeen directeur Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

35

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

Renovatie en uitbreiding Museum Prinsenhof Delft Renovatie en uitbreiding van Museum Prinsenhof Delft is zeer noodzakelijk voor behoud en verduurzaming van het monumentale gebouwencomplex en het toekomstbestendig houden van de museale functie. In 2016 wordt in de kadernota gesteld dat er geïnvesteerd moeten worden in ‘het klassieke icoon’ Museum Prinsenhof Delft, waarna de planvorming start. In juni 2017 is door Toornend Partners een ruimtelijke verkenning opgesteld op basis van het door de gemeenteraad vastgestelde museale beleidsplan Een plan voor de toekomst 2017-2022. In het voorliggende Ondernemingsplan worden de destijds gestelde uitgangspunten getoetst en verfijnd, zodat ze de basis kunnen vormen voor het op te stellen Programma van Eisen voor de toekomstige huisvesting.

De gemeenteraad van Delft heeft begin maart 2020 vastgesteld dat het rijksmonument en de technische voorzieningen aanpassingen behoeven (qua duurzaamheid, toegankelijkheid en klimaat) om als museum een bijdrage te kunnen blijven leveren aan de stad vanuit cultureel, economisch, educatief en verbindend perspectief. (…) Een goed doordacht PvE is een essentieel startdocument voor een geslaagd ontwerpproces en is kaderstellend voor de opdracht aan de architect en adviseurs. Direct bij aanvang van deze fase stelt het museum een Ondernemingsplan op waarin de visie en ambitie concreet worden vertaald naar doelgroepen, toegevoegde waarde, marketingplan en een financieel plan. Dit Ondernemingsplan vormt mede de verantwoording van de in het PvE op te nemen eisen. (…)

Na heropening van het vernieuwde en volledig heringerichte museum bieden we bezoekers moderne faciliteiten, optimale toegankelijkheid en een heldere routing door het gebouw. Voor presentatie, behoud en beveiliging van de eigen collectie van de stad Delft en externe bruiklenen realiseren we klimatologische en veiligheidscondities conform de geldende museale normen. Onze medewerkers vinden er straks een efficiënte en prettige werkomgeving. Het museum is geopend van dinsdag t/m zondag van 11.00 uur tot 17.00 uur, alsmede op de maandagen in de schoolvakanties van alle regio’s. In onderstaande alinea’s wordt per functionaliteit geschetst aan welke kwalitatieve en kwantitatieve eisen en wensen het nieuwe museum voldoet. Publieksvoorzieningen In de toekomstige situatie krijgen ook de publieksvoorzieningen ruim aandacht. Zo is op dit ogenblik geen goede plek voor de horeca, terwijl het een essentieel onderdeel is van de bezoekersbeleving, en zijn de sanitaire voorzieningen onvoldoende. Het huidige entreegebied is daarnaast te krap om alle voorzieningen onder te brengen. Onderstaande voorzieningen in het vernieuwde gebouw zijn berekend op de ontvangst van 800 bezoekers per dag, met een mogelijkheid tot opschaling naar 1.000 bezoekers bij grote

36

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

tentoonstellingen. Alle publieksvoorzieningen zijn voor iedereen toegankelijk, dus ook voor mindervaliden en bezoekers zonder entreebewijs voor het museum. Tot de publieksvoorzieningen worden gerekend: • Het entreegebied In het entreegebied ervaart de bezoeker direct de sfeer van het hele complex. Qua beleving stapt de bezoeker in een historische ruimte met een kwalitatief hoogwaardige, tijdloze inrichting met hedendaagse faciliteiten. In het entreegebied bevindt zich een ticket- en informatiebalie, de garderobe en een uitgiftepunt voor de audiotours. • De museumwinkel De winkel biedt ruimte aan 15 tot 20 gelijktijdige bezoekers en is gepositioneerd als afsluiting van het museumbezoek. Het winkelconcept is ingericht naar de drie thema’s van het museum en wisselend voor de tijdelijke tentoonstellingen. • Het museumcafé Het museumcafé kan zowel voor als na het museumbezoek bezocht worden en beschikt over een buitenterras. In het café is ruimte voor 40 zitplaatsen en in de zomermaanden zijn er 20 zitplaatsen op het terras. Het is een serviceconcept met bediening en er wordt gewerkt met duurzame materialen en lokale producten. Omdat het daghoreca betreft, wordt er geen dinerkaart gevoerd. Presentatieruimten Voor de presentatie van de vaste collectie is per thema circa 350 m² ruimte beschikbaar.

Om tijdelijke tentoonstellingen de ruimte te geven en niet langer ten koste te laten gaan van het tonen van de vaste collectie wordt dit gebied uitgebreid met 200 m². Daarnaast zijn er circa vier ‘inserts’ met een oppervlakte van in totaal 150 m² beschikbaar ten behoeve van de zogenaamde ‘collectie-interventies’. In totaal worden de presentatieruimten uitgebreid met 20%. • Toegankelijkheid Gestreefd wordt naar maximale toegankelijkheid voor mindervaliden, met als minimale eis dat de tijdelijke tentoonstellingen en de Moordhal met de kogelgaten bezocht kunnen worden. • Klimaatklasse Om zo breed en flexibel mogelijk gebruik te kunnen maken van de ruimtes moeten alle museale ruimtes bij voorkeur voldoen aan ASHRAE klasse A. In de ruimtes waar de tijdelijke tentoonstellingen plaatsvinden is dit een eis. De klimaatinstallatie is ‘zelfregelend’ en wordt aangestuurd vanuit een centraal punt. • Daglicht en verlichting Het toetredende daglicht kan getemperd worden zowel ten behoeve van het (museale) binnenklimaat of als de collectie het vereist. De meeste kritische collectiestukken verdragen niet meer dan 50 lux. Alle verlichting wordt vervangen door dimbare LED verlichting en voldoet aan de duurzaamheidsnormen. De LED spots worden ingehangen in universele rails en zijn eenvoudig te vervangen en aanpasbaar. De verlichting wordt via een centraal punt bediend.

• Beveiliging Met het toevoegen van ruimte en herschikken van functies van het museale complex worden de veiligheidsvoorzieningen integraal getoetst en herzien.

37

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

• Inrichting De inrichting van de zalen wordt conform een nieuw huisstijlconcept ontwikkeld en eenvoudig te combineren in diverse opstellingen, zodat uit duurzaamheidsoogpunt vitrines, sokkels, etc. hergebruikt kunnen worden. De bewegwijzering in het museum en het kleurenpalet maken onderdeel uit van het nieuwe huisstijlconcept. • Routing en oriëntatie Bezoekers starten bij voorkeur bij de tijdelijke tentoonstelling en vinden vervolgens bijna intuïtief hun weg langs de vaste collectie in een route zonder doodlopende zalen. De mogelijkheid om in de nieuwe opzet naar buiten te kijken, stelt bezoekers niet alleen in staat om zowel de binnentuin als de stad te ervaren, maar zorgt ook voor extra oriëntatie binnen het gebouw. Evenementen, Verhuur en Educatie Om zowel de kwaliteit, kwantiteit en de flexibiliteit op het gebied van zowel eigen programmering als verhuur aan en niet-commercieel gebruik door derden te faciliteren, wil het museum de faciliteiten op een hoger plan brengen. Hiermee komt een zalenaanbod tot stand dat qua sfeer en uitstraling past bij de kwaliteit van het historische gebouwencomplex. De benodigde ruimtelijke functionaliteiten voor de organisatie van evenementen, de verhuur en educatieve activiteiten overlappen elkaar.

Om efficiënt met de beperkte ruimte en middelen om te gaan, ligt het voor de hand om faciliteiten ten behoeve van de ontvangst en catering waar mogelijk te combineren. Voorwaarde is dat er voldoende ruimte is om materialen en meubilair op te slaan en dat er snel omgebouwd kan worden. De activiteiten dienen voor iedereen toegankelijk te zijn, wat betekent dat ze drempelloos te betreden zijn en bijvoorbeeld voorzien in ringleiding voor slechthorenden. De activiteiten kunnen eenvoudig gecombineerd worden met een museumbezoek. De ruimtes zijn aantrekkelijk vanwege de historische setting en zijn kwalitatief hoogwaardig en tijdloos ingericht. • Grote zaal De grote zaal is geschikt voor activiteiten tot 250 personen. Vanuit het oogpunt van efficiëntie en flexibiliteit is een combinatie met het entreegebied denkbaar. Aangrenzend aan deze zaal is er een keuken/pantry/opslag voor de catering. De ruimte heeft een eigen beveiligingsschil en is ook buiten openingstijden van het museum autonoom inzetbaar. De inrichting van meubilair en techniek is flexibel te gebruiken bij diverse opstellingen en groepsgroottes. • Kleine zaal De kleine zaal is geschikt voor de ontvangst van groepen van 20 tot 50 personen voor vergaderingen, presentaties en trouwerijen. Het meubilair is in diverse opstellingen te gebruiken.

De historische ambiance maakt deze zaal aantrekkelijk voor verhuur, gecombineerd met hedendaags comfort en technische voorzieningen. Grenzend aan de kleine zaal is er een kleine keuken/pantry voor koffie en thee. • Auditorium Een aparte lezingenzaal (auditorium) ten behoeve van ontvangsten tot maximaal 80 personen is noodzakelijk indien de grote zaal wordt gecombineerd met het entreegebied. Als de grote zaal niet wordt gecombineerd met het entreegebied, dan is een apart auditorium een wens. Het auditorium heeft een uitstekende akoestiek en

38

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

ondersteunende technische faciliteiten voor het geven van lezingen. Als de zaal leeg is, kan deze ook ingezet worden voor ontvangsten, concerten, etc. • Atelier Het atelier is een workshopruimte voor 35 tot 45 personen voor groepen van alle leeftijden. Het atelier beschikt over een ‘natte hoek’ en hedendaagse presentatiemiddelen. Werken De coronaperiode, waar we nu nog middenin zitten, nodigt uit tot nieuwe concepten van werken. Het ligt in de lijn der verwachting dat er ook in de toekomst meer thuis gewerkt gaat worden waardoor er minder kantoorplekken nodig zijn. Besprekingen via een videoverbinding zullen steeds meer gemeengoed worden. Passend in deze ontwikkeling denken wij dat er met een bezettingsgraad van 60% gerekend kan worden. Het is de wens dat het personeel centraal gehuisvest wordt in het gebouw. Op het terrein is er een afgesloten fietsenstalling en verzamelplaats voor gescheiden afvalverwerking aanwezig. • Kantoor Het kantoor biedt ruimte aan werkplekken voor 35 medewerkers (21 flexwerkplekken), voor zowel vast als tijdelijk personeel, stagiaires en vrijwilligers. Het kantoor heeft een frisse uitstraling, is toegankelijk en ingericht in werkzones vanuit een op Museum Prinsenhof Delft toegesneden werkconcept. Er zijn twee vergaderruimtes voor 10 en twee voor 5 personen. In de vergaderruimtes zijn voorzieningen aanwezig voor groepsgesprekken via het internet.

Grenzend aan het kantoor bevindt zich een lunchruimte voor 15 personen. Ook is er voorzien in archiefruimte en bibliotheek. • Beveiliging De beveiligingsloge is gesitueerd nabij de dienstingang. Nabij de beveiligingsruimte is er een werkplek en een kleed-/pauzeruimte voor derden en medewerkers die in het entreegebied werken. • Werkplaatsen Zowel collectiebeheer als de facilitaire dienst beschikken over een eigen werkplaats en bergruimte voor tentoonstellingsbouw en onderhouds- en reparatiewerkzaamheden. Deze ruimten bevinden zich bij voorkeur op de begane grond. Expeditie en facilitair Voor het in- en uithuizen van de collectie is er een goed beveiligd en geklimatiseerd transitiedepot met nabijgelegen schone ruimtes voor het in- en uitpakken van collectie, inlijstwerk en eventueel fotografie. Deze voorzieningen zijn er nu niet of functies worden noodgedwongen onwenselijk gecombineerd of moeten buiten het museum plaatsvinden. Techniek Doordat luchtbehandeling nu vrijwel volledig ontbreekt, is er veel extra ruimte nodig om de decentrale luchtbehandelingskasten te plaatsen en het daarbij behorende netwerk aan leidingen.

39

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

Ruimtestaat Hieronder volgt een overzicht van de impact van bovenstaande eisen en wensen voor het ruimtegebruik. Het ruimtebeslag van de functionele ruimtes neemt met 618 m² toe. Cluster

2020

PvE

Verschil

1

Entreegebied

289

355

66

2a

Vaste collectiepresentatie

1.135

1.060

-75

2b

Tentoonstellen tijdelijk

299

500

201

2c

Tentoonstellen inserts

150

150

3

Evenementen, Verhuur en Educatie

862

834

-28

4

Werken

500

429

-71

5

Expeditie

174

174

6

Facilitair

113

122

9

7

Techniek

82

274

192

Functioneel nuttig oppervlak

3.280

3.898

618

Horizontale verkeersruimte

404

603

Verticale verkeersruimte

173

153

Niet in gebruik (vooral zolders)

1.313

Totaal

5.170

Exclusief a

Extern depot

b

Winkeltje Kouwenhoven

c

Kantoor Kouwenhoven

40

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

8 ORGANISATIE Om onze ambitie en strategische doelen te realiseren, versterken we de organisatie. De periode tot de heropening na de verbouwing benutten we daartoe en we zetten daarbij in op 21ste-eeuwse vaardigheden, omgevingssensibiliteit, flexibiliteit en nieuwsgierigheid. We voorzien ook een beperkte groei van de formatie en het projectmatig inzetten van een flexibele schil externe specialisten. Ook vergroten we het aantal vrijwilligers. We streven ernaar dat ons personeelsbestand een representatieve afspiegeling is van de samenstelling van de Nederlandse bevolking. Als geregistreerd museum voldoet Museum Prinsenhof Delft aan de Museumnorm 2020 van het Museumregister Nederland. Ook conformeren we ons aan de Code Diversiteit en Inclusie, de Code Fair Practice, de Ethische Code van de International Council of Museums en de Governance Code Cultuur. Het museum is in de organisatie van de Gemeente Delft opgenomen als een zelfstandig bedrijfsonderdeel. Deze inbedding zien wij als kans om aan te sluiten bij andere beleidskaders van de gemeente en als verbinding met de Delftse samenleving, zijn bestuur en zijn volksvertegenwoordigers. Deze verbinding wordt als waardevol gezien en kan nog aan waarde winnen als op onderdelen meer ruimte ontstaat om te ondernemen, waardoor de slagkracht verbetert op het gebied van ict, personeels- en inkoopmanagement.

8.1 Uitgangspositie Deze paragraaf omschrijft de huidige situatie. In paragraaf 8.2 gaan we dieper in op de gewenste ontwikkelrichting. In 2019 zijn alle medewerkers ingedeeld in het functiehuis van de Gemeente Delft HR21. Ze hebben een functieprofiel met bijbehorende competenties. De huidige organisatie op hoofdlijnen: - De formatie telt 27,0 fte, bezet door 31 medewerkers (25,5 fte) met een dienstverband. - De gemiddelde leeftijd is hoog (75% is 50 jaar of ouder). - De doorstroming is gering: het gemiddelde aantal dienstjaren is 13 (50% heeft een dienstverband van meer dan 10 jaar). - De organisatie telt 5 externe medewerkers (2,6 fte). Dat is 10% van de totale formatie en betreft vooral tijdelijke inhuur op de vaste formatie. - Er wordt samengewerkt met een pool van rondleiders/museumdocenten, nu nog in verschillende contractvormen. - 27 vrijwilligers zetten zich in voor het Winkeltje Kouwenhoven, als gastheer en gastvrouw in het entreegebied of bij de registratie van collectie en bibliotheek. - De samenstelling van het museumpersoneel is nog geen afspiegeling van de Nederlandse samenleving. - Kennis en vaardigheden op het eigen vakgebied voldoen niet overal aan de huidige en toekomstige maatstaven. Aanscherpen van competenties is noodzakelijk.

41

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

Begin 2020 heeft het managementteam in kaart gebracht waar medewerkers staan in hun ontwikkeling. Ook is in 2020 gestart met performance gesprekken. In 2024 moet een flinke slag gemaakt zijn in het toekomstbestendig maken van de organisatie en de medewerkers.

8.2 Organisatieontwikkeling Bij de organisatieontwikkeling is zowel sprake van focus op generieke en specialistische kerncompetenties als op beperkte uitbreiding van de formatie. Competentieontwikkeling - De kerncompetenties blijven gastvrijheid, eigenaarschap en samenwerking. - Afhankelijk van de functie zijn daar omgevingsbewustzijn (maatschappelijke ontwikkeling) en organisatiesensitiviteit aan toegevoegd. - De inzet is tevens zeer gericht op 21ste-eeuwse vaardigheden en het vergroten van de flexibiliteit, met andere woorden medewerkers zijn breed inzetbaar en meer gericht op het leveren van een bijdrage aan een te behalen resultaat (minder taakgericht). - Het museum legt de lat hoog (kwaliteit). Dat betekent dat van alle medewerkers wordt verwacht dat zij ambitieus zijn in hun persoonlijke ontwikkeling. Samenstelling personeelsbestand - De schaalvergroting (onder meer via de grotere vloeroppervlakte), de beoogde groei van het aantal bezoekers, de toename van de maatschappelijke impact en de daarmee samenhangende programmeringsambitie vragen om een beperkte structurele uitbreiding van de organisatie van 27 naar 29,5 fte, onder meer bij de conservatoren (focus op moderne en hedendaagse meesters) en bij educatie (diversiteits- en inclusiebeleid). - We handhaven de huidige flexibele schil van circa 10% van het totale personeelsbestand.

- Meer diversiteit in personeelbestand door aangepaste wervingsprocedure. - Inzet van meer vrijwilligers voor routinefuncties in het entreegebied. Vrijwilligers zijn representatief voor onze (nieuwe) doelgroepen en vervullen hiermee een ambassadeursrol in de stad. - Jaarlijkse bieden we ruimte voor een aantal stagiaires, onder meer via de structurele samenwerking met de Reinwardt Academie. Hiermee leveren we een actieve bijdrage aan het opleiden van studenten. Organisatieontwikkeling Er komt een organisatieontwikkelingsplan waarin op hoofdlijnen wordt weergegeven op welke wijze de komende jaren richting wordt gegeven aan de gewenste verandering. Hierin komen thema’s als performance management en scholing/coaching aan de orde. Het plan biedt houvast en richting aan medewerkers, management en directie om de gewenste doelstellingen te bereiken.

42

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

9 WAARDE VOOR DE STAD EN INVESTERING Museum Prinsenhof Delft zet zich als onderdeel van de Gemeente Delft graag in voor de stad. De toegevoegde waarde van het museum voor Delft concentreert zich rondom vijf waarden die we hieronder puntsgewijs toelichten. Het betreft enerzijds zachte waarden die moeilijk meetbaar zijn en anderzijds meer cijfermatige, harde waarden. Voor het ramen van het publieksbereik is door de onderzoekers/adviseurs van TiMe en LAgroup onderzocht wat een realistisch meerjarig bezoekersaantal is voor het nieuwe museum. Om tot een raming van de eerste vijf jaren na heropening te komen, is allereerst gekeken naar de (ontwikkeling van de) huidige bezoekersaantallen. Vervolgens zijn de relevante externe en interne ontwikkelingen in kaart gebracht en is hun impact beoordeeld. Ook heeft onderzoek plaatsgevonden naar de ontwikkeling van bezoekersaantallen van vernieuwde - en op punten vergelijkbare - musea elders in Nederland.

9.1 Waarde voor de stad

‘Het Prinsenhof is een Gesamtkunstwerk. Bij het gebouw begint al de tentoonstelling en de tentoonstelling verheldert het gebouw, met die paar kogelgaten als onovertroffen knooppunt. Waar ooit zie je locatie en collectie zo mooi samenvloeien? Essentieel dus om ze beide bij de tijd te houden. Het verleden waar het Prinsenhof je in laat dwalen krijgt pas echt betekenis wanneer het aansluit op ons eigen heden.’ Hans Goedkoop, historicus en literatuurcriticus

1. Voeding van de geest, vermaak en trots Het vernieuwde Museum Prinsenhof Delft stelt haar deuren open voor bewoners en bezoekers van de stad. Met onder meer beter opgezette en ruimere museumzalen, de beter tot leven komende historie van het complex en de aansprekende collectie wordt Museum Prinsenhof Delft nog meer dan nu een plek voor verwondering, ontdekking en vermaak. Hiermee hoopt het museum bij te dragen aan de gemeentelijke ambitie om – samen – te werken aan een aantrekkelijke stad waar het goed wonen is. Het museum is niet alleen een plek voor vermaak. Kunst kan raken en mensen inspireren. Museum Prinsenhof Delft stelt zich met haar exposities ten doel om mensen aan het denken te zetten, de verbeeldingskracht te ontwikkelen en/of te leren kijken naar een thema met een onafhankelijke blik. Het vernieuwde museum biedt een beter podium voor kunst als zuurstof voor het hart en het hoofd. Door het zichtbaarder maken van het museum, willen wij ons steentje bijdragen aan het trots(er) maken van de inwoners van Delft op de bijzondere plek die het Prinsenhof en de stad Delft innemen in de Nederlandse geschiedenis en op de kunst en innovaties die verbonden zijn met de stad.

43

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

2. Collectiewaarde Het museum is schatplichtig aan de bijzondere collectie die het namens de Gemeente Delft in eigendom heeft en beheert. In de paragraaf over het collectiebeleid is reeds dieper ingegaan op de collectie en het toekomstige beleid op dit vlak. Museum Prinsenhof Delft zet zich in om de collectie opgebouwd rondom de thema’s Willem van Oranje, Delfts Blauw en Delftse Meesters, alsmede het bijzondere complex, te beheren, in goede conditie te behouden, te renoveren, van context en duiding te voorzien en tentoon te stellen aan een breed publiek. 3. Ontwikkelende waarde – educatie en leren Kunst en cultuur dragen bij aan de persoonlijke ontwikkeling van mensen. Het ontwikkelen van kennis en inzicht over de Delftse cultuurhistorie en over kunst van onder meer de Delftse Meesters geeft verbeeldingskracht en draagt bij aan het opdoen van nieuwe ervaringen. Dit alles is misschien nog wel het meest van toepassing op de jonge Delftenaren. Museum Prinsenhof Delft hecht veel belang aan haar educatieve functie, met name voor onderwijsgroepen uit Delft en (wijde) omstreken. De Museumvereniging zegt hierover: ‘Om hun eigen identiteit volledig te kunnen ontwikkelen moeten kinderen en jongeren liefst zo vroeg mogelijk kennismaken met cultuur en musea. Musea bieden nieuwe vensters op de wereld of vergroten de bestaande vensters.’.

Museum Prinsenhof Delft zet haar collectie en ervaring op het gebied van educatie in om bij te dragen aan de kennis en kunde van leerlingen in alle fases van het onderwijs. De ontwikkelende waarde richt zich ook op volwassenen, vanuit de notie van een ‘leven lang leren’. Het museum ziet voor zichzelf een rol weggelegd bij het uitdragen van een diverse en genuanceerde blik op het Nederlandse verleden, zowel richting kinderen als volwassenen. 4. Verbindende waarde – ontmoeting en sociale cohesie De Museumvereniging liet door adviesbureau DSP onderzoek doen naar de waarde van musea. DSP concludeerde over de verbindende waarde: ‘Musea zijn de schakel tussen het verleden en heden. Ze zorgen voor verbinding met het grote verhaal van de mensheid, [...] en de fascinerende wereld van objecten. Actuele thema’s krijgen binnen het museum een context, waardoor dialoog mogelijk wordt.’ Museum Prinsenhof Delft zet zich – nu meer dan ooit – in als inclusieve verbinder in de stad en als plek waar mensen vanuit verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en waar een breed gedragen gevoel van samenzijn ontstaat. Het museum hecht veel waarde aan community building (gemeenschapsvorming) en verbinding, zoals onder meer blijkt uit de ‘Open Huis’ avonden tijdens de Pieter de Hooch- en Zilver-expositie en het diversiteits- en inclusiebeleid. Iedereen doet met andere woorden mee.

Museum Prinsenhof Delft levert hiermee een belangrijke bijdrage aan de ambities van de Gemeente Delft, zoals onder meer geformuleerd in de gemeentelijke Programmabegroting 2020-2023: ‘Het is belangrijk dat mensen vanuit verschillende achtergronden elkaar ontmoeten in de stad en hier vreedzaam samenleven, met respect voor en bescherming van ieders vrijheid. Veel Delftenaren zetten zich dagelijks in voor de stad en voor elkaar. Het college stimuleert daar waar mogelijk gemeenschapszin en onderlinge betrokkenheid.’

44

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

5. Economische waarde De economische waarde van Museum Prinsenhof Delft komt tot uiting in zowel ‘zachte’ waarden op het vlak van imago en de bijdrage aan de ontwikkeling van de (binnen)stad als in ‘harde’ waarden, namelijk in de vorm van directe en indirecte economische bestedingen. Bijdrage aan imago en ontwikkeling binnenstad Over de zachte economische waarde die kunst en cultuur hebben voor steden schreef onderzoeker Gerard Marlet in het verleden:

‘Kunst en cultuur zijn voor een stad niet de slagroom op de taart, ze zijn van cruciaal belang voor de aantrekkingskracht van een stad en de lokale economie. […] Het is een van de weinige bewezen effectieve manieren om met lokaal beleid de aantrekkingskracht van een stad te vergroten, en de lokale economie te stimuleren.’ Gerard Marlet, econoom en medeauteur Atlas voor Gemeenten

Ook in het document Delft, Parel in de Randstad wordt door de Adviesgroep Delft Herstelt terecht opgemerkt: ‘De puntgave historische binnenstad van Delft en de aan Delft verbonden toeristische thema’s Delfts Blauw, Oranje en Vermeer bieden in hun combinatie geweldige kansen om de ontwikkeling van Delft als (cultuur) toeristische bestemming een duurzaam toekomstperspectief te geven en daarmee ook de economische ontwikkeling van Delft als kennis en dienstenstad nieuwe impulsen te geven. Cultuur is een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat en voor toerisme. Aan het toerisme is ook veel directe werkgelegenheid verbonden. Dit werkt ondersteunend aan kwaliteit van het voorzieningenniveau, horeca en detailhandel.’ Museum Prinsenhof Delft wil bijdragen aan de aantrekkingskracht van Delft in het algemeen en aan die van de Delftse binnenstad in het bijzonder. De verbouwing stelt het museum in staat om meer kwaliteitstoeristen naar de binnenstad te trekken. Het museum wil hiermee een bijdrage leveren aan het vitaal houden van de binnenstad. In tijden van corona is deze bijdrage extra hard nodig. Daarnaast zal het museum in haar nieuwe vorm de ramen en deuren – veel meer dan nu het geval is – openen naar de stad.

Waar de activiteiten in het museum nu nog maar amper zichtbaar zijn voor de passant beoogt het museum sterker bij te dragen aan een levendigere binnenstad. Het vernieuwde museum levert een belangrijke bijdrage aan de programmatische invulling van het Sint Agathaplein als culturele toegangspoort tot de stad. Tot slot helpt het museum het imago van Delft als plaats voor innovatie en creatie actief uitdragen, onder meer door hier aandacht aan te geven in bijvoorbeeld de inrichting en programmering van het museum.

45

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

‘Musea versterken de maatschappelijke binding en de economische aantrekkingskracht van de omgeving. Ze leggen volop verbindingen met andere maatschappelijke en commerciële sectoren en versterken daarmee de regio. Ook versterken musea de aantrekkingskracht voor binnen- en buitenlandse bezoekers en het vestigingsklimaat voor bedrijven. De afgelopen jaren hebben musea veerkracht getoond door de eigen inkomsten fors te doen groeien. Dat geldt ook voor Museum Prinsenhof Delft, dat niet alleen een unieke collectie heeft, maar ook is gehuisvest in een monumentaal gebouw met een enorme historische waarde. Om dit uniek cultureel kapitaal dat ons allen verrijkt en (ver)bindt te bewaren en toekomstbestendig te maken, is een ingrijpende verbouwing noodzakelijk. Zodat Museum Prinsenhof Delft zich kan richten op de toekomst.’ Mirjam Moll, Directeur Museumvereniging

Economische impact – directe en indirecte bestedingen en werkgelegenheid De harde economische impact werd berekend door onderzoeksbureau Leisure Advies. Het betreft zowel de bestedingen die door bezoekers worden gedaan in en buiten het museum als de werkgelegenheid die deze bestedingen de stad opleveren. De economische impact werd geraamd aan de hand van kengetallen, specifieke ramingsmethodieken en resultaten van eerder uitgevoerde onderzoeken, zoals het door Kantar uitgevoerde bezoekersonderzoek ten tijde van de Pieter de Hooch-expositie. Bij de berekening is gewerkt met de geschatte bezoekersaantallen na heropening (115.000 in een nominaal jaar, 140.000 in een blockbuster jaar, inclusief verhuur, en daarbij opgeteld de bezoeken van externe gasten aan de horeca). Voor de details van de berekeningen verwijzen we naar bijlage 6. De bestedingsimpact is groot, zoals blijkt uit het onderzoek. In een nominaal jaar zorgt het nieuwe Museum Prinsenhof Delft voor afgerond € 3,3 miljoen aan bestedingen in Delft. In een blockbuster jaar loopt deze impact op tot € 4,2 miljoen. Op dit ogenblik ligt de jaarlijkse bestedingsimpact op € 2 miljoen. De renovatie en verbouwing zorgen met andere woorden voor een toename van de jaarlijkse bestedingsimpact met € 1,3 miljoen (nominaal jaar) tot € 2,2 miljoen (blockbuster jaar).

Minstens zo belangrijk is de extra werkgelegenheid die hiermee ontstaat. Naast structurele werkgelegenheid in Delft als gevolg van de vernieuwing van Museum Prinsenhof Delft is sprake van een tijdelijke impact als gevolg van investeringen in vernieuwing. Uit het onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van Museum Prinsenhof Delft – na uitvoering van het Ondernemingsplan – in Delft 91 tot 116 structurele banen creëert, uitgaande van scenario neutraal. Aanvullend op de structurele werkgelegenheid is sprake van een tijdelijke impuls voor de werkgelegenheid vanwege de investeringen in de verbouwing van het museum. Deze impuls is nu berekend op 200 fulltime arbeidsplaatsen aan directe werkgelegenheid.

46

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

Museum Prinsenhof Delft is er trots op deze economische bijdrage te mogen leveren aan de stad Delft. Het vernieuwde museum stelt ons in staat om een aantrekkelijke programmering te voeren en daarmee verder bij te dragen aan de economische versterking van Delft.

9.2 Huidig museumbezoek • Museum Prinsenhof Delft trok de afgelopen vijf jaar gemiddeld 85.000 bezoekers per jaar (exclusief verhuur). • De impact van spraakmakende tentoonstellingen blijkt van grote invloed op de bezoekersaantallen. Zo was 2019 het absolute topjaar van het museum met 124.000 bezoekers. Dit goede resultaat was een direct gevolg van de populaire en goed ontvangen Pieter de Hooch-tentoonstelling². Ook 2016 was een goed jaar met 114.000 bezoekers, dit met name als gevolg van de Vermeer komt thuis-tentoonstelling.

Grofweg komt voor het museum in haar huidige vorm het bezoekersaantal in jaren met een zeer aansprekende tentoonstelling tot een blockbuster uit op circa 120.000. In jaren met een meer reguliere tentoonstellingsprogrammering ligt het bezoekersaantal rond de 85.000 per jaar (exclusief bezoek via verhuur).

2 De expositie trok 90.257 bezoekers in de periode 11 oktober 2019 t/m 16 februari 2020. Dit is circa 60.000 bezoekers meer dan gebruikelijk in een tijdsbestek van vier maanden.

47

M U S E U M

P R I N S E N H O F

D E L F T

9.3 Externe en interne ontwikkelingen Relevante externe factoren voor het ramen van het toekomstige bezoekersaantal: Positieve impact op publieksbereik

Negatieve impact op publieksbereik

De inhoudelijke thema’s Willem van Oranje, Delfts Blauw en Delftse Meesters worden ook door Delft Marketing ingezet om het merk Delft te laden en de economie te laten groeien. Daarbij wordt met name ingezet op kwaliteitstoeristen.

De concurrentie in de vrijetijdsmarkt groeit en musea opereren in een zeer competitieve markt, zelfs mogelijk een verdringingsmarkt. Een aantal topmusea is goed voor het overgrote merendeel van het museumbezoek. Voor de middelgrote en kleine musea is er beperkt sprake van groei. A few winners take it all. Het is nog onduidelijk hoe zich dit verder ontwikkelt als gevolg van de coronacrisis.

De Delftse bevolking groeit: Uit onderzoek van het CBS en het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat naar verwachting in 2035 het aantal inwoners in Delft 19% hoger ligt dan in 2018 het geval was (van 103.000 in 2019 naar circa 122.000 in 2035). Ook in de omliggende gemeenten wordt een wezenlijke bevolkingsgroei voorzien.

Diverse andere (middel)grote musea hebben uitbreidings- en verbeterplannen. Voorbeelden zijn Museum Boijmans Van Beuningen, het Amsterdam Museum en Museum Arnhem. Ook is er sprake van nieuwe toetreders tot de markt, zoals het nieuwe Landverhuizersmuseum in Rotterdam.

Het aandeel buitenlandse bezoekers aan musea in Nederland steeg de afgelopen jaren; zij zijn voornamelijk geïnteresseerd in kunst- en historische musea.

Effecten van de coronacrisis op het inreizend toerisme en onduidelijkheid over hoe zich dit verder zal ontwikkelen.

De interesse van Nederlandse millennials in musea is relatief hoog en hun voornaamste interesse gaat uit naar tentoonstellingen over geschiedenis. 2 op de 3 millennials geven daarbij aan dat bijzondere programmering sterk bijdraagt aan het aanwakkeren van interesse in een museumbezoek3. De groep van (gepensioneerde) babyboomers met veel tijd, veel geld en een relatief hoge interesse in museumbezoek groeit verder door. Ter illustratie: waar in Delft nu nog 15,6% van de bevolking 65plus is, is dat in 2035 gegroeid tot 20%⁴.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10228641/1