CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A Programma van Eisen MPD PvE versie 08

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 22 juni 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstel over Van visie naar ontwerp Prinsenhof Delft start ontwerpfase (2122454)34.659 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Naar de mogelijkheden voor verbetering van de helderheid van de routing zijn al diverse eerdere studies gedaan, o.a. door Van Heeswijk, 2013, zie onderstaande tekeningen (en ook de bijlagen 15 t/m 18).

4

Er is bijvoorbeeld een risico dat na thermische isolatie condens optreedt met uiteindelijk kans op schade aan de gevel door o.a. rot, schimmel of stukvriezen. Dit vraagt om zeer zorgvuldige detaillering opdat dit wordt voorkomen.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 31

4.2.2.

Vergroting bruikbaar oppervlak, verbeteren bezoekersfaciliteiten, geschikt maken ruimtes zolder en kelder

Er is behoefte aan verbetering van de entreeruimte, aan (beperkte) vergroting van het oppervlak aan museale presentatieruimte, uitbreiding van de bezoekersfaciliteiten voor educatie, diverse publieksactiviteiten, evenementen en museumhoreca, en uitbreiding van de mogelijkheden voor cultureel ondernemerschap (verhuurbare ruimten). Dit is nader uitgewerkt in hoofdstuk 7. Na de uithuizing van de collectie-objecten naar een extern depot zijn de zolderruimtes beschikbaar gekomen en is de mogelijkheid ontstaan voor een herverdeling van de gebruiksfuncties over de ruimtes en voor het inpassen van klimaatinstallaties. Dit betekent echter ook dat flinke ingrepen nodig zullen zijn om vrijgekomen niet-verblijfsruimtes geschikt te maken als verblijfsruimtes waar een grotere behoefte aan is. Daarbij moeten vragen worden afgewogen als: Waar kan een bepaalde functie wel? Waar niet? Voor welke bestemming leent een ruimte zich goed? Op welke plekken zijn welke ingrepen zinvol? Welke mate van flexibiliteit is haalbaar? Welke ingrepen hangen met elkaar samen? 4.2.3.

Bouwfysica, klimaatbeheersing

In de huidige situatie zijn de buitenwanden om bouwfysische redenen minder geschikt voor het ophangen van schilderijen en bovendien vaak scheef en scheluw. Er worden daarom in enkele gevallen nu voorzetwanden gebruikt. De aanwezige klimaatinstallaties zijn zeer beperkt en verouderd: er is alleen een cv-installatie, geen luchtbehandelingsinstallatie met ventilatie/verwarming/koeling/bevochtiging. Om objecten goed en verantwoord te kunnen tonen, zowel de eigen collectie en zeker in geval van bruiklenen, is een stabiel klimaat (temperatuur, luchtvochtigheid) vereist. Dit vraagt grote aanpassingen aan het gebouw en aan de installaties, rekening houdend met de monumentale waarden van het gebouw. Daarbij zal het niet overal vanzelf mogelijk zijn om, in harmonie met het monument, kanalen in te passen, dus dit vraagt doordachte en creatieve oplossingen5. Daarbij zijn er ook klimaatvoorzieningen nodig ter verbetering van het comfort voor de bezoeker en medewerkers, vooral op het gebied van luchtkwaliteit en daglicht. Aandachtspunten hierbij zijn o.a.: ▪ Vernieuwing installaties ▪ Ventilatie eisen bezoekers ▪ Vervangen kanalisatie ▪ Verduurzaming (zie ook hierna bij 4.2.5) 4.2.4.

Toekomstbestendig maken: groot onderhoud, instandhouding gebouw

Behalve de benodigde maatregelen voor routing en binnenklimaat zijn er ook ingrepen nodig om het benodigde onderhoud aan het gebouw te verrichten en het gebouw toekomstbestendig te maken. Zie ook de bijlagen met technische gegevens, de bijlagen 22 t/m 24.

5

Een denkbaar voorbeeld is het gebruik maken van schouwen of dubbele vloeren in bovengelegen ruimtes.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 32

Aandachtspunten hierbij zijn o.a.: ▪ Lekkages ▪ Aansluiting glazen dak/ detaillering dak Van der Mandelezaal ▪ Onderhoud pannendaken ▪ Spanten ▪ Transportinstallaties: er is nu geen lift aanwezig ▪ Vernieuwen bekabeling (elektra, data etc.) ▪ Vernieuwen leidingwerk en riolering ▪ Asbest ▪ Schilderwerk Buitenschilderwerk incl. houtrot is uitgevoerd in 2020. 4.2.5.

Duurzaamheidsambitie

De gemeente Delft gebruikt de Sustainable Development Goals (SDGs) van de Verenigde Naties als kapstok voor haar duurzaamheidsbeleid. De gemeente Delft bouwt door aan een duurzaam Delft met CO2 en energiebesparing en de ambitie tot het bereiken van energieneutraliteit. Voor het realiseren van deze doelstellingen is de gemeente grotendeels afhankelijk van initiatieven en partners in de stad. Om draagvlak bij private partijen te creëren en bevorderen is het van belang dat de gemeente zelf het goede voorbeeld geeft. Het verduurzamen van de gemeentelijke vastgoedportefeuille is hierbij van cruciaal belang. Gezien de ambities van de gemeente in 2050 is het noodzakelijk dat in het ontwerpproces nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan mogelijkheden om het object te verduurzamen zonder aantasting van de monumentale elementen. Het gebouw moet in de nieuwe situatie (voor zover mogelijk) bijdragen aan de duurzaamheidsambities van de gemeente Delft, zoals vastgelegd in het Raadsbesluit Delft Energieneutraal 2050 (bijlage 14) en de Routekaart Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed Delft. Gegeven het bestaande gebouw, de museumfunctie en de museale klimaatvereisten wordt als uitgangspunt BREEAM-in-Use aangehouden.

De Beoordelingsrichtlijn hiervoor is ter informatie opgenomen in bijlage 14; een afgewogen selectie van toe te passen maatregelen moet in het ontwerp worden opgenomen, passend bij het monument, de museumfunctie en binnen het beschikbare budget. Aangezien het Prinsenhof een monumentaal gebouw is, kan dit qua duurzaamheid niet zonder meer in het kader van de duurzaamheidsambities van de gemeente Delft kan worden geplaatst. De in het Raadsbesluit omschreven ambitie en diverse voorgestelde maatregelen zijn voornamelijk van toepassing op te renoveren of nieuw aan te brengen onderdelen, zowel bouwkundig als installatietechnisch. Daar waar duurzaamheidambities en maatregelen het monumentale gebouw zouden aantasten, is de mening van monumentenzorg (Erfgoed) maatgevend. Enige handreikingen voor toe te passen duurzaamheidsmaatregelen zijn opgenomen in de hoofdstukken met Technische Eisen (vanaf hoofdstuk 10).

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 33

4.2.6.

Brandveiligheid, compartimentering

De brandveiligheid van het gebouw moet voldoen aan de actuele wettelijke eisen en in aanvulling daarop zijn gericht op de veiligheid van de aanwezige collectie. Een aandachtspunt voor het ontwerpteam is het effectief voorkomen van brand en van branduitbreiding en het beperken van de omvang van de schade in geval van brand. Brandcompartimentering gaat indien mogelijk samen met functionele compartimentering, klimaatzonering en beveiligingscompartimentering. Indien nodig zullen de aanwezige brandveiligheidsinstallaties moeten worden aangevuld en/of uitgebreid. Eisen aan de brandveiligheidsinstallaties zijn opgenomen in de hoofdstukken met Technische Eisen (vanaf hoofdstuk 10). 4.2.7.

Beveiliging

In 2016 is een investering gedaan voor uitbreiding en upgrading van de beveiligingsinstallatie van het gebouw, naar aanleiding van het exposeren van het schilderij Het Straatje van Vermeer. Uitgangspunt is om bij een nieuwe indeling en aanpassingen aan het gebouw deze investering aan de beveiligingsinstallatie en de hieraan gerelateerde MER-ruimte en beveiligingsruimte (zoveel mogelijk) in stand te houden. Indien nodig zal de aanwezige beveiligingsinstallatie moeten worden aangevuld en/of uitgebreid. Algemene beveiligingseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 8 en in de hoofdstukken met Technische Eisen (vanaf hoofdstuk 10). De specifieke beveiligingseisen zullen nader worden uitgewerkt in een integraal beveiligingsplan door de beveiligingsadviseur. 4.2.8.

Museale installaties, verlichting, zonwering

In samenhang met de aanpassingen aan het gebouw zullen ook de gebruiksspecifieke installaties moeten worden vernieuwd en/of uitgebreid. Dit betreft o.a. de volgende voorzieningen: ▪ Tentoonstellingsverlichting ▪ Audiovisuele installaties en/of interactieve installaties in de museale presentatieruimtes en bijbehorende publieksruimtes zoals entreeruimte (bijvoorbeeld projectie introductiefilm, videoinstallaties, lichtkrant) ▪ Audiovisuele installaties evenementenruimte, lezingenruimte, vergaderruimte/trouwlocatie (geluidinstallatie, beamer/projectie, eventueel beknopte toneelverlichting) ▪ ICT-installatie: o.a. kassa/reserveringssysteem, streaming ▪ Zonwering, lichtwering, verduistering museale presentatieruimtes Algemene uitgangspunten voor verlichting, ICT en zonwering zijn opgenomen in de hoofdstukken met Technische Eisen (vanaf hoofdstuk 10).

4.3.

Ontwerpcriteria Werkgroep Prinsenhofgebied

De Werkgroep Prinsenhofgebied heeft in haar Toekomstvisie (zie ook paragraaf 1.1 en 2.2) voor het gebouw van Museum Prinsenhof Delft de volgende ontwerpcriteria meegegeven als richtinggevend perspectief:

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 34

Het gebouw van het museum is het belangrijkste museale object. Na de verbouwing is er een mooier gebouw dan ooit te voren. Dat betekent minimaal ingrijpen in de sfeer van het gebouw: een van de oudst bewaard gebleven stadskloosters van Nederland, later ook het huis van Willem van Oranje. Tegelijk moet er gezorgd worden voor voldoende en goed toegankelijke museale ruimte. De Waalse Kerk behoudt haar sacrale sfeer en is zelfstandig te gebruiken. Ruimte en routing ▪ Uitbreiden tentoonstellingsruimte. ▪ Logische routing voor bezoekers door het gebouw. ▪ Contact- en oriëntatiemogelijkheden vanuit het gebouw met de omgeving. ▪ Kelders en zolders kunnen toegankelijk worden gemaakt voor publiek of anderszins functioneel ingezet worden. Keldervloeren kunnen met elkaar worden verbonden. ▪ De 2e binnentuin mag niet worden overkapt en heeft bij voorkeur (mede) een museale functie. Ingrepen kunnen ertoe leiden dat de poort naar de 2e binnentuin moet vervallen. Deze is dan uitsluitend nog bereikbaar vanuit het museum. ▪ Een bij de sfeer passend museumcafé grenst bij voorkeur aan de tuin, aan de zonkant en biedt uitzicht over de tuin en het gebouw. Toegankelijkheid mindervaliden ▪ Streven is een toegankelijkheid van het museum voor mindervaliden van minimaal 70%.

▪ Tenminste twee stijgpunten (liften) toevoegen, te denken valt aan de Schoolstraat (plek met de meeste niveauverschillen) en nabij de Waalse Kerk. ▪ Overige hoogteverschillen met bescheiden middelen overbruggen. Klimaat museum ▪ Het klimaat van het museum moet op een peil worden gebracht dat voldoet aan de hedendaagse standaards in de museumwereld. ▪ Het binnenklimaat voor bezoekers moet aangenaam zijn, met name wat betreft luchtkwaliteit en daglichttoetreding. Van der Mandelezaal ▪ De Van der Mandelezaal vergt weinig ingrepen, anders dan een verbeterd binnenklimaat. ▪ De Van der Mandelezaal (met toegevoegde cateringfaciliteiten, garderobe en sanitair) is geschikt voor bijeenkomsten en is los van het museum toegankelijk en verhuurbaar. Waalse Kerk ▪ In de Waalse Kerk wordt minimaal ingegrepen, de huidige sfeer blijft behouden. ▪ De Waalse Kerk is geschikt voor bijeenkomsten, tentoonstellingen en aparte verhuur en is via een eigen entree desgewenst zelfstandig bereikbaar en bruikbaar. ▪ Voor activiteiten in de Waalse Kerk kan gebruik gemaakt worden van de cateringfaciliteiten, garderobe en sanitair van de Van der Mandelezaal. ▪ Behoud en mogelijkheid van bespelen van het orgel zijn voorwaarden. ▪ De akoestische eigenschappen van de Waalse Kerk worden getoetst aan de hand van de eisen die gelden voor de monumentale klank van het orgel.

▪ De klimaateigenschappen van de Waalse Kerk worden zowel afgestemd op de voor het orgel geldende criteria als op de gewenste museale eisen.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 35

4.4.

Balans

Bij deze opgave komen veel elementen samen, zoals restauratie, functionaliteit, toegankelijkheid, bouwfysica, duurzaamheid, beveiliging, interieur, bouwkosten, openbare ruimte. Al deze elementen moeten integraal in de totale opgave worden meegenomen, afwegingen moeten zorgvuldig worden gemaakt. Het sleutelwoord bij deze opgave is balans. Een aantal eisen laat zich niet vanzelf combineren. Maatwerk, innovativiteit en slimme oplossingen zijn belangrijk. Zo is het voor de museumexploitatie van belang aansprekende objecten te kunnen tonen. Voor deze objecten, veelal bruiklenen, is in bijna alle gevallen een hoogwaardige klimaatsituatie vereist. Deze gewenste klimaatsituatie in de museale ruimtes stelt hoge eisen aan de ingrepen, gegeven de wijze waarop het gebouw is gebouwd. Bij ondoordachte maatregelen, detaillering en uitvoering kunnen deze eerder de instandhouding van het gebouw tegengaan dan bevorderen. Goede afwegingen zijn daarom belangrijk, waarbij naast de uitwerking op het gebouw ook het kostenaspect moet worden meegewogen. De fysieke mogelijkheden en beperkingen van de aanwezige ruimtes zullen waarschijnlijk mede bepalend zijn voor de plaats in het gebouw van de diverse museale thema's en daarmee voor de routing; dit zal zorgvuldig verenigd moeten worden met inhoudelijke afwegingen. Een belangrijke eis is het verbeteren van de toegankelijkheid.

Ook hier geldt echter dat de benodigde ingrepen moeten worden afgewogen tegen andere aspecten, zoals de monumentale waarden van het gebouw. Het streven is de gewenste uitbreiding van de gebruiksfuncties zoveel mogelijk op te lossen binnen het bestaande gebouw. Uitbreiding in de vorm van nieuwbouw is beperkt mogelijk. Het is denkbaar dat voor bepaalde knelpunten een uitbreiding met een (klein) nieuw bouwdeel vanuit technisch of logistiek oogpunt tot een betere oplossing leidt. Een goede entreeruimte die goed zichtbaar en vindbaar is, is noodzakelijk. Een denkbare (maar niet verplichte) ingreep is verplaatsing van de entree naar de zijde van het Agathaplein en de tuin. Een andere wens is een terras bij het museumcafé, wellicht aan de tuin. Het behoud van de verstilde sfeer van de tuin is echter ook een belangrijke wens (vanuit de inwoners van de stad). Dit vraagt een zorgvuldige ontwerpoplossing. Het is denkbaar dat het uitgangspunt om de beveiligingsvoorzieningen die in 2016 zijn aangebracht geheel in stand te houden in het ontwerp tot onnodige complicaties en meerkosten leidt. Ook dit vraagt afweging en balans. In alle gevallen moeten de monumentale waarden en de kosten (zowel voor investering als gebouw- en bedrijfsexploitatie) met de andere factoren, zoals de museale belangen, worden meegewogen bij de te maken keuzes.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 36

4.5.

Investering en exploitatie

Het ontwerpteam dient kostenbewust te werk te gaan, waarbij zowel rekening wordt gehouden met de investeringskosten, als met de exploitatiekosten. Ontwerpoplossingen mogen niet leiden tot ongunstige situaties in de exploitatiefase. Dit geldt in de breedste zin: zowel voor de gebouwexploitatie (onderhoud, levensduur materialen, energiegebruik, watergebruik etc.) als voor de bedrijfsexploitatie (bemensing, looplijnen, logistieke processen etc.). Verderop in dit PvE wordt hieraan bij relevante onderwerpen nogmaals gerefereerd. Afhankelijk van het betreffende onderdeel dient het ontwerpteam diverse vormen van onderbouwing voor de gemaakte afwegingen aan te leveren.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 37

5.

Omgevingseisen

5.1.

Bereikbaarheid en zichtbaarheid

In de huidige situatie ligt de hoofdingang van Museum Prinsenhof Delft wat verstopt. De hoofdentree moet in de nieuwe situatie beter zichtbaar en vindbaar zijn, en goed bereikbaar voor bezoekers vanuit zowel de Oude Delft als de Phoenixstraat. Met een betere zichtbaarheid zal ook de uitstraling van het monument in relatie tot de omgeving beter tot zijn recht komen.

5.2.

Plein en tuin

Tot de scope van de opgave als geheel behoort de directe omgeving van het Prinsenhof (zie ook hoofdstuk 2), waaronder de Prinsentuin (Kloostertuin) en het Sint Agathaplein. Deze opgave betreft het onderdeel voor de tuinarchitect. De uitwerking van de buitenruimte dient te voldoen aan de kaders die de gemeente Delft hiervoor heeft opgesteld, waaronder het Handboek Openbare Ruimte (opgenomen als bijlage 27 bij dit PvE).

5.3.

Ontwerpcriteria Werkgroep Prinsenhofgebied

De Werkgroep Prinsenhofgebied heeft in haar Toekomstvisie (zie ook paragraaf 1.1 en 2.2) voor de buitenruimte de volgende ontwerpcriteria opgenomen als richtinggevend perspectief: Het eerste wat je ziet als je het gebied binnenkomt is het prachtige Sint Agathaklooster met de historische tuin. De Prinsentuin wordt een groene verblijfsplek, intiem en uitnodigend. ▪ De toegang vanaf de Phoenixstraat tot het Prinsenhofgebied wordt geaccentueerd en versterkt het karakter van het gebied. ▪ De zichtbaarheid van het museum aan de kant van de Oude Delft en de Van der Mandelezaal wordt vergroot.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 38

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

5.4.

Het uitnodigende en tegelijk intieme karakter van het hele complex moet worden versterkt, Sint Agathaplein en Prinsentuin open maken, één ruimte met twee aparte sferen. Het is mogelijk om eventuele faciliteiten voor het museum buiten het kloostergebouw op te lossen. Een toegang op het plein of tuin biedt een mooi uitzicht op de tuin en het museum. Het Sint Agathaplein heeft een duidelijke plein- en verblijfsfunctie en is een wandelgebied. Fietsen en fietsparkeren is niet toegestaan en kan door de inrichting worden ontmoedigd. De kloostertuin hoort van oudsher bij het klooster, het ontwerp getuigt hier idealiter van. De huidige Prinsentuin wordt wellicht een eigentijdse kruidentuin en versterkt de sfeer van het klooster. Om het verstilde karakter va de tu te eh ude , ku e de ez ekers’str me ’ va Museum Pr se h Delft, Prinsenkwartier en tuin worden gescheiden. De bestaande monumentale bomen blijven bij voorkeur behouden, voor zover deze gezond zijn. Voor fietsparkeren moeten oplossingen gevonden worden buiten het plein, bijvoorbeeld aan de Phoenixstraat. Kleine evenementen vinden beperkt plaats en zijn afgestemd op de gewenste sfeer van het plein, zoals vast te leggen in een locatieprofiel als onderdeel van het gemeentelijk evenementenbeleid. Straatmeubilair en verlichting zijn passend bij de sfeer van het gebied en versterken de beleving.

Het ontwerp houdt rekening met de beleving voor de eigenaren/gebruikers van de aangrenzende woningen en kantoren.

Opstelruimte bevoorrading, hulpdiensten

Direct bij de goedereningang moet een opstelruimte beschikbaar zijn, voor het veilig laden en lossen van objecten en tentoonstellingsinrichting, voor het bevoorraden van de horecavoorziening en voor hulpdiensten. Dit is alleen mogelijk aan de zijde van de Oude Delft. Ingangen voor kunstobjecten en voor overige goederen moeten gescheiden zijn. Zie ook paragraaf 8.3. Voor hulpdiensten is behalve aan de Oude Delft, ook op het Agathaplein een opstelmogelijkheid.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 39

6.

Beeldkwaliteit

6.1.

Gewenste uitstraling exterieur

Een belangrijk kwalitatief kader is de ligging van Het Prinsenhof in het beschermde stadsgezicht. Het gebouw behoort tot de specifieke structuur en het onverwisselbare beeld van de Delftse binnenstad en is in hoge mate een van de bepalende monumentale gebouwen. De gewenste uitstraling kan op de volgende wijze worden aangeduid: ▪ Respect voor het monument; ingrepen mogen best stevig zijn, maar mogen niet concurreren en niet conflicteren met het monument, niet overheersen ▪ Niet historiserend ▪ Tijdloos, ingrepen moeten getuigen van kwaliteit ▪ Duurzaamheid in materiaalkeuze (tijdsbestendig, onderhoudsarm)

6.2.

Gewenste uitstraling interieur

Bij de vernieuwing wordt gestreefd naar openheid: een directe blik van bezoekers op de prachtige historische omgeving waarin het museum zich bevindt. Letterlijk en figuurlijk de luiken openzetten. De entree is zichtbaar en biedt een warm welkom: een hoogwaardige ontvangst en service aan de bezoekers: horeca/winkel, moderne toiletfaciliteiten. Voor de gewenste "look and feel" geldt het volgende: ▪ De verbouwing en vernieuwing moet het unieke karakter van het gebouw eer aan doen en versterken én daarnaast zorgen voor extra ruimte voor tentoonstellingen en andere functies zoals educatie, horeca en museumwinkel. Het betekenisvolle gebouw moet eigentijds voelen en recht doen aan de historische architectuur. De kwaliteit van het gebouw moet overal zichtbaar zijn in bestaande panden maar ook in mogelijke nieuwbouw (toevoegen hedendaagse kwaliteit). De keuzes die we nu maken moeten toekomstbestendig zijn en ten minste 40 jaar mee kunnen en niet gedateerd raken. Een zekere flexibiliteit in het ontwerp ten aanzien van het gebruik is gewenst. ▪ MPD wil haar bezoekers een uitmuntende bezoekersbeleving van nu en van de toekomst garanderen. Het publiek (of het nu museumbezoekers zijn, gasten via verhuur of schoolklassen) staat centraal. Zonder bezoekers geen museum. ▪ Het beleid van MPD is erop gericht dat eenieder zich welkom voelt.

Dat zou ook een leidraad moeten zj e de ver euw gsv s e e de arch tectuur pvatt g Op z ek gaa aar ‘he derhe d’ e ‘kwa te t’ het ge uw ee g sche r ut g, ee verwe k me de e tree Maar k ez ekers de mogelijkheid geven om wat langer stil te staan bij de objecten of juist een snelle kennismaking met de collectie te faciliteren. Met ruimte voor koffie of een lunch voor tijdens of na het bezoek. ▪ Het gebouw moet de gelaagde en meerstemmige verhalen versterken die MPD in haar museum vertelt en de kunst die MPD toont, zelf een verhaal vertellen, en bezoekers een extra laag/dimensie bieden. De vernieuwing van MPD maakt de blik van de bezoekers naar buiten en de blik van buiten/vanuit de stad naar binnen mogelijk. ▪ Er moet speciale aandacht zijn voor de locatie van de tijdelijke tentoonstellingen. Die zijn uitermate belangrijk voor onder meer herhaalbezoek en dienen goed toegankelijk te zijn/makkelijk vindbaar.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 40

▪

Het pand moet ook de medewerkers van het museum passen en faciliteren en duurzaam functioneren. Zowel op kantoor als achter de schermen zoals bij kunsttransporten en de opbouw van tentoonstellingen.

In de museale presentatieruimtes en in de publieksruimtes dienen technische voorzieningen (zoals kanalen, leidingen, bekabeling, schakelaars), uit het zicht te worden weggewerkt, of anders goed geïntegreerd in de elementen van de ruimte (zoals balken, plinten, aanwezige koven). Nieuw aan te brengen onderdelen moeten vooraf in overleg met opdrachtgever en gebruiker worden geselecteerd, afgestemd en bemonsterd. Een referentie voor het interieurbeeld is het Rijksmuseum Amsterdam: een moderne kleurstelling en meubilair-/ verlichtingskeuze tegenover het historische beeld van het gebouw.

Bron afbeelding: Rijksmuseum Amsterdam

Als voorbeeld van de gewenste uitstraling kan de huidige inrichting van de Kamer van Charitate worden genoemd: eigentijds maar met een detaillering, subtiliteit en kleurstelling die zich goed verhoudt tot de historische context.

Bron afbeelding: Museum Prinsenhof Delft

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 41

7.

Ruimtelijke eisen

7.1.

Benodigd vloer oppervlak

Uitgangspunt voor het benodigd vloeroppervlak is de Ruimtestaat Nieuwe situatie die is opgesteld door Toornend Partners als onderdeel van de Ruimtelijke visie 2017. Voor het totale benodigde (en inpasbare) vloeroppervlak wordt daarbij gerekend op ca. 6.500 m2 bvo (dit is ca. 4.600 m2 nvo inclusief installatie- en verkeersruimtes, exclusief constructie oppervlak). De ruimtestaat voor de nieuwe situatie is bewerkt en geactualiseerd en bijgevoegd als bijlage 2. Een lijst met de bestaande ruimtes en de huidige gebruiksfunctie per ruimte is opgenomen als bijlage 1. In fno verhoudt het bestaande ruimtegebruik zich tot het gewenste ruimtegebruik als volgt: Cluster 1 2a 2b 2c 3 4 5 6 7

Entreegebied Vaste collectiepresentatie Tentoonstellen tijdelijk Tentoonstellen inserts Evenementen, Verhuur en Educatie Werken Expeditie Facilitair Techniek Functioneel nuttig oppervlak horizontale verkeersruimte verticale verkeersruimte niet in gebruik (vooral zolders)

2020 289 1.135 299 862 500 113 82 3.280 404 173 1.313

PVE 355 1.060 500 150 834 429 174 122 274

Verschil 66 -75 201 150 -28 -71 174 9 192

3.898 603 153

618

Een van de hoofdelementen voor de nieuwe situatie is het vergroten van het museale oppervlak van ca. 1.400 m2 fno naar ca 1.700 m2 fno. Daarbij wordt gedacht aan de volgende onderverdeling: ▪ De vaste collectie thema’s Delfts blauw, Delftse meesters en Willem van Oranje gelijk verdeeld, ca. 350 m2 per thema, samen 1.060 m2. ▪ Voor tijdelijke tentoonstellingen ongeveer 500 m2. ▪ Daarnaast 150 m2 verdeeld over een aantal inserts, kleinere ruimtes (ca. 4; minimaal 20 en maximaal 50 m2 per ruimte) die in ieder circuit bij de collectiethema’s betrokken kunnen worden, maar die ook gebruikt kunnen worden voor ‘u tstapjes’ de thema’s kleine aparte onderwerpen. ▪ Indien het tentoonstellingscircuit bestaat uit geschakelde zalen, in een ononderbroken circuit, dan moet de kleinste zaal minimaal 120 m2 zijn. ▪ De gevraagde 500 m2 zou kunnen bestaan uit een ruimteverdeling van 2 x 150 m2 en 1x 200 m2.

7.2.

Functionele relaties

Uitgangspunt voor de benodigde functionele relaties tussen ruimtes is het schema van Relaties en clusters dat is opgesteld door Toornend Partners als onderdeel van de Ruimtelijke visie 2017 (bijlage 3).

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 42

8.

Algemene functionele eisen

Dit hoofdstuk beschrijft op globale wijze de eisen aan de huisvesting (voor de situatie na verbouw) vanuit het oogpunt van functionaliteit en bedrijfsvoering.

8.1.

Toegankelijkheid

De accommodatie dient toegankelijk te zijn voor mindervalide personen (o.a. met rolstoelgebruik). Uit eerdere studies is gebleken dat het haalbaar moet zijn om tot 70 % van de presentatieruimtes toegankelijk te maken. Voor het verbeteren van de toegankelijkheid geldt prioriteit voor de volgende publieksruimtes en -voorzieningen: ▪ entreegebied, inclusief museumwinkel en museumcafé, garderobe, toiletten ▪ educatie- en evenementenruimtes ▪ ruimtes tijdelijke tentoonstellingen ▪ de Moordhal met de kogelgaten ▪ zo groot mogelijk deel ruimtes vaste presentatie. Ook de toegankelijkheid van de directe omgeving van het gebouw (tuin en plein) is hierbij een aandachtspunt. De eis voor de toegankelijkheid is 'dat iemand op vanzelfsprekende wijze zijn weg in het gebouw v dt’ e passend logistiek principe met bijbehorende technische eisen voor de toegangsvoorzieningen draagt bij aan de gewenste toegankelijkheid voor zowel de bezoekers als medewerkers. Het gebouw voldoet voor zover als haalbaar is aan de Integrale Toegankelijkheid Standaard "basis" (publieksruimtes toegankelijk, daarbij werkruimtes minimaal deels toegankelijk), of anders aan de toegankelijkheidseisen volgens Besluit Toegankelijkheid of Bouwbesluit.

Als basisrichtlijn wordt (voor zover realiseerbaar gezien het bestaande gebouw) uitgegaan van: Toegankelijkheidseisen (in brede zin) voor het gebouw in het algemeen, voor zover mogelijk bij afweging van de monumentale belangen: ▪ De afstand tussen de publieksentree (waar indien mogelijk ook rolstoelgebruikers binnen komen) en de liftvoorziening(en) is zo klein als mogelijk is (in samenhang met de routing). ▪ Niveauverschillen leveren geen belemmering op voor rolstoelgebruikers en/of slechtzienden en zijn duidelijk gemarkeerd (met behulp van tactiele en/of kleur- of contrast-informatie). ▪ De breedtes van gangen (en trappen) zijn minimaal overeenkomstig het Bouwbesluit, rekening h ude d met het aa ta ge ru kers, verkeersru mtes e v uchtcapac te t Aa het e de va z ’ ga g s de mogelijkheid om te keren in een draaicirkel van 1.50 m. Dit voor zover dit mogelijk is in het bestaande gebouw. ▪ De bezoekersentree is voorzien van een "automatische deur". ▪ Er is een personenlift (bezoekers, medewerkers) en een goederenlift (voor kunsttransport, eventueel voor horeca) aanwezig ▪ Daar waar van toepassing is een voorziening aanwezig voor slechthorenden.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 43

Toegankelijkheidseisen (in brede zin) voor ruimtes in het algemeen: ▪ De publieksruimtes in het gebouw zijn via de lift(en) bereikbaar voor rolstoelgebruikers. ▪ Voor het intern transport van goederen, objecten, inventaris zoals stoelen, expositie objecten, geluidsapparatuur, schoonmaakwagentjes e.d. is een goederenlift aanwezig, bij voorkeur in de nabijheid van de expeditie-ingang. De voor opslag bestemde ruimtes en technische ruimtes zodanig in het gebouw te positioneren dat (voor zover mogelijk) zonder overlast voor gebruikers een efficiënte aan- en afvoer plaats kan vinden. ▪ De afmetingen van doorgangen naar voor opslag bestemde ruimtes en technische ruimtes zijn gerelateerd aan de afmetingen van de aan te voeren goederen. De bestaande doorgangbreedtes zullen mede bepalend zijn voor het toewijzen van gebruiksfuncties aan ruimtes of daar waar dit nodig en mogelijk is worden aangepast. Toegankelijkheidseisen (in brede zin) voor de presentatieruimtes voor tijdelijke en vaste presentatie en hieraan gerelateerde ruimtes (expeditiecluster): ▪ De bestaande verschillen in vloerhoogtes zoveel mogelijk verkleinen (t.b.v. kunsttransport, rolstoelgebruikers, mensen die slecht ter been zijn). ▪ Trillingsvrije binnenkomst en routing naar zalen en transitiedepot (t.b.v. kunsttransport).

8.2.

Oriëntatie bezoekers

Bezoekers moeten door overzichtelijkheid, logische routes en aan de hand van herkenningspunten op een eenvoudige, intuïtieve manier de weg in het gebouw kunnen vinden, met zoveel mogelijk doorlopende routes en met zo min mogelijk bewegwijzeringsbordjes. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt doordat vanuit verschillende ruimtes steeds zicht is op een oriëntatiepunt, zoals een binnentuin, een markante trap, een kerk of een straat. Het open maken van de ramen is hierbij een belangrijk aspect.

8.3.

Interne logistiek, routing

8.3.1.

Logistiek

Het gebruik van het museum wordt gekenmerkt door piekbelastingen op bepaalde momenten, die een goede verkeersafwikkeling vereisen. De logistiek is daarom van essentieel belang. Goede logistiek schept structuur, veiligheid, overzicht en gebruiksefficiency en comfort. Tevens leidt een goede logistieke opzet tot een eenvoudiger beheer (bijvoorbeeld: wanneer slechts een deel van het gebouw in gebruik is voor publiek, moet de rest afgesloten kunnen worden zonder dat bezoekers nog door andere delen heen hoeven om toilet, uitgang e.d. te bereiken). Speciale aandachtspunten zijn: ▪ De bezoekersstroom bij grote tijdelijke tentoonstellingen. ▪ Grote groepen (bijvoorbeeld onderwijs). ▪ De bezoekersstroom bij aanvang en na afloop van bijeenkomsten. ▪ Het aanleveren van goederen. ▪ De bevoorrading van de keuken. ▪ De opbouw van tijdelijke tentoonstellingen, zowel met betrekking tot materialen als tot kunstobjecten. ▪ Het ontvangen van kunstobjecten.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 44

▪ ▪

Interne logistiek m.b.t. objecten, intern kunsttransport (alle stappen van binnenkomst, uitpakken etc. tot in de presentatieruimte); geen dubbelgebruik ruimtes intern kunsttransport met andere functies Routes van bezoekers en interne dienstfuncties mogen elkaar niet kruisen.

8.3.2.

Routing presentatieruimtes

Voor zowel de ruimtes met de vaste collectiepresentatie als de ruimtes met de tijdelijke tentoonstelling geldt: Er moet een logische routing komen waarin zalen aaneengeschakeld zijn en waarbij de routes van vaste presentaties en tijdelijke tentoonstellingen elkaar niet doorkruisen.

8.4.

Veiligheid

8.4.1.

Gebruiksveiligheid

Het gebouw dient gebruiksveilig te zijn voor bezoekers en medewerkers en te voldoen aan de geldende Arbo-eisen. In het bijzonder moet aandacht worden besteed aan: ▪ een goed binnenklimaat (ventilatie, daglicht, geen geluidhinder, luchtvochtigheid, temperatuur, geur); ▪ hygiëne eisen; ▪ daar waar nodig gescheiden vuilwater/vet- afvoer, afzuiging, geur; ▪ zijlichten naast deuren – met name bij werkplekken (indien realiseerbaar); ▪ pauzeruimte en kleedruimte voor medewerkers; ▪ kolfruimte voor medewerkers; ▪ slipvrije/ stroeve vloeren tegen uitglijden (wel goed schoon te maken) - voor zover mogelijk bij de bestaande vloeren; ▪ verhoogde opstelling voor (af)wasmachines en -drogers; ▪ afsluitbare ruimtes; alle expositieruimtes moeten goed afsluitbaar zijn met sloten/of via meldkamer; ▪ zicht op binnenkomende bezoekers, duidelijke vluchtwegen, diefstalpreventie; ▪ bereikbaarheid EHBO-middelen; ▪ geen onveilige niveauverschillen; ▪ geen materialen met scherpe randen of hoeken. 8.4.2.

Sociale veiligheid

Sociale veiligheid zegt iets over omgeving en gedrag van mensen. De voorwaarden voor sociale veiligheid kunnen door het gebouw worden ondersteund. Dat kan preventief (tegengaan van onveiligheid) en scheppend (organiseren van betrokkenheid). Preventieve aandachtspunten zijn in ieder geval (voor zover realiseerbaar in het bestaande gebouw): ▪ overzichtelijkheid (daar waar mogelijk vermijden van nissen, verborgen hoeken e.d.). ▪ bevorderen van goede verlichting. ▪ een helder onderscheid tussen openbare en private ruimtes. ▪ (fiets)parkeerplaatsen zijn veilig bereikbaar, vooral in de avond. ▪ goede sociale controle is mogelijk door zichtlijnen vanuit het gebouw en de omgeving, zicht op entrees en het ontbreken van onoverzichtelijke schuilmogelijkheden. ▪ zorg voor preventieve maatregelen tegen de gevolgen van vandalisme, zoals het gebruik van vandalismebestendige materialen, het voorkomen van opklimpunten en dergelijke noodzakelijk.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 45

8.4.3.

Veiligheid museale objecten

De opstelling van museale objecten mag geen afbreuk doen aan de conditie van deze objecten. Aandachtspunten hierbij zijn: ▪ een zo constant mogelijk binnenklimaat (luchtvochtigheid, temperatuur), passend bij de bewaar-eisen van het object; ▪ beveiliging tegen beschadiging, vandalisme, diefstal, brand; ▪ objectbeveiliging. Bouwfysische eisen en specifieke beveiligingseisen worden nader uitgewerkt in de hoofdstukken met Technische Eisen (vanaf hoofdstuk 10). 8.4.4.

Inbraakveiligheid

Het aantal externe en interne toegangen naar de diverse delen van het gebouw dient te worden geoptimaliseerd, zodanig dat een overzichtelijk geheel ontstaat en de inbraakveiligheid wordt bevorderd. Zie ook paragraaf 4.2.7 en in de hoofdstukken met technische eisen (vanaf hoofdstuk 10). Bouwkundig zijn voorzieningen nodig bij ramen, deuren, wanden, plafonds, vloeren, etc. Aspecten die hierbij een rol spelen zijn onder andere: weerstandsklasse gevel, hang- en sluitwerk, veiligheidsglas. Het gebouw moet in de nieuwe situatie zijn voorzien van een inbraakbeveiligingssysteem dat voor gedeelten van het gebouw separaat moet kunnen worden uitgeschakeld. Overige aspecten die hierbij een rol spelen zijn onder andere: inbraakalarm, verlichting buitenterrein. De inbraakbeveiliging moet worden afgestemd op de openingstijden van gebouwdelen. De sloten moeten zijn voorzien van een moedersleutel of – passysteem en gradatie van sleutel of toegangspas zodat per functie toegang kan worden verschaft. Een en ander uit te werken in een doordacht sleutel- of toegangsplan in samenhang met het toegangsbeheersysteem. Minimaal de wettelijke eisen met betrekking tot inbraakwering zijn van toepassing. Streefwaarde voor de buitenschil (gevel, ramen, deuren, kozijnen, luiken, hang- en sluitwerk), voor zover haalbaar bij het bestaande gebouw, is een Weerstandsklasse 4 volgens NEN 5096.

Verder moet rekening worden gehouden met de verzekeringsvoorwaarden die bij bruiklenen worden gesteld en met de voorwaarden vanuit de verzekering van de gebouweigenaar, gemeente Delft. Aanbeveling is om het hele complex te beveiligen conform het Borg systeem van het CCV. Algemene beveiligingseisen zijn opgenomen in de hoofdstukken met Technische Eisen (vanaf hoofdstuk 10). De specifieke beveiligingseisen zullen nader worden uitgewerkt in een integraal beveiligingsplan door de beveiligingsadviseur. 8.4.5.

Brandveiligheid

Het gebouw voldoet voor wat betreft de (brand)veiligheid aan alle wettelijke eisen en richtlijnen, met aanvullende voorzieningen voor de brandveiligheid van de museale objecten. De belangrijkste brandveiligheidseisen komen kort samengevat op het volgende neer:

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 46

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

brandcompartimentering en brandwerendheidsscheiding tussen compartimenten; brandveiligheidsklasse van toe te passen materialen en bekleding van de (hoofd)draagconstructie; noodverlichting; vluchtwegaanduiding; ter plaatse van de nooduitgangen buiten het gebouw ruimte vrijhouden voor vluchten; brandmeld- en ontruimingsinstallatie; brandblus- of sprinklerinstallatie indien nodig (niet in museale presentatieruimtes – daar indien nodig een alternatief zoals een "droge blusleiding"); ▪ rookluiken indien nodig; ▪ bij oplevering van het gebouw vluchtwegplannen aanleveren; ▪ in het totale complex zo min mogelijk brandbare isolatiematerialen toepassen. De (onbeschermde) brandbare kunststof isolatie kan een snelle branduitbreiding veroorzaken. Bijzondere aandacht vraagt de ligging van vluchtwegen en nooduitgangen in relatie tot de fysieke beveiliging van het gebouw en de museale presentatieruimtes (plus transitiedepot c.a.). Zo mogelijk voorziet het ontwerp erin, dat vluchtwegen niet direct vanuit een museale presentatieruimte naar buiten leiden. Indien dit niet mogelijk is, is het in combinatie met diefstalbeveiliging een aandachtspunt dat er een vertraging is op nooduitgangen die vanuit een museale ruimte direct naar buiten leiden. Dit dient te worden overlegd met de Veiligheidsregio. Brandveiligheidseisen worden nader uitgewerkt bij de Technische Eisen (vanaf hoofdstuk 10).

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 47

9.

Functionele eisen per ruimte

Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste ruimtes binnen de huisvesting met de bijbehorende gebruikseisen. De eisen zijn geformuleerd per ruimtetype, zonder de gebruiksfuncties toe te wijzen aan bepaalde bestaande ruimtes. De omschrijving betreft de vereiste of gewenste nieuwe situatie, na verbouw.

9.1.

Entreegebied, museumwinkel en museumcafé

9.1.1.

Hoofdingang en entreeruimte

De hoofdingang is duidelijk herkenbaar en uitnodigend. In de entreeruimte ervaart de bezoeker direct de sfeer van het hele complex. Qua beleving stapt de bezoeker in een historische ruimte met een kwalitatief hoogwaardige, tijdloze inrichting met hedendaagse faciliteiten. In deze ruimte worden de bezoekers gastvrij ontvangen. In de entreeruimte bevindt zich een ticket- en informatiebalie en een uitgiftepunt voor de audiotours. De ruimte staat in open verbinding met de museumwinkel. De garderobe en publiekstoiletten zijn vanuit de entreeruimte direct te bereiken en indien mogelijk ook het museumcafé. In de entreeruimte is een bescheiden opstelruimte voor een zitje waar (oudere) bezoekers even kunnen wachten (zonder consumptieverplichting). Vanuit de entreeruimte start de bezoekersroute door de presentatieruimtes, bij voorkeur bij de tijdelijke tentoonstellingsruimte(s). Vanuit hier zijn ook de ruimtes voor educatie en evenementen te bereiken. De evenementenruimtes hebben tevens een eigen entree. De toegangscontrole is bemenst. De bezoekersroute door de presentatieruimtes hoeft niet op exact hetzelfde punt te eindigen als hij begint, maar er moet wel een punt zijn waar men terugkomt bij de garderobe. Zo mogelijk wordt het entreegebied gecombineerd met de evenementenruimte (zie paragraaf 9.3.1). 9.1.2.

Museumwinkel

De museumwinkel is een aantrekkelijke ruimte, waar de museumbezoeker boeken, kaarten of andere aan het museum gerelateerde artikelen kan kopen. De winkel biedt ruimte aan 15 tot 20 gelijktijdige bezoekers en is gepositioneerd als afsluiting van het museumbezoek. Het winkelconcept is ingericht naar de drie thema’s va het museum e w sse e d v r de t jde jke tentoonstellingen. Indien mogelijk wordt de winkelkassa van de winkel gecombineerd met de entreekassa. De winkel zal worden geïntegreerd in het entree- en uitgangsgebied als laatste stop voor het naar buiten gaan en is ook toegankelijk zonder entreeticket. Voor de nieuwe winkel wordt een goed winkelconcept ontwikkeld waarin de collectie en thema’s va het museum du de jk terugk me D t z rgt erv r dat de e ev g(swere d) van het museum en van de winkel in elkaars verlengde liggen.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 48

De museumwinkel hoeft niet open te zijn als het museum dat niet is. Het is gewenst dat bij blockbusters de museumwinkel kan worden vergroot door er (tijdelijk) een aanliggende ruimte bij te trekken. Direct bij de museumwinkel is een opslagruimte voor verkoopvoorraad. 9.1.3.

Bezoekersfaciliteiten

9.1.3.1. Garderobe Direct in of aan de entreeruimte ligt een bezoekersgarderobe. Deze garderobe is onbemenst. Er moet opstelruimte zijn voor kapstokken en lockers, met een capaciteit voor 250 jassen en tassen gelijktijdig. Een aantal lockers is groot genoeg voor een koffer of rugzak. Nabij de garderobe is ook een opstelruimte voor rolstoelen en buggy's. Idealiter is de bezoekersgarderobe gecombineerd met de garderobe voor de evenementen- en educatieruimtes (zie bij 9.1.4.2). Als dit niet mogelijk is moet er bij de tweede entree naar de evenementenruimtes een tweede, kleine, (verplaatsbare) garderobe worden gemaakt. 9.1.3.2. Bezoekerstoiletten De bezoekerstoiletten liggen centraal aan een verkeersruimte en zijn op logische wijze over het gebouw verdeeld (bij binnenkomst, ergens in de verkeersroute bij de museale presentaties en ergens bij de evenementen-, educatie- en verhuurruimtes), zodat deze zowel vanuit de presentatieruimtes, als vanuit het museumcafé en de educatie- en evenementenruimtes op korte afstand liggen en goed te bereiken zijn. De toiletten liggen niet (zoals nu) direct in het circuit van de tijdelijke tentoonstellings- of de vaste collectiepresentatieruimtes. Toiletten algemeen Dames- en herentoiletten liggen steeds bij elkaar. De toiletruimtes zijn voorzien van zwevende toiletpotten. De aparte voorruimte heeft een passend aantal wastafels en spiegels.

Mindervaliden toilet Zowel op de begane grond als op de verdieping is een miva toilet voorzien. Het mindervaliden toilet voldoet aan de hiervoor geldende normen en is voor alle bezoekers toegankelijk. De afmetingen zijn conform het Bouwbesluit. In het mivatoilet is ook een verschoonruimte aanwezig. Ten minste 1 mindervaliden toilet ligt op een zodanige plek, dat dit vanuit alle gebouwdelen en op alle gebruikstijden toegankelijk is. 9.1.3.3. EHBO-ruimte In de EHBO-ruimte is zitruimte en opstelruimte voor een brancard en een verbandkast. De ruimte is voorzien van een wastafel. 9.1.4.

Ontvangst van groepen

MPD ontvangt regelmatig schoolklassen en andere groepen, voor een activiteit in de educatieruimte of de lezingenruimte en voor een rondleiding door de presentatieruimtes.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 49

9.1.4.1. Aparte entree en ontvangst groepen (wens) Een grote hal of groepsentree waar ruimte is om groepen toe te spreken/ontvangen is gewenst. In de huidige situatie staat een schoolklas vaak in de doorloop van andere bezoekers wanneer zij het museum betreden (de huidige entreehal is te klein). 9.1.4.2. Garderobe groepsontvangsten Schoolgroepen laten hun jassen en tassen achter op een plek buiten, maar direct nabij, de educatieruimte. Als ze hun jassen aan haakjes hangen is het een voorwaarde dat andere bezoekers daar niet bij kunnen. Bij voldoende ruimte kunnen bijvoorbeeld verrijdbare en afsluitbare kooien worden gebruikt (voor droge en natte jassen), zodat ze kunnen worden weggerold naar een plek waar ze niet in de weg staan. Groepen die het museum op eigen gelegenheid bezoeken maken gebruik van de centrale garderobe. Voor schoolgroepen worden ook daar kisten of kooien op wielen geplaatst. In de buurt van een garderobe zijn altijd een spiegel, toilet en kluisjes te vinden. Wanneer de centrale garderobe te klein is of niet in de buurt van de lezingenzaal gevestigd is dan is een aparte garderobe voor zakelijke groepen of deelnemers aan een lezing/arrangement gewenst. 9.1.5.

Museumcafé

9.1.5.1. Caféruimte Het museumcafé kan zowel voor als na het museumbezoek bezocht worden en beschikt over een buitenterras. In het café is ruimte voor 40 zitplaatsen en in de zomermaanden zijn er 20 zitplaatsen op het terras. Het is een serviceconcept met bediening en er wordt gewerkt met duurzame materialen en lokale producten. Omdat het daghoreca betreft, wordt er geen dinerkaart gevoerd. De inrichting en het assortiment moet bijdragen aan de beleving van het museumbezoek. Mooie lokale producten staan centraal in het assortiment. Er wordt zoveel mogelijk gewerkt met duurzame producten en materialen (geen disposables bijvoorbeeld). Om ook gezinnen met jonge kinderen te faciliteren zijn er kinderstoelen aanwezig. Voor de bezoekers aan het museumcafé zal het aanbod bestaan uit goede koffie/thee, gebak, broodjes en aanverwant. Daarnaast is de horecavoorziening ondersteunend bij evenementen en bijeenkomsten (o.a. voor lunches, kleine (borrel)hapjes). De uitgifte- en keukenvoorzieningen bij het museumcafé zijn hier op afgestemd. De wens om op te kunnen schalen bij blockbusters vraagt ook om een schaalbare ruimte voor de horeca; de caféruimte moet dan kunnen worden uitgebreid met een aanliggende ruimte, of tijdelijk verplaatst naar een andere (grotere) ruimte. Deze flexibiliteit zou erg wenselijk zijn. 9.1.5.2.

Keukenruimtes De keukenruimtes van het museumcafé zullen, indien het mogelijk is deze op een centrale positie in te passen, ook worden gebruikt voor de ondersteunende horeca bij de evenementen-, educatie- en vergaderruimte. De keukenruimtes zullen in dat geval worden gebruikt door een cateraar. Wanneer dit niet mogelijk blijkt zullen op twee locaties (bij museumcafé en bij evenementenruimte) keukenruimtes aanwezig moeten zijn.

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 50

9.2.

Tijdelijke tentoonstellingen, vaste collectiepresentatie

Bezoekers starten bij voorkeur bij de tijdelijke tentoonstelling en vinden vervolgens bijna intuïtief hun weg langs de vaste collectie in een route zonder doodlopende zalen. Doorkijk en oriëntatie De mogelijkheid om in de nieuwe opzet naar buiten te kijken, stelt bezoekers niet alleen in staat om zowel de binnentuin als de stad te ervaren, maar zorgt ook voor extra oriëntatie binnen het gebouw. Voorzieningen voor het tonen van objecten Om de te presenteren objecten goed te kunnen tonen is een aantal voorzieningen nodig. Deze voorzieningen bestaan onder meer uit: Functioneel: ▪ Aantal strekkende meters wand ▪ Kijkafstanden Technisch: ▪ Lichtwering, verduistering, zonwering ▪ Trillingvrij en horizontaal vloervlak ▪ Belastbaarheid van vloeren ▪ Geschiktheid van wanden voor het ophangen van objecten zoals schilderijen; ophangsystemen ▪ Klimaatvoorzieningen ▪ Aansluitpunten ▪ Tentoonstellingsverlichting De voorzieningen van functionele aard worden hier beschreven, de technische voorzieningen volgen verderop bij de technische hoofdstukken (vanaf hoofdstuk 10). Aantal strekkende meters wand In verband met de bouwfysische eigenschappen van de bestaande buitenmuren en de indeling van het gebouw (veel muur is buitenmuur), is het aantal strekkende meters wand waar schilderijen e.d. gehangen kunnen worden in de museale presentatieruimtes een aandachtspunt.

Het aantal strekkende meters wand moet minimaal gelijk blijven aan de huidige situatie. Hiervoor uit te gaan van het volgende: Functie

Tijdelijke tentoonstellingen Delfts Blauw, vaste collectiepresentatie Delftse Meesters, vaste collectiepresentatie Willem van Oranje, vaste collectiepresentatie Totaal

Kijkafstanden

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Aantal strekkende meters wand (NB dit is indicatief en globaal gemeten, uitgaande van huidige ruimtegebruik) 240 120 100 150 610

Pagina 51

Bij de indeling van de museale presentatieruimtes moet er rekening mee worden gehouden dat er voldoende kijkafstand kan zijn om de getoonde objecten goed te kunnen bekijken. De afstand waarbij je over het algemeen comfortabel naar een object kijkt, heeft verband met de grootte van het object. Hiervoor aan te houden: ▪ klein schilderij (ca 50 x 60 cm, bijvoorbeeld doodsportret Willem van Oranje): afstand 95 cm ▪ middelgroot schilderij (80 x 70 cm, bijvoorbeeld Man leest brief, Pieter de Hooch): afstand 150 cm ▪ groot (bijvoorbeeld Anatomische les): afstand 350 cm Natuurlijk kun je dan nog inzoomen als je kleine details wilt zien door de kijkafstand te verkleinen. 9.2.1.

Ruimtes tijdelijke tentoonstellingen

Voor de presentatie van tijdelijke tentoonstellingen is behoefte aan extra ruimteoppervlakte. De ruimtes voor de tijdelijke tentoonstellingen moeten flexibel te gebruiken zijn: geschikt voor het presenteren van objecten met een grote variatie aan materiaaltype, afmetingen, opstellingswijze en klimaateisen, en eenvoudig kunnen worden voorzien van een nieuwe tentoonstellingsinrichting. Het circuit voor de tijdelijke tentoonstellingen ligt bij voorkeur op de begane grond en bij voorkeur liggen alle ruimtes op dezelfde verdieping. Het betreft een ononderbroken circuit. Voor het inrichten van tijdelijke tentoonstellingen is het kunnen verkrijgen van bruiklenen van groot belang. De locaties waar de bruiklenen worden getoond moeten dan ook kunnen voldoen aan de gestelde voorwaarden van de bruikleengevers. 9.2.2.

Ruimtes presentatie vaste collectie

Voor de presentatie van de vaste collectie worden na de herinrichting drie zalencircuits benut. De kern van deze permanente presentatie zal hierbij over een langere periode van jaren uit dezelfde collectieonderdelen (objecten) bestaan, met incidentele wisselingen of aanpassingen. Deze presentaties vormen de kern van het museale aanbod en de dragers van de positionering van het museum, en beslaan thans elk een vrijwel gelijk oppervlak. 9.2.3.

Inserts

In de vaste presentatie va de dr e h ude jke thema’s s etterlijk een ruimte aanwezig voor interventies om zo dynamiek in de vaste presentatie te kunnen brengen. Per thema is een ruimte beschikbaar en ook in het circuit van de tijdelijke tentoonstelling is het een wens in een dergelijke ruimte te voorzien. De afwerking en inrichting van deze ruimtes faciliteren en ondersteunen de beoogde dynamiek en flexibiliteit.

9.3.

Ruimtes Educatie en Evenementen

Om het beoogde programma op het gebied van educatie, publieksactiviteiten en evenementen te kunnen realiseren zijn de volgende ruimtes nodig: ▪ ▪ ▪ ▪

Grote zaal/evenementenruimte (250 personen); Workshopruimte/educatieruimte (35-45 personen); Vergaderruimte/trouwlocatie (20-50 personen); Lezingenzaal/auditorium (80 personen).

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 52

9.3.1.

Grote zaal/ evenementenruimte

De evenementenruimte is een karakteristieke ruimte. Deze ruimte zal worden gebruikt voor (culturele) evenementen, openingen, verhuur (events, diners en recepties). De ruimte wordt ook gebruikt buiten openingstijden van het museum. Er kunnen combinaties zijn van museumbezoek met event en/of publiekscatering. Een combinatie van de evenementenruimte met het entreegebied levert flexibiliteit en efficiency op. Functionele eisen: ▪ capaciteit tot 250 personen ▪ flexibele indeling mogelijk ▪ eenvoudige entree tot museumzalen (niet buitenom) ▪ gescheiden entree bezoekers en leveranciers ▪ aangrenzende voorzieningen: keukenruimtes, garderobe, toiletten, opslag, museumcafé ▪ eenvoudig schoon te houden ▪ vlakke vloer ▪ ruimte niet gebruikt voor andere functies (geen doorgang/tentoonstellingsopbouw zoals in huidige situatie) ▪ een akoestiek die geschikt is voor spraak en onversterkte muziek ▪ een goed verblijfsklimaat ▪ aanwezige voorzieningen: (kracht)stroompunten, vaste internetlijn, dimbare verlichting, AV (zie hiervoor de hoofdstukken met technische eisen) ▪ geschikt voor een inrichting met stoelen, statafels. 9.3.2.

Workshopruimte/educatieruimte

De workshop/educatieruimte zal worden gebruikt als leslokaal, voor publieksprogrammering, voor workshops, buitenschoolse activiteiten, familieactiviteiten, beeldende lessen, museumlessen en kleine presentaties. De ruimte wordt gebruikt tijdens openingstijden van het museum, gecombineerd met museumbezoek. Het is een wens dat de workshop/educatieruimte op een zichtbare plek ligt. Functionele eisen: ▪ capaciteit 35-45 personen; schoolklas + 4 begeleiders + 2 museumdocenten/rondleiders ▪ natte hoek (wasbak voor 5 à 10 kinderen tegelijk, slibfilter/bezinkbak) ▪ eenvoudig schoon te houden ▪ gescheiden entree bezoekers en leveranciers ▪ vlakke vloer, goed reinigbaar ▪ eenvoudige entree tot museumzalen (niet buitenom) ▪ een akoestiek die geschikt is voor spraak ▪ een hoge mate van geluidsisolatie (afhankelijk van de locatie in het gebouw): geen geluiduitstraling naar buiten, geen hinder van omgevingsgeluid ▪ een goed verblijfsklimaat ▪ aangrenzende voorzieningen: garderobe, toiletten ▪ kolomvrij (wens) ▪ goed toegankelijk (lift, weinig trappen) i.v.m. kleuters, rolstoelgebruikers ▪ daglicht (ramen moeten kunnen worden geblindeerd) ▪ dimbare verlichting

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 53

De ruimte moet geschikt zijn voor inrichting met: minimaal 7 werktafels (verrijdbaar) met 6 werkplekken per tafel, krukken, ezels; minimaal 4 hoge kasten voor werkmateriaal, presentatiebord, droogrek voor schilderwerkstukken, audio-visuele apparatuur (digibord). De vrije hoogte is minimaal 2.20 m. 9.3.3.

Vergaderruimte/trouwlocatie

De vergaderruimte/trouwlocatie is een karakteristieke ruimte. De ruimte zal worden gebruikt voor verhuuractiviteiten: vergaderingen (tot 20 personen), huwelijksvoltrekking (tot 50 personen), (kleine) lezingen/presentaties (tot 50 personen). De ruimte wordt gebruikt tijdens openingstijden van het museum, eventueel gecombineerd met eventcatering (in de tuin), receptie in de grote zaal (huwelijken) en museumbezoek. Functionele eisen: ▪ capaciteit: 20 - 50 personen ▪ aangrenzende voorzieningen: keukenruimtes, garderobe, toiletten, opslag, museumcafé, tuin ▪ gescheiden entree bezoekers en leveranciers ▪ eenvoudige entree tot museumzalen (niet buitenom) ▪ eenvoudig schoon te houden ▪ vlakke vloer ▪ goede akoestiek ▪ geluidsdicht ▪ een goed verblijfsklimaat ▪ blindering mogelijk ▪ aanwezige voorzieningen: dimbare verlichting ▪ geschikt voor inrichting met stoelen, tafels (in wisselende opstelling), AV-apparatuur. 9.3.4.

Lezingenruimte/auditorium

De lezingenruimte is een karakteristieke ruimte. De ruimte zal worden gebruikt voor presentaties, lezingen, arrangementen, verhuur. De ruimte wordt ook na openingstijden van het museum gebruikt, eventueel gecombineerd met museumbezoek en koffie/thee in het museumcafé, event- of publiekscatering. Er is een wens om de lezingenruimte/auditorium te kunnen combineren met de grote zaal, tenzij dit niet mogelijk is wanneer de grote zaal wordt gecombineerd met het entreegebied. Functionele eisen: ▪ capaciteit tot 80 personen ▪ geluidsdicht ▪ theateropstelling mogelijk ▪ eenvoudige entree tot museumzalen (niet buitenom) ▪ gescheiden entree bezoekers en leveranciers ▪ eenvoudig schoon te houden ▪ vlakke vloer ▪ goede akoestiek ▪ een goed verblijfsklimaat ▪ dimbare verlichting ▪ mogelijkheid tot blinderen

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 54

▪ ▪ ▪

aangrenzende voorzieningen: toiletten, garderobe, museumcafé, keukenruimtes, opslag uitgiftebalie voor de catering (koffie/thee) in of nabij de ruimte geschikt voor inrichting met stoelen, katheder, vast projectiescherm, AV-apparatuur.

9.3.5.

Nevenruimtes educatie en evenementen

9.3.5.1. Keukenruimtes banqueting De keukenruimtes bij de evenementenruimte moeten geschikt zijn voor gebruik door een cateraar. Hier worden gerechten voor lunches, diners en recepties van buitenaf aangeleverd en gereed gemaakt (verder afgemaakt, opgewarmd) om uit te serveren. Voor de afwerking van de keukenruimtes geldt het volgende: ▪ gietvloer (antislip) met schrobputten ▪ afwasbaar tegelwerk met platte voegen en holle hoge plinten tussen vloer en wand voor eenvoudige reiniging ▪ watervast (systeem)plafond ▪ Op alle deurposten waar rolcontainers doorheen moeten of andere karren, metaal of alu strips plaatsen tegen beschadigingen ▪ Al het meubilair is RVS, ook werkbanken en spoelbakken ▪ Vaste RVS meubels en RVS tafels afkitten tegen tegelwand De keuken wordt gebruikt voor de volgende functies, met de volgende apparaten en benodigde m2 opstelruimte: ▪ Permanente opslag food/non-food, dranken (vriezen, koelen en ongekoeld) totaal ca 5 m2: 2x een dubbele koelkast, 1 x enkele vrieskast, totaal 3 x 230 V en ca. 1200 W per kast) ▪ Per event opslag voor catering koelcontainers, benodigd ca. 6 m2 (beschikbare opstelruimte) ▪ Warme sectie met afzuiginstallatie, opstelruimte ca 4 m2: - Elektrisch koken met 2 posities, 380 V/16 amp, ca. 20 kW - Combi-oven 380 V, 32 amp /ca.

30 KW, 10 posities, met condens afvoer en koud water aanvoer - 380 V 16 amp Koffiezetsysteem ca 20 KW (doorloopzuil 2x 20 ltr) met condens afvoer en koud water aanvoer - Extra 1 x 380 V aansluiting max 40KW/32amp voor ad hoc bijplaatsen van specifieke apparatuur, of een extra mobiele stroomverdeelkast - Extra 5 x 230 V à 3500 W groepen voor inpluggen van ad hoc mobiele warmte kasten, warmte ketels, losse apparaten De apparatuur zal per evenement worden ingebracht door de cateraar; in de keukenruimte moet worden voorzien in de benodigde opstelruimte en aansluitpunten. Er hoeft geen rekening te worden gehouden met frituurapparatuur. In de afwaskeuken rekening houden met: ▪ Afwasmachine (doorschuif korven vaatwasmachine of voorlader nodig), 380 V/16 amp ca. 20 kW, met een aparte voorspoeltafel met handdouche, koud- en warm water aan/afvoer, vetvangput De keuken en de afwaskeuken zijn met elkaar verbonden en hebben ook aparte toegangen. De ruimtes moeten voldoen aan de hygiënecode voor de horeca (HACCP).

11592 – Museum Prinsenhof Delft PvE Restauratie-Renovatie Het Prinsenhof Delft

Pagina 55

9.3.5.2. Opslagruimte workshops Materiaal voor publieksprogrammering en onderwijs moet in de nabijheid van de educatieruimte of lezingenzaal in een afsluitbare ruimte opgeslagen kunnen worden. Denk aan drukwerk, paspoppen met kostuums, educatiekisten en presentatiemateriaal. Deze zijn makkelijk toegankelijk voor de medewerkers. Belangrijk is dat dit materiaal niet in de educatieruimte of lezingenzaal wordt opgeslagen opdat ook medewerkers die geen gebruik maken van de ruimte, materiaal kunnen ophalen zonder de activiteit te verstoren. 9.3.5.3. Opslagruimte evenementen Direct grenzend aan de evenementenruimte is een opslagruimte aanwezig voor stoelen, tafels, statafels, decoratiemateriaal en optioneel een mobiele bar. 9.3.5.4. Omkleedruimte Hiervoor zal gebruik worden gemaakt van de omkleedruimte voor gastheren en gastvrouwen van het museum, zie bij 9.4.7.

9.4.

Werkruimtes

De kantoorwerkplekken liggen in de huidige situatie in twee aparte gebouwdelen. De wens is om deze bij elkaar te brengen op één plek in het gebouw. Ten minste een deel van de werkplekken moet toegankelijk zijn voor minder validen. Een wens is om in de nieuwe situatie "binnendoor" vanuit het kantoorgedeelte het publieksgedeelte te kunnen bereiken. 9.4.1.

Kantoorwerkplekken

Voor de kantoorwerkplekken werkt Museum Prinsenhof Delft, mede ten gevolge van de "coronacrisis", aan nieuw werkplekbeleid. Hierbij spelen onder andere thuiswerkmogelijkheden een rol, en daarmee goede ICT-faciliteiten en voorzieningen voor beeldschermvergaderingen (akoestisch afgeschermde vergaderplekken met een groot beeldscherm). Daarnaast wordt gedacht over een inrichting van de kantoorplekken die meer flexibiliteit biedt, zoals (niet persoonsgebonden) werkplekken die zijn gerelateerd aan het type werkzaamheden (drukke zones, stille zones, samenwerkplekken, belcellen, concentratieplekken, aanlandplekken e.d.). Uitgangspunten voor het benodigde aantal werkplekken zijn opgenomen in de Ruimtestaat (bijlage 2). Omdat Museum Prinsenhof Delft onder de gemeentelijke organisatie valt, zijn de gemeentelijke richtlijnen voor werkplekken van toepassing: ▪ De werkplekken en werkomgeving worden zodanig ingericht dat een maximale flexibiliteit (aanpasbaarheid) mogelijk is. Dat betekent dat groei en krimp van medewerkers binnen de werkomgeving wordt opgevangen, er een maximale inrichtingsvrijheid is en dat verhuizingsinspanningen tot een minimum beperkt worden. De medewerker wordt verhuisd, niet de werkplek. In hoogte verstelbare bureaus, vergaderruimte voorzien van beeldscherm, zitjes bij werkplekken e.d. dragen bij aan het eerder genoemde flexibel gebruik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10228640/1