CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 .Stedenbouwkundig plan Kruithuisweg - Mekelweg

Commissie Ruimte en Verkeer 30 juni 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstel - Stedenbouwkundig plan Studentenhuisvesting Kruithuisweg30.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

groter plangebied, kan worden onderzocht of samenvoeging van peilgebieden wenselijk en haalbaar is. Een dergelijk samengevoegd peilgebied kan meer flexibiliteit bieden in het peilbeheer, doordat een grotere peilstijging mogelijk wordt en daarmee extra waterbergend vermogen ontstaat. Deze mogelijke optimalisatie maakt echter geen onderdeel uit van de huidige planfase en is niet meegenomen in de berekening van de watercompensatie, aangezien eventuele extra waterbergingscapaciteit niet eenduidig kan worden toegerekend aan deze herontwikkeling. Voor de waterberekeningen is gewerkt met ontwerpaannames die passen bij deze fase van het project en die in latere stadia nader worden geverifieerd. Daarbij is uitgegaan van een gemiddelde maaiveldhoogte van circa –1,00 m NAP. Deze waarde sluit aan op de bekende maaiveldhoogten in de directe omgeving van het plangebied, maar vormt geen exacte meting. Ook is aangenomen dat de ondergrond overwegend zandig en goed doorlatend is, een karakteristiek die gebruikelijk is voor opgehoogde sport- en campuslocaties binnen TU Delft. Deze eigenschap maakt infiltratie technisch haalbaar, maar zal in de volgende ontwerpfase worden bevestigd met bodemonderzoek.

De gemeente Delft hanteert aanvullend het principe van een klimaat adaptieve inrichting: water wordt zo veel mogelijk zichtbaar opgevangen, infiltreert lokaal en wordt gekoppeld aan groenstructuren. De TU Delft onderschrijft deze lijn en verlangt dat hemelwater op projectgebied wordt verwerkt, waar mogelijk door middel van infiltratie en bovengrondse berging. Dit watercompensatieplan sluit aan op deze kaders en maakt expliciet inzichtelijk op welke wijze de ruimtelijke opgave binnen het Sportkwadrant wordt ingevuld.

De huidige ondergrond verschilt per bouwveld en bepaalt mede de uitgangspunten voor watercompensatie. Het NO-blok (rugby) en het ZO-blok (Fortuna) bestaan uit volledig onverhard terrein, terwijl het ZW-blok zich op een voormalig honkbalveld met kunstgras bevindt.Voor dit kunstgrasveld is gebruikgemaakt van de richtlijnen uit de Fieldmanager Watertoets, waarin kunstgrasvelden hydrologisch worden gewaardeerd als circa 62% verhard oppervlak. Dit percentage wordt in Delft breed toegepast als rekenwaarde en vormt daarom een logische en toetsbare basis voor de berekeningen in deze bijlage. Deze ontwerpaannames zorgen voor een robuust en transparant rekenkader dat geschikt is voor een worstcase-benadering. In de nadere fases van het project worden maaiveld, bodemopbouw en infiltratiecapaciteit verder geverifieerd om de wateropgave definitief vast te stellen. 4. Bestaande waterstructuren Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door twee parallelle watergangen. Deze watergangen hebben momenteel een diepte van circa 0,5 meter. Deze diepte is onvoldoende voor duurzaam varend onderhoud, zoals vereist door het Hoogheemraadschap van Delfland. Het vergroten van de diepte is een beheer technische noodzaak om de watergang in stand te houden. Daarom wordt de watergang in de verdere planuitwerking verdiept tot circa 1,0 meter, conform het advies van Delfland.

Tevens wordt een minimale schouwstrook van 1,0 meter langs de oever vrijgehouden om inspectie en onderhoud mogelijk te maken. Deze aanpassing wordt meegenomen bij het bepalen van rooilijnen en de exacte positionering van bebouwing. 5.Toename van het verharde oppervlak De verhardingsopgave wordt bepaald door de nieuwe bebouwing, de inrichting van de Mekelweg en diverse paden en pleinen. De grootste toename ontstaat in het NO- en ZO-blok, waar volledige onverharde velden worden vervangen door bebouwing en stedelijke ruimte. In het ZW-blok is de toename geringer, omdat het bestaande kunstgrasveld reeds een relatief hoge verhardingsfactor heeft.

3. Projectgebied, peilgebieden en uitgangspunten Het watercompensatieplan heeft betrekking op de drie bouwvelden (NO, ZW en ZO), de Mekelweg en de omliggende openbare ruimte waar infiltratie- en bergingsmaatregelen zijn voorzien. De compensatieopgave wordt volledig binnen deze contouren opgelost.

Samen leidt dit tot een significante verhoging van de afstromende neerslag, waardoor watercompensatie noodzakelijk is. Om de rekenopgave in deze fase robuust te houden, is gekozen voor een worstcase-benadering waarbij de verharding voor elk blok maximaal wordt ingeschat.

Het plangebied ligt momenteel binnen twee afzonderlijke peilgebieden (ZPD1g en ZPD25b). In het kader van dit stedenbouwkundig plan en het bijbehorende watercompensatieplan blijven deze peilgebieden ongewijzigd.

6. Rekenmethode en benodigde waterberging Voor de bepaling van de watercompensatie is gebruikgemaakt van de standaard rekenregels van het Hoogheemraadschap, waarbij de benodigde berging wordt berekend op basis van de netto toename van verhard oppervlak, gecorrigeerd met de toepasselijke reductiefactoren. Op basis van het gehanteerde worstcasescenario en een

In een latere fase van herontwikkeling, en in samenhang met een Plangrens en peilgebieden

101

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

bergingsnorm van 0,036 meter voor extreme neerslag (T=10) komt de totale benodigde waterberging uit op: 1118,6 m³. Deze hoeveelheid vormt de minimale opgave die binnen de plancontour moet worden gerealiseerd door middel van infiltratie, buffering en vertraagde afvoer. 7. Invulling van de watercompensatie binnen het plan Het Stedenbouwkundig Plan maakt het mogelijk om de volledige waterbergingsopgave binnen de drie kavels op te lossen via een gelaagd en divers systeem. De kern van dit systeem bestaat uit een combinatie van bovengrondse en ondergrondse infiltrerende maatregelen, aangevuld met vertraagde afvoer via daken. Hierdoor ontstaat een robuust en klimaat adaptief blauw raamwerk dat ruimte biedt voor piekbuien en bijdraagt aan ecologie en verblijfskwaliteit. Bovengrondse infiltratie In de openbare ruimte rond de bouwvelden worden diverse wadi’s, verbrede groenzones en verlaagde plantvakken toegepast. Deze zones functioneren primair als bovengrondse berging, waarin regenwater tijdelijk wordt vastgehouden tijdens piekbuien. Waar de bodemopbouw dit toelaat, vindt daarnaast geleidelijke infiltratie plaats in de ondergrond. De infiltrerende werking wordt in de volgende fase onderbouwd met bodemonderzoek, conform het advies van het Hoogheemraadschap van Delfland.

Deze maatregelen verminderen de belasting op het watersysteem en dragen tegelijk bij aan de groene identiteit van de Mekelweg en de binnenhoven. Ondergrondse berging Waterberging vindt zoveel als mogelijk plaats middels natuurlijke oplossingen in de buitenruimte. Daar waar bovengrondse ruimte dit niet voldoende toelaat is, bijvoorbeeld langs bouwblokranden of nabij sportvelden, kunnen ondergrondse voorzieningen zoals krattensystemen of holle ruimtes worden toegepast. Deze systemen dienen primair voor tijdelijke berging van hemelwater, zodat piekbuien worden opgevangen zonder dat dit ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit. Eventuele infiltratie naar de ondergrond is afhankelijk van de bodemopbouw en wordt in een latere fase onderzocht en onderbouwd; de werking van deze systemen wordt daarom in eerste instantie als berging beschouwd, niet als infiltratie.

Daken als retentiegebied De gebouwen leveren een belangrijke bijdrage aan de waterhuishouding door middel van retentiedaken. Deze daken houden regenwater tijdelijk vast en voeren het vertraagt af naar de infiltratievoorzieningen in de openbare ruimte. In combinatie met groene daken wordt dit systeem bovendien ecologisch waardevol en hittestress reducerend.

Door deze gelaagde verdeling ontstaat een robuust en flexibel watersysteem, waarin bovengrondse maatregelen de basis vormen, ondergrondse voorzieningen aanvullend worden ingezet en de gebouwen actief bijdragen aan de waterhuishouding. Deze aanpak maakt het mogelijk om de volledige watercompensatieopgave van 1118,6 m³ binnen de plancontour op te lossen, zonder afbreuk te doen aan ruimtelijke kwaliteit of toekomstige ontwikkelvrijheid.

Ruimtelijke verdeling Op basis van de berekeningen met de watersleutel, uitgevoerd aan de hand van het Voorbeeld Uitwerkingsplan, is inzicht verkregen in de verdeling van de benodigde watercompensatie over de verschillende maatregelen binnen het plangebied. Deze berekeningen laten zien dat het overgrote deel van de wateropgave bovengronds en ondergronds binnen de openbare ruimte kan worden opgelost, met een aanvullende bijdrage vanuit de gebouwen.

8. Optimalisatie van het peilgebied Het sportkwadrant ligt momenteel binnen twee afwijkende peilgebieden (ZPD1g en ZPD25b). Deze peilgebieden blijven in deze fase van het plan ongewijzigd. Eventuele optimalisaties of samenvoegingen van peilgebieden maken geen onderdeel uit van dit watercompensatieplan en worden pas in een later stadium, in overleg met TU Delft en het Hoogheemraadschap van Delfland, onderzocht. Voor de berekening van de watercompensatie in deze bijlage is daarom uitgegaan van de bestaande peilgebieden en hun bijbehorende beheersituatie, zonder wijzigingen in peilstijging of peilbeheer.

Circa 80% van de totale watercompensatieopgave kan worden gerealiseerd binnen de buitenruimte, waarbij het zwaartepunt ligt bij wadi’s en verlaagde groenzones. Ongeveer 70% van de totale berging wordt voorzien in bovengrondse infiltrerende voorzieningen, zoals wadi’s, verbrede groenstroken en verlaagde plantvakken. Deze zones bieden voldoende ruimte om regenwater tijdelijk te bergen tijdens piekbuien en dragen tegelijkertijd bij aan vergroening, ecologie en verblijfskwaliteit. Waar de bodemopbouw dit toelaat, infiltreert het water geleidelijk in de ondergrond. Daarnaast wordt circa 10% van de watercompensatie gerealiseerd via ondergrondse bergingsvoorzieningen, zoals krattensystemen of platenvelden. Deze voorzieningen worden met name toegepast op locaties waar bovengrondse ruimte beperkt is, bijvoorbeeld langs bouwblokranden of nabij sportvoorzieningen. De ondergrondse systemen functioneren primair als tijdelijke berging; eventuele infiltratie wordt in een latere ontwerpfase nader onderzocht en onderbouwd. De resterende 20% van de watercompensatieopgave wordt opgelost door middel van retentiedaken op de gebouwen. Uit de berekeningen blijkt dat hiervoor gemiddeld circa 20 mm (2 cm) waterberging per dak noodzakelijk is.

Deze retentiecapaciteit wordt gecombineerd met groene daken, waardoor niet alleen water wordt vastgehouden en vertraagd afgevoerd, maar ook een bijdrage wordt geleverd aan biodiversiteit, verkoeling en hittestressreductie.

102

9. Beheer en onderhoud Een goed functionerend watersysteem vraagt om duurzaam beheer. Voor de watergangen betekent dit dat zij moeten worden verdiept en bereikbaar gehouden voor varend onderhoud. De wadi’s en infiltrerende groenvakken worden extensief beheerd, waarbij de infiltratiecapaciteit periodiek wordt gecontroleerd. Ondergrondse voorzieningen, zoals infiltratiekratten, zijn via inspectieputten toegankelijk voor controle en reiniging. De retentiedaken worden door de gebouweigenaren beheerd en jaarlijks gecontroleerd op afvoer en vegetatie. Met deze beheerstructuur wordt geborgd dat het systeem niet alleen bij oplevering, maar ook op lange termijn goed blijft functioneren.

10. Conclusie De totale watercompensatie-opgave voor het Sportkwadrant op basis van de toename van verharding en klimaattoeslag 2050 bedraagt 1118,6 m³. Deze hoeveelheid kan volledig binnen de plancontour worden opgevangen door een samenstel van bovengrondse infiltratievoorzieningen, ondergrondse buffers en vertraagde afvoer via daken. Het voorgestelde systeem versterkt niet alleen de robuustheid van de waterhuishouding, maar draagt ook bij aan de ecologische kwaliteit, de klimaat adaptiviteit en de belevingswaarde van de openbare ruimte. In de vervolgfase worden de maatregelen verder uitgewerkt in een civieltechnisch ontwerp en afgestemd met het Hoogheemraadschap van Delfland.

Bestaande situatie

Voorbeelduitwerking Voorbeelduitwerking optie

Bestaande situatie Verharding

7993

Verharding

12292

Groen

22154

Groen

14504

Bestaande Water Sportveld

4001 11808

Wadi Sportveld

1827 1147

Bebouwing

1681

Bestaande Water

4001

Totale oppervlakte

47637

Bebouwing

10025

Binnenhoven Totale oppervlakte

3842 47637

Grondgebruikkaart bestaande situatie en voorbeelduitwerking

103

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

27-01-2026, 17:07

Watersleutel

Versie 012025

Watersleutel Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update. Projectnaam & omschrijving 27-1-2026

Naam

24 269 1 0 44

SBKP KHW voorbeelduitwerkin

Watersysteem Zuidpolder van Delfgauw

polder/boezem gemaalcapaciteit peilgebied

mm/etmaal

33,3

kaart

ZPD 1

Oppervlakteverdeling plangebied

HUIDIG

TOEKOMSTIG

Stedelijk en/of natuur verhard infrastr./bebouwing onverhard stedelijk en/of natuur

m²

11917

21779

m²

31718

21856

verhard glasgebied

m²

0

0

onverhard glasgebied

m²

0

0

verhard landelijk

m²

0

0

onverhard landelijk

m²

0

0

huidig aanwezig water

m²

4001

4001

oppervlakte plangebied

m²

47636

47636 1

Agrarisch glastuinbouw

Agrarisch gras, akkerbouw

Water

Totaal

Gebiedskenmerken

HUIDIG

TOEKOMSTIG

gemiddeld maaiveld

NAP m

-1,00

-1,00

maatgevend peil

NAP m

-3,02

-3,02

m

2,02

2,02

gemiddelde drooglegging

Oppervlaktewater in m² Ontwikkeling

Klimaat 2050

extra te realiseren

Totaal 3178

2405

773

huidig aanwezig

4001

4001

totaal te realiseren

7179

6406

773

15,1%

13,4%

1,6%

aandeel plangebied

Waterberging in m³ Totaal extra te realiseren

1118,6

Ontwikkeling

Klimaat 2050

846,5

272,1

Berekening Watersleutel

https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm

1/1

104

Bijlage C Boombesparend plan en natuurinclusiviteit Dit boombesparend plan bevat een onderbouwing die bijdraagt aan de integrale belangenafweging die de gemeente in dezen moet maken volgens de Bomenverordening wanneer er sprake is van bomenkap en een ruimtelijke ontwikkeling. Het boombesparend plan bestaat uit: • Boombeparend plan; • Bijlage Bomeninventarisatie; • Bijlage kaarten Bomeneffectanalyse; • Bijlage quick scan Flora en Fauna.

1. Inleiding en opgave Deze bijlage beschrijft hoe binnen het stedenbouwkundig plan zorgvuldig wordt omgegaan met deze bomen-(structuren). Het boombeparend plan richt zich niet op het behouden van individuele bomen, maar op het versterken en transformeren van de groene structuur als geheel. Het document geeft inzicht in de kwaliteit van het bestaande bomenbestand, de afwegingen tussen behoud, vervanging en transformatie, en de wijze waarop het ontwerp bijdraagt aan een natuur inclusieve en klimaat robuuste leefomgeving.

2. Inventarisatie van de bestaande bomen In oktober 2025 voerde Bomenwacht Nederland een boom technische beoordeling en een inmeting uit van 122 bomen binnen twee plantsoenvakken langs de Kruithuisweg. Het betreft bomen die deel uitmaken van de groene rand van de TU Delft Campus, functioneren als buffer richting infrastructuur en onderdeel zijn van een bredere oost-west ecologische verbinding. De beoordeling richtte zich uitsluitend op boom technische kenmerken zoals vitaliteit, veiligheid, gebreken, beheerbaarheid en levensverwachting.

Het boombesparend plan is in de stedenbouwkundige verkenning (juli, 2025) geagendeerd als onderzoeksvraag bij uitwerking naar een Stedenbouwkundig plan. Het uitvoeren van het boomsparend plan tijdens het opstellen van dit stedenbouwkundig plan heeft geleid tot een aanpassing van de bouwvelden aan de oostelijke zijde van de Mekelweg.

De inventarisatie laat een divers beeld zien: een deel van de bomen is voldoende vitaal, terwijl een substantief aantal zich in matige tot slechte conditie bevindt. Enkele bomen zijn onhoudbaar vanwege ernstige gebreken. Daarnaast bevatten veel bomen grof dood hout of hebben zij jaarlijkse inspectie nodig, wat de beheeropgave vergroot.

Het plan ‘Mekelweg’ wordt in het sportkwadrant ontwikkeld, een gebied waar bomen en groenstructuren een belangrijke landschappelijke en ecologische rol vervullen. De randen langs de Kruithuisweg bestaan uit bosplantsoenen en een windsingel met volwassen maar sterk doorgeschoten bomen. Langs de Mekelweg ligt een bestaande noord–zuid georiënteerde laanstructuur van iepen, die onderdeel vormt van de hoofdgroenstructuur van de TU Delft Campus. Samen bepalen deze elementen de groene identiteit van het gebied en dragen zij bij aan ecologische verbindingen, ruimtelijke samenhang en de beleving van de toekomstige Mekelweg. De informatie in deze bijlage sluit aan op de bomeninventarisatie van Bomenwacht Nederland (oktober, 2025) en vormt samen met de QuickScan flora en fauna de basis voor het verdere ecologische en technisch-ruimtelijke ontwerp.

105

De bomen maken onderdeel uit van een windsingel langs de sportvelden: een doorgeschoten bosplantsoen met bomen die weinig kroonruimte hebben ontwikkeld en die door jarenlang beperkt onderhoud kwetsbaar zijn als individuele bomen. Hierdoor hebben veel bomen een beperkte resterende levensverwachting, en wanneer exemplaren uitvallen wordt de stabiliteit van de overblijvende bomen verder verminderd door verhoogde windbelasting en risico op takbreuk of windworp. Het onderzoek geeft waardevolle informatie over de boom technische staat, maar beoordeelt geen aspecten zoals ruimtelijke inpassing, zichtlijnen, benodigde groeiruimte, toekomstige veiligheid of ecologische potenties binnen het nieuwe stedenbouwkundig plan. Deze aspecten worden daarom meegenomen in de integrale projectafweging die in deze bijlage wordt uiteengezet.

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

elft

kkel 25 0

3. Ruimtelijke en ecologische uitgangspunten Bij het ontwerpen van het stedenbouwkundig plan de ‘Mekelweg’ is vanaf het begin gekozen voor een benadering waarin groen en bomen een leidende rol spelen. De bomenstructuren langs de Kruithuisweg en de lineaire bomenrij langs de Mekelweg zijn richtinggevend geweest voor de positionering van bouwvelden, openbare ruimte en infrastructuur. Het plan gaat uit van het streven naar behoud van gezonde en strategisch gelegen bomen, gecombineerd met een kwaliteitsverbetering en uitbreiding van de groene ruimte op de lange termijn, door de gerichte toevoeging van nieuwe bomen en beplanting op plekken met voldoende groeiruimte.

Van Den Broekweg 367 7

362 7 362 8 362 9 363 0 368 7 363 1 363 3 363 5

363 2 363 4 363 7 363 9

363 363 8 6 364 1 364 0 364 2 364 4 364 3 364 5 364 8

364 7 364 6 364 9 365 0 365 1 365 2

365 3

Belangrijke uitgangspunten zijn: • het creëren van voldoende en toekomstbestendige groeiruimte voor bomen; • het versterken van ecologische verbindingen; • het verbeteren van doorzicht en sociale veiligheid; • het bieden van ruimte voor wortelontwikkeling; • het realiseren van een geleidelijke verjonging van het bomenbestand; • het creëren van meer openheid waardoor er een kruidenlaag kan ontstaan en een natuurvriendelijke oevers; • het toevoegen van nieuwe bomen en beplanting ter versterking van de groene structuur en de ruimtelijke kwaliteit.

365 5 365 4 365 6 365 7 365 8

365 9

366 0 366 1

366 3 366 4 366 5 366 7 366 8 366 6 36 69

366 2

367 0

367 1 367 2 367 3 367 5

367 4

Mekelweg

367 6

Deze uitgangspunten vormen de leidraad voor de afweging tussen behoud en vervanging van bomen binnen het plangebied.

KRUITHUISWEG

4.Verwerking conclusies Bomenonderzoek in het stedenbouwkundig plan De boom technische beoordeling vormt een essentieel onderdeel van de afweging, maar kan niet één-op-één worden vertaald naar stedenbouwkundige keuzes. In het ontwerp spelen aanvullende factoren een belangrijke rol. Veel bomen staan daarnaast dicht op toekomstige bebouwing of looproutes, waardoor hun wortelzones conflicteren met funderingen, kabels en leidingen of intensieve gebruikszones. Waar boom technisch “voldoende” wordt gescoord, betekent dit niet automatisch veilig of toekomstbestendig in de nieuwe situatie. Ook de ruimte voor kroonontwikkeling speelt een rol: een deel van de bomen groeit in een competitieve, donkere bosrand waar verdere ontwikkeling beperkt is. Daarnaast vraagt de nieuwe Mekelweg om open zichtlijnen en een leesbare openbare ruimte, zeker op plekken waar sociale veiligheid een aandachtspunt is. Het plan beoogt een groene maar transparante corridor, waarin bomen worden geïntegreerd in een breed en toegankelijk profiel. Bomen die deze openheid beperken of in de toekomst naar verwachting onstabiel worden, zijn daarom onderdeel van de vervangingsstrategie. Ecologisch gezien bieden selectieve verwijdering en vervanging kansen voor kwaliteitsverbetering.

Door te investeren in een gelaagde ondergroei, diverse struiklagen en toekomstbestendige boomsoorten ontstaat een robuuster ecosysteem dan het huidige, verouderde plantsoen biedt. Tot slot speelt klimaatadaptatie een rol. Sommige bestaande bomen hebben een lage droogtetolerantie of worden kwetsbaar voor hittestress.Vervanging door soorten die beter tegen extreme klimaatschommelingen kunnen, draagt bij aan een toekomstbestendig bomenbestand.

368 6

362 6 362 5 362 4

368 5

362 3 362 1

362 2 362 0

361 9 3 368 3 615 4 618 361 1

368 3

361 3 0 612 360 5

361 361 6 7 361 3 361 4 360 8

360 4

360 6 360 9 360 7 360 1 360 0

360 3 368 23 602

359 9

359 8 368 1

359 7

359 6 359 5

Legenda Legenda

359 4 359 3 35 91 359 2 358 35 87 9 358 359 5 0 358 6 368 358 3588 0 3 358 2 367 9

Conditie bomen Voldoende

358 4

358 1 358 0

357 7 357 8

357 4 357 5

357 2 357 3

35 357 69 0 357 1

356 7

356 5 356 6

357 9

N

Matig Slecht

357 6

356 8

Adri Boslaan

Bomeninventarisatie

Overige bomen TU Delft Bomenwacht Nederland Van Rietlaan 33 3461 HW Linschoten Tel: (085) 822 80 10

Ove rizc Inmet htste ing K ken ing B 202 inm etin 5 gT

Tekenaar: Astrid Kwakkel Datum: 17-10-2025 Schaal: 1:500 Versie: De�nitief Formaat: A0

106

5. Definitieve boomafweging stedenbouwkundig plan Op basis van de combinatie van boom technische beoordeling, ruimtelijke eisen, ecologische ambities en sociale veiligheid komt het projectteam tot de volgende conclusies. Bomen die worden verwijderd vanwege slechte of matige conditie Een groep van 37 bomen verkeert in slechte of matige conditie, waaronder twee bomen die als onhoudbaar zijn aangemerkt. Deze bomen worden om veiligheids- en beheerredenen verwijderd. Bomen die worden verwijderd vanwege ruimtelijke en functionele eisen Daarnaast worden tussen 50~60 bomen verwijderd omdat zij conflicteren met toekomstige bouwvelden, noodzakelijke zichtlijnen, veilige afstanden tot gevels of belangrijke langzaam verkeersroutes. In veel gevallen betreft het bomen die boom technisch te behouden zouden zijn, maar die in de toekomstige situatie onvoldoende ruimte of veiligheid kunnen bieden. Door deze bomen te kappen komt er ook ruimte voor nieuwe groenstructuren zoals natuurvriendelijke oeverbeplanting en een kruidenlaag. Deze verwijdering maakt het ook mogelijk om nieuwe bomen te planten op strategische posities met betere groeiruimte en ecologische waarde. Bomen die worden behouden In totaal blijven tussen 25~30 bomen behouden.

Dit zijn gezonde bomen, met een goed ontwikkelde kroon op strategische plekken die bijdragen aan de herkenbare groene structuur van de Mekelweg en de ecologische verbinding langs de Kruithuisweg. Deze bomen worden tijdens de bouw zorgvuldig beschermd en krijgen een verbeterde groeiplaats. Toevoegen van nieuwe bomen Ter compensatie van de te verwijderen bomen en ter versterking van de ruimtelijke en ecologische kwaliteit worden binnen het stedenbouwkundig plan tussen 110~120 nieuwe bomen aangeplant. Deze herplant overstijgt de kwantitatieve compensatie en is gericht op een kwalitatieve verbetering van het bomenbestand. Een belangrijk deel van de nieuwe bomen wordt opgenomen in het profiel van de Mekelweg. Aan weerszijden van de busbaan ontstaat een laanstructuur waarin bomen ritmisch en niet aaneengesloten worden geplaatst. Deze discontinue laanbeplanting sluit aan bij de stedelijke context, waar openheid, doorzicht en sociale veiligheid belangrijk zijn, en biedt tegelijkertijd voldoende groeiruimte voor volwassen bomen. Daarnaast worden nieuwe bomen rondom en tussen de bouwblokken geplant. Deze bomen dragen bij aan het verblijfsklimaat, zorgen voor schaduw en verkoeling, en versterken de groene samenhang tussen openbare ruimte en bebouwing.

N

Voorstel voor gekapte en behouden bomen

Voorstel voor toegevoegde bomen

nieuwe bomen 117 st gekapt slecht en matig bomen 37 st gekapt bomen om ruimte te maken 55 st bomen om te behouden 29 st groot bomen (Stamdiameter 50-100 cm)

107

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

6. Boomspaarstrategie en fasering De boomspaarstrategie is gericht op het behoud van waardevolle bomen en een geleidelijke verjonging van het bomenbestand. Alle te behouden bomen worden beschermd volgens de Bomenrichtlijn, waarbij binnen de kroonprojectie niet wordt gegraven. De groeiplaatsen worden verbeterd door bodemverbetering en waar nodig het verwijderen van verstikkende vegetatie zoals klimop. Te behouden bomen worden daarbij ook gesnoeid om verder uit te kunnen groeien tot waardevolle gezonde boom. De vervangingsstrategie wordt gefaseerd uitgevoerd, waarbij eerst de bomen in slechte conditie worden verwijderd en vervolgens de bomen die conflicteren met de ontwerpuitgangspunten. Direct na verwijdering wordt gestart met herplant in de nieuwe groenstructuren, zodat het gebied gedurende de ontwikkeling groen blijft. De herplant richt zich op soorten die beter bestand zijn tegen droogte, hittestress en veranderende klimaatomstandigheden. 7. Natuurinclusiviteit en ecologie Het stedenbouwkundig plan ‘Mekelweg’ krijgt een natuurinclusief karakter, waarin bomen, struiken, kruidenrijke vegetatie en waterstructuren samen een ecologisch robuust geheel zullen vormen. De natuurinclusieve strategie sluit aan op de QuickScan flora en fauna en richt zich op zowel gebouw gebonden maatregelen als een rijk ingerichte openbare ruimte.

De groene corridors langs de Kruithuisweg en Mekelweg worden versterkt met gelaagde beplanting, variërend van boom- en struiklagen tot ruige vegetatie en bloemrijke graslanden. Waar bomen worden verwijderd, worden takkenrillen en dood houtstructuren toegepast om biodiversiteit te vergroten. Open en dichte zones wisselen elkaar af, zodat zowel schuilplaatsen als zichtlijnen gewaarborgd blijven. Gebouwen dragen bij aan biodiversiteit met geïntegreerde voorzieningen voor vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen, evenals groene daken en gevels die insecten en kleine fauna ondersteunen. Door gerichte verlichting wordt lichtverstoring voorkomen, vooral langs de ecologisch belangrijke bosranden en watergangen. Samen vormt dit pakket aan maatregelen een gebied dat niet alleen bomen spaart waar dat kan, maar ook actief inzet op het versterken van de ecologische kwaliteit van de campus.

8. Ontwerpkaders voor het campus gebied De TU Delft beschrijft ontwerpkaders waar nieuwe ontwikkelingen aan dienen te voldoen op het gebied van ecologie. Door het toepassen van deze ontwerpkaders wordt het campus gebied natuur inclusief ingericht bij oplevering van het project, waardoor ruimte voor bebouwing, flora en fauna mogelijk wordt gemaakt in een gebalanceerde omgeving. • • •

•

• • •

• • •

Ecologische verbindingszones en hotspots blijven behouden en worden versterkt waar mogelijk; Oudere, volwassen groenstructuren blijven in beginsel behouden; 50% van het horizontale oppervlak van het projectgebied is ingericht met ecologisch waardevol groen (hieronder vallen ook intensieve groene daken, waaronder gras/kruidendaken). Daarnaast gelden de volgende percentages voor groentypen: o Minimaal 15% boomkroonoppervlak; o Minimaal 15% struiken, heesters en overige middelhoge beplanting; o Minimaal 25% bloemrijk grasland. Inrichtingsmaatregelen passen bij het creëren van habitat voor de gekozen doelsoorten en dragen op die manier bij aan het natuurdoeltype van de projectlocatie(s). De voorgestelde doelsoorten zijn: o Merel, huismus, sperwer, egel, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, akkerhommel, argusvlinder, vroege glazenmaker, kleine watersalamander en kleine modderkruiper. Binnen de grenzen van het plangebied moet minimaal een bui van 70 mm/uur tijdelijk vastgehouden en verwerkt kunnen worden; Binnen de grenzen van het projectgebied moet minimaal 90% van de totale jaarlijkse neerslag kunnen worden vastgehouden, (her)gebruikt en/of geïnfiltreerd (900 mm); Groen dat geen directe toegang heeft tot grondwater (groene daken) blijft ook groen tijdens droge periodes zonder gebruik van leidingwater.

Richtlijn is 200 liter hemelwaterberging per m3 intensief groen dak om twee droge maanden te doorstaan; Bij een bui van 90 mm/uur ontstaat geen schade aan gebouwen en (nuts)infrastructuur; Tijdens de hoogste zonnestand (21 juni 15:30) is er minimaal 40% schaduw aanwezig in het gebied; Minimaal 40% van het geveloppervlak is warmtewerend uitgevoerd.

108

9. Conclusie Het boombesparend plan heeft geleid tot een grote aanpassing van de beoogde verkaveling ten opzichte van die in de Verkenning uit 2025. Het huidige stedenbouwkundig plan geeft een zorgvuldig en gebalanceerd beeld van behoud, vervanging én toevoeging. Met het behoud van strategische bomen, de verwijdering van bomen om technische, ruimtelijke of ecologische redenen, en de aanplant van circa 117 nieuwe bomen ontstaat een toekomstbestendige bomenstructuur die aansluit op de ambities van de nieuwe ‘Mekelweg’.Voor de te verwijderen bomen wordt, conform gemeentelijk beleid, een kapvergunning aangevraagd. Door bomen te combineren met natuurinclusieve maatregelen ontstaat een groen en ecologisch robuust stedelijk milieu. De boomstructuren ondersteunen de identiteit van de campus, dragen bij aan klimaatadaptatie en versterken de ruimtelijke kwaliteit van het sportkwadrant en de ‘Mekelweg’.

Bijlage D Mobiliteitsplan Parkeeropgave en Parkeeroplossingen ‘Mekelweg’ in sportkwadrant 1. Inleiding en doel Deze bijlage vormt de onderbouwing van de paragraaf 3.8, mobiliteit, van het stedenbouwkundig plan de ‘Mekellaan’ in het sportkwadrant. Waar het stedenbouwkundig plande ruimtelijke principes van mobiliteit beschrijft, richt deze bijlage zich voornamelijk op de auto parkeervraag (fiets en auto) van de drie bouwblokken die volgens het vingerend omgevingsplan in principe op eigen terrein moet worden opgelost. Het doel van deze bijlage is de onderbouwing leveren om de parkeeroplossing in mobiliteitshubs buiten het plangebied op te lossen voor auto parkeren. Fiets parkeren wordt inpandig opgelost. Het geeft hierbij de ruimtelijke, beleidsmatige argumentatie en de parkeernorm die deze keuze ondersteunt.

Het gebied wordt ontwikkeld als een autoluw en langzaam verkeers-gericht campusdeel. Om deze reden worden binnen de bouwblokken en langs de autovrije ‘Mekellaan’ geen parkeervoorzieningen gerealiseerd. De parkeervraag wordt volledig ondergebracht in de bestaande campusbrede mobiliteitshubs P2, P3 en P8. Deze bijlage beschrijft hoe deze oplossing aansluit bij het mobiliteitsbeleid van de gemeente en de TU Delft, de lage parkeervraag van studenten en de ruimtelijke ambities van het gebied.

2. Beleidskaders TU Delft en Gemeente Delft 2.1 Prioriteit voor fiets, OV en voetganger Het Portefeuilleplan Mobiliteit en Bereikbaarheid TU Delft 20252040 stelt expliciet dat “openbaar vervoer, fietser en voetganger de belangrijkste verkeersdeelnemers zijn en prioriteit krijgen in beleid.” Deze prioriteit vertaalt zich in een campus met een sterk langzaam verkeersprofiel, waarin auto’s slechts een ondersteunende rol spelen. Parkeervoorzieningen worden daarom niet in verblijfsgebieden opgenomen. Het beleid van de gemeente Delft, Mobiliteitsprogramma Delft 2040, sluit aan op de prioritering van de TU Delft. Aanvullend wordt een hiërarchie in netwerken benoemd. Te beginnen met een basisnet welke bestaat uit alle wegen, paden en pleinen. Daarnaast is er een hoofdnet, met daarin alle belangrijke rechtstreekse routes. Tot slot is er een kwaliteitsnet waarin de meest belangrijke schakels van het netwerk met extra kwaliteiten vallen, zoals betere doorstroming en prioritering bij kruisingen. 2.2 Laag autobezit onder studenten Omdat studenten slechts incidenteel over een auto beschikken, is de parkeervraag van deze doelgroep aanzienlijk lager dan die van reguliere huishoudens. Dit rechtvaardigt een lage parkeernorm voor studentenhuisvesting zoals ook is opgenomen in de gemeentelijke Parkeernormen nota. Onder studenten is het fietsgebruik daarentegen hoger dan gemiddeld.

2.3 Concentratie van parkeren langs de campusring TU Delft voert een concentratiestrategie waarbij auto parkeren wordt samengebracht in grotere mobiliteitshubs aan de rand van de campus. De visie stelt: “Geconcentreerde, goed vindbare parkeerlocaties langs de ring… waarna losse parkeerplekken kunnen worden opgeheven.” De mobiliteitshubs P2, P3 en P8 maken deel uit van deze ringstructuur en sluiten daardoor naadloos aan op het campus brede mobiliteitsconcept. 2.4 Loopafstand criteria In de gemeentelijke Parkeernormen nota is een maximale loopafstand van 400 meter (bij functie wonen) en 800 meter (bij functie werken) vanaf centrale ontsluiting van de woningen tot aan de entree van de parkeervoorziening toegestaan. De mobiliteitshubs liggen binnen deze norm: • P2: 350–400 m • P3: 350–450 m • P8: 400–500 m Dit maakt deze hubs geschikt als parkeerlocaties voor bewoners en bezoekers van het Sportkwadrant. Parkeergelegenheid voor de fiets wordt in de gebouwen gerealiseerd, waardoor de loopafstanden verwaarloosbaar zijn.

109

2.5 Efficiënt parkeergebruik en regulering TU Delft reguleert parkeren campus breed via toegangssystemen, gedifferentieerde parkeerrechten en dynamische verwijzing met een bezettingsgraad tot circa 95%. Deze vorm van beheer maakt het mogelijk om de bestaande capaciteit efficiënt te gebruiken zonder nieuw bouwprogramma toe te voegen. 3. Parkeerprogramma en parkeernorm 3.1Woningprogramma Het woningprogramma bestaat uit circa 1.800–2.100 units, verdeeld over drie blokken: Bouwblok

Woningtype

NO-blok

Studentenhuisvesting

ZW-blok

Studentenhuisvesting / compact wonen

ZO-blok

Studentenhuisvesting / compact wonen

Totaal

—

Aantal 650-750 units 600-700 units 550-650 units ± 1800~2100 units

3.2 De parkeernorm Voor het Sportkwadrant is de parkeernorm van 0,05 parkeerplaats per studentenunit. Deze norm: • is de standaardnorm bij Delftse studentenprojecten (DUWO), • sluit aan op de TU Delft Mobiliteitsvisie, • past bij het mobiliteitsprofiel van studenten, • is te accommoderen binnen de capaciteit van de mobiliteitshubs. 3.3 Parkeervraagberekening Auto parkeerplaatsen (exclusief deelauto’s) • Bewoners: 1.800~2.100 × 0,05 = 90~105 parkeerplaatsen • Bezoek/incidenteel gebruik: 1800~2100 × 0,10 = 180~210 parkeer plaatsen • Niet-woonfuncties: aanname 10 parkeerplaatsen per bouwblok, 3 ×

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

10 = 30 parkeerplaatsen Totale parkeervraag: circa 300-345 parkeerplaatsen Sportfuncties genereren geen aanvullende parkeervraag omdat deze gebruik maken van bestaande campus brede voorzieningen. Fietsparkeerplaatsen • Bewoners en bezoekers: 1.800~2.100 × 1,1 = 1.980~2.310 fiets parkeerplaatsen • Niet-woonfuncties: aanname 50 per bouwblok, 3 × 50 = 150 fietsparkeerplaatsen Totale fiets parkeervraag: circa 2.130~2.460 fiets parkeerplaatsen Voor de niet-woonfuncties wordt uitgegaan van een gemixt programma. Omdat het gemeentelijk beleid per functie een ander fiets parkeervraag per 100m2 BVO beschrijft, wordt er een aanname gedaan van 50 fiets parkeerplaatsen per bouwblok ten behoeve van de niet-woonfuncties. Bij de definitieve ontwikkeling kan dit aantal wijzigen. 4. Parkeren in mobiliteitshubs P2, P3 en P8 – onderbouwing De keuze om de parkeervraag van het Sportkwadrant onder te brengen in mobiliteitshubs P2, P3 en P8 vloeit voort uit een combinatie van ruimtelijke, verkeerskundige en beleidsmatige argumenten.

verkeer via de ring wordt geleid. De Fokkerweg en Watermanweg worden ingericht als fietsstraten en de Adri Boslaan wordt beperkt toegankelijk. Autotoegang tot de blokken zou dit systeem doorkruisen.

Hub

Type

Capaciteit

Loopafstand

Toepassing

P2

parkeergarage

712pp

350–400 m

NO-blok

Beleid: concentratie in hubs De mobiliteitshubs P2, P3 en P8 maken deel uit van de ringstructuur en sluiten aan op het campusbeleid. Deze concentratie maakt lokale parkeervoorzieningen overbodig.

P3

parkeerterrein

273pp

350–450 m

ZW-blok

P8

parkeergarage

767pp

400–500 m

algemeen + piek

Doelgroep studenten Het lage autobezit van studenten maakt de parkeervraag beperkt, voorspelbaar en goed te organiseren binnen de bestaande hubs.

Voor de benodigde 300-345 plaatsen kan DUWO een stallingsovereenkomst voor het gebruik afsluiten met de TU Delft.

Toekomstbestendigheid De hub strategie sluit aan op ontwikkelingen rond station Delft Campus en ondersteunt de langetermijnvisie van een autoluwe campus. 5. Beschikbaarheid en capaciteit P2–P3–P8 De TU Delft beschikt momenteel over circa 3.800 parkeerplaatsen campusbreed, met een gemiddelde benutting van circa 82%. Door middel van dynamische verwijzing kan de benutting oplopen tot circa 95%. Binnen dit systeem zijn de drie mobiliteitshubs P2, P3 en P8 bij uitstek geschikt om de parkeervraag van het Sportkwadrant op te vangen.

Autoluwe en hoogwaardige Mekelweg De Mekelweg wordt ingericht als een hoogwaardige langzaam verkeersas met actieve plinten, brede voetpaden en doorlopende fietsstructuren. Het toevoegen van lokaal parkeren past niet bij deze functie en zou de verblijfskwaliteit en verkeersveiligheid aantasten.

6. Maatregelenpakket Het maatregelenpakket dat de parkeeroplossing ondersteunt, sluit volledig aan op het campusbrede mobiliteitsbeleid: • Parkeerregulering: toewijzing van parkeerrechten in de hubs, monitoring van parkeerdruk en uitsluiting van wijkvergunningen. • Deelmobiliteit: inzet van deelauto’s in P2 en P3, en gebruik van deelfietsen en e-scooters voor de laatste meters naar de woningen. • Fietsvoorzieningen: hoogwaardige fietsenstallingen bij elke entree, gekoppeld aan de continue fietsroute langs de Mekelweg. • Routing en wayfinding: duidelijke en sociaal veilige looproutes tussen hubs en bouwblokken, inclusief goede bewegwijzering. • De mogelijkheid van deelauto’s nader te onderzoeken om de auto parkeervraag te verlagen. In het gemeentelijk beleid kan één deelauto per 25 woningen ingezet worden en voor een parkeerreductie van 30% zorgt. 7. Conclusie en borging De parkeeropgave voor het Sportkwadrant bedraagt circa –300-345 parkeerplaatsen. Deze kan worden opgevangen in mobiliteitshubs P2, P3 en P8, zo nodig ondersteund met de inrichting van deelmobiliteitsvoorzieningen bij de bouwblokken om de parkeervraag te verminderen. Dit is in lijn met het mobiliteitsbeleid van de TU Delft en de gemeente Delft.

P2/712

Geen ruimte binnen de bouwvelden De binnenhoven van de blokken zijn groen, geluidluw en gericht op ecologie en klimaatadaptatie. Een ondergrondse parkeergarage zou deze kwaliteiten ernstig verstoren en staat haaks op het programma van betaalbare studentenhuisvesting. Ligging naast sportcomplexen noodzaakt autoluwe inrichting Vooral bij de ZW- en ZO-blokken is de nabijheid van sportvelden bepalend. Lokale parkeervoorzieningen zouden leiden tot conflicten met fietsers, hoge piekbelastingen rond wedstrijden en een vermindering van de veiligheid van sporters.

Deze oplossing is ruimtelijk logisch, verkeersveilig, beleidsmatig onderbouwd, consistent met het lage autobezit van de doelgroep en financieel passend bij sociale en betaalbare woningbouw.

Campusstructuur stuurt verkeer naar de ring De ontsluitingsstructuur van de campus is zo ingericht dat auto-

P8/767

De borging vindt plaats via afspraken tussen gemeente en TU Delft, door het afsluiten van een stallingsovereenkomst, toewijzing van parkeerrechten, monitoring via het campus brede parkeersysteem en verankering in de verdere planvorming. Deelauto’s kunnen ingezet worden voor een parkeerreductie van circa 30%.

P3/273

Parkeerhubs

110

Bijlage E Quick scan geluid In deze bijlage staat de quick scan geluid die is uitgevoerd in het kader van het stedenbouwkundig plan Mekelweg-Kruithuisweg Studentenhuisvesting

111

RAPPORT Studentenhuisvesting Sportcluster Kruithuisweg te Delft Quickscan geluid (wegverkeer, trams en sportvelden) Klant:

Gemeente Delft

Referentie:

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

Status:

Definitief/1.1

Datum:

24 juli 2025

Projectgerelateerd

HASKONING NEDERLAND B.V.

Euvelgunnerweg 25A 9723 CV Groningen Netherlands Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 88 348 53 00 E-mail: info@haskoning.com Website: haskoning.com

Titel document: Ondertitel: Referentie: Uw kenmerk Status: Datum: Projectnaam: Projectnummer: Auteur(s):

Studentenhuisvesting Sportcluster Kruithuisweg te Delft Quickscan geluid (wegverkeer, trams en sportvelden) BG5949-R250724-Haskoning-F1.1 Click or tap here to enter text. Definitief/1.1 24 juli 2025 Quickscan geluid Sportcluster Delft BG5949 Haskoning

Opgesteld door:

AV

Gecontroleerd door:

AV

Datum:

24 juli 2025

Goedgekeurd door:

AV

Datum:

24 juli 2025

Classificatie:

Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. Haskoning Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van Haskoning Nederland B.V. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 24 juli 2025

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

ii

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

1

2

Wettelijk kader

2

3

Uitgangspunten

4

3.1

Ontwerp nieuwbouw

4

3.2

Gegevens van de geluidbronnen

5

3.3

Rekenprogramma

7

4

Resultaten en analyse geluidmaatregelen

8

4.1

Gemeentewegen en trams

8

4.2

Provinciale wegen

8

4.3

Rijksweg A13

9

4.4

Geluid van sportvelden

10

4.5

Delft Reactor Institute

10

4.6

Cumulatie van geluid

11

4.7

Indirecte akoestische effecten van veranderend verkeer

12

5

Gemeentelijk beleid en vereiste maatregelen bij individuele woningen

13

6

Samenvatting en conclusie

15

Afbeelding voorkant: Verkenningsstudie Studentenhuisvesting Sportcluster Kruithuisweg, d.d. 30 december 2024 (TU Delft, Gemeente Delft, wUrck).

24 juli 2025

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

iii

Projectgerelateerd

1

Inleiding

De gemeente Delft is van plan om Sportcluster te Delft te realiseren en vraagt om een inventarisatie van de huidige geluidsituatie met het oog op de realisatie van circa 1.000 tot 2.500 studentenwoningen in het gebied. De belangrijkste geluidbronnen in de buurt van het plangebied zijn: • Rijksweg: A13; • Provinciale wegen: Kruithuisweg (N470); • Gemeentewegen: Delftechpark, Heertjeslaan, Huismansingel, Molengraffsingel, Rotterdamseweg, Schoemakerstraat; • Trams: (nieuwe) tramlijn 19; • Sportvelden: onder andere hockey-, tennis- en rugbyvelden. • Delft Reactor Institute (RID). In onderstaande afbeelding zijn de locatie van het plan en de belangrijkste geluidbronnen weergegeven. Figuur 1-1 – Locatie nieuwbouwplan (bron ‘Verkenningsstudie studentenhuisvesting sportcluster Kruithuisweg) en relevante geluidbronnen.

Blok A

Blok C Blok B

In deze quickscan wordt inzichtelijk gemaakt hoe hoog het geluid van de verschillende geluidbronnen is en welke geluidbeperkende maatregelen getroffen kunnen worden om de ontwikkeling mogelijk te maken. De benodigde geluidbeperkende maatregelen zijn ingeschat o.b.v. expert judgement, met uitzondering van de Kruithuisweg (N470). Daarvoor is met de gemeente Delft afgesproken om het effect van geluidsschermen tot 8 meter hoog en een snelheidsverlaging naar 50 km/uur door te rekenen. Tot slot is in dit rapport beschreven welke geluidbeperkende maatregelen op gebouwniveau nodig zijn, voor het geval het niet mogelijk is om overschrijdingen van standaardwaarden en/of grenswaarden weg te nemen met bron- en/of overdrachtsmaatregelen. 24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

1

Projectgerelateerd

2

Wettelijk kader

De belangrijkste regels voor geluid zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze vormen het toetsingskader voor geluid bij het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen (gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie of kinderopvang met bedgebied). Het geluid bij een nieuw geluidgevoelig gebouw mag in beginsel niet hoger zijn dan de wettelijke standaardwaarde uit onderstaande tabel. Tabel: Standaardwaarde en grenswaarde voor het geluid bij nieuwe geluidgevoelige gebouwen Geluidbronsoort

Standaardwaarde

Grenswaarde

Provinciale wegen Rijkswegen

50 Lden

60 Lden

Gemeentewegen Waterschapswegen

53 Lden

70 Lden

Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen

55 Lden

65 Lden

50 Lden

55 Lden

40 Lnight

45 Lnight

Industrieterreinen

Als uit het akoestisch onderzoek blijkt dat het geluid bij een nieuw geluidgevoelig gebouw hoger is dan de standaardwaarde, moeten geluidbeperkende maatregelen worden onderzocht. Het doel van het onderzoek naar geluidbeperkende maatregelen is om aan de standaardwaarde te voldoen of, als dat niet mogelijk is, de overschrijding zo veel mogelijk te beperken. Daarbij geldt als voorwaarde dat de het geluid nooit hoger mag zijn dan de grenswaarde (zie bovenstaande tabel). Alleen als zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen kan hoger geluid dan de grenswaarde worden toegelaten. Het gemeentebestuur heeft een motiveringsplicht als zij besluit meer geluid dan de standaardwaarde toe te laten, waarbij het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel moet worden betrokken en de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde moet worden beoordeeld. Voor deze belangenafweging heeft de gemeente Delft geluidbeleid opgesteld, als onderdeel van het Actieplan Geluid 2025-2028. Een belangrijk onderdeel van het geluidbeleid is de aanwezigheid van een geluidluwe zijde bij iedere woning en de situering van ten minste één slaapkamer aan de niet hoogst geluidbelaste zijde.

Van belang voor deze ontwikkeling is dat in het geluidbeleid van de gemeente Delft minder streng is ten aanzien van studentenwoningen, omdat studentenwoningen doorgaans zijn bedoeld voor bewoning voor een relatief korte periode. Een uitgebreide toelichting op het wettelijk kader van weg- en railverkeer en het geluidbeleid van de gemeente Delft is opgenomen in bijlage 2 en 3.

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

2

Projectgerelateerd

Geluid van milieubelastende activiteiten Voor het geluid van bedrijfsmatige activiteiten gelden de waarden die zijn opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Delft (Bruidsschat omgevingsplan), zie onderstaande tabel. Tabel: Toegestane geluidwaarden per activiteit in gemengd gebied met wonen Locatie

07.00u – 19.00u

19.00u – 23.00u

23.00u – 07.00u

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

Maximaal geluidniveau

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

Bij de toetsing van het geluid van activiteiten wordt onversterkt stemgeluid van personen buiten beschouwing gelaten. In het kader van een goede en zorgvuldige ruimtelijke ordening is het echter wel gebruikelijk om het stemgeluid van spelers en toeschouwers wel in beeld te brengen. Daarnaast is bepaald dat de waarden voor maximale geluidniveaus niet gelden bij het verrichten van sportactiviteiten of activiteiten die daarmee in nauw verband staan in de open lucht.

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

3

Projectgerelateerd

3

Uitgangspunten

In onderstaande paragrafen zijn de uitgangspunten beschreven die ten grondslag liggen aan de indicatieve berekeningen, rekenresultaten en adviezen.

3.1

Ontwerp nieuwbouw

De ligging van de nieuwbouw is overgenomen uit de tekening ‘23796_Delft_Kruithuisweg.Conclusiekaart02102024.dwg’, die is opgesteld door wUrck en aangeleverd door de gemeente Delft. In onderstaande figuur is een mogelijke uitwerking van het nieuwbouwplan uit de Conclusiekaart opgenomen. Figuur 3-1 – Impressie van de schetsuitwerking van de bouwmassa’s (bron ‘Verkenningsstudie studentenhuisvesting sportcluster Kruithuisweg)

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

4

Projectgerelateerd

3.2

Gegevens van de geluidbronnen

De hoeveelheid wegverkeer wordt uitgedrukt als ‘weekdagjaargemiddelde’: het aantal motorvoertuigen dat op een gemiddelde weekdag van de weg gebruik maakt. Om de waarde van het geluid (in Lden) te kunnen berekenen, wordt dit aantal voertuigen verdeeld over de dag-, avond- en nachtperiode en wordt onderscheid gemaakt tussen lichte, middelzware en zware motorvoertuigen. Gemeentelijke wegen Voor de gemeentewegen is gebruik gemaakt van het Verkeersmodel Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (V-MRDH), versie 3.0.2. De werkdagintensiteit voor het jaar 2040, scenario WLO-hoog, zijn hieruit overgenomen en omgerekend naar weekdagintensiteit door te vermenigvuldigen met 0,918 (bron: https://iplo.nl/thema/lucht/vaststellen-luchtkwaliteit/omrekenfactoren-verkeersintensiteit-werk-week). De verdeling over voertuigcategorieën (licht, middelzwaar en zwaar) en etmaalperiodes (dag, avond en nacht), wegdektypen en rijsnelheden zijn overgenomen uit het akoestisch rekenmodel dat is opgesteld ten behoeve van de Geluidbelastingkaarten 2021. In onderstaande tabel zijn de verkeersgegevens voor het plan samengevat. Tabel 3-1 – Overzicht verkeersgegevens gemeentewegen ter hoogte van het plan.

Weg(vak)

Etmaalintensiteit 2040*

Wettelijke rijsnelheid in km/uur

Wegdektype

Delftechpark

3.500

50

DAB**

Heertjeslaan

8.200

50

DAB

Huismansingel

12.300

50

DAB

Molengraafsingel

8.000

50

DAB

Rotterdamseweg

4.400

50

DAB

Schoemakerstraat

19.300

50

DAB

* Aantal motorvoertuigen per etmaal in weekdagjaargemiddelden, afgerond op 100-tallen. ** DAB = Dicht asfaltbeton

Trams De aantallen trams van de nieuwe tramlijn 19 zijn overgenomen uit het bestand ‘tram Mekelweg .xlsx’ dat is aangeleverd door de gemeente Delft. Volgens dit bestand rijden er overdag (07.00u tot 19.00u) 2,9 trams per uur per richting. Voor de rijsnelheid is uitgegaan van 30 km/uur. Provinciale wegen/ rijkswegen Ter hoogte van het plan liggen de provinciale weg N470 en rijksweg A13. De geluidbrongegevens van de N470 zijn aangeleverd door de Provincie Zuid-Holland. Het betreft de concept-geluidbrongegevens die later dit jaar gaan worden gebruikt voor het vaststellen van geluidproductieplafonds voor provinciale wegen. De gegevens van de A13 zijn afkomstig uit het geluidregister (www.geluidgegevens.nl), beschikbaar gesteld in de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG) en gedownload op 25 maart 2025.

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

5

Projectgerelateerd

Activiteit van sportvelden Ter hoogte van het plan liggen meerdere sporthallen en -velden. Rondom de nieuwbouw bevinden zich onder andere tennis- en rugbyvelden (X TU Delft), hockeyvelden (Hudito) en korfbalvelden (Fortuna). Uitgangspunt voor het onderzoek is dat de sportvelden in dit gebied worden behouden. In onderstaande figuur is de ligging van deze sportvelden op kaart weergegeven. Voor de sportvelden zijn berekeningen uitgevoerd. Uitgangspunten voor de geluidbronnen zijn gebaseerd op ‘Akoestisch onderzoek Hockeycomplex Ring Pass’ uitgevoerd door AV Consulting BV, d.d. 29 april 2025. Figuur 3-2 – Sportvelden rond de nieuwbouw (bron ‘Verkenningsstudie studentenhuisvesting sportcluster Kruithuisweg)

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

6

Projectgerelateerd

Activiteiten De aard van de inrichting is sportvelden: hockey, korfbal en rugby. De relevante activiteiten voor de geluidemissie van de inrichting zijn: • Spelers op de velden; • Toeschouwers op/langs de velden; • Maximale geluidsniveaus (LAmax): het scheidsrechtersfluitje; • Maximale geluidsniveaus (LAmax) enkel op de hockeyvelden: de impact van de stick tegen de bal, de bal tegen de kantplanken, de bal tegen de binnenkant van het doel. Velden Uitgangspunt voor de hockeyvelden is dat er vier hockeyvelden zijn waarop gelijktijdig vier wedstrijden kunnen plaatsvinden (worst case). In het geval van rugby is uitgegaan van een veld waar wedstrijden plaatsvinden en voor korfbal is dat op twee velden van de vier. Bedrijfstijden Bij de berekening is aangenomen dat de velden in de dagperiode (7:00 – 19:00) en avondperiode (19:00 – 23:00 uur) worden gebruikt en niet in de nachtperiode (23:00 – 7:00 uur). Overige uitgangspunten met betrekking tot de gebruiksduur zijn: • Voor het spelen op de velden is uitgegaan van 7 uur in de dagperiode en 3 uur in de avondperiode; • Voor het (stem)geluid van toeschouwers langs de randen van de velden is uitgegaan van 7 uur in de dagperiode en 3 uur in de avondperiode; • De piekgeluiden zijn ook meegenomen in de langtijdgemiddelde beoordeling, zoals gedaan in het Hockeycomplex Ring Pass onderzoek (worst case).

3.3

Rekenprogramma

De berekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma GeoMilieu versie 2024.21. Dit rekenprogramma voldoet aan de Standaardrekenmethode, zoals beschreven in bijlage IVe en IVf van de Omgevingsregeling. Hierin zijn de factoren voorgeschreven waarmee rekening dient te worden gehouden, zoals bijvoorbeeld samenstelling van het verkeer, afstandsreducties, reflecties, afschermingen, bodem- en luchtdemping, hoogteligging.

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

7

Projectgerelateerd

4

Resultaten en analyse geluidmaatregelen

De resultaten op de gevels van de geluidgevoelige gebouwen zijn per geluidbronsoort beschreven in de onderstaande paragrafen. In bijlage 1 zijn de rekenresultaten opgenomen.

4.1

Gemeentewegen en trams

Ten gevolge van de gemeentewegen en trams wordt de standaardwaarde van 53 dB niet overschreden. Een onderzoek naar maatregelen is niet van toepassing. De wet stelt voor deze geluidbronsoorten geen aanvullende eisen ten aanzien van het nieuwbouwplan. In de ‘Verkenning Milieukaders Sportcluster Kruithuisweg Delft’ van Witteveen en Bos (17 oktober 2024) is aangegeven dat het geluid van gemeentewegen wél hoger is dan de standaardwaarde. Dit wordt veroorzaakt doordat de toe- en afritten van de Kruithuisweg in dat onderzoek onterecht als gemeentewegen zijn beschouwd.

4.2

Provinciale wegen

In bijlage 1 zijn de rekenresultaten van de provinciale weg N470 opgenomen. Hieruit blijkt dat de wettelijke standaardwaarde en grenswaarde worden overschreden. De overschrijding van de grenswaarde doet zich voor op de gevels die naar de N470 zijn gericht. Op de zijgevels wordt de standaardwaarde overschreden. Op de achtergevels en de gevels die naar de binnenterreinen zijn gericht wordt aan de standaardwaarde voldaan. Wij hebben onderzocht of het mogelijk is om met maatregelen het geluid vanwege de N470 terug te brengen tot de wettelijke standaardwaarde. De volgende maatregelen zijn onderzocht: • Verlaging rijsnelheid. Verlagen van de wettelijke rijsnelheid naar 50 km/uur. • Geluidschermen. Geluidschermen van 2, 4, 6 en 8 meter hoog, ook in combinatie met het verlagen van de wettelijke snelheid naar 50 km/uur. De schermen zijn in het rekenmodel op een afstand van circa 4 meter vanaf de rand van het asfalt geplaatst (gebruikelijke afstand, waarbij ruimte overblijft voor een onderhoudspad). Het is niet zeker of de schermen ook daadwerkelijk realiseerbaar zijn. Er moeten waarschijnlijk veel bomen voor worden gekapt en bij de viaducten kan de draagkracht een knelpunt vormen. Hiervoor is nader onderzoek nodig. In onderstaande tabel zijn de rekenresultaten samengevat per bouwblok, op een rekenpunt dat ligt op de gevel die het dichtst bij de N470 is gelegen.

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

8

Projectgerelateerd

Onze conclusies zijn als volgt: • Verlagen rijsnelheid naar 50 km/uur. Dit geeft een geluidreductie van circa 4 dB, maar er blijft sprake van een overschrijding van de wettelijke standaardwaarde en grenswaarde. • Geluidschermen. Het is niet mogelijk om met geluidschermen het geluid overal terug te brengen tot de standaardwaarde, ook niet in combinatie met een snelheidsverlaging naar 50 km/uur. Met name op de hogere bouwlagen aan de zijde van de N470 is het lastig het geluid voldoende te reduceren: zelfs met schermen van 8 meter hoog wordt het geluid nog niet voldoende gereduceerd. Om wel overal aan de grenswaarde te voldoen, zijn geluidschermen van 6 meter hoog in combinatie met een snelheidsverlaging naar 50 km/uur nodig. Met geluidschermen van 4 meter hoog (niet gecombineerd met een snelheidsverlaging) kan wel op de lagere gebouwdelen aan de grenswaarde worden voldaan. De effectiviteit van geluidschermen kan nog worden verhoogd door deze over de weg te laten hellen (zoals langs de A28 bij Zeist) of door de weg te overkappen (zoals langs de A4 bij Leiderdorp). Op voorhand lijkt dat vanwege de uitvoeringskosten en stedenbouwkundige inpassing geen haalbare maatregel.

Aangezien het niet lukt om met geluidbeperkende maatregelen overal aan de standaardwaarde te voldoen, zijn geluidwerende, bouwkundige maatregelen nodig om bij individuele woningen te zorgen voor een goed woon- en leefklimaat. In hoofdstuk 5 gaan we hier dieper op in.

4.3

Rijksweg A13

In bijlage 1 zijn de rekenresultaten van de rijksweg A13 opgenomen. Hieruit blijkt dat de wettelijke standaardwaarde wordt overschreden. De overschrijding doet zich voor op de oostgevels die naar de A13 zijn gericht, maar ook op delen van de noord- en zuidgevels wordt de standaardwaarde overschreden. Gelet op de afstand van het plan tot de A13, zijn omvangrijke maatregelen nodig om te voldoen aan de standaardwaarde voor het geluid van rijkswegen. Op basis van expert judgement zijn die maatregelen vanwege de kosten die ermee gemoeid gaan niet realistisch: • Met het wegdektype 2L ZOAB kan een geluidreductie van 2 à 3 dB worden bereikt. Dat is onvoldoende om de overschrijding van de standaardwaarde weg te nemen en bovendien dient dit wegdektype te worden toegepast op alle rijbanen van de A13 over een afstand van circa 1,5 km om effectief te zijn. • Met geluidschermen kan de overschrijding in theorie worden weggenomen. Maar ook daarvoor geldt dat ze moeten worden toegepast over een lengte van minimaal 1 à 1,5 km en op zijn minst 2 meter hoog moeten worden. Aangezien het niet lukt om met geluidbeperkende maatregelen overal aan de standaardwaarde te voldoen, zijn geluidwerende, bouwkundige maatregelen nodig om bij individuele woningen te zorgen voor een goed woon- en leefklimaat. In hoofdstuk 5 gaan we hier dieper op in.

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

9

Projectgerelateerd

4.4

Geluid van sportvelden

Bij de beschrijving van het wettelijk kader is gebleken dat onversterkt stemgeluid van personen buiten beschouwing wordt gelaten bij de toetsing. Daarnaast gelden er geen waarden voor maximale geluidniveaus bij het verrichten van sportactiviteiten in de open lucht. Dit betekent dat vrijwel al het geluid van de sportvelden is uitgesloten van de wettelijke toets en dat er in die zin geen sprake zal zijn van een geluidknelpunt. Echter, in het kader van een goede en zorgvuldige ruimtelijke onderbouwing is het wel gebruikelijk het geluid van sportactiviteiten inzichtelijk te maken, zodat de gemeente dat in hun overwegingen mee kan nemen. Het geluid van de sportvelden is inzichtelijk gemaakt door het te vergelijken met de toegestane geluidwaarden voor het geluid door activiteiten. In bijlage 1 zijn de rekenresultaten van de sportvelden opgenomen. Hieruit blijkt dat op Blok B en C de toegestane waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de avondperiode wordt overschreden, evenals de maximale geluidniveaus in de dag- en avondperiode. Op Blok A (bij de rugbyvelden) is geen sprake van een overschrijding. Doordat de sportvelden ’s nachts niet worden gebruikt, worden de toegestane waarden voor de nachtperiode nergens overschreden. Op voorhand lijkt het niet realistisch om het geluid van de sportvelden te verminderen.

Om het geluid af te schermen zijn onrealistisch hoge schermen nodig om ook de hoger bouwlagen af te schermen en het beperken van de openingstijden stuit waarschijnlijk op bezwaren vanuit de sportverenigingen. Het vervangen van de kantplanken is waarschijnlijk onvoldoende effectief: als er nu houten kantplanken aanwezig zijn, levert de vervanging door kunststof kantplanken een geluidreductie van 2 dB op (volgens het onderzoek voor Ring Pass). Een laatste oplossingsmogelijkheid is het treffen van geluidwerende maatregelen bij individuele woningen. Hierbij vormen in ieder geval de gevels die worden uitgevoerd als niet-geluidgevoelige gevel (met of zonder bouwkundige maatregelen) een uitdaging. In hoofdstuk 5 gaan we hier dieper op in.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17060011/3