CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 .Stedenbouwkundig plan Kruithuisweg - Mekelweg

Commissie Ruimte en Verkeer 30 juni 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstel - Stedenbouwkundig plan Studentenhuisvesting Kruithuisweg30.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

4.5

Delft Reactor Institute

In de vergunning van het Delft Reactor Institute (RID) zijn de volgende geluidnormen opgenomen: • Aan de zijde van de Watermanweg (noordzijde) is het langtijdgemiddelde geluidniveau op een afstand van 50 meter niet hoger dan: o 50 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur; o 45 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur; o 45 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur. • Op enig punt op 50 meter afstand is het maximale geluidniveau niet hoger dan: o 60 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur; o 55 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur; o 55 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur. Het plangebied voor de nieuwbouw bevindt zich meer dan 100 meter van de RID (perceelgrens tot perceelgrens). Dat is (meer dan) een verdubbeling van de afstand ten opzichte van de afstand (50 meter) die in de vergunning is opgenomen. Een verdubbeling van afstand leidt tot een afname van het geluid met ongeveer 6 dB, zodat aangenomen mag worden dat het geluid van het RID op de rand van het plangebied in ieder geval 6 dB lager is dan de waarden die in de vergunning zijn opgenomen. De toegestane waarden van het geluid van milieubelastende activiteiten (zie hoofdstuk 2) worden dan niet overschreden.

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

10

Projectgerelateerd

4.6

Cumulatie van geluid

In de wetgeving zijn geen normwaarden voor cumulatief geluid opgenomen. De aanvaardbaarheid van gecumuleerd geluid dient op lokaal niveau te worden beoordeeld. De voorwaarden ten aanzien van cumulatief geluid zijn opgenomen in het geluidbeleid van de gemeente Delft (zie bijlage 3). In het geluidbeleid is het gecumuleerde geluid gecombineerd met de eis voor geluidluwe zijdes: • Een geluidluwe gevel is een gevel waar het geluid vanwege elk van de te onderscheiden geluidbronsoorten met een geluidaandachtsgebied de wettelijke standaardwaarde niet overschrijdt en het cumulatieve geluid niet hoger is dan 53 dB Lden en 45 dB Lnight. • Iedere woning dient over ten minste één geluidluwe gevel te beschikken. Als het niet mogelijk is om een geluidluwe gevel te realiseren, mag ook een geluiduw geveldeel gerealiseerd worden met verglaasde balkons, loggia’s, serres en vergelijkbare voorzieningen. In onderstaande afbeelding is het gecumuleerde geluid van wegverkeer weergegeven, in de situatie zonder geluidbeperkende maatregelen. Hieruit valt af te lezen dat het gecumuleerde geluid rondom de gebouwen bijna overal hoger is dan 53 dB. Dit betekent dat niet wordt voldaan aan de eisen uit het geluidbeleid van Delft en aanvullende geluidbeperkende maatregelen onderzocht moeten worden.

Geluidbeperkende maatregelen die getroffen kunnen worden om het geluid van wegverkeer te verminderen zijn beschreven in de voorgaande paragrafen. Nader onderzoek is nodig om te bepalen welke maatregelen technisch en financieel haalbaar zijn en of het gecumuleerde geluid kan worden teruggebracht tot 53 dB. Als het niet lukt om met geluidbeperkende maatregelen overal aan 53 dB te voldoen, zijn geluidwerende, bouwkundige maatregelen nodig om bij individuele woningen te zorgen voor een goed woon- en leefklimaat. In hoofdstuk 5 gaan we hier dieper op in. Figuur 4-1 – Gecumuleerd geluid van wegverkeer (zonder maatregelen) op het bouwplan in Lden

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

11

Projectgerelateerd

4.7

Indirecte akoestische effecten van veranderend verkeer

Het is mogelijk dat het geluid buiten het plangebied toeneemt, doordat het plan een toename van de verkeersintensiteit veroorzaakt op nabijgelegen wegen. Dit wordt een ‘indirect akoestisch effect’ genoemd. Hiervoor geldt dat het geluid van die wegen op bestaande geluidgevoelige gebouwen niet met meer dan 1,5 dB mag toenemen, wat overeenkomt met een verkeerstoename van 40% of meer. In dit stadium is nog niet bekend in welke mate het verkeer op bestaande wegen zal toenemen door de realisatie van het plan. Als het gebied wordt ontsloten via de N470 en Schoemakerstraat, is de kans op indirecte akoestische effecten klein. Die wegen zijn al relatief druk, waardoor de kans klein is dat de totale verkeersintensiteit meer dan 40% toeneemt als gevolg van het plan. Als het gebied wordt ontsloten via de Rotterdamseweg, die wat rustiger is, zouden er wel indirecte akoestische effecten kunnen optreden. Nader verkeerskundig onderzoek is nodig om te bepalen in welke mate het verkeer van en naar het plangebied toeneemt als gevolg van het plan.

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

12

Projectgerelateerd

5

Gemeentelijk beleid en vereiste maatregelen bij individuele woningen

Uit het voorgaande hoofdstuk is gebleken dat het waarschijnlijk niet mogelijk is om geluidbeperkende maatregelen te treffen om bij de nieuwe woningen te voldoen aan de wettelijke standaardwaarde voor provinciale wegen en rijkswegen. Meer geluid dan de standaardwaarde kan worden toegelaten, mits wordt voldaan aan de eisen die de gemeente Delft daarvoor stelt in het geluidbeleid. Het geluidbeleid van de gemeente Delft is raadpleegbaar op internet (https://www.delft.nl/lucht-en-geluidskwaliteit) en samengevat in bijlage 3 van dit rapport. In beginsel eist het geluidbeleid van de gemeente Delft dat iedere woning beschikt over een ‘geluidluwe zijde’ en gelden er eisen met betrekking tot de woningindeling. In het geluidbeleid van de gemeente Delft is echter een uitzondering gemaakt voor studentenwoningen. Daardoor zijn vrijwel alle eisen uit het geluidbeleid voor onderhavige studie niet van toepassing. De eisen die overblijven zijn: • Op gebouwniveau dient ten minste 50% van de studentenwoningen aan de niet hoogst geluidbelaste zijde te worden gesitueerd. Aan deze voorwaarde wordt per definitie voldaan, aangezien de gebouwen in een O-vorm worden gerealiseerd en daarmee sowieso 75% van de studentenwoningen zich aan de niet hoogst geluidbelaste zijde bevindt.

• Bij de studentenwoningen met een gecumuleerde geluidbelasting hoger dan 65 dB Lden of 55 dB Lnight moet een compenserende maatregel worden toegepast. Deze compenserende maatregel bestaat uit een geluiddempende maatregel, zodat een raam kan worden geopend in de slaapkamer die aan een hoog belaste zijde is gesitueerd. Voorbeelden van geluiddempende maatregelen zijn een harbour fenster, metaglas of coulissenkast. Uit Figuur 4-1 blijkt dat bij gecumuleerde geluid bij het overgrote deel van de woningen niet hoger is dan 65 dB Lden en er dus geen compenserende maatregel wordt vereist. Voor de volledigheid is in onderstaande figuur ook het gecumuleerde geluid in Lnight opgenomen. Hieruit blijkt dat het gecumuleerde geluid alleen op de gevels die naar de N470 zijn gericht hoger is dan 55 dB Lnight. Hoewel het geluid van de sportvelden geen wettelijke geluidwaarden overschrijdt, blijkt uit de berekeningen dat er wel geluidhinder kan ontstaan (zie paragraaf 4.4). Wij adviseren om de compenserende maatregelen die op gebouwniveau moeten worden getroffen vanwege het geluid van wegverkeer, te benutten om ook de kans op hinder door het geluid van de sportvelden te verkleinen. Figuur 5-1 – Gecumuleerd geluid van wegverkeer (zonder maatregelen) op het bouwplan in Lnight

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

13

Projectgerelateerd

Als geen geluidbeperkende maatregelen voor de N470 worden getroffen, zijn compenserende maatregelen vereist voor woningen met gevels die naar de N470 zijn gericht. Welke maatregelen nodig zijn, hangt af van de gekozen indeling van het gebouw. Die kan in twee categorieën worden opgedeeld, namelijk een ‘galerij indeling’ en een ‘corridor indeling’, zie Figuur 5-2 op de volgende pagina. Figuur 5-2 – Corridor indeling (links) versus galerij indeling (rechts)

Galerij indeling Als voor een ‘galerij indeling’ wordt gekozen, hebben alle woningen een gevel die van de N470 af is gericht en geluidluw is. Die geluidluwe zijde kan als compenserende maatregel worden beschouwd. Bij voorkeur wordt de slaapkamer aan deze zijde gesitueerd, zodat met geopend raam kan worden geslapen. Aandachtspunt De gevel die naar de N470 is gericht moet worden uitgevoerd als niet-geluidgevoelige gevel (met bouwkundige maatregelen waarmee te openen delen worden afgeschermd), vanwege de overschrijding van de grenswaarde voor het geluid van provinciale wegen. Als de galerij naar de N470 is gericht, mag de voordeur niet uitkomen in een ‘verblijfsgebied’ (woonkamer, slaapkamer, keuken) of moet deze worden afgeschermd (bijvoorbeeld een volledig ‘verglaasde’ galerij), zodat het geluid op het te openen deel (de deur) niet hoger is dan de grenswaarde. Corridor indeling Bij een ‘corridor indeling’ zijn alle woningen éénzijdig georiënteerd en heeft de helft daarvan de enige gevel gericht naar de N470. Bij deze gevels is een geluiddempende maatregel vereist op grond van het geluidbeleid. Welke geluidreductie daarmee moet worden bereikt, schrijft het geluidbeleid niet voor, maar aangenomen wordt dat het geluid in ieder geval moet worden gereduceerd tot 65 dB Lden en 55 dB Lnight.

Aandachtspunt De gevel die naar de N470 is gericht moet worden uitgevoerd als niet-geluidgevoelige gevel (met bouwkundige maatregelen waarmee te openen delen worden afgeschermd), vanwege de overschrijding van de grenswaarde voor het geluid van provinciale wegen. Een compenserende maatregel is alleen mogelijk als hier een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen wordt toegepast. Dat wil zeggen een gevel met te openen delen (ramen), maar waarbij de te openen delen worden afgeschermd, zodat het geluid op de te openen delen niet hoger is dan de grenswaarde.

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

14

Projectgerelateerd

6

Samenvatting en conclusie

De gemeente Delft is van plan om Sportcluster te Delft te realiseren en vraagt om een inventarisatie van de huidige geluidsituatie met het oog op de realisatie van 1.000 tot 2.500 studentenwoningen in het gebied. De belangrijkste geluidbronnen in de buurt van het plangebied zijn: • Rijksweg: A13; • Provinciale wegen: Kruithuisweg (N470); • Gemeentewegen: Delftechpark, Heertjeslaan, Huismansingel, Molengraffsingel, Rotterdamseweg, Schoemakerstraat; • Trams: (nieuwe) tramlijn 19; • Sportvelden: onder andere hockey-, tennis- en rugbyvelden. Uit het onderzoek is het volgende gebleken: • Het geluid van gemeentewegen en trams voldoet aan de wettelijke standaardwaarde van 53 dB. De wet stelt geen nadere eisen ten aanzien van het geluid van deze geluidbronsoorten. • Het geluid van provinciale wegen is hoger dan de wettelijke standaardwaarde en grenswaarde. Er zijn omvangrijke geluidbeperkende maatregelen nodig om aan de standaardwaarde te kunnen voldoen. Dit stuit zeer waarschijnlijk op financiële bezwaren en ook is het onzeker of de maatregelen technisch realiseerbaar zijn. Daar waar de wettelijke grenswaarde wordt overschreden, zijn ‘niet geluidgevoelige gevels’ wettelijk verplicht.

Te openen delen in deze gevels (ramen en deuren) mogen niet uitkomen in een verblijfsruimte (woonkamer, slaapkamer, keuken) of moeten worden afgeschermd, zodat het geluid op het te openen deel de grenswaarde niet overschrijdt. • Het geluid van rijkswegen is hoger dan de wettelijke standaardwaarde. Er zijn omvangrijke geluidbeperkende maatregelen nodig om aan de standaardwaarde te kunnen voldoen. Dit stuit zeer waarschijnlijk op financiële bezwaren. • Het geluid van sportvelden is vrijwel geheel uitgesloten van toetsing aan wettelijke waarden, zodat er in die zin geen geluidknelpunten optreden. In het kader van een goede en zorgvuldige ruimtelijke onderbouwing is het geluid van de sportvelden wel inzichtelijk gemaakt, door tóch een vergelijking te maken met de geluidwaarden voor activiteiten in het omgevingsplan van de gemeente Delft. Daaruit is gebleken dat langtijdgemiddelde en maximale geluidniveaus hoger zijn dan die geluidwaarden. Aangezien maatregelen om het geluid van de sportvelden af te schermen niet effectief zijn voor de hogere bouwlagen, zijn andere maatregelen nodig om het geluid te beperken. Het beperken van de openingstijden stuit waarschijnlijk op bezwaren vanuit de sportverenigingen. Het vervangen van de kantplanken door kunststof is waarschijnlijk onvoldoende effectief.

Uit bovenstaande volgt dat het niet mogelijk is om te voldoen aan de wettelijke standaardwaarden voor het geluid van wegverkeer en dat het geluid van de sportvelden een aandachtspunt is. De gemeente is bevoegd om voor wegverkeer meer geluid dan de wettelijke standaardwaarde toe te staan. De voorwaarden om af te wijken van de wettelijke standaardwaarde voor het geluid van wegverkeer zijn opgenomen in het geluidbeleid van de gemeente Delft. Daarin gelden voor studentenwoningen minder strenge eisen dan voor reguliere woningen. De eisen die overblijven zijn: • Op gebouwniveau dient ten minste 50% van de studentenwoningen aan de niet hoogst geluidbelaste zijde te worden gesitueerd. Met de gekozen gebouwvorm (O-vorm), wordt aan deze eis voldaan. • Bij de studentenwoningen met een gecumuleerde geluidbelasting hoger dan 65 dB Lden of 55 dB Lnight moet een compenserende maatregel worden toegepast. Als geen geluidbeperkende maatregelen voor de N470 worden getroffen, treden deze geluidbelastingen op op de gevels die naar de N470 zijn gericht. De compenserende maatregel zal een zodanige geluidreductie moeten bereiken dat een raam kan worden geopend zonder dat er (veel) geluid van buiten binnenkomt. Een andere optie is om hier te kiezen voor een ‘galerij indeling’. Alle studentenwoningen beschikken dan over een geluidluwe

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

15

Projectgerelateerd

•

achterzijde, zodat er geen compenserende maatregelen nodig zijn aan de zijde die naar de N470 is gericht. Een aandachtspunt is dat bij de gevels die naar de N470 zijn gericht (en delen van de zijgevels) de wettelijke grenswaarde van provinciale wegen wordt overschreden. Die gevels moeten worden uitgevoerd als niet-geluidgevoelige gevel (met bouwkundige maatregelen waarmee te openen delen worden afgeschermd). Als bij deze gevel een compenserende maatregel wordt toegepast in de vorm van een geluiddempende voorziening, dient daarmee een geluidreductie te worden bereikt waarmee het geluid op het te openen deel wordt teruggebracht tot de grenswaarde.

Hoewel het geluid van de sportvelden geen wettelijke geluidwaarden overschrijdt, blijkt uit de berekeningen dat er wel geluidhinder kan ontstaan. Wij adviseren om de compenserende maatregelen die op gebouwniveau worden getroffen vanwege het geluid van wegverkeer, te benutten om ook de kans op hinder door het geluid van de sportvelden te verkleinen. Dit betekent dat maatregelen die vanwege geluid van wegverkeer worden getroffen een dubbel doel dienen (zowel het geluid van wegverkeer als het geluid van de sportvelden wordt daarmee voldoende gecompenseerd) of moeten worden verzwaard (d.w.z. een hogere geluidreductie geven, zodat deze het geluid van de sportvelden ook voldoende weren). Bij de verdere uitwerking van het plan dient dit nader te worden onderzocht. Samengevat zijn de volgende maatregelen nodig: • Gevels met een overschrijding van de grenswaarde voor provinciale wegen: toepassen van een nietgeluidgevoelige gevel (wettelijke eis). Als te openen delen worden aangebracht, moeten geluidwerende maatregelen worden toegepast waarmee het geluid op de te openen delen wordt teruggebracht tot de grenswaarde. • Gevels waar het gecumuleerde geluid hoger is dan 65 dB Lden of 55 dB Lnight: toepassen van een ‘compenserende maatregel’ (eis gemeentelijk beleid).

De compenserende maatregel kan een geluiddempende maatregel zijn, in de vorm van een coulissenkast, harbour fenster of metaglas. Een andere oplossing is ervoor te zorgen dat de woningen over meerdere gevels beschikken (galerij indeling), waarbij het geluid bij minimaal één gevel niet hoger is dan 65 dB Lden of 55 dB Lnight. • Gevels waar het geluid van de sportvelden een aandachtspunt is (hoger dan de niet van toepassing zijnde waarden voor geluid van activiteiten): toepassen van een compenserende maatregel (vergelijkbaar met het voorgaande punt), zodat kan worden onderbouwd dat de gezondheid goed wordt beschermd. • Bij gevels waarop meer dan één van bovenstaande van toepassing is, kunnen geluidwerende maatregelen voor meerdere doeleinden worden gecombineerd.

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

16

Projectgerelateerd

Bijlage 1: Rekenresultaten Rijksweg A13: Bestaande situatie (volgens geluidregister Rijkswaterstaat)

Provinciale weg N470: Bestaande situatie (volgens geluidregister provincie)

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

17

Projectgerelateerd

Provinciale weg N470: Schermen van 2 meter hoogte

Provinciale weg N470: Schermen van 4 meter hoogte

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

18

Projectgerelateerd

Provinciale weg N470: Schermen van 6 meter hoogte

Provinciale weg N470: Schermen van 8 meter hoogte

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

19

Projectgerelateerd

Provinciale weg N470: Snelheid verlaging naar 50 km/u

Provinciale weg N470: Snelheid verlaging en scherm van 2 meter hoogte

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

20

Projectgerelateerd

Provinciale weg N470: Snelheid verlaging en scherm van 4 meter hoogte

Provinciale weg N470: Snelheid verlaging en scherm van 6 meter hoogte

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

21

Projectgerelateerd

Provinciale weg N470: Snelheid verlaging en scherm van 8 meter hoogte

Geluid van sportvelden: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) in de dagperiode (7:00 – 19:00 uur)

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

22

Projectgerelateerd

Geluid van sportvelden: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) in de avondperiode (19:00 – 23:00 uur)

Maximale geluidsniveaus (LAmax) op representatieve hoogtes (hoogst belaste zijde) Blok A

Blok B

Blok C

Hoogte [m]

Dag

Avond

Dag

Avond

Dag

Avond

2

62

62

75

75

72

72

-

5

64

64

76

76

72

72

-

8

64

64

76

76

72

72

-

11

64

64

76

76

71

71

-

14

64

64

75

75

71

71

-

17

64

64

73

73

71

71

-

20

-

-

75

75

70

70

-

23

-

-

74

74

69

69

-

26

-

-

74

74

69

69

-

29

-

-

73

73

68

68

-

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

Nacht

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

23

Projectgerelateerd

Bijlage 2: Wettelijk kader voor geluid van weg- en railverkeer A1.1

Verplichting tot uitvoering van een akoestisch onderzoek

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt eisen aan het geluid op nieuwe geluidgevoelige gebouwen. Dat zijn gebouwen met een woonfunctie (inclusief woonschepen en woonwagens), gezondheidszorgfunctie met bedgebied, onderwijsfunctie of bijeenkomstfunctie voor kinderdagverblijf met bedgebied (Bkl, artikel 3.21). In Bkl, artikel 5.78r is opgenomen dat een akoestisch onderzoek verplicht is wanneer een nieuw geluidgevoelig gebouw wordt toegelaten op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

A1.2

Geluidbronsoorten waarvoor het geluid moet worden berekend

De berekeningen moeten worden uitgevoerd voor alle geluidbronsoorten waarvoor geldt dat het nieuwe geluidgevoelige gebouw zich binnen het geluidaandachtsgebied bevindt (Bkl, artikel 5.78s). Geluidbronsoorten zijn rijkswegen, provinciale wegen, gemeentewegen, waterschapswegen, lokale spoorwegen, hoofdspoorwegen en industrieterreinen, welke allemaal een eigen geluidaandachtsgebied hebben. Het geluidaandachtsgebied is het gebied langs een weg of spoorweg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde (Bkl, artikel 3.20). De omvang van het geluidaandachtsgebied is voor iedere geluidbronsoort anders: • Rijkswegen en hoofdspoorwegen: het gebied zoals vastgelegd in de Centrale Voorziening Geluidgegevens. • Provinciale wegen: het gebied zoals vastgelegd in de Centrale Voorziening Geluidgegevens of – als de provincie het geluidaandachtsgebied nog niet heeft bepaald – de geluidzones zoals die nog van toepassing waren onder de Wet geluidhinder. • Gemeentewegen en waterschapswegen: het gebied zoals vastgelegd in artikel 17.5 van de Omgevingsregeling.

A1.3

Waar normen gelden: de (locatie van de) gevel van het nieuwe geluidgevoelige gebouw

Het geluid moet worden bepaald op de gevels van geluidgevoelige gebouwen, tenzij het gaat om een woonschip of woonwagen. Daarvoor moet de waarde van het geluid worden bepaald op de begrenzing van de locatie die is aangewezen voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen (Bkl, artikel 3.23). Het geluid moet worden bepaald op de volgende rekenhoogtes (Or, artikel 3.2): • Geluidgevoelige gebouwen en woonwagens: op tweederde van de hoogte van een bouwlaag. • Woonschepen: op een hoogte van 1 meter boven het maaiveld van de waterkant. Als bij het opstellen van het omgevingsplan of de verlening van de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit nog niet precies bekend is waar de gevel van het geluidgevoelige gebouw gaat komen, mag het geluid ook worden bepaald op de locatie waar de gevel mag komen, zoals de rand van het bouwvlak (Bkl, artikel 3.23). Het geluid hoeft niet te worden bepaald op gevels van geluidgevoelige gebouwen die in het omgevingsplan zijn aangemerkt als ‘niet-geluidgevoelige gevel’ (Bkl, § 12.1.7).

A1.4

Rekenmethode bij het bepalen van het geluid

Hoe het geluid van wegen op de gevels van geluidgevoelige gebouwen moet worden berekend is beschreven in bijlage IVe en IVf van de Omgevingsregeling (Or). De beschreven rekenmethode wordt de ‘Standaardrekenmethode’ genoemd en gaat onder andere in op de wijze waarop het bronvermogen van 24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

24

Projectgerelateerd

een (spoor)weg wordt bepaald, welke correctiefactoren gelden voor verschillende wegdektypes en hoe afscherming en reflecties van geluidschermen in de berekeningen moeten worden meegenomen. Bij het bepalen van het geluid op een geluidgevoelig gebouw worden de waarden afgerond op hele getallen (Or, artikel 3.4), waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het dichtstbij gelegen even getal. Het geluid als gemiddelde van een geheel jaar De waarde van het geluid wordt berekend als het gemiddelde van een geheel kalenderjaar. Op basis van de Europese richtlijn omgevingslawaai wordt hiervoor de geluidbelastingsindicator “Lden” gehanteerd. Deze afkorting staat voor Level day-evening-night en wordt uitgedrukt in dB. De Lden-waarde wordt berekend door de geluidbelasting energetisch en naar de tijdsduur van de beoordelingsperiode te middelen: • Lday: het A-gewogen gemiddelde geluidniveau in de dagperiode (van 07:00 uur tot 19:00 uur); • Levening: het A-gewogen gemiddelde geluidniveau in de avondperiode (van 19:00 uur tot 23:00 uur), vermeerderd met 5 dB; • Lnight: het A-gewogen gemiddelde geluidniveau in de nachtperiode (van 23:00 uur tot 07:00 uur), vermeerderd met 10 dB. Voor de avond- en nachtperiode (Levening en Lnight) worden toeslagen van respectievelijk 5 en 10 dB gehanteerd, omdat het geluid in deze periodes hinderlijker is.

Dat de geluidniveaus “A-gewogen” zijn, betekent dat rekening is gehouden met de gevoeligheid van het menselijk oor, die voor verschillende frequenties van het geluid niet gelijk is. Zo klinkt een toon van 10 Hertz (Hz) veel zachter dan een toon van 1000 Hz met dezelfde fysische geluidssterkte. Wanneer in dit rapport het geluid is weergegeven in dB, wordt daarmee de Lden-waarde bedoeld. Enige uitzondering hierop zijn geluidgevoelige gebouwen die een deel van het etmaal niet worden gebruikt: • Voor geluidgevoelige gebouwen met een onderwijsfunctie en een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang, waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten, wordt de Lnight-waarde niet meegenomen bij het bepalen van het gemiddelde geluidniveau. • Voor een geluidgevoelig gebouw waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten wordt enkel de Lday-waarde in beschouwing genomen. Optrektoeslag Een optrektoeslag wordt toegepast als bij een verkeersremmend obstakel de gemiddelde snelheid van het verkeer ten minste wordt gehalveerd. Er is dan plaatselijk sprake van een toename van het geluid vanwege het afremmen en het optrekken van het verkeer. Afhankelijk van de afstand van het toetspunt tot het obstakel kan deze toeslag tot 1,5 dB bedragen.

Een optrektoeslag wordt bijvoorbeeld toegepast bij: • Kruispunten met een verkeersregelinstallatie; • Rotondes in wegen met een wettelijke snelheid die 60 km/uur of hoger is, zodat er sprake is van een halvering van de snelheid. Rekenen versus meten Hoe hoog het geluid in de verschillende situaties is en wat het effect is van eventuele maatregelen moet volgens hoofdstuk 3 van de Omgevingsregeling worden bepaald door middel van berekeningen. Hiervoor is een wettelijke rekenmethode voorgeschreven in Bijlage IVe en IVf van de Omgevingsregeling. Dat het geluid wordt berekend en niet wordt gemeten heeft drie belangrijke redenen: • Volgens de wet moet het gemiddelde geluid over een heel jaar worden bepaald. Dat is met metingen praktisch onuitvoerbaar en duur.

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

25

Projectgerelateerd

•

•

Volgens de wet moet het geluid per geluidbronsoort worden beoordeeld, bijvoorbeeld voor rijkswegen en gemeentewegen afzonderlijk van elkaar. Dat is met metingen niet mogelijk, omdat bij het uitvoeren van metingen altijd het gezamenlijke geluid van alle geluidbronsoorten wordt gemeten. Het geluid in de toekomstige situatie en het effect van geluidbeperkende maatregelen kan nog niet worden gemeten en moet dus worden berekend.

A1.5

Toegestane waarde van het geluid en geluidbeperkende maatregelen

Het geluid bij een nieuw geluidgevoelig gebouw mag in beginsel niet hoger zijn dan de wettelijke standaardwaarde (Bkl, artikel 5.78t), zie onderstaande tabel. Tabel: Standaardwaarde en grenswaarde voor het geluid bij nieuwe geluidgevoelige gebouwen Geluidbronsoort

Standaardwaarde

Grenswaarde

Provinciale wegen Rijkswegen

50 Lden

60 Lden

Gemeentewegen Waterschapswegen

53 Lden

70 Lden

Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen

55 Lden

65 Lden

50 Lden

55 Lden

40 Lnight

45 Lnight

Industrieterreinen

Maatgevende jaar Bij het bepalen van het geluid in de situatie na realisatie van het plan moet worden uitgegaan van het toekomstige ‘maatgevende jaar’ (Bkl, artikel 5.78a). Welk jaar dat is, is niet wettelijk gedefinieerd. Doorgaans wordt hierbij gekozen voor het 10e jaar na planrealisatie, zodat het geluid in de eerste 10 jaar na het project niet hoger wordt dan de standaardwaarde. Onderzoek naar geluidbeperkende maatregelen Als uit het akoestisch onderzoek blijkt dat het geluid bij een nieuw geluidgevoelig gebouw hoger is dan de standaardwaarde, moeten geluidbeperkende maatregelen worden onderzocht. Het doel van het onderzoek naar geluidbeperkende maatregelen is om aan de standaardwaarde te voldoen of, als dat niet mogelijk is (zie ‘Mogelijke bezwaren tegen het treffen van geluidbeperkende maatregelen’), de overschrijding zo veel mogelijk te beperken. Daarbij geldt als voorwaarde dat de het geluid nooit hoger mag zijn dan de grenswaarde (Bkl, artikel 5.78u). Alleen als zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen kan hoger geluid dan de grenswaarde worden toegelaten (Bkl, artikel 5.78aa).

Als sprake is van vervangende nieuwbouw (een nieuw geluidgevoelig gebouw op een plek waar al een geluidgevoelig gebouw aanwezig was) mag de grenswaarde met ten hoogste 5 dB worden overschreden, zolang het totaal aantal geluidgevoelige gebouwen met meer geluid dan de grenswaarde niet wezenlijk toeneemt (Bkl, artikel 5.78v). Het gemeentebestuur heeft een motiveringsplicht als zij besluit meer geluid dan de standaardwaarde toe te staan, waarbij het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel moet worden betrokken en de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde moet worden beoordeeld (Bkl, artikel 5.78ab en 5.78ac), zie paragraaf A1.7. Voor deze belangenafweging heeft de gemeente Delft beleid opgesteld, zie bijlage 5. Mogelijke bezwaren tegen het treffen van geluidbeperkende maatregelen

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

26

Projectgerelateerd

Geluidbeperkende maatregelen hoeven niet tegen elke prijs te worden getroffen, bijvoorbeeld als de kosten ervan niet in redelijke verhouding staan tot het aantal geluidgevoelige gebouwen dat er profijt van heeft. Naast financiële bezwaren kunnen geluidbeperkende maatregelen ook stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard.

A1.6

Indirecte akoestische effecten van veranderend verkeer

Het is mogelijk dat het geluid buiten het plangebied toeneemt, doordat het plan een toename van de verkeersintensiteit veroorzaakt op nabijgelegen wegen. Dit wordt een ‘indirect akoestisch effect’ genoemd (Bkl, artikel 5.78af). Hiervoor geldt dat het geluid van die wegen op bestaande geluidgevoelige gebouwen niet met meer dan 1,5 dB mag toenemen. De toename van het geluid moet worden bepaald door de situatie in het toekomstige maatgevende jaar na realisatie van het plan (zie paragraaf A1.5) te vergelijken met de situatie in datzelfde jaar zonder het plan. Als blijkt dat het geluid met meer dan 1,5 dB toeneemt, dan kan redelijkerwijs worden aangenomen dat dat het gevolg is van het plan en moeten geluidbeperkende maatregelen worden onderzocht. Het doel van het onderzoek naar geluidbeperkende maatregelen is om de toename te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, de toename zo veel mogelijk te beperken. Daarbij geldt als voorwaarde dat de geluidbelasting niet hoger mag worden dan de grenswaarde van 70 dB (Bkl, artikel 5.78af). Alleen als zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen mag een hogere geluidbelasting dan deze grenswaarde worden toegelaten (Bkl, artikel 5.78af).

Het gemeentebestuur heeft een motiveringsplicht als zij besluit hogere toenames toe te staan, waarbij ook de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid moet worden beoordeeld (Bkl, artikel 5.78af), zie paragraaf A1.7. Tevens dient een besluit genomen te worden of, en zo ja welke geluidwerende maatregelen aan een geluidgevoelig gebouw worden getroffen om te kunnen voldoen aan de wettelijke grenswaarde voor het geluid in geluidgevoelige ruimten (binnenwaarde) (Bkl, artikel 3.52).

A1.7

Beoordelen gecumuleerd geluid en bepalen gezamenlijk geluid

Als het geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw hoger wordt dan toegestaan en het niet mogelijk is dit met geluidbeperkende maatregelen te voorkomen, dient de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid te worden beoordeeld en moet het gezamenlijke geluid worden bepaald in verband met de benodigde geluidwering van de gevel (Bkl, artikel 5.78ac en 5.78ad). Daarvoor moet inzichtelijk worden gemaakt wat het opgetelde geluid is van alle relevante geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk, waarbij in ieder geval worden betrokken (Bkl, artikel 3.38): • Wegen, spoorwegen of industrieterreinen: voor zover het geluidgevoelige gebouw zich binnen het geluidaandachtsgebied van die geluidbronsoort bevindt. • Luchtvaart: voor zover het geluidgevoelige gebouw zich bevindt binnen de 48 dB geluidcontour (of, als de geluidcontouren in Kosteneenheden zijn uitgedrukt, de 20 Kosteneenheden geluidcontour). • Windturbines: voor zover het geluid door windturbines of een windpark op het geluidgevoelige gebouw hoger is dan 43 dB. • Schietbanen en springterreinen: voor zo ver het geluid op het geluidgevoelige gebouw ten gevolge van de schietbaan of het springterrein hoger is dan 50 dB Bs,dan (de eigen beoordelingsgrootheid voor schietterreinen).

Het gecumuleerd geluid en gezamenlijk geluid wordt op verschillende manieren bepaald: • Gecumuleerd geluid is het geluid door alle relevante geluidbronsoorten bij elkaar opgeteld, met een correctie voor de verschillen in hinderlijkheid. Hiervoor is in de wetgeving een rekenmethode

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

27

Projectgerelateerd

•

opgenomen, waarbij al het geluid eerst wordt omgerekend naar het geluid door wegen dat evenveel hinder veroorzaakt, voordat het bij elkaar wordt opgeteld (Or, artikel 3.25). Gezamenlijk geluid is het geluid door alle relevante geluidbronsoorten en andere activiteiten bij elkaar opgeteld, zonder correctie voor hinderlijkheid (Or, artikel 3.26).

In tegenstelling tot Lden-waarden (zie paragraaf A1.4) worden gecumuleerde geluidbelastingen (Lcum) niet afgerond op gehele waarden (Or, artikel 3.27). Aanvaarbaarheid gecumuleerd geluid Voor de toetsing van de aanvaardbaarheid van gecumuleerd geluid bestaat geen wettelijk kader. Het is aan het bevoegd gezag om de aanvaardbaarheid te beoordelen. Daarbij spelen naast geluid ook andere omstandigheden en belangen een rol, zoals belangen van gezondheid, economie, een woningbouwopgave en mobiliteit. Het bevoegd gezag beschikt hierbij over ‘bestuurlijke afwegingsruimte’ om eigen afwegingen te maken over activiteiten in de fysieke leefomgeving. In het geluidbeleid van de gemeente Delft zijn regels voor het gecumuleerde geluid opgenomen, zie bijlage 5. Bepalen gezamenlijk geluid Als het niet mogelijk is om aan de toegestane waarde van het geluid te voldoen, moet in het omgevingsplan het gezamenlijke geluid op de geluidgevoelige gebouwen worden bepaald. Dit gezamenlijke geluid wordt vervolgens gebruikt om te bepalen of maatregelen nodig zijn om de geluidwering van de gevel te verbeteren, zodat wordt voldaan aan wettelijke binnenwaarden.

A1.8

Geluidwerende maatregelen aan de gevel

Op basis van artikel 4.102 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bedraagt de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een geluidgevoelig gebouw minimaal 20 dB. Als het geluid op de gevel hoger is dan de wettelijke standaardwaarde, kunnen extra geluidwerende maatregelen aan de gevel nodig zijn, om te voldoen aan de vereiste binnenwaarde van 33 dB. De benodigde gevelwering wordt bepaald op basis van het gezamenlijke geluid (zie paragraaf A1.7): • De geluidwering van de gevel is minimaal gelijk aan het verschil tussen het gezamenlijke geluid en 33 dB (Bbl, artikel 4.103). • De geluidwering van een niet-geluidgevoelige gevel is minimaal gelijk aan het verschil tussen het gezamenlijke geluid en 33 dB, verhoogd met 3 dB (Bbl, artikel 4.103b).

A1.9

Niet-geluidgevoelige gevel (met bouwkundige maatregelen)

Een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is een gevel waar het geluid hoger is dan de grenswaarde en waarvoor bouwkundige maatregelen worden getroffen die (Bkl, artikel 5.78y): • Zorgen dat de gevel geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of • Zorgen dat het geluid op de te openen delen van de gevel die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de grenswaarde. Een niet-geluidgevoelige gevel is een gevel waar het geluid hoger is dan de grenswaarde en waarvoor geen bouwkundige maatregelen kunnen worden getroffen (Bkl, artikel 5.78aa). In het omgevingsplan moet worden vastgelegd als een gevel een niet-geluidgevoelige gevel of een nietgeluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is.

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

28

Projectgerelateerd

Bijlage 3: Gemeentelijk beleid Het gemeentebestuur heeft een motiveringsplicht als zij besluit meer geluid dan de standaardwaarde toe te staan, waarbij het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel moet worden betrokken en de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid moet worden beoordeeld. De gemeente Delft heeft hiervoor beleid opgesteld. De beleidsregels zijn opgenomen in het ‘Actieplan geluid 2025-2028 & Beleidsregels voor afwijken standaardwaarden geluid’ en gaan alleen over geluid door geluidbronsoorten met een geluidaandachtsgebied (en niet over geluid door bedrijfsmatige activiteiten). De belangrijkste regels zijn hieronder samengevat. Afweging geluidbeperkende maatregelen Bij overschrijding van de standaardwaarde moeten geluidbeperkende maatregelen worden onderzocht in de volgende voorkeursvolgorde: 1. Bronmaatregelen (ander wegdektype, snelheidsverlaging) 2. Overdrachtsmaatregelen (geluidschermen en -wallen, diffractoren) 3. Maatregelen bij de ontvanger (gevelisolatie) Beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid (Bkl, bijlage I). Het doel van de geluidluwe gevel is om ramen open te kunnen zetten, zonder dat daarbij (slaap)verstoring door geluid van buiten plaatsvindt.

Het Bkl schrijft niet voor wat onder een geluidluwe gevel wordt verstaan. Volgens de gemeente Delft is het een gevel waar wordt voldaan aan de standaardwaarde van alle geluidbronsoorten en het gecumuleerde geluid ten hoogste 53 dB bedraagt. Uit het ontwerp geluidbeleid van de gemeente Delft blijkt niet duidelijk welke eis aan de geluidluwe zijde wordt gekoppeld. Onze interpretatie is, gelet op de overige teksten die in het geluidbeleid zijn opgenomen, dat iedere woning over een geluidluwe zijde dient te beschikken en dat aan die zijde een geluidgevoelige ruimte grenst. Voorbeelden van geluidgevoelige ruimten zijn woonkamer, slaapkamer, keuken en kantoor. Toilet, badkamer, garage en berging zijn geen geluidgevoelige ruimten. Geluidluw geveldeel in plaats van geluidluwe zijde Als een geluidluwe zijde niet mogelijk is, dan kan, ook aan de hoogst geluidbelaste zijde, een geluidluw geveldeel worden gerealiseerd met bijvoorbeeld verglaasde balkons, loggia’s en serres of vergelijkbare voorzieningen. Voor die voorzieningen gelden de volgende voorwaarden: 1. De verglaasde balkons, serres en loggia’s, moeten geheel buiten de thermische schil van de woning liggen en zodanig worden uitgevoerd dat het achterliggende geveldeel geluidluw is, met een gecumuleerde geluidbelasting van maximaal 53 dB Lden en 45 dB Lnight. 2.

De oppervlakte van de verglaasde balkons, serres en loggia’s bedraagt minimaal 6 m2. 3. In het verglaasde balkon, serre of loggia heerst continu buitenluchtkwaliteit, waardoor spuien of ventileren van de daaraan grenzende geluidgevoelige ruimte hierop mogelijk is, volgens eisen die volgen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Bij de berekening van de ventilatie wordt ervan uitgegaan Deze eis geldt niet voor het spuien van een woonkamer, bij het spuien van de woonkamer mogen de te openen delen geopend zijn, ook al leidt dat tot een tijdelijk hogere geluidbelasting. Voor de duidelijkheid wordt in het geluidbeleid vermeld dat een coulissenkast of een Harbour Fenster niet als een geluidluw geveldeel worden beschouwd.

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

29

Projectgerelateerd

Uitzonderingen • Bij studentenwoningen gelden de eisen ten aanzien van de geluidluwe gevel niet. Wel dient op gebouwniveau ten minste 50% van de studentenwoningen aan de niet hoogst geluidbelaste zijde te worden gesitueerd, oftewel de zijde die het minst wordt belast. Wij gaan ervan uit dat de bijzin ‘de zijde die het minst wordt belast’ niet letterlijk moet worden genomen. Bij gebouwen met O-, U- en L-vormen is de minst geluidbelaste zijde namelijk een relatief klein geveldeel aan één zijde van het binnenterrein en het is onmogelijk om alle studentenwoningen aan die zijde te situeren. Deze bijzin ontbreekt bij de uitzonderingsregels ten aanzien van de woningindeling en niet-geluidgevoelige gevels (zie hieronder). Daarom is aangenomen dat deze bijzin abusievelijk is toegevoegd en mag worden genegeerd. • Bij nieuwe geluidgevoelige gebouwen met een onderwijs- of zorgfunctie dient minimaal de helft van de geluidgevoelige ruimten te grenzen aan een geluidluwe gevel of te beschikken over een geluidluw geveldeel. • Bij transformatie van een niet-geluidgevoelig gebouw naar een geluidgevoelig gebouw geldt een 5 dB minder strenge eis voor de geluidluwe gevel als het redelijkerwijs en aantoonbaar niet mogelijk is om aan die eis te voldoen.

Woningindeling Wanneer het geluid hoger is dan de standaardwaarde, is de eis dat elke woning ten minste één slaapkamer heeft die aan de niet hoogst geluidbelaste zijde is gesitueerd. Bij voorkeur wordt de helft van de geluidgevoelige ruimte of de helft van het oppervlak van alle geluidgevoelige ruimtes samen niet aan de hoogst geluidbelaste zijde gesitueerd. Uitzonderingen Bij niet zelfstandige woonruimten (zoals studentenwoningen en woningen in een woonzorgcentrum), eenzijdig georiënteerde woningen en daarmee te vergelijken bouwvormen gelden de eisen voor de woningindeling niet. Wel dient op gebouwniveau ten minste 50% van de woningen niet te zijn gesitueerd aan de hoogst geluidbelaste zijde. Hier staat wel tegenover dat bij de (niet zelfstandige) woningen met een geluidbelasting hoger dan 65 dB Lden of 55 dB Lnight een compenserende maatregel wordt toegepast. Deze compenserende maatregel bestaat uit een geluiddempende maatregel, zodat een raam kan worden geopend in de slaapkamer die aan een hoog belaste zijde is gesitueerd. Voorbeelden van geluiddempende maatregelen zijn een harbour fenster, metaglas of coulissenkast. Wij gaan ervan uit dat de geluidbelasting hoger dan 65 dB Lden of 55 dB Lnight betrekking heeft op het gecumuleerde geluid.

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

30

Projectgerelateerd

Niet-geluidgevoelige gevel (met bouwkundige maatregelen) De gemeente Delft stelt dat niet-geluidgevoelige gevels (met of zonder bouwkundige maatregelen) niet wenselijk zijn en daarom alleen mogen worden toegepast als er redelijkerwijs en aantoonbaar geen andere oplossingen mogelijk zijn. Verder gelden de volgende voorwaarden: 1. Er zijn maximaal 2 niet-geluidgevoelige gevels per woning. 2. Het is toegestaan om een geluidluw geveldeel te creëren bij een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen. 3. Woningen met een niet-geluidgevoelige gevel moeten ook beschikken over een geluidluwe zijde of – als dat niet mogelijk is – een geluidluw geveldeel. 4. Indien het onderbreken van de niet-geluidgevoelige gevel noodzakelijk is om een geluidluw geveldeel te realiseren, bedraagt de oppervlakte van de verglaasde balkons, serres en loggia’s minimaal 9 m2. Het college kan van deze oppervlakte-eis afwijken als naar het oordeel van het college op een andere wijze wordt voorzien in een compensatie voor de hoge geluidbelasting in combinatie met de afwezigheid van een geluidluwe zijde van de woning, mits de oppervlakte ten minste 6 m2 bedraagt en er een gezamenlijke geluidluwe buitenruimte is. Deze gezamenlijke geluidluwe buitenruimte heeft een oppervlakte van 1 m2 per persoon met een minimum van 100 m2 per gemeenschappelijke buitenruimte.

Wij gaan ervan uit dat de oppervlakte-eisen die hier worden genoemd alleen van toepassing zijn voor geluidluwe geveldelen die worden gecreëerd bij niet-geluidgevoelige gevels (met bouwkundige maatregelen). Die eisen gelden dus niet bij geluidluwe geveldelen die worden gecreëerd bij gevels waar geen grenswaarden worden overschreden. Uitzonderingen Voor studentenwoningen die worden voorzien van een niet-geluidgevoelige gevel (met of zonder bouwkundige maatregelen) kan van de voorwaarde over de aanwezigheid van een geluidluwe zijde of geveldeel worden afgeweken. Wel dient op gebouwniveau ten minste 50% van de studentenwoningen aan de niet hoogst geluidbelaste zijde te liggen. Geluidluwe buitenruimte In het geluidbeleid zijn geen eisen opgenomen ten aanzien van de aanwezigheid van geluidluwe buitenruimtes, behoudens het creëren van een buitenruimte bij de realisatie van geluidluwe geveldelen en de aanvullende oppervlakte-eisen als het een buitenruimte is in een niet-geluidgevoelige gevel. Dit impliceert dat het is toegestaan om een buitenruimte aan de hoogst geluidbelaste zijde te situeren, als een woning over een geluidluwe zijde beschikt. Veel andere gemeentes eisen dat woningen, naast een geluidluwe zijde of geluidluw geveldeel, ook over een geluidluwe buitenruimte beschikken, waarvoor dan een 5 dB soepeler eis geldt dan bij de geluidluwe zijde.

Die eis heeft de gemeente Delft niet.

24 juli 2025

CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"

BG5949-R250724-Haskoning-F1.1

31

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

Bijlage F Participatieverslagen en notities In deze bijlage staan de verschillende verslagen van de overleggen, inclusief de notities, onderzoeken en bijlagen waarover gesproken is met stakeholders, op chronologische orde.

112

Studentenhuisvesting KHWG Datum: 1 april 2025 20250401PP

Aanwezig: Afwezig:

.

Wat zijn de afwegingen en focus op deze locatie? Uitleg Omgevingsvisie en Campusvisie en analyse. Waarom daar en niet elders op de Campus? Snelheid van ontwikkelen en leefbaarheid. Hoe verhoudt het tot gemeentelijk (woon)beleid en afspraken? Apart overleg inplannen met

op 14 april 2025.

Komen er in het 4de kwadrant ook woningen? Zo, niet gaat dit dan af van de 2.500 woningen? Nee, het vierde kwadrant is voorgesteld als lange termijn TUD-ontwikkeling t.b.v. waarschijnlijk cultuur en sport. Dit kwadrant is daarom buiten beschouwing gelaten bij de genoemde bandbreedte van 1.500-2.500 woningen. Hudito blijft 2 wegen bewandelen, meepraten binnen het proces Stedenbouwkundig plan KHWG en middels bestuurlijke brieven. 

Dit zorgt soms voor onduidelijkheden, want bestuurlijke brieven komen later binnen en worden nog later beantwoord dan de gesprekken aan de tafel over het proces Stedenbouwkundig plan (de werkelijkheid is dan alweer achterhaald).

Stedenbouwkundig plan gaat lopen van mei t/m juli en na de zomervakantie.   

We willen de sportclubs om de 2 weken betrekken. Actie: projectmanagement Delft. Dinsdags om 16:00 zou goed uitkomen, startbijeenkomst het liefste met live gesprek. We hebben gevraagd aan de externe ontwerper van het Stedenbouwkundig plan om rekening te houden met 3-5 participatiemomenten. 13 mei PSU met extern bureau ontwerper.

Hudito heeft grote kansen van dit gebied voor dubbel grondgebruik ingebracht, waarom komt dat weinig terug in de verkenning? 

We houden en willen deze kans toepassen in de stedenbouwkundige verkenning.

Waar komen deze hoogtes vandaan en hoe hoog is het?  

Hoogtes gebaseerd op analyse Campus en Hoogbouwbeleid Delft. 70 m max als hoogteaccenten, verder een stedelijke basishoogte van ca.20m.

Wat is ongeveer de fasering in de tijd van de kwadranten?   

Rugby ca 2026-2027 Blue Birds ca 2027-2028 Fortuna ca 2030-2032

Regulier overleg sportclubs/stedenbouwkundig plan

Datum Aanwezigen

Afwezigen

27 mei 2025 – SP1.22 – Projectmanager gemeente – Projectmanager gemeente – Senior adviseur samenleving (sport) gemeente – beleidsadviseur samenleving (sport) gemeente Stedenbouwkundige gemeente Projectsecretaris (verslag) gemeente namens Hudito aanwezig namens Hudito aanwezig - Hudito – TU Delft – TU Delft - wUrck wUrck (via TEAMS) – KV Fortuna Delft (via TEAMS) – Projectmanager TU Delft – Tennishal Koos Heiligers

Agenda Actiepunt Notities 1.

Opening/ Kennismaking + verwachtingen project

Het overleg werd geopend met een voorstelronde. De punten 4 & 5 uit de agenda zullen als eerst worden besproken. sluit digitaal aan: hij geeft aan dat de afspraken beter uitkomen als deze na kantoorwerktijden worden gepland. is niet aanwezig en zal ook tijdens de volgende participatiebijeenkomsten niet aansluiten in dit gremium. Er worden op verzoek van individuele gesprekken gevoerd tussen hem en de gemeente. Toelichting aanbieding door wUrck, processtappen en planning Onlangs heeft er een commissievergadering plaatsgevonden. Er zijn zaken naar voren gekomen als het gaat om verschillen van inzicht/zienswijze. De sportclubs geven aan dat er volgens hen onvoldoende aandacht is geweest op het gedeelte participatie. Zij geven aan dat de gemeente aangaf dat het 'slechts’ een verkenning was, toch hebben zij dit niet zo ervaren. De gemeente licht kort toe dat tijdens het opstellen van de verkenning meerdere vlekkenplan-scenario's voor het hele sportkwadrant zijn opgesteld, waaronder een sportscenario op basis van wat de sportclubs

A001

inbrachten. De scenario's zijn ook met de sportclubs besproken. Uiteindelijk hebben de gemeente en TU in de Verkenning een keuze gemaakt, het voorkeursscenario. Afgesproken is dat de gemeente dit proces, de scenario's en criteria in een volgende afspraak nog nader toelicht om meer inzicht aan de sportclubs bieden waarom de gemeente tot deze overweging is gekomen (actie gemeente). Alle wensen voor het proces in overleg met de andere vertegenwoordigers van de sportclubs zijn door Hudito en Fortuna in een document opgesteld. Deze is gemaild op 26/05 (20250525_Uitgangspunten participatietraject.pdf Interne TEAMS map). Alle aanwezigen geven aan deze te hebben ontvangen en gelezen. wUrck vraagt wat voor de sportclubs de belangrijkste uitgangspunten zijn. Sportclubs: Voor de clubs is onvoldoende transparantie geweest over de onderbouwing welke input wel/niet is meegenomen en waarom. Ook zien de clubs de visie van sport over het ledenaantal en de groei anders. Er worden volgens de clubs veel mensen afgewezen bij de sportclubs. Hudito geeft aan sceptisch te zijn op het aantal woningen wat gebouwd zal worden qua woonbehoefte en op de gehele prognose voor wonen. Er wordt aangegeven dat er tot op heden nog geen projectopdracht is ontvangen. De clubs geven aan de opdracht graag te willen inzien.

A002

A003

Gemeente reageert dat er bewust voor gekozen is om de projectopdracht pas na deze bijeenkomst te delen, zodat er duiding bij het stuk kon worden gegeven en het geen eigen leven kon gaan leiden. De gemeente gaat de opdracht na dit overleg delen met de sportclubs (actie gemeente). Ook geven de clubs aan benieuwd te zijn naar de planning van wUrck en de uitgangspunten van de participatie. Deze onderwerpen worden voor de komende twee overleggen geagendeerd (actie gemeente). Participatie (met clubs en breder)

A004

A005

De clubs geven aan dat er behoefte is om meer uitleg te krijgen waarom er juist in dit gebied gekozen wordt voor studentenhuisvesting en niet elders in Delft. Ook geven de clubs aan meer informatie te willen over de eigendommen van de terreinen in dit gebied. Hier gaat de gemeente een toelichting op geven in het volgende overleg (actie gemeente). Er wordt door Hudito een vergelijking gemaakt met andere locaties in het land waar sportclubs/ studentenhuisvesting naast elkaar bestaan. Volgens de clubs pakt dit niet altijd goed uit. Er wordt gevraagd hier rekening mee te houden. Hudito gaat inventariseren welke problematiek er speelt tussen wonen en sport (specifiek hockey) zodat helder wordt wat er in het plan opgelost dient te worden. Bij onder andere het NOC*NSF, de KNHB en (hockey)clubs in de omgeving (actie Hudito).

De gemeente spreekt uit om te proberen samen afspraken te maken die binnen de kaders blijven (zoals deze besproken zijn in de commissievergadering van 22 mei 2025).

A006

WUrck geeft aan dat er op de laatste pagina van het voorstel (20250525_Uitgangspunten participatietraject.pdf) veel concrete uitgangspunten staan. Met deze concrete vragen kan worden gestuurd op de meest optimale uitkomst voor alle partijen binnen de planning. De clubs geven aan dat deze planning te krap is. Hierover zal verderop in het proces met elkaar gesproken worden. De clubs willen graag samenkomen tijdens een workshop om het bovenstaande vorm te geven. De workshop zal gerealiseerd worden en daarin zullen de ideeën worden vastgelegd in een document (actie gemeente/wUrck). De gemeente geeft aan dat de ambitie er is om beide delen van de campussen aan elkaar te verbinden. Een kwart extra veld voor Hudito (van4,25 naar 4,5) wordt meegenomen als onderzoeksvraag. Vanuit de gemeente is aangegeven dat er voor eventuele toekomstige sportbehoefte genoeg ruimte is in Delft, maar dat dat niet per se op de huidige plek hoeft te zijn. De gemeente legt de nadruk op het feit dat nu binnen bepaalde kaders gewerkt moet worden (zoals hierboven beschreven) en dat dat het startpunt is voor nu. De afwegingen en e ecten van bepaalde keuzes worden gedurende het komende proces in beeld gebracht en komen tot stand aan de hand van de inhoudelijke workshops, participatie en de lopende onderzoeken.

Het college en vervolgens de gemeenteraad wordt uiteindelijk in staat gesteld de definitieve keuze te maken en daarmee richting te bepalen. Binnen dit gebied en met de uitgangspunten in beeld is nog ruimte voor verschillende varianten die gedurende het proces worden onderzocht.

A007

A008

De clubs hebben behoefte aan een goede definiëring van het geheel/heldere uitgangspunten en aan het herstel van vertrouwen. De gemeente probeert het vertrouwen te herstellen door de sportclubs antwoorden te geven op haar vragen en door de clubs een plek te geven in het proces om te komen tot een stedenbouwkundig plan. Dit gaat de gemeente vormgeven door de clubs uit te nodigen voor een workshop én voor tweewekelijkse reguliere overleggen. Deze bijeenkomsten staan reeds gepland in de agenda's. Gedurende het proces zullen clubs en gemeente samen bepalen of er meer of andere overlegvormen nodig zijn. De gemeente (sport) zal alle varianten die er zijn voor de inpassing van de hockeyvelden op de huidige locatie ook delen met de anderen (actie gemeente) De TU zal een toelichting geven over de gebiedsvisies Midden en Zuid, in samenhang met de Campusvisie 2040 (actie TU).

A009

Over 2 weken staat er een overleg in de planning om het proces rondom de gesprekken uit te werken. Gemeente komt met een voorstel waarin zowel de punten van de clubs als de insteek van de gemeente is opgenomen (actie gemeente) De clubs geven aan dat de planning te optimistisch is. Tegen de zomer zal gekeken worden of er inderdaad meer tijd nodig is om de doelen te behalen. Vervolgafspraken en voorbereiding 20 mei De toelichtingen worden meegenomen naar een andere sessie. Afspraak van de 10e om 16.00 uur zal worden doorgeschoven worden naar de 11e om 17.00 uur.

Acties Nr.

d.d. in

Actie

Wie

A001

27-05-2025 Toelichting op vlekkenplan-scenario's Sportkwadrant uit de Verkenning (eind 2023begin 2024)

Volgende overleg

A002

27-05-2025 Uitvraag wUrck delen

zsm

A003

27-05-2025 Planning wUrck en uitgangspunten bespreken

A004

27-05-2025 Eigendomssituaties in kaart brengen

Volgende overleggen

A005

27-05-2025 gaat inventariseren welke problematiek er speelt tussen wonen en sport

Volgende overleggen

A006

27-05-2025 Workshop met clubs over uitgangspunten

wUrck/Gemeente Te plannen

A007

27-5-2025 Mogelijke varianten voor sportvelden Hudito delen.

Z.s.m

A008

27-5-2025 Toelichting Gebiedsvisies TU

volgend overleg

A009

27-5-2025 Participatieplan opstellen en bespreken

Volgende overleggen

wUrck

Planning

Volgende overleggen

Acties afgehandeld in dit overleg Nr.

d.d. in

Actie

Wie

Planning

Overleg sportclubs/stedenbouwkundig plan Kruithuisweg

Datum

11 juni 2025

Aanwezigen

(verslag)

Afwezigen

Agenda Actiepunt Notities 1.

Kennismaking en mededelingen -

2.

A001

A002

Het overleg start met een kennismakingsronde. geeft aan de gemeente te verlaten nog voor het zomerreces. Zijn vervanger is: Vandaag zal er geen toelichting plaatsvinden namens de TU ivm afwezigheid van De workshop moet nog besproken worden op een ander moment. Reactie op het verslag (van 27 mei) wordt gemaild door . Opmerkingen worden verwerkt in het verslag.

Hudito zal NSO NSF contacteren: zij willen wat meer weten over de problematiek die er nu speelt maar anders dan weergegeven in het vorige verslag. Tekstueel zal dit door worden aangepast en gedeeld worden. Zo ook andere onderwerpen die zij graag gewijzigd of aangepast wil zien in het vorige verslag. (actie ) - verslag De uitvraag voor het opstellen van een stedenbouwkundig plan is gedeeld. Vanwege tijdgebrek zullen de vragen van de sportclubs worden gemaild en er volgt een schriftelijke reactie vanuit de gemeente (actie gemeente). De planning van het proces wordt een volgende keer besproken. Ook wordt er aangegeven dat er wat meer aandacht moet komen op het deel van de eigendomssituaties. Komende tijd zal er aandacht worden besteed aan het inplannen van workshops. Morgen (12 juni) is er een gesprek waarin de varianten van een extra half veld met de afdeling sport worden besproken. Gesprekken over het extra halve veld worden apart gevoerd met de afdeling sport.

A003

ligt de verschillende onderzochte scenario's toe. De presentatie zal worden toegestuurd (actie gemeente). Ook de opties voor het fietsen en de verschillende ontwikkel scenario’s worden besproken.

Een structuurkaart is beschikbaar en kan gebruikt worden om de toekomstvisies te bespreken. Vanuit de sportclubs blijft een sterke voorkeur voor het ontwikkelen van sport in het gebied. De woningbouw is langs de Mekelweg geconcentreerd, om een levendige en veilige verbinding tussen noord- [red: midden] en zuid te creëren. De clubs geven aan om zeker geen woningen op de voormalige Blue Birds locatie en het veld nabij Fortuna te bouwen en dat deze twee functies niet met elkaar gemixt moeten worden. Voorkeur van de clubs gaat ook uit naar dubbelgebruik van grond: sport gerelateerd, zonder wonen. De clubs vragen ook waarom het zoekgebied voor wonen niet groter is. Gemeente geeft aan dat er alleen naar dit gebied is gekeken, mede vanwege de beschikbaarheid van de gronden op relatief korte termijn en de urgentie waarmee studentenhuisvesting gebouwd moet worden, veiligheid, bereikbaarheid, zonering & hinder andere functies, etc. De eerste groei in ledenaantallen van de sportclubs is meegenomen in de behoeftebepaling voor de Investeringsagenda Sportaccommodaties. Hier zijn meningsverschillen over tussen clubs en gemeente. Mogelijk zal hier wat meer aandacht aan worden besteed tijdens de workshops. A004

Een concept participatieplan wordt door de gemeente gedeeld met de clubs (actie gemeente), hierin worden ook de uitgangspunten en kaders voor de participatie en invulling hiervan beschreven. Tijdens een volgend overleg zal het concept participatieplan worden besproken. De moties 7.4.4., 7.4.5. en 7.4.6. zijn meegenomen in het participatieplan. Het overleg liep uit, tot ca. 18:45u, er was te weinig tijd voor de overige agendapunten. Deze zijn doorgeschoven naar een volgend overleg.

Acties Nr.

d.d. in

Actie

Wie

A001

11-6-2025 Verslag aanpassen 27 mei

24/06

A002

11-6-2025 Schriftelijke beantwoording vragen over uitvraag Gemeente stedenbouwkundig plan

24/06

A003

11-06-2024 De presentatie van de verschillende scenario’s Gemeente zal worden toegestuurd

24/06

A004

11-06-2024 Een concept participatieplan wordt door de gemeente gedeeld met de clubs

24/06

Gemeente

Planning

Acties afgehandeld in dit overleg Nr.

d.d. in

Actie

A003

11-06-2025 Toesturen presentatie Verkenning

Wie

Planning

Regulier overleg sportclubs/stedenbouwkundig plan

Datum

24-06-2025, 16:00 – 18:00 uur, Stadskantoor Delft, ruimte 1.09

Genodigden

– Hudito – Hudito – KV Fortuna – KV Fortuna – TU Delft – wUrck – Gemeente Delft (laatste keer) – Gemeente Delft – Gemeente Delft Gemeente Delft

Afwezigen

– Gemeente Delft, – Hudito, – TU Delft, – Gemeente Delft

Agenda Actiepunt 1.

– Gemeente Delft, – wUrck,

Notities

Opening en mededelingen neemt afscheid van alle aanwezigen sinds dit zijn laatste werkweek is bij de gemeente Delft.

2.

Aangepast Verslag 27-05-2025 en verslag 10-06-2025 (tot 16.10u) (bijlage en nazending) Het verslag van 27 mei vorige keer wordt vastgesteld. Het verslag van 10 juni wordt een volgende keer besproken en vastgesteld, dit zou schriftelijk kunnen. Ook in het vervolg is het mogelijk om de reacties per mail door te geven. Vanuit de clubs is gevraagd of zij mogelijk het verslag een week voor een volgend overleg mogen ontvangen, de voorkeur gaat uit naar 3 dagen na het overleg. Bespreken concept Participatieplan (tot 17.15u) (bijlage) De clubs geven aan tevreden te zijn over de opzet van de participatie die nu is opgesteld.

A001

A002

A003

Wel worden er nog wat opmerkingen gemaakt over de inhoud. Zo willen de clubs graag een uitbreiding van punt 1: Over wie welke verantwoordelijkheid draagt. (Actie: verduidelijking verantwoordelijkheden gemeente) Bij de tijdlijn van proces is gevraagd (punt 2 van het concept plan) om een kanttekening toe te voegen. Dit gaat voornamelijk om de ruimtelijke procedure. De opmerkingen en reacties op het concept participatieplan zullen nog worden nagezonden (Actie: ) De clubs geven aan een voorkeur te hebben voor een onafhankelijke voorzitter. Daar kan samen invulling aan worden gegeven. (Actie: gemeente selecteert een onafhankelijke voorzitter voor de overleggen) Bij pag. 3 vragen de sportclubs hoe de mate van betrokkenheid geïnterpreteerd wordt door de gemeente. Als terugkoppeling vanuit de gemeente wordt benadrukt dat het gaat om het coproduceren van het participatietraject en de manier waarop dubbel ruimtegebruik ingezet zou kunnen worden. Er wordt ook aangegeven dat input van de sportclubs tot een beter plan zal leiden. De clubs vragen om een verduidelijking te maken door het dubbele ruimte gebruik aan te vullen met ‘het combineren van verschillende functies’. Pag. 4: De clubs geven aan dat de planning als vrij krap wordt ervaren en vragen zich af in hoeverre deze haalbaar is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17060011/3