Bijlage 3 Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
Tekst van het document
Deze tweede vergadering van houders van aandelen C kan het betrokken besluit nemen, ongeacht het aantal vertegenwoordigde aandelen, mits met een meerderheid van ten minste tachtig procent (80%) van de uitgebrachte stemmen.
25
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
Indien het Risicobeheerfonds, naar daartoe verkregen goedkeuring van de vergadering van houders C, een nieuw verzekeringsproduct besluit aan te bieden, is iedere gemeente verplicht het betreffende verzekeringsproduct (na afloop van de termijn van de betreffende lopende verzekering bij een commerciële verzekeringsmaatschappij), bij het Risicobeheerfonds af te sluiten. ■ 4.4 Ophanging Risicobeheerfonds in VNG organisatie Het Risicobeheerfonds NV wordt ophangen aan de nieuwe tussenholding VNG Het Risicobeheerfonds NV wordt ophangen aan de nieuwe tussenholding VNG Risicoholding BV. De aandelen van de holding worden volledig gehouden door VNG. VNG Risicoholding heeft 50% van de aandelen van het Risicobeheerfonds. Hiermee wordt bereikt dat er een strikte risico scheiding is tussen het Risicobeheerfonds en de overige VNG activiteiten zowel juridisch, bestuurlijk als financieel (zie bijlage 11). De oprichting van het Risicobeheerfonds NV heeft impact op de structuur en werking van de VNG-organisatie.
VNG
Nieuwe tussenholding
Gemeenten
VNG Risico Holding 50%
VNG Diensten
Raad van Commissarissen
50%
VNG Risicobeheer Fonds NV
VNG Risicobeheer
VNG Realisatie VNG International VNG Risicobeheer BV
Nieuw
Congres- en Studiecentrum VNG
Bestaand
VNG Opleiding & Detachering
Structuurwijziging Met de oprichting van de VNG Risico Holding gaat ook VNG Risicobeheer BV van VNG Diensten over naar de nieuwe tussenholding. Deze verschuiving is gericht op het creëren van een thematische focus en governance op risicogerelateerde activiteiten. • Huidige situatie VNG Risicobeheer valt onder de bredere scope van VNG Diensten, met een diverse focus op gemeentelijke ondersteuning. • Nieuwe situatie Door VNG Risicobeheer onder te brengen bij VNG Risico Holding, wordt een gerichtere en gespecialiseerde aanpak mogelijk. Deze structuur biedt meer ruimte voor innovatie en een betere aansluiting op gemeentelijke behoeften.
26
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
Strategische Voordelen 1. Bundeling van Expertise: De nieuwe structuur bevordert een gerichte en efficiënte samenwerking tussen gemeenten en risicobeheerexperts. 2. Kostenefficiëntie: Het gezamenlijke beheer van risico’s leidt tot schaalvoordelen en lagere kosten voor individuele gemeenten. 3. Verhoogde Transparantie: Gemeenten krijgen beter inzicht in risico’s door gestandaardiseerde methodieken, zoals risicolabels en risicoscorekaarten. 4. Versterkte Governance: Door risicobeheer apart te organiseren, ontstaat een duidelijke governance-structuur met focus op compliance, preventie en risicomanagement. Juridische en fiscale gevolgen zijn beperkt In het Uitwerkingsplan zijn de juridische en fiscale aspecten van de verschuiving van de ophanging van VNG Risicobeheer onderzocht en door Mazars als gering geduid. De rapportage hierover door Mazars is niet bijgevoegd omdat het vooral een interne VNG aangelegenheid betreft die geen betrekking heeft op het Risicobeheerfonds.
27
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
5 Business rationale De businesscase is zo opgesteld dat pas wordt gestart als 30% van de gemeenten in Nederland hebben besloten deel te nemen die bij elkaar 5,4 mio inwoners vertegenwoordigen. Dus jaar 1 wordt gestart met 30% deelname. Vervolgens wordt toegewerkt naar 50% van het aantal deelnemers in jaar 2. Dat betekent dat geheel jaar 1 gewerkt kan worden aan het werven van 20% nieuwe gemeenten. In het tweede jaar wordt de overige 25% geworven. Zo start dan het 3e jaar van de businesss case met 75% van de gemeenten. Mocht dat percentage in de praktijk niet worden gehaald, dan is dat problematisch. Het Risicobeheerfonds is rendabel uit te voeren met 30% deelname van gemeenten. De businesscase is samengevat in de geactualiseerde rendementsberekening in bijlage 12. Hierin zijn nog niet verwerkt mogelijke kosten verband houdende met een jaarlijkse vergoeding aan VNG voor het terugbetalen van de ontwikkelingskosten van het Risicobeheerfonds en een jaarlijkse vergoeding voor het intellectueel eigendom. Met de Belastingdienst vindt hierover thans overleg plaats. Resultaat en dividend In de businesscase wordt de eerste 10 jaar gewerkt met een doelrendement van 14% op het genvesteerd vermogen van maximaal € 43,2 miljoen in het derde jaar. Voor een toelichtng op de doelrendement, zie hoofdstuk 5.2.
Op basis van 14% doelrendement wordt jaarlijks na belasting een rendement gerealiseerd van € 6 miljoen. Dat rendement wordt als volgt verdeeld: • 3% inflatie correctie toevoegen aan vermogen 3% van het actuele vermogen • 25% van het restant resultaat na belasting is winstaandeel van gemeenten en wordt eveneens toegevoegd aan het vermogen Er wordt dus geen dividend uitgekeerd aan gemeenten! • 75% van het restant resultaat na belasting wordt als dividend uitgekeerd aan VNG Risicoholding BV In onderstaande tabel is bovenstaande uitgewerkt met als basis de geactualiseerde rendementsberekening
28
x € 1.000
jaar t
jaar t+1
jaar t+2
jaar t+3
Jaar t+4
Jaarrekeningwinst
3.215
5.352
8.067
8.051
8.036
Winst SII na belasting
5.685
4.483
7.468
5.944
6.134
Jaarrekeningwinst na belasting
2.423
4.026
6.062
6.050
6.039
Eigen vermogen
19.703
33.875
52.056
54.668
57.278
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
Toevoeging kapitaal inflatie (3%)
591
1.016
1.562
1.640
1.718
Toevoeging kapitaal winstaandeel gemeenten
458
729
1.062
981
899
Dividend VNG
1374
2.281
3.438
3.429
3.421
Gestort kapitaal
17.280
28.800
43.200
43.200
43.200
Rendement
14,0%
14,0%
14,0%
14,0%
14,0%
SII-ratio
171%
172%
184%
189%
196%
Verondersteld deelnamepercentage
30%
50%
75%
75%
75%
Gehanteerde premieopslag
39,0%
26,6%
19,1%
18,4%
17,7%
Gehanteerde premieopslag basis (t.o.v. 100% deelname)
35,0%
25,0%
15,0%
15,0%
15,0%
Kostenbesparing gemeenten
10.864
24.766
46.099
47.482
48.907
Kostenbesparing gemeenten basis
12.130
25.571
48.945
50.414
51.926
■ 5.1
Business case voor gemeenten
Alle gemeenten voor wie een premieberekening is uitgevoerd om de premie van de Gebouwenverzekering in het Risicobeheerfonds te vergelijken met de werkelijk betaalde gemiddelde premie over de afgelopen 15 jaar, hebben te maken gehad met kostenbesparingen. In onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt wat de gemiddelde kostenbesparingen op as/is basis zijn in relatie tot de premie die bij het Risicobeheerfonds betaald zou moeten worden, incl premie opslagen. Omvang gemeenten (inwoners)
29
Aantal onderzochte gemeenten
Huidige kosten (premie en eigen risico)
Gemiddelde kosten bij Risicobeheerfonds
Gemiddelde kostenbesparing
< 25.000
7
€
519.407
€
359.133
€
160.273
25.100 – 50.000
12
€
2.785.554
€
1.718.134
€
1.067.420
50.100 – 100.000
14
€
7.018.420
€
4.870.422
€
2.147.998
> 100.100
7
€
9.591.793
€
6.396.771
€
3.195.022
G4
4
€
20.388.035
€
13.508.827
€
6.879.208
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
Als daarbij tevens de kapitaalstortingen in verband met aandelen verwerving worden betrokken, zien we jaarlijkse rendementen zoals hieronder in de tabel aangegeven. Omdat het dividend voor gemeenten wordt toegevoegd aan het vermogen, is dit in de berekening buiten beschouwing gelaten. Omvang gemeenten (inwoners)
Aantal onderzochte gemeenten
Investering aandelenkapitaal
< 25.000
7
€
176.931
25.100 – 50.000
12
€
777.094
50.100 – 100.000
14
€
> 100.100
7
G4
4
Gemiddelde jaarlijkse besparing
€
Jaarlijks Rendement op geïnvesteerd vermogen (%)
160.273
90,6%
€
1.067.420
137,4%
1.614.659
€
2.147.998
133,0%
€
1.941.323
€
3.195.022
164,6%
€
4.067.787
€
6.879.208
169,1%
Aandeelhoudersdividend voor gemeenten Zoals zichtbaar is in de tabel in hoofdstuk 5, ontvangen gemeenten als aandeelhouders met aandelen B een dividend van 25%. Dt wordt echter niet uitgekeerd omdat het wordt ingezet om het vermogen te versterken om premiereducties mogelijk te maken conform het concept Kapitaalbeleid (zie Bijlage 13). Conclusie voor gemeenten Door de gemiddelde jaarlijkse besparingen af te zetten tegen het geinvesteerd vermogen bij de koop van aandelen, ontstaat voor de onderzochte gemeenten een zeer positieve businesscase met een rendement op het geïnvesteerde vermogen tussen varierend van gemiddeld 90% tot bijna 170%. De overall kostenbesparing alleen al op gebouwenverzekeringen is jaarlijks ongeveer € 50 miljoen bij 75% deelname van gemeenten. Naarmate meer vermogen wordt opgebouwd, wordt de kostenopslag lager en zal deze uiteindelijk verdwijnen. Daarmee lopen de besparingen voor gemeenten in de tijd steeds verder op. Introductie van andere verekeringen zullen ervoor zorgen dat de kostenbesparingen nog veel groter kunnen worden. Opmerking van het Programma Management Opmerking van het Programma Management Sommige gemeenten geven in gesprekken aan dat kostenbesparingen veel lager zullen worden als de premie in het Risicobeheerfonds wordt vergeleken met premies die op dit moment in de markt betaald moeten worden met vergelijkbare eigen risico’s.
Het Programma Management herkent dit. Oorzaak hiervan is enerzijds een ‘zachte markt’ en anderzijds pogingen van verzekeringsmakelaars en commerciële verzekeraars met lage premies de komst van het Risicobeheerfonds tegen te houden. Het Programma Management merkt op dat de toekomstige gemiddelde premie over een komende periode van 15 jaar de premies gemiddeld even duur zullen zijn als de afgelopen 15 jaar en dat de huidige door de markt aangeboden lage premies tijdelijk zullen zijn. Dat komt omdat het premiemodel van commerciële verzekeraars duurder is als gevolg van: • gemiddeld risicoprofiel van een commerciële brandverzekeraar slechter is dan het profiel van sec een gebouwen portefeuille van gemeente;
30
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
• commerciële verzekeraars hogere kostenratio’s hebben door marketingkosten en provisie aan verzekeringsmakelaars; • commerciële verzekeraars fors hogere rendementsdoelen hebben. Volgens het Progrmma Management is het daarom goed om bij de afweging voor deelname aan het Risicobeheerfonds niet alleen naar de huidige situatie te kijken, maar ook naar de lange termijn voordelen van duurzaam lagere premies. ■ 5.2. Businesscase VNG Voor VNG is dividend noodzakelijk alsook de uitkering ervan. Met het dividend voor aandeelhouder VNG Risicoholding is VNG Risicoholding in staat de door haar aangegane leningen bij VNG af te lossen. Om die reden krijgt het Risicobeheerfonds een doelrendement mee van 14% gedurende de eerste 10 jaar. Een periode van 10 jaar wordt gehanteerd omdat tot uiterlijk het derde jaar gemeenten kunnen intreden en VNG dan ook aandelen moet kopen en alsdus investeert. Voor de periode na 10 jaar is de positie van VNG gewijzigd omdat er dan geen intern en extern kapitaal van VNG in het Risicobeheerfonds zit. Daarmee is dan ook de noodaak tot dividenduitkering aan VNG anders geworden. Het is aan aandeelhouders dan te beslissen wat het doelrendement wordt en hoe de dividendverdeling wordt.
Het doelrendement en daarmee de dividendstroom kan redelijk goed worden gewaarborgd, omdat het Risicobeheerfonds middels de premiehoogte (structureel rendement), herverzekering (vermindering van volatiliteit) en kapitaalsturing (SCR) ruimte kan creëren voor dividend. Op basis van de uitgewerkte scenario’s is uitgegaan van een dividenduitkering per jaar zoals weergegeven in de onderstaande tabel. Basis is dat bij de start 30% van de gemeenten zijn ingestapt die ruim vijf miljoen Nederlandse inwoners vertegenwoordigen, in jaar twee zal dit 50% zijn en in jaar drie 75%. VNG koopt steeds een gelijk aantal aandelen in.
31
x € 1.000
jaar t
jaar t+1
jaar t+2
jaar t+3
Jaar t+4
Jaarrekeningwinst
3.215
5.352
8.067
8.051
8.036
Winst SII na belasting
5.685
4.483
7.468
5.944
6.134
Jaarrekeningwinst na belasting
2.423
4.026
6.062
6.050
6.039
Eigen vermogen
19.703
32.826
49.262
49.250
49.239
Toevoeging kapitaal inflatie (3%)
591
985
1.478
1.478
1.477
Toevoeging kapitaal winstaandeel gemeenten
458
760
1.146
1.143
1.140
Dividend VNG
1374
2.281
3.438
3.429
3.421
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
Terugverdientijd VNG verwacht op basis van de uitgewerkte scenario’s in maximaal 7 jaar haar investering terug te verdienen. Na 7 jaar na de laatste kapitalstorting is bijdrage uit eigen middelen en de lening inclusief rente door VNG terugverdiend. De totale doorlopptijd is dan naar verwachting 10 jaar. ■ 5.3 Financiële waterscheiding Risicobeheerfonds en VNG Een financiële waterscheiding is belangrijk om te voorkomen dat geldstromen van VNG, dat van alle leden is, zich vermengen met geldstromen van het Risicobeheerfonds dat van een deel van leden van VNG is. De beste financiële waterscheiding begint met een juridische waterscheiding. Die vindt plaats door het Risicobeheerfonds onder te brengen in een aparte tussenholding binnen VNG, zodat geldstromen van andere onderdelen niet vermengd kunnen worden met die van het Risicobeheerfonds en omgekeerd. In onderstaand overzicht worden de geldstromen binnen het Risicobeheerfonds nader toegelicht: • Fase van financiering van VNG Risicoholding door VNG Kenmerk in deze fase is dat VNG Risicoholding aandelen verwerft in het Risicobeheerfonds waarvoor geld is verkregen van VNG. Voorwaarde van VNG is dat VNG Risicoholding de aangegane leningen terugbetaalt. In de jaren totdat de lening helemaal is terugbetaald aan VNG, lopen niet deelnemende gemeenten alleen bij failissement van het Risicobeheerfonds een risico.
En wel een indirect risico, namelijk dat een deel van hun eerdere financiele bijdragen aan VNG verloren is gegaan. Niet alleen wordt dit bedrag steeds kleiner naarmate meer van de lening is afgelost; het gaat dus ook alleen om indirect geld omdat er niet betaald hoeft te worden. En zoals hierboven is beschreven, is het risico op failissement van het Risicobeheerfonds zeer gering. • Fase van operationele uitvoering van het Risicobeheerfonds De uitvoering van het Risicobeheerfonds wordt uitsluitend gefinancierd in de vorm van opbrengsten uit operationele activiteiten zoals premies en bijdragen van deelnemende gemeenten voor extra services. Hier is dus geen (financiele) betrokkenheid van niet deelnemende gemeenten. • Fase van dividendbetalingen aan VNG Risicoholding Van dividenduitkeringen naar VNG Risicoholding is thans alleen sprake de eerste 10 jaar om VNG Risicoholding in staat te stellen de door haar aangegane lennigen terug te betalen. Daar hebben niet deelnemende gemeenten groot belang bij. Deze dividendperiode eindigt na 10 jaar. Het is aandeelhouders om te bepalen hoe de dividendverdeling en uitkeringen dan zijn. Mocht er blijvend dividend aan VNG Risicoholding worden uitgekeerd, dan betekent dat niet automatisch dat dit bij niet deelnemende gemeenten terecht komt. Het is aan de aandeelhouders van VNG Risicoholding te bepalen hoe het dividend dan wordt aangewend.
Zij kunnen het ook niet laten uitkeren waarmee dan het vermogen van het Risicobeheerfonds wordt verterkt Overigens zal het dividend voor niet. Deelnemenfe gemeenten altijd gering zijn. Bij een dividend in de eerste 10 jaar van € 3,5 miljoen per jaar bij 75% deelnemende gemeenten, komt slechts 25% zijnde € 875.000 bij alle niet deelnemende gemeenten terecht.
32
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
6 Uitkomsten reviews en stresstesten
■ 6.1 Expert judgements door KPMG en
Insight-Into actuarial risks
Op verzoek van directie VNG heeft KPMG een expert judgement uitgevoerd op de businesscase (zie de management samenvatting in bijlage 14) Daarin staat dat ‘De resultaten laten zien dat in elk van de doorgerekende scenario’s een flinke bate voor de deelnemende gemeenten ontstaat (verlaging van de kosten ten opzichte van het huidige scenario’. Tevens zijn aanbevelingen gegeven hoe de businesscase nog meer prudent gemaakt kan worden. Zie hiervoor hoofdstuk 9.2. Aan de hand de aanbevelingen van KPMG is door het Programma Management een geactualiseerde rendementsberekening gemaakt. Deze is op verzoek van de Commissie Gemeentefinanciën ook door KPMG gereviewd. KPMG concludeert daarbij: ‘De aanpak die in het geactualiseerde plan wordt uiteengezet, volgt onze aanbevelingen, met een evenwicht tussen het beschermen van de solvabiliteit van de verzekeraar en het bieden van kostenefficiëntie voor de gemeenten’. De aanvullende expert judgement is opgenomen in bijlage 15. Tevens heeft een actuariële review plaatsgevonden op de gehanteerde actuariële modellen door Insight-Into, het actuariële advies bureau van Peter Moonen. De conclusie uit deze review is dat de schadelast in de pricing analyse prudent is vastgesteld. Zie hiervoor ook bijlagen 16 en 17. ■ 6.2
Uitkomsten stresstest
Door het actuarieel adviesbureau Arcturus van het Risicobeheerfonds is een stress test uitgevoerd op de geactualiseerde rendementsberekening (zie bijlage 18). De uitkomsten hiervan zijn: ‘Op basis van de stresstesten kan worden geconcludeerd dat het Risicobeheerfonds een solide en duurzame financiële basis heeft en daardoor ook in vrij extreme slechtweerscenario’s niet onder de 150% SCR-ratio komt. De solvabiliteit blijft op een gezond niveau en de winstontwikkeling toont veerkracht. De in de premies opgenomen marge blijkt voor het Risicobeheerfonds een groot vermogen te hebben om extreme scenario’s op te kunnen vangen. Tevens zijn de kapitaalbuffers ruim voldoende om onverwachte verliezen te kunnen absorberen. Hoewel tijdelijke fluctuaties in dividenduitkeringen kunnen voorkomen, blijft het algemene financiële vooruitzicht positief. De bevindingen onderstrepen het belang van een proactieve risicobenadering en bevestigen dat het
33
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
Risicobeheerfonds een betrouwbare en stabiele speler blijft in het verzekeringslandschap, zelfs onder uitdagende omstandigheden’. In deze stresstest is nog geen rekening gehouden dat dividend toekomend aan gemeenten wordt toegevoegd aan het vermogen van het Risicobeheerfonds ten behoeve van premieverlagingen en het opbouwen van kapitaal voor toekomstige nieuwe producten. Door deze extra vermogensgroei zouden de uitkomsten van de stresstest nog gunstiger worden. De hierboven genoemde geactualiseerde rendementsberekening is tot stand gekomen na het doorvoeren van wijzigingen naar aanleiding van de review door KPMG en adviezen van adviesgroepen. Deze wijzigingen hebben betrekking op: 1. Omvang operationele kosten 2. Omvang herverzekeringskosten 3. Minimaal aantal deelnemende gemeenten 4. Maximaal aantal deelnemende gemeenten 5. Groeitempo aantal deelnemende gemeenten 6. Minimaal noodzakelijke solvabiliteit Hieronder volgt een toelichting op de aanpassingen in de basis rendementsberekeningen die hebben geleid tot de geactualiseerde rendementsberekening. ad.1 Omvang operationele kosten In de basis businesscase is gerekend met € 10.615.000 bedrijfskosten. Hierbij kwam de kostenbesparing bij 100% deelname van gemeenten uit op € 89.863.000. Naar aanleiding van de review door KPMG is een meer prudenten kostenopbouw aangehouden van € 14.997.000.
Hierdoor komt de totale kostenbesparing bij 100% deelname van gemeenten uit op € 74.033.000 uit (zie bijlage 12). ad.2 Omvang herverzekeringskosten In de basisberekening is met € 2.014.000 uitgegaan van relatief lage herverzekeringspremie. Actuarissen wijzen erop dat het hoge eigen risico voor gemeenten een enorm dempend effect heeft op de schadelast van de verzekeraar. Deze positieve invloed werkt door naar schades boven het eigen behoud en resulteert aldus in de opinie van actuarissen in een lagere schadelast voor verzekeraar. Desalniettemin acht KPMG de gehanteerde herverzekeringspremie als te laag. Om die reden is in de geactualiseerde rendementsberekening een herverzekeringspremie van € 7.210.000 gehanteerd (zie bijlage 12). Het effect hiervan op de besparingen voor gemeenten is verwerkt in de getallen als ook genoemd bij ad.1. ad.3 Minimaal aantal deelnemende gemeenten Door actuarissen zijn scenario’s doorgerekend om de ondergrens om te bepalen van het minimaal noodzakelijke aantal deelnemende gemeenten (zie Bijlage 13). Hieruit is gebleken dat een lagere ondergrens dan 30% niet verantwoord is. Om die reden is in alle verdere berekeningen met 30% minimale deelname gerekend. ad.4 Maximaal aantal deelnemende gemeenten In de basisberekening is uitgegaan van 100% deelnemers.
Er zijn diverse scenario’s uitgewerkt met verschillende deelname percentages om het effect op het rendement en de besparingen door te rekenen. Dit heeft ertoe geresulteerd dat in de geactualiseerde
34
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
rendementsberekening is gerekend met een lager en realistischer deelname percentage van 75% (zie bijlage 12). ad.5 Groeitempo aantal deelnemende gemeenten De basisberekening gaat ervan uit dat 100% van de deelnemende gemeenten wordt bereikt in twee jaar. In de geactualiseerde rendementsberekening is gerekend met scenario 5c. Dat houdt in dat 75% (zie ook ad. 3) deelname wordt in 3 jaar. Als gevolg daarvan komt de besparing voor gemeenten in het derde jaar uit op € 48.945.000. Dit getal wordt in de communicatie overal gebruikt en ligt daarmee lager dan de oorspronkelijke € 89.863.000. ad.6 Minimaal noodzakelijke solvabiliteit Gerekend in de basisberekening is een SCR van 130% conform advies van de actuarissen. Op advies van KPMG is deze ratio in de geactualiseerde rendementsberekening verhoogd naar 150%. Dit is bereikt door een combinatie van een lager eigen behoud van € 5.000.000 per schade in het eerste jaar. Daarnaast worden de eerste jaren premieopslagen doorgevoerd. Enerzijds om bij te dragen aan de SCR van 150% en anderzijds om het gewenste rendement van de verzekeraar te realiseren om vanaf de start dividend uit te keren. Met dat dividend kan de VNG Risicoholding leningen aflossen aan VNG Holding.
Resume aanpassingen in de geactualiseerde rendementsberekening In de geactualiseerde rendementsberekening zijn diverse wijzigingen doorgevoerd om de robuustheid van de businesscase te vergroten en deze ook realistischer te maken. Het resultaat hiervan is een lagere besparing voor gemeenten (bij 75% deelname) van € 48.945.000 in plaats van € 89.863.000.
35
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
7 Juridische houdbaarheid Deze hoofdstukken zijn tot stand gekomen in samenspraak met juristen van Straatman & Koster advocaten en Legaltree advocaten. ■ 7.1 Perspectief Aanbestedingswet en
Wet Markt en Overheid
Zowel VNG en VNG Risicobeheer, als de gemeentes die zullen deelnemen zijn aanbestedende diensten in de zin van de Aanbestedingswet 2012. De kern van de aanbestedingswetgeving is, dat zodra een aanbestedende dienst een opdracht in de zin van die wetgeving aan een andere entiteit wil gunnen, er een aanbestedingsprocedure moet worden gevolgd om de markt voor mededinging te openen. Die verplichting geldt ook voor de gunning van verzekeringsovereenkomsten. Toetsing aan Aanbestedingswet Om te bewerkstelligen dat de gemeentes en VNG hun verzekeringsopdrachten onderhands, en derhalve zonder opening van de markt voor mededinging, gunnen aan het Risicobeheerfonds, wordt een beroep gedaan op een uitzonderingsgrond in de Aanbestedingswet 2012. Het betreft de uitzonderingsgrond voor “quasi-inbesteding" (artikel 2.24b Aw 2012). Quasi-inbesteding is een situatie waarin opdrachtgever en opdrachtnemer zodanig nauw met elkaar verbonden zijn, dat in aanbestedingsrechtelijke zin sprake is van één organisatie. En omdat de opdracht binnen die “ene organisatie” blijft, hoeft er niet te worden aanbesteed. Voldoen aan uitzonderingsbepalingen De Aanbestedingswet 2012 definieert voorwaarden waaraan voldaan moet worden om gebruik te kunnen maken van de uitzondering voor quasi-inbesteding. Samengevat gaat het om drie voorwaarden: 1. zeggenschap van de aanbestedende diensten over de opdrachtnemer; 2.
mate waarin de opdrachtnemer activiteiten verricht voor anderen dan de aanbestedende diensten die de zeggenschap over hem uitoefenen; 3. afwezigheid van directe participatie van privaat kapitaal. De laatste twee voorwaarden leveren in casu geen discussie op, omdat er eenvoudig aan wordt voldaan. Het Risicobeheerfonds voert namelijk alleen maar verzekeringsdiensten uit ten behoeve van de aandeelhoudende aanbestedende diensten en er is geen sprake van privaat kapitaal. De eerste voorwaarde vereist extra aandacht, omdat deze inhoudt dat de aanbestedende diensten gezamenlijk op het Risicobeheerfonds toezicht moeten uitoefenen zoals op hun eigen diensten. En daarvan is volgens de Aanbestedingswet 2012 pas sprake als: a) de besluitvormingsorganen van het Risicobeheerfonds zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van alle deelnemende aanbestedende diensten, waarbij individuele vertegenwoordigers verscheidene of alle deelnemende aanbestedende diensten kunnen vertegenwoordigen; en, b) de aanbestedende diensten in staat zijn gezamenlijk beslissende invloed uit
36
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
te oefenen op de strategische doelstellingen en belangrijke beslissingen van het Risicobeheerfonds; en, c) het Risicobeheerfonds geen belangen nastreeft die in strijd zijn met de belangen van de controlerende aanbestedende diensten. De structuur zoals die is ontwikkeld, is zorgvuldig tot stand gekomen en zou de aanbestedingsrechtelijke toets der kritiek normaal gesproken moeten kunnen doorstaan. Zekerheid kan daarover niet worden gegeven. Enerzijds niet omdat het oordeel van een rechter zal zijn gebaseerd op zijn waardering van de gekozen structuur en interpretatie van de Aanbestedingswet. En anderzijds niet omdat niet alleen de zeggenschapsstructuur zoals die op papier vastligt relevant is, maar ook hoe deze in de praktijk wordt geeffectueerd. En als onverhoopt sprake van significante afwijkingen, dan kan het oordeel anders uitvallen, zeker in een situatie waarin de marges beperkt zijn door de samenloop van diverse juridische kaders. De gekozen invulling borgt zowel via de statuten dat er een strategisch plan moet worden opgesteld waarin de strategische doelstellingen, het meerjarenplan en het investeringsplan moeten zijn opgenomen. Ook de verzekeringsproducten die het fonds aanbiedt, komen daarin te staan. Dat plan moet zowel door de Raad van Commissarissen als de aandeelhouders worden goedgekeurd.
En daarmee hebben de aanbestedende diensten invloed op de strategische beslissingen. In de aandeelhoudersovereenkomst is bovendien opgenomen dat aandeelhouders actief participeren en deze bevoegdheid derhalve concrete invulling geven. En ten slotte wordt voor zowel het bestuur als de Raad van Commissarissen een bestuursreglement opgesteld waarin is uitgewerkt hoe de leden van die gremia de aandeelhoudende aanbestedende diensten in de zin van de Aanbestedingswet vertegenwoordigen. Omdat de groep van te vertegenwoordigen aanbestedende diensten omvangrijk is, zorgt die uitwerking ervoor dat er geen sprake is van een theoretische situatie van vertegenwoordiging en dat mitigeert het risico dat in rechte negatief wordt beslist over de invulling van deze desbetreffende voorwaarde voor het beroep op de quasi-inbesteding. Rechtsgang door verzekeraars niet uitgesloten Het kan helaas niet worden uitgesloten dat belanghebbenden, zoals verzekeraars die een deel van de markt zien wegvallen, in rechte zullen proberen de rechtmatigheid van het beroep op de onderhavige uitzonderingsbepaling ter discussie te stellen. En dat zal in voorkomend geval vermoedelijk gaan over de vraag of aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan, waarbij dan met name de naleving van de hiervoor genoemde, eerste voorwaarde onderwerp van het debat zal zijn.
Dergelijke procedures zullen tegen individuele gemeenten zijn gericht, omdat zij met de gunning van opdrachten aan het fonds in de ogen van de desbetreffende marktpartijen de Aanbestedingswet 2012 niet correct naleven. Om die individuele gemeenten te ontlasten en te borgen dat de gekozen structuur in rechte correct over het voetlicht wordt gebracht, zal VNG met Straatman Koster Advocaten dergelijke procedures coördineren en de gemeenten bovendien aanbieden dat hun zaak feitelijk door VNG en Straatman Koster Advocaten wordt gevoerd. Toetsing aan Wet Markt en Overheid Ten aanzien van overheidsbedrijven bevat de Wet Markt en Overheid maar weinig voorschriften: per saldo is de enige beperking dat de betrokken gemeentes het
37
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
Risicobeheerfonds op grond van artikel 25j Mededingingswet niet mogen bevoordelen boven andere ondernemingen waarmee het Risicobeheerfonds in concurrentie treedt, noch voordelen mag toekennen die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk is. Door de wet genoemde voorbeelden van bevoordeling zijn het toestaan van het gebruik door het overheidsbedrijf van de naam en het beeldmerk van de publiekrechtelijke rechtspersoon van het bestuursorgaan op een wijze waardoor verwarring bij het publiek is te duchten over de herkomst van goederen en diensten en het leveren van goederen aan, het verrichten van diensten voor en het ter beschikking stellen van middelen aan het overheidsbedrijf tegen een vergoeding die lager is dan de integrale kosten. Het is niet de bedoeling dat het Risicobeheerfonds in concurrentie zal treden met marktpartijen, omdat het Risicobeheerfonds - mede in het licht van de hiervoor besproken aanbestedingsrechtelijke voorschriften - uitsluitend verzekeringsdiensten zal aanbieden aan de deelnemende gemeentes en VNG. Bovendien zal het Risicobeheerfonds noodzakelijkerwijs al haar kosten in rekening brengen bij haar aandeelhoudende klanten. Voorts zal er evenmin sprake zijn van een situatie waarin de gemeentes diensten verlenen aan het Risicobeheerfonds, laat staan dat dat plaatsvindt tegen een vergoeding die minder bedraagt dan de integrale kosten.
Conclusie De conclusie luidt derhalve dat zolang wordt vastgehouden aan deze uitgangspunten de Wet Markt en Overheid geen belemmeringen oplevert voor de tenuitvoerlegging van de plannen ter zake het Risicobeheerfonds. ■ 7.2
Perspectief toezichtskader DNB
De producten die het Risicobeheerfonds aan gemeenten zal aanbieden kenmerken zich als schadeverzekeringen en om die reden wordt het Risicobeheerfonds op grond van de Wft als schadeverzekeraar beschouwd. Het Risicobeheerfonds kwalificeert, gezien de beoogde omvang van de activiteiten, niet als een verzekeraar met beperkte risico-omvang. Dit betekent dat het Risicobeheerfonds een vergunning als (gewone, Solvency II) schadeverzekeraar zal moeten aanvragen bij de bevoegde toezichthouder, DNB. Een vergunning als schadeverzekeraar betekent uitgebreide compliance-eisen, met name ten aanzien van bedrijfsactiviteiten, kapitaal, risicomanagement, governance en aandeelhouderschap. Hierin zal bij de opzet en inrichting van het Risicobeheerfonds worden voorzien. Positieve toetsing door DNB betekent dat het Risicobeheerfonds bij aanvang van haar activiteiten aan alle wettelijke eisen voldoet waarmee juridische houdbaarheid wat dat betreft wordt gerealiseerd. De vergunningaanvraag is een tijdrovend proces dat minimaal 12 maanden in beslag neemt (en vaak langer). Het vereist het opstellen van uitgebreide documentatie voor de vergunningaanvraag bij DNB waarna DNB deze documentatie zal beoordelen en het Risicobeheerfonds op van belang geachte onderdelen zal bevragen. Daarnaast toetst DNB de beoogde bestuurders, commissarissen en grotere aandeelhouders (≥10%).
Derden hebben in beginsel geen invloed op dit proces; louter DNB oordeelt als bevoegde toezichthouder of het Risicobeheerfonds aan alle eisen om te mogen optreden, voldoet.
38
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
8 Risico’s en
beheersmaatregelen Dit hoofdstuk is tot stand gekomen in samenspraak met KPMG. De oprichting van het Risicobeheerfonds vraagt om een goed functionerend risicomanagementsysteem. De volledige inrichting van een risicomanagementsysteem voor het financieel vangnet is omvangrijk en vraagt om een robuuste aanpak. De kaders van deze robuuste aanpak worden hieronder toegelicht. De volledige identificatie en beoordeling van de risico’s van het Risicobeheerfonds wordt uitgevoerd als onderdeel van de vergunningsaanvraag bij DNB. In een volwassen risicomanagementsysteem zal het Risicobeheerfonds vervolgens jaarlijks het Risk Assessment herijken. De in hoofdstuk 8.1, 8.2 en 8.3 omschreven risico’s en risicoacties zijn opgesteld door het Programma Management op basis van gesprekken met gemeenten en op basis van de opmerkingen van de adviesgroepen. Good practice risicomanagement DNB Voor het risicomanagementproces van het Risicobeheerfonds wordt de good practice van DNB inzake risicomanagement verzekeraars gehanteerd. Er wordt hierin voor het risicomanagementproces onderscheid gemaakt tussen vier fasen: 1. Identificeren en beoordelen De risico’s worden in deze fase geïdentificeerd middels een Risk Self Assessment (RSA) of bijvoorbeeld workshops. Vertegenwoordigers van de verzekeraar zijn aanwezig bij het assessment en stellen met elkaar vast wat de risico’s van de verzekeraar zijn.
Uitgangspunt hierin vormt de classificatie van risico’s conform de COSO-methode naar strategische, operationele, IT en compliance risico’s. Ook de risico’s van de EIOPA Solvency II Standaardformule zijn onderdeel van het risicolandschap van de verzekeraar. Voor het inzicht in de gevoeligheid van de risico’s worden de resultaten van het Solvency II Own Risk Self Assessment (ORSA) proces geraadpleegd. Elk geïdentificeerd risico wordt vervolgens beoordeeld om tot de risicoweging te komen. Er wordt hiertoe een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico zich voordoet (kans) en de impact die het heeft wanneer het risico zich voordoet. De resulterende bruto risicoweging volgt uit het toepassen van de kans- en impactmatrix. Deze matrix wordt vastgelegd in het risicomanagementbeleid. Een voorbeeld van de risicowegingen die volgen uit het toepassen van de kans- en impactmatrix is:
39
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
Risicoweging
Omschrijving
Laag
Het risico is acceptabel en valt binnen de risicobereid.
Midden
Het risico is verhoogd en er zijn mogelijk additionele maatregelen benodigd om het risico te beperken.
Hoog
Het risico is onacceptabel en valt buiten de risicobereidheid. Directe bijsturing is benodigd.
2. Beheersen Een belangrijk onderdeel van het risicomanagementproces is de risicobeheersing. Er wordt per risico(categorie) vastgesteld wat de risicobereidheid van het Risicobeheerfonds is. Per risico wordt vervolgens vastgesteld wat de mogelijkheden zijn om het risico te beheersen. Hierbij wordt de strategische afweging gemaakt wat het doel is van de beheersmaatregelen: reduceren, vermijden, overdragen of accepteren van het risico. Het is belangrijk dat de verzekeraar hierin een consistente gedragslijn toont. De beheersmaatregelen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het herverzekeren van bepaalde risico’s, het automatiseren van bepaalde controles of het creëren van risicobewustzijn binnen de verzekeraar. Afhankelijk van het risico wordt vastgesteld welke beheersmaatregel passend is om de netto risicoweging te verlagen. Ook voor de beoordeling van de risico’s van het Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten geldt dat deze wordt uitgevoerd als onderdeel van de vergunningsaanvraag bij DNB. 3. Monitoren Het monitoren van de risico’s en de werking van de beheersmaatregelen vormt een belangrijk en continu onderdeel van een volwassen risicomanagementproces. Voor het Risicobeheerfonds wordt het beleid rondom de monitoring van de risico’s nader uitgewerkt na akkoord van het Bestuur inzake de oprichting. 4.
Rapporteren Het Risicobeheerfonds zal periodiek, minimaal eenmaal per kwartaal, rapporteren over de risico’s van de verzekeraar. De rapportage bevat naast de risicobeelden vanuit eerstelijnsrisicomanagement ook de opinie van de sleutelfunctiehouder risk management. Net als voor het onderdeel monitoring geldt dat voor het Risicobeheerfonds het beleid rondom het rapporteren over de risico’s nader wordt uitgewerkt na akkoord van het Bestuur inzake de oprichting. Deze good practice wordt toegepast op het Risicobeheerfonds bij het opstellen van de DNB vergunningsaanvraag na een positief besluit door het VNG-bestuur. Risico’s bij oprichting van het Risicobeheerfonds Dit zijn de belangrijkste risico’s ter bevordering van weloverwogen besluitvorming over de oprichting van het Risicobeheerfonds opgenomen. De risico’s zijn vastgesteld door het Programma Management vanuit het perspectief van gemeenten, VNG en het Risicobeheerfonds.
40
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
Per risico is aangegeven op welke wijze het programma beoogt het risico te beperken (de risicoreactie) en welke weging het risico naar inzicht van programma management heeft. Dit is dus de weging vóór toepassing van de maatregelen zoals beschreven in de risicoreactie. Omdat geen volledige risico assessment conform de hierboven beschreven methode is uitgevoerd, geeft KPMG aan dat de exacte impact niet goed kan worden vastgesteld. Om die reden is op advies van KPMG geen oordeel gegeven over het risico na het nemen van de risicoacties.
41
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
■ 8.1 Perspectief gemeenten Voor gemeenten zijn de belangrijkste risico’s onderstaand weergegeven. Omschrijving risico
Risico weging
Risicoreactie
Gemeenten willen niet meedoen omdat door prijsdumping van commerciële verzekeraars geen premiebesparingen worden gerealiseerd ten opzichte van marktpremies.
Hoog
Wij proberen dit risico te beperken door in de communicatie te wijzen op de lange termijn voordelen van het Risicobeheerfonds. En dat is de combinatie van gemeenten veiliger maken met lagere risico’s en forse premiebesparingen. De lage premies nu van commerciële verzekeraars zijn tijdelijk om te voorkomen dat het Risicobeheerfonds wordt opgericht. Door de duurdere verdienmodellen van commerciële verzekeraars zijn die lage premies niet vol te houden. Over een periode van 15 jaar zullen de premies volgens ons even duur zijn als de afgelopen 15 jaar. Specifiek voor dit risico geldt dat het financiële voordeel dat in de businesscase van het Risicobeheerfonds is getoond, slechts één van de voordelen is van collectieve krachtenbundeling om risico’s van gemeenten te verlagen. Met de oprichting van het Risicobeheerfonds zetten wij vol in op het gezamenlijk inzetten van preventieprogramma’s. Hiermee beogen wij het aantal schades op termijn te verminderen en het risicomanagement van gemeenten te verduurzamen. Daarnaast hebben wij de ambitie om het Risicobeheerfonds uit te breiden met nieuwe verzekeringen zodat de voordelen steeds groter worden. De gevolgen van dit risico kunnen zijn dat het langer duurt voordat de ondergrens van 30% deelnemende gemeenten is bereikt.
Commerciële verzekeraars en/of makelaars betwisten het beroep op de uitzonderingsbepaling van de Aanbestedingswet en stappen naar de rechter.
Hoog
Het Programma Management en onze juristen zijn ervan overtuigd dat voldoende maatregelen zijn genomen om te voldoen aan de uitzonderingsbepaling van de Aanbestedingswet. Er wordt gewerkt met een governancemodel waarin de gemeenten maximale zeggenschap hebben (binnen de grenzen die het toetsingskader van DNB voorschrijft). Dit is vastgelegd in het governancemodel zoals opgenomen in de aandeelhoudersstatuten en de aandeelhoudersovereenkomst. Zie hoofdstuk 4. Voor de vaststelling van deze stukken is gesteund op de expertise van aanbestedingsadvocaten. Het risico dat een marktpartij naar de rechter stapt is ons inziens niet volledig te mitigeren. In een dergelijke situatie zal VNG de behandeling van de rechtszaak overnemen van de gemeenten.
42
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
Omschrijving risico
Risico weging
Risicoreactie
In de praktijk blijkt het Risicobeheerfonds voor gemeenten niet werkbaar, bijvoorbeeld door het ontbreken van data (koppelingen)
Midden
Door het Programma Management is met behulp van externe expertise het Target Operating Model van het Risicobeheerfonds vastgesteld. In dit TOM zijn de datastromen inzichtelijk gemaakt. Voor de verdere uitwerking zal een aantal verzekeringsambtenaren gevraagd worden om mee te denken en te helpen de aansluiting te maken met de praktijk. Daarnaast kan, indien nodig, het Risicobeheerfonds gefaseerd geïntroduceerd worden, waarmee additionele implementatietijd ontstaat voor de gemeenten waarmee dataleveringsproblemen bestaan.
De investering levert niet het verwachte rendement op en je zit er dan wel aan vast.
Midden
De businesscase van het Risicobeheerfonds is met zorg opgesteld. Daarnaast is gebruik gemaakt van meerdere scenario’s om de gevoeligheid van de uitkomsten inzichtelijk te maken. Uiteraard is het risico op een tegenvallend rendement niet volledig te mitigeren. Om de kwaliteit van de businesscase te waarborgen hebben wij in de berekeningen gebruik gemaakt van een gevalideerd actuarieel model, welke door diverse schadeverzekeraars wordt gebruikt. Daarnaast hebben een externe expert opinie gevraagd op de assumpties onderliggend aan de berekeningen.
Gemeenten moeten extra kapitaal storten als de solvabiliteit te gering wordt.
Midden
Het Risicobeheerfonds is bij de start bewust overgekapitaliseerd (tot een SCR van 150%) om tegenvallers op te vangen. De eerste jaren wordt de SCR verder verhoogd conform het kapitaalbeleid. En ook omdat het dividend van gemeenten wordt toegevoegd aan het eigen vermogen, zal de noodzaak om bij te storten minimaal zijn. Om het solvabiliteitsrisico te beperken heeft het bestuur meerdere instrumenten om tijdig bij te sturen en zo extra stortingen te voorkomen. Een voorbeeld van een dergelijk instrument is bijvoorbeeld een herverzekeringsdekking. De mogelijkheden tot bijsturing op de solvabiliteit van het Risicobeheerfonds zijn onderdeel van het kapitaalbeleid en worden daarnaast als mitigerende maatregelen opgenomen in het Risk Assessment op het Risicobeheerfonds.
43
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
Omschrijving risico
Risico weging
Risicoreactie
Gemeenten die niet deelnemen moeten financieel bijdragen.
Laag
Niet-deelnemende VNG-leden hoeven niet financieel bij te dragen aan het Risicobeheerfonds. Hooguit in de situatie van een faillissement van het Risicobeheerfonds ten tijde van het nog niet volledig afgelost zijn van de leningen van VNG om aandelenparticipatie, gaat geld van alle BMG leden verloren en daarmee indirect ook van niet deelnemende gemeenten. Dit is een inherent risico. Het Programma Management acht de kans op dit scenario zeer klein. Wanneer het bestuur van VNG akkoord gaat met de oprichting van het Risicobeheerfonds, dan zal het vergunningstraject met DNB worden gestart. Deze vergunning zal alleen worden verleend als de businesscase van het Risicobeheerfonds naar het oordeel van de toezichthouder levensvatbaar is. Wanneer de vergunning wordt verleend, dan zal het Risicobeheerfonds ook moeten beschikken over een herstel- en afwikkelplan (voorbereidend crisisplan). Deze beleidsstukken treden in werking wanneer het solvabiliteitsniveau onder bepaalde normen zakt. Op dat moment treedt actieve bijsturing in werking en komt het Risicobeheerfonds onder verscherpt toezicht van DNB om faillissement te voorkomen.
44
De ondergrens van 30% deelnemende gemeenten wordt binnen 12 maanden niet bereikt.
Midden
Er wordt pas gestart met de implementatie van het Risicobeheerfonds wanneer minimaal 30% van de gemeente heeft aangegeven deel te nemen aan de verzekeraar. Als dit na 12 maanden nog niet gebeurd is, zijn er dus nog geen implementatiekosten gemaakt. In overleg met gemeenten die wel al hebben besloten tot deelname, zal dan worden bepaald hoe de wervingscampagne zal worden verlengd.
De ondergrens van 30% deelnemende gemeenten wordt wel bereikt, alleen duurt het nog jaren voordat de verzekeringen overgaan.
Midden
Mocht blijken dat de businesscase de eerste jaren niet bereikt kan worden, omdat de deelnemende gemeenten nog polissen hebben met een lange looptijd, dan wordt alleen gestart met het risicomanagement (preventie). Met de uitvoering van het verzekeringsbedrijf wordt dan gestart wanneer dat rendabel is conform actuarissen en concerncontrol.
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
■ 8.2.
Perspectief VNG
Vanuit het perspectief van VNG zijn voornamelijk financiële risico’s van belang. Deze zijn onderstaand weergegeven Omschrijving risico
Risico weging
Risicoreactie
VNG houdt langer een schuld omdat de aflossing van leningen minder snel gaat dan gedacht.
Midden
Met aandeelhouder VNG vindt jaarlijks overleg plaats over de hoogte van het dividend in relatie tot het gerealiseerde resultaat van het Risicobeheerfonds. Het is aan VNG te bepalen hoe zij wil omgaan met het aflossen van leningen.
VNG loopt reputatieschade op omdat juridische procedures van marktpartijen worden verloren.
Midden
Het Programma Management en de juristen met wie is samengewerkt, zijn ervan overtuigd dat in rechte met succes de uitzonderingsbepaling van de Aanbestedingswet verdedigd kan worden. Zie ook hoofdstuk 7. Omdat bij een eventuele rechtszaak zo grondig ons standpunt verdedigd kan worden, achten wij het reputatierisico gering. Ook als een rechter ons onverwacht in het ongelijk stelt. En mocht dat zo zijn, dan is de verwachting dat met aanpassingen in de structuur hert fonds alsnog met succes kan worden doorgezet.
VNG krijgt het deel van de financiering bij BNG niet rond vanwege de risico’s die BNG ziet.
Midden
Er heeft proactief overleg plaatsgevonden met VNG over de haalbaarheid en condities, en er heeft een vooraankondiging plaatsgevonden in directieoverleg VNG - Raad van Bestuur en RvC BNG.
■ 8.3.
Perspectief Risicobeheerfonds
Voor het Risicobeheerfonds zijn nu alleen de risico’s weergegeven die te maken hebben met het opbouwen van het Risicobeheerfonds. Zoals gezegd volgt het volledige Risk Assessment na besluitvorming door het Bestuur
45
Omschrijving risico
Risico weging
Risicoreactie
Het is niet goed mogelijk om voldoende gekwalificeerd personeel aan te trekken.
Hoog
Het Programma Management zet in op operationele samenwerking met een bestaande verzekeraar van min of meer gelijke omvang. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om op het gebied van processen, IT en mensen samen te werken. Daarnaast vormt een belangrijk onderdeel van het implementatieplan het werven van personeel. En ziet het programma management mogelijkheden tot tijdelijke externe inhuur wanneer de werving achterblijft en wellicht de overname van bestaand personeel van gemeenten.
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
Omschrijving risico
Risico weging
Risicoreactie
In de eerste jaren van het Risicobeheerfonds kunnen de inkomsten tegenvallen omdat van de deel nemende gemeenten de verzekeringen niet direct stopgezet kunnen worden.
Midden
In de businesscase is rekening gehouden met een geleidelijke overkomst van verzekeringen in de eerste paar jaren. Na de start van het Risicobeheerfonds worden er daarnaast checks en balances ingebouwd en vastgelegd in het risico managementraamwerk om risico’s te beperken. Voorbeelden hiervan zijn additionele herverzekering of lager eigen behoud.
In de eerste jaren van het Risicobeheerfonds kunnen de inkomsten tegenvallen omdat van de deelnemende gemeenten de verzekeringen niet direct stopgezet kunnen worden.
Midden
In de businesscase is rekening gehouden met een geleidelijke overkomst van verzekeringen in de eerste paar jaren. Na de start van het Risicobeheerfonds worden er daarnaast checks en balances ingebouwd en vastgelegd in het risicomanagementraamwerk om risico’s te beperken. Voorbeelden hiervan zijn additionele herverzekering of lager eigen behoud.
Doorlooptijd operationalisatie duurt langer dan aanvankelijk gedacht.
Midden
In de planning wordt rekening gehouden met een operationalisatie van 12 maanden na behalen van het benodigde aantal deelnemende gemeenten. Wij achten deze doorlooptijd plausibel onder voorbehoud van strak programma management en de juiste externe ondersteuning. Daarnaast geldt dat er direct na een positief besluit over de oprichting wordt begonnen worden met implementatievoorbereidingen.
Het Risicobeheerfonds kan de eerste jaren in financiële problemen komen door grote schaden.
Midden
In de eerste jaren is er relatief veel herverzekering om de financiële druk op het eigen behoud van het Risicobeheerfonds te beperken. Het maximale eigen behoud per schade is € 5 miljoen en per jaar eveneens € 5 miljoen (nog nader over te onderhandelen met herverzekeraars).
De voordelen van het Risicobeheerfonds kunnen de eerste jaren nog niet maximaal zijn omdat het leggen van koppelingen met aanpalende systemen bij gemeenten langer duurt dan gedacht.
Midden
Omschrijving risico
46
Door het Programma Management is met behulp van externe expertise het Target Operating Model van het Risicobeheerfonds vastgesteld. In dit TOM zijn de datastromen inzichtelijk gemaakt. Hierin is ook gebruik gemaakt van de kennis van een aantal verzekeringsambtenaren die betrokken zijn om mee te denken en te helpen de aansluiting te maken met de praktijk. Daarnaast kan, indien nodig, het Risicobeheerfonds gefaseerd geïntroduceerd worden, waarmee additionele implementatietijd ontstaat voor de gemeenten waarmee dataleveringsproblemen bestaan. Daarnaast zal zo spoedig als mogelijk worden gestart met het maken van koppelingen om de realisatietijd zo kort mogelijk te maken. Op deze manier kunnen gemeenten die deelnemen snel gebruik maken van deze koppelingen, omdat in de implementatievoorbereiding al is bepaald wat de vereisten zijn voor de noodzakelijke koppelingen. Risicoweging Risicoreactie
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
9 Confrontatiematrix
aanbevelingen/opvolging ■ 9.1
Interne Adviesgroepen
Alle aanbevelingen van de VNG adviesgroepen zijn gebundeld in een confrontatiematrix. Hierin is ook aangegeven wat er met de aanbevelingen is gedaan. Dit is opgenomen in bijlage 19. De adviesgroepen zijn: • VNG Commissie Financiën; • Netwerk Directeuren Financiën en Concerncontrollers 100.000 + gemeenten; • College van Dienstverleningszaken; • RisicoPlatform Overheden; • VerzekeringsPlatform Overheden. Apart zijn vermeld de randvoorwaarden als genoemd door de wethouders Financien G4 ■ 9.2
Overige partijen
Evenzo is een confrontatiematrix gemaakt van de aanbevelingen van overige betrokken partijen. Deze overige partijen zijn: • KPMG; • Insight-into Actuarial Risks; Zie hiervoor bijlage 19.
47
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
10 Operationele uitwerking
■ 10.1 Operating model met processen, data,
technologie en organisatie
Het operating model van het Risicobeheerfonds richt zich op kerncompetenties, wendbaarheid en een beheerste bedrijfsvoering. Zie de Blauwdruk in de bijlagen 6 en 7. In de IT architectuur wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van hetzelfde platform, met losse pakketten voor risicomanagement en verzekeren, mits passend bij de eisen. Data wordt beheerd als een strategische asset, met een sterke nadruk op dataveiligheid en–kwaliteit.
Operating Model | Gemaakte keuzes
Belangrijkste gemaakte keuzes in het Operating Model Deze kaders van het Operating Model zullen verder moeten worden gevalideerd (met KPMG), met het oog op de DNB vergunningsaanvraag
Processen
1.
Kern van de operatie door 9 primaire bedrijfsprocessen: We onderkennen 9 primaire bedrijfsprocessen 1 die worden uitgevoerd ;
2.
Nauwe samenwerking Risicomanagement en Verzekeren: Het onderscheidende van de propositie is de samenwerking van Risicomanagement en Verzekeren. Vanuit Risicomanagement volgt input voor o.a. premievaststelling, vanuit Verzekeren volgt input voor o.a. bepalen risicoverlagende maatregelen. Gefaciliteerd door data.
3.
Zoveel mogelijk non-core uitbesteden: Risicobeheerfonds besteedt een bedrijfsfunctie in als deze kern is voor de propositie, tenzij een andere partij dit effectiever of efficiënter kan gegeven de schaal & complexiteit, tenzij dat niet mag in verband met compliance eisen. Voor kritische functies is het vaststellen van de dienstverlening essentieel, hierover zullen goede afspraken gemaakt moeten worden met leveranciers.
1.
Data architectuur is state-of-the-art: De data architectuur moet veel kunnen; is flexibel, ontsluit verschillende interne en externe bronnen, om deze bij elkaar te brengen in analyses, en voldoet aan hoogste veiligheidsnormen en kwaliteitseisen;
2.
9 datadomeinen: Het Risicobeheerfonds identificeert 9 datadomeinen. Data over gemeenten, verzekerde objecten, risicoadvies, verzekeringstechniek, schades, finance, risk & compliance, integrale BPM, en ondersteuning;
Data 3.
Data governance solide ingericht: Elk domein heeft een data steward als eindverantwoordelijke. Deze borgt de datakwaliteit en veiligheid van de data die bij het domein hoort. Dit voorkomt dat data verschillende versies krijgen en borgt een single source of truth. De directie ziet toe op het opstellen en naleven van het data beleid.
1.
Technologie
2.
3.
1.
Organisatie
2.
3.
IT architectuur met microservices zoveel mogelijk van zelfde platform: Het Risicobeheerfonds hanteert een loosely coupled microservices model, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van dezelfde (erkende) platform technologie. De logica is dat de technologie dan native met elkaar integreert terwijl onderdelen ook makkelijk te vervangen zijn. Dit komt de beperking van de complexiteit en zo de schaalbaarheid ten goede; Pakketten voor risicomanagement en verzekeren: Voor de functies risicomanagement en verzekeren zijn er mogelijk geschikte marktstandaard pakketten beschikbaar. Als deze voor > 80% voldoen aan de eisen zullen we hiervoor kiezen. Zo niet, dan gaan we voor low code oplossing; Microsoft tenzij: Voor de platform technologie is de (verder te valideren) hypothese dat Microsoft Azure geschikt is voor het Risicobeheerfonds: een erkende leverancier met hoge innovatiekracht en security standaarden. Risicobeheerfonds als compacte organisatie: De organisatie bestaat uit een directie (CEO, COO en CFRO), hiervan zijn CEO en CFRO statutair. Rekening houdend met de schaal en groei mogelijkheden is de organisatie wendbaar en flexibel ingericht, startend met minimale bezetting.
Uitbestedingsverantwoordelijkheid is expliciet belegd bij rollen; Sleutelfuncties expliciet geplaatst: Een Solvency-II verzekeraar omvat vier sleutelfuncties: risicomanagement, compliance, actuariële en interne audit functie. Deze functies zijn expliciet geplaatst in de governance en organisatiestructuur; Medewerkers dragen actief de kernwaarden uit: Voor elke kernwaarde is de vertaalslag gemaakt hoe medewerkers deze actief uitdragen. Dit om te zorgen dat de gewenste cultuur wordt gecreëerd en gehandhaafd.
1Primaire bedrijfsprocessen: 1. Monitoring & analyse risico’s, 2. Risicoadvies, 3. Begeleiding en uitvoering maatregelen, 4. Overige diensten, 5. Analyse collectieve patronen, 6. Product & premie, 7.
Polisadministratie, 8. Schade afhandeling, 9. Gemeentebediening
48
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
5
Technologie | Geschiktheid typen software
Per domein van het Risicobeheerfonds zijn verschillende typen software geschikt1 S t u r in g & v e r a n t w o o r d in g
T o e lic h t in g 2
R is ic o b e h e e r f o n d s o r k e s t r a t ie
De keuze voor type software volgt een logische volgordelijkheid in lijn met de inrichtingsprincipes van het Risicobeheerfonds:
Generieke platform SaaS (Microsoft kantoorautomatisering)
Generieke platform SaaS Gemeentebediening L o w C o d e in d ie n m o g e lijk ( p o r t a a l)
G e n e rie k e p la t f o r m S a a S (C R M & k la n tc o n ta c tm n g t )
R is ic o m a n a g e m e n t
V e rze k e re n
Sector specifieke SaaS (mits voor > 80% voldoet aan eisen)
Sector specifieke SaaS
D a t a in t e llig e n c e
Generieke platform SaaS Sect o r s p ecif ieke Sa a S ( Fina nce)
O n d e r s t e u n in g
Generieke platform SaaS (Microsoft kantoorautomatisering)
1In lijn met de inrichtingsprincipes van het Risicobeheerfonds – zoveel mogelijk afname van hetzelfde platform betekent dat deze
onderdelen native met elkaar integreren en dus minder onderhoud vergen. Wel wordt erop gelet dat de afhankelijkheid van het Risicobeheerfonds van één leverancier niet te groot wordt 2Zie bijlage voor integratie typen & mogelijk scenario software leverancier
G enerieke platform SaaS: zoveel mogelijk waar de functionaliteit toereikend is voor wat het Risicobeheerfonds er wil. Dit lijkt te kunnen passen voor het grootste deel van het landschap. Sector specifieke SaaS: voor domeinen waar specialistische lokale kennis wenselijk is maar het Risicobeheerfonds niet persé op hoeft te onderscheiden, kan een lokaal pakket toereikend zijn. Dit zou kunnen gelden voor Verzekeringsfunctionaliteit. Ook voor risicomanagement onderzoeken we of er een passend pakket is. LowCode: voor waar het Risicobeheerfonds op wil onderscheiden/iets unieks biedt, en er geen geschikt pakket of generieke platform technologie is. Dit zou kunnen gelden voor het portaal. Ook als alternatief voor de risicomanagement software is het een optie. HighCode: voor waar LowCode toch onvoldoende flexibiliteit biedt voor wat het Risicobeheerfonds wil bieden. Dit geldt eventueel voor de portalen, als LowCode toch niet past.
Data | Datadomeinen
Er worden datadomeinen gedefinieerd om te zorgen dat informatie niet op verschillende plaatsen in het Risicobeheerfonds onderhouden moet worden Strategie & beleid
FinanceSturen data&
Sturing & verantwoording Balansmgt & Risk & compliance data Finance, control Compliance,
ontwikkelen
vermogensbehe er
& actuariaat
risk & audit
Risicobeheerfonds orkestratie Integrale business management data Vliegwiel procesprocess Vliegwiel proces management
Gemeentebediening
Risicomanagement Community
consultants
Landelijke programma’s
Contact center (call, chat)
Risico- /
Verzekeren
Object data Risicopremiemodellen
Portaal
Gemeente Risico data
optimalisatie
classificatie & pricing Risico advies
Kennis Advies data Risicobeheer databank maatregelen
Product & pricing
Polis data Risico dragen
Polis beheer
Schade data Schade behandeling
Acceptatie1
In/excasso
Data governance & quality
Data platform
Data intelligence Integraal gemeentebeeld
Juridische zaken
Data dashboarding
Data modelling & intelligence
Ondersteuning Overige ondersteunende dataFacilitair, Financiële Personeel & administratie
Organisatie
inkoop, etc.
Toelichting ! Datadomeinen: De data governance is ingericht langs data-domeinen. Datadomeinen zijn clusters van activiteiten en data die met elkaar samenhangen. Dit betekent dat datadomeinen grotendeels te plotten zijn op het bedrijfsfunctiemodel (zie hiernaast). Door deze domeinen goed af te bakenen voorkomt Risicobeheerfonds dat informatie op verschillende plaatsen in de organisatie onderhouden moet worden. Het onderhouden van data, zoals een polis, is de verantwoordelijkheid van één datadomein. ! Single source of truth: kerndata wordt altijd op één plaats beheerd. Daarmee ligt ook de verantwoordelijkheid voor de datakwaliteit op die plaats. Hiermee zorgen we ervoor dat bijvoorbeeld een gemeente maar één keer in de systemen voorkomt. We identificeren 9 belangrijke domeinen voor het Risicobeheerfonds.
IT
7
De organisatie is compact en flexibel ingericht, met een focus op de kernactiviteiten.
49
Oprichtingsplan Risicobeheerfonds Nederlandse Gemeenten NV
Organisatie | Organisatiestructuur
De organisatie is functioneel en compact met focus op de kernactiviteiten Totaal: 42 FTE
Directie Statutair
C EO
3 FTE
C OO
C FR O
T o e lic h t in g
Statutair
Sleutelfuncties Actuarieel, Audit, Risk & Compliance + Balansmgmt & vermogensbeh.
M a na g er
M a na g er
D ire c tie a d v is e rin g & s u p p o rt
Fina nce & r is k 5 FTE
3 FTE
Facilitair, inkoop, etc.
Inschatting FTE o.b.v. minimale bezetting, bij aansluiting extra gemeentes zit de toename FTE met name in risicomngt consultants & klantenservice.
Σ
JZ+ Finan. Administratie + In/-excasso
P e r s o n e e l & O r g a n is a t ie
Business process management
1 FTE
Uitbesteding is expliciet belegd binnen de teams met verantwoordelijke.
1 FTE
Personeel & Organisatie In t e r n e a u d it 1 FTE
M a na g er
M a na g er
V e rz e k e re n
G e m e e n te b e d ie n in g
R is ic o m a n a g e m e n t
D a t a in t e llig e n c e & IT