CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Stedenbouwkundig plan Kruithuisweg-Mekelweg versie d.d. 13 mei 2026 + djumanr 6433820

Commissie Ruimte en Verkeer 30 juni 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstel - Stedenbouwkundig plan Studentenhuisvesting Kruithuisweg30.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

EWI

De stedelijke laag van Campus Midden en bijzonder landmark

Deze ruimtelijke logica, een stevige stedelijke laag, een herkenbaar groen Mekelpark-profiel en zorgvuldig geplaatste hoogteaccenten— geeft campus midden een sterke en leesbare identiteit. Belangrijk is dat deze continuïteit niet aanwezig is op campus zuid, waar de ruimtelijke structuur gefragmenteerd is en de stedelijke laag nog in ontwikkeling is. Het sportkwadrant ligt precies op de overgang tussen deze twee gebieden en is nu vormgegeven als een functionele weg door het groen. De sportvoorzieningen zijn in de huidige situatie niet georiënteerd op de Mekelweg. De stedenbouwkundige opgave is om de discontinuïteit tussen de gebieden op te heffen met een nieuw stedenbouwkundig ensemble aan weerzijden van de Mekelweg. Hierbij komt de kwaliteit van het gehele sportcluster beter tot zijn recht en krijgen de sportfuncties meer positieve interactie met de directe omgeving door duidelijke structuren en zachte overgangen.

EWI

Daarnaast zijn de cultuurhistorische waarden van de Mekelweg een belangrijk uitgangspunt. Het behoud van de herkenbare hoofdas met het groene profiel wordt benadrukt, evenals het belang van monumentale gebouwen, de alzijdigheid van bebouwing en de orthogonale structuur van de achterliggende gebieden. Ook wordt geadviseerd de kwaliteit van de openbare ruimte te versterken en de nieuwe bouwvolumes in samenhang met de bestaande campusarchitectuur te ontwerpen. Deze aspecten vormen een cruciale basis voor dit stedenbouwkundig plan.

N

Stedenbouwkundige analyse huidige sitiatie

19

De Aula

Het RID

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

Bij het sportkwadrant constateert de analyse bovendien een bijzondere asymmetrie in het profiel van de Mekelweg. Aan de oostzijde bevinden zich deels een watergang en bosschages met grote bomen die deel uitmaken van een bredere ecologische structuur. Deze bomen hebben landschappelijke, ecologische en beeldbepalende waarde en vormt een belangrijke drager voor de toekomstige inrichting. Aan de westzijde liggen meer verkeersfuncties, adressen en stedelijke functies. Hieraan kan nieuwe bebouwing zich logisch concentreren. Deze asymmetrie is niet een te corrigeren onbalans, maar juist een kwaliteit die richting geeft aan het ontwerp. Het vormt de basis voor een nieuwe stadslaan met een stedelijke westzijde en een ecologisch groene oostzijde. Deze ruimtelijke en cultuurhistorische inzichten leiden tot een eerste set conclusies: Principe: een parkachtige Mekelweg De smalle Mekelweg wordt verbreedt tot een parkachtige Mekelweg: een noord–zuid verbinding met een uitgesproken asymmetrisch profiel. • Aan de westzijde ligt het stedelijke accent met de hoofdstructuur voor langzaam verkeer. Hier bevindt zich het hoofdfietspad, de busbaan en de ruimte voor adressering van toekomstige gebouwen. • De oostzijde behoudt en versterkt waar mogelijk haar groene kwaliteit en diversiteit met grote rijen bomen en een doorlopende groenstructuur.

Deze ingreep versterkt de verbinding tussen Campus Midden en Zuid en draagt bij aan een sociaal veilige, aantrekkelijke en gezonde omgeving. Principe: doortrekken van de stedelijke laag De stedelijke laag van Campus Midden wordt doorgetrokken naar het zuiden. Nieuw is dat deze stedelijk laag met een levendige plint (openbare voorzieningen op de begane grond) wordt vormgegeven langs de ‘Mekelweg’. Hierdoor ontstaat een continue stedelijke basislaag van 16 – 22 meter, die de laan ruimtelijk begrenst en het ontspannen groene campusbeeld waarborgt en stedelijke levendigheid toevoegt door de menging van wonen en plintfuncties.

N Een herkenbaar en zichtbaar stedelijk ensemble als aantrekkelijke en sociaal veilige verbinding tussen Campus Midden en Campus Zuid

20

Zorgvuldig geplaatste torens maken het ensemble zichtbaar op zowel campusschaal als op de schaal van de stad

Principe: markant en herkenbaar stedelijk ensemble Er ontstaat een herkenbaar ensemble door in de kwadranten van het kruis Mekelweg-Kruithuisweg stedelijke bebouwing te realiseren die zich oriënteert aan de ‘Mekelweg’. Door middel van zorgvuldig geplaatste torens en accenten ontstaat een herkenbaar en samenhangend stedelijk ensemble dat zichtbaar is op zowel campusschaal als op de schaal van de stad. De torens markeren belangrijke zichtlijnen, vanaf de Mekelweg op de Campus Zuid, langs de Kruithuisweg en vanaf station Delft Campus. De torens begeleiden de aanlooproutes naar de campus en versterken zo de identiteit van het stedelijke interactiemilieu. De markering met torens sluit bovendien aan op het bebouwingsconcept dat rond station Delft Campus wordt toegepast. Daar wordt ook met hoogteaccenten ingezet op het creëren van een duidelijke stedelijke (interactie-)plek rondom de grote infrastructuur van de Kruithuisweg en de spoorlijn. Het sportkwadrant vormt daarmee een logisch vervolg op deze stationsensemble-equivalent. Samen vormen ze een reeks van herkenbare stedelijke markeringen die de campus en haar stedelijke omgeving als één consistent innovatiedistrict leesbaar maken. Principe: diagonale positionering landmarks en torens De hoogste torens worden niet hoger dan 70 meter om de bestaande hiërarchie qua hoogbouw op de campus in stand te houden.

De hoogste toren komen op de hoeken van de verschillende bouwblokken, in lijn met de bestaande diagonale positie van campusaccenten zoals Aula, EWI en RID. Dit zorgt ervoor dat het nieuwe silhouet logisch aansluit op het bestaande campusprofiel, het ensemble herkenbaar is op afstand én het gebied als schakel zichtbaar maakt vanaf de Kruithuisweg en station Delft Campus. Afhankelijk van de windhindereffecten op maaiveld is deze maximale hoogte mogelijk toe te passen.

N

Het bebouwingsconcept dat rond station Delft Campus en het Sportkwadrant vormen samen een reeks van herkenbare stedelijke markeringen die de campus en haar stedelijke omgeving

21

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

3.3 Bouwvelden en rooilijnen De bouwvelden en rooilijnen vormen de stedenbouwkundige vertaling van de visie op het sportkwadrant en de nieuwe ‘Mekelweg’. De rooilijnen zijn parallel gelegd aan de ‘Mekelweg’, waarmee een heldere en consistente stedenbouwkundige lijn ontstaat. De drie bouwblokken — het noordoostelijke blok (NO), het zuidwestelijke blok (ZW) en het zuidoostelijke blok (ZO) — worden als rechthoekige volumes vormgegeven, steeds onder een hoek van 90 graden ten opzichte van de ‘Mekelweg’. Deze orthogonale positionering sluit aan bij de cultuurhistorische structuur van de campus, waarin rechte lijnen, haakse verkaveling en alzijdigheid belangrijke ruimtelijke dragers zijn. Het resultaat is een heldere stedelijke wand die de ‘Mekelweg’ ruimtelijk zoveel mogelijk begeleidt en zo de Campus Midden verbindt met de Campus Zuid.

NO

Rooilijn Mekelweg Westelijke rooilijn De westelijke rooilijn volgt de bestaande positie van de oostgevel van gebouw X. Door deze rooilijn als referentie te gebruiken, ontstaat een consistente stedelijke wand die de noord–zuid leesbaarheid van de campus versterkt.

onderzoeksvraag bij 1/2 veld vergroten 1/4 veld ontstaat een naar 1/2 veldveld verschoven 3de hockeyveld wens nieuw

Oostelijke rooilijn De oostelijke rooilijn wordt bepaald door de instandhouding van de bestaande bomenrijen. Hiervoor geldt een minimale afstand van 15 meter tot de bestaande bomen aan de noordzijde om deze groen structuur te behouden en waar mogelijk versterkt wordt. Omdat de bomen verspringen en er ook ruimte nodig is voor licht en een stoep bij de nieuwe gevel is deze maat bepaald. De afstand van de oostelijke rooilijn tot de westelijke rooilijn is ca. 61m. Bouwvelden Hoewel de drie bouwblokken gezamenlijk aan de ‘Mekelweg’ een stedelijke wand vormen, heeft elk blok een eigen footprint die voortkomt uit de nabijgelegen sportfuncties, waterstructuren en ecologische zones. Noordoostelijk blok (NO) • Noordzijde: min. 10 meter afstand tot de bestaande bomen aan de Van den Broekweg. • Oostzijde: min. 2 meter afstand tot de rugbyvelden. • Zuidzijde: rooilijn respecteert de ondergrondse drinkwaterleiding en de ecologische verbindingszone langs de Kruithuisweg. • Het bouwveld van het NO-blok krijgt een langgerekte vorm, ingepast tussen sportvelden, ecologie en de ‘Mekelweg’.

TU Delft - X Rugby velden

TU Delft - X sportvelden

bij 1/2 veld ontstaat een verschuiving van toegezegd 4de hockeyveld

clubhuis

Korfbal ZW

ZO Korfbal

N

Bouwvelden en rooilijnen

Zuidwestelijk blok (ZW) • Noordzijde: minimale afstand tot het water, gelijk aan ZO-blok. • Westzijde: minimaal 2 meter tot de hockeyvelden. Hierbij is als onderzoeksvraag meegenomen om in plaats van 4,25 hockeyvelden 4,5 hockeyvelden mogelijk te maken. • Er ontstaat een bouwveld voor een logisch compact bouwblok.

22

Zuidoostelijk blok (ZO) • Noordzijde: dezelfde minimale afstand als het ZW-blok. • Oostzijde: voldoende ruimte voor het aanleggen van een ruimtelijke overgang (bijv. twee rijen bomen) tussen het blok en de te behouden van sportvelden van Fortuna. • Hierdoor ontstaat een bouwveld voor het nieuwe bouwblok en mogelijkheden voor ecologische versterking en behoud van achterliggende sportfuncties.

3.4 Bebouwingstypologie De bebouwingstypologie vormt de ruimtelijke en architectonische uitwerking van de gekozen stedenbouwkundige structuur. De drie bouwblokken — noordoost, zuidwest en zuidoost — worden vanuit een gemeenschappelijk principe opgebouwd, met variatie waar de context daarom vraagt.

De schema’s tonen de samenhang tussen de bouwblokstructuur, de stedelijke hoogte, de positionering van torens en accenten, de binnenhofkwaliteit en de levendige plintprogrammering. De bebouwingstypologie rust op zes samenhangende principes:

Gesloten bouwblokken met geluidluwe binnenhoven

De stedelijke laag

Torens als markant stedelijk ensemble

Strategische positionering en setbacks voor windcomfort

Monumentale poorten en levendige plinten

Variatie en samenhang in beeldkwaliteit en kronen

De gesloten bouwblokken definiëren de ‘Mekelweg’ en begeleiden deze over een zo lang mogelijke lengte met bebouwingswanden. De gesloten bouwmassa beschermt tegen het geluid van de Kruithuisweg. Binnen deze bouwblokken ontstaan groene, geluidluwe binnenhoven, die essentieel zijn voor een goed woon- en leefklimaat. Deze hoven zorgen ervoor dat minimaal 50% van de woningen aan een geluidsluw georiënteerde zijde ligt. De binnenhoven worden ingericht als hoogwaardige groene verblijfsruimtes, met aandacht voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en sociale interactie. Zij vormen het hart van elk bouwblok.

De hoogste torens worden maximaal 70m hoog. De maximale hoogte is afhankelijk van de windhindereffecten om de verblijfsfunctie van de openbare ruimte te borgen (zie bijlage A HER). Ze worden geplaatst op strategische posities en sluiten aan op de diagonale structuur van bestaande accenten (Aula – EWI – RID) langs de Mekelweg. De torens worden voorzien van setbacks t.o.v. de stedelijke laag om windhinder in de openbare ruimte te beperken. De teruglegging van de torens geeft een aangenaam straatprofiel met een menselijk maat. En zorgt ervoor dat de windstromen langs de ‘Mekelweg’ en de binnenhoven beheersbaar blijven.

De bouwblokken krijgen een stedelijke laag met hoogtes van 16–22 meter, aansluitend op de bouwhoogtes die typerend zijn voor Campus Midden. Deze hoogte kan per bouwblok licht variëren om te reageren op bezonning, zichtlijnen en specifieke contextuele condities. De stedelijke laag vormt de horizontale drager van het ensemble: een continue wand die de Mekelweg begeleidt.

Met monumentale poorten worden de bouwblokken geadresseerd aan de ‘Mekelweg’. Deze poorten bieden toegangen tot de groene binnenhoven en geven een gevoel van doorwaadbaarheid. Met levendige plinten in de bouwblokken aan de ‘Mekelweg’ is er ruimte voor allerlei publieke of semipublieke functies die bijdragen aan een levendige innovatieve sportieve sfeer en voor iedereen (jongeren, studenten, stadsbewoners) aansprekend en inclusief zijn. De buitenruimte bij de plinten worden uitnodigende ontmoetingsplekken in het groen. Zo ontstaat levendigheid gedurende het grootste deel van de dag (’ogen op de weg’) wat bijdraagt aan de sociale interactie en veiligheid.

23

Per bouwblok worden torens toegevoegd die daardoor samen een herkenbaar stedelijk ensemble vormen. De torens worden op de campusschaal en de stadsbeeld-schaal ervaren. De torens versterken de oriëntatie en verminderen de barrière-werking van grote infrastructuur. Dit ensemble van torens sluit aan op de ontwikkeling van een vergelijkbaar ensemble met torens rond Station Delft Campus. Beiden ensembles markeren belangrijke interactieplekken in het Innovatiedistrict Delft. De torenbeëindigingen worden markant ontworpen wat bijdraagt aan de ensemblewerking.

Elk bouwblok kan een eigen architectonische uitwerking krijgen, conform de richtlijnen uit het Beeldkwaliteitsplan. De nieuwe bouwblokken vormen samen een herkenbaar ensemble door middel van: • vergelijkbare proporties in de stedelijke laag en plint, • een systematische positie van torens, en • bijzondere “kronen” op de torens die de blokken als ensemble leesbaar maken. • een beeldkwaliteit die met inzet op een ‘familie’ van verschillende bouwblokken

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

3.5 Hoogtes De hoogteopbouw van de drie bouwblokken volgt de ruimtelijke logica van de TU Delft Campus en bouwt voort op de analyse van Campus Midden, waar een herkenbare stedelijke hoogte en strategisch geplaatste accenten het silhouet bepalen. De hoogtestructuur in het sportkwadrant vormt een zorgvuldig uitgebalanceerde combinatie van continuïteit (de stedelijke laag) en markeringen (de torens), zoals weergegeven in de hoogteschema’s.

Middelhoge accenten: circa 25–40 meter Boven de stedelijke basishoogte kunnen delen van de bouwblokken worden verhoogd tot circa 40 meter, afhankelijk van: • bezonningsstudies, • maatregelen voor geluidswering, • en programma-intensiteit.

Stedelijke laag: circa 16–22 meter Alle drie de bouwblokken krijgen een stedelijke basishoogte van 16–22 meter. Deze hoogte sluit aan bij de stedelijke laag die kenmerkend is voor Campus Midden en vormt de bebouwingswand die de Mekelweg begeleidt.

Deze middelhoogtes vormen een laag voor de overgang tussen de stedelijke plint en de torenaccenten. Zij beperken schaduwwerking, zorgen voor een gelaagd silhouet en sluiten aan op de bestaande hoogtevariatie langs de Mekelweg.

De stedelijke hoogte: • definieert het profiel van de nieuwe ‘Mekelweg’; • verbindt Campus Midden en Zuid in een continue ruimtelijke lijn; • vormt de basis voor een prettige schaalbeleving voor voetgangers; • maakt de positionering van torens binnen de blokken helder en leesbaar

Torens: circa 50-65 meter Twee van de drie bouwblokken worden voorzien van een toren met een hoogte van circa 50–65 meter. Deze hoogte is bepaald op basis van de uitgevoerde windhinderstudie en een nadere uitwerking van de max. 70m. Deze hoogte sluit aan bij de campusanalyse, waarin hoogteaccenten een bandbreedte van 30–70 meter kennen, met enkele iconische uitschieters zoals EWI.

De torens vervullen drie stedenbouwkundige rollen: • markering van de ‘Mekelweg’ • ze geven de nieuwe stadslaan een herkenbaar ritme en • versterken de leesbaarheid van het gebied op grote afstand. Onderling relatie tussen torens en accenten De verticale accenten zijn zorgvuldig gearticuleerd: torens domineren het hoogtebeeld, terwijl lagere accenten hierop reageren. Het onderlinge hoogteverschil zorgt voor een gelaagd en harmonieus spel in de skyline. Aansluiting op de diagonale campuslogica De torens worden gepositioneerd volgens de diagonale reeks van bestaande campusaccenten (Aula – EWI – RID). Hiermee sluiten zij aan bij het campusprofiel en vormen zij een logisch vervolg in deze visuele lijn.

De hoogteopbouw van de drie bouwblokken volgt de ruimtelijke logica van de TU Delft Campus en bouwt voort op de skyline van Campus Midden, waar een herkenbare stedelijke hoogte en strategisch geplaatste accenten het silhouet bepalen

24

Samenhang met Station Delft Campus De torens sluiten aan op de hoogteopbouw rond Station Delft Campus, waar eveneens met markante hoogteaccenten wordt gewerkt. Samen vormen station en sportkwadrant herkenbare stedelijke knooppunten binnen het Innovatiedistrict. Setbacks en windcomfort Zoals geïllustreerd in de tekeningen, worden de torens teruggelegd om een prettig windklimaat op maaiveldniveau te waarborgen. Deze setbacks: • voorkomen versnelde windstromen langs de blokranden • borgen van een hoge verblijfskwaliteit van de ‘Mekelweg’ • geven de bebouwing een menselijke maat, tot deze hoogte kan je contact hebben met het maaiveld • beschermen de binnenhoven tegen neerwaartse windval

50-65 m Torens

25-40 m

Accenten

[stedelijke bouw hoogte] 16-22 m 0-7 m Plint

De hoogteopbouw van de bouwblokken

De precieze toepassing is verder uitgewerkt in de Hoogbouweffectrapportage, waarin windhinder, turbulentie en doorstroming worden gemodelleerd.Van belang is dat de ‘Mekelweg’ zoveel mogelijk comfort biedt, daarom wordt ingezet op de windnorm ‘verblijven’ bij de voorziene ontmoetingsplekken en ‘slenteren’ bij de middenberm van de ‘Mekelweg’. Consistentie tussen blokken, variatie in silhouet Hoewel elk bouwblok een eigen footprint en plaatsing van accenten heeft, ontstaat door de driedeling in stedelijke hoogte, middelhoogte en torens een samenhangend en logisch silhouet. • • •

De stedelijke hoogte vormt het continue fundament. De middelhoogtes zorgen voor geleidelijke overgangen. De torens markeren de belangrijkste knooppunten en zichtlijnen.

Samen zorgt deze opbouw voor: • herkenbaarheid op afstand, • een aangename menselijke schaal op straatniveau, • een robuuste aansluiting op de bestaande campusstructuur, • én een logisch vervolg op de accenten rond Station Delft Campus.

N Plattegrond hoogteschema

25

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

3.6 Groen en blauw Het groene en blauwe raamwerk vormt de drager van het stedenbouwkundig plan ‘Mekelweg’. Het legt de basis voor ecologie, klimaatadaptatie, verblijfskwaliteit en de sportieve identiteit van het sportkwadrant. De inrichting combineert bestaande landschappelijke waarden met nieuwe structuren die de ‘Mekelweg’ als parkruimte versterken. De asymmetrische opzet van de parkachtige ‘Mekelweg’ – meer stedelijk aan de westzijde, landschappelijker aan de oostzijde – is leidend voor de groen- en blauwstructuur en voor het integreren van sport als overkoepelend thema. Bestaande situatie: groene structuren en ecologische dragers In en rond het plangebied komen twee belangrijke landschappelijke structuren samen. Aan de noordzijde sluit het gebied aan op het Mekelpark, een doorlopende groene noord-zuidas die de ruimtelijke basis vormt van Campus Midden. Deze groene as loopt visueel en functioneel door richting het Sportkwadrant en wordt hier voortgezet door twee groene structuren: • de bestaande windsingel langs de sportvelden, gevormd door doorgeschoten bosplantsoen, • de bestaande noord–zuid georiënteerde iepenrij langs de Mekelweg. Samen vormen deze elementen de huidige groene drager van de noord-zuidverbinding.

In het stedenbouwkundig plan worden deze groene structuren behouden, waar nodig open gemaakt voor zicht en sociale veiligheid, en vormgegeven om één herkenbare groene campus as te vormen die Campus Midden en Campus Zuid ruimtelijk met elkaar verbindt. Daarnaast bevindt zich langs de Kruithuisweg een brede oost-west georiënteerde ecologische zone, met bomenrijen, ruigtestruweel en watergangen aan beide zijden van de weg. Deze structuur fungeert als ecologische corridor en is van belang voor diverse diersoorten, waaronder vleermuizen en kleine zoogdieren. Belangrijk is om deze zone zo veel als mogelijk barrièrevrij door te laten lopen, bijvoorbeeld door het toepassen van faunapassages, verlaagde stoepen en minimale afstand tussen (nieuwe) groenstructuren. De kruising van deze oostwest en noord-zuid structuren maakt het sportkwadrant tot een ecologisch knooppunt waar campus, stad en landschap elkaar raken.

N Bestaande situatie

N Strategie toekomstige situatie

Bestaande situatie

Boomsingel langs de Mekelweg

Watergang ten zuiden van de Kruithuisweg

26

Bossage langs ZO blok

Watergang ten noorden van de Kruithuisweg

Boomstructuur en boombesparend ontwerp De bomenstructuur in het plangebied – bestaande uit de noord-zuid georiënteerde windsingel langs de sportvelden en de iepenrij langs de Mekelweg – vormt een belangrijke groene drager van de toekomstige Mekelweg. Het stedenbouwkundig plan richt zich daarom niet op het sparen van individuele bomen, maar op het behouden, diversifiëren én waar mogelijk versterken van de groene structuur als geheel. Hiervoor is stedenbouwkundig vastgelegd dat de rooilijn op voldoende afstand achter de bomen wordt gelegd om de groene structuur te borgen. Deze bestaande structuur heeft momenteel een vorm als doorgeschoten bosplantsoen, met beperkte kroonontwikkeling en weinig ondergroei. Binnen het plan wordt deze structuur in een periode van circa tien jaar geleidelijk getransformeerd tot een toekomstbestendig ecosysteem met: • een gelaagde opbouw van bomen, struiken en kruidenrijk maaiveld • verbeterde lichttoetreding en openheid voor sociale veiligheid • een natuurlijke, en waar ruimtelijk passend een natuurvriendelijke, oeverzone in plaats van een dichte struiklaag • ruimte voor nieuwe aanplant die de continuïteit van de noord-zuid as borgt.

Een deel van de bestaande bomen blijft staan om de huidige ecologische corridor direct te behouden, terwijl selectief wordt uitgedund waar bomen onvoldoende levensverwachting hebben of de transformatie naar een meer diverse structuur beperken. Nieuwe bomen worden strategisch toegevoegd in dezelfde noord-zuid lijn, zodat de herkenbare bomenstructuur niet alleen in stand blijft, maar sterker en toekomstbestendiger wordt. Deze aanpak vormt geen traditionele boombesparende strategie gebaseerd op individuele waarde, maar een structurele landschapsstrategie, gericht op het duurzaam versterken van de ecologische continuïteit van de campus. Hiernaast zijn de indicatieve maatregelen voor de bomen in beeld gebracht. Dit dient nader uitgewerkt te worden. De definitieve aantallen worden pas bepaald zodra er een openbare ruimte inrichtingsplan wordt opgesteld voor dit gebied. De technische beoordeling van de bestaande bomen, inclusief conditieanalyse, selectie voor gefaseerde vervanging, groeiplaatsverbetering en kaders voor herplanting, is opgenomen in Bijlage C – Boombesparend plan en natuurinclusiviteit.

Voorstel voor toegevoegde bomen, indicatief, nader uit te werken

voorstel nieuwe bomen indicatief 115-120 st voorstel te kappen slechte en matig bomen indicatief 35-40 st voorstel gekapt bomen om ruimte te maken indicatief 50-60 st voorstel bomen om te behouden indicatief 25-35 st groot bomen (Stamdiameter 50-100 cm)

27

Voorstel voor gekapte en behouden bomen, indicatief, nader uit te werken

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

De ‘Mekelweg’ als landschappelijke en sportieve drager De parkachtige Mekelweg wordt de centrale openbare ruimte van het sportkwadrant. Haar asymmetrische profiel weerspiegelt zowel de landschappelijke als de stedelijke kwaliteiten van de campus: • Aan de westzijde krijgt de laan een meer stedelijk karakter met actieve plinten, entrees direct grenzend aan de openbare ruimte, zitranden en een duidelijke adressering van de bouwblokken. • Aan de oostzijde van de Mekelweg ontstaat de mogelijkheid om een landschappelijk-sportief karakter, waar groen, ecologie en sport met elkaar kunnen worden verweven. De bestaande bomenlaan vormt een groene ruggengraat in de noord-zuid richting. In het groen is er ruimte voor bijvoorbeeld informele beweegroutes, veldranden, sportieve tussenruimten en verblijfsplekken. • In het profiel is er ruimte voor een brede noord-zuid voetgangersroute. Deze route vormt de primaire voetgangersverbinding over de Mekelweg. Om het sportieve karakter van het gebied te versterken, is er een kans door deze voetgangers-as vorm te gegeven als een atletiekbaan-achtige looplijn, die de identiteit van de Mekelweg als sportieve stadslaan kan benadrukken. Deze tweezijdige programmering maakt sport zichtbaar en toegankelijk in het dagelijks gebruik van de ‘Mekelweg’.

De suggestieve overzichtstekening toont hoe voetpaden, groen, sportzones en waterstructuren zich tot de bouwblokken mogelijk kunnen verhouden in een nieuw profiel van de laan. De belangrijkste ruimtelijke uitdaging binnen het sportkwadrant ligt in het gebied tussen de noordelijke en de zuidelijke bouwblokken, waar geen bebouwingsmassa aanwezig is, om de ‘Mekelweg’ vanzelfsprekend te begeleiden. Juist in deze open ruimte ontstaat de noodzaak om Noord en Zuid niet alleen fysiek, maar ook ruimtelijk, landschappelijk en programmatisch met elkaar te verbinden. De sprong tussen beide delen van de campus wordt daarmee een cruciale opgave voor de kwaliteit en leesbaarheid van de ‘Mekelweg’.

N Het gebied tussen de noordelijke en zuidelijke bouwblokken als ruimtelijke uitdaging

Referentiebeelden sportief ingericht verblijfsgebied

28

N De nieuwe Mekelweg heeft een asymmetrisch karakter, met een stedelijke en een landschappelijke zijde, en is ingericht als een sportief en landschappelijk verblijfsgebied en verbindingsroute

Deze zone wordt doorsneden door de infrastructuur van de Kruithuisweg en de onderdoorgang. Waar de stedelijke wanden ophouden, moet de openbare ruimte de begeleiding overnemen. Daarom wordt in dit gebied ingezet op een actieve, herkenbare en zorgvuldig geprogrammeerde openbare ruimte die het ontbreken van bebouwing compenseert door ruimtelijke continuïteit te creëren. Het programmeren van deze ruimte is essentieel. De open ruimte biedt kansen om aan te sluiten op het thema sport van het sportkwadrant en een groenblauw verblijfsgebied te maken, welke de noordelijke en zuidelijke delen van de Mekelweg met elkaar verbindt. De onderdoorgang biedt niet alleen kansen om functioneel verbeterd te worden, maar ook programmatisch en ruimtelijk geactiveerd. Door bijvoorbeeld de thema’s sport, beweging en verlichting op een samenhangende manier te integreren, kan hier een herkenbare en sociaal veilige verbinding op maaiveldniveau ontstaan.Verlichting dient gericht te zijn op de langzaam verkeer en verblijfplekken en minimaal op de groenblauwe structuren i.v.m. impact op de ecologie in dit gebied.

Mekelweg

STEDELIJKE WESTZIJDE

LANDSCHAPPELIJKE OOSTZIJDE

Naast de continuïteit van de bomenlaan — die de ‘Mekelweg’ als groene ruggengraat begeleidt — worden in dit tussenliggende deel ruimtelijke elementen toegevoegd om de verbinding te markeren. Dit kunnen lineaire structuren zijn zoals een pergola, ritmisch geplaatste verlichtingsmasten, een overspannende lichtlijn, of andere architectonische elementen die als dragers van de route functioneren. Deze elementen versterken de oriëntatie, markeren de sprong tussen beide zijden en geven een eigen identiteit aan de laan. Op deze manier wordt de ruimte tussen de noordelijke en zuidelijke bouwblokken niet gezien als een leegte, maar als een kritische schakel in de identiteit en continuïteit van de Mekelweg. Door middel van sport, groen, licht en architectonische structuren wordt hier een krachtige publieke ruimte gecreëerd die de campus daadwerkelijk bij elkaar brengt.

monumentale poorten

toegevoegde bomen

‘pergola’

Verlichtingsmasten / pergola’s om de verbinding tussen Campus Midden en Zuid te markeren

29

bestaande bomen

wadi

Het sportieve karakter van de landschappelijke zijde

plintfunctie

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

Natuurinclusiviteit Natuurinclusiviteit vormt een integraal en leidend uitgangspunt van het stedenbouwkundig plan voor de Mekelweg. De combinatie van een landschappelijke oostzijde, een stedelijk-sportieve westzijde en de robuuste groenstructuren rondom de Kruithuisweg biedt een unieke kans om een rijk en divers ecosysteem te realiseren binnen de TU Delft Campus. De natuurinclusieve strategie richt zich zowel op het behouden en versterken van bestaande kwaliteiten als op het toevoegen van nieuwe groene structuren, ecologische verbindingen en biodiversiteit in, aan en rondom de nieuwe bouwblokken. Algemene natuurinclusieve uitgangspunten: Groen, tenzij Het principe groen, tenzij is leidend: verharding wordt uitsluitend toegepast waar deze ruimtelijk of functioneel noodzakelijk is. Groenzones, binnenhoven en bermen krijgen waar mogelijk een zachte, doorlatende en een biodivers ingerichte bodem. Geleidelijke en natuurvriendelijke oevers De bestaande watergangen blijven gehandhaafd en worden waar mogelijk versterkt door geleidelijke oevers. Rijke, dichte en inheemse oevervegetatie verbetert waterkwaliteit, ecologie en klimaatadaptiviteit. Bij toepassing van natuurvriendelijk oevers worden deze conform de ‘Algemene Regels Natuurvriendelijke Oevers’ van Hoogheemraadschap van Delfland uitgevoerd.

Behouden en versterken van de iepenlaan De bestaande noord-zuid iepenlaan is een kernkwaliteit van het gebied.Van de windsingels rond de sportvelden worden strategisch gekozen bomen behouden en omgeven door dichte beplanting in meerdere lagen (struiken, kruiden), zodat bomen niet in geïsoleerde grasgazon staan. Waar bomen worden verwijderd, worden nieuwe bomen lineair geplant in de groene zone tussen busbaan en fietspad, in de oorspronkelijke structuur.

Meerdere vegetatielagen in groenzones Groenstroken worden ingericht met bomen, struiken en bloemrijke graslanden. Deze lagen kunnen in aaneengesloten structuren of als ‘stepping stones’ worden geplaatst, zodat overzicht en sociale veiligheid behouden blijven. Glooiingen in plantvakken zorgen voor variatie in vochtigheid en dragen bij aan biodiversiteit. Ecologische verbindingen versterken Het gebied maakt deel uit van een bredere ecologische structuur rondom de Kruithuisweg. In de bestaande situatie wordt deze verbinding echter beperkt door de dichte, gesloten struiklaag van de windsingel, waardoor nauwelijks licht doordringt tot het maaiveld en er geen functionele ecologische oever kan ontstaan langs de watergangen. De huidige bosplantsoenstructuur levert daardoor weinig variatie en beperkt de ecologische waarde van de zone. Het stedenbouwkundig plan zet daarom in op een gerichte transformatie van de windsingel door: • het selectief verwijderen van de gesloten struiklaag • het creëren van open plekken door gefaseerde bomenkap • het vergraven en flauwer maken van oevers Zo ontstaat er meer licht en ruimte voor een diverse, natuurvriendelijke oever met kruidenrijke vegetatie, struweelzones en natte graslanden. Deze transformatie vormt de kern van de ecologische kwaliteitsverbetering.

De nieuwe oeverzones bieden habitat voor amfibieën, insecten en watergebonden fauna, terwijl de openheid zorgt voor een robuustere ecologische verbinding tussen de noord-zuid groene structuur en de oost-west corridor langs de Kruithuisweg. De uitwerking op het vlak van natuurinclusiviteit dient gebouwd te worden rond de doelsoorten waarvoor vervolgens inrichtingsprincipes aan de hand van de

Referenties van de natuurinclusieve en ecologische inrichting van groenzones en verbindingen binnen het stedenbouwkundig plan Mekelweg

30

habitateisen worden uitgewerkt. De doelsoorten zoals opgenomen in het Ontwikkelkader EcoCampus (TU Delft) voor dit gebied betreffen de merel, huismus, gierzwaluw, sperwer, egel, ruige dwergvleermuis/ laatvlieger, akkerhommel, argusvlinder, vroege glazenmaker en kleine watersalamander. De groenzones worden vervolgens obstakelvrij met elkaar verbonden, met: • bomenrijen die functioneren als vliegroute voor vogels en vleermuizen, • lichte, gevarieerde struweellagen voor kleine zoogdieren, • ondiepe oevers en natte graslanden voor amfibieën en insecten, • en een doorlopende watergang als hydrologische drager. Waar infrastructuur onvermijdelijk wordt gekruist, worden faunapassages toegepast, bij voorkeur onder het viaduct en onder voet-fietsroutes, zodat ecologische verbindingen ononderbroken blijven. Eventuele nieuwe infrastructuur zoals langzaamverkeersbruggen dienen zo ontworpen te worden dat ze structuren niet verstoren en bij voorkeur versterken. Daarnaast wordt waar mogelijk ingezet op ‘open verbindingen’ in plaats van gesloten duikers, bijvoorbeeld door het toepassen van lichte fiets-voetbruggen bij kleinere infrastructuur. Dit bevordert de continuïteit van water- en groenstructuren en sluit aan op bestaande voorbeelden op de campus, zoals het Kruithuispad ter hoogte van de Mekelweg.

Gebruik van vrijkomend hout Hout uit gekapte bomen wordt hergebruikt als takkenrillen, houtstapels of faunaranden, vooral langs de ecologische zones en als begeleidende elementen bij faunapassages.

Rust- en dynamiekzones Het plan creëert een balans tussen rustige zones – vooral langs de bomenlaan en de waterstructuren – en zones met hogere activiteit, zoals de stedelijke Mekelwegzijde of sportplekken. Een zorgvuldig verlichtingsplan zorgt voor donkerte waar dit ecologisch waardevol is (met name langs water en bomenrijen), terwijl verlichting langs loop- en fietsroutes wordt gericht en beperkt. Hittestress en schaduw Schaduw is essentieel voor prettig verblijf in de openbare ruimte en klimaatadaptatie. Binnen de groenzones en op langzaam verkeerroutes is een doelstelling van minimaal 40% schaduw op 21 juni om 15:30 een belangrijke richtlijn. Meer richtlijnen staan in het gemeentelijk beleid en het Ontwikkelkader EcoCampus van de TU Delft.

Nestvoorzieningen De verschillende bouwhoogten kunnen ook worden ingezet om vanuit natuur inclusief bouwen strategische keuzes te maken over welk type nestgelegenheid in welk gebouw wordt opgenomen. Zo kunnen de torens worden gebruikt voor nestgelegenheid voor bijvoorbeeld de gierzwaluw, middelhoge accenten voor vleermuizen en de stedelijke laag voor soorten als huismus en andere holenbroeders. De verschillende doelsoorten voor dit gebied:

Zichtbare biodiversiteit Op geschikte plekken worden bijenburchten, insectenhotels, vleermuispalen en andere biodiversiteitselementen geplaatst, zodat ecologie herkenbaar en educatief aanwezig is in de openbare ruimte. sperwer

merel

huismus

ruige dwergvleemruis

laatvlieger

vroege glazenmaker

akkerhommel

argusvlinder

egel

kleine watersalamander

kleine modderkruiper

Groene gebouwen Gebouwen worden waar mogelijk omringd door groen, geïnspireerd op succesvolle referenties op de campus, zoals Landbergstraat en Stieltjesweg. Gevels en daken worden (deels) gebruikt voor klimplanten, groene gevels en daken of daktuinen. Ook zullen de gebouwen een belangrijke rol spelen in het bieden van nestgelegenheid voor verschillende gebouwbewonende vogelsoorten en verblijfplaatsen voor vleermuizen.

Geïntegreerde vleermuiskasten

Geïntegreerde insectenhotel

31

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

Water en klimaatadaptiviteit Water en groen vormen samen de robuuste basis voor het klimaat van het sportkwadrant. De TU Delft (o.a. Ontwikkelkader Ecocampus), de gemeente en hoogheemraadschap Delfland hebben belangrijke beleidsambities op het gebied van water en klimaatadaptief bouwen. De toevoeging van nieuwe bebouwing, infrastructuur en sportvoorzieningen betekent dat het gebied verstedelijkt wordt, juist daarom krijgt het blauwgroene systeem een prominente, structurerende rol. Het ontwerp zorgt ervoor dat regenwater zoveel mogelijk binnen het projectgebied wordt opgevangen conform het geldend beleid. Dit beleid gaat uit van water teruggegeven aan de bodem en zichtbaar onderdeel laten zijn van de openbare ruimte. Bij grote neerslagoverschotten wordt het water vertraagd afgevoerd naar het oppervlaktewater. In de toekomst kan het polderpeil van het oppervlaktewater worden aangepast, waardoor extra bergingscapaciteit ontstaat. Zo ontstaat een toekomstbestendig en veerkrachtig campusdeel dat bestand is tegen extreme buien, langdurige droogte en toenemende hittestress.

blijven behouden en worden landschappelijk ingebed tussen bomen, groene oevers en verblijfskwaliteit. Zij functioneren als herkenbare randen van het gebied én als ecologische en hydrologische dragers. De overgang van Campus Midden naar Campus Zuid wordt hierdoor niet alleen ruimtelijk herkenbaar, maar ook landschappelijk verbonden door een continue groene en blauwe onderlaag. Binnen het gebied zelf worden nieuwe infiltrerende structuren toegevoegd die onderdeel zijn van de dagelijkse beleving van de Mekelweg.Verbredingen in groenzones, verlagingen in het maaiveld en subtiele wadi-achtige ruimtes zorgen ervoor dat regenwater tijdelijk kan worden opgevangen voordat het in de bodem infiltreert of worden afgevoerd op het oppervlaktewater. Deze structuren worden niet als technische voorzieningen vormgegeven, maar als natuurlijke elementen die bijdragen aan de identiteit van de laan: groene kamers, graslanden, lijnen van struiken of licht glooiende plantvakken die reageren op neerslag en seizoenen. Binnenhoven als klimaatkamers De drie bouwblokken beschikken ieder over een groen, geluidluw binnenhof. Deze hoven vormen een cruciaal onderdeel van het klimaat adaptieve systeem. Ze krijgen doorlatende en sponsachtige bodems die water kunnen opnemen, bufferen en langzaam afgeven. Regenwater van daken en plinten wordt zichtbaar richting de hoven

Een robuust blauw netwerk als onderdeel van de openbare ruimte De bestaande watergangen rondom het plangebied vormen het uitgangspunt van een versterkt blauw netwerk. Deze waterstructuren

geleid via groene goten of infiltrerende zones, waardoor de relatie tussen gebouw en landschap wordt versterkt. Door hun beschutte ligging hebben de hoven een relatief koeler microklimaat. De aanwezigheid van volwassen bomen, heesterlagen en kruidenrijk groen zorgt voor natuurlijke schaduw, verkoeling en een aangenaam verblijfsklimaat tijdens warme perioden. In natte seizoenen functioneren de hoven als opvangplekken in het hydrologische systeem; in droge perioden dragen zij bij aan het vasthouden van vocht in de bodem en het verbeteren van de luchtkwaliteit. Additioneel kunnen in deze binnenhoven ondergrondse waterbuffers worden geïntegreerd om extra waterberging te realiseren en water op te slaan voor drogere periodes. Gebouwen dragen actief bij aan de waterhuishouding De daken spelen een belangrijke rol in de vertraagde afvoer van regenwater. Door groene daken, retentiedaken of andere vormen van tijdelijke waterberging ontstaat een extra buffer laag die extreme piekbuien opvangt. Deze daken verbeteren het thermisch comfort van de gebouwen, verminderen hittestress in de directe omgeving en verminderen de belasting op de infiltrerende structuren in de openbare ruimte. Het regenwater dat uiteindelijk naar beneden stroomt, wordt vervolgens opgenomen in de groene zones, de binnenhoven of de infiltratiestroken tussen de bouwblokken.

retentiedak

retentiedak

retentiedak

retentiedak

retentie wadi

retentie wadi

ondergrondse water berging infiltratie

infiltratie

infiltratie

Doorsnede ter illustratie van water- en klimaatadaptieve maatregelen binnen het NO blok

retentie ondergrondse water berging infiltratie

Doorsnede ter illustratie van water- en klimaatadaptieve maatregelen binnen het ZO blok

32

Schaduw, verkoeling en klimaatcomfort als ontwerpprincipe Het ontwerp van de ‘Mekelweg’ is sterk gericht op klimaataangepast verblijf. De brede bomenstructuur — bestaande, verplaatste en nieuw aangeplante bomen — vormt samen een doorlopende schaduwrijke route langs de hele noord-zuidlijn van de laan. Op warme dagen fungeert deze bomenrij als natuurlijke verkoelingszone voor voetgangers en fietsers. In combinatie met de groene oostzijde van de laan, waar landschappelijke openingen en informele paden worden gecombineerd met sportvelden en groen, ontstaat een microklimaat dat aanzienlijk milder is dan een conventioneel stedelijk profiel met harde materialen. De combinatie van schaduw, doorlatende materialen, groene binnenhoven en een duidelijke blauwstructuur zorgt ervoor dat het sportkwadrant niet alleen voldoet aan huidige klimaatnormen, maar vooruitloopt op toekomstige extremen. Integrale aanpak binnen het plangebied Alle noodzakelijke maatregelen voor opvang, infiltratie en buffering van water worden binnen het projectgebied gerealiseerd. De openbare ruimte, de binnenhoven, de zones tussen bebouwing en sportvelden, en de daklandschappen vormen samen één samenhangend systeem dat water vasthoudt, zichtbaar maakt en vertraagd afvoert.

Hierdoor wordt voorkomen dat waterproblemen worden verplaatst naar omliggende gebieden en ontstaat een robuuste en toekomstbestendige waterhuishouding die past bij de campus als geheel.

NO

ZW

Nieuwe verharding wordt waar mogelijk uitgevoerd als open verharding, bijvoorbeeld in de vorm van half verharding, grasstenen of zwevende vlonderpaden. Hierdoor kan regenwater lokaal infiltreren en wordt de belasting op het watersysteem beperkt.

ZO

Zo ontstaat een integraal waterlandschap waarin techniek, ecologie en beleving samenvallen: water dat zichtbaar is bij regen, dat langzaam wegzakt in de bodem en dat op warme dagen verborgen blijft maar wél bijdraagt aan een prettig, verkoelend microklimaat. Om de benodigde watercompensatie tijdig te realiseren, is deze gekoppeld aan de fasering van het project. Per planfase is het uitgangspunt dat de watercompensatie gelijktijdig met of voorafgaand aan de realisatie van het plan wordt gerealiseerd. Het gaat hierbij zowel om de opgave vanuit het Hoogheemraadschap als de opgave die volgt uit de gemeentelijke eisen voor klimaatadaptatie. Op die manier is altijd voldoende bergingscapaciteit. In de verdere planuitwerking wordt bepaald met welke maatregelen de watercompensatie wordt vormgegeven, hierbij wordt ook de gemeentelijke opgave vanuit klimaatadaptatie ingepast.

N

Plattegrond ter illustratie van water- en klimaatadaptieve maatregelen binnen het sportkwadrant en de Mekelweg

regenwater

watergangenl

retentie dak

wadi

infiltratie

ecologische oevers

water hergebruiken

33

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

3.7 Levendige plekken en functies Innovation night! pitch vanavond om 19:30 -‘Delfinno’- Mekelweg 20

Aan de Mekelweg zal een levendige plek ontstaan door deze ruimtelijk en functioneel goed vorm te geven. Een nieuwe plek voor studenten, Delftenaren en bezoekers. We willen de plek specifiek maken vanwege de ligging op de Campus en in Delft door een duidelijke functiemix. De functiemix moet ook betekenis hebben voor het Innovatiedistrict Delft. De functies zullen innovaties kunnen laten zien en ruimte bieden aan bijvoorbeeld field labs- en studentenwerkplaatsen van de TU Delft en/of Delftse bedrijven. Het interactiemilieu heeft ook sportfuncties en verschillende stedelijke functies zoals bijvoorbeeld gezondheidszorg of dienstverlening. Een gewenst effect van de functiemix is dat de openingstijden van de verschillende functies bijdraagt aan de levendigheid en sociale veiligheid gedurende het grootste deel van de dag en avond. De functies in de nieuwe bebouwing en de manier waarop zij aan de ‘Mekelweg’ worden gepositioneerd, dragen in belangrijke mate bij aan de levendigheid, identiteit en bruikbaarheid van het gebied. De plinten, woningen en de omliggende sportfuncties zijn essentieel om een aantrekkelijk, veilig en functioneel stedelijk milieu te creëren.

Pitchers - iedereen krijgt 10 minuten, aanmelden tot 19:00 bij Andrew Resultaat - feedback van random aanwezigen: sporters, studenten, deskundigen, professoren en een mogelijke match met een angel investor. Hoe - Pitch je idee in Delfinno aan het publiek wat daar in informele setting samenkomt om te genieten van slow food en drinken en netwerken. Er zijn meerdere grote schermen, een vette geluidsinstallatie en een presentatietafel

"Delft, Creating History"

De magie van de ontmoetingsplek Mekelweg, 2032 De ontmoetingsplek Mekelweg is een van de vijf beste universitaire interactiemilieus ter wereld en bevindt zich in het hart van de campus. Wat maakt dit bolwerk van het Innovatiedistrict zo bijzonder? We namen een kijkje: Met een brede glimlach komt Loki Vreemtijd aangewandeld. Hij is entrepreneur in residence, dat is iemand uit het bedrijfsleven die beschikbaar is als mentor/vraagbaak voor studenten en start-ups. Hij is al ruim tien jaar betrokken bij het grootste innovatie-ecosysteem van Nederland. Vandaag is Vreemtijd onze gids. We lopen langs een wand met pasfoto’s van alle mensen die een succesvol innovatief bedrijf zijn gestart. Het illustreert het succes van ontmoetingsplek Mekelweg, inmiddels is zelfs een tweede Wall of Fame in gebruik genomen. Deze mensen worden periodiek uitgenodigd om hun verhaal te vertellen en advies en kansen te geven aan de nieuwe generatie. “In de beginjaren waren we blij als er twintig Delftenaren kwamen luisteren, nu hebben we iedere avond te veel mensen en moet men zich eerst aanmelden”, verklaart Vreemtijd de hoeveelheid plakkaten. Op de ‘oude’ wand zien we ook logo’s van bekende start-ups als Ruiljebike en ParkAnt, op de nieuwe herkennen we Waterbattery en Afmelder.nl. Vreemtijd beëindigd de tour op het terras van café Einstein, onder het feeëriek bomendak van de parkachtige Mekelweg.

Hij vertelt spontaan het geheim: ‘Ik hoef eigenlijk niet veel te doen, Delftenaren en bezoekers komen vanzelf omdat ze hier willen zijn; zo’n mooie plek, de beste kennis, sport en alle andere voorzieningen bij de hand.’

typische Mekelweg-dialoog, 2032: Hé! Zie ik je vanavond na het sporten bij de Mekelweg? Op het terras? Hai, ja, prima, ik heb wel nog een avondcollege. We kunnen daarna wat eten bij de Ro-bot-Hot-Pot bij de Mekelweg. Mooi, dan kan je me bijpraten over je idee voor ons project om met een team AIagents een data-analyse te maken en de 3D-printers aan te sturen. Verbeelding van de levendige plek, doelgroepen en functies

34

Dat is goed, maar dan wordt het een lange avond, misschien kunnen we dan later beter in de study-room van ons studentencomplex gaan zitten?

Plintfuncties De begane-grondplinten vormen de overgang tussen de ‘Mekelweg’ en de bouwblokken. Door het asymmetrische karakter van de laan ontstaat een duidelijke differentiatie in hoe de plinten worden ingezet. Aan de oostzijde van de Mekelweg is het profiel meer landschappelijk. Plintfuncties worden in tegenstelling tot de westzijde, af en toe onderbroken en zijn meer strategische geplaatst. Plintfuncties worden aan de oostzijde strategisch ingezet, bijvoorbeeld bij poorten, zichtlijnen of plekken waar interactie met de openbare ruimte wenselijk is. Hierdoor blijft de oostzijde meer open en verweven met het groen en ontstaat een gevarieerd ritme in de gevelwand. De plinten aan beide zijden dragen bij aan de levendigheid, maar met verschillende ruimtelijke intensiteiten en inpassing.

"Delft, Creating History"

Aan de westzijde van de ‘Mekelweg’ is het wenselijk om de openbare ruimte een meer uitgesproken stedelijk en lineair profiel te geven. Dit is de zijde waar het hoofdfietspad, de belangrijke looproutes en de adressering van de gebouwen liggen. Daarom is voor de westzijde het uitgangspunt van een continue plint met functies die bijdragen aan levendigheid, zichtbaarheid en sociale veiligheid. Voor beide zijden wordt uitgegaan van een mix van voorzieningen voor bewoners en bezoekers van Delft en voor studenten zoals studieruimtes, sport(gerelateerde) programma’s, cultuur, horeca, kleinschalige detailhandel, onderzoeks- en onderwijslabs en dienstverlening. Hiervoor dient voor alle drie kwadranten in totaal tenminste 5.700 m² bvo gereserveerd te worden in de plinten (begane grond) aan de Mekelweg-zijde. Bij de ontwikkeling per kwadrant wordt een evenredig deel hiervan gerealiseerd. Transparantie, zichtbaarheid en interactie met de straat en het realiseren van een stedelijke ontmoetingsplek zijn hier het belangrijkste doel waar de plintfuncties essentieel voor zijn.

49.6

49.6

96.2

Sportvelden

plintfuncties

96.2

• de plintfuncties langs de Mekelweg • de ondersteunende functies langs de sportvelden (bv. fietsenstalling) • verschillende portieken tot de woningen op de verdiepingen VOORZIENINGEN

FIETSEN

Mekelweg

VOORZIENINGEN

49.6

96.2

15

N PLINT VOORZIENINGEN begane grond (4m) ca. 0 woningen/laag

Positie van functies in de plinten

PLINT POORTEN verdieping 1 ca. 52 woningen/laag

PLINT POORTEN verdieping 2 ca. 72 woningen/laag

Schematische plattegrond van de begane grond van een bouwblok

PLOT NO: 0 + 52 + 72 + 86 + 86 + 72 + 72 + (3x7) + (13x18) = ~695 woningen 20 BOUWLAGEN - 61 METER HOOG

GEBOUW NO bvo plint: GEBOUW NO bvo verdiepingen:

2.874m2 (publieke functies, maatschappelijke voorzieningen) 987m2 (fietsenstalling, containerruimte) 26.717m2 (687 studentenwoningen van gemiddeld 27m2 bvo

VOORBEELDUITWERKING 16-DEC Referenties plintfuncties aan de stedelijke zijde

Referenties plintfuncties aan de landschappelijke zijde

35

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

3.8 Woonprogramma

1050 2050 5050

1050 2050 50

Op basis daarvan kan een indicatief woonprogramma worden gegeven van ca. 1.800-2.100 woningen voor het gehele gebied. Deze aantallen dienen als richtinggevend kader en worden in latere fasen PLOT NO: 0 +verder 52 + 72 + 86 +De 86 indicatieve + 72 + 72 +woningaantallen (3x7) + (13x18) per = ~695 verfijnd. blokwoningen zijn: 20 BOUWLAGEN•- 61NO-blok METER HOOG (kavel A): ongeveer 650-750 woningen • ZW-blok (kavel B): ongeveer 600-700 woningen • ZO-blok (kavel C): ongeveer 550-650 woningen

2450 1050

50 50

1050 2050 5050

buitengevel

buitengevel

buitengevel

buitengevel

PROJECT

PROJECT

ONDERWERP

ONDERWERP

ONDERWERP

3450 buitengevel

SCHAAL

1:50SCHAAL DATUM 1:50 SCHAAL 18-01-2022 DATUM 1:50WERKNUMMER 18-01-2022 DATUM WERKNUMMER BLAD 18-01-2022 WERKNUMMER BLAD

TEKENAAR

AB TEKENAAR WIJZ.ABA TEKENAAR WIJZ.ABA

2.874m2 (publieke functies, maatschappelijke voorzieningen)

architectuur stedenbouw landschap

36

buitengevel

matje bouwbesluit (11m2)

matje bouwbesluit (11m )

2000

3200

Binnenhoven 987m2 (fietsenstalling, containerruimte) Alle blokken hebben een groen en2 geluidluw binnenhof, die essentiGEBOUW NO bvo verdiepingen: 26.717m (687 studentenwoningen van gemiddeld 27m2 bvo) eel is voor de woonkwaliteit. Door de hoge geluidsbelasting vanaf de Kruithuisweg wordt minimaal 50% van de studentenwoningen aan de niet hoogst geluid belaste zijde georiënteerd. De hoven vormen een collectieve buitenruimte en een rustige tegenhanger van de ‘MekelReferenties ter illustratie van rustig wonen aan een groen binnenhof weg’ en omgeving.

Referenties ter illustratie van woonunits, gezamenlijke functies en collectieve buitenruimtes

3450

4100 matje bouwbesluit (11m )

3200

3200 matje bouwbesluit (11m2)

2000

matje bouwbesluit (11m )

3200

3200 matje bouwbesluit (11m2)

2

2000

3200

2050

1000

matje bouwbesluit (11m )

2

architectuur stedenbouw landschap architectuur stedenbouw landschap architectuur stedenbouw landschap

VOORBEELDUITWERKING 16-DEC

1050 2050 50

3450 2

1000

matje bouwbesluit (11m )

3200

2

1000

3200

2

Voorbeeldplattegronden studentenwoningen wUrck wUrck wUrck DELFT CAMPUS DELFT ZUID CAMPUS ELFTZUID CAMPUS Plattegrond ZUID Plattegrond studentenwoningen Plattegrond studentenwoningen studentenwoningen PROJECT

50

keuken

keuken

STUDIO (ca.STUDIO 25%) (ca.STUDIO 25%) (ca. 25%) PLINTSTUDETTE STUDETTE (ca. hoog) 65%) / (ca. STUDETTE 65%) hoog (ca.(61m 65%) hoog) STING (ca. 10%) STING (ca. 10%) STING (ca. 10%) accent (31m TOREN 2 2 2 GO 24,5m2 GO 24,5m2 GO 24,5m2 21,3m GO 18,4m2 GO 18,4m2 GO 18,4m2 verdiepingGO 7 tm 19 GO 21,3m GO 21,3m

PLINT BEZONNING verdieping 5 en 6 ca. 72 woningen/laag

Indicatieve indeling van een verdieping in het NO-blok

2050

4100

4100 matje bouwbesluit (11m )

PLINT VOLLEDIG verdieping 3 en 4 ca. 86 woningen/laag

keuken

5100

5100

5100

2

3200

binnengevel

meterkast

6300

50 50

binnengevel

meterkast

keuken

6300

1050

binnengevel

x

7300

50

7300

7300

2050

3400

meterkast

keuken

2800

2800

2800 1050 2050 50

3400

2800

keuken

keuken

3400

x

2450

binnengevel

meterkast

x

2450

binnengevel

meterkast

x

1700

binnengevel

meterkast

x x

1700

3400 49.6

x

1700

3400

6300

1700

1700 2800 1050 2050 5050

x

2800

binnengevel

meterkast

keuken

x

1700

binnengevel

meterkast

50 50

x

1700

binnengevel

8300

8300

8300

96.2

96.2

1050

x x 3400

3400

keuken

50

x

x

3400

meterkast

96.2

FIETSEN

96.2

x

3400

1700

VOORZIENINGEN

De indicatieve woningaantallen zijn gebaseerd op deze doelgroep en typologie. De woontypologieën bestaan in hoofdzaak uit: • er wordt ingezet op een streefpercentage van 75% onzelfstandige dan wel ‘STING’-studentenwoningen, met een minimaal percentage van 50% (conform motie M 7.5.6.); • aanvullende – ten tijde van de planontwikkeling te definiëren – compacte woonvormen, vooral in de ZW- en ZO-blokken; • gedeelde voorzieningen zoals woonkamers, studieruimtes en ontmoetingsruimten per verdieping of per cluster. Het NO-blok heeft op de begane grond aan het Mekelpak een PLINT VOORZIENINGEN PLINTals POORTEN ontmoetingsruimte onderdeel van een open en actieve PLINT POORTEN verdieping 1 verdieping 2 egane grond (4m) ca. 52 woningen/laag ca. 72 woningen/laag a. 0 woningen/laag plint met diverse levendige functies.

GEBOUW NO bvo plint:

x

49.6 1700

49.6

Rugbyvelden

VOORZIENINGEN

49.6

Mekelweg

15

x

96.2

x

Woonprogramma 49.6 De49.6 drie bouwblokken hebben elk een eigen opbouw, omvang en programmatische capaciteit. Het NO-blok richt zich als primair studentenblok op een intensief woonprogramma, terwijl de ZW- en ZO-blokken meer ruimte bieden voor differentiatie en gemengd wonen, maar met studentenhuisvesting als dominante component.

Sluisjesdijk 46 Havens 2006 3087 AH Rotterdam t +31 (0)10 4290709 f +31 (0)10 4293601 info@wurck.nl www.wurck.nl

20663 1/1WIJZ. A20663

20663 1/1

BLAD

1/1

Wonen naast sportfuncties De drie bouwblokken liggen direct naast reeds bestaande verschillende intensief gebruikte sportaccommodaties: rugby (NO), hockey (ZW) en korfbal (ZO). Deze ligging vraagt om een zorgvuldige omgang met geluid, licht, schade, overlast en sociale veiligheid, zodat de sportfuncties kunnen worden blijven beoefend. Geluid, licht, schade en overlast De belangrijkste maatregel is het organiseren van het woonprogramma aan de geluid- en lichtluwe binnenhofzijde van elk bouwblok. De binnenhoven vormen hiermee de primaire woonoriëntatie: rustig, collectief, groen en beschermd tegen sport gerelateerde belasting. De gevels die direct op de sportvelden gericht zijn, worden in principe ingezet als secundaire gevels, waar minder gevoelige functies of beschermde ruimten kunnen worden geplaatst. Dit kunnen bijvoorbeeld galerijen, verkeersruimtes, bergingen, installatieruimtes of andere niet-woonfuncties zijn. Dit principe biedt een robuuste basis om zowel geluid, lichtinval als balschade te beperken. Zodoende heeft de woningbouw een eenzijdige oriëntatie op de binnenhoven en groene overgang of groene gevel naar de sportvelden. In de architectonische uitwerking kunnen verschillende ontwerpstrategieën worden onderzocht om deze secundaire gevels verder te optimaliseren.

Denk aan het toepassen van robuuste materialen waar hockeybalschade kan optreden, het inzetten van geveloplossingen met extra massa of beplating om geluid te temperen, met klimbeplanting, of het vormgeven van gevelniches en lamellen die lichtinstraling verminderen. Deze maatregelen zijn geen voorschrijvende eisen, maar mogelijke oplossingsrichtingen die per blok kunnen worden uitgewerkt afhankelijk van het gekozen ontwerpconcept. Veiligheid en routing Sportaccommodaties trekken gedurende de dag en avond veel bezoekers en gebruikers, wat leidt tot verschillende stromen van voetgangers, fietsers en auto’s. Daarom is het van belang dat de rou-

DHC Hudito

Fortuna

tes rondom de bouwblokken goed zichtbaar, logisch en sociaal veilig zijn. Entrees en hoofdlooproutes worden bij voorkeur georiënteerd op de stedelijke Mekelwegzijde, waar levendigheid, verlichting en sociale controle het grootst zijn. Een essentieel onderdeel van de ruimtelijke organisatie is de scheiding van de verkeersstromen die horen bij de nieuwe bouwblokken en die van de sportverenigingen. De gebruikers van de woningen en de bezoekers van de sportvelden bewegen zich op verschillende momenten en met verschillende intensiteiten door het gebied. Door deze stromen te scheiden—zonder de ruimtelijke samenhang te verliezen—ontstaan duidelijke, overzichtelijke en veilige routes voor alle gebruikers. De exacte uitwerking van deze scheiding, inclusief de positionering van fiets- en voetpaden en de bereikbaarheid voor auto’s, wordt verder toegelicht in het hoofdstuk Mobiliteit. Heldere zichtlijnen tussen sportvelden, entrees en de openbare ruimte dragen bij aan veiligheid en oriëntatie, en voorkomen dat er onoverzichtelijke plekken ontstaan tijdens piekmomenten in het sportgebruik. Op deze manier ontstaat een routingstructuur die zowel de leefbaarheid voor bewoners als de functionaliteit van de sportvoorzieningen ondersteunt.

De integrale omgang met geluid, licht en overlast leidt tot een drielaagse oriëntatielogica: • Binnenhofzijde als primaire woonzijde, stil, groen en collectief; • Sportveldzijde als secundaire zijde met een robuuste gevelopbouw en geen tot minder gevoelige functies; • ‘Mekelweg’-zijde als adreszijde met entrees, ontmoetingsprogramma’s en levendige plint. Deze opbouw maakt wonen naast intensieve sportfuncties mogelijk, zonder in te leveren op woonkwaliteit, veiligheid of gebruikscomfort, en biedt tegelijkertijd voldoende ontwerpvrijheid voor architecten in de verdere planuitwerking. Tegelijkertijd kunnen sportclubs doorgroeien, de woningbouw maakt het niet onmogelijk om later bijvoorbeeld een (blaas-)hal op de sportterreinen te plaatsen.

Verkeersgeluidhinder

Lichthinder

37

N Geluid, licht, schade en overlast Hockey velden geluid

Rugby velden

licht

Korfbal velden

geluidsbelaste gevel

Tennis velden

Groene gevel

Stedenbouwkundig plan Mekelweg

3.9 Mobiliteit De gemeente Delft en de TU Delft hebben in hun mobiliteitsbeleid heldere ambities geformuleerd als het gaat om prioriteiten. De kaders die voor dit project gelden zijn het Portefeuilleplan Mobiliteit en Bereikbaarheid TU Delft 2025-2040 en het Mobiliteitsprogramma Delft 2040. De voetganger staat op nummer één, gevolgd door fietsers, openbaar vervoer en als laatste de auto. Het stedenbouwkundig plan geeft invulling aan deze (STOMP-)prioritering bij de uitwerking van deze mobiliteitsparagraaf. Dit resulteert in een gezonde en actieve mobiliteit. De nieuwe gebouwen zullen comfortabel moeten aansluiten op een openbare ruimte die met deze prioritering is ingericht. De aandacht voor langzaam verkeer leidt ook tot meer leefbaarheid en biedt kansen voor het vergroenen van de openbare ruimte. De locatie ligt centraal op de campus van de TU Delft. De onderwijsgebouwen, faculteiten en voorzieningen liggen op loop- en/of fietsafstand. De bereikbaarheid per openbaar vervoer(OV) is redelijk goed, met buslijnen en een tramhalte van lijn 19. Het station Delft Campus ligt net op loopafstand. Station Delft ligt op fietsafstand. Ook andere belangrijke bestemmingen in Delft zoals de binnenstad zijn goed bereikbaar op de fiets of met de tram.

Fietsroute door het Mekelpark

Het Mekelpark voor voetgangers

Fietsenstallingen in de nieuwe bouwblokken

Openbaar vervoer – eindhalte tramlijn 19

Nieuwe mobiliteit

38

Parkeerhub Rotterdamseweg

Parkeerhub P2 Campus Midden

Voetgangers De belangrijkste verbinding voor voetgangers (en OV) tussen Campus Midden en Campus Zuid loopt langs het Mekelpark en de Mekelweg. Deze route vervult een belangrijke rol binnen het campussysteem. Er zijn op verschillende plekken knelpunten tussen voetgangers en fietsers door gedeelde profielen en hoge gebruiksintensiteit, met name op Campus Midden, de Rotterdamseweg, de Mekelweg bij het sportkwadrant en het Kruithuiswegpad. Dit stedenbouwkundig plan zet in op verbeteringen voor met name de laatste twee situaties. Ter hoogte van de Mekelweg bij de Kruithuisweg wordt de ruimtelijke en sociale continuïteit van de route sterk onderbroken. De Mekelweg bij het sportkwadrant en viaduct van de Kruithuisweg worden veelal als sociaal onveilig en onaantrekkelijk ervaren, waardoor een duidelijke barrière ontstaat voor voetgangers die zich tussen het noordelijke en zuidelijke deel van de campus willen verplaatsen. In de oost-westrichting worden voetgangers geforceerd om te lopen door het ontbreken van (duidelijke) looproutes zoals bij het Kruithuispad. Bij de Mekelweg liggen naast het voetpad een fietspad en een OV-baan. Aan de oostzijde van de OV-baan ontbreekt een voetpad. De verschillende gebieden functioneren op dit moment als ‘eilanden’ voor de voetganger.

Om een sterke en veilige voetgangersverbinding te maken, behoudt het stedenbouwkundig plan de Mekelweg als primaire noord-zuid langzaam verkeersas. Maar deze krijgt het karakter van een ‘Mekelweg’. Deze nieuwe laan krijgt een asymmetrische indeling waarbij de voetgangersruimte bewust wordt versterkt aan zowel de stedelijke (westelijke) als de landschappelijke (oostelijke) zijde: • Aan de westzijde ontstaat een brede, herkenbare primaire voetgangersroute, die als continue noord-zuid as door het hele gebied loopt. Deze route vormt de belangrijkste verbinding tussen de bouwblokken en met de campus en krijgt een hogere verblijfskwaliteit door zitranden, entrees, actieve plinten en een helder zicht op de hoofdtoegangen van de gebouwen. Ook fungeert deze primaire route als verbinding naar het openbaar vervoer, naar de mobiliteitshubs, de faculteiten en andere voorzieningen en de drie bouwkavels. Hiermee wordt het accent op de bereikbaarheid in het gebied voor de voetganger vergroot.Voorbij de drie bouwkavels gaat de Mekelweg door als functionele voetgangersverbinding naar Campus Noord en Campus Zuid aan de westzijde van de Mekelweg. • Aan de oostzijde moet de voetgangersverbinding worden toegevoegd. Dit kan als netwerk van informele voetpaden binnen het landschappelijke deel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17060008/1