Bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6
Tekst van het document
De omgeving van de ontwikkeling aan de Troelstralaan, en nabij de Martinus Nijhofflaan en de Papsouwselaan is een gebied dat in de huidige situatie al een sterke functiemenging kent. Het ruimtelijk beleid is er ook op gericht om deze functiemenging te behouden. Dit blijkt onder meer uit het huidige vigerende bestemmingsplannen 'Albert Heijn Locatie Martinus Nijhofflaan', 'Partiële herziening In de Hoven ex artikel 30 WRO van het bestemmingsplan Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)' (en deze herziening 'Herziening De Hoven Blok 6' waarin de reeds mogelijk gemaakte functiemening behouden wordt) en het bestemmingsplan 'Voorhof', waarbij voor de percelen aan weerszijden van de Martinus Nijhofflaan en de Papsouwselaan de bestemming 'Gemengd', dan wel 'Gemengde doeleinden' is opgenomen. In deze bestemmingen zijn naast woningen diverse niet-woonfuncties toegestaan. Het betreft onder andere horeca, detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en kleinschalige bedrijven. Het plangebied ligt binnen het winkelcentrum 'De Hoven' en valt daarom binnen een gebied dat conform de VNG-brochure kan worden aangemerkt als een 'gebied met functiemenging'. In het verleden is hier voor andere bestemmingsplannen wel de standaardsystematiek toegepast van de richtafstanden. Uit deze toetsen kwam naar voren dat de beoogde functiemenging in het gebied mogelijk was. 4.8.3
Toetsing initiatief
Dit bestemmingsplan maakt intensivering van de woonbebouwing mogelijk door planologisch gezien de bouw en het gebruik van 80 extra woningen toe staan. Verder maakt deze herziening geen milieubelastende functies of activiteiten mogelijk. In de directe omgeving van het plangebied is en blijft sprake van een combinatie van woningen met parkeer- en detailhandelsvoorzieningen. Supermarkten hebben door hun omvang, publieksaantrekkende werking en frequente bevoorrading daarbij de zwaarste effecten. Het plangebied en de omgeving bestaan uit een gemengd gebied (zie paragraaf 4.8.2). Supermarkten zijn in de VNG-brochure gecategoriseerd als voorzieningen uit categorie 1. In gebieden met functiemenging geldt voor dergelijke voorzieningen dat zij direct naast woningen gerealiseerd mogen worden. Er hoeft dus geen sprake te zijn van een aan te houden afstand tussen woningen en milieubelastende activiteiten. Dat houdt in dat net als in de huidige situatie woningen direct naast/onder/boven commerciële voorzieningen, horecavoorzieningen en parkeervoorzieningen gevestigd mogen worden. De omgeving van het plangebied bestaat ook uit gemengd gebied. Hiervoor geldt ook dat er geen vrije ruimte tussen voorzieningen aan bijvoorbeeld de Troelstralaan, Martinus Nijhofflaan en de Papsouwselaan in acht genomen moet worden.
Evenwel is die ruimte er wel (circa 40 meter) en dit voorkomt hinder vanuit de omgeving. 4.8.4
Conclusie
De locatie van het plangebied maakt onderdeel uit van een groot winkelcentrum. In het algemeen dienen bewoners in een dergelijke stedelijke omgeving meer geluid te dulden dan op een rustige locatie in een buitenwijk van de stad. Uit paragraaf 4.8.3 blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling inpasbaar is in de milieubelasting die in de omgeving van het plangebied veroorzaakt wordt. Voor de functiemenging in het plangebied geldt dat zwaarste milieubelastende activiteiten in milieucategorie 1 uit de VNG-brochure vallen. In het plangebied is sprake van een gemengd gebied (er is immers al sprake van een menging van woningen, parkeervoorzieningen, detailhandelsvoorzieningen en horecavoorzieningen) en derhalve mogen woningen direct naast/onder/boven voorzieningen uit categorie 1 gerealiseerd worden. Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het aspect milieubelasting de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staat.
bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 43
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6
4.9
Externe Veiligheid
4.9.1
Inleiding
Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor risicovolle inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het wettelijke kader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het huidige beleid voor transportmodaliteiten in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (die als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden.
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald in het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet 'op de kaart' worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.
Figuur 4.4 Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport
Verantwoordingsplicht In het Bevi en Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 44
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6 een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.
Figuur 4.5 Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico
4.9.2
Onderzoek
In het plangebied is in de huidige situatie geen sprake van risicovolle inrichtingen of de uitoefening van risicovolle activiteiten. Met deze partiële herziening worden dergelijke inrichtingen of activiteiten niet mogelijk gemaakt. Dat betekent dat het plangebied zowel in de huidige situatie als de toekomstige situatie gevrijwaard is van bronnen die relevant zijn voor externe veiligheid. Evenwel is in de omgeving van het plangebied sprake van EV-bronnen die relevant kunnen zijn voor het gebruik van de maximaal 80 woningen, daarom wordt in de navolgende alinea's het effect van de omgeving op het voornemen getoetst. Transport van gevaarlijke stoffen Rijkswegen A4 en A13 Op meer dan twee kilometer afstand ten westen van het plangebied ligt de rijksweg A4 en op meer dan twee kilometer ten oosten van het plangebied ligt de rijksweg A13. Beide wegen zijn opgenomen in het Regeling basisnet. Door de grote afstand tussen deze rijkswegen en het plangebied ligt het plangebied buiten de plaatsgebonden risicocontouren en plasbrandaandachtsgebieden van deze wegen. Omdat de ontwikkeling op meer dan 200 meter van deze transportbronnen is gelegen, is ten aanzien van deze bronnen geen groepsrisicoberekening vereist. Verder is relevant dat over de A4 en de A13 toxische stoffen worden vervoerd.
Het invloedsgebied van een incident met een dergelijke stof is met een breedte van meer dan vier kilometer zeer groot. Vanwege de risico's op een dergelijk incident (hoe klein ook) en de grootte van het invloedsgebied is een beperkte verantwoording van het groepsrisico verplicht. Deze verantwoording is opgenomen aan het eind van deze paragraaf. Lokale transportroutes Op ongeveer 1.000 meter ten zuiden van het plangebied ligt de N470 Kruithuisweg (wegvak Z171). Op ongeveer 275 meter ten westen van het plangebied ligt de Prinses Beatrixlaan (Wegvak Z172). Voor beide wegen geldt dat de ze niet zijn opgenomen in de Regeling basisnet maar dat er door de provincie Zuid-Holland tellingen van vervoer van gevaarlijke stoffen zijn verricht. De tellingen van de wegvakken is weergegeven in tabel 4.3.
Tabel 4.3 Tellingen vervoer van gevaarlijke stoffen door Rijkswaterstaat (2019)
Gezien de afstand van het plangebied tot de Kruithuisweg, is voor deze weg alleen het vervoer van toxische stoffen relevant. Voor de Prinses Beatrixlaan geldt gelet op de afstand tussen deze weg en de westelijke grens van het plangebied ook alleen het scenario van een incident met toxische stoffen relevant is. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico in relatie tot het vervoer van toxische stoffen over de weg is voor zowel de Kruithuisweg als de Prinses Beatrixlaan verplicht. Deze beschouwing is opgenomen onder 'Groepsrisicoverantwoording' in paragraaf 4.9.3. Hogedrukaardgastransportleidingen In het plangebied liggen geen hogedrukaardgastransportleidingen. Het plangebied ligt ook niet binnen de bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 45
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6 1%-letaliteitsgrens van hogedrukaardgastransportleidingen in de omgeving. Risicovolle inrichting Op meer dan twee kilometer ten noorden ligt het BRZO-bedrijf DSM Delft Permit B.V. Het invloedsgebied van dit bedrijf reikt niet tot het plangebied en is daarmee niet relevant. Groepsrisicoverantwoording Ter verantwoording van het groepsrisico dienen, naast de hoogte van het groepsrisico, enkele kwalitatieve elementen beschouwd te worden. De relevante elementen zijn beschouwd in deze paragraaf. Daarbij gaat het om de volgende elementen: scenario's; zelfredzaamheid; bestrijdbaarheid. Scenario's Voor het plangebied is het scenario van een incident met een toxische stof relevant. In een dergelijk scenario ontstaat er een gifwolk. Een gifwolk heeft een groot invloedsgebied en drijft af met de wind. Het invloedsgebied (1%-letaliteitsgrens) van een gifwolk kan zich uitstrekken over meerdere kilometers. Buiten dit gebied kunnen ook gewonden vallen als gevolg van blootstelling aan het gif, waardoor ook daar hulpverlening nodig kan zijn. Afhankelijk van de eigenschappen van de toxische stof(fen) kan een persoon bij blootstelling aan de gifwolk verwondingen (aan onder meer de luchtwegen) oplopen of komen te overlijden.
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Gerichte risicocommunicatie (vooraf), draagt er aan bij dat de bewoners en gebruikers van het gebied bekend zijn met het handelingsperspectief in geval van een alarmering. Alarmering kan worden verricht met bijvoorbeeld een NL-Alert of WAS-installatie. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is: schuilen of vluchten, sluiten van ramen en deuren en eventuele mechanische ventilatie uitzetten. In het geval van een gifwolk dient men te schuilen in een gebouw en de ramen en deuren gesloten te houden en indien mogelijk de mechanische ventilatie uit te zetten. De tijd die beschikbaar is voor het op de hoogte stellen van de aanwezigen, is onder meer afhankelijk van de locatie van het incident en lokale meteorologische omstandigheden. Gebouwen kunnen geschikt worden gemaakt als schuillocatie. De geschiktheid als schuillocatie kan worden verhoogd wanneer mechanische ventilatie voorzien wordt van een (centraal bediende) noodschakelaar. Het is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn.
Deze maatregel is niet direct te borgen in de ruimtelijke procedure, en dit is ook niet nodig omdat de bebouwing na 1 juli 2023 gerealiseerd is. Dat houdt in dat de bebouwing vermoedelijk onder de Omgevingswet tot stand komt en één van de bouwkundige eisen die de wet via artikel 4.124 van het Besluit bouwwerken leefomgeving stelt en waaraan nieuwbouw sowieso moet voldoen is dat de mechanische ventilatie uitgeschakeld moet kunnen worden. De ventilatievoorzieningen in de nieuw te bouwen gebouwen moet wettelijk gezien dus handmatig uitgeschakeld kunnen worden. Het is daarom niet nodig om deze wettelijke plicht ook in dit bestemmingsplan te borgen. Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De verschillende scenario’s vragen alle een andere aanvalsstrategie. De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied en infrastructuur (opstelplaatsen). Relevant is dat het gebied na de voorgenomen ontwikkeling goed bereikbaar blijft. De tracés van wegen rondom het plangebied worden niet gewijzigd. In het plangebied blijft voldoende parkeerruimte en wordt rekening gehouden met het realiseren van opstelplaatsen voor de brandweer. Een gifwolk is lastig te bestrijden.
In sommige gevallen is het mogelijk om een gifwolk te verdunnen en mogelijk neer te slaan met een watergordijn. Voor dit soort acties en bestrijding van gifwolkscenario's bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 46
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6 heeft de veiligheidsregio protocollen. 4.9.3
Conclusie
Uit de beoordeling blijkt dat het plangebied binnen het toxisch invloedsgebied bevindt van de wegen: A4, A13, Kruithuisweg en de Prinses Beatrixlaan. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes uitgevoerd. Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staat.
4.10
Kabels en leidingen
In het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Voor het plangebied worden met betrekking tot kabels en leidingen geen verdere ontwikkelingen verwacht. Voor ruimtelijke plannen in de omgeving van leidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) relevant. Met deze AMvB wordt aangesloten bij de risiconormering uit het Bevi (PR). Ook geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en gelden belemmeringenstroken waarbinnen in principe geen bebouwing is toegestaan. Voor overige planologisch relevante leidingen (zoals regionale waterleidingen en rioolwaterpersleidingen) gelden alleen belemmeringenzones. Omdat er geen bebouwing binnen de belemmeringenstroken van de planologisch relevante leidingen gebouwd wordt, ontstaan er geen belemmeringen voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
4.11
Bezonning
Voor het bestemmingsplan is een bezonningsstudie uitgevoerd door Royal HaskoningDHV (RHDHV). De studie is als Bijlage 11 en Bijlage 12 bij de toelichting opgenomen. De studie maakt inzichtelijk wat de gevolgen van de ontwikkeling voor de bezonning van de omringende percelen zijn. Voor de beoordeling van bezonning van woningen gelden geen landelijke normen. In Delft geldt geen lokale norm. Om een indruk te krijgen van de bezonningssituatie wordt in de praktijk vaak gebruik gemaakt van de 'lichte TNO- norm'. Een gebouw voldoet aan deze norm wanneer er gedurende twee uren per etmaal bezonning mogelijk is in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober. De bezonning hoeft niet aaneensluitend plaats te vinden. De lichte TNO-norm is geen harde norm maar een hulpmiddel om de bezonning te beoordelen. Bij twee uur zon per etmaal is de bezonning in ieder geval acceptabel. Bij minder dan twee uur zon kan dat ook het geval zijn. In dat geval wordt afgewogen of de bezonningssituatie aanvaardbaar is. In het onderzoek is van de maximale bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt uitgegaan (de 'worst case-situatie'). Het onderzoek bevat verder een vergelijking met de situatie die op grond van het huidige bestemmingsplan mogelijk is en een beoordeling van de bezonning van de zonnepanelen in de omgeving.
Uit de bezonningsstudie blijkt dat de norm van twee uur bezonning in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober bij de bestaande bebouwing in de omgeving wordt gehaald, behalve bij één woning. Bij deze woning wordt de norm net niet gehaald. De onderschrijding is marginaal (7 minuten op het meest negatieve moment). In het onderzoek wordt verder geconstateerd dat het niet halen van de norm niet het gevolg is van de wijziging van het bestemmingsplan. Ook bij de bebouwing die mogelijk is op grond van het huidige bestemmingsplan wordt de norm bij de woning niet volledig gehaald. RHDHV constateert daarnaast dat het niet behalen van de lichte TNO-norm is beperkt tot de randen van de te beoordelen periode (19 februari en 21 oktober). Vanaf 25 februari wordt aan de norm voldaan. Vanaf maart is er in de middag en avond geen invloed op de bezonning van de woningen en wordt ruimschoots voldaan aan de lichte TNO-norm. In de zomerperiode bereikt de schaduw van blok 6 de woningen niet. De effecten op de bezonning zijn beperkt en aanvaardbaar in een stedelijke omgeving. Uit het onderzoek blijkt verder dat er geen significante negatieve effecten zijn op de bezonning van de zonnepanelen in de omgeving. De maximale zonne-energie (zoninstraling) op de daken van de woningen aan de Akropolishof neemt marginaal af.
De afname bedraagt gemiddeld genomen over de negen woningen ongeveer 2% ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 47
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6 Conclusie Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het aspect bezonning de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staat.
4.12
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
4.12.1 Inleiding De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie of een bestemmingsplan. Het centrale onderdeel van een m.e.r. is het milieueffectrapport (MER) waarin de milieueffecten voor een tal van aspecten voor een of meerdere alternatieven geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Deze m.e.r.procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan reeds vast staat dat er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Deze activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. (ook geldt voor activiteiten uit onderdeel D waar een plan, bijvoorbeeld een structuurvisie, voor nodig is). Naast het direct uit moeten voeren van een m.e.r. zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven waarvoor eerst beoordeeld moet worden of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten en drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient een zogenaamde m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Door de wijziging van het Besluit m.e.r.
in het voorjaar van 2011 is het tegenwoordig ook verplicht om aandacht aan m.e.r. te besteden voor activiteiten die in onderdeel D genoemd staan, maar waar de drempelwaarden niet gehaald worden. Deze drempelwaarden zijn aantallen, oppervlaktes of grootte (bijvoorbeeld 100 hectare, 110 stuks, etc.). Voor activiteiten die wel in onderdeel D van het Besluit m.e.r. genoemd staan, maar waar de aantallen uit het betreffende plan of besluit onder de drempelwaarden liggen dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Hierbij wordt, net als bij de m.e.r.-beoordeling getoetst of er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen op kunnen treden. Het verschil met de 'gewone' m.e.r.-beoordeling is dat aan de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen aparte procedurevereisten zitten (vandaar de term vormvrij). Qua inhoud gelden wel strikte vereisten vanuit de Europese richtlijn m.e.r. 4.12.2 Beoordeling De voorgenomen activiteit, de realisatie van woningen is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r. onder categorie D 11.2.
De voorgenomen activiteit valt onder de drempelwaarden (zie kolom 'gevallen'): De oppervlakte bedraagt immers minder dan 100 ha; Het project is wel een aaneengesloten gebied, maar bevat minder dan 2.000 woningen. Dit betekent dat het verplicht is om een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Deze is opgesteld door Antea Group en opgenomen in Bijlage 13 van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 48
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6 4.12.3 Conclusie Op basis van de aanmeldingsnotitie m.e.r. kan worden geconcludeerd dat de realisatie van 80 woningen niet leidt tot belangrijke negatieve milieugevolgen. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure.
bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 49
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Verantwoording planvorm
Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding die in dit geval met aanduidingen laat zien waar welke bestemmingsplannen herzien worden door dit bestemmingsplan 'Herziening De Hoven Blok 6', regels die bepalen hoe die bestemmingsplannen herzien worden en daarmee bouw- en gebruiksmogelijkheden bevatten, en een toelichting waarin de achtergronden en de daarvoor uitgevoerde onderzoeken van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende deel van het bestemmingsplan. In deze toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook beschreven wat het vigerend beleid inhoudt en met welke (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden. Er is gekozen voor een bestemmingsplan dat alleen betrekking heeft op de ontwikkeling van Blok 6 en de verbinding voor autoverkeer op niveau 1 in samenhang met de ingang van het winkelcentrum daaronder. Het bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Voor de opbouw van de regels is aangesloten bij de geldende Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) en de Delftse systematiek.
5.2
Systematiek bestemmingen
Hoofdstuk1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Dit artikel bevat de begrippen die van belang zijn voor de herziening. Twee begrippen zijn opgenomen in dit artikel: het begrip 'plan:' en het begrip 'bestemmingsplan:' zodat duidelijk is wat hiermee bedoeld wordt. De overige begripsbepalingen die van belang zijn bij de interpretatie van de regels zijn opgenomen in de bestemmingsplannen die in artikel 2 van deze partiële herziening genoemd worden en hoeven derhalve niet opnieuw opgenomen te worden in dit bestemmingsplan 'Herziening De Hoven Blok 6'. Artikel 2 Toepassingsbereik Artikel 2 bepaalt op welke bestemmingsplannen deze partiële herziening van toepassing is. Uit het artikel is op te maken dat er twee bestemmingsplannen herzien worden: 1. 'Partiële herziening In de Hoven ex artikel 30 WRO van het bestemmingsplan Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)'; 2. 'Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)'. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat de regels van bovengenoemde bestemmingsplannen van toepassing blijven als zij niet door deze partiële herziening gewijzigd worden. Lid 3 van artikel 2 bepaalt dat de verbeeldingen van die bestemmingsplannen ook van toepassing blijven. Met deze partiële herziening worden de verbeeldingen van de twee in de herziening betrokken bestemmingsplannen niet gewijzigd.
Bij het opstellen van deze partiële herziening is de keuze gemaakt om met twee gebiedsaanduidingen te werken. De gebiedsaanduidingen bepalen in welk deel van het bestemmingsplan een ander bestemmingsplan herzien wordt. Er is voorzien in twee gebiedsaanduidingen: 1. 'overige zone - herziening partiële herziening'. 2. 'overige zone - herziening Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)'. De gebiedsaanduidingen sluiten elkaar uit, dat houdt in dat ze elkaar niet overlappen. De gebiedsaanduiding 'overige zone - herziening partiële herziening' is verbonden met artikel 3. Dat houdt in dat artikel 3 bepaalt dat in het gebied van deze aanduiding alleen sprake is van een berziening van het bestemmingsplan 'Partiële herziening In de Hoven ex artikel 30 WRO van het bestemmingsplan Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)'. De aanduiding 'overige zone - herziening Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)' hangt samen met artikel 4. In artikel 4 is bepaald dat alleen het bestemmingsplan 'Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)' herzien wordt in het gebied van die aanduiding. Er worden met deze partiële herziening geen bestemmingen toegevoegd aan de bovengenoemde bestemmingsplannen. Met deze herziening worden alleen specifieke regels uit die bestemmingsplannen gewijzigd.
bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 50
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6 In het plangebied van deze herziening 'Herziening De Hoven Blok 6' is tevens een herziening met de naam 'Facetherziening Parkeren' (vastgesteld op 31 mei 2018) van toepassing. Deze facetherziening hoeft niet gewijzigd te worden door de herziening met de naam 'Herziening De Hoven Blok 6' omdat de regels over parkeren uit die herziening aansluiten bij de voorgenomen ontwikkeling. Uit het oogpunt van duidelijkheid is in artikel 2 bepaald dat de regels en verbeelding van de 'Facetherziening Parkeren' ongewijzigd van kracht blijven in voornoemd plangebied. Hoofdstuk2 Bestemmingsregels Artikel 3 Herziening Gemengde doeleinden 1 Artikel 3 is het artikel dat daadwerkelijk de bouw van de maximaal 80 woningen in de woontoren genaamd Blok 6 mogelijk maakt. Deze mogelijkheid is opgenomen in artikel 3.1. In dit artikel is bepaald dat in aanvulling op de reeds toegelaten 550 woningen (de woningen als bedoeld in lid 1, sub a van het bestemmingsplan 'Partiële herziening In de Hoven ex artikel 30 WRO van het bestemmingsplan Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)' 80 woningen gebouwd mogen worden. Het aantal toegelaten woningen in het plangebied bedraagt hiermee 630. Net als bij de reeds toegelaten 550 woningen wordt het gebruik van de 80 nieuwe woningen voor de uitoefening van een beroep aan huis en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan.
Artikel 1, lid 2, sub b van het bestemmingsplan 'Partiële herziening In de Hoven ex artikel 30 WRO van het bestemmingsplan Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)' bepaalt dat gebouwen in beginsel een goothoogte van 18 meter mogen krijgen. Boven de goot mag onder voorwaarden een kap met een maximale hoogte van 4 meter gerealiseerd worden zodat een gebouw maximaal 24 meter hoog kan worden. Deze bepaling blijft in stand als onderhavige herziening 'Herziening De Hoven Blok 6' vastgesteld wordt. Wel voegt deze herziening 'Herziening De Hoven Blok 6' in artikel 1, lid 2 een nieuw sub c toe dat bepaalt dat gebouwen maximaal 25 meter hoog mogen worden zodat in Blok 6 één extra bouwlaag ten behoeve van woningen gerealiseerd kan worden. Artikel 3.2 van deze herziening bepaalt daarom dat het gebouw maximaal 25 meter hoog mag worden. Die eis geldt voor zowel een gebouw met een platte afdekking als een gebouw met een kap. De gemeente Delft heeft beleid voor natuurinclusief bouwen en klimaatadaptatie. Dit beleid is recenter vastgesteld dan het bestemmingsplan 'Partiële herziening In de Hoven ex artikel 30 WRO van het bestemmingsplan Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)' en derhalve niet direct genoemd in de regels van dat bestemmingsplan. Om een natuurinclusieve en klimaatadaptieve ontwikkeling te realiseren is het van belang dat dit beleid door gaat werken in de ontwikkeling van Blok 6.
Om die reden zijn artikelen 3.3 en 3.4 opgenomen. Deze artikelen bevatten beide een voorwaardelijke verplichting. Dit betekent dat een activiteit (vergunningverlening en daarna het gebruik van Blok 6 voor wonen in het geval van artikel 3.3 en het in gebruik nemen van appartementen in het geval van artikel 3.4) pas plaats mag vinden nadat aan het bepaalde in deze artikelen is voldaan. Voorwaardelijke verplichtingen worden doorgaans toegevoegd aan de gebruiksbepalingen in een bestemmingsplan. Omdat het bestemmingsplan 'Partiële herziening In de Hoven ex artikel 30 WRO van het bestemmingsplan Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)' geen algemene gebruiksregels bevat, is de keuze gemaakt om de voorwaardelijke verplichtingen met deze herziening toe te voegen aan de specifieke gebruiksregels van de bestemming 'Gemengde doeleinden 1' uit voornoemd bestemmingsplan. Artikel 3.3 begint met het hernummeren van de bestaande bepalingen in artikel 3 uit bovengenoemde bestemming. Dit hernummeren houdt in dat de regels over aan-huis-gebonden bedrijven en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in stand blijven, maar dat de aanhef en het bepaalde onder a tot en met c zoals dat nu in artikel 3 van het bestemmingsplan 'Partiële herziening In de Hoven ex artikel 30 WRO van het bestemmingsplan Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)' staat, hernummerd worden tot artikel 3.1.
De nummering van artikel 3 en de naam van dat artikel blijven in stand: het artikel blijft dus nummer 3 houden en blijft 'specifieke gebruiksvoorschriften' heten. Na het door hernummering ontstane artikel 3.1 wordt een nieuw artikel 3.2 ingevoegd in het bestemmingsplan 'Partiële herziening In de Hoven ex artikel 30 WRO van het bestemmingsplan Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)'. In dit bestemmingsplan 'Herziening De Hoven Blok 6' wordt dat invoegen geregeld door artikel 3.3. Artikel 3.3 bevat de voorwaardelijke verplichting over natuurinclusief bouwen. In artikel 3.3 is bepaald dat vergunningen voor de bouw van Blok 6 pas verleend mogen worden als aangetoond is hoe maatregelen op het gebied van natuurinclusief bouwen zoals opgesomd in bijlage 1 van de regels van deze partiële herziening verwerkt zijn in het ontwerp van Blok 6 (lid 1). Om zeker te bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 51
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6 stellen dat de maatregelen tijdens de bouw uitgevoerd worden en daarna in stand worden gehouden is in lid 2 van artikel 3.3 bepaald dat het gebruik van Blok 6 als appartementencomplex als strijdig gebruik geldt wanneer de maatregelen niet uitgevoerd zijn en/of niet in stand worden gehouden. Artikel 3.4 voorziet in het invoegen van een tweede voorwaardelijke verplichting na de nieuw ingevoegde voorwaardelijke verplichting over natuurinclusief bouwen. In artikel 3.4 is bepaald dat de woningen in Blok 6 pas voor het wonen gebruikt mogen worden als de 98 m3 waterberging die in paragraaf 4.1 van deze toelichting berekend is, gerealiseerd is en duurzaam in stand wordt gehouden. Hoe de watercompensatie vorm krijgt, kan tijdens de verdere planuitwerking bepaald worden. Van belang is dat de watercompensatie gerealiseerd wordt, vandaar deze bepaling. De grootte van de waterberging die in paragraaf 4.1 is bepaald, is de waterbergingsopgave die op basis van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen berekend is. Met artikelen 3.3 en 3.4 worden twee voorwaardelijke verplichtingen toegevoegd aan artikel 3 van de regels van het bestemmingsplan 'Partiële herziening In de Hoven ex artikel 30 WRO van het bestemmingsplan Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)'. De regels hebben alleen betrekking op de gronden in het plangebied van voornoemd bestemmingsplan.
Artikel 4 Herziening Verkeersdoeleinden 1 Artikel 4 voorziet in een herziening van het bestemmingsplan 'Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)'. Het doel van deze herziening is om een doorgang tussen de parkeergarage 'De Hoven' en (het parkeerdek achter) Blok 6 mogelijk te maken. Deze doorgang is bedoeld voor auto's zodat zij van de parkeergarage naar het parkeerdek kunnen rijden. De doorgang kan ook gebruikt worden door voetgangers. Om deze doorgang mogelijk te maken wordt in artikel 4.1 als eerste de doorgang voor voetgangers en gemotoriseerd verkeer expliciet toegevoegd aan de doeleindenomschrijving uit artikel 15, lid 1 van het bestemmingsplan 'Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)'. De gebruiksregels uit artikel 15, lid 2 van het bestemmingsplan 'Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)' maken gebruik van gronden ten behoeve van verkeersvoorzieningen mogelijk. De doorgang wordt een verkeersvoorziening waardoor aanpassing van de gebruiksregels derhalve niet nodig is. Aanpassing van de bouwregels is, zoals uitgelegd in de navolgende alinea's, wel nodig. Het is nog niet geheel duidelijk hoe de doorgang precies gerealiseerd wordt, het architectonisch ontwerp moet nog uitgewerkt worden. Als de doorgang deels door de open lucht loopt/deels open is, is er sprake van een bouwwerk. Als de doorgang een van wanden, vloeren en plafond/afdekking voorziene ruimte wordt, is er sprake van een gebouw.
Dit bestemmingsplan maakt zowel een doorgang in de vorm van een bouwwerk (deels met wanden, vloeren en/of plafonds omkleed en daarmee (half)open) als een doorgang in de vorm van een gebouw (volledig met wanden, vloeren en/of plafonds omkleed en dus 'gesloten') mogelijk. Dit geeft vrijheid bij het ontwerpen van de doorgang. In artikel 15 van de regels wordt alleen de bouw van bouwwerken toegestaan. De bouw van gebouwen is derhalve verboden. Met deze herziening wordt hier specifiek voor de doorgang verandering in gebracht. Het onderscheid tussen bouwwerken en gebouwen is het uitgangspunt voor dit onderdeel van de herziening. Het bestaande lid 3 (bouwvoorschriften) in artikel 15 wordt hernoemd tot bouwvoorschriften, bouwwerken. De bouwregels uit het bestaande lid 3 van het bestemmingsplan 'Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)' blijven verder van kracht. Aan die regels worden door middel van een wijziging in artikel 27 van de regels van het bestemmingsplan 'Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)' (zie verder) de volgende bepalingen toegevoegd: 1. een bepaling die bepaalt dat de maximale bouwhoogte van de doorgang niet meer dan 15 meter mag bedragen; 2. een bepaling die bepaalt dat de onderkant van de vloer van de doorgang niet lager mag liggen dan de vloer van de eerste etage (de tweede bouwlaag).
De doorgang loopt boven een ingang van het winkelcentrum en deze bepaling zorgt ervoor dat de ingang gevrijwaard blijft van obstakels. Het uitgangspunt voor deze bepaling is het feit dat het niveau in de doorgang waar auto's over rijden en voetgangers over lopen gelijk is aan de bovenkant van de vloer van de eerste etage; 3. een bepaling waarmee ondersteuningsconstructies ten behoeve van de doorgang toegelaten worden die maximaal 8 meter hoog zijn. Met bovengenoemde wijzigingen wordt de bouw van een doorgang als bouwwerk toegestaan. Deze wijzigingen zijn opgenomen in artikel 4.2 van dit bestemmingsplan 'Herziening De Hoven Blok 6'. Voor alle bouwwerken die geen doorgang zijn, blijven de regels voor bouwwerken gelden die voor vaststelling bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 52
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6 van deze partiële herziening van toepassing waren. Met andere woorden, als er geen doorgang gebouwd wordt, mogen op gronden met de bestemming 'Verkeersdoeleinden 1' alleen bouwwerken gebouwd worden die voldoen aan de bouwvoorschriften uit artikel 15, lid 3 van het bestemmingsplan 'Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)' zoals die golden voor vaststelling van deze partiële herziening. Deze herziening wijzigt in dat geval de bouwregels niet. Artikel 15, lid 3 van het bestemmingsplan 'Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)' verwijst voor een deel van de bouwregels voor bouwwerken naar artikel 27 van dat bestemmingsplan. Het mogelijk maken van de doorgang vraagt daarom ook om wijzigingen aan artikel 27. Deze wijzigingen worden door artikel 4.4 uit deze partiële herziening tot stand gebracht. Deze wijziging houdt het volgende in: als de doorgang als een bouwwerk uitgevoerd wordt, moeten daar ook regels voor gelden. Uit het oogpunt van consistentie zijn de regels voor een doorgang als bouwwerk zoveel mogelijk gelijk aan de regels voor de doorgang als gebouw. Met artikel 4.4 worden de regels voor de doorgang als bouwwerk toegevoegd aan de bestaande regels over bouwwerken in artikel 27 van het bestemmingsplan 'Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)'.
Met artikel 4.4 is alleen sprake van een toevoeging aan artikel 27, lid 3, om de doorgang mogelijk te maken is het niet nodig delen van artikel 27, lid 3 te schrappen of te wijzigen. De toevoegingen aan artikel 27 krijgen vorm door de tabel in dat artikel uit te breiden met drie rijen. De kolomindeling blijft gelijk aan die van de tabel in het oorspronkelijke artikel 27: in de linkerkolom staan de bouwwerken en in de rechterkolom staan de maximale bouwhoogte. Artikel 4.3 van dit bestemmingsplan bevat vervolgens de regels voor de bouw van de doorgang in de vorm van een gebouw. Op het gebied van dimensionering van de doorgang en eventuele ondersteuningsconstructies zijn deze regels gelijk aan de bovenstaande regels voor de bouw van de doorgang in de vorm van een bouwwerk. Omdat in artikel 15, lid 3 van het bestemmingsplan 'Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)' de bouw van gebouwen verboden is, voorziet artikel 4.3 in het invoegen van een nieuw lid 4 in artikel 15 waarin bepaald wordt dat de bouw van gebouwen wel toegestaan is om de doorgang mogelijk te maken. Voor zover deze doorgang in het plangebied van het bestemmingsplan 'Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)' ligt, is de doorgang uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - herziening Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)'.
Hoofdstuk3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Artikel 5 bevat een standaardregel in de vorm van een anti-dubbeltelbepaling. Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Dit zou bijvoorbeeld aan de orde kunnen zijn ingeval (onderdelen van) bebouwingsstroken van verschillende eigenaars zijn. Artikel 6 Verwijzing naar andere wetten en regels Artikel 3.3 verwijst naar het beleidskader Natuurinclusief bouwen en Ontwikkelen. Artikel 6 bepaalt dat toetsing aan dit beleidskader plaats moet vinden op basis van het beleidskader dat geldt op het moment van aanvraag van een omgevingsvergunning. Dit schept voor zowel bevoegd gezag als initiatiefnemer duidelijkheid over de inhoud van het document dat gebruikt wordt bij de toetsing door het bevoegd gezag. Hoofdstuk4 Overgangs- en slotregels Artikel 7 Overgangsrecht Artikel 7 bevat het overgangsrecht met betrekking tot het bouwen en het gebruik van gronden. In afwijking van de bouwregels blijven enige bouwmogelijkheden bestaan voor die gebouwen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan afwijken van het plan en die zijn of worden gebouwd bij of krachtens de Woningwet of Wabo.
Bestaande afwijkingen mogen in principe niet worden vergroot. Het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken, dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat het in werking treedt, mag worden voortgezet. Het overgangsrecht is echter niet van toepassing op gebruik dat al in strijd was met het voorgaande plan. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan, indien de afwijking hierdoor in mindere mate strijdigheid met dit bestemmingsplan oplevert. bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 53
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6 Artikel 8 Slotregel Tenslotte bevat artikel 8 de slotregel. De slotregel bepaalt dat dit bestemmingsplan de naam 'Herziening De Hoven Blok 6' krijgt.
bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 54
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6
Hoofdstuk 6
Handhaving
Conform de Sanctiestrategie Haaglanden hebben die regels, die bij overtreding tot onwenselijke schade leiden op het gebied van milieu, ruimtelijke ordening en economie en waarbij tevens geldt dat de kans dat die overtredingen zich voordoen groot wordt geacht, prioriteit en voorrang. Om de schade en de kans op overtredingen te kunnen beoordelen wordt in de nota gewerkt met verschillende typen plangebieden. Prioriteit wordt aangegeven met de cijfers 1 (intensieve handhaving), 2 (reguliere handhaving) en 3 (incidentele handhaving). Uiteraard zal altijd worden gereageerd op klachten van omwonenden. Doordat illegale situaties die reeds in strijd waren met het voorgaande bestemmingsplan worden uitgezonderd van het overgangsrecht, bestaat op grond van de jurisprudentie ook na langere tijd in beginsel nog de mogelijkheid om handhavend op te treden. Per geval zal door het bevoegde bestuursorgaan een zorgvuldige belangenafweging worden gemaakt.
bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 55
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid
Inspraak en overleg
In het kader van vooroverleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het conceptontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de volgende overlegpartners: 1. Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland; 2. Hoogheemraadschap van Delfland; 3. KPN W&O NS Access Rayon Midden; 4. Centraal Overlegorgaan Woningcorporaties Delft; 5. Tennet Zuid-Holland; 6. Stedin; 7. Gasunie; 8. Evides Waterbedrijf; 9. VWS Pipeline Control b.v.; 10. Veiligheidsregio Haaglanden; 11. Stichting DUWO; 12. Vidomes; 13. Woonbron Delft; 14. GGD Haaglanden; 15. MKB DELFT; 16. VNO-NCW Delft; 17. KHN-Delft; 18. BOB Delft. De volgende instanties hebben inhoudelijke reacties gegeven op het concept-ontwerp bestemmingsplan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Evides; Gasunie; KPN; Tennet; Veiligheidsregio Haaglanden; Hoogheemraadschap van Delfland; GGD Haaglanden.
De overige instanties hebben geen reactie gegeven. De vooroverlegreacties die betrekking hebben op de bestemmingsplanprocedure zijn onderstaand samengevat en beantwoord. Overige (ontwerpgerealateerde) adviespunten worden bij verdere uitwerking van het planontwerp separaat behandeld. Instantie
vooroverlegreactie
beantwoording / verwerking
Evides
Geen inhoudelijke opmerkingen.
n.v.t.
Gasunie
Geen inhoudelijke opmerkingen.
n.v.t.
KPN
Geen inhoudelijke opmerkingen. Wel dient bij verdere uitwerking rekening gehouden te worden met een voedingstracé van KPN.
n.v.t.
Tennet
Geen inhoudelijke opmerkingen.
n.v.t.
Veiligheidsregio Geen inhoudelijke opmerkingen. Haaglanden
n.v.t.
bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 56
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6 Hoogheemraad- Vanwege het belang voor de Beantwoording is waterhuishouding hanteert Delfland opgesteld in schap van richtlijnen bij de paragraaf 4.1 Delfland beoordeling van vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding. Deze zijn te vinden op https://www.hhdelfland.nl/over-ons/beleid /beleid/. Het hoogheemraadschap verzoekt om in de waterparagraaf nader uit te werken op welke manier de wateropgave ingevuld wordt en aan te tonen, dat aan de richtlijn voor vasthoudmaatregelen voldaan wordt. Daarbij is het belangrijk, dat de gekozen maatregel goed functioneert, past binnen het gebied en ook op de lange termijn betrouwbaar is. De eigenaar van het perceel is immers zelf volledig verantwoordelijk voor de aanleg, het functioneren en het in standhouden van de voorziening. Het hoogheemraadschap vraagt daarnaast om een beschrijving van de grootte van de klimaatopgave die vanuit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen en de beleidsregel Klimaatadaptief Bouwen van de gemeente ontstaat. Tevens vraagt het hoogheemraadschap om een uitwerking van die klimaatopgave. GGD Haaglanden
7.2
Er dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden.
Bij terinzagelegging van ontwerpbestemmin gs-plan is het akoestisch onderzoek toegevoegd.
Zienswijzen
Na het wettelijk vooroverleg wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Er zijn twee zienswijzen bij de gemeente Delft binnengekomen. De zienswijzen worden geanonimiseerd en voorzien van beantwoording als bijlage bij het raadsbesluit toegevoegd. De zienswijzen leiden niet tot inhoudelijke wijzigingen voor het bestemmingsplan. Na het samenvatten en beantwoorden van de ingediende zienswijzen wordt het bestemmingsplan ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Na een al dan niet gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan, worden het besluit tot vaststelling gepubliceerd en het bestemmingsplan zes weken ter inzage gelegd. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 57
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6 bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het vaststellingsbesluit.
7.3
Financiële uitvoerbaarheid
7.3.1
Inleiding
De Wet ruimtelijke ordening voorziet in een verplichting tot het verhaal van gemeentelijke kosten. Dat kan op publiekrechtelijke grondslag, via een exploitatieplan dat gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd dient te worden. Maar ook kan het gemeentelijke kostenverhaal geregeld worden via een zogenoemde anterieure overeenkomst over grondexploitatie met de initiatiefnemer/ontwikkelaar, als bedoeld in artikel 6.24 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. De reikwijdte van de exploitatieplanplicht en het daaruit voortvloeiende kostenverhaal, volgt uit de omschrijving van bouwplannen zoals bepaald in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. 7.3.2
Wat zit er in het plan
Het onderhavige bestemmingsplan maakt toevoeging van 80 woningen binnen het plangebied aan de Troelstralaan te Delft planologisch mogelijk. Dit betreft een bouwplan in de zin van 6.12 Wro juncto 6.2.1 Bro. De in het bestemmingsplan opgenomen bouwmogelijkheden hebben tot gevolg dat in het plangebied woningbouw, commerciële voorzieningen en een parkeervoorziening kunnen worden gerealiseerd. De ontwikkeling vindt plaats op privaat eigendom en komt geheel voor rekening en risico van de ontwikkelaar. De ontwikkeling wordt binnen de reeds vastgelegde afspraken uit de OWO met inbegrip van een recent addendum gerealiseerd. Met de initiatiefnemer is daartoe een overeenkomst over grondexploitatie als bedoeld in artikel 6.24 lid 1 Wro gesloten. De voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan dat thans van kracht is in het plangebied heeft daarom voor de gemeente geen financiële gevolgen. Er behoeft daarom geen exploitatieplan te worden vastgesteld.
bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 58
Herziening De Hoven Blok 6
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Watersleutel
4
Bijlage 2
Bodemonderzoek
6
Bijlage 3
Natuurtoets
32
Bijlage 4
Verkeersonderzoek
53
Bijlage 5
Parkeeronderzoek
58
Bijlage 6
Parkeeronderzoek parkeergarage
68
Bijlage 7
Parkeeronderzoek parkeerdek
72
Bijlage 8
Akoestischonderzoek
76
Bijlage 9
Besluit hogere waarden Wet geluidhinder
139
Bijlage 10
Stikstofberekening
145
Bijlage 11
Bezonningsstudie Blok 6
169
Bijlage 12
Bezonningsstudie 2023
187
Bijlage 13
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
195
bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 2
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 3
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6
Bijlage 1 Watersleutel
bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 4
08-12-2022 14:31
Watersleutel
Watersleutel Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update. Projectnaam & omschrijving 8-12-2022
Naam Omschrijving
19 101 0 0 44
Watersysteem HAPLAP
polder/boezem gemaalcapaciteit peilgebied
mm/etmaal
19.2
kaart
GPG2011HAP I
Oppervlakteverdeling plangebied
HUIDIG
TOEKOMSTIG
Stedelijk verhard infrastr./bebouwing
m²
1191
1400
onverhard stedelijk
m²
209
0
verhard glasgebied
m²
0
0
onverhard glasgebied
m²
0
0
verhard landelijk
m²
0
0
onverhard landelijk
m²
0
0
huidig aanwezig water
m²
0
0
oppervlakte plangebied
m²
1400
Huidig, actueel klimaat, T10
Agrarisch glastuinbouw
Agrarisch gras, akkerbouw, natuur
Water
Totaal
Gebiedskenmerken
HUIDIG
1400 1
TOEKOMSTIG
gemiddeld maaiveld
NAP m
-0.20
-0.20
maatgevend peil
NAP m
-1.5
-1.5
m
1.3
1.3
gemiddelde drooglegging
Ontwikkeling, klimaat 2050,
Oppervlaktewater in m² Totaal extra te realiseren
Ontwikkeling 66
huidig aanwezig totaal te realiseren aandeel plangebied
Klimaat 2050 39
27
0
0
66
39
27
4.7%
2.8%
1.9%
Waterberging in m³ Totaal extra te realiseren
Ontwikkeling 32.3
19.1
Klimaat 2050 13.3
Grafieken dienen alleen ter ver
https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm
1/1
bestemmingsplan Herziening De Hoven Blok 6
Bijlage 2 Bodemonderzoek
bestemmingsplan "Herziening De Hoven Blok 6" (vastgesteld) 6
Milieuhygiënisch vooronderzoek De Hoven Passage aan de Troelstralaan te Delft
projectnummer 0479344.100 definitief revisie 01 14 december 2022
Milieuhygiënisch vooronderzoek De Hoven Passage aan de Troelstralaan te Delft projectnummer 0479344.100 december 2022, revisie 01
Milieuhygiënisch vooronderzoek De Hoven Passage aan de Troelstralaan te Delft
projectnummer 0479344.100 definitief revisie 01 14 december 2022
Auteurs G.C.A.J.M. Leeflang
Opdrachtgever Van der Vorm Vastgoed Groep Blaak 555 3011 GB Rotterdam
Gecontroleerd: M.W.H. Driessen
datum 14 december 2022
beschrijving definitief
vrijgave A. Hatzman
Milieuhygiënisch vooronderzoek De Hoven Passage aan de Troelstralaan te Delft projectnummer 0479344.100 december 2022, revisie 01
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
2
2
Vooronderzoek
3
2.1 2.2 2.3 2.4 2.4.1 2.4.2 2.4.3 2.5 2.5.1 2.6 2.7 2.8
Algemeen Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassekaart Bodembedreigende activiteiten Bodemonderzoeken Gebruik en beïnvloeding van de locatie door gebruik Voormalig, huidig en toekomstig gebruik Asbest PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) Terreinverkenning
3 3 4 5 5 5 5 8 8 9 9 9
3
Conclusies en aanbevelingen
11
Bijlagen 1. 2.
Toelichting op vooronderzoek Foto’s terreinverkenning
Tekeningen 0479344.100-O-1 0479344.100-S-1
Overzichtstekening met ligging locatie Situatietekening met overzicht deellocaties
Blad 1 van 12
Milieuhygiënisch vooronderzoek De Hoven Passage aan de Troelstralaan te Delft projectnummer 0479344.100 december 2022, revisie 01
1
Inleiding In opdracht van Van der Vorm Vastgoed Groep is door Antea Group in augustus 2022 een vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van twee verschillende locaties rondom winkelcentrum ‘De Hoven Passage’ in Delft.
Aanleiding Van der Vorm Vastgoed Groep werkt aan de ontwikkeling van woontorens op en rond het winkelcentrum ‘De Hoven Passage’. Onderhavig vooronderzoek is gericht op de locaties van drie woontorens (beschreven hierna als blok 4, 5 en 6, zie figuur 1.1). Het belangrijkste element in de ontwikkeling van ‘De Hoven Passage’ is een verruiming van het maximale aantal toegestane woningen dat op basis van voortschrijdend inzicht is ontstaan.
Doel Het doel van het onderzoek is het bepalen of er mogelijke milieuhygiënische belemmeringen aanwezig zijn op de locaties van de toekomstige woontorens op blok 4, 5 en 6, die de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan in de weg zullen staan.
Figuur 1.1: Overzicht van de voorgenomen locaties voor de woontorens rondom winkelcentrum ‘De Hoven Passage’. Blok 4, 5 en 6 vormen de focus van dit vooronderzoek.
Blad 2 van 12
Milieuhygiënisch vooronderzoek De Hoven Passage aan de Troelstralaan te Delft projectnummer 0479344.100 december 2022, revisie 01
2
Vooronderzoek
2.1
Algemeen Ten behoeve van de ontwikkeling van verschillende woontorens dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725: 2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. Dit vooronderzoek heeft geen specifieke aanleiding volgens de NEN 5725: 2017, aangezien er geen vervolgonderzoek volgens de NEN 5740 uitgevoerd zal worden uitgevoerd als gevolg van de resultaten van het vooronderzoek. Voor de volledigheid zal er voor dit vooronderzoek aanleiding A gehanteerd worden ‘Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’. In onderstaande tabel zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde bron Topotijdreis.nl Bodemloket Dinoloket Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) Provincie Zuid-Holland Bodematlas (Lucht)foto’s Street Smart by Cyclomedia Bodemkwaliteitskaart gemeente Delft Door gemeente aangeleverde bodemonderzoeken Door opdrachtgever aangeleverde bodemonderzoeken
2.2
Website, contactpersoon of archief www.topotijdreis.nl www.bodemloket.nl https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen https://bagviewer.kadaster.nl/
Datum raadplegen augustus 2022 augustus 2022 augustus 2022 december 2022
https://atlas.zuidholland.nl/Geoweb56/index.html?viewer=Bodematlas https://streetsmart.cyclomedia.com
augustus 2022
https://delft.raadsinformatie.nl/document/8753747/1
augustus 2022
Gemeente Delft
december 2022
Van der Vorm Vastgoed
augustus 2022
augustus 2022
Locatiegegevens De onderzoekslocatie is verdeeld in 2 deellocaties. Deellocatie 1 omvat blok 4 en 5 van het plangebied, deellocatie 2 omvat blok 6 van het plangebied. Deellocatie 1 Deellocatie 1 is gelegen ter plaatse aan de westzijde van het winkelcentrum ‘De Hoven Passage’. De onderzoekslocatie is gelegen langs de Troelstralaan (noord), Art van der Leeuwlaan (west) en de Martinus Nijhofflaan (zuid). Deellocatie 1 staat kadastraal bekend als: gemeente Delft, sectie R, perceelnummers 7972, 7974, 8188 (grootste oppervlak), 8566, 8567, 8568, 8569, 8570, 8571 en 8572. De oppervlakte van de onderzoekslocatie betreft circa 6.970 m2. De zuidzijde van de onderzoekslocatie is een onverhard grasveld gelegen. De onderzoekslocatie wordt begrenst door een klinker- en tegelvoetpad. Deellocatie 2 Deellocatie 2 is gelegen op het noordelijke parkeerterrein van het winkelcentrum ‘De Hoven Passage’. Het parkeerterrein is volledig verhard met klinkers, en een tegelverhard voetpad. De
Blad 3 van 12
Milieuhygiënisch vooronderzoek De Hoven Passage aan de Troelstralaan te Delft projectnummer 0479344.100 december 2022, revisie 01
onderzoekslocatie is gelegen langs de Troelstralaan (noord). Deellocatie 2 staat kadastraal bekend als: gemeente Delft, sectie R, perceelnummers 1873 en 7869. De oppervlakte van de onderzoekslocatie betreft circa 1.750 m2. De situering van beide deellocaties is weergegeven in de bijlagen op tekening 0479344.100-S-1.
2.3
Bodemopbouw en geohydrologie
Figuur 2.1: Geohydrologisch profiel (bron: dinoloket.nl, Regis II v2.2) Tabel 2.2: Bodemopbouw en geohydrologie Bodemopbouw: 0- 18 m -mv.
Bodemopbouw: 18-35 m -mv.
Bodemopbouw: 35-100 m -mv.
Freatische grondwaterstand Voorkomen van oppervlaktewater Stromingsrichting freatisch grondwater Voorkomen brak/zout grondwater Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied Ophogingen/dempingen/bodemvreemde lagen bekend Grondwatersysteem beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, onttrekkingen, infiltratie)
(groen in het profiel in fig. 2.1) De deklaag bestaat uit een complexe samenstelling van holocene afzettingen. De bodemsamenstelling is: afwisselend zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en weinig grof zand. (magenta in het profiel in fig. 2.1) Midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen (eerste waterverend pakket). (beige in het profiel in fig. 2.1) midden, fijn en grof zand, met weinig klei en zandige klei en een spoor veen, bruinkool en grind. Afwisselend: (oranje in het profiel in fig. 2.1) Zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind. (geel in het profiel in fig. 2.1) Midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen Ca. 0,4-0,6 m -mv. Het maaiveld is gelegen rond -0,04 m + NAP. Ja, circa 25-30 m ten noorden van beide deellocaties is een kanaaltje van circa 5 m breedte gelegen. Noordelijk Brak grondwater Nee Nee Geen drinkwater onttrekking in de buurt. Er is geen indicatie dat menselijk handelen in de buurt het grondwatersysteem actief beïnvloed.
De gegevens over de geohydrologie zijn verkregen via Dinoloket, Bodematlas provincie ZuidHolland en de actuele kaarten met grondwaterbeschermingsgebieden.
Blad 4 van 12
Milieuhygiënisch vooronderzoek De Hoven Passage aan de Troelstralaan te Delft projectnummer 0479344.100 december 2022, revisie 01
2.4
Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit
2.4.1
Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassekaart Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Delft (Bodemkwaliteitskaart gemeente Delft 2018, d.d. 27-10-2017) blijkt dat voor beide deellocaties zowel de boven- als ondergrond is gelegen in de bodemkwaliteitszone ‘Wonen vanaf 1960’. Deze kwaliteitszone heeft een algemene bodemkwaliteit die correspondeert met de klasse ‘Landbouw/natuur’. De bodemfunctieklasse van beide deellocaties is ‘Wonen’
2.4.2
Bodembedreigende activiteiten Uit Bodemloket blijkt dat in de directe omgeving van deellocatie 1 verschillende historische activiteiten staan geregistreerd. De resultaten worden onderstaand beknopt beschreven. Bij deellocatie 2 zijn geen bodembedreigende activiteiten geregistreerd. Tabel 2.3: bodembedreigende activiteiten Locatie Activiteit Aart van der Leeuwlaan 5 Martinus Nijhofflaan 70
Start-eind
Autoparkeer- en -stallingsbedrijf 4 Brandstoftanks (ondergronds) Autowasserij Benzine-service-station
1948-onbekend Onbekend 1976-onbekend2 1976-onbekend2
UBIscore1) 2 4 3 8
1)
Aan de hand van de mate van risico met betrekking tot het veroorzaken van grond- en grondwaterverontreiniging zijn UBI-codes aan de activiteiten gekoppeld. Activiteiten met UBI-codes hoger dan 4 zijn verdachte activiteiten. Een uitzondering hierop zijn tanks en dempingen/ophooglagen. Activiteiten welke een tank betreffen zijn altijd verdacht in verband met mogelijke lekkages. 2) In 2018 is er een eindsituatie bodemonderzoek uitgevoerd voor een tankstation en wasstraat aan de Martinus Nijhofflaan 70 (zie volgende paragraaf). Het vermoedelijke einde van deze bodembedreigende activiteit is hierdoor 2018-2019.
Figuur 2.2: Locaties van bodembedreigende activiteiten. Rode cirkel: Aart van der Leeuwlaan 5. Blauwe cirkel: Martinus Nijhofflaan 70.
2.4.3
Bodemonderzoeken Uit Bodemloket en documenten ontvangen van de gemeente Delft blijkt dat in de directe omgeving van deellocatie 1 en 2 diverse onderzoeken zijn uitgevoerd. De resultaten van de beschikbare onderzoeken worden onderstaand per deellocatie beknopt beschreven.
Blad 5 van 12
Milieuhygiënisch vooronderzoek De Hoven Passage aan de Troelstralaan te Delft projectnummer 0479344.100 december 2022, revisie 01
Deellocatie 1 Evaluatierapport bodemsanering Martinus Nijhofflaan 70 Delft, EMN, kenmerk: 05X2796.003, d.d. 05-07-2005: De aanleiding van de sanering is een matig verhoogd gehalte aan minerale olie die tijdens voorgaand onderzoek in de ondergrond is aangetoond. De saneringslocatie is gelegen op deellocatie 1. Gedurende de sanering is 27,1 ton verontreinigde grond afgevoerd en is de locatie aangevuld met 18 m3 zand. Uit de controlemetingen bleek dat voor alle monsters, behalve die van de zuidelijke wand, werd voldaan aan de terugsaneringswaarde (geen verhoogde gehalten aan minerale olie). In de zuidelijke wand was er nog een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aanwezig. Na overleg met het bevoegd gezag is er afgesproken dat de sanering als afgerond beschouwd kon worden. Grondwatermonitoring, ECO-Inspections, 201508_MON, d.d. 28-06-2017: In het eindsituatieonderzoek van Kosterman Milieutechniek (zie volgend bodemrapport) wordt genoemd dat er tijdens de grondwatermonitoring ter plaatse van het tankstation en de wasstraat in 2017 geen verontreinigingen zijn aangetroffen in het grondwater. Eindsituatiebodemonderzoek tankstation en wasstraat Martinus Nijhofflaan 70, 2624 ES Delft, Kosterman Milieutechniek BV, kenmerk: 171201-Te-MNijh70-itts(mvd), d.d. 18-01-2018: De aanleiding van het eindsituatieonderzoek is de voorgenomen amovering van het tankstation en wasstraat.