CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Delft

Commissie Ruimte en Verkeer 1 juli 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake vaststellen Omgevingsvisie (nr. 2119372)31.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Blad 40 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

Beoordeling op doelbereik In de omgevingsvisie zijn voor de opgave ‘Delft met voorzieningen voor iedereen’ voornamelijk ambities beschreven. Uit de omgevingsvisie wordt nog onvoldoende duidelijk welk voorzieningenniveau gewenst is en welke maatregelen worden ingezet om dit niveau te bereiken, met uitzondering van de inzet voor Schieoevers. Paragraaf 8.4 gaat in op de mogelijkheden hiervoor. In de omgevingsvisie wordt het gewenste voorzieningenniveau voor bestaande wijken niet toetsbaar gemaakt, waardoor niet beoordeeld kan worden of het doel bereikt zal worden. Het toevoegen van voorzieningen in Schieoevers zal bijdragen aan een passend voorzieningenniveau, maar of dit voldoende is om de doelstelling te bereiken, is op basis van de omgevingsvisie niet te zeggen. Met bijvoorbeeld een voorzieningennorm kan het gewenste voorzieningenniveau op gebiedsniveau concreter gemaakt worden. De kapstok die in de omgevingsvisie is opgenomen erkent in ieder geval het belang van voldoende voorzieningen, dus is er een basis voor de uitwerking.

8.4

Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden? Over het algemeen zijn de keuzes met betrekking tot voorzieningen vooral ambities, zonder dat er een toetsbaar doel is gesteld. De omgevingsvisie kan aangevuld worden door te concretiseren welk voorzieningenniveau passend wordt bevonden. De doelstelling kan gekwantificeerd worden door een voorzieningennorm op te stellen. Wanneer de doelstelling helder is kunnen de maatregelen bepaald worden die nodig zijn om het voorzieningenniveau te realiseren. Een toetsbare doelstelling biedt daarnaast de mogelijkheid om te monitoren of de doelstelling wordt gehaald. Het advies is om de doelstelling met betrekking tot voorzieningen aan te scherpen en toetsbaar te maken op het niveau van het programma, thematisch of gebiedsgericht. De maatregelen die hier vervolgens aan gekoppeld worden kunnen een plek krijgen in het programma en/of in het omgevingsplan. Conclusie vervolgopgave Op basis van het voorgaande worden de volgende adviezen voor nadere uitwerking van de omgevingsvisie gegeven: • Aanvullen van de omgevingsvisie met een toetsbare doelstelling voor het gewenste voorzieningenniveau. Bijvoorbeeld in de vorm van een voorzieningennorm. • Nader uitwerken van maatregelen om een passend voorzieningenniveau te realiseren. Dit kan op gebiedsniveau worden gedaan.

Blad 41 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

9

Delft bereikbaar

9.1

Samenvatting in hoofdpunten Opgave Delft bereikbaar

9.2

Omschrijving In Delft zetten we de voetganger en de fietser op één. Het autogebruik gaan we ontmoedigen en we realiseren meer autoluwe gebieden. De vrijgespeelde ruimte gaan we vervolgens anders benutten waardoor er meer ruimte is voor groen. Andere vervoerswijzen en OV gaan we stimuleren en verbeteren.

Nadere beschrijving van de keuzes en maatregelen Inrichting • Een realistische eerste aanpassing van het verkeerssysteem is het optimaliseren van de H-structuur (A13-Kruithuisweg-A4) met ‘inprikkers’ in plaats van doorlopende wegen, waardoor er meer ruimte ontstaat voor de fiets, groen en woningen. • Voor de Kruithuisweg is het gewenst om een ontwerpstudie op te starten met als doel de stroomfunctie van de Kruithuisweg te verbeteren, de weg beter in te passen in zijn omgeving en de mogelijkheden voor gebiedsontwikkelingen te verkennen. • Aan de noordzijde van Delft wordt de potentie van een nieuw station onderzocht. Mobiliteitstransitie • Het investeren in een stad die op alle niveaus goed ontsloten en bereikbaar blijft, via weg, spoor en water. Daarbij wordt ingezet op een mobiliteitstransitie. Het autobezit en autogebruik wordt verminderd en andere vervoerswijzen worden gestimuleerd en verbeterd. De vrijgespeelde ruimte wordt vervolgens benut voor verblijven (ontmoeten, spelen, groen en recreatie) en de overige opgaven in de stad. • De auto is te gast en komt bij voorkeur niet te veel in het centrum. In het centrum staan de fietser en voetganger op de eerste plek en worden autoluwe zones uitgebreid. In de wijken en buurten is voor auto’s plek, al wordt deze plek minder prominent dan nu.

Er wordt in de wijken ingezet op het verbeteren van het fietsnetwerk en een efficiënter gebruik van de auto, bijvoorbeeld door deelauto’s en mobiliteitshubs. • Delft streeft, samen met de regio, naar het viersporig maken van de spoorlijn LeidenDordrecht om zo een schaalsprong in het metropolitaan openbaar vervoer te realiseren. • Delft stimuleert bezoekers om niet meer met de auto tot het hart van de stad te rijden door faciliteiten aan te bieden nabij invalswegen, met goede verbindingsmogelijkheden naar de binnenstad (OV en last-mile oplossingen). • De mobiliteitstransitie moet bijdragen aan de energietransitie en de gezondheid van Delftenaren door een verminderd verbruik van fossiele brandstoffen. Daarbij wordt op dit moment al ingezet op pilots van technologische ontwikkelingen, zoals fietsen, laadinfrastructuur voor elektrische auto’s en zelfrijdend vervoer. • In de kennis-, innovatie- en technologiegebieden wordt meer dan gemiddeld ingezet op het perspectief Delft Bereikbaar. Zo wordt op het campusterrein het autoluwe gebied uitgebreid en kunnen straks vanuit Schieoevers andere delen van de stad te voet bereikt worden. • Een nieuw station aan de noordzijde van Delft kan verder bijdragen aan de mobiliteitstransitie. • In het mobiliteitsprogramma Delft 2040 (MPD) is de mobiliteitsopgave uitvoeriger beschreven en zijn acties concreet gemaakt.

Blad 42 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

9.3

Beoordeling Beoordeling op domeinen Door in te zetten op een gedragsverandering, langzaam verkeer (fietsen en wandelen) te stimuleren en autogebruik te ontmoedigen door autoluwe zones ontstaan positieve effecten op de gezondheid. Bewoners worden gestimuleerd om meer te bewegen door vaker te fietsen of te wandelen. Daarnaast worden de negatieve effecten van autoverkeer beperkt. De geluidbelasting daalt en de luchtkwaliteit verbetert. Deze maatregelen zorgen ervoor dat milieuhinder wordt voorkomen en gezond gedrag wordt gestimuleerd. Dit leidt tot een zeer positieve beoordeling op het domein gezondheid en veiligheid. Een aandachtspunt is wel dat er nog weinig bekend is over de gezondheidseffecten van elektrische voertuigen, kabels en laadinfrastructuur. Met betrekking tot het domein omgevingskwaliteit komt er ruimte vrij in autoluwe zones. Mits deze vrijgekomen ruimte gebruikt wordt voor groen- en waterstructuren, verblijfsplekken en langzaam verkeer zal de omgeving aantrekkelijker worden. Deze mogelijkheden om de omgevingskwaliteit te verbeteren leiden tot een positieve beoordeling. Door autoverkeer te weren en in te zetten op langzaam verkeer zal de bereikbaarheid van bijvoorbeeld de binnenstad verbeteren. Ook kan de bereikbaarheid tussen woon- en werklocaties verbeteren. Dit draagt bij aan de kernkwaliteit ‘verbonden stad’.

De ruimte die vrijkomt door autoverkeer te weren kan gebruikt worden om meer verblijfsplekken te creëren in de openbare ruimte. Deze verblijfsplekken kunnen bijdragen aan de sociale cohesie. Gemeente Delft stuurt aan op een modaliteitsverschuiving van auto naar OV en langzaam verkeer. Deze verschuiving moet de bereikbaarheid van de stad in de toekomst borgen en wordt met de omgevingsvisie duidelijk geagendeerd, inclusief een aanzet voor maatregelen zowel binnen de stad als gericht op de wijze waarop mensen naar de stad komen. In het MPD wordt dit nader uitgewerkt. Dit leidt tot een positieve beoordeling op het domein leefbaarheid. Een kanttekening hierbij is dat voor het OV in de stad geen duidelijke keuzes worden gemaakt. Voor de modaliteitsverschuiving is het van belang dat toekomstige bewoners van transformatiegebieden goede alternatieven voor de auto hebben. Het optimaliseren van het OV in deze gebieden, gepaard met de verdichtingsopgave, verdient de aandacht. De gedragsverandering om minder gebruik te maken van de auto en het gebruik van duurzame vervoersmiddelen te stimuleren draagt bij aan het domein duurzaamheid. Door middel van deze modal shift wordt de CO2-uitstoot beperkt. Dit is dan ook beoordeeld als positief.

Beoordeling op doelbereik Delft staat naast de mobiliteitstransitie voor verschillende andere grote ruimtelijke opgaven. De vraag is dan ook of de ruimte die vrijkomt door auto’s te weren uit bepaalde gebieden inderdaad zal worden gebruikt voor het realiseren van groen- en waterstructuren en verblijfsplekken of dat deze gebruikt zal worden voor bijvoorbeeld de woningbouwopgave of de beoogde ruimte voor

Blad 43 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

bedrijven. Om een bijdrage aan de omgevingskwaliteit en leefbaarheid te waarborgen kan gewerkt worden met een groennorm (zie paragraaf 9.4). De mobiliteitstransitie wordt niet alleen bereikt met ingrepen in de fysieke ruimte. Ook een gedragsverandering is noodzakelijk. In Delft wordt onder andere ingezet op maatregelen die deze gedragsverandering in de hand werken, zoals het ontwikkelen van mobiliteitshubs en het aanbieden van deelauto’s. Ook dienen er voldoende alternatieven voor de auto geboden te worden om de gewenste gedragsverandering te bewerkstelligen. In de uitwerking van het mobiliteitsprogramma (en van gebiedsvisies) is het van belang kansen voor langzaam vervoer en OV te benutten. Dit geldt zeker voor transformatiegebieden, om de bijdrage van nieuwe bewoners aan het autoverkeer te beperken. In de omgevingsvisie is slechts beperkt aandacht voor de optimalisatie van het OV-netwerk binnen de stad en de OV-bereikbaarheid van transformatiegebieden. De groei van Delft zal gepaard gaan met een toename van verkeersbewegingen. De omgevingsvisie zet nadrukkelijk in op de mobiliteitstransitie, waarbij de inzet is dat het aantal autoverplaatsingen niet toeneemt. Uit de omgevingsvisie wordt nog niet duidelijk hoe deze groei wordt opgevangen. Het weren van auto’s kan de bereikbaarheid van Delft verbeteren en kan de ambitie om de Hstructuur te optimaliseren in de hand werken.

De maatregelen onder ‘Delft bereikbaar’ dragen bij aan de doelen die in de omgevingsvisie zijn genoemd. Om de mobiliteitstransitie te verwezenlijken is het wenselijk om meer aandacht aan het lokale OV te schenken, dan nu in de omgevingsvisie wordt benoemd. Het doelbereik wordt voor deze opgave echter vooral bepaald door het Mobiliteitsprogramma Delft 2040.

9.4

Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden? Met de groei van Delft en het weren van autoverkeer neemt de druk op het openbaar vervoer toe. Dit speelt in de hele gemeente, maar voornamelijk in de gebieden waar het ruimtegebruik geïntensiveerd wordt, zoals de transformatiegebieden. Het openbaar vervoer moet bestand zijn op intensiever gebruik waardoor investeringen nodig zijn. In het Mobiliteitsprogramma kunnen een visie en maatregelen om het openbaar vervoer bij transformatieopgaven te versterken worden opgenomen. De haalbaarheid en toegevoegde waarde van een nieuw station ten noorden van Delft zijn aspecten voor nader onderzoek. Met het afwaarderen van wegen om autoluwe gebieden te realiseren en de gewenste H-structuur in de stedelijke ontsluiting te versterken, komt ruimte vrij in het openbaar gebied. In de herinrichting van openbaar gebied liggen belangrijke kansen voor de opgaven op het gebied van groen, klimaatadaptatie, ordening van de ondergrond en gezondheid. Dit vraagt om een integrale aanpak van het ontwerp. Het verdient aanbeveling om met kwalitatieve en kwantitatieve sturingsmiddelen de invulling van deze ruimte voor groen- en waterstructuren en verblijfsplekken te garanderen, bijvoorbeeld met een groennorm (zie ook hoofdstuk 7).

Door gebiedsgericht te bepalen waaraan behoefte is, kan de vrijkomende openbare ruimte zowel bij transformatie als in bestaande wijken optimaal worden benut. Sturingsinstrumenten kunnen een plek krijgen in het omgevingsplan om zo de integraliteit in het ontwerp te borgen. Ook het meekoppelen van opgaven in de ondergrond verdient aandacht, om te voorkomen dat snel na de herinrichting opnieuw werkzaamheden plaats moeten vinden.

Blad 44 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

Conclusie vervolgopgave Op basis van het voorgaande worden de volgende adviezen voor nadere uitwerking van de omgevingsvisie gegeven: • Nadere uitwerking van maatregelen gericht op het verbeteren van het (lokale) OVnetwerk, in het bijzonder bij transformatieopgaven. Dit kan deels in het Mobiliteitsprogramma, maar vergt ook regionale samenwerking in de Metropoolregio Rotterdam – Den Haag (MRDH). • Onderzoek naar de bijdrage van een nieuw station Delft Noord aan de mobiliteitstransitie. • Waarborgen van een integraal ontwerp van de bij herinrichting van het openbaar gebied vrijkomende ruimte, waarbij ruimte wordt gebruikt voor het realiseren van groen- en waterstructuren, aangename verblijfsplekken in de openbare ruimte. Het meekoppelen van opgaven in de ondergrond kan aanvullende hinder in de toekomst voorkomen.

Blad 45 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

10

Afwegingskaders De koers per deelgebied vormt het belangrijkste afwegingskader voor toekomstige ontwikkelingen. Initiatiefnemers kunnen de kaders gebruiken om het draagvlak voor een initiatief binnen een specifiek deelgebied te toetsen. De gemeente Delft zal op haar beurt deze afwegingskaders gebruiken om nieuwe initiatieven te toetsen. Daarbij geldt dat toekomstige ontwikkelingen moeten passen binnen de koers per deelgebied en ten minste bijdragen aan twee of meer opgaven. Daarnaast zijn er in de Delftse koers enkele afwegingskaders benoemd. Daarom wordt in eerste instantie een overzicht gegeven van alle afwegingskaders die in de visie worden genoemd.

10.1

Beschrijving van de afwegingskaders Hieronder is de koers per deelgebied weergegeven. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de afwegingskaders die benoemd zijn in de Delftse koers.

Koers voor de binnenstad en Nieuw Delft

Koers voor de wijken

Koers voor de kennis-, innovatie en technologiegebieden

Koers voor het buitengebied

Figuur 10.1 De koers per deelgebied (bron: omgevingsvisie Delft 2040). Het gekleurde vlak geeft de koers weer en de doorgetrokken lijn staat voor de huidige situatie.

De afwegingskaders die in de Delftse koers zijn genoemd: • De kwaliteiten die van Delft een aantrekkelijke stad maken behouden we door ze verder te verrijken en te versterken. De Delftse kernwaarden zijn: historie, technologie,

Blad 46 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

•

•

•

•

•

•

• • •

• • • • • • •

•

innovatie, creativiteit en de verbonden stad. Het Delftse erfgoed (oud en nieuw) speelt een grote rol in de aantrekkelijkheid, identiteit en het vestigingsklimaat van de stad. In Delft is ruimte een schaars goed. Daarom zullen we goed moeten nadenken over welke keuzes we maken bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Deze moeten indien mogelijk altijd bijdragen aan de versterking van meerdere kwaliteiten van de stad en het gebied. Duurzaamheid, gezondheid en veiligheid zijn voor Delft de centrale randvoorwaarden voor alle andere ontwikkelingen. Ze gelden als basisvoorwaarden voor de ontwikkeling van de stad. Een toekomstgericht en duurzaam Delft – dat bereiken we alleen als we duurzaamheid zien als een basisvoorwaarde voor de ontwikkeling van de stad, en niet als een doel op zich. Duurzaamheid geldt daarom als essentieel criterium. In een schone, hele en veilige stad kan toezicht en handhaving niet ontbreken. De stad is een samenspel van vele verschillende functies en gebruik die concurreren in de beperkte ruimte. Een evenwichtige verdeling daarin draagt bij aan een leefbare stad. De gemeente zet zich in om onbalans tussen de functies en gebruik te voorkomen. De ondergrond gaan we zodanig ordenen dat daar ruimte blijft voor toekomstige nieuwe functies. Verstedelijking en economische groei leggen druk op de draagkracht van de (onder)grond.

Alleen met behulp van goede (3D-)ordening kunnen we bestaande en nieuwe functies in de ondergrond combineren. Om de veiligheid te verbeteren wordt bij (her)ontwikkeling rekening gehouden met nieuwe risico’s en het stapelen van risico’s. Zo zorgt het samenbrengen van meerdere (risicovormende) ontwikkelingen niet voor een toename van het risico. Bij (her)ontwikkelingen is het belangrijk om de omgeving zo in te richten dat de gevolgen van de risico’s beperkt worden. Inzet op een verantwoorde ontwikkeling van toerisme, waarbij een gebalanceerde groei het uitgangspunt is. Multifunctioneel gebruik van de openbare ruimte. De inrichting en het beheer moeten hierop aansluiten. Inzet op diversiteit in de buurten. Dit gaat zowel over het mixen van functies (zoals het mixen van wonen en werken) als het combineren van horeca met cultuur. Door functies te combineren wordt de kans op sociale contacten vergroot. De richtlijn Sociaal Veilig Ontwerp (SVO), met focus op de nieuw te ontwikkelen gebieden, zal onderdeel zijn van de aanpak bij nieuwe initiatieven. De inrichting van de leefomgeving draagt bij aan de gezondheid. Delft zet in op gezondheidsbescherming, gezondheidsbevordering en welbevinden. Groen- en blauwstructuren zijn vanaf elk punt in de stad in zicht en bereikbaar binnen 300 meter van elke woning. Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen wordt voor Delft de standaard.

Bij alle ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving speelt water een belangrijke rol. De watervisie van het Hoogheemraadschap van Delfland is het kader voor de gemeente Delft. Nieuwbouwwoningen zijn volgens het Uitvoeringsprogramma Delft Energie Neutraal 2050 (2017) in principe aardgasvrij en minimaal EPC 0,0 of energieneutraal. Bij het verduurzamen van monumenten en erfgoed wordt ook het behoud van monumentale waarden mee afgewogen bij het wel of niet kunnen uitvoeren van de energiebesparende ingrepen. Delft zet in op een goede spreiding van voorzieningen en clustert waar mogelijk. Hierbij wordt meebewogen met de groei en ontwikkeling van de stad.

De afwegingskaders worden op de volgende drie onderdelen beoordeeld: • Consistentie: zijn de afwegingskaders consistent met het beleid in de Delftse koers? • Samenhang: kunnen de afwegingskaders naast elkaar gehanteerd worden of werken ze elkaar tegen?

Blad 47 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

•

10.2

Bijdrage aan doelstellingen: dragen de afwegingskaders voldoende bij aan het behalen van de ambities en opgaven?

Consistentie De koers per deelgebied vormt het belangrijkste afwegingskader waaraan de gemeente Delft nieuwe initiatieven kan toetsen. Delft zet daarbij in op initiatieven die de ontwikkelrichtingen per deelgebied helpen verwezenlijken. Toekomstige initiatieven moeten passen binnen de koers per deelgebied en ten minste bijdragen aan twee of meer opgaven. Hiermee ontstaat een voldoende helder afwegingskader, dat tegelijkertijd flexibel is. Per deelgebied wordt onderzocht of het afwegingskader consistent is met het beleid in de Delftse koers. Binnenstad en nieuw Delft In de binnenstad is het behoud van de kwaliteiten, met name erfgoed, de grootste uitdaging terwijl er volgens het afwegingskader/koers voor de binnenstad tegelijkertijd sterk ingezet wordt op klimaatadaptatie en de ontwikkeling van groen- en blauwstructuren. De inzet op groen en water is nodig omdat de binnenstad een van de grootste knelpunten vormt met betrekking tot klimaatadaptatie (zie leefomgevingsfoto en figuur 7.2 De vraag is of de ontwikkeling van groen- en waterstructuren fysiek in te passen is. Met name omdat de nadruk in de binnenstad ligt op het behoud van de bestaande kwaliteiten en niet op nieuwe ontwikkelingen. Wanneer er niet wordt ingezet kan de negatieve trend van klimaatverandering leiden tot wateroverlast of gezondheidsklachten door hittestress.

Naast klimaatadaptatie zijn er ook andere ontwikkelingen in de binnenstad die ruimte vragen, zoals de toevoeging van 1.000 arbeidsplaatsen (zie figuur 4.1). Om alle opgaven voor de binnenstad te verwezenlijken is een nadere uitwerking van maatregelen nodig. Dit kan meegenomen worden in de actualisatie van het huidige beleid voor de binnenstad (Nota binnenstad vitaal en gastvrij). In Nieuw Delft zijn er meer mogelijkheden om de verschillende ambities ruimtelijk in te passen omdat dit een transformatiegebied is (zie figuur 6.2). Door de vele ontwikkelingen, zoals de inzet op groen- en waterstructuren en de woningbouwopgave, bestaan er mogelijkheden om de verschillende functies beter op elkaar af te stemmen. Wel dient er (letterlijk en figuurlijk) een goede verbinding te zijn tussen de binnenstad en Nieuw Delft. Met een goede verbinding tussen deze twee gebieden kunnen ze elkaar aanvullen: de binnenstad bezit de historische kernkwaliteiten en Nieuw Delft de kernkwaliteiten technologie, innovatie, creativiteit.

Figuur 10.2 Afbakening van het deelgebied binnenstad en Nieuw Delft (bron: omgevingsvisie Delft 2040)

Wijken Voor de wijken zijn hoge ambities gesteld, met name met betrekking tot de duurzaamheidsopgave. Echter zijn binnen dit deelgebied weinig ontwikkelgebieden aangewezen. De mogelijkheden om groen- en waterstructuren te ontwikkelen zijn daarmee beperkt, mede gezien de beoogde verdichting van de woningvoorraad in de wijken (zie figuur 6.1). Wel zijn er enkele

Blad 48 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

wijkversterkingsgebieden aangewezen. In deze wijkversterkingsgebieden wordt ingezet op een bijdrage aan een passend woningaanbod en voorzieningenniveau. Ook is er in de wijkversterkingsopgave een opwaardering van de kwaliteit van de openbare ruimte opgenomen. Hoeveel fysieke ruimte er beschikbaar is voor initiatieven die bijdragen aan een betere inrichting van de openbare ruimte, een passend woningaanbod en passend voorzieningenniveau is nog niet bekend. Kortom, er zijn veranderingen in de wijken voorzien, maar het is niet helder waar en hoe deze veranderingen ruimtelijk zullen landen. Dit kan meegenomen worden bij de nadere uitwerking in gebiedsvisies. Zoals in de leefomgevingsfoto als aandachtspunt is meegegeven, kunnen nieuwe voorzieningen, nieuwe woonvormen en menging van functies leiden tot een aantrekkelijke openbare ruimte, maar dan moet hier naast de bestaande functies wel ruimte voor zijn. Er wordt daarom geadviseerd om per wijk te kijken wat de wijkversterking precies inhoudt en welke actieve maatregelen getroffen kunnen worden om de gewenste kwaliteitsverbetering te bewerkstelligen. Met actieve maatregelen wordt een actieve rol van de gemeente in de wijkversterking bedoeld, zodat de dynamiek aangewakkerd wordt.

Deze actieve maatregelen hoeven niet in de omgevingsvisie te landen, maar vormen wel een wezenlijk aandachtspunt bij de nadere uitwerking van het omgevingsbeleid.

Figuur 10.3 Afbakening van het deelgebied wijken (bron: omgevingsvisie Delft 2040)

Kennis-, innovatie- en technologiegebieden Dit zijn de gebieden waar de grootste ontwikkelingen plaatsvinden en dus de beste mogelijkheden bieden om de ambities te verwezenlijken. Met de transformaties van deze gebieden (zie figuur 6.2) kan meer ruimte gecreëerd worden voor bijvoorbeeld vergroening, woningen en arbeidsplaatsen. In deze transformatiegebieden kunnen functies gekoppeld worden door bijvoorbeeld hoogbouw te combineren met voorzieningen in de plint. Het advies hierbij is om wel oog te blijven houden voor het brede scala aan opgaven dat in deze gebieden speelt en de focus niet te veel te leggen bij de woningbouwopgave. Een gezonde leefomgeving en alle maatregelen die daarbij komen kijken zijn net zo belangrijk om het toekomstbeeld dat in de visie is geschetst te verwezenlijken. Een ander aandachtspunt voor de transformatiegebieden is de impact die de transformaties hebben op het karakter van deze gebieden. Wanneer sprake is van vergaande transformatie en intensivering kunnen bestaande karakteristieken verloren gaan. Voor de transformatiegebieden wordt daarom aangeraden om naast de aandacht voor het inpassen van nieuwe ontwikkelingen ook aandacht te houden voor het behoud van bestaande kwaliteiten. In Schieoevers Noord wordt dit al gedaan en gemonitord en dit kan als voorbeeld dienen voor andere transformatiegebieden.

De omgevingsvisie kan aangevuld worden met maatregelen voor het openbaar vervoer in transformatiegebieden. Met name in de kennis-, innovatie- en technologiegebieden is een investering in het openbaar vervoer noodzakelijk vanwege de beoogde verdichting in deze gebieden. Wanneer ingezet wordt op een gedragsverandering en ontmoedigen van autoverkeer

Blad 49 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

moeten voldoende alternatieven geboden worden om de bereikbaarheid van Delft te waarborgen. Het openbaar vervoer is één van de alternatieven voor autoverkeer, zeker voor vervoersbewegingen op regionaal schaalniveau, maar er kan bijvoorbeeld ook gedacht worden aan de elektrische fiets.

Figuur 10.4 Afbakening van het deelgebied kennis-, innovatie- en technologiegebieden (bron: omgevingsvisie Delft 2040)

Buitengebied De groei van Delft zal ook zijn weerslag hebben op het buitengebied. Het gebruik van het buitengebied zal intensiveren door een toename van inwoners, die bijvoorbeeld een ommetje willen wandelen of een stuk willen fietsen. De grootste uitdaging voor het buitengebied is dan ook om de kwaliteiten van het gebied te behouden, zoals het landschap en de natuurwaarden. De inzet op alle opgaven van de Delftse koers (zie figuur 10.1) past dan ook niet in het buitengebied. Zo wordt er ingezet op de opgave ‘Delft als hoofdstad van innovatie en technologie’ in het buitengebied, maar uit de visie wordt echter niet duidelijk welke bijdrage is beoogd in het buitengebied. Vanwege de gevoelige kwaliteiten in het buitengebied (natuur en landschap) is het aan te raden nadrukkelijke keuzes te maken voor dit gebied. Wat mag er wel en wat mag er niet in het buitengebied? Het behoud van de kwaliteiten in het buitengebied staat immers onder druk door de beoogde woningbouw en daarmee gepaarde bevolkingstoename.

Figuur 10.5 Afbakening van het deelgebied buitengebied (bron: omgevingsvisie Delft 2040)

10.3

Samenhang van afwegingskaders De grootste uitdaging voor Delft is de ruimtelijke inpassing van alle opgaven. Zoals nadrukkelijk uit de omgevingsvisie blijkt is de ruimte schaars en dient goed nagedacht te worden over multifunctioneel ruimtegebruik en het mengen van functies. Hier schuilen echter ook risico’s in, bijvoorbeeld met het oog op gezondheid en veiligheid.

Blad 50 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

De afwegingskaders die inzetten op gezondheid en veiligheid zoals “de inrichting van de leefomgeving draagt bij aan de gezondheid. Delft zet in op gezondheidsbescherming, gezondheidsbevordering en welbevinden” en “Duurzaamheid, gezondheid en veiligheid zijn voor Delft de centrale randvoorwaarden voor alle andere ontwikkelingen. Ze gelden als basisvoorwaarde voor de ontwikkeling van de stad” zijn essentieel om een gezonde leefomgeving in Delft te waarborgen. Het wordt daarom aangeraden om deze afwegingskaders leidend te laten zijn in het toestaan van ontwikkelingen. Er wordt dan ook geadviseerd om deze afwegingskaders toetsbaar te maken, bijvoorbeeld met de maximaal toelaatbare normen voor geluid, luchtkwaliteiten en externe veiligheid. Hiermee worden de kaders duidelijker en kan beter getoetst worden of een toekomstige ontwikkeling past binnen de gestelde kaders. Zoals ook in de leefomgevingsfoto als aandachtspunt is benoemd kan hierbij ook gewerkt worden met gedifferentieerde normen per gebied. In gebieden waar zowel gewoond als gewerkt wordt kan het maximaal toelaatbare geluidniveau bijvoorbeeld hoger liggen dan in een wijk waar de woonfunctie voorop staat. Tot slot vraagt een aantal afwegingskaders om een uitwerking op stadsniveau, voordat ze (op gebiedsniveau) kunnen worden toegepast. Dit geldt bijvoorbeeld voor de ordening van de ondergrond.

Dit wordt niet opgepakt als afzonderlijke opgave, maar heeft wel impact op veel andere aspecten van de fysieke leefomgeving én de hele stad. Ook groen- en blauwstructuren, voorzieningen, mobiliteit, toerisme en gezond gedrag kunnen naast een integrale aanpak op wijk, buurt- of straatniveau, in samenhang worden uitgewerkt op het niveau van de gemeente. De aanknopingspunten staan voldoende in de visie, maar dat neemt niet weg dat er nog significante beleidskeuzes resteren voordat private en publieke initiatiefnemers (en de gemeente zelf) ermee aan de slag kunnen. De aanbeveling is om deze aanknopingspunten uit te werken in het omgevingsplan om wildgroei aan initiatieven en ongewenste bijbehorende gevolgen te voorkomen.

10.4

Bijdrage aan doelstellingen De afwegingskaders spelen een belangrijke rol bij het behalen van de doelstellingen. Door te stellen dat een toekomstige ontwikkeling “indien mogelijk altijd bijdragen aan de versterking van meerdere kwaliteiten van de stad en het gebied” wordt multifunctioneel ruimtegebruik gestimuleerd. Met de formulering “indien mogelijk” heeft de gemeente weliswaar wat flexibiliteit ingebouwd en een inspanningsverplichting opgesteld. Dit geeft echter nog geen garantie op resultaat. De (mate van) bijdrage die door ontwikkelingen geleverd wordt aan de opgaven in Delft is daarmee enigszins onzeker, wat betekent dat het onzeker is of de ambities behaald worden. Daarnaast is de gemeente bij het behalen van de ambities op diverse vlakken afhankelijk van de markt. Het wordt aangeraden om als gemeente een actieve rol aan te nemen om de ambities te verwezenlijken. De gemeente hoeft niet initiërend te zijn, maar kan ook verleiden, stimuleren en communiceren om de gewenste dynamiek op gang te brengen en te sturen. Waar de gemeente niet zelf aan zet is, kan in ieder geval gemonitord worden of de ambities worden behaald. Door te monitoren kan de gemeente tijdig ingrijpen wanneer doelstellingen niet behaald dreigen te worden. De sturingsfilosofie en monitoringsaanpak kunnen gezamenlijk worden uitgewerkt.

Voor een aantal doelstellingen zijn op dit moment nog niet alle concrete maatregelen uitgewerkt om de haalbaarheid te verzekeren, de gemeente kan in de uitwerking een actieve rol innemen om deze ambities te borgen. Dit betreft bijvoorbeeld de volgende doelstellingen: • Wijkversterking. Per wijk kijken wat de wijkversterking precies inhoudt en welke actieve maatregelen getroffen kunnen worden om naast het woningaanbod en het voorzieningenniveau ook de openbare ruimte in de wijken te verbeteren.

Blad 51 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

• •

• •

Delft heeft de doelstelling om in 2050 volledig circulair te zijn. In 2030 moeten er 50% minder primaire grondstoffen verbruikt worden. Om volledig energieneutraal te worden in 2050 is de gemeente sterk afhankelijk van derden. Bijvoorbeeld bij het streven om van alle geschikte daken tenminste 40% met zonnepanelen te bedekken vóór 2030. Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen wordt voor Delft de standaard. Welke maatregelen zet de gemeente hiervoor in? Het Schone Lucht Akkoord wordt nageleefd. Dit betekent dat in 2030 minimaal 50% gezondheidswinst uit binnenlandse bronnen gerealiseerd is t.o.v. 2016. Daarbij wordt gestreefd naar de advieswaarden van de WHO voor fijnstof en stikstofdioxide in 2030.

Het advies is om voor deze doelstellingen nader uit te werken welke rol de gemeente inneemt en welke middelen ingezet kunnen worden om deze doelen te bereiken. De duurzaamheidsvisie voor Schieoevers is hiervan een goed voorbeeld. Bij dergelijke opgaven is de gemeente afhankelijk van derden om de doelen te behalen. Door een actieve rol aan te nemen kan de gemeente ontwikkelingen aanwakkeren die bijdragen aan het behalen van de doelstellingen.

10.5

Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden? Op basis van het voorgaande worden de volgende adviezen voor nadere uitwerking van de omgevingsvisie gegeven: • Om alle opgaven voor de binnenstad te kunnen verwezenlijken is een nadere uitwerking van maatregelen nodig. Dit kan meegenomen te worden in de actualisatie van het beleid voor de binnenstad. • Een actieve rol van de gemeente om de wijkversterking aan te wakkeren, bijvoorbeeld door heldere afwegingskaders in de wijken op te stellen. • Oog blijven houden voor het brede scala aan opgaven die in de kennis-, innovatie en technologiegebieden spelen. Zowel de inpassing van nieuwe ontwikkelingen als het behoud van de bestaande karakteristieken. • Het maken van nadere keuzes voor het buitengebied. Met het oog op de kwetsbare kwaliteiten van dit gebied is niet alles mogelijk. • Het toetsbaar maken van afwegingskaders. Hiermee wordt het mogelijk om te monitoren of ambities gehaald worden. • Een aantal afwegingskaders vraagt om een uitwerking op stadsniveau, voordat ze (op gebiedsniveau) kunnen worden toegepast. • Een actieve rol (communiceren, verleiden, stimuleren, initiëren) van de gemeente om de ambities te verwezenlijken, waarbij tenminste gemonitord wordt of de ambities behaald worden. De sturingsfilosofie en monitoringsopgave kunnen parallel worden uitgewerkt.

Blad 52 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

11

De zes grote ruimtelijke opgaven Uit het toekomstbeeld zijn grote ruimtelijke opgaven voortgekomen. In dit hoofdstuk wordt de samenhang van de omgevingsvisie onderzocht aan de hand van deze grote ruimtelijke opgaven. Daarbij worden kansen en risico’s benoemd voor de nadere uitwerking van de omgevingsvisie. In paragraaf 11.3 worden de effecten van de omgevingsvisie buiten de gemeente Delft beschouwd.

11.1

Beschrijving van de grote ruimtelijke opgaven De grote ruimtelijke opgaven die uit het toekomstbeeld naar voren zijn gekomen zijn: I. Stedelijke verdichting Ruimte voor innovatie en bedrijvigheid moet binnenstedelijk gevonden worden. De ontwikkeling van de wijken en buurten in Delft is belangrijk. Elke wijk en buurt heeft hierin een eigen schaal en dynamiek. Na de afronding van Nieuw Delft komt de nadruk van de ontwikkeling meer te liggen op de zuidzijde van de stad. II. Functiemenging in stedelijke dynamische gebieden Schieoevers zal verkleuren, wijken worden versterkt en waar mogelijk verdicht en er komt een energienetwerk. Delft zet in op het mengen van wonen en werken. Er is plaats voor dynamische gemengde gebieden waar een nieuw soort stedelijkheid kan ontstaan. III. Wijziging van de verkeersstructuur Overal vanuit Delft ben je straks binnen 15 minuten op de snelweg. De H-structuur (A4-A13Kruithuisweg) kan worden geoptimaliseerd, waardoor er meer ruimte ontstaat voor fiets, groen en woningen. Een potentieel nieuw station aan de noordzijde van Delft draagt verder bij aan deze mobiliteitstransitie. IV. Het verbeteren van stad-landverbindingen In het toekomstbeeld wordt ingezet op een compacte stad langs de 'oude lijnen', met een goede verbinding naar de te behouden waardevolle groene buitengebieden.

Historische lijnen en plekken worden belangrijkere structuurbepalende elementen. De historische toegangswegen zullen minder gericht zijn op snelle doorstroming en meer op langzaam verkeer, sport en verblijf. Dit netwerk koppelen we aan het groene netwerk van parken, grachten en lanen en de fijnmazige groenstructuren in de wijken. Dit groene netwerk als onderdeel van de openbare ruimte is zodanig ontworpen dat deze uitnodigend en toegankelijk is voor iedereen en bijdraagt aan ontmoeting en verblijven. V. Continuering van het beleid in de binnenstad De binnenstad laten we in principe bestaan zoals deze is. De binnenstad blijft de compacte huiskamer van Delft waar men elkaar kan ontmoeten en is in 2040 beter bereikbaar, leefbaarder en levendiger. Er is extra oog voor het verduurzamen van waardevol erfgoed en het ontwerpen en onderhouden van een buitenruimte die, passend bij het historische centrum, meer gericht is op de voetganger en ontmoeting. VI. TU Delft Campus versterken De TU Delft Campus versterken we als kenniscluster waar er op specifieke delen van de campus ook ruimte is voor het mengen van functies als wonen en voorzieningen.

Blad 53 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

11.2

Beoordeling Uit het toekomstbeeld van Delft komen zes grote ruimtelijke uitdagingen voort. Per grote ruimtelijke opgave wordt beschreven hoe deze zich verhoudt tot de overige onderdelen van de omgevingsvisie. Hiermee worden de grote ruimtelijke opgaven niet vanuit één perspectief bekeken maar ontstaat inzicht in de samenhang van keuzes, maatregelen, afwegingskaders. Daarnaast worden kansen en risico’s benoemd die deze grote ruimtelijke opgaven met zich mee brengen en wordt geadviseerd over de nadere uitwerking van het omgevingsbeleid in bijvoorbeeld programma’s en het omgevingsplan. I. Stedelijke verdichting Vrijwel alle ontwikkelingen in Delft moeten binnenstedelijk plaatsvinden, bijvoorbeeld de toevoeging van circa 15.000 woningen, 100.000 m2 bedrijfsruimte en versterking van de groen- en waterstructuren. In de omgevingsvisie komt duidelijk naar voren dat de gemeente Delft door heeft dat dit een grote uitdaging met zich meebrengt om de ontwikkelingen ruimtelijk in te kunnen passen. Er zijn maatregelen benoemd die deze inpassing in de hand spelen, zoals het realiseren van hoogbouw en het gebruik van daken voor vergroening en energieopwekking. Tegelijkertijd zijn de maatregelen die meervoudig ruimtegebruik moeten bevorderen ook de maatregelen die scherper geformuleerd kunnen worden.

Zo is in de leefomgevingsfoto al benoemd dat hoogbouw bij voorkeur op plekken geprogrammeerd kan worden waar de omgeving goede aanknopingspunten biedt voor meekoppelkansen. Daarnaast is door middel van de leefomgevingsfoto geadviseerd om te werken met verschillende categorieën van hoogbouw. Dit zijn aandachtspunten voor de verdere aanscherping van de hoogbouwnota van de gemeente Delft. Naast de visie op hoogbouw kan ook het gebruik van daken aangescherpt worden. In de omgevingsvisie is wel benoemd dat “de multifunctionele potentie van daken moet worden benut. Te denken valt aan onder andere ‘groene’ of ‘blauwe’ daken maar ook aan ‘gele’ daken die duurzame energie op kunnen wekken”. De omgevingsvisie kan aangevuld worden met maatregelen die dit multifunctioneel gebruik van daken stimuleren. Gezien op 1 januari 2020 slechts 5% van alle geschikte daken voorzien was van zonnepanelen en het gewenste percentage vóór 2030 is 40%, is een proactieve aanpak nodig om daken in te zetten voor multifunctioneel ruimtegebruik. Zoals al in de leefomgevingsfoto is benoemd kan meervoudig ruimtegebruik (bij transformatie) verplicht gesteld worden, waarbij het verplicht wordt om het dak in te zetten voor groen, blauw en/of geel. De duurzaamheidsvisie Schieoevers kan als uitgewerkt voorbeeld dienen voor de uitwerking van maatregelen.

In de omgevingsvisie wordt genoemd dat een concretere uitwerking van de ambitie plaats krijgt in de gebiedsvisies voor de betreffende delen van de stad. Bovengenoemde voorbeelden van de aanscherping van maatregelen kunnen nader uitgewerkt worden in gebiedsvisies en/of in thematische programma’s. II. Functiemenging in stedelijke dynamische gebieden Delft zet in op het mengen van wonen en werken. Door circa 15.000 woningen in Delft toe te voegen, waaronder in werkgebieden en milieubelaste gebieden, zoals Schieoevers, kunnen risico’s voor de gezondheid (en mogelijk ook veiligheid) van inwoners ontstaan, zoals een toename van hinder van geluid, geur en luchtkwaliteit. Het eindplaatje van deze functiemenging is nog onduidelijk en daarmee zijn de negatieve effecten nog niet precies te benoemen. In de leefomgevingsfoto is al aangegeven dat het monitoringsprogramma voor Schieoevers Noord veel inzicht kan bieden in de risico’s van functiemenging en kan bijdragen aan het optimaliseren van functiemenging.

Blad 54 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

III. Wijziging van de verkeersstructuur De wijziging van de verkeersstructuur gaat goed samen met de ambities om meer ruimte te creëren voor groen en water en de gedragsverandering voor mobiliteit. Met het invoeren van autoluwe zones en het afwaarderen van wegen komt in deze gebieden ruimte vrij die kan worden ingevuld met groen- en waterstructuren, verblijfsplekken en langzaam verkeer. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de H-structuur waarmee minder doorgaand verkeer in Delft wordt beoogd. Hiermee komt ruimte vrij om te reserveren voor langzaam verkeer. De uitdaging is om het autogebruik te ontmoedigen en mensen met duurzame vervoersmiddelen te laten reizen. Voor kleine afstanden kan fietsen en wandelen gestimuleerd worden door onder andere een betere inrichting van de openbare ruimte, meer fiets- en wandelpaden en meer groen. Voor vervoersbewegingen in de regio zijn (elektrische) fietsen en het openbaar vervoer het belangrijke alternatieven voor de auto. De omgevingsvisie kan aangevuld worden met maatregelen om het openbaar vervoer in Delft te verbeteren, met name in transformatiegebieden. Dergelijke maatregelen zijn noodzakelijk om de gewenste gedragsverandering te bewerkstelligen, maar ook met het oog op de verstedelijking van Delft. Het verdichten van de stad en het mogelijk toevoegen van hoogbouw leidt tot verkeersknelpunten indien de bewoners met de auto moeten reizen.

Door naast de investeringen in de verkeersstructuur een alternatief te bieden met een goed OV-netwerk kunnen dergelijke verkeersknelpunten voorkomen worden. Maatregelen voor het openbaar vervoer in transformatiegebieden kunnen uitgewerkt worden in het Mobiliteitsprogramma, maar vragen ook om afstemming in regionaal verband. IV. Het verbeteren van stad-landverbindingen Door (groene) verbinding te creëren tussen de wijken en het buitengebied ontstaan veel positieve effecten. Zo wordt gezond gedrag gestimuleerd omdat inwoners worden aangemoedigd om meer te fietsen en te wandelen. Daarnaast dragen groene verbindingen bij aan de beoogde wijkversterking, stimuleert het sociale ontmoetingen in de openbare ruimte en neemt het percentage groen toe wat gunstig is in het kader van klimaatadaptatie. Dit betekent wel dat het buitengebied en de nieuwe stad-landverbindingen intensiever gebruikt zullen worden. Enerzijds omdat mensen gestimuleerd worden tot beweging, anderzijds omdat het aantal inwoners van Delft zal groeien door de toevoeging van extra woningen en werkgelegenheid. De grootste uitdaging is het behoud van bestaande kwaliteiten, denk hierbij aan het landschap en cultuurhistorische waarden zoals de 'oude lijnen'.

Door nadere keuzes te maken over de gewenste ontwikkelingen in het buitengebied en de rol van stad-landverbindingen, kunnen kwaliteiten beter worden geprioriteerd en behouden (zie ook paragraaf 10.2, buitengebied). V. Continuering van het beleid in de binnenstad De formulering van deze opgave is niet volledig in lijn met de rest van de omgevingsvisie. Zo wordt gesteld dat in 2040 de binnenstad “beter bereikbaar, leefbaarder en levendiger is”. De banengroei en toevoeging van woningen in het gebied kunnen bijdragen aan meer levendigheid. De drukte die hiermee kan ontstaan kan daarentegen beperkend zijn voor de bereikbaarheid. Hierdoor wordt er ingezet op spreiding van de drukte, voorzieningen en woningen. Ten eerste is de groei van de binnenstad voornamelijk beoogd in Nieuw Delft. Daarnaast wordt in de wijken ingezet op levendigheid om de binnenstad te ontlasten. Door 1.000 extra banen in de binnenstad te creëren kan de levendigheid bevorderd worden. Hiertoe kan ingezet worden op banengroei in sectoren zoals horeca, cultuur en toerisme. In de opgave wordt ook geformuleerd dat de binnenstad in 2040 beter bereikbaar is. In de Delftse koers is het volgende beschreven: “de auto is te gast en komt bij voorkeur niet te veel in het centrum”.

Om de binnenstad beter bereikbaar te maken kan ingezet worden op een verbetering van het openbaar vervoer en investeringen in fiets- en wandelroutes. Daarnaast gaat een verbetering van de bereikbaarheid voor fietsers samen met de vraag naar meer ruimte voor fietsparkeerplaatsen in de binnenstad. Dit is een bedreigende factor voor de kwaliteit van de openbare ruimte en kan de levendigheid in de binnenstad beperken omdat een toename

Blad 55 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

geparkeerde fietsen kan leiden tot verrommeling. In de leefomgevingsfoto is dit als aandachtspunt aangekaart. Fietsparkeervoorzieningen kunnen inpandig of ondergronds gerealiseerd worden, om zo buitenruimte te winnen. Hiervoor is dan wel een goede regie op de ondergrond noodzakelijk. Een andere optie is ruimte die vrijkomt door uitbreiding van het autoluwplusgebied in te zetten voor fietsparkeergelegenheid. VI. TU Delft Campus versterken Het versterken van de TU Delft Campus als kenniscluster is in lijn met de kernwaarde technologie, innovatie en creativiteit en de Delftse koers. Zo kan de toevoeging van 3.000 arbeidsplaatsen op de TU Campus en Sciencepark én het toevoegen van 1.000 woningen met bijbehorende voorzieningen bijdragen aan de ontwikkeling van een entrepreneurial ecosystem. Door in te zetten op een verbetering van de sociaaleconomische leefbaarheid op de campus worden creativiteit, innovatie en technologische ontwikkelingen aangejaagd. Dit leidt vervolgens ook tot andere typen werkgelegenheid, zoals de productie van de ontwerpen op grotere schaal. Een aandachtspunt bij de uitwerking van deze ruimtelijke opgave is de kernwaarde verbonden stad. Zo is de volgende maatregel geformuleerd: “Nieuwe grootschalige clusters van studentenwoningen komen vooral op en rond de TU-campus”. Hier bestaat het risico dat de TUcampus een ‘enclave’ van studenten wordt.

De uitdaging is dan ook om op de campus een divers woningaanbod te realiseren zodat een gemengd woongebied ontstaat en de campus beter verbonden wordt met de rest van de stad.

11.3

Effecten buiten de gemeente Delft In dit OER hebben de effecten van omgevingsvisie voor de leefomgeving van Delft centraal gestaan. Echter heeft de omgevingsvisie op enkele aspecten mogelijk ook buiten de gemeente Delft zijn weerslag. Dit geldt voor de energietransitie en de effecten op Natura 2000-gebieden. Energievoorziening De maatregelen met betrekking tot de energievoorziening van Delft zijn in regionaal verband beschouwd. In het Rijnmondgebied is sprake van restwarmte die door middel van de nieuwe WarmtelinQ in Delft gebruikt kan gaan worden. Dit zorgt voor een vergroening van de energiebalans, maar neemt niet weg dat er ook naar mogelijkheden kan worden gezocht om duurzame energie op te wekken binnen de gemeente Delft. Hier worden al enkele maatregelen voor genoemd, zoals het realiseren van een geothermiebron op de campus van de TU Delft. Om in 2050 volledig energieneutraal te zijn moeten meer maatregelen getroffen worden. Voor de opwekking van duurzame energie is de Regionale Energie Strategie (RES) en de bijbehorende afstemming met de regio belangrijk. Effecten op Natura 2000-gebieden In de gemeente Delft zijn geen Natura 2000-gebieden te vinden. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden zijn hieronder weergegeven. Door de afstand tot deze gebieden zijn verstorende effecten door bijvoorbeeld licht en geluid niet te verwachten.

De emissie van stikstof, met eventuele stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden kunnen over grotere afstanden plaatsvinden waardoor deze effecten beschouwd moeten worden.

Blad 56 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

Figuur 11.1 Natura 2000-gebieden in de omgeving van de gemeente Delft (bron: Ministerie van Economische Zaken/Leefomgevingsfoto)

De ontwikkelingen in Delft kunnen leiden tot zowel toe- als afnamen van stikstofdepositie. Enerzijds kan de bouw van woningen en bedrijfsruimte en de mogelijke toename van verkeer leiden tot toenamen. Anderzijds dragen de H-structuur met een verkeersluw centrum en inbreiding bij aan de mobiliteitstransitie met minder verkeer en wordt er ingezet op duurzame energieopwekking en -gebruik (met minder emissie). Doordat de precieze omvang, locatie en aard van de ontwikkelingen nog niet concreet is gemaakt, is de stikstofdepositie die deze ontwikkelingen teweegbrengen nog niet te onderzoeken. Ook van de grotere ontwikkelingen in Delft is niet de verwachting dat dit leidt tot wezenlijke bijdrage aan de depositie. Zo is in 2018 al wel een stikstofberekening4 uitgevoerd voor de ontwikkeling van Schieoevers-Noord, de grootste ontwikkeling in Delft. Uit deze berekening blijkt dat de effecten op Natura 2000-gebieden beperkt zijn en onder de destijds geldende drempelwaarde voor stikstofdepositie vallen. Er worden geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden verwacht, omdat: 1. De afstand tussen de gemeente Delft en de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden ertoe leidt dat directe effecten zoals verstoring door betreding, licht en/of geluid op voorhand kunnen worden uitgesloten. 2.

In de omgevingsvisie Delft 2040 wordt nadrukkelijk ingezet op de mobiliteitstransitie en het verbeteren van de H-structuur. Hiermee leidt de omgevingsvisie tot een betere 4

Antea Group; Onderzoek stikstofdepositie Schieovers Noord te Delft, d.d. 7 september 2018.

Blad 57 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

3.

verkeersdoorstroming en meer bewegingen met duurzame vervoersmiddelen, waardoor de stikstofemissie door verkeer naar verwachting niet verder zal toenemen. Daarnaast wordt de realisatie van een warmtenet in de omgevingsvisie genoemd. Deze maatregel draagt bij aan het verduurzamen van de huidige woningvoorraad. Een deel van de woningvoorraad zal middels dit restwarmte worden verwarmd, in plaats van aardgas. De stikstofemissie van de bestaande bebouwing neemt af, en daarmee worden de effecten op Natura 2000-gebieden beperkt. Indien de ontwikkelingen die voortkomen uit de omgevingsvisie toch leiden tot een toename van stikstofdepositie, zal dit (op basis van de stikstofberekening voor Schieoevers Noord) naar verwachting een beperkte toename zijn. Een beperkte toename van stikstofdepositie kan gemitigeerd worden om negatieve effecten in Natura 2000gebieden te voorkomen. Voorbeelden van mitigerende maatregelen zijn het beperken van het programma of het werken met schoon materieel.

De bovenstaande drie reden leiden ertoe dat een toename van stikstofdepositie en andere negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet worden verwacht. Voor ieder project in Delft dient echter onderzocht te worden of stikstofdepositie optreedt en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Op voorhand worden negatieve effecten echter niet verwacht, waardoor het opstellen van een passende beoordeling van de omgevingsvisie niet nodig is.

11.4

Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden? Op basis van het voorgaande worden de volgende adviezen voor nadere uitwerking van de omgevingsvisie gegeven: • Met betrekking tot de nadere uitwerking van de hoogbouwnota wordt geadviseerd om te werken met verschillende categorieën hoogbouw. • Een actieve aanpak van de gemeente om multifunctioneel ruimtegebruik op daken te bewerkstelligen, bijvoorbeeld door financiële stimulering of communicatie. • Nadere uitwerking van gebiedsspecifieke maatregelen door middel van gebiedsvisies. • Nader uitwerken hoe functiemenging geoptimaliseerd kan worden. Monitoringsprogramma’s, zoals de monitoring voor Schieoevers Noord, kunnen hiervoor als input dienen. • Een suggestie om niet alleen studentenwoningen op de campus te realiseren, maar een divers woningaanbod te creëren om de verbinding tussen de stad en de campus te verbeteren. • Regionale afstemming voor het thema energietransitie. De RES speelt hierbij een belangrijke rol.

Blad 58 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

12

Conclusie en vervolgstappen Het omgevingseffectrapport (OER) heeft als doel het leefmilieu en omgevingsbelang mee te wegen in de besluitvorming rondom de omgevingsvisie. Daarom zijn de ambities en maatregelen uit de Omgevingsvisie Delft 2040 beoordeeld op de impact op de leefomgeving; zowel op de positieve bijdragen aan een duurzame leefomgeving, als de (ongewenste) neveneffecten hiervan.

12.1

Algemene conclusie Over het algemeen is Delft goed op weg met de Omgevingsvisie Delft 2040. In de omgevingsvisie wordt aandacht besteed aan het feit dat Delft te maken heeft met concurrerende ruimteclaims. Dit leidt ertoe dat het op voorhand niet zeker is of alle doelstellingen gehaald worden. Deze onzekerheden zijn veelal niet te voorkomen omdat het gaat om beleid voor een periode van circa 20 jaar. Trends en ontwikkelingen brengen immers altijd een bepaalde mate van onzekerheid met zich mee voor de fysieke leefomgeving. Monitoring kan een belangrijke rol spelen om met deze onzekerheid om te gaan. Ook programma’s, het omgevingsplan en andere sturingsmiddelen kunnen als aanvulling op de omgevingsvisie nuttige instrumenten zijn om het behalen van de Delftse ambities te borgen. Met de Omgevingsvisie Delft 2040 heeft de gemeente de strategische keuzes op hoofdlijnen voor de gehele fysieke leefomgeving gemaakt, waarbij voldoende aandacht is geweest voor de samenhang tussen thema’s. Voor alle relevante thema’s zijn aanknopingspunten voor nadere uitwerking gegeven om het omgevingsbeleid volledig te maken.

12.2

Leemten in kennis De omgevingsvisie is een visie op een hoogabstractieniveau. Hierdoor is niet voor alle onderwerpen gedetailleerde informatie beschikbaar. De aanpak met de leefomgevingsfoto heeft ervoor gezorgd dat voor een groot aantal onderwerpen informatie verzameld is waarmee een effectbeoordeling is opgesteld. Voor de volgende onderwerpen was onvoldoende informatie beschikbaar om een volledige beoordeling te geven: • De effecten door stikstof op Natura 2000-gebieden. De omgevingsvisie stelt doelstellingen op een hoog abstractieniveau. Hierdoor is de omvang van bepaalde ontwikkelingen nog niet vastgesteld, denk bijvoorbeeld aan de exacte omvang van de beoogde wijkversterking. Ondanks dat er geen stikstofeffecten worden verwacht, is dit niet met zekerheid uit te sluiten omdat de exacte stikstofemissie niet te bepalen is voor een visie van dit abstractieniveau. • Het aandeel van ontwikkelingen op de energiebalans. Er ontbreekt informatie om aan te kunnen geven welke energieopgave resteert in 2040. Het is op dit moment niet mogelijk om de energievraag die voortkomt uit de groei van Delft te kwantificeren. Hierdoor is het onduidelijk in welke mate de energiebalans tot 2040 zal vergroenen. • Circulariteit is een relatief nieuw onderwerp. Er is beperkte informatie beschikbaar over dit onderwerp, waar door dit onderwerp onderbelicht is in de leefomgevingsfoto.

Het ontbreken van informatie maakt een effectbeoordeling op dit thema lastig. • Een groot deel van de doelstellingen zijn goed te kwantificeren, denk bijvoorbeeld aan woningbouw, arbeidsplaatsen, voorzieningen en vergroening. Andere doelstellingen zijn lastiger te meten, zoals het stimuleren van levendigheid of sociale cohesie. Voor deze onderwerpen is de effectbeoordeling gebaseerd op grijpbare onderwerpen, zoals de mate waarin een ontwikkeling het aantal ontmoetingsplaatsen stimuleert. Voor deze onderwerpen het echter lastiger om een inschatting te maken van het doelbereik, waardoor het doelbereik niet altijd gekwantificeerd is.

Blad 59 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

•

De energietransitie brengt mogelijk gezondheids- en veiligheidsrisico’s met zich mee. Er is nog weinig onderzoek gepubliceerd over de effecten van bijvoorbeeld laadinfrastructuur of elektriciteitskabels. Er wordt geadviseerd om bij de uitwerking van concretere plannen deze mogelijke gezondheids- en veiligheidsrisico’s nader te beschouwen.

De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. De leemten in kennis gaan voornamelijk over de nadere uitwerking van de omgevingsvisie in programma’s. Bij deze nadere uitwerking is het van belang om rekening te houden met informatie die op dit moment ontbreekt, zodat kansen op het gebied van bijvoorbeeld energie en circulariteit gegrepen worden. De leemten in kennis zijn daardoor niet hinderlijk voor de vaststelling van de omgevingsvisie.

12.3

Monitoring en evaluatie De omgevingsvisie vormt de basis voor de beleidscyclus. Met monitoring en evaluatie wordt deze cyclus gesloten. Monitoringsinformatie en evaluatie helpen bij een betere en snellere besluitvorming over de activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het kan bijvoorbeeld aanleiding zijn om bij te sturen. Bijsturing kan bijvoorbeeld plaatsvinden door bepaalde maatregelen te treffen of doelen uit de omgevingsvisie bij te stellen. Een deel van de gemaakte keuzes brengt onzekerheden of risico’s met zich mee, bijvoorbeeld over het behalen van ambities of de kwaliteit van de toekomstige situatie. Door middel van monitoring wordt inzichtelijk of de gemeente op koers ligt om de doelstellingen te behalen. De gemeente kan dan tijdig bijsturen wanneer knelpunten ontstaan of een doelstelling niet behaald dreigt te worden. De leefomgevingsfoto geeft een beeld van de huidige situatie en kan als nulmeting bij de monitoring gebruikt worden. De belangrijkste onzekerheden van de Omgevingsvisie Delft hebben te maken met de grote opgaven en het al dan niet behalen daarvan.

Worden er bijvoorbeeld voldoende woningen gebouwd, blijft er voldoende ruimte voor bedrijvigheid en kunnen de kwaliteitsdragers in de stad meegroeien met de groei van de bevolking? De omgevingsvisie en de leefomgevingsfoto beschrijven de opgaven waar Delft voor staat en bieden daarmee een goede basis om de monitoringsopgave te bepalen. Monitoring op hoofdlijnen op stadsniveau kan worden aangevuld met monitoring op gebiedsniveau, zoals voor Schieoevers Noord al in gang is gezet. Het is niet doelmatig om voor alle thema’s een (gemeentelijk) monitoringsprogramma op te stellen ten behoeve van de omgevingsvisie. Voor sommige thema’s kan dit beter worden gekoppeld aan een programma of aan regionale besluitvorming. Voor verschillende opgaven zal een nadere uitwerkingsslag worden gemaakt door middel van één of meer thematische of gebiedsgerichte programma’s. Het programma is een geschikt instrument om de doelstellingen en maatregelen te concretiseren en de monitoring van deze relatie op te zetten. Ook is het een goede optie om aan te haken bij monitoringsprogramma’s van andere overheden voor thema’s waarop de gemeente slechts een beperkte invloed heeft.

12.4

Adviezen voor nadere uitwerking Het is van belang om bij de concretisering van de omgevingsvisie en uitwerking van het omgevingsbeleid in programma’s en het omgevingsplan te zorgen dat het gewenste doelbereik wordt gehaald. In dit OER zijn adviezen gegeven om daarbij het omgevingsbelang volwaardig te betrekken en ongewenste effecten te voorkomen. Enkele opgaven zijn op het niveau van de omgevingsvisie nog lastig te beoordelen. Zo zijn voor de opgave ‘Delft met voorzieningen voor iedereen’ in de omgevingsvisie nog niet de kaders opgenomen om te beoordelen of de ambitie

Blad 60 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

wordt behaald. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de adviezen voor de nadere uitwerking van het omgevingsbeleid voor alle opgaven van de Delftse koers: • Op basis van de Ruimtelijk Economische Visie kan per gebied gespecificeerd worden hoe de opgaven verwezenlijkt worden. Hierin kan bijvoorbeeld ingegaan worden op een keuze voor sloop en nieuwbouw of hergebruik van bestaande bebouwing om bedrijfsruimte te creëren. • Duurzaamheidsmaatregelen om zowel bestaande als nieuwe bedrijven te verduurzamen kunnen nader uitgewerkt worden. • Nadere uitwerking van de wijkversterking, met name de koppeling met andere opgaven die in de wijken spelen. • Bij het aanwijzen van evenementenlocaties rekening houden met de impact van deze locaties op de omgeving. • De gemeente kan sturen op het type evenementen (en andere cultuurvoorzieningen) dat aangetrokken moet worden om een onderscheidend cultuuraanbod te realiseren. • Aandacht voor een goede balans tussen sturing en flexibiliteit in het omgevingsplan, ondersteund door andere instrumenten zoals monitoring, om bij ontwikkelingen een goed woon- en leefklimaat te borgen, maar ook ruimte te bieden aan initiatiefnemers. • Meewegen van de waarde van beschermde stadsgezichten in de nadere uitwerking van de hoogbouwnota. • Nadere uitwerking van de maatregelen om de woningvoorraad te verduurzamen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10134903/1