4 Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Delft
Tekst van het document
In principe worden maatregelen die bijdragen aan een goede balans tussen de (toekomstige) maatschappelijke behoeften en de draagkracht van de fysieke leefomgeving positief beoordeeld. Een negatieve beoordeling wordt gegeven aan maatregelen die deze balans (verder) in gevaar brengen, bijvoorbeeld doordat deze leiden tot onomkeerbare milieugevolgen, de productie van afvalstoffen of (onevenredige) uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Ook wanneer een keuze de mogelijkheid tot duurzaam, doelmatig en meervoudig ruimtegebruik in de toekomst onmogelijk maakt, kan een negatieve beoordeling worden gegeven.
Blad 13 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
• • • •
• • • • •
3.2.4
Milieu Gezondheidsbescherming Gezondheidsbevordering Veiligheid
Wonen Voorzieningen Economie en werkgelegenheid Sociale aspecten Bereikbaarheid
Gezondheid & veiligheid
Omgevingskwaliteit
Leefbaarheid
Duurzaamheid
• • • • • •
Erfgoed Landschap Natuur en biodiversiteit Bodem, water en ondergrond Klimaatadaptatie Ruimtelijke kwaliteit
• • • • •
Energiegebruik Grondstoffengebruik Kringlooplandbouw CO2-emissie Ruimtegebruik
Wijze van beoordelen De beoordelingen in het OER betreffen de beoordeling van de effecten op de leefomgeving, het doelbereik, wat er nog geagendeerd kan worden en de beoordeling van de afwegingskaders. Deze onderdelen worden beoordeeld op basis van de leefomgevingsfoto en expert judgement. Vanwege het abstractieniveau van de omgevingsvisie, en dus van het OER, is het lastig om de exacte gevolgen van beleidskeuzes te bepalen. De beoordelingen werken deels ter signalering, om te duiden waar extra aandacht bij de uitwerking noodzakelijk is. Ook bij een negatieve beoordeling kunnen, bij een goede uitwerking, veel of zelfs alle negatieve effecten worden voorkomen. Beoordeling op domeinen De effecten die een opgave naar verwachting heeft op de leefomgeving worden beoordeeld op basis van domeinen. Hierbij wordt aan elk domein een waarde verbonden volgens onderstaande scorebalk. De effecten worden beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Dit is de huidige situatie geëxtrapoleerd naar de toekomst aan de hand van bestaand beleid, trends en autonome ontwikkelingen. Zeer negatief
Negatief
Neutraal
Positief
Zeer positief
Figuur 3.1 Scorebalk die gebruikt is bij de beoordeling op domeinen
De score kan variëren van zeer negatief tot zeer positief. Een neutrale beoordeling wordt toegekend als de keuzes en maatregelen geen wezenlijke impact heeft op het betreffende domein. Positieve en negatieve beoordelingen worden gegeven aan de hand van de beschrijving in de voorgaande paragraaf. Het verschil tussen een positieve (of negatieve) en een zeer positieve (of zeer negatieve) beoordeling is relatief. Een extremere beoordeling wordt gegeven wanneer een alternatief op meerdere thema’s significante effecten veroorzaakt, of bepalend is voor het doelbereik van de omgevingsvisie. De vier domeinen omvatten de gehele leefomgeving. Aan de hand van een kwalitatieve beoordeling van de effecten op de leefomgeving ontstaat een dashboard per opgave. Hiermee is in één oogopslag te zien welke integrale gevolgen de opgave heeft voor de leefomgeving en waar knelpunten kunnen ontstaan. In onderstaand figuur is een voorbeeld van een dashboard weergegeven.
Blad 14 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
Figuur 3.1 Een voorbeeld van een dashboard
Beoordeling op doelbereik In de omgevingsvisie wordt de gewenste situatie in 2040 geschetst. In het OER wordt beoordeeld of deze doelstelling gehaald kan worden met de maatregelen die in de visie worden genoemd. Deze beoordeling is wezenlijk anders dan de beoordeling op domeinen. Dit wordt toegelicht met een voorbeeld: een maatregel, zoals het stimuleren van zonnepanelen op daken, draagt bij aan de opwekking van duurzame energie. De maatregel zal daarmee positief scoren op het domein duurzaamheid. Maar het betekent niet automatisch dat de doelstelling wordt behaald om energieneutraal te worden. Met de beoordeling op doelbereik wordt onderzocht of alle maatregelen gezamenlijk voldoende bijdragen om een doel (in geval van het voorbeeld: energieneutraal worden) te bereiken. Bij de beoordeling van het doelbereik wordt een van de volgende vier beoordelingen gegeven: • Doelen zijn reëel; in de omgevingsvisie zijn concrete maatregelen benoemd die ervoor zorgen dat de doelen haalbaar zijn. • Draagt bij aan het behalen van het doel; de maatregelen die in de omgevingsvisie zijn genoemd dragen bij aan het doel maar het behalen van de doelstelling is te onzeker. • Kan spanning opleveren tussen doelstellingen; de maatregelen die genoemd zijn in de omgevingsvisie zijn mogelijk strijdig met een andere doelstelling. Hierdoor is het te onzeker of beide doelstellingen behaald kunnen worden.
• Geen bijdrage aan het doel; in de omgevingsvisie zijn geen maatregelen benoemd, of de maatregelen zijn niet concreet genoeg om bij te dragen aan de doelstelling. Beschrijving wat er nader geagendeerd of uitgewerkt kan worden Per opgave wordt beschreven of er onderwerpen zijn die nog niet in de visie zijn opgenomen en daarom nog geagendeerd kunnen worden. Er wordt ook gekeken of er aanscherping van doelstellingen of maatregelen nodig zijn. Daarbij worden aanbevelingen gedaan voor de doorwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsbeleid (zoals programma’s of het omgevingsplan). Afwegingskaders De koers per deelgebied vormt het belangrijkste afwegingskader voor toekomstige ontwikkelingen in Delft. Daarnaast worden in de Delftse koers enkele afwegingskaders benoemd. In hoofdstuk 10 worden alle afwegingskaders op een rij gezet. Vervolgens worden de afwegingskaders op drie criteria beoordeeld: • Zijn de afwegingskaders consistent met het beleid in de Delftse koers? • Kunnen de afwegingskaders naast elkaar gehanteerd worden of werken ze elkaar tegen? • Dragen de afwegingskaders voldoende bij aan het behalen van de ambities en opgaven? Zes grote ruimtelijke opgaven In de omgevingsvisie wordt gewerkt vanuit het toekomstbeeld. Uit het toekomstbeeld komen namelijk zes grote ruimtelijke uitdagingen voor Delft voort.
In het OER wordt het toekomstbeeld gebruikt als overkoepelende opgave, waarbij wordt gekeken naar de consistentie met de andere
Blad 15 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
onderdelen van de omgevingsvisie (Delftse koers en afwegingskaders). Staan er maatregelen in de visie die het behalen van andere opgaven beperken? Bijvoorbeeld; een maatregel onder ‘Historie kleurt cultuur en toerisme in Delft’ belemmert het behalen van de ambities op het gebied van ‘Duurzaam Delft is klaar voor de toekomst’. Door grote ruimtelijke opgaven te beoordelen ontstaat inzicht in de samenhang van de omgevingsvisie: zijn de grote ruimtelijke uitdagingen gezamenlijk te verwezenlijken? Naast deze samenhang worden per grote ruimtelijke opgave kansen en risico’s benoemd voor de verdere uitwerking van de visie. Hierbij worden aanbevelingen gedaan voor de uitwerking van het omgevingsbeleid, bijvoorbeeld door programma’s op te stellen of zaken vast te leggen in het omgevingsplan.
Blad 16 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
4
Delft als hoofdstad van innovatie en technologie
4.1
Samenvatting in hoofdpunten Opgave
Delft als hoofdstad van innovatie en technologie
4.2
Omschrijving Delft voorziet tot 2040 in een groei van 10.000 banen. Delft maakt gebruik van de substantiële kansen van een kennisgedreven en ambachtelijke ‘maak-industrie’. Deze nieuwe maakindustrie biedt arbeidskansen voor een brede doelgroep in Delft en de regio. Delft koestert de huidige bedrijven en kleinschalige economie en biedt waar mogelijk groeiruimte aan bestaande bedrijvigheid. De TU is en blijft een belangrijke partner en is in 2040 zowel sociaal als fysiek beter met de stad verbonden. Ter versterking van de wijkeconomie en het borgen van de duurzame vitaliteit van wijken wordt bij gebiedsontwikkelopgaven ten minste 10% van het te realiseren bouwprogramma bestemd voor werk en maatschappelijke voorzieningen. We streven naar een vitale mix van wonen en werken, zowel in de wijken als in de werkgebieden. Hierdoor kan er een klimaat van dynamische stedelijke gebieden ontstaan.
Nadere beschrijving van de keuzes en maatregelen Werkgelegenheid • Het realiseren van 10.000 extra banen in de periode 2018-2040. In figuur 4.1 zijn de zoekgebieden voor deze banen weergegeven. • Het koesteren van bestaande bedrijven én het bieden van groeiruimte, met name voor de creatieve en technologie-georiënteerde bedrijven. Zie figuur 4.2 voor de economische clusterlocaties. De beoogde groei bestaat uit het realiseren van circa 100.000 m2 extra bedrijfsruimte, met name voor de innovatieve maakindustrie. • Ruimte voor innovatie en bedrijvigheid moet binnenstedelijk gevonden worden. o De ruimte voor de innovatieve maakindustrie wordt vooral gezocht in de dynamische gemengde gebieden. Voor de ambachtelijke maakindustrie wordt ook in de wijken ruimte gezocht. o In enkele gebieden worden wonen met werk gemengd (Schieoevers Noord, Reinier de Graafzone). Nieuw Delft en De Hoven zijn al goede voorbeelden van dynamische gemengde gebieden. o De TU Campus met Sciencepark en Biotech Campus/ DSM zijn en blijven belangrijke innovatie- en kennisclusters. Schieoevers Zuid blijft de werkplaats van Delft. o Een potentieel nieuw ontwikkelingsgebied is Prinses Beatrix Zuid dat na een mogelijke herinrichting van de Prinses Beatrixlaan plaats kan maken voor meerdere functies.
Blad 17 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
Figuur 4.1 De zoekgebieden voor de 10.000 extra arbeidsplaatsen (bron: Omgevingsvisie Delft 2040)
Het versterken van de wijkeconomie • Het mengen van woon- en werkfuncties. Hiervoor wordt bij gebiedsontwikkelopgaven ten minste 10% van het te realiseren bouwprogramma bestemd voor werk en maatschappelijke voorzieningen. • Het versterken van drie winkelgebieden: de binnenstad, De Hoven en Leeuw en Stein. Het doel is om toe te werken naar een aantal krachtige en fijnmazige wijkcentra die zowel commerciële als maatschappelijke voorzieningen combineren. Delft faciliteert transformaties van winkel- en kantoorruimten naar andere functies, zoals wonen, popupwinkels, maatschappelijke voorzieningen en startupbedrijven. Verduurzaming van de huidige voorraad commercieel vastgoed is een uitgangspunt voor de concurrentiepositie van Delft.
Blad 18 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
Figuur 4.2 Economische clusterlocaties (bron: Omgevingsvisie Delft 2040)
4.3
Beoordeling Beoordeling op domeinen Ten eerste is het domein gezondheid en veiligheid beoordeeld. Ruimte voor innovatie en bedrijvigheid moet binnenstedelijk gevonden worden. Hierdoor ontstaan dynamische gemengde gebieden, waar wonen met werken wordt gemengd. Het gevolg hiervan is een mogelijke toename van bijvoorbeeld verkeer, geluid, geur of inrichtingen met veiligheidsrisico’s in gebieden waar gewoond wordt. Dit kan leiden tot een toename van milieuhinder, gezondheidseffecten of veiligheidsrisico’s, zoals een toename van het groepsrisico (externe veiligheid) of een toename van wegverkeerslawaai. Dit leidt in eerste instantie tot een negatieve beoordeling. De gemeente Delft zet in op het beperken van de negatieve effecten door gezondheid centraal te stellen (zie hoofdstuk 6), waardoor de effecten gemitigeerd worden. Dit resulteert in een licht negatieve beoordeling. Met een slim stedenbouwkundig ontwerp en extra aandacht voor de mengbaarheid van bedrijven met woningen, het beperken van emissies en veiligheidsrisico’s, en het realiseren van een gezonde openbare ruimte, kan bij functiemenging een acceptabel woon- en leefklimaat worden gerealiseerd. Voor het domein omgevingskwaliteit is de vorm van werkgelegenheid en de ruimtevraag bepalend.
Uit de omgevingsvisie wordt niet duidelijk of de 100.000 m2 extra bedrijfsruimte wordt gezocht door middel van nieuwbouw of het hergebruik van bijvoorbeeld oude hallen. Wanneer bestaande bebouwing wordt getransformeerd, en de toevoeging van nieuwbouw dus wordt beperkt, blijft er meer ruimte beschikbaar voor klimaatadaptatieve maatregelen en de kwaliteiten in Delft (zoals cultuurhistorie) en kan een licht positieve beoordeling worden gegeven. Wanneer de bedrijfsruimte echter wordt gerealiseerd door nieuwbouw met een toename van het ruimtegebruik, dan nemen de risico’s als gevolg van klimaatverandering toe door afname van
Blad 19 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
ruimte voor groen- en waterstructuren. Dit leidt tot een beoordeling met een bandbreedte van licht negatief tot licht positief. Met betrekking tot het domein leefbaarheid wordt ingezet op de innovatieve maakindustrie en het versterken van de wijkeconomie. De inzet op de innovatieve maakindustrie leidt tot werkgelegenheid voor alle opleidingsniveaus. Met de TU heeft Delft een creatieve plaats waar innovatieve ontwerpen ontwikkeld kunnen worden. Vervolgens leidt dit ook tot andere typen werkgelegenheid, bijvoorbeeld in de productie van deze ontwerpen op grotere schaal. Hiermee ontstaat een entrepreneurial ecosystem3, wat past bij de kwaliteiten van Delft (technologie, innovatie en creativiteit). Daarnaast wordt ingezet op het versterken van de wijkeconomie, waarmee een passend voorzieningenniveau wordt gecreëerd. Ook kan de wijkeconomie bijdragen aan sociale cohesie en levendigheid. De inzet op de innovatieve maakindustrie en de wijkeconomie draagt bij aan de leefbaarheid in Delft. Het domein leefbaarheid is daarom beoordeeld als zeer positief. Met betrekking tot duurzaamheid moet de ruimte voor innovatie en bedrijvigheid binnenstedelijk gevonden worden. Door gebruik te maken van de ruimte in bestaand bebouwd gebied, voldoende ruimte te houden voor groenstructuren en bestaande gebouwen te transformeren is sprake van duurzaam en meervoudig ruimtegebruik.
Dit leidt tot een positieve beoordeling. Wel leidt het toevoegen van bedrijven tot de vraag naar meer energie en grondstoffen. Een aandachtspunt is daarom een duurzame invulling van deze (extra) vraag naar energie en grondstoffen.
Beoordeling op doelbereik De extra arbeidsplaatsen lijken redelijk verdeeld te zijn over de stad (zie figuur 4.1). Er wordt ook ingezet op: “Delft koestert de huidige bedrijven en kleinschalige economie en biedt waar mogelijk groeiruimte aan bestaande bedrijvigheid”. Met de toevoeging van 100.000 m2 bedrijfsruimte is het lastig om de bestaande bedrijven niet onder druk te zetten, bijvoorbeeld met betrekking tot de bereikbaarheid. Deze extra bedrijfsruimte wordt voornamelijk toegevoegd in bestaande werkgebieden, zoals Schieoevers Noord en het stationsgebied Delft Campus. Uit de omgevingsvisie blijkt dat er is nagedacht over de locatie van de 10.000 extra arbeidsplaatsen en de daarmee samenhangende 100.000 m2 extra bedrijfsruimte. De extra werkgelegenheid geeft een impuls aan de innovatie en technologie in Delft. De doelen om de opgave ‘Delft als hoofdstad van innovatie en technologie’ te bereiken zijn daarmee reëel.
4.4
Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden? In de omgevingsvisie zijn weliswaar gebieden aangewezen waar ruimte wordt gegeven aan bedrijvigheid, maar uit de omgevingsvisie blijkt nog niet op welke manier ruimte wordt gezocht voor de bedrijven. Er wordt geadviseerd om per gebied een visie te formuleren om in te zetten op 3
Een entrepreneurial ecosystem is de sociale en economische omgeving die van invloed is op lokaal of regionaal ondernemerschap. Bedrijven die gevestigd zijn op plaatsen die dienen als broedplaatsen voor creativiteit, innovatie en ondernemerschap, hebben een grotere kans op succes.
Blad 20 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
hergebruik of juist te gaan voor nieuwbouw. Het hergebruik van bestaande gebouwen kan bijvoorbeeld bijdragen aan multifunctioneel ruimtegebruik en de circulaire economie. Anderzijds biedt sloop en nieuwbouw juist kansen om een gebied te transformeren en op een integrale wijze beter in te richten. Het advies is om per gebied een afweging te maken over hoe de ruimte voor bedrijven wordt ingevuld en hoe aangesloten kan worden op andere doelstellingen die de visie benoemt. De bestaande Ruimtelijk Economische Visie biedt hiervoor een goede basis. Naast de economische voordelen van de bedrijven wordt aangeraden om ook verduurzamingsmaatregelen op te stellen. Deze maatregelen kunnen betrekking hebben op zowel nieuwe als bestaande bedrijven. Deze verduurzaming heeft niet alleen betrekking op het energiegebruik, maar ook op het beperken van grondstofverbruik en aanjagen van innovatie en technologie. De omgevingsvisie kan aangevuld worden met maatregelen gericht op het verduurzamen van bedrijven. Bedrijven hebben immers een aanzienlijke bijdrage in het gebruik van energie en grondstoffen. De beoogde grondstoffenhub in Schieoevers is een voorbeeld van een concrete duurzaamheidsmaatregel.
Conclusie vervolgopgave Op basis van het voorgaande worden de volgende adviezen voor nadere uitwerking van de omgevingsvisie gegeven: • Op basis van de Ruimtelijk Economische Visie kan per gebied gespecificeerd worden hoe de opgaven verwezenlijkt worden. Hierin kan bijvoorbeeld ingegaan worden op een keuze voor sloop en nieuwbouw of hergebruik van bestaande bebouwing om bedrijfsruimte te creëren. • Duurzaamheidsmaatregelen om zowel bestaande als nieuwe bedrijven te verduurzamen kunnen nader uitgewerkt worden. • Nadere uitwerking van de wijkversterking, met name de koppeling met andere opgaven die in de wijken spelen.
Blad 21 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
5
Historie kleurt cultuur en toerisme in Delft
5.1
Samenvatting in hoofdpunten Opgave Historie kleurt cultuur en toerisme in Delft
5.2
Omschrijving Om de positie van de cultuurstad te versterken investeert Delft in kwalitatieve cultuurvoorzieningen, attracties, evenementen en in verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte. Delft koestert haar erfgoed en zet ook bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in op de doorvertaling van de rijke historie van Delft. Erfgoed in Delft is bekend en beleefbaar, waar je ook bent in de stad.
Nadere beschrijving van de keuzes en maatregelen Cultuuraanbod • Continuering van het beleid in de binnenstad. Er is oog voor het verduurzamen van waardevol erfgoed. • Erfgoed vormt bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen een integraal onderdeel van de planvorming. Dit wordt beschreven in de nieuwe Erfgoednota (2020). De bovengrondse erfgoedwaarden van Delft zijn weergegeven in figuur 5.1. • Een onderscheidend cultuuraanbod dat niet alleen in de binnenstad aanwezig is, maar ook in de wijken. Het aanbod omvat de Delftse kernwaarden historie, technologie, innovatie, creativiteit en verbonden stad. • Het versterken van kwalitatieve cultuurvoorzieningen, attracties, evenementen en een verbetering van de openbare ruimte. Er worden extra evenementen aangetrokken die verspreid worden over de stad. Voor grotere evenementen worden evenementenlocaties aangewezen, bij voorkeur naast bestaande bestemmingen zoals een culturele instelling of een winkelcentrum. • In de kennis-, innovatie- en technologiegebieden wordt ingezet op het hergebruik van waardevolle gebouwen. Dit betreft het noordelijk TU-terrein en TU-midden. In Schieoevers worden cultuurwaarden versterkt om er prettig te kunnen leven.
• In het buitengebied wordt ingezet op het behoud van cultuurhistorische waarden, zoals de recreatieve waarden in het Delftse Hout en de landschappelijke waarden in de Tanthof en het slagenlandschap van het Abtswoudse bos. Toerisme en recreatie • Inzet op een verantwoorde ontwikkeling van toerisme, waarbij een gebalanceerde groei het uitgangspunt is. De huidige toevoeging van een groot aantal hotelkamers zal de komende jaren (tot 2022) al zijn effect hebben op het hotelaanbod in de stad.
Blad 22 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
Figuur 5.1 Bovengrondse erfgoedwaarden in Delft (bron: Omgevingsvisie Delft 2040)
5.3
Beoordeling Beoordeling op domeinen Voor het domein gezondheid en veiligheid worden geen of beperkte effecten op de leefomgeving verwacht. Er wordt ingezet op extra evenementen, maar deze worden verspreid over de stad waardoor hinder door bijvoorbeeld geluid wordt beperkt. Dit leidt tot een neutrale beoordeling. Wel is het aanwijzen van evenementenlocaties een aandachtspunt. Het advies is om bij het aanwijzen van deze locaties aandacht te houden voor de hinder die veroorzaakt kan worden voor de omgeving. Zo zijn de gebieden waar de woonfunctie voorop staat minder geschikt voor grote en/of frequente evenementen. Kleinschalige evenementen passen beter in deze gebieden. Met betrekking tot het domein omgevingskwaliteit wordt ingezet op het behoud van erfgoed en andere kwaliteiten in Delft, zoals het landschap in het buitengebied. Daarnaast heeft Delft te maken met de trend dat de druk door toerisme toeneemt. Dit is onder andere af te leiden uit de beoogde toename van hotels in Delft. Door het toerisme meer te spreiden over de stad kan de druk door toerisme beperkt blijven en worden de kwaliteiten van het centrum verspreid naar de omliggende wijken. Het behoud van erfgoed en andere kwaliteiten, en de spreiding van toerisme over de stad leiden tot een positieve beoordeling op het domein omgevingskwaliteit. In Delft wordt ingezet op de toevoeging van (sociale) evenementen.
Dit draagt zowel bij aan de sociale cohesie en levendigheid in Delft, als aan de economie. Daar staat tegenover dat de groei van het toerisme in Delft kan leiden tot minder sociale cohesie in de stad. Door het toerisme te spreiden over de stad blijven de negatieve gevolgen beperkt. De evenementen en het toerisme zorgen voor meer banen en levendigheid waardoor het domein leefbaarheid positief is beoordeeld.
Blad 23 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
Tot slot worden geen grote gevolgen voor het domein duurzaamheid verwacht. Dit resulteert in een neutrale beoordeling voor het domein duurzaamheid. Twee aandachtspunten zijn het verduurzamen van de toeristische industrie en het verduurzamen van erfgoed zonder de kwaliteiten van dit erfgoed aan te tasten. Maatregelen voor verduurzaming van erfgoed zijn uitgewerkt in de Erfgoednota Delft 2020-2030. Verduurzaming van de toeristische industrie kan een plek krijgen in de uitwerking van beleid voor de binnenstad.
Beoordeling op doelbereik Er wordt nadrukkelijk ingezet op het behouden van de Delftse kernwaarden, zonder het toerisme dwars te zitten. Het toerisme wordt niet alleen beperkt tot de binnenstad, maar gespreid over de hele stad. Dit biedt mogelijkheden om de kwaliteiten te behouden en de druk op de binnenstad te verminderen. In de omgevingsvisie wordt benoemd dat evenementenlocaties nog aangewezen moeten worden. Dit biedt mogelijkheden om meer evenementen aan te trekken. Het is echter nog onzeker of de kwaliteit van de cultuurvoorzieningen, attracties en evenementen daarmee verbeterd wordt. Het is aan de gemeente om te sturen op het type evenementen (en andere cultuurvoorzieningen) dat aangetrokken moet worden om een onderscheidend cultuuraanbod te realiseren. De gestelde doelen met betrekking tot toerisme en het behouden van de Delftse kernwaarden zijn reëel. Wel worden nog evenementenlocaties aangewezen om meer evenementen aan te trekken en daarmee bij te dragen aan de doelstellingen voor ‘historie kleurt cultuur en toerisme in Delft’.
5.4
Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden? In de omgevingsvisie wordt genoemd dat evenementenlocaties voor grotere evenementen nog aangewezen moeten worden. Bij het aanwijzen van locaties in de op te stellen Evenementennota wordt rekening gehouden met de impact van deze locaties op de omgeving, bijvoorbeeld met betrekking tot geluidoverlast. Dit beleid is nog niet opgenomen in de omgevingsvisie. Met de groei van toerisme gaat ook een groei van vervoersbewegingen en energieverbruik gepaard. Er ligt dan ook nog een uitdaging om de toeristische industrie te verduurzamen. Hier liggen koppelkansen met de mobiliteitstransitie (zie hoofdstuk 9). Zo kunnen toeristen gestimuleerd worden om duurzame vervoersmiddelen te gebruiken. Daarnaast wordt geadviseerd om maatregelen op te nemen die gericht zijn op het verduurzamen van cultureel erfgoed, zonder dat de kwaliteit wordt aangetast. Dergelijke maatregelen kunnen nader uitgewerkt worden in het Mobiliteitsprogramma en de Erfgoednota. Conclusie vervolgopgave Op basis van het voorgaande worden de volgende adviezen voor nadere uitwerking van de omgevingsvisie gegeven:. • Bij het aanwijzen van evenementenlocaties rekening houden met de impact van deze locaties op de omgeving. • De gemeente kan sturen op het type evenementen (en andere cultuurvoorzieningen) dat aangetrokken moet worden om een onderscheidend cultuuraanbod te realiseren.
Blad 24 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
6
Delft, waar het goed en gezond leven is
6.1
Samenvatting in hoofdpunten Opgave
Delft, waar het goed en gezond leven is
6.2
Omschrijving Delft zet tot 2040 in op het toevoegen van 15.000 woningen. We zijn al goed op weg. De nieuwe woningen dragen bij aan een kwaliteitsverbetering in de wijken. Waar mogelijk bouwen we in hogere dichtheden. In 2040 is Delft een stad waar iedereen meedoet, elkaar kan ontmoeten en de kans krijgt zich te ontwikkelen. In ontmoeting, ontwikkeling en meedoen ligt namelijk de sleutel tot prettig samenleven. De openbare ruimte en voorzieningen die we realiseren dragen hieraan bij. We maken meervoudig gebruik van de beschikbare openbare ruimte en deze is doelmatig onderhouden en sociaal veilig ontworpen. De fysieke leefomgeving moet bijdragen aan de gezondheid van iedere Delftenaar. We leven het Schone Lucht Akkoord na, dringen negatieve milieueffecten terug en richten ons op een gezond ingerichte leefomgeving.
Nadere beschrijving van de keuzes en maatregelen Kwantitatieve woningbouwopgave • Het toevoegen van circa 15.000 woningen tot 2040. Dit is een toevoeging van 30% van de woningvoorraad. Van deze 15.000 woningen is ongeveer 2/3 e al vergund, in aanbouw of geprogrammeerd. De locaties en zoekgebieden voor woningen zijn weergegeven in figuur 6.1. • De woningbouwopgave moet binnenstedelijk opgevangen worden, wat betekent dat de bebouwde omgeving wordt verdicht door middel van transformaties en/of hoogbouw. o Hoogbouw kan kwaliteit aan Delft toevoegen als dit goed wordt ingepast in de omgeving en passende functies in de onderste bouwlaag worden gerealiseerd. De multifunctionele potentie van daken moet worden benut (bijvoorbeeld groene, blauwe of energieopwekkende daken). In enkele delen van de stad is hoogbouw wenselijk, bijvoorbeeld in Schieoevers Noord en rond station Delft Campus. Delft werkt zijn visie op hoogbouw de komende periode verder uit en scherpt de bestaande hoogbouwnota waar nodig verder aan. o In de werkgebieden wordt de balans gezocht met toevoegen van woningen. Gebieden waar deze menging wordt gerealiseerd zijn Schieoevers Noord, de Reinier de Graafzone, TU Noord en mogelijk het zuidelijk deel van de Prinses Beatrixlaan. • In het buitengebied wordt niet ingezet op woningbouw, maar wel op het bijdragen aan leefkwaliteit en uitnodigen tot bewegen, ontmoeten en meedoen.
Blad 25 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
Figuur 6.1 Een overzicht van de gebieden waar de 15.000 woningen zijn beoogd (bron: omgevingsvisie Delft 2040)
Kwalitatieve woningbouwopgave • Het realiseren van voornamelijk middeldure en dure huur- en koopwoningen en een kwaliteitsverbetering van de sociale woningvoorraad. Bij grote ontwikkellocaties (circa 300 woningen of meer) wordt uitgegaan van de realisatie van 15% reguliere sociale huurwoningen en 20% middeldure huurwoningen. De transformatiegebieden en wijkversterkingsgebieden zijn weergegeven in figuur 6.2. • Nieuwe grootschalige clusters van studentenwoningen komen vooral op en rond de TUcampus. Buiten de campus worden studentenwoningen kleinschalig en gemengd met andere doelgroepen gebouwd. Kansen op de realisatie van studentenhuisvesting in de regio worden benut. De bereikbaarheid van de stad naar de campus wordt verbeterd. • Delft zet in op gemengde woongebieden. Door nieuwe woonmilieus toe te voegen aan uniforme wijken ontstaat meer diversiteit. Zo ontstaat meer keuzevrijheid voor woningzoekenden. Dit draagt bij aan het geschikt zelfstandig thuis wonen van ouderen of het huisvesten van mensen met een meer of minder intensieve zorg- of begeleidingsvraag bij het wonen. • De woningbouwprogrammering wordt afgestemd op de bedrijvigheid binnen de gemeentegrenzen en andersom. De woningopgave wordt ook gebruikt als kwaliteitsverbetering voor wijken. Openbare ruimte • Inzetten op minder verharding en meer (doelmatig onderhouden) groen.
Dit moet bijdragen aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en het uitnodigen tot verblijven en ontmoeten. • Multifunctioneel gebruik van de openbare ruimte. De inrichting en het beheer moeten hierop aansluiten.
Blad 26 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
Inclusiviteit • Inzet op diversiteit in de buurten. Dit gaat zowel over het mixen van functies (zoals het mixen van wonen en werken) als het combineren van horeca met cultuur. Door functies te combineren wordt de kans op sociale contacten vergroot. • Het aantal en het type basisvoorzieningen worden in de juiste verhouding gebracht of gehouden tot de omvang en samenstelling van de Delftse samenleving. • De richtlijn Sociaal Veilig Ontwerp (SVO), met focus op de nieuw te ontwikkelen gebieden, zal onderdeel uitmaken van de aanpak bij nieuwe initiatieven. • In het buitengebied wordt niet ingezet op woningbouw, maar wel op het bijdragen aan leefkwaliteit en uitnodigen tot bewegen, ontmoeten en meedoen. De sociale aanpak wordt verbonden aan de aanpak in het fysieke domein. De sociale visie van Delft gaat uit van de leefwereld van de inwoners. Milieuaspecten • De inrichting van de leefomgeving draagt bij aan de gezondheid. Delft zet in op gezondheidsbescherming, gezondheidsbevordering en welbevinden. • Het Schone Lucht Akkoord (SLA) wordt nageleefd. Dit betekent dat in 2030 minimaal 50% gezondheidswinst uit binnenlandse bronnen gerealiseerd is t.o.v. 2016. Daarbij wordt gestreefd naar de advieswaarden van de WHO voor fijnstof en stikstofdioxide in 2030. Om dit te bereiken wordt vol ingezet op de energie- en mobiliteitstransitie.
De logistieke zone in de binnenstad zal in 2025 een nul-emissiezone worden. • Geluidhinder wordt teruggedrongen door knelpuntlocaties in beeld te brengen. Vervolgens wordt door middel van een omgevingsprogramma voor het terugdringen van de geluidbelasting bij deze knelpuntlocaties opgesteld. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt een integrale afweging gemaakt waarbij nieuwe knelpuntlocaties zoveel mogelijk worden voorkomen. Het omgevingsprogramma moet ook een toename van licht- en geurhinder voorkomen. • De aanwezige ondergrond met aspecten zoals verontreiniging en bodemdaling stelt voorwaarden aan maatschappelijke opgaven. Om inklinking, oxidatie en verdroging van veen- en kleigrond af te remmen vindt er actief management van de grondwaterstand plaats en wordt verharding zoveel mogelijk voorkomen. • Om veiligheid te verbeteren, wordt bij voorkeur de bron van de risico’s aangepakt. Daarbij wordt rekening gehouden met het stapelen van risico’s, zodat het samenbrengen van meerdere (risicovormende) thema’s niet voor een toename van het risico zorgt. Bij (her)ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolken. Dit vraagt maatwerk per gebied. Is het niet mogelijk om de bron van de risico’s aan te pakken, dan is het belangrijk om de omgeving zo in te richten dat de gevolgen van de risico’s beperkt worden.
Blad 27 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
Figuur 6.2 Transformatiegebieden en wijkversterkingsgebieden (bron: omgevingsvisie Delft 2040)
6.3
Beoordeling Beoordeling op domeinen Delft staat voor een grote kwantitatieve woningbouwopgave van circa 15.000 extra woningen. Deze woningen worden in verschillende gebieden toegevoegd, waaronder werkgebieden en zwaar milieubelaste gebieden, zoals Schieoevers. De toevoeging van woningen leidt mogelijk tot een toename van hinder, bijvoorbeeld van geluid, geur en luchtkwaliteit. De woningen worden onder andere toegevoegd in milieugezoneerde gebieden. Het bestaande gebouwde gebied zal verdichten waardoor meer mensen in de invloedsgebieden wonen van bedrijven met veiligheidsrisico’s of routes waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, zoals de A13 en de Kruithuisweg. Het toevoegen van hoogbouw leidt tot meer mensen op straat en een toenemend gebruik van de openbare ruimte. Hiermee gaan ook veiligheidsrisico’s gepaard. Deze risico’s kunnen leiden tot een toename van gezondheids- en veiligheidsknelpunten, wat leidt tot een negatieve beoordeling. Er wordt in de omgevingsvisie ingezet op stadsbrede gezondheidsbevordering, die in ontwikkelgebieden een plek krijgt door onder andere meer lokaal groen en verbindingen voor langzaam verkeer te realiseren (zie hoofdstuk 7). De inzet op gezondheidsbescherming door het Schone Lucht Akkoord na te leven en knelpunten in geluidhinder op te lossen is eveneens positief.
Deze maatregelen (gezondheidsbevordering en gezondheidsbescherming) mitigeren negatieve effecten op het domein gezondheid en veiligheid. De beoordeling is afhankelijk van de uitvoering
Blad 28 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
van deze maatregelen op gebiedsniveau. Hier kan met het omgevingsplan op gestuurd worden. Dit resulteert in een beoordeling met een bandbreedte van negatief tot neutraal voor het domein gezondheid en veiligheid. Het toevoegen van woningen door middel van hoogbouw heeft impact op de skyline van Delft. De Nieuwe Kerk is met 108 meter het hoogste gebouw in Delft en daarmee een van ver herkenbaar ijkpunt en een kwaliteit die kan worden aangetast door torens van grote hoogte te bouwen. De binnenstad van Delft heeft bovendien vier beschermde stadsgezichten die behouden moeten blijven (Binnenstad, Agnetapark, Nieuwe Plantage en TU-wijk). Hoogbouw kan deze waarden aantasten. Door in de nadere uitwerking van de hoogbouwvisie voldoende aandacht te besteden aan de impact op de skyline en beschermde stadsgezichten van Delft kan hoogbouw worden ingepast zonder significant negatieve effecten. Met een oplopende maximale bouwhoogte, waarbij verder van het historische centrum (en de beschermde stadsgezichten) hoger gebouwd kan worden, kan gezorgd worden dat hoogbouw vanuit de binnenstad niet zichtbaar is. Door in te zetten op hoogbouw blijven de negatieve effecten op de ondergrond en water relatief beperkt ten opzichte van laagbouw. In Delft is jarenlang sprake geweest van een grootschalige grondwateronttrekking ten behoeve van de gistfabriek van DSM.
Deze onttrekking is niet langer nodig en wordt afgebouwd. Het intensiveren van het bestaand bebouwd gebied is niet bevorderlijk voor de grondwaterstand. De voorgenomen maatregelen in de openbare ruimte verbeteren de omgevingskwaliteit op straatniveau, zodat deze meegroeit met de groeiende stad. Al met al leidt dit tot een neutrale beoordeling op het domein omgevingskwaliteit, waarbij het voorkomen van impact van hoogbouw op de beschermde stadsgezichten een belangrijk aandachtspunt is voor de vervolgopgaven. Met betrekking tot het domein leefbaarheid wordt in Delft ingezet op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave. Hiermee ontstaat een betere afstemming van de woningmarkt op de behoefte. Het toevoegen van een groot aantal woningen in Schieoevers kan de bestaande bedrijven onder druk zetten. In Schieoevers bestaat de ambitie om bestaande bedrijven te behouden, daarbij wordt rekening gehouden met de nadelige effecten die deze bedrijven kunnen veroorzaken voor de nabijgelegen woningen. De studentenwoningen worden voornamelijk op en rond de TU-campus gerealiseerd. Dit kan bijdragen aan de kernwaarde van de verbonden stad en de ambitie om de campus beter met de stad te verbinden. In de huidige situatie wonen studenten voornamelijk buiten de TU-campus. Door op de campus studentenwoningen te realiseren ontstaat meer levendigheid in dit gebied.
Deze levendigheid kan zorgen voor een betere verbinding met de andere delen van de stad. Daarnaast wordt ingezet op hoogbouw wat leidt tot meer mensen op straat en een toenemend gebruik van de openbare ruimte. Hiermee ontstaat meer draagvlak voor voorzieningen en het realiseren van voorzieningen in de plint van hoogbouw draagt bij aan een passend voorzieningenniveau. Tot slot wordt ingezet op wijkversterkingsgebieden. Dit betreffen onder andere de gebieden die volgens de Leefbaarometer het laagste scoren (zie figuur 6.3). Het wordt positief beoordeeld door juist in deze gebieden in te zetten op wijkversterking. Het realiseren van diverse woonwijken kan daarnaast bijdragen aan meer sociale cohesie. De bijdrage aan een passend woningaanbod, een passend voorzieningenniveau en de wijkversterking in de wijken die minder goed scoren op de Leefbaarometer leidt tot een positieve beoordeling voor het domein leefbaarheid.
Blad 29 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
Figuur 6.3 De Leefbaarometer op wijkniveau (bron: Leefbaarometer en Leefomgevingsfoto)
Het domein duurzaamheid is positief beoordeeld. Door de woningbouwopgave binnenstedelijk in te passen wordt duurzaam ruimtegebruik toegepast. Er dient zoveel mogelijk gebruik gemaakt te worden van multifunctioneel ruimtegebruik en transformatie van bestaande gebouwen. Het gebruik van hoogbouw om de woningbouwopgave in te passen biedt mogelijkheden om de ruimte multifunctioneel te gebruiken. Een voorbeeld daarvan is het realiseren van plintvoorzieningen met daarboven woningen. Het domein duurzaamheid is daarom positief beoordeeld. Wel is de koppeling met de energietransitie en het beperken van het grondstoffen verbruik een aandachtspunt.
Blad 30 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
Beoordeling op doelbereik De verschillende doelen zijn individueel haalbaar, zoals de kwantitatieve woningbouwopgave, het verbeteren van de milieudruk en het investeren in de openbare ruimte. Het is echter een grote uitdaging om alle doelen gezamenlijk te behalen aangezien de druk op de ruimte sterk zal toenemen. Een concreet voorbeeld waar dit speelt is Schieoevers Noord. Het gebied speelt een belangrijke rol in de woningbouwopgave terwijl daar op dit moment veel bedrijven zitten. Enerzijds is het de ambitie om deze bedrijven te behouden, anderzijds moet een gezond woonklimaat gerealiseerd worden. De omvang van het woningbouwprogramma vraagt om de bouw van gemiddeld 750 woningen per jaar. Dat vraagt om een hoge bouwsnelheid, waar ontwikkelingen in de markt een grote impact op kunnen hebben. Een ander voorbeeld is de ambitie om groen- en blauwstructuren overal in de stad zichtbaar te maken, maar de mogelijke inzet op hoogbouw zou deze ambitie wel eens kunnen belemmeren. Dit leidt tot de beoordeling dat er spanning kan optreden tussen doelstellingen. De ambities beschreven in ‘Delft, waar het goed en gezond leven is’ zijn mogelijk strijdig met elkaar waardoor het onzeker is of alle doelstellingen behaald kunnen worden.
6.4
Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden? Om negatieve effecten te voorkomen en de ambities zoveel mogelijk te behalen, speelt het omgevingsplan een bepalende rol. Daarin worden de kaders gesteld waar nieuwe ontwikkelingen aan getoetst worden. Het is de uitdaging om hierin voldoende flexibiliteit te bieden aan initiatiefnemers om integrale ontwerpen te maken, waarin aandacht is voor gezondheid in de buitenruimte, gezondheidsbescherming en omgevingskwaliteit. Tegelijkertijd is er sturing noodzakelijk om het behalen van de ambities te borgen. Met een monitoringsprogramma, een ontwikkelplan op een hoger abstractieniveau en een flexibel spelregelkader, zoals voor Schieoevers Noord al zijn opgesteld, heeft de gemeente nuttige instrumenten om te sturen op kwaliteit. In de nadere uitwerking van de hoogbouwnota kan de kwaliteit van het beschermd stadsgezicht worden meegewogen om een goede balans tussen behoud en ontwikkeling te bepalen. De omgevingsvisie kan aangevuld worden met maatregelen om de ondergrond en het grondwaterniveau te verbeteren. Delft heeft met name in het noorden van de gemeente jarenlang te maken gehad met grondwateronttrekking ten behoeve van de gistfabriek van DSM. Met de uitwerking van bouwplannen in deze zone wordt aangeraden om rekening te houden met de huidige problematiek, maar kan ook geanticipeerd worden op een toekomstige oplossing.
Een toename van verhard oppervlak door nieuwe bebouwing is voor een duurzaam watersysteem in ieder geval een aandachtspunt. Voor het afschalen van de grondwateronttrekking hanteert Delft een meerjarige strategie, ondersteund door monitoring. Daarnaast is het verduurzamen van de woningbouw een aandachtspunt. Nieuwbouwwoningen worden gasloos gerealiseerd en zoveel mogelijk aangesloten op een duurzaam energienet. Ook
Blad 31 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
worden jaarlijks prestatieafspraken met woningbouwcorporaties gemaakt waarbij duurzaamheid één van de pijlers is. Deze prestatieafspraken zijn een wettelijke verplichting. Het verduurzamen van woningen in de vrije sector verdient echter aandacht omdat de doelstelling is gesteld om energieneutraal en circulair te worden. Het intensiveren van het grondgebruik vraagt om meer energie en grondstoffen. Er kunnen daarom maatregelen/richtlijnen opgesteld worden die erop gericht zijn om woningen in de vrije sector te verduurzamen, dit betreft zowel nieuwbouw als bestaande bebouwing. Deze maatregelen/richtlijnen kunnen uitgewerkt worden in een (energieof duurzaamheids)programma, gericht op het energieneutraal maken van bestaande woningen en het circulair realiseren van nieuwbouw. Conclusie vervolgopgave Op basis van het voorgaande worden de volgende adviezen voor nadere uitwerking van de omgevingsvisie gegeven: • Aandacht voor een goede balans tussen sturing en flexibiliteit in het omgevingsplan, ondersteund door andere instrumenten zoals monitoring, om bij ontwikkelingen een goed woon- en leefklimaat te borgen, maar ook ruimte te bieden aan initiatiefnemers. • Meewegen van de waarde van beschermde stadsgezichten in de nadere uitwerking van de hoogbouwnota. • Nadere uitwerking van de maatregelen om de woningvoorraad te verduurzamen.
Blad 32 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
7
Duurzaam Delft is klaar voor de toekomst
7.1
Samenvatting in hoofdpunten Opgave
Duurzaam Delft is klaar voor de toekomst
7.2
Omschrijving Het buitengebied is altijd goed bereikbaar. In 2040 is de buitenruimte in en om de stad voor mens, plant en dier op minimaal hetzelfde kwaliteitsniveau als nu. We bevorderen de biodiversiteit door buitenruimten en nieuwe bebouwing natuurvriendelijk in te richten en te realiseren. Delft is in 2040 hard op weg om in 2050 energieneutraal en klimaatbestendig te kunnen zijn. Om daar te komen zet Delft in op energiebesparing, een warmtenet en zonne-energie. In 2040 bestaat het begrip ‘afval’ niet meer.
Nadere beschrijving van de keuzes en maatregelen Inrichting en openbare ruimte • De buitenruimte in en om de stad voor mens, plant en dier is in 2040 op minimaal hetzelfde kwaliteitsniveau als nu. o Groen- en blauwstructuren zijn vanaf elk punt in de stad in zicht en bereikbaar binnen 300 meter van elke woning. In het toekomstbeeld wordt ingezet op een compacte stad langs de 'oude lijnen', met een goede verbinding naar de te behouden waardevolle groene buitengebieden. o Delft zet in op het versterken van de biodiversiteit om te komen tot een ‘natuurinclusieve’ stad. Er wordt gestreefd naar beleefbare verbindingen, een fijnmazig groen netwerk in de stad en een netwerk van (pocket)parken. Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen wordt voor Delft de standaard. o Bij alle ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving speelt water een belangrijke rol. De watervisie van het Hoogheemraadschap van Delfland is het kader voor de gemeente Delft. Energie • Delft is in 2050 energieneutraal. De in Delft gebruikte hoeveelheid energie is niet groter dan de hoeveelheid duurzaam opgewerkte energie. Figuur 7.1 geeft de beoogde maatregelen m.b.t. energie weer. • De gemeente Delft stelt het Warmteplan Delft 2021 op, waarin een belangrijke stap wordt gezet naar een aardgasvrije gemeente en een bijdrage wordt geleverd aan de ambitie om energieneutraal te worden.
In het Warmteplan kunnen onder andere kansen voor collectieve warmte-installaties worden vastgelegd. Hiervoor bestaat voornamelijk potentie in gebieden met een hoge concentratie (hoogbouw-)flats, zoals in delen van de Buitenhof en Voorhof. Daarnaast wordt in het warmteplan vastgelegd hoe de energietransitie in iedere wijk wordt vormgegeven om ook de bestaande bebouwing te verduurzamen. • Nieuwbouwwoningen zijn volgens het Uitvoeringsprogramma Delft Energie Neutraal 2050 (2017) en volgens wetgeving in principe aardgasvrij en minimaal EPC 0,0 of energieneutraal. • Delft treft twee maatregelen om de warmtevoorzieningen te verduurzamen. Ten eerste moet het overschot aan bruikbare restwarmte uit het Rijnmondgebied in Delft gebruikt gaan worden. Hiervoor is de aanleg van de WarmtelinQ nodig. Daarnaast is de aanleg van een geothermiebron in voorbereiding op de campus van de TU Delft. • Bij het verduurzamen van monumenten en erfgoed wordt ook het behoud van monumentale waarde mee afgewogen bij het wel of niet kunnen uitvoeren van de energiebesparende ingrepen.
Blad 33 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
• •
In natuur- en recreatiegebieden worden geen windmolens geplaatst. Delft volgt de afspraken uit de RES. Dit betekent dat er wordt gestreefd om van alle geschikte daken tenminste 40% met zonnepanelen te bedekken vóór 2030. Op 1 januari 2020 was 5% van alle geschikte daken voorzien van zonnepanelen. Er wordt niet gestreefd naar 100% benutting om ruimte te houden voor andere opgaven op daken, zoals waterberging.
Figuur 7.1 Beoogde maatregelen m.b.t. energie (bron: omgevingsvisie Delft 2040)
Klimaat • Delft is in 2050 klimaatbestendig. Delft heeft hiervoor een Klimaatadaptatiestrategie (2019) opgesteld om de komende jaren aan de slag te gaan met knelpunten in de stad (zie figuur 7.2) en het beoordelen van klimaatmaatregelen te bewerkstelligen. Nieuwbouwlocaties in Delft worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd. Deze ambitie is vastgelegd in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen (2018).
Blad 34 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
Circulaire economie • Delft heeft de doelstelling om in 2050 volledig circulair te zijn. In 2030 moet er 50% minder primaire grondstoffen verbruikt worden. Delft onderzoekt de komende jaren hoe dit zo efficiënt mogelijk ingericht wordt.
Figuur 7.2 Knelpunten m.b.t. klimaatadaptatie (bron: Omgevingsvisie Delft 2040)
7.3
Beoordeling Beoordeling op domeinen De effecten op het domein gezondheid en veiligheid zijn tweezijdig. Enerzijds leidt de investering in groen en water tot meer mogelijkheden voor beweging. Groen nodigt immers uit tot beweging, bijvoorbeeld door te fietsen en te wandelen. Hiermee wordt gezond gedrag gestimuleerd en kan een licht positieve beoordeling gegeven worden. Anderzijds wordt er ingezet op energie-ingrepen. De effecten van bijvoorbeeld laadinfrastructuur, elektriciteitskabels en elektrische auto’s op de gezondheid van mensen zijn nog niet bekend. Daarnaast moet de extra ruimte voor woningen en bedrijven gecompenseerd worden met ruimte voor groen en water om “op minimaal hetzelfde kwaliteitsniveau als nu” te blijven. De vraag is of hiervoor voldoende fysieke ruimte bestaat. De
Blad 35 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
investeringen in groen en de onbekende gezondheidseffecten van energievoorzieningen leidt tot een beoordeling met een bandbreedte van licht negatief tot licht positief. Voor het domein omgevingskwaliteit speelt de hiervoor genoemde compensatie van groen en water ook. Er is sprake van een negatieve trend door klimaatverandering. De kwaliteitsopgave (toevoegen van groen en water) vraagt om ruimte in reeds bebouwd gebied en is daardoor op zich al een uitdaging. De verdichtingsopgave (toevoeging van woningen en bedrijfsruimte) en energietransitie vragen eveneens om ruimte. Hoewel deze deels gevonden kan worden door de hoogte in te bouwen en de ondergrond te benutten, blijft er mogelijk te weinig ruimte over voor klimaatadaptatie en andere kwaliteitsaspecten. Dit leidt tot een licht negatieve beoordeling. Daarentegen bieden de transformatiegebieden wel mogelijkheden om de bestaande groen- en waterstructuren zowel kwantitatief als kwalitatief te verbeteren. Ook bij nieuwe ontwikkelingen kan een groen-blauwe impuls gegeven worden. Dergelijke verbeteringen dragen bij aan een betere afstemming van de fysieke leefomgeving op het klimaat, waardoor een licht positieve beoordeling kan worden gegeven. Daarbij is de verbetering van kwalitatieve groen- en waterstructuren in de bestaande bebouwde gebieden een aandachtspunt.
Al met al is er sprake van een bandbreedte in de beoordeling, waarbij het eindresultaat afhankelijk is van de planvorming en de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik. De omgevingsvisie draagt met betrekking tot het domein leefbaarheid bij aan kansen voor een groene economie waarbij duurzame ontwikkeling wordt nagestreefd. Hier kan een licht positieve beoordeling voor gegeven worden. De energietransitie geeft aanleiding tot investeringen in woningen die nu op energie relatief slecht presteren. Dit leidt enerzijds tot een kwalitatief beter woningaanbod, maar kan ook het sociaal woningaanbod minder betaalbaar maken. Dit kan bewoners met een lagere sociaaleconomische status uit de wijk verdringen, wat niet bijdraagt aan de sociale cohesie. Daarnaast kan gedurende de aanleg van energievoorzieningen (bijvoorbeeld een warmtenet) de leefbaarheid in de wijk tijdelijk beperkt worden. Om de energie- en klimaatdoelen te bereiken zijn deze investeringen echter nodig en het uitstellen van investeringen voorkomt de hinder van (toekomstige) werkzaamheden niet. Door de mogelijkheden voor een groene economie, verbeteringen in het kwalitatieve woningaanbod, risico’s voor de sociale cohesie en mogelijke overlast van werkzaamheden wordt een beoordeling met een bandbreedte van licht positief tot licht negatief gegeven voor het domein leefbaarheid.
De klimaat- en energieambities dragen bij aan een duurzaam Delft. Maatregelen zoals de realisatie van een geothermiebron en het gebruik van restwarmte uit het Rijnmondgebied dragen bij aan het vergroenen van de energiebalans. Dit resulteert in een positieve beoordeling voor het domein duurzaamheid.
Beoordeling op doelbereik Er is een aantal aandachtspunten met betrekking tot het doelbereik. Ten eerste wordt ingezet op groen- en waterstructuren die op “minimaal hetzelfde kwaliteitsniveau zijn als nu”. Wordt met dit doel het huidige kwaliteitsniveau bedoeld, of is hierbij al rekening gehouden met de toevoeging van woningen en bedrijfsruimte in Delft? Met een intensivering van het bestaand bebouwd gebied zal het gebruik van de groenvoorzieningen toenemen. Daarnaast dient Delft beter bestand te
Blad 36 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
worden tegen de gevolgen van klimaatverandering. Om deze negatieve trends te doorbreken is in absolute zin meer groen nodig om op hetzelfde kwaliteitsniveau te blijven als nu. De aanpak Klimaatadaptatie is al opgesteld, maar het doel (“hetzelfde kwaliteitsniveau als nu”) kan toetsbaar en monitorbaar worden gemaakt. De leefomgevingsfoto kan daarbij als nulmeting worden gebruikt. De keuzes en maatregelen voor een ‘Duurzaam Delft is klaar voor de toekomst’ dragen bij aan het domein duurzaamheid, maar het behalen van de doelstelling om volledig energieneutraal te worden is een grote uitdaging. Middels een warmteplan zullen bijvoorbeeld enkele wijken van het gas gehaald worden, maar het is nog onzeker of de energiebalans volledig neutraal is in 2050. Voor Schieoevers Noord is dit al nader uitgewerkt middels een energievisie, maar ook voor de andere gebieden in Delft kunnen concrete maatregelen opgesteld te worden. Daarnaast moeten vraag en aanbod van energie in balans zijn. Door duurzame energie uit het Rijnmondgebied te gebruiken wordt de uitstoot van CO2 in Delft verminderd, maar dit leidt niet tot een toename van het aanbod van duurzame energie. Tot slot kan de omgevingsvisie aangevuld worden met maatregelen om energie te besparen, zowel van huishoudens als van (grote) bedrijven. Dergelijke maatregelen kunnen uitgewerkt worden in het Warmteplan en wijkuitvoeringsplannen.
Tot slot kunnen ook maatregelen met betrekking tot de circulaire economie nader uitgewerkt worden om het doel te bereiken. Het doel is duidelijk: in 2050 moet Delft circulair zijn. Welke maatregelen bijdragen aan een circulair Delft wordt niet duidelijk in de omgevingsvisie, waardoor het behalen van de doelstelling nog te onzeker is. Door “de komende jaren te onderzoeken hoe …” wordt een beperkte bijdrage aan het doel geleverd, terwijl in 2030 de eerste (ingrijpende) doelstelling al voor de deur staat. In de duurzaamheidsvisie Schieoevers Noord worden al enkele concrete maatregelen benoemd, maar ook voor andere gebieden in Delft kan een visie opgesteld worden. De maatregelen met betrekking tot ‘Duurzaam Delft is klaar voor de toekomst’ dragen bij aan het behalen van het doel, maar het is nog te onzeker of de doelstellingen worden behaald. Door een aantal maatregelen aan te scherpen lijkt het doel beter haalbaar. Daarentegen zijn er voor de doelstelling om in 2050 circulair te worden nog geen maatregelen uitgewerkt. Zonder maatregelen is deze doelstelling niet haalbaar.
7.4
Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden? De gemeente Delft heeft reeds een Aanpak Klimaatadaptatie opgesteld, waarin de maatregelen met betrekking tot klimaatadaptatie nader zijn uitgewerkt. Maar klimaatadaptatie vraagt ruimte en die ruimte is in Delft schaars. Om voldoende ruimte voor klimaatadaptatie te waarborgen is sturing vanuit de gemeente nodig. Het is bijvoorbeeld mogelijk om een groennorm op te stellen die geldt voor zowel nieuwbouwwoningen, bestaande woningen als bedrijvigheid. Een groennorm kan vastgelegd worden in het omgevingsplan, waarmee een kwantitatieve toevoeging van groen gestimuleerd wordt. Er kan ook gewerkt worden met kwalitatieve sturing, bijvoorbeeld door middel van een puntensysteem. Hierbij wordt de creativiteit en keuzevrijheid bij de ontwikkelaar gelegd om groen te realiseren en natuurinclusief te bouwen. De ontwikkelaar kan kiezen welke maatregelen worden toegepast in een ontwerp, waarbij de maatregelen met een grote bijdrage aan biodiversiteit en klimaatadaptatie met meer punten gewaardeerd worden. Zodoende wordt ook de kwalitatieve impuls aan groenstructuren gegeven. In de omgevingsvisie wordt nadrukkelijk ingezet op de energietransitie. Er worden concrete maatregelen genoemd om het aanbod van duurzame energie te vergroten, zoals geothermie. Echter kan de omgevingsvisie op een aantal zaken worden aangevuld.
Zo kunnen maatregelen opgesteld worden om energie te besparen. Het wordt aangeraden om deze maatregelen te richten
Blad 37 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
op zowel huishoudens als bedrijven. De bedrijven in Delft zijn immers samen met de bebouwde omgeving en verkeer en vervoer de grootste energieverbruikers. In Schieoevers en de binnenstad zitten bijvoorbeeld veel grote energieverbruikers (zie figuur 7.3). Ook deze bedrijven dienen te verduurzamen om als gemeente in 2050 energieneutraal te zijn. Maatregelen om deze bedrijven te verduurzamen en maatregelen om energie te besparen kunnen nader uitgewerkt worden om de energietransitie te ondersteunen. Ook het uitwerken van maatregelen om circulariteit in 2050 haalbaar te maken is een vervolgopgave.
Figuur 7.3 Energieverbruik door bedrijven (bron: PICO/leefomgevingsfoto)
Conclusie vervolgopgave Op basis van het voorgaande worden de volgende adviezen voor nadere uitwerking van de omgevingsvisie gegeven: • Uitwerken van maatregelen die zowel een kwantitatieve als kwalitatieve bijdrage leveren aan groenstructuren en natuurinclusief bouwen stimuleren. Voorbeelden zijn het opnemen van een groennorm en een puntensysteem.
Blad 38 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
• •
Uitwerken van energiebesparende maatregelen. Het advies is om de maatregelen te richten op zowel huishoudens als bedrijven. Uitwerken van maatregelen om circulariteit in 2050 haalbaar te maken.
Blad 39 van 62
Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft
8
Delft met voorzieningen voor iedereen
8.1
Samenvatting in hoofdpunten Opgave Delft met voorzieningen voor iedereen
8.2
Omschrijving Delft heeft in 2040 hoogwaardige, passende en toegankelijke voorzieningen die nodig zijn voor zorg, welzijn, cultuur, onderwijs en sport. Delft streeft naar een goede spreiding van voorzieningen en clustert waar mogelijk.
Nadere beschrijving van de keuzes en maatregelen Voorzieningen • Delft zet in op een goede spreiding van voorzieningen en clustert waar mogelijk. Hierbij wordt meebewogen met de groei en ontwikkeling van de stad. Kwalitatief en kwantitatief wordt de basis op orde gebracht. • In Schieoevers (onderdeel van het deelgebied kennis-, innovatie- en technologiegebieden) zal het aantal woningen flink stijgen. Daarmee wordt ook ingezet op een toename van het voorzieningenniveau. In dit deel van de stad is dan ook ruimte om nieuwe voorzieningen te realiseren die passen bij het nieuwe stedelijke karakter van dit stadsdeel. • In het buitengebied wordt niet ingezet op het toevoegen van extra voorzieningen met betrekking tot zorg, welzijn, onderwijs en cultuur. Wel wordt hier ingezet op voorzieningen gerelateerd aan sport en recreatie.
8.3
Beoordeling Beoordeling op domeinen Voor de domeinen gezondheid en veiligheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid wordt geen significante impact verwacht op de fysieke leefomgeving. Wel is voor het domein omgevingskwaliteit een kanttekening te plaatsen. De inzet op voorzieningen in het buitengebied kunnen leiden tot meer drukte en meer vraag naar ruimte in het buitengebied. Doordat er wordt ingezet op voorzieningen gericht op sport en recreatie betreft dit naar verwachting voornamelijk nieuwe fiets- en wandelroutes, waardoor de impact op het buitengebied beperkt is. De impact van de keuzes ‘Delft met voorzieningen voor iedereen’ hebben voornamelijk impact op het domein leefbaarheid. De voorzieningen worden verspreid over de stad waarbij de voorzieningen kwalitatief en kwantitatief op orde worden gebracht. Hiermee ontstaat een passend voorzieningenaanbod, zowel in bestaande gebieden als de transformatiegebieden. Passende voorzieningen kunnen daarnaast bijdragen aan levendigheid en sociale cohesie. De investeringen in voorzieningen leiden daarom tot een positieve beoordeling.