CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Delft

Commissie Ruimte en Verkeer 1 juli 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake vaststellen Omgevingsvisie (nr. 2119372)31.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport

projectnummer 0459953.100 definitief 16 april 2021

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport

projectnummer 0459953.100 definitief 16 april 2021

Auteurs W.J. Daggenvoorde S. Zondervan J.J. Verhoeven

Opdrachtgever Gemeente Delft Stationsplein 1 2600 ME Delft

datum vrijgave 16-04-2021

beschrijving revisie definitief rev3

goedkeuring S. Zondervan

vrijgave J.J. Verhoeven

Samenvatting Aanleiding en doel Aanpak van het OER Algemene conclusie Beoordeling Delftse koers Beoordeling afwegingskaders Beoordeling grote ruimtelijke opgaven Effecten buiten de gemeente Monitoring en evaluatie

I I II II VI VII VIII IX

Aanleiding en doel De gemeente Delft is bezig met het opstellen van een omgevingsvisie. De omgevingsvisie schetst op hoofdlijnen het beleid ten aanzien van de fysieke leefomgeving en bepaalt dus de koers van de gemeente. Omdat de omgevingsvisie kaderstellend is voor toekomstige ontwikkelingen in de gemeente Delft moet de milieueffectrapportage (m.e.r.) worden doorlopen. Als onderdeel van deze procedure is een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Dit omgevingseffectrapport (OER) heeft als doel om het omgevingsbelang mee te wegen bij de besluitvorming rondom de omgevingsvisie. In het OER worden de keuzes in de omgevingsvisie beoordeeld op de impact op de leefomgeving. Het opstellen van het OER is parallel met het opstellen van de ontwerp omgevingsvisie uitgevoerd. Tussen de twee processen heeft veel uitwisseling plaatsgevonden. Het resultaat van dit OER is onder andere een set aan adviezen voor de verdere uitwerking van de omgevingsvisie.

Aanpak van het OER Leefomgevingsfoto Om de effecten van de omgevingsvisie inzichtelijk te maken worden de keuzes en maatregelen uit de omgevingsvisie beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is de huidige situatie in Delft, plus trends en ontwikkelingen die spelen. De huidige staat van de leefomgeving is in beeld gebracht door middel van een leefomgevingsfoto. Naast thematische beschrijvingen van de huidige leefomgeving in Delft zijn aandachtspunten voor de omgevingsvisie meegegeven in een vroeg stadium van de m.e.r.-procedure. Methode Om de gehele omgevingsvisie te beoordelen is een onderscheid gemaakt in de beoordeling van de Delftse koers, de afwegingskaders en de zes grote ruimtelijk opgaven. De Delftse koers bestaat uit 6 opgaven. Per opgave is een overzicht gemaakt van keuzes en maatregelen die in de omgevingsvisie zijn genoemd. Vervolgens is de impact van deze keuzes en maatregelen beoordeeld op vier domeinen: gezondheid en veiligheid, omgevingskwaliteit, leefbaarheid en duurzaamheid. Deze domeinen omvatten gezamenlijk de gehele leefomgeving en zijn opgesteld aan de hand van de Europese m.e.r.-richtlijn. Deze beoordeling van de Delftse koers heeft geleid tot zes dashboards, waarmee in één oogopslag de effecten van de opgave in beeld zijn gebracht. De dashboards zijn in deze samenvatting opgenomen.

Niet alleen de effecten van de Delftse koers zijn beoordeeld, er is ook gekeken naar het doelbereik. Worden met de genoemde maatregelen de doelstellingen uit de omgevingsvisie behaald? Indien dit niet het geval is, zijn adviezen gegeven om de omgevingsvisie aan te scherpen of maatregelen nader uit te werken in het omgevingsbeleid (zoals programma’s en het omgevingsplan). I

In de omgevingsvisie worden verschillende afwegingskaders genoemd. Deze zijn beoordeeld op consistentie met het beleid in de Delftse koers, samenhang en bijdrage aan het behalen van de doelstellingen. Uit het toekomstbeeld in de omgevingsvisie komen zes grote ruimtelijke opgaven voort. In het OER zijn deze zes ruimtelijke opgaven (niet te verwarren met de zes opgaven uit de Delftse koers) gebruikt om de samenhang van de omgevingsvisie te beoordelen, waarbij wordt gekeken naar de consistentie met de andere onderdelen van de omgevingsvisie (Delftse koers en afwegingskaders). Hiermee wordt inzichtelijk of de ruimtelijke opgaven waar Delft voor staat gezamenlijk te verwezenlijken zijn.

Algemene conclusie Over het algemeen is Delft goed op weg met de Omgevingsvisie Delft 2040. In de omgevingsvisie wordt aandacht besteed aan het feit dat Delft te maken heeft met concurrerende ruimteclaims. Dit leidt ertoe dat het op voorhand niet zeker is of alle doelstellingen gehaald worden. Deze onzekerheden zijn veelal niet te voorkomen omdat het gaat om beleid voor een periode van circa 20 jaar. Trends en ontwikkelingen brengen immers altijd een bepaalde mate van onzekerheid met zich mee voor de fysieke leefomgeving. Monitoring kan een belangrijke rol spelen om met deze onzekerheid om te gaan. Ook programma’s, het omgevingsplan en andere sturingsmiddelen kunnen als aanvulling op de omgevingsvisie nuttige instrumenten zijn om het behalen van de Delftse ambities te borgen. Met de Omgevingsvisie Delft 2040 heeft de gemeente de strategische keuzes op hoofdlijnen voor de gehele fysieke leefomgeving gemaakt, waarbij voldoende aandacht is geweest voor de samenhang tussen thema’s. Voor alle relevante thema’s zijn aanknopingspunten voor nadere uitwerking gegeven om het omgevingsbeleid volledig te maken.

Beoordeling Delftse koers De beoordelingen van de zes opgaven die de Delftse koers beschrijven is hieronder per opgave opgenomen en nader toegelicht. De beoordeling is gegeven op basis van de beleidskeuzes die in de visie gemaakt worden en op het abstractieniveau dat daarbij past. De uitwerking van de keuzes in plannen, projecten en programma’s is bepalend voor de daadwerkelijke gevolgen voor de omgeving.

Beoordeling De beoogde menging van bedrijven met woningen kan leiden tot gezondheidseffecten en veiligheidsrisico’s. Delft zet in op een breed palet aan gezondheidsmaatregelen, waardoor deze effecten beperkt worden en een licht negatieve beoordeling voor gezondheid en veiligheid resteert. De uitwerking van maatregelen op een hoger detailniveau is bepalend voor de uiteindelijke effecten. Omgevingskwaliteit is met een bandbreedte beoordeeld. Wanneer nieuwe bedrijfsruimte gevonden wordt in nieuwbouw, levert dit een ruimtevraag op die concurreert met benodigde ruimte voor onder andere klimaatadaptatie. Wordt de nieuwe ruimte gevonden in hergebruik van bestaande gebouwen, kan dit bijdragen aan omgevingskwaliteit. De zeer positieve beoordeling voor leefbaarheid komt voort uit de inzet op de innovatieve maakindustrie en de versterking van de wijkeconomie. Duurzaamheid is positief beoordeeld II

vanwege de keuze om de benodigde ruimte binnenstedelijk te zoeken en de impact daarvan op duurzaam ruimtegebruik. Het doelbereik voor deze opgave is als reëel beoordeeld, de doelen uit de omgevingsvisie zijn haalbaar. Adviezen voor nadere uitwerking van het omgevingsbeleid • Op basis van de Ruimtelijk Economische Visie kan per gebied gespecificeerd worden hoe de opgaven verwezenlijkt worden. Hierin kan bijvoorbeeld ingegaan worden op een keuze voor sloop en nieuwbouw of hergebruik van bestaande bebouwing om bedrijfsruimte te creëren. • Duurzaamheidsmaatregelen om zowel bestaande als nieuwe bedrijven te verduurzamen kunnen nader uitgewerkt worden. • Nadere uitwerking van de wijkversterking, met name de koppeling met andere opgaven die in de wijken spelen.

Beoordeling Deze opgave heeft geen grote gevolgen voor de domeinen gezondheid enveiligheid en duurzaamheid. De andere twee domeinen worden positief beoordeeld. De omgevingskwaliteit wordt verbeterd door het behoud van Erfgoed en andere kwaliteiten en het spreiden van toerisme. De leefbaarheid krijgt een positieve impuls door evenementen en toerisme, in de vorm van levendigheid en werkgelegenheid. Het doelbereik is beoordeeld als reëel. Door toerisme te spreiden kunnen cultuur en erfgoed worden behouden en slim worden benut. Adviezen voor nadere uitwerking van het omgevingsbeleid • Bij het aanwijzen van evenementenlocaties rekening houden met de impact van deze locaties op de omgeving. • De gemeente kan sturen op het type evenementen (en andere cultuurvoorzieningen) dat aangetrokken moet worden om een onderscheidend cultuuraanbod te realiseren.

Beoordeling Op het domein gezondheid en veiligheid wordt een beoordeling van negatief tot neutraal gegeven. Deze bandbreedte komt voort uit de onzekerheid over de wijze waarop maatregelen voor gezondheidsbescherming en -bevordering zullen worden uitgewerkt. Deze maatregelen kunnen de initiële negatieve effecten van het bouwen van woningen op milieubelaste plekken verzachten. De mate waarin dit werkelijk zal gebeuren is afhankelijk van de nadere uitwerking van plannen. III

Omgevingskwaliteit wordt neutraal beoordeeld. Op straatniveau worden maatregelen genomen om de omgevingskwaliteit te verbeteren. Een belangrijk aandachtspunt voor de nadere uitwerking van de hoogbouwnota is het voorkomen van impact op de beschermde stadsgezichten van Delft door hoogbouw. Leefbaarheid en duurzaamheid zijn positief beoordeeld. De inzet op woningbouw en duurzaam ruimtegebruik draagt bij aan deze domeinen. Het doelbereik is beoordeeld als onzeker omdat er spanning kan optreden tussen de verschillende doelstellingen. De opgaven zijn individueel haalbaar, zoals de kwantitatieve woningbouwopgave, het verminderen van de milieudruk en het investeren in de openbare ruimte. Het is echter een grote uitdaging om alle doelen gezamenlijk te behalen aangezien de druk op de ruimte sterk zal toenemen. Adviezen voor nadere uitwerking van het omgevingsbeleid • Aandacht voor een goede balans tussen sturing en flexibiliteit in het omgevingsplan, ondersteund door andere instrumenten zoals monitoring, om bij ontwikkelingen een goed woon- en leefklimaat te borgen, maar ook ruimte te bieden aan initiatiefnemers. • Meewegen van de waarde van beschermde stadsgezichten in de nadere uitwerking van de hoogbouwnota. • Nadere uitwerking van de maatregelen om de woningvoorraad te verduurzamen.

De eerste drie domeinen zijn met een bandbreedte van licht negatief tot licht positief beoordeeld omdat er sprake is van kansen én risico’s. De toevoeging van groen en blauw leidt tot een positieve impuls voor gezondheid en veiligheid en omgevingskwaliteit. Het is echter de vraag of er voldoende ruimte beschikbaar is om het benodigde kwaliteitsniveau te behalen, omdat Delft ook een grote verdichtingsopgave heeft en alle ruimtevragers een plek moeten krijgen. De nieuwe energieinfrastructuur kan veiligheids- en gezondheidsrisico’s met zich meenemen. De mogelijkheden voor een groene economie en investeringen in woningen met een slechte energieprestatie zijn positief voor het domein leefbaarheid. De investeringen kunnen het sociale woningaanbod minder betaalbaar maken en de omvang van de werkzaamheden kan significante overlast veroorzaken. De klimaat- en energieambities dragen bij aan een duurzaam Delft. Het domein duurzaamheid is daarom positief beoordeeld. De maatregelen uit de omgevingsvisie dragen bij aan het doelbereik, maar het is nog onzeker of de doelstellingen zullen worden behaald. Door maatregelen aan te scherpen wordt het behalen van de doelen kansrijker. Adviezen voor nadere uitwerking van het omgevingsbeleid • Uitwerken van maatregelen die zowel een kwantitatieve als kwalitatieve bijdrage leveren aan groenstructuren en natuurinclusief bouwen stimuleren.

Voorbeelden zijn het opnemen van een groennorm en een puntensysteem. • Het uitwerken van energiebesparende maatregelen. Het advies is om de maatregelen te richten op zowel huishoudens als bedrijven. • Uitwerken van maatregelen om circulariteit in 2050 haalbaar te maken.

IV

Beoordeling Voor de domeinen gezondheid en veiligheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid wordt geen significante impact verwacht op de fysieke leefomgeving. Op leefbaarheid heeft het op orde brengen van het voorzieningenaanbod een positieve impact. Het doelbereik van deze opgave is niet goed te beoordelen, omdat uit de omgevingsvisie nog onvoldoende duidelijk wordt welk voorzieningenniveau in de bestaande wijken gewenst is. Adviezen voor nadere uitwerking van het omgevingsbeleid • Aanvullen van de omgevingsvisie met een toetsbare doelstelling voor het gewenste voorzieningenniveau. Bijvoorbeeld in de vorm van een voorzieningennorm. • Nader uitwerken van maatregelen om een passend voorzieningenniveau te realiseren. Dit kan op gebiedsniveau worden gedaan.

Beoordeling De inzet op een mobiliteitsverschuiving van auto naar OV en langzaam verkeer heeft op alle domeinen een positieve impact. Minder autoverkeer betekent minder CO2-uitstoot, minder gezondheidseffecten door luchtverontreiniging en wegverkeerslawaai en meer ruimte voor groen, blauw en verblijven. Aanvullend bevordert de inzet op fietsen en lopen de gezondheid van bewoners. De maatregelen dragen bij aan de doelen die worden benoemd. Het doelbereik wordt voor deze opgave echter vooral bepaald door het Mobiliteitsprogramma Delft 2040. Adviezen voor nadere uitwerking van het omgevingsbeleid • Nadere uitwerking van maatregelen gericht op het verbeteren van het (lokale) OVnetwerk, in het bijzonder bij transformatieopgaven. Dit kan deels in het Mobiliteitsprogramma, maar vergt ook regionale samenwerking in de Metropoolregio Rotterdam – Den Haag (MRDH). • Onderzoek naar de bijdrage van nieuw station Delft Noord aan de mobiliteitstransitie. • Waarborgen van een integraal ontwerp van de bij herinrichting van het openbaar gebied vrijkomende ruimte, waarbij ruimte wordt gebruikt voor het realiseren van groen- en waterstructuren, aangename verblijfsplekken in de openbare ruimte. Het meekoppelen van opgaven in de ondergrond kan aanvullende hinder in de toekomst voorkomen.

V

Beoordeling afwegingskaders De omgevingsvisie bevat verschillende afwegingskaders, waaronder een koers per deelgebied. Deze afwegingskaders zijn beoordeeld op consistentie, samenhang en bijdrage aan de doelstellingen. Beoordeling koers per deelgebied In de omgevingsvisie zijn vier deelgebieden onderscheiden waarvoor een specifieke koers is opgesteld. Dit zijn (1) de binnenstad en Nieuw Delft, (2) de wijken, (3) kennis- innovatie- en technologiegebieden en (4) het buitengebied. De koers per deelgebied vormt het belangrijkste afwegingskader waaraan de gemeente Delft nieuwe initiatieven kan toetsen. Delft zet daarbij in op initiatieven die de ontwikkelrichtingen per deelgebied helpen verwezenlijken. Toekomstige initiatieven moeten passen binnen de koers per deelgebied en ten minste bijdragen aan twee of meer opgaven. Hiermee ontstaat een voldoende helder afwegingskader, dat tegelijkertijd flexibel is. De koers per deelgebied is beoordeeld of het afwegingskader consistent is met het beleid in de Delftse koers. Doordat de koers per deelgebied is beschreven aan de hand van de opgaven uit de overkoepelende Delftse koers, is er sprake van een duidelijke samenhang en navolgbaarheid. De koers voor de binnenstad en Nieuw Delft vraagt om een nadere uitwerking van maatregelen op gebiedsniveau.

Voor de wijken zijn de ambities hoog, maar is nog niet helder waar en hoe nieuwe initiatieven en ruimtevragers een plek gaan krijgen. In de kennis- innovatie- en technologiegebieden zullen de grootste ontwikkelingen plaatsvinden. Daardoor is hier ook de meeste dynamiek om ambities te kunnen verwezenlijken, zolang de focus niet te veel komt te liggen bij enkel de woningbouwopgave. In het buitengebied wordt op alle opgaven ingezet, terwijl de kwaliteiten van het gebied onder druk zullen komen door de groei van Delft. Deze spanning vraagt om keuzes in de prioritering van opgaven in het buitengebied. Beoordeling samenhang De belangrijkste conclusie met betrekking tot samenhang in de afwegingskaders, is dat de verschillende ruimtevragers met elkaar concurreren. Dit kan risico’s opleveren voor gezondheid en veiligheid. Afwegingskaders, zoals de inzet op gezondheidsbescherming, gezondheidsbevordering en welbevinden, zijn daarom belangrijk in de planvorming. Ook kan het helpen om de afwegingskaders toetsbaar te maken. Dit zal in het omgevingsplan hoe dan ook een plek moeten krijgen. Een aantal zaken, zoals de ordening van de ondergrond en de inrichting van groen- en blauwstructuren, vraagt om een verdere uitwerking, voordat de afwegingskaders op gebiedsniveau kunnen worden toegepast.

Beoordeling bijdrage aan doelstellingen De bijdrage van de verschillende afwegingskaders aan de doelstellingen van de omgevingsvisie is afhankelijk van enerzijds de ontwikkelingen waarbij de kaders worden toegepast en anderzijds de wijze waarop ze in de praktijk worden gebracht. Voor een aantal doelstellingen (wijkversterking, circulariteit, energieneutraliteit, natuurinclusief bouwen en schone lucht) zijn op dit moment nog niet alle concrete maatregelen uitgewerkt om de haalbaarheid te verzekeren, de gemeente kan een actievere rol innemen om deze ambities te borgen. Ook op andere thema’s is een actieve rol mogelijk gewenst, om de afhankelijkheid van derden te beperken. Dat betekent niet dat de gemeente initiërend moet zijn. Door te verleiden, stimuleren en communiceren kan de gewenste dynamiek ook op gang worden gebracht. Met behulp van monitoring kan tijdig worden bijgestuurd als het behalen van ambities in gevaar komt. Adviezen voor nadere uitwerking van het omgevingsbeleid • Om alle opgaven voor de binnenstad te kunnen verwezenlijken is een nadere uitwerking van maatregelen nodig. Dit kan meegenomen te worden in de actualisatie van het beleid voor de binnenstad. VI

• •

• • • •

Een actieve rol van de gemeente om de wijkversterking aan te wakkeren, bijvoorbeeld door heldere afwegingskaders in de wijken op te stellen. Oog blijven houden voor het brede scala aan opgaven die in de kennis-, innovatie en technologiegebieden spelen. Zowel de inpassing van nieuwe ontwikkelingen als het behoud van de bestaande karakteristieken. Het maken van nadere keuzes voor het buitengebied. Met het oog op de kwetsbare kwaliteiten van dit gebied is niet alles mogelijk. Het toetsbaar maken van afwegingskaders. Hiermee wordt het mogelijk om te monitoren of ambities gehaald worden. Een aantal afwegingskaders vraagt om een uitwerking op stadsniveau, voordat ze (op gebiedsniveau) kunnen worden toegepast. Een actieve rol (communiceren, verleiden, stimuleren, initiëren) van de gemeente om de ambities te verwezenlijken, waarbij tenminste gemonitord wordt of de ambities behaald worden. De sturingsfilosofie en monitoringsopgave kunnen parallel worden uitgewerkt.

Beoordeling grote ruimtelijke opgaven Uit het toekomstbeeld van Delft komen zes grote ruimtelijke uitdagingen voort. Per grote ruimtelijke opgave is beschreven hoe deze zich verhoudt tot de overige onderdelen van de omgevingsvisie en welke kansen en risico’s er bij de opgave spelen. I. Stedelijke verdichting In de omgevingsvisie komt duidelijk naar voren dat de gemeente Delft door heeft dat dit een grote uitdaging met zich meebrengt om de ontwikkelingen ruimtelijk in te kunnen passen. Er is een aantal maatregelen benoemd die deze inpassing in de hand moeten spelen, zoals het realiseren van hoogbouw en het gebruik van daken voor vergroening en energieopwekking. Maar tegelijkertijd zijn de maatregelen die meervoudig ruimtegebruik moeten bevorderen ook de maatregelen die scherper geformuleerd kunnen worden. In de omgevingsvisie wordt genoemd dat een concretere uitwerking van de ambitie plaats krijgt in de gebiedsvisies voor de betreffende delen van de stad. II. Functiemenging in stedelijke dynamische gebieden Delft zet in op het mengen van wonen en werken. Door circa 15.000 woningen in Delft toe te voegen, waaronder in werkgebieden en zwaar milieubelaste gebieden, zoals Schieoevers, zijn risico’s voor de gezondheid van inwoners te benoemen. Bijvoorbeeld door een toename van hinder van geluid, geur en luchtkwaliteit. III.

Wijziging van de verkeersstructuur De wijziging van de verkeersstructuur gaat goed samen met de ambities om meer ruimte te creëren voor groen en water en de gedragsverandering voor mobiliteit. Met de beoogde wijziging komt ruimte vrij die kan worden ingevuld met groen- en waterstructuren, verblijfsplekken en langzaam verkeer. De uitdaging is om het autogebruik te ontmoedigen en mensen met duurzame vervoersmiddelen te laten reizen. Voor kleine afstanden kan fietsen en wandelen gestimuleerd worden door onder andere een betere inrichting van de openbare ruimte, meer fiets- en wandelpaden en meer groen. Voor vervoersbewegingen in de regio zijn (elektrische) fietsen en het openbaar vervoer belangrijke alternatieven voor de auto. De omgevingsvisie kan aangevuld worden met maatregelen om het openbaar vervoer in Delft te verbeteren, met name in de transformatiegebieden. IV. Het verbeteren van stad-landverbindingen Door (groene) verbinding te creëren tussen de wijken en het buitengebied ontstaan veel positieve effecten. Zo wordt gezond gedrag gestimuleerd omdat inwoners worden aangemoedigd om meer te fietsen en te wandelen. Daarnaast dragen groene verbindingen bij aan de beoogde VII

wijkversterking, stimuleert het sociale ontmoetingen in de openbare ruimte en neemt het percentage groen toe wat gunstig is in het kader van klimaatadaptatie. Dit betekent wel dat het buitengebied en de nieuwe stad-landverbindingen intensiever gebruikt zullen worden. De grootste uitdaging is het behoud van bestaande kwaliteiten, denk hierbij aan het landschap en cultuurhistorische waarden zoals de 'oude lijnen'. V. Continuering van het beleid in de binnenstad De 1.000 extra banen die beoogd zijn in de binnenstad kunnen leiden tot meer levendigheid in de binnenstad. Dit leidt naar verwachting echter ook tot meer drukte in de binnenstad, wat nadelige gevolgen kan hebben voor de bereikbaarheid. Om de drukte te spreiden wordt ingezet op woningbouw en banengroei in Nieuw Delft en wordt in de wijken ingezet op het bevorderen van de levendigheid. Daarmee wordt de drukte gespreid en kan de binnenstad worden ontlast. Om de binnenstad beter bereikbaar te maken kan ingezet te worden op een verbetering van het openbaar vervoer en investeringen in fiets- en wandelroutes. Meer fietsen in de binnenstad kan leiden tot verrommeling in de openbare ruimte. Fietsparkeervoorzieningen kunnen inpandig of ondergronds gerealiseerd worden, om zo buitenruimte te winnen. VI.

TU Delft Campus versterken De toevoeging van 3.000 arbeidsplaatsen op de TU Campus en Sciencepark en het toevoegen van 1.000 woningen met bijbehorende voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van een entrepreneurial ecosystem. Door in te zetten op een verbetering van de sociaaleconomische leefbaarheid op de campus worden creativiteit, innovatie en technologische ontwikkelingen aangejaagd. Een aandachtspunt bij de uitwerking van deze ruimtelijke opgave is het risico dat de TU-campus een ‘enclave’ van studenten wordt. Adviezen voor nadere uitwerking van het omgevingsbeleid • Met betrekking tot de nadere uitwerking van de hoogbouwnota wordt geadviseerd om te werken met verschillende categorieën hoogbouw. • Een actieve aanpak van de gemeente om multifunctioneel ruimtegebruik op daken in de hele stad te bewerkstelligen. • Nadere uitwerking van gebiedsspecifieke maatregelen door middel van gebiedsvisies. • Nader uitwerken hoe functiemenging geoptimaliseerd kan worden. Monitoringsprogramma’s, zoals de monitoring voor Schieoevers Noord, kunnen hiervoor als input dienen. • Een suggestie om niet alleen studentenwoningen op de campus te realiseren, maar een divers woningaanbod te creëren om de verbinding tussen de stad en de campus te verbeteren.

Effecten buiten de gemeente In het OER is onderzocht wat de gevolgen van de omgevingsvisie buiten de gemeentegrenzen kunnen zijn. Er is met name gekeken naar de gevolgen voor de energietransitie en voor Natura 2000-gebieden. Energievoorziening De maatregelen met betrekking tot de energievoorziening van Delft zijn in regionaal verband beschouwd. Het gebruik van restwarmte uit het Rijnmondgebied zorgt voor een vergroening van de energiebalans, maar neemt niet weg dat er ook naar mogelijkheden kan worden gezocht om duurzame energie op te wekken binnen de gemeente Delft. Om in 2050 volledig energieneutraal te zijn moeten meer maatregelen getroffen worden. Voor de opwekking van duurzame energie is de Regionale Energie Strategie (RES) en de bijbehorende afstemming met de regio belangrijk.

VIII

Natura 2000 Er worden geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden verwacht, omdat: 1. De afstand tussen de gemeente Delft en de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden ertoe leidt dat directe effecten zoals verstoring door betreding, licht en/of geluid op voorhand kunnen worden uitgesloten. 2. In de omgevingsvisie Delft 2040 nadrukkelijk wordt ingezet op de mobiliteitstransitie en het verbeteren van de H-structuur. Hiermee leidt de omgevingsvisie tot een betere verkeersdoorstroming en meer bewegingen met duurzame vervoersmiddelen, waardoor de stikstofemissie door verkeer naar verwachting niet verder zal toenemen. Daarnaast wordt de realisatie van een warmtenet in de omgevingsvisie genoemd. Deze maatregel draagt bij aan het verduurzamen van de huidige woningvoorraad. Een deel van de woningvoorraad zal middels deze restwarmte worden verwarmd, in plaats van aardgas. De stikstofemissie van de bestaande bebouwing neemt af, en daarmee worden de effecten op Natura 2000-gebieden beperkt. 3. Indien de ontwikkelingen die voortkomen uit de omgevingsvisie toch leiden tot een toename van stikstofdepositie, zal dit (op basis van de stikstofberekening voor Schieoevers Noord) naar verwachting een beperkte toename zijn. Een beperkte toename van stikstofdepositie kan gemitigeerd worden om negatieve effecten in Natura 2000gebieden te voorkomen.

Voorbeelden van mitigerende maatregelen zijn het beperken van het programma of het werken met schoon materieel. Adviezen voor nadere uitwerking van het omgevingsbeleid • Regionale afstemming voor het thema energietransitie. De RES speelt hierbij een belangrijke rol.

Monitoring en evaluatie De omgevingsvisie vormt de basis voor de beleidscyclus. Met monitoring en evaluatie wordt deze cyclus gesloten. Monitoringsinformatie en evaluatie helpen bij een betere en snellere besluitvorming over de activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het kan bijvoorbeeld aanleiding zijn om bij te sturen. Bijsturing kan bijvoorbeeld plaatsvinden door bepaalde maatregelen te treffen of doelen uit de omgevingsvisie bij te stellen. Een aantal van de gemaakte keuzes brengt onzekerheden of risico’s met zich mee, bijvoorbeeld over het behalen van ambities of de kwaliteit van de toekomstige situatie. Ook leemten in kennis zorgen ervoor dat niet alle effecten vooraf kunnen worden voorzien. Door middel van monitoring wordt inzichtelijk of de gemeente op koers ligt om de doelstellingen te behalen. De gemeente kan dan tijdig bijsturen wanneer knelpunten ontstaan of een doelstelling niet behaald dreigt te worden. De leefomgevingsfoto geeft een beeld van de huidige situatie en kan als nulmeting bij de monitoring gebruikt worden. De belangrijkste onzekerheden van de Omgevingsvisie Delft hebben te maken met de grote opgaven en het al dan niet behalen daarvan. De omgevingsvisie en de leefomgevingsfoto beschrijven de opgaven waar Delft voor staat en bieden daarmee een goede basis om de monitoringsopgave te bepalen.

Monitoring op hoofdlijnen op stadsniveau kan worden aangevuld met monitoring op gebiedsniveau en op regionaal niveau.

IX

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Proces naar de omgevingsvisie M.e.r.-plicht Doel van het omgevingseffectrapport Leeswijzer

1 2 3 3 3

2

Omgevingsvisie Delft 2040

4

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

De hoofdpunten Delftse kernwaarden Toekomstbeeld De Delftse koers in zes opgaven De koers per deelgebied

4 4 5 6 8

3

Methodiek

11

3.1 3.2

Wat wordt er beoordeeld? Hoe wordt er beoordeeld?

11 11

4

Delft als hoofdstad van innovatie en technologie

17

4.1 4.2 4.3 4.4

Samenvatting in hoofdpunten Nadere beschrijving van de keuzes en maatregelen Beoordeling Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden?

17 17 19 20

5

Historie kleurt cultuur en toerisme in Delft

22

5.1 5.2 5.3 5.4

Samenvatting in hoofdpunten Nadere beschrijving van de keuzes en maatregelen Beoordeling Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden?

22 22 23 24

6

Delft, waar het goed en gezond leven is

25

6.1 6.2 6.3 6.4

Samenvatting in hoofdpunten Nadere beschrijving van de keuzes en maatregelen Beoordeling Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden?

25 25 28 31

7

Duurzaam Delft is klaar voor de toekomst

33

7.1 7.2 7.3 7.4

Samenvatting in hoofdpunten Nadere beschrijving van de keuzes en maatregelen Beoordeling Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden?

33 33 35 37

8

Delft met voorzieningen voor iedereen

40

8.1 8.2 8.3 8.4

Samenvatting in hoofdpunten Nadere beschrijving van de keuzes en maatregelen Beoordeling Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden?

40 40 40 41

9

Delft bereikbaar

42

9.1 9.2 9.3 9.4

Samenvatting in hoofdpunten Nadere beschrijving van de keuzes en maatregelen Beoordeling Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden?

42 42 43 44

10

Afwegingskaders

46

10.1 10.2 10.3 10.4 10.5

Beschrijving van de afwegingskaders Consistentie Samenhang van afwegingskaders Bijdrage aan doelstellingen Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden?

46 48 50 51 52

11

De zes grote ruimtelijke opgaven

53

11.1 11.2 11.3 11.4

Beschrijving van de grote ruimtelijke opgaven Beoordeling Effecten buiten de gemeente Delft Wat kan er nader geagendeerd of uitgewerkt worden?

53 54 56 58

12

Conclusie en vervolgstappen

59

12.1 12.2 12.3

Algemene conclusie Monitoring en evaluatie Adviezen voor nadere uitwerking

59 60 60

Bijlage 1: Overzicht vigerend beleid Bijlage 2: Leefomgevingsfoto

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De Omgevingswet komt eraan. Met de invoering van de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ordening vereenvoudigen en samenvoegen. Een van de instrumenten van deze nieuwe wet is de omgevingsvisie, de vervanger van de structuurvisie. Voor de gemeente Delft betekent dit dat de ruimtelijke structuurvisie Delft 2030 wordt vervangen door de omgevingsvisie Delft 2040. De omgevingsvisie schetst op hoofdlijnen het beleid ten aanzien van de leefomgeving. De omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst, maar bepaalt wel de koers. Hiermee stelt de gemeente kaders voor toekomstige ontwikkelingen. De gemeente wil bij het opstellen van deze kaders de impact die de visie heeft op de fysieke leefomgeving mee laten wegen. Hiervoor is het voorliggend Omgevingseffectrapport opgesteld. In dit rapport zijn de keuzes uit de omgevingsvisie van Delft beoordeeld op de te verwachten impact op de leefomgeving.

Figuur 1.1 De ligging van de gemeente Delft

Blad 1 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

1.2

Proces naar de omgevingsvisie De omgevingsvisie is opgesteld door de gemeente Delft en KuiperCompagnons, waarbij participatie centraal staat. Het proces naar de omgevingsvisie is in twee fasen opgedeeld. In de eerste fase zijn feiten en cijfers verzameld, waarmee een indruk is gekregen van de huidige situatie van de leefomgeving. Daarnaast zijn de kaders voor het participatieproces bepaald. De verzamelde feiten en cijfers hebben de basis gevormd voor het gesprek met de stad. In de tweede fase is het gesprek met de stad en de partners gestart. Door middel van vragenlijsten, straatacties, focusgroepen en co-creatiesessies met jongeren hebben inwoners hun mening kunnen geven over de huidige situatie in Delft en waar Delft in de toekomst zou moeten staan. De opbrengsten van dit participatieproces zijn input geweest voor de omgevingsvisie en besproken met de raad, het college en de stad. De gemeentelijke organisatie is vervolgens op zoek gegaan naar de kwaliteiten, de opgaven en de koers van de stad Delft. In verschillende sessies is deze koers aangevuld met reacties van relevante regio- en ketenpartners en belangrijke partners van de stad. Al het relevante beleid is getrechterd en ambities zijn verwoord voor de omgevingsvisie. In deze tweede fase is ook de leefomgevingsfoto opgesteld.

De leefomgevingsfoto geeft een beschrijving van de huidige leefomgeving van Delft en benoemt trends en ontwikkelingen die spelen. De leefomgevingsfoto heeft geresulteerd in aandachtspunten voor de omgevingsvisie (zie paragraaf 3.2.2). Deze aandachtspunten zijn meegegeven aan de gemeente Delft om te gebruiken in het verdere visieproces. Dit heeft geleid tot een eerste concept-omgevingsvisie. Tijdens het opstellen van de conceptomgevingsvisie is de m.e.r.-procedure opgestart. Voorafgaand aan het opstellen van dit omgevingseffectrapport is er op verschillende momenten vanuit het m.e.r.-spoor advies gegeven over de vorm en inhoud van verschillende conceptversies van de omgevingsvisie. Er zijn bijvoorbeeld kritische vragen gesteld over de samenhang van keuzes, aanbevelingen gedaan over de reikwijdte van de omgevingsvisie en de navolgbaarheid van afwegingskaders. Dit heeft mede geleid tot aanpassingen van de visie naar een (eind)conceptversie van 19 oktober 2020. Dit is de versie die beoordeeld is in dit omgevingseffectrapport. Wel zijn het OER en de omgevingsvisie op verschillende momenten op consistentie nagelopen voordat beide stukken ter inzage zijn gelegd. De processen van visievorming en impactbeoordeling zijn in dit proces grotendeels met elkaar verweven geweest. Het is niet waardevol bevonden om uitgebreid verslag te leggen van deze iteratieslagen.

De omgevingseffectrapportage is ingezet om vanuit de eindconceptversie de blik naar voren te richten en aanbevelingen te geven voor de vertaling van de hoofdlijnen van de omgevingsvisie naar een hoger detailniveau. De wisselwerking tussen de ontwerp-omgevingsvisie en het omgevingseffectrapport heeft geleid tot aanscherping van de omgevingsvisie. Daarbij zijn ook aandachtspunten benoemd voor de vervolgstappen, zoals de nadere uitwerking van de visie in programma’s, omgevingsplan, monitoring en evaluatie. De ontwerp-omgevingsvisie wordt ter inzage gelegd met het omgevingseffectrapport als bijlage. In deze periode heeft iedereen de gelegenheid om een zienswijze in te dienen op de ontwerpomgevingsvisie en/of het omgevingseffectrapport.

Blad 2 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

1.3

M.e.r.-plicht De omgevingsvisie is kaderstellend voor toekomstige ontwikkelingen. In de Wet milieubeheer is vastgelegd dat bij kaderstellende plannen voor (mogelijk) m.e.r.-plichtige activiteiten de milieueffectrapportage (m.e.r.)1 doorlopen moet worden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming mee te nemen, met als resultaat een milieueffectrapport (MER) dat met de ontwerp-omgevingsvisie ter inzage wordt gelegd. Omdat het gaat om een milieueffectrapport over de gehele fysieke leefomgeving wordt dit een omgevingseffectrapport (OER) genoemd. In dit OER worden de gevolgen van de keuzes voor de gehele fysieke leefomgeving onderzocht, in plaats van enkel de gevolgen voor het milieu, zoals in een MER wordt gedaan. In het OER worden bijvoorbeeld ook de effecten van de omgevingsvisie op de economie en energiebalans beschouwd. Het OER sluit daarmee beter aan bij de reikwijdte van de omgevingsvisie dan een MER.

1.4

Doel van het omgevingseffectrapport Dit omgevingseffectrapport (OER) heeft als doel om het omgevingsbelang mee te wegen bij de besluitvorming rondom de omgevingsvisie. In het OER worden de keuzes in de omgevingsvisie beoordeeld op de impact op de leefomgeving. Deze keuzes zijn tot stand gekomen in het omgevingsvisieproces (zie paragraaf 1.2). Door middel van de aandachtspunten uit de leefomgevingsfoto en adviezen van Antea Group is de ontwerp-omgevingsvisie al aangescherpt. In het OER wordt onderzocht wat het effect van deze aangescherpte versie van de visie is op de leefomgeving van Delft. Hieruit zal blijken of de ontwerpomgevingsvisie nog verder aangescherpt kan worden en worden aanbevelingen gegeven voor de uitwerking van de visie in het omgevingsbeleid. Zo zal het OER handvatten bieden voor de monitoring van de omgevingsvisie en voor de uitwerking van het beleid in gebiedsvisies, programma’s, plannen en projecten.

1.5

Leeswijzer Dit OER is opgebouwd in 12 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt de opbouw en inhoud van de omgevingsvisie beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de aanpak die in het OER wordt gehanteerd toegelicht. In de hoofdstukken 4 t/m 9 komt de effectbeoordeling aan bod en worden aanbevelingen gegeven hoe de omgevingsvisie kan worden aangevuld of aangescherpt. Na deze effectbeoordeling worden de afwegingskaders (hoofdstuk 10) en de zes grote ruimtelijke opgaven (hoofdstuk 11) beoordeeld. In deze hoofdstukken komen alle opgaven uit de omgevingsvisie samen en wordt beoordeeld of de omgevingsvisie als geheel te verwezenlijken is. Het OER wordt afgesloten met een slotbeschouwing in hoofdstuk 12.

1

De afkorting m.e.r. staat voor de volledige procedure, de milieueffectrapportage. Het MER staat voor het milieueffectrapport dat normaal gesproken hierbij opgesteld wordt. Voor de gemeente Delft wordt echter een OER opgesteld. Het OER heeft dezelfde reikwijdte als een MER, maar legt de nadruk niet zozeer op het milieu maar op de gehele (fysieke) leefomgeving.

Blad 3 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

2

Omgevingsvisie Delft 2040 De gemeente Delft heeft een ontwerp-omgevingsvisie opgesteld met de naam Omgevingsvisie Delft 2040. In deze visie wordt beschreven welke Delftse kernwaarden centraal staan in de omgevingsvisie. Deze drie kernwaarden vormen het uitgangspunt voor de Delftse koers. De Delftse koers bestaat uit zes opgaven waar de gemeente voor staat. Aan de hand van de Delftse koers beoogt de gemeente Delft haar kernwaarden te beschermen en waar mogelijk te versterken en te verrijken. De kernwaarden en de Delftse koers zijn samengevat in de hoofdpunten van de omgevingsvisie. Daarnaast wordt in de visie ingegaan op de deelgebieden van de gemeente Delft, waarbij voor elk deelgebied een specifieke koers wordt beschreven. Onderstaande beschrijvingen zijn gebaseerd op de beschrijvingen zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie Delft 2040. In dit hoofdstuk is de inhoud van de visie nog niet beoordeeld door Antea Group.

2.1

De hoofdpunten In de omgevingsvisie is een samenvatting opgenomen in de vorm van hoofdpunten. Deze hoofdpunten bevatten de volgende zaken: • Beschrijving van de kernwaarden (zie paragraaf 2.2) • Een samenvatting van de Delftse koers in 6 opgaven (zie paragraaf 2.4). • Een verwijzing naar de afwegingskaders. Vanwege de schaarse ruimte in Delft moeten ontwikkelingen indien mogelijk altijd bijdragen aan de versterking van meerdere kwaliteiten van de stad en het gebied. Hiermee wordt verwezen naar de koers per deelgebied (zie paragraaf 2.5).

2.2

Delftse kernwaarden In Delft moeten nieuwe ontwikkelingen en initiatieven in de fysieke leefomgeving in beginsel altijd bijdragen aan de Delftse kernwaarden. Dit betreffen de volgende drie kernwaarden: • Historie. In Delft is historie en cultureel erfgoed te beleven. Voorbeelden zijn water, Delfts blauw, de schilderkunst, de monumentale binnenstad en talloze (rijks)monumenten en archeologische vondsten. Ook de universiteit, Museum Prinsenhof, grachten, bruggen en kleinschalige woonwijken geven Delft zijn bijzondere karakter. • Technologie, innovatie en creativiteit. Techniek, handel, wetenschap en kunst hebben Delft welvaart en wereldfaam gebracht. De stad heeft ook nu alles in huis op het gebied van innovatie en technologie: de TU Delft, hoogwaardige technische bedrijven, startups, onderzoeksinstituten. Op het gebied van medische technologie, industriële biotechnologie, water- en deltatechnologie behoort de stad tot de wereldtop. Als enige stad in de Randstad beschikt Delft over technisch onderwijs op zowel mbo-, hbo- als academisch niveau. • De verbonden stad. De kracht van Delft is de verbinding van historie met technologie, innovatie en creativiteit. Daarbij is Delft met de strategische ligging aan de kennis-as Rotterdam-Leiden de schakel in de regio, met uitstekende verbindingen en korte reistijden.

Delft is een compacte stad met kleinschalige, gezellige wijken en buurten waarin bewoners zich met elkaar verbonden voelen. De stadsdelen zijn niet alleen fysiek, maar ook sociaal verbonden. De ontwikkeling van Nieuw Delft, Delft Campus en Schieoevers helpt fysieke barrières op te heffen, wat bewoners nog dichter bij elkaar brengt.

Blad 4 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

2.3

Toekomstbeeld In de omgevingsvisie wordt het verhaal van Delft verteld. Hierbij wordt ingegaan op het ontstaan van de stad en zijn huidige kenmerken, zoals de historische plekken en routes. Daarnaast wordt ingegaan op ontwikkelingen uit het verleden die de stad hebben gemaakt zoals die nu is, zoals de jarenlange stedelijke groei die heeft geleid tot de huidige druk op de groene ruimte. Tot slot wordt ingegaan op de ligging van Delft in de regio. Het verhaal van Delft geeft daarmee een helder beeld van de gemeente Delft. Vervolgens is het toekomstbeeld geschetst. Met het Toekomstbeeld van Delft wordt ingegaan op de kracht van Delft en hoe de ontwikkeling van de stad tot 2040 er op hoofdlijnen uit moet zien. Zo wordt de wens uitgesproken om de groen- en waterstructuren te verbeteren, de historische karakteristieken te behouden, in te zetten op bereikbaarheid en ruimte te bieden aan zowel wonen als innovatie en bedrijvigheid. Dit toekomstbeeld is weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1 Het toekomstbeeld (bron: omgevingsvisie Delft 2040)

Het verwezenlijken van alle onderdelen van dit toekomstbeeld is in Delft een uitdaging. Uit het toekomstbeeld komen dan ook de volgende grote ruimtelijke opgaven voort waar Delft de komende jaren onder andere aan werkt: I. Stedelijke verdichting II. Functiemenging in stedelijke dynamische gebieden III. Wijziging van de verkeersstructuur IV. Het verbeteren van de verbindingen tussen de stad en het buitengebied V. Continuering van het beleid van de binnenstad VI. TU Delft Campus versterken als kenniscluster Deze ruimtelijke opgaven zijn weergegeven in figuur 2.2.

Blad 5 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

Figuur 2.2 De grote ruimtelijke opgaven in Delft (bron: omgevingsvisie Delft 2040)

2.4

De Delftse koers in zes opgaven Om het toekomstbeeld van Delft te realiseren is het beleid uitgewerkt in de Delftse koers. De zes opgaven in de Delftse koers werken samen om de kernwaarden te beschermen, te versterken en te verrijken en het toekomstbeeld te verwezenlijken. De omgevingsvisie Delft 2040 maakt onderscheid in de volgende zes opgaven: • Delft als hoofdstad van innovatie en technologie; • Historie kleurt cultuur en toerisme in Delft; • Delft waar het goed en gezond leven is; • Duurzaam Delft is klaar voor de toekomst; • Delft met voorzieningen voor iedereen; • Delft bereikbaar. Delft als hoofdstad van innovatie en technologie Delft heeft in 2040 een ijzersterke positie in Nederland op het gebied van innovatie en technologie. Binnen de regio en de Randstad is Delft onderscheidend door een combinatie van een groot cluster aan technologische bedrijven, technisch onderwijs op alle niveaus en vele kennisinstellingen en onderzoekscentra die samen een uniek ecosysteem vormen. Dit is aantrekkelijk voor personeel van alle opleidingsniveaus. Delft richt zich op het versterken en verzilveren van dit unieke ecosysteem. In 2040 is Delft duurzaam economisch vitaal met een levendige wijkeconomie en goede arbeidskansen voor een brede doelgroep.

Blad 6 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

Historie kleurt cultuur en toerisme in Delft Delft is in 2040 de parel in de Randstad. Delft is een karaktervolle stad vol met waardevol erfgoed, een rijke historie en veel cultuur. Hierdoor is Delft geliefd bij de Delftenaren zelf, maar ook in trek bij bezoekers uit binnen- en buitenland. Bezoekers komen graag naar Delft, voor de binnenstad en het aanbod dat past bij het culturele en historische profiel van Delft. Om de positie van de cultuurstad te versterken investeert Delft in kwalitatieve cultuurvoorzieningen, attracties, evenementen en onderscheidend cultuuraanbod, en in verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte. Delft koestert haar erfgoed en zet ook bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in op de doorvertaling van de rijke historie van Delft. Delft waar het goed en gezond leven is Delft heeft in 2040 sterke en leefbare woonwijken. Delft is prettig om te wonen, voor Delftenaren en voor nieuwkomers. De woningvoorraad is op orde gebracht, zodat deze beter aansluit bij de wensen van de huidige én de toekomstige inwoners van Delft. De rode draad hierbij is meer diversiteit en variatie in het woonaanbod. Een gezonde, veilige, aantrekkelijke en multifunctionele openbare ruimte draagt bij aan de leefkwaliteit en nodigt Delftenaren uit tot bewegen, ontmoeten en meedoen.

De principes vanuit de kijk op de positieve gezondheid (ervoor zorgen dat mensen om kunnen gaan met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven) van de mens zijn hierbij leidend. Duurzaam Delft is klaar voor de toekomst Delft is in 2040 een duurzame stad, een stad die is voorbereid op de toekomst. Een duurzaam Delft steunt op vier pijlers: (i) Groen, blauw & gezond, (ii) Energietransitie, (iii) Klimaatadaptatie en (iv) Circulaire economie. Een duurzaam Delft is blijvend gezond voor mens, dier en plant. Delft is klimaatbestendig, energieneutraal, en werkt in een circulair economisch systeem. Delft met voorzieningen voor iedereen Delft heeft in 2040 hoogwaardige, passende en toegankelijke voorzieningen die nodig zijn voor zorg, welzijn, cultuur, onderwijs en sport. Delft investeert in een zo compleet mogelijk pakket aan voorzieningen voor huidige inwoners en toekomstige inwoners. Door clustering van voorzieningen op strategische plekken – eventueel gecombineerd met andere functies – ontstaan in iedere wijk sterke buurt- en wijklocaties. Delft bereikbaar Delft is in 2040 een stad die op alle niveaus goed ontsloten en bereikbaar is, via weg, spoor en water. Tegelijkertijd houdt Delft de impact van mobiliteit op milieu en ruimtegebruik zo beperkt mogelijk. Dit kan alleen als er anders omgaan wordt met mobiliteit en het mobiliteitsgedrag wordt aangepast.

Om deze mobiliteitstransitie mogelijk te maken zet Delft in op het bevorderen van het fietsen OV-gebruik, op mobiliteitshubs, op aanscherping van het parkeerbeleid en het vergemakkelijken van ketenmobiliteit door een sterke focus op de eerste en laatste kilometers van een reis. Op deze manier kun je vanuit de woning snel via aantrekkelijke routes de stad uit en kom je vlot op je bestemming in de binnenstad of op bijvoorbeeld de TU-campus.

Blad 7 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

2.5

De koers per deelgebied In de omgevingsvisie is per deelgebied aangegeven in welke mate er ingezet wordt op de 6 opgaven van de Delftse koers. Deze koers per deelgebied vormt het afwegingskader waaraan de gemeente Delft nieuwe initiatieven kan toetsen. Delft zet daarbij in op initiatieven die de ontwikkelrichtingen per deelgebied helpen verwezenlijken. Toekomstige initiatieven moeten passen binnen de koers per deelgebied en ten minste bijdragen aan twee of meer opgaven. De omgevingsvisie Delft 2040 maakt onderscheid tussen vier deelgebieden: • De historische binnenstad en Nieuw Delft; • De wijken; • Kennis- innovatie- en technologiegebieden; • Het buitengebied. Hieronder is door middel van diagrammen aangegeven wat het gewenste karakter van het specifieke deelgebied is in 2040. Het diagram geeft een vijfpuntschaal weer waarop de huidige situatie is weergegeven met een doorgetrokken lijn. De gewenste situatie wordt getoond met een gekleurd vlak. Historische binnenstad en Nieuw Delft Voor het deelgebied historische binnenstad en Nieuw Delft blijft de nadruk liggen op de het perspectief cultuur. Er wordt vol ingezet op het behoud van erfgoedwaarden van de historische binnenstad en voor toerisme blijft het centrum een belangrijke trekker. Daarnaast wordt er in het centrum ook meer dan gemiddeld ingezet op klimaatadaptatie en de ontwikkeling van groenblauwstructuren.

De koers voor het dit deelgebied is weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 2.3 De koers (afwegingskader) voor de historische binnenstad en Nieuw Delft, en de afbakening van dit deelgebied (bron: Omgevingsvisie Delft 2040)

De wijken In het deelgebied wijken wordt sterk ingezet op de opgave ‘Delft waar het goed en gezond leven is’. Ongeveer 30% van de woningbouwopgave vindt in de wijken plaats. Hierbij ligt de focus op een prettig, gezond en veilig leefklimaat en een inrichting van de openbare ruimte waar de functies bewegen, ontmoeten en meedoen kunnen worden gecombineerd. Ook kan er in de wijken een grote duurzaamheidsslag geslagen worden met betrekking tot de energietransitie, duurzame groen- blauwstructuren en klimaatadaptatie. De koers voor het deelgebied wijken is weergegeven in onderstaand figuur.

Blad 8 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

Figuur 2.4 De koers (afwegingskader) voor de wijken, en de afbakening van dit deelgebied (bron: Omgevingsvisie Delft 2040)

Kennis-, innovatie- en technologiegebieden In het deelgebied kennis-, innovatie- en technologiegebieden wordt de woonfunctie uitgebreid. Door het toevoegen van woningen op Schieoevers Noord en de Campus vergt dit met betrekking tot het leefklimaat een meer dan gemiddelde inspanning. Daarnaast ligt er een grote opgave om het deelgebied te verduurzamen. De nieuwe woningen en bedrijvigheid kunnen worden gekoppeld aan de duurzaamheidsambities en het bestaande vastgoed en kantoren worden verduurzaamd. Doordat het aantal inwoners van dit deelgebied zal toenemen, zal ook het aantal voorzieningen moeten meegroeien. Natuurlijk wordt in het deelgebied ook ingezet op het aantrekken, behouden en stimuleren van bedrijvigheid. De koers voor het deelgebied kennis-, innovatie- en technologiegebieden is hieronder weergegeven.

Figuur 2.5 De koers (afwegingskader) voor de kennis-, innovatie- en technologiegebieden, en de afbakening van dit deelgebied (bron: Omgevingsvisie Delft 2040)

Het buitengebied In het buitengebied ligt geen woningbouwopgave, maar wordt wel ingezet op een gezonde en duurzame leefomgeving. Er wordt ruimte gegeven aan bewegen, ontmoeten en meedoen, maar ook aan groen, blauw en biodiversiteit. De voorzieningen in het buitengebied zijn gericht op sport en recreatie. De koers voor het buitengebied is weergegeven in onderstaand figuur.

Blad 9 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

Figuur 2.6 De koers (afwegingskader) voor het buitengebied, en de afbakening van dit deelgebied (bron: Omgevingsvisie Delft 2040)

Gebiedsvisies De ambities in de omgevingsvisie worden concreter uitgewerkt door middel van gebiedsvisies. Voor een aantal gebieden zijn er al concreet uitgewerkte gebiedsvisies gemaakt, zoals Nieuw Delft, Schieoevers, Reinier de Graafbuurt-Juniusbuurt en Buytenhout-West (waaronder Delftse Hout). Het huidige beleid voor de binnenstad (de Nota binnenstad vitaal en gastvrij) wordt nog geactualiseerd.

Blad 10 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

3

Methodiek

3.1

Wat wordt er beoordeeld? Zoals in hoofdstuk 2 is beschreven is de omgevingsvisie Delft 2040 opgedeeld in verschillende onderdelen. De onderdelen die in het OER worden beoordeeld zijn de Delftse koers, de afwegingskaders en de zes grote ruimtelijke opgaven uit het toekomstbeeld.

3.1.1

De Delftse koers Per opgave van de Delftse koers is de samenvatting in hoofdpunten opgenomen. Daarnaast is nader beschreven welke keuzes en maatregelen voor de betreffende opgave zijn genoemd in de omgevingsvisie. Deze beschrijving van de hoofdpunten, keuzes en maatregelen vormen de input voor de verdere beoordeling.

3.1.2

Afwegingskaders De koers per deelgebied vormt het belangrijkste afwegingskader voor toekomstige ontwikkelingen. Naast de koers per deelgebied worden in de Delftse koers ook verschillende afwegingskaders genoemd. In hoofdstuk 10 worden alle afwegingskaders op een rij gezet. Deze afwegingskaders worden vervolgens beoordeeld.

3.1.3

De zes grote ruimtelijke opgaven Uit het toekomstbeeld volgen zes grote ruimtelijke uitdagingen waar Delft voor staat. Deze ruimtelijke uitdagingen overkoepelen de Delftse koers in zes opgaven. In hoofdstuk 11 worden deze ruimtelijk opgaven beschreven en vervolgens beoordeeld op de consistentie met de andere onderdelen van de omgevingsvisie. Daarbij worden aandachtspunten meegegeven voor de doorwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsbeleid.

3.2

Hoe wordt er beoordeeld?

3.2.1

De rol van de leefomgevingsfoto De omgevingsvisie wordt beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Deze referentiesituatie bestaat uit de huidige staat van de leefomgeving geëxtrapoleerd naar de toekomst aan de hand van bestaand beleid, trends en autonome ontwikkelingen. Om een beeld te krijgen van de huidige staat van de leefomgeving, is de leefomgevingsfoto2 opgesteld. In de leefomgevingsfoto is de leefomgeving breed opgevat. Enkele voorbeelden van de thema’s die in de leefomgevingsfoto aan bod komen zijn wonen, economie, mobiliteit, gezonde omgeving en cultureel erfgoed. Naast deze thematische beschrijvingen wordt in de leefomgevingsfoto ook ingegaan op trends en ontwikkelingen die in Delft spelen. Voorbeelden van trends en ontwikkelingen zijn klimaatverandering en digitalisering. De leefomgevingsfoto vormt de referentiesituatie voor de beoordeling van de omgevingsvisie. Dit betekent dat de omgevingsvisie beoordeeld wordt ten opzichte van de situatie die in de leefomgevingsfoto is geschetst. Doordat de leefomgevingsfoto als nulmeting bij de beoordeling fungeert, ontstaat een beeld van de effecten van de omgevingsvisie op de leefomgeving in Delft.

2

Leefomgevingsfoto van Delft, Antea Group, d.d. 25 mei 2020

Blad 11 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

3.2.2

Aandachtspunten uit de leefomgevingsfoto In de leefomgevingsfoto is de huidige staat van de fysieke leefomgeving beschreven. Op basis van deze beschrijving zijn in de leefomgevingsfoto aandachtspunten vanuit de fysieke leefomgeving meegegeven voor de omgevingsvisie. Deze aandachtspunten zijn al eerder in het proces meegegeven (zie paragraaf 1.2). De volgende aandachtspunten zijn meegegeven aan de opstellers van de omgevingsvisie: • Een toename van woningen leidt tot concurrerende ruimteclaims. Eén van de oplossingen is het toepassen van hoogbouw. Voor Schieoevers ligt dit vast, maar in welke gebieden is hoogbouw nog meer een oplossing? Aan de randen van de stad, of langs hoofdontsluitingswegen? • Delft gaat proberen bij ontwikkelingen de gezondheid te bevorderen tot boven de landelijke norm. Gelden deze strengere normen voor de gehele gemeente of wordt gekozen voor differentiatie per gebied? • Hoe is wonen en werken op een goede manier te combineren? Worden ontwikkelingen en functiemenging ook toegestaan als deze negatieve gevolgen hebben? Bijvoorbeeld gezondheidseffecten door milieuhinder of beperking van de uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijven. • Concurrerende ruimteclaims; o Groei van de stad betekent dat het voorzieningenniveau moet meegroeien.

Worden de voorzieningen geclusterd? Welke voorzieningen worden per wijk aangeboden en welke voorzieningen worden centraal geregeld? o De groei van de stad brengt meer verkeer met zich mee. Hoe wordt deze verkeerstoename opgevangen? o Hoe wordt ervoor gezorgd dat de openbare ruimte qua gebruik beschikbaar blijft om te ontmoeten en dat de kwaliteit voor deze functie op niveau blijft? • Energievraagstuk. Met welke bronnen wordt energie opgewekt en wat is de ruimtevraag van deze bronnen? Wordt er een claim gelegd op de regio wanneer het binnen Delft niet past? Bij de beoordeling van de Delftse Koers zijn deze aandachtspunten meegenomen en is beschouwd in hoeverre de omgevingsvisie een oplossing biedt voor deze vragen.

3.2.3

Beoordelingscriteria Delftse koers: impact op domeinen De Delftse koers wordt in dit OER beoordeeld op de impact op de leefomgeving van Delft. De impactbeoordeling vindt plaats aan de hand van vier domeinen. In de volgende paragrafen is beschreven op basis van welke criteria een positieve of negatieve beoordeling wordt gegeven van de impact op de leefomgeving. Deze beoordelingscriteria zijn bepaald aan de hand van de Europese m.e.r.-richtlijn. Gezondheid en veiligheid Op dit domein treden positieve effecten op als sprake is van een afname van milieuhinder die optreedt door bijvoorbeeld luchtverontreiniging of geluidemissies. Ook zijn er positieve effecten als een maatregel leidt tot een omgeving die (meer) bijdraagt aan het stimuleren van gezond gedrag, zoals sport en bewegen. Het voorkomen van ongevallen en mitigeren van veiligheidsrisico’s wordt eveneens positief beoordeeld. Een negatieve beoordeling wordt gegeven als de keuze leidt tot een toename van verontreiniging en/of hinder, van gezondheidseffecten en/of van veiligheidsrisico’s. Ook wanneer een keuze ongezond gedrag stimuleert of leidt tot toename van risico’s voor kwetsbare groepen is dit aanleiding voor een negatieve beoordeling.

Blad 12 van 62

Omgevingsvisie Delft Omgevingseffectrapport projectnummer 0459953.100 16 april 2021 Gemeente Delft

Omgevingskwaliteit Op dit domein treden positieve effecten op als een maatregel bijdraagt aan een toekomstbestendig natuurlijk systeem, waarbij de fysieke leefomgeving is afgestemd op de aanwezige functie(s) en het klimaat. Maatregelen waarmee verstoring van processen - als gevolg van klimaatverandering – wordt voorkomen, worden positief beoordeeld. Daarnaast wordt een positieve beoordeling gegeven als de keuze leidt tot meer omgevingskwaliteit. Die kwaliteiten kunnen betrekking hebben op landschap, cultuurhistorie, archeologie, ondergrond, water en natuur. Een negatieve beoordeling wordt gegeven wanneer de keuze bijdraagt aan toename van risico’s als gevolg van klimaatverandering, zoals droogtestress, hittestress en wateroverlast. Ook bij aantasting van historisch en landschappelijk kapitaal of van het opnamevermogen van het natuurlijke systeem, waaronder effecten op de biodiversiteit, de kwaliteit en omvang van natuuren groengebieden en het watersysteem en (andere) aanwezige waarden in de fysieke leefomgeving wordt een negatieve beoordeling gegeven. Wanneer de (relatieve) kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen en ecosysteemdiensten wordt aangetast, is dat ook een reden voor een negatieve beoordeling. Leefbaarheid Met de leefbaarheid worden economische en maatschappelijke aspecten van de fysieke leefomgeving bedoeld.

Een positieve beoordeling wordt gegeven als een maatregel leidt tot een betere afstemming van de woningmarkt op de behoefte. Of als deze bijdraagt aan een toekomstbestendige economie, met banen die passen bij het arbeidspotentieel en opleidingen die passen bij de vacatures. Ook keuzes die bijdragen aan de levendigheid, sociale cohesie en een passend voorzieningenniveau worden positief beoordeeld. Het bieden van een betere bereikbaarheid van woon- en werklocaties wordt eveneens positief beoordeeld. Een negatieve beoordeling wordt gegeven wanneer de toekomst van belangrijke economische sectoren in gevaar wordt gebracht en wanneer keuzes leiden tot knelpunten in de bereikbaarheid, scheve verhoudingen op de woningmarkt of een onvoldoende voorzieningenniveau. Ook wanneer keuzes leiden tot verlies aan sociaal kapitaal en sociale cohesie wordt dit negatief beoordeeld. Duurzaamheid Wanneer keuzes bijdragen aan de energietransitie, de transitie naar een circulaire economie en naar kringlooplandbouw, dan wordt dit positief beoordeeld. Voorbeelden van positieve gevolgen zijn beperking van de CO2-uitstoot, vergroenen van de energiebalans; reductie van het gebruik van grondstoffen; stimulering van hergebruik en duurzaam en meervoudig ruimtegebruik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10134903/1