4. Nota Zienswijzen
Tekst van het document
Het verkeersonderzoek in het Mobiliteitsplan naar de verkeersbelasting lijkt juist weer uit te gaan van de tussensituatie en niet van de eindsituatie; • een verslechtering van de verkeersafwikkeling betekent een beknotting van de bedrijfsvoering van de bestaande bedrijven, hetgeen in strijd is met het Ontwikkelplan; • de regels van het bestemmingsplan en de verbeelding zijn onvoldoende duidelijk over de bescherming van een goede ruimtelijke ordening tot 2040; • er wordt verzocht de verbeelding aan te passen voor de weg die is gelegen tussen Kabeldistrict en de Praxis. Deze is bestemd met ‘Gemengd - Kabeldistrict’ en biedt volgens de indiener onvoldoende rechtszekerheid. Het getuigt niet van een voldoende ruimtelijke onderbouwing dat de weg in de periode 2032-2040 zal worden ingezet met de bestemming 'Verkeer'; • voorts wenst de indiener dat in de bestemmingsplanregels wordt geborgd dat de bestemming 'Verkeer' geschikt is voor zwaar en exceptioneel transport en dat hier bij de weginrichting rekening mee wordt gehouden, zoals dat ook in het MER is beschreven. • Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over het MER, onderdeel verkeersonderzoek. • Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over het MER, onderdeel verkeersonderzoek. 64
•
Aanpassing
5h
Samenvatting
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over het MER, onderdeel verkeersonderzoek. • Uit de verkeersonderzoeken blijkt dat het (extra) verkeer op een goede manier kan worden afgewikkeld. Ook het verkeer van de bestaande bedrijven. Er is dus geen sprake van een beknotting van de bedrijfsvoering als gevolg van een verslechtering van de verkeersafwikkeling. • Dat is juist. Dit bestemmingsplan is gericht op de ontwikkeling van Kabeldistrict en Nieuwe Haven. De andere fases voor de herontwikkeling van Schieoevers Noord zullen met een ander ruimtelijk besluit te zijner tijd worden mogelijk gemaakt. Dit bestemmingsplan hoeft en kan daarom ook niet de ruimtelijke onderbouwing bevatten voor de gehele ontwikkeling van Schieoevers en de effecten op de goede ruimtelijke ordening tot 2040. • Het is niet wenselijk de weg tussen Kabeldistrict en de Praxis op de verbeelding weer te geven met de bestemming ‘Verkeer’. Op grond van de visie voor Schieoevers Noord is dit maar een tijdelijke weg en zal in de toekomst de Schieweg geheel langs het spoor komen te liggen. In de eerste fases van herontwikkeling zal dat echter niet mogelijk zijn. Binnen de bestemming ‘Gemengd – Kabeldistrict 1’ en ‘Gemengd – Kabeldistrict 2’ is het realiseren van een weg toegestaan.
Door het opnemen van de verkeersfunctie in de bestemmingen biedt het plan de nodige flexibiliteit om de ontwikkeling van het Kabeldistrict te optimaliseren. Wel is bij nadere beoordeling gebleken dat de verbinding tussen de Schieweg en de omgeklapte Schieweg niet geheel planologisch geborgd is. Op de gronden waar de verbinding is voorzien binnen de bestemming ‘Groen’, zal daarom ambtshalve een wijziging worden doorgevoerd in het bestemmingsplan om zo de weg planologisch geheel te borgen. • Het past niet bij de reikwijdte van een bestemmingsplan om te borgen welk type verkeer is toegestaan. Dat kan alleen met een verkeersbesluit. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ambtshalve is in de bestemming ‘groen’ de aanduiding ‘verkeer’ toegevoegd ter plaatse van de verbinding tussen de Schieweg en de Omgeklapte Schieweg. Ten aanzien van de Gelatinebrug wordt verzocht: • om het advies uit het rapport ‘Verkeersveilige aansluiting Gelatinebrug’ om aan de Schieweg een vrijliggend fietspad op het maaiveld te realiseren te verwerken in de bestemmingsplanregels en op de verbeelding. • bij de realisatie van het vrijliggende fietspad aan de Schieweg het fysiek onmogelijk te maken voor fietsers of ander langzaam verkeer om de rijbaan voor vrachtverkeer te 65
Beantwoording
Aanpassing
betreden ten behoeve van de verkeersveiligheid. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van hekwerken. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over verkeer en bereikbaarheid, onderdeel fietsroutes en Gelatinebrug. Aanvullend: • het bestemmingsplan biedt planologisch de mogelijkheid om een vrijliggend fietspad te realiseren. Een bestemmingsplan kan geen verplichting opleggen dat te doen. Een bestemmingsplan gaat immers uit van toelatingsplanologie. • De fysieke inrichting en uitvoering van het fietspad zijn geen zaak van het bestemmingsplan maar van de uitwerking. Het bestemmingsplan staat een fysieke afscheiding niet in de weg. De toelichting van het bestemmingsplan is op dit punt aangevuld ter verduidelijking.
6: Historische vereniging Delfia Batavorum; Commissie Behoud Stadsschoon (CBS) 6a Samenvatting Delft kent een beperkt aantal losse hoge torens. Het wordt middels dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt dat er op een oppervlakte van ongeveer de binnenstad uiteindelijk zo'n 20 à 25 torens van 71 meter (en 2 maal 95 meter) worden gebouwd. Dit geeft een dichtbebouwd, druk, samengeklonterd en on-Delfts beeld. Dit gaat het (totale) Delftse stadsbeeld overheersen. Wat ontbreekt in de stukken is de inpassing van dit plan in de gebieden rondom: Delft Campus, TU, Schieoevers Zuid, Voorhof, e.d. Er wordt nauwelijks aandacht besteed aan de effecten van dit dichtbebouwde, hoog stedelijk gebied op de historische binnenstad en een deel van de regio. In de hoogbouweffectrapportage is geconcludeerd dat de massaliteit, transparantie en coulisse werking van het nieuwe gebied akkoord is en dat het gebied goed zichtbaar is en voor een divers beeld zorgt. Indiener is het hiermee oneens. Het beeld is te overheersend en uit verhouding. De verwachting is niet dat bij de (hoog)bouw in dit gebied het beeld van losse volumes gehandhaafd blijft. Verzocht wordt een degelijke maquette te maken zodat op een goede inpassing kan worden gestudeerd. Alle verhoudingen van de stad komen dan beter in beeld.
Beantwoording Bij de totstandkoming van de planontwikkeling Schieoevers Noord is onder andere het gedachtegoed van de Nota Bouwhoogten Delft gehanteerd. In dat nog geldende kader wordt op intensivering van het gebied vooruitgelopen, waarbij grotere hoogtes dan de huidige zijn toegestaan (p.57). Gestuurd is op een samenhangend en herkenbaar geheel en het openhouden van zicht op de binnenstad langs de Schie. Uit dezelfde nota komt de notie dat de TU Campus zijn hoogbouw in het middengebied heeft (en dus niet op kruispunten van infrastructuur) om zo een herkenbare skyline – bijvoorbeeld vanaf de A13 – te krijgen. Vandaar dat langs de 66
Rotterdamseweg, dus aan de oostzijde van de Schie, in het Schieoevers plan niet van grote bouwhoogtes wordt uitgegaan. Om de principes voor de torens beter te borgen is in het bestemmingsplan een minimale afstandsmaat toegevoegd tussen de torens. Tevens wordt hierbij verwezen naar de thematische beantwoording over ruimtelijke kwaliteit.
Aanpassing 6b
Samenvatting
Beantwoording
6c
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording
Het is evident dat het aanzicht van Delft verandert met de ontwikkeling van Schieoevers Noord, zoals dat ook veranderde met de ontwikkeling van de Voorhof met de tot dan ongekende 16 woonverdiepingen hoge gebouwen. Indiener vraagt om een maquette. Dat is geen onderdeel van het bestemmingsplan. Desondanks neemt de gemeente de opmerking ter harte. Verwezen wordt naar de aanpassing zoals beschreven in de thematische beantwoording over de ruimtelijke kwaliteit. Onduidelijk is hoe de aansluiting met omliggende gebieden wordt geregeld qua bouwhoogte en profielen. Hierover is niets terug te vinden met uitzondering van het genoemde aflopende profiel richting het centrum. In het Ontwikkelplan Schieoevers noord (20 juni 2019) is een inventarisatie van hoogbouw in Delft (p. 90) opgenomen. In dit plan zijn enkele ontwerprichtlijnen onderbouwd en vastgesteld, zoals de aflopende hoogte richting historische binnenstad, Schieoevers gebied/Kabeldistrict als een herkenbare entiteit, hoogteaccenten op strategische posities buiten KD, zoals bij station. Dit zijn richtlijnen die in de geest van de Nota Bouwhoogten Delft uit 2005 zijn opgesteld c.q. hun basis vinden in deze Nota. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan geeft onvoldoende duidelijkheid over de verkeersaansluitingen.
Alleen één goede fietsverbinding naar de Binnenstad en het buitengebied lijkt onvoldoende. Verder ontbreken de voetgangersroutes het gebied in en uit. In het bestemmingsplan wordt de mogelijkheid geboden voor de functie verkeer, waaronder fietsen voetgangersroutes. Het bestemmingsplan legt geen verplichting op om deze te realiseren. De ambities en concrete plannen ten aanzien van voetgangers en fietsersverbindingen in Schieoevers Noord en Delft als geheel, zijn opgenomen in het Ontwikkelplan Schieoevers Noord, het Mobiliteitsplan Delft 2040, het MER Schieoevers Noord inclusief Spelregelkader en de Mobiliteitsvisie Schieoevers Noord. Met de verdere uitwerking van de plannen voor Schieoevers Noord worden ook deze ambities concreter vormgegeven. Het bestemmingsplan biedt planologisch ruimte om deze routes te realiseren. Welke verkeerssoorten waar worden toegestaan wordt niet in het bestemmingsplan geregeld. 67
6d
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording
6e
Aanpassing Samenvatting Beantwoording
6f
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording Aanpassing
In Schieoevers Noord zal er nadrukkelijk een noord-zuidroute zijn, die ondersteund wordt door het spoor en de Schie. Daarnaast zullen ook oost-west-route aangelegd worden. Een belangrijke is de langzaam verkeersroute waar ook de Gelatinebrug onderdeel van zal zijn. Voor Kabeldistrict en Nieuwe Haven is het verkeersnetwerk fijnmazig. Aansluiting op de omgeving zal plaatsvinden maar behoeft niet zo nadrukkelijk benoemd te worden. Hoe intensiever de ontwikkeling van Schieoevers hoe meer aandacht voor lv-routes. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De indiener herkent de historische structuur door het overheersende ‘onregelmatige stratenpatroon’ niet langer terug. Het is onduidelijk hoe de historische zichtlijn oost/west in de uitwerking van het Kabeldistrict terug te vinden is. In het bestemmingsplan is geen stratenpatroon vastgelegd. In de voorbeeldverkaveling is wel een onregelmatig patroon zichtbaar. Dit is echter nog niet de weergave van de uiteindelijke inrichting. Het bestemmingsplan geeft overigens wel weer dat er een noord-zuid verbinding moet zijn en dat er ten minste 2 zichtlijnen komen van de spoorzone naar de Schie. De bebouwing mag deze lijnen niet belemmeren. De oostweststructuren vanuit het vroegere polderlandschap zijn op deze manier in het bestemmingsplan geborgd. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Het is onduidelijk hoe het Kruithuis, naast de wanden van 30 meter hoog, nog tot zijn recht komt in het ‘onregelmatige patroon’. Gekozen is om aan de Schiezijde in te zetten op een ruime maat (Schiepark) zodat het Kruithuis niet verdrongen wordt. Vlak bij het Kruithuis dient de nieuwe bebouwing op een minimale afstand van ruim 75 meter worden gerealiseerd tot de Schie. Aan oost- en noordzijde van het Kruithuis is de afstand van de houtsingel tot nieuwe bebouwing overal zeker 30 m. De gemeente is van mening dat het Kruithuis voldoende tot zijn recht blijft komen en legt daarbij de nadruk op de Schiezijde en de inpassing in het toekomstige Schiepark. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. In het schema van de samenwerking op bladzijde 111 komt participatie van belanghebbenden niet voor. In dit samenspel van kwaliteitsbewakers zit geen directe mogelijkheid voor belanghebbenden om hun mening kenbaar te maken. Zoals bekend is het tot nu toe ook niet mogelijk om iets toe te lichten in de AOK. De indiener mist de kwaliteitsbewaking tijdens de uitwerking van het plan, de stimulerende invloed van belanghebbenden, ondernemers, bewoners en regio. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over de ruimtelijke kwaliteit. Participatie zal zeker plaatsvinden. Het is een verplicht onderdeel in de planvorming. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 68
7: Indiener 1 7a Samenvatting Beantwoording
7b
Aanpassing Samenvatting
Het betreft een enorme hoeveelheid aan stukken waarin niet aangegeven is welk document ‘voorrang’ heeft. Dat is een omissie. Bovendien spreken de documenten elkaar soms tegen. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over omvang en samenhang van de documenten. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het plangebied van het MER moet worden uitgebreid om alle ontwikkelingen in Schieoevers noord en Schieoevers Zuid integraal te beschouwen. Bovendien is het opknippen van plannen niet toegestaan als het feitelijk om één samenhangend ontwikkelingsproject gaat: • Het plan Zuideinde is mer-plichtig vanuit de noodzaak van een behoorlijke ruimtelijke ordening en regelgeving van Hoofdstuk 7 Wet milieubeheer. Het plan genereerd aanzienlijke verkeersstromen • De samenhang tussen Schieoevers Noord en Schieoevers Zuid is zo groot dat er een integrale benadering nodig is voor de ontwikkeling van Schieoevers als geheel. Zo worden: o vanwege de mogelijke verbreding van de Schie, watergebonden bedrijfsactiviteiten verplaatst naar Schieoevers Zuid o laad- en losvoorzieningen voor schepen verplaatst, vanwege de Gelatinebrug; o plannen gemaakt voor de Faradaybrug in Schieoevers Zuid, met gevolgen voor de verkeersafwikkeling in Schieoevers Noord.
o plannen gemaakt om de zandoverslag te verplaatsen naar Schieoevers Zuid • De effecten (verkeer, trilling, geluid, stank, gevaar) van de ontwikkelingen Geothermie Rotterdamseweg en de parkeergarage (oostzijde van de Rotterdamseweg) dienen in de MER te worden meegenomen. Als gevolg van de geothermie zal geluidbelasting op de nieuwe woningen nog onderzocht moeten worden. Daarnaast ook aandacht voor trillingshinder als gevolg van het genereren van de beoogde warmtecapaciteit. Daar zullen centrifugaalpompen voor worden geïnstalleerd, bij onbalans zullen deze pompen trillingen genereren. De parkeergarage zal leiden tot geluid- en stankoverlast. Tot slot zal de flarestack op slechts 50 meter van het dichtstbijzijnde appartementenblok komen te staan, wat zal leiden tot geluid- en stankoverlast. De MER en het bestemmingsplan dienen daarom dan ook te worden uitgebreid. Uit de uitspraak van de RvS van destijds (201907163/1/R3) kan dit ook worden opgemaakt. Een MER-plangebied kan aangepast worden.
69
Beantwoording
7c
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording
7d
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording Aanpassing
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over het MER, onderdeel plangebied en de thematische beantwoording over geluid, onderdeel warmtekrachtcentrale. In aanvulling daarop geldt dat ten behoeve van het bestemmingsplan Geothermie en de parkeergarage voor alle relevante aspecten de uitvoerbaarheid is onderzocht en aangetoond. Er is daarbij ook gekeken of dit de ontwikkeling van Nieuwe Haven belemmert. Nieuwe woningen bij Nieuwe Haven staan immers dichterbij dan de bestaande woningen aan de Rotterdamseweg. Geconcludeerd is dat de geothermie en de parkeergarage de ontwikkeling van Nieuwe Haven niet in de weg staan. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het plan Zuideinde dient binnen het plangebied gebracht te worden van dit bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven). De gronden van het Zuideinde behoren ook tot het vigerende bestemmingsplan Schieoevers Noord. Zuideinde wordt niet bij het bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) gevoegd. Er is daar geen planologische reden voor. Voor Zuideinde is het bestemmingsplan ‘hoek Abtswoudseweg - Zuideinde’ in voorbereiding. Dat plan heeft in de zomer van 2021 ter visie gelegen en volgt zijn eigen procedure. De planologische mogelijkheden uit dit ontwerpbestemmingsplan voldoen en hoeven niet bijgesteld te worden.
Het plan Zuideinde past binnen de milieuregels en het geluidkader Schieoevers Noord. Dat het plangebied van Schieoevers Noord nu wel de gronden van Zuideinde bevat is niet relevant. Het staat de raad vrij om de begrenzing van de plangebieden te kiezen. Bij ontwikkelingen betreft dit veelal de gronden waar de ontwikkelingen voorzien zijn. Het verkeersmodel (de basis voor veel gebiedsonderzoeken) houdt ook rekening met de ontwikkeling van Zuideinde. Daarom worden de gevolgen van de diverse ontwikkelingen in de nabijheid van Kabeldistrict en Nieuwe Haven wel in samenhang beoordeeld. Het in samenhang betrekking van de ontwikkelingen verplicht niet tot één bestemmingsplan waarin de ontwikkelgebieden zijn opgenomen. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. In het MER is niet stilgestaan bij de gronden waarop de Raad van State de koppeling tussen het MER en het bestemmingsplan voor de Tiny Houses heeft afgewezen (zie paragraaf 4.6 van de uitspraak). Wat zou die uitspraak kunnen betekenen voor Zuideinde? Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over het MER, onderdeel Nieuwe MER procedure en koppeling Tiny Houses. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
70
7e
Samenvatting
Beantwoording
7f
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording
De bouwhoogte van het Plan Zuideinde dient in overeenstemming gebracht te worden met de gezoneerde bouwhoogte in het RKK. De bouwhoogte mag maximaal 15 m zijn met een enkel hoogteaccent van 20 m, met herstel van zichtlijnen naar de Schie. Zuideinde maakt geen deel uit van het bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) waar de regels over bouwen en gebruiken (enkelbestemmingen) worden aangepast (zie ook de beantwoording onder 7b). Het is niet mogelijk in het kader van onderhavig bestemmingsplan tegen de bouwhoogte van Zuideinde te ageren. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Er is een Hoogbouw Effect Rapportage Kabeldistrict opgesteld: • De bezonning van het Schiepark alsook de woningen op de onderste lagen van het Kabeldistrict is slecht door de hoogbouw. Het Schiepark zal door de schaduw niet gebruikt worden. Binnen de bebouwde gebieden leidt het tot desoriëntatie omdat niet meteen duidelijk is waar de zon staat. • De hoogbouw zorgt ook voor windhinder. Door de windhinder zullen fietsers last krijgen van windvlagen. De enige manier om dit alles te reduceren is het maximeren van de bouwhoogte tot minder dan 75 m. • Ten behoeve van de ontwikkeling van Schieoevers Noord is een hoogbouwstudie uitgevoerd die ingaat op de landschappelijke inpassing en de bezonning, zowel in het gebied zelf als op de omgeving.
Deze is als bijlage 23 (nieuw artikel 26 ) aan het ontwerpbestemmingsplan toegevoegd. Hierin is een voorbeeldverkaveling opgenomen. De bezonningsstudie wijst uit dat sprake is van een redelijke bezonningssituatie. In de zomer is de bezonning behoorlijk goed, in het voor- en najaar is de bezonning minder. De bezonningsstudie toont echter aan dat dit niet wordt veroorzaakt door de hogere maximale bouwhoogte, maar vooral door de plinten in het gebied (bouwhoogte 10-15 meter). Hier kan de mix van functies leiden tot een goede bezonning voor de woningen, zodat deze voldoen aan de TNO-norm voor bezonning. Het maximeren van de bouwhoogte tot minder dan 75 meter leidt dan ook niet tot een verbetering van de bezonning in de straten van Schieoevers Noord. Ook de precieze positionering van de uiteindelijke gebouwen zal bijdragen aan de bezonningssituatie. Bij de aanvraag van een vergunning voor het bouwen van een gebouw met een bouwhoogte van hoger dan 30 meter is dan ook verplicht gesteld dat een bezonningsonderzoek wordt uitgevoerd. Overigens blijkt uit de figuren met de bezonningsuren dat het Schiepark zowel in de zomer, als het voor- en najaar voldoende zon ontvangt waardoor het gebruikt zal worden. 71
Wel worden in de planregels de normen voor bezonning geconcretiseerd. Wat betreft de windhinder is geconstateerd dat deze op een aantal punten met de voorbeeldverkaveling sprake is van een matig tot slecht windklimaat. Om deze reden is eveneens verplicht gesteld dat bij de aanvraag voor een bouwvergunning een windhinder onderzoek wordt ingediend. In de planregels zijn concrete normen voor bezonning (tenminste 2 uur zon per dag per woning in de periode van 21 april tot 21 augustus, met dien verstande dat als niet voldaan wordt aan de norm mitigerende maatregelen verplicht worden gesteld) en windklimaat (voldaan moet worden aan een minimaal ‘matig’ windklimaat, zoals bedoeld in NEN 8100) opgenomen. Het gebrek aan bruikbaar groen in het plangebied wordt gecompenseerd met daktuinen. Deze zijn onderworpen aan veel wind. Dat is ongewenst. Delft kiest voor binnenstedelijke verdichting om het groen in de buitengebieden (Delftse Hout, Midden Delfland, etc.) te kunnen behouden. Dat betekent niet dat er bij de ontwikkeling geen aandacht aan groen wordt besteed op straatniveau. Door op een aantal plekken de bestemming Groen op te nemen zal het gebied meer groene kwaliteiten krijgen dan nu het geval is. Daarnaast wordt binnen alle andere bestemmingen de functie groen mogelijk gemaakt. Over de invulling van dit groen worden nog afspraken gemaakt met ontwikkelaars.
Daarnaast wordt er in het plangebied inderdaad gestreefd naar het realiseren van daktuinen. Dit is echter niet ter compensatie van groen op straatniveau. De daktuinen en het gevelgroen is het gevolg van de wens voor verduurzaming van de ontwikkeling. In de Duurzaamheidsvisie van de gemeente is een beknopte dakenvisie gegeven, waarin beschreven is wat de ambitie op hoofdlijnen inhoudt. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zonder Gelatinetunnel onder het spoor en een vervolg vanaf de Rotterdamseweg richting de TU Delft levert de Gelatinebrug geen oost-west verbinding op. De tijdwinst die een eventuele oostwestroute oplevert is niet meer dan 3 minuten. De Gelatinebrug krijgt een minimale doorvaarthoogte van 3 meter. Een fietser zal dan ook 3 m in hoogte moeten stijgen om de overzijde te bereiken. Dat zal de brug er niet populairder op maken. Verder zal een oost-west verbinding via de Nicolaas Beetslaan een zigzagroute door de wijk zijn. De route zal niet worden gebruikt. De fietsroute door het Voorhof dient ook gestroomlijnd te worden en onderzocht moet worden of de brug alsnog zonder een verhoging van 3 m kan worden gerealiseerd. De voornaamste toegevoegde waarde is het verbinden van Kabeldistrict met de overzijde van de Schie. •
Aanpassing
7g
Samenvatting Beantwoording
7h
Aanpassing Samenvatting
72
Beantwoording
Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over verkeer en bereikbaarheid, onderdeel fietsroutes en Gelatinebrug. Aanpassing De toelichting is op dit punt nader aangevuld ter verduidelijking. 8: EBH Legal namens Betonfabriek Vrijenban B.V. en Youbo Betonindustrie Groep B.V. 8a Samenvatting De indiener vraagt zich af of de onderzoeken voldoen aan de daaraan te stellen eisen. Is er bijvoorbeeld voldoende rekening gehouden met de effecten van cumulatie op het punt van geluid en andere milieueffecten en op het punt van verkeersafwikkeling. In het bijzonder wordt afgevraagd of bij die onderzoeken voldoende rekening is gehouden met de effecten van cumulatie op het punt van de geluid- en andere milieueffecten respectievelijk op het punt van verkeersafwikkeling. Beantwoording Belangrijk voor het beoordelen van de onderzoeken bij dit bestemmingsplan is dat het uitgangspunt verschilt met onderzoeken voor een regulier bestemmingsplan. Een onderzoek bij een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (op grond van de Crisis- en herstelwet) hoeft niet tot de conclusie te leiden dat het plan uitvoerbaar is maar moet aantonen dat het plan uitvoerbaar te maken is. Aan dit vereiste voldoen de onderzoeken bij dit bestemmingsplan.
Bijvoorbeeld dat maatregelen als een geluidsscherm nodig zijn en dat er ook ruimte voldoende is om die maatregelen te realiseren en dat de kosten daarvoor gedekt kunnen worden. Daarnaast geldt dat, op grond van de Crisis- en herstelwet, geëxperimenteerd mag worden met geluidnormen. Ook daarvan is met het akoestisch onderzoek gebruik gemaakt. De onderzoeken hebben dus nadrukkelijk een ander karakter dan we tot nu toe gewend zijn.
8b
Aanpassing Samenvatting
Voor de beantwoording van de zienswijze over cumulatie van geluid wordt verwezen naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel cumulatie. Het cumuleren van verschillende milieueffecten kan niet. Wel worden alle aspecten afgewogen in het kader van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor dit aspect wordt verwezen naar de beantwoording onder 3b. Verwezen wordt naar de aanpassing onder 3b. Het ontwerpbestemmingsplan is heel globaal. De maximale bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn onvoldoende begrensd. Voor de onderzoeken betekent het dat een gericht onderzoek naar de gevolgen niet goed mogelijk is: • In het Kabeldistrict staan de bouwvelden nog niet vast • De afzonderlijke toegestane oppervlakte per functie komt niet overeen met het maximale programma. Uit de toelichting blijkt dat door een uitwisseling van functies niet van alle functies de maximale invulling kan worden gerealiseerd. Bij het vaststellen van het 73
Beantwoording
Aanpassing 8c
Samenvatting
Beantwoording
8d
Aanpassing Samenvatting
bestemmingsplan moet evenwel worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. • Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over ruimtelijke kwaliteit. • De som van de maximale oppervlakten per functie is inderdaad meer dan het maximale programma voor de ontwikkellocatie. Ook dat heeft met flexibiliteit te maken. De nadrukkelijke wens is om functies niet op voorhand vast te pinnen op een locatie. Er moet uitwisseling van functies plaats kunnen vinden. Om dit ook planologisch mogelijk te maken is een overmaat nodig voor een aantal functies. Die overmaat is in de onderzoeken ook weer meegenomen als uiterste scenario. De onderzoeken houden rekening met het maximale programma. Als die situatie uitvoerbaar is, zal een kleiner programma ook automatisch leiden tot een uitvoerbare ontwikkeling. Verwezen wordt naar de aanpassing zoals beschreven in de thematische beantwoording over de ruimtelijke kwaliteit. De indieners betwisten dat bij het onderzoek geluid voldoende rekening is gehouden met de aard en omvang van de piekgeluiden van hun bedrijf respectievelijke het feit dat geluid over het water verder draagt respectievelijk de omstandigheid dat een 'trechter'-effect kan plaatsvinden onder de Kruithuisbrug. Voor wat betreft de betonfabriek is geen onderzoek uitgevoerd naar de piekgeluiden.
Alleen al gezien de afstand tussen Vrijenban en de bebouwing van Kabeldistrict van 400 meter zal er geen sprake kunnen zijn van relevante piekgeluiden, temeer nu het tussenliggende gebied grotendeels land is en geen water. Ook zal er geen sprake zijn van een zogenaamd trechtereffect door de Kruithuisbrug. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het MER kent gebreken: • Bij het MER-onderzoek is ten onrechte geen rekening gehouden met het gegeven dat de herontwikkeling van Schieoevers Noord nauw samenhangt met de toekomstige herontwikkeling van Schieoevers Zuid. Daarom zou er één mer voor het gehele gebied doorlopen moeten worden. • Er is voor gekozen een actualisatie op te stellen in plaats van dat het oorspronkelijk MER aan het bestemmingsplan wordt gekoppeld. Voor de actualisatie is de mer-procedure ten onrechte niet opnieuw doorlopen en heeft ten onrechte geen toets van de Commissie voor de milieueffectrapportage plaatsgevonden. Door deze keuze is of wordt voorkomen dat een inhoudelijke discussie over het MER plaatsvindt en staat slechts de actualisatie ter 74
Beantwoording
8e
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording
Aanpassing
discussie. De Raad van State stelt dat dat niet de bedoeling is en dat ook de oorspronkelijke MER inhoudelijk moet worden getoetst. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over het MER onderdeel plangebied en het onderdeel procedureel. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan In het beleid van de gemeente en de provincie Zuid-Holland is het belang van het grootste bedrijventerrein van Delft vastgelegd. Bestaande bedrijventerreinen moeten behouden blijven en moeten goed kunnen blijven functioneren. Er is in 2030 in de Haagse Regio een uitbreidingsvraag van 74-150 hectare. In artikel 6.12 van de Omgevingsverordening van de Provincie Zuid-Holland is vastgelegd dat een bestemmingsplan dat een gehele of gedeeltelijke transformatie van een bedrijventerrein naar een andere bestemming slechts mogelijk is nadat is vastgelegd dat en hoe planologische compensatie van het betreffende bedrijventerrein gaat plaatsvinden. Uit de toelichting op het ontwerp blijkt dat dit in dit geval ieder geen volledige compensatie plaatsvindt van de oppervlakte aan bedrijventerrein waaraan door middel van dit ontwerpbestemmingsplan een ander bestemmingsplan wordt toegekend. Over het wegbestemmen van bestaande bedrijfspercelen heeft uitvoerig overleg met de provincie plaatsgevonden. Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.2 uit de toelichting waar de analyse uitvoerig is weergegeven.
Met de provincie is overeengekomen dat ter compensatie ten minste 8.792 m2 bedrijfsoppervlak wordt gerealiseerd in Kabeldistrict. Deze maat is geborgd in de planregels. In de regels van het bestemmingsplan is geborgd dat ten minste een oppervlakte van 8.792 m2 voor bedrijfsruimte wordt gerealiseerd (nieuw artikel 52 ).
9: EBH Legal namens Dyckerhoff Basal Betonmortel BV, Hordijk EPS Verpakkingen en Isolatieproducten BV en Hordijk beheer BV, Improve VOF, Lijm & Cultuur BV, Octatube Holding BV (en dochtervennootschappen), Rust Roerend Goed BV 9a Samenvatting Er ligt een enorme hoeveelheid stukken ter inzage. De voorbereiding en besluitvorming is gehaast. Dit komt zorgvuldige besluitvorming niet ten goede. Het plan is onvolledig en onvoldoende doordacht. De transformatie van Schieoevers gebeurt op zodanige wijze dat de rechtsbescherming wordt aangetast. Er moet meer tijd worden genomen om zulke ingrijpende veranderingen goed voor te bereiden en zorgvuldige besluitvorming te waarborgen, waarbij de verschillende documenten apart worden behandeld en de raad de tijd neemt om het dossier te bestuderen. Beantwoording Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over de omvang en samenhang van de documenten. 75
9b
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording
Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. • Bij de transformatie van Schieoevers Noord worden bedrijven en inwoners onvoldoende betrokken. Zij hebben geen rechtsmiddelen tot hun beschikking om de ontwikkeling te laten toetsen bij de rechter. • De MER moet gekoppeld worden aan dit bestemmingsplan, waardoor de bedrijven een mogelijkheid hebben om te reageren. Maar de MER gaat niet in op de milieugevolgen, maar stelt een toetsingskader op waaraan een ontwikkeling moet voldoen. Door deze regels in de MER op te nemen kan hiertegen geen zelfstandig beroep worden ingesteld. Het is tevens en dynamisch MER, en tegen toekomstige wijzigingen kunnen geen argumenten meer worden ingebracht, nu het MER gekoppeld is aan het bestemmingsplan; • Het Ontwikkelplan en het Ruimtelijk Kwaliteitskader zijn zonder gedegen participatie vastgesteld. Tegen deze besluiten kon geen bezwaar worden gemaakt. • De anterieure overeenkomsten zijn (tot op heden) niet openbaar gemaakt ook niet na Wobverzoeken (nieuw Wet open overheid: Woo). • Er is sprake van een ‘uitgekleed’ bestemmingsplan, want voor veel activiteiten en functies dient eerst een vergunning te worden verleend. Hierdoor wordt de beslissingsbevoegdheid over essentiële onderwerpen neergelegd bij het college in plaats van de raad.
Ook al is het toegestaan op grond van besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, leidt dit ertoe dat de raad buiten spel wordt gezet bij essentiële onderwerpen. De toetsingskaders en uitgangspunten van dit plan zijn al vastgesteld en dus een voldongen feit. • Een bestemmingsplan (met verbrede reikwijdte) kent een wettelijke voorbereidingsprocedure. Een ontwerp dient voor zienswijzen ter inzage te worden gelegd. Gedurende een termijn kan iedereen die dat wenst een zienswijze tegen het ontwerp indienen. Op het moment dat de gemeenteraad het bestemmingsplan heeft vastgesteld, staat er tegen dat besluit en het vastgestelde bestemmingsplan beroep open bij de Raad van State. Eenieder die een zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerp én belanghebbenden bij het plan kunnen dan beroep instellen. • Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over het MER, onderdeel procedureel. • Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over de omvang en samenhang van de documenten en onderdeel procedureel. • De indieners van het Wob-verzoek (Woo verzoek) hebben de anterieure overeenkomsten inmiddels ontvangen.
76
•
9c
Aanpassing Samenvatting
Het betreft een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op grond van de Crisis- en herstelwet. Dat betekent dat in dit bestemmingsplan andere aspecten kunnen worden geregeld en dat aspecten soms anders worden geregeld dat we tot nu toe onder de Wro gewend zijn. In het geval van het bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) betekent het onder andere dat veel gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid bestemmingsplanactiviteiten aan te wijzen. Dat zijn vormen van gebruik dat in de basis toelaatbaar gesteld worden in het plan maar waarvoor wel een vergunning moet worden aangevraagd op het moment dat er een concreet voornemen is. De raad beslist bij het vaststellen van het bestemmingsplan of de activiteit toelaatbaar is en onder welke voorwaarden. De raad geeft het college alleen de bevoegdheid te toetsen of aan de kaders wordt voldaan, die aan die activiteit zijn gesteld. Op deze manier is het mogelijk om voorafgaand aan het daadwerkelijk gebruiken te beoordelen of aan de gestelde randvoorwaarden kan worden voldaan. Zo heeft de gemeente toch grip op een organische ontwikkeling waarvoor een globaal en flexibel bestemmingsplan geldt. De toets kan in dit geval vooraf (nog) niet plaatsvinden omdat de exacte invulling nog niet bekend is. De gemeenteraad wordt niet buiten spel gezet.
De essentiële beslissing ligt bij de vaststelling van het bestemmingsplan, net als in het huidige stelsel waar de raad beslist over de regels voor het bouwen en het college de vergunning verleent als uitvoerend bevoegd gezag. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het vigerende bestemmingsplan Schieoevers Noord wordt voor twee deelplannen integraal herzien. Verder blijft het bestemmingsplan Schieoevers Noord in stand waarbij een wijziging plaatsvindt van onderdelen van dat bestemmingsplan. Voor de bedrijven is onduidelijk aan welke regels zij moeten voldoen omdat deels het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord’ en het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)’ geldt: • In ‘Schieoevers Noord’ vervallen de milieuregels in 3.3.1 maar komen in de overige bepalingen nog wel voor • Toegevoegd wordt dat voor het uitbreiden of wijzigen van bestaande inrichtingen moet worden getoetst aan hoofdstuk 4 en 5 van het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)’, die vervolgens weer als bijlage bij het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord’ worden opgenomen. • Het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord’ is vastgesteld onder de Wro en het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)’ onder Chw. Dat leidt tot verschillende toepassingskaders. 77
Beantwoording
Deze systematiek is niet in overeenstemming met het doel van een bestemmingsplan, namelijk om ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van gronden aan te wijzen met bijbehorende regels in één bestemmingsplan. Zodat duidelijk is welke bestemming en regels er op een locatie van toepassing zijn. De geuite zorg is begrijpelijk maar niet nodig. Het is, met alle in de zienswijzen genoemde aspecten, een zeer complex bestemmingsplan geworden, waaraan ook nog eens tal van onderzoeken en andere rapportages ten grondslag liggen. De gemeente erkent ook dat dit lastig is. Hoe de verschillende documenten in samenhang moeten worden gelezen is beschreven in de thematische beantwoording over de omvang en samenhang van de documenten. Het doel van dit bestemmingsplan is een juridisch-planologisch ruimtelijk kader bieden waarbinnen de herontwikkeling van Kabeldistrict en Nieuwe Haven worden mogelijk gemaakt en de herontwikkeling van de andere delen van Schieoevers Noord wordt voorbereid. De bedrijven die op deze gronden nu zijn toegestaan, blijven toelaatbaar. Om dit te bewerkstelligen is het nodig het industrieterrein Schieoevers Noord te dezoneren. Dat kan niet alleen voor Kabeldistrict en Nieuwe Haven. De geluidzone rondom het gezoneerde industrieterrein vervalt door de dezonering in het huidige plan voor Schieoevers - Noord en de plannen die daarom heen liggen.
In de plaats van de geluidzone is in het nieuwe bestemmingsplan voor ieder bedrijf een eigen geluidzone opgenomen. Daarnaast worden de milieucategorieën, die in het huidige bestemmingsplan Schieoevers - Noord aan de bedrijfspercelen zijn verbonden, losgelaten. In het nieuwe bestemmingsplan zijn daarvoor in de plaats regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat bedrijven hun activiteiten kunnen blijven uitvoeren en tegelijkertijd dat nieuwe gevoelige functies belast worden met een acceptabele milieuhinder als gevolg van die bedrijven (milieuregels voor geluid, geur en dergelijke). Door deze aanpassing zijn alle bedrijfstypen toelaatbaar op Schieoevers - Noord, zolang aan de milieuregels wordt voldaan. Naast deze milieutechnische aanpassing blijft de rest van het huidige bestemmingsplan voor Schieoevers - Noord en de andere vigerende bestemmingsplannen van toepassing omdat die juridische kaders in de basis geen aanpassing behoeven. Omdat er verder niets veranderd aan de ‘enkelbestemmingen’ op die gronden is er bewust voor gekozen om op deze gronden geen integrale herziening door te voeren. Temeer omdat het ook een verkeerd signaal zou afgeven om daar opnieuw een bestemming ‘Bedrijventerrein’ op te nemen terwijl tegelijkertijd de transformatie voor de langere termijn ook gecommuniceerd wordt.
Omdat de herontwikkeling van andere delen van Schieoevers Noord nog niet aan de orde is op korte termijn is het ook niet mogelijk het bestemmingsplan al op die transformatie aan te passen.
78
De gemeente is zich er nadrukkelijk van bewust dat de gekozen plansystematiek de beoordeling voor de bouw- en met name de gebruiksmogelijkheden lastig maakt. Deze constructie is echter wel nodig om de ontwikkeling van Schieoevers Noord tot stand te laten komen. Zonder dezonering is er geen ruimte om gevoelige functies toe te laten. Voor de deelgebieden Kabeldistrict en Nieuwe Haven zit het iets anders. Op die gronden vervalt het bestemmingsplan Schieoevers - Noord geheel. Het nieuwe bestemmingsplan voorziet daar in een volledige nieuw planologisch kader. Hiermee worden de ontwikkelingen gefaciliteerd. In de toelichting van het bestemmingsplan zal de bovenbeschreven samenhang wat nadrukkelijker worden beschreven, waarbij expliciet benoemd wordt welke bepalingen uit de onderliggende bestemmingsplannen vervallen en welke bepalingen uit het nieuwe bestemmingsplan worden toegevoegd aan het beoordelingskader. Ten aanzien van de samenloop tussen de milieuregels en het vigerende bestemmingsplan Schieoevers Noord heeft de gemeente, los van de ingekomen zienswijzen, de regels verder uitgewerkt. Deze uitwerking leidt er onder andere toe dat de redactie van de regels ten aanzien van die samenloop aangepast is, waardoor die samenloop duidelijker is geworden.
Aanpassing 9d
Samenvatting Beantwoording Aanpassing
9e
Samenvatting
Het feit dat het bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) ook met toepassing van de Crisis- en herstelwet is opgesteld en het bestemmingsplan Schieoevers Noord niet, maakt niets uit. Ook voor het onderhavige plan gelden de regels uit de Wro, deze zijn alleen op onderdelen aangevuld met de mogelijkheden vanuit de Crisis- en herstelwet. Het beoordelingskader is daarmee in de basis gelijk. Alleen voor de milieuregels uit het bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) geldt een aanvullend kader. Dit zal in de praktijk niet tot problemen of onduidelijkheden leiden. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ambtshalve zijn de regels ter verduidelijking wel aangepast. Er ontbreekt een goed doordachte stedenbouwkundige opzet van het gebied en een beeld van de uiteindelijke invulling van het gebied. Dit leidt tot ondoorzichtigheid en rechtsonzekerheid. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over de ruimtelijke kwaliteit. Verwezen wordt naar de aanpassing zoals beschreven in de thematische beantwoording over de ruimtelijke kwaliteit. Voor elk deel, Kabeldistrict en Nieuwe Haven, had een apart bestemmingsplan moeten worden opgesteld. 79
Beantwoording
9f
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording
9g
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording
Het is begrijpelijk dat dit het overzichtelijker zou maken. Helaas leidt dat er niet toe dat de milieugebruiksruimte ook integraal wordt aangepast (vervallen geluidzone en vervangen door milieuregels). Zonder deze aanpassing is er ook geen ruimte voor de ontwikkeling van Kabeldistrict dan wel Nieuwe Haven. De planonderdelen zijn daardoor onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het plangebied van het bestemmingsplan is groter dan het aangewezen Chw-gebied. Regels die buiten het Chw-gebied liggen, maar waarbij wel toepassing gegeven wordt aan de Chw, kunnen niet worden vastgesteld. Het is ook maar de vraag of het opheffen van een geluidzone door middel van een Chw-bestemmingsplan wel is toegestaan, want dit plan is niet gebaseerd op 3.1 Wro. Dit is een terechte constatering. Bij het ministerie van binnenlandse zaken is daarom een verzoek ingediend tot wijziging van de aanwijzing van het ontwikkelingsgebied. Het verzoek wordt meegenomen in de 16e ministeriele regeling. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld als tot de wijziging van de aanwijzing is besloten. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Op grond van artikel 2.3 Chw kan tijdelijk worden afgeweken van de Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit milieubeheer voor maximaal 10 jaar.
De gemeente moet in het bestemmingsplan borgen dat na 10 jaar weer aan de normen wordt voldaan. Dit is nu niet gebeurd. Het bestemmingsplan gaat er van uit dat binnen 10 jaar de Omgevingswet in werking is getreden. De Omgevingswet vervangt onder andere de regels uit het Activiteitenbesluit, Wet milieubeheer en de Wet geluidhinder. Dat betekent dat moet worden voldaan aan de regels uit de Omgevingswet ten aanzien van geluidnormen. Op grond van de huidige inzichten zullen de normen in de Omgevingswet ruimer zijn dan in de huidige wetgeving. De hogere waarden worden vastgesteld overeenkomstig de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder. De tijdelijke hogere waarde zal gelijk zijn aan de grenswaarden uit de Omgevingswet. Daarmee wordt over 10 jaar voldaan aan de dan geldende wettelijke normen. In artikel 39 (nieuw artikel 43) wordt dit onderscheid nog aangebracht. Omdat de Omgevingswet nog niet in werking getreden is, kan er nog niet voor 100% van worden uitgegaan dat de Omgevingswet over 10 jaar in werking is getreden en ook niet dat de normen die in de wet zijn opgenomen gelijk zijn aan de normen die in de nu bekende versie van de Omgevingswet staan. De Omgevingswet is echter al aangenomen. Daarmee is vrij zeker dat de wet in werking zal treden. Momenteel is de planning dat de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking treedt.
80
Aanpassing
9h
Samenvatting
Beantwoording
In de toelichting op het bestemmingsplan is de samenloop met de Omgevingswet en de tijdelijke hogere waarden beschreven. In artikel 39 (artikel 43 nieuw) wordt onderscheid gemaakt tussen de hogere waarden en de tijdelijke hogere waarden. Bestaande bedrijven worden wel in hun bedrijfsvoering beperkt: • Het terrein wordt volledig gedezoneerd. Dit houdt in dat de normen per individueel bedrijf gaan gelden en dat per bedrijf geluidzones zijn bepaald. o Woningen op het nieuw gerealiseerde bedrijventerrein worden geluidgevoelig (bijvoorbeeld Rotterdamseweg 272a). Aan de overzijde van Lijm&Cultuur worden studentenwoningen gebouwd op het Speeldernisterrein). Lijm&Cultuur wordt hierdoor in haar activiteiten beperkt. o Individuele bedrijven kunnen elkaar (onnodig) hinderen. Van ‘geluid-sharing’ wordt in dit bestemmingsplan geen gebruik gemaakt. Dit geldt bijvoorbeeld voor Lijm&Cultuur waar in de weekenden evenementen plaatsvinden daar waar het naastgelegen bedrijf (Dyckerhoff Basal) overwegend door de weeks de geluidruimte nodig heeft. Onder de huidige wetgeving kan dit niet, maar juist onder de Omgevingswet is meer lokale afweging mogelijk. Samen met de aanwijzing als ontwikkelgebied, waardoor hogere geluidnormen mogelijk zijn, biedt ruimte om de mogelijkheid van geluidsharing te benutten.
Hier wordt nu geen gebruik van gemaakt; • Het is de vraag of opheffing van de geluidzone door middel van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte rechtsgeldig is. Het wijzigen of opheffen van een geluidzone kan alleen bij vaststelling van een bestemmingsplan op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. • Door de toepassing, zoals in het bestemmingsplan opgenomen, worden twee systemen door elkaar gebruikt. Voor Dyckerhoff Basal geldt het oude systeem, op grond van de Wet geluidhinder, terwijl voor de overige bedrijven de milieuzonering nieuwe stijl gaat gelden. Dat leidt tot een rechtsonzeker en onduidelijke situatie. • Onduidelijk is waarom er nu al tot volledige dezonering wordt overgegaan, nu er volgens de MER geen verdere grote ontwikkelingen zijn voorzien. Voor de zienswijze over de beperking van de bedrijfsvoering wordt verwezen naar de thematische beantwoording geluid, onderdeel RBS-onderzoek. Voor de overige punten is de beantwoording als volgt: • Individuele geluidzones: 81
o
•
•
Of een woning op een gezoneerd industrieterrein ligt of niet bepaalt niet of de woning geluidgevoelig is. Een gebouw of functie is geluidgevoelig als in het bestemmingsplan het gebruik van de gevoelige functie is mogelijk gemaakt. De woning Rotterdamseweg 272a is in het vigerende bestemmingsplan niet aangewezen als woning maar als Cultuur en ontspanning en is daarom ook niet geluidgevoelig bestemd. De dezonering verandert daar niets aan. De grond aan de overzijde van Lijm & Cultuur heeft de bestemming ‘Groen’. Het onderhavige bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) wijzigt hier niets in. Woningen zijn hier dan ook op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘TU Midden en Noord’ en op basis van het nieuwe bestemmingsplan niet toegestaan. Er ligt ook geen concrete aanvraag voor de bouw van studentenwoningen op deze locatie. Een nieuw initiatief op deze gronden moet voldoen aan de geldende regels voor de locatie. De aanwezigheid van Lijm & Cultuur met bijbehorende geluideffecten maakt daar deel van uit. o Het klopt inderdaad dat het onder de huidige wetgeving niet mogelijk is om ‘geluidsharing’ toe te passen. Dat deze mogelijkheid wel in de Omgevingswet zal voorkomen is voor de toekomst mogelijk interessant maar de Crisis- en herstelwet maakt het niet mogelijk daarop te anticiperen. Dit bestemmingsplan wordt onder de Crisis- en herstelwet vastgesteld.
Overigens is het in principe niet zo dat bedrijven elkaar onderling kunnen hinderen. Een bedrijf is geen gevoelige functie en daarmee niet vatbaar voor hinder van een ander bedrijf. Een eventuele bedrijfswoning kan dat effect wel hebben. De Crisis- en herstelwet maakt het vaststellen van een bestemmingsplan als zodanig niet mogelijk, het geeft aanvullingen op de Wet ruimtelijke ordening. Dit volgt uit het eerste lid van artikel 7c Bu Chw: “In aanvulling op artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening kunnen in het bestemmingsplan ook regels worden gesteld, die strekken ten behoeve van het…..”. Dat betekent dat het laten vervallen van de geluidzone voor het industrieterrein Schieoevers Noord met dit bestemmingsplan wel rechtsgeldig is. Het is juist dat er twee systemen naast elkaar zullen gelden. De toepassing van verbrede reikwijdte op grond van de Crisis- en herstelwet maakt dat mogelijk. Voor de bedrijven leidt dit echter niet tot rechtsonzekerheid, want voor alle bedrijven wordt in het bestemmingsplan de geluidsruimte vastgelegd. Voor het ene bedrijf is dat op basis van de Wet geluidhinder en voor het andere bedrijf via milieuzonering nieuwe stijl onder de Crisis- en herstelwet. Per 82
9i
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording
9j
Aanpassing Samenvatting Beantwoording
9k
Aanpassing Samenvatting
bedrijf is wel duidelijk welke regels gelden. Het bestemmingsplan geeft duidelijkheid over de regels die van toepassing zijn als er binnen de geluidsruimte van bedrijven ontwikkelingen worden toegestaan. • Op een gezoneerd industrieterrein is het niet mogelijk gevoelige functies te realiseren. Het is daarom nodig dat het terrein gedezoneerd wordt, in ieder geval ter plaatse van de ontwikkelingen van Kabeldistrict en Nieuwe Haven. In de thematische beantwoording geluid, onderdeel dezoneren, staat beschreven waarom Schieoevers Noord in één keer wordt gedezoneerd. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Door het loslaten van de milieucategorieën moet elk individueel bedrijf worden beoordeeld op alle milieuaspecten en voor elke aanpassing moet nu een vergunning worden aangevraagd (zoals geluid, geur, stof en gevaar). Verwezen wordt naar de thematische beantwoording onder geluid, onderdeel algemeen, onderdeel loslaten milieucategorieën en onderdeel RBS-onderzoek. Het is juist dat het veranderen van de bedrijfsactiviteiten in veel gevallen vraagt om een vergunning of melding. Ook voor de ontwikkeling van gevoelige functies is een vergunningplicht in het plan opgenomen. Dat is ook nodig om de effecten op de omgeving te kunnen beoordelen.
In een gebied waarin bedrijven en gevoelige functies samengebracht worden is een dergelijke sturing noodzakelijk om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en ondernemersklimaat zeker te stellen. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Er wordt geen rekening meer gehouden met de cumulatie van effecten van alle bedrijven tezamen. Dat kan leiden tot onderlinge fricties omdat bedrijven in elkaars milieugebruiksruimte zitten. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 9h. Ten aanzien van de vermeende onderlinge fricties wordt de zorg niet gedeeld. In huidige systematiek met milieucategorieën liggen bedrijven ook binnen elkaars richtafstand en dus in elkaars milieuzone. Het toepassen van milieucategorieën is een hulpmiddel voor de ruimtelijke ordening om op basis van richtafstanden functies te scheiden om hinder tussen gevoelige en niet-gevoelige functies te voorkomen. Het toepassen van milieucategorieën voorkomt niet dat bedrijven in elkaars zones zitten. Met de nieuwe systematiek is dat ook zo. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Regeling via bedrijfscategorisering biedt meer toekomstperspectief en meer rechtszekerheid dan de soms vage vergunningscriteria die hiervoor in de plaats gekomen zijn. 83
Beantwoording
9l
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording
De rechtszekerheid voor de bestaande bedrijven is met de nieuwe systematiek even groot als met het toepassen van de milieucategorieën. In plaats van milieucategorieën is nu alleen bepaald wat de uiterste grens is waarop het geluidniveau 50 dB(A) mag bedragen. Dat geeft flexibiliteit ook voor de bedrijven. Terwijl gevoelige functies binnen de geluidzones niet zijn toegestaan dan wel binnen Kabeldistrict en nieuwe Haven alleen met een omgevingsvergunning mogen de bedrijfsactiviteiten uitbreiden zolang de geluidbelasting buiten de geluidzone de 50 dB(A) niet overschrijdt. Voor nieuwe inrichtingen wordt de geluidruimte weliswaar beperkt tot de bestaande geluidzone met een maximum van 50 dB(A) op 50 meter, maar binnen die geluidruimte zijn allerlei bedrijven mogelijk zonder toets aan een Staat van bedrijfsactiviteiten. Dat biedt ruim voldoende toekomstperspectief. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Voor ieder bedrijf is een regeling op maat getroffen. Daarbij is de 0-meting bepaald en dat heeft voor de meeste bedrijven geleid tot een geluidzone op de verbeelding. • Nog niet alle 0-metingen zijn afgerond. Niet alle bedrijven zijn akkoord met de uitkomst omdat deze onder meer geen goede weergave van de feitelijke situatie en de ontwikkelruimte geeft.
Voor de bedrijven Rotterdamseweg Noord is afgesproken dat de feitelijke situatie als 0-situatie wordt meegenomen omdat de milieuvergunningen gedateerd zijn en niet meer overeenkomen met de feitelijke situatie. De geluidzones zijn hierdoor op onjuiste uitgangspunten vastgesteld met als gevolg dat de geluidzones voor sommige bedrijven niet ruim genoeg zijn om de feitelijke activiteiten mogelijk te maken. De bedrijven Rotterdamseweg Noord worden daarom beperkt in hun bedrijfsvoering. • In het kader van een goede ruimtelijke ordening/gezonde fysieke leefomgeving dient onderzoek te worden gedaan naar de daadwerkelijke milieubelasting van concrete activiteiten. • Voor Lijm & Cultuur is geen geluidzone vastgesteld. De regels in het bestemmingsplan zijn zodanig dat ze hun bedrijfsactiviteiten niet op een normale manier kunnen uitoefenen. • Voor Dyckerhoff Basal geldt dat de geluidzone gedeeltelijk over het ontwikkelgebied van Kabeldistrict is gelegen. De contour levert daarmee beperkingen op voor de ontwikkeling van de beoogde woningen. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel algemeen, onderdeel loslaten milieucategorieën en onderdeel RBS-onderzoek. Daarnaast: • Bij veel bedrijven is afgeweken van de vergunde of gemelde situatie (ten gunste van het bedrijf), bovendien is rekening gehouden met aangegeven concrete toekomstige ontwikkelingen.
Het is niet persé nodig om van elk bedrijf een akkoord te hebben, al is dat uiteraard wel het streven. Indien een contour niet passend zou zijn voor de huidige 84
9m
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording
bedrijfssituatie dan zal daar per geval nog naar gekeken worden voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan. • Voor de onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening gaat het juist niet om de concrete plannen maar juist om het beoordelen van alle mogelijke functies en activiteiten die met het bestemmingsplan toelaatbaar zijn. Dat is voor het onderhavig plan ook gebeurd. Daarnaast is bij het bepalen van de RBS juist gekeken naar de feitelijke activiteiten en de bijbehorende effecten op de omgeving + de uitbreidingsmogelijkheden voor de toekomst. • Voor Lijm & Cultuur is gekeken wat de huidige geluidsruimte is. Aanvullend is in samenspraak met Lijm & Cultuur bekeken wat een wenselijke opzet is qua programmering om de toekomstig wenselijke geluidruimte te bepalen. Gebleken is dat de wenselijke opzet van Lijm & Cultuur zorgt voor een geluidzone die niet verenigbaar is met een gemengd stedelijk gebied. Uit de eerdere meldingen Activiteitenbesluit met bijbehorende rekenmodellen (die zijn verwerkt in het zonebeheermodel van de ODH) is niet gebleken dat de standaard geluidnorm van 50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter van de terreingrens niet voldoende zou zijn voor Lijm & Cultuur en er is niet verzocht om een maatwerkvoorschrift voor meer geluidruimte.
Niettemin zijn de geluidwaarden voor Lijm & Cultuur op basis van de overleggen met het bedrijf verruimd tot een waarde die als aanvaardbaar kan worden beschouwd in een gemengd stedelijk gebied. Om die reden is geen geluidzone opgenomen maar zijn voor Lijm & Cultuur normen gesteld, richting de nieuwe woningen in Kabeldistrict en de bestaande woningen in de Leegwaterstraat, die samenhangen met de op het terrein te houden evenementen/activiteiten. Deze normen zijn ruimer dan de standaardwaarden. • Dat is juist. Binnen de geluidzone zijn, zonder omgevingsvergunning, geen gevoelige functies toegestaan. Om een omgevingsvergunning te verkrijgen voor een gevoelige functie binnen de zone moet aan de voorwaarden worden voldaan uit artikel 36 (artikel 38 nieuw). Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Bij het bepalen van de vraag of ter plaatse van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat speelt mee dat voor een deel van de nieuwe woningen het achtergrondniveau door auto, trein en scheepsverkeer al (te) hoog is. Voor railverkeer zal de afscherming pas na 5 jaar moeten zijn gerealiseerd. Hierdoor hebben bewoners in die periode extra geluid dat cumuleert met het geluid van de bedrijvigheid. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel woon- en leefklimaat.
85
Aanpassing 9n
Samenvatting
Beantwoording
9o
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording
Verder zal inderdaad voor een aantal gevels gelden dat er cumulatie optreedt tussen weggeluid, railgeluid en bedrijven geluid. Dat betekent nog niet dat dit leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de periode dat het geluidsscherm nog niet gerealiseerd is, is het geluidniveau inderdaad hoger dan op basis van de wettelijke normen acceptabel geacht. Gelet op deze zienswijze zal de voorwaardelijke verplichting aangepast worden, waarbij het in gebruik nemen van geluidbelaste (eerstelijns) woningen slechts mag plaatsvinden als het geluidsscherm is gerealiseerd. Dit leidt tot aanpassing van de voorwaardelijke verplichting betreffende het plaatsen van een geluidsscherm. In het geval de geluidzone te beperkt is voor de bestaande activiteiten, zoals gesteld onder 9l, worden de bestaande activiteiten onder het overgangsrecht gebracht als de geluidzone blijkt te worden overschreden. Wanneer dat bedrijf zijn activiteiten dan wil uitbreiden of wijzigen is een omgevingsvergunning vereist van het college op grond van artikel 36 (nieuw artikel 40). Het is niet bekend of artikel 7c lid 14 (red. bestemmingsplanactiviteit) van Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet een grondslag biedt om voor bestaand gebruik dat mag worden gecontinueerd een vergunningplicht mag gelden. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 9l.
Het uitgangspunt is dat voldoende ruimte wordt geboden en de bedrijfsactiviteiten niet onder het overgangsrecht zijn gebracht doordat met huidige activiteiten de geluidzones worden overschreden. Verder betekent het aanwijzen van een bestemmingsplanactiviteit niet dat voor het uitbreiden of wijzigen een verbod is ingesteld dat met een vergunning ongedaan wordt gemaakt. Het is juist zo dat het gebruik niet strijdig bevonden wordt en dat alleen een extra stap ingebouwd is om de gevolgen voor de omgeving goed af te kunnen wegen en eventueel maatwerkvoorschriften op te kunnen leggen. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Voor nieuwe inrichtingen gelden strengere eisen, waardoor zij minder gebruiksruimte krijgen dan bestaande bedrijven. Na beëindiging van een bedrijf kan er geen bedrijf met eenzelfde gebruiksruimte terugkomen. Dit is in strijd met de met BKS gemaakte afspraken. Dit beperkt de verkoopmogelijkheden. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel loslaten milieucategorieën. Het gebied is aangewezen voor transformatie. Dat betekent dat er naast bedrijvigheid ook gevoelige functies als woningen moeten kunnen worden ondergebracht op Schieoevers Noord. Dat kan alleen door het (deels) vastleggen van de milieugebruiksruimte van de bedrijfsgronden. Zoals 86
9p
Aanpassing Samenvatting
Beantwoording
9q
Aanpassing Samenvatting
eerder gesteld, is het uitgangspunt dat de bestaande bedrijven niet worden beperkt. Hun gebruiksruimte is bepaald met de 0-meting. Als een bestaand bedrijf vertrekt, kunnen de gronden door een ander bedrijf worden gebruikt. De milieugebruiksruimte blijft dan gelijk of wordt kleiner, dat is afhankelijk van het soort bedrijf dat zich ter plaatse wil vestigen. Als een nieuw bedrijf qua aard vergelijkbaar is met het bestaande bedrijf gelden er geen beperkingen. Als het nieuwe bedrijf een ander soort bedrijf is blijft de geluidsruimte gelijk of wordt deze verkleint tot 50 dB(A) op 50 meter. Deze norm is ruimer dan in het ontwerpbestemmingsplan was opgenomen (50 dB(A) op 10 meter en wordt ambtshalve aangepast. Voor zover indiener van mening is dat een beperking van de verkoopmogelijkheden optreedt staat de mogelijkheid open om na inwerkingtreding van het bestemmingsplan een beroep te doen op planschadecompensatie op grond van artikel 6.1 e.v. van de Wet ruimtelijke ordening. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Binnen een geluidzone is het, onder voorwaarden, toegestaan woningen te realiseren: • Als er eenmaal een woning in de geluidzone is gerealiseerd heeft dat gevolgen voor de mogelijkheden van het uitbreiden van het bedrijf. • Een omgevingsvergunning voor een woning wordt verleend als onderzocht is welke maatregelen er zijn om de geluidbelasting te beperken.