CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Nota Zienswijzen

Commissie Ruimte en Verkeer 6 oktober 2022, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Vaststelling gewijzigd Bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) (nr. 2239499) & Voorstel van het college aan raad inzake aan artikel 4.7 APV een negende lid toe te voegen (nr. 2238477)39.599 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

•

•

•

2s

Aanpassing Samenvatting

Brand: Brand is de voornaamste oorzaak dat er bij het bedrijf iets kan gebeuren waarbij mogelijk explosies dan wel een giftige wolk kan ontstaan. Hordijk is daarom onder andere voorzien van een sprinklerinstallatie, een eventuele brand is daardoor goed beheersbaar. Dit verkleint de intensiteit van de warmtestraling waardoor de minimale benodigde afstand van 20 meter verkleind kan worden met 2,5 meter. Explosie: Er zijn bij bedrijven vaak gasflessen (bijvoorbeeld acetyleen en zuurstof om te lassen) aanwezig. Deze drukhouders ontploffen bij brand (explosiegevaar). De kans op een explosie van grote omvang waarbij huizen tot ver in de omgeving beschadigd raken is echter zeer klein. Dit heeft te maken met de hoeveelheid aanwezige stoffen. Daardoor is er geen minimale afstand nodig tot het bedrijf. Toxische wolk: In het algemeen zijn er bij bedrijven stoffen aanwezig die bij brand zorgen voor veel rookontwikkeling. Rook is per definitie toxisch en de mate van toxiciteit is afhankelijk van de aard van de materialen/gevaarlijke stoffen. Het risico op slachtoffers door een toxische wolk ten gevolge van een brand is door de aanwezigheid van de sprinklerinstallatie beperkt. Indien er (toxische) rook vrij komt zal de brandweer adviseren om ramen, deuren en ventilatie te sluiten en binnen te blijven en als men zich buiten bevindt om tegen de windrichting in van de brand weg te vluchten.

Omdat er op zeer korte afstand bestaande woningen aanwezig zijn, zijn in de huidige situatie al strenge eisen gesteld aan de opslag van toxische stoffen bij Hordijk.

De opslag van EPS (piepschuim) ligt op meer dan 100 meter afstand van waar de nieuwe woningen van Nieuwe Haven zijn voorzien. Vanaf deze woningen zijn er meerdere routes om het gebied te ontvluchten. Deze routes zijn allemaal van de risicobron af gekeerd, zodat mensen veilig kunnen ontkomen in geval van een ongeval met deze stof. De beoogde roeivereniging LAGA komt op kortere afstand van de EPS opslag (circa 45 meter). De zelfredzaamheid bij de gebruikers van de roeivereniging is groot. Ook vanaf de roeivereniging zijn meerdere vluchtroutes mogelijk en allen afgekeerd van de risicobron. Het is wel van belang dat er goede risicocommunicatie is en een calamiteitenplan worden opgesteld. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ook de MER dient uit te gaan van de maximale planologische mogelijkheden van Hordijk en andere bedrijven. Daarnaast is ten onrechte niet de mer-procedure doorlopen. De MER is slechts inhoudelijk geactualiseerd. Het betreft het MER dat oorspronkelijk in het kader van het bestemmingsplan “Tiny Houses” is opgesteld en dus niet aansluit bij de onderhavige ontwikkeling.

42

Beantwoording

2t

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording Aanpassing

Er dient voor dit ontwerpbestemmingsplan een aparte MER te worden opgesteld die uitgaat van de actuele situatie. De maximale planologische mogelijkheden van de bedrijven op Schieoevers Noord zijn relatief omdat de bedrijven een gezamenlijke geluidzone delen. In de huidige situatie zijn hierdoor de planologische mogelijkheden van bedrijven beperkt doordat ook andere bedrijven geluidsruimte nodig hebben. Bij het MER is daarom uitgegaan van de RBS rapportages (verwezen wordt ook naar thematische beantwoording geluid, onderdeel RBS-onderzoek) die in samenwerking met de bedrijven zijn opgesteld. Hierin zijn alle bekende uitbreidingsplannen van de bedrijven meegenomen. De toekomst van de bedrijven op Schieoevers is daarom in voldoende mate meegenomen in het MER. Verder wordt verwezen naar de thematische beantwoording over het MER, onderdeel procedure. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De Gelatinebrug maakt ook onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Deze brug zal gebruikt worden door fietsers van de TU Delft richting station. Hordijk en andere bedrijven op het industrieterrein maken gebruik van zwaar verkeer voor leveringen. Hordijk vreest voor een onoverzichtelijke en gevaarlijke situaties. De mogelijke risico’s zijn ten onrechte niet bezien. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over verkeer en bereikbaarheid onderdeel fietsroutes en Gelatinebrug.

De toelichting van het bestemmingsplan is op dit punt aangevuld ter verduidelijking.

3: Belangenvereniging TU Noord 3a Samenvatting Door de grote hoeveelheid stukken over Schieoevers Noord is het moeilijk overzicht te houden. Meer dan 5.600 bladzijden verdeeld over ruim 60 documenten die elkaar deels overlappen met actualisaties, aanvullingen en dergelijke. Het Ontwikkelplan, het Monitoringsplan, Leefomgevingsfoto Schieoevers Noord en Verkeersonderzoek Schieoevers Noord ontbreken zelfs nog. Status van de documenten is veelal onduidelijk en documenten zijn soms strijdig met elkaar. Beantwoording Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over omvang en samenhang van de documenten. Aanpassing Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3b Samenvatting Er zijn onvoldoende waarborgen voor een gezond en betaalbaar woonklimaat. Te veel beton en glas, te weinig groen en water. Het ontbreekt in het plan aan de menselijke maat in Kabeldistrict. Beantwoording In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt een paragraaf leefomgevingskwaliteit toegevoegd waarin beschreven is wat verstaan wordt onder een gezond woon- en leefklimaat, welke ambities 43

Aanpassing 3c

Samenvatting

Beantwoording

3d

Aanpassing Samenvatting Beantwoording

er zijn en hoe deze voor Kabeldistrict en Nieuwe Haven tot stand zullen komen. Dit is ook met de GGD afgestemd. Voor wat betreft de zorg over de menselijke maat is de zogenaamde maakstad-laag en verplichte setback daarboven in het plan geborgd. Dit bevordert de aandacht voor de menselijke maat en ooghoogtebeleving. Verder wordt verwezen naar de thematische beantwoording over de ruimtelijke kwaliteit. Dit leidt tot een aanvulling in de toelichting met een paragraaf over een gezond woon- en leefklimaat. Er kan niet volstaan worden met een actualisatie van de MER. Er had een nieuwe MER-procedure moeten worden doorlopen en de commissie MER had om advies gevraagd moeten worden. Het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. van 2019 is met de uitspraak van de Raad van State achterhaald en gebrekkig. Daarbij moet ook het aangrenzende gebied ten noorden van de Abtswoudseweg worden meegenomen, vanwege de sterke samenhang tussen deze gebieden. Dit geldt ook voor het gebied Schieoevers Zuid. Maar ook andere ruimtelijke ontwikkelingen zouden deel uit moeten maken van de m.e.r. zoals de warmtekrachtcentrale van de TU, woongebouwen voor studenten en de parkeergarage aan de Rotterdamseweg. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over het MER, onderdeel procedure en plangebied. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De planregels bieden onvoldoende rechtszekerheid ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat, vanwege o.a. de toepassing van dynamische verwijzingen en open normen. Het toepassen van dynamische verwijzingen en open normen behoort tot de wettelijke mogelijkheden die voor een bestemmingsplan onder de Crisis- en herstelwet beschikbaar staan. De reikwijdte daarvan is wel enigszins beperkt doordat uiteindelijk de normen wel toetsbaar moeten zijn (objectief). Daarvoor moeten de normen in de beleidsregels, waar dynamisch naar wordt verwezen, concreet zijn. In het bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) zijn dynamische verwijzingen opgenomen naar de volgende beleidsregels: • Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen; • Geluid Schieoevers Noord; • Parkeervisie Schieoevers Noord gemeente Delft. Kort gezegd moet bij de toetsing aan een vergunningaanvraag aan de bepalingen in het bestemmingsplan én, indien naar een beleidsregel wordt verwezen, ook aan de regels uit de beleidsregel worden voldaan. 44

3e

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

‘Aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ is op zichzelf inderdaad een niet objectief begrensde norm. Deze wordt echter in de beleidsregels geluid Schieoevers Noord nader ingevuld met concrete eisen voor geluid. Deze concrete eisen zijn objectief begrenst. Een ‘aanvaardbaar woon- en leefklimaat is een aanvullende eis naast diverse zeer concrete normen voor geluid. De bouw- en gebruiksregels zijn daarmee voldoende duidelijk. In het geluidbeleid zijn onder andere aanvullende bepalingen opgenomen voor geluidluwe gevels en dove gevels bij de toepassing van hogere waarden en regels voor de ABS. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De planregels garanderen niet hoeveel groen er in het plangebied komt. De planregels zijn onvoldoende concreet en niet kwantitatief. Daarnaast kan binnen de bestemming “Groen” allerlei andere vormen van gebruik plaatsvinden. Verzocht wordt om de hoeveelheid en de aard van de groene bestemmingen op te nemen in concrete planregels. Het ontbreken van een kwantitatieve eis zet de deur open naar een volgebouwd en versteend gebied. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over de ruimtelijke kwaliteit. Verder geldt dat het bestemmingsplan niet het document is om verplichtingen op te nemen. Het plan is bedoeld om de ruimtelijke kaders te bieden waarbinnen de ontwikkeling kan plaatsvinden.

Het uitgangspunt is daarbij ‘toelatingsplanologie’ dat betekent dat beschreven wordt wat er maximaal is toegestaan maar dat niet afgedwongen wordt dat dat ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Anderzijds betekent het ook dat hetgeen niet toelaatbaar gesteld is, ook niet gerealiseerd kan worden. Detailhandel en horeca zijn in beperkte mate ondergeschikt aan de recreatieve functie van het park (bestemming “Groen”) toegestaan. Het bouwen van woningen en andere sterk stedelijke functies is in het park niet toegestaan. Dat kan uitsluitend in de bestemmingen “Gemengd – Kabeldistrict -1”, “Gemengd – Kabeldistrict -2” en “Gemengd – Nieuwe Haven”. Daarnaast heeft de gemeente Delft een duurzaamheidsvisie. Daarin is de ambitie uitgesproken hoe bij ontwikkelingen met groen zou moeten worden omgedaan. Ook voor water zijn er ambities ten aanzien van de opvang van regenwater op particulier en openbare gronden (waterberging, ledigingstijden etc.). Tevens is een visie gegeven op (nieuw) oppervlaktewater. Ten aanzien van compensatie als gevolg van het toenemen van verharding zijn eisen gesteld in de watertoets. De duurzaamheidsvisie is onderdeel van de anterieure overeenkomst bij Kabeldistrict en op die wijze geborgd voor de ontwikkeling. In de toelichting zal de duurzaamheidsvisie explicieter worden beschreven.

45

Aanpassing 3f

Samenvatting Beantwoording

3g

Aanpassing Samenvatting

3h

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

Beantwoording Aanpassing

Dit leidt tot aanpassing van de toelichting waarbij de duurzaamheidsvisie explicieter is beschreven en toegelicht hoe deze ambities doorwerken. Ambities over bijvoorbeeld duurzaamheid worden in de verschillende documenten tegengesproken of zijn in het ene document verder uitgewerkt dan in het andere document. Dat het ene document concreter is en dieper op een onderwerp in gaat dan het andere document is niet verwonderlijk. De toelichting op het bestemmingsplan is in die zin een soort samenvatting van alle bestaande documenten die geschreven zijn voor het plangebied of vanwege een bepaald thema een samenhang hebben met het plangebied. De toelichting op het bestemmingsplan is daarmee voor die documenten nooit een één-op-één weergave. Voor de exacte beleidsuitgangspunten wordt naar het hoofddocument verwezen. Voor wat betreft de strijdigheid is niet duidelijk wat indiener bedoeld. Het is niet de bedoeling tegenstrijdig te zijn in de verschillende documenten. Het is mogelijk dat nieuwe inzichten ook leiden tot andere ambities. Daarbij geldt dan dat de meest recente documenten de actuele ambities weergeven. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Onduidelijk is waarom de warmtekrachtcentrale ontbreekt in dit bestemmingsplan.

In het kader van het bestemmingsplan Geothermie Rotterdamseweg heeft indiener aangegeven dat de (gecumuleerde) geluidbelasting op de tegenoverliggende woningen niet voldoet aan de voorkeursgrenswaarde, waardoor geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel warmtekrachtcentrale. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Door de transformatie zal het autoverkeer fors toenemen. De belasting op de bestaande wegenstructuur in de omliggende gebieden en woonomgeving wordt daarmee sterk vergroot met gevolgen voor de geluidbelasting en luchtkwaliteit in de directe omgeving en de verkeersveiligheid op de kruising van de Abtwoudseweg met de Ireneboulevard. Gesteld wordt in de MER dat er ‘zeer significante maatregelen’ noodzakelijk zijn, maar op belangrijke plekken missen de maatregelen. Bovendien moeten de maatregelen uitgevoerd zijn voordat met de bouw van de woningen wordt begonnen. Niet duidelijk is welke maatregelen en wanneer er met die maatregelen aangevangen wordt (onvoldoende geborgd). Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over het MER, onderdeel verkeersonderzoek en monitoring bereikbaarheid. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

46

3i

Samenvatting

3j

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

3k

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

3l

Aanpassing Samenvatting

3m

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

Het verkeersonderzoek dat als bijlage bij de MER van 2018 was gevoegd is nu niet ter inzage gelegd. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over het MER, onderdeel verkeersonderzoek. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. In het Rapport Toetsing spelregelkader MER Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) wordt geen aandacht besteed aan de borging van de gewenste ‘significante maatregelen’. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over het MER Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Met toepassing van de gangbare wettelijke normen voor geluid is de ontwikkeling van Schieoevers Noord niet mogelijk. Daarom heeft de gemeente verzocht de Crisis- en herstelwet aan te passen om bestaande milieunormen te kunnen versoepelen. Dat kan niet zomaar. Om andere geluidnormen te mogen hanteren dient eerst een MER-procedure doorlopen te worden, om duidelijk te maken welke geluidnormen aanvaardbaar zijn. Er wordt nu ten onrechte een beroep gedaan op de Crisis- en herstelwet, nu er ligt geen MER-beoordeling aan ten grondslag. Het is niet zo dat de Crisis- en herstelwet op verzoek van de gemeente is aangepast. Deze wet biedt de ruimte om te experimenteren maar dat mag niet zomaar. De Minister moet gebieden aanwijzen, op verzoek, waar gebruik mag worden gemaakt van de extra ruimte.

De gemeente Delft heeft een dergelijk verzoek ingediend voor Schieoevers Noord. De Minister heeft daar een positief besluit over genomen en Schieoevers Noord aangewezen als gebied waar geëxperimenteerd mag worden. Verder wordt verwezen naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel werk-, woon- en leefklimaat en de thematische beantwoording over het MER, onderdeel procedure. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Uit het geluidonderzoek wordt duidelijk dat veel woningen worden blootgesteld aan een ongezond hoge geluidbelasting. De oplossing is een gevel waar geen ramen open kunnen en mensen binnen moeten blijven. Dit draagt bij aan een slecht leefklimaat en noodzaakt om eerst bronmaatregelen te treffen (significatie verkeersmaatregelen) en vervolgens afstand te houden tot de bron. Speciale wetgeving is dan niet nodig. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel woon- en leefklimaat. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. In de MER staat dat geluidoverlast gecompenseerd kan worden met een prettige leefomgeving. Indiener meent dat het zo niet werkt. 47

Beantwoording

3n

Aanpassing Samenvatting Beantwoording

Aanpassing

De tekst waarnaar verwezen wordt in de zienswijze is een weergave van de ontvangen aandachtspunten tijdens de participatiebijeenkomst van 29 mei 2018 en geen keuze. In het Spelregelkader voor Schieoevers Noord is aangegeven op welke wijze gecompenseerd kan worden voor een te hoge geluidbelasting. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De slechte verhouding woonruimte/buitenruimte, het gebrek aan zon tussen en rond de gebouwen door schaduwwerking en het geluidniveau dragen bij een aan slecht leefklimaat in Kabeldistrict. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 3b Daarnaast is in de planregels opgenomen dat er een windhinder en bezonningsonderzoek moeten worden overlegd bij gebouwen met een hoogte van 30 m of meer. Uit deze onderzoeken moet blijken dat het bouwplan kan voldoen aan de in het bestemmingsplan opgenomen concrete normen voor wind en bezonning om zo een slecht leefklimaat te voorkomen. Verwezen wordt naar de aanpassingen onder 3b. In de planregels worden concrete normen voor bezonning (tenminste 2 uur zon per dag per woning in de periode van 21 april tot 21 augustus, met dien verstande dat als niet voldaan wordt aan de norm mitigerende maatregelen verplicht worden gesteld) en windklimaat (voldaan moet worden aan een minimaal ‘matig’ windklimaat, zoals bedoeld in NEN 8100) opgenomen.

4: Bedrijven Kring Schieoevers (BKS) 4a Samenvatting Door de omvang en de gekozen systematiek van het bestemmingsplan bestaat veel negativisme. Belanghebbenden hadden bij de formulering van het bestemmingsplan meer betrokken willen zijn, want door de korte wettelijke termijn zijn zij onvoldoende in staat gesteld om goed op dit plan te reageren. Door de snelheid van het proces bevat het ontwerp diverse slordigheden en inconsistenties. Daardoor wordt het voor belanghebbenden bemoeilijkt om een reactie te kunnen geven. Verzocht wordt om na ‘het zetten van de puntjes op de i’ en de verwerking van de zienswijzen het ontwerp opnieuw ter inzage te leggen om de transparantie te vergroten. Deze extra tijd kan ook benut worden om participatie te organiseren voor de MER, het RKK en het nieuwe geluidskader. Beantwoording Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over omvang en samenhang van de documenten. Verder is in een overleg met BKS besproken dat het doel van de zienswijze is om een zorgvuldige procedure te doorlopen die ook zo snel mogelijk leidt tot een onherroepelijk plan. Daarvoor is het wegnemen van onrust voorafgaand aan de vaststelling essentieel. Afgesproken is dat er een versie van het bestemmingsplan beschikbaar wordt gesteld waarin de aanpassingen zichtbaar zijn. 48

4b

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

Aanpassing 4c

Samenvatting

Beantwoording

4d

Aanpassing Samenvatting

Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Snelheid lijkt boven zorgvuldigheid te staan. Door de snelheid bevat het ontwerp diverse slordigheden en inconsistenties. Het gaat om kleinigheden zoals nummeringen en verwijzingen maar ook inhoudelijke inconsistenties tussen regels onderling maar ook tussen de regels en de toelichting, bijvoorbeeld over geluid en programma. Daardoor wordt het voor belanghebbenden bemoeilijkt om een reactie te kunnen geven. Verzocht wordt om na ‘het zetten van de puntjes op de i’ en de verwerking van de zienswijzen het ontwerp opnieuw ter inzage te leggen om de transparantie te vergroten. Deze extra tijd kan ook benut worden om participatie te organiseren voor de MER, het RKK en het nieuwe geluidskader. De toelichting en de regels van het bestemmingsplan zullen nog eens kritisch worden bekeken, waarbij verwijzingen, nummeringen en dergelijke zorgvuldig gecontroleerd worden. Ook de geluidregeling en de juridische planbeschrijving daarover worden nog gecontroleerd als de aanpassingen naar aanleiding van de zienswijzen en de ambtshalve wijzingen zijn doorgevoerd. Verder kan het zijn dat voortschrijdend inzicht ertoe geleid heeft dat documenten niet 1-op-1 met elkaar overeenkomen. Dergelijke inconsistenties kunnen niet worden verholpen. U mag er dan van uitgaan dat het meest recente document de actuele stand van zaken weergeeft.

Ten aanzien van het proces wordt verwezen naar de thematische beantwoording over omvang en complexiteit, onderdeel procedure. Dit leidt tot diverse kleine aanpassingen in de regels en de toelichting bij het bestemmingsplan met als doel de inconsistenties en slordigheden te verhelpen. De extra tijd die ontstaat door een nieuwe tervisielegging, kan ook benut worden om participatie te organiseren voor de geactualiseerde MER, de wijzigingen in het RKK en het nieuwe geluidskader voor Schieoevers-Noord. Hier heeft nog geen participatie én geen besluitvorming over plaatsgevonden. Die besluitvorming zou voorafgaand aan de besluitvorming over het bestemmingsplan moeten plaatsvinden, zodat het bestemmingsplan in lijn met de vastgestelde kaders wordt vastgesteld. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over omvang en complexiteit, onderdeel procedure en de thematische beantwoording over de MER, onderdeel proces. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat gevestigde bedrijven niet worden beknot in hun bedrijfsvoering. Naast Lijm & Cultuur zijn er diverse bedrijven en verenigingen die hun zorg hebben geuit over het kunnen voortzetten van de bestaande bedrijfsvoering. Enkelen vrezen dat de continuïteit onder druk komt te staan.

49

Beantwoording

Aanpassing

4e

Samenvatting

Beantwoording

4f

Aanpassing Samenvatting

Echter door de snelheid van het proces wordt getwijfeld of de intenties van de gemeente wel goed zijn verwerkt. Er is een 0-meting gedaan, maar niet al die metingen zijn definitief/verwerkt. Ook zijn er bedrijven die de 0-meting geaccepteerd hebben maar de implicaties daarvan destijds nog niet konden overzien, waar dat nu met het ontwerpbestemmingsplan zichtbaar is. Bedrijven hebben in hun individuele reactie op de 0-meting gereageerd. Het is van belang om de tijd te nemen voor de verwerking van de zienswijzen, zodat een ruimtelijk kader waarbij bestaande bedrijven niet worden beknot en de ambities voor de ontwikkeling samen kunnen gaan. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel algemeen en RBS onderzoek. Aanvullend is in de regels van het bestemmingsplan nadrukkelijk beschreven wanneer sprake is van een nieuw bedrijf en wanneer van een wijziging of uitbreiding van een bestaand bedrijf. Tevens is in de toelichting toegevoegd wat verstaan wordt onder “niet beknotten”. Dit leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan, waarbij: • in de begripsbepalingen en de regels verduidelijkt is wanneer sprake is van de uitbreiding of wijziging van een bestaand of een nieuw bedrijf. • in de toelichting toegevoegd is wat “niet beknotten” betekent.

Voor zover er toch een bedrijf beknot wordt in de bedrijfsvoering dient daar een ruimhartige compensatie tegenover te staan. Verwezen wordt ook naar afspraak 3 uit het convenant van BKS met de gemeente. Voor zover indiener van mening is dat sprake is van een beperking in de huidige bedrijfsvoering staat de mogelijkheid open om na inwerkingtreding van het bestemmingsplan een beroep te doen op planschadecompensatie op grond van artikel 6.1 e.v. van de Wet ruimtelijke ordening. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het plan moet de ontwikkeling van innovatieve maakindustrie faciliteren. BKS stelt dat met het loslaten van de milieucategorieën en de mogelijkheid nieuwe bedrijven alleen toe te laten als het geluideffect binnen de inrichtingsgrens blijft of op maximaal 10 meter daar buiten er alleen bedrijven in de categorie 1 en 2 zich zullen vestigen. Dat is in strijd met het convenant, het Ontwikkelplan, het MER en het Compensatieplan. Het ontwikkelplan spreekt immers van bedrijven in de milieucategorie 3.2 en uitzonderlijk 4.1. Dit zou zich moeten vertalen in een toegestaan geluideffect tot 30 meter in een gemengd gebied. Voorgesteld wordt om bij nieuwe initiatieven de nu in beeld gebrachte contouren het vertrekpunt te laten zijn (rekening houdend met de inhoudelijke zienswijzen hierover).

Door de geluidsregels los te laten/een ruimhartig geluidskader te introduceren, kan maatwerk worden verricht. Zo ontstaat er maximale flexibiliteit voor niet-geluidgevoelige functies. Naast geluid wordt verzocht om het 50

Beantwoording Aanpassing 4g

Samenvatting

Beantwoording

bestemmingsplan opnieuw te beoordelen op onbedoelde andere drempels voor het realiseren van de werkambities. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel loslaten milieucategorieën. Dit leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan zoals beschreven bij de thematische beantwoording over geluid, onderdeel loslaten milieucategorieën. BKS pleit er voor de geluidregels voor nieuwe niet-geluidgevoelige functies in het Kabeldistrict en Nieuwe Haven los te laten en maatwerk te verrichten om niet-geluidgevoelige functies te faciliteren. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de zones “ruis, reuring en rust” zoals die ook in de toelichting genoemd zijn. Zo kan een ruimhartiger regime gelden aan de kant van het spoor en een stringenter aan de kant van het water. Nu geldt overal het “rust”-regime. Het bestemmingsplan moet kaders bieden waaruit blijkt dat het woon- en leefklimaat én het vestigingsklimaat zijn zeker gesteld. Als er geen regels worden verbonden aan nieuwe functies is dat niet gegarandeerd. Het is dus niet mogelijk in het geheel geen geluidregels te stellen aan nieuwe niet-geluidgevoelige functies. De regels werken beide kanten uit. De gevoelige functies worden beschermd tegen te veel geluid maar de bedrijven worden ook beschermd tegen geluidgevoelige functies, zoals woningen, die beperkingen opleggen aan het bedrijf.

Zonder het stellen van normen kan de situatie ontstaan dat woningen en bedrijven op een te korte afstand van elkaar worden gerealiseerd, wat aanzienlijke onderlinge problemen kan opleveren. Wie heeft er dan ‘gelijk’. Voor wat betreft het voorstel om meer te werken met de zones voor “ruis, reuring en rust” om zo de maakindustrie beter de faciliteren het volgende. Stedenbouwkundig is geborgd dat er binnen Kabeldistrict sprake zal zijn van de zonering ruis, reuring en rust, waarbij de zone “rust” aan de Schie is gelegen, de zone “ruis” aan het spoor en de omgeklapte Schieweg en de zone “reuring” zit daar tussen. Deze zonering komt niet alleen tot uiting in het stedenbouwkundig plan maar ook bijvoorbeeld door de omgeklapte Schieweg, die zorgt dat de meest belaste functies zich rondom de omgeklapte Schieweg vestigen (in de spoorzone). Ook door invulling te geven aan het provinciaal beleid, het versterken van het groen en blauw, ontstaat langs de Schie juist een rustzone. Alhoewel aan de rust zijde (overzijde Schie) nog activiteiten worden uitgevoerd met een hoge milieubelasting (bijvoorbeeld Dyckerhoff Basal) wordt wel voldoende afstand gehouden van deze activiteiten. Ondanks dat het bestemmingsplan de innovatieve maakindustrie in het gehele plangebied faciliteert blijkt uit de zienswijze dat er zorgen zijn of de innovatieve maakindustrie voldoende wordt

51

Aanpassing

4h

Samenvatting

Beantwoording

4i

Aanpassing Samenvatting

gefaciliteerd. Naar aanleiding van deze zienswijze krijgen nieuwe bedrijven aan de spoorzijde meer geluidsruimte (de zogenaamde ruiszijde). Dit leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Voor bedrijven binnen de ontwikkellocaties wordt in het bestemmingsplan meer geluidsruimte geboden in de zone langs het spoor (deze zone is aangeduid met de ‘specifieke bouwaanduiding – zone 1’ in het ontwerp, maar is qua naamgeving ook gewijzigd naar ‘specifieke vorm van gemengd-geluidruimte bedrijven’). Dit kan alleen als er op kortere afstand dan 30 meter geen bebouwingsmogelijkheden zijn voor geluidgevoelige bestemmingen. Zo wordt onderscheid gemaakt tussen rust/reuring en ruis. De positie van de bestaande bedrijven in het Kabeldistrict zijn niet meegenomen in de 0-meting omdat het tijdelijke huurders zijn. BKS is het daar niet mee eens. Er bestaat geen verschil tussen een huurder op het Kabeldistrict en elders. De geluidregels zouden ook rekening moeten houden met de bestaande bedrijven in Kabeldistrict. De tijdelijke huurders zullen, in zover deze passend zijn en overgaan naar een nieuwe permanente locatie, moeten voldoen aan de nieuwe (geluids)kaders van het nieuwe bestemmingplan voor Kabeldistrict. Hierover zijn de afspraken, gemaakt tussen verhuurder Kabeldistrict en de individuele tijdelijke huurders, leidend.

Vanuit dat perspectief is er duidelijk verschil tussen de bestaande bedrijven en de tijdelijke huurders binnen Kabeldistrict. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De sturing op de ontwikkeling van werkambities in het Kabeldistrict is onvoldoende. Het bestemmingsplan biedt zeer veel flexibiliteit. In het bestemmingsplan is voor Kabeldistrict een veelheid van functies toegestaan die de samenloop tussen wonen en werken moet stimuleren. De verschillende functies zijn beperkt door een maximaal programma voor het gebied en per functie. Verder wordt op de mix gestuurd met de MXI. BKS is bezorgd over het sturen op werken met de MXI. Aan de spoorzijde en de Schiezijde zal respectievelijk 85% en 90% van het oppervlak uit wonen bestaan. Bovendien valt onder ‘nietwonen’ alle andere functies dan wonen verstaan. Niet alleen werken dus. Onduidelijk is verder hoe uiteindelijk aan de MXI wordt getoetst. Bijvoorbeeld zolang nog delen van de huidige Schiehallen bestaan, zal het accent vooral liggen op het toevoegen van wonen omdat altijd aan de MXI wordt voldaan. Om een gemengd stedelijk gebied te realiseren dient er strikter gestuurd te worden, met name op de werkambities anders bestaat de mogelijkheid dat de ambities voor werken niet worden gerealiseerd. Als voorbeeld worden Binckhorst en Amsterdams havengebied genoemd waar werkambities niet gehaald zijn

52

Beantwoording

Het bestemmingsplan biedt de maximale kaders waarbinnen een ontwikkeling mag plaatsvinden (toelatingsplanologie). Een bestemmingsplan is niet het juiste instrument om een verplichting af te dwingen voor de hoeveelheid werken die in een gebied moet worden gerealiseerd. Wel kan het bestemmingsplan een maximaal programma borgen en per functie een maximum stellen. Daarnaast is in het bestemmingsplan inderdaad gebruik gemaakt van de MXI. Dit is een index die stuurt op het mengen van functies waarbij wonen wordt afgezet tegen niet-woonfuncties (openbare ruimte zijn daarvan uitgesloten). In het bestemmingsplan is een maximale norm gesteld voor (o.a.) de MXI per op de planverbeelding aangeduide zone. Dat betekent concreet dat als de zone gerealiseerd is het brutovloeroppervlak (bvo) van alle bebouwing in die zone naar functies verdeeld is volgens de norm. Als er een norm van 80 maximaal is gesteld mag maximaal 80% van het bvo voor wonen zijn gerealiseerd en moet 20% een andere functie hebben. De gestelde MXI lijken heel hoog en vooral te suggereren dat er maar weinig niet-woonfuncties komen. Echter, de nietwoonfuncties zijn met name in de onderste bouwlagen toegestaan en het wonen met name in de hogere bouwlagen (uitzonderingen daargelaten). De mix aan functies moet ook voornamelijk in de plint ervaren worden. Let wel, bij de MXI is het woonoppervlak beperkt.

Het werkoppervlak mag groter zijn, waarbij de beperkingen uit het programma leidend zijn. De zorg van BKS dat de sturing vooral op het eind zal plaatsvinden is, op basis van het bestemmingsplan, grotendeels terecht omdat niet per bouwaanvraag aan de MXI moet worden voldaan maar slechts bij het afronden van een zone. Om die reden zal een beoordelingsregel worden toegevoegd dat aanvrager bij een vergunningaanvraag ook moet aantonen dat het nog op koers ligt om te voldoen aan de gestelde MXI. Dat geeft meer grip en zekerheid over naleven van de norm. Voorts worden bij het bepalen van de MXI de bestaande bedrijfsactiviteiten uitgezonderd, zodat nieuwe werkruimten gerealiseerd zullen worden ook in de eerste fases van de planontwikkeling wanneer de Schiehallen zeer waarschijnlijk nog in gebruik zullen zijn.

Aanpassing

De MXI voor de gehele ontwikkeling is ook in de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar geborgd. In de regels is een beoordelingsregel toegevoegd (artikel 6.5. onder d) dat de indiener van een vergunningaanvraag moet aantonen hoe de aanvraag zich verhoudt tot de gestelde MXI voor de gehele zone waarvoor de vergunningaanvraag wordt ingediend. Tevens zijn de bestaande bedrijfsactiviteiten in de huidige Schiehallen worden uitgesloten van de MXI. 53

4j

Samenvatting Beantwoording

Aanpassing

4k

Samenvatting

Beantwoording

De hoofdinfrastructuur is eveneens niet geregeld, waar dat op basis van het stedenbouwkundig plan wel zou moeten kunnen. Omdat het stedenbouwkundig plan nog niet volledig uitgewerkt is, heeft het de voorkeur om de infrastructuur niet gedetailleerd vast te leggen. Dat beperkt immers de flexibiliteit voor het optimaliseren van de ontwikkeling. Voor Nieuwe Haven was de stedenbouwkundig uitwerking al bekend ten tijde van het opstellen van het ontwerp. Inmiddels is voor Kabeldistrict voor twee bouwvelden (J en K) de nadere uitwerking ook bekend. Dit houdt in dat deze twee bouwvelden ook meer gedetailleerd in het bestemmingsplan worden vastgelegd. Voor deze bouwvelden wordt daarmee ook de infrastructuur binnen die bouwvelden inzichtelijk. De fabrieksmuren worden daarnaast in het bestemmingsplan ook aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. De fabrieksmuren moeten behouden blijven en zichtbaar zijn. Dit heeft tot gevolg dat langs die muren openbare ruimte gaat ontstaan. Voor de overige bouwvelden blijft de flexibiliteit noodzakelijk en wordt de infrastructuur niet vastgelegd in het bestemmingsplan. Verwezen wordt ook naar de thematische beantwoording over ruimtelijke kwaliteit. Verwezen wordt naar de aanpassingen zoals beschreven in de thematische beantwoording over de ruimtelijke kwaliteit.

Echter omdat ambtshalve de bouwvelden J en K gedetailleerd worden uitgewerkt in het bestemmingsplan en de fabrieksmuren nader worden aangeduid, is de infrastructuur hier ter plaatse wel vastgelegd/inzichtelijk gemaakt. De volgende voorstellen worden gedaan om beter te sturen op de werkambitie: 1. Het stedenbouwkundig plan vertalen naar kleine bouwvelden met maxima per functie en de hoofdinfrastructuur vast te leggen; 2. Het verkleinen van zones waarop de MXI van toepassing is en eventueel ook bij de eerste zones een hoger percentage aan niet-woonfuncties programmeren; 3. Het opnemen van een (relatief laag) maximum m² wonen zolang er nog geen nieuwe bedrijfsruimte is gerealiseerd; 4. Het benoemen van een maximum percentage geluidgevoelige functies op de begane grond per bouwveld en het opnemen van regels die voorkomen dat niet-geluidgevoelige functies gewijzigd worden naar gevoelige functies; 5. Het benoemen van specifieke doelgroepen voor bedrijfsruimte om de innovatieve maakindustrie te stimuleren. Er wordt een aantal voorbeelden genoemd ter inspiratie. 1. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over ruimtelijke kwaliteit. Omdat voor Kabeldistrict nog niet het gehele stedenbouwkundige plan nader is uitgewerkt ligt de 54

infrastructuur ook nog niet volledig vast (zie hiervoor ook de beantwoording onder 4j) en kunnen ook nog niet overal bouwgrenzen worden opgenomen die de bouwvlakken laten zien. Om deze reden is het opnemen van maxima voor de verschillende functies ook niet mogelijk op een kleiner niveau. Bij vaststelling van het bestemmingsplan is dat proces nog niet afgerond en is het niet mogelijk het bestemmingsplan voor het overige deel van Kabeldistrict nog concreter te bestemmen. Uitzondering op dit punt is dat een aantal zones van de rest van Kabeldistrict kleiner worden. Maatvoeringen van gebouwen kunnen vanwege die reden ook meer gedetailleerd worden opgenomen in het bestemmingsplan. 2. Omwille van de noodzakelijke flexibiliteit voor de ontwikkeling is het niet mogelijk om de MXI voor kleinere zones vast te leggen (zie eveneens de beantwoording onder 1). Als daar wel voor zou worden gekozen is de kans heel groot dat veel afwijkingen van het bestemminsplan nodig zijn. Dat geeft een onnodig hoge druk op de ambtelijke organisatie en zal leiden tot hogere kosten en tijdverlies door extra procedures. 3. In de overeenkomst met Kabeldistrict zijn afspraken vastgelegd over m2 wonen en werken. Een lager oppervlakte in het bestemmingsplan opnemen betekent dat de gemeente niet aan haar onderdeel van de overeenkomst voldoet.

Het koppelen van oppervlakte wonen aan oppervlakte werken lijkt positief voor het stimuleren van werkruimte. Echter, zal niet in ieder plot werkruimte gerealiseerd kunnen worden, waardoor een koppeling niet uitvoerbaar zal zijn. Een verplichte koppeling betekent dan ook mogelijk een gijzeling van de ontwikkeling. Bovendien is er veel vraag naar wonen in de regio, waardoor naast de nadrukkelijke ambitie om werkruimte te realiseren er ook een hoge ambitie ligt voor wonen. Door het creëren van een impasse, zullen beide ambities niet van de grond komen. Daar is niemand bij gebaat. 4. Het bestemmingsplan kan niet een gewenste ontwikkeling afdwingen. Het lijkt vooralsnog niet voor de hand te liggen om een maximum percentage te stellen voor geluidgevoelige functies op de begane grond per bouwveld. Niet in ieder gebouw zal de plint met een gelijk percentage of oppervlakte gevoelige functies worden gerealiseerd. Er zullen gebouwen zijn die in de plint volledig met niet-geluidgevoelige functies worden gerealiseerd en andersom zullen er ook gebouwen zijn waar geen niet-geluidgevoelige functies in de plint worden ondergebracht. Vanwege de flexibiliteit die het plan moet bieden is het niet wenselijk om een maximum percentage voor geluidgevoelige functies vast te leggen.

Voorts is met de vastgelegd MXI voldoende geborgd dat ook niet-geluidgevoelige functies worden ondergebracht in het gebied. Daarnaast is om het gebruik van de begane grond voor nietwoonfuncties te stimuleren een bepaling opgenomen dat de verdiepingshoogte van de begane grond tenminste 4,50 meter moet bedragen. Een dergelijke hoogte kan ook voor 55

Aanpassing

4l

Samenvatting

Beantwoording

woningen worden benut maar dat is minder vanzelfsprekend. Het opnemen van een regel dat voorkomt dat niet-gevoelige functies worden omgezet naar gevoelige functies past niet bij de beoogde flexibiliteit. Het bestemmingsplan bevat nu al een regeling dat een vergunning nodig is als de functie wordt gewijzigd. Bij de beoordeling van de aanvraag om een vergunning wordt ook de MXI getoetst. Zolang daaraan wordt voldaan zou omzetting kunnen. 5. Het bestemmingsplan is niet het juiste instrument om doelgroepen vast te leggen. In uitspraken van de rechter komt ook terug dat dat alleen is toegestaan als daar een directe relatie ligt met de ruimtelijke relevantie (onder de Crisis- en herstelwet is dat de fysieke leefomgeving). Echter, is er geen mogelijkheid om bedrijfstypen aan te wijzen. Alleen de effecten op de omgeving kunnen worden geborgd. Het bestemmingsplan kan slechts de mogelijkheid bieden voor de MAAK-industrie, afdwingen kan niet. Verwezen wordt ook naar de thematische beantwoording over ruimtelijke kwaliteit. Verwezen wordt naar de aanpassing zoals beschreven in de thematische beantwoording over de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast wordt daar waar het mogelijk ook maatvoeringen gedetailleerder bepaald in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan mag geen (onbedoelde) drempel introduceren voor de innovatieve maakindustrie. Het plan moet daarom voorzien in: 1.

een flexibel geluidkader; 2. voldoende bouwhoogte (inpandige hoogte begane grondlaag nu 4,5 meter met een afwijking, waar 4 meter geadviseerd is en een plinthoogte van 8 meter); 3. een goed bouwkundig casco; 4. goede logistieke ontsluiting. Het is geenszins de bedoeling dat het bestemmingsplan een drempel opwerpt en naar mening van de gemeente is dat ook niet zo. Het bestemmingsplan is echter niet altijd het juiste instrument om de doelen mee te bereiken en alleen een middel, waarin de maximale kaders zijn opgenomen om de ontwikkeling te laten plaatsvinden. Strikt genomen hoeven de maxima niet te worden benut. Het bestemmingsplan kan en mag dat in principe niet afdwingen. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 4f en 4g. 1. Binnen de mogelijkheden die de wetgeving biedt is een flexibel geluidkader opgenomen voor de ontwikkeling. Daarbij zijn wel harde normen gesteld om het woon- en leefklimaat zeker te stellen voor wat betreft het geluidklimaat. De flexibiliteit draagt er aan bij dat functies zich naast elkaar kunnen ontwikkelen, mits voldaan wordt aan de normen.

56

4m

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

2. De gemeente heeft een andere visie op de plinthoogte dan het advies dat BKS gegeven heeft. De visie van de gemeente is gevolgd. 3. Dit is geen zaak van een bestemmingsplan. De bouwhoogte in het plan is voldoende om technische installaties te kunnen realiseren. Kolomafstanden en overspanningen en dergelijke vallen niet in de reikwijdte van het plan. Het bestemmingsplan staat een grote overspanning niet in de weg. 4. Voor de ontsluiting wordt in het bestemmingsplan ruimte geboden. Hoe deze er in de praktijk uit zal zien, is een uitwerkingskwestie. Dit reikt verder dan de mogelijkheden van een bestemmingsplan. Zoals indiener aangeeft is het van belang dat er een samenspel plaatsvindt tussen verschillende instrumenten om de ambities te realiseren. De anterieure overeenkomst, het bestemmingsplan en het RKK zijn daarvoor inderdaad de belangrijke basis. Deze worden gezamenlijk ingezet. Daarnaast is een beeldkwaliteitsplan in voorbereiding waarmee gestuurd kan worden net als de anterieure overeenkomst. Vervolgens wordt de ontwikkeling met monitoring gevolgd. De periodieke monitoringsrapportage kan leiden tot bijstelling van de plannen en daarmee ook bijstelling van het ruimtelijk besluit (bestemmingsplan/omgevingsplan). Dit leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Er bestaat zorg over de bereikbaarheid (congestie en in geval van calamiteiten) en de verkeersveiligheid van het gebied. De ontwikkeling leidt tot een toename van verkeer. In het MER en het Ontwikkelplan is aangegeven dat bestaande bedrijven hun bedrijfsvoering moeten kunnen voortzetten, inclusief bijbehorende logistiek en dat de bereikbaarheid van de bedrijven minimaal op hetzelfde niveau moet blijven. Dat er aanpassingen noodzakelijk zijn is al in het mobiliteitsplan geconstateerd met name voor de op- en afritten van de Kruithuisweg. In het MER is een monitoringssystematiek opgenomen waaruit blijkt of aanpassingen aan de infrastructuur nodig zijn. Indiener merkt op dat daarbij alleen achteraf problemen gesignaleerd worden. Aanpassingen zullen plaatsvinden als het leed al geschied is. Bovendien is aanpassing van het bestemmingsplan nog nodig om de opstellengte bij de Schieweg/Kruithuisweg te kunnen realiseren. Verzocht wordt om een proactieve aanpak om de bereikbaarheid op peil te houden en niet te wachten totdat er daadwerkelijk problemen zijn ontstaan. Verzocht wordt om voor het kruispunt Schieweg/Kruithuisweg het bestemmingsplan aan te passen, zodat de noodzakelijke opstellengte gerealiseerd kan worden. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over het MER en verkeer en bereikbaarheid onderdeel maatregelen en monitoring bereikbaarheid.

57

Aanpassing 4n

Samenvatting

Beantwoording

4o

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

4p

Aanpassing Samenvatting

Verwezen wordt naar de aanpassingen zoals beschreven onder de thematische beantwoording over het MER en verkeer en bereikbaarheid onderdeel maatregelen en monitoring bereikbaarheid. Voor de aanlandingen van de Gelatinebrug is het niet duidelijk of de benodigde ruimtelijke reserveringen gedaan zijn én of ook de verkeersveiligheid voldoende geborgd is. Er bestaan grote zorgen over het kruisend verkeer (fiets- en vrachtverkeer) aan de kant van de Rotterdamseweg en de Schieweg. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over verkeer en bereikbaarheid, onderdeel fietsroutes en Gelatinebrug. De toelichting van het bestemmingsplan is op dit punt nader aangevuld ter verduidelijking. Op de MER Schieoevers Noord en de actualisatie heeft geen participatie plaatsgevonden. Verzocht wordt om dit alsnog te doen en de resultaten ervan in separate besluitvorming te laten plaatsvinden. Zodat het bestemmingsplan kan worden getoetst aan de kaders die in het MER zijn gesteld. Nu vindt over en weer steeds een toetsing plaats die niet transparant is. Het is onduidelijk welke wijzigingen in het Spelregelkader hebben plaatsgevonden en welke consequenties en implicaties dat heeft. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over het MER, onderdeel procedureel. Aanvullend geldt dat het bestemmingsplan getoetst wordt aan het MER en het spelregelkader.

De wijzigingen in het spelregelkader zijn aangeduid in de actualisatie van het MER. De onderbouwing daarvan is daar ook beschreven. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Vooruitlopend op de gevraagde participatie geeft indiener alvast een aantal punten over het geactualiseerde MER mee: 1. In het Spelregelkader is de voorwaarde dat gestuurd wordt op FSI en FMI geschrapt. In het bestemmingsplan wordt afgeweken van de in het Ontwikkelplan opgenomen normen voor Kabeldistrict en Nieuwe Haven. Het bestemmingsplan voldoet daarmee niet aan het ruimtelijk kwaliteitskader. Wat betekent dat concreet voor de ontwikkeling van Kabeldistrict en Nieuwe Haven alsmede de (toekomstige) programmering andere locaties? 2. Een aanpassing van de aansluiting van de Schieweg op de Kruithuisweg zou niet meer noodzakelijk zijn, maar dit is strijdig met het Mobiliteitsplan Kabeldistrict. In de MER staat dat het nieuwe verkeersmodel uitgaat van lagere verkeersintensiteiten dan het oude model, wat is daar de reden van? 3. Wat is de reden om tot een totale dezonering van het industrieterrein over te gaan en welke afwegingen zijn daarbij gemaakt? In reactie op eerdere opmerking hierover is aangegeven dat de volledige dezonering nodig is omdat de stapsgewijze dezonering “niet de positieve 58

Beantwoording

uitwerking heeft op de herstructurering van Schieoevers als eerder verondersteld”. Dit zou in het geactualiseerde MER verder moeten worden onderbouwd. Los van het benoemen dat het zonebeheermodel onvoldoende accuraat bleek, is niet uitgelegd waarom. Er wordt voorbij gegaan aan het feit dat een gezoneerd industrieterrein comfort biedt aan de gevestigde bedrijven. Verzocht wordt de reden voor dezonering en de afwegingen toe te lichten. 1. Hoewel in het Spelregelkader de spelregel van FSI en FMI is doorgehaald, betekent dit niet dat deze indexen niet (meer) voor Kabeldistrict en Nieuwe Haven van belang zijn. De spelregels rondom FSI en FMI zijn namelijk vastgelegd in het Ontwikkelplan, dat eveneens als onderlegger voor de ontwikkeling van Schieoevers Noord geldt en waaraan getoetst wordt tijdens de monitoring die de komende jaren wordt uitgevoerd. In het Ontwikkelplan is de FSI en de FMI bepaald op basis van een streefbeeld. Een iets andere invulling leidt tot een andere norm. De FSI en de FMI zijn daarom geen normen die expliciet in het bestemmingsplan geborgd zouden moeten worden, omdat daarmee een te rigide kader ontstaat voor de ontwikkeling. Impliciet is de FSI wel opgenomen doordat regels gesteld zijn aan het maximaal te bebouwen oppervlak, het maximaal brutovloeroppervlak per functie en de maximale bouwhoogte. De FMI heeft betrekking op arbeidsplaatsen.

Deze is opgehangen aan het brutovloeroppervlak voor niet-woonfuncties. Dit brutovloeroppervlak voor niet-woonfuncties is vastgelegd in het bestemmingsplan en in de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar voor de gehele locatie. De MXI vult hierin de verbinding en deze is in de regels van het bestemmingsplan wel vastgelegd. Met de verplichte monitoring wordt de ontwikkeling in de gaten gehouden. Wanneer blijkt dat met de gerealiseerde of vergunde plandelen de FSI en de FMI te veel uit de pas zullen lopen met de normen uit het ontwikkelplan zal beoordeeld worden of bijsturing nodig is. Die bijsturing kan dan door het aanpassen van de normen in het bestemmingsplan. Verder wordt verwezen naar de beantwoording onder 4i en 4k. 2. In het MER wordt met een globale rekenwijze de verkeersafwikkeling van het kruispunt bepaald, zowel voor modeljaar 2032 als 2040. Deze voldoen inderdaad. In het Mobiliteitsplan voor Kabeldistrict is, op basis van dezelfde modelcijfers uit het MRDH model (regionale verkeer- en vervoermodel van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag) (modeljaar 2032), met een meer gedetailleerde rekenmethode naar het kruispunt gekeken. Daaruit blijkt ook dat het kruispunt voldoet qua verkeersafwikkeling. Bij deze rekenmethode is ook gekeken naar de maximale opstellengte (worst case benadering). Die blijkt in dat geval op sommige verkeersrichtingen te kort.

Dit betekent niet dat de verkeersafwikkeling 59

4q

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

van het kruispunt als geheel onvoldoende is. De maximale opstellengte komt naar schatting in 5% van de gevallen tijdens de spitsen voor. Daarom is in het mobiliteitsplan de aanbeveling gedaan enkele opstelvakken te verlengen zodra er sprake is van een reconstructie van het kruispunt waarbij dit meegenomen kan worden. 3. Bij het Verkeersonderzoek voor het MER uit 2019 is een ander verkeersmodel toegepast. Het bij onderhavig bestemmingsplan en bij de actualisatie van het Verkeersonderzoek bij het MER toegepaste verkeersmodel levert andere resultaten op. In Bijlage 2 bij het geactualiseerde verkeersonderzoek bij het MER (Bijlage 1 bij de Toelichting op het ontwerpbestemmingsplan) zijn deze verschillen nader toegelicht. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel dezonering Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Naast het bestemmingsplan zijn ook twee ontwerpbesluiten voor het vaststellen van hogere waarde ter inzage gelegd (Schieoevers-Noord en Schieoevers-Zuid/Rotterdamseweg 189). • Voor Schieoevers-Noord wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden die de Crisis- en herstelwet biedt maar die afwijken van de Wet geluidhinder. Als de bepalingen conform in de Omgevingswet komen, is er geen probleem. Er bestaat de kans dat in de Omgevingswet andere regels worden geïntroduceerd.

In het ergste geval zal na 10 jaar alsnog de bedrijfsvoering van de bedrijven beknot worden. Verzocht wordt om het genoemde risico te mitigeren, zodat bedrijven over 10 jaar niet beknot kunnen worden. • Op voorhand ziet indiener voor het hogere waarden besluit voor Schieoevers-Zuid geen risico dat bedrijven in hun bedrijfsvoering worden beknot. Kan dat bevestigd worden? Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel hogere waarden. Aanvullend: • Er is inderdaad een kleine kans dat de normen in de Omgevingswet anders zijn dan in de Crisis- en herstelwet. We begrijpen ook dat dat onrust kan geven voor de bestaande bedrijven. Dyckerhoff Basal is het enige bedrijf waarbij wordt afgeweken van de grenswaarden Wet geluidhinder (op grond van de Crisis- en herstelwet). Echter, de huidige wetgeving (Crisis- en herstelwet) biedt de mogelijkheid deze regels te stellen. Het bestemmingsplan is dus overeenkomstig de huidige wet- en regelgeving. Dit bestemmingsplan komt ook tot stand onder deze wet en zal ook getoetst blijven worden aan deze wet, totdat er een nieuw plan (waarschijnlijk een omgevingsplan) gemaakt wordt. Dat plan moet dan worden beoordeeld op de dan geldende normen. Zoals verder onder 1a is beschreven, zijn er wanneer de Omgevingswet toch niet in werking treedt twee oplossingsmogelijkheden/terugvalopties. De eerste is dat het systeem met 60

4r

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

Aanpassing

geluidproductieplafonds en jaargemiddelde waarden voor industrieterreinen toch binnen 10 jaar wordt ingevoerd, net zoals bij Rijkswegen al is gebeurd. De tweede is dat alsnog wordt voldaan aan de grenswaarden Wet geluidhinder. Dit zou kunnen als gebruik gemaakt wordt van de maximale aftrek redelijke sommatie. In dat geval kan ook zonder ingrijpende maatregelen aan de grenswaarden Wet geluidhinder worden voldaan. Overigens is het niet aannemelijk dat de Omgevingswet niet in werking zal treden. De wet is immers al aangenomen. Ter discussie staat wanneer de wet in werking zal treden. • Het zuidelijke deel van Schieoevers (industrieterrein Schieoevers Zuid) blijft ongewijzigd. Voor dit terrein moet wel een gewijzigde geluidzone worden bepaald, omdat het noordelijke deel grotendeels wordt gedezoneerd en nu nog een geluidzone met Schieoevers Zuid deelt. Echter, dit heeft geen invloed op de bedrijfsvoering van de bestaande bedrijven op Schieoevers Zuid. Het klopt dus dat de bedrijven op Schieoevers Zuid niet worden beknot in hun bedrijfsvoering. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan worden diverse bevoegdheden verschoven van raad naar college. Vanwege de complexiteit van de (deel)ambities binnen Schieoevers Noord, wordt verzocht dit enkel te doen waar het een technische uitwerking betreft.

Beleidsrijke afwegingen moeten (integraal, in openbaarheid en met participatie) bij de raad blijven. Er zijn vooral ook veel bevoegdheden bijgekomen aangezien er diverse vergunningplichten zijn toegevoegd. Het betreft echter geen bevoegdheden die van de gemeenteraad naar het college worden verschoven. Het verlenen van vergunningen is ook nu al vaak een bevoegdheid van het college. Daar waar ingrijpende aanpassingen aan de orde zijn, is een aanpassing van het bestemmingsplan benodigd. Die bevoegdheid blijft bij de raad en daar zal ook een integrale afweging plaatsvinden alsmede participatie. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

5: De Koning Advocaten namens Zwatra B.V. en Zwatra Beheer B.V. 5a Samenvatting De indiener waardeert dat het concept plan met de BKS als vooroverlegpartner is besproken. Echter, bij ingang van de ter inzage legging, was de brief met vragen van de BKS nog niet beantwoord. Gelet op de omvang en de complexiteit van het ontwerp bestemmingsplan en de impact welk het plan heeft op de bestaande bedrijven is die termijn (van zes weken) evident te kort om een volledige en deugdelijke reactie te geven op het plan. De indiener wordt derhalve graag in de gelegenheid gesteld om aanvullende zienswijze in te dienen of op een later moment hun zienswijze nader te onderbouwen of te wijzigen. 61

Beantwoording Aanpassing 5b

Samenvatting

Beantwoording

5c

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over omvang en samenhang van de documenten. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De indiener ziet graag een volledige onderbouwing op de volgende punten die in het vooroverleg (via BKS) al aan bod zijn gekomen: • de doorgang voor exceptioneel transport (vanaf Prysmian naar de Kruithuisweg) blijft behouden; • de geluidhinder van de indiener mag binnen de gestelde normen (nul meting) geen bezwaar opleveren voor de omgeving; • bij de bouw van de Gelatinebrug moet er rekening mee gehouden dat fietsverkeer en voetgangers gescheiden blijven van overig verkeer. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel algemeen en de thematische beantwoording over verkeer en bereikbaarheid. Verder dient opgemerkt te worden dat het bestemmingsplan alleen de planologische ruimte biedt voor het gebruik van de gronden voor de verkeersfunctie. Vanzelfsprekend wordt aandacht besteed de veiligheid van alle verkeersdeelnemers, maar dat valt buiten het kader van dit bestemmingsplan. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

In het ontwerpbestemmingsplan komt onvoldoende terug van de in het Ontwikkelplan omschreven kaders en de door de gemeenteraad aangedragen aanwijzingen: • de bestaande bedrijven worden te veel in de weg gezeten bij hun dagelijks werk; • er wordt onvoldoende rekening gehouden met groei- en uitbreidingsplannen; • de regels van het ontwerpbestemmingsplan zijn strijdig met de toezegging 'de komende 10 jaar gaat hun bedrijf niet opnieuw ontwikkeld worden als zij niet in de drie gebieden zitten die tot 2030 aangepakt worden’. • Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel algemeen en RBS onderzoek. Op de verbeelding van het bestemmingsplan en in bijlage 3 bij de regels zijn ten onrechte de aanduidingen voor de inrichting en de bijbehorende geluidzone niet goed opgenomen. Dit is met het afronden van het bestemmingsplan aangepast conform de RBS-rapportage voor Zwatra. • De gronden waar Zwatra gevestigd is behoren niet tot een van de drie genoemde gebieden waar binnen 10 jaar ontwikkelmogelijkheden worden geboden. De gronden zijn wel in de directe nabijheid gelegen. Dat betekent dat de omgeving van Zwatra wel gaat veranderen. 62

Aanpassing 5d

Samenvatting

Beantwoording

5e

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

5f

Aanpassing Samenvatting

Er zullen onder andere geluidgevoelige functies worden toegevoegd. De geluidzone, die met het RBS-onderzoek (verwezen wordt ook naar de thematische beantwoording geluid, onderdeel RBS-onderzoek) tot stand is gekomen, borgt echter dat binnen de geluidruimte geen gevoelige functies kunnen worden gerealiseerd. De bedrijfsvoering van het bedrijf kan, ondanks de ontwikkelingen in de directe omgeving worden voortgezet. De aanduidingen ‘overige zone – bedrijven’ en ‘geluidzone – bedrijven’ aanpassen conform de RBS-rapportage. Artikel 20.2 (nieuw artikel 23.2) van het bestemmingsplan, artikel 22 (nieuw artikel 25), de dezonering van het industrieterrein Schieoevers Noord en de vastlegging van de geluids- en milieuzones van de bestaande bedrijven, waaronder Zwatra leidt ertoe dat Zwatra bij een wijziging of uitbreiding van haar activiteiten wordt beknot. Er is rekening gehouden met voorzienbare concrete toekomstplannen, maar niet met de lange termijnstrategie van het bedrijf. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid onderdeel RBS-onderzoek. Bij het RBS-onderzoek is rekening gehouden met de bekendgemaakte ontwikkelmogelijkheden voor de bedrijven. Voor de langere termijn zijn er nog steeds ontwikkelmogelijkheden. Daarbij gelden de regels die in het bestemmingsplan zijn gesteld voor de uitbreiding of wijziging van bestaande bedrijven of nieuwe bedrijven.

Omdat deze plannen onvoldoende concreet zijn, was het niet mogelijk met de lange termijn visie van bedrijven rekening te houden. Dit leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Het bedrijf wordt ook beperkt door het onderscheid tussen ‘bestaande inrichtingen’ en ‘nieuwe inrichtingen’. Voor nieuwe inrichtingen met gewijzigde activiteiten gelden strengere normen dan voor bestaande bedrijven. Dat kan effect hebben waar het de mogelijkheden van overdracht van de onderneming of verkoop van onroerend goed betreft. De koper wordt immers door de strengere bestemmingsplanregels geconfronteerd met een beperking van de gebruiksmogelijkheden. Dat heeft een negatief effect op de waarde. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 4d. Voor zover indiener van mening is dat sprake is van een beperking in de bedrijfsvoering vanwege een lange termijnstrategie staat de mogelijkheid open om na inwerkingtreding van het bestemmingsplan een beroep te doen op planschadecompensatie op grond van artikel 6.1 e.v. van de Wet ruimtelijke ordening. Verwezen wordt naar de aanpassing onder 4d. Verzocht wordt geen regels op te nemen die de bestaande bedrijven beperken in de verandering van hun inrichting of overname van hun bedrijf. Wanneer maatregelen nodig zijn vanwege de

63

5g

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

woningbouw ligt het voor de hand dat de beperkingen aan de woningbouw worden gesteld en niet aan de bedrijven. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel algemeen. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De indiener benoemt een aantal bezwaren tegen de verlegging van de Schieweg: • een goede ruimtelijke onderbouwing van de beoogde verkeerssituatie blijkt niet uit de geactualiseerde MER. Bij de verkeersberekening is onduidelijk of er rekening is gehouden met de nog te realiseren delen van Nieuw Delft; • er is onderzoek gedaan naar de eindsituatie in 2040 en niet van de tussensituatie vanaf 2032. Dit is wel nodig om een goede beoordeling van het verkeerseffect van het plan op de omgeving te bepalen; • in het mobiliteitsplan voor het Kabeldistrict wordt aandacht besteed aan de 'tussensituatie’, maar het is niet vast te stellen dat dit ook in het MER is verwerkt. In het mobiliteitsplan Kabeldistrict wordt bijvoorbeeld geen onderzoek gedaan naar het effect van de autonome planontwikkelingen rondom het plangebied (‘Nieuw Delft’, ‘Spoorzone Delft’).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11890377/1