CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Nota Zienswijzen

Commissie Ruimte en Verkeer 6 oktober 2022, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Vaststelling gewijzigd Bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) (nr. 2239499) & Voorstel van het college aan raad inzake aan artikel 4.7 APV een negende lid toe te voegen (nr. 2238477)39.599 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Niet is geborgd dat die maatregelen ook gerealiseerd worden. • De uitbreidingsmogelijkheden blijven gelijk, omdat bij het bepalen van de geluidbelasting op de woningen gerekend wordt met het rekenmodel waarmee de geluidzones zijn bepaald (die steeds geactualiseerd wordt met ontwikkelingen bij de bedrijven en de realisatie van gevoelige functies en activiteiten). Dit zal in veel gevallen leiden tot een maatwerkvoorschrift voor het bedrijf om af te wijken van de standaardwaarde van 50 dB(A). Dit maatwerkvoorschrift biedt dan ook de ruimte voor de eventuele toekomstige uitbreidingen. • Als het gaat om maatregelen bij de bedrijven, dan worden die maatregelen geborgd in het maatwerkvoorschrift voor het bedrijf. Borging in planregels is niet nodig. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. • De systematiek leidt ertoe dat de gebruiksruimte steeds verder wordt ingeperkt ten gunste van de woningbouwontwikkeling. • Bij wijziging van de activiteiten is een bedrijf afhankelijk van een omgevingsvergunning waarvan niet zeker is of die verleend zal worden.

87

•

Beantwoording

9r

Aanpassing Samenvatting

9s

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

Beantwoording Aanpassing

Bovendien is het afwegingsmoment doorgeschoven naar de vergunningverlening, zodat de gevolgen voor een beoogde ontwikkeling onvoldoende duidelijk is bij vaststelling van het bestemmingsplan • Verwezen wordt naar de beantwoording onder 9o. • Het is juist dat bij wijziging van de activiteiten in veel gevallen een omgevingsvergunning is vereist. De bepaling over de omgevingsvergunning is zodanig geformuleerd dat als voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden het college de omgevingsvergunning verleend. Er is derhalve dus geen onzekerheid of de vergunning ook zal worden verkregen. • Het is niet mogelijk de afweging bij vaststelling van het bestemmingsplan gereed te hebben. Daarvoor zijn meerdere variabelen van belang. Enerzijds de ontwikkeling van de ontwikkelgebieden (waar komen precies de gevoelige functies) en anderzijds de ontwikkelingen van de bedrijven en welke wijziging er is beoogd. Voor de korte termijn is dat laatste redelijk te bepalen door een bedrijf. Bij het RBS-onderzoek (verwezen wordt ook naar de thematische beantwoording geluid, onderdeel RBS-onderzoek) is daar ook zoveel mogelijk rekening mee gehouden. Ontwikkelingen voor de langere termijn zijn veel onzekerder. Juist door het opnemen van de omgevingsvergunning biedt het plan ook voor bedrijven flexibiliteit. De concrete plannen kunnen worden getoetst.

Daarmee kan veel beter ingespeeld worden op de feitelijke ontwikkelingen van een bedrijf in plaats van een theoretische, die wellicht onnodig beperkingen oplegt aan de herontwikkeling van Schieoevers Noord. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het gebruik van de beleidsregel geluid Schieoevers Noord leidt tot rechtsonzekerheid. De beleidsregels liggen niet bij het ontwerpbestemmingsplan ter inzage. Hier kunnen geen zienswijzen tegen ingebracht worden. De gemeenteraad zou eenduidig geluidbeleid moeten vaststellen, dat open staat voor inspraak voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 2l. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de mogelijkheid open normen te stellen met een verwijzing naar de beleidsregels voor geluid. Een van de open normen is dat voldaan wordt aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (onder andere artikel 36, nieuw artikel 40). Deze open norm is onvoldoende concreet en objectief begrenst. De regel biedt onvoldoende duidelijkheid over de toegestane bouw- en gebruiksmogelijkheden. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 3d. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 88

9t

Samenvatting

Verwezen wordt naar de notitie van Peutz adviseurs: 1. Het is uiterst merkwaardig dat de beleidsregels geluid geen onderdeel uitmaken van het bestemmingsplan omdat de beleidsregels mede bepalend zijn voor de (on)mogelijkheden van planvorming. De beleidsregels zouden eerder vastgesteld moeten worden dan het bestemmingsplan, zodat het bestemmingsplan voortvloeit uit het beleid. 2. Er moeten nog zaken opgelost worden: a. De geluidbelasting (langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus) en de maximale geluidniveaus vanwege Prysmian zijn te hoog op Kabeldistrict. In het vervolgtraject zullen nadere overleggen plaatsvinden over de mogelijkheden voor bron- en/of overdrachtsmaatregelen. b. De geluidbelasting vanwege Prysmian en Hordijk op Nieuwe Haven is te hoog. Ook hier is nadere afstemming nodig voor bron en/of overdrachtsmaatregelen (toelichting paragraaf 4.4.3). 3. Voor Lijm & Cultuur is een aparte regeling opgenomen die de combinatie van activiteiten bij Lijm & Cultuur en op Kabeldistrict mogelijk maakt. De beide gebruiksvormen belemmeren elkaar niet (toelichting paragraaf 4.4.2). Deze conclusie is niet gebaseerd op enig onderzoek van de daadwerkelijk te verwachten geluidimmissie ten gevolge van Lijm & Cultuur. 4. Voor de bestaande bedrijven is een geluidzone vastgelegd waarvoor geldt dat op de grens van de contour het geluidniveau niet meer mag bedragen dan 50 dB(A).

Als op de grens geen geluidgevoelige functies worden mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan is het stellen van grenswaarden aldaar niet verdedigbaar en niet nodig. 5. Bedrijven worden bij uitbreidingen die enig effect hebben in akoestisch niet-relevante richtingen onnodig beperkt. 6. De geluidzones zijn bepaald op een hoogte van 30 meter vanwege de bouwhoogte van de geluidgevoelige bestemmingen. In de regel is geluid op grotere hoogte hoger, maar dat hoeft niet bij bedrijven waar de contour op korte afstand van het bedrijf is gelegen. Verzocht wordt om per bedrijf de juiste beoordelingshoogte te bepalen waar de contour voor geldt en deze vast te leggen. 7. Het genoemde onder 6 geldt ook voor piekgeluiden. 8. Opmerkingen over de regels: a. In artikel 26 (nieuw artikel 29) worden de maximaal toelaatbare geluidbelastingen vanwege Lijm & Cultuur gegeven op de gevels van bestaande geluidgevoelige functies en objecten en op de grens van de bestemming Gemengd – Kabeldistrict.

89

Omdat er geen 0-meting heeft plaatsgevonden is er geen zekerheid of deze geluidbelastingen haalbaar zijn. b. Er gelden maximaal toelaatbare geluidbelastingen inclusief toeslag voor muziekgeluid. Separaat worden geluidgrenswaarden gesteld voor muziekniveaus die 10 dB lager zijn. Er zit een discrepantie met de definitie muziektoeslag (artikel 2.78 nieuw artikel 2.77). Daarin is opgenomen dat de toeslag vanwege duidelijk herkenbaar muziekgeluid van 10 dB uitsluitend wordt toegepast voor dat deel van de beoordelingsperiode waarin sprake is van muziekgeluid. Er is (terecht) rekening gehouden met de bedrijfsduurcorrectie maar het zou betekenen dat het gestelde in artikel 26 (nieuw artikel 29), daarmee in strijd is. Voorgesteld wordt artikel 26.2 (nieuw artikel 29.2) te redigeren door de grenswaarden aan de maximaal toelaatbare muziekniveaus te laten vervallen. c. In artikel 36.4 (nieuw artikel 40) zijn regels gesteld voor de minimale vereiste geluidwering van gevels van geluidgevoelige bestemmingen. Deze dient minimaal 25 dB te bedragen. Voor maximale geluidniveaus tot 80 dB(A) in de avond- en nachtperiode (Dyckerhoff Basal) betekent het dat in de woningen maximale geluidniveaus van 55 dB(A) optreden, hetgeen in de avond- en nachtperiode ontoelaatbaar hoog is. d.

In 36.1.2 onder e (nieuw artikel 40) is aangegeven dat extra maatregelen gelden voor piekgeluiden van Dyckerhoff Basal in de avond- en nachtperiode boven de 65 dB(A) maar deze maatregelen zijn niet ondubbelzinnig hard (‘zo veel mogelijk’ minder gevoelige functies aan de niet-belaste zijde en ‘zoveel mogelijk’ slaapruimtes aan de niet-belaste zijde). Daarmee zijn er sowieso ruimten binnen een woning die wel hoog belast worden en waarvoor geen bepalingen gelden voor het maximaal toelaatbare binnenniveau. e. Artikel 22.4 (nieuw artikel 25.4) geeft aan dat voor nieuwe inrichtingen een grenswaarde van 50 dB(A) op 10 meter van de terreingrens geldt. Dat betekent dat overname na een bedrijfsbeëindiging veel minder gebruiksruimte krijgt. De waarde zal afnemen. 9. Opmerkingen over het akoestisch onderzoek ‘Milieuplanologisch advies ontwikkeling Kabeldistrict delft’: a. In paragraaf 3.5.1 staat dat de resultaten van Dyckerhoff Basal nog niet zijn vrijgegeven. Onbegrijpelijke passage omdat wel de zonering is vastgelegd.

90

b. Voor Dyckerhoff Basal zal nog een omgevingsvergunning moeten worden aangevraagd om de gewenste bedrijfssituatie te legaliseren. Onduidelijk is of die wel kan worden verleend (zie ook onder e en f) c. In paragraaf 4.4.4 staat dat er een vastgestelde milieucontour is voor Lijm & Cultuur en dat het bedrijf niet beperkt wordt in zijn bedrijfsvoering en er bij Kabeldistrict sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit is cruciaal omdat er voor Lijm & Cultuur geen geluidzone is. d. Verder wordt in 5.4.4 aangegeven dat gesteld kan worden, op basis van de gemeentelijke informatie, dat aan de voorkeursgrenswaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de toegestane maximale geluidniveaus wordt voldaan. Welke informatie is dat? Volgens het rapport is de voorkeurswaarde 50 dB(A) terwijl in de Nota Geluidskader Schieoevers Noord voor Lijm & Cultuur een grenswaarde geldt van 60 dB(A) voor de lichtere activiteiten. Dat blijkt ook uit artikel 26.2. Er is een discrepantie tussen de stukken. e. In paragraaf 5.3.1 staat dat piekgeluiden van Dyckerhoff Basal van 80 dB(A) in de avond- en nachtperiode acceptabel worden geacht. Dat zijn geluidniveaus die veel hoger liggen dan in de huidige wetgeving als acceptabel zijn aangemerkt.

In hoeverre is sprake van een goede ruimtelijke ordening? Dyckerhoff Basal moet daar overigens nog wel een vergunning voor aanvragen na vaststelling van het bestemmingsplan. Dat is voor Dyckerhoff Basal een onzekere situatie. f. De 80 dB(A) is eventueel voor nieuwe woningen nog wel te verdedigen maar zeker niet voor de bestaande woning aan de Schiekade, die buiten het te zoneren industrieterrein komt te liggen en geluidgevoelig gaat worden. g. Piekgeluiden van 80 dB(A) wijken af van hetgeen in bijlage 4 van de regels (Bedrijfsvoering Dyckerhoff Basal) is opgenomen, waarin 77 dB(A) als maximaal piekgeluid wordt vermeld. h. Er worden voor industrielawaai (Dyckerhoff Basal) hogere waarden vastgesteld voor woningen in Lden en Lnight. Dat is onder zowel de huidige wetgeving (Wet geluidhinder) als de toekomstige wetgeving (Omgevingswet) niet mogelijk. 10. Opmerkingen over het akoestisch onderzoek “herzonering Dyckerhoff Basal en Schieoevers Zuid in Delft”: a. Er is voor Dyckerhoff Basal uitgegaan van 43 dagen ABS, waarbij Dyckerhoff Basal maximaal 24 uur in bedrijf is. Het aantal van 43 wijkt af van hetgeen opgenomen is in

91

Beantwoording

artikel 24.2 (nieuw artikel 27.2) onder c (30 dagen) en wijkt ook af van hetgeen is opgenomen in bijlage 4 bij de regels (20 dagen en 24 uurs bedrijf). b. Artikel 24.5 (nieuw artikel 27.5) biedt de mogelijkheid om af te wijken van 30 dagen, maar zekerheid wordt voor Dyckerhoff Basal niet geboden. De voorwaarde dat geen sprake mag zijn van een onevenredige aantasting van een goed leef- en milieuklimaat is niet concreet. Het is zeer de vraag of bij klachten de gemeente wel bereid is de vergunning te verlenen. 11. Opmerkingen over het MER: a. In paragraaf 9.7 ‘Geluidklimaat als basisalternatief’ is geadviseerd om een gebiedsgericht flexibel beleid uit te werken: i. Realiseren van geluidafschermende werking ii. Deels afwijken van het gemeentelijk geluidbeleid, indien voldoende basiskwaliteit van de leefomgeving kan worden gegarandeerd iii. Het toepassen van innovatieve wetgeving, zoals Stad- en milieubenadering en 10 jaar afwijken van de milieunormen onder de Crisis- en herstelwet. In het bestemmingsplan wordt daar in beperkte mate invulling aan gegeven, met uitzondering van het toepassen van de Crisis- en herstelwet. b. De gehanteerde geluidgrenswaarden op de gevels van de te realiseren geluidgevoelige bestemmingen zijn niet of nauwelijks afwijkend van de veelal in ‘oldschool’ bestemmingsplannen gehanteerde normen. c.

Naast verbetering van het woon- en leefklimaat voor nieuwe bewoners geeft het toepassen van het gebiedsgericht flexibel beleid ook kansen aan bedrijven voor ruimere uitbreidingsmogelijkheden. 1. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 2l. 2. Ten aanzien van nog op te lossen zaken: a. zonder maatregelen bij Prysmian of aan de woningen zelf is woningbouw inderdaad niet overal mogelijk. Maar daarvoor is een bestemmingsplanactiviteit in het plan opgenomen voor iedere nieuwe functie of activiteit. Dat betekent dat als er een plan is om woningen te realiseren een omgevingsvergunning benodigd is om dat te mogen doen. Bij de beoordeling van de aanvraag moet voldaan worden aan de voorwaarden die in het bestemmingsplan zijn genoemd. Deze voorwaarden dienen ter bescherming van de bedrijven maar ook ter bescherming van het woon- en leefklimaat. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, zal de vergunning verleend

92

3. 4.

5. 6.

7.

8.

worden (al dan niet na het treffen van maatregelen). Als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, kan het initiatief niet gerealiseerd worden. b. op Nieuwe Haven is het geluid van Prysmian niet te hoog. Voor het geluid van Hordijk in de nacht zijn maatregelen aan de woningen overeengekomen, waardoor vergunningverlening voor de beoogde woningbouw mogelijk is. De maatregelen worden in de betreffende vergunning geborgd. Zie de beantwoording onder 9l. De norm van 50 dB(A) op de zonegrens is het uitgangspunt. Als daaraan voldaan wordt, gelden verder ook geen voorwaarden. Als een bedrijf zijn bedrijfsvoering wil uitbreiden of wijzigen zal een vergunning worden verleend als aan deze voorwaarde is voldaan. Lukt dat niet, dan zijn maatregelen nodig. Voor nieuwe bedrijven gelden andere regels. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 9q. Het opnemen van deze normen is nodig en gerechtvaardigd omdat het bedrijventerrein gedezoneerd wordt met dit bestemmingsplan en daarvoor in de plaats regels per bedrijf moeten worden gesteld. Onder de Wro wordt daar doorgaans de milieuzonering op basis van de handreiking ‘bedrijven en milieuzonering’ van de VNG voor gebruikt. Onder de Crisis- en herstelwet kan ook gekozen worden om dat los te laten en voor de relevante milieuaspecten normen te stellen.

Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel dezonering en het onderdeel loslaten milieucategorieën. Verwezen wordt naar beantwoording onder 9t. Voor alle bedrijven is nader bekeken of de beoordelingshoogte van 30 meter inderdaad representatief is of dat een lagere beoordelingshoogte leidt tot een ruimere geluidzone. Gebleken is dat dit voor een achttal bedrijven inderdaad een kleine bijstelling van de geluidzone vergt. Voor deze bedrijven wordt de geluidzone aangepast. Dit betreft Avontura, Basic Fit, Beter Bed, Duijndam, Kwantum, Zantman, Zwatra en Vihamij. Het bestemmingplan wordt hierop aangepast. Voor piekgeluiden zijn geen contouren vastgesteld, maar afstanden die niet eenduidig zijn vastgelegd. Uit de regels volgt dat bij vergunningverlening voor woningbouw getoetst moet worden aan de piekgeluiden. Daarvoor kan het rekenmodel worden aangewend waarbij op elke hoogte gerekend kan worden. De hoogte waarmee gerekend wordt, komt dan overeen met de hoogte waar gevoelige functies volgens het initiatief worden ondergebracht. Regels: a. Zie de beantwoording onder 9l.

93

b. Artikel 2.78 (nieuw artikel 2.77) zal worden aangepast, waardoor net als bij de toepassing Activiteitenbesluit er bij muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie kan worden toegepast. c. Piekgeluiden hoger dan 65 dB(A) zijn in de avondperiode alleen aan Dyckerhoff Basal toegelaten in de afwijkende bedrijfssituatie. Dat zijn uitzonderingsgevallen. Geconstateerd kan worden dat daardoor en door de gestelde regels, dit niet leidt tot een onaanvaardbaar binnenniveau in woonruimtes. Voor zover er piekgeluiden in de nacht optreden van maximaal 80 dB(A) is geoordeeld dat woonruimten (anders dan slaapkamers) in de nacht niet hoeven te voldoen aan de eis dat het binnenniveau maximaal 45 dB(A) mag bedragen. d. De minder eenduidig vastgelegde bepalingen in artikel 36.1.2 (nieuw artikel 40.1.2 ) worden nader afgewogen bij de beoordeling van de vergunningaanvraag. Het maximale kader van 80 DB is wel objectief begrensd. Verder wordt verwezen naar de beantwoording onder c. e. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 9o. 9. Akoestisch onderzoek: a. Het akoestisch onderzoek was (tekstueel) nog niet helemaal bijgewerkt met de laatste inzichten. Dit zal worden aangepast. De nieuwe versie wordt aan het bestemmingsplan toegevoegd als bijlage bij de toelichting. b. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 9q. c.

Voortschrijdend inzicht tijdens het proces om tot dit bestemmingsplan te komen heeft ertoe geleid dat een geluidzone niet passend zou zijn voor Lijm & Cultuur. Het akoestisch onderzoek is op deze inzichten niet meer aangepast voorafgaand aan de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan. De tekst waarnaar verwezen wordt in paragraaf 4.4.4 en 5.4.4 van het akoestisch onderzoek zijn daarmee achterhaald. Het onderzoek zal op dit punt worden aangepast. De nieuwe versie van het akoestisch onderzoek wordt bij het bestemmingsplan gevoegd. d. De tekst in het betreffende akoestisch onderzoek is niet geheel correct. In het rapport wordt dan ook de tekst gewijzigd. De waarden die in de Nota geluidskader Schieoevers Noord zijn opgenomen is het uitgangspunt voor het bestemmingsplan. e. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel Dyckerhoff Basal en de beantwoording onder 9q en 9t sub 8c. f. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel nieuwe woningen versus bestaande woningen. Bovendien ondervindt de betreffende woning 94

9u

Aanpassing Samenvatting

thans geen bescherming qua geluid. Door het stellen van de geluidnormen in het bestemmingsplan gaan de bewoners er dus op vooruit, ondanks de piekgeluiden hoger dan 65 dB(A). g. Worstcase wordt uitgegaan van 80 dB(A) voor de afwijkende bedrijfssituatie, ondanks de berekende waarde van inderdaad 77 dB(A). In de bijlage zal dit ook beschreven worden h. Dit is een terechte constatering. De waarden worden aangepast naar 55 dB(A), waarvan tijdelijk mag worden afgeweken (tot maximaal 58 dB(A) voor RBS en ABS tezamen). 10. Akoestisch onderzoek Dyckerhoff Basal Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over geluid, onderdeel Dyckerhoff Basal (30 dagen hoger geluidniveau) 11. MER/akoestiek: a. Dat is een correcte weergave. Na bestudering van de mogelijkheden en de uitdagingen die voor de transformatie gelden, is een verdere toepassing van instrumentarium niet effectief geacht. b. Het bestemmingsplan is allesbehalve old school. Alleen al het tijdelijk afwijken van grenswaarden van de Wet geluidhinder onder het in de planregels stellen van voorwaarden voor het jaargemiddelde geluid is voor zover bekent nog niet veel toegepast.

Overigens dient opgemerkt te worden dat het doel van het bestemmingsplan niet is een noviteit vast te stellen maar wel een instrument te zijn waarmee de ontwikkeling van het Kabeldistrict en Nieuwe Haven worden mogelijk gemaakt en de verdere transformatie van Schieoevers Noord wordt gefaciliteerd. c. Het bestemmingsplan voorziet in ruime uitbreidingsmogelijkheden voor de bestaande bedrijven. Die mogelijkheden zijn niet onbegrensd uiteraard maar dat geldt ook onder de huidig regels van de Wet geluidhinder, die nu nog op de bedrijven van toepassing is. Het bestemmingsplan wordt aangepast zoals hierboven beschreven. De planregels voor Kabeldistrict bieden te veel vrijheid voor de planontwikkelaar om het gebied te ontwikkelen, waarbij onduidelijk is wat de ruimtelijke gevolgen zijn. De regeling is daarbij zo moeilijk leesbaar dat het een lastige opgave is om te controleren of aan de voorwaarden wordt voldaan: • op basis van de bestemmingsomschrijving is in feite alles mogelijk. • met de bouwregels worden enorme bouwmassa’s mogelijk gemaakt, zonder dat duidelijk is hoe het gebied uiteindelijk ingericht zal worden 95

9v

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

9w

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

9x

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over ruimtelijke kwaliteit. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Op grond van de presentaties is op te maken dat de plannen voor Kabeldistrict al concreet zijn. Het concrete plan moet vertaald worden in het bestemmingsplan. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 4k sub 1. Verwezen wordt naar de aanpassing onder 4k sub 1. De gebruiksmogelijkheden voor Kabeldistrict en Nieuwe Haven zijn beperkt door dat vooraf een omgevingsvergunning moet worden verleend. De aanvaardbaarheid is daarmee verschoven naar de vergunningverlening. Dat is in strijd met de rechtszekerheid. Het is onduidelijk wat de gevolgen zijn voor de omgeving. Inderdaad is het niet mogelijk zondermeer activiteiten te starten in de beide ontwikkelgebieden. Dat is ingegeven om 2 redenen: 1. Er moet een gebied ontstaan waar wonen en werken samen komen. Gevoelige functies en niet gevoelige functies kunnen elkaar beperken. Het is daarom noodzakelijk om, voordat een activiteit wordt gestart, een afweging te maken of voldaan kan worden aan de milieuregels zodat sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dat geeft ook de mogelijkheid eventueel maatwerkvoorschriften op te leggen. 2. Er zijn afspraken gemaakt over het maximale programma en een maximaal oppervlakte per functie.

Om te kunnen beoordelen of deze oppervlakken niet overschreden worden, zal een monitoringssysteem meteen register worden opgericht waarin de ontwikkeling gevolgd wordt. De input voor de monitoring komt voort uit de vergunningaanvragen. De regeling voor de omgevingsvergunningen is zo geformuleerd dat de vergunning verleend wordt als is voldaan aan de gestelde voorwaarden. Daardoor is er geen strijd met de rechtszekerheid. De genoemde voorwaarden zien juist toe op de bescherming van het woon- en leefklimaat en het ondernemersklimaat. Daarmee zijn ook de gevolgen voor de omgeving juist vooraf bekend. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan moet wel inzicht bieden in de beoogde ontwikkeling en de randvoorwaarden voor de toegestane functies. Ook moet duidelijk zijn welk gebruik in ieder geval rechtstreeks is toegestaan. De huidige regeling biedt deze zekerheid niet. Een bestemmingsplanactiviteit betekent niet dat de activiteiten niet zijn toegestaan. De activiteiten zijn togestaan alleen is, voorafgaand aan het toepassen van het gebruik, een vergunning nodig. Vanwege de redenen als genoemd onder 9w zijn activiteiten niet rechtstreeks toegestaan. De voorwaarden waaronder de activiteiten vergund worden, zijn in het bestemmingsplan duidelijk uitgenomen. 96

9y

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

Aanpassing

9z

Samenvatting

Beantwoording

Aanpassing

De enige activiteiten die in het bestemmingsplan zonder omgevingsvergunning zijn toegestaan zijn die van de bestaande bedrijven. Mede om deze activiteiten te beschermen is het nodig om de activiteiten in de ontwikkelgebieden aan een omgevingsvergunning te verbinden. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan zijn verplichtingen opgenomen om een windhinder- en bezonningsonderzoek uit te voeren of een akoestisch onderzoek uit te voeren. Deze onderzoeken moeten voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan worden uitgevoerd. Nu is niet duidelijk wat de gevolgen zijn voor de omgeving. De Crisis- en herstelwet biedt de mogelijkheid om de uitvoerbaarheid van een ontwikkeling door te schuiven naar de vergunningverlening. Deze mogelijkheid is juist bij een organische ontwikkeling van een gebied heel behulpzaam. Voor een goed onderzoek naar de uitvoerbaarheid van een plan is een zo concreet mogelijke uitwerking nodig. Dan kunnen de effecten op de omgeving zo goed mogelijk in beeld worden gebracht. Bij een ontwikkeling die gefaseerd over enige tijd tot stand komt, is het aannemelijk dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan deze concrete inzichten nog niet bestaan. Zo ook voor de herontwikkeling van Kabeldistrict en Nieuwe Haven. De beoordelingscriteria voor een vergunningaanvraag zijn in de regels gesteld.

Echter de normen voor bezonning en wind worden in de planregels nader geconcretiseerd. Daarmee is duidelijk wat het maximale effect mag zijn op de omgeving. In de planregels worden concrete normen voor bezonning (tenminste 2 uur zon per dag per woning in de periode van 21 april tot 21 augustus, met dien verstande dat als niet voldaan wordt aan de norm mitigerende maatregelen verplicht worden gesteld) en windklimaat (voldaan moet worden aan een minimaal ‘matig’ windklimaat, zoals bedoeld in NEN 8100) opgenomen. Het stellen van nadere eisen is alleen mogelijk met het oog op incidentele gevallen bij een concreet bouwplan. De gestelde eisen voldoen daar niet aan en doen afbreuk aan de bouwmogelijkheden die het plan mogelijk maakt. In dit bestemmingsplan is het instrument voor nadere eisen opgenomen om bij een concreet bouwplan bij te kunnen sturen als de bezonningsituatie of het windklimaat daar om vraagt. De effecten van een gebouw op deze aspecten is pas te bepalen bij concrete bouwplannen. Dat is ook het moment om voor deze aspecten bij te sturen. Echter er worden wel concrete normen voor bezonning en wind opgenomen in de planregels.

In de planregels worden concrete normen voor bezonning (tenminste 2 uur zon per dag per woning in de periode van 21 april tot 21 augustus, met dien verstande dat als niet voldaan wordt aan de norm mitigerende maatregelen verplicht worden gesteld) en windklimaat (voldaan moet worden aan een minimaal ‘matig’ windklimaat, zoals bedoeld in NEN 8100) opgenomen. 97

9aa

Samenvatting

Beantwoording

9ab

Aanpassing Samenvatting Beantwoording

Binnen de bestemmingen Groen, Water en Verkeer is veel mogelijk. Zo zijn binnen Groen onder andere horeca, detailhandel en evenementen toegestaan. Ook in Verkeer zijn evenementen toegestaan. Het is inderdaad zo dat binnen deze openbare bestemmingen diverse functies zijn toegestaan. Binnen Groen zijn dit allemaal ondergeschikte functies aan het groen/park. Zo is er maar heel beperkt bebouwing mogelijk en uitsluitend bedoeld voor een paviljoen waarin een koffie-/theehuis kan worden ondergebracht of een kiosk voor kleine versnaperingen. Allemaal ten dienste van het recreatieve gebruik, zoals dat in het park is voorzien. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. In Groen en in Verkeer zijn evenementen toegestaan. De geluidnormen zijn soepeler dan de normen voor het evenemententerrein van Lijm & Cultuur Om een levendig en bruisend gemengd gebied te creëren is het wenselijk om de mogelijkheid open te houden (kleinschalige) evenementen toe te staan op pleinen en in het park binnen Kabeldistrict. Het gaat om andersoortige evenementen als bij Lijm & Cultuur kunnen plaatsvinden.

Verder gelden voor evenementen in de openbare ruimte de volgende regels: Kabeldistrict: Kleine evenementen: • Maximaal 250 bezoekers tegelijkertijd • Geluidnorm van maximaal 75 dB(A)/80 dB(C) • Maximaal 6 per jaar in totaal maximaal 10 dagen per jaar Grote evenementen: • Maximaal 2.500 bezoekers tegelijkertijd • Geluidnorm van maximaal 80 dB(A) en 90 dB(C) • Maximaal 3 per jaar in totaal maximaal 5 dagen per jaar Nieuwe Haven: Kleine evenementen: • Maximaal 250 bezoekers tegelijkertijd • Geluidnorm van maximaal 75 dB(A)/80 dB(C) • Maximaal 5 per jaar in totaal maximaal 8 dagen per jaar Grote evenementen: • Niet toegestaan 98

Lijm & Cultuur • Maximaal 5.000 bezoekers tegelijkertijd • Geluidnorm van maximaal 80 dB(A) en 90 dB(C) op gevels gevoelige functies binnen Kabeldistrict en Nieuwe Haven • Geluidnorm van maximaal 80 dB(A) en 90 dB(C) op gevels bestaande gevoelige functies buiten Kabeldistrict en Nieuwe Haven • Maximaal 12 dagen per jaar grootschalige evenementen met een maximum van 3 aaneengesloten dagen per evenement

9ac

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

9ad

Aanpassing Samenvatting Beantwoording

Aanpassing 9ae

Samenvatting

Beantwoording

Aanpassing

Geconcludeerd kan worden dat de normen voor Lijm & Cultuur niet beperkter zijn dan de normen voor evenementen in het openbaar gebied. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. In de bestemming Water wordt de Gelatinebrug mogelijk gemaakt. Het is onduidelijk hoe de verkeersafwikkeling van de brug vormgegeven wordt en wat de gevolgen zullen zijn voor de bedrijven aan de Rotterdamseweg. Verwezen wordt naar de thematische beantwoording over verkeer en bereikbaarheid, onderdeel fietsroutes en Gelatinebrug. De toelichting zal op dit punt nader worden aangevuld ter verduidelijking. In Nieuwe Haven zijn bovendien ligweides voorzien en aanlegmogelijkheden voor boten. De Schie is een vaarroute. Onduidelijk is hoe hiermee rekening is gehouden. De functie van vaarroute is voor de Schie primair. Voor een nieuwe activiteit of een aanpassing van een bestaande activiteit is een omgevingsvergunning nodig. In de regels is het belang van de vaarweg niet als voorwaarde gesteld. Dit zal worden toegevoegd. Artikel 9.3 (nieuw artikel 10.3) is aangevuld met de voorwaarde dat het in standhouden van de vaarweg zeker gesteld moet zijn. Uit het MER volgt dat de verkeersintensiteit op de Rotterdamseweg aanzienlijk zal toenemen en de verkeersveiligheid een aandachtspunt is. Het bestemmingsplan houdt hier onvoldoende rekening mee.

Verkeersmaatregelen om de veiligheid te vergroten en de doorstroming te garanderen maken geen deel uit van de reikwijdte van het bestemmingsplan. Wel moeten de maatregelen mogelijk zijn in de kaders van het bestemmingsplan. Daar is sprake van. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 99

9af

9ag

Samenvatting Beantwoording

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

9ah

Aanpassing Samenvatting

De onderzoeken dienen uit te gaan van de maximale planologische mogelijkheden. De maximale planologische mogelijkheden op basis van het in het bestemmingsplan geborgde programma is het uitgangspunt geweest voor de uitgevoerde onderzoeken. Het in het bestemmingsplan opgenomen programma kan echter niet geheel worden gerealiseerd binnen het maximaal toelaatbaar gestelde ontwikkeloppervlak in brutovloeroppervlak. Daarmee is een scenario onderzocht dat slechter is dan kan worden gerealiseerd. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De onderzoeken bevatten meerdere onzorgvuldigheden. Zo wordt bijvoorbeeld bij het onderzoek luchtkwaliteit opgemerkt dat de meetplekken zich niet bevinden op de plekken waar de woningen gerealiseerd gaan worden. In het onderzoeksrapport voor luchtkwaliteit wordt in paragraaf 3.5 ingegaan op de keuze van de beoordelingspunten. De beoordelingspunten liggen, overeenkomstig de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (RBL 2007), aan weerszijden van de weg op (maximaal) 10 meter uit de wegrand. Op die locaties waar de bebouwing op minder dan 10 meter is gelegen is de afstand tot deze bebouwing aangehouden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat gezien het toepasbaarheidsbeginsel en/of blootstellingscriterium niet altijd op 10 meter uit de wegrand getoetst hoeft te worden.

De locaties waar daadwerkelijk getoetst dient te worden liggen in die gevallen op grotere afstand van de weg. Bij een grotere afstand van de weg is sprake van lagere concentraties luchtverontreinigende stoffen dan nu berekend op 10 meter uit de wegrand. Als op deze toetslocaties wordt voldaan aan de wettelijk eisen voor luchtkwaliteit, geldt dit ook voor de overige locaties: dus ook op de locaties waar (overige) woningen gerealiseerd gaan worden. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het MER kent gebreken: • Het plangebied van de MER moet uitgebreid worden met de warmtekrachtcentrale, de woongebouwen voor studenten en de parkeergarage aan de Rotterdamseweg, het appartementencomplex aan de Abtswoudseweg, Technopolis en Nieuw Delft. Daarnaast is ook de ontwikkeling van Schieoevers zuid met de transformatie van Schieoevers Noord verbonden • Er is voor gekozen een actualisatie op te stellen in plaats van dat het oorspronkelijk MER aan het bestemmingsplan wordt gekoppeld. Voor de actualisatie is de mer-procedure ten onrechte niet opnieuw doorlopen en heeft ten onrechte geen toets van de Commissie voor de milieueffectrapportage plaatsgevonden. Door deze keuze is of wordt voorkomen dat een inhoudelijke discussie over het MER plaatsvindt en staat slechts de actualisatie ter

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11890377/1