CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 6 en 10 november 2025

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergaderingen van 6&10 november en 13 november 202544.294 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

69

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De heer VALK (CDA): Lijkt het de indieners een goed idee dat de Metropoolregio, als zij toch gaat onderzoeken wat het kost, ook aangeeft ten koste van welke andere ov-verbindingen in Delft een eventuele verlenging van die tram gaat, zodat we wel een eerlijk verhaal krijgen? De heer GOMMERS (STIP): We vragen de MRDH om te kijken hoeveel het kost. Dat zou niet volledig uit het gemeentebudget gaan, maar ook uit het budget van de MRDH, want de aanleg wordt gedaan door de MRDH, niet door de gemeente. We zijn dus vooral benieuwd hoeveel het zou kosten. Naar de heer Valk: ook wij zijn benieuwd wat het toevoegt. Wij denken dat er potentie in zit, maar de MRDH kan op een technisch niveau laten zien dat zij het misschien daarmee eens is. De VOORZITTER: En de vraag van mevrouw Timmermans? Ik had het gevoel dat die nog niet beantwoord is. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Bedankt, voorzitter. Ik hoor dat het dan aan de MRDH is om dat te gaan betalen. Ik weet gewoon niet of dat nu is wat we nodig hebben. Ik geloof dat we nu al twintig jaar lang geen tramlijn 19 hebben. Moeten we dit nu willen? Dat is eigenlijk de vraag: moeten we dit nu willen? De heer GOMMERS (STIP): Wat ons betreft wel. De VOORZITTER: Ik hou van dit soort antwoorden. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Allereerst dank aan de heer Gommers. We hebben het telefonisch even gehad over de geschiedschrijving.

Daar is hij in gedoken. Zo worden we allemaal wat wijzer. Dat is heel leuk. Mijn vermoeden klopte volgens mij. De visie en eigenlijk het hele stuk ademen al uit dat we naar doorontwikkeling en bijvoorbeeld een oost-westverbinding kijken. Dan lijkt het mij vanzelfsprekend dat een doortrekking van een bestaande lijn daar sowieso onderdeel van uitmaakt. Wat voegt uw motie in dat opzicht toe, anders dan dat zij echt heel expliciet over die tram gaat? De heer GOMMERS (STIP): In de mobiliteitsvisie van de MRDH staat dat er geïnvesteerd gaat worden in het railnet. Hiermee willen we juist mogelijk maken dat de MRDH ook eens hiernaar gaat kijken. Ik kan me voorstellen dat de MRDH tal van projecten heeft. Juist door dit project bij de MRDH neer te leggen, wordt de aandacht hierop gevestigd als mogelijke optie. Er zijn nog twee andere moties, allereerst over het afvangen van autoverkeer op de randen van de stad. De P+R die in juli 2026 ingezet zal worden, is een mooie eerste stap, maar een eerder aangenomen motie en een toezegging om ook op andere locaties te zoeken naar P+R-locaties zijn helaas niet in de visie verwerkt. We hebben daarom samen met de VVD een amendement ingediend om ervoor te zorgen dat dit alsnog in de OV-visie gewaarborgd wordt. Zo doen we recht aan de eerdere besluiten van de gemeenteraad en verbeteren we de bereikbaarheid van de stad. 70

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

Tot slot de Delfthopper. Ondemanddiensten kunnen een mooie innovatieve toevoeging zijn aan het ov-netwerk, maar de huidige belbus is geen volwaardige vervanging van een vaste betrouwbare buslijn. Alle Delftse wijken verdienen een sterke en gelijkwaardige basisbehandeling. Daarom hebben we met de VVD de motie ingediend die verzoekt om te streven naar een zo dekkend en toegankelijk mogelijk ov-netwerk, zodat de belbus niet meer nodig is om gaten in het netwerk te dichten. Met deze drie gerichte aanscherpingen maken we de OV-visie toekomstbestendig en echt compleet. De heer TREFFERS (Volt): We zullen het hele debat met de VVD niet overdoen, maar toch stel ik ook STIP de vraag of de Delfthopper-motie in het eerste dictum niet vraagt om een wereld te schetsen, waarna u vervolgens in het tweede dictum alle voorwaarden meegeeft waardoor die wereld niet mogelijk is. Anders zouden we het wel doen. De heer GOMMERS (STIP): Het lijkt ons een mooi streven om het netwerk zodanig in te richten dat het niet nodig is. Een ondemanddienst zoals die nu in de OV-visie staat, is vooral gericht op innovatieve, nieuwe vormen van vervoer. Wat ons betreft is een belbus niet echt innovatief vervoer. We zouden liever willen inzetten op innovatief vervoer.

Door de fracties van STIP, D66 en de VVD wordt motie 6.5.3 (Verleng de tram door Tanthof) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 6 november 2025 ter bespreking van Visie en Strategie Openbaar Vervoer 2040. We stellen vast dat: -

de Delftse gemeenteraad op 3 december 2024 motie De stadspoort ook echt bereikbaar unaniem heeft aangenomen; de Gebiedsvisie station Delft Campus stelt dat de OV-visie leidend zal zijn voor de ontwikkeling van het gebied; de MRDH in haar mobiliteitsvisie stelt te willen investeren in extra railinfrastructuur om ov-gebruik te stimuleren; de concessie Rail Haaglanden in 2031 afloopt.

We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -

-

door uitbreiding van de spoorcapaciteit en verhoging van de frequentie tussen Delft Campus en Schiedam als onderdeel van PHS Rijswijk-Rotterdam de vervoerswaarde van en naar Delft Campus in de komende jaren flink zal stijgen; verlenging van het tramspoor van Tanthof naar station Delft Campus de bereikbaarheid van het station voor bewoners in Tanthof en Buitenhof flink 71

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

-

bevordert en aansluit bij de mobiliteitsknooppunten- en corridoraanpak van de MRDH; door betere bereikbaarheid van station Delft Campus met ov-verbindingen de vraag naar parkeer- en stallingsvoorzieningen rondom het station zal verminderen en daarmee kosten en ruimte kunnen worden bespaard.

We geven het college opdracht om: -

bij de MRDH het verzoek neer te leggen om een onderzoek te doen naar de vervoerswaarde, haalbaarheid en kosten voor het verlengen van het tramspoor van Tanthof naar station Delft Campus; de raad te informeren over de conclusies van het onderzoek en het eventuele vervolg; de resultaten van dit onderzoek mee te nemen richting de nieuwe concessie Rail Haaglanden; bij gebiedsontwikkeling van station Delft Campus rekening te houden met een eventuele verlenging van het tramspoor,

en gaan over tot de orde van de dag." De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Zoals de meesten weten, ben ik beleidsmedewerker bij een organisatie die zich bezighoudt met openbaar vervoer. Ik zal proberen te voorkomen een heel college te geven over openbaar vervoer, want dan zijn we door onze tijd heen. Dat lijkt me een heel slecht idee, maar we willen wel een aantal punten aanstippen. De motie Sterk en bereikbaar openbaar vervoer is wat ons betreft het allerbelangrijkste. Wij denken dat de Delfthopper wel degelijk een goed aanvullend systeem kan zijn op het reguliere openbaar vervoer; daar hebben we vaker voor gepleit. Dat neemt niet weg dat uitbreiding en een goed basisnet natuurlijk belangrijk zijn. Wij kunnen ons wel vinden in dat soort oproepen, ook in deze motie, maar wij kunnen gewoon echt niet achter het streven staan om de Delfthopper af te schaffen, want de Delfthopper bedient bepaalde stromen waar regulier openbaar vervoer never nooit niet toereikend en misschien zelfs niet wenselijk zal zijn. Dat zijn bijvoorbeeld bestemmingen vlak bij een verzorgingstehuis of een ouderenlocatie in een doodlopende wijk. Daar is geen doorgaande buslijn nodig. Een buslijn die elke vijf seconden halteert, is ook niet aantrekkelijk voor andere reizigers. Je raakt dus juist heel veel reizigers kwijt. Dat blijkt ook gewoon uit het onderzoek.

Het "strekken" van lijnen, zoals we dat in Delft voor een deel al hebben gedaan, is heel goed, maar je hebt gewoon een aanvullend netwerk nodig dat kleine loopafstanden garandeert voor mensen die minder ver kunnen lopen et cetera. Wij zijn dus echt voor een Delfthoppersysteem dat aanvullend is op het reguliere openbaar vervoer, dus niet zoals het destijds is gedaan, waarbij de haltes die zijn opgeheven, als een soort rotte kies zijn opgevuld met haltepalen waar een H'tje op staat. Dat blijkt ook, want dat werkt niet zo goed. Wij zijn op dit moment dus ook niet tevreden over de Delfthopper, maar wij vinden deze motie niet de oplossing. Dan Verleng de tram door Tanthof. Wij zijn zeer voor een goede oost-westverbinding en goede onderzoeken naar welke mogelijkheden er liggen, maar deze motie focust 72

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

wel erg op de tram. Het behoeft geen uitleg - Onafhankelijk Delft noemde het al - dat trams behoorlijk duur zijn. Er zijn andere maatregelen en mogelijkheden die ons openbaar vervoer in ieder geval op de korte termijn maar ook op de lange termijn een stuk robuuster maken. We moeten ook af van het beeld dat een hoogwaardige busverbinding iets vies is en dat het altijd een tram moet zijn, want bijvoorbeeld in Utrecht, waar hele goede vrijliggende busbanen zijn met hoogwaardige busfrequenties, heeft de bus echt meerwaarde en zie je dat die goed gebruikt wordt. Een van de amendementen hebben wij mede ingediend, want zoals de heer Gommers zei, verankert dat amendement dit eigenlijk in dit stuk. Dat vinden wij heel goed. Daarom hebben we dat amendement mede ingediend. Wij kunnen ons goed vinden in de aandacht voor het behoud van de lijnvoering van tramlijn 1, zeker op de korte termijn. Wij zijn wel benieuwd hoe de wethouder de samenhang tussen deze amendementen ziet. Tot slot de motie van de SP om het op een later moment weer opnieuw te gaan doen. Ik mag hopen dat we niet alle visies elke vier jaar opnieuw gaan bespreken omdat er misschien dingen zijn veranderd. Volgens mij moeten we nu gewoon knopen doorhakken, want volgens mij kunnen we hier best mee vooruit. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter.

Ik wil me graag bij de inbreng van de PvdA aansluiten; dat zal niemand verbazen. Ik reageer op de moties, allereerst op de motie van de VVD, Sterk en bereikbaar openbaar vervoer. Daar geloven we wel in, maar toch zien we dat we de Delfthopper mensen bedient en op een efficiënte manier kan vervoeren. Uit betrouwbare bron weet ik dat fractiegenoten gebruikmaken van de Delfthopper en daar heel blij mee zijn, maar we zien wel graag echt extra inzet op meer toegankelijkheid, zeker voor ouderen, en meer bekendheid. Wat de motie over de tram betreft sluit ik me aan bij de PvdA: de motie focust zich heel erg op de tram. Er zou ook oog moeten zijn voor andere maatregelen. Ik vraag me nog af of deze motie de wethouder ook richting de MRDH ondersteunt. Dan de twee amendementen over tram 1. Ik had liever meer bromance gezien, maar meer aandacht voor de tram is natuurlijk heel goed. Daarom steunen we deze beide amendementen. Ook zien wij graag P+R in de OV-visie. Ook dat amendement willen we dus graag steunen. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. Voor deze OV-visie hebben de heer Van der Woerd en ik samengewerkt en een bijdrage geleverd. Ik zal vanavond het woord voeren en een korte reactie geven op de moties en amendementen. Wij hebben twee amendementen en een motie mee ingediend.

Vorig jaar hebben we in het kader van Ruimte in de binnenstad samen met veel andere partijen de motie P+R Campus ingediend, juist vanwege het belang van een ontsluiting voor bezoekers en bezoekersverkeer. We lezen ook hier dat het realiseren van deze P+R langer duurt dan gevraagd in de motie. Het zal uiteindelijk wel gerealiseerd worden, maar het is ook belangrijk dat er gezocht wordt naar andere uitwijkmogelijkheden 73

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

voor parkeren en voor bezoekers. Daarom steunen wij dit amendement, dat we samen met de VVD, STIP, het CDA en de PvdA hebben ingediend. Eerder hebben we als ChristenUnie aangegeven dat tramlijn 1 een belangrijk vervoersmiddel van en naar Den Haag is voor diverse groepen Delftenaren en dat we graag aansluiten bij de route zoals die nu is. We steunen het amendement van het CDA, dat we ook mede hebben ingediend. Het amendement van D66, dat daar veel op lijkt, steunen we ook, maar wij sluiten ons aan bij de vraag van de PvdA: zouden die amendementen op enigerlei wijze nog op elkaar kunnen botsen, omdat ze zo op elkaar lijken? Dat horen we graag van de wethouder. Tot slot nog even over de Delfthopper. We zien dat die nu niet goed werkt. Als je dat ziet, is het goed dat je daar actie op onderneemt en ook richting de MRDH aangeeft dat de Delfthopper an sich, zoals die nu werkt, geen volwaardig alternatief is voor reguliere lijnen. Daarom hebben we met de VVD de motie ingediend om dit bij de MRDH ter sprake te brengen. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Ik ga eerst terug naar waarom we eigenlijk een strategie en een visie op ons openbaar vervoer in Delft in 2040 hebben gemaakt: omdat we hier in de raad heel vaak, zoals nu ook weer is gebeurd, over allerlei elementen praten, bijvoorbeeld de Delfthopper, het doortrekken van trams en wellicht ook het toestaan van andersoortig vervoer.

Elke keer was het weer: hoe hangt dat nou eigenlijk samen met onze woningbouwopgave, de bereikbaarheid van station Campus en ook van de studentencampus en bijvoorbeeld ook nieuw toe te voegen woningbouw en economische functies? Elke keer kwamen we er eigenlijk op uit dat het nodig is om een soort samenhangend verhaal neer te leggen over hoe we als Delft naar het huidige ov-systeem kijken en hoe we dat ov-systeem graag in de toekomst zouden zien. Als je al die onderwerpen die nu ook weer langs zijn gekomen, uiteindelijk bij elkaar legt, moeten er natuurlijk wel keuzes gemaakt worden. Een van die keuzes is bijvoorbeeld: wat geef je prioriteit? Is een Delfthopper dan nog een systeem dat je zou willen? Zou je het liever allemaal met reguliere buslijnen willen? Maar uiteindelijk zegt de MRDH, die de vervoersautoriteit is: is het op termijn ook nog betaalbaar? Want de MRDH zal uiteindelijk de concessies in de markt moeten zetten en moet ook zorgen dat het gebeurt voor het geld dat beschikbaar is. Dat is op dit moment inderdaad best wel spannend: hoe gaat het met de BDU en hoe gaat in de toekomst openbaar vervoer bekostigd worden, ook vanuit het Rijk? Dat begint toch met: wat vindt Delft belangrijk en wat willen we bij de MRDH onder de aandacht brengen, zodat wat voor ons belangrijk is, uiteindelijk ook in die concessies terechtkomt? We weten dat het geld niet over de plinten klotst.

Als je dat allemaal bij elkaar legt, is het wat ons betreft van belang dat we dat stuk niet nog heel lang en elke keer weer opnieuw met de raad gaan bespreken, want we weten wel zo'n beetje waar onze woningbouwopgave naartoe gaat, we weten welke economische functies op dit moment niet goed bereikbaar zijn en we weten dat de tram bij de zuidelijke Campus op dit moment uiteindelijk een bocht maakt voordat die op de goede plek aankomt. We weten al dat soort elementen die maken dat we er bij de MRDH echt aandacht voor moeten vragen dat dit voor de langere termijn straks goed wordt ingepast en dat daar ook de investeringen op worden gedaan, waardoor 74

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

we straks als Delft kunnen zeggen dat we goed, goed toegankelijk en ook goed bedienend openbaar vervoer hebben. Dat is de notie geweest waarmee de raad uiteindelijk heeft gevraagd om met een visie en een strategie te komen. Kijkend naar wat er nu aan moties en amendementen ligt, kan ik me voorstellen dat daarin allemaal vragen verstopt zitten - sommige zijn wat explicieter gemaakt waarvan we uiteindelijk richting de MRDH kunnen zeggen: we willen graag advies van de MRDH over deze visie, met deze vragen in de moties als extra opdrachten, en we willen zien welke voorstellen van de MRDH, bijvoorbeeld over de concessies, uiteindelijk naar ons toe komen. We moeten daar niet te lang mee wachten. Ik krijg van de ambtenaren te horen dat nu al eerste verkenningen worden gedaan: welke onderwerpen moeten nu aangepast worden in de concessie en op welke manier willen we de stad goed blijven bedienen? Er is bijvoorbeeld een discussie geweest over vraagafhankelijk vervoer. Dat is niet meer een maatwerkoplossing zoals de Delfthopper nu is, maar vraagafhankelijk vervoer echt als een reguliere manier op bepaalde plekken waar wel haltes zijn waar mensen soms naartoe willen maar waar een gewone buslijn te weinig gebruikers kent.

Dat zijn allemaal elementen waarover de MRDH nu aan het nadenken is: hoe gaan we dat inzetten? Ik wil tegen de SP zeggen dat het jammer zou zijn als we eerst nog een hele tijd wachten en misschien pas over een jaar opnieuw met de raad hierover spreken, want in de tussentijd is dan onze kans verkeken om de MRDH te beïnvloeden in die voorbereidende werkzaamheden voor de concessies om de goede dingen mee te nemen. Volgens mij zitten in deze visie alle onderwerpen waarvan de raad eerder heeft gezegd: hoe willen we deze onderwerpen in samenhang zien? Volgens mij zijn die keuzes ook echt geënt op de voorzieningen die we graag bereikbaar willen maken met het openbaar vervoer. Dat is de enige motie die ik echt zou willen ontraden; ik zou willen ontraden om daar nog langer over te gaan doen. We hebben nu gewoon een document nodig waarmee we als Delftse raad richting de MRDH kunnen zeggen waar we graag naartoe zouden willen werken. De amendementen, of ze nou over P+R of over tramlijn 1 gaan, zijn wat mij betreft echt aan de raad. Ik denk wel dat het toevoegen van P+R - dat is al eerder benoemd, maar die moties zijn nog niet goed genoeg verankerd - beter in deze visie kan worden opgenomen, maar bij alle andere onderwerpen zitten er opdrachten in waarmee de MRDH aan de slag kan.

Wat de notie betreft dat er niet overal geld voor is: we hebben ook nog een oude lijn waar nog opgaven liggen en we willen in onze stad bijvoorbeeld ook nog wat met fietsenstallingen, waar we het zojuist over hebben gehad. Uiteindelijk kan het geld maar één keer verdeeld worden, maar er zitten allemaal vragen in die we in de oplegger van de brief bij het aanbieden van deze visie bij de MRDH onder de aandacht kunnen brengen. Het is aan de raad welke onderwerpen daarbij het belangrijkst zijn. Die keuze kunt u maken. Voor de helderheid: vanuit mijn kant is alleen de motie van de SP wat ongemakkelijk, want wat mij betreft is het belangrijk dat we de MRDH nog in deze periode aangeven wat we als Delft willen.

75

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De VOORZITTER: De klok heeft ruim 23.00 uur geslagen. Ik wil het voorzitterschap van de heer Valk straks niet zó onder druk zetten dat de verantwoordelijkheid om op tijd klaar te zijn helemaal bij hem ligt. Ik roep u dus allen op om nog even mee te werken onder mijn voorzitterschap. Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Heel kort een verhelderende vraag over de motie Verleng de tram door Tanthof van de fractie van STIP en andere fracties. Denkt de wethouder dat het aannemen van deze motie mogelijk ten koste gaat van andere Delftse wensen met betrekking tot uitbreiding van het openbaar vervoer, bijvoorbeeld een eventuele verlenging van tram 19 naar Rotterdam of een tramlijn anders naar Den Haag? Oftewel: kan het gaan bijten als we heel hard gaan inzetten op dit specifieke stukje tramlijn? De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Wij zullen voor alle moties en amendementen stemmen, behalve de motie van de SP, de motie Sterk en bereikbaar openbaar vervoer. Wij zijn het natuurlijk helemaal eens met het idee dat je eigenlijk het liefst een fijnmazig netwerk zou hebben. Tegelijkertijd zien wij eigenlijk maar drie mogelijkheden waartoe deze motie kan leiden. Ten eerste: wel een fijnmazig netwerk, maar minder frequentie op de lijnen die echt gebruikt worden. Ten tweede: er moet veel meer geld naartoe; dan hebben we daar dekking voor nodig.

De laatste: we hebben wel het streven, maar we realiseren ons eigenlijk dondersgoed dat dat niet gaat lukken. Dus toch nog de vraag aan de wethouder hoe zij ermee wordt geholpen als we dit streven gaan uitdragen naar de MRDH. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Om te laten zien hoe dit onderwerp wordt afgeraffeld, zou ik het nu over de tijd kunnen hebben. Ik heb nog twaalf minuten, maar ik denk dat niemand blij wordt als ik die twaalf minuten gebruik. Toch hebben we straks over dit onderwerp in totaal misschien vijftien minuten kunnen spreken, terwijl dit een heel belangrijk onderwerp is. Ik denk dat ik dit in de tweede of derde raadsvergadering van deze periode, dus drie jaar geleden, al geopperd heb. Toen was het niet belangrijk, want het was op dat moment nog niet opportuun, omdat we het pas over een héle lange tijd hierover zouden gaan hebben binnen de MRDH. Daarom hebben we steeds gevraagd om met die voorstellen te komen. Nu kwam dat voorstel, anderhalve maand geleden. We hebben het één keer besproken in een commissievergadering, die net zo'n drukke agenda had als deze vergadering en die trouwens ook uitliep. We hebben het dus zelfs besproken in de uitloopvergadering, waarin er dus niet zoveel tijd was.

Ik heb die hele vergadering trouwens mijn mond gehouden; ik heb alleen gesproken over dit ene onderwerp, omdat ik daar zo veel mogelijk tijd aan wilde besteden, maar het wordt afgeraffeld. Als het enige argument is dat dit het juiste moment is, terwijl we drie jaar hebben zitten wachten … Het komt nu, vlak voor de verkiezingen, en dan is dit het moment waarop het toevallig kan. Dat is geen argument. Het enige argument dat ik hier hoor, is: ik wil niet zeggen dat ik bang ben voor de verkiezingen, maar ik ben bang voor de inbreng van de bewoners en voor de uitslag van de verkiezingen door wat de bewoners willen, dus doe ik het nu even snel tussendoor; ik heb verder geen argumenten en ik zeg dus maar dat dit het juiste moment is. Dat is in deze raad bijna altijd het argument op het moment dat iets even niet uitkomt: nu kan het wel. Als je iets wil tegenhouden, ben 76

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

je te vroeg of juist te laat, omdat we het al eerder hebben besproken; dan hadden we het toen moeten doen. Als het enige argument is "dit is het moment en je moet het niet uitstellen", dan hoor ik alleen maar: ik heb hier geen argumenten voor; ik gebruik dit gelegenheidsargument. Vervolgens raffelen we het onderwerp af. Ik vind dat heel erg jammer. Ik ga niet mijn volle tien minuten gebruiken om het punt te maken; dat vind ik zonde, want dat is nergens voor nodig, maar dit tekent wel hoe we in deze raad omgaan met sommige onderwerpen door vlak voor de verkiezingen nog zoveel onderwerpen erdoorheen te fietsen, omdat we denken: laten we dat in godsnaam maar voor de verkiezingen doen. Dat vind ik niet netjes. De VOORZITTER: U heeft een duidelijk punt gemaakt. De heer GOMMERS (STIP): Ik wil dit beeld een klein beetje corrigeren, want we hebben het in meerdere beeldvormende avonden over mobiliteit gehad. Daarbij is ook letterlijk aan de raad gevraagd om input te leveren. Ook in meerdere bijeenkomsten van de Werkgroep Leefomgeving hebben we het over mobiliteit in de stad gehad. Het beeld dat de raad niet gehoord is, vind ik dus onjuist. Het is wel juist dat de SP op die momenten niet aanwezig is geweest. De heer TREFFERS (Volt): Ik vind het ook een beetje jammer, want als u alle tijd in de commissie heeft gebruikt om hierover te spreken, had ik inhoudelijke voorstellen verwacht.

Het enige waar u mee komt, is een procedureel voorstel: laten we het er nog een keer over hebben. We hebben het hier uitgebreid over gehad. Heel veel partijen komen met verbeteringen. Waar is het voorstel van de SP? De VOORZITTER: Er zijn twee vragen, maar het zijn meer oproepen aan u, meneer Van der Sluis. Wilt u daar uw kostbare minuten voor gebruiken of niet? De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik was ervan uitgegaan dat dit termijnen waren. Als ik bepleit dat we een brede discussie moeten houden, kan ik niet nu al voorstellen indienen. Dat is gewoon vreemd. Daarom hebben we dat niet gedaan. Ik denk dat het voorstel voor die brede discussie beter is dan dit nu afraffelen en nu met een voorstel komen. Verder heb ik alles gezegd wat ik hierover wil zeggen. De VOORZITTER: Dat lijkt me ook helder en dat is uw goed recht. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Ik kan mij met betrekking tot de SP helemaal aansluiten bij de heer Gommers, want we hebben best wel vaak en uitgebreid gesproken over de OV-visie. De visie die er ligt, vinden wij ook een mooie visie. Wij denken dat die visie meerwaarde heeft; dat is gewoon puur inhoudelijk. Dan nog kort over de tram.

Dat is misschien ook een vraag aan de wethouder, in de trant van: als deze motie niet wordt aangenomen, wordt de optie dan alsnog meegenomen in de oost-westverbinding en de doorkoppelingen van lijnen et cetera? Zou het niet gewoon een toezegging kunnen zijn om dit expliciet mee te nemen of iets dergelijks? 77

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

Een aantal mensen zeiden iets over de Delfthopper, bijvoorbeeld de heer Treffers over drie uitwerkingen. Volgens mij is er nog een vierde uitwerking: we spreken uit dat de Delfthopper niet wenselijk is, dat we die afschaffen, dat alternatieven niet rendabel mogelijk blijken en dat we straks dus echte witte vlekken hebben. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. De twee amendementen over tramlijn 1 kunnen prima samen. Ik zie daar dus geen belemmering. Het doortrekken of verlengen van tramlijn 1 kan ons ook helpen in de hele discussie over kosten in verband met al dit soort lijnen en wensen, met name de oost-westverbinding en sowieso de hele discussie over tramlijn 1. Het is heel prima als we daarover wat meer informatie hebben. Dat lijkt me dus geen belemmering. Ik vind het ook beter om een motie vanuit de raad mee te geven in het hele pakket voor de MRDH met de visie én de moties die hier zijn meegegeven, met een mooie oplegger: dit is wat de gemeenteraad van Delft graag wil meegeven bij de nadere uitwerking. Ik zou wat dat betreft dus toch graag een uitspraak willen over die motie, want dan kunnen we die in ons totaalpakket richting de MRDH meegeven. Dan heeft de MRDH ook een goed beeld van wat hier in de discussie heeft gespeeld en van de wensen vanuit de raad.

De heer VALK (CDA): Er staat nog een vraag open die de wethouder nog niet heeft beantwoord: als de motie over de tram en Tanthof wordt aangenomen, kan dat dan ten koste gaan van onze kansen ten aanzien van andere wensen die wij hebben? De heer TREFFERS (Volt): Eigenlijk dezelfde vraag over motie 6.5.2, de motie Sterk en bereikbaar openbaar vervoer: hoe wordt de wethouder hiermee geholpen en kan zij de door mij en de heer Van der Steeg geschetste scenario's ontkrachten? Wethouder HUIJSMANS: In hoeverre schieten wij daarmee in onze eigen voet? Volgens mij krijg je vooral in beeld wat verschillende opties zouden kunnen gaan kosten en kun je daarmee uiteindelijk een goede afweging maken. Vooralsnog is dat dus niet het geval en daar zitten nog een heleboel stappen tussen. Over de Delfthopper en het goed bedienen van verschillende haltes binnen Delft: uiteindelijk zal in de nieuwe concessie opnieuw moeten worden bekeken hoe de verdeling van middelen, beschikbare uren en beschikbare buslijnen over heel Delft en eigenlijk over de hele regio zal zijn binnen de concessie. Dat hoeft dus niet per se met extra geld erbij, want je hebt het hier echt over de voorwaarden voor een nieuwe concessie en niet voor een nieuw vervoerplan; dat speelt binnen de concessie, waarbij soms dingen een beetje worden veranderd. Dit is echt voor een nieuwe concessie.

Daarmee kan het ook gewoon weer een nieuw verhaal zijn, waarbij duidelijk is dat Delft met meer inwoners en meer bestemmingen die een vervoervraag kennen, aanspraak zou kunnen maken op middelen. Uiteindelijk gaat het misschien wel ten koste van iets anders, misschien een buslijn in Capelle aan den IJssel of waar dan ook, maar er zal uiteindelijk in z'n totaliteit bekeken moeten worden hoe de totale regio goed bediend kan worden. Maar voor de concessie kan dit gewoon helderheid geven over wat Delft aan vervoerwaarden heeft en hoe de MRDH die gelden wil gaan verdelen. 78

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De VOORZITTER: We hebben de tweede termijn van zowel de raad als het college gehad. Ik sluit dus de beraadslaging en we gaan naar de stemmingen. Er zijn drie amendementen en drie moties. De meesten van u hebben verteld hoe u daarbij gaat stemmen. Is er dus überhaupt behoefte aan stemverklaringen? Ja, hier en daar wel; dan ga ik ze toch even langslopen. In stemming komt amendement 6.5.A (P+R in OV-visie) van de VVD, STIP, het CDA, de PvdA en de ChristenUnie. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt amendement 6.5.B (Behoud lijnvoering tramlijn 1 via Den Haag HS en centrum) van D66. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt motie 6.5.C (Aandacht voor belang tramlijn 1 voor bereikbaarheid Haagse onderwijsinstellingen) van het CDA, de ChristenUnie, de VVD, D66, Onafhankelijk Delft en STIP. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. De VOORZITTER: Wat een eensgezindheid! In stemming komt motie 6.5.1 (Ov verdient een brede discussie) van de SP. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 8 tegen 30 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en de SP ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 6.5.2 (Sterk en bereikbaar openbaar vervoer) van de VVD, de ChristenUnie, STIP en Onafhankelijk Delft.

De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Het CDA is geen groot voorstander van de Delfthopper, maar deze motie is heel breed geformuleerd en geeft het college eigenlijk volledige keuzevrijheid in plaats van de raad. Daarom gaan we toch tegen deze motie stemmen. De heer GROENEVELD (D66): Voorzitter. Het debat heeft ons ook niet overtuigd en we zien het risico op witte plekken in het ov. We zien derhalve geen aanvullende waarde in deze motie en we zullen er dus tegen stemmen. 79

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

Bij de digitale stemming over deze motie staken de stemmen (19 tegen 19 stemmen), waarbij de fracties van de ChristenUnie, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de SP, STIP en de VVD ervoor hebben gestemd. De VOORZITTER: Meneer Koelewijn, waar bent u? Omdat de stemmen staken, gaan we hier de volgende keer wederom over stemmen. We houden het spannend. In stemming komt motie 6.5.3 (Verleng de tram door Tanthof) van STIP, D66 en de VVD. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. We hoorden van de wethouder dat deze motie haar ondersteunt in haar gesprekken met de MRDH. Daarom zullen we voor deze motie stemmen. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 35 tegen 3 stemmen, waarbij de fractie van de PvdA ertegen heeft gestemd. In stemming komt het geamendeerde voorstel. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. De VOORZITTER: Het volgende agendapunt en ook het agendapunt daarna betreffen mijn eigen portefeuille. Ik vraag de heer Valk dus om naar deze plek te komen en het voorzitterschap tijdelijk van mij over te nemen. (De heer Valk neemt het voorzitterschap van de vergadering over van de burgemeester.) De VOORZITTER: Ik dank de burgemeester voor het overdragen van het voorzitterschap. 165. Raadsvoorstel Referendumverordening 2025 (2537481).

De VOORZITTER: Er is een motie aangekondigd door mevrouw Brussaard van Volt. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Vanavond stellen we als raad met elkaar opnieuw de Referendumverordening vast met daarin een aantal technische wijzigingen maar ook een beleidsinhoudelijke wijziging. Tijdens de commissievergadering heeft Volt de commissie gevraagd of we met alleen het verwijderen van de geldigheidsdrempel al tevreden zijn met het referendum als instrument van de raad en of alleen deze wijziging het daadwerkelijk een toegankelijker en bruikbaarder instrument maakt. Wij denken dat het nog beter kan. Volt is geen voorstander van het referendum, zeker niet zoals het nu in de verordening is vormgegeven, niet omdat we tegen burgerinspraak zijn - integendeel, 80

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

wij zouden zelfs liever nog meer instrumenten toevoegen - maar omdat het referendum in deze vorm polariserend kan werken. Het dwingt inwoners tot een jaof neekeuze over raadsvoorstellen die in de praktijk vaak veel complexer zijn dan de binaire vraag suggereert. Een eenvoudige voor- of tegenstem doet zelden recht aan de nuance van het besluit waarover we spreken. Ook de interpretatie van de uitslag levert hierdoor discussie op: wat hebben inwoners precies bedoeld met hun voor- of tegenstem en hoe moeten we die duiden? Wat Volt betreft moet een referendum meer zijn dan alleen een noodrem. Het moet ook een instrument zijn dat bijdraagt aan constructieve besluitvorming in de raad, beter beleid en meer betrokkenheid van inwoners. Er wordt op dit moment al veel onderzoek gedaan naar het instrument referendum en ook naar hoe het constructiever kan worden ingezet. Naar deze onderzoeken verwijs ik in de voetnoten van de motie. We snappen dat er misschien ook nog wat meer debat of gesprek in de raad nodig is voordat we besluiten of een aanpassing van de Referendumverordening nodig is. Daarom dienen we vanavond geen amendement in.

In plaats daarvan vragen we iets wat volgens onze verordening mag: we vragen de experts van de Referendumkamercommissie om een advies aan de raad voor te leggen over de voor- en nadelen van ons huidige referendum en over wat de voor- en nadelen zouden zijn van constructievere varianten die in die onderzoeken worden voorgesteld. Op deze manier hebben we als raad een advies over de mogelijkheden dat we met elkaar kunnen bespreken en dat eventueel zou kunnen leiden tot een beeldvormende avond, waar we in de commissie over hebben gesproken. Dan kunnen we eventueel besluiten tot een herziening van de verordening. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Dank u wel voor uw betoog, want dat was erg nodig om deze motie te kunnen begrijpen. Ik ben benieuwd of u ook met de Referendumcommissie heeft gesproken en hoe zij tegen dit voorstel aankijkt. De heer HOMBERGEN (PvdA): Inderdaad dank voor deze inbreng en de opbouw van uw betoog. We begrijpen de zoektocht heel erg. Ook naar ons idee is de ideale vorm van een referendum of inspraak van de burgers nog niet echt goed gevonden. De Referendumcommissie is ingesteld om een goede, objectieve begeleiding te bieden aan een referendum en is niet ingesteld om daar daadwerkelijk over te adviseren.

Wij hebben dus dezelfde vraag als GroenLinks: heeft u de Referendumcommissie wel gevraagd of zij op een dergelijk verzoek zit te wachten? Mevrouw VOOGT (VVD): Ik hoor mevrouw Brussaard zeggen dat zij het referendum nu alleen als noodrem ziet en daar geen fan van is. Ik ben benieuwd of mevrouw Brussaard dan de regels wil aanpassen zodat de inwoners een raadsbesluit niet alleen kunnen tegenhouden maar ook mee kunnen beslissen over alternatieven. De heer VISSER (CDA): Ik denk dat de heer Hombergen en mevrouw Wessels de eerste vraag die ik had, al hebben gesteld. Daar sluit ik mij dus bij aan. Daarop aanvullend zou ik nog iets willen weten. Het staat ieder gemeenteraadslid vrij om een-op-een in contact te treden met de Delftse Rekenkamer. Acht mevrouw Brussaard het nodig om überhaupt een motie in te dienen om een vraag te stellen aan de Referendumcommissie? 81

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Eerst de vraag of ik de Referendumkamer heb gesproken. De Referendumkamer heeft ons geadviseerd bepaalde aanpassingen in de verordening te doen om die bruikbaarder te maken. Wij hebben in de commissie geprobeerd de vraag te stellen of we dat al genoeg vinden. Daarvoor hebben we inderdaad meer informatie nodig. Wij willen u met deze motie de vraag voorleggen of u ook niet vindt dat we daarover eigenlijk meer informatie nodig hebben. Ik wil er dus juist een breder debat van maken dan het debat dat nu is gevoerd. Er werd gezegd dat de commissie is aangesteld om te adviseren over het referendum. Dat is niet waar. In de nieuwe vacature voor een nieuwe Referendumcommissie staat zelfs expliciet dat zij op vragen van de raad ook mag adviseren over de Referendumverordening en of die wel of niet werkt. Het is dus een bredere taak; daar is de commissie juist ook voor bedoeld. Wil mevrouw Brussaard de verordening aanpassen? Op dit moment is de verordening zo dat het referendum alleen echt over een raadsbesluit mag gaan. Dat kan gaan over een mobiliteitsvisie, waarin heel veel beleidsvoorstellen worden gedaan. Dat is zonde, want dan krijg je van het percentage mensen die zijn gekomen een antwoord dat eigenlijk nog steeds niet genoeg duiding geeft aan de vraag als we die überhaupt willen voorleggen voor een referendum.

Ik zou ons dus inderdaad beter willen laten informeren: is dit nou echt hoe wij het referendum willen gebruiken, dus voor alleen een ja/nee-vraag over hele grote vraagstukken, of willen we het referendum bijvoorbeeld gebruiken om meer keuzes voor te leggen om delen van een raadsbesluit te kunnen verwerpen, juist om een betere duiding te kunnen krijgen? Dat is de hele lange uitleg. De heer VISSER (CDA): Ik kan het gemist hebben, maar volgens mij werd door de collega's Wessels en Hombergen heel duidelijk gevraagd of er contact is geweest met de leden van de Referendumcommissie over de motie die wordt ingediend. Het kan zijn dat ik het antwoord heb gemist, maar volgens mij heb ik het antwoord daarop nog niet gehoord. Mevrouw VOOGT (VVD): Ik hoor mevrouw Brussaard iets zeggen over de opkomst en het percentage. Dat triggert mij om daar een vraag over te stellen, want hoe wil mevrouw Brussaard in de toekomst omgaan met dit soort besluiten of initiatieven van burgers en een lage opkomst? Kunnen zij straks dan geen invloed meer krijgen en is het dan nog wel een volledig democratisch besluit? Hoe wegen we dat af? Daar ben ik benieuwd naar. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Het doel van deze motie is eigenlijk om met ons als raad op een later moment een constructiever debat te hebben op basis van een advies, op basis van feiten en dezelfde informatie.

Het is heel ingewikkeld om nu alsnog het inhoudelijke debat aan te gaan terwijl niet iedereen dezelfde informatie heeft. Ik had die vraag zelf aan de Referendumkamer kunnen stellen. Dan had alleen ik het antwoord geweten en had ik alsnog een amendement kunnen indienen. Ik wil de raad nu juist de kans bieden om te zeggen: wij zien hier inderdaad het 82

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

knelpunt van de huidige regeling en de verordening en we zijn ook benieuwd naar het advies, omdat wij ook willen dat het referendum een constructiever instrument is, juist in de toekomst, als we een referendum gaan doen. Volgens mij botst dat niet met hoe we nu het referendum gebruiken. De heer MARUF (D66): Misschien kunnen we Volt een handje helpen. Via de mail heeft de heer Van der Woerd naar mijn smaak een uitstekend voorstel gedaan. Zou dit misschien een initiatiefvoorstel kunnen worden, zodat we hier in de commissie voorafgaand aan de vergadering een debat hadden kunnen voeren of in de toekomst zouden kunnen voeren? Helpt u uzelf dus niet door dit voorstel in te trekken en er een initiatiefvoorstel van te maken, zodat we het breder in de commissie kunnen bespreken en misschien ook meer argumenten met elkaar kunnen uitwisselen dan nu, zo laat op de avond? In de commissie hebben we immers niet de tijd gehad om dat met elkaar te doen. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik vind dit een beetje jammer, want we hebben al meerdere keren aangegeven dat we vanuit Volt juist het debat willen hebben over het referendum en hoe we dat met elkaar gebruiken. Daarop kwam geen handreiking vanuit de commissie.

Ik vond het inderdaad een goed voorstel om te kijken naar een initiatiefvoorstel, maar dat is wat mij betreft meer dan alleen de uitvraag doen naar een advies over hoe onze huidige Referendumverordening werkt. Daarmee zouden we met die kennis wachten totdat dat initiatiefvoorstel er is, maar we kunnen daar ook nu met elkaar een advies over vragen. De heer MARUF (D66): Ik zal het nog een keer proberen. Als ik de stemming proef, is mijn vermoeden in alle eerlijkheid dat dit voorstel het in ieder geval niet gaat halen. Daarmee is alle zuurstof weg om dit nog vaker met elkaar te bespreken, misschien op een fatsoenlijke manier, zodat we meer argumenten met elkaar kunnen uitwisselen. Vandaar mijn oproep. Misschien helpt het als ik duidelijk mag maken dat dit voorstel het waarschijnlijk niet gaat halen. De VOORZITTER: Dat is niet echt een vraag, maar u mag er natuurlijk op reageren, mevrouw Brussaard. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik kan eigenlijk alleen constateren - dat vind ik echt heel bijzonder - dat niemand in de raad überhaupt het debat wil voeren over het referendum als instrument. Het is niet besproken in de commissie. Ik heb het meerdere keren geprobeerd en nu wordt eigenlijk weer gezegd: breng het ook maar niet ter sprake met een motie of trek de motie in en kom hier later mee terug. Dit is ook een kans voor de raad om meer informatie te vragen.

Het is nog geen aanvraag van een herziening. Ik vind het gewoon opvallend. De VOORZITTER: Die conclusie roept een aantal vervolgvragen op. Mevrouw VOOGT (VVD): Ja, hier wil ik iets over zeggen, want volgens mij willen wij hier zeker met de raad over debatteren, maar wel op basis van het voorstel, een handreiking die gedaan is. Ik zie dus niet in dat wij hier als raad niet over willen 83

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

debatteren. We denken alleen dat dit nu misschien niet het moment is. Een initiatiefvoorstel zou daarbij kunnen helpen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik denk dat de raad en de commissie hier zeker over willen spreken. Toen ik na mijn voorstel, dat de heer Maruf net noemde, deze motie zag, dacht ik: misschien moet er input geleverd worden voor dat initiatiefvoorstel. Dat is dus mijn vraag aan mevrouw Brussaard: zit hier nog een bepaalde volgorde in? Want als wij willen debatteren over een referendum, moet er een goed gedocumenteerd verhaal liggen dat we kunnen bespreken. Anders vrees ik dat de discussie alle kanten opspat. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik deel deels met de heer Van der Woerd dat er inderdaad nog iets nodig is om als raad het gesprek te kunnen hebben. Ik denk dat dat gesprek er ook al zijn op basis van die adviesvraag die we kunnen stellen aan de Referendumcommissie, want daarvoor hebben we met deze verordening de Referendumcommissie überhaupt aangesteld. Ik zou dat dus eigenlijk juist gewoon als beginpunt willen gebruiken van een beeldvormende avond.

Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Is de vraag achter uw vraag over een referendum eigenlijk niet ingegeven door het feit dat de participatie niet goed gaat? Waarom heeft u niet iets meer dat haakje gepakt in plaats van meteen zo'n instrument te veranderen? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Toen de nieuwe Referendumverordening aan ons werd voorgesteld, zagen wij dat als een moment om dit opnieuw met elkaar te bespreken. We hebben al meerdere keren opgeroepen om daar een politiek debat over te houden. Dat wordt blijkbaar niet gedeeld door de rest van de raad. Er komt op een later moment nog een evaluatie van überhaupt participatie. Er zijn komend jaar dus meerdere momenten waarop we het erover gaan hebben. Ik denk dat een advies van de Referendumcommissie daar komend jaar aan kan bijdragen. De VOORZITTER: Prima, laten we gewoon kijken hoe het debat in de raad verder gaat. Door de fractie van Volt wordt motie 6.6.1 (Voor een constructief referendum) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft op de vergadering van donderdag 6 november 2025 bij de bespreking van het raadsvoorstel Referendumverordening 2025 (2537481). We stellen vast dat: 

het verwijderen van de geldigheidsdrempel in de Referendumverordening 2025 de grootste beleidsinhoudelijke wijziging is aan de al bestaande referendumverordening; 84

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

   

Delft alleen een correctief raadgevend referendum heeft, waarbij kiesgerechtigden alleen voor of tegen (een onderdeel van) een raadsbesluit kunnen stemmen; het dus niet mogelijk is om alternatieve opties aan te geven; het raadgevend correctief referendum een democratisch instrument is dat als een soort noodrem kan worden ingezet; de gemeenteraad het referendum als instrument voor een lokaal raadsbesluit al sinds 2006 niet meer heeft ingezet.

We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: 

 

een voor- of tegenstemming soms onvoldoende recht doet aan een vaak meervoudig raadsvoorstel, waardoor de keuze tot geheel steunen of verwerpen van een raadsbesluit regelmatig dilemma’s oplevert zowel in het stemhokje als bij de interpretatie van de referendumuitslag; een referendum zonder context vaak een simpel 'voor of tegen' oplevert, terwijl veel inwoners willen meedenken over oplossingen; in de modelreferendumverordening van de VNG de mogelijkheid van meerdere antwoordalternatieven expliciet is opgenomen.

Wij vinden dat:  

het referendum niet alleen als noodrem moet kunnen dienen, maar ook constructief moet kunnen worden ingezet om waarde toe te voegen aan het beleids- en besluitvormingstraject; er meer ruimte moet zijn voor constructievere vormen van referenda waarbij men tegenvoorstellen kan inbrengen of door middel van meerkeuzeantwoorden bij raadsbesluiten deze selectief kan verwerpen of constructief kan tegenwerpen.

We vragen de Referendumcommissie om de gemeenteraad voor eind 2026 te adviseren over mogelijke constructieve variaties op het referendum, zoals een raadplegend referendum, en de daarvoor benodigde aanpassingen in de verordening, en we gaan over tot de orde van de dag." De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. De SP is het met Volt eens: we moeten gewoon meer uit het referendum halen. Dit is een manier om die discussie aan te gaan. Wat dat betreft is dit een prima voorstel. Ik heb een paar tegenargumenten gehoord. Ik heb gehoord: dit is niet het moment. Die discussie hebben we bij het vorige agendapunt ook gehad; dat vind ik echt een geweldig argument. Daarnaast heb ik van D66 gehoord: het kan niet. Ik heb vorige week ook een discussie met D66 gehad over "het kan niet". Ze hebben landelijk blijkbaar besloten dat alles kan, maar in Delft is het altijd: kan niet, kan niet, kan niet. Ze komen in het college met voorstellen. Zodra daar in de raad discussie over is, is het altijd: kan niet. Ik denk 85

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

juist dat dit een ingang is die we als raad kunnen gebruiken om de discussie aan te gaan. Het lijkt mij een prima voorstel. De SP gaat dat gewoon steunen. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Wij steunen deze motie niet, want in plaats van een correctief referendum gaat een zogenaamd constructief referendum met meerkeuzeantwoorden of het selectief verwerpen van besluiten eigenlijk over het aanpassen van beleid. Er wordt dan dus niet meer gevraagd of een besluit maatschappelijk draagvlak heeft, maar hoe het beleid moet worden aangepast. Daar is nou juist wat wij hier aan het doen zijn met onze politieke processen en participatieprocessen voor bedoeld. Een referendum moet in onze ogen gewoon helder zijn: je bent voor of tegen een besluit. Anders ontstaat er een onduidelijke uitkomst waar niemand zich meer in herkent. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Voor onze fractie is het essentieel dat het primaat bij de raad ligt; dat is zelfs de titel van een van de moties die we eerder hebben ingediend. Daarmee is de gemeenteraad dus de primaire actor in de representatieve democratie, ook lokaal. De heer VAN DER SLUIS (SP): Het CDA zegt dat het mandaat bij de raad moet liggen.

Dat is nu inderdaad het geval, maar denkt u niet dat we de democratie kunnen versterken door burgers juist ook tussentijds meer invloed te kunnen geven op de democratie om de betrokkenheid en de invloed van de burgers te versterken? De heer VISSER (CDA): Dit was een hele snelle interruptie van de heer Van der Sluis, want dit is meteen een bruggetje naar de volgende zin die ik wilde uitspreken. Het korte antwoord op de vraag is nee, want uiteindelijk is onze fractie van mening dat wij gewoon gekozen zijn met een mandaat en dat het aan ons is om de besluiten te nemen. Dat is soms makkelijk en heel soms best moeilijk, maar dat is wel waarvoor we besteld zijn. We leggen daarover verantwoording af. Dat doen we bij de verkiezingen, waaraan de heer Van der Sluis bij het vorige agendapunt refereerde. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Daar moet ik op interrumperen, want als onze participatie goed zou gaan, zouden niet elke keer heel veel burgers hier willen inspreken om zich te laten horen en om te laten merken dat ze het niet met dingen eens zijn. Ja, we hebben dat mandaat, maar blijkbaar hebben we af en toe ook onze oren dicht.

Hoe gaat u daar dan mee om? De heer VISSER (CDA): Ik herken mij in ieder geval niet in de kwalificatie dat we onze oren dicht hebben, maar ik denk ook dat het onze verplichting is om hier afwegingen te maken, ook in de wetenschap dat we niet iedereen tevreden kunnen stellen. Dat is volgens mij óók de rol die we hier hebben. Als mensen daar moeite mee hebben, vermoed ik dat iemand een andere hobby moet gaan zoeken. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik ken het standpunt van het CDA, ook over het referendum, maar dat we een referendum en een Referendumverordening hebben, is eigenlijk al een gegeven. Als we het referendum dan toch als instrument willen, wilt u dan niet dat het juist meer duiding geeft aan de uitslag? Wilt u met de uitslag 86

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

weten wat mensen wel van het voorstel waarderen en wat zij daarvan niet waarderen? U bent toch ook voor het hanteren van nuttige instrumenten? De VOORZITTER: Ik verzoek u om interrupties kort en krachtig te houden. Het is 23.45 uur. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Soms gaat het heel snel. De heer Visser kan heel snel praten, maar even over "een andere hobby": wie moet er een andere hobby zoeken? Moeten wij een andere hobby zoeken of moeten inwoners een andere hobby zoeken? Wat bedoelt u nou? De heer VISSER (CDA): Laat ik beginnen met de vraag van mevrouw Brussaard. Ik had bij haar vraag "duiding van de uitslag" opgeschreven. Ik spits het even toe op de vanavond voorliggende motie. Daarin wordt gevraagd om een vraag te stellen over een raadplegend referendum. Ik heb vanmiddag toevallig nog heel even de tijd gevonden om op internet te kijken wat de Raad van State eerder heeft geadviseerd over dat raadplegend referendum, dat eerder in de Eerste Kamer aan bod geweest is. Ik citeer de Raad van State: "Het risico bestaat dat de bestuurder zich aan de eigen moeilijke besluitvorming zou willen onttrekken." De Raad van State kwalificeert dat als volgt: de initiatiefnemers zouden dan hun eigen functie en taak niet serieus nemen. Ik leef zelf in de veronderstelling en de overtuiging dat dat nou precies is waar we wél voor besteld zijn.

Dan kom ik ook bij het punt van de heer Van der Woerd, die terecht vroeg wie een nieuwe hobby moet zoeken. Volgens mij zijn wij als gemeenteraadsleden ervoor besteld om gewoon de besluiten te nemen. Dat is onze taak; ik moet het zo zeggen: dat is een van de taken die we hebben. Daarin maken we afwegingen. Daarin horen we natuurlijk verschillende mensen, maar het is uiteindelijk aan ons om met elkaar een besluit te nemen. Dat we daarin niet iedereen tevreden kunnen stellen, is ook een gegeven. Als dat lastig is … Dat ís ook lastig, maar als dat door een van de gemeenteraadsleden hier als te lastig wordt ervaren, weet ik niet of dit de meest geschikte rol is, want uiteindelijk is dat naar de overtuiging van mij en van onze fractie een heel belangrijke taak die we vanavond en op allerlei momenten uitoefenen. De vraag van mevrouw Brussaard was een goede vraag, want die heeft ook meteen betrekking op het volgende blokje in mijn betoog. We hebben dus gewoon te doen wat we hebben te doen en waarvoor we besteld zijn. Wat ons betreft hoeft die vraag dus niet aan de commissie te worden voorgelegd. We zullen daarom tegen de motie stemmen, mocht zij in stemming komen. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Voorzitter. We hebben de indruk dat deze stap gewoon nog niet rijp is. We hebben in de commissie een debat gehad dat eigenlijk niet voldoende een echt debat is geworden.

Er liggen referendumaanpassingen bij die gewoon heel technisch zijn en die eigenlijk geen goede aanleiding hebben geleverd om het referendumdebat te voeren waar u blijkbaar op wijst maar waarvoor wij niet de tools of de discussiepunten op tafel hebben liggen. Er zijn verschillende suggesties geweest, bijvoorbeeld voor een initiatiefvoorstel. Volgens mij is het goed 87

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

om daar eerst naar te kijken, zodat we eerst in de commissie een goed debat met elkaar hebben, waarmee het wél scherp wordt. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Wij staan pal voor de democratische legitimiteit, maar wat Volt voorstelt, verandert die noodrem in een stuurwiel. Daar zijn wij geen voorstander van. Het vragen van advies over constructieve vormen klinkt in eerste instantie onschuldig, maar wij weten dat wie onderzoekt, de deur openzet voor meer. Als die deur opengaat, volgt er ook druk om het echt uit te gaan voeren. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ter verduidelijking: als er een referendum is geweest, moet je daarna ook door met beleid en met de uitslag. Dan is het heel onhandig als de uitslag niet duidelijk is over wat de inwoner heeft bedoeld met zijn voor- of tegenstem. Was hij tegen het hele voorstel of tegen een deel van het voorstel? Was hij überhaupt tegen het houden van het referendum? Je moet dus sowieso door. Dan kan je beter iets hebben waar je als raad iets mee kan. Dat is eigenlijk het idee. De VOORZITTER: Wat is uw vraag? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): De vraag is: ziet de VVD dat anders of waarin ziet de VVD dat dan anders? Mevrouw VOOGT (VVD): Ik denk dat dit meer een principieel punt is. Wij vinden ook dat de kern van onze democratie ligt bij verkiezingen en bij besluiten die wij hier nemen als volksvertegenwoordigers met een mandaat.

Daarop kunnen wij worden afgerekend. Ik denk dat je juist door het toevoegen van allerlei vormen of door het voorleggen van allerlei voorstellen versnippert en uiteindelijk ook vertraagt, want je moet dat uiteindelijk ook gaan duiden. Ik denk dat dat niet per se is waar wij voor staan. Dat is eigenlijk het antwoord. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Wanneer zouden we met de Referendumverordening zoals we die nu hebben, dan wél tot een besluit komen dat we het moeten inzetten? Want anders doen we gewoon een technische exercitie met elkaar: we hebben een Referendumverordening, maar eigenlijk willen we het instrument helemaal niet gebruiken. Wat zijn we dan vanavond aan het doen? De VOORZITTER: Twee vragen eigenlijk: wanneer en wat zijn we aan het doen? Mevrouw VOOGT (VVD): Zoals ik net al zei: het referendum is wat ons betreft echt een bijzonder instrument voor uitzonderlijke situaties. Het is een noodrem voor wanneer wij er als raad naast zitten. Dan kan er ingegrepen worden. Zo zien wij het. Zoals ik al zei, is een referendum er echt om het draagvlak te toetsen en niet om beleid te herschrijven. Daarom stemmen wij tegen deze motie. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. De ChristenUnie kan een heel eind meegaan met de bijdrage van de heer Visser.

Zo zitten wij er als basis ook in, maar elke keer als een document met het woord "referendum" aan de orde is, wordt dit punt door Volt gemaakt. Het lijkt mij heel verstandig om hier nou eens een 88

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

keer goede aandacht aan te geven en een heel goed debat te hebben over dit punt, zodat we daarna - ik wil niet zeggen: voor eens en voor altijd - voorlopig even rust hebben op dit front. Dat is ook de reden waarom we zeggen - we wachten nog even de reactie van de portefeuillehouder af - dat het misschien toch goed is om voor deze motie te stemmen, juist om die discussie niet opnieuw te moeten voeren elke keer als het woord "referendum" ergens oppopt op de agenda of in een ingekomen stuk. Want we doen op dit moment een herhaling van zetten. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. Wij kunnen ons aansluiten bij de woorden van GroenLinks. Wij denken eigenlijk ook dat het goed is om met de raad even te kijken naar die mogelijkheden. Buiten het vragen van advies aan zo'n Referendumkamer is het ook gewoon goed om dat even met elkaar uit te zoeken. Dat kan wat ons betreft ook via een beeldvormende avond. De VOORZITTER: Er waren niet heel veel vragen voor de portefeuillehouder, maar hij wil ongetwijfeld reflecteren. Burgemeester PECHTOLD: Voorzitter. Ik heb inderdaad met belangstelling de discussie in uw raad aangehoord. Ik denk ook dat de gedachtewisseling op die manier moet plaatsvinden.

Als ik me verplaats in het initiatief van mevrouw Brussaard voor deze motie, heb ik het gevoel dat dat vooral voortkomt uit het feit, zoals zij bij haar eerste overweging schrijft, dat bij de Referendumverordening 2025 de geldigheidsdrempel eigenlijk de enige grote wijziging is. Mevrouw Brussaard prikkelt mij en uw raad om toch een breder scala aan mogelijkheden voor meer participatie via soorten van referenda af te wegen. Zonder daaraan als portefeuillehouder een waarde toe te kennen, lijkt me dat een prima debat, maar dat kan je als raad zelf doen middels varianten die je hier in de Referendumverordening inbrengt. Je kan het natuurlijk ook aan de Referendumcommissie vragen; ik ben het met de indiener van de motie eens dat die commissie ook kan adviseren, want het gaat niet alleen om het begeleiden van de referenda. De commissie kan ook advies uitbrengen, maar dan stel je een heel open vraag als je het zo formuleert. Met vele leden van de raad zou ik mevrouw Brussaard dus adviseren om de komende tijd hier de discussie te openen met concrete varianten die in het land natuurlijk ook uitgewerkt zijn of die voorhanden zijn bij andere instituties die zich met de democratie bezighouden. Maar het staat mevrouw Brussaard ook vrij om via deze motie, als die een meerderheid haalt, de Referendumkamercommissie daartoe uit te dagen.

Ik heb inhoudelijk geen mening over wat daar dan uitkomt. Ik zal alleen zorgen dat die processen goed begeleid worden. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Het doel van de motie was juist om met de raad het gesprek hierover op een later moment goed geïnformeerd te kunnen hebben. Daarom dacht ik dat het eigenlijk een heel kleine vraag was om een advies te vragen dat met ons allemaal gedeeld zou worden via de ingekomen stukken. Ik hoor sommige partijen zeggen: laten we hier later een goed en breder debat hebben, misschien met een initiatiefvoorstel. Ik ben blij dat er vanavond wel een paar 89

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

inhoudelijke reacties zijn gekomen over überhaupt het instrument, maar ik denk dat er echt nog meer nodig is. Ik heb geen behoefte aan een volledig "tegengestemde" motie. Ik trek de motie dus voor nu in. Ik hoop dat daar op een later moment wel over gesproken kan worden. In reactie op de burgemeester: we hadden dus graag die voorstellen gedaan, maar dan had de raad natuurlijk ook gezegd dat we het nog niet genoeg besproken hadden. We zitten met elkaar als raad dus in een heel ingewikkelde cirkel, waardoor we daar niet toe komen, ondanks de beeldvormende avonden die we de afgelopen jaren hebben gehad en ondanks verschillende voorstellen vanuit andere partijen om iets te veranderen, zoals een Jongerenraad en de motiemarkt. Het is heel lastig om als raad met elkaar ergens een stap verder te zetten in die democratische vernieuwing. Ik dacht dat dit een manier was, maar voor nu trek ik de motie in. De VOORZITTER: U trekt de motie in. Dat betekent dat we straks alleen stemmen over het raadsvoorstel. Wil er iemand nog iets over het raadsvoorstel zeggen? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik heb eigenlijk nog een interruptie op mevrouw Brussaard. De VOORZITTER: Dat mag ook.

Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Zij gaat er in haar betoog ontzettend van uit dat we verandering willen, maar mogelijk kan je ook zeggen dat de instrumenten die we nu hebben voldoen, maar dat we ze niet goed genoeg gebruiken. Ik weet niet waar u op uit bent en of het genoeg is zoals het nu is. De heer HOMBERGEN (PvdA): Het onderwerp vinden wij ook bijzonder relevant, maar het is echt een zoektocht. We willen doorzien wat voor varianten er zijn en vooral ook wat de consequenties daarvan zijn. We zijn in Nederland of in Europa al een paar keer sadder en wiser geworden over referenda. De VOORZITTER: Dit is een interruptie, hè? Dit is geen termijn. De heer HOMBERGEN (PvdA): Ik denk dat het nog een zoektocht is om dat op te pakken. Misschien moeten we ergens een rapport of een verhaal vinden waarin een totaaloverzicht wordt gegeven. Dat is de vraag. De VOORZITTER: Twee statements. Wellicht wil mevrouw Brussaard daarop reageren. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Als reactie op de twee statements: ik vraag de partijen die misschien wel voor veranderingen openstaan om Volt niet elke keer deze stap te laten zetten of deze vraag te laten stellen, maar om mee te denken over hoe we als raad wel kunnen gaan nadenken om hier misschien iets mee te doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16400417/2