4. Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 13 november 2025
Tekst van het document
In slechts vier jaar is van de opbrengst van € 99,3 miljoen uit de verkoop van de Eneco-aandelen nog maar € 15,2 miljoen over. Er is dus € 85 miljoen verbruikt tussen 2020 en 2024. Het is een historisch bedrag, bedoeld om de stad structureel sterker te maken, maar het is in een hoog tempo uitgegeven. Waarvoor? De gewone Delftenaar heeft er nauwelijks iets van gemerkt: geen lagere lasten, geen zichtbare voorzieningen. Wat resteert, is een stad die financieel op de 21
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
toppen van zijn kunnen draait en een college dat eigenlijk in overdrive verkeert. De afgelopen vier jaar hadden de belastingen juist omlaag gekund. Hoe verkoopt dit college het dat de lasten worden verhoogd en dat er € 85 miljoen is uitgegeven, maar niet aan zorg, betere zichtbare voorzieningen of investeringen die eigenlijk iets op zouden moeten leveren? De stad is er eigenlijk niet sterker op geworden en de buffer is bijna leeg. Dat is naar ons inziens geen investering, maar consumptie met een strik erom. In 2026 stijgen de woonlasten met gemiddeld ruim 3%. De ozb stijgt van € 494 naar € 517, de afvalstoffenheffing van € 432 naar € 444 en de rioolheffing van € 266 naar € 269. Onafhankelijk Delft snapt dat de inwoners naar het bestuur kijken en denken: wat zijn jullie nou aan het doen? Steeds wordt er ook gezegd dat het niet anders kan, dat het nou eenmaal nodig is en dat we vooruit moeten, maar het is een feit dat er naar ons idee eigenlijk verkeerd is gekozen. Vier jaar lang werd er geïnvesteerd zonder echt vooruit te kijken; althans, niet voor iedereen. Wij vinden dat de balans zoek is. Een gezonde huishouding is ook toekomstbestendig. Het actuele saldo van de algemene reserve bedraagt € 110,2 miljoen, maar dat bedrag is grotendeels geoormerkt voor projecten zoals Delft-West, het Innovatie District, Museum Prinsenhof, de Gelatinebrug en toekomstige begrotingsgaten.
Er is slechts € 13,95 miljoen vrij besteedbaar. Dat is een minimale buffer voor een stad met een groot sociaal en economisch risico, nu er van die € 13,95 miljoen waarschijnlijk alweer € 9 miljoen afgesnoept moet worden voor het Prinsenhof. En dat is nog maar het begin. Niet alleen is het vreselijk wat de inwoner wordt aangedaan, maar ook wat een nieuw bestuur straks na de verkiezingen wordt aangedaan. Onafhankelijk Delft heeft het al vaker gezegd: had een pas op de plaats gemaakt en de inwoner een adempauze gegeven. Wij denken dat dit het gedaalde vertrouwen in de politiek had hersteld, maar hier wordt € 85 miljoen uitgegeven en de lasten worden over vijf jaar alweer verhoogd. En dan een buitenzwembad, waar zoveel inwoners om vragen. Zoveel mensen hebben geen plek om verkoeling te vinden. Bij warm weer is er altijd blauwalg, soms zelfs met koud weer. Het is om te huilen. De maatschappelijke werkelijkheid in Delft vraagt dan ook om andere keuzes. Delft kent relatief veel armoede, maar het beleid lijkt vooral gericht op projecten zoals Delft-West, terwijl ook andere wijken, zoals Wippolder, structurele investeringen en perspectief verdienen. Leefbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid zijn thema's die niet kunnen wachten. De aanhoudende reeks autobranden, steekincidenten en woninginbraken laat zien dat het veiligheidsgevoel onder druk staat.
Onafhankelijk Delft vraagt al jaren om meer inzet van wijktoezicht, verlichting en buurtgerichte preventie, maar die voorstellen verdwijnen blijkbaar in een la. Ook de sociale kant van de stad staat onder druk. De Wmo-kosten stijgen met ruim 8%, vooral door hogere tarieven en vergrijzing. De jeugdzorg groeit met miljoenen per jaar, maar zonder dat duidelijk wordt wat de preventieve inzet daadwerkelijk oplevert. Delft voor Elkaar krijgt opnieuw € 5,6 miljoen, maar zonder indexatie of toetsbare indicatoren. Ondertussen kampen mantelzorgers met overbelasting en wordt voor hun ondersteuning slechts € 54.000 structureel vrijgemaakt, terwijl de respijtzorg en mantelzorgwaardering zwaar onder druk staan. Het armoedebeleid is versnipperd en te mager. Nu de energietoeslag verdwijnt, lopen ruim 1.100 22
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
huishoudens in Delft risico op energiearmoede. Daar staat slechts € 300.000 aan bijzondere bijstand tegenover. Dat is een druppel op een gloeiende plaat. In de praktijk betekent dit dat gezinnen met lage inkomens verder in de knel komen, terwijl het college blijft spreken over weerbaarheid en zelfredzaamheid. Ook de middeninkomens hebben het steeds moeilijker. Ondertussen blijft er geen geld over voor voorzieningen die juist het verschil maken in het dagelijks leven. In de begroting is niets gereserveerd voor de renovatie van zwembad Kerkpolder, laat staan voor de realisatie van een buitenzwemvoorziening. Er wordt slechts onderzoek gedaan. Gezien het budget kan Onafhankelijk Delft al raden waar het heen gaat: straks wordt eerst door partijen gezegd dat we het onderzoek moeten afwachten, maar gelet op onze fantastische balans snapt elke partij natuurlijk goed dat het financieel niet uitmaakt of onderzoeken worden afgewacht. Daarom trekt Onafhankelijk Delft een motie van stal om te sparen voor een buitenbad. Delft lijkt te vergeten dat sport, recreatie en ontmoeting essentieel zijn voor onze gezonde samenleving, voor oud en jong. Hoewel er weinig bestedingsruimte is, komt Onafhankelijk Delft met een motie om verenigingssporten in de nieuwe wijk Schieoevers Noord aan elkaar te verbinden.
De ruimte aan de Rotterdamseweg zou uitstekend kunnen dienen voor nieuwe sportvoorzieningen, maar daarover lijkt allang besloten, evenals over de Buitenwatersloot; "beschermd stadsgezicht" is ook zo'n term in Delft. Die wordt geherdefinieerd. Hoewel de straat ernaast al geasfalteerd is en goed voor fietsers te gebruiken lijkt, moet er nu weer een mooie straat in Delft aan geloven. Kortom, dit college … De VOORZITTER: Dat "kortom" bevalt me heel erg, want u heeft nog een paar seconden. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Het zijn vijf zinnen. Kortom: dit college bestuurt in overdrive, maar zonder richting. Steeds meer geld gaat naar investeringen op papier, terwijl basisvoorzieningen voor gewone mensen achterblijven. De menselijke maat is zoek. Wat gaan we daaraan doen, college? Hoe verdienen jullie het vertrouwen terug? Want steeds minder mensen in volkswijken gaan stemmen. De VOORZITTER: Er zijn geen vragen. Dan bent u duidelijk geweest. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter, college, raadsleden, mensen op de tribune, kijkers en luisteraars. Er waren eens twee stammen die allebei op hun eigen manier leefden. In de eerste stam had elke familie een eigen stuk land. De stukken land waren niet allemaal even groot of vruchtbaar. Sommige families waren rijk, omdat ze slim waren of hard werkten. Andere gezinnen hadden pech en waren arm.
De raad van oudsten zorgde ervoor dat de mensen elkaars bezit respecteerden, maar bemoeide zich verder niet veel met hoe het ging. Daardoor kwam het soms voor dat arme mensen in de winter stierven door honger of kou. 23
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Toch was die stam als geheel rijk en erg succesvol. In de tweede stam deden ze het heel anders. Daar was al het land en het vee van iedereen samen. De opbrengst van het werk werd eerlijk gedeeld. De raad van oudsten had het erg druk met het organiseren van van alles en nog wat. Soms klaagden mensen dat anderen niet genoeg meewerkten. Toch werkten de meeste mensen hard, omdat ze om de gemeenschap gaven of bang waren voor wat hun buren van hen zouden vinden. Deze stam was minder rijk dan de eerste, maar niemand hoefde honger te lijden of te sterven van de kou. Dit verhaal is van Jonathan Sacks, een bekende rabbijn uit Engeland; hij is inmiddels overleden. Hij baseerde het in zijn commentaar op de Torah, op een geschiedenis van 3.000 jaar geleden uit het Bijbelboek Leviticus, dat vertelt over het sabbatsjaar en het jubeljaar, tijd van rust en herstel voor iedereen. Zoals u wellicht weet, laat de ChristenUnie zich graag inspireren door verhalen uit de Bijbel; dit is er zo één. Het is een verhaal over vrijheid en gelijkheid. In de eerste stam is er veel vrijheid. Mensen mogen hun keuzes maken, maar er is weinig gelijkheid, want er zijn grote verschillen tussen arm en rijk. In de tweede stam is het juist andersom: iedereen is gelijk, maar er is iets minder vrijheid. Vandaag leven wij in een wereld die lijkt op die van de eerste stam.
De ChristenUnie wil graag naar een wereld toe zoals die van de tweede stam, waar gelijkheid en vrede samen in balans zijn. Wij mensen willen eigenlijk twee dingen tegelijk: we willen vrijheid, zelf kiezen welke opleiding we volgen, waar we wonen, welk werk we doen en hoe we ons leven vormgeven, maar we willen ook dat iedereen gelijk is. Dat betekent dat niemand hoeft te lijden door armoede of door een gebrek aan eten of warmte. Het is moeilijk om vrijheid en gelijkheid tegelijk helemaal te hebben. Daarom ervaren we vaak spanning tussen deze twee. Dat tegelijk hebben van die vrijheid en die vrede kan door een andere manier van denken over de economie, die niet draait om steeds meer groei maar om een goede kwaliteit van leven binnen de grenzen van de aarde. Het idee is dat voortdurende groei niet is vol te houden, omdat dit schade veroorzaakt aan het milieu en zorgt voor ongelijkheid tussen mensen. De aandacht moet dus vooral gaan naar welzijn, duurzaamheid en eerlijkheid. Gemeentelijk beleid kan dit versterken door te kiezen voor welzijn boven economische groei. Dat kan door lokale duurzame initiatieven te steunen, door hergebruik, delen en repareren te stimuleren en door te investeren in betaalbare en energiezuinige woningen. Dat kan ook door duurzame mobiliteit te bevorderen en groene ruimtes uit te breiden. Dit zien we ook terug in deze begroting.
Een succes meten in termen van gezondheid, verbondenheid en tevredenheid in plaats van in termen van economische cijfers; dat kan beter, want dit doen we met vallen en opstaan en met compromissen. Het gaat uiteindelijk om maatschappelijke winst in plaats van om financiële winst: meer meten in welzijn, gezondheid en sociale verbondenheid. We moeten voortdurend werk blijven maken van een rechtvaardige stad. Het initiatief Delft-West is daar een onderdeel van. Kort gezegd: wij als Delft kunnen het goede voorbeeld geven door niet te sturen op méér maar op beter, op meer kwaliteit van leven binnen de grenzen van mens en natuur. Zo kan de gemeenschap groeien in kwaliteit. De ChristenUnie heeft het in deze raad al vaker gezegd: geen groei, wel bloei. Daarom vragen we het college om de post Reserve maatschappelijke 24
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
voorzieningen te behouden. Deze is nu leeg, maar blijft essentieel voor ontmoeting, cultuur, geloof en ontspanning. Zonder deze reservering voelt elke investering hierin als een kostenpost ten koste van iets anders. Wij vragen rust en continuïteit. Laat deze reserve zichtbaar zijn in de begroting. Laat haar meegroeien met het inwoneraantal en maak afspraken over het gebruik, bijvoorbeeld bij nieuwe voorzieningen, bijvoorbeeld een theater of een zwembad. Zo kan de stad niet alleen groeien, maar ook blijven boeien. Hiervoor wenst de ChristenUnie het college, de raad en de ambtenaren Gods zegen toe. De heer HOMBERGEN (PvdA): Dank u wel voor dit mooie betoog. Ik zou bijna met u een Bijbelstudie willen gaan doen, zeker op dit onderwerp. Het sluit ook best aan bij mijn verhaal. Wat de twee stammen, economische cijfers of een vector betreft vraag ik me af of deze rabbijn ook iets heeft gezegd over de gastvrijheid van de ene stam ten opzichte van nieuwkomers versus de gastvrijheid van de andere stam. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Daarvoor moet ik Leviticus induiken. Dat gaan we niet doen. Nee, dat zei hij hierbij niet, want die context was anders. De VOORZITTER: We keren weer terug naar 2025. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Op woensdagavond speel ik bij de Harmoniekapel op mijn eufonium, samen met 60 andere muzikanten.
De avond daarna zitten we dan hier, met 49 raadsleden. Als je goed luistert, klinkt het soms als een harmonieorkest. Soms klassieke werken over armoede, volkshuisvesting, economie en cultuur. Soms moderne, vooruitstrevende composities over duurzaamheid, ontmoeting of echte participaties. Soms vallen muzikale stemmen weg of worden ze genegeerd, maar veel vaker maken we samen muziek door te debatteren over de stad. Ergens in dat orkest zit Volt, knetterprogressief, misschien wel op een nieuw Europees instrument. Volt is de partij die zich hardnekkig blijft bezighouden met de vraag hoe het muziekstuk Delft over 100 jaar klinkt. Ik denk dat er twee uitersten zijn. In het eerste muziekstuk "Delft over 100 jaar als de stad uit de maat loopt" zijn de muzikanten van onze raad bij elke inzet net te laat. Zomers zijn te heet geworden, pleinen groeien en kwetsbare mensen moeten binnen blijven. De voedselprijzen zijn onbetaalbaar door mislukte oogsten. Gezond eten wordt een luxe. Woningen zijn een beleggingsproduct: het zijn mooie plaatjes, maar ze zijn alleen betaalbaar voor mensen die rijk zijn geboren. Door segregatie tussen wijken neemt de kansenongelijkheid toe. Cultuur verdampt naar de randen. Repetitieruimtes verdwijnen. Jonge mensen haken af. Het verenigingsleven verarmt. De stad verliest zijn klank. Participatie is slechts een decor: formulieren, vinkjes en "dank voor uw input".
Mensen voelen dat er al jaren niet naar hen wordt geluisterd. Het geloof in de democratie brokkelt af. In zo'n stad maakt de raad geen mooie muziek. Ik denk dat we dan een beetje klinken als de racistische AI-drek die op dit moment online in de hitlijsten staat, ontworpen om woede te versterken in plaats van met oplossingen te komen. Daarom moeten wij als raad blijven nadenken over de vraag voor wie we onze muziek schrijven. 25
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Gelukkig is er ook een tweede optie: Delft als stad die 100 jaar lang samen componeert. Want door met bewoners in gesprek te gaan konden we versnellen in de energietransitie. Door gedragen beleid is de stad nu koel en groen door bomen, waterpleinen en groene daken. Wijken zijn gemengd en betaalbaar door bouw in alle segmenten, ook stevige sociale en middeldure huur. Er zijn coöperatieve woonvormen ontstaan, waardoor wijken veerkrachtiger zijn en iedereen welkom is. Cultuur is geen luxe, maar het kloppend hart van dit muziekstuk. Festivals krijgen de ruimte en elke wijk heeft plekken waar je cultuur kan "doen", van orkest tot rapworkshop. De bibliotheek en cultuurhuizen stimuleren ontmoeting, taal en debat. Niet te vergeten: er is een bruisend nachtleven. Participatie is dagelijks: bewonersbudgetten per wijk, burgerberaden die vroeg in het proces weloverwogen keuzes helpen maken en digitale platforms, die ook mensen bereiken die niet naar de zaaltjes komen. Ten slotte: bestaanszekerheid als uitgangspunt, experimenteren met inkomenszekerheid en schuldenvrij opgroeien. Dit is een stad waar je graag oud wordt en geboren wordt. Daarom twee oproepen aan ons orkest. Eén: maak progressieve, ambitieuze, sociale, duurzame en nieuwe plannen.
Durf te kiezen voor betaalbaar wonen, voor gemengde wijken, voor klimaatadaptatie die je voelt op straat, voor cultuur als basisvoorziening en voor bestaanszekerheid die meedoen mogelijk maakt. Vergeet niet: niet kiezen is ook kiezen, maar dat is vaak de slechtste keuze. Twee: componeer als heel orkest, niet als één coalitie die de solo pakt, maar in gezamenlijke harmonie. Je hebt elke instrumentengroep nodig om een complete harmonie neer te zetten. Met die gedachte hopen wij ook dat deze raad na de verkiezingen iets nieuws doet: geen coalitieakkoord maar een raadsakkoord, geen stuk dat door een paar muzikanten in hun achterkamer wordt gekozen, maar een partituur waar de hele harmonie achter staat. Dat gun ik alle stemmers. Als dit ergens kan, dan is dat in onze raad, die vaak heeft gehoord hoe mooi de muziek is die we samen kunnen maken. Ten slotte een oproep aan u, voorzitter, als onze nieuwe dirigent, want u kunt ook een grote bijdrage leveren aan een raad waar iedereen gehoord wordt door te kiezen voor een partituur waarin de muziek van Delft levendig, rechtvaardig en hoopvol klinkt, met een cultuur die bruist, participatie die werkt en duurzaamheid die je voelt. Volt zal knetterprogressief en met de blik vooruit samen met u voor die toekomstmuziek blijven vechten. De VOORZITTER: Een nieuwe rol voor mij erbij; dat is leuk.
Zijn er nog vragen aan de heer Treffers uit de rest van de harmonie? Mevrouw WENTINK (STIP): Ik hoorde dat Volt tien meer raadsleden telt dan ik. We zitten hier toch echt met z'n negenendertigen. Ik hoorde heel veel mooie ideeën van Volt, maar ik ben wel benieuwd hoe u het financiële ravijn dat eraan komt, ziet in relatie tot de gemeentelijke financiën.
26
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De heer TREFFERS (Volt): Er komt landelijk natuurlijk een financieel ravijn aan, omdat de oude partijen die de afgelopen decennia landelijk aan de macht zijn geweest, ons een financieel probleem voorschotelen. Gelukkig heeft de raad hier in Delft zich goed voorbereid. In de huidige begroting wordt er zo'n € 7 miljoen apart gezet en daarna is er allemaal structurele ruimte. Daar hebben wij heel veel ideeën voor. Ik hoop dus heel erg dat we gezamenlijk als raad met een raadsakkoord kunnen komen tot oplossingen waar iedereen die komt stemmen heel blij van wordt. De heer VAN DER STEEG (PvdA): U maakt een vergelijking met een orkest. Daar oefenen mensen vooraf ook vaak intensief samen. Ik kan me voorstellen dat het ook in de raad belangrijk is om vooraf goed te oefenen. Bent u dat met ons eens? De heer TREFFERS (Volt): Ja, heel erg. Helaas heb ik door de tijd het stukje uit mijn betoog moeten schrappen waarin ik alle partijen met verschillende instrumenten vergeleek. Dat kunt u misschien tijdens het eten komen vragen, maar het is inderdaad zeker belangrijk om in verschillende samenstellingen en op verschillende momenten ook even stil te zijn. Mijn oude docent zei altijd: "Rust is ook muziek". De VOORZITTER: De heer Van der Steeg zit nu te popelen om te horen met welk instrument u de PvdA vergelijkt. Dat willen wij graag horen. De heer TREFFERS (Volt): De saxofoons.
De VOORZITTER: Nu wil de heer Van der Woerd waarschijnlijk ook weten of hij de panfluit is. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Nee, voorzitter. Er zijn nog 30 seconden. Kan de heer Treffers dus in sneltreinvaart iedereen even noemen? De VOORZITTER: Aangezien ook de leden van het college niet echt vragen hebben gehoord, geven wij onze tijd, zodat u het hele rijtje kunt langslopen. De heer TREFFERS (Volt): Ik heb er net te veel tijd aan besteed, maar u moet het zo voor u zien. In het midden staat de dirigent. Links staan de klarinetten en rechts de fluiten, die de melodie spelen. In het midden van het orkest staan de fagotten van het CDA en de basklarinetten van de ChristenUnie, met de trombones van Onafhankelijk Delft. De saxofoons zijn van de VVD én van de PvdA gezamenlijk dat leek mij leuk - als duidelijk herkenbaar geluid. Achterin het orkest zit de SP met een net te harde trompetsolo. STIP verzorgt helemaal op de achterste rij het slagwerk en het ritme van de raad. En dan natuurlijk Volt, dat als eufonium prachtige tegenmelodieën speelt en een klank heeft die niemand kent, maar eigenlijk iedereen wil horen. En o ja, Hart voor Delft: de trombones. O nee, dat was Onafhankelijk Delft. De tuba's natuurlijk, het fundament, want Hart voor Delft kent de samenleving van binnen en buiten.
De VOORZITTER: Zoals ik al zei, heeft een inventarisatie mijnerzijds bij het college opgeleverd dat er geen directe vragen waren. Er is dus geen behoefte om te 27
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
reageren. Dit was vooral ook de raad onderling. We zijn langs Bijbelteksten en muziekvormen gegaan. Voor mij is dat een hele nieuwe ervaring. Ik ben heel benieuwd wat dat volgend jaar gaat brengen, maar wat het ons nu in ieder geval gaat brengen, is eten. In overleg met de fractievoorzitters schorsen wij een uur. Dat leek ons voldoende. In de oorspronkelijke versie stond een uur en vijftien minuten. Los van eten is het ook bedoeld om fractieoverleg te hebben, maar het aantal moties is te overzien en er is één amendement. We beginnen dus weer om 18.40 uur. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Na de schorsing heten we de heer Jaff welkom. We hebben om meerdere redenen uitgekeken naar uw komst. Eén daarvan is het dessert. 183. Begrotingsbehandeling 2026-2029 (2538496). De VOORZITTER: We gaan de begroting behandelen in twee termijnen. Daarbij zal ik dezelfde volgorde aanhouden als bij de Algemene Beschouwingen. U kunt nu echter op uw plek blijven zitten; het spreekgestoelte is inmiddels ook weg. Bij dit agendapunt hoort slechts één raadsvoorstel, de Programmabegroting 2026-2029. Er zijn een amendement en een aantal moties aangekondigd. U heeft ze allemaal kunnen lezen.
Ik gaf bij de start al enkele wijzigingen binnen deze voorstellen aan, maar motie 7.1.12 (Houd de raad in positie voor de toeristenbelasting) van de heer Van der Woerd en anderen is wederom gewijzigd. De laatste wijziging kunt u allemaal in uw systeem bekijken. Daar vraag ik dus uw aandacht voor. We zullen na de beraadslaging eerst stemmen over het amendement, dan over de moties en dan over het totaal van het raadsvoorstel. U wordt allen gevraagd om in uw eerste termijn uw amendement of motie(s) toe te lichten. Eventuele interrupties kunnen nu wel tussendoor plaatsvinden. De spreekklok is weer op nul gezet, in die zin dat u nu per fractie een maximale spreektijd heeft van 17 minuten. De heer STOOP (Hart voor Delft): Voorzitter. Wij komen natuurlijk met een aantal moties. Eén daarvan gaat over de BUDD-bus. Allereerst wil ik de partijen bedanken die de motie mede indienen en ook de partijen die al hebben aangegeven dat zij de motie gaan steunen. Wij vinden dit een belangrijke motie. Ik denk dat ik daar weinig aan toe hoef te voegen, want ik heb begrepen dat het verhaal duidelijk is. Ik wil daar niet te veel op ingaan, ook omdat er via de telefoon al allemaal vragen zijn gesteld en omdat ik daarbij alles heb uitgelegd. Ik denk dus niet dat ik het nog verder hoef uit te leggen, ook om tijd te besparen. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter.
We hebben er nog twee moties bij gemaakt. Mevrouw De Koning zal straks een derde motie toelichten. Wij zijn er voor de gewone Delftenaar. De motie BUDD-bus is voor mensen die echt last ervaren als zij geen vervoer meer hebben. Zo hebben wij ook een motie gemaakt over de rattenoverlast, want verschillende buurten hebben te maken met rattenoverlast. Dat zien we in Delft niet alleen in de binnenstad, maar ook in woonwijken, rondom onze winkelcentra, bij afvalverzamelpunten. Bewoners melden schade, onhygiënische situaties en een gevoel van onveiligheid als ze 's nachts 28
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
zomaar ergens een rat zien lopen. Rattenoverlast is geen incident, maar een structureel probleem, dat om een structurele aanpak vraagt. Hart voor Delft ziet bepaalde oorzaken steeds terugkomen: afval naast de containers, eten dat wordt neergelegd in perkjes en op gras en volle prullenbakken op straat. Bewoners die een melding doen, geven aan dat de melding vaak te laat of onvoldoende wordt opgevolgd. Dat moeten we serieus nemen. Daarom dienen wij onze motie in om in samenwerking met onder andere buurtorganisaties, woningcorporaties en Avalex stevig in te zetten op het bestrijden van ratten, het structureel schoonhouden van containerplekken, gras en perkjes en vooral ook beter communiceren met bewoners, want bewoners gooien of leggen eten neer in de perkjes. We moeten borden neerzetten waarop staat: jongens, doe dat niet, want ratten komen op deze etenswaren af. Wij willen liever voorkomen dan genezen. De heer TREFFERS (Volt): Volgens mij is dit een duidelijke oproep. Ik ben het er natuurlijk altijd mee eens om samen met bewoners te gaan kijken hoe we de stad kunnen verbeteren, maar ik was wel verbaasd over de bordjes. Waar moeten die dan komen? Moet dat bij elk perkje? Of op welke plekken? De heer ANALIKWU (D66): In de motie wordt ook een dekking aangegeven, namelijk bestaande budgetten binnen het programma Schone en veilige stad.
Wat moet er dan minder binnen die budgetten? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Die bordjes zouden gewoon bij de perkjes moeten komen te staan. Bijvoorbeeld rondom begraafplaats Jaffa liggen regelmatig allerlei broodkruimels of hele groentebakken voor eendjes of whatever. Als daar een bordje staat met "Geen eten gooien, want daar komen ratten op af", dan is dat duidelijk. Bewoners of bewonersorganisaties kunnen zelf aangeven waar zo'n bordje nodig is. Op die manier komen de bordjes dus waar de overlast is. Wat de dekking betreft: je zou dit eigenlijk sowieso al uit Schone en veilige stad moeten halen. Het bestrijden van de rattenoverlast is gewoon een taak van de gemeente; dat moet de gemeente al doen, maar we hebben het idee dat de gemeente er niet genoeg aan doet. Het zou dus eigenlijk intensiveren binnen het bestaande budget moeten zijn. De heer ANALIKWU (D66): Vanuit dit budget worden ook een hele hoop andere dingen gedaan: straten vegen, prullenbakken legen en noem maar op. Wat moet er dan minder als iets ergens méér moet gebeuren? Ik snap dat het uit dat budget moet komen, maar óf u komt dan met extra budget óf er moet ergens anders iets vanaf. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Precies de dingen die u zegt, zijn al heel goed tegen het bestrijden van rattenoverlast, maar het gebeurt gewoon niet goed genoeg.
Wij willen dus een intensivering van de bestrijding van rattenoverlast. Dat is nu al een wettelijke taak. Als het goed is, komt het daar dus al uit, maar wij zien dat het nog niet goed genoeg gebeurt.
29
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De VOORZITTER: Ik geloof niet dat u tot elkaar komt. Ook de heer Valk is in te zetten voor rattenbestrijding, net als mevrouw Van der Vlist. De heer VALK (CDA): Een valk schijnt inderdaad een natuurlijke vijand van ratten te zijn, zoals u terecht opmerkt. Hart voor Delft legt de nadruk heel erg op het plaatsen van bordjes als een soort preventieve maatregel, omdat blijkbaar niet duidelijk is dat het niet mag, maar er staan in Delft heel veel bordjes, zoals: "Je mag je fiets niet stallen op deze plek" en "Je moet je afval in de container doen op deze plek". Daar trekken een aantal Delftenaren zich ook niks van aan. Waarom gaat dit wél werken? Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Ik vroeg me af, ook naar aanleiding van het debat tussen D66 en Hart voor Delft, wat het verschil is tussen de door u in de motie voorgestelde extra inzet en de huidige inzet als er geen extra middelen beschikbaar zijn. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Delft voert de wettelijke taak die het heeft niet goed uit. Wij zeggen: als het geld blijkbaar niet voldoende is om de taken die we hebben goed uit te voeren, moeten we daar extra op inzetten. Ik zou graag willen dat de wethouder de vraag beantwoordt waarom zij hun taak, die zij gewoon moeten uitvoeren, niet goed uitvoeren. Dan mag zij ingaan op het budget waarvan wij denken dat het daaruit moet komen.
Ik zou dat antwoord dus graag van de wethouder willen horen. Wat de bordjes betreft: er zijn mensen die gewoon niet weten dat als je eten neergooit, daar ook andere dieren op afkomen dan de leuke eendjes waarvoor je het bedoeld hebt. De winst die je maakt, ligt dus puur in het voorlichten en in preventie. De VOORZITTER: Ik denk dat de wethouder straks op het financiële deel ingaat. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Dan de motie over openbare toiletten. Sinds 2009 vraagt deze raad al om betere en meer openbare toiletten. Nog steeds is het aanbod in Delft beperkt, slecht vindbaar en vaak niet toegankelijk. Volgens het Koninklijk NVVH-Vrouwennetwerk, een vereniging die de belangen van vrouwen behartigt, zijn er te weinig openbare toiletten in Delft. Dat is niet iets wat wij constateren; het is iets wat de bezoekers en verenigingen constateren. Op de een of andere manier dringt het niet door dat het niet oké is zoals het nu is. We hebben geen mooi SANIFAIR-toiletten op het station, we hebben geen mooie 2thelootoiletten ergens in de winkelcentra, behalve dan gelukkig eentje in De Hoven, goddank. In de binnenstad van Delft, in het station en in de diverse winkelcentra zijn er geen of bijna geen toiletten. Ouderen, mensen met kinderen, mensen met een beperking en ook vrouwen lopen echt tegen problemen aan, vooral ook in de avond.
Eerdere moties zijn nog niet uitgevoerd, zoals de motie uit 2023 over bewegwijzering en de toezegging rond de Halsteeg. De HogeNood-app, waar constant naar wordt verwezen, lost het probleem niet op. Je kan ook niet verwachten dat iedereen die HogeNood-app installeert en bij de hand heeft. Met deze motie vragen we het college om door te pakken, blinde vlekken in kaart te brengen en oplossingen voor binnenstad en de wijken te bedenken om betere openbare toiletten te realiseren. 30
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Zoals u weet, heeft Onafhankelijk Delft vorig jaar bij de begroting ook een motie over openbare toiletten ingediend. Wat is er volgens u veranderd waardoor het college de motie nu niet zal ontraden? Ook de wc in de Halsteeg is nog steeds dicht. We hebben een mail gestuurd, maar de wc is daar nog steeds dicht. Waardoor denkt u dat het nu wel gaat lukken? De heer VAN DER STEEG (PvdA): Hart voor Delft ziet de HogeNood-app niet als een vervanging of als een goed middel, maar bijvoorbeeld de Toiletalliantie, waar de Maag Lever Darm Stichting, andere patiëntenorganisaties en heel veel belanghebbendenorganisaties bij betrokken zijn, geeft aan dat de HogeNood-app juist wél toegevoegde waarde heeft. Waarom verschilt u daarmee van mening? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): In de motie wordt een dekkingsvoorstel gedaan voor de eventuele nieuwe locaties van openbare toiletten, maar er wordt geen dekkingsvoorstel gedaan voor de onderzoekscapaciteit, die wel nodig is om deze toch forse inventarisatie te kunnen doen. Ik ben benieuwd of Hart voor Delft daar ook een dekkingsvoorstel voor heeft.
Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Eerst de vraag van Onafhankelijk Delft: waarom hoop ik dat we nu wel eindelijk begrijpen dat Delft op dit punt een probleem heeft? Daarmee beantwoord ik ook gelijk de vraag van de heer Van der Steeg: de HogeNood-app werkt niet, het Vrouwennetwerk, de NVVH, geeft aan dat er onvoldoende openbare toiletten in Delft zijn, de bewoners geven aan dat we geen openbare toiletten hebben en we krijgen van mensen te horen dat ze liever niet naar de binnenstad gaan, want als je naar de wc moet heb je een probleem. Ook op het station klagen de mensen erover. Waarom denk ik dat het nu wél helpt? Omdat er nog steeds geen oplossingen zijn en omdat de mensen nog steeds naar ons toe komen en aangeven dat Delft op het punt van openbare toiletten eigenlijk een heel onvriendelijke stad is. Als wij als Delft zeggen dat we een vriendelijke en publieksvriendelijke stad willen zijn … Creating History en allemaal mooie dingen, maar als je niet naar het toilet kan, heb je geen zin in al die dingen, sta je constant onder hoge druk en heb je hoge nood, ondanks alle apps. Wat het dekkingsvoorstel betreft: misschien zou je het budget inderdaad ook kunnen inzetten om onderzoek te doen. Zoals we heel vaak met budgetten omgaan: waar een wil is, is een weg. Ik laat het aan het college om hier verder op in te gaan. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter.
Ik ga in op een voor ons belangrijke motie, want Hart voor Delft vindt het belangrijk dat er nagegaan wordt of de fietsenstallingen langer opengehouden kunnen worden in de binnenstad, misschien middels een betaalpas, een gewone pas, een abonnement of een ander toegangssysteem, waardoor er meer gebruik kan worden gemaakt van deze stallingen en het gebruiksverlies verminderd wordt. De motie is ruim opgezet om onderzoekers ruimte te bieden om een oplossing te vinden. We zijn vaak gevangenen van voor de hand liggende oplossingen, terwijl onderzoekers en uitvinders vaker openstaan voor ideeën buiten het gangbare. Start eerst met een onderzoek naar wat mogelijk is. Stel de stallingen bijvoorbeeld eerst open voor een 31
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
kleine groep, zoals direct omwonenden of ondernemers, en als dat goed uitpakt misschien voor raadsleden. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ik heb mevrouw De Koning in de voorbereiding een aantal suggesties gedaan voor mogelijke aanpassingen. Ik heb ook gevraagd of er technisch is getoetst of de motie uitvoerbaar is. U gaf aan dat daar geen tijd voor was. Heeft u inmiddels wel contact met de wethouder gehad en gevraagd of de motie technisch uitvoerbaar of überhaupt haalbaar is? Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Ik heb een meer procesmatige vraag. Dit is een heel inhoudelijke motie. De vraag is waarom u heeft besloten om deze motie bij de begroting in te dienen en niet op een moment waarop het over fietsenstallingen of mobiliteit gaat. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Deze vragen zijn inderdaad via de e-mail bij mij gekomen. Wat de haalbaarheid betreft: ik ben vanochtend eerst door de wethouder geappt met de vraag of er tijd was - dat was heel lief - en toen gebeld. Ze was enthousiast, in zoverre dat het een motie moet zijn die niet gelijk voor heel Delft openstaat maar voor een beperkt aantal, zodat dingen uitgezocht en uitgeprobeerd kunnen worden. En waarom niet bij de begroting? Omdat ik samen met de heer Koelewijn in gesprek ben geweest met de wethouder. Ik heb daarbij gevraagd naar de openstellingen van de fietsenstallingen.
Toen kreeg ik als antwoord: maak een motie voor bij de begroting. De VOORZITTER: En dat is gebeurd. Door de fracties van Hart voor Delft, D66, STIP, het CDA en de PvdA wordt motie 7.1.1 (BUDD-bus moet blijven) ingediend: "De gemeenteraad van Delft bijeen op 13 november 2025, constaterende dat:
de BUDD-bus sinds 2018 voor de ouderen in Delft een grote meerwaarde en begrip is; in 2023 al bekend was dat de BUDD-bus wegens de leeftijd en milieueisen maximaal tot 2026 mee zou gaan; de BUDD-bus eenzaamheid voorkomt en past binnen het doel van dit college als het gaat om een inclusieve stad; de BUDD-bus verbindt; ook netwerkorganisatie Delft voor Elkaar het jammer vindt dat deze faciliteit per 1 januari mogelijk komt te vervallen; er grote onrust onder de vrijwilligers en gebruikers is over het mogelijk verdwijnen van de BUDD-bus;
overwegende dat: 32
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
de wethouder in 2023 al aangaf dat de BUDD-bus een belangrijke activiteit is voor ouderen; in een gesprek dat Hart voor Delft kortgeleden met de samenwerkende ouderenbond SSBO en Odensehuis heeft gehad blijkt dat ze niet gevraagd zijn om mee te denken bij een mogelijke oplossing, terwijl zij wel mogelijkheden zien, zoals bijvoorbeeld een gezamenlijke fondsaanvraag; ondanks dat men wist dat de bus op zijn einde liep geen concrete stappen zijn ondernomen voor een mogelijk behoud van de BUDD-bus, dit ondanks het feit dat men van het succes van de BUDD-bus wist; de vrijwilligers in een gesprek met de nieuwe directeur c.q. kwartiermaker van Delft voor Elkaar met voorstellen zijn gekomen om de BUDD-bus te redden, tot nu toe helaas zonder resultaat; er in Delft wellicht meer organisaties als de twee eerder genoemde zijn die mee willen denken over het behoudt van de BUDD-bus;
draagt het college op:
er alles aan te doen om de BUDD-bus ook na 1 januari 2026 te laten rijden; bij het verkennen van de mogelijkheden hiervoor ook de ideeën welke de vrijwilligers hebben aangereikt mee te nemen in het vervolgtraject; organisaties als de samenwerkende ouderenbond en ook Odensehuis te betrekken bij de mogelijke oplossing; de kosten hiervoor te dragen uit het reguliere welzijnsbudget; de raad hierover zo snel mogelijk in ieder geval voor 1 januari 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag." Door de fractie van Hart voor Delft wordt motie 7.1.2 (Extra inzet op het bestrijden van rattenoverlast) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 13 november 2025 voor de Programmabegroting 2026-2029, constaterende dat:
rattenbestrijding een taak en verantwoordelijkheid van de gemeente is; in verschillende wijken van Delft sprake is van toenemende overlast door ratten; bewoners overgebleven brood en groenten langs de sloten en in de groenvoorzieningen achterlaten waar ratten op afkomen; deze overlast negatieve gevolgen heeft voor de leefbaarheid, hygiëne en het gevoel van veiligheid in de stad;
overwegende dat: 33
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
ratten ziekten kunnen overbrengen en een risico vormen voor de volksgezondheid; er geen borden staan om bewoners te wijzen op de gevolgen van het achterlaten van eten; Delft zich wil profileren als een schone, inclusieve en gastvrije stad, waarin bewoners en bezoekers zich prettig en veilig voelen;
draagt het college op:
extra in te zetten op het voorkomen en bestrijden van rattenoverlast, onder meer door intensievere onderhoud van de openbare ruimte, betere voorlichting aan bewoners en samenwerking met bewonersorganisaties, woningcorporaties en ondernemers; de benodigde middelen te dekken uit bestaande budgetten binnen het programma Schone en veilige stad,
en gaat over tot de orde van de dag." Door de fractie van Hart voor Delft wordt motie 7.1.3 (Verruiming openingstijden fietsenstallingen binnenstad) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 13 november 2025 voor de Programmabegroting 2026-2029; constaterende dat:
de gemeentelijke fietsenstallingen in de binnenstad in de week op wisselende tijden sluiten, zie bijlage; de beperkte openingstijden het gebruik van de binnenstadse fietsenstallingen in de binnenstad, vooral in de avonduren, belemmert;
overwegende dat:
bezoekers niet veilig hun fiets kunnen stallen, daar de fietsenstallingen gemiddeld om 17.30 uur sluiten; dit ook geldt voor raadsleden en andere gebruikers die in de avond vergaderingen of bijeenkomsten bijwonen; het langer openhouden van deze fietsenstalling kosten met zich mee zal brengen; het openhouden van de fietsenstallingen tot later op de avond met een pas ontwikkeld kan worden; misschien aangesloten kan worden op het systeem van de NS-toegang tot de stations, of middels een prijsvraag voor TU-studenten van de afdeling Technische Informatica; de te ontwikkelen pas tegen een borgsom en op naam uitgereikt kan worden;
draagt het college op: 34
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
1. te onderzoeken of een pas of speciaal toegangssysteem kan worden ontwikkeld waarmee fietsers in de fietsenstallingen (in de binnenstad) hun fiets zowel kunnen plaatsen als op kunnen halen op tijden in de avond die hun uitkomt; 2. de benodigde middelen te dekken uit bestaande budgetten binnen het programma Bereikbare Stad, bijvoorbeeld via de hogere inkomsten uit het straatparkeren; 3. de gemeenteraad in het 2e kwartaal van 2026 op de hoogte te brengen van de genomen stappen, en gaat over tot de orde van de dag." Door de fracties van Hart voor Delft en de SP wordt motie 7.1.4 (Openbare toiletten in Delft, pak het nu op) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 13 november 2025 voor de Programmabegroting 2026-2029, constaterende dat:
sinds 2009 met regelmaat door de raad is gevraagd om meer openbare toiletten; er in Delft nauwelijks fatsoenlijke openbare toiletten zijn; de motie uit 2023 over bewegwijzering van openbare toiletten niet is uitgevoerd; de motie uit 2024 over het toilet aan de Halsteeg na een toezegging van het college is ingetrokken; de HogeNood-app niet voldoet aan een laagdrempelige en toegankelijke toiletvoorziening;
overwegende dat:
de beschikbaarheid van openbare toiletten het comfort en welbevinden van bezoekers en bewoners van Delft vergroot; toegankelijke toiletten deelname aan het maatschappelijk verkeer voor kwetsbare doelgroepen, zoals ouderen en mensen met een beperking, mogelijk maken; Delft zich wil profileren als een inclusieve en gastvrije stad;
draagt het college op:
een aanvullend onderzoek uit te voeren naar de blinde vlekken in de hele stad waar behoefte is aan openbare toiletten en hierover een advies te formuleren; 35
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
in dit advies in ieder geval de volgende locaties en aspecten mee te nemen: - binnenstad: het Vesteplein, de Markt, de Beestenmarkt en het Doelenplein, het toilet bij U-Stal (voorheen Biesieklette) Oude Langedijk: onderzoeken of dit toilet gratis of tegen een vrijwillige bijdrage toegankelijk kan worden gemaakt; - wijkwinkelcentra en buurten: waaronder de Griegstraat, het Bikoplein en de Dasstraat, Hof van Delft en het Wilhelminapark waar momenteel geen voorzieningen aanwezig zijn; - inpandige fietsenstallingen: voorzien van openbare toiletten; - parkeerlocaties: busparkeerplaatsen en parkeergarages, voorzien van toiletten; - openingstijden: verruimen, zodat toiletten ook 's ochtends vóór 10.00 uur en 's avonds na 19.00 uur toegankelijk zijn; - bewegwijzering: zorgen voor duidelijke aanduidingen, ook via toeristische informatieborden en in samenwerking met partners in de stad zoals Parkeren Delft; - beheer en bemensing: onderzoeken of dit kan worden uitgevoerd in samenwerking met Werkse!; in dit advies ook in te gaan op financieringsmogelijkheden en hierbij te benoemen in hoeverre dit gedekt kan worden uit bestaande budgetten (bijvoorbeeld: het budget Stadsvernieuwing van € 230.000) en de programma’s Wij West (Gezondheid), Werk & Inkomen, en de extra inkomsten uit de toeristenbelasting) of eventuele aanvullende financiering, en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw
WENTINK (STIP): Voorzitter. Twee weken geleden hebben we met elkaar een mooi debat gevoerd over de begroting. Ik wil alle partijen bedanken voor hun constructieve samenwerking rondom de verschillende voorstellen. Namens STIP dienen wij als eerste indiener één motie in, die straks door mijn collega de heer Gommers zal worden toegelicht. We dienen ook een aantal moties mede in. Over het algemeen laten we de toelichting daarvan aan de eerste indiener. Zelf zal ik onze reactie op enkele moties geven. Voor de overige moties wachten wij de toelichting van de partijen af of zullen we onze mening per interruptie of op een andere manier duidelijk maken; daar komen we wel uit. Ik begin met de motie van de VVD over de toeristenbelasting. We begrijpen het belang van investeren in de bezoekerseconomie. Tegelijkertijd vinden we het belangrijk om vast te houden aan het principe van de algemene middelen. De toeristenbelasting is geen kostendekkende heffing, maar een algemene belasting. Door deze opbrengst grotendeels te oormerken beperken we de flexibiliteit van de raad om jaarlijks een brede afweging te maken over wat Delft het hardst nodig heeft. Dat kan per jaar verschillen: de ene keer is dat toerisme, de andere keer armoedebestrijding of duurzaamheid. Daarom zijn wij kritisch op het voorstel om de toeristenbelasting vrijwel volledig te koppelen aan één specifiek doel.
36
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik vraag me af of STIP nog weet dat de branche zelf een extra verhoging van de toeristenbelasting heeft voorgesteld, niet met het idee dat dat naar de algemene middelen zou gaan, maar juist om dat ten goede te laten komen van toeristische voorzieningen en dergelijke. Daar gaat u nu gewoon helemaal overheen. Mevrouw VOOGT (VVD): Het klopt helemaal dat de toeristenbelasting formeel zeker geen doelbelasting is. Dat is ook niet wat wij in het voorstel vragen, maar dat zal ik straks nog toelichten. Wij willen niet dat één ding geoormerkt wordt; wij willen daarin meerdere dingen. Ik ben heel benieuwd hoe mevrouw Wentink ertegen aankijkt hoe we, als we geld ophalen bij inwoners van de stad, kunnen verantwoorden dat we dat aan andere dingen uitgeven dan waar het oorspronkelijk voor bedoeld is. Mevrouw WENTINK (STIP): Dank u voor de fijne vragen. Allereerst de vraag van Hart voor Delft: we zijn ons daar zeker van bewust. We hebben dat kwartje, die 25 cent, en we vinden het hartstikke goed dat dat wordt besteed aan de uitvoering van de Visie Toerisme. De rest van de belastingen gaat weer naar de algemene pot en daar gaan we andere dingen in de stad mee dekken. De VVD vraagt om een onderzoek. Wij willen nu niet oormerken, omdat we echt willen gaan kijken waar we die middelen het beste kunnen inzetten.
Dat kan de ene keer dus de Visie Toerisme zijn en de andere keer iets anders. Vandaar. De motie van Hart voor Delft over de BUDD-bus hebben wij mede ingediend. Het is belangrijk om daarbij te benoemen dat het college nooit het besluit heeft genomen om de dienst te stoppen, maar alleen besloten heeft om de huidige dieselbus niet over te nemen. Het is heel mooi dat Hart voor Delft aan een motie heeft gewerkt om te zorgen dat die bus wordt voortgezet en dat daar een vervolg aan wordt gegeven. De motie van de VVD over slimmere inzet van de BOA's dienen we mee in. De VVD zal de motie straks waarschijnlijk uitgebreid toelichten. Het is voor STIP belangrijk vooruit te denken en onze middelen zo effectief mogelijk in te zetten. Handhavers hebben het druk zat. Op een drukke winkeldag of een uitgaansavond kan extra inzet fijn zijn. Tijdens een werkbezoek aan de politie ontvingen wij signalen dat in de verdeling van capaciteit verbetering mogelijk is. We roepen met de motie op om opnieuw te kijken hoe de bestaande capaciteit slimmer ingezet kan worden door BOA's op een innovatieve manier slimmer te organiseren. De heer HOMBERGEN (PvdA): U zei dat er signalen waren dat de inzet van de BOA's beter kan.
Kunt u daar iets meer over vertellen om mij te overtuigen? Mevrouw WENTINK (STIP): Mijn collega de heer Brink, die hier naast mij zit, heeft een werkbezoek gehad aan de politie, die duidelijk aangaf dat de capaciteit beter kan worden ingezet. Je hebt bijvoorbeeld liever meer capaciteit op drukke momenten dan op momenten waarop het rustig is. Deze motie van de VVD geeft daar wat ons betreft mooi gehoor aan. 37
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. Iedereen zal het herkennen: er wordt steeds meer geld gevraagd voor de producten. Ook de cao-salarissen stijgen flink. Om op deze economische ontwikkelingen in te spelen, kent ook deze programmabegroting een indexatie voor subsidies. Die is momenteel uitgerekend op 1,89%, maar STIP vreest dat dit percentage de werkelijke kostenstijgingen niet zal dekken. Dit zien we nu al, want de cijfers van het Centraal Planbureau uit mei, waarop deze begroting is gebaseerd, zijn in september alweer flink naar boven bijgesteld. De reële indexatie zou daarmee uitkomen op 2,56%, bijna een heel procentpunt hoger. Het is precies dit verschil dat voor organisaties zoals de bibliotheek en cultuurorganisaties of organisatoren van evenementen het verschil kan maken tussen een sluitende begroting of flink moeten bezuinigen. Twee jaar geleden is de gemeente eenmalig bijgesprongen om het indexatiegat dat was ontstaan te dichten. STIP wil een dergelijke noodgreep in de toekomst liever voorkomen en komt daarom met het voorstel om de huidige indexatiemethode tegen het licht te houden.
Het lijkt STIP uiterst verstandig om als onderdeel van dit onderzoek met verschillende organisaties in gesprek te gaan, hun financiële situaties te bekijken en te bezien of de huidige methodiek die organisaties voldoende duidelijkheid geeft of dat een andere methodiek beter daarbij zou passen. Is dit ook hoe de wethouder dit voor zich ziet? Indexaties zijn complex. Eerlijk gezegd ben ik geen econoom, maar de kern is simpel. STIP wil voorkomen dat de meest waardevolle maatschappelijke organisaties financiële problemen krijgen. Ze leveren cruciaal werk en verdienen de voorspelbaarheid die bij een realistische begroting hoort. De heer VALK (CDA): Mijn vraag aan de heer Gommers is waar de motie precies om vraagt. Is dat een brief bij de Kadernota waarin wat methodieken worden uitgelegd waaruit de raad dan kan kiezen? Of is het idee van de motie dat de indexatie hiervan in de Kadernota verwerkt wordt en dat we feitelijk vanavond de keuze maken? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik ken de heer Gommers als een zeer consciëntieus raadslid dat zijn werk meestal goed doet voordat hij moties indient. Ik ben benieuwd of hij ook heeft onderzocht of bekeken hoe andere gemeenten hiermee omgaan. Ik neem immers aan dat de problematiek niet uniek is voor de gemeente Delft. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik heb twee vragen aan de heer Gommers.
Ten eerste: waaruit, uit welke gelden, gaat dit onderzoek gedekt worden? Die vraag kreeg ik ook en die kunnen we natuurlijk ook hierbij stellen. Ten tweede: u heeft het over de Kadernota 2027, maar eigenlijk hebben we er nu al mee te maken dat het niet goed gaat met de indexatie. Wat is uw idee daarover? De VOORZITTER: Meneer Gommers, u krijgt allemaal complimenten, maar die dagen ook uit tot goede antwoorden. De heer GOMMERS (STIP): Ik heb goed meegeschreven; laten we dus hopen dat de antwoorden goed zijn. Wat te doen bij de Kadernota? Wat ons betreft wordt het inzichtelijk gemaakt bij de Kadernota. Als het lukt om het al voor die tijd op een 38
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
goede manier te verwerken, zou dat mooi zijn. De vraag is of dat realistisch is. Ik heb er vertrouwen in dat het college daar een goede manier voor vindt. Hoe doen andere gemeenten dit? Het probleem is onder andere dat het Gemeentefonds op voorhand vrij beperkt wordt geïndexeerd en later bijgesteld wordt, waardoor daar ook een gat ontstaat, waardoor gemeenten onder andere € 300 miljoen op landelijk niveau tekortkomen. Daar verwijs ik in mijn motie ook naar. Bij andere gemeenten is daar ook onderzoek naar gedaan. Veel gemeenten hebben ook dit probleem, maar hebben daar ook verschillende oplossingen voor. Mevrouw Brussaard kwam onder andere met een paar onderzoeken uit andere gemeenten. Die zullen we naar de ambtenaren doorsturen ter ondersteuning van dit onderzoek. De vraag hoe we dit zullen dekken vind ik een hele goede vraag. Ik denk dat dit vooral onderdeel is van het reguliere P&C-proces dat ook gebruikt wordt bij het opstellen van de Kadernota, aangezien dit ook een onderdeel is van de brede begroting. Dat is volgens mij ook gelijk het antwoord op de vraag waarom dit bij de eerstvolgende Kadernota wordt gedaan, want dat is het eerstvolgende moment waarop de gemeenteraad een financieel besluit neemt. Dergelijke indexaties hebben effecten door de hele begroting heen. Daarom kan je dit niet zomaar bij deze begroting aanpassen.
De heer VALK (CDA): Het antwoord op mijn vraag was niet helemaal helder. Ik vroeg of er een brief bij de Kadernota moet komen of dat we vanavond eigenlijk beslissen dat het helemaal verwerkt moet zijn in de Kadernota. Het antwoord dat ik kreeg was: het is mooi als het inzichtelijk is, maar het zou nog mooier zijn als het er ook in verwerkt is. Het is het een of het ander. Als deze motie een meerderheid haalt, hebben we dan besloten tot een realistische indexatie van subsidies, met alle gevolgen van dien, of is het alleen een onderzoek daarnaar en kunnen we bij de Kadernota kiezen of we het willen of niet? Het geld moet immers linksom of rechtsom ergens vandaan komen. Dat is het punt. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Bedankt voor het antwoord, maar ik vraag me toch af waarom u er niet voor kiest om bij deze programmabegroting een eenmalige compensatie te doen, net zoals bij de vorige programmabegroting. Waarom wacht u tot juli? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Er wordt iets gezegd over het verwerken van de component terugwerkende kracht. Ik ben benieuwd of STIP heeft nagedacht over tot hoever die terugwerkende kracht mag gaan. De heer GOMMERS (STIP): Inzichtelijk maken bij de Kadernota is juist nodig omdat je de Kadernota gebruikt als kaders richting de begroting daarna. In de begroting daarna wordt het dus helemaal uitgewerkt.
Het lijkt me daarom verstandig om het bij de Kadernota inzichtelijk te maken, zodat het bij de volgende begroting is verwerkt. Waar halen we de dekking vandaan? Bij de huidige begroting is het simpelweg onwerkbaar, omdat we dan eigenlijk de hele begroting opnieuw zouden moeten 39
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
schrijven. Dan halen we de deadline van morgen bij de provincie niet. Het lijkt me niet een heel realistische opdracht om op dit moment de hele begroting overhoop te halen. Daarom lijkt het mij verstandig om dat bij de Kadernota te doen. "Met terugwerkende kracht" betreft bijvoorbeeld de stelposten om te kijken op welke manier we het dit jaar zodanig voor elkaar kunnen krijgen dat er niet aan de ene kant subsidies zijn voor het investeren in de stad terwijl de gemeente aan de andere kant vraagt om flink te bezuinigen. Dat hebben we wel gevraagd aan onze maatschappelijke partners. Ik denk ook dat het een onderdeel van het gesprek is waartoe we oproepen om te zeggen: misschien is een bezuiniging wel nodig, maar laten we ervoor zorgen dat we daardoor geen maatschappelijke problemen creëren. Door de fracties van STIP, Volt en GroenLinks wordt motie 7.1.5 (Realistische indexatie subsidies) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 13 november 2025 ter bespreking van het voorstel van het college aan de raad inzake Programmabegroting 2026-2029. We stellen vast dat: -
-
in de Programmabegroting 2026-2029 staat opgenomen dat de subsidies van de gemeente Delft met een gewogen gemiddelde van 1,89% worden geïndexeerd, waarbij materiële overheidsconsumptie ingeschat wordt op 2,1% en beloning werknemers op 1,8%; de indexatiecijfers van het CPB in september een hogere indexatievoorspelling aangeven dan in mei (op basis waarvan de begroting is berekend); in de Programmabegroting 2024-2027 een eenmalige compensatie is opgenomen voor het budget Sociaal domein, Welzijn en Cultuur, doordat de compensatie in 2023 onvoldoende was in relatie tot de reële prijsstijgingen.
We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -
het Gemeentefonds, dat de gemeente Delft vanuit het Rijk ontvangt, systematisch lager geïndexeerd wordt dan de werkelijke economische ontwikkelingen; maatschappelijke organisaties, zoals de bibliotheek, aangeven financieel geen sluitende begroting te kunnen realiseren zodra de indexatie van subsidies niet overeenkomt met de werkelijke prijsstijgingen.
We geven het college opdracht om bij de Kadernota 2027 inzichtelijk te maken welke systematiek realistische indexatie van subsidies mogelijk maakt, waarbij rekening gehouden wordt met: - de kosten van indexatie op basis van werkelijke kostenstijgingen; - de mogelijkheid om een realistische indexatie met terugwerkende kracht door te voeren, 40
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
en gaan over tot de orde van de dag." Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Zoals al gezegd in de commissie Algemeen ligt er een programmabegroting voor ons met veel ambities, maar in onze ogen ook met te weinig keuzes. De Delftse VVD wil een bestuur dat met lef prioriteiten stelt als dat nodig is. De investeringsagenda puilt uit van de plannen, terwijl we uiteindelijk maar zo'n 65% uitvoeren. De accountant zei het al: maak keuzes. Grote stappen op een paar projecten zijn beter dan overal een beetje aandacht aan geven. Wat we doen moet dan ook echt nodig zijn. Delft staat er financieel beter voor dan een paar jaar geleden, maar het blijft in onze ogen echt kwetsbaar. De Eneco-gelden zijn vrijwel op. De reserves slinken. De schulden zijn hoog en de lasten voor inwoners zijn bovengemiddeld. We hebben voor vanavond twee moties voorbereid. Ik wil u vragen om daarvoor mevrouw Voogt het woord te geven. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Dit wordt mijn allerlaatste begrotingsraad. Ik ga er dus extra van genieten. Wij dienen dit keer twee moties in; dat valt dus wel mee. Daarbij wil ik aangeven dat de appreciatie van de moties door het college nog over oudere versies gaat. Inmiddels zijn de laatste versies op het RIS gezet, toegelicht en aangepast. Dus luister goed en laat u overtuigen van het nut en de noodzaak van deze moties. Ik zoom eerst in de toeristenbelasting.
Wij vinden het goed dat die de komende jaren niet verder stijgt. Tegelijkertijd vragen wij ons af of de mogelijkheid bestaat om haar te verlagen; die mogelijkheid zou wat ons betreft ook op tafel moeten blijven. Waarom zou de toeristenbelasting bevroren moeten worden? Hierop zou ik graag een reactie van de wethouder krijgen. Wat de motie betreft: de VVD vindt het logisch dat toeristen meebetalen aan het gebruiken van onze stad. Ze lopen over onze straten, gebruiken onze voorzieningen en genieten van al het moois dat Delft te bieden heeft. Dat mag best iets kosten, maar wij vinden het niet logisch dat die belasting vervolgens verdwijnt in de grote pot van de algemene middelen. Dan wordt de toeristenbelasting een sluipende manier om gaten in de begroting te kunnen dichten. Dat is wat ons betreft niet waarvoor de belasting bedoeld is, want als we geld ophalen bij bezoekers moet dat ook zichtbaar terugvloeien naar de bezoekerseconomie en leefbaarheid in onze stad. Denk aan evenementen, bereikbaarheid, marketing, schoon en veilig, toeristische gebieden, betere spreiding van bezoekers en een aantrekkelijk centrum voor bewoners en ondernemers, zeker nu het Prinsenhof tot ver in 2027 dicht is. Juist nu moeten we investeren in de sterke, toekomstbestendige bezoekerseconomie.
In plaats daarvan wordt ervoor gekozen om de opbrengsten met beleid te dekken dat niks te maken heeft met het doel van de toeristenbelasting. Daarom dienen we deze motie in met de vraag om in beeld te brengen welk deel van de toeristenbelasting structureel wordt ingezet voor de bezoekerseconomie, het uitvoeren van de Visie Toerisme en leefbaarheid en om de raad daarbij enkele handelingsopties voor te leggen met de bijbehorende financiële gevolgen. 41
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Ik hoor de politieke uitspraak van de VVD dat zij vindt dat het geld van de toeristenbelasting voor de bezoekerseconomie gebruikt moet worden. Bent u het er andersom ook mee eens dat dát dan ook het geld is en dat er geen ander geld vanuit de algemene middelen gebruikt kan worden voor het onderhoud van onze straten in de binnenstad of voor het leefbaar houden van de stad? Dat lijkt u immers te insinueren door het zo af te kaderen en aan elkaar te verbinden. De heer ANALIKWU (D66): In het verlengde hiervan: volgens mij wordt er een denkfout gemaakt bij de VVD, want waar houdt een goede bereikbaarheid of een schone straat voor bewoners op en begint die voor toeristen? Mevrouw WENTINK (STIP): Aanvullend daarop … Zo gaan we door. We zijn benieuwd of de VVD het niet heel riskant vindt om het puur vast te zetten op de bezoekerseconomie, zoals D66 al aangaf. Duurzaamheid is bijvoorbeeld ook heel belangrijk. We moeten als stad echt kijken waar we dit het hardst nodig hebben. Dus waarom wilt u die brede afweging inperken? Mevrouw VOOGT (VVD): Om antwoord te geven op de vraag van mevrouw Van der Vlist: nee, wij stellen niet dat het dan alleen uit die pot moet komen en dat er geen ander geld uit de algemene middelen naar de straten moet. Dat is niet wat ik zeg.
Ik zeg alleen dat deze belasting weer moet toekomen aan de bezoekerseconomie en vele andere posten die je daaronder kunt scharen, die ten goede komen aan ondernemers en die stimuleren dat toeristen naar onze stad komen. Dat ligt ook een beetje in het verlengde van de vraag van de heer Analikwu. Wij zeggen natuurlijk ook dat het niet alleen voor de bezoekers is. Dat is natuurlijk een grijs gebied, maar het is echt wel daar waar toeristen komen. Het is dus wel echt geld dat je dan meer besteedt voor de binnenstad of daar waar veel toeristen komen. Je besteedt dat geld dan inderdaad niet voor de straten in de Buitenhof. Daarom proberen wij dus echt dat onderscheid te maken. Ook het antwoord op de vraag van mevrouw Wentink is dat we het niet alleen aan de bezoekerseconomie koppelen, maar ook aan bredere dingen, zoals schone straten in de toeristische gebieden. Zo willen wij de motie graag insteken en zo kunt u haar ook lezen. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik snap het idee en we hebben er zelf ook ooit mee gespeeld, maar wat verandert er daadwerkelijk door het anders te labelen? Want hetzelfde geld gaat naar de bezoekerseconomie. Is het niet een kwestie van beter kunnen uitleggen wat er voor de bezoekerseconomie gebeurt dan het op een andere manier labelen? Want ik zie niet wat het voorstel van de VVD echt verandert voor de bezoekerseconomie.