4. Handelingen gemeenteraadsvergadering 1 april 2026
Tekst van het document
De VOORZITTER: De laatste keer, mevrouw Van den Berg, en dan de heer Visser. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Een iets andere vraag. We hebben het net al heel uitgebreid gehoord van PRO en ook D66 verwijst naar de handreiking aan de hele raad om vanaf nu die samenwerking op te zoeken en dat gezamenlijke gesprek te gaan voeren. Dat klinkt natuurlijk als een heel mooie handreiking, maar kunt u mij een beetje gevoel geven bij wat dat concreet gaat betekenen? Hoe gaan wij dat gesprek zodanig voeren dat wij, zoals ik net al zei, niet alleen punten en komma's mogen verplaatsen maar dat we echt vanaf het begin aan tafel zitten? Ik denk dat u met een zak geld al een heel mooie handreiking geeft die nu in ieder geval als heel concreet overkomt, maar hoe gaat dat er volgens D66 uitzien? De heer ANALIKWU (D66): Volgens mij hebben de heer Engberts en mevrouw Wessels beiden al de insteek van bijvoorbeeld uw gesprek op de zaterdag benoemd, namelijk om juist dit punt te onderzoeken. Wij hebben ook in onze brief aangegeven dat wij juist graag willen weten wat de topprioriteiten zijn van de andere partijen en op welke manier zij een eventuele samenwerking vorm zouden willen geven. Tegelijkertijd is de les geleerd dat de vorm waarin dat afgelopen zaterdag is gebeurd, misschien niet de meest optimale was.
Als wij zeggen dat wij graag serieus willen samenwerken, waarvoor wij al een voorschot geven door te zeggen "kom dan ook met serieuze financiële middelen daarbij", denk ik ook dat het niet aan ons is om dat vervolgens helemaal in te vullen. Ik denk dat het iets is voor de vervolgfase om met uw partij maar ook met andere partijen in de raad te verkennen hoe we dit vorm kunnen geven. Ik denk dus dat wij niet moeten opschrijven hoe we dat moeten doen of dat u maar mee moet doen in onze maat, maar dat we daarover juist het gesprek moeten aangaan. 43
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
De VOORZITTER: De allerlaatste keer, mevrouw Van den Berg. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik kan me inderdaad heel goed voorstellen dat het voor nu wat te ver voert om al helemaal met een vorm te komen, maar hebben jullie het wel met elkaar gehad over kaders waarbinnen deze raad mag meepraten? De heer ANALIKWU (D66): Nee, we hebben dat niet op die manier afgesproken. Dat past ook bij de fase waar we nu in zijn. In de verkenning ging het vooral om de vraag of er voldoende steun en vertrouwen bij deze partijen zijn om de volgende stap te zetten. Dit lijkt me bij uitstek iets wat we vroeg aan het begin van de volgende fase moeten bespreken. Dat kan wat mij betreft parallel met de gesprekken die we voeren met uw partij maar ook met andere partijen om die samenwerking te verkennen. De heer VISSER (CDA): Ik las in het artikel van Omroep Delft dat de heer Analikwu gezegd zou hebben dat hij graag de middenpartijen aan tafel wil hebben. Mijn vraag aan hem is dus waarom hij niet heeft voorgesteld om vrijdagavond in elk geval de VVD en het CDA maar wellicht ook Hart voor Delft voor dat gesprek uit te nodigen. De heer ANALIKWU (D66): Wij hebben in onze brief en in ons gesprek met de heer Engberts gezegd dat wij aanleiding zien voor dat progressieve motorblok, zoals ik zojuist al heb herhaald. Wij hebben niet gezegd dat er andere partijen aan tafel moesten.
Als de vraag was met welke partijen wij goed kunnen samenwerken, hebben we daarbij onder andere uw partij genoemd. Dat is wat anders dan de vraag: welke partijen moeten er wat u betreft in deze fase aan tafel zitten? Dat is een goed nuanceverschil ten aanzien van hoe wij dat in onze brief hebben aangegeven in combinatie met hoe we dat bij de verkenner hebben overgebracht. De heer VISSER (CDA): Ik heb nog een andere vraag in het verlengde van de vraag van mevrouw Van den Berg over dat kader. Ik snap dat de heer Analikwu zegt "we staan aan het begin en daar moeten we verder over doorpraten"; althans, zo heb ik hem begrepen. Maar zou hij ons een beetje kunnen meenemen en wil hij een schot voor de boeg geven? De heer ANALIKWU (D66): Ik begon dit verhaal met een heel verhaal over de prioriteiten van D66. We kunnen natuurlijk niet ons hele verkiezingsprogramma eenop-een overnemen in een akkoord. Dat betekent dat je altijd zult moeten samenwerken met andere partijen. Voor ons is de afweging: als wij vinden dat we voldoende van ons verkiezingsprogramma kunnen realiseren en terugvinden in welke samenwerking dan ook - dat kan een traditionele coalitie zijn of dat kunnen bredere afspraken met andere partijen in de raad zijn - kunnen wij onze handtekening zetten. Ik vind het ingewikkeld om te zeggen welke punten dat precies moeten zijn.
Dat is juist iets wat we met elkaar moeten verkennen in een volgende fase, maar de door mij genoemde prioriteiten zijn de prioriteiten waarmee wij aan tafel zitten. Als wij op die punten voldoende kunnen realiseren, zou dat voor ons een kader zijn waarbinnen wij kunnen acteren. 44
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
De VOORZITTER: De laatste keer, meneer Visser. Dan gaan we naar een nieuwe spreker. De heer VISSER (CDA): Inderdaad toch nog een laatste vraag. De heer Van der Sluis maakt zich - vanuit zijn perspectief volgens mij terecht - zorgen over de sociale huur. Ik zie daar toch ook grote verschillen, die de heer Analikwu zelf ook heeft benoemd. Ziet u dat goedkomen met PRO? De heer ANALIKWU (D66): Dat is een terechte vraag. Daarom hebben we dit benoemd als specifieke opgave als we in gesprek zouden gaan met deze partijen. Je bent er pas uit als je eruit bent en opnieuw geldt dat wij onze handtekening pas zetten als wij vinden dat er voldoende uit ons verkiezingsprogramma gerealiseerd wordt. Kijkend naar hoe we de afgelopen jaren hebben samengewerkt met verschillende partijen, waaronder PRO en ook STIP, maar ook de ChristenUnie en uw eigen partij, denk ik dat we in deze raad echt de traditie hebben om er met elkaar uit te willen komen. Wat dat betreft heb ik er dus alle vertrouwen in dat we eruit komen, maar opnieuw geldt dat dit voor ons een topprioriteit is en dat dit ook een serieus onderwerp is voor de onderhandelingen. Mevrouw ELSINGA (Volt): In het verslag van de verkenner wordt beschreven hoe de bijdrage van de stad, van de inwoners, ondernemers en organisaties in onze stad, eruit zou kunnen zien.
De voorgestelde participatie rond de totstandkoming van het akkoord bestaat uit een mailadres en enkele bijeenkomsten. Ik ben heel benieuwd hoe we volgens de heer Analikwu de inwoners die deze drempels niet nemen, kunnen bereiken en kunnen betrekken bij de totstandkoming van dit akkoord. De heer ANALIKWU (D66): Er zijn veel verschillende manieren om de stad juist in de breedte te kunnen betrekken bij het schrijven van dit akkoord. We hebben succesvolle vormen gezien, bijvoorbeeld bij het opstellen van de profielschets voor de nieuwe burgemeester; nee, voor de burgemeester, want ik mag geen "nieuwe" meer zeggen. Daarbij hebben we op een representatieve wijze input gevraagd vanuit de hele stad. Dat vinden wij een succesvol voorbeeld, maar er zijn ook andere voorbeelden. Wij staan echt open voor alle ideeën om daar verder aan te werken. Het is heel mooi als we kunnen kijken hoe we zo veel mogelijk mensen kunnen betrekken bij het schrijven van een nieuw coalitieakkoord. De heer DE JONG (Hart voor Delft): Ik hoor de uitgestoken hand van de heer Analikwu: de samenwerking met de raad moet anders dan vier jaar geleden; dat was een andere start en er moet een akkoord op hoofdlijnen komen. Ik lees in het verslag van het gesprek met de verkenner echter dat dat akkoord ook specifieker ingevuld mag worden, met name op het gebied van wonen.
Kan de heer Analikwu uitleggen in hoeverre wij werkelijk vertrouwen kunnen hebben in de ruimte die u de raad geeft? Hij zegt "vier jaar geleden hebben we het verkeerd gedaan", maar hier lees ik dat het akkoord misschien toch dichtgetimmerd kan worden. Hoeveel vertrouwen kan ik dan hebben in die uitgestoken hand?
45
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
De heer ANALIKWU (D66): Dat is ook een heel terechte vraag. Wij hebben inderdaad opgeschreven dat wij een akkoord op hoofdlijnen goed kunnen volgen. Tegelijkertijd, opnieuw: er zijn serieuze uitdagingen in de stad. Als wij vinden dat de hoofdlijnen te vaag blijven om echt serieuze stappen te kunnen zetten op die ambities, zal dat voor onze partij niet genoeg zijn. Een van de voorbeelden om dat meer in te kleuren, is het woondossier. Wij vinden dat daar echt serieuze stappen moeten worden gezet. Opnieuw: we pakken daar onze analyse bij en we zien dat er in deze stad te weinig wordt gebouwd in het middensegment. Als daar te weinig in wordt gedaan, zullen wij onze handtekening niet kunnen zetten. Dat is dus ook de realiteit waarbinnen wij aan de onderhandelingstafel zullen gaan zitten. Tegelijkertijd is het bij ons de afgelopen jaren goed gebruik om over oppositie- en coalitielijnen heen samen te werken. Dat is uitgezocht: we hebben een aantal jaren geleden iemand langs gehad in het raadsweekend die prachtige cijfers liet zien over hoeveel er bij ons wordt samengewerkt over oppositie- en coalitielijnen heen. Afgezet tegen de rest van het land is dat echt hoog. Het is goed om dat vast te willen houden.
Wij zeggen: laten we dat alsjeblieft ook versterken door het hier vaak gehoorde argument van de financiële consequenties wat minder prominent te laten zijn en met elkaar echt op zoek te gaan naar hoe we bij het doel kunnen komen waar we volgens mij samen uit willen komen. De heer DE JONG (Hart voor Delft): Ik hoor nu in ieder geval toch kaders, waar mevrouw Van den Berg het over had: als de actualiteit er reden toe geeft, komen er toch strakkere richtlijnen in het coalitieakkoord. Dat voelt toch als minder ruimte aan de raad geven dan in eerste instantie. Ik hoor daar een tegenstelling in en ik hoor toch de kaders die mevrouw Van den Berg aangaf, waarbij wij de punten en de komma's mogen invullen. De heer ANALIKWU (D66): Nee, dan doet de heer De Jong mijn verhaal echt tekort, want ik heb gezegd dat je, als je afspraken met elkaar maakt, daar voldoende in moet terug zien van je eigen inzet. Dat geldt volgens mij ook voor Hart voor Delft en voor iedere andere partij in deze zaal. Ik denk dat wij er vanuit de herinnering aan de brede samenwerking in de afgelopen periode vertrouwen in hebben dat dit goed kan komen. Daarom zeggen wij dat we er alle vertrouwen in hebben om juist op hoofdlijnen een coalitieakkoord te schrijven.
Door inhoudelijk deze partijen bij elkaar te zetten, kun je volgens mij op een hele hoop onderwerpen echt op hoofdlijnen te werk gaan, omdat we zien dat daar juist heel veel overeenkomsten zijn. Dan hoef je het ook niet al te veel af te spreken met elkaar. Mevrouw TIMMER (ChristenUnie): Ik hoorde zowel meneer Analikwu als mevrouw Wessels zeggen dat een reden om met z'n drieën verder te gaan, is dat dat meer ruimte in de raad zou geven om er met alle partijen in mee te gaan. Ik heb even teruggekeken naar de historie van de coalities. Al vanaf 2010 werken deze partijen samen met een andere partij, altijd zonder dat dat nodig was voor de meerderheid. Vandaar mijn vraag: was het dan in al die zestien jaren de kleine partij die de samenwerking met de oppositie in de weg zat? Of lag het probleem niet daar? Dus wat maakt het verschil waardoor nu wél alleen met deze partijen verder wordt gegaan en geen extra partij wordt toegevoegd? 46
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
De heer ANALIKWU (D66): Volgens mij is het te kort door de bocht om te zeggen dat het alleen komt door een numeriek verhaal, ook al zou ik het als wiskundige natuurlijk heel graag door die bril bekijken. De realiteit is ook dat er zeker door het samengaan van GroenLinks en de Partij van de Arbeid drie grote progressieve partijen in Delft zijn. Als je dan kijkt naar het verdere landschap in de raad, zie je Hart voor Delft met knap zetelbehoud, maar wel op een grotere afstand van de andere partijen. Ik denk dat vooral dat een risico zou zijn op een heel strak omlijnd coalitieakkoord. De andere partijen, bijvoorbeeld het CDA en de VVD, staan misschien iets dichter bij ons - dat geldt in verschillende mate voor verschillende partijen - maar ik heb al eerder gezegd dat het de vraag is in hoeverre samenwerking met die partijen in een coalitieakkoord de ruimte geeft aan de samenwerking met de rest van de raad. Ik denk dat dat een verschil is met de afgelopen periode, toen bijvoorbeeld de Partij van de Arbeid drie zetels had. Dat is een kleiner verschil met de ChristenUnie dan het verschil dat je nu zou hebben tussen de ChristenUnie met één zetel en de volgende partij, STIP, met zes zetels. Dat is dus ook echt een verschil in de politieke realiteit. De VOORZITTER: Mevrouw Van den Berg nog en dan gaan we langzaam naar de volgende spreker.
Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik las in het verslag van de verkenner - en ik hoorde het hem vanavond weer zeggen - dat geen van de drie partijen die nu onderhandelingen gaan starten, veiligheid als topprioriteit heeft genoemd. Klopt dat? Is dat ook voor D66 geen topprioriteit? Wat vindt u ervan dat de Delftenaren veiligheid als onderwerp met stip op nummer 1 zetten en dat zij door geen enkele huidige coalitiepartij is genoemd als belangrijkste onderwerp? De heer ANALIKWU (D66): Veiligheid is juist een van de onderwerpen waarbij we in de raad breed voelen dat dit echt een superbelangrijke opgave is in de stad. Kijkend naar de politieke realiteit waarin de verschillen worden opgetekend, is veiligheid tegelijkertijd misschien iets apolitieker, want volgens mij willen we allemaal zorgen voor een superveilige stad. De vraag van de verkenner was welke drie topprioriteiten de partij heeft. Er zijn ook andere belangrijke onderwerpen die wij heel graag zouden willen noemen maar die ook die top 3 niet hebben gehaald. Het is toch een beetje kiezen tussen je kinderen; dat doe je niet graag. Nou ja, ik heb zelf geen kinderen, maar ik kan me best voorstellen hoe dat is. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Moet ik het dus puur als toeval zien dat alle drie de partijen dit onderwerp niet hebben genoemd? De heer ANALIKWU (D66): Nee, ik zou het niet "toeval" noemen.
Het gaat volgens mij precies om het punt dat ik heb genoemd: veiligheid is een onderwerp waarbij over een heel groot onderdeel van het dossier brede consensus bestaat. Als mij wordt gevraagd over welke opgaven echt afspraken moeten worden gemaakt in een nieuw coalitieakkoord of waar richting moet worden meegegeven die nu ontbreekt, zou ik prioriteit geven aan onderwerpen zoals wonen, onderwijs, klimaat en 47
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
gezondheid. Dat is volgens mij het eerlijke verhaal en dat is volgens mij ook wat de meeste andere partijen hebben genoemd. Misschien valt de samenwerking daarom op deze manier uit. De VOORZITTER: De laatste keer, mevrouw Van den Berg. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Hoe legt D66 dit dan uit aan de Delftenaren die op basis van vragen wel degelijk hebben aangegeven dat veiligheid de allerbelangrijkste topprioriteit voor hen is? De heer ANALIKWU (D66): Ik kan proberen om ongeveer hetzelfde te zeggen op wéér een andere manier. Ook wij vinden veiligheid heel belangrijk. Ik heb in de campagne bijvoorbeeld het voorbeeld aangehaald dat ik een aantal jaren geleden met mijn partner over straat liep en werd bespuugd. Dat is een van de momenten waarop je je heel onveilig voelt. Voor iedereen in deze zaal geldt dat veiligheid een randvoorwaarde is voor een fijne stad. Dat neemt niet weg dat het voor mij en voor anderen misschien niet datgene is wat je naar voren haalt als je in een politieke setting het verschil moet gaan opzoeken. Als we moeten zoeken naar de punten waarop we juist lijnen moeten uitzetten omdat we denken dat daar afspraken over gemaakt moeten worden, staat veiligheid niet per definitie in dat rijtje, omdat we met elkaar breed voelen dat je op veiligheid ongeveer dezelfde richting in moet. De VOORZITTER: De volgende spreker is de heer Stap van STIP.
De heer STAP (STIP): Voorzitter. Allereerst een groot woord van dank aan de Delftse kiezers en iedereen die betrokken was bij het organiseren van de verkiezingen. Vanaf deze plek wil ik ook onze felicitaties geven aan PRO voor het worden van de grootste partij in Delft en wil ik de nieuwe fracties in de Delftse raad warm welkom heten. Tegelijkertijd realiseren we ons goed dat er bij deze verkiezingen een opkomst was van 54%, een verbetering, maar er is nog steeds heel veel plek om meer te doen in Delft om te zorgen dat iedereen in Delft zich betrokken voelt bij de Delftse politiek. Na de campagnetijd, waarin we logischerwijs de verschillen tussen elkaar hebben toegelicht, is die periode nu voorbij. Het is nu aan de raad om de komende vier jaar samen te werken en met elkaar juist te vinden waar we overlap hebben met elkaar. Laten we dat nu ook echt samen gaan doen. We zijn het niet altijd met elkaar eens. Dat hoeft ook niet, maar we zijn wel samen door de Delftenaren gekozen om de stad te besturen. Voor STIP betekent dat: luisteren, samenwerken en doorvragen. Daarom stelt STIP voor om een brede raadsconferentie te houden: geen dichtgetimmerde plannen vooraf maar samen kijken waar we elkaar vinden in die grote opgaven. Als eerste van die opgaven zien wij het doorbreken van de woningnood. We moeten durven kijken naar het beter benutten van de bestaande ruimte in Delft.
Ten tweede: de energietransitie en de verduurzaming van de stad. De klimaatcrisis wacht op niemand. We moeten dus blijven doorzetten. Ten derde: Delft als een bruisende stad. STIP kijkt naar de toekomst. Wij willen de levendigheid versterken via 48
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
investeringen in cultuur en evenementen en door ondernemerschap de ruimte te geven, zodat er in Delft altijd iets te doen is. STIP is klaar om samen te werken en is vastberaden om de komende vier jaar er op z'n Delfts samen uit te komen. De VOORZITTER: We gaan kijken of er vragen zijn. Mevrouw TIMMER (ChristenUnie): In het verslag van STIP stond iets over bestuurlijke stabiliteit en daadkracht, wat vanavond al benoemd is. Vandaar dat ik echt specifiek aan STIP wil vragen wat dit anders maakt ten opzichte van bijvoorbeeld de afgelopen vier jaar, waarin er wél een samenwerking met een extra partij was. Waren er toen geen stabiliteit en daadkracht? De heer STAP (STIP): Dat is niet wat wij impliceren. Door met deze drie partijen door te gaan, hebben wij juist daadkracht omdat we op grote opgaven duidelijke keuzes kunnen maken en daarmee vooruit kunnen. Qua stabiliteit kijken we nu ook anders naar de zetelverhouding. Dat is zojuist al door de heer Analikwu toegelicht. Wij zien dat de zetelverhoudingen nu anders zijn en dat we met deze drie partijen 22 zetels hebben en daarmee een stevige meerderheid.
Mevrouw TIMMER (ChristenUnie): Wat maakt dat u 22 zetels een stevigere meerderheid vindt dan de 21 zetels die jullie de vorige keer hadden? De heer STAP (STIP): Wij hebben als STIP van tevoren een analyse gemaakt: wat zijn de mogelijke verkiezingsuitslagen? We hebben toen even doorgerekend wat wij een logische grens vinden. Wij kwamen daarbij op 22 uit. Toen de verkiezingsuitslag uitkwam op 22 zetels, hebben wij daarop doorgezet. Mevrouw TIMMER (ChristenUnie): Ik denk dat ik en vele anderen dan heel benieuwd zijn wat de reden is van de magische grens van 22 zetels. De heer STAP (STIP): Vorig jaar was er een griepgolf. Dan liggen er soms mensen uit. Met 21 zetels denken wij dat dat gewoon net te gevaarlijk is en met 22 zetels zien wij de daadkracht om daar gewoon stabieler in te staan. Als we dan de mogelijkheid hebben om drie partijen bij elkaar te halen die qua inhoud heel dicht bij elkaar liggen en daarom ook meer ruimte kunnen bieden aan de oppositie door een minder dichtgetimmerd coalitieakkoord op te stellen, denken wij dat 22 een redelijk aantal is. De VOORZITTER: We gaan naar de heer Stoop met een vraag aan de heer Stap. De heer STOOP (Hart voor Delft): Ja, Stoop of Stap; wat maakt het uit? Een paar lettertjes. Meneer Stap begon met de vraag "waar vinden we elkaar?" Hij slaat de spijker op de kop, want we hebben zojuist de twee collega's gehoord.
Waar hebben jullie elkaar hoofdzakelijk gevonden? Wat zijn jullie kwijt wat jullie nog moeten vinden en waar gaan jullie dat volgens u dan vinden? Of is dat te ingewikkeld? 49
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
De heer STAP (STIP): Ik denk dat er in Delft een paar grote thema's zijn waar wij de afgelopen jaren al op hebben gehandeld en dat dit juist het moment is om daarop door te pakken. We zien dat deze drie partijen inhoudelijk zo dicht bij elkaar liggen dat we daar stevig op kunnen handelen en daarmee verder kunnen gaan. De heer STOOP (Hart voor Delft): U zegt "we hebben de afgelopen jaren gehandeld en we hebben diverse resultaten gehaald", maar u zegt niet wat. Maar goed, dat hoef ik ook even niet te weten, maar ik zei tegen uw voorganger van PRO dat onze achterban nu niet wordt bereikt. Dat werd bevestigd. Hoe gaat u die dan vinden? GroenLinks en de PvdA zijn samengegaan en de mensen hebben daarop gestemd, op de PvdA en GroenLinks, maar we hebben in Delft ook lokale partijen. Als ik bijvoorbeeld samen zou gaan met mevrouw Gaal, zouden we een dikke meerderheid hebben gehad. Ik heb dus een beetje het idee dat jullie vergeten wat de lokale partijen aan stemmen binnen hebben gehaald. Dat gaat niet alleen om Hart voor Delft, maar ook om de andere partijen die hier in de raad zitten, bij elkaar opgeteld. U zegt ook dat u zes zetels heeft. U had er vijf en u heeft een restzetel. Eigenlijk heeft u er dus gewoon vijf. Wij hebben er ook vijf, maar die hebben we echt gehaald. Dat is toch wel een verschil.
Het triggert mij gewoon dat u uw betoog begint met "waar vinden we elkaar?", want in het stuk lees ik dat u zegt: niet één erbij, want dat gaat ten koste van de stabiliteit en de draagkracht. Ik kan dat niet rijmen. Kunt u dat aan mij uitleggen? De heer STAP (STIP): Ik denk dat er twee dingen zijn. Wij hebben zes zetels; zo werkt de Kieswet. Verder is STIP ook een lokale partij; ik denk dat daar ook veel kracht te halen is. En dan de vraag hoe we dichter bij elkaar komen: dat is ook al vaker toegelicht door collega's. Door op hoofdlijnen een coalitieakkoord te smeden en door niet een extra partij erbij te trekken maar op hoofdlijnen met elkaar samen te werken, blijft er heel veel ruimte voor de oppositie. De heer Analikwu gaf al aan dat dit niet alleen gepaard moet gaan met loze beloftes. Daarom willen wij als STIP de raad ook de ruimte geven om een raadsconferentie op te stellen. Vier jaar geleden is die er ook geweest. Toen was dat aan het eind van het proces van de coalitievorming. Dat was te laat. Daarom pleiten wij ervoor om zo snel mogelijk in de raad bij elkaar te komen, te bekijken waar de plekken zijn waar we elkaar kunnen vinden en de hand ook echt uit te steken om dan samen mee te schrijven aan delen van het coalitieakkoord waar we juist die overlap hebben.
We waarderen ook heel erg de door de heer Engberts opgehaalde input om te zien wat de grote opgaven zijn, waar elke partij naar kijkt en wat de raad ziet als de grote opgaven van de stad. Dat nemen wij ook zeker mee bij het schrijven van het coalitieakkoord. Mevrouw Van den Berg gaf duidelijk aan op zoek te zijn naar kaders: waar kan de oppositie dan mogelijk in meeschrijven? Ik denk dat het juist heel belangrijk is om daar in zo'n raadsconferentie duidelijke afspraken met elkaar over te maken: wat zijn de spelregels in hoe we met elkaar verdergaan? De heer STOOP (Hart voor Delft): U zegt: we willen een raadsakkoord en dan gaan we met de oppositie kijken waar ze ons kan helpen. Maar mevrouw Van den Berg en volgens mij ook meneer Visser vroegen al - ik val dus een beetje in herhaling 50
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
waarom jullie er niet voor hebben gekozen om tegen meneer Engberts, die goed werk heeft verricht, voor deze avond te zeggen: we moeten eerst eens gaan praten met die partijen om te zien waar we overeenkomsten hebben. Nu is het immers zo dat jullie drieën de regie nemen; jullie willen graag de regie over alles hebben. Dat is gewoon het verhaal. En dan zo veel mogelijk partijen meekrijgen die hetzelfde denken als jullie. Hoe simpel kan het zijn? "O, wat kunnen wij goed met elkaar overweg". Je vergeet één ding: één grote achterban bereiken jullie niet. Wie heb je daarvoor nodig? Dat zijn toch een aantal partijen die in de oppositie zitten. Waarom heeft STIP nou niet eerst gezegd: niet één erbij, maar we moeten toch eens gaan praten met die of die partij. Ik bedoel niet per se Hart voor Delft. Het kan ook het CDA, de VVD of weet ik veel wat zijn. Waarom hebben jullie daar niet voor gekozen in plaats van te zeggen "we reiken jullie een hand"? Ik vind dat iets voor de bühne, want ik heb dat vaker gehoord. Waarom hebben jullie dat niet eerder gedaan? De heer STAP (STIP): Wij hebben nu het spoorboekje gevolgd dat door de vorige raad is opgesteld. Daarin staan deze tijdlijnen. Ik begrijp ook dat het heel krap is.
Wij vinden dit zelf ook heel gehaast, maar juist door nu met deze drie partijen samen te komen en juist door nu heel duidelijk aan te geven dat we het echt anders willen doen … Ik kan me voorstellen dat er misschien elke vier jaar wordt gezegd "we gaan het anders doen", maar we zitten nu ook in een andere samenstelling en de insteek is nu ook anders. De heer VISSER (CDA): Zowel de heer Stap als de heer Stoop vroegen zich af waar we elkaar vinden. Mijn antwoord zou zijn: in het midden vinden we elkaar. Daar heeft u, voorzitter, gisteravond terecht nog de nodige woorden aan gewijd. Ik heb een vraag over de 22 zetels, want die komen net iets te vaak langs in het verhaal van meneer Stap. Zijn die 22 zetels in de raad werkelijk het enige wat voor STIP telt? Als er een griepgolf is, liggen mensen eraf; dat heb ik letterlijk opgeschreven. Blijkbaar is het stemmen dus het enige wat voor STIP telt, terwijl we aan de andere kant juist horen dat we allemaal moeten samenwerken. De heer STAP (STIP): Naast het feit dat we zekerheid willen hebben rond een griepgolf, zien we sowieso dat we met 22 zetels gewoon een breed mandaat hebben vanuit de stad. Tijdens de verkiezingen is input geleverd en we zien dat er voor 22 van de 39 zetels op deze drie partijen is gestemd. Daardoor voelen wij ons gesteund om verder te gaan met deze drie partijen.
Ik heb uw vraag niet beantwoord; kunt u die opnieuw stellen? De VOORZITTER: De heer Visser krijgt een herkansing. De heer VISSER (CDA): Mijn punt was dat voor STIP de 22 zetels kennelijk het enige punt zijn dat telt. De heer STAP (STIP): Naast het feit dat we 22 zetels een stabiele meerderheid vinden om verder te gaan, zien we juist ook - dat is al vaker genoemd - dat er met drie partijen duidelijk stabiliteit is om verder te gaan met deze partijen en dat dat juist ruimte biedt voor oppositiepartijen om mee te denken. Dit riedeltje van dit zinnetje is 51
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
intussen al honderd keer genoemd, maar dat is wel de insteek van de drie partijen die nu worden beoogd als de aankomende coalitie. De VOORZITTER: We gaan naar mevrouw Van den Berg van de VVD. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De Delftse VVD. Ik ga even door op die 22 zetels. Er is al het een en ander over gevraagd en gezegd, maar er is blijkbaar een grens bij die 22 gelegd. Waarom hebben we dan nog als dertien partijen verkennende gesprekken gevoerd? Is dat dan niet allemaal gewoon voor de bühne geweest? Wist u niet allang van tevoren dat u doorgaat met D66 en PRO en that's it? De heer STAP (STIP): Nee. Wij hebben als STIP van tevoren vastgesteld dat wij op zoek zouden gaan naar een coalitie die met 22 zetels verder kon en dat we vinden dat we daarmee uit de voeten kunnen. De rest van het proces is zeker niet voor de bühne geweest. Ik denk dat de heer Engberts veel waardevolle input heeft opgehaald om te kijken wat er leeft in de stad en waar we straks als raad mee vooruit moeten. Dat wordt ook zeker meegenomen. Ik ben het tweede deel van uw vraag kwijt; excuus. De VOORZITTER: Mevrouw Van den Berg krijgt de kans om haar vraag nog een keer te stellen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Nee, ik had maar één vraag en die heeft u beantwoord. Ik heb nog wel een vervolgvraag.
U gaf aan dat de gesprekken met de heer Engberts heel waardevol waren, omdat daarmee ook opgehaald kon worden wat belangrijk is voor andere partijen. Ik heb deze vraag zojuist ook aan D66 gesteld: klopt het dat ook STIP veiligheid niet heeft genoemd als onderwerp en als opgave voor de stad Delft? De heer STAP (STIP): Wij hebben inderdaad drie opgaven genoemd die wij als STIP belangrijk vinden. De eerste daarvan is de woningcrisis, de tweede is duurzaamheid en de derde is een bruisende stad. Veiligheid staat voor ons inderdaad niet in de top 3, maar we zien juist dat dat breed in de raad leeft. Dat is dus iets waar wij mogelijkheden zien om eruit te komen, zoals bij die raadsconferentie, en om dan ook de andere partijen aan tafel te vragen wat we hier als collectief van vinden en hoe dicht we bij elkaar zitten. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De heer Stap gaf in zijn introductie aan dat hij denkt dat de drie benoemde partijen inhoudelijk heel dicht bij elkaar liggen en daarom een goede basis kunnen vormen voor de vervolggesprekken, maar hoe rijmt hij dit met de tegenstem van PRO, toen nog GroenLinks en de PvdA, tegen de motie die STIP onder andere met steun van de VVD had opgesteld voor het vrij hospiteren? Volgens mij is dat voor STIP het belangrijkste campagnepunt en politieke punt geweest. Juist daar hebben GroenLinks en de PvdA tegen gestemd.
Hoe ziet u de samenwerking op dit punt voor u?
52
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
De heer STAP (STIP): Ik denk dat er over een periode van vier jaar en nog langer in de raad heel veel constructieve samenwerking is geweest met alle partijen. U noemt zelf ook dat wij met de motie over het vrij hospiteren goed hebben samengewerkt met de VVD. STIP waardeert die coöperatieve houding van alle partijen ook heel erg. De heer Analikwu noemde het al: er is een onderzoek geweest en Delft heeft een van de meest samenwerkende raden van heel Nederland; de oppositie- en coalitielijnen zijn daar vager dan in andere gemeenten. Ik realiseer me zeker dat die scheidingslijn er nog is, maar ik denk dat juist de uitgestoken hand die de drie partijen nu voor ogen hebben, duidelijk maakt dat we deze raadsperiode echt met elkaar willen samenwerken en dus ook met wisselende meerderheden willen werken aan moties. Ik denk dat daar juist heel veel waarde in zit. Het zinnetje dat we al honderd keer hebben gezegd, namelijk dat dit ruimte biedt voor oppositiepartijen om mee te werken, is daarbij echt de kern. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De heer Stap geeft natuurlijk gewoon geen antwoord op mijn vraag. Ik ben heel blij dat hij de constructieve houding van de VVD noemt, maar mijn vraag was hoe hij met PRO denkt te gaan samenwerken, de fusie van twee partijen die nog geen drie weken geleden tegen uw belangrijkste campagnepunt hebben gestemd.
De heer STAP (STIP): STIP heeft heel veel belangrijke campagnepunten. We hebben inderdaad heel actief gewerkt en gelobbyd om die moties erdoorheen te krijgen. We hebben daarbij inderdaad gezien dat we met verschillende partijen kunnen samenwerken. We hebben ook gezien dat we daarbij met PRO niet op één lijn zaten. Daar zien wij een uitdaging, maar op heel veel andere vlakken zien wij juist overlap. Daar willen we dus juist in samenwerken. De VOORZITTER: Mevrouw Van den Berg voor de laatste keer. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Kunt u ons dan meenemen in de grootste risico's van zo'n smalle coalitie? Want als het op een voor STIP zo belangrijk punt al niet goed uitpakt met PRO, is er dan niet een groot risico dat deze smalle coalitie uiteindelijk niet die stabiele coalitie is waar we met z'n allen zo naar op zoek zijn? De heer STAP (STIP): Ik denk dat we hier juist heel duidelijk kunnen aangeven dat we inderdaad op hoofdlijnen een coalitieakkoord gaan schrijven. Misschien staat er in het coalitieakkoord straks niks over het hospiteerbeleid van DUWO. Wij als STIP zien dan juist een mogelijkheid om samen te werken met andere partijen, zoals we dat ook in de vorige raadsperiode hebben gedaan, en om samen met de Delftse VVD dat soort problemen aan te pakken.
Dat hoeft niet alleen langs de coalitielijn, maar kan juist ook door die muur tussen oppositie en coalitie te verlagen, door echt samen te werken en door de uitdaging aan te gaan en de hand uit te steken naar de raad als de coalitiepartijen het misschien niet met elkaar eens zijn. De VOORZITTER: De aller-, allerlaatste keer. Dan hebben we een korte pauze.
53
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik heb dit al aan andere partijen gevraagd, maar ik vraag dit ook graag aan STIP. Afgelopen zondagavond hebben jullie met elkaar een poging gedaan om te kijken hoe die samenwerking met de andere partijen eruit zou kunnen zien. Daar zijn jullie op dat moment niet uitgekomen. Hoeveel vertrouwen geeft dat in het proces waar jullie vanavond toch zo ontzettend veel over spreken, namelijk die samenwerking met de hele raad? De heer STAP (STIP): Ik denk dat het verkeerd is om te stellen dat deze drie partijen er op zondagavond niet uit zijn gekomen. Er zijn heel veel verschillende initiatieven op tafel gelegd, waaronder een raadsconferentie en de mogelijkheid om in de begroting toch geld vrij te maken voor de oppositiepartijen, zodat ze inderdaad niet vaak te horen krijgen "nee, daar is geen geld voor". Er zijn ook andere initiatieven ingediend, bijvoorbeeld om mee te kijken met het coalitieakkoord, zodat er niet alleen één keer een raadsconferentie is maar zodat dat een lopend proces is om vaker input te kunnen leveren. Juist op die hoofdlijnen zien we dat daar tussen de drie partijen veel overeenstemming over is, maar wij vonden het niet aan ons om daar nu al invulling aan te geven. Daarom willen wij juist vanavond en op andere momenten input ophalen over hoe de oppositiepartijen dit willen. Dat heeft de heer Engberts ook aan alle partijen gevraagd.
Er ligt ook een advies: we moeten gewoon meer bij elkaar komen. Dat is dat luisteren, omkijken en doorvragen, waar ik mijn betoog mee begon. De VOORZITTER: Wij gaan een korte pauze houden van ongeveer 5, 6 of 7 minuten. Dan gaan wij door met de andere sprekers. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Wij gaan door met de bijdrage van de volgende fractie. Het woord is aan de heer Stoop van Hart voor Delft. De heer STOOP (Hart voor Delft): Voorzitter. Het is net alsof ik bij Algemene Beschouwingen sta. Allereerst wil ik namens de kersverse fractie van Hart voor Delft aangeven dat we de gesprekken bij de verkenner, de heer Co Engberts, als prettig hebben ervaren en van zijn advies kennis hebben genomen. Hierbij bedanken wij natuurlijk ook de heer Jeroen Mimpen vanuit de griffie voor de heldere verslaglegging van onze gesprekken. Dat er zojuist nog iets opgezocht moest worden, bewijst dat het handig is als je een goed verslag hebt. We gaan het niet hebben over de vijf zetels die we hebben gehaald. Dat is gewoon een prachtig resultaat met onze 6.201 stemmen. D66, STIP en PRO hebben het voornemen om met z'n drieën verder te gaan. Ze kennen elkaar goed. Onder andere dat is een groot voordeel, zeggen ze. Ze hebben 22 zetels waarvan 4 restzetels, dus alles is niet zo positief als het lijkt. STIP heeft er eigenlijk vijf, PRO heeft er zeven en D66 heeft er zes.
De restzetels zijn eigenlijk hun redding op een meerderheid, maar zo werkt het nu eenmaal. De vraag die wel bij ons op kwam, was: wie zouden ze er nou bij gekozen hebben als ze de restzetels niet hadden? Dat is nu niet meer van belang, maar toch … 54
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
Dan nu de reactie op het advies. Opvallend is dat we bij een aantal partijen genoemd worden als mogelijke gesprekspartner. Dat doet ons goed. Daarbij was de reactie van STIP stellig: zij wilden geen vierde partij erbij omdat dit de daadkracht en de stabiliteit van het nieuwe college zou kunnen schaden. Gezien het advies lijkt het erop dat de studentenpartij haar zin heeft gekregen. Hart voor Delft vindt hier wel wat van, want het kwam op ons nogal arrogant over. Alsof ze willen zeggen: kijk eens hoe fantastisch wij zijn. Daarbij maken ze volgens ons - dan bedoel ik de drie partijen - een fout waar we onze zorgen over willen uitspreken. Wij spreken onze zorgen uit over het gebrek aan inclusiviteit bij de vorming van een nieuw college, zoals men nu van plan is. Dit staat namelijk volgens Hart voor Delft in schril contrast met recente inzichten uit onderzoek van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. Het rapport dat daaruit voortkwam, laat klip-en-klaar zien dat praktisch opgeleide raadsleden - en daarmee de groepen die Hart voor Delft juist vertegenwoordigt - structureel minder invloed ervaren binnen het politieke proces. Praktisch opgeleiden staan verder van de politiek en verdienen daarom juist een stem aan tafel. Het rapport concludeert dat een inclusieve en divers samengestelde gemeenteraad essentieel is voor een gezonde lokale democratie.
Die inclusiviteit gaat er niet komen als alles gaat gebeuren zoals in het advies van de heer Engberts staat. Hart voor Delft ziet hierin een duidelijke bevestiging van wat veel inwoners in Delft al langer ervaren: de lokale politiek wordt te vaak gedomineerd door hogere en academisch opgeleiden, terwijl praktisch opgeleide Delftenaren, een grote en belangrijke groep in de stad, onvoldoende worden gehoord. Dat is geen verhaal maar een feit. Hart voor Delft vertegenwoordigt juist deze brede en vaak ongehoorde groep Delftenaren. Het college zoals men dat nu wil samenstellen, is zeker geen afspiegeling van de Delftse samenleving. Wij vinden dit dan ook een gemiste kans. Met 6.201 stemmen is Hart voor Delft opnieuw de grootste oppositiepartij in Delft, die zich onder andere inzet voor praktisch opgeleide inwoners, vakmensen en doeners. De partij staat midden in de samenleving en richt zich op de mensen die de stad draaiende houden: zorgmedewerkers, politieagenten, loodgieters, chauffeurs, winkelmedewerkers, dakdekkers en stratenmakers en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt et cetera, et cetera. Het verkiezingsprogramma van Hart voor Delft benadrukt dat deze groepen essentieel zijn voor een leefbare stad.
Hart voor Delft pleit dan ook nu hier vanavond voor een lokaal bestuur dat luistert naar álle Delftenaren en deze ook breed vertegenwoordigt in het college van burgemeester en wethouders. Het lijkt erop dat in het toekomstige college ruim 90% van de bestuurders uit hoogopgeleide mensen bestaat. Het besluit om Hart voor Delft niet te betrekken bij de vorming van een nieuw college is daarom niet alleen politiek onwenselijk, maar ook democratisch problematisch. Het versterkt het gevoel van afstand tussen politiek en samenleving, juist bij de groepen die al minder vertegenwoordigd zijn. Het is niet zo dat wij hierover verantwoording hoeven af te leggen, maar de coalitiepartijen in dit geval wél. Wij vragen ons dan ook in alle eerlijkheid af of zij beseffen wat de gevolgen zijn als deze vorming van het college doorgang gaat vinden, want ze worden ten slotte alsnog afhankelijk van partijen zoals Hart voor Delft. Een inclusief bestuur vraagt namelijk om meer dan zetels tellen, dat we vanavond in de discussie ook al hebben gehoord. Het vraagt om het 55
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
actief betrekken van partijen die verschillende groepen in de samenleving vertegenwoordigen. Delft is een stad van contrasten, van hightech en vakmanschap, van universiteit en ambacht, en verdient een bestuur dat deze belangrijke diversiteit weerspiegelt, vooral hier in het stadhuis. Hart voor Delft doet daarom een dringende oproep aan PRO, D66 en STIP om dit alsnog mee te nemen bij de definitieve formatie. Sta open voor veranderingen. Alleen zo kan Delft rekenen op een bestuur dat recht doet aan de volledige breedte van de samenleving, want met elkaar doorgaan doe je niet alleen omdat je elkaar goed kent, maar ook door eens te denken: hoe kunnen we elkaar wat beter leren kennen? Dat is juist waar het op dit moment aan ontbreekt. Wat als Hart voor Delft werkelijk in de oppositie terechtkomt? U kunt erop rekenen dat wij op een constructieve manier oppositie zullen voeren. We lezen ook dat we mee mogen denken over de toekomstige plannen met de drie partijen. Dit voorstel komt via de verkenner van de partijen die nu zeggen: we hebben jullie nu niet nodig; we gaan het met z’n drieën oppakken. Nu roept de burgemeester dat de manier waarop wij in de gemeenteraad met elkaar omgaan, een voorbeeld is voor andere gemeenten. Wat dat betreft zal het niet aan ons liggen, maar we maken nu in ieder geval een valse start.
Ten slotte: u begrijpt dat Hart voor Delft zich nog niet neer heeft gelegd bij het voorstel van de verkenner; laat dat duidelijk zijn. Wij wachten af wat er komen gaat en weten namens wie wij het doen, namelijk de 6.201 stemmen waarvan we hopen dat die ook serieus genomen gaan worden. Dat zijn tenslotte de stemmen die de formerende partijen niet bereiken. De VOORZITTER: Zijn er vragen aan de heer Stoop? Meneer Stoop, u was meer dan duidelijk. De heer STOOP (Hart voor Delft): Zoals gewoonlijk. De VOORZITTER: O, wacht even. Er komt één vraag van de heer Stap. U blijft elkaar opzoeken. De heer STAP (STIP): Hoe rijmt u het dat u zegt dat u het vervelend vindt dat er mensen worden uitgesloten van meedoen in het college, terwijl Hart voor Delft de enige partij is die in de verslaglegging heeft gezegd dat zij één partij expliciet niet aan tafel wil hebben? De heer STOOP (Hart voor Delft): Meneer Stap, ik zal u één ding zeggen. Ik heb de laatste vraag niet goed gehoord, maar het woord "uitsluiten" heb ik niet gebruikt. De heer STAP (STIP): Hart voor Delft heeft gezegd dat STIP sinds 1998 deelneemt aan het college en dat het gezond zou zijn om dat te doorbreken. Wat vindt u van die woorden, die u zelf heeft gezegd? 56
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
De heer STOOP (Hart voor Delft): Ik ben blij dat u die vraag stelt. Daar ga ik u een gepast antwoord op geven, meneer Stap, want als je hier gaat staan, mag je ook verwachten dat je weet waar je het over hebt. Wij hebben gezegd dat het voor de politiek in Delft goed zou zijn om dat te doorbreken. Waarom? Wat er nu gebeurt, is een typisch voorbeeld dat aangeeft dat je het gevaar loopt dat je vanuit een automatisme gaat werken. Dat is wat er nu gebeurt. Jullie kennen elkaar zó goed. Het risico dat je loopt, is dat je vanuit een automatisme werkt. Dat is wat er gebeurt, ook bij deze coalitievorming. De VOORZITTER: De volgende spreker is mevrouw Van den Berg van de Delftse VVD. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Allereerst feliciteer ik alle raadsleden die vanavond of eigenlijk al vanmiddag zijn geïnstalleerd. Natuurlijk ook dank aan alle Delftenaren die zijn gaan stemmen, want meer mensen hebben hun stem laten horen dan vier jaar geleden. Dat is goed nieuws, want democratie werkt alleen als mensen meedoen. Ook dank aan Co Engberts, die in enkele dagen tijd op een heel constructieve manier met alle dertien partijen verkennende gesprekken voerde. Maar het vertrouwen in de Delftse politiek is laag: 64% van de Delftenaren heeft geen vertrouwen in de lokale politiek. Dat bleek uit een onderzoek van het AD van nog maar een paar maanden geleden.
Daar moeten wij als raad iets aan doen. Daarom was ons advies aan de verkenner heel duidelijk: formeren is meer dan een rekensom; bouw een brede, stabiele middencoalitie met breed draagvlak in de stad, een coalitie die niet alleen een meerderheid heeft in deze zaal, maar die ook herkenbaar is voor alle Delftenaren in alle wijken. Ons advies was ook om dit langs de lijnen van de inhoud te doen: verken waar we bruggen kunnen bouwen, want dat geeft vertrouwen. De verkenner adviseert echter iets anders: hij adviseert om de wens van de drie grootste partijen te volgen. Die wens is om samen een college te vormen en nu geen inhoudelijke verkenning met het brede midden op te starten. Hij heeft afgelopen weekend gezamenlijke gesprekken gevoerd met PRO, STIP en D66. Wij vragen ons af waarom deze drie genoemde partijen er niet voor hebben gekozen om toen al het gezamenlijke gesprek met andere partijen te voeren, bijvoorbeeld om daarin te verkennen welke inhoudelijke bruggen er zijn te bouwen via dat politieke midden, want wat ons betreft zijn die bruggen er. D66 heeft al tijdens het verkenningsproces in de media aangegeven voor een brede coalitie te willen gaan, bijvoorbeeld door samen te werken met het CDA en de VVD. Dat is volgens mij een hele mooie stap naar dat midden, want wij delen met D66 de gezamenlijke ambitie om meer woningen te bouwen voor de middeninkomens.
We willen allebei starters aan betaalbare koopwoningen helpen en de doorstroming in de Delftse huizenmarkt terugbrengen. Dat waren dus heel herkenbare woorden in de media. Waarom dan niet de daad bij het woord voegen? In het verslag van de verkenner met STIP lezen we dat zij het formatieproces willen starten met een open raadsbijeenkomst om op zoek te gaan naar de gemene delers. Een mooie uitnodiging, maar dit wordt niet door de verkenner voorgesteld. Jammer, want ook met STIP delen we veel ambities, onder andere de ambitie om Delft te positioneren als de economische en innovatieve 57
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
motor van de regio, maar ook de ambitie om vrij hospiteren te behouden; ik noemde dat zojuist al. Dat is dé verkiezingsbelofte van STIP. Drie weken geleden stonden wij nog zij aan zij om die motie in te dienen met behulp van een grote meerderheid, met uitzondering van PRO. De lijsttrekker van de grootste partij, PRO, schrijft in haar inleiding van het verkiezingsprogramma - en ze heeft het vanavond ook gezegd - dat Delft een stad is waar verbinding de stad kleur geeft en waar iedereen bijdraagt aan een sociale en duurzame toekomst. Dat is ook een heel herkenbare stelling voor de Delftse VVD, maar wat ons betreft wordt die inhoudelijke verbinding met het midden nu niet verder verkend. Sterker nog: het scenario met een brede middencoalitie is door PRO niet eens genoemd als optie, zoals blijkt uit het verslag en zoals zij zojuist ook heeft bevestigd in haar bijdrage. Er is een politieke keuze gemaakt. Dat mag natuurlijk, maar laten we die consequenties van die keuze dan ook eerlijk benoemen. De keuze zal het vertrouwen in de politiek niet vergroten, maar eerder doen afnemen. Een tekenend voorbeeld heb ik al een paar keer genoemd, namelijk het feit dat de Delftenaar veiligheid het belangrijkste thema vindt waarmee dit stadsbestuur aan de slag moet, zoals bleek uit recent onderzoek van RTL.
De Delftse VVD snapt dat en wil dat ook graag benoemen, maar geen van de drie partijen die nu naar voren zijn geschoven, hebben dit als topprioriteit genoemd. Wij geloven in een stad waar je verschillen overbrugt, waar je samenwerkt over grenzen heen en waar je een bestuur vormt waar de Delftenaren vertrouwen in hebben. De Delftse VVD staat klaar om die verantwoordelijkheid te nemen. De VOORZITTER: Zijn er vragen aan mevrouw Van den Berg? De heer STAP (STIP): STIP is blij dat mevrouw Van den Berg zegt dat we goed samenwerken en dat we in het verleden op veel verschillende momenten hebben samengewerkt, waarmee de grens tussen oppositie en coalitie juist werd overstegen. Waar ziet mevrouw Van den Berg de barrière om dit de komende vier jaar te doen, terwijl er juist duidelijk een uitgestoken hand komt vanuit deze drie partijen? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De barrière wordt eigenlijk opgeworpen door de conclusie van de drie partijen dat zij nu het geraamte willen vormen van de onderhandelingen. De barrière had niet opgeworpen hoeven te worden als we meteen met elkaar in die brede middencoalitie het gesprek hadden kunnen voeren langs de lijn van de inhoud. Dan hadden we ook echt richting elkaar maar vooral ook richting de stad kunnen aantonen dat we bereid zijn om te luisteren naar de wensen en ideeën maar ook de zorgen die in de stad leven.
De heer STAP (STIP): Is mevrouw Van den Berg zich ervan bewust dat er nog geen enkel woord van het coalitieakkoord is geschreven en dat er juist heel erg wordt gekeken hoe we daaraan vorm kunnen geven? Afgelopen zondag hebben we het met de drie partijen daarover gehad. Daarbij hadden wij ideeën, maar we zijn er nog niet helemaal uit. STIP heeft geopperd om met een raadsconferentie verder te gaan. 58
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
Wij zien dus juist heel veel mogelijkheden. U heeft het over "een geraamte", maar er staat nog niks. Wij denken juist dat er heel veel mogelijkheden zijn om met alle partijen samen te kijken waar we beginnen en om dan samen te werken aan de invulling daarvan. De VOORZITTER: Volgens mij was dat geen vraag, maar u wilt misschien wel reageren. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ja, want het voelt bijna als nog maar een heel kleine stap, maar eigenlijk is het een in de dertien gesprekken veel uitgesproken wens om ook met de VVD, het CDA of Hart voor Delft het gesprek te gaan voeren. De VOORZITTER: De grote Stap. De heer STAP (STIP): Alles in deze vergadering doen we ook stap voor stap; dat komt dus helemaal goed. Wij als STIP zien de mogelijkheid om niet maar één partij bij de coalitie te betrekken, maar juist alle nu tien oppositiepartijen de mogelijkheid te geven om mee te schrijven. Door maar één partij erbij te trekken, timmer je dat coalitieakkoord mogelijk helemaal dicht, waardoor er juist voor de andere oppositiepartijen geen ruimte is. We zien juist in een versplinterde raad dat er nu veel meer stemmen zijn die we allemaal een plek moeten geven.
Is mevrouw Van den Berg het daarmee eens? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Volgens mij had een mooi gesprek met Hart voor Delft, het CDA of de VVD juist de brugfunctie kunnen zijn naar die versplintering op de rechterkant van deze gemeenteraad. Volgens mij had u een uitgelezen kans om juist met dit soort partijen die brede stad te vertegenwoordigen. Dat hoeft inderdaad misschien niet met alle dertien partijen, maar juist die middenpartijen waren voor u de uitgelezen kans om die brugfunctie naar de rechterkant te slaan. De VOORZITTER: De volgende spreker is de heer Visser van het CDA. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. De CDA-fractie wil graag beginnen met het feliciteren van alle collega's die vandaag zijn geïnstalleerd als raadslid of als commissielid. Terecht besteedde u, meneer de voorzitter, gisteravond in uw toespraak warme woorden aan de inzet van commissieleden. Gezamenlijk dragen we de gemeenteraad, het hoogste orgaan in het stadsbestuur. Daarbij hebben we volgens het CDA de verplichting om het ambt waardig te bekleden, maar ook om te doen waarvoor we besteld zijn, namelijk om besluiten te nemen en te werken aan het versterken van vertrouwen onderling in instituties en samenleving.
We feliciteren ook graag de partij die zetels heeft gewonnen, D66, en we heten in het verlengde hiervan de partijen welkom die voor het eerst zitting nemen in deze gemeenteraad, namelijk de PVV, Forum voor Democratie en de Partij voor de Dieren. Een woord van bemoediging voor de partijen die op de verkiezingsavond zetels verloren hebben: het heeft niet gelegen aan de inzet tijdens de campagne, waarin we gezamenlijk minstens veertien of vijftien debatten hebben gevoerd - ik ben ergens halverwege de tel kwijtgeraakt - terwijl sommige omliggende gemeenten slechts een 59
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
of twee debatten hadden. De inzet was gewoonweg enorm. Dat doet eenieder van ons er vaak gewoon maar even bij, naast andere verantwoordelijkheden in het leven. Inzet voor de publieke zaak is niet vanzelfsprekend en deze vorm daarvan is dat zeker niet. Dat op zichzelf mag volgens ons ook worden gezien. Het gejuich in de Burgerzaal toen u bekend maakte dat 54% had gestemd, vond ik enigszins bevreemdend. Natuurlijk, het is 3% hoger dan in 2022, maar het is duidelijk dat er nog een flinke weg te gaan is. Collega-fractievoorzitters hebben daar al het nodige over gezegd. Dat kan ik alleen maar onderstrepen. De 54% heeft er in elk geval toe geleid dat misschien een recordaantal partijen in deze gemeenteraad zitting heeft genomen. Dat stelt ons ieder geval voor de opgave hoe we dit in allerlei opzichten behapbaar kunnen houden voor iedereen. Daarom doen we alvast het verzoek aan het presidium en/of het fractievoorzittersoverleg om eens na te denken of er quick wins zijn, bijvoorbeeld in de werkwijze van de raad. We weten dat het vorige presidium onder leiding van oud-collega Valk een aantal observaties heeft gedaan en opties heeft geschetst. Misschien zitten daar bruikbare suggesties bij. Dit gezegd hebbend kom ik bij de verkenningsfase waar de heer Engberts, die hier nog steeds aanwezig is, opdracht toe gekregen heeft.
Ik gaf het in het gesprek met hem al aan: we hebben de ontvangst en de bejegening door hem als prettig ervaren, waarvoor dank. In het eerste gesprek met de verkenner heeft het CDA aangegeven dat wij één overkoepelende opgave zien voor Delft. We hebben dat gevat als "de toekomstvaste stad", waarbij we een aantal focuspunten hebben geformuleerd: de gepolariseerde samenleving, mobiliteit, wonen, voorzieningen of voorzieningenniveau en klimaat en energie. Om een heel debat over al die thema's te voorkomen: de focuspunten zijn in de bijlagen van de stukken terug te vinden en zijn daar nader ingekleurd door ons. Tegen die inhoudelijke achtergrond hebben we ook gekeken naar de vraag hoe een stadsbestuur verdere invulling zou kunnen krijgen. Natuurlijk laat de uitslag zien dat PRO, D66 en STIP samen 22 zetels hebben behaald. Of zoals ik ergens in de stukken las: "Deze combinatie heeft zich de afgelopen jaren bewezen en dit mandaat is door de kiezer bevestigd, wat een robuuste meerderheid van 22 zetels oplevert." Gerekend naar het aantal zetels in deze zaal klopt dat uiteraard. Dat is een democratische meerderheid. Dat is allemaal waar, maar het is de werkelijkheid in het stadhuis.
Want kijkend naar het aantal uitgebrachte stemmen is het ook zo dat er slechts een verschil van 938 stemmen is tussen mensen die op PRO, D66 of STIP stemden en de groep mensen die hun stem op een van de andere tien partijen hebben uitgebracht. In percentages uitgedrukt: 50,98% versus 49,2% of voor het gemak 51% versus 49%. Dat is de werkelijkheid van de Delftse samenleving. Je moet wat het CDA betreft dus de vraag stellen of het gegeven advies een echt stadsbreed gedragen meerderheid oplevert. Wil je een stadhuiscoalitie of een samenlevingscoalitie? Het tweede gesprek, dat voor ons plaatsvond op zaterdag 28 maart om 13.00 uur, hebben wij zelf niet als een gesprek ervaren. De koffie was nauwelijks ingeschonken of er werd ons medegedeeld dat het er alle schijn van had dat de uitkomst van de verkenning ging worden dat de grote drie partijen samen een coalitie gaan vormen en dat hierin geen ruimte is voor een vierde, laat staan vijfde partij. Binnen tien 60
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
minuten stonden we weer buiten. We vinden het jammer dat de grote drie partijen de deur dichtgehouden hebben en dat er niet ten minste één gesprek met vier of vijf partijen georganiseerd is als volgende verkennende stap, want ik zou zeggen: in het midden vind je elkaar. De verkenner heeft ook expliciet de opdracht gekregen om boven de partijen te staan en alle stemmen goed te horen. Tegen die achtergrond merkt het CDA op dat in maar liefst negen van de dertien gespreksverslagen het CDA actief wordt genoemd om erbij te halen in een coalitievariant. We beschouwen dat als een groot compliment en zijn dankbaar voor dit expliciete vertrouwen. Dat maakt het des te opvallender dat de conclusie van het rapport is: "Voor aanvulling met een of twee andere partijen was onvoldoende draagvlak". Dat roept bij ons dus de vraag op of alle stemmen daadwerkelijk goed gehoord zijn en, zoals ik vanavond al eerder aangaf, of er geen verwarring was tussen "geen draagvlak" en "geen consensus tussen de grote drie". Als dat laatste het geval is, zou dat - ik zeg het voorzichtig - kunnen bijdragen aan versterking van het beeld in de stad van "zij regelen het altijd", waar ook het rapport over spreekt. Kennelijk is ook vastgesteld dat men zich bewust is van het beeld "zij regelen het altijd".
Juist nu de verhouding tussen de uitgebrachte stemmen 51% versus 49% is en we in onze optiek een bijzonder gepolariseerde samenleving hebben, zou naar de mening van het CDA een bestuurlijke handreiking naar ten minste één middenpartij voor de coalitievorming passend zijn. Die deur blijft voor het CDA openstaan conform de suggesties zoals we die presenteerden in het eerste gesprek. Ten aanzien van de discussie over de gezamenlijke afspraken: die kunnen wat ons betreft alleen serieus worden overwogen en slagen als dit oprecht is, voor de hele zittingsperiode. Als dit zich beperkt tot details of punten die men toch al van plan was te doen, voelen wij serieuze terughoudendheid. Het CDA zal ook niet meewerken aan een situatie die voor ons zal leiden tot een constructie van gedogen of een soort "op de trekhaak zitten"-achtige situatie. Ik rond af. Namens de CDA-fractie wil ik eenieder die vandaag geïnstalleerd is en die zich inzet voor een prettig leefbare stad Gods zegen toewensen in het belangrijke werk dat we hier allen dag in, dag uit vervullen, want wie de zegen ontvangt, kan zelf tot zegen zijn. De VOORZITTER: Zijn er vragen aan de heer Visser? Dat is niet het geval. Dan gaan we naar mevrouw Gaal van Onafhankelijk Delft. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Allereerst feliciteren wij de winnaars van deze verkiezingen.
Wat Onafhankelijk Delft betreft zijn we dat hier allemaal. Wij zitten hier allemaal om de stad te vertegenwoordigen en wij vinden dat iets heel belangrijks. Daarnaast feliciteren wij natuurlijk de Partij van de Arbeid en GroenLinks, nu PRO genoemd, D66 en STIP. Wij danken iedereen die ons door deze periode heen heeft gesleept, de mensen hierbinnen en ook de mensen hierbuiten. De kiezer heeft gesproken en dat respecteren wij. Tegelijkertijd willen wij als Onafhankelijk Delft een duidelijke oproep doen aan de partijen die mogelijk een nieuw college vormen. Zet wat Onafhankelijk Delft betreft de komende periode sterker in op participatie, de menselijke maat en inclusiviteit, want wij krijgen nog 61
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
altijd signalen van inwoners, met name van mensen met een beperking, die zich niet gehoord en niet gezien voelen. Wij vinden dit zorgelijk en wij mogen dit ook niet normaal gaan vinden. Als lokale partij staan wij letterlijk achter de voordeur. Wij spreken mensen in hun huizen, in hun straten, in hun wijken. Daar horen wij dat inwoners zich al jaren onvoldoende gezien voelen door opeenvolgende colleges in Delft. Daarom deze oproep: kijk niet alleen naar systemen en beleid, maar vooral naar de mens, de gewone Delftenaar, de mensen in de straat, de mensen in de wijk. Denk aan gezinnen waar volwassen mensen van boven de 30 nog noodgedwongen thuis wonen bij hun ouders, omdat zij geen woning kunnen vinden en hun leven niet kunnen opbouwen zoals ze dat graag zouden willen. Wij van Onafhankelijk Delft hopen oprecht dat het nieuwe college niet alleen inzet op Delft als kennisstad, maar ook oog heeft voor de realiteit achter de voordeur; wij zullen het nieuwe college daaraan blijven herinneren. Wij vragen aandacht op meerdere terreinen, zoals wonen, werken, leefbaarheid, veiligheid en ook cultuur, want er worden veel culturele activiteiten georganiseerd en gesubsidieerd, maar de vraag is of we daarmee ook de mensen bereiken die zich eenzaam voelen.
Laten we ervoor zorgen dat juist ook zij worden meegenomen, dat zij kunnen meedoen en dat cultuur verbindt in plaats van langs mensen heen gaat, terwijl zij daar ook aan meebetalen door middel van belastingen. Van het nieuwe college vragen wij geen wonderen. Wij vragen aandacht, echte aandacht voor de mensen die zich nu nog steeds niet gehoord voelen en die door een gebrek aan vertrouwen niet zijn gaan stemmen. We noemen het "het feest van de democratie", maar velen voelen dit niet zo. Wij van Onafhankelijk Delft vinden dat dit college het vertrouwen van alle Delftenaren moet zien te winnen en te herstellen. De VOORZITTER: Zijn er vragen aan mevrouw Gaal? Dat is niet het geval. Dan was u duidelijk. We gaan naar mevrouw Zinkweg van de Partij voor de Dieren. Mevrouw ZINKWEG (Partij voor de Dieren): Voorzitter. Dank allemaal voor de democratie. Het is laat; ik hou het dus kort. In de verslagen lees ik weinig specifiek over natuur, maar ik lees wel over - ik doe een greep - ontmoeten, weerbaarheid, gezonde stad, lage lasten, woningbouw en veiligheid. Ik zie hier wel veel kansen. Alle domeinen kunnen namelijk verbonden worden met natuur. Kennis over de Delftse natuur hoort bij alle ambtenaren aanwezig te zijn. Begrip voor natuur en ecologie helpt om Delftse problemen op te lossen. Mensen zijn namelijk nog steeds onderdeel van de natuur.