CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Handelingen gemeenteraadsvergadering 1 april 2026

Raadsvergadering 12 mei 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergaderingen van 31 maart en 1 april 202636.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

U heeft een mooie tijdslijn geschetst. Ik was zelf bij het gesprek op de zaterdagmiddag. Daarin werd mij eigenlijk binnen een minuut te kennen gegeven dat er in de raad een wens was om met de drie partijen door te gaan en dus niet met ons, Hart voor Delft of het CDA. Waarom was er dan op zondagavond nog een gesprek? Het was toch klip-en-klaar 23

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

dat de drie partijen geen draagvlak konden vinden voor het uitnodigen van andere partijen? Waarom was er dan de dag erna toch nog een gezamenlijk gesprek nodig? De heer ENGBERTS: Ik heb in die gesprekken op zaterdagmiddag gezegd dat zich de situatie aftekende dat er drie partijen zijn die met elkaar door willen. Het leek me verstandig dat u dat niet uit het verslag zou lezen. Dat geldt met name voor de partijen die door meerdere partijen genoemd waren om deel te nemen aan een coalitiegesprek. Daarom heb ik ervoor gekozen om dat te doen, terwijl we nog niet de definitieve punt hadden gezet. Een tweede reden voor dat gesprek - maar ik zal ook maar eerlijk zeggen dat dat wat minder uit de verf is gekomen - was om te kijken op welke manier de partijen die geen deel uitmaken van een coalitie, wel goed betrokken konden worden en of daar ideeën over waren. Dat was gewoon een inschattingsfout van onze kant; sorry, van mijn kant. Dat was te ontijdig. Daarom hadden we dat tussengesprek, want dan kon ik uit die gesprekken terugkoppelen naar die drie, maar dat tweede gesprek had inderdaad niet veel meer om het lijf dan "dit is de situatie zoals die is". De VOORZITTER: Volgens mij is er nog de vraag of er van dat weekend verslagen zijn. De heer ENGBERTS: Sorry, ik was heel erg gefocust op de andere vraag.

Eigenlijk is dat deel van het verslag dat ik u heb toegestuurd gewoon het verslag van die gesprekken. U zou ook geen ander verslag hebben ontvangen dan "deze partijen willen om deze redenen verder met elkaar en we hebben erover gesproken dat ook de goede verbinding moet worden gemaakt et cetera". Daar is niet veel meer over te zeggen dan wat uiteindelijk op die vier pagina's in mijn verslag is gekomen. Dus ik dacht: laat ik het daarin opnemen; dan is dat ook afgedekt. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Dan nog een vraag omdat ik het dus niet terug heb kunnen lezen in een verslag; hopelijk kan de verkenner mij daar wel antwoord op geven. Waren er onder die drie partijen nog partijen die wél een aanvullend gesprek met Hart voor Delft, het CDA of de VVD wilden voeren, misschien langs de lijn van de inhoud? De heer ENGBERTS: Dat ligt een beetje aan wanneer je het gesprek precies "terug filmt". Ik heb in het begin van dat "driegesprek" natuurlijk teruggelegd wat er allemaal opgehaald was. Er is natuurlijk wel gewisseld "wat wil je wel en wat wil je niet?". Maar al vrij snel in dat eerste gesprek werd duidelijk dat ik uw vraag ontkennend moet beantwoorden. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): D66 heeft ons een beetje geholpen: D66 heeft de media opgezocht en heeft aangegeven dat het langs de lijn van de inhoud met de VVD en het CDA kansen ziet. Dat is dus blijkbaar in dat gesprek langsgekomen.

Als D66 dit ook in het gesprek met de twee andere partijen en u in elkaars bijzijn heeft uitgesproken, waarom zijn we dan toch niet op dat pad verdergegaan?

24

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De heer ENGBERTS: Omdat in het gesprek dat D66 ook met mij gevoerd heeft, D66 als voorkeursvariant deze drie heeft aangegeven. Dat staat er ook in. De heer VISSER (CDA): Het wekt bij mij de indruk dat het een soort doorgeefluik is. Heeft de verkenner daar iets tegenover gezet in de zin van: u kunt wel zeggen dat u met z'n drieën wil, maar ik heb uit mijn dertien gesprekken ook andere dingen opgehaald en ik adviseer u dringend om daar ook iets mee te doen? De heer ENGBERTS: Ik vond het buiten mijn opdracht liggen om te gaan onderhandelen. De heer VISSER (CDA): Er is natuurlijk helemaal geen sprake van onderhandelen. De dertien fractievoorzitters hebben u een opdracht meegegeven. Ik kan me ook voorstellen dat het niet alleen over drie partijen gaat; het gaat over dertien partijen. Volgens mij is er helemaal geen sprake van onderhandelen als in dertien gesprekken het een en ander wordt opgehaald en als de verkenner vanuit die input er ook iets tegenaan zet vanuit die gesprekken op vrijdagavond, zaterdagochtend en zondagavond. Ik snap dus niet zo goed waar de term "onderhandelen" vandaan komt. Onderhandelen is inderdaad niet de rol van de verkenner, maar het is wel zijn rol om een advies te geven, ook op basis van de andere negen gesprekken.

De heer ENGBERTS: Ik heb bij de drie partijen die het meest werden genoemd als de meest logische combinatie teruggelegd wat in de gesprekken in de eerste ronde is gezegd. Daar heeft men op gereflecteerd. De conclusie in dat gesprek was: wij willen dit graag met z'n drieën doen. Dat is vervolgens dus mijn constatering als verkenner. Ik zie ook dat deze drie partijen met elkaar een stabiele meerderheid in deze raad hebben. Ik zie ook dat ze in ieder geval uitspreken, ook in het gesprek, dat zij programmatisch dicht bij elkaar liggen. Ik heb ook gezien dat zij de grote ambitie hebben om de verbinding te leggen met kiezers en met partijen die hen vertegenwoordigen die niet tot deze drie partijen behoren. Dat bijeengenomen is de weging geweest voor mijn advies om dit inderdaad te gaan doen. De VOORZITTER: Mevrouw Van den Berg, ik hoop op een nieuw onderdeel, want ik merk dat de verkenner aan de rand van zijn verantwoordelijkheid antwoordt. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): U mag mij gewoon terugduwen als ik dat grensje over ga; dat is geen probleem. De redenen waarom deze drie partijen het meest voor de hand liggen, hebben te maken met goede samenwerking, inhoudelijk dicht bij elkaar liggen en natuurlijk ook het aantal zetels, een overduidelijke meerderheid.

Heeft de verkenner met deze drie partijen maar misschien ook zelf nagedacht over argumenten waarom het juist op de inhoud voor de stad Delft verstandig is dat deze drie partijen doorgaan met elkaar? Want de aantallen zetels en het goed kunnen samenwerken met elkaar lijken mij wat intern geredeneerde argumenten waarom het fantastisch is om weer met z'n drieën door te gaan. Zijn er ook daadwerkelijke argumenten op tafel gekomen waarom de stad Delft daar baat bij heeft?

25

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De heer ENGBERTS: Ja. De argumentatie wordt nu verengd tot samenwerken en het aantal zetels, maar ook de programmatische kant en het vertrouwen dat men programmatisch dicht bij elkaar zit, zitten daarin. Dat is bijeengenomen. Er staat dat het goed is voor Delft, dat het ook goed is voor Delft om een coalitie te vormen met een akkoord op hoofdlijnen en dat redenerend vanuit die hoofdlijnen de verbinding moet worden gezocht met andere kiezers en de partijen die hen vertegenwoordigen. Als we het verengen tot "het is alleen maar leuk, want ze kunnen het zo leuk met elkaar vinden en ze hebben 22 zetels", doen we onrecht aan wat deze drie partijen hebben gezegd te gaan doen, hoe dicht zij programmatisch bij elkaar zitten en wat zij dus ook voor Delft kunnen betekenen. Maar het belangrijkste, doorslaggevende daarbij vind ik nog steeds een akkoord op hoofdlijnen met ruimte voor de rest. De VOORZITTER: Mevrouw Gaal is nog niet aan de beurt geweest. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Wij zien dat er wordt gekeken naar een coalitie met partijen zoals de Partij van de Arbeid, GroenLinks, D66 en STIP, maar wij willen benadrukken dat volgens ons niet de systeemlogica of de grootte van partijen leidend zou moeten zijn, maar wat inwoners daadwerkelijk nodig hebben.

Kunt u toelichten hoe in uw afweging de menselijke maat, het vertrouwen van inwoners en het draagvlak in de wijken concreet zijn meegenomen? En in hoeverre zijn alternatieve coalities verkend die misschien minder voor de hand liggen maar juist beter aansluiten bij de menselijke maat en het gevoel in de stad? Met andere woorden: hoe zorgen we dat het bestuur van Delft niet alleen klopt op papier, maar ook in het dagelijks leven van onze inwoners? De heer ENGBERTS: Er zijn ook andere opties verkend. Daar is onvoldoende draagvlak voor. Wat ik in uw vraag belangrijk vind, is dat je de verbinding met de stad en de wijken moet maken. Dat kan zich vertalen in andere partijen - zo staat het er natuurlijk - maar het gaat er natuurlijk om dat je de verbinding met de stad hebt en dat de diversiteit van de stad ook tot uitdrukking komt in de manier waarop je het bestuur inricht en ook hoe je een coalitieakkoord maakt, wat daarin staat en hoe je ermee omgaat. Dat je die verbinding weet te maken met groepen die zich misschien niet onmiddellijk herkennen of denken zich niet te herkennen of die in ieder geval vertegenwoordigd worden door andere partijen, vind ik een heel essentieel onderdeel van wat deze drie partijen hebben uitgesproken te willen gaan doen. Dat is een belangrijke pijler onder mijn advies om hiermee verder te gaan.

Als het alleen maar zou zijn "we hebben hier een mooie systeemmeerderheid, we kunnen dus verder en dat is handig; dan hebben we namelijk niet te veel partijen, want elke partij erbij maakt het weer ingewikkeld", zou dat hartstikke fout zijn, maar daar is met elkaar die andere pijler onder gelegd: wij zien ook dat we die verbinding moeten maken en dat we hier in de raad goed met elkaar kunnen samenwerken, maar daar kan misschien nog een schepje bovenop, zeker bij de grote onderwerpen en zeker in de verbinding met de stad en de wijken. Daar wil men iets aan doen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Bij het uitblijven van een verslag van de gesprekken met de drie partijen dit weekend heb ik nog één laatste check op mijn conclusie. Alle drie de partijen gaven in dat gezamenlijke gesprek direct aan met z'n 26

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

drieën door te willen zonder de rest. Betekent dat inderdaad dat een gesprek over een verdere verkenning met andere partijen niet meer aan de orde is geweest? De heer ENGBERTS: Ik heb me niet onmiddellijk gewonnen gegeven. De VOORZITTER: De verkenner heeft zich niet onmiddellijk gewonnen gegeven. Vrij vertaald: dat is een proces geweest tijdens het proces. Oké, de verkenner wil het nog iets meer verduidelijken dan ik probeerde. De heer ENGBERTS: Dit is te kort door de bocht, mevrouw Van den Berg. Natuurlijk hebben we het erover gehad. Op basis van die verslagen ga ik toch niet na vijf minuten zeggen: jongens, wie wil er nog een cola en dan gaan we verder? Natuurlijk hebben we het gehad over de manier waarop het verder moet. Hier ligt een hele duidelijke vraag vanuit de raad en vanuit andere partijen; hoe wilt u daarmee omgaan, hoe gaat u dat dan doen en waarom denkt u dan dat het allemaal zo goed bij elkaar past? En natuurlijk hadden we dat niet al op vrijdagavond. We hebben de volgende dag gekeken of een nachtje erover slapen had geleid tot nieuwe inzichten. Nee, op zaterdag was dit nog steeds hetzelfde. Toen dacht ik: dan moet ik dat gesprek inderdaad met u en met de andere partijen gaan voeren om te vertellen dat dit toch echt eraan zit te komen, zodat u daar niet door verrast zou worden.

Maar het is niet zo dat wij op vrijdagavond, nadat u hier volgens mij allemaal gezellig een borrel had gehad, bij elkaar zaten en nog een biertje of een cola uit de ijskast hebben gehaald omdat het allemaal al beklonken was. Zo is het niet gegaan. Er is heel uitvoerig over gesproken en er is nog een nachtje over geslapen. Daarom zei ik dat ik me niet zomaar gewonnen gaf. Op basis van de verslagen vond ik dat we dat heel serieus met elkaar moesten doornemen. Zo is het gegaan. De VOORZITTER: Ik kijk voor de laatste keer rond: zijn er nog vragen aan de verkenner? Alle andere vragen die u aan elkaar wilt stellen, doen wij straks na een korte schorsing, nadat wij afscheid hebben genomen van de verkenner. Dit is de laatste mogelijkheid om vragen te stellen. Daar is geen behoefte aan. Meneer Engberts, we danken u heel hartelijk voor het werk dat u heeft gedaan. (Geroffel op de tafels) De VOORZITTER: Na een halfjaar ervaring zeg ik dat deze raad erg hecht aan duurzaam groen. Daar vallen geen afgeknipte takken onder. Die hebben we ook. Als we de stad veilig willen houden, zorgen we dat het niet al te hoog groeit, maar verder verblijden we elkaar met een Delftse plant. Dat is bijna geen verrassing meer, maar voor u wel. Maar we willen onze dank niet alleen daarmee uitdrukken, want u heeft echt wel wat meer gedaan dan wat alleen een plant waard is. Ik ga u dat namens de raad aanbieden.

Voor alle werkzaamheden krijgt u van ons voor twee personen een leuk avondje uit in ons Prinsentheater, waar nog niet zo lang de musical Willem van Oranje draait. U zocht ook uw geschiedenis in het Delftse. Als u die geschiedenis nog even doortrekt, komen we bij Willem van Oranje uit. Wij hebben dus twee kaartjes voor de musical voor u. Vooraf kunt u daar zelfs gaan eten; dat bieden wij u 27

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

ook nog aan, maar de symboliek komt samen in deze plant, die ik u nu ga overhandigen. Ook uit eigen ervaring: geef hem voldoende water, want het is er wel eentje die elke keer slap gaat hangen. (Geroffel op de tafels) De VOORZITTER: Een laatste woord van de verkenner en dan ga ik schorsen. De heer ENGBERTS: Dank u wel, voorzitter. Dank allemaal voor alle prettige gesprekken. Dank voor het vertrouwen. Dank ook voor deze lekkere, kritische bevraging. Ik heb ook hier weer veel plezier in gehad. Ik wil de griffier ook nog bedanken en de bodes voor alle flexibiliteit, de hulp en de verzorging. Dank u wel. De VOORZITTER: Heel veel dank! (Geroffel op de tafels) De VOORZITTER: Ik schors de vergadering voor vijf à tien minuten. Neemt u allemaal even de tijd. Ik kan me ook voorstellen dat het misschien nog even in interne kring besproken moet worden; dat hebben we ook met de fractievoorzitters besproken. Ik maak er dus echt tien minuten van. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Ik heropen de vergadering. Het woord is aan u, de raad. Aangezien we nog geen oppositie of coalitie hebben, heb ik de fractievoorzitters voorgesteld dat we uw eerste bijdrage op volgorde van grootte doen. Die ga ik niet helemaal oplezen, maar we beginnen met PRO, D66 en zo verder. We hebben vandaag afgesproken dat we nog geen rekening houden met maidenspeeches.

Die houdt u dus van uw collega's te goed bij de eerstvolgende reguliere vergadering. Ik nodig de sprekers uit om in de eerste termijn hier achter het spreekgestoelte plaats te nemen. We hebben ook afgesproken dat we het eerste deel van de bijdrage, als dat lukt, een beetje ongeïnterrumpeerd houden. Maar als er iets heel dringends is, mag dat ook tussendoor. Daarna is er ook de ruimte om de spreker te bevragen. Mevrouw WESSELS (PRO): Voorzitter. Twee weken geleden is Delft naar de stembus gegaan. Met negen zetels is GroenLinks-PvdA, nu PRO, de grootste partij geworden. We voelen de verantwoordelijkheid en zien ook dat we niet alleen maar samen de stad besturen. In dit duidingsdebat willen we stilstaan bij de uitkomsten van de verkiezingen en de uitkomst van de verkenning. Ik begin met de uitkomst van de verkiezingen. Op 18 maart heeft Delft gestemd. Na de fusie van GroenLinks en de PvdA en na de tomeloze inzet van de ruim 200 vrijwilligers in alle wijken van Delft is onze partij PRO niet alleen stabiel in zetels gebleven, maar hebben meer mensen op ons gestemd dan vier jaar geleden. We zijn onze kiezers in alle wijken van de stad dankbaar voor het vertrouwen in onze visie op een groene en sociale stad en ons bestuur. We willen vanuit verbinding kleur geven aan Delft. We kijken naar de uitslag in het algemeen. Dan zien we dat er eigenlijk weinig echt grote 28

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

verschuivingen hebben plaatsgevonden, maar dat er wel veel versplintering heeft plaatsgevonden. We zijn er heel blij mee dat de opkomst in Delft omhoog is gegaan, maar we moeten eraan blijven werken om die te verhogen. Van onze coalitiepartners in de vorige periode heeft D66 winst behaald; van harte gefeliciteerd. STIP is stabiel gebleven en de ChristenUnie heeft tot onze spijt een zetel verloren ondanks hun keiharde inzet en de fijne samenwerking in die coalitie. Daarnaast zien we dat de eigen achterban Hart voor Delft trouw is gebleven: vijf zetels ondanks de opkomst van nieuwe partijen in onze raad. Dat verdient ons respect. We maken ons wel zorgen over die versplintering. De verhouding tussen de kleinste en grootste fractie is veel groter geworden. Dat betekent dat we in deze raad nog meer oog voor elkaar moeten houden, zowel om de verschillende geluiden in deze raad goed te blijven horen als om het raadswerk menselijk en vol te houden te laten blijven, want ook al kunnen onze meningen verschillen, we zitten hier allemaal om samen het beste te doen voor deze stad en om deze samen te besturen. Bij sommige partijen zien we ook de pijn van de uitkomst van de verkiezingen. Als PRO hebben we de afgelopen jaren de inzet van partijen en mensen van dichtbij gezien. We zien dat dit niet altijd wordt beloond. Politiek kan daarin soms ook hard zijn.

We hebben nu de opgave om met deze uitkomst de stad te gaan besturen. Die verantwoordelijkheid willen we graag samen en met veel plezier oppakken. Dat brengt ons bij de verkenning. We zijn de heer Engberts dankbaar voor de zorgvuldige begeleiding van deze verkenning. In een korte tijd is er een helder verslag gekomen dat voor de hele stad te lezen is. We zien de cultuur van deze raad en heel onze stad terug in het verslag, evenals de breedgedragen bereidheid om ons in te zetten voor Delft, bij te dragen aan de verbetering en samen te werken. Er zijn veel inhoudelijke overeenkomsten tussen PRO, D66 en STIP. Er is een basis voor een sociale, groene en progressieve stad. Het is voor PRO dan ook een logische en fijne stap om met deze partijen verder te gaan. We kijken uit naar die samenwerking. Dat doen we via een coalitieakkoord op hoofdlijnen, want we willen ruimte voor de raad om bij te dragen aan de vele geluiden die in deze raad vertegenwoordigd zijn. Dit vraagt van dat nieuwe akkoord dat we met andere afspraken moeten komen dan in de vorige periode, zodat er meer ruimte is om ook met andere meerderheden besluiten te nemen. Samen bereiken we meer, samen besturen we de stad. Een akkoord op hoofdlijnen betekent niet dat we geen scherpe keuzes moeten maken.

We zien de opgaven die in Delft spelen en we blijven werken aan een groen en sociaal beleid, met een focus op betaalbaar wonen, bestaanszekerheid en armoedebestrijding, een groene en gezonde stad en cultuur voor iedereen. We zoeken hierin de verbinding met de stad. Daarnaast zien we dat het nodig is om op twee schaalniveaus te werken: lokaal en regionaal. Delft heeft een unieke positie in onze regio. We willen dat we sterk regionaal verankerd zijn om ook buiten de grenzen van onze stad een rol te kunnen spelen, maar ook om daarmee nog beter de uitdagingen van onze stad het hoofd te kunnen bieden. Tegelijkertijd moeten we ook lokaal verder werken. We willen dat de gemeente overal in de stad te zien en bereikbaar is. Dat geldt voor onze ambtenaren, de raad en het stadsbestuur. Dit nemen we mee in de gesprekken die 29

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

na vandaag gaan volgen, maar eerst gaan we nog verder met elkaar in gesprek. Laten we dat gesprek blijven voeren, niet alleen hier maar ook in de toekomst, want samen besturen we deze stad. De VOORZITTER: Zijn er vragen aan mevrouw Wessels? De heer VAN DER SLUIS (SP): PRO is tegenwoordig voor meer betaalbare woningen in de stad, net zoals de Socialistische Partij. Ziet PRO ook aansluiting bij de andere beoogde coalitiepartijen? Willen ook zij dit, zodat er straks, als er een resultaat komt, gezegd kan worden dat die woningen er daadwerkelijk komen? Of denkt u dat er problemen komen? Mevrouw WESSELS (PRO): Wonen zal in ieder geval een belangrijk onderdeel zijn van de gesprekken die hierna volgen. Dat is ook door bijna alle partijen in deze raad genoemd in de verkenning. In vergelijking met vier jaar geleden zijn de urgentie en het landschap van wonen ook echt verschoven. Ik zie dat we daar meer stappen dichter bij elkaar komen. Ja, wij zien ook dat er verschillen in perspectieven zijn. Dat gaat echt onderdeel van de gesprekken zijn. Dat zullen deels gesprekken zijn in de onderhandelingen en deels gesprekken die we ook in de raad zullen blijven voeren. De heer VAN DER SLUIS (SP): Dat klinkt allemaal mooi, maar het enige wat ik hoor, is dat wonen belangrijk wordt gevonden door alle partijen.

Oké, maar komen er betaalbare woningen en zijn de partijen waarmee PRO nu wil gaan onderhandelen daar ook voor? Of zeggen die: nee, dat willen we niet? Mevrouw WESSELS (PRO): De onderhandelingen moeten nog starten. Ik kan daar dus nog geen exact antwoord op geven. Dit wordt onderdeel van die onderhandelingsgesprekken. In de verkiezingsprogramma's zie ik wel verschillen; dat klopt. Dat betekent dat we daar scherp moeten zijn met elkaar. De heer VAN DER SLUIS (SP): Het is heel leuk dat mevrouw Wessels zegt dat ze scherper wil zijn en dat ze verschillen ziet, maar heeft PRO tijdens de onderhandelingen overwogen om eens te kijken naar andere partijen, die op dit punt wél hetzelfde willen als PRO in plaats van te kijken wat de andere partijen willen en eigenlijk al op je rug te gaan liggen voordat er onderhandeld wordt? Gaan die woningen er dus komen? Mevrouw WESSELS (PRO): Volgens mij besturen we een stad op heel veel verschillende onderwerpen, niet alleen op wonen, en ik denk dat we daar echt wel serieuze stappen in gaan zetten. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): We lezen in het programma en we horen u zojuist ook zeggen dat Delft een stad is waar verbinding de stad kleur geeft en "samen besturen we de stad"; dat zei u zojuist tot twee keer toe. Maar toch wordt die inhoudelijke verbinding met dat midden nu niet verkend.

Waarom doet PRO iets anders dan wat zij in haar eigen programma belooft? 30

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

Mevrouw WESSELS (PRO): Wat wij hier doen, is kijken hoe je ervoor kunt zorgen dat je met de drie grootste partijen, waarvan we weten dat ze het goed met elkaar kunnen vinden, een programma op hoofdlijnen kunt maken en daarmee ook ruimte kunt maken om met de hele raad en daarmee ook de hele stad te kunnen sturen. Dat geeft dus meer ruimte om op hoofdlijnen het akkoord goed te kunnen sluiten. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): We hoorden de verkenner zojuist zeggen dat op zondagavond het doel van het gesprek was om te kijken hoe er kan worden samengewerkt met de rest van de raad, maar dat dat niet uit de verf kwam. Het streven is dus blijkbaar om vanavond uit te stralen dat we dit met elkaar te doen hebben en dat we vooral samen naar de stad moeten gaan, maar het eerste het beste gesprek met de verkenner leidt ertoe dat zijn conclusie is dat dat toch niet gaat lukken. Wat gaat PRO eraan doen om ons, de hele raad, toch het vertrouwen te geven dat u ook doet wat u belooft, namelijk samen de stad besturen? Mevrouw WESSELS (PRO): Wat ik uit dit gesprek heb begrepen, is dat er een intentie is geweest om zaterdag gesprekken te hebben, onder andere met uw partij. Er is verkeerd ingeschat dat we het toen met elkaar konden hebben over hoe we tijdens het proces van de coalitieonderhandelingen maar ook daarna kunnen zoeken naar vormen waarin we die samenwerking kunnen zoeken.

Dit nemen we dus mee in het onderhandelingsproces. Dat moet een plek gaan krijgen. Laat ik het zo zeggen: daar hebben we verschillende ideeën over. Dit moet nog concreet worden, want zover zijn we nog niet. Eerst hebben we namelijk vanavond hier dit debat. Alle ideeën die hier vandaag worden geopperd, nemen we zeker mee om te kijken hoe we dit handen en voeten zouden kunnen geven. Je zou in het proces kunnen zorgen dat we met alle partijen ook weer een-op-eengesprekken hebben om bijvoorbeeld op basis van de verslaglegging die er nu ligt, de onderwerpen die iedere partij belangrijk vindt met elkaar in een verdiepend gesprek een stukje uit te diepen om te kijken welke afspraken we daarin nu al kunnen meenemen of voor welke ruimte we moeten zorgen zodat we de komende vier jaar elkaar op de goede manier kunnen vinden. De VOORZITTER: Mevrouw Van den Berg nog één keer; dan ga ik naar anderen toe. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Waarom geven de drie partijen, waaronder PRO, de drie meest genoemde andere partijen, dus Hart voor Delft, het CDA en de VVD, dan niet de ruimte om vanaf een blanco vel het gesprek met jullie aan te gaan? Nu is er eigenlijk al een geraamte neergezet en mogen wij misschien nog wat punten en komma's verplaatsen.

Waarom is er niet gezegd: we gaan met elkaar een start maken en met elkaar komen tot een goed coalitieakkoord waarmee we de hele stad goed kunnen bereiken? Mevrouw WESSELS (PRO): Ik weet niet of ik uw vraag helemaal begrijp. Volgens mij gaan we nu met deze drie partijen de onderhandelingsperiode in, waarbij we zeggen dat we tijdens dat proces ruimte maken voor andere partijen om ervoor te zorgen dat het een document wordt dat gevoed wordt. Uit de verkenning is ook duidelijk gebleken dat er een grote wens is voor een traditioneel coalitieakkoord op 31

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

hoofdlijnen. Daar zit dus ergens de zoektocht in: in hoeverre zit je aan tafel en in hoeverre niet? Ik denk dat we daar vanavond ook voor moeten gebruiken. De VOORZITTER: Ik snap dat mevrouw Van den Berg dit nog even wil verduidelijken. En dan ga ik door. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Mevrouw Wessels had er toch ook voor kunnen kiezen om te zeggen: dan gaan we meteen met de partijen aan tafel? In plaats daarvan zegt ze nu: we beginnen met een smalle coalitie en we gaan eens kijken hoe we het proces met de andere partijen kunnen vormgeven. Ik hoop dat u begrijpt dat het ook een keuze had kúnnen zijn om van nul af aan met Hart voor Delft, de VVD en het CDA in gesprek te komen. Dan hebben we immers meteen het goede gesprek met elkaar over wat we willen betekenen voor de stad. Mevrouw WESSELS (PRO): Ik heb bijna een verduidelijkende vraag aan u: wat betekent "met de zes partijen om de tafel gaan"? Volgens mij hebben we nu een vraag gesteld: welke partijen gaan een coalitie vormen? Dat is volgens mij een andere vraag dan de vraag met welke partijen we samen aan inhoud gaan werken. Volgens mij kunnen dat twee parallellen zijn. De VOORZITTER: Mevrouw Van den Berg, nou mag u weer.

Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Dat is een terechte vraag, maar volgens mij hebben we de verkenner de opdracht gegeven om langs de lijn van de inhoud te komen tot een voorstel voor een combinatie of voor combinaties. Hij heeft nu één combinatie voorgesteld, terwijl wij langs de lijn van de inhoud het gesprek nu überhaupt niet eens hebben kunnen voeren. Dat gaf de verkenner zojuist eigenlijk ook aan. Ja, er zijn wat grote opgaven genoemd, maar hij heeft zijn combinatieadvies niet gegeven op basis van de lijn van de inhoud. Was het dus niet uw verantwoordelijkheid geweest om langs de lijn van de inhoud deze zes partijen te vragen om in ieder geval een start met elkaar te maken in plaats van "nee, helaas, we gaan het met z'n drieën doen en de andere drie veelgenoemde partijen mogen misschien eens een keer komma's en punten verplaatsen"? Mevrouw WESSELS (PRO): Volgens mij heeft de verkenner juist duidelijk aangegeven dat vanuit de lijn van de inhoud deze drie partijen een logische combinatie vormen en dat daarnaast ook een aantal andere dingen van belang zijn. Dat is ook in het verslag terug te vinden. Mevrouw TIMMER (ChristenUnie): Mevrouw Wessels gaf aan dat het verschil tussen de grote partijen en de kleine partijen na de uitslag groter is.

Wordt dat niet versterkt door straks alleen met grote partijen in de coalitie te zitten en de kleine partijen daar eigenlijk van uit te sluiten? Mevrouw WESSELS (PRO): Ik denk juist dat je door een coalitie van drie partijen te hebben makkelijker een akkoord op hoofdlijnen kunt maken, waardoor je de ruimte om in de raad het debat te hebben en alle partijen het woord te geven en een 32

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

bijdrage te laten leveren, juist groter maakt. Het is dus juist eerder andersom: het is niet uitsluiten, maar er daarmee voor zorgen dat we de besluiten veel meer in de raad nemen, omdat je die afstemming intern maar met drie partijen hoeft te maken. De heer VISSER (CDA): Ik wil mevrouw Van den Berg graag bijvallen, want ik betwijfel of zij antwoord heeft gekregen op haar vraag. Als ik het nog iets meer inkleur of specificeer, gaat het heel concreet over de vrijdagavond en de zaterdagochtend, 27 en 28 maart jongstleden. PRO had er in de persoon van mevrouw Wessels ook voor kunnen kiezen om te zeggen: als wij met drie grote partijen bij elkaar geroepen worden, terwijl we weten dat zowel Hart voor Delft als de VVD en het CDA meermaals zijn genoemd, haal die er dan ook bij, want dan kunnen we met elkaar in een "zesgesprek" kijken waar de overeenkomsten, verschillen of eventuele blokkades zitten. Waarom heeft mevrouw Wessels daar namens PRO niet voor gekozen? Mevrouw WESSELS (PRO): Ik begrijp uw vraag. Hadden we dat achteraf moeten doen? Dat weet ik niet zo goed. Je wordt op een gegeven moment uitgenodigd om met die drie partijen om de tafel te gaan zitten om te kijken of het met deze drie partijen gaat lukken. De vraag lag ook echt op tafel: er is een grote behoefte aan een andere partij erbij.

De gesprekken zijn dus ook echt geladen met: wat betekent dat, welke partij erbij en wat betekent dat ook voor het geheel? Die gesprekken hebben we dus met elkaar gevoerd. Daarbij hebben we uiteindelijk gezegd: de meest logische stap die we nu kunnen nemen, is juist met z'n drieën doorgaan om te zorgen dat we alle partijen in de raad ook de ruimte kunnen geven en dat we de besluiten meer in de raad leggen, want het gaat echt om een akkoord op hoofdlijnen. Ik heb het gevoel dat ik me in de beantwoording een beetje aan het herhalen ben, maar daar gaat het volgens mij om. De heer DE JONG (Hart voor Delft): Het gaat nu erg over de inhoud. Ik heb een vraag over draagvlak. Ik lees in het verslag van de verkenner dat jullie een brug willen slaan naar verschillende andere groepen in de samenleving. Ik mis in uw verhaal de groepen die nu niet vertegenwoordigd zijn. PRO geeft aan dat het met de raad wil samenwerken voor draagvlak. Het punt is dat de 54% praktisch opgeleiden geen plek hebben in dit college. Het zijn vooral de academici, de theoretisch opgeleiden, die een plek hebben. Is in de gesprekken over de mogelijke samenstelling van de coalitie dit punt van draagvlak meegenomen? Mevrouw WESSELS (PRO): Ik denk dat uw punt over opleidingsniveau bij alle partijen een zoektocht is. Er zit bij de ene partij wat meer dan bij de andere. Er zit misschien wel diversiteit in.

In het stemgedrag en ook in de opbouw van onze eigen lijst zien we ook best wel veel diversiteit; die zijn diverser dan het beeld naar buiten soms misschien suggereert. Volgens mij is ons laagste percentage stemmen in een wijk 16%. In de binnenstad was dat 22% à 23%. Wij zien dat onze partij in heel veel wijken gewoon goed vertegenwoordigd is. Dat wil niet zeggen dat dat niet vraagt om ook andere partijen erbij te vragen. We hebben in het verslag ook gezegd dat we het interessant zouden vinden om een brug te slaan naar Hart voor Delft, omdat we zien dat jullie een andere groep vertegenwoordigen. Ik denk dat dat ook een zoektocht is 33

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

in de komende vier jaar. We willen een brug slaan om de komende vier jaar die zoektocht met elkaar te doen met alle partijen in de raad om samen tot besluiten te komen die voor alle bewoners in deze stad iets doen. De heer DE JONG (Hart voor Delft): Wat is dan de overweging geweest om die "andere groep" waar u het over heeft - dat is al een soort wij/zij-tegenstelling - geen plek te geven in het college waarmee onze achterban zich vertegenwoordigd en gezien zou voelen in het stadsbestuur? Wat is de overweging geweest om die keuze niet te maken en om op die manier een veel breder draagvlak in de stad te krijgen? Mevrouw WESSELS (PRO): Als u de verslagen van uw eigen partij en van de andere partijen naast elkaar legt - dat is eigenlijk ook de puzzel die de verkenner heeft gemaakt - ziet u ook daar de vraag op welke manier je een bestuur kunt vormen waarvan de partijen allemaal denken: wij hebben er zin in en wij gaan ervoor. Wij zien ook dat dit niet een 100% match is. Daarom zagen we dit als een slimmere variant, omdat we dan op hoofdlijnen heel duidelijk de afspraken maken en in de raad veel meer de ruimte hebben om de samenwerking op te zoeken. De heer DE JONG (Hart voor Delft): Het is dus een bewuste keus geweest om de "zij-groepen" waar u het zojuist over had, uit te sluiten van het collegebestuur, omdat dat de daadkracht zou beïnvloeden.

Mevrouw WESSELS (PRO): Het is uw frame dat het over "wij" en "zij" gaat; laat ik dat duidelijk maken. Wij geven aan dat wij graag met de stad, met de hele raad, willen besturen. We moeten ook ergens met elkaar zeggen: wie gaan het college vormen en hoe gaan we dat doen? Wij zien dat we met deze drie partijen met 22 zetels in de raad een stabiel bestuur kunnen vormen, maar ook op hoofdlijnen een akkoord kunnen maken, waardoor we met alle verschillende kleuren in deze raad de stad ook veel meer kleur kunnen geven. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik wil PRO vragen hoever ik ervan af zit als ik zeg dat wat er feitelijk is gebeurd, is dat de partijen het gezellig met elkaar hebben, het goed met elkaar kunnen vinden en het woord "samen" vaak gebruiken, dat dát de reden was om samen te gaan werken en dat er niet gekeken is naar inhoudelijke verschillen en representativiteit over de stad verdeeld. Hoever zit ik volgens u naast de waarheid? Mevrouw WESSELS (PRO): Er is nu al een paar keer gezegd dat er zeker is gekeken naar inhoudelijke punten. Op het punt van de sociale opgave vinden we het belangrijk dat we meer in de stad aanwezig zijn. Daar kunnen we elkaar in vinden. We kunnen elkaar heel goed vinden in de verduurzamingsopgave. Dat geldt ook voor wat wij "cultuur in de wijken" noemen en de wens dat mensen elkaar meer kunnen ontmoeten en verbinden.

Volgens mij zijn dat allemaal onderwerpen waarin we elkaar kunnen vinden en waarin we ook met andere partijen hier in de raad verbindingen kunnen maken. Wij denken dus dat we op die manier een goede basis neer kunnen leggen. Wat representativiteit betreft zei ik al dat er in de verkiezingsuitslagen geen grote verschillen zaten in het percentage van in ieder 34

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

geval PRO in de wijken. Ik denk dus dat we voor dat deel ook een grote diversiteit in de achterban meebrengen. Daarnaast kunnen we, juist door op hoofdlijnen te gaan zitten - ik ga me weer herhalen - heel veel verschillende kleuren uit deze raad meenemen om de stad daarmee te besturen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Er is nu een paar keer gezegd dat PRO in alle delen van de stad stemmen heeft gewonnen, maar er is nog iets interessants. Er is verbintenis op het gebied van bijvoorbeeld duurzaamheid en naar de stad toe gaan. Dat zijn de onderwerpen waarin de drie partijen elkaar kunnen vinden. Dat klopt; dat kunnen ze al jaren en ik denk dat er op dat gebied al heel veel bereikt en gedaan is. Is het nu niet tijd om te gaan kijken welke wijzigingen jullie in het beleid willen hebben, welke inhoudelijke punten jullie anders willen doen en welke partijen daar goed in zijn en daarbij zouden aansluiten in plaats van "we doen het al jaren met elkaar, op deze drie punten gaat het prima en de rest zien we wel"? Mevrouw WESSELS (PRO): Volgens mij hebben we aan de ene kant een aantal opgaven in de stad waar we nog lang niet mee klaar zijn. Aan de andere kant denk ik dat wat u benoemt, juist de ruimte in dat open akkoord is en dat we daarmee in de raad andere vormen van meerderheden kunnen vinden om te zorgen dat we daarmee ook in die opdrachten stappen kunnen zetten.

Mevrouw ELSINGA (Volt): Ik hoor u argumenten geven voor een raadsbreed akkoord, uitgevoerd door een college bestaande uit wethouders van de grootste partijen. Dat is wat ik hoor. Zijn de versplintering en het feit dat bijna de helft van de kiezers niet gaat stemmen, eigenlijk geen signalen dat de oude partijen hun belangen niet meer vertegenwoordigen en dat brede samenwerking juist een manier is om de kiezers te laten merken dat ze wél gehoord worden? Mevrouw WESSELS (PRO): Zoals u ook in de verslaglegging heeft kunnen zien, krijgt een raadsbreed akkoord geen brede steun, maar u heeft er helemaal gelijk in dat daar facetten in zitten die je in deze vorm handen en voeten kunt geven. Wat betreft het aantal mensen die dit keer naar de stembus gegaan zijn: ik zeg niet dat wij de volledige steun van de hele stad hebben, maar het zijn er in ieder geval meer dan de vorige keer. Kijkend naar heel Nederland is het opkomstpercentage eigenlijk best hoog. Er zijn steden, zoals Rotterdam en Den Haag, waar het echt beduidend lager is. Die trend zie je ook veel in de gemeenteraden. Ik denk dus niet dat je dit kunt terugbrengen tot het niveau van de partijen die besturen. Dat meen ik oprecht. Het is zelfs verdrietig dat we hier een wethouder hebben zitten die zich de afgelopen vier jaar echt keihard voor de stad heeft ingezet en dat dit zich niet heeft vertaald in stemmen.

Dat is gewoon de keiharde werkelijkheid waar we nu in zitten. Dus nee, ik denk niet dat dat te maken heeft met de vraag of je de stad aan het besturen bent of niet. Het heeft gewoon te maken met een veel bredere maatschappelijke ontwikkeling waar we mee bezig zijn. Daarom zeggen we ook dat we veel meer in de haarvaten van de stad moeten zijn. Dat gaat niet alleen met de mensen die hier in de raad zitten. Dat gaat juist over de programma's, hoe we die maken en hoe we zorgen dat we in alle haarvaten van de stad aanwezig kunnen zijn. 35

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De verkenner gaf net aan dat hij op zondagavond zijn best heeft gedaan om jullie toch te verleiden om met andere partijen dan de nu beoogde drie om de tafel te gaan. Dat is niet gelukt. Wat is volgens PRO de belangrijkste reden waarom het niet is gelukt om dat gesprek in die bredere samenstelling op te starten? Mevrouw WESSELS (PRO): Dat is uw vertaling van wat de verkenner net heeft gezegd. Volgens mij hebben we een paar heel mooie gesprekken gehad om met elkaar juist te kijken hoe we kunnen zorgen dat we al die stemmen in deze raad daadwerkelijk kunnen horen. Uit die gesprekken is deze optie als beste naar boven gekomen, juist omdat we daarmee alle stemmen in deze raad veel beter een plek kunnen geven. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Denkt u niet dat het een veel steviger geluid naar de stad is als de coalitie niet bestaat uit de drie partijen die al jarenlang in de coalitie zitten, maar als we juist het signaal afgeven dat we ook de Delftenaren willen vertegenwoordigen die zich niet vertegenwoordigd voelen door deze drie? Dat was toch veel sterker geweest? Mevrouw WESSELS (PRO): Ik denk dat het sterk is dat wij laten zien dat we samen de stad kunnen besturen met alle partijen in deze raad, zeker met het versplinterende landschap dat we nu hebben. Ik denk dat dit op dit moment het beste antwoord daarop is.

De heer VISSER (CDA): Nog even over de gesprekken op zondagavond 29 maart: mevrouw Wessels presenteert de optie die daar uit de bus is komen rollen, maar kan zij ons ook meenemen in de opties die afgevallen zijn in dat gesprek? Mevrouw WESSELS (PRO): Zoals u ook van de verkenner heeft gehoord, werden drie partijen veel genoemd. Er is gekeken wat het zou betekenen als je die combinatie maakt. We hebben Hart voor Delft als optie neergelegd, maar vanuit Hart voor Delft werd bijvoorbeeld duidelijk aangegeven: liever niet met STIP. Daar zat dus al meteen een wringing in dat geheel. De VVD was voor ons geen optie. Tenminste, wij zien dat we op inhoud zover uit elkaar liggen dat we … De VOORZITTER: Mevrouw Van den Berg, ik kom zo bij u. Ik snap dat u getriggerd bent, maar ik denk dat we het proces tussen de heer Visser en mevrouw Wessels even afronden. Ik kom zo bij u. Mevrouw WESSELS (PRO): De verschillen zijn zo groot. Als we een akkoord op hoofdlijnen willen, is dat met een vierde partij veel ingewikkelder. Ook het CDA is daarbij genoemd. Daar hebben we dezelfde afweging gemaakt: wat zou het een en ander betekenen? Als je dan alles bij elkaar optelt, denk je: als we het op deze manier organiseren, krijgen we veel meer mogelijkheden om in de raad juist al die verschillende partijen een plek te geven. Wij zien daardoor juist meer mogelijkheden dan minder. 36

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De heer VISSER (CDA): Wat mijn eigen partij betreft: PRO heeft in het eerste gesprek met de verkenner ook de CDA-optie heel duidelijk op tafel gelegd; althans, zo lees ik het gespreksverslag. Kan mevrouw Wessels ten aanzien van mijn eigen partij meer inkleuring geven dan de algemene beschouwing die zij zojuist gegeven heeft over het meer betrekken van partijen? Mevrouw WESSELS (PRO): Laat ik het zo zeggen: er zijn ook verschillen tussen uw partij en onze partij in de snelheid waarmee we dingen voor elkaar willen krijgen. Daar zit dus ook iets in wat consequenties heeft voor wat we met elkaar willen bereiken. Daarmee hebben we de afweging in het geheel gemaakt, want we hebben meerdere opties neergelegd: als we op deze manier op die hoofdlijnen een akkoord kunnen maken, biedt dat meer mogelijkheden om met alle verschillende partijen op de verschillende onderwerpen de goede dingen te doen. De heer VISSER (CDA): Wij hebben zelf aangegeven dat de snelheid een punt van gesprek zou zijn. De heer Van der Sluis gaf in zijn eerste interruptie aan dat er qua sociale huur grote verschillen tussen de partij van mevrouw Wessels en bijvoorbeeld STIP en D66 zijn. Dat is kennelijk geen belemmering geweest om door te gaan. Mevrouw WESSELS (PRO): Ja, ergens moet je keuzes maken. Dit is er eentje waarvan we denken … We hebben op het gebied van wonen best wel een grote opgave op heel veel vlakken.

We hebben het onderwerp wonen de afgelopen vier jaar ook veel besproken. Zoals ik de heer Van der Sluis ook aangaf, is de urgentie in de zin van "voor welke doelgroep?" en qua betaalbaarheid de afgelopen vier jaar echt gewijzigd. Vier jaar geleden stonden we anders in deze raadzaal dan nu. We zien dus gewoon dat er echt een verschuiving is op het gebied van sociaal wonen en betaalbaar wonen. Maar ik loop daarmee vooruit op de onderhandelingen die daar nog over moeten plaatsvinden. We zien in ieder geval dat alle partijen zien dat het belangrijk is om op dit onderwerp echt serieuze stappen te maken. Uiteindelijk gaat het er ook om dat we echt zorgen dat het niet alleen plannen blijven, maar dat we ze ook echt kunnen realiseren; daar zien we op dit moment de grootste bottleneck. De VOORZITTER: Meneer Van der Sluis, voordat u kramp in uw arm krijgt: ik had eerst mevrouw Van den Berg beloofd en daarna de heer Stoop. Daarna kom ik u aan u toe, maar nu eerst mevrouw Van den Berg, want die voelde zich volgens mij zojuist benoemd. En dat was ook zo. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ja, ik ben natuurlijk heel benieuwd op basis van welke argumenten PRO de VVD uitsluit, temeer omdat we dat inhoudelijke gesprek helemaal niet hebben kunnen voeren met PRO.

Wat zijn de argumenten waarom er niet met de VVD kan worden samengewerkt, terwijl we volgens mij de afgelopen jaren als een heel constructieve partij ook in de raad met u hebben samengewerkt? Mevrouw WESSELS (PRO): "Uitsluiten" hebben we niet gezegd. Als dat zo is overgekomen, neem ik hierbij dat woord terug, maar er zijn wel grote verschillen tussen uw partij en mijn partij in de manier waarop we naar de stad kijken. Denk alleen al aan de discussie over de autoluwe binnenstad. De standpunten zijn in de 37

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

afgelopen periode echt heel anders geweest. Ook op wonen zitten we er heel anders in. Dat geldt ook voor de verduurzamingsopgaven: we zien dat het moet gebeuren, maar er zijn gewoon verschillen in de manier waarop we de afgelopen vier jaar de debatten hebben gevoerd. Dat maakt gewoon dat we denken dat dat de minder logische optie is; laat ik het zo zeggen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De afgelopen vier jaar waren wij oppositie. Dan vinden we het dus ook belangrijk om de scherpte van de discussie op te zoeken. Na de verkiezingen van 18 maart hebben we weer met elkaar de mogelijkheid om te kijken waar juist de overeenkomsten zitten die de stad ten goede komen. Waarom heeft PRO de VVD niet eens uitgenodigd om met elkaar te kijken waar wél overeenkomsten liggen? Mevrouw WESSELS (PRO): Ik heb al aangegeven dat je op een gegeven moment gaat kijken wat je als logische combinaties ziet. In de verslaglegging kunt u zien dat u daar niet bij zit. De reden daarvan heb ik net uitgelegd. Ik denk dat we elkaar op sommige onderwerpen juist wél kunnen vinden. Ik denk gewoon dat de beste optie die uit de bus is gekomen, is om het terug te brengen naar een hoofdlijnenakkoord en om daarmee ruimte in de raad te geven om met andere meerderheden andere punten binnen te kunnen halen. De VOORZITTER: De laatste keer mevrouw Van den Berg en dan ga ik naar de heer Stoop.

Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik hoop dat mevrouw Wessels begrijpt dat dit best wel tegenstrijdig klinkt. Aan de ene kant is er geen enkele ruimte geweest om met elkaar in één ruimte te zitten en het inhoudelijke gesprek te voeren. Aan de andere kant blijft mevrouw Wessels benadrukken dat we het vooral samen en met elkaar moeten doen. Op basis van die eerste uitspraak heb ik er heel weinig vertrouwen in dat we die samenwerking daadwerkelijk gaan binnenhalen met elkaar en dat PRO daar inderdaad voldoende voor openstaat. Hoe krijgen wij het vertrouwen terug dat PRO inderdaad bereid is om ook met de VVD het goede gesprek te voeren over wat de stad nodig heeft? Mevrouw WESSELS (PRO): Door tijdens dit proces van de coalitieonderhandelingen alle partijen die in deze raad zitten uit te nodigen om verder invulling te geven aan dit gesprek met ons. De heer STOOP (Hart voor Delft): U zegt: we staan er anders voor dan vier jaar geleden. Toen is de VVD ingeruild voor de ChristenUnie. Toen dachten wij gelijk al: wat is nou het verschil? Is dat: hoe de wind waait, zit mijn jasje? Of ben je gewoon kansloos als je anders denkt dan wat nu PRO heet en dan de andere coalitiepartijen? Zo komt het nu steeds meer op mij over. Joost van de SP zei het al; het lijkt op: we zijn bezig met elkaar, we kennen elkaar goed en er moet vooral niemand bij komen, want de stabiliteit blablabla.

Daar heb ik het over gehad. Het lijkt er een beetje op dat jullie elkaar wel hebben gevonden, maar dat jullie er nog niet uit zijn met elkaar, want er moeten nog afspraken gemaakt worden en de 38

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

coalitieonderhandelingen moeten nog beginnen. Wat was vier jaar geleden anders? Jullie hebben wel 22 zetels, maar dat komt natuurlijk doordat jullie 4 restzetels hebben; eigenlijk hebben jullie er dus 18. Dat is het verhaal; u moet het niet mooier maken dan het is. Wat is nou het verschil met toentertijd, toen jullie de ChristenUnie erbij lieten? Die had toen twee zetels: een zetel en een restzetel. Nu hebben jullie er 22, met 4 restzetels. Jullie hebben er dus eigenlijk 18. Wat is nou het verschil waardoor je nu drie partijen genoeg vindt en er toen een partij bij wilde? Wat is het verschil waardoor je er toen anders in stond? Mevrouw WESSELS (PRO): Ten eerste waren we toen nog twee partijen en zijn we nu één partij. Dat heeft ook iets gedaan in de verhoudingen. We hebben nu negen zetels. Bij de vorige verkiezingen was dat zes plus drie; dat maakt dus ook een verschil. Ik heb de restzetelverdeling ook bestudeerd. Daar kunnen we hele verhandelingen over houden, maar die zijn gewoon in de Kieswet vastgelegd. Ik begrijp het ongemak daarbij; laat ik dat ook zeggen en ik ben me ook bewust van de hoeveelheden. De heer Visser gaf heel duidelijk aan dat als je alle stemmen van deze drie partijen bij elkaar optelt, het verschil met alle stemmen van de andere partijen niet zo groot is.

Als je daar dan een antwoord op moet geven, denk ik toch echt dat dit de vorm is waarin we dat het beste kunnen doen. U zegt dat de indruk wordt gewekt dat wij het gezellig hebben met elkaar, maar volgens mij hebben we de afgelopen vier jaar echt stappen gezet om ook als raad heel erg te werken aan hoe we samen de stad kunnen besturen. Hiermee zeggen we eigenlijk dat we dat een stap verder willen brengen. Ik heb in mijn inbreng ook aangegeven dat er binnen dat akkoord meer ruimte moet zijn om ook in de raad besluiten te kunnen nemen over financiën en dingen die je doet, waardoor je juist met meerdere partijen samen tot meerderheden kunt komen. Ik hoop heel erg dat we elkaar daarbij juist gaan opzoeken en met elkaar gaan kijken hoe we kunnen zorgen dat we voor alle verschillende partijen, ook die van u, dingen voor elkaar kunnen krijgen die uw achterban ook nodig heeft. De heer STOOP (Hart voor Delft): Ik kom straks in mijn eigen stukje terug op onze eigen achterban. Meneer De Jong heeft er al iets over gezegd: onze achterban wordt op dit moment natuurlijk niet vertegenwoordigd in het college, als dit doorgaat. Mevrouw WESSELS (PRO): Daarop kan ik alleen zeggen: dat klopt. De VOORZITTER: Ik kijk of er andere sprekers zijn dan degenen die ik al gehad heb, want dan wil ik naar de laatste ronde van vragen aan mevrouw Wessels.

U heeft daarna nog uw eigen bijdrage en eventueel nog een tweede termijn. De heer VISSER (CDA): Ik betwijfel dat de heer Stoop antwoord heeft gekregen op zijn eerste vraag. In de optelsom valt ook de ChristenUnie af, terwijl mevrouw Wessels haar betoog begon met een lyrisch verhaal over de wethouder van de ChristenUnie. Volgens mij was de vraag van de heer Stoop: wat maakt nou dat mevrouw Wessels van PRO zegt "we gaan het gewoon met z'n drieën doen en de ChristenUnie kan eruit"? 39

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

Mevrouw WESSELS (PRO): Dank u wel voor deze vertaalslag; die had ik nog niet helemaal gemaakt. Soms heb je dat even nodig. Excuses. Die vraag hebben wij onszelf natuurlijk ook gesteld. Daar zit ook die balans tussen ons met negen zetels en één zetel: hoe verhoudt zich dat, ook in een college? Die vraag hebben wij gesteld en toen we met de drie partijen om de tafel zaten, lag deze optie niet meer op tafel. Dat is de helderheid die ik daarover kan geven. De heer VAN DER SLUIS (SP): De heer Visser vroeg hoe het zit met sociale huurwoningen. Toen zei mevrouw Wessels: je moet ook keuzes maken. Daarmee insinueerde ze een beetje dat ze die sociale huurwoningen maar laat zitten. Toen brak mijn klomp. Vandaar dat ik die stijve arm daar wel voor overhad. De vraag aan mevrouw Wessels is heel simpel of ze daar nog even op terug wil komen: laat ze die sociale huurwoningen nu al vallen of niet? Mevrouw WESSELS (PRO): Nee, zeker niet. Zoals we ook in de discussie hiervoor al zeiden, zien we dat het landschap is veranderd. We verwachten dus dat de discussie daarover, ook in de coalitie, anders zal zijn dan vier jaar geleden, maar we hebben in onze campagne duidelijk ingezet op sociale huur. Daar zullen we ook op blijven inzetten, want we zien gewoon dat dat keihard nodig is. Misschien is dit de helderheid die ik zojuist niet gaf. Dus dank u wel voor de vraag.

De VOORZITTER: Mevrouw Elsinga als laatste; dan gaan we naar de volgende spreker. Mevrouw ELSINGA (Volt): Ik heb inmiddels door dat het raadsbrede akkoord niet goed valt, maar ik ben wel benieuwd. Ik hoor dat er een wens is om andere partijen de ruimte te geven. Mijn vraag aan mevrouw Wessels is of de potentiële coalitie dan ook bereid is om te luisteren wanneer de oppositie zich verenigt en hoe zij dan bijvoorbeeld de coalitiediscipline voor zich ziet, vooral op het gebied van financiële ruimte. Is er dan ook ruimte, financiële ruimte, voor plannen vanuit de oppositie? Mevrouw WESSELS (PRO): In de afgelopen vier jaar hebben we al heel veel gewerkt aan zo veel mogelijk samenwerken in de raad. Wat de lijnen van coalitie/oppositie betreft: er is onderzoek gedaan naar onze moties en dergelijke en het valt op dat onze raad er in de vorige periode heel goed in was om elkaar daarin juist op te zoeken en niet de hele tijd op die oppositie/coalitielijn te zitten. Ik gun onszelf heel erg dat we dit ook de komende vier jaar blijven doen en elkaar daarin blijven opzoeken. Wat financiële afspraken betreft: ik heb in mijn betoog al aangegeven dat als wij een akkoord op hoofdlijnen maken en als wij met zoveel verschillende partijen in de raad willen samenwerken, dat ook iets van ons vraagt in hoe wij met de financiën omgaan.

Dat heeft de verkenner ook aangegeven en dat nemen wij zeer ter harte. De VOORZITTER: We gaan naar de heer Analikwu van D66. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Ik begin met het welkom heten van alle nieuwe raadsleden die vandaag zijn geïnstalleerd in de raad. Ik heb persoonlijk heel 40

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

veel zin in de nieuwe samenwerkingen. Ik wil vanaf deze plek ook graag de heer Co Engberts bedanken voor zijn inzet voor de stad. Hopelijk heeft hij hier wat inspiratie kunnen opdoen voor hoe het ook kan, om dat mee terug te nemen naar Den Haag. De uitslag van de verkiezingen laat zien dat er in Delft veel draagvlak voor ambitieus en progressief beleid is. Waar alle andere zittende partijen moesten inleveren, is D66 gegroeid. Dit is het op een na beste resultaat voor D66 Delft ooit. Daar zijn we heel trots op. Tegelijkertijd zien we een grotere versplintering met een recordaantal eenpersoonsfracties in de raad. Dat zal vragen om een hoop koffietjes drinken. Wij zijn de verkiezingen ingegaan met een ambitieus verhaal, want Delft staat voor grote keuzes. Veel inwoners ervaren iedere dag dat de stad tegen zijn grenzen aan loopt. Daarom willen wij voor de komende jaren stevig inzetten op goed wonen, onderwijs, gezondheid en klimaat. In Delft merken steeds meer mensen hoe moeilijk het is om aan een passende woning te komen. Starters, studenten, gezinnen en ouderen lopen vast op een woningmarkt die simpelweg niet meer werkt. D66 wil daarom zorgen voor meer woningen in het middensegment en voor meer geschikte woningen voor ouder wordende Delftenaren, zodat er weer beweging ontstaat op de woningmarkt.

Een realistische kijk op de voorraad en de bouw van sociale huurwoningen is van groot belang. Ook willen we woningsplitsen eerlijker en duidelijker regelen en verhuizen vergemakkelijken met maatregelen die inwoners echt helpen om stappen te zetten. Zo kunnen we de doorstroming verbeteren en krijgt iedereen weer toegang tot een woning die past bij de eigen levensfase. Wij willen dat Delft toewerkt naar de gezondste generatie Delftenaren. Dat betekent dat we de luchtkwaliteit verder willen verbeteren, dat kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien en dat we meer aandacht geven aan preventie; denk aan gezonde lucht, sport, beweging en mentale gezondheid. Vooral in wijken waar de kansen nu nog ongelijk verdeeld zijn, willen we stevig investeren. De gevolgen van de klimaatverandering zijn steeds zichtbaarder, ook in onze stad. Daarom moet het tempo in de energietransitie omhoog en moeten we Delft beter voorbereiden op hitte, hevige regen en periodes van droogte. Tegelijkertijd willen we de kracht van Delft benutten: onze kennis, innovatie en samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en overheid. Dat is de inzet van D66. Delft staat voor grote uitdagingen. Juist nu is er behoefte aan een stadsbestuur dat verantwoordelijkheid neemt, focus aanbrengt en tempo maakt op belangrijke dossiers. Met onze verkiezingswinst ligt het voor de hand dat wij deel uitmaken van een nieuw bestuur.

Wij staan dan ook achter het advies van de verkenner. D66 werkt vanzelfsprekend graag samen met de positieve krachten in de raad. Een akkoord met PRO en STIP geeft juist de ruimte om serieuze samenwerking op te zoeken met de rest van de raad. We werken dan ook graag verder volgens het goede Delftse gebruik om vooral niet te veel langs coalitie- en oppositielijnen te stemmen over moties. Daarbij moet één ding wel echt veranderen ten opzichte van de vorige periode. De uitgestoken hand moet gepaard gaan met een zak geld in de andere. 41

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

Dat hebben we ook aan de verkenner meegegeven en dat is wat ons betreft ook de houding die nodig is voor serieuze samenwerking. De VOORZITTER: Zijn er vragen? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ja hoor, ik ga wel weer. Ik hoor de heer Analikwu zeggen dat hij zich namens zijn partij kan vinden in het advies van de verkenner om met deze drie partijen de onderhandelingen te gaan starten. Hoe relateert dat aan het persbericht dat hijzelf heeft uitgestuurd, waarin hij juist die brede coalitie wil proberen te vinden? De heer ANALIKWU (D66): Wij hebben in het persbericht maar ook in het bericht op onze website - dat was de brief die wij ook aan de heer Engberts hebben gegeven gezegd dat de uitslag aanleiding geeft tot een progressief motorblok. Dat is volgens mij ook wat de verkenner heeft geadviseerd. Tegelijkertijd hebben we gezegd dat wij wel met veel meer partijen goed kunnen samenwerken. In de brief hebben we aanvankelijk geen partijen genoemd, maar de verkenner heeft daar stevig op doorgevraagd. Toen hebben wij uiteindelijk bijvoorbeeld het CDA en de VVD genoemd als partijen waarmee wij goed kunnen samenwerken. Het ligt ook voor de hand om bijvoorbeeld Hart voor Delft niet uit te sluiten als daar ook geen aanleiding voor is. Vervolgens hebben we dat vervolggesprek gehad, waarbij we voor het eerst met elkaar aan tafel zaten.

Toen is uitgesproken dat de meeste partijen of eigenlijk alle partijen die op dat moment aan tafel zaten deze combinatie zagen zitten. Dat is het moment waarop je zegt dat dat een logische vervolgstap is om te nemen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Waarom is het D66 niet gelukt om zich staande te houden? In het persbericht en ook in het verhaal dat u nu vertelt, geeft u heel duidelijk aan dat u bereid bent om die samenwerking met de VVD, het CDA of Hart voor Delft aan te gaan. Uiteindelijk wordt u in het gesprek misschien wel teruggefloten; dat zijn mijn eigen woorden. Waarom is het niet gelukt om de andere twee partijen ervan te overtuigen dat ze juist naar die brede coalitie moeten streven? De heer ANALIKWU (D66): Volgens mij is dat niet helemaal een reconstructie van hoe het is gegaan, want wij hebben juist gezegd dat wij een progressief motorblok voor de hand vonden liggen. Dat zijn deze drie partijen: PRO, STIP en D66. Maar wij hebben gezegd dat wij óók goed kunnen samenwerken met andere partijen. Dat is iets anders dan dat wij zouden hebben gepleit voor een brede coalitie. Tegelijkertijd waren er, zoals mevrouw Wessels treffend heeft gezegd, meerdere bezwaren tegen verschillende partijen die werden genoemd, maar daarbij hebben we ook gezegd dat wij de samenwerking in de raad juist breed willen opzoeken.

Wij denken dus ook dat als wij andere partijen er op die manier bij zouden halen, waardoor we een veel strakker akkoord zouden moeten schrijven, je juist datgene verliest wat we volgens mij heel mooi met elkaar doen in Delft, namelijk dat samenwerken. Doordat wij een akkoord kunnen hebben op hoofdlijnen, geeft dat juist de ruimte om over die oppositie- en coalitielijnen heen te kijken en die samenwerking op te zoeken. Wij zeggen ook dat we dat in deze periode echt serieus moeten gaan doen door minder 42

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

gebruik te maken van het argument: dat kost wat geld en daarom kunnen we daar niet over nadenken. Dat is juist de serieuze handreiking die wij daarbij willen doen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Dan langs de andere lijn: misschien is het niet per se gegaan over samenwerking met andere partijen, maar het ging in datzelfde persbericht wel over de verschillen die D66 ziet met PRO op het gebied van woningbouw. Hoe denkt u die verschillen dan uiteindelijk toch te kunnen overbruggen in deze samenstelling? De heer ANALIKWU (D66): Dat is inderdaad een serieus punt dat we met name hebben genoemd als iets waarvoor we in de vervolggesprekken aandacht willen hebben. We hebben die drie partijen wel "een heel logische combinatie" genoemd, maar daarbij wilden we ook alvast de waarschuwing afgeven dat dit een heel serieus punt is. Voor ons is de woningcrisis de topprioriteit om aan te pakken. Op dat punt is er wel een verschil tussen de verkiezingsprogramma's. Tegelijkertijd kunnen we het op een hele hoop andere onderwerpen, bijvoorbeeld klimaat, mobiliteit, onderwijs en economie, juist heel goed met deze partijen vinden. En er is geen enkele partij die precies hetzelfde vindt als je eigen partij. Dat is natuurlijk ook niet gek, want anders zou je fuseren. Ook als er andere, nog meer voor de hand liggende opties zouden zijn, zouden we dus de risico's daarvan hebben benoemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16876695/3