CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Handelingen 19 juni 2025

Raadsvergadering 3 juli 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 19 juni 202535.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De motie zegt dus: als wij dat nou toch wél doen, ook al staat dat niet in de motie, hou er dan ook rekening mee dat er minder mobielen zijn en ga het gesprek daarover aan. Ik had het graag gedaan, maar de motie vraagt helaas niet om extra prioritering voor voetgangers. Ik zou zeggen: een volgende keer, maar ik heb geen zak geld. Dat kan dus niet. De oproep blijft natuurlijk: ga daar wel mee aan de slag. Dat is volgens mij ook via moties en op allerlei manieren duidelijk voor het college, maar het is het college op dit moment helaas niet gelukt. De heer VAN DER STEEG (PvdA): De heer Treffers geeft terecht aan dat hij helaas geen zak geld heeft, ook om extra wensen te kunnen bekostigen. Wij hebben daar in het verleden wel een amendement voor ingediend; ik zie u al knikken, want we hebben hier vooraf even contact over gehad. Denkt u niet dat die onbestemde pot geld had kunnen helpen en dat die dus misschien inderdaad een middel was om onder andere dit doel te bereiken? De heer TREFFERS (Volt): Ik ben het daar helemaal mee eens. In hindsight, als ik nu terugkijk, had ik heel graag voor dat amendement gestemd.

Aan de andere kant heb ik de argumentatie waarom we tegenstemden teruggekeken: dit is geld dat niet bestemd is; waarop is dit dan gebaseerd? Als u toen een amendement ingediend had om de € 50.000 waar u om vroeg, te gebruiken om gladheid te bestrijden, had ik dat een concreet plan gevonden en had ik daar misschien voor gestemd. Wellicht bij de volgende begroting; als u het op die manier opstelt, kunnen we daarin samenwerken. De VOORZITTER: Dat opent perspectieven, meneer Van der Steeg.

46

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De heer VAN DER STEEG (PvdA): Dat biedt inderdaad perspectief, maar tot slot: bent u het er ook mee eens dat het soms onbestemd laten van geld het college ruimte laat om onder andere dit, maar misschien ook andere goede ideeën invulling te geven? De heer TREFFERS (Volt): Ja, dat zou ik mooi vinden, maar ik zou het nog mooier vinden om dat onbestemde geld voor bewoners te bestemmen. Door de fracties van Volt, Onafhankelijk Delft, Hart voor Delft en D66 wordt motie 7.3.1 (Betrek het toegankelijkheidsnetwerk bij gladheidsbestrijding voor voetgangers) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 19 juni 2025, ter bespreking van agendapunt 7.3 Raadsvoorstel Nota Gladheidsbestrijding Delft 20252030 (2511120), constaterende dat: • • •

in de gladheidsvisie van de gemeente voetgangerswegen (anders dan bij bushaltes) niet zijn meegenomen vanwege technische, logistieke en financiële redenen; er momenteel slechts incidenteel en naar behoefte - wanneer dit mogelijk is aanvullend wordt gestrooid voor voetgangers; het Toegankelijkheidsnetwerk niet is betrokken bij het opstellen van de Nota Gladheidsbestrijding;

overwegende dat: • • •

mensen die minder mobiel zijn, zoals ouderen of mensen met een beperking, bij gladheid extra worden geraakt in hun bewegingsvrijheid en veiligheid; zij vaak afhankelijk zijn van voetpaden en bruggen om zich zelfstandig en veilig door de stad te kunnen verplaatsen; er ondanks de beperkingen in de nota wel degelijk aanvullend wordt gestrooid voor voetgangers en dat het belangrijk is om bij deze inzet het perspectief van minder mobielen expliciet mee te nemen in de prioritering;

verzoekt het college: • •

vóór het volgende gladheidsseizoen in gesprek te gaan met het Toegankelijkheidsnetwerk over de (extra) uitdagingen die gladheid met zich meebrengt voor mensen die minder mobiel zijn; de input uit dit gesprek mee te nemen bij de prioritering van het aanvullend strooien voor voetgangers en dit terug te koppelen aan de raad,

en gaat over tot de orde van de dag."

47

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. We willen allemaal dat het leven in de stad, ook in de wintermaanden, gewoon door kan blijven gaan. Inwoners moeten essentiële dagelijkse bezigheden zoals boodschappen gewoon kunnen doen. STIP vindt het daarom belangrijk dat de lokale buurtsuper ook in de tegenwoordig wat schaarse gladde maanden te voet en te fiets bereikbaar blijft voor iedereen, ook voor mensen die minder mobiel zijn. Ook ondernemers hebben hier een rol in. Overal in de stad strooien is simpelweg niet haalbaar en niet wenselijk, maar door op tactische plekken te strooien voor de voetganger helpen we de stad verder. Het Toegankelijkheidsnetwerk kan de gemeente hier goed in adviseren. Het lijkt ons dan ook een goed idee dat zij actief betrokken worden bij de uitvoering. Tot slot is STIP benieuwd of de wethouder "prioritering van aanvullend strooien" op dezelfde manier interpreteert als Volt. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter. Waarom hebben wij deze motie mee ingediend? Omdat Hart voor Delft het een beetje dom van de wethouder vindt om in de Nota Gladheidsbestrijding met betrekking tot incidenteel naar behoefte aanvullend strooien niet te kijken naar de behoeften van de inwoners met een mobiliteitsbeperking. Binnen de gemeente is een toegankelijkheidswerkgroep opgericht.

Met deze motie vragen wij de wethouder gebruik te maken van hun expertise, nu er voor voetgangers incidenteel en naar behoefte aanvullend gestrooid gaat worden. Deze inwoners hebben hier volgens Hart voor Delft bij gladheid recht op. Hart voor Delft vraagt de wethouder middels deze motie dus om in overleg te gaan met de toegankelijkheidswerkgroep. De heer GROENEVELD (D66): Voorzitter. Wij hebben de motie mede ingediend, ook in het licht van wat ik bij een eerder agendapunt al aangaf: wij vinden het ontzettend belangrijk dat het maatschappelijk middenveld actief wordt betrokken. In de commissie gaven we al aan dat de nota op zich heel goed is, maar dat er toch een kapstokje ontbreekt voor deze belangengroep in de stad om hun expertise proactief mee te laten nemen in dit hele traject en in de afweging die daarna nog komt. We horen graag van de wethouder hoe hij tegen de prioritering aankijkt. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. De motie van Volt hebben wij heel graag mede ingediend, want voor de kwetsbare mensen in onze inclusieve stad in wording vinden wij hulp op alle mogelijke wijzen een pre, maar we willen de Delftenaren ook graag oproepen om elkaar een beetje te helpen in deze periode. We hadden dus bedacht dat het misschien handig is om wijk- of straatmaatjes te hebben die elkaar gewoon een handje helpen als het slecht weer is.

Zo komen we dan gewoon de crisis door. De VOORZITTER: Ik zie een mooie taak opdoemen. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Het is heel fijn dat we dit stuk over gladheidsbestrijding kunnen bespreken; dat hebben we in de commissie uitvoerig gedaan. Wij vinden de motie een goede motie, ondanks het debat dat ik zojuist met de heer Treffers voerde, want de motie gaat uit van het op een positieve manier 48

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

betrekken van een af en toe kwetsbare doelgroep. Niets over ons zonder ons; zeker bij deze doelgroep is het belangrijk om hier goed over na te denken, overigens niet alleen bij gladheidsbestrijding, want de doelgroep geeft in gesprekken ook aan dat bijvoorbeeld gevallen bladeren en overgroeiend groen heel belangrijk zijn. Dat is wat breder, maar ik geef hiermee aan dat als je met deze mensen in gesprek gaat, ook die items terug zullen komen. In tegenstelling tot sneeuwval komen die helaas elk jaar terug; ik hou van sneeuw. OD noemde het al: wij geloven ook erg in veegmaatjes, bewoners die helpen bij gladheidsbestrijding. Dat doe ik zelf ook. Ik kan me dus inderdaad voorstellen dat je in het kader van deze motie gaat nadenken over hoe we bijvoorbeeld de communicatie daarover kunnen verbeteren, zodat mensen kunnen zien of er al een veegmaatje is in hun wijk. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Wij voeren regulier overleg met het Toegankelijkheidsnetwerk. In de volgende vergadering gaan we dit uiteraard aan de orde stellen en vragen hoe zij kijken naar gladheidsbestrijding en hoe wij die ook voor deze groep kunnen verbeteren. Mogelijk komen daar mooie suggesties uit waar wij iets mee kunnen. Dat doen wij dus van harte. Het is wel belangrijk dat we die maatregelen, zoals ook in de motie staat, gaan prioriteren. We weten allemaal dat we voor voetgangers ongeveer niks doen.

Dat is vanwege technische en financiële overwegingen; daar hebben wij het in de commissie over gehad en dat wordt uitgelegd in het rapport. Als we "ongeveer niks doen" prioriteren, blijven we ongeveer niks doen. Daarmee krijgt de motie wel een klein beetje iets symbolisch. Dat neemt niet weg dat u hier aandacht voor vraagt en dat u vraagt om het gesprek aan te gaan. Dat doen wij van harte. Daarnaast hebben verschillende mensen gezegd dat zowel ondernemers, wat de plek voor hun winkel betreft, als buren, wat het vegen van het straatje betreft, hier heel graag iets in kunnen betekenen. Wij moedigen dat ook aan in onze communicatie in de winterperiode, als het daadwerkelijk glad wordt. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter. Is het dan ook mogelijk om daar in deze nota een bladzijde aan te besteden? Wethouder VAN VLIET: Nee, in die zin dat wij dat al doen, want wij beargumenteren waarom wij weinig kunnen doen voor de voetganger. Dat heeft zowel technische als financiële redenen. Dat hebben wij toegelicht in de nota en dat is hoe de situatie is. Als wij binnen dat kader extra dingen kunnen doen, doen we dat van harte. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Dan lijkt het me toch handig dat dit een kleine toevoeging wordt, ook al heb ik geen amendement om dit toe te voegen aan de nota.

49

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

Wethouder VAN VLIET: Voor de helderheid: onze mogelijkheden om iets te doen voor de voetganger zijn echt heel beperkt. Dat is echt de belangrijkste grote lijn van dit rapport. De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. Ik zat nog wat te broeden op de prioritering van aanvullend strooien, maar de wethouder zegt: als we niks doen, gaan we ook niks doen en kunnen we dus ook moeilijk prioriteren. De motie wordt dan dus symbolisch. Is de motie in de interpretatie van de wethouder dan niet overbodig? Wethouder VAN VLIET: Daarmee is de motie nagenoeg overbodig, want het gaat om kleine dingen die we kunnen doen, maar ik heb ook gezegd dat we, gegeven dit debat en gegeven deze motie, wel met het netwerk in gesprek gaan en dat we gaan zorgen dat we leren van elkaar. Maar de motie is nagenoeg overbodig, want wat we zullen kunnen doen, zal kleinschalig zijn. De heer GOMMERS (STIP): Als u zegt "kleinschalig", is er dus wel potentie dat u iets gaat doen voor de mensen die mindervalide zijn. Interpreteer ik dat goed? Wethouder VAN VLIET: Eigenlijk is de motie overbodig geworden, omdat ik volgens mij precies ga doen wat de motie vraagt. De VOORZITTER: Ik kijk naar de indieners. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik ben heel blij dat de wethouder met de straks hopelijk aangenomen motie heel voortvarend aan de slag gaat.

Richting STIP wil ik nog zeggen dat er ook een kleine terugkoppeling in zit aan de raad. Ik hoop toch ook dat wij als raad dan denken: als dit het effect is dat wij op mindervaliden hebben als het glad is, moeten we daar in het vervolg betere keuzes over maken. De VOORZITTER: Ik stel vast dat niemand nog het woord wil voeren in de tweede termijn. Ik sluit dus de beraadslaging. In stemming komt motie 7.3.1 (Betrek het toegankelijkheidsnetwerk bij gladheidsbestrijding voor voetgangers) van Volt, Onafhankelijk Delft, Hart voor Delft en D66. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. We hebben van de wethouder gehoord dat de motie misschien een beetje overbodig is en dat hij een groot gedeelte van de motie heeft toegezegd. Daarom zullen we tegen de motie stemmen. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Hoewel de wethouder aangeeft dat de motie een kleine beetje overbodig is, vinden wij juist in dit kader symboliek heel belangrijk. De doelgroep wordt vaak overgeslagen. Dat we dit expliciet maken, is een mooi symbool. Daarom zullen we deze motie steunen. 50

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De VOORZITTER: Ik hoor "hear, hear" vanuit D66. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Van der Steeg. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ook het CDA sluit zich aan bij de mooie stemverklaring van de heer Van der Steeg. Wij zullen dus ook voorstemmen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Ja hoor, plus één. De VOORZITTER: Lekker kort en krachtig. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 30 tegen 5 stemmen, waarbij de fractie van GroenLinks ertegen heeft gestemd. In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. De VOORZITTER: Wederom unaniem. Wethouder, dit is uw finest hour. Er vindt nu een voorzitterswisseling plaats, want het volgende agendapunt is mijn onderwerp. Dat betekent dat onze vicevoorzitter van de gemeenteraad het voorzitterschap even overneemt. (De heer Valk neemt het voorzitterschap van de vergadering over van de burgemeester.) 89. Collegebrief samenwerking gemeente TU Delft (2520239). De VOORZITTER: Er zijn twee moties aangekondigd: één van GroenLinks, mede namens de VVD, STIP en de PvdA, en één van Hart voor Delft. Het woord is eerst aan de eerste indieners. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Voorzitter. Het convenant met de TU loopt binnenkort af. Er wordt nagedacht over herijking van het convenant.

Nu er wordt nagedacht over het nieuwe convenant, vindt GroenLinks het mooi als ook ondernemers bij de totstandkoming van het nieuwe convenant worden betrokken. De samenwerking tussen de drie O's - onderwijs, ondernemers en overheid - is een bewezen model om innovatie en sociale ontwikkeling te stimuleren, ook wel het triple-helixmodel genoemd. Als Delft kunnen wij hierin vooroplopen met de kennis die op de TU beschikbaar is en met ondernemers die werken aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen, zoals duurzaamheid of betaalbare zorg. Delft kan hiermee dus voorop blijven lopen in innovatie en verder bouwen aan een betere en eerlijke wereld. Dit is niet alleen belangrijk voor Delft, maar ook voor Nederland en Europa. Hiermee geven we ook een extra impuls aan de verdere ontwikkeling van het Innovatiedistrict. Hiervoor hebben we de motie opgesteld. 51

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De heer VISSER (CDA): Wil mevrouw Wattel expliciet dat bedrijven worden opgenomen in het convenant? De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik vraag me af waarom GroenLinks ondernemers een uitzonderingspositie wil geven en een bevoorrechte positie ten opzichte van andere groepen in de stad, die misschien ook willen aansluiten bij dat overleg. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik ben benieuwd op welke ondernemers mevrouw Wattel doelt. Daarnaast heb ik een vraag over het risico als ondernemers of bedrijven meedoen. Bedrijven zijn vaak van de korte termijn, winstmaximalisatie, kwartaalcijfers en jaarcijfers, terwijl de overheid en de wetenschap juist van de lange termijn zijn. Hoe kijkt mevrouw Wattel hiertegen aan? Ik kan me voorstellen dat het geen probleem is als de heer Van der Sluis als ondernemer meedoet, maar stel dat ene meneer Musk in Delft had gewoond. Wat had u daarvan gevonden? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Mijn interruptie sluit aan op de interruptie van de heer Van der Woerd. Heeft u ook Delftse bedrijven op het oog? De VOORZITTER: Mevrouw Wattel, dat zijn vier vragen voor u. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): De eerste vraag was of de ondernemers ook opgenomen worden in het convenant. De motie is gericht op de totstandkoming van het convenant, dus op de eerste periode tot de totstandkoming van het convenant.

In de motie wordt dus nog niks gezegd over het daadwerkelijk mee ondertekenen van het convenant. Waarom een uitzondering? Het gaat om een gelijkwaardige positie van de ondernemers door ondernemers te betrekken bij het voortraject, omdat in een eerdere instantie al is toegezegd dat andere onderwijsinstellingen, zoals mbo en hbo, meegenomen zullen worden. Welke ondernemers? Dat zijn de Delftse ondernemers. Het is dus echt gericht op ondernemers die in Delft kunnen meedenken met die samenwerking en daar ook verder aan kunnen bouwen. Wat het risico voor de korte of lange termijn betreft: kijkend naar de Brainport als een goed voorbeeld van zo'n triple-helixsamenwerking, kunnen ook ondernemers heel veel bijdragen aan de innovatie en het verder uitwerken van maatschappelijke opgaven. Ik zie dus met name de toegevoegde waarde van het ondernemende perspectief om die samenwerking verder te brengen. De VOORZITTER: Dat lokt een hoop nieuwe vragen uit. De heer ANALIKWU (D66): Wij zijn benieuwd waarom GroenLinks ervoor kiest om alleen ondernemers in de motie op te nemen en bijvoorbeeld niet andere 52

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

maatschappelijke organisaties. Het risico daarbij is wel dat het heel breed veld wordt, maar waarom specifiek ondernemers en niet maatschappelijke organisaties? De heer VISSER (CDA): Dank aan mevrouw Wattel voor het beantwoorden van de vraag. Ik ben het zeer eens met het punt van de heer Van der Woerd dat bedrijven, overheid en semioverheid verschillende belangen hebben. Laat ik mijn vraag dus nog iets specificeren: als bedrijven worden betrokken bij de totstandkoming, is mevrouw Wattel er dan voorstander van dat zij ook daadwerkelijk mee tekenen? Zet dit de deur dus open om bedrijven daadwerkelijk mee te laten doen? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Mijn vraag gaat over de bijdrage van ondernemers: op welke wijze dan? Is dat financieel of op een andere wijze? Ik ga nog even door. Op deze manier zijn bedrijven, vooral grote bedrijven, heel goed in staat om de zaak voor de eigen markt te beïnvloeden. Ik wil daaraan toevoegen dat ik dit graag in een zelfstandig debat besproken wil hebben in plaats van bij dit onderwerp en via een motie. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Het gaat dus om het voortraject dat we nu ingaan in het kader van de herijking van het convenant. Dat zegt dus nog niks over het mee tekenen, al zet het de deur wel open om daaraan verder te bouwen, maar de wijze waarop, zeker financieel … Het gaat om een samenwerkingsconvenant.

Het gaat dus niet om de financiële opgave, maar echt om het voortraject en het betrekken van de ondernemers voor de opgaven van Delft, ook om een stip op de horizon op de horizon te zetten waar wij samen aan zouden willen werken. Andere maatschappelijke organisaties zouden daar zeker ook bij betrokken kunnen worden. Daarbij denk ik aan TNO of Deltares. Met andere onderwijsinstellingen, met hbo en mbo, is het in het voortraject al verbreed. Door de fracties van GroenLinks, de VVD, STIP en de PvdA wordt motie 7.5.1 (Samenwerken aan innovatie met ondernemers, kennisinstellingen en gemeente) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft op donderdag 19 juni 2025 bij de bespreking van de collegebrief over de samenwerking tussen de gemeente en TU Delft. We stellen vast dat: -

-

Europa hard moet werken om sterk en concurrerend te blijven in een wereld die technologisch, economisch, ecologisch en geopolitiek snel verandert; het rapport The Future of European Competitiveness (Mario Draghi, Europese Commissie) benadrukt dat Europa moet investeren in innovatie, infrastructuur en menselijk kapitaal om onze welvaart, stabiliteit en een gezonde leefomgeving te behouden; de TU Delft als grootste technische universiteit van Nederland een belangrijke rol speelt om die positie te versterken en bij te dragen aan een duurzame toekomst; 53

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

-

grote uitdagingen zoals klimaatverandering, sociale ongelijkheid en technologische ontwikkelingen vragen om samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs; het triple-helixmodel (onderwijs, ondernemers en overheid) een bewezen manier is om innovatie te koppelen aan zowel economische als maatschappelijke doelen; wij als Europa, Nederland en Delft willen vooroplopen in het bouwen aan een betere en eerlijkere wereld.

We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -

het belangrijk is dat bij nieuwe afspraken (het convenant) niet alleen gemeente en kennisinstellingen betrokken zijn, maar ook het brede bedrijfsleven; ondernemers onmisbaar zijn om samen met de gemeente en TU Delft innovaties te ontwikkelen en uit te voeren die bijdragen aan een duurzame, eerlijke en toekomstbestendige samenleving, zowel voor Delft als daarbuiten.

We geven het college opdracht om: -

bij het opstellen van het nieuwe convenant ondernemers actief te betrekken, zodat zij vanaf het begin mee kunnen denken en doen; samen met TU Delft, onderwijs- en kennisinstellingen en ondernemers de samenwerking verder te versterken met het oog op een krachtige ontwikkeling van het Innovatie District Delft en een sterk relatiebeheer naar relevante spelers buiten Delft,

en we gaan verder met de onderwerpen van de vergadering." Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Voor ons ligt het jaarverslag van de TU over samenwerking tussen de gemeente en de TU Delft. In het jaarverslag over de samenwerking lezen we hoe goed die samenwerking met de stad en met de samenleving verlopen zou zijn, maar als we luisteren naar bewoners, sportverenigingen en insprekers in deze raad, horen we een heel ander verhaal dan wat we in het jaarverslag lezen. Wij horen: wij zijn niet betrokken, wij worden pas geïnformeerd als alles al besloten is en wij kunnen nergens echt invloed op uitoefenen. Dat noemen wij dus geen "samenwerking met de stad", zoals ze zelf in het jaarverslag zetten. Dit is samenwerking tussen bestuurders, vanuit ivoren torens, zonder echte aansluiting bij wat er leeft onder inwoners. Een sprekend voorbeeld daarvan is het plan in de verkenning om studentenwoningen te bouwen op gemeentelijke sportgrond, zoals wij een tijd geleden hebben besloten, terwijl wij toen ook vonden dat sport een van de weinige voorzieningen is die er in onze stad nog echt voor bewoners zijn. Juist die ruimte komt nu onder druk te staan, maar ondertussen worden op het TU-terrein actief bedrijven geworven met acquisitiebijeenkomsten, zoals mevrouw Wattel al zei.

Waarom combineren we die acquisitiebijeenkomsten niet met studentenhuisvesting? Dat is ruimtelijk logisch en maatschappelijk rechtvaardig. 54

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De TU speelt een belangrijke rol in onze stad en we werken graag samen, maar wel op een manier die past bij een democratische stad waar inwoners en deze gemeenteraad niet buitenspel staan maar volwaardig worden meegenomen in keuzes die hun leefomgeving raken. Wij dienen daarom een motie in. De heer ANALIKWU (D66): Mevrouw De Jongh Swemer gaf in haar betoog al aan dat het eigenlijk heel logisch is om bedrijvigheid te combineren met studentenwoningen. Waar dat mogelijk is, juichen we dat ook zeker toe, maar er zijn op Campus-Zuid specifiek ook veel bedrijven die niet goed met studentenwoningen samengaan. Om er een paar te noemen: HollandPTC en ook andere industrie zijn gewoon niet te combineren met studentenwoningen. Hoe ziet mevrouw De Jongh Swemer dat? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): In het jaarverslag staat dat door de TU Delft acquisitiebijeenkomsten worden gehouden om bedrijven aan te trekken. Dan ga je er natuurlijk van uit dat bij bedrijven waarbij het wél samen kan, de mogelijkheid wordt gegeven om die met studentenwoningen te combineren. Er zijn natuurlijk ook bedrijven waarbij dit niet kan. Daar heb je natuurlijk altijd een keuze in. Ik zal onze motie toelichten.

Wij willen graag dat er serieus gekeken wordt naar studentenhuisvesting op het eigen TU-terrein, gecombineerd dus met die TUacquisitie voor bedrijven, en wij willen het overleg graag verbeteren, zodat niet alleen het bestuur maar ook bewoners en de raad meegenomen en gehoord worden. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): De ChristenUnie ziet deze motie eigenlijk als een soort U-bocht om een onderwerp dat we hier allang behandeld hebben, hier toch nog een keer op de agenda te krijgen. Daar maak ik vanuit de ChristenUnie bezwaar tegen. Daarom zullen we sowieso tegenstemmen. Het andere punt is punt 3 in het verzoek aan het college, namelijk om "schijnparticipatie te voorkomen". Ook daar maakt de ChristenUnie ernstig bezwaar tegen, want dit soort begrippen moeten wij hier niet hanteren. Anders heeft het er veel van weg dat wij hier misschien een schijngemeenteraad zijn. Er worden hier gewoon goede besluiten genomen en wij bekritiseren hier het college. Graag wil ik uitleg over het begrip "schijnparticipatie": wat bedoelt u daarmee? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Dank u wel voor deze vraag. We hebben natuurlijk over dit woord nagedacht. Bij participatie ga je ervan uit dat mensen volwaardig meepraten: we beginnen bij nul; wat wilt u precies? Hier in de raad maar ook zoals de TU zich opstelt, is er al een vooropgezet plan en mogen de mensen niet meepraten vanaf nul.

Wij vinden dat schijnparticipatie. We hebben dat zojuist ook weer gezien bij wat er bij de Vulcanusweg gebeurt: mensen mogen niet echt meepraten over de wezenlijke dingen waar ze het over willen hebben. Dat noem ik … Niet alleen ik; dat noemt mijn partij "schijnparticipatie.

55

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Geen vraag maar een slotopmerking. Met dit begrip en deze uitleg is nogmaals aangetoond dat dit een motie is over een niet-geagendeerd onderwerp. De heer TREFFERS (Volt): Misschien heb ik een oplossing. Hoewel ik het met veel dingen die u heeft gezegd niet eens ben, vind ik de motie eigenlijk heel goed. Die gaat namelijk over het betrekken van mensen bij die samenwerking, maar tegelijkertijd ben ik het eens met de heer Van der Woerd. Daarom heb ik een voorstel; ik heb het hier ook al eerder gevraagd. Als u alle woorden na "zodat" in het eerste dictum en alle woorden na "om" in het derde dictum schrapt, kan ik deze motie met heel veel plezier steunen, want dan gaat zij ineens niet meer over het geheel behouden blijven van andere maatschappelijke functies en ook niet meer over schijnparticipatie. Ik denk dat er dan eigenlijk een best wel goede motie ligt. De VOORZITTER: Was dit een interruptie of uw eerste termijn? Het was immers een vrij lang verhaal. U heeft nog 40 seconden over. De heer TREFFERS (Volt): Het einde van de vraag is: bent u daar eventueel toe bereid, zodat ik als Volt kan meestemmen? De VOORZITTER: Dan beschouwen we het als een interruptie, maar let op de tijd, want u heeft nog 36 seconden voor de hele avond. Mevrouw De Jongh Swemer, de vraag van de heer Treffers is of u bereid bent om dat te schrappen.

Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ja, daar heb ik over nagedacht en daar ben ik toe bereid. Ik wil niet die U-bochtconstructie maken, maar dit als voorbeeld noemen. Daarom hebben we erover nagedacht of "in zijn geheel" er inderdaad uit kon, maar uiteindelijk hadden we de motie al gemaakt zoals die gemaakt is. Maar dat kan eruit, want het gaat er uiteindelijk om dat wij een volwaardige gesprekspartner willen zijn van de TU. Dus ja. De VOORZITTER: Prima. U accepteert dus de uitgestoken hand van de heer Treffers, begrijp ik. Dat betekent dat de motie aangepast gaat worden. Mevrouw De Jongh Swemer, kunt u aangeven wat u gaat schrappen uit de motie? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Het eerste dictum eindigt met het woord "studentenhuisvesting". De VOORZITTER: En volgens mij eindigt het derde dictum met "gemeenteraad". De laatste vier woorden gaan dus weg. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ja, ik snap dat "om schijnparticipatie te voorkomen" weerzin wekt. Dat voegt ook weinig toe. Het was eigenlijk bedoeld om echt stelling te nemen, maar dat mag er ook uit. De VOORZITTER: Stelling nemen is u zeker gelukt, maar we schrappen dit uit de motie. Het eerste dictum eindigt nu dus met "studentenhuisvesting"; alles wat daarna 56

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

komt verdwijnt. Het derde dictum eindigt met "bewoners en gemeenteraad". Alles daarna verdwijnt. Zo wordt de motie van Hart voor Delft in stemming gebracht. Door de fractie van Hart voor Delft wordt motie 7.5.2 (Uit de ivoren toren: voor transparante samenwerking en echte participatie) ingediend: "De raad van de gemeente Delft, in vergadering bijeen op 19 juni 2025 met betrekking tot het jaarverslag Samenwerking TU Delft en gemeente (2520239), constaterende dat: • • •

in het Jaarverslag 2024 samenwerking gemeente Delft en TU Delft wordt benadrukt dat er sprake is van een goede samenwerking met 'de stad'; in de praktijk bewoners, sportverenigingen en insprekers zich niet gehoord voelen en aangeven niet te zijn betrokken bij belangrijke ruimtelijke besluiten; de samenwerking tussen de TU Delft en gemeente is vastgelegd in een samenwerkingsconvenant, maar de gemeenteraad en samenleving daarin geen formele positie hebben;

overwegende dat: • •

•

•

deze vorm van samenwerking momenteel vooral top-down plaatsvindt, waarbij plannen tussen gemeente en TU worden uitgewerkt zonder structurele betrokkenheid van de samenleving of de gemeenteraad; de recente keuze om een verkenning uit te voeren om studentenwoningen te ontwikkelen op gemeentelijke sportgrond een voorbeeld is van een dergelijke werkwijze, die voorbijgaat aan het maatschappelijke belang van sportvoorzieningen in de stad; tegelijkertijd in het jaarverslag wordt benoemd dat de TU Delft actief inzet op de acquisitie van bedrijven op TU-terrein, terwijl deze gronden ook kansen bieden om bedrijfsontwikkeling te combineren met studentenhuisvesting, waardoor druk op andere functies in de stad (zoals sport) wordt verminderd; in het jaarverslag de formele samenwerking tussen de gemeente en de TU Delft wordt gepresenteerd als 'brede maatschappelijke afstemming', maar het feitelijk over uitsluitend bestuurlijke samenwerking gaat, waarmee een vertekend beeld ontstaat;

verzoekt het college: 1. in het kader van de samenwerking met de TU Delft, zoals vastgelegd in het convenant, afspraken te maken in het te herijken convenant over het combineren van bedrijfsacquisitie op TU-terrein met het realiseren van studentenhuisvesting; 2. het bestaande overleg met TU Delft te verbeteren door zowel gemeenteraad als bewoners eerder en actiever te betrekken bij ruimtelijke ontwikkelingen, die voortkomen uit de samenwerking; 57

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

3. in het jaarverslag en andere publieke communicatie over de samenwerking met de TU Delft voortaan helder onderscheid te maken tussen bestuurlijke samenwerking en daadwerkelijke participatie van bewoners en gemeenteraad, en gaat over tot de orde van de dag." De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Wat de motie van Hart voor Delft betreft wilde ik mij voegen bij de woorden van de ChristenUnie, maar ik ben nu ook heel benieuwd naar de reactie vanuit het college op de aangepaste motie. Bij de eerste motie was het voor mij helder. De motie van GroenLinks klinkt een beetje abstract, maar ik kan me heel goed voorstellen dat je een invulling geeft zoals nu in Eindhoven gebeurt. Daar werken bedrijfsleven, universiteit en gemeente maar ook allerlei maatschappelijke organisaties samen en zie je heel goed dat de brede welvaart goed geborgd is, dat allerlei onderwijsinstellingen heel goed samenwerken op allerlei niveaus en dat er heel veel kansen voor jongeren en de hele bevolking tot stand komen. Met die optiek van de triple helix zouden we die motie heel graag willen steunen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik vraag me af of dit convenant het middel daartoe is, want we hebben ook al andere samenwerkingsvormen met de TU en ondernemerskringen.

Dit convenant is toch een afspraak tussen de gemeente en de universiteit? Waarom is dit het middel om samenwerking te creëren? De heer HOMBERGEN (PvdA): Dit convenant is niet hét middel, maar één van de middelen. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Wij delen als Delftse VVD de in het convenant en de stukken genoemde ambitie om Delft samen met de TU te laten floreren. Sterker nog: wij zien de samenwerking met de TU als een cruciale pijler voor de toekomst van onze stad. Het is in ons aller belang dat kennis en innovatie niet blijven steken op de campus, maar ten dienste staan van de hele stad. Bedrijvigheid, startups en woningbouw op het TU-terrein zijn thema's die ons als VVD bezighouden en die van groot belang zijn. De motie van GroenLinks hebben wij mede ingediend, onder andere omdat wij ons net als GroenLinks uitspreken voor een toekomstgerichte economische koers voor Delft, waarin kennis, innovatie en ook Delfts ondernemerschap centraal staan. Onze inzet is daarbij duidelijk: we willen een Delft waarin technologische vooruitgang en economische groei hand in hand gaan en waarin de gemeente ruimte biedt aan ondernemers en aan de TU om te innoveren en te groeien.

De heer ANALIKWU (D66): We vinden het een mooi verhaal dat juist ook Delftse ondernemers in principe moeten worden betrokken, maar de TU maakt natuurlijk ook ontwikkelingen voor de hele wereld, bijvoorbeeld voor Schiphol en de Rotterdamse haven. Zijn dat niet juist bedrijven die dan ook betrokken zouden moeten worden? 58

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

En de vervolgvraag: waar eindigt het dan, als eigenlijk alle bedrijven moeten worden betrokken? Mevrouw VOOGT (VVD): In principe zijn we hier natuurlijk als Delftse gemeenteraad en staan wij voor Delft en Delftse ondernemers. Tegelijkertijd weten we natuurlijk dat de TU Delft een bredere ambitie heeft en ook bredere bedrijvigheid voorstaat. Dat onderschrijven wij natuurlijk. Daar hoeven wij geen convenant voor op te stellen. De TU kan daarin natuurlijk zelf keuzes maken. Daar gaan wij niet over. De heer ANALIKWU (D66): Is dit convenant daarmee niet juist de verkeerde plek om ook dit soort zaken te regelen met ondernemers? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Waarom alleen ondernemers? Ik mis gewoon de samenleving. Mevrouw VOOGT (VVD): We regelen niet dat ondernemers onderdeel worden van het convenant. Dat staat ook niet in de motie, zoals mevrouw Wattel al heel duidelijk heeft gemaakt in haar betoog en in haar beantwoording. Wij willen dat ondernemers in ieder geval gaan meedenken over de kansen en mogelijkheden die er liggen. Ja, het kan wat dat betreft natuurlijk ook breder: je kunt ook Delftenaren en andere stakeholders daar eventueel in betrekken, maar dan trekken we het wel heel ver. Voor nu wil ik me dus tot deze motie beperken. Voor ons is op dit moment het Draghirapport heel belangrijk.

Het Draghirapport laat er geen twijfel over bestaan dat we in Europa fors moeten investeren in innovatie, infrastructuur en menselijk kapitaal om onze concurrentiepositie te behouden. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik hoor de VVD zeggen dat ze wel ondernemers wil toevoegen, maar niet de rest, want dan wordt het zo breed. Ondernemers mogen dit dus wel en de rest van de stad niet. Dat is dus de conclusie. Mevrouw VOOGT (VVD): Ik denk dat de heer Van der Sluis een verkeerde conclusie trekt, want dat zeg ik niet. Ik zeg dat de motie hier nu betrekking op heeft. De motie gaan we niet uitbreiden, maar het staat u natuurlijk vrij om breder partijen te betrekken en te kijken naar andere partijen die hier ook een rol of een aandeel in kunnen hebben. Dat probeer ik uit te leggen. Wij vinden het Draghirapport heel belangrijk. De motie die door GroenLinks en ons is opgesteld, sluit daar heel goed bij aan, omdat ondernemers hierbij nodig zijn. Dat vinden wij heel belangrijk. De triple helix speelt hier ook een belangrijke rol in. Ik denk dus juist dat het een hele mooie kans is om dit uit te breiden en de gesprekken hierover aan te gaan in de aanloop naar het opstellen van het convenant. Dat is voor ons een belangrijke pijler. Vandaar dat we de motie mede hebben ingediend. De motie van Hart voor Delft zoals die er lag, vonden wij zeer sympathiek.

Ik heb met een mail gereageerd met eigenlijk dezelfde soort suggesties als de suggesties die zojuist gedaan zijn. Dat is dus mooi, want we onderschreven de geest van de 59

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

motie, maar we vonden de toon wat te hard. Daar had ik suggesties voor gedaan, maar met het aanpassen van de motie kunnen we die zeker steunen. De VOORZITTER: Mooi dat partijen elkaar zo vinden. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Ik begin met de motie van Hart voor Delft over de ivoren toren. Het is eigenlijk best een ruimtelijk vraagstuk. Om de woorden van de heer Van der Woerd aan te halen: het is wat ons betreft inderdaad nogal een U-bocht om een eerder besproken onderwerp vandaag te bespreken. Ook inhoudelijk hebben we moeite met deze motie. Zoals ik al aangaf in mijn interruptie, gaan sommige bedrijven gewoon niet goed samen met woningen. Dat is een apart vraagstuk. Is het niet logischer om dit soort vraagstukken bijvoorbeeld te betrekken bij de visie op het IDD, waar het college ook al mee aan de slag is? Dan de motie van GroenLinks en andere fracties. Ik heb al gevraagd waarom niet ook maatschappelijke organisaties en andere partijen in de stad worden betrokken, maar is het niet juist ook de rol van de gemeente om dat soort geluiden uit de stad, het Delftse verhaal in zijn geheel, het algemeen belang van Delft, te vertegenwoordigen? Vertroebelen we het verhaal dan dus niet? Om de heer Van der Sluis aan te halen: waarom geven we ondernemers hier zo'n aparte rol? Ik hoor in mijn hoofd mevrouw Wattel de woorden "triple helix" herhalen.

Het is volgens mij heel terecht om dat en ook het aangehaalde rapport van Draghi erbij te halen, maar volgens mij vraagt dat om iets anders dan het convenant dat opgesteld gaat worden tussen de gemeente en de universiteit. Moeten we juist niet over de grenzen van de stad heen kijken voor dat triple-helixverhaal, waarbij ook andere ondernemers en andere bedrijven worden betrokken bij de toekomst en bij de innovaties die uit Delft komen? Wat D66 betreft is dit convenant dus gewoon niet het juiste middel om dit te organiseren, maar ik ben benieuwd hoe het college, specifiek de portefeuillehouder, daarop reflecteert. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Als je het ziet op een gelaagd niveau, op verschillende niveaus - lokaal, regionaal en nationaal - zien jullie dan ook niet dat je die samenwerking met die verschillende partijen ook vorm kunt geven op die verschillende niveaus, dus in MRDH-verband, maar ook in de groeiagenda die er in regionaal verband is? Ook op nationaal niveau komen die partijen bij elkaar en zelfs op Europees niveau is die inspraak er. De VOORZITTER: Probeer het kort en krachtig te houden. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Maar dat betekent dat lokaal die samenwerking de basis vormt en op die manier die doorwerking heeft. Punt. De VOORZITTER: Dit was bijna een betoog. Punt; eigenlijk een vraagteken, want het is een interruptie.

Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik snap niet waarom de heer Analikwu zo focust op de bedrijven die niet samengaan met huisvesting, want dat is 60

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

helemaal niet de strekking van het eerste dictum. Het gaat er juist om dat je kijkt waar het wel kan. Vraagteken. De VOORZITTER: Twee vraagtekens voor de heer Analikwu. De heer ANALIKWU (D66): Volgens mij heb ik meerdere redenen gegeven. Ik heb hier dus niet op gefocust. Ik gaf bijvoorbeeld ook aan dat het een heel ruimtelijk vraagstuk is en dat het daarbij logischer is om dit bijvoorbeeld bij de visie op het IDD te betrekken. Dat is het antwoord op de laatste vraag. Wat de vraag van mevrouw Wattel betreft: we zijn het met u eens dat je dit vraagstuk op meerdere niveaus moet bekijken, waaronder ook het gemeentelijk niveau, maar we zien toch dat het convenant een ander middel is waarin juist de gemeente dat integrale verhaal, dat hele verhaal voor het algemeen belang, mee kan nemen, waardoor er geen competitie hoeft te zijn tussen de verschillende inbrengen van ondernemers, maatschappelijke organisaties of bewoners van bepaalde gebieden. Daar is juist de gemeente voor. Dat is volgens mij de manier waarop je dit convenant moet aanvliegen, maar ik ben benieuwd hoe de portefeuillehouder hiernaar kijkt. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Ik zal namens onze fractie kort stilstaan bij de ingediende moties. Ik begin met de motie van mevrouw De Jongh Swemer.

Het werd al door een aantal collega's gezegd en ook volgens mij lopen hier echt een aantal dingen door elkaar, onder andere de ruimtelijke verkenning rond het sportcluster. In het tweede dictum zien we ook een duidelijke overlap met de motie die D66 en het CDA eerder hebben ingediend over het sportcluster Kruithuisweg. Daar stemde Hart voor Delft toen overigens tegen, maar nu lijken ze toch voor te zijn. Dat is een goede zaak, maar ik ben het eens met degenen die hier betogen dat dit eigenlijk een Ubocht is en dat dit zich daar minder voor leent. Dan de motie van GroenLinks. Ik snap de oproep tot samenwerking met bedrijven. Tegelijkertijd denk ik dat het convenant tussen de gemeente en de TU vooral de afspraken tussen deze twee organisaties borgt. In de voorbereiding op dit debat heb ik dat convenant er nog even bij gepakt en dit staat daar ook letterlijk in. Als je de deur openzet voor de bedrijven, zou zich in potentie een situatie kunnen voordoen die heel gek is. Dat was ook de reden voor mijn interruptie bij mevrouw Wattel. Bedrijven zouden dan direct of indirect invloed kunnen hebben op de afspraken die de gemeente met de TU maakt. Je hebt natuurlijk ook de kans dat de gemeente vaak partij wordt bij afspraken tussen bedrijven en de TU. Ik denk dat je daarvoor moet waken.

Ik ben het dus met de heer Analikwu eens dat je er wel naar moet streven dat er samenwerking is, maar dat het de vraag is of het convenant tussen de TU en de gemeente daarvoor het juiste middel is. Ik zeg daar meteen maar bij dat wij in ieder geval voorstander zijn van voortzetting van het thema "ecosysteem kennis en economie". Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Wat is dan precies de U-bocht in het aangepaste dictum? 61

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De heer VISSER (CDA): Het gaat niet alleen om het aangepaste dictum, maar bijvoorbeeld ook om de tweede constatering, die heel duidelijk op het sportcluster slaat. Ik had mevrouw De Jongh Swemer ook een aantal suggesties gemaild; volgens mij had ik dat "een collegiale blik" genoemd. Wat mij betreft zou er nog veel meer aan de motie verbouwd moeten worden voordat de CDA-fractie de motie zou willen steunen. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): In het ecosysteem kennis en economie heeft de economie betrekking op de bedrijven. Ook bedrijven kunnen vanuit maatschappelijk perspectief bekijken welke kant ze met Delft opgaan. Hoe ziet u dat? De VOORZITTER: Vraagteken. De heer VISSER (CDA): Dat ontken ik zeker niet, maar wie het convenant leest, komt erachter dat het ook gaat om gezamenlijk optrekken in het aantrekken van bedrijven naar Delft. Dat is natuurlijk een goede zaak, maar onze huiver zit erin dat je bedrijven ook het convenant in sleept. Mevrouw Wattel gaf in haar beantwoording aan dat dit die deur ook openzet. Daar zit wat ons betreft nou precies de crux. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Het convenant is een afspraak tussen de gemeente en de TU. De gemeente vertegenwoordigt daarbij alle instanties en de meningen van de gemeente; dat is wat de gemeente doet. Daar valt de TU ook onder, maar we willen afspraken met de TU maken.

Ik vind het vreemd om daar dan één groep bij te betrekken. Die heeft niks te maken met de afspraken die tussen de TU en de gemeente gemaakt worden en ook niet met het begintraject daarvan. In het convenant staan trouwens over het algemeen basisafspraken en afspraken over hoe we vervolgafspraken gaan maken. Daar hebben bedrijven niks mee te maken. Daarvoor hebben we het IDD; dat wordt wel genoemd in de motie, maar dat is iets anders. Volgens mij zijn dat twee verschillende dingen, die dus niks met elkaar te maken hebben, want als je één groep uitnodigt, moet je ze allemaal uitnodigen en dan wordt het chaos. Dan ben je weer terug bij af. Laat de gemeente dat gewoon doen en laat de gemeente die mensen vertegenwoordigen. In het kort komt het erop neer dat ik het eens ben met de heer Analikwu; dat komt niet vaak voor, maar dat kan ook een keer. De VOORZITTER: Er gebeuren vanavond bijzondere dingen in deze zaal. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Voorzitter. Toch een geanimeerd debat op de wat latere avond. Het begint gelukkig ook koeler te worden. Ik begin met de motie van mevrouw Wattel. Eigenlijk zet u het belang van de driehoek van de drie O's neer: overheid, ondernemers en onderwijsinstellingen. Dat is op zich een goede zaak. Dat is ook een hele dominante triple helix; daar doen we gewoon heel veel mee.

Daarom zijn we op dit moment al het sterkste ecosysteem in Nederland, samen met het Westland al vier jaar op rij; laten we dat ook eens vaststellen. Dat is een goede zaak. Wat de betrokkenheid van ondernemers betreft: zij hebben, als je het vanuit de economische kant bekijkt, in zekere zin een bijzondere positie en er is volgens mij op zich geen bezwaar tegen om hen te horen 62

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

en te betrekken door eigenlijk gewoon te vragen: wat verwacht u van de TU, gelet op het belang van een sterk ecosysteem? Maar het blijft een convenant tussen de gemeente en de TU Delft. Daarmee sluit ik aan bij wat een aantal van u hebben gezegd; de heer Visser gaf dit aan het eind helder aan en ook de heer Van der Sluis gaf dit aan. Daar zou ik niet … We betrekken hbo en mbo er ook bij, maar waarom doen we dit convenant? Omdat de footprint van de TU Delft een hele grote is. Daarbij gaat het over ruimtelijke ontwikkeling en economie. Er komt misschien nog een thema bij, maar het gaat ook over het verbinden van de communities. Dat is de specifieke situatie van onze TU. Dat laat onverlet dat het wel goed is om, in tegenstelling tot wat we zes jaar geleden gedaan hebben, een aantal partijen gewoon goed te horen en op die manier te betrekken voordat wij uiteindelijk over de zaak besluiten en afspraken maken met de TU Delft. Als het zo gelezen kan worden en als er dus geen deuren open worden gezet, heeft het college geen bezwaar tegen wat hier staat. Daar moet ik heel helder in zijn, omdat ik denk dat we onszelf niet verder zouden helpen als hiermee deuren open worden gezet, want dan gaat het vervagen; het moet echt een afspraak zijn tussen die twee hele grote partners in de stad.

Het is waar dat dat een bijzondere situatie is, maar de TU Delft is ook bijzonder met in totaal 30.000 studenten; 28.000 en ook nog een aantal hbo'ers erbij. De tweede opdracht die we meekrijgen, is om met elkaar te werken, ook om in de toekomst sterk te zijn. Dat is en blijft belangrijk en dat doen we natuurlijk ook volop. We zijn volgens de Birch Entrepreneurial Ecosystem Index het sterkste ecosysteem; daar staan we op 1. Dat moeten wij zo houden. De wethouder en ik hebben het zelf ook al met elkaar besproken. Wij zouden hier nog meer gebruik van kunnen maken. Ik heb vandaag, zojuist, samen met de CEO en de voorzitter van de TU Delft de opening van Royal Haskoning mogen doen. We hebben er nu een tweede hele grote bij; we hebben natuurlijk nog een aantal grote die hier echt dominant present zijn en waar we ook Haagse connecties mee hebben, zoals zeker bij Haskoning het geval is. Het is dus erg de moeite waard om ze wat meer aan tafel te halen, maar dan gewoon in de zin van goed overleg tussen de drie belangrijke partners - onderwijs, overheid en ondernemers - om te kijken wat er nodig is in het belang van de stad, ook wat betreft lobbyen, bijvoorbeeld naar Den Haag. Dat vind ik hier terug. In die zin kan ik hiermee leven, maar ik vind wel dat we erg helder moeten zijn: het convenant is iets tussen de gemeente en de TU Delft.

Ga dat niet verbreden, want dan krijg je een verzwakking ervan. Dan komen er allerlei dingen. Dan ben ik het ook erg eens met de heer Hombergen, die zegt: ik heb nog een paar maatschappelijke organisaties die ik ook graag wil laten aanschuiven. We hebben de afgelopen jaren ook het stadsgesprek; dat hebben we ook de komende maand of zelfs de komende week. Daar komen vaak veel maatschappelijke organisaties, die feedback geven over hoe die samenwerking tussen de TU en de stad gaat. Ook dat soort aspecten moeten we allemaal meenemen in de opmaat naar het nieuwe convenant of de herstructurering ervan, zoals er met u als gemeenteraad ook een beeldvormende avond zal zijn. Als ik de motie zo mag lezen, kan het college er dus mee leven. Dan kom ik bij de andere motie. Ik moet eerlijk zeggen dat ik me, ook al zijn er halve zinnen verdwenen, een beetje aansluit bij degenen die zeggen dat hier eigenlijk niet zozeer een generieke situatie maar een specifieke situatie uit spreekt, namelijk de 63

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

situatie die we twee of drie weken geleden - time flies - hier met elkaar behandeld hebben. Ik zou er ook echt voor willen waken om zo specifiek dingen mee te geven. De wethouder Volkshuisvesting is gewoon op pad gegaan met een opdracht vanuit hier: zorg voor meer studentenwoningen op de campus. Op dit moment ligt er een voorstel voor mogelijke bouw tot een bandbreedte van zo'n 2.500 woningen. We hebben met elkaar ook geconstateerd dat de echte start echt met intensieve samenwerking zal plaatsvinden. We hebben hier ook vastgesteld dat het in het begin misschien iets beter had gekund. Dat gebeurt gewoon soms in processen, maar de intentie is nu wel om dat goed te doen. Ik zou willen voorkomen dat we nu zeggen dat de hele situatie is dat we bij samenwerking continu geen participatie hebben. We doen gewoon heel veel. Uit die samenwerking komen voorstellen voort of ze worden al van tevoren ingeplugd. Dan hebben we gewoon participatie zoals we dat hier met elkaar hebben. En u stelt de meeste dingen ook gewoon daadwerkelijk vast. Daarnaast moet ik oprecht zeggen dat ik een aantal dingen ingewikkeld vind; ik heb het ook een paar keer moeten lezen. "In het jaarverslag en andere publieke communicatie over de samenwerking met de TU Delft voortaan helder onderscheid te maken tussen bestuurlijke samenwerking en daadwerkelijke participatie"; dat zijn gewoon twee verschillende dingen.

We werken samen en over sommige zaken moet geparticipeerd worden. Dat is klip-en-klaar. Dan kom ik terug bij datgene wat we hier besproken hebben; dat vind ik de geest van dit verhaal. Van verschillende kanten is vanuit de raad gezegd: let op; doe het in het vervolg gewoon iets intensiever en betrek de mensen er goed bij. Die toezegging is ook daadwerkelijk gedaan, maar ik zou dat niet willen generaliseren naar het hele convenant. Ik zou deze motie dus echt willen ontraden. Zij gaat mijns inziens te ver. Ik vind ook dat het bestuurlijk overleg dat plaatsvindt en waar hier ook terugkoppeling over plaatsvindt, gewoon de ruimte moet hebben om al die opdrachten die we uiteindelijk met elkaar vaststellen, uit te werken op de manier die het beste is. Dat kan soms een combinatie met bedrijfsruimte zijn en een andere keer doe je dat op een andere manier. Die ruimte moet er gewoon zijn, want anders ben je het al veel te veel aan het innestelen. De VOORZITTER: U bent niet geïnterrumpeerd. Er is behoefte aan een tweede termijn. Ik begin weer met de indieners van de moties, omdat zij wellicht willen reageren op het betoog van de burgemeester. Daarna kunnen de andere fracties daarop reageren. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter.

Ik heb met belangstelling geluisterd naar de beantwoording door de burgemeester over het convenant, maar wij constateren gewoon echt serieus een heel erg grote muur tussen de TU Delft en de samenleving. Die muur proberen wij een heel klein beetje omlaag te halen. Als we hier zoveel mensen horen zeggen "we hebben ze niet gezien; we spreken ze niet" … Ook vandaag zitten ze weer niet op de publieke tribune, terwijl dit over hún jaarverslag gaat en over de samenwerking tussen de TU, afwezig op de publieke tribune, en onze raad. Dat zegt al genoeg. Zelfs de partij STIP zegt helemaal niks over de samenwerking met de TU.

64

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De VOORZITTER: Mevrouw De Jongh Swemer, ik wijs u erop dat u nog 1 minuut en 50 seconden heeft en dat u hierna nog twee onderwerpen met moties heeft. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Dat klopt. Het gaat erom dat wij het convenant graag zodanig herijkt zouden willen zien, zodat er daadwerkelijk invloed komt van de samenleving, er echt een gesprek op gang komt en het minder een bestuurlijke aangelegenheid is en een maatschappelijke aangelegenheid wordt. Daar doen wij moeite voor in de motie. De VOORZITTER: U heeft nog 1 minuut en 24 seconden voor de resterende agendapunten. Hou daar rekening mee, want u gaat nog een aantal moties indienen. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Voorzitter. De strekking van de motie is echt het betrekken van de ondernemers aan de voorkant. Ik verzoek om een schorsing. De VOORZITTER: Dat mag natuurlijk. Hoelang heeft u nodig? Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Een paar minuten; drie minuten. De VOORZITTER: Dan gaan we drie minuten schorsen. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Mevrouw Wattel had de schorsing aangevraagd. Mevrouw Wattel, wat heeft de schorsing opgeleverd? Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Voorzitter. We hebben goed naar de burgemeester geluisterd. Ondernemers kunnen in het voortraject meegenomen worden. Daarmee lijkt het dat zij beide dicta zou kunnen toezeggen.

Zou zij dat kunnen bevestigen? Als die toezeggingen genoteerd kunnen worden, kunnen we de motie intrekken. De VOORZITTER: Dan een heel snelle reactie, want dan kunnen andere partijen daarop reageren. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Ja, met dus de restrictie dat het de deur niet openzet. Dat wil ik er echt scherp aan gekoppeld hebben. Het is, zoals de heer Analikwu ook aangaf, een samenwerkingsconvenant tussen twee partijen vanwege de enorme dominantie van beide. Dan moet je het ook goed samen doen. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Expliciet: dat staat niet in de motie. Er staat echt dat het gaat om de totstandkoming. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Ja, maar ik wil dat eraan koppelen.

65

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De VOORZITTER: Volgens mij is het allemaal helder. Anders staat het op de band. Volgens mij is dit een hele duidelijke toezegging, die in de notulen, in de Handelingen, komt en ook genoteerd wordt. Daarmee wordt de motie van GroenLinks, de VVD, STIP en de PvdA dus ingetrokken. Verder is er aan de kant van de raad geen behoefte om gebruik te maken van de tweede termijn. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Voorzitter. In principe heb ik daar ook geen behoefte aan, maar ik wil van één ding echt afstand nemen, namelijk dat er een muur zou zijn tussen de TU Delft en de stad. Verre van dat. Toevallig hadden wij afgelopen week een overleg; ik weet niet meer met wie ik overlegde, maar je ziet hoeveel TU'ers op allerlei plekken bezig zijn en hoe we samen met elkaar in ruimtelijke en economische zin en in de communityzin met verenigingen dingen aan het doen zijn. Dat is gewoon super en heel veel zaken die echt ingrijpend zijn voor de stad komen hier gewoon ordentelijk aan de orde en worden vaak ook via participatie hier voorbereid. Als dat dan een keer niet helemaal goed gaat, erkennen we dat ruiterlijk en wordt in het vervolg gewoon de verbeteringsslag gemaakt. Dat is naar mijn idee de situatie. Ik zou dat beeld dus echt weg willen nemen.

Als dit stuk hier aan de orde is, verwacht ik gewoon - dat weet het bestuur van de TU Delft ook dat we dit als college gewoon op een goede manier verdedigen. Wij zitten ook niet aan tafel als de TU bezig is met zaken. Het lijkt mij dus helemaal niet nodig dat zij op de publieke tribune zitten. Wij hebben gewoon onze eigen verantwoordelijkheid als college om het aan u voor te leggen. Uiteindelijk is democratie dan overtuigen om te kijken of u kunt leven met datgene wat we gedaan hebben met het convenant, dat we hier ook ooit met elkaar hebben afgezegend of waarvan we in ieder geval hebben gezegd dat het een goede zaak is. De VOORZITTER: Ik zag dat de spreektijd van het college niet terugliep toen u aan het woord was. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Kijk eens aan; dat komt mooi uit. De VOORZITTER: Daar komt u niet mee weg. Ik denk dat er ongeveer zes minuten is gesproken. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Ik dacht al: wat ben ik kort en krachtig, as usual. De VOORZITTER: Ik schat in dat het ongeveer zes minuten duurde. Dan blijven er voor het college dus nog ongeveer 29 minuten over voor de rest van de avond. Laten we dat gewoon afspreken; dat is ook eerlijk. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Heel fijn; dank u. De VOORZITTER: Ik sluit de beraadslaging en we gaan over tot de stemming.

66

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

In stemming komt motie 7.5.2 (Uit de ivoren toren: voor transparante samenwerking en echte participatie) van Hart voor Delft. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Zoals al aangegeven vinden wij de motie zeer sympathiek. Toch blijven wij de toon in de motie en nu terugluisterend ook in het debat hard vinden. Ik sluit me ook aan bij de woorden van de burgemeester en zou me van die toon willen distantiëren. Dat maakt dat wij toch tegenstemmen. Mevrouw WENTINK (STIP): Voorzitter. Wij vinden transparantie en betrokkenheid belangrijk, maar dit voorstel is wat ons betreft te gedetailleerd voor een convenant dat op hoofdlijnen behoort te sturen. Daarnaast hebben we net als andere partijen inhoudelijke bezwaren, die maken dat deze motie niet past bij dit onderwerp. Daarom stemmen wij tegen. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik vind het echt ingewikkeld. Ik heb gezien hoe Hart voor Delft met mijn verzoek heeft meebewogen. Ik ben het heel erg met de andere fracties eens dat de toon echt te hard is. Daar ben ik het ook echt niet mee eens. Tegelijkertijd zie ik hier een oproep om bewoners beter te betrekken. Op basis daarvan zal ik daarom wel voorstemmen. De VOORZITTER: Zet uw microfoon uit, want uw tijd loopt nog terug. U heeft nog elf seconden. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter.

Ook Onafhankelijk Delft heeft de hele tijd geprobeerd om met de TU in contact te komen om tot een mooi project te komen, maar eigenlijk liep alles dood. Dat vond ik echt heel jammer. Uiteindelijk hebben wij ons teruggetrokken. De VOORZITTER: Een stemverklaring is kort, geen termijn. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Dat snap ik, maar ondanks dit en hoewel we het ook heel lastig vinden, gaan we toch voor de motie van Hart voor Delft stemmen. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 9 tegen 24 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de SP en Volt ervoor hebben gestemd. De VOORZITTER: Mevrouw Van den Berg heeft niet gestemd. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik wens geacht te worden tegen te hebben gestemd. De VOORZITTER: De stemming was inmiddels gesloten. U wenst geacht te worden tegen te hebben gestemd. Dan zijn er dus 9 stemmen voor en 25 stemmen tegen. Ik draag het voorzitterschap weer over aan onze burgemeester. 67

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

(De burgemeester neemt het voorzitterschap van de vergadering over van de heer Valk.) 90. Collegebrief beantwoording schriftelijke vragen van de fractie Onafhankelijk Delft inzake regels zaterdagmarkt (2513138) en Collegebrief afschrift van reactie op brief van Ilias Delicatessen inzake regels zaterdagmarkt (2513140). De VOORZITTER: Er zijn twee moties aangekondigd. Ik moet mevrouw De Jongh Swemer erop wijzen dat zij nog 1 minuut en 24 seconden heeft. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. De Delftse warenmarkt is een groot goed. Een levendige, diverse en eerlijke markt vraagt om heldere spelregels, een professionele organisatie en een veilig werkklimaat voor alle ondernemers. Nu de gemeente verantwoordelijk is voor kaders en randvoorwaarden, is het belangrijk om waarborgen in te bouwen voor een onafhankelijke geschillencommissie en een goed bestuur binnen de stichting. Beide moties dragen daaraan bij. Ook willen wij graag worden bijgepraat over het verlengen van de gebruikersovereenkomst van de warenmarkt in Delft, die op 1 januari 2026 afloopt. Door de fractie van Hart voor Delft wordt motie 7.7.1 (Invoering maximale zittingstermijn bestuursleden stichting Marktpromotie Delft) ingediend: "De raad van de gemeente Delft, in vergadering bijeen op 19 juni 2025, met betrekking tot de warenmarkt in Delft, constaterende dat: • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15739874/3