2109166 College van B en W - voortgangsrapportage Aanpak extremisme, polarisatie en radicalisering 2020
Tekst van het document
Bezuinigingen waren volgens de geïnterviewde gemeentelijke professionals niet de enige reden voor het stoppen van de WMC, een gebrek aan commitment bij een aantal leden was één van de andere oorzaken hiervoor. De moskee is schriftelijk lid van de regionale islamitische koepelorganisatie Samenwerkingsverband Islamitische Organisaties Haaglanden (SIORH). De Al Ansaar-moskee neemt hier echter maar beperkt aan deel omdat ze zich vooral focust op de eigen gemeenschap en de lokale context. Deze lokale focus uit zich onder andere in de deelname aan het platform Delftse Bruggen, de jaarlijkse Dag van de Dialoog en de Vredesloop. En in de organisatie van rondleidingen in de moskee voor Delftse niet-moslims. Daarmee staat ze in contact met de bredere samenleving en andersdenkenden. Uit het veldonderzoek blijkt dat internationale en nationale gebeurtenissen van invloed zijn op de leden van de gemeenschap. Voorbeelden die tijdens het veldonderzoek ter sprake kwamen waren de recente aanslag in het Duitse Hanau, de aanslagen in Nieuw-Zeeland, de kwestie rondom het Cornelius Haga Lyceum en de Parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB). Deze gebeurtenissen zorgen in het algemeen voor angst onder de leden omdat ze bang zijn dat ze in de toekomst hun geloof in Nederland niet meer vrij kunnen belijden.
Weerbaarheden, kwetsbaarheden en parallelle samenleving De Al Ansaar-moskee is door verschillende factoren weerbaar voor onwenselijke uitingen binnen het islamitische krachtenveld. Zo bestaat er een richtinggevend beleid van het moskeebestuur om bepaalde onwenselijke uitingen van het salafisme te weren. Daarnaast is sprake van verschillende professionele achtergronden van de bestuursleden, sommigen hebben uitgebreide theologische kennis. Ook hecht het bestuur aan een proactieve en verbindende houding richting de (lokale) samenleving en overheid. Uit dit onderzoek is één kwetsbaarheid naar voren gekomen: een uitvloeisel van het strikte beleid om salafistische invloeden buiten de deur te houden. Dit zorgt er weliswaar voor dat salafisten geen voet aan de grond krijgen binnen de moskee, maar leidt er tegelijkertijd toe dat men geen zicht heeft op de
13
mogelijke salafistische invloeden die aanwezig zijn in Delft. Met in gedachte de Delftse uitreizigersgeschiedenis en de nabijheid van salafistische moskeeën in bijvoorbeeld Den Haag is dit een mogelijke kwetsbaarheid. Uit dit onderzoek is niet gebleken dat sprake is van een parallelle samenleving bij de Al Ansaar-moskee of elementen die hiertoe zouden kunnen leiden. Er is geen onderwijs waargenomen waarin men een terugtrekking uit de Nederlandse samenleving verkondigt (en men deze samenleving afkeurt). Bovendien lijkt men zich positief te verhouden tot de (lokale) samenleving en dit ook proactief uit te dragen. Moskee Sultan Ahmet De Sultan Ahmet-moskee heeft een orthodoxe signatuur, zie ook bijlage 6. De moskee is verbonden aan de landelijke Diyanet-organisatie, die direct valt onder het Directoraat van Godsdienstzaken te Ankara.25 De moskee wordt bezocht door Delftenaren met diverse migratieachtergronden. Ook mensen die betrokken zijn bij andere Turkse islamitische bewegingen als Milli Görüs26 en Stichting Islamitisch Centrum Nederland (SICN)27 bezoeken de moskee. Er zijn ongeveer 350 gezinnen betrokken bij de moskee, dit zijn ongeveer 1500 leden. Wekelijks worden lessen verzorgd aan diverse doelgroepen. De imam speelt hierin een grote rol. De inhoud van het onderwijs wordt beoordeeld door de landelijke Diyanet-organisatie.
Het religieuze onderwijs is bestemd voor de ‘oudere’ mannen in de moskee en voor de vrouwen (via de vrouwencommissie) en zoomt dieper in op de orthodoxie in het algemeen en de hanafitische wetschool in het bijzonder. Het cultureel-religieuze onderwijs wordt gedoceerd aan kinderen in de leeftijd van 4 tot 7 en van 7 tot 15 jaar en aan vrouwen. Dit cultureel-religieuze onderwijs bevat lessen in de Arabische en Turkse taal, koranlessen en ook de basis-islamlessen, waarbij de nadruk gelegd wordt op het aanleren van de basishandelingen vanuit de hanafi-wetschool. Er worden activiteiten georganiseerd voor jongeren (via de jongerenvereniging) en er zijn Nederlandse taallessen voor zowel mannen als vrouwen. Hierin staan de Nederlandse taal centraal én burgerschap centraal: de Nederlandse waarden en normen leren en leren hoe je actief kan deelnemen aan de Nederlandse samenleving. Net als de Al Ansaar-moskee neemt deze moskee deel aan het Platform Delftse Bruggen, verzorgt zij rondleidingen in de moskee voor niet-moslims en geeft zij burgerschapslessen. De eerdergenoemde internationale en nationale gebeurtenissen hebben ook binnen deze moskee invloed op de geloofsbeleving van de leden. Daarnaast wordt gesproken over de Turkse inval in Noord-Syrië, maar dit leidt niet tot conflicten tussen bezoekers. Men is het eens over de lijn van de Turkse overheid.
Weerbaarheden, kwetsbaarheden en parallelle samenleving De moskee is op verschillende wijzen weerbaar tegen extremisme, radicalisering en polarisering. De moskee hanteert een duidelijk beleid om salafistische invloeden te weren. Dit zit hem in het activiteitenbeleid (andere activiteiten dan die van de moskeeorganisatie zijn verboden) en in het
14
onderwijsbeleid (er zijn vastomlijnde lesmethoden). Daarnaast meldt men zorgen over salafistische elementen bij de politie en gemeente. Er zijn echter ook enkele kwetsbaarheden aangetroffen. Het moskeebestuur heeft kennis van radicalisering, maar dit kennisniveau is nog onvoldoende gevorderd. De respondenten geven aan dat er behoefte is aan meer kennis over dit onderwerp om signalen van radicalisering beter te onderkennen. Ook heeft men, net als bij de Al Ansaar-moskee, geen goed zicht op het salafisme in Delft. Ook hier lijkt er geen sprake te zijn van een afgezonderde levensstijl om daarmee de Nederlandse samenleving te ondermijnen. Ook gezien de proactieve deelname aan de Nederlandse samenleving (onder andere door het stimuleren van burgerschapslessen) lijkt dit onwaarschijnlijk. Stichting Islamitisch Centrum (SIC) Delft Stichting Islamitisch Centrum Delft is onderdeel van de Turkse mystieke/spirituele Suleymanci-beweging en heeft een orthodoxe signatuur, zie bijlage 7. De Delftse Suleymanci afdeling bestaat uit ongeveer veertig gezinnen. Zij vormen een kleine teruggetrokken gemeenschap met hechte familiebanden.
De gemeenschap houdt zich enkel bezig met religieus onderwijs (koranmemorisatie, koranrecitatie, plichtenleer, hadith en exegese van de koran), opvoeding volgens de leer en de praktijken van de hanafitische wetschool, de soefistische beleving en het uitvoeren van het vrijdaggebed. Ze beleven hun religie zonder contact met andere (islamitische) organisaties in Delft. Hierdoor hebben internationale, nationale en regionale/lokale ontwikkelingen weinig tot geen invloed op de geloofsbeleving van de SIC Delft-gemeenschap. Een factor die wel van invloed is op de kleine Suleymanci-gemeenschap is het feit dat het huidige pand van de Suleymanci’s niet meer voldoet de eisen van de gemeenschap. Het pand zou hen beperken om contacten aan te gaan met andere Delftenaren. Vanwege beperkte financiële middelen zijn er echter weinig mogelijkheden om hier iets aan te verbeteren. Weerbaarheden, kwetsbaarheden en parallelle samenleving SIC Delft is weerbaar tegen extremistische, radicaliserende en polariserende invloeden omdat de gemeenschap intern beleid hanteert om volgens hen ongewenste invloeden tegen te gaan. Religieuze zaken mogen alleen besproken worden als die passen bij de signatuur van SIC Delft. Er wordt bepaald waarover wel en niet gesproken mag worden. Over politieke onderwerpen en andere religieuze stromingen (bijvoorbeeld het salafisme) wordt niet gesproken.
Dit maakt SIC Delft minder vatbaar voor anti-democratische en ondermijnende invloeden. SIC Delft heeft verder een imam die kennis heeft van radicalisering (vanuit zijn vroegere imamschappen in Rotterdam en Den Haag). Ook daardoor lijkt deze organisatie minder vatbaar te zijn voor de genoemde invloeden. Dat de gemeenschap zo onzichtbaar is in het lokale islamitische krachtenveld kan echter ook een kwetsbaarheid opleveren. Wanneer men minder ervaring heeft met dergelijke invloeden en geen netwerk heeft om op terug te vallen, kan de organisatie mogelijk minder goed omgaan met schadelijke invloeden wanneer deze in de toekomst wel ontstaan. Er is verder weinig tot geen contact met overheidsinstanties als de politie en de gemeente. Hierdoor is een dergelijk ondersteunend netwerk afwezig en kan men geen informatie uitwisselen.
15
Er kan niet worden gesproken van een parallelle samenleving zoals die in hoofdstuk 2 is gedefinieerd. De leden van SIC Delft beleven hun religie veelal zonder contact met de buitenwereld. Maar in dit onderzoek zijn echter geen factoren waargenomen die erop wijzen dat deze afgezonderde levensstijl bewust wordt ingezet met het doel om de Nederlandse samenleving te ondermijnen. In tegendeel: de respondent zou graag meer contact willen met andere Delftenaren, maar weet niet wie hij hiervoor moet benaderen. MSA Ibn Firnas De islamitische studentenvereniging Ibn Firnas is gevestigd aan de TU Delft, zie bijlage 8. De bestuursleden hebben uiteenlopende religieuze en etnische achtergronden.28 De vereniging heeft daarom een gemixte signatuur. Ze heeft ongeveer 200 leden. De vereniging organiseert activiteiten (lezingen, debatten) voor islamitische studenten aan TU Delft, vooral over thema’s die toegankelijk zijn voor hoogopgeleiden. Hierbij neemt de vereniging expliciet een open houding: het beleid is erop gericht om alle moslims in vrijheid hun geloof te laten beleven. De respondenten geven aan dat het bestuur probeert om discussies over politieke aangelegenheden en ontwikkelingen buiten de vereniging te houden. Tevens worden sprekers van tevoren gescreend, waardoor niet-inclusieve sprekers en sprekers die de Nederlandse wet overtreden geen ruimte krijgen.
De respondenten van Ibn Firnas hebben aangegeven het salafisme niet als problematisch te zien. Hierdoor is het mogelijk dat een politieksalafistische prediker als Umair Bantvawala een lezing komt geven (in mei 2019) of dat er een salafistisch geïnspireerd bericht op de Facebookpagina wordt geplaatst (in november 2019). Internationale politieke gebeurtenissen zijn van invloed op de leden van de vereniging. Als gevolg van dergelijke gebeurtenissen ervaren de leden van de vereniging dat de moslim-identiteit wereldwijd steeds verder onder druk komt te staan. Dit levert spanning op bij individuele leden, maar tegelijkertijd zoekt men elkaar op voor onderlinge ondersteuning. Nationale ontwikkelingen spelen geen significante rol in de vereniging. De meeste lokale ontwikkelingen lijken geen rol te spelen bij Ibn Firnas. Hier is echter een uitzondering op in de vorm van lokale problematiek rondom de TU Delft. Een recent genomen besluit van het universiteitsbestuur om één centrale gebedsruimte op de campus te creëren in plaats van verscheidene plekken om te bidden, heeft een grote impact op de vereniging. De respondenten van Ibn Firnas zien dit besluit als beperking voor islamitische studenten: ze kunnen zo minder goed hun geloof in vrijheid beleven. De vereniging zou meer contact willen met de gemeente om samen te werken op het onderwerp radicalisering.
Dit contact met de gemeente kan hen wellicht ook helpen meer invloed te krijgen op universiteitsaangelegenheden. De vereniging is niet erkend door de TU Delft (zie de bijlage voor meer informatie hierover). Als de universiteit hen erkent, kan zij niet meer om Ibn Firnas heen bij besluiten die religieuze studenten raken.29
16
Weerbaarheden, kwetsbaarheden en parallelle samenleving Ibn Firnas is op verschillende manieren weerbaar tegen invloeden van radicalisering, extremisme en polarisering. De vereniging stelt beleid te voeren om niet-inclusieve invloeden geen kans te geven. Daarom benadert Ibn Firnas soms de Al Ansaar-moskee voor advies over bepaalde predikers (de vereniging heeft goede contacten met de Al Ansaar-moskee). Daarnaast ervaren leden van de vereniging onderlinge steun en solidariteit als ergens in de wereld een ‘anti-islamincident’ heeft plaatsgevonden. Deze interne betrokkenheid kan men weerbaar maken. Ook staat de vereniging open voor samenwerking met de gemeente op het thema radicalisering. De vereniging geeft aan dat men salafisme definieert als het volgen van de primaire bronnen (koran en soenna) zoals deze uitgelegd werden door de vrome voorgangers (taalkundige betekenis van het woord salaf waar het woord salafisme van afgeleid is) en dat het salafisme daarom niet als een probleem gezien wordt. Hieruit wordt duidelijk dat men een andere definitie gebruikt van het salafisme dan die toegepast wordt in dit rapport. Dit kan er mogelijk toe leiden dat in communicatie andere vertrekpunten gehanteerd worden waardoor makkelijk sprake kan zijn van miscommunicatie.
Op zichzelf vormt dit geen kwetsbaarheid maar het roept wel de vraag op of het bestuur in staat is om problematische elementen van het salafisme te herkennen. Dit laatste is mogelijk wel een vorm van kwetsbaarheid. Daarentegen lijkt deze kwetsbaarheid afgezwakt te worden door het screeningsbeleid voor predikers op niet-inclusieve en strafbare uitingen. Men heeft daarnaast weinig contact met de gemeente en het bestuur van Ibn Firnas uit het gevoel dat de vereniging niet gehoord (of zelfs tegengewerkt) wordt door het bestuur van de TU Delft. Hiermee lijken ze het gevoel te hebben enigszins geïsoleerd te staan. Bij Ibn Firnas lijkt geen sprake te zijn van een parallelle samenleving. Hoewel men zich niet actief bemoeit met de lokale Delftse samenleving, lijkt dit niet voort te komen uit een intentie van bewuste ondermijning. Dit past bij het karakter van een studentenvereniging. Vanwege de academische focus zijn studentenverenigingen over het algemeen meer (inter)nationaal georiënteerd dan lokaal (met Engelstalige leden en een internationale achterban). De vereniging spreekt daarnaast de ambitie uit meer contact met de gemeente te willen. Dit zorgt ervoor dat er geen sprake is van een afgezonderde en teruggetrokken houding ten opzichte van de Nederlandse samenleving met als doel deze samenleving te ondermijnen.
Keluarga Muslim Delft Keluarga Muslim Delft (KMD) is een vereniging voor Indonesische (voormalige) internationale studenten, die verbonden zijn (geweest) aan de TU Delft, zie bijlage 9. KMD heeft een onbekende signatuur. Daarmee bedoelen we dat we de signatuur van het bestuur en de onderwijsactiviteiten niet konden vaststellen in dit onderzoek. KMD is erop gericht om internationale uitwisselingsstudenten en hun families in contact te brengen met gelijkgestemden om zo met elkaar, de Indonesische identiteit en religie verbonden te kunnen blijven. Er zijn ongeveer 100 leden. Binnen KMD zijn sociale en religieverdiepende activiteiten. De focus ligt op het welzijn van de eigen leden en op wat er aan de TU Delft
17
gebeurt. KMD ziet Ibn Firnas als vertegenwoordiger van de belangen van de islamitische studenten, deze rol ziet de vereniging niet voor zichzelf weggelegd. KMD heeft contact met andere lokale islamitische organisaties, zoals de Al Ansaar-moskee, de Sultan Ahmet-moskee en Ibn Firnas. Ook is er contact met regionale organisaties in Den Haag, zoals de orthodoxe Indonesische Hikmah-moskee en de Indonesische ambassade. KMD heeft verder contacten met islamitische organisaties in Indonesië. Zoals de salafistisch geïnspireerde islamitische beweging Muhammadiyah en de Majelis Ulama Indonesia, die op staatsniveau fatwa’s uitbrengt over allerhande (politieke) zaken. De vereniging houdt zich niet bezig met internationale en nationale gebeurtenissen. Wel zouden ze graag in contact komen met de gemeente om meer betrokken te worden bij lokale aangelegenheden. Op dit moment is dat contact er namelijk niet. Weerbaarheden, kwetsbaarheden en parallelle samenleving KMD is een hechte, kleine gemeenschap. Dit kan een teken van weerbaarheid zijn wanneer het ertoe leidt dat de vereniging minder snel te maken krijgt met salafistische invloeden. Tegelijkertijd zijn er wel contacten met de Indonesische Muhammadiyah organisatie. Hoe deze relatie zich in de praktijk manifesteert bij KMD is tijdens deze quickscan onduidelijk gebleven.
Het kan echter een mogelijke kwetsbaarheid zijn en daarom moet dit nader onderzocht worden. Tot slot lijkt er geen parallelle samenleving te bestaan volgens de definitie die in dit onderzoek gehanteerd wordt. Hoewel men niet proactief deelneemt aan de lokale Delftse samenleving, heeft KMD wel contacten met andere lokale actoren. Hiernaast wijst de uitgesproken ambitie om het contact met de gemeente te verbeteren eerder op integratie dan op isolatie en ondermijning. Midnimo De Somalische Vereniging Delft (hierna: Midnimo) is een vereniging voor en door mensen met een Somalische migratieachtergrond en heeft een orthodoxe signatuur, zie bijlage 10. In Delft wonen ongeveer 650 Nederlanders met een Somalische migratieachtergrond. Volgens een bestuurder van Midnimo is de hele Somalische gemeenschap van Delft lid van de organisatie en hechten de meeste leden veel waarde aan religiositeit. Midnimo houdt zich vooral bezig met sociaal cultureel werk voor de Somalische gemeenschap in Delft. Daarnaast organiseert de vereniging activiteiten, waarin religie een rol speelt. De activiteiten lopen uiteen van religieuze lezingen tot cultureel-religieuze lessen: van les in de Arabische taal en koranlessen tot huiswerkbegeleiding en naailessen voor vrouwen.
Er zijn echter beperkte financiële middelen sinds de subsidies vanuit de gemeente Delft zijn gestopt, waardoor er op beperkt niveau activiteiten plaatsvinden. Midnimo onderhoudt goede contacten met de twee lokale moskeeën. Hier huurt de vereniging onder andere ruimten om les te geven aan de eigen achterban. In het verleden nam men ook deel aan het platform Werkgroep Migranten Communicatie Delft (WMC). Internationale en nationale gebeurtenissen
18
als de aanslag in het Duitse Hanau, de aanslag in Nieuw-Zeeland, het onderzoek van de POCOB en het boerkaverbod spelen een rol bij de geloofsbeleving van leden van de vereniging. Ook onder de Somalische gemeenschap leiden deze gebeurtenissen tot angst en onrust over de toekomstig: in hoeverre blijft er in Nederland vrijheid om de religie te beleven? Weerbaarheden, kwetsbaarheden en parallelle samenleving Midnimo probeert zich weerbaar op te stellen tegen extremisme, radicalisering en polarisering door richtlijnen te geven aan bezoekers die activiteiten willen organiseren of eraan willen deelnemen. ‘Enkele’ salafisten bezoeken de vereniging, maar mogen zelf geen activiteiten ontplooien. Onder de leden bestaat steun en solidariteit bij het bespreken van allerhande onderwerpen en wordt nadrukkelijk ingezet op verbinding. De respondenten spreken uit dat men graag meer zou doen om salafistische bezoekers buiten de deur te houden, maar stelt dat dit in de praktijk niet altijd lukt vanwege beperkte financiële middelen. Deze gebrekkige financiële situatie leidt er tevens toe dat er onvoldoende activiteiten georganiseerd kunnen worden die aansluiten bij de behoefte van de leden. Dit kan er mogelijk toe leiden dat salafistische individuen deze situatie benutten om hun invloed te versterken, bijvoorbeeld door kosteloos sprekers aan te bieden of financiële steun te bieden.
Daarnaast ervaart Midnimo dat er weinig contact is met de gemeente, waardoor men onvoldoende kennis, expertise en ervaringen kan delen om bijvoorbeeld radicalisering binnen eigen gelederen tegen te gaan. Dit kan wijzen op een potentiële kwetsbaarheid. Ook is er, net als bij andere onderzochte organisaties, onvoldoende zicht op het precieze beleid dat gevoerd wordt om salafistische invloeden te weren. Op basis van dit onderzoek lijkt geen sprake te zijn van een parallelle samenleving waarbij Midnimo bewust een teruggetrokken houding aanneemt om de Nederlandse samenleving te ondermijnen. Midnimo probeert juist, ondanks de beperkte (financiële) mogelijkheden, een participerende houding aan te nemen ten opzichte van de Nederlandse samenleving.
3.2.
Invloedrijke processen en ontwikkelingen
In deze paragraaf staan ontwikkelingen centraal die van invloed zijn op de hierboven besproken actoren in Delft. Internationale ontwikkelingen Bij alle onderzochte actoren proberen de besturen discussies over internationale politieke gebeurtenissen weg te houden. Deze besturen willen de focus leggen op onderlinge verbinding en contact, in plaats van groepen leden (mogelijk) tegen elkaar stelling te laten nemen. Deze ambitie is vooral een bestuurlijke ambitie, want onder de leden wordt wel degelijk gepraat over internationale gebeurtenissen die de moslimwereld raken. De uitzondering is SIC Delft, hier mogen gesprekken anders
19
dan over het geloof niet gevoerd worden. Sommige gebeurtenissen hebben tot angst geleid bij de leden van de onderzochte organisaties. Leden proberen elkaar te ondersteunen waar nodig. Een gebeurtenis die tot angst leidde is de recente aanslag in Hanau, Duitsland van 19 februari 2020. Hierover stellen meerdere respondenten dat dit wat hen betreft wel degelijk een terroristische aanslag is geweest gericht op de islamitische gemeenschap. Bij veel van hen bestaat het sentiment dat de media hier te summier aandacht voor hebben gehad. Andere voorbeelden die herhaaldelijk ter sprake zijn gekomen: de vervolging van Oeigoeren (een moslim-minderheid in China) het Israël-Palestinaconflict en de aanslagen op twee moskeeën in Nieuw-Zeeland (15 maart 2019). Bij de Sultan Ahmet-moskee en Midnimo worden daarnaast land-specifieke onderwerpen besproken. Bij de Sultan Ahmet-moskee gaat het bijvoorbeeld over het Turkse militaire ingrijpen in Noord-Syrië. Bij Midnimo over de algehele politieke situatie in Somalië en de terroristische Somalische beweging Al Shabaab. Deze gesprekken leiden in de regel niet tot onderlinge wrijving, want de bezoekers weten dat zij in hun dagelijks leven in Delft niet direct te maken krijgen met deze gebeurtenissen.
Nationale ontwikkelingen De meerderheid van de respondenten geeft aan het gevoel te hebben dat moslims in Nederland ‘gepest’ worden door de binnenlandse politieke partijen en dat er gemeten wordt met twee maten. De Parlementaire ondervragingscommissie naar buitenlandse beïnvloeding en financiering (POCOB), het boerkaverbod en de kwestie rondom het Cornelius Haga Lyceum zijn voorbeelden waar respondenten herhaaldelijk aan refereren en waarin het idee van ‘meten met twee maten’ volgens hen duidelijk zichtbaar wordt. Men begrijpt niet goed waarom in hun ogen alleen de moslims onder de loep worden genomen. Onder de respondenten heerst het gevoel dat de vrijheid van geloof hierdoor in gevaar komt. Verder geven respondenten uit de Sultan Ahmet-moskee aan dat zij niet begrijpen waarom de Nederlandse regering zich heeft bemoeid met de Armeense ‘oorlog’ (wat door Armeniërs de Armeense genocide wordt genoemd) door hierover een standpunt in te nemen. Ook zijn er nog zorgen over het oprukkende extreemrechtse sentiment (volgens de respondenten) in de Nederlandse samenleving. De populariteit van politieke partijen als de PVV en Forum voor Democratie zorgen voor het vergroten van spanningen. Dit creëert angst onder leden van de onderzochte gemeenschappen.
De twee onderzochte studentenverenigingen hebben verder aangegeven dat zij nationale ontwikkelingen minder belangrijk vinden (Ibn Firnas) of niet op de hoogte zijn van nationale ontwikkelingen (KMD), vanwege hun internationale achterban en academisch-internationale focus. Deze ontwikkelingen zijn ook niet van invloed op de geloofsbeleving van hun leden. Lokale ontwikkelingen Voor dit onderzoek verrichten we veldonderzoek naar openbare en online uitingen van extreemrechts in relatie tot de islamitische infrastructuur. Denk hierbij bijvoorbeeld aan stickers of aankondigingen van demonstraties en acties. De twee onderzochte moskeeën hebben te maken gehad met anonieme dreigbrieven (moskee Al Ansaar in februari 2016, en moskee Sultan Ahmet op meerdere momenten in de afgelopen vijf jaar) bekladdingen van de moskeemuren (moskee Sultan Ahmet op verschillende
20
momenten, bijvoorbeeld in september 2015) en in het verleden is een varkenskop bij de ingang van de Sultan Ahmet-moskee gelegd (2012). De taal in de dreigbrieven duidt volgens de moskeeën op een extreemrechtse invalshoek. Deze lokale acties hebben geleid tot een gepercipieerde dreiging en daarmee gevoelens van angst onder de leden van de onderzochte moskeeën (en ook bij de achterban van de andere onderzochte organisaties). Zij hebben daarom veiligheidsmaatregelen getroffen in de vorm van samenwerking met de politie en de gemeente, om zo de gemeenschap beter te kunnen beschermen. Overige extreemrechtse invloeden zijn in dit onderzoek slechts in beperkte mate waargenomen. De summiere extreemrechtse uitingen die in het straatbeeld van Delft te vinden zijn, zijn geplaatst rondom de twee moskeeën maar waren ouder dan vijf jaar en vielen hiermee buiten de scope van dit onderzoek. Salafistische invloeden De gemeente Delft heeft de afgelopen jaren te maken gehad met uitreizigers naar het strijdgebied in Syrië.30 Dat betekent dat er in Delft gewelddadig salafistische invloeden aanwezig zijn (geweest). Dit wordt door de twee moskeeën (en door Midnimo) bevestigd. Volgens hen lopen er in de gemeente Delft salafisten (ongeorganiseerd) rond en hangen deze voornamelijk rond in de buurt van een winkelcentrum.
Deze salafisten mogen bidden in de moskee, maar krijgen verder geen voet aan de grond wanneer het aankomt op het organiseren van activiteiten en lessen. De salafistische individuen zouden hiervoor vooral uitwijken naar salafistische moskeeën in Den Haag en Rotterdam.
21
4. CONCLUSIES & AANBEVELINGEN In dit hoofdstuk komen de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek aan bod. Eerst geven we in de algemene conclusie een antwoord op de centrale onderzoeksvraag. Deze algemene conclusie wordt vervolgens opgedeeld in verschillende deelconclusies. We sluiten af met een aantal aanbevelingen voor de gemeente Delft.
4.1.
Algemene conclusie
De centrale onderzoeksvraag van deze quickscan is de volgende: Hoe ziet het krachtenveld (actoren en factoren) van de islamitische infrastructuur van de gemeente Delft eruit, welke formele en informele actoren hebben hier invloed op, waar is sprake van isolationisme en wat zijn de kwetsbaarheden en weerbaarheden van de gemeenschappen? In dit onderzoek zijn zes organisaties onderzocht op basis van een quickscan die (onderlinge) relaties analyseert. De meeste van hen hebben in enige mate onderling contact. Er is sprake van een divers landschap met veel keuze voor de gemiddelde Delftse moslim. Als er niet voldoende keuze is in Delft, bijvoorbeeld omdat men een salafistische geloofsbeleving heeft, gaat men onder andere naar omringende steden als Den Haag en Rotterdam voor religieuze inspiratie. De infrastructuur lijkt daarom voor een groot deel te voldoen aan de behoeftevraag van de Delftse moslims. Binnen het diverse Delftse landschap zijn geen objectieve signalen waargenomen die mogelijk wijzen op isolationisme en het bestaan van een parallelle samenleving (zie deelconclusie 6). De onderzochte formele actoren blijken weerbaar ten opzichte van polarisatie, ondermijning, vervreemding en mogelijke radicalisering. Dat komt door de onderlinge verbinding die zij ervaren binnen hun organisatie.
Meerdere leden van onderzochte actoren zeggen veel steun te vinden bij zowel elkaar als bij het bestuur van de organisatie waartoe zij behoren. De actoren sturen op hun beurt aan op combinatie van een religieus bestaan met actief burgerschap. Om dit te benadrukken worden mogelijke salafistische en anderszins ondermijnende invloeden actief geweerd door een restrictief deurbeleid te voeren en geen ondermijnende activiteiten toe te staan. Kwetsbaarheden ten aanzien van polarisatie en ondermijnende invloeden zijn met dit onderzoek eveneens vastgesteld: ervaren van beperkt contact met lokale overheden, het gevoel dat de islamitische identiteit onder druk staat als gevolg van regionale, landelijke en internationale gebeurtenissen, beperkte middelen om verbindende activiteiten te organiseren en een beperkt zicht op informele actoren binnen de regio. Dit beperkte zicht op informele actoren is een direct gevolg van het restrictieve deurbeleid. De impact van bijvoorbeeld salafistische invloeden op de formele actoren lijkt hierdoor marginaal. Tegelijkertijd beperkt die uitsluiting het zicht op de daadwerkelijke manifestatie van het salafisme binnen de gemeente. Dit zou ertoe kunnen leiden dat salafistische individuen zich in de toekomst op andere
22
(isolationistische en niet-zichtbare) manieren organiseren. Wellicht zijn er zelfs al bestaande netwerken die zich aan het zicht onttrekken. Dat het zich niet binnen organisaties afspeelt, geeft namelijk geen uitsluitsel over het wel of niet bestaan van dergelijke actoren in de gemeente. Deze ontwikkeling dient niet onderschat te worden. Dit sluit daarom niet uit dat er hierdoor mogelijk een parallelle samenleving buiten deze organisaties om kan ontstaan in Delft. Want de onrust omtrent de islamitische identiteit die bestaat bij een deel van de achterban, kan uiteindelijk een voedingsbodem zijn die salafistische aanjagers gebruiken voor maatschappij-ondermijnende doeleinden. De kwetsbaarheden die we signaleerden bij de onderzochte organisaties leiden niet tot zorgen over het bestaan van een parallelle samenleving vanuit deze organisaties. We vonden op basis van de beschikbare informatie geen signalen van dreigende ondermijning of van doelbewuste afzondering van de samenleving. Het tegendeel lijkt het geval te zijn. Burgerschap wordt actief gepromoot en het merendeel van de organisaties zegt actiever te willen samenwerken met gemeentelijke instanties. Een betere relatie met lokale overheden kan volgens alle actoren bijvoorbeeld de gepercipieerde onveiligheid van het ‘moslim-zijn’ verminderen en de weerbaarheid tegen ongewenste invloeden versterken.
Deze gepercipieerde onveiligheid kan ook de drempel verhogen om in een vroegtijdig stadium ongewenste invloeden te melden.
4.2.
Deelconclusies
We beantwoorden de centrale onderzoeksvraag met verschillende deelconclusies. Conclusie 1: de islamitisch infrastructuur van de gemeente Delft is divers Er behoren zes organisaties tot de islamitische infrastructuur in Delft. Het zijn organisaties met uiteenlopende doelen en signaturen die bestuurd worden door mensen met verschillende migratieachtergronden. Er zijn twee moskeeën in Delft met verschillende voertalen (Arabisch en Turks). Er zijn twee islamitische studentenverenigingen gericht op verschillende groepen islamitische studenten (Indonesische studenten en islamitische studenten in het algemeen). Er is een organisatie die zich richt op de emancipatie en integratie van de eigen achterban (Somalisch), die ook islamitische activiteiten organiseert. Tevens is er een meer mystieke islamitische organisatie actief voor een kleinere spirituele gemeenschap in Delft. De meerderheid van de organisaties kent elkaar en heeft in enige mate contact met elkaar. De uitzondering hierop is SIC Delft, die een vrij afzijdig en geïsoleerd bestaan leidt. Conclusie 2: de meeste formele actoren richten zich naar hun achterban op verbinding en burgerschap De boodschap die alle formele actoren uitzenden naar hun achterban is dat de zij er belang aan hechten dat hun leden actief meedoen in de Nederlandse en Delftse samenleving.
De meeste onderzochte organisaties stoppen dan ook veel energie in activiteiten. Dat doen ze voor hun achterban en voor nietislamitische Delftenaren, om zo actief onderdeel te zijn van de lokale Delftse samenleving. De mate waarin dit lukt is voor een groot deel afhankelijk van capaciteit en financiële zelfredzaamheid.
23
Hoewel de bestuurders van de meeste onderzochte organisaties geen activiteiten faciliteren met een bepaalde politieke kleur, zoeken leden onderling wel steun wanneer ergens op de wereld een ‘antiislamgebeurtenis’ plaatsvindt en wanneer ze gevoelens van onveiligheid willen delen. De meeste actoren gaven verder aan dat ze actief (deur)beleid voeren om ongewenste, polariserende en ondermijnende invloeden te weren. Dit houdt in dat mensen die ongewenste invloed kunnen uitoefenen geen ruimte krijgen om activiteiten te ontplooien of anderszins invloed uit te oefenen. Ook worden sprekers voor diensten en andere bijeenkomsten vooraf gescreend om na te gaan of hun signatuur past binnen het beleid. De ene organisatie hanteert hiervoor nauwere richtlijnen (Al Ansaar-moskee, Sultan Ahmet-moskee, SIC Delft) dan de andere (Midnimo en Ibn Firnas). De beide moskeeën organiseren verder af en toe voorlichtingsbijeenkomsten over radicalisering en mogelijke salafistische invloeden. Dergelijke bijeenkomsten worden soms in samenwerking met de gemeente georganiseerd. Ouders en jongeren krijgen dan uitleg over radicalisering en ouders krijgen handvatten hoe ze hun kinderen weerbaarder kunnen maken tegen salafistische invloeden. Dit beleid heeft ertoe geleid dat er weinig tot geen zichtbare salafistische invloeden aanwezig zijn in de onderzochte organisaties.
Conclusie 3: de formele actoren hebben slechts beperkt zicht op de informele actoren in Delft Een gevolg van het eigen beleid om ondermijnende, salafistische invloeden te weren, is dat zij minder zicht hebben op de totale manifestatie van het salafisme binnen de regio. Hoewel regionale salafisten zich voor een deel lijken te verplaatsen naar omliggende steden, is eveneens vastgesteld dat er salafisten in Delft zijn. Wanneer salafistische individuen elkaar op straat of in huiskamerbijeenkomsten ontmoeten, bestaat het risico dat ze elkaar versterken en geïsoleerd van de samenleving samen optrekken. Zoals beschreven in het theoretisch kader is hiervoor geen groot aantal salafisten vereist. Het gaat om de impact die hun mogelijke invloed kan hebben. Verregaande impact kan namelijk leiden tot het ontstaan van een parallelle samenleving en extremisme. En dat kan een katalyserend effect hebben op de polarisatie in Delft. Hierbij moeten we rekening houden met een wisselend kennisniveau van salafisme bij de onderzochte actoren. De Al Ansaar-moskee, de Sultan Ahmet-moskee en SIC Delft hebben hierover meer kennis dan de andere drie onderzochte organisaties. Dit verschil in kennisniveau heeft vanzelfsprekend gevolgen voor de mate waarin actoren in staat zijn om salafisme te herkennen en erop kunnen acteren.
Uit dit onderzoek blijkt wel dat de actoren met minder kennis incidenteel advies inwinnen over salafisme en bijbehorende risico’s, bij de twee moskeeën. Bijvoorbeeld advies over de uitnodiging van predikers. Conclusie 4: de formele actoren hebben behoefte aan middelen vanuit en contacten met lokale overheden Alle onderzochte actoren geven dat zij behoefte hebben aan (beter) contact met lokale overheden, onder wie de gemeente en de politie. Niet alle actoren weten precies wie ze kunnen benaderen als ze in contact willen treden met de gemeente. Voor de twee moskeeën is al sprake van een samenwerking op het gebied van veiligheid. Dit is met name ontstaan als gevolg van lokale bedreigingen en internationale
24
aanslagen op moslims en gebedshuizen. Toch is ook door hen de wens uitgesproken om intensiever contact te onderhouden met het gemeentelijke sociale domein. In het verleden bestond er een werkgroep in Delft onder de naam Werkgroep Migranten Communicatie Delft (WMC). Via dit platform trokken organisaties met een achterban van niet-westerse migratieachtergronden op lokaal niveau met elkaar op. Zo kon men met elkaar in contact treden over allerlei onderwerpen die de achterbannen van deze organisaties raakten. De subsidiestroom vanuit de gemeente naar dit platform is echter gestopt, waardoor het platform niet verder kon. Volgens een aantal respondenten kwam dit door gemeentelijke bezuinigingen, volgens een aantal gemeentelijke professionals óók door een gebrek aan commitment bij een aantal leden van dit platform. Binnen het netwerk van de deelnemende organisaties was geen mogelijkheid om het platform actief te houden. Hierdoor verdween een breed netwerk binnen het islamitisch krachtenveld waarin gesproken kon worden over sociaal-maatschappelijke vraagstukken en bepaalde veiligheidsonderwerpen (zoals het herkennen van en acteren op signalen van radicalisering of salafisme). Het lijkt erop dat de lokale infrastructuur op deze gebieden hierdoor mogelijk kwetsbaarder is geworden, ondanks het aanwezige SNRP.
Conclusie 5: regionale, landelijke en internationale gebeurtenissen hebben invloed op de sentimenten van de achterban van formele actoren in het Delftse islamitische krachtenveld In dit onderzoek vonden we een marginale manifestatie van extreemrechtse invloeden op de lokale islamitische infrastructuur. De extreemrechtse uitingen die zijn waargenomen in veldonderzoek (stickers, aankondigingen van acties, demonstraties, acties) waren ouder dan vijf jaar en vielen hiermee buiten de scope van dit onderzoek. De bedreigingen gericht op moskeeën waren eveneens gedateerd. Ook online zagen we geen verband tussen de manifestatie van extreemrechts en de islamitische infrastructuur in de regio. Hierdoor lijkt extreemrechts een minimale directe impact te hebben op de lokale islamitische infrastructuur. Desondanks maken besturen en leden van de formele actoren in Delft zich zorgen over het in vrijheid kunnen belijden van hun religie. In de regio bestaat een breed gedragen sentiment dat de ‘moslimidentiteit’ de laatste jaren steeds meer onder druk is komen te staan. Hoewel de respondenten steun ervaren vanuit de eigen gemeenschap om hiermee om te gaan, blijft het gevoel dat moslims niet serieus genomen worden in de Nederlandse samenleving. Hierdoor is er kans op een conflict tussen moslim-zijn en daadwerkelijk uiting geven aan de geloofsbeleving.
Zowel internationale, nationale als regionale gebeurtenissen liggen hieraan ten grondslag. Denk aan recente aanslagen op moslims en gebedshuizen zoals afgelopen februari in het Duitse Hanau en de aanslagen op twee moskeeën in Nieuw-Zeeland uit 2019. Ook het onderzoek van de POCOB en de kwestie rondom het Cornelius Haga Lyceum hebben geleid tot gevoelens van onzekerheid onder de respondenten en geven hen het gevoel dat het Westen meet met twee maten als het gaat om moslims.
25
Conclusie 6: er zijn geen objectieve signalen waargenomen van het bestaan van een parallelle samenleving In aanloop naar het onderzoek heeft de lokale overheid zich de vraag gesteld of er mogelijk parallelle samenlevingen bestaan. Dat is in deze quickscan niet waargenomen bij de onderzochte actoren. Alle formele actoren sturen in meer of mindere mate aan op actief burgerschap. Bij geen enkele onderzochte organisatie lijkt sprake te zijn van doelbewust ondermijnen van de lokale samenleving. In dit onderzoek is ook geen formeel of informeel salafistisch onderwijs waargenomen. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat er geen diepgaand onderzoek is gedaan naar de inhoud van het lesmateriaal of andere onderwijsactiviteiten. Er is evenmin onderzoek gedaan naar wat een verminderd zicht op individuele salafisten in Delft bij de onderzochte actoren betekent, in relatie tot het mogelijk ontstaan van een heimelijke parallelle samenleving. Dit laatst valt niet alleen buiten de scope van het onderzoek maar ligt ook buiten het aandachtsgebied en scope van de gemeente.
4.3.
Aanbevelingen
Op basis van de bovenstaande conclusies doen we vier aanbevelingen. Aanbeveling 1: intensiveer vanuit de gemeente het contact met de formele islamitische actoren in de regio De twee moskeeën in Delft hebben al contacten met de gemeente. Deze contacten zijn echter primair gericht op veiligheidsoverwegingen. Een bredere sociaal-maatschappelijke insteek kan ertoe leiden dat respondenten minder angst hebben om hun geloof te belijden. Er zijn ook islamitische organisaties die graag in contact willen komen met de gemeente maar niet weten hoe ze dit contact moeten leggen. Dit geldt in het bijzonder voor SIC en KMD. Als er contact met de gemeente tot stand komt, kan dit ertoe leiden dat de islamitische organisaties meer betrokken zijn bij (initiatieven in) de Delftse samenleving en dat ze een beter (lokaal) netwerk tot hun beschikking hebben waar ze terechtkunnen met vragen en zorgen. Omgekeerd geldt dit voordeel natuurlijk ook. De gemeente kan met dit netwerk profijt hebben van de signaleringsfunctie van deze actoren. We bevelen daarom aan om als gemeente proactief contact te leggen met organisaties die hieraan behoefte hebben en de bestaande contacten te intensiveren. Dit kan via een ambtenaar openbare orde en veiligheid, een ambtenaar sociale zaken of via de burgemeester.
Aanbeveling 2: faciliteer een lokaal platform vanuit het sociaal domein waarbinnen islamitische organisaties met elkaar kunnen samenwerken Naast individueel, bilateraal contact tussen de gemeente en de formele actoren, bestaat er bij de onderzochte organisaties behoefte aan een overkoepelde vorm van samenwerking. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een platform waar diverse thema’s kan worden behandeld, om zo de onderlinge samenwerking en netwerkvorming te versterken. Binnen een dergelijk platform kan aandacht zijn voor een manier om de islamitische gemeenschap optimaal te betrekken bij zicht krijgen en grip houden op de manifestatie van het salafisme, vanuit een
26
sociaal-maatschappelijk oogpunt. Ook kan een dergelijk platform worden gebruikt om als gemeente te peilen hoe de islamitische gemeenschap zich voelt naar aanleiding van internationale, nationale, regionale en lokale ‘anti-islamincidenten’. Deze preventieve aanpak kan leiden tot minder eventuele schadelijke effecten van extremisme. In het verleden nam een aantal onderzochte organisaties deel aan het platform Werkgroep Migranten Communicatie Delft (WMC), maar het lukte de deelnemende organisaties niet om deze kar zelf te trekken nadat de gemeente de subsidie had beëindigd. Gezien de bevindingen uit deze quickscan is het raadzaam om alsnog de mogelijkheden en middelen te onderzoeken om een dergelijk platform opnieuw te initiëren. Waarbij vooraf het vereiste commitment (zoals zelforganisatie, proactieve houding, zelfinitiatief bij organiseren van activiteiten) van de diverse deelnemende organisaties helder gekaderd en vastgelegd wordt. Een dergelijk platform zorgt ervoor dat de gemeente structureel gesprekspartner is vanuit het sociaal domein. Aanbeveling 3: ondersteun de formele islamitische actoren bij het vergroten van het kennisniveau en handelingsperspectief over het salafisme Er is sprake van een verschil in kennisniveau als het gaat om het herkennen van en acteren op signalen van salafisme.
Het uitsluitingsbeleid dat een aantal onderzochte islamitische organisaties hanteert, heeft bovendien als keerzijde dat men minder zicht heeft op salafistische manifestaties en de eventuele problematische gedragingen die daarbij horen, binnen de gemeentegrenzen. Het is van belang dat de gemeente een proactieve en faciliterende rol inneemt om dit kennisniveau te vergroten. Want slechts enkele salafistische aanjagers kunnen al een enorme impact hebben, dat zien we aan het hoge aantal uitreizigers in Delft. De gemeente kan de formele actoren bijvoorbeeld trainingen en voorlichtingsbijeenkomsten aanbieden (als onderdeel van de voortzetting, van het Uitvoeringsprogramma Gewelddadig Jihadisme 2015-2019, vanaf 2020). Bovendien kan binnen het gemeentebestuur nagedacht worden over het ontwikkelen van een formele meldstructuur. Een formele, herkenbare meldstructuur met korte lijntjes tussen formele actoren en lokale overheid kan leiden tot het efficiënt delen van zorgelijke signalen en het versterken van de wederzijdse informatieposities. Dit kan een positieve uitwerking hebben op het gemeentelijke handelingsperspectieven kan er uiteindelijk aan bijdragen dat islamitische organisaties in plaats van een uitsluitingsbeleid juist een insluitingsbeleid kunnen voeren, zónder dat de schadelijke effecten van het salafisme voet aan de grond krijgen.
Aanbeveling 4: investeer als gemeente in een betere informatiepositie ten aanzien van salafisme en extreemrechts Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat er wel degelijk salafistische individuen aanwezig zijn in Delft, maar dat ze vrijwel onzichtbaar zijn binnen de onderzochte actoren. Ook zijn extreemrechtse uitingen waargenomen in dit onderzoek. Hoewel ze summier zijn waargenomen hadden deze uitingen grote impact op de lokale islamitische infrastructuur. Denk aan de dreigbrieven, bekladdingen en de varkenskop bij de ingang van de Sultan Ahmet-moskee. Om als gemeente meer zicht te krijgen op de invloed en manifestatie van het salafisme en extreemrechts in Delft en op de eventuele aanwezigheid
27
van een parallelle samenleving is het van belang om deze onderwerpen structureel te agenderen bij driehoekspartners. De verantwoordelijkheid ligt niet primair bij de gemeente om hier inzicht in te krijgen, maar door de regierol van de gemeente op de aanpak van polarisatie, radicalisering en extremisme kan de gemeente deze onderwerpen wel structureel agenderen bij haar partners. Als dan blijkt dat aanvullend onderzoek nodig is ter verbetering van de informatiepositie, kan dit op deze wijze breed gedragen worden door de driehoekspartners. Onderdelen waarop de informatiepositie verbeterd kan worden: Hoe organiseren salafistische individuen zich? Zijn het inderdaad individuen of is al sprake van een gemeenschap? Welke relatie bestaat er met salafistische organisaties in de regio? En als het gaat om extreemrechts is het advies om breder te kijken naar of en hoe extreemrechtse actoren zich lokaal manifesteren, georganiseerd dan wel op individuele basis.
28
LITERATUURLIJST Abbas, Tahir. Islamic Political Radicalism: A European Perspective. Edinburgh: Edinburgh University Press, 2007. AIVD. Actuele trends en ontwikkelingen van het salafisme in Nederland: weerstand en tegenkracht. Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2009. Berger, Maurits S. Islam binnen de dijken: gids voor gemeentebeleid inzake islam, sociale cohesie en deradicalisering. Amsterdam: Aksant, 2010. Berger, M. et al. “Salafisme in Nederland belicht: 15 jaar onderzoek in Nederland.” Verweij Jonker Instituut (mei 2018). Bijsterveldt-Vliegenthart, J.M. van. “Voortgangsrapportage Uitvoeringsprogramma Gewelddadig Jihadisme 2015-2019.” Gemeente Delft (12 februari 2019). Geraadpleegd via: www.ris.delft.nl. Chakroon, Redouan ben. Al-amr bi-l-ma’ruf wa-l-nahy ‘an al-munkar. Casablanca: Dar Al-Najah Al-Jadida, 2007. Counter Extremism Project. “Hizb ut-Tahrir.” Geraadpleegd via: www.counterextremism.com/threat/hizb-uttahrir De Volkskrant. “Duitsland verbiedt moslimgroep.” (16 januari 2003). Geraadpleegd via: www.volkskrant.nl. Delft op Zondag. “Ook in Delft reden tot zorgen over Somalische gemeenschap, maar wie maakt zich zorgen?” (13 januari 2018). Geraadpleegd via: www.delftopzondag.nl. Delta. “Meet the Society: Indonesian Student Association.” Journalistisch Platform TU Delft (9 april 2014). Geraadpleegd via: www.delta.tudelft.nl.
Facebookpagina’s: - Imam Kayfa: www.facebook.com/ImamKayfa - Jongerenvereniging Delft: www.facebook.com/jongerenvereniging.delft - MSA Ibn Firnas: www.facebook.com/MSAIbnFirnas - Ugur Demirci: www.facebook.com/ugurdemirci21 Fusch, P. et al. “Denzin’s Paradigm Shift: Revisiting Triangulation in Qualitative Research.” Journal of Social Change Vol.10 (2018). Hamdi, Ahmed et al. “Informeel Islamitisch Onderwijs in Amsterdam-West.” Verwey Jonker Instituut (november 2017). Geraadpleegd via: www.verwey-jonker.nl. Hasyim, Syafiq. “Majelis Ulama Indonesia and pluralism in Indonesia.” Philosophy and Social Criticism vol.41 (45) (2015). Editor. “top 10 Q&A on the elections.” Hizb ut-Tahrir Britain (10 december 2019). Geraadpleegd via: www.hizb.org.uk. Jimas. “JIMAS Conference 2010 - Battlefield Heart: The Assault of Sins - Shaykh Hesham al-Awadi.” YouTube (30 januari 2011). Geraadpleegd via: www.youtube.com/watch?v=cw5eZ7H5bk&list=PLB3457D1998ECBF31&index=2&t=0s&fbclid=IwAR2TgGJ20m1L10dDJtAX2aYOoLledbwNH1kuDS51w 8V_syqDPwyvm2BMEto Kamer van Koophandel uittreksels: - DIV: 818108010
29
-
MSCVD: 40398323 Stichting Al Ansaar: 804381227 Stichting Sultan Ahmet moskee: 805196419 TSCVD: 800611494
Kennisplatform Integratie & Samenleving. “Verhoudingen tussen Turks-Nederlandse groeperingen.” Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 2017. Koolmees, W. “Integrale aanpak Problematisch gedrag en ongewenste buitenlandse financiering van maatschappelijke en religieuze instellingen.” Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 11 februari 2019. Landman, Nico en Thijl Sunier. “Turkse islam: Actualisatie van kennis over Turkse religieuze stromingen en organisaties in Nederland.” Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 2014. Lauzière, Henri. The Making of Salafism: Islamic Reform in the Twentieth Century. Religion, Culture, and Public Life. New York: Columbia University Press, 2016. Maghreb Magazine. “Gemeente Delft leent moskee geld.” (31 maart 2007). Geraadpleegd via: www.maghrebmagazine.nl. McVeigh, Tracy. “‘Recruiter’ of UK jihadis: I regret opening the way to Isis.” The Guardian (13 juni 2015). Geraadpleegd via: www.theguardian.com. Meijer, Roel. Global Salafism. Oxford: Oxford University Press, 2009. NCTV. “Dreigingsbeeld Terrorisme in Nederland,” (december 2019). NCTV. “Salafistische invloeden op informeel onderwijs,” (december 2019). Geraadpleegd via: www.nctv.nl. Nisbet, Yahya. “the idea of democracy is rotten and it’s reality is far worse.” Hizb ut-Tahrir Britan (1 december 2019).
Geraadpleegd via: http://www.hizb.org.uk. NOS. “'Jonge generatie salafistische aanjagers is serieuze dreiging',” (10 februari 2020). Geraadpleegd via: www.nos.nl. Obdeijn, Herman en De Mas, Paolo. Geschiedenis van Marokko. Uitgeverij Bulaaq: Amsterdam, 2012. Overheid.nl. “Kamerstuk: 30 950, Rassendiscriminatie,” (23 december 2015). Geraadpleegd via: www.zoek.officielebekendmakingen.nl. Parlementaire Monitor. “Brief regering; Concretisering aanpak salafisme - Grondrechten in een pluriforme samenleving,” (4 maart 2016). Geraadpleegd via:www.parlementairemonitor.nl. Politie. “De Syriëgangers,” (april 2019). Radar Advies. “Wat zijn dat nou voor clubs? Praktijkonderzoek naar SICN, ISN (Diyanet), Milli Görüs en Hizmet (Gülen).” Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 2017. Roex, I., Leven als de profeet in Nederland. Over de salafi-beweging en democratie, (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2013. Rosenberg, Herman. “Delft komt met netwerk in strijd tegen jihadisme.” AD (12 oktober 2016). Geraadpleegd via: www.ad.nl. SIOR Haaglanden. “Moslims nemen verantwoordelijkheid en sluiten hun moskeeën.” Geraadpleegd via: www.siorhaaglanden.nl.
30
SIOR Haaglanden. “SIORH: ‘Tweede Kamer-voorzitter, eerbiedig de rechten van moslims in Nederland’.” (5 februari 2020). Geraadpleegd via: www.siorhaaglanden.nl. SIOR Haaglanden. “Verklaring SIOR Haaglanden betreffende gezamenlijke gebedstijden.” (31 maart 2020). Geraadpleegd via: www.siorhaaglanden.nl. SIOR Haaglanden. “Wie zijn wij?” Geraadpleegd via: www.siorhaaglanden.nl. Strijp, Ruud. “Moslims in Nederland en België.” in Driessen, Henk. In het huis van de Islam. Nijmegen, Amsterdam: Uitgeverij SUN, 2010. Trouw. “Een bont gezelschap van Turkse moslims in Nederland,” (12 april 1997). Geraadpleegd via: www.trouw.nl. Varagur, Krithika. “Saudi Arabia Quietly Spreads its Brand of Puritanical Islam in Indonesia.” VOA News (17 januari 2017). Geraadpleegd via: www.voanews.com. VOA News. “Indonesia's Popular President Sworn in for 2nd Term,” (20 oktober 2019). Geraadpleegd via: www.voanews.com. Websites: www.raadvankerkendelft.nl www.msaibnfirnas.nl www.fsan.nl
31
BIJLAGEN Bijlage 1: Over NTA Nuance door Training en Advies Nuance door Training & Advies (NTA) is een onderzoeks- en adviesbureau in het sociale veiligheidsdomein. Ons advies en onderzoek richten zich op de veiligheidsthema’s ‘gewelddadig extremisme’ en ‘radicalisering’ en op sociale vraagstukken die samenhangen met polarisatie. NTA levert een belangrijke bijdrage aan de (persoonsgerichte) aanpak van radicalisering en gewelddadig extremisme. We staan onder andere gemeenten bij in de duiding van radicaliseringsproblematiek en ondersteunen professionals uit het veiligheidswerkveld met advies en opleiding. Onze adviseurs en onderzoekers werken onder meer als deskundigen in strafrechtzaken en we worden regelmatig gevraagd door internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties, om onze kennis en kunde te delen met andere landen. NTA beschouwt het als taak om tijdig de gevaren van extremisme, radicalisering en polarisatie te signaleren en hierover te communiceren. Dit doen we onder meer vanuit fundamenteel onderzoek en door continu de praktijk te monitoren. Onze onderzoeksmethoden komen voort uit de antropologie. Dit betekent dat we het perspectief van de ander willen begrijpen en dit perspectief diepgaand inzichtelijk willen maken. Dat doen we door primaire bronnen te gebruiken en via contextueel, langdurig en diepgaand veldonderzoek.
Onze methode stelt ons in staat om professionals te equiperen om geïnformeerd beleid te ontwikkelen en uit te voeren.
32
Bijlage 2: Respondentenlijst Van alle onderzochte organisaties hebben respondenten deelgenomen die een vooraanstaande rol hebben binnen de organisatie en/of de organisatie al vele jaren kennen. De respondenten zijn vaak verschillende keren gesproken. In het kader van de privacy worden de exacte rollen en namen van de respondenten hier niet weergegeven. Zij zijn allen bekend bij NTA en hun gegevens zullen volgens de wettelijke termijn bewaard en behandeld worden. Moskee Al Ansaar -
Respondent 1, gesprek op 19 februari 2020
-
Respondent 2, gesprek op 19 februari 2020
-
Respondent 3, gesprek op 19 februari 2020
Moskee Sultan Ahmet -
Respondent 4, gesprek op 2 maart 2020
-
Respondent 5, gesprek op 2 maart 2020
-
Respondent 6, gesprek op 2 maart 2020
Stichting Islamitisch Centrum Delft -
Respondent 7, gesprek op 5 april 2020
MSA Ibn Firnas -
Respondent 8, gesprek op 26 februari en 5 april 2020
-
Respondent 9, gesprek op 26 februari 2020
Keluarga Muslim Delft -
Respondent 10, gesprek op 3 april 2020
Midnimo -
Respondent 11, gesprek op 8 maart 2020
-
Respondent 12, gesprek op 8 maart 2020
Overige -
Respondent 13, gesprek op 16 december 2019
33
Bijlage 3: Soennitische orthodoxe en traditionele islambeleving De islamitische religie bestaat uit diverse stromingen. De soennitische en sjiitische islam vormen echter de twee hoofdstromingen in de islam. De soennitische stroming is de grootste van die twee: circa 85% van alle moslims wereldwijd is soennitisch. Daarom focussen we in deze bijlage op de soennitische stroming en wordt de sjiitische stroming buiten beschouwing gelaten. Ook omdat de sjiitische stroming geen onderdeel vormt van het Delftse islamitische krachtenveld. Binnen deze soennitische hoofdstroming zijn diverse substromingen mogelijk, zie de onderstaande afbeelding. In deze bijlage bespreken we alleen de eerste twee stromingen en leggen we uit hoe het salafisme (als fundamentalistische stroming) zich verhoudt tot de orthodoxe stroming. Het fundamentalisme en het salafisme zijn reeds eerder in hoofdstuk 2 uitgebreid uitgelegd en worden hier daarom niet apart besproken. Soennitische moslims
Traditioneel/volks
Orthodox
Fundamentalistisch
Traditioneel (ook wel ‘volks’) De traditionele signatuur is gebaseerd op culturele aspecten en tradities. De volkse islam is geworteld in
dezelfde wereldbeschouwing als de orthodoxe, maar wijkt er op verschillende punten van af. De traditionele geloofsbeleving kenmerkt zich door een grote invloed van culturele gewoontes die vaak geen oorsprong kennen in het normatief kader van de islam. Zo wordt er bijvoorbeeld veel belang gehecht aan bovennatuurlijke wezens als demonen. Orthodoxe moslims stellen veelal dat volkse moslims enigszins zijn afgeweken van de orthodoxie. Volkse moslims zullen zelf vaak beweren dat ze orthodox zijn. Men ziet de eerdergenoemde gewoontes juist als het bewijs van een ‘diepe, echte religiositeit’.31 Orthodox De orthodoxe stroming wordt door de meerderheid van de moslims gevolgd32 en kenmerkt zich door een aantal componenten: Z Het hanteren van de vier wetscholen van jurisprudentie Z Het volgen van de ash’ari- en maturidi-geloofsleer Z Het accepteren van soefistische, spirituele invloeden
34
De soennitische islam is in de loop der eeuwen ontwikkeld op de bovengenoemde drie onderdelen: islaam (religieuze plichtenleer), imaan (geloofsleer) en ihsaan (spiritualiteit). Dit wordt ook wel ‘het systeem van de islam’ genoemd. Concreet betekent dit: een gebalanceerde moslim probeert in zijn of haar dagelijkse leven deze drie onderdelen gelijkwaardig toe te passen. Dit systeem wordt door verschillende moslims anders ingevuld. Hieronder wordt het systeem volgens de orthodoxie uitgelegd en worden de verschillen met het fundamentalisme (lees: salafisme) telkens aan het eind benadrukt. Islaam: wetscholen (volgens de orthodoxie) De wetscholen richten zich op het toepassen van religieuze handelingen en rituelen. In verschillende delen van de islamitische wereld worden religieuze handelingen anders toegepast, bijvoorbeeld als het gaat om de houding tijdens het gebed. Over het algemeen geldt dat de meeste moslims in Marokko (en Noord-Afrika) de maliki-wetschool volgen. De hanbali-wetschool wordt gevolgd door de meeste moslims in Saoedi-Arabië en de Golfstaten. In Zuidoost-Azië volgt het merendeel de shafi’i-wetschool, net als in Somalië en Egypte. De hanafi-wetschool wordt gevolgd door de meeste moslims in Turkije, Afghanistan, Pakistan en India. Salafisme Salafisten vinden dat een moslim een wetschool (en de daarbij behorende geleerden) niet blindelings mag volgen.
Men moet de koran en de soenna zelf interpreteren. Sommige salafisten volgen hierbij wel een wetschool, andere niet. Imaan: geloofsleerscholen (volgens de orthodoxie) De geloofsleerscholen richten zich op hoe moslims primaire bronteksten kunnen gebruiken of interpreteren. Sommige moslims nemen primaire bronteksten letterlijk, anderen gebruiken meer de ratio/redevoering om primaire bronteksten toe te passen in hun leven als moslim. In de loop van de eeuwen zijn verschillende geloofsleerscholen ontstaan en ook weer verdwenen. Tegenwoordig bestaan er nog twee: ash’ari en maturidi. Beide geloofsleerscholen stellen de menselijke ratio gelijk aan de primaire bronnen. De mensen die de ash’ari-school volgen, vinden uiteindelijk de primaire bronteksten doorslaggevend (dus zijn voor meer letterlijke toepassing). De maturidi-geloofsleerschool vindt de menselijke ratio uiteindelijk doorslaggevend. Salafisme De salafisten geloven in een eigen salafistische geloofsleerschool. Deze geloofsleerschool kenmerkt zich door zoveel mogelijk letterlijk te nemen wat in de primaire bronteksten staat. De menselijke ratio of redevoering is dus geen onderdeel van het definiëren van het godsbeeld.
Deze hedendaagse salafistische geloofsleerschool komt voort uit de ahl ul hadithgeloofsleerschool uit de beginperiode van de islam.33 Ihsaan: spiritualiteit (volgens de orthodoxie) In de loop der eeuwen zijn tal van broederschappen ontstaan in de islamitische wereld die zich focussen op het zuiveren van de ziel. Salafisme Spiritualiteit is doorgaans geen onderdeel van de geloofsbeleving van de salafisten.
35
Bijlage 4: Overige actoren De onderstaande organisaties zijn in de eerste fase van het onderzoek (deskresearch) meegenomen. Omdat bleek dat er geen sprake was van een religieuze insteek bij deze organisaties, behoren ze niet tot de islamitische infrastructuur van de gemeente Delft. Deze organisaties zijn dan ook niet opgenomen in het eindrapport. Organisaties met een Koerdisch oogmerk: -
Koerdische Vereniging Delft
-
Stichting voor Kinderen Van Martelaars in Zuid-Koerdistan
Organisaties met een Afghaans oogmerk: -