CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

1920361 College van B en W - rapporten Veldacademie en Youngworks

Commissie Ruimte en Verkeer 1 juli 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake vaststellen Omgevingsvisie (nr. 2119372)35.920 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

het veilig kunnen bewegen over straat, zeker voor mensen die fysiek beperkt zijn. Met name ouderen en blinden en slechtzienden ondervinden hier grote hinder van, voor hen is het gevaarlijk zich op slecht onderhouden straten te verplaatsen. Dit gaat ten koste van de mobiliteit en zelfredzaamheid van deze groepen. Veldacademie

“Want het is onvoorstelbaar hoe slecht, de trottoirs met een mooi woord, de stoepen zijn voor mensen die bijvoorbeeld met een stok, of met een rollator lopen of met een scootmobiel onderweg zijn.” Deelnemer groepsgesprek 80-plussers

Bewonersparticipatie Hoewel het onderhoud van de openbare ruimte volgens bewoners vooral een taak is van de gemeente, zijn zij wel bereid om zelf ook iets bij te dragen aan het verbeteren van hun leefomgeving (figuur 5.1). Van alle zaken die bewoners met elkaar zouden kunnen oppakken, wordt het meedenken bij de inrichting van de straat of buurt het meest gekozen (46%). Ook voor het nemen van maatregelen om de buurt duurzamer te maken staan (32%), het onderhouden van groen (27%), het schoonmaken van de straat (26%) en het opfleuren van de straat (24%) is bereidheid. “Stel huismeesterachtige functionarissen aan die allerlei zaken beheren, die door buurtbewoners kunnen worden gebruikt, zoals tuingereedschap, klusgereedschap, leenauto's etc.” Bewoner van Vrijenban, vrouw, 61 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - enquête

Het meedenken bij de inrichting van de buurt is ook in het groepsgesprek De straat van de toekomst uitvoerig aan bod gekomen. Vanuit de deelnemers wordt richting de gemeente duidelijk de wens uitgesproken mee te mogen denken over ontwikkelingen in hun straat. Het houden van groepsgesprekken zoals in dit onderzoek is daarin een eerste stap, maar dit zou structureel opgepakt moeten worden. Bewoners willen het gevoel hebben dat ze invloed hebben op de inrichting van hun straat en willen voorafgaand aan wijzingen betrokken worden. Uiteindelijk zal dit er ook voor zorgen dat het eigenaarschap van bewoners wordt vergroot en de verwachting is dat bewoners daardoor ook actiever zullen worden in het zelf onderhouden van hun straat. “Ik denk dat het heel belangrijk is om de mensen in de straat te betrekken als er een beslissing genomen wordt. Want op het moment dat je dat doet, dan maak je de straat ook van de mensen. En dan heb je het gevoel dat je dus wat te zeggen hebt over je straat en dan ben je waarschijnlijk ook bereid daar zelf wat voor te doen.”

5.1 Welke van onderstaande zaken zou u met buurtbewoners willen oppakken in relatie tot de openbare ruimte in uw woonomgeving? Meedenken bij inrichting straat / buurt Maatregelen nemen om de buurt duurzamer te maken

46% 32%

Groen onderhouden

27%

Straat schoonmaken

26%

Straat opfleuren

24%

Maatregelen nemen om de straat / buurt kindvriendelijker te maken

16%

Weet niet / geen mening

16%

Moestuin aanleggen Anders

10% 7%

Een groene leefomgeving De aanwezigheid van veel groen en in mindere mate water is voor bewoners een absolute vereiste voor hun leefomgeving. Dit blijkt zowel uit de antwoorden op de open vragen als uit de verschillende groepsgesprekken. Een groene omgeving geeft bewoners een prettig gevoel en geniet duidelijk de voorkeur boven verharding van de openbare ruimte. Reeds aanwezig groen moet behouden blijven en in aanvulling daarop moeten nieuwe groenvoorzieningen aangelegd worden. Bewoners hebben daarbij realistische verwachtingen en zien in dat er bijvoorbeeld geen grote parken aangelegd kunnen worden in de binnenstad en dat er niet in iedere straat plek is voor gebruiksgroen. Er zijn volgens hen echter wel mogelijkheden voor snippergroen: kleine groenstroken, bermen of bomen die de straat leefbaarder maken.

“Als een straat een groene uitstraling heeft, dus ook met planten, met bomen, op een leuke manier ingericht, met zitplaatsen. Ik denk dat dat al veel vriendelijker oogt en dat mensen dat als veel leefbaarder ervaren.” Deelnemer groepsgesprek De straat van de toekomst

“Meer groen is ook altijd beter, zorgt voor verkoeling en is aantrekkelijk.” Bewoner van Tanthof, man, 65 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - straatinterview

Deelnemer groepsgesprek De straat van de toekomst

In gesprek met de stad Delft

53

“Groen is altijd fijn, ze zouden een stuk groen kunnen aanleggen tussen fietspaden zodat je een natuurlijke en veilige scheiding hebt.” Bewoner van Buitenhof, man, 46 jaar, alleenstaand m.k., hoog opgeleid - straatinterview

5.2 Wat is voor u de belangrijkste functie van groen en water voor de stad?

49% 51%

Positief effect op gezondheid

18% 41%

Natuurbehoud

32% 31%

Recreatie

25% 27%

Verkoeling/schaduw

18% 14%

Waterberging

Sport

Anders

Met de beperkte ruimte in de stad is het lastig voor te stellen dat er veel nieuwe groenvoorzieningen bij zullen komen. Misschien is een focus op kwaliteitsverbetering van het reeds aanwezige groen daarom een voor de hand liggender uitgangspunt. In de enquête is aan de respondenten gevraagd wat de inzet van de gemeente zou moeten zijn: nieuwe groenvoorzieningen creëren of bestaande voorzieningen aantrekkelijker maken. Zij vinden dat de gemeente vooral prioriteit moet geven aan het laatste: 37 procent is het eens en vijftien procent zeer eens met de stelling dat het aantrekkelijker maken belangrijker is dan nieuwe groenvoorzieningen (figuur 5.3). In het groepsgesprek De straat van de toekomst komt naar voren dat de huidige groenvoorzieningen niet goed genoeg onderhouden worden. Ook komt het vaak voor dat groen, zoals bomen, weggehaald wordt en er niks voor in de plaats komt. In het onderzoek onder jongeren komt verder nog naar voren dat groen in de stad op sommige plekken wat kunstmatig aanvoelt en natuurlijker mag, zonder dat dit een verminderd onderhoud impliceert.

54%

Het maakt de stad aantrekkelijk

Op de vraag waarvoor de bewoners de groene openbare ruimte zelf het meest gebruiken wordt het vinden van rust het meest genoemd (43%). Andere belangrijke functies zijn sporten en bewegen (19%), en spelen en recreëren (15%). De wijze van gebruik is deels gerelateerd aan de groep waarin iemand zich bevindt, zo gebruiken vooral ouderen het groen voor rust en (oudere) jongeren voor sporten en bewegen. Aanvullend blijkt dat jongeren het groen in de stad vooral zien als een plek om buiten te zijn, te recreëren en te ontspannen.

52% 13% 7% 1% 1% Groen Water

Om te kunnen duiden wat de meerwaarde van groen en water vooral is, is in de enquête gevraagd wat voor respondenten de belangrijkste functie daarvan is (figuur 5.2). Voor zowel groen als water geldt dat het de stad aantrekkelijk maakt (respectievelijk 54% en 49% kiezen hiervoor). Groen zou daarnaast positieve invloed hebben op de gezondheid (51%) en water is van belang voor waterberging (52%).

“Groen zou veel aanwezig moeten zijn, en dan moet het laag groen zijn. Er moet ook een verrassende afwisseling zijn, zoals bij het station de ene keer zonnebloemen zijn en de andere keer tulpen. Daar is iedereen in de stad blij mee.” Bewoner van Vrijenban, vrouw, 54 jaar, paar m.k., hoog opgeleid - straatinterview

5.3 “Het aantrekkelijker maken van bestaande groenvoorzieningen in de stad is belangrijker dan het maken van nieuwe groenvoorzieningen.” 4% Zeer oneens 14% Oneens

28% Eens noch oneens

37% Eens

15% Zeer eens

*2% Gaf aan geen mening te hebben of het niet te weten

54

Veldacademie

5.4 Welke groenvoorzieningen mist u in uw buurt? 48%

Ik mis geen groenvoorziening Park / plantsoen

23%

Bomen en beplanting

22%

Grote bloembakken

14%

Gemeenschappelijke tuin

12%

Anders

8%

Water

5%

Weet niet / geen mening

2%

“Het groen in Delft is goed ten opzichte van andere steden, alleen moet het wel meer verzorgd worden.” Bezoeker van Delft, man, 24 jaar, woont met huisgenoten, hoog opgeleid - straatinterview

Delft kent een aantal grotere groengebieden waaronder het recreatiegebied Midden-Delfland, dat in de beleving van de gemeente minder wordt gebruikt dan bijvoorbeeld de Delftse Hout. Bewoners is gevraagd waarom dit zo is; door de mensen die in het afgelopen jaar geen gebruik hebben gemaakt van het recreatiegebied (42%) wordt als belangrijkste reden genoemd dat het te ver weg is (15%), een bijna net zo groot deel kent het gebied niet (13%). Waar de bovenstaande bevindingen vooral gaan over groenvoorzieningen in de stad als geheel, is het voor de bewoners ook van belang groen in hun buurt te hebben (zie hoofdstuk Wonen). Op de vraag welke groenvoorzieningen respondenten missen in hun eigen buurt (figuur 5.4), is het meest gekozen antwoord park/plantsoen (23%) en bomen en beplanting (22%). In figuur 5.5 is te zien in welke wijken bepaalde groenvoorzieningen gemist worden.

5.5 Gemiste groenvoorzieningen per wijk

“Ik zou graag in de buurt wat meer bloemetjes willen zien. De tulpen die waren geplant vlak naast het station vond ik erg mooi. De buurt zou dit soort opfleuring best mogen hebben, dat geeft ook een positief beeld voor de kinderen.” Bewoner van Hof van Delft, man, 29 jaar, paar m.k., hoop opgeleid - straatinterview

“Ik zou graag meer groene stroken in het centrum van de stad zien. Beestenmarkt is al een goed voorbeeld ten opzichte van de Markt.” Bewoner van Hof van Delft, vrouw, 24 jaar, woont met huisgenoten, hoog opgeleid - straatinterview

“De straat van de toekomst is groen, het moet een beetje zijn zoals de Spoorsingel. Het moet een fijne plek zijn om te lopen en fietsen en er mogen ook meer parken in de straat van de toekomst.” Bewoner van Wippolder, vrouw, 72 jaar, paar z.k., middelbaar opgeleid - straatinterview

Ontmoeten, spelen en sporten Uit de straatinterviews en groepsgesprekken over de straat van de toekomst blijkt dat openbare ruimte voor een deel van de bewoners ook een sociale functie heeft. Zij gebruiken het als plek om samen te komen met hun buren en om anderen te ontmoeten. Mits goed ingericht kan de openbare ruimte mensen nader tot elkaar brengen. Hiervoor zijn elementen nodig in de openbare ruimte die verblijven stimuleren, zoals bankjes en speelvoorzieningen. Op dit moment ervaren de bewoners, met name ouderen, dat er maar heel weinig zitgelegenheden zijn in de openbare ruimte. Bankjes worden vaak weggehaald omdat er vooral hangjongeren op zouden zitten. Hier zijn de bewoners het niet mee eens en zij zien graag dergelijke elementen terugkeren in de openbare ruimte. Voor ouderen zijn bankjes zelfs onmisbaar om zo nu en dan uit te rusten.

Groenvoorziening

Vaker gemist door bewoners van

Park/plantsoen

Binnenstad, Voorhof en Wippolder

Bomen en beplanting

Binnenstad, Hof van Delft en Wippolder

Grote bloembakken

Vrijenban

Gemeenschappelijke tuin

Binnenstad en Voorhof

“Hangplekken, hangouderen en hangjongeren. Het wordt de buurt niet gegund om er iets neer te zetten.”

Water

Voorhof en Hof van Delft

Deelnemer groepsgesprek De straat van de toekomst

In gesprek met de stad Delft

55

Foto: Ronald Speijer

Inclusief ontwerpen Er zijn in de stad diverse groepen aanwezig die de openbare ruimte anders beleven dan andere groepen door een (fysieke) beperking. Een van deze groepen is die van de bewoners en gebruikers met een visuele beperking. Met hen is in dit onderzoek een apart groepsgesprek gehouden. Waar voor de meeste groepen in de stad esthetiek belangrijk is, is dit voor visueel beperkten minder het geval. Hoewel ze door het gebruik van andere zintuigen een ruimte of gebied wel als prettig of onprettig kunnen ervaren, bestaat een mooie openbare ruimte voor hen in principe niet. De deelnemers aan het groepsgesprek met slechtzienden en blinden stellen daarom dat veiligheid, samen met functionaliteit, voorop zou moeten staan bij het ontwerpen van de openbare ruimte. “Veiligheid is de basis. En daarop ga je het mooi maken.” Deelnemer groepsgesprek mensen met visuele beperking

Een onveilig ingerichte omgeving staat in de weg van de zelfredzaamheid en zelfstandigheid van deze doelgroep, en op dit vlak is er nog veel verbetering mogelijk. Deelnemers komen met diverse voorbeelden van onveilige situaties in de straten van Delft, zoals bruggen waarvan de vleugels ineens stoppen wat er voor zorgt dat ze zomaar in het water kunnen en inconsequente inrichting van de openbare ruimte met de ene keer wel waarschuwingstegels en de andere keer niet. Ook obstakels in de openbare ruimte maken verplaatsing lastig. Hierbij is te denken aan plantenbakken, palen en prullenbakken die midden op looproutes staan, waardoor visueel beperkten er tegenaan lopen. Bij het ontwerpen van de openbare ruimte voor deze groep moet worden uitgegaan van het idee dat op de grond voelbaar moet zijn hoe de structuur van die ruimte is. Hierbij is te denken aan elementen zoals een klein oplopend randje rondom water, gidslijnen, aflopende punten voor stoepen en noppentegels als waarschuwingen. De ontworpen looproutes moeten zo eenvoudig mogelijk zijn, dat wil zeggen zoveel mogelijk in rechte lijnen lopen, zonder onnodige bochtjes en via de veiligste plekken, met name bij oversteekpunten.

Een gegeven om mee te laten wegen in het ontwerpen van de openbare ruimte is het gegeven dat visueel beperkten wel gebruik kunnen maken van hun andere zintuigen zoals gehoor, wat hulpmiddelen als rateltikkers bij stoplichten en akoestische oriëntatiepunten als fonteinen zeer waardevol maakt.

56

Veldacademie

“Ik herinner me dat er tegenover ons huis altijd een bankje stond en dat er regelmatig mensen, die toen oud waren, op konden gaan zitten. En ik zou pleiten voor meubilair onderweg zodat mensen die dus zelfstandig zijn en nog kunnen lopen, inderdaad ook plekjes hebben om te gaan zitten.” Deelnemer groepsgesprek met 80-plussers

“Meer open ruimtes waar mensen kunnen chillen, met bankjes en picknicktafels om te recreëren en te ontmoeten.” Bewoner van Hof van Delft, man, 26 jaar, woont met huisgenoten, hoog opgeleid - straatinterview

Hoewel spelen door de meest deelnemers niet als eerste wordt genoemd als ze denken aan hun straat, wordt dit wel gezien als een belangrijke functie. In het groepsgesprek met bewoners met een migratieachtergrond wordt het zelfs gezien als de belangrijkste functie van de openbare ruimte. Ook voor kinderen moet er plaats zijn in de openbare ruimte, een groot aantal respondenten vraagt daarom om meer speelplekken voor deze doelgroep. Hierbij lopen hun wensen uiteen van simpele speeltoestellen tot volledige natuurspeeltuinen. Met de laatste optie zou de wens tot meer groen tegelijkertijd bediend worden. In ieder geval is het belangrijk dat kinderen veilig en vrij kunnen spelen en zijn kwalitatief hoogwaardige en goed onderhouden speelvoorzieningen onmisbaar in de ideale woonwijk. Hetzelfde wordt gezegd over sportveldjes waarop kinderen bijvoorbeeld kunnen voetballen of basketballen.

“Ook al verdichten steden, groen en speelgelegenheid moet er zijn, voor jong en oud, maar zeker ook voor pubers moet er ruimte zijn om te kunnen spelen” Bewoner van Voordijkshoorn, vrouw, 66 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - straatinterview

“De echte kleintjes hebben speeltoestellen, maar kinderen tussen de 8 en 15 jaar oud hebben helemaal niks. Er zijn geen sportveldjes, helemaal niets.” Bewoner van Buitenhof, man, 67 jaar, alleenstaand z.k., hoog opgeleid - straatinterview

“We moeten elkaar als mensen zien te vinden in deze mooie stad. Maar dat kan niet als mensen speeltoestellen weghalen waar de kinderen mee spelen.” Deelnemer groepsgesprek De straat van de toekomst

“Speeltuinen moeten goed bijgehouden worden, nu zijn er veel verslonst en er spelen te weinig kinderen.” Bezoeker van Delft, vrouw, 43 jaar, paar m.k., laag opgeleid - straatinterview

De deelnemers aan de groepsgesprekken met bewoners met een migratieachtergrond en De straat van de toekomst delen dezelfde mening over de speelvoorzieningen in de stad. Speelvoorzieningen zijn door achterstallig onderhoud meestal niet in goede staat of ze worden verwijderd waarna er niets of iets van mindere kwaliteit voor terugkomt. Ook wordt gewezen op overlast van uitwerpselen van honden en katten en zwerfafval. Een ander probleem is dat sommige speeltuinen toegeëigend worden door oudere ‘jongens van de straat’. Een oplossing daarvoor zou (meer) toezicht zijn. Bovenstaande problemen rondom speelgelegenheden worden ook door jongeren benoemd. Door hen wordt toegevoegd dat kinderen graag speelveldjes hebben met een minder weersafhankelijke ondergrond. Bewegen en sporten is voor bewoners een belangrijke activiteit om fysiek gezond te zijn en er is dan ook behoefte aan voldoende sportvoorzieningen, zowel overdekt (zie hoofdstuk Voorzieningen) als in de openbare ruimte. Hierbij is te denken aan sportparken, voetbal- en basketbalveldjes en sportapparaten in de buitenlucht. “Ik gebruik de openbare ruimte graag ter ontspanning, of om een work-out te doen met kleinere fitness apparatuur echter dat is er ook nog niet veel in Delft.” Bewoner Hof van Delft, vrouw, 24 jaar, woont met huisgenoten, hoog opgeleid - straatinterview

“Er zouden meer sportfaciliteiten bij kunnen komen, bijvoorbeeld parken om in te sporten.” Bewoner van Binnenstad, vrouw, 24 jaar, alleenstaand z.k., hoog opgeleid - straatinterview

In gesprek met de stad Delft

57

5.6 De straat waaraan u woont heeft verschillende functies, zoals spelen en parkeren. Wat vindt u de belangrijkste functie van uw straat? Bewoners werden gevraagd 6 functies van de straat te rangschikken naar prioriteit. In dit figuur is weergegeven welke functie men op de eerste plek zet.

5.7 Waar moet meer plaats voor komen in Delft? (in de stad en in de eigen buurt) 55%

Brede fietspaden

32% 31%

Voetgangerspaden 8% Fiets stallen

37% Verplaatsen (van A naar B)

10% Ontmoeten

Snelfietspaden

28% 18% 8% 17%

Weet niet/geen mening 15% Wandelen

Trambanen

Autowegen

Busbanen 18% Spelen

22% Auto parkeren

Mobiliteit Verschillende gebruikers

Verplaatsing wordt als belangrijkste functie van de straat genoemd (figuur 5.6), op afstand gevolgd door het parkeren van de auto. Beide keuzes zijn gerelateerd aan de mobiliteit, wat dit tot een belangrijk aandachtspunt in de openbare ruimte. De openbare ruimte kent verschillende gebruikers en daardoor uiteenlopende claims. De gemeente wil qua mobiliteit meer inzetten op fietsen en de stad nog verder autoluw maken. De bewoners lijken zich daar deels in te kunnen vinden zoals blijkt uit de enquêtevraag daarnaar (figuur 5.7). Voor de stad als geheel vindt men dat vooral meer ruimte moet komen voor brede fietspaden (55%), voetgangerspaden (31%) en snelfietspaden (18%). Ook in de eigen buurt zijn meer voetgangerspaden (28%) en brede fietspaden (32%), een opmerkelijk groot deel (42%) lijkt echter geen voorkeur of wens te hebben voor hun eigen buurt. Om bovenstaande wensen mogelijk te maken zou veel ruimte nodig zijn, ruimte die er niet altijd is. Een oplossing is om verschillende verkeersstromen van dezelfde ruimte gebruik te laten maken, door middel van zogenaamde shared space. Bewoners vinden echter dat verkeersstromen ten behoeve van de veiligheid en het gebruiksgemak volledig gescheiden moeten zijn. Of er moet ten minste helder onderscheid aanwezig zijn tussen verschillende verkeersstroken.

Het aantal plaatsen waarop verschillende verkeersstromen elkaar kruisen zou eveneens beperkt

58

42% 6% 2% 4% 2% 3% 2% In de stad In mijn buurt

moeten worden. De shared space rondom de spoorzone wordt regelmatig als voorbeeld aangedragen van een gemengd gebied dat niet goed functioneert. “Duidelijk markeren welk deel van de straat is bedoeld voor welke verkeersdeelnemer; bij de nieuw ingerichte straten zoals de Spoorzone is dit vaak erg onduidelijk, dit leidt tot onverwachte en daardoor onveilige verkeersbewegingen.” Bewoner van Hof van Delft, vrouw, 53 jaar, alleenstaand z.k., hoog opgeleid - enquête

“Door meer scheiding in verschillende gebruikers aan te bieden wordt de openbare ruimte veiliger. Onoverzichtelijke situaties vermijden en bestaande te verbeteren. Met het project Spoorzone nog vers in het geheugen.” Bewoner van Wippolder, man, 63 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - enquête

Het concept shared space is voor bepaalde groepen in de stad problematisch, in het bijzonder voor bewoners met een visuele beperking. Het is voor hen haast onmogelijk om zich door dit gebied heen te bewegen, stellen zij in een groepsgesprek. Slechtzienden zijn gebaat bij contrast en opdeling van de openbare ruimte, terwijl in shared space meestal alles dezelfde kleur heeft. Voor blinden is verplaatsing in shared space ingewikkeld omdat er geen Veldacademie

voelbare elementen zoals drempels in de straat zijn opgenomen. Ook voor hen is de kleur van de bestrating van invloed. Hun blindengeleidehonden zijn getraind op het waarnemen van contrast en herkennen rood als fietspad. Los van deze ontwerptechnische problemen van shared space gaat dit concept voor deze doelgroep per definitie uit van een verkeerd startpunt, zo stellen de gespreksdeelnemers, namelijk dat medegebruikers oogcontact met elkaar kunnen hebben. “Shared space voor blinden bestaat niet. Het gaat van een verkeerd principe uit wat ons betreft, namelijk dat je met je medegebruiker oogcontact hebt.” Deelnemer groepsgesprek bewoners met visuele beperking

Autoluwe gebieden en parkeren

Veel bewoners zijn positief over het huidige autoluwe centrum, zij zien dit graag in de toekomst behouden blijven of zelfs uitgebreid worden tot een volledig autovrij gebied, zo blijkt uit antwoorden op de open vragen. Respondenten stellen voor dat het centrum enkel met het openbaar vervoer bereikbaar is, bijvoorbeeld met gratis shuttlediensten vanaf de randen van de stad. Ook wordt gesteld dat Delft dusdanig centraal in de Randstad gelegen is dat de stad eenvoudig met het openbaar vervoer bereikbaar is. Elektrisch rijden wordt ook regelmatig genoemd als verbetering ten opzichte van de huidige vervoersmiddelen in de stad, hoewel dit niet direct meer ruimte beschikbaar zou maken. De faciliteiten daarvoor zijn op dit moment echter nog niet op orde, zo zouden er meer laadpalen moeten komen om elektrisch rijden te stimuleren. Bewoners zien graag dat elektrische (deel) auto’s een vanzelfsprekendheid worden. “De gehele binnenstad moet autovrij, elektrische auto's mogen een uitzondering hebben.” Bewoner van Voordijkshoorn, vrouw, 19 jaar, woont bij ouder(s), middelbaar opgeleid - straatinterview

“Stimuleer het openbaar vervoer gebruik voor een autovrije binnenstad” Bewoner van Voordijkshoorn, man, 59 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - straatinterview

“Als je je als autoluwe stad aanprijst, zorg dat ander verkeer dan de ruimte krijgt. Nu wordt de auto toch nog op 1 geplaatst.”

Ook in woonwijken is beperking op het motorisch verkeer gewenst. Parkeren is daar nu een grote ruimtevrager. Op de huidige situatie hebben bewoners veel aan te merken. Er zouden niet genoeg plekken zijn doordat veel huishoudens meerdere auto’s hebben en ook zouden veel mensen van buitenaf in woonwijken parkeren om zo de betaalde parkeerplekken in het centrum te mijden. Ook zijn er bestelbussen die het straatbeeld aantasten en die eigenlijk te groot zijn voor de parkeerplekken. Een deel van deze problemen is te verhelpen door het uitbreiden van vergunningsgebieden of door het gebruik van deelauto’s te stimuleren. Maar om de parkeersituatie echt te verbeteren zijn ook veranderingen aan de openbare ruimte nodig. De meest genoemde oplossing in het groepsgesprek De straat van de toekomst is het verwerken van de parkeerplaatsen in de woongebouwen en woningen zelf, waar mogelijk onder het straatniveau. Kanttekening is wel dat dit eigenlijk alleen te bewerkstelligen is bij nieuwbouw. Alternatieve parkeeroplossingen die genoemd worden voor auto’s zijn ondergrondse garages of centrale parkeerplekken voor de gehele buurt. Auto’s zouden in de nieuwe situatie dan hooguit te gast (mogen) zijn in de straten, bijvoorbeeld voor laden en lossen of voor ouderenvervoer. De ruimte die daardoor vrijkomt kan gebruikt worden voor groen of veilige speelmogelijkheden.

Toch blijken bewoners verdeeld over de vraag of zij hun parkeerplek voor de deur op willen geven ten behoeve van groen wanneer zij daar een collectieve parkeervoorziening in de buurt voor terug krijgen (figuur 5.8).

“Je ziet wel nieuwbouwprojecten in sommige steden waar de parkeerplekken onder de woningen verdiept of half verdiept worden gerealiseerd. En dan ben je in ieder geval het aangezicht van auto's kwijt, je gebruikt de ruimte niet alleen voor wonen maar ook voor parkeren en de straat kan dan een andere inrichting krijgen.” Deelnemer groepsgesprek De straat van de toekomst

“Maak parkeren ondergronds, zodat er voldoende ruimte blijft voor openbaar groen en buitenspeelplaatsen.” Bewoner van Hof van Delft, vrouw, 27 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - enquête

Bewoner van Voorhof, man, 56 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - enquête In gesprek met de stad Delft

59

5.8 Wat heeft uw voorkeur: parkeerplek voor de deur (ten koste van groen en openbare ruimte in uw straat) of collectieve parkeervoorzieningen in de buurt (en meer ruimte en groen in uw straat)? 13% Geen mening

46% Een parkeerplek voor de deur

42% Een collectieve parkeervoorziening

Een minderheid van 42 procent kan zich vinden in dit idee, 46 procent ziet dit niet zitten. Het zijn vaker vrouwen, ouderen, huishoudens met kinderen en bewoners met een lager opleidingsniveau die kiezen voor een parkeerplek voor de deur. “Als ik groen voor de deur heb en ik zou naar het einde van de straat moeten lopen voor de auto, dan zou ik daar geen problemen mee hebben.” Deelnemer groepsgesprek De straat van de toekomst

“Collectieve parkeerplekken zijn een leuk idee, maar ik denk dat mensen het niet zullen pikken.” Bewoner Wippolder, vrouw, 70 jaar, alleenstaand z.k., hoog opgeleid - straatinterview

Fietsstad

Delft wordt door de bewoners getypeerd als een echte fietsstad. De meeste respondenten zien fietsgebruik als positief en zien dit graag toenemen. Zoals het nu geregeld is zijn er over het fietsverkeer echter veel klachten. Deels gaat dat over het gedrag van fietsers: zij zouden veel te hard gaan, niet uitkijken en regels negeren. Vooral bakfietsen en elektrische bezorgfietsen zouden voor problemen zorgen, zeker in het centrum waar deze tot last zijn van voetgangers. Opvallend genoeg ervaren ook de bewonersgroepen die zelf veelvuldig de fiets gebruiken, zoals jongeren, veel problemen. Deze problemen hebben vooral te maken inrichting van de openbare ruimte, deze is onvoldoende

60

ingesteld op de vele fietsen, aldus de respondenten van de open vragen. Over het algemeen hebben de fietspaden onvoldoende duidelijke belijning, wat ze onveilig en chaotisch maakt. Met name fietsspaden met tweerichtingsverkeer ervaren zij als zeer gevaarlijk. Daarnaast moeten fietsers en voetgangers nu te vaak gebruik maken van dezelfde wegen. Ook zouden er in verhouding tot het grote aantal gebruikers niet voldoende fietspaden aanwezig zijn in de stad. Gestalde fietsen zijn voor veel deelnemers een bron van ergernis: fietsen die neergezet zijn op de rijbaan, op stoepen en tegen allerlei elementen in de openbare ruimte. Dit is te wijten aan een gebrek aan goede stallingsmogelijkheden, zoals fietsnietjes en fietstrommels. In sommige gevallen gaat dit ten koste van mobiliteit, omdat er onbegaanbare stoepen ontstaan, in andere gevallen doet het af aan het straatbeeld. Om bovenstaande problematiek te vermijden zouden er dan ook meer goede stallingsmogelijkheden voor fietsen bij moeten komen. “Maak fietspaden weer eenrichtingsverkeer. Nu zijn er onoverzichtelijke toestanden op veel plaatsen. Je komt ogen en oren tekort.” Bewoner van Voorhof, vrouw, 57 jaar, paar z.k., middelbaar opgeleid - enquête

“Delft is wel een studenten- en fietsstad, maar de bereikbaarheid is niet goed genoeg. Er wordt meer gedaan voor auto's dan fietsers en dat is niet goed. Er zijn heel veel fietsers, vooral TU studenten, en daar moeten betere verbindingen voor komen. Er zijn te weinig fietsvoorzieningen.” Bewoner van Wippolder, man, 52 jaar, alleenstaand z.k., laag opgeleid - straatinterview

“Het is wel raar, we creëren wel in de stad parkeerplekken voor auto's maar we creëren heel weinig parkeerplekken voor fietsen.” Deelnemer groepsgesprek De straat van de toekomst

“Nu staan stoepen en bruggen vol fietsen. Er wordt nooit op gehandhaafd. Fietsen zijn ontsierend in het straatbeeld en nemen veel openbare ruimte in beslag.” Bewoner van Binnenstad, vrouw, 75 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - enquête

Veldacademie

Conclusies Omgevingsvisie •

Goed onderhoud is een voorwaarde voor een soepel gebruik van de openbare ruimte. Onder andere ouderen worden beperkt in hun bewegingsvrijheid door ongelijke stoepen en losliggende tegels. Het onderhoud van straten is op dit moment ondermaats, bewoners zien graag verbetering.

•

Bewoners denken graag mee over de inrichting van de straat/buurt. Bewoners dienen actief te worden betrokken bij wijzigingen in straten zodat zij eigenaarschap en betrokkenheid bij hun straat gaan ervaren.

•

Minder verharding in en meer (goed onderhouden) groen in buurten is gewenst, zowel in de vorm van parken als versnipperd groen zoals bomen, plantsoenen, planten en bloembakken. Bewoners vinden dat vooral ingezet moet worden op het aantrekkelijker maken van bestaande groenvoorzieningen in plaats van het creëren van nieuwe.

•

Bewoners willen meer bankjes en tafels in de openbare ruimte die uitnodigen tot verblijven en ontmoeten, evenals meer speel- en sportvoorzieningen in buurten, zowel kleinschalig (toestellen) als in combinatie met groen (natuurspeeltuin, sportveldjes).

•

Auto- en vrachtverkeer in zowel de binnenstad als woonwijken beperken, voor een meer leefbare stad. Alternatieven liggen in uitbreiding van het openbaar vervoer en elektrische vervoersmiddelen. De huidige parkeersituatie is niet naar tevredenheid. Aangedragen oplossingen lopen uiteen van het volledig autovrij maken van gebieden tot minder rigoureuze ingrepen zoals het integreren van parkeerplaatsen in woningen en gebouwen, centrale parkeerplaatsen of garages in de wijk. Er moet meer ruimte komen in de stad en buurt voor brede fietspaden en voetgangerspaden. Verbeterde fietsvoorzieningen zijn nodig, met name als het gaat om stallingsmogelijkheden. Duidelijke scheiding van diverse verkeersstromen gewenst, bij voorkeur geen shared spaces.

•

Voor mensen met een visuele beperking moeten functionaliteit en veiligheid voorop staan bij het ontwerp van de openbare ruimte.

In gesprek met de stad Delft

61

62

Veldacademie

6. SAMEN LEVEN

Kaders uit Omgevingsvisie De sociale visie van Delft gaat uit van de leefwereld van inwoners van Delft. We richten ons op ieders eigen kracht én op het verkleinen van verschillen. Het gaat dan om armoede, schuldenproblemen, werk, kennis, weerbaarheid en sociale netwerken. We gaan voor een goede mix in de stad van jong en oud, hoog- en laagopgeleid, etc. Onze sociale aanpak verbinden we met onze aanpak op het gebied van veiligheid, ruimte en economie. • • •

Leefwereld bewoners centraal Streven naar een gemixte stad Sociale aanpak verbinden aan aanpak in fysiek domein

Foto: Guus Schoonewille In gesprek met de stad Delft

63

Net als veel andere steden is Delft in de laatste decennia veel diverser geworden qua bevolking. Er wonen verschillende groepen in de stad en Delft wil graag een goede mix van jong en oud, van verschillende inkomensgroepen etc. Maar wat is een goede mix? Hoe beleven de bewoners van Delft het samenleven en hoe kan de stad bijdragen aan verbinding?

Verbinding

“Probeer meer contact te creëren zodat er wederzijds begrip en tolerantie ontstaat.”

Behoefte aan contact

Het thema ontmoeten en verbinden leeft sterk onder de bewoners. Het algemene beeld is dat prettig samenleven wordt gekenmerkt door tolerantie, wederzijds respect en bereidheid elkaar te helpen. Een stad waarin iedereen goed geïntegreerd is. De sleutel ligt in onderling contact van bewoners. In de antwoorden op de open vragen laten veel respondenten weten graag meer contact te zien tussen groepen; tussen jongeren en ouderen, armen en rijken, laagopgeleiden en studenten, nieuwkomers en gevestigde buurtbewoners en tussen de verschillende etnische groepen. Een van de manieren om hiertoe te komen is door gemengde woonwijken te vormen. Het belang van verbinding blijkt ook uit het onderzoek onder jongeren. Alle leeftijdsgroepen hebben behoefte aan meer sociale cohesie, voortkomend uit hun zorg over diversiteit en individualisering.

Bewoner uit Vrijenban, vrouw, 57 jaar, paar z.k., middelbaar opgeleid - enquête

“Hoe meer je het vreemde leert kennen in de vorm van een buur, hoe beter.” Bewoner uit Wippolder, vrouw, 36 jaar, paar z.k., middelbaar opgeleid - enquête

“Als mensen elkaar kennen zijn ze veel toleranter naar elkaar. Het is belangrijk dat er onderling contact is tussen mensen van verschillende leeftijden, leefstijlen, inkomens.” Bewoner uit Hof van Delft, vrouw, 47 jaar, paar m.k., hoog opgeleid - enquête

6.1 “Ik wil wonen in een buurt waarin veel contact is met buren.” 1% Zeer oneens 9% Oneens

34% Eens noch oneens

44% Eens

11% Zeer eens

*1% Gaf aan geen mening te hebben of het niet te weten

64

Veldacademie

6.2 Doet u weleens iets samen met uw buurtgenoten, zoals samen eten, een straatfeest of een schoonmaakactie?

7% Geen mening

2% Anders

40% Ja

18% Nee, maar dat zou ik graag willen

33% Nee, en daar heb ik geen behoefte aan

In de enquête is gevraagd in welke mate bewoners van Delft behoefte hebben aan contact met buren (figuur 6.1). Meer dan de helft van de bewoners wil graag in een buurt wonen waarin veel contact is met buren. Een op de tien geeft aan dit juist niet te willen. (Oudere) jongeren onderschrijven deze stelling iets minder vaak en huishoudens met kinderen juist vaker. Afwijkend is het beeld dat naar voren komt uit het groepsgesprek met internationale studenten en kenniswerkers. Met name de eerste groep vindt interactie met buren niet van groot belang, dit vanwege het tijdelijke karakter van hun verblijf, en het tijdsgebrek dat zij ervaren door hun studie. Pas als hun verblijf een meer permanente vorm zou krijgen, zou hun wens tot contact groter worden.

Feitelijk contact

Voor veel groepen geldt dat er behoefte is aan (meer) verbinding. In welke mate hebben bewoners nu al contact met elkaar? In de enquête is de vraag voorgelegd of men weleens iets samen doet met buurtbewoners (figuur 6.2), waarop veertig procent bevestigend reageert. Daarbij gaat het onder andere om deelname aan of organisatie van een straatfeest/buurtfeest, een barbecue of een borrel, het schoonmaken of onderhouden van de straat en het maken van een praatje. Een derde stelt daar geen behoefte aan te hebben. Dat lijkt in contrast te staan met de antwoorden op de voorgaande stelling, maar iets samen doen wordt wellicht anders uitgelegd dan (oppervlakkig) contact met de buren. Bijna twintig procent doet op dit moment niets met buurtbewoners maar zou dat wel graag willen. (Oudere) jongeren zeggen minder vaak iets samen te doen met buren, maar een groot deel zegt dat wel graag te willen. Deze uitkomst resoneert met de conclusie van Youngworks over het verschil in wens en werkelijkheid ten aanzien van contact onder jongeren. Jongeren hebben inclusieve normen en waarden, maar dat vertaalt nog niet in gedrag. Huishoudens met kinderen doen vaker iets samen met buurtgenoten, net als hoger opgeleiden, werkenden en bewoners van de Binnenstad. Het aandeel bewoners dat zegt iets met elkaar te doen, is het laagst in Tanthof (25%) en Voorhof (24%).

In de enquête is ook gevraagd of bewoners hulp van buren kunnen verwachten (figuur 6.3). Een groot deel denkt dat zij in het geval dat zij hulp of zorg nodig hebben, kunnen terugvallen op buurtgenoten (15% denkt dat zeker wel te kunnen, 39% waarschijnlijk wel). (Oudere) jongeren denken dat minder vaak, net als huishoudens zonder kinderen en niet-werkenden. Bewoners van Voorhof en Buitenhof denken vaker dat zij geen hulp kunnen krijgen van buurtgenoten. Uit het groepsgesprek met bewoners met een migratieachtergrond uit de wijk Buitenhof blijkt dat zij het contact met buren als erg goed beoordelen. Ze vinden burencontact ook erg belangrijk, mede omdat men elkaar kan helpen.

6.3 Stel, u heeft hulp of zorg nodig. Kunt u dan terugvallen op buurtgenoten? 11% Zeker niet

25% Waarschijnlijk niet

39% Waarschijnlijk wel

15% Zeker wel

*10% Gaf aan geen mening te hebben of het niet te weten

In gesprek met de stad Delft

65

6.4 In de stad wonen veel verschillende groepen bewoners. Wie zou het voortouw moeten nemen om deze groepen met elkaar in contact te brengen? 29%

Bewoners Organisaties en buurtverenigingen

22%

De gemeente

18%

Dat is niet nodig

18%

Weet niet / geen mening

7%

Anders

3%

Winkeliers, horeca en overige ondernemers

2%

“Zorg ervoor dat buren elkaar kennen en elkaar makkelijk kunnen aanspreken. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij bewoners zelf, maar de gemeente kan 'de eerste stap' soms zeker faciliteren.” Bewoner van Binnenstad, man, 26 jaar, alleenstaand z.k., hoog opgeleid - enquête

“Met elkaar kunnen eten en drinken. Dat zijn dingen die verbinden. Samen sporten of wandelen. Samen een hobby beoefenen. Dan kan iemand van de gemeente Delft dit misschien organiseren. Als het eenmaal draait en er is belangstelling dan kan de gemeente Delft zich er los van maken zodat de groep zelf verder kan.” Bewoner van Tanthof, vrouw, 71 jaar, alleenstaand z.k., middelbaar opgeleid - enquête

Voor internationale studenten geldt dat het contact met andere bewoners beperkt maar positief is. Zij hebben het gevoel dat ze ondanks de taalbarrière vriendelijk bejegend worden en dat waarderen ze. Mensen in hun directe woonomgeving zijn in hun ogen behulpzaam en ze denken bij hen terecht te kunnen als dit nodig is. “In mijn buurt zijn mensen wel bereid elkaar te helpen maar het gros is overdag van huis om te werken, kids zitten op school/bso en studenten zijn wel bereid maar zodra ze in groepen wonen zakt die bereidheid.” Bewoner uit Wippolder, vrouw, 59 jaar, paar m.k., hoog opgeleid - enquête

“Iedereen staat echt wel klaar voor elkaar vind ik. Kijk, is mijn band lek, dan heb ik wel weer een buurman die mijn band plakt. En wij weer gewoon andersom, vice versa zeg maar.”

Voortouw

Veel respondenten geven aan geen contact te hebben, maar dat wel te willen. Als gevraagd wordt wie het voortouw zou moeten nemen om verschillende groepen bewoners met elkaar in contact te brengen zien bewoners dat vooral als hun eigen verantwoordelijkheid (29%). Maar ook organisaties en buurtverenigingen (22%) en de gemeente (18%) hebben hierin een belangrijke rol. Bijna twintig procent vindt het niet nodig dat er iemand het voortouw neemt bij het in contact brengen van groepen. Eenzelfde beeld komt naar voren uit de antwoorden op de open vragen. De verantwoordelijkheid ligt in eerste instantie bij de bewoners zelf, omdat zij een intrinsieke wil moeten hebben in contact te komen. Dit zit al in simpele omgangsvormen zoals groeten op straat. De gemeente kan volgens respondenten wel een bijdrage leveren door contact te stimuleren en faciliteren, mede door het creëren van fysieke locaties waar de mogelijkheid tot interactie ontstaat en het inzetten op gemengde wijken.

Deelnemer groepsgesprek bewoners met een migratieachtergrond

66

Veldacademie

6.5 “Het is goed voor de stad Delft als er in buurten met vooral sociale huuwoningen meer koopwoningen worden gebouwd.” 9% 13% Zeer oneens Oneens

23% Eens noch oneens

39% Eens

13% Zeer eens

*4% Gaf aan geen mening te hebben of het niet te weten

Gemengd wonen Het is het uitdrukkelijk streven van de gemeente om tot een meer gemixte stad te komen. Een middel daartoe is woningdifferentiatie. Voor de buurten in Delft met veel sociale huurwoningen betekent dit dat ingezet wordt op het meer mengen met koopwoningen. Wat vinden bewoners van dit beleid? Meer dan de helft is het eens met de stelling dat het goed voor Delft zou zijn als er in buurten met vooral sociale huurwoningen meer koopwoningen worden gebouwd (13% is het zeer eens en 39% eens). (Oudere) jongeren en vooral hoger opgeleiden zijn het vaker eens met de stelling. In de open vragen is het meest besproken onderwerp binnen het thema Samen leven het mengen van de vele groepen die de stad rijk is. Volgens het merendeel van de respondenten moet diversiteit omarmd worden en een monocultuur in een wijk vermeden worden. Meerdere bewoners geven aan dat een wijk een gezonde mix van verschillende mensen moet zijn. Het moet voorkomen worden dat bepaalde groepen de overhand krijgen. In een wijk met genoeg woningen voor alle groepen leeft men door elkaar heen en daardoor met elkaar en ontstaan er geen tegenstellingen. Anderen omschrijven dit zelfs als het vermijden van gettovorming (het geconcentreerd wonen van een specifieke culturele groep in een buurt). Dit zou onder meer integratie tegenwerken.

Wijken als Voorhof en Buitenhof worden genoemd als gebieden waar mensen geïsoleerd zouden wonen. De deelnemers van het groepsgesprek die werd gehouden in Buitenhof, zijn ontevreden over de inkomenssegregatie en de hoge concentratie van lage inkomens in de wijk. Een mix in buurten is goed voor de stad, zo stelt men. Doordat in de wijk vooral mensen met lage inkomens wonen, kennen mensen persoonlijk bijvoorbeeld geen dokter of een architect. Het idee leeft ook dat de woningcorporatie minder goede service verleent in een wijk met veel lage inkomens. In gesprek met de stad Delft

“Ik zie graag een gemêleerde bevolking. Van alles wat, ongeacht leeftijd, woonsituatie, arbeidssituatie of herkomst.” Bewoner van Vrijenban, vrouw, 56 jaar, alleenstaand z.k., hoog opgeleid - enquête

“Wat mij betreft woont jong met oud en allochtonen met autochtonen. Maar zijn er geen overheersende groepen.” Bewoner van Wippolder, vrouw, 67 jaar, paar z.k., laag opgeleid - enquête

“Stimuleer een zeer diverse opbouw van de buurt: arm/rijk, jong/oud, mixen van culturen.” Bewoner van Voorhof, man, 48 jaar, paar m.k., hoog opgeleid - enquête

“Probeer minder verschillende groepen bewoners te mixen. Dit geforceerd mixen is namelijk slecht voor de sociale cohesie in de buurt.” Bewoner van Wippolder, vrouw, 40 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - enquête

67

6.6a “Ik wil wonen in een buurt met mensen met veel verschillende leefstijlen.” 6% Zeer oneens 17% Oneens

11% Oneens

24% Eens noch oneens

22% Eens noch oneens

41% Eens

49% Eens

6% Zeer oneens

11% Zeer eens

12% Zeer eens *1% Gaf aan geen mening te hebben of het niet te weten

6.6b “Ik wil wonen in een buurt waarin mensen wonen uit veel verschillende groepen (zoals ouderen, studenten, etc.).” Ook ten aanzien van de eigen woonbuurt wil het grootste deel van de bewoners gemengd wonen, zo blijkt uit de enquête (figuur 6.6). Meer dan de helft is het eens met de stelling dat zij in een buurt willen wonen met veel verschillende leefstijlen (11% zeer eens en 41% eens) en een nog groter aandeel heeft een voorkeur voor wonen met verschillende groepen bewoners zoals ouderen en studenten (12% is het zeer eens met de stelling en 49% eens). De verschillende groepen bewoners laten een gelijke voorkeur zien voor het wonen in een buurt met mensen met verschillende leefstijlen; dit lijkt dus een breed gedragen wens te zijn. Voor het wonen met verschillende groepen bewoners is er een verschil naar opleidingsniveau: hoger opgeleiden zijn het veel vaker eens met deze stelling en dat geldt ook voor de bewoners van Binnenstad en Hof van Delft. Bewoners van Voordijkshoorn zijn het minder vaak eens met de stelling (maar ook voor hen geldt dat 53% het wel eens is). Uit de open vragen kwamen ook tegengeluiden naar voren over gemengd wonen. Deze betreffende respondenten vinden dat er niet teveel verschillende groepen bij elkaar in een wijk gebracht moeten worden en geven er de voorkeur aan als buurten vooral bestaan uit mensen met dezelfde cultuur, leefstijl en etniciteit.

De argumentatie voor het vermijden van gemengde woonbuurten loopt uiteen van een afkeer tegen multiculturalisme tot het idee dat geforceerd mengen geen goed doet en dat mensen elkaar uit eigen motivatie wel opzoeken. Ook overlast van andere groepen is een veel voorkomend argument. Respondenten hebben last van geluidsoverlast bij feesten, vooral in relatie tot studenten. Deze zouden weinig

68

rekening houden met andere buurtbewoners en enkele respondenten stellen dan ook voor om studenten in afgelegen complexen rondom de TU te plaatsen, of om hen te clusteren in specifieke buurten. Een groep waarover een vergelijkbare denkwijze opgaat is die van mensen met psychiatrische problemen. Enkele bewoners spreken zich uit tegen het onderbrengen van psychiatrische instellingen in woonbuurten omdat dit onprettig zou zijn voor de overige bewoners. Ook in het groepsgesprek Gemengde wijken stellen de deelnemers dat hoewel “het soms een klein beetje mag schuren”, menging niet mag leiden tot te veel overlast. Wanneer de deelnemers enkele voorbeelden van menging in de praktijk krijgen voorgelegd, blijkt het soms lastiger enthousiast over menging te zijn als het om de ‘eigen achtertuin’ gaat. Zo reageren de meeste aanwezigen niet positief op de mogelijkheid dat er een studentenhuis in hun straat zou komen. In een ‘hoge concentratie’ geven studenten over het algemeen overlast, stellen zij. Ze zouden vaak geen rekening met omwonenden houden qua geluid en de stoep komt dan helemaal vol te staan met fietsen. “Als ik elke ochtend om 7 uur op moet staan en ik kan 's nachts niet slapen omdat mensen geen rekening met mij willen houden. Kijk, het is een beetje passen en meten volgens mij”. Deelnemer groepsgesprek Gemengde wijken

Veldacademie

“Ik zou me te pletter schrikken [bij de komst van een studentenflat]. Zeker als het een hoge flat is.” Deelnemer groepsgesprek Gemengde wijken

“Het is een uitdaging om daar een goede vorm voor te vinden, want ik vind het wel leuk dat we in een studentenstad wonen.” Deelnemer groepsgesprek Gemengde wijken

Een ander voorbeeld is de komst van een daklozenopvang. Meerderen geven aan dat het er in dergelijke gevallen om gaat hoe de wijk is geïnformeerd, hoe je bewoners betrekt en of je draagvlak creëert. Als bewoners vooraf goed worden ingelicht, zien de aanwezigen geen probleem. Een laatste voorbeeld over het mengen van groepen is het toewijzen van woningen aan expats. De één stelt dat dit prima is, anderen wijzen op de mogelijke beperkte binding met de buurt door de over het algemeen korte verblijfsduur. Het is dan ook lastiger afspraken met deze groep te maken. In het groepsgesprek met internationale studenten kwam gemengd wonen ook nog kort aan bod. De deelnemers wonen op het moment van het gesprek allen in gebouwen met andere bewonersgroepen dan studenten. Zij hebben geen uitgesproken mening over deze menging, maar opvallend is dat zij zeggen geluidsoverlast te ervaren van de kinderen van hun buren. Dit terwijl de studenten er zelf een zeer rustige leefstijl op na zouden houden vanwege hun studiedruk. Dit is niet in lijn met het gemiddelde beeld dat bestaat over studenten.

“Verschillende woningen worden verhuurd voor een paar jaar, dat vind ik heel jammer. Dat zijn mensen met wie je geen contact hebt. Dat vind ik geen aanwinst voor de wijk.” Deelnemer groepsgesprek Gemengde wijken

“Expats zijn toch vaak hogeropgeleiden, je hebt ook wel studenten vanuit het buitenland, die studeren ook kei- en keihard. Die heb je soms nog wel even op te voeden qua fietsgedrag in je directe omgeving. Maar goed dat gaat meestal wel.” Deelnemer groepsgesprek Gemengde wijken

In gesprek met de stad Delft

Voorzieningen en activiteiten Naast woningdifferentiatie kan de gemeente ontmoeting en verbinding faciliteren door te investeren in ontmoetingsplekken. Op de vraag uit de enquête welke voorzieningen het meest geschikt zijn om contact tussen buurtbewoners te bevorderen, staat het antwoord ‘parken en speelvoorzieningen’ bovenaan. Ook buurthuizen, verenigingen, lokale winkelcentra en openbare gebouwen zijn volgens bewoners belangrijk. In de antwoorden op de open vragen is een vaak genoemde voorziening het buurthuis. Respondenten zien deze graag in stand blijven of terugkeren in de buurten. Hier zouden mensen zowel samen kunnen komen voor kleine contactmomenten zoals het drinken van een kop koffie, als voor grotere evenementen zoals (religieuze) feesten. “In buurthuizen kunnen alle feestdagen van alle culturen gevierd worden, en het is gewoon een plek om samen te komen.” Bewoner van Tanthof, vrouw, 53 jaar, paar m.k., laag opgeleid - straatinterview

In het groepsgesprek met bewoners met een migratieachtergrond kwam de behoefte aan een buurthuis ook ter sprake. De deelnemers constateren dat er niet veel buurthuizen meer zijn, deze zijn gesloten vanwege overlast, zo denkt men. En de tijden zijn veranderd: om jongeren naar een buurthuis te krijgen, moet je genoeg interessante activiteiten hebben, zeker om jongeren uit de digitale wereld “te lokken”.

6.7 Welke voorzieningen zijn volgens u het meest geschikt om contact tussen buurtbewoners te bevorderen?

54%

Parken en speelvoorzieningen Buurthuizen

31%

Verenigingen en clubs

30%

Lokale winkelcentra

30%

Openbare gebouwen (zoals bibliotheken)

27% 19%

Horeca Weet niet / geen mening Anders

12% 9%

69

Een buurtcentrum waar functies als winkels, horeca, onderwijs en sport gecombineerd worden, wordt door diverse respondenten genoemd als geschikte plek voor contact met andere buurtbewoners. In de enquête gaf dertig procent aan lokale winkelcentra geschikt te vinden om contact tussen buurtbewoners te bevorderen. In het groepsgesprek met 80-plussers vertellen zij waarom winkels belangrijk zijn voor hun sociale leven. Boodschappen doen is voor verschillende deelnemers een uitje en het bezoek aan het winkelcentrum betekent het onderhouden van hun contacten. Ze komen kennissen tegen en drinken er een kopje koffie. Maar niet alleen voor ouderen hebben winkels een belangrijke sociale functie. Zoals besproken in het groepsgesprek Gemengde wijken zijn bepaalde winkeltjes in de buurt ontmoetingsplekken die men liever niet ziet verdwijnen. “Ik ben drie keer per week hier, maar dinsdag en donderdag ben ik echt wel in de Hoven te vinden. En het is gezellig de Hoven, want je komt kennissen tegen. En kom op dan gaan we een kopje koffie drinken en zo, dat vind ik prettig.” Deelnemer groepsgesprek 80-plussers

Daarnaast zeggen de ouderen heel blij te zijn met het ontmoetingscentrum, de locatie waar het gesprek plaatsvindt. Een aantal van hen komt daar meerdere keren per week. Ze komen er doelbewust naar toe voor contact. Ze doen er spelletjes, maken een praatje en sporten. Volgens de deelnemers aan het groepsgesprek met bewoners met een migratieachtergrond zijn verenigingen en stichtingen belangrijk voor het in contact brengen van buurtbewoners. Een bewoner die sinds vijf jaar in de wijk woont, vertelt dat hij door het aansluiten bij de buurtstichting snel in contact kwam met buurtbewoners. Door de samenwerking tussen de verschillende organisaties leren ook verschillende groepen bewoners elkaar kennen. “Als vereniging zijnde zoek je elkaar op of je wat kan organiseren in de wijk. Zo ga je dan mensen betrekken met twee verschillende verenigingen, twee verschillende achterbannen en dan kom je bij elkaar. Zo heb je Rode Feniks, Turkse vereniging, Surinaamse, dat is prima, aardige drukte. ”

gezamenlijke schoonmaakacties, culturele evenementen, straat-bbq’s, sportevenementen, burendag, zondagsmarkten, picknicks en het aanleggen van een moestuin. Deze activiteiten, die op de betreffende buurt afgestemd moeten worden, bedienen de wensen van diverse groepen en brengen deze groepen nader tot elkaar. In het groepsgesprek Gemengde wijken stellen de deelnemers dat het helpt als er een aanleiding is om in contact te komen, bijvoorbeeld samen iets oppakken in de openbare ruimte. Daar geeft één van de deelnemers een positief voorbeeld van. “Wat ik net zei waar die perkjes aangelegd werden. Toen gingen koop en sociale huur zich mengen omdat we allemaal rond een pleintje wonen. En in die sociale huur zaten ook vluchtelingen en die vonden dat ook leuk om daar aan mee te doen. En dan heb je opeens menging.” Deelnemer groepsgesprek Gemengde wijken

De gemeente zou activiteiten die verbinding teweegbrengen financiële steun moeten bieden of ruimte voor deze activiteiten beschikbaar moeten stellen. Hierbij valt te denken aan pleinen, sportvelden en eerdergenoemde voorzieningen als buurtcentra, horeca en bibliotheken. Eveneens kan de gemeente het organiseren van activiteiten vereenvoudigen door het versoepelen van regelgeving. Zo stimuleert de gemeente dat bewoners eigenaarschap en verantwoordelijkheid gaan ervaren voor hun buurt. Jongeren dichten veel betekenis toe aan de woon- en leefomgeving voor het (prettig) samenleven van groepen in de stad. Ze willen in de toekomst bijvoorbeeld graag meer buurtfeesten en activiteiten, “zodat men elkaar beter kan leren kennen en meer vertrouwen,” aldus een leerling van de basisschool. Studenten denken aan plekken in de openbare ruimte om de verschillende doelgroepen met elkaar in contact te laten komen.

Deelnemer groepsgesprek bewoners met een migratieachtergrond

Naast voorzieningen worden activiteiten eveneens veelvuldig benoemd als verbindingsmiddel. Voorbeelden van dergelijke activiteiten die in de antwoorden op de open vragen worden aangedragen zijn straatfeesten,

70

Veldacademie

“Er geldt toch een beetje soort zoekt soort, maar binnen de buurt zijn buitenactiviteiten, contact in de (voor)tuin of elkaar tegen komen met winkelen/kinderen/hond veelal de smeerolie.” Bewoner van Vrijenban, man, 42 jaar, paar m.k., hoog opgeleid - enquête

“De gemeente kan kleine ondernemingen en initiatieven gericht op de buurt stimuleren, openbare ruimte aanwijzen om samen iets leuks van te maken, en (symbolische) bedragen beschikbaar stellen voor buurt activiteiten, zonder daar te veel eisen aan te stellen. Goed vertrouwen zorgt voor goed eigenaarschap.” Bewoner van Binnenstad, man, 31 jaar, woont met huisgenoten, hoog opgeleid - enquête

“Ik denk dat het goed is als vanuit de gemeente gestimuleerd wordt om met elkaar onze eigen buurt schoon te houden. Zo heb je meer onderling contact en leer je elkaar beter kennen. Kost niks.” Bewoner van Tanthof, vrouw, 70 jaar, alleenstaand z.k., middelbaar opgeleid - enquête

“Organiseer evenementen op basis van thema's waaraan iedereen kan deelnemen en die (bijna) iedereen aanspreken (zoals eten, muziek, of dansen).” Bewoner van Voordijkshoorn, vrouw, 47jaar, paar m.k., hoog opgeleid - enquête

In gesprek met de stad Delft

71

Foto: Veldacademie

72

Veldacademie

Conclusies Omgevingsvisie •

Verbinding wordt als sleutel tot een prettige, inclusieve stad gezien. Onder alle groepen leeft het gevoel dat hiertoe meer onderling contact nodig is. Veel bewoners willen in een buurt wonen waar contact is met buren. Een aanzienlijk deel organiseert al iets met buren en denkt ook sociale steun te kunnen krijgen van buren. Een behoorlijk deel doet niks met buurtgenoten maar wil dat wel. Hier liggen dus kansen, want de gemeente kan contact op verschillende manieren faciliteren, ook al is het in eerste instantie aan bewoners zelf om contact te willen en te maken met buurtgenoten.

•

Gemengd wonen is te bereiken door onder andere het mixen van sociale huurwoningen en koopwoningen. Er is veel draagvlak voor het beleid van woningdifferentiatie dat de gemeente uitvoert en in de toekomst nog meer wil versterken. Wonen met verschillende leefstijlen en groepen heeft voor veel bewoners de voorkeur. Bewoners willen geen gesegregeerde woonbuurten. Hoewel de meerderheid van de respondenten aangeeft een voorkeur voor een diverse buurt te hebben, is een voorwaarde wel dat geen overlast wordt ervaren van andere bewoners.

•

Bewoners uit alle groepen zien graag dat de gemeente het bevorderen van contact tussen bewoners faciliteert door het ondersteunen van activiteiten en voorzieningen waar men elkaar kan ontmoeten, zoals een buurthuis, (culturele) buurtcentra, pleinen, parken en speelvoorzieningen.

In gesprek met de stad Delft

73

74

Veldacademie

7. DUURZAAMHEID

Kaders uit Omgevingsvisie In 2050 maakt Delft alleen nog gebruik van energie van hernieuwbare bronnen: zon, wind, biomassa en aardwarmte. Deze bronnen worden gebruikt voor het verwarmen, koelen en verlichten van alle gebouwen en voor verkeer en vervoer. Op deze manier is Delft energieneutraal. Op de weg naar een energieneutrale stad heeft Delft de ambitie de energietransitie nu vorm te gaan geven. • • • •

Energieneutraal in 2050 Gasloos in 2050 Lokaal warmtenet Klimaatadaptatie & biodiversiteit

Foto: Guus Schoonewille In gesprek met de stad Delft

75

Voor de toekomst van Delft is duurzaamheid een belangrijk thema. Een van de hoofdonderwerpen is klimaatadaptatie: het aanpassen aan de veranderingen van het klimaat en de effecten daarvan. Steden hebben in toenemende mate te maken met bijvoorbeeld hevige regenbuien en wateroverlast, hittestress en droogte. De (lokale) overheid is actief bezig met de aanpak ervan en ook veel bewoners nemen maatregelen. Wat vinden de bewoners dat de gemeente moet doen, wat doen of willen zij zelf en welke belemmeringen zijn er?

Inrichting openbare ruimte Er zijn diverse aanpassingen aan de openbare ruimte te bedenken die de stad duurzamer kunnen maken. De betekenis van groen komt daarbij meermaals naar voren. In het hoofdstuk Openbare ruimte wordt bevestigd dat veel bewoners meer groen willen, hier gaat het om groen in relatie tot duurzaamheid. In de antwoorden op de open vragen wordt veelvuldig genoemd dat er daktuinen en groene daken aangelegd zouden moeten worden. Deze zorgen voor verkoeling en zouden ook meteen dienen als geschikte afvoerplek voor regenwater. Deze functies van groen – verkoeling en regenopvang/afvoer - worden ook door jongeren genoemd. Zij voegen daaraan toe dat groen en meer bomen zorgt voor een grotere CO2-opname. Ze wijzen verder nog op het belang van groen voor de biodiversiteit en opperen bijvoorbeeld om meer bloemen in de gevels aan te brengen, ten gunste van de bijenpopulatie.

De wens met betrekking tot natuurbehoud impliceert niet dat openbaar groen minder onderhouden moet worden. In de enquête onderschrijft slechts een klein deel van de respondenten (16%) de stelling dat de gemeente het openbaar groen minder zou moeten onderhouden zodat de natuur haar gang kan gaan (figuur 7.1). Tijdens het groepsgesprek De straat van de toekomst zijn foto’s van bestaande straten in Delft besproken. Bewoners vinden groen mooi en belangrijk voor de leefbaarheid, maar ook in het kader van duurzaamheid wenst men groen. Zo wordt bijvoorbeeld de ‘stenigheid’ van een specifieke straat gehekeld omdat de straat hierdoor te weinig is ingericht met het oog op klimaatbestendigheid. Minder verharding wordt door jongeren genoemd als één van de concrete ideeën om tot een meer duurzame stad te komen. In het groepsgesprek worden waterpleinen als voorbeeld genoemd om straten meer klimaatbestendig te maken.

7.1 “De gemeente zou openbaar groen minder moeten onderhouden zodat de natuur haar gang kan gaan.” 23% Zeer oneens

39% Oneens

20% Eens noch oneens

12% Eens

4% Zeer eens

*2% Gaf aan geen mening te hebben of het niet te weten

76

Veldacademie

“Ik denk dat met het nieuwe denken in straten veel te winnen valt. Klimaatbestendige functies zoals waterpleinen, wadi's dat zie je veel te weinig. Dat nodigt wel uit om te ontmoeten. In Rotterdam heb je ook een waterplein, als het leeg staat kan je er spelen en als ie vol staat wordt ie als waterberging gebruikt. Maar het is ook een ontmoetingsruimte. Ik denk dat bij nieuwbouwprojecten dit nog te veel mist in Delft.” Deelnemer groepsgesprek De straat van de toekomst

Jongeren uiten hun bezorgdheid over het feit dat het groen en de natuur in de stad onder druk komt te staan door de toename van de stadsbevolking en bezoekers, met onder andere vieze grachten, slecht zwemwaterkwaliteit (door blauwalg) en luchtvervuiling als gevolg. Studenten komen in dit kader onder meer met het idee om functies te combineren, zoals daktuinen of sportvelden die water opvangen dat later gebruikt kan worden voor andere doeleinden. In de enquête is specifiek gevraagd hoe wateroverlast door hevige regenbuien kan worden voorkomen (figuur 7.2). Bewoners zien het meeste in de oplossing waterdoorlaatbare verharding te gebruiken, het stimuleren om tegels in tuinen te verwijderen, en toepassing van groene daken.

7.2 Door hevige regenbuien is er steeds meer overlast van water. Daarom moet er meer ruimte komen voor het water in de stad. Welke van de onderstaande oplossingen heeft uw voorkeur? Waterdoorlaatbare tegels / verharding gebruiken Stimuleren om tegels in tuinen te verwijderen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/8939241/1