1920361 College van B en W - rapporten Veldacademie en Youngworks
Tekst van het document
De deelnemers van het groepsgesprek zijn van mening dat als men internationale studenten wil aantrekken, er woningen moeten zijn met een acceptabele huurprijs. Alternatief is dat zij financieel gesteund worden door de lokale overheid. Een student deelt een voorbeeld van haar thuisland waar huiseigenaren subsidies ontvangen als ze hun woning aan studenten verhuren. Huiseigenaren in Delft lijken te profiteren van het beperkte aanbod door hun prijzen enorm op te drijven. Waar er aan de aanbodkant van studentenwoningen op dit moment dus nog veel te verbeteren is, zien de deelnemers ook problemen aan de vraagkant. Zij observeren dat de TU Delft simpelweg te veel internationale studenten aantrekt, zonder dat daar capaciteit voor is in de stad. Er lijken op het moment wel meer studentenwoningen gebouwd te worden in Delft, onder meer aan de randen van de stad, maar dit proces loopt achter op het toenemende studentenaantal aan de universiteit.
Om het gat te dichten tussen vraag en aanbod zou de gemeente volgens de deelnemers meer in contact moeten treden met de TU Delft. De TU en de gemeente zouden gezamenlijk jaarlijks in kaart moeten brengen hoeveel studenten er verwacht worden en welk aanbod daar voor nodig is in de stad. Uiteindelijk is het de stad die al deze studenten moet huisvesten en dus zou de universiteit pas studenten moeten accepteren nadat gecontroleerd is of de stad dit aan kan. Om excessen zoals tentenkampen in gymzalen te voorkomen, zouden studentenhostels kunnen worden gebouwd, waar studenten dan in ieder geval in de beginperiode van hun tijd in Delft kunnen verblijven.
“I think there is a slight delay that is happening, because I see a lot of new buildings being constructed. But before the buildings were opened, they just increased the student intake.”
“I think it is a student city and it should stay like that, it provides everything you need as a student at least. I don’t know from the worker point of view.”
Deelnemer groepsgesprek internationale studenten en kenniswerkers
Deelnemer groepsgesprek internationale studenten en kenniswerkers
Waar Delft als werkstad niet optimaal is voor deze groep (zie verder hoofdstuk Werken), zijn ze wel te spreken over Delft als studentenstad. De mogelijkheden en faciliteiten, onder meer op de campus, stellen de studenten in staat om zich volledig op hun studie te richten.
“Er worden te veel studenten toegelaten door de universiteit, maar er wordt geen accommodatie geregeld. Alle partijen (universiteit, gemeente en werkgevers) moeten samenwerken om dit op te lossen).” Bewoner van Wippolder, man, 27 jaar, woont met huisgenoten, hoog opgeleid – straatinterview
28
Veldacademie
Conclusies Omgevingsvisie •
De ideale woonbuurt is groen en ruim opgezet, goed bereikbaar met zowel de fiets, het openbaar vervoer en de auto, en heeft een prettige sfeer. Parkeerplekken voor auto’s moeten zoveel mogelijk uit het straatbeeld verdwijnen. Men heeft een voorkeur voor een kleine privé-tuin en openbaar groen in de buurt (en minder voor een gedeelde tuin).
•
Bijbouwen van nieuwe woningen zou vooral aan de randen van de stad moeten gebeuren of op een paar specifieke locaties in de stad waar de dichtheid nog niet heel hoog is. Bij voorkeur gaat dit niet ten koste van het groen rondom de stad. Indien een keuze moet worden gemaakt, is een groot deel van de bewoners voor het verdichten van bestaande wijken in plaats van het opofferen van groen. Meer dan de helft van de bewoners ziet liever niet dat er ingezet wordt op het bouwen van eengezinswoningen als dat betekent dat buurten voller worden.
•
De woningvoorraad moet zoveel mogelijk doelgroepen huisvesten. Bewoners hebben behoefte aan gemengd wonen waardoor er woningen moeten zijn in alle prijsklassen en een mix tussen koop en huur. Ook wat betreft het type woningen ziet men graag variatie, zowel eengezinswoningen als appartementencomplexen zijn welkom. Hoogbouw heeft niet direct de voorkeur maar is wel een optie gezien de beperkte ruimte. Een geschikt alternatief voor bijbouwen is het omvormen van leegstaande gebouwen zoals kantoren, winkels en industriële panden. Verder is er behoefte aan wonen in combinatie met zorg en aan microappartementen. Speciale aandacht zou uit moeten gaan naar woningen voor ouderen en starters.
•
Studenten zijn eveneens een groep waarvoor meer huisvesting moet komen maar de vraag is of zij onderdeel moeten zijn van gemengde buurten. Er moet nagedacht worden over alternatieven waarin deze groep niet langer in woonwijken gehuisvest is maar bijvoorbeeld rondom de campus van de TU Delft. Jongeren en studenten hebben vaak last van de negatieve reputatie die studenten hebben bij het vinden van een woning.
In gesprek met de stad Delft
29
30
Veldacademie
3. WERKEN
Kaders uit Omgevingsvisie Delft wil zich versterken als hightech capital in Europa. Dat betekent een stad waarin veelsoortige bedrijven een sterk economisch ‘ecosysteem’ vormen, goed bereikbaar en aantrekkelijk voor personeel, van alle opleidingsniveaus. • • • •
Aantrekkelijk economisch ecosysteem Toename kennisbedrijven Ruimte bieden voor doorgroei 10.000 nieuwe banen
Foto: Guus Schoonewille In gesprek met de stad Delft
31
De opgave voor Delft qua werken is de aanwas van 10.000 banen tot 2040 en een toename van het aantal kennisbedrijven. Hiervoor is een aantrekkelijk economisch ecosysteem nodig evenals ruimte voor een doorgroei van startende bedrijven (startups). Delft heeft veel startende en innovatieve bedrijven, maar als deze bedrijven groeien hebben ze ruimte nodig en die is er vaak niet. Gevolg is dat deze bedrijven de stad en zelfs de regio verlaten. Ruimte geven om een economie te laten groeien betekent ook bedrijven fysieke ruimte bieden, van zelfstandig werkenden in de buurt tot bedrijven die goederen produceren.
Karakter stad Voordat gekeken wordt naar de mogelijkheden om Delft als werkstad te verbeteren, is eerst van belang in kaart te brengen in hoeverre de bewoners van de stad het eigenlijk belangrijk vinden dat Delft een werkstad is. Gevraagd naar het gewenste karakter van Delft in de toekomst plaatsen de respondenten van de enquête (figuur 3.1) woonstad duidelijk op de eerste plaats. Hoe tot een stad te komen waar het prettig wonen is, is reeds beschreven in het hoofdstuk Wonen. Delft als werkstad is de vierde keus, na cultuurstad en winkelstad. Vrouwen en ouderen kiezen vaker voor woonstad, mannen en (oudere) jongeren vaker voor werkstad.
Ook in de straatacties is de voorkeur voor het karakter van de stad bevraagd. De meeste respondenten maken geen keuze als zij hier niet toe gedwongen worden. Zij geven vooral de voorkeur aan een mix van een woonstad en werkstad. De voorstanders van Delft als woonstad vinden onder meer dat aantrekkelijkheid van het wonen voorop moet staan en dat werken ook prima in de regio kan. In woonwijken is in hun ogen geen plek voor bedrijven. De stad is bovendien al vol genoeg, meer bedrijvigheid is niet wenselijk. De bewoners die Delft graag tot werkstad zien ontwikkelen denken dat de stad zo tijdelijke bewoners en kenniswerkers beter kan behouden. Er zouden dan meer banen voor de verschillende groepen in de stad zijn en ook kan er zo een maakklimaat ontstaan.
3.1 Als u kijkt naar de toekomst, tot wat voor soort stad moet Delft zich dan vooral ontwikkelen?
“Delft is nu meer een woonstad, en dat is goed zoals het is. De gemeente moet doorgaan met de ontwikkeling van een campus om van Delft ook echt een educatiestad te maken. Op de campus moet dan vooral plek komen voor bedrijven en bijbehorende faciliteiten en in het centrum moet er vooral gewoond worden.”
79%
Woonstad 53%
Cultuurstad 40%
Studentenstad Werkstad
30%
Toerismestad
28% 19%
Winkelstad
32
Bewoner van Wippolder, vrouw, 23 jaar, woont met huisgenoten, hoog opgeleid - straatinterview
Anders
3%
Weet niet / geen mening
2%
Veldacademie
“Een woonstad, dat is het al en zo voelt het karakter aan. Werken kan in de regio en andere grote steden.” Bewoner van Hof van Delft, man, 17 jaar, woont bij ouder(s), middelbaar opgeleid - straatinterview
“Bij voorkeur is Delft een stad waar het fijn werken is, maar met behoud van woonstad met veel gezelligheid en ruimte voor groen.”
3.2 Wie moet er volgens u het voortouw nemen om in Delft een aantrekkelijk werkklimaat te creëren? 4% Universiteiten en andere onderwijsinstellingen 4% Het Rijk
3% De burgers
9% Het bedrijfsleven
Bewoner van Wippolder, man, 71 jaar, alleenstaand z.k., hoog opgeleid - portaal
“Delft moet geen werkstad worden, het is wel prima zoals het nu is. Buiten het centrum is er nog wel plek voor bedrijven.” Bewoner van Wippolder, vrouw, 23 jaar, woont met huisgenoten, hoog opgeleid - straatinterview
Zoals duidelijk wordt uit de antwoorden op de open vragen vinden veel bewoners een gemixt karakter aansprekend. De uitdaging ligt volgens hen in het vormen van zowel een goed leef- als werkklimaat, zodat werk en wonen in balans zijn en goed met elkaar geïntegreerd zijn. In sommige gevallen denkt men dit te bereiken door letterlijk woon- en werkfuncties aan elkaar te koppelen, bijvoorbeeld door woningen zo in te richten dat werken aan huis mogelijk is. Of door gebouwen met meerdere verdiepingen te verdelen in een deel met woonfuncties en een deel met werkfuncties die dan voornamelijk op de plinten zouden zitten. Op dergelijke functiemenging in de buurten wordt later in dit hoofdstuk nog uitgebreid ingegaan. Niet iedereen doelt hier echter op bij het nastreven van een gemixt karakter. Een deel van de bewoners voelt meer voor het toekennen van woon- of werkfuncties aan specifieke gebieden van de stad, waardoor de stad als geheel wel een gemixt karakter heeft maar buurten zelf niet.
Werkklimaat Dat Delft voor het merendeel respondenten vooral een woonstad zou moeten zijn, neemt niet weg dat het creëren van een gezond werkklimaat van belang is voor de stad. In de enquête is gevraagd wie daarvoor het voortouw dient te nemen. Hier zou vooral de gemeente voor moeten zorgen in de ogen van de bewoners. Ook kan een regionale samenwerking, bijvoorbeeld binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag een belangrijke bijdrage In gesprek met de stad Delft
19% Regionale samenwerking, zoals de Metropoolregio Rotterdam Den Haag
62% De gemeente
leveren (figuur 3.2). Voor het bedrijfsleven, het Rijk, onderwijsinstellingen en burgers zien bewoners de regierol minder weggelegd. Om te zorgen dat bedrijven zich graag in de stad vestigen is een aantrekkelijk vestigingsklimaat nodig, zo laten respondenten weten naar aanleiding van de open vragen. Naast goede bereikbaarheid, waarop later uitgebreid ingegaan wordt, zijn belangrijke onderdelen hiervan een flexibele regelgeving voor ondernemers, een eenvoudig vergunningensysteem, goed onderwijs (op alle niveaus) en een fijn woonmilieu voor werknemers. Dat laatste zou bestaan uit een groene en ruim opgezette omgeving, een fijne sfeer, een inspirerend vrijetijdsaanbod, goede voorzieningen en een gevarieerd en aantrekkelijk woningaanbod. Om werknemers aan te trekken en te behouden zijn woningen nodig in diverse segmenten, van betaalbare woningen voor starters tot luxere woningen voor hoogopgeleiden en meer verdienende (kennis )werknemers. “Voor een goed werkklimaat moet men de lasten voor bedrijven in de hand houden, de bureaucratie verminderen, snellere doorstroom van aanvragen, goede en snelle bereikbaarheid van bedrijven zowel binnen als buiten de stad.” Bewoner van Wippolder, man, 75 jaar, paar z.k., middelbaar opgeleid - portaal
33
“De Delftse ambtenarij zou heel wat flexibeler moeten worden om ondernemers te helpen in plaats van tegen te werken vanuit machtspositie en met behulp van regels.” Bewoner van Voordijkshoorn, man, 66 jaar, paar m.k., hoog opgeleid - portaal
“Veel factoren bepalen het werkklimaat, en op elk daarvan kunnen verschillende partijen bijdragen: vestiging, onderwijs, ruimte, bereikbaarheid.” Bewoner van Wippolder, man, 61 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - portaal
Over de huisvesting van de bedrijven zelf hebben respondenten diverse voorstellen. Zo kunnen leegstaande panden omgevormd worden tot kantoorruimtes. Startups zouden samen in een verzamelgebouw gehuisvest kunnen worden op inspirerende locaties in de stad, eventueel in woonwijken. Ook zou er behoefte zijn aan laagdrempelige en betaalbare werkplekken voor zelfstandigen, mogelijk in de vorm van tijdelijke en flexibele werkruimtes. Voor deze werkplekken zou ook ruimte gemaakt kunnen worden in al aanwezige openbare gebouwen, waarmee het moderne werken gefaciliteerd zou worden. Ook de bedrijventerreinen waarop de grotere ondernemingen gevestigd zijn kunnen aantrekkelijker gemaakt worden, bijvoorbeeld door deze te moderniseren, door meer groen op de terreinen te plaatsen en door voorzieningen voor de werknemers op deze terreinen te openen. “Kijk of je leegstaande gebouwen kan benutten om daar werkgelegenheid te creëren.” Bewoner van Buitenhof, man, 71 jaar, alleenstaand z.k., laag opgeleid - enquête
34
Over de sectoren die in Delft gestimuleerd zouden moeten worden is men zowel in de enquête (figuur 3.3) als in de open vragen duidelijk, namelijk: hoogwaardige techniek, innovatie en duurzaamheid. Respondenten hebben het naar aanleiding van de open vragen veelvuldig over het uitbreiden van de samenwerking tussen de TU, de gemeente en het bedrijfsleven om groei in deze sectoren te bereiken. Zo kan de maakindustrie, die vaak in het verlengde ligt van alle aanwezige kennis op de TU, tot bloei komen. Dat zou er ook voor kunnen zorgen dat studenten langer in de stad blijven wonen omdat hun opleiding dan beter aansluit op de arbeidskansen in de stad. Delft kan tevens samenwerkingsverbanden zoeken met andere kenniscentra en gemeenten in de regio om de status van kennisstad te verstevigen. Uiteindelijk zou het doel moeten zijn dat in Delft veel ruimte is voor kleine en startende ondernemingen die zich onder meer richten op innovatie en duurzaamheid. Deze bedrijven moeten ook de kans en ruimte krijgen om te groeien, zo profiteert Delft van de nieuwste ontwikkelingen.
“Goede bedrijfsruimte is belangrijk - gebruik de industriegebieden langs de Schieoever en de campus waar 3M en Exact zitten.”
“Zorg dat er goed gebruik gemaakt wordt van de sterke punten van de stad Delft, waarbij duurzaamheid en technologie voorop staan. In combinatie met de TU Delft zou dit geen probleem mogen zijn.”
Bewoner van Wippolder, man, 50 jaar, paar m.k., hoog opgeleid - enquête
Bewoner van Vrijenban, man, 38 jaar, paar m.k., hoog opgeleid - enquête
“Delft heeft het imago van innovatieve techniekstad. Daardoor willen veel nieuwe, innovatieve bedrijven zich in Delft vestigen. Voor hen moet goede ruimte beschikbaar zijn waar ze zich kunnen vestigen.”
“Creëer een nauwe verbinding tussen onderwijs en werk, gelegenheid geven om de stad en Delft ook als proeftuin in te zetten op het gebied van technologie, duurzaamheid (m.n. energietransitie), voedsel en (stedelijke) natuur.”
Bewoner van Hof van Delft, man, 24 jaar, alleenstaand z.k., hoog opgeleid - enquête
Bewoner van Wippolder, man, 72 jaar, alleenstaand z.k, hoog opgeleid - enquête Veldacademie
“Men moet een goed imago creëren voor de stad zodat het wordt gezien als DE plek voor innovatie, technologie en ondernemerschap.” Bewoner van Binnenstad, vrouw, 28 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - enquête
“Stimuleer bedrijven die zich op duurzaamheid richten: maak van Delft, samen met de TU, de duurzaamheidsstad van Nederland.” Bewoner van Tanthof, man, 56 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - enquête
Niet iedereen vindt echter dat Delft zich volledig op de genoemde sectoren moet richten. Ook voor andere sectoren moet plek zijn en werkgelegenheid moet er voor alle groepen zijn. Daarom moet het type bedrijven dat kansen krijgt afgestemd worden op de huidige bevolkingssamenstelling van de stad en het opleidingsniveau en de achtergrond daarvan. Een goede aansluiting tussen de lokale arbeidsmarkt en de bewoners heeft ook positieve gevolgen voor de nog te bespreken bereikbaarheid. Wanneer veel mensen vanuit Delft zelf daar ook kunnen werken, zal het OV en de fiets sneller afdoende zijn als vervoersmiddel en kan het aantal auto’s in de stad worden teruggebracht. Een dergelijke beperking van woon-werkverkeer zou ook met het oog op duurzaamheid goed zijn. Een van de bewonersgroepen waarmee een groepsgesprek is gehouden, is die van internationale studenten. Zij blijven op dit moment nog zelden in de stad actief na hun studie. De aanwezige gespreksleden dragen daarvoor als voornaamste reden aan dat de werkgelegenheid niet goed aansluit op de opleidingen die op de TU Delft aangeboden worden. De meeste van de deelnemende studenten voorspellen dan ook dat ze buiten Delft werk zullen gaan zoeken. Met hun studies verwachten ze eerder werk te vinden in andere Nederlandse steden zoals Eindhoven of Rotterdam, of in het buitenland.
Een factor die dit gevoel versterkt is het kleinschalige karakter van veel bedrijven in Delft. Naar hun idee zijn er in Delft vooral veel kleine startups actief en het werken daarvoor heeft niet direct hun interesse. De in het groepsgesprek aanwezige internationale kenniswerkers vullen daarop aan dat de arbeidsmarkt in Delft weinig toegankelijk is. De voornaamste reden hiervoor is dat zij de Nederlandse taal niet (goed) machtig zijn en er volgens hen weinig internationale ondernemingen in Delft actief zijn. Weinig bedrijven zouden bereid zijn tot het aannemen van internationale werknemers. Wervingsprocedures zijn vrijwel altijd in het Nederlands en een uitstekende beheersing van de Nederlandse taal is bijna altijd een eis.
In gesprek met de stad Delft
3.3 Bedrijven hebben fyieke ruimte nodig om te kunnen groeien. Voor welke van de onderstaande sectoren moet in Delft ruimte gemaakt worden? Technologie
50%
Duurzaamheid
50%
ICT
28%
Gezondheidszorg
26%
(Maak) industrie
22%
Overheid en onderwijs
20%
Vrije tijd en toerisme
17%
Detailhandel
16%
Landbouw en voedsel
10%
Weet niet / geen mening
9%
Horeca
5%
Financiële en zakelijke dienstverlening
4%
Anders
1%
Vanuit de deelnemers is er duidelijk de wens dat het bedrijfsleven in Delft opener wordt richting internationale bewoners , zodat in de toekomst (afstuderende) internationals wel behouden kunnen worden voor de stad.
“Cause there is a lot of international students finishing Delft university every year. And maybe if the offers would be really nice and tempting, they would consider to stay.” Deelnemer groepsgesprek internationale kenniswerkers en studenten
“Everything is in Dutch and they actually even put it as a hard requirement that you need to be fluent in Dutch. So this is highly limiting actually to get a job here.” Deelnemer groepsgesprek internationale kenniswerkers en studenten
35
Bereikbare werkstad In de enquête is gevraagd waar men werkt. Van de respondenten die werken doet 41 procent dit in Delft, 33 procent in de regio en 27 procent daarbuiten. Dit houdt in dat zowel de bereikbaarheid van bedrijven binnen de stad als de vervoersmogelijkheden naar buiten de stad in orde moeten zijn. Bereikbaarheid van werk is dan ook een van de meest prominente thema’s die respondenten in de antwoorden op de open vragen aandragen. Voor henzelf vinden ze het belangrijk dat er richting en rondom bedrijven goede fietspaden, voldoende OV-verbindingen en voldoende parkeerplekken zijn. Maar ook voor de stad als geheel is bereikbaarheid cruciaal als men daar een goed werkklimaat wil creëren. Voor de kleinschalige werkgelegenheid in buurten zouden er met name goede en veelvuldig aanwezige fietspaden en fietsenstallingen moeten zijn. Specifieke ideeën zijn onder meer het aanleggen van fietsroutes vanaf het station naar werkgebieden en fietssnelwegen om verplaatsing eenvoudiger te maken. Een fijnmazig OV-netwerk met frequente verbindingen zou moeten zorgen voor een betere verplaatsing voor werknemers van station of woonwijk naar het werk. Er is ook een vraag naar P&R mogelijkheden aan de randen van de stad, met shuttles die werknemers van buiten de stad de wijken in kunnen brengen, zonder dat dit gepaard gaat met een grote toename van het verkeer.
Gevraagd naar hoe men naar het werk gaat, is het meest genoemde vervoermiddel onder de respondenten in de enquête de fiets (60%, waarvan 5% elektrische fiets), gevolgd door de auto (41%) en het openbaar vervoer (29%). Voor bewoners die met de auto en met name die met het openbaar vervoer reizen, ligt de acceptabel reistijd een stuk hoger dan voor degenen die met de brommer/scooter of fiets gaan of lopen (figuur 3.4). De meeste bewoners vinden een reistijd langer dan een uur niet acceptabel, behalve degenen die met het openbaar vervoer reizen; negen procent van deze groep vindt langer dan een uur nog acceptabel . Hoewel (nog) maar weinig bewoners aangeven met de elektrische fiets te reizen, lijkt deze potentie te hebben voor het woon-werkverkeer: van degenen die hiermee reizen vindt bijna 40 procent een reistijd tussen een half uur en driekwartier acceptabel. Hiermee zijn diverse gemeenten, waaronder Rotterdam, goed bereikbaar. Mogelijkerwijs is reizen naar de werkplek in de toekomst steeds minder aan de orde doordat werknemers op verschillende plekken kunnen werken, waaronder thuis en in de buurt. De bewoners is in de enquête gevraagd waar zij bij voorkeur zouden willen werken (figuur 3.5). Het grootste deel (61%) antwoordt daarop toch ‘bij mijn werkgever’. Ook het thuiswerken (21%) en werken op flexplekken in de buurt (11%) spreekt een deel van de bewoners aan.
36
3.4 Welke reistijd van deur tot deur (enkele reis) vindt u acceptabel om naar uw werk te gaan? 16-30 minuten
0-15 minuten
31-45 minuten
46-60 minuten
+60 minuten
Lopend
Fiets
Elektrische fiets
Auto
Openbaar vervoer
Brommer/scooter
0%
25%
50%
75%
100%
“Delft ligt wel ongunstig qua verbindingen. Alleen met Den Haag en Rotterdam is de openbare vervoersverbinding goed. Het openbare vervoer lijkt ook achter te lopen. Vaak worden er eerst woningen gebouwd, en later pas wegen of openbare vervoersverbinding. Dat moet andersom.” Bezoeker van Delft, man, 63 jaar, alleenstaand z.k., hoog opgeleid - straatinterview
“Een fijne werkstad heeft goede bereikbaarheid, laat vooral mensen uit de stad zelf in de stad werken; zij kunnen makkelijk met de fiets of het OV komen.” Bewonder van Wippolder, man, 48 jaar, alleenstaand z.k., hoog opgeleid - enquête
“Zorg in ieder geval voor voldoende mogelijkheden om bedrijven goed te kunnen bereiken, zowel voor personeel als aan en afvoer van goederen.” Bewoner van Wippolder, man, 70 jaar, paar z.k., middelbaar opgeleid - enquête
Veldacademie
3.5 In de toekomst kunnen we op meer verschillende plekken werken. Als dit ook voor u geldt, waar zou u dan voornamelijk willen werken? 6% Openbare gebouwen in de stad
2% In een koffiezaak of café
11% Flexibele werkplekken in de buurt
61% Bij mijn werkgever
3.6 In Delft zijn door ruimtegebrek de mogelijkheden om uit te breiden beperkt. Onder welke voorwaarden zou u accepteren dat er in uw buurt ook bedrijven aanwezig zijn? Als dit in combinatie is met meer groen Als er meer bescherming is voor de overlast (zoals geluidsscherm) Als het niet ten koste gaat van de veiligheid Als het niet ten koste gaat van de bereikbaarheid Als er ook meer lokale werklegenheid komt Als dit in combinatie is met nieuwe dagelijkse voorzieningen
50% 49% 40% 36% 29% 29%
Anders
7%
Weet niet / geen mening
4%
21% Thuis
Functiemenging in buurten Zoals eerder genoemd zijn veel bewoners voor een stad met een gemengd karakter, waarbij het woonkarakter wel het belangrijkst gevonden wordt. De vraag is in hoeverre dat gemengde karakter ook in hun woonbuurt zelf aanwezig moet zijn. Daarom is bewoners gevraagd onder welke voorwaarden zij de aanwezigheid van bedrijven in hun buurt zouden accepteren. Vooral een toename van groen en bescherming tegen overlast zijn voor hen vereisten, ook willen ze niet dat het ten koste gaat van de veiligheid en bereikbaarheid (figuur 3.6). Uit de straatinterviews en het groepsgesprek Gemengde wijken blijkt dat respondenten best ruimte zien voor bepaalde vormen van bedrijvigheid in hun wijk. Zo zijn winkels, horeca, onderwijsinstellingen en kleinschalige bedrijven (waaronder startups) welkom. Over kantoren leeft het idee dat deze rustig zijn, dus dat levert geen problemen op als deze zich zouden vestigen in de buurt. Kanttekening is dat parkeren bij het kantoor potentieel wel problematisch is als het een bedrijf is met veel werknemers en bezoekers die met de auto komen. Kansen zijn er ook, als men zoekt naar wat bedrijf en bewoner voor elkaar kunnen beteken. Zo zouden bewoners misschien gebruik kunnen maken van de faciliteiten van een kantoor.
Ook hoopt men dat ondernemers die zich in woonwijken vestigen binding hebben of krijgen met de stad en wijk en zorgen voor lokale werkgelegenheid. Voor een deel van de respondenten brengen ondernemingen in de wijk tevens een welkome vorm van levendigheid, zij verwachten dat een wijk door de aanwezigheid van bedrijven sfeervoller wordt en minder dode momenten kent gedurende de dag. In gesprek met de stad Delft
In een van de groepsgesprekken (Randen van de stad) wordt als aanvulling hierop genoemd dat kleine bedrijvigheid in een wijk de sociale controle en sociale cohesie kan vergroten.
“Als bedrijven gerelateerd zijn aan wonen en lokale producten zoals Nederlandse appeltaart zijn ze welkom in de buurt.” Bewoner van Voorhof, man, 30 jaar, paar m.k., hoog opgeleid - straatinterview
“Horeca in de buurt is acceptabel, mits niet tot laat open i.v.m. geluidsoverlast. Onderwijs en dienstverlening is ook welkom, mits het wat toevoegt aan de buurt en het lokale werkgelegenheid oplevert. Iets uit de creatieve sector lijkt mij wel wat.” Bewoner van Hof van Delft, man, 24 jaar, woont met huisgenoten, hoog opgeleid - straatinterview
“Winkels zijn welkom. Kantoren niet, die moeten in grote steden op bedrijventerreinen staan. De maakindustrie liever niet in woonbuurten. Als die er wel komt moet het er mooi uit zien en niet tot laat actief zijn.” Bewoner van Hof van Delft, man, 17 jaar, woont bij ouder(s), middelbaar opgeleid - straatinterview
37
Bewoners vinden ook belangrijk (figuur 3.6) dat bedrijven niet zorgen voor overlast in de vorm van lawaai of luchtvervuiling. Hierop aansluitend ziet men niet graag veel vrachtwagens de wijk inkomen. Zeker niet als er in een wijk geen goede aan- en afvoerwegen aanwezig zijn. Kortom, de leefbaarheid van wijken zou niet negatief beïnvloed moeten worden door de komst van bedrijven. Ten aanzien van mogelijke maakindustrie in de wijken zijn bewoners eensgezind: deze zien ze bij voorkeur niet in hun buurt verschijnen. Zeker niet in bestaande wijken die niet ingericht zijn op deze functie. De maakindustrie is echter een belangrijk speerpunt voor de Delftse economie. Het zijn nu vooral de startups in deze sector die door gebrek aan ruimte Delft verlaten. Daarom is in de enquête gevraagd waar de maakindustrie dan wel moet komen (figuur 3.7). Het meest genoemd is dat de benodigde bedrijfsruimte moet komen op bestaande bedrijventerreinen, aan de randen van de stad en op de campus van de TU Delft. Ook vindt een deel dat dit moet gebeuren langs drukke wegen. Grote kantoren en, met name, vervuilende maakindustrie zien de meeste bewoners dus liever in andere gebieden van de stad dan in de woonbuurten; zoals aan de randen, op bedrijventerreinen, rondom de Schieoevers, in de omgeving van Delft-Zuid of rondom de campus van de TU. Vooral op het TU-gebied zouden kansen liggen.
De TU Delft heeft veel grond en dat biedt voldoende ruimte voor studenten én bedrijven. De stad moet op dit moment 12.000 internationale studenten, en in totaal 23.000 studenten, opvangen. Daar mag wel iets tegenover staan, zo is de heersende opvatting tijdens het groepsgesprek over de randen van de stad. De gemeente zou nog intensiever het gesprek met de TU Delft aan moeten gaan voor het beter benutten van de ruimte. De TU Delft zou op deze wijze ook meteen actief bijdragen aan wat volgens de bewoners haar meerwaarde is voor de stad. In de enquête hebben bewoners aangegeven dat het bieden van werkgelegenheid (21%) en aantrekken van startups (18%) naast het vergoten van het aanzien van Delft als innovatiestad (45%) de belangrijkste meerwaarde is van de onderwijsinstellingen in de stad.
3.7 Om beginnende bedrijven in de maakindustrie te kunnen laten doorgroeien in Delft is meer bedrijfsruimte nodig. Waar moet deze bedrijfsruimte volgens u vooral komen? 87%
Op bestaande bedrijventerreinen 55%
Aan de randen van de stad
50%
Op de TU Delft Campus 38%
Langs drukke wegen In de woonbuurten
4%
In de binnenstad
3%
Weet niet / geen mening
2%
Anders
2%
“Achter de TU kunnen ze uitbreiden, daar zit nu nog niks en kan een bedrijventerrein worden gebouwd.” Bezoeker van Delft, vrouw, 21 jaar, woont bij ouder(s), middelbaar opgeleid - straatinterview
“Zorg voor meer concentratie van nieuwe ondernemingen en maakindustrie in ondernemersparken. Al dan niet in combinatie met de TU Campus.” Bewoner van Tanthof, man, 66 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - enquête
38
Veldacademie
Conclusies Omgevingsvisie •
De meeste bewoners vinden dat Delft zich vooral tot woonstad moet ontwikkelen als zij een keuze moeten maken. Maar bij voorkeur is Delft een stad met een gemixt karakter, zowel voor werken als wonen moet ruimte zijn. Dit kan op twee wijzen bereikt worden: door gebouwen multifunctioneel in te zetten met een werk- en een woondeel of door duidelijke functies te koppelen aan specifieke gebieden, waarbij de laatste optie de voorkeur geniet.
•
Bewoners zien graag bedrijven verschijnen die actief zijn in de technologie en duurzaamheid. Bedrijven hebben daarvoor fysieke ruimte nodig. Voor startende ondernemingen zijn verzamelgebouwen geschikt, waar mogelijk op aantrekkelijke locaties in de stad. Bedrijventerreinen kunnen aantrekkelijker gemaakt worden door het toevoegen van groen en voorzieningen. Voor een goed werkklimaat is ook een goed woonmilieu onontbeerlijk, bestaade uit een groene en ruime omgeving, een uitgebreid voorzieningenaanbod en een gevarieerde woningvoorraad.
•
Uitstekende bereikbaarheid is cruciaal voor een stad die een interessant werkklimaat nastreeft. Daarom moeten fietsvoorzieningen optimaal zijn, moet er een fijnmazig OV-netwerk aanwezig zijn en moet goed nagedacht worden over ontsluiting en parkeerplekken met oog op het autoverkeer.
•
Een aantal vormen van werk is welkom in woonwijken: winkels, horeca, onderwijsinstellingen en kleinschalige kantoren. Voorwaarden daarvoor zijn dat ze niet voor overlast zorgen, ruimtelijk passen binnen de wijk en hun aanwezigheid gecompenseerd wordt door meer groen. Weinig bewoners zien echter plek voor de maakindustrie in woonbuurten. Grote bedrijven en maakindustrie zijn bij voorkeur gevestigd op daarvoor aangewezen bedrijventerreinen en/of aan de randen van de stad.
In gesprek met de stad Delft
39
40
Veldacademie
4. VOORZIENINGEN
Kaders uit Omgevingsvisie Delft heeft hoogwaardige, moderne en toegankelijke voorzieningen nodig voor zorg, onderwijs, welzijn en sport. Het gaat om voorzieningen die toekomstvast zijn en bij de tijd – voor inwoners van alle leeftijden en met alle leefstijlen. • • •
Voorzieningen laagdrempelig (voor iedereen) Zorg – en welzijnsvoorzieningen kleinschaliger Multifunctionele voorzieningen
Foto: Guus Schoonewille In gesprek met de stad Delft
41
Als gevolg van een toename van het aantal inwoners en de beperkte beschikbare ruimte in de stad ziet de gemeente de druk op de voorzieningen toenemen. Daarbij is onder meer de opgave dat een deel van de buurt- en wijkwinkelcentra niet goed functioneert. Het idee is om in de toekomst een aantal sterke clusters te maken binnen de wijken. Eventueel zullen daarbij kleinere centra worden opgeheven of samengevoegd, afhankelijk van wat de stad nodig heeft. Wat zijn in Delft de behoeftes als het gaat om voorzieningen? Hoe blijven voorzieningen toegankelijk voor iedereen? En is functiemenging een reële oplossing voor de ervaren druk op voorzieningen?
Behoefte aan voorzieningen Bewoners werd in de enquête gevraagd welke voorzieningen men dicht in de buurt wilt. Hierbij werd gevraagd 7 soorten voorzieningen te rangschikken naar prioriteit. In figuur 4.1 is weergegeven welke voorziening men op de eerste plek zet. In de volgende subparagrafen worden de verschillende voorzieningen besproken, aangevuld met uitkomsten van de open vragen en groepsgesprekken.
Het allerbelangrijkst vinden bewoners dat er winkels voor de dagelijkse boodschappen in de buurt zijn, zo blijkt uit figuur 4.1. In de open vragen is deze vraag ook gesteld (voor ‘de stad van de toekomst’). Ook voor de stad van de toekomst vinden bewoners voorzieningen belangrijk die voorzien in de dagelijkse behoeften, in het bijzonder winkels waar zij hun dagelijkse boodschappen kunnen doen zoals supermarkten, drogisterijen en speciaalzaken zoals een slagerij of kaasboer.
4.1 Welke voorziening heeft u het liefst dicht in de buurt?
In de enquête (figuur 4.2) geeft het grootste deel aan bij voorkeur winkelcentra in de buurt te willen voor dagelijkse boodschappen (64%), voor niet-dagelijkse artikelen doen zij bij voorkeur winkels in de binnenstad aan (45%) en voor grote artikelen grote winkelcentra in de regio (49%).
Winkels voor dagelijkse boodschappen
51% 24%
Basisschool en kinderopvang
17%
Gezondheidscentrum
42
Winkels
Sportvoorzieningen
5%
Culturele voorzieningen
5%
Buurthuis
4%
Horeca
4%
Opvallend is het lage aandeel dat een voorkeur heeft voor online winkelen, wat deels met de selectiviteit van het bestand te maken heeft. Ouderen (oververtegenwoordigd in de enquête) kopen hun spullen namelijk minder vaak online. Maar ook in de straatinterviews hebben respondenten het niet vaak over mogelijkheden tot online winkelen en de invloed die dat zou kunnen hebben op de vraag naar winkelvoorzieningen op buurtniveau. Daarentegen geven zij wel aan waarde te hechten aan buurtcentra en hopen ze dat deze behouden blijven. Naast ouderen zijn het opvallend ook vaak (oudere) jongeren (tot 35 jaar) die een voorkeur hebben voor winkelcentra in de buurt.
Veldacademie
4.2 Mensen kopen hun spullen steeds vaker online. Waar doet u bij voorkeur uw aankopen? Winkelcentra in de buurt
Een aantal grote winkelcentra in Delft
Veel kleine winkels verspreid over de stad
Grote winkelcentra in de regio
Vooral winkels in de binnenstad
Online
Deelnemer groepsgesprek Gemengde wijken
dagelijkse boodschappen
niet-dagelijkse artikelen
grote artikelen
0%
25%
“Meneer Meijer, rotsvast is ie daar, en die is heel belangrijk voor de wijk. En de frituur, de snackbar, is ook van belang. Onlangs is de Chinees gesloten, dat was ook een belangrijke.”
50%
75%
100%
“Kleinschalige winkelvoorzieningen voor de dagelijkse boodschappen heb ik graag in de buurt.”
“Het winkelcentrum heeft moeite om te blijven bestaan, we hebben met bewoners geprobeerd om daarvoor in te staan. Het winkelcentrum zie ik ook als ontmoetingspunt in de wijk. En op een gegeven moment zei de gemeente dat is niet aan ons, het winkelcentrum is niet iets waar de gemeente zich hard voor moet maken. Nou, daar denk ik anders over.” Deelnemer groepsgesprek Gemengde wijken
Bewoner van Tanthof, man, 63 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - enquête
“Ik vind het fijn om een paar winkels op loopafstand te hebben (o.a. supermarkt, soort van HEMA, bloemenwinkel).” Bewoner van Voordijkshoorn, vrouw, 52 jaar, paar m.k., hoog opgeleid - enquête
“Het is heel belangrijk wijkcentra te behouden, verschrikkelijk dat die verdwijnen.” Bewoner van Buitenhof, man, 74 jaar, alleenstaand z.k., laag opgeleid – straatinterview
“Winkels zijn er genoeg, ik winkel niet online dus dat vind ik ook belangrijk. Voor dagelijkse artikelen blijf ik graag in de wijk, voor de rest ga ik de stad in.” Bewoner van Voordijkshoorn, vrouw, 42 jaar, paar z.k., hoog opgeleid – straatinterview
Dat geldt ook voor vrouwen, voor niet-werkenden, en bewoners van Voorhof, Buitenhof en Voordijkshoorn. Hoger opgeleiden hebben juist een minder sterke voorkeur voor winkelcentra in de buurt.
In gesprek met de stad Delft
Winkels in de buurt zijn niet alleen belangrijk voor het gemak, bleek uit het groepsgesprek Gemengde wijken, maar ook voor het ontmoeten van buurtbewoners. Met veel gevoel wordt gesproken over de winkeltjes die er nog zijn in de buurt, maar in de meeste gevallen onder druk staan. En met enige nostalgie verhaalt men over de kleine winkeltjes en bakkers die, vaak door opening van winkelcentrum, zijn verdwenen uit de buurt. Dat geldt zeker ook voor ouderen, zo bleek in het groepsgesprek met 80-plussers. Zoals verder besproken in het hoofdstuk Samen leven betekent een bezoek aan het winkelcentrum voor hen het onderhouden van contacten. Voor dagelijkse boodschappen zijn lokale winkelcentra dus belangrijk. Voor niet-dagelijkse artikelen, zoals kleding, zegt bijna de helft van de respondenten (figuur 4.2) vooral naar de winkels in de binnenstad te gaan. Voor veel jongeren is kleding een belangrijk onderdeel van hun identiteit.
Het aanbod van kledingmerken dat momenteel gevestigd is in de binnenstad, sluit echter niet goed aan op de behoefte van jongeren: “Voor echt leuke kledingmerken ga ik nu naar een andere grote stad.”en “Er zijn nu teveel dezelfde soort winkels en weinig bekende merken.” Jongeren vinden dat het winkelaanbod beter gemixt kan worden en als belangrijke aanvulling daarop geven een aantal mbo-studenten aan, dat als het om een gemixt aanbod gaat, zij ook graag meer op multicultureel gebied willen. Ook de bewoners met een migratieachtergrond geven tijdens het groepsgesprek aan dat zij voor het winkelen, onder andere voor het kopen van kleding, uitwijken
43
Gezondheid “So if you are really seeking opportunities to enjoy yourself or to do proper shopping, not within Delft.” Deelnemer groepsgesprek internationale studenten en kenniswerkers
“I need to go out of Delft for what I need. Library, swimming pool, shopping.” Deelnemer groepsgesprek internationale studenten en kenniswerkers
“Het aanbod van kledingwinkels is niet genoeg in Delft”. Bewoner van Binnenstad, vrouw, 22 jaar, middelbaar opgeleid - straatinterview
naar de Haagse markt, Rotterdam of Leidschendam. Ook de internationale studenten en kenniswerkers (groepsgesprek) zoeken hun heil vaak ergens anders als het gaat om winkelen.
Onderwijs
Een basisschool en kinderopvang zijn ook voorzieningen die men graag in de buurt wilt hebben (figuur 4.1). Niet verassend zijn het vaker huishoudens met kinderen die hiervoor kiezen. Ook in de open vragen laten bewoners weten dat het voor hen belangrijk is dat basisonderwijs in de nabije woonomgeving te vinden is. Over andere onderwijsvoorzieningen zoals het voortgezet onderwijs en universiteiten wordt verder niet uitgeweid in relatie tot de buurt. Gerelateerd aan onderwijsvoorzieningen, laten jongeren weten behoefte te hebben aan meer studie- en leerwerkplekken in de stad. De huidige plekken waar deze jongeren dit doen zijn vaak te druk en schaars. Er is behoefte aan speciale studie- en stilteruimtes: “Thuis word ik snel afgeleid, een andere omgeving dwingt me om echt te gaan leren.”
Op de derde plek staat het gezondheidscentrum, vaker gekozen door ouderen, lager opgeleiden, niet-werkenden en bewoners van Tanthof en Voorhof. Die behoefte komt ook naar voren in het focusgesprek met 80-plussers. De deelnemers benadrukken het belang van een gezondheidscentrum waar verschillende voorzieningen aanwezig zijn, zoals de huisarts, fysiotherapie en gym. In de antwoorden van de open vragen wordt de aanwezigheid van ouderenzorg op lokaal niveau vaak genoemd. Gezondheidsvoorzieningen zoals een ziekenhuis kunnen zich prima op grotere afstand bevinden, aldus de respondenten.
Sport
Slechts vijf procent van de bewoners geeft prioriteit aan sportvoorzieningen in de buurt (figuur 4.1), vaker gekozen door (oudere) jongeren en bewoners van de wijken Voorhof en Buitenhof. Toch zijn sportvoorzieningen in de buurt voor veel respondenten belangrijk, zo blijkt uit de open vragen. Bewoners hebben bijvoorbeeld behoefte aan een goed en snel bereikbaar sportcentrum. Ook sportveldjes in de buitenlucht waarop gevoetbald of gebasketbald kan, worden gewaardeerd (zie verder het hoofdstuk Openbare ruimte). Een buitenzwembad wordt op dit moment door velen gemist, zo blijkt uit de open vragen. Ook het aanbod aan binnenzwembaden is op dit moment niet naar tevredenheid. Die behoefte komt ook naar voren onder jongeren: zij vragen om een zwembad, buitenzwembad of waterpark. Studenten zouden graag een zwembad (wedstrijdbad) op de campus zien. Ook de internationale studenten (groepsgesprek) willen graag een zwembad in de stad of een fitnesscentrum waarin een zwembad is opgenomen. Verder is deze groep positief over de sportvoorzieningen in de stad. Specifiek de sportfaciliteiten op de campus worden door de studenten gewaardeerd, evenals diverse fitnesscentra in de stad. In het groepsgesprek met bewoners met een migratieachtergrond komt naar voren dat sportvoorzieningen die alleen toegankelijk zijn voor vrouwen worden gemist.
“Als moslims vinden wij het belangrijk om een plek te hebben voor vrouwen, voor fitness, voor zwemmen. We hebben niks hier in Delft.” Deelnemer groepsgesprek bewoners met een migratieachtergrond
In de enquête is gevraagd welke sportvoorzieningen bewoners op dit moment missen. Gemist wordt vooral een overdekte sportvoorziening zoals een zwembad. Ook sporttoestellen in de openbare ruimte en kleinere sportvoorzieningen zoals een voetbalkooi worden genoemd.
44
Veldacademie
4.3 Welke sportvoorzieningen mist u in uw buurt? Ik mis geen sportvoorziening in mijn buurt Overdekte sportvoorziening, zoals zwembad, sporthal, e.d. Sporttoestellen in de openbare ruimte Kleinere sportvoorzieningen, zoals voetbalkooi, basketbalveldje
12%
Niet van toepassing, ik sport niet
11%
46% 19% 17%
Onoverdekte sportvoorzieningen, zoals voetbalveld
6%
Anders
6%
Weet niet / geen mening
5%
Bijna de helft zegt geen sportvoorzieningen te missen. Uitgesplist naar wijk zien we dat een overdekte sportvoorziening iets vaker gemist wordt in de wijken Voorhof, Vrijenban, Tanthof en Wippolder. Sporttoestellen in de openbare ruimte worden vooral gemist door bewoners van Tanthof.
Cultuur, horeca en uitgaan
In de enquête geven bewoners minder prioriteit aan culturele voorzieningen, een buurthuis en een café in de buurt (figuur 4.1). Dat komt overeen met de antwoorden op de open vragen: de meeste respondenten vinden het niet erg als het cultureel aanbod gecentreerd is in het centrum en dus wat verder weg is. Zij stellen dat Delft klein genoeg is om deze voorzieningen alsnog eenvoudig te kunnen bereiken. Toch zijn er ook afwijkende meningen te vinden. Zo zijn er respondenten die graag over een bibliotheek, theater en buurthuis met cultureel programma in de wijk zouden beschikken. Zij vinden juist dat cultuur over de stad verspreid moet zijn zodat iedereen ermee in aanraking kan komen en dat cultuur zo als verbindende factor kan werken. Meerdere keren wordt benoemd dat het cultureel aanbod in Delft als geheel niet voldoende is of dat het op zijn minst niet goed genoeg gepromoot wordt. “Meer muziek op scholen, daarnaast moeten we meer lokaal muziek, kunst en cultuur aanbieden. Zo krijgen meer verschillende Delftenaren cultuur mee.” Bezoeker van Delft, man, 43 jaar, paar m.k., hoog opgeleid - straatinterview
In gesprek met de stad Delft
“Zorg dat er in de wijken genoeg te doen is. Cultuur moet naar de wijken gehaald worden.” Bewoner van Tanthof, vrouw, 67 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - straatinterview
“Delft is niet zo groot dus scholen en cultuurvoorzieningen hoeven niet in elke wijk, net als gezondheidsvoorzieningen. Met de fiets is alles bereikbaar.” Bewoner van Voordijkshoorn, vrouw, 42 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - straatinterview
Over de aanwezigheid van horeca in de buurt lopen de meningen uiteen. Enkele respondenten zien horeca graag verspreid over de stad zodat in alle buurten levendigheid en gezelligheid ontstaat. Zij zouden de komst van enkele buurtcafés toejuichen. Horeca is volgens deze respondenten een geschikte plek om anderen te ontmoeten. Wel wordt aangegeven dat het belangrijk is dat horeca in de stad qua prijsniveau en aanbod verschillende groepen bediend. Anderen zien de horecagelegenheden in buurten juist liever verdwijnen omdat deze voor drukte en overlast zorgen. Jongeren weten het huidige aanbod aan activiteiten, evenementen en cultuuraanbod goed te benoemen. Ze waarderen het aanbod over het algemeen, maar vinden het nog wat beperkt en saai. Er is vooral te weinig amusement. Jongeren hebben behoefte aan een plek (overdekt) waar ze naar toe kunnen gaan om leuke dingen te doen met vrienden, ook als het slecht weer is. Veel jongeren, ook onder 18 jaar, geven aan meer muziek-, foodtruck-, en lifestylefestivals te willen. Het liefst zo dicht mogelijk in het centrum, maar een plek buiten het centrum zoals het Delftse Hout zien jongeren ook als een geschikte locatie. Ook meer laagdrempelige podia zouden een mooie aanvulling zijn op het huidige aanbod. Daarbij denken jongeren aan een poppodium of cultureel centrum. De jongeren wensen ook een uitbreiding van het nachtelijk uitgaansleven.
Ook door de internationale studenten en kenniswerkers (groepsgesprek) wordt Delft als een saaie stad ervaren, mede door het voorzieningenaanbod. Ze komen veelal uit grootstedelijke omgevingen, zoals Londen en Delhi, en missen de energie en mogelijkheden tot vrijetijdsbesteding die daar waren. Waar het rustige karakter van Delft in eerste instantie vaak verfrissend is en als positief ervaren wordt, bekruipt hen na verloop van tijd het gevoel dat er te weinig te doen is in de stad.
45
Het cultureel aanbod in Delft spreekt hen onvoldoende aan. Zo wordt door een aantal deelnemers een concerthal gemist. Een positief voorbeeld dat wordt genoemd is een cultureel centrum in de binnenstad waar ze diverse lessen en workshops kunnen volgen op het gebied van dans, theater en muziek. In het groepsgesprek met bewoners met een migratieachtergrond stellen de deelnemers dat zij een veilige locatie voor evenementen missen. De organisaties waar de aanwezigen lid van zijn (Turkse vereniging, moskee en buurtvereniging) organiseren redelijk wat evenementen, zoals het lentefeest en een burendag.
Toegankelijkheid Voorzieningen moeten voor alle doelgroepen toegankelijk zijn, zo stellen de respondenten in de open vragen. Dat betekent dat de voorzieningen goed bereikbaar moeten zijn en er dus goed openbaar vervoer in de stad aanwezig dient te zijn en voldoende parkeerplekken rondom voorzieningen voor bewoners die de auto gebruiken. De fysieke bereikbaarheid laat nu nog vaak te wensen over, onder meer doordat straten niet goed onderhouden worden waardoor ouderen en mindervaliden voorzieningen minder goed bereiken.
“Zorg dat het aanbod fysiek bereikbaar is. Steeds meer wordt autoluw dus dan moet er gefocust worden op OV verbindingen”. Bezoeker van Delft, man, 39 jaar, paar m.k. - straatinterview
“De winkels zijn niet allemaal bereikbaar voor invaliden. Mensen met een beperking hebben een probleem in Delft en de overheid doet er weinig aan. Er zijn veel straatkuilen en het oversteken is lastig voor invaliden.” Bewoner van Buitenhof, man, 78 jaar, paar z.k., middelbaar opgeleid - straatinterview
“Cultuur is de dragende pijler voor een samenleving, helaas moet dit in Delft dan nog wel verbeteren. Toegankelijkheid van cultuur voor ouderen is bijvoorbeeld slecht, we zouden ook cultuur naar de ouderen toe moeten brengen.” Bewoner van Voordijkshoorn, man, 67 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - straatinterview
46
Zoals eerder benoemd is het voor visueel beperkten van belang om voorzieningen zoals winkels voor de dagelijkse behoeften en openbaar vervoer in hun nabijheid te hebben. Nabijheid is echter niet genoeg, deze voorzieningen moeten ook toegankelijk en te bereiken zijn met duidelijke looproutes. Voorzieningen in de directe omgeving zijn dusdanig belangrijk dat het ook de keuze voor een woonomgeving stuurt. “Ik zou best ergens anders willen wonen qua woonomgeving, maar niet qua voorzieningen. En in dit geval heb ik dus voor de voorzieningen gekozen en dat vind ik heel belangrijk, ik woon ook vlakbij het station.” Deelnemer groepsgesprek bewoners met visuele beperking
Ook betaalbaarheid is een vereiste om voorzieningen voor iedereen toegankelijk te houden. De gemeente kan hierin steunen door subsidies te verstrekken en zo de kosten laag te houden. Met name sportvoorzieningen zouden op dit moment lang niet voor iedereen te betalen zijn. Het aanbod aan voorzieningen moet daarom variatie kennen in prijsniveau zodat iedereen een plek heeft. Middelen als de Delftpas worden genoemd als oplossing, maar schijnen nu nog niet afdoende te werken. “Alles is onbetaalbaar. De Delftpas biedt niet de hulp die het zou moeten doen, de kortingen zijn leuk, maar het blijft allemaal duur. Als minima is er weinig te doen. Sport en cultuur zou meer toegankelijk moeten zijn. Het is goed voor de ontwikkeling van kinderen en tieners.” Bewoner van Vrijenban, vrouw, 37 jaar, alleenstaand z.k., middelbaar opgeleid – straatinterview
In de enquête is gevraagd wat mensen in de weg staat om gebruik te maken van de sportvoorzieningen. De belangrijkste factor is dat het aanbod niet goed aansluit op wat men wenst (17%). Daarnaast stelt twaalf procent van de respondenten dat sportvoorzieningen te duur zijn. Slechte bereikbaarheid is, in tegenstelling tot het geluid dat naar voren komt uit de antwoorden op de open vragen, nauwelijks gekozen (3%). Een grote groep (34%) geeft aan dat ze er wel gebruik van maken en dat niets hen in de weg staat. Het gebruik van sportvoorzieningen is voor visueel beperkten (groepsgesprek) vaak niet eenvoudig. Allereerst hebben zij in principe altijd iemand nodig die met hen meegaat. Voor deze persoon dient ook entree betaald te worden, zodat een bezoek aan een voorziening al snel een prijzige aangelegenheid wordt. Ook zijn de voorzieningen qua service vaak niet ingericht op de doelgroep. Zo is er de anekdote van een deelnemer die graag zwemt maar Veldacademie
Foto: Veldacademie
die dan alleen, voor de volle prijs, in het kikkerbad mag zwemmen of een andere deelnemer die haar geleidehond niet tijdelijk achter kan laten bij de receptie van het zwembad. Een sportgelegenheid vereist ook bepaalde aanpassingen die het voor de doelgroep mogelijk maken er gebruik van te maken, zoals een aangepaste kleedruimte. Ook jongeren vragen om meer toegankelijke speel- en sportmogelijkheden. Ook ten aanzien van andere voorzieningen, zoals evenementen en festivals, geven jongeren aan dat een voorwaarde wat hen betreft moet zijn dat het betaalbaar is en dat er voldoende promotie voor wordt gemaakt zodat iedereen op de hoogte kan zijn. Dat laatste sluit aan op een ander aspect van de toegankelijkheid van voorzieningen, namelijk de informatievoorziening. Zo hebben internationale studenten en kenniswerkers wel het idee dat er voldoende evenementen en activiteiten in de stad zijn, maar dat zij er niet van op de hoogte zijn. Er zou nauwelijks informatie in het Engels beschikbaar zijn waardoor ze minder activiteiten ondernemen dan ze zouden willen. Er is volgens hen dan ook nog veel te winnen als het gaat om informatievoorziening. Op dit moment krijgen ze hun informatie vooral via informele kanalen, maar ze zouden graag zien dat bijvoorbeeld de gemeente meer informatie deelt, zeker gezien de grote internationale populatie in de stad.
“If I limit myself to just English, then I would not find anything when it comes to culture events or culture possibilities.”
In de enquête is gevraagd of men bereid is bij te dragen aan het in stand houden van voorzieningen in de buurt (figuur 4.4), 60 procent reageert daar positief op, 26 procent zou dit willen doen door vrijwilligerswerk zoals administratie, achttien procent met zaken zoals klusjes doen en koken en dertien procent met financiële steun. Bijna dertig procent van de bewoners vindt daarentegen dat het in stand houden van voorzieningen volledig de taak is van de gemeente.
4.4 Bent u bereid bij te dragen aan het in stand houden van welzijns-, culturele en/of sportvoorzieningen in uw buurt? Nee, dat is volledig de taak van de gemeente Ja, door overig vrijwilligerswerk (zoals administratie) Ja, door fysiek vrijwilligerswerk (zoals klusjes en koken)
18%
Nee, daar ben ik niet toe in staat
15%
Weet niet/geen mening
14%
Ja, met financiële steun
13%
Anders
10%
28% 26%
Deelnemer groepsgesprek internationale studenten en kenniswerkers
In gesprek met de stad Delft
47
4.5 Welke van onderstaande voorzieningen zouden volgens u goed gecombineerd kunnen worden? onderwijsvoorziening met culturele voorziening sportvoorziening met gezondheids- en welzijnsvoorziening sportvoorziening met onderwijsvoorziening onderwijsvoorziening met gezondheids- en welzijnsvoorziening culturele voorziening met gezondheids- en welzijnsvoorziening sportvoorziening met culturele voorziening
27% 20% 16% 11% 8% 4%
Functiemenging Functiemenging in de wijk is een belangrijk beleidsthema. Dit onderwerp is vooral aan bod gekomen in het groepsgesprek De randen van de stad, De straat van de toekomst en Gemengde wijken. De deelnemers staan positief tegenover bepaalde vormen van functiemenging in de wijk, zoals de combinatie van woningen en winkels. Ook voor bepaalde typen bedrijven zou plek zijn. Deelnemers denken over het algemeen dat kleinschalige bedrijvigheid goed kan zijn voor de wijk. Het vergroot de sociale controle en de sociale cohesie van de buurt. Er dient wel aan randvoorwaarden voldaan te worden. Zo moet voor voldoende parkeerplekken gezorgd worden, zodat werknemers niet de parkeerplekken van bewoners innemen. De deelnemers zien ook mogelijkheden in de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Er zouden plekken voor flexwerkplekken in de wijk kunnen komen die wellicht tevens een sociale functie zouden kunnen hebben. Bij het groepsgesprek Gemengde wijken is een aantal voorbeelden van voorzieningen voorgelegd en gevraagd hoe men het zou vinden als die in de buurt komen. Het eerste voorbeeld is een café. Over het algemeen wordt daar positief op gereageerd, hoewel men er geen overlast van wil hebben. Over kantoren leeft het idee is dat deze rustig zijn, dus deze kunnen zich prima vestigen in de buurt.
Wel wordt opnieuw parkeren als mogelijk probleem aangewezen indien veel werknemers met de auto zouden komen. Een derde besproken voorbeeld is een gebedshuis. De aanwezigen denken daarbij in eerste instantie aan een moskee. Zo lang deze geen overlast bezorgt, heeft men geen bezwaren tegen een dergelijke voorziening.
48
Het combineren van functies in gebouwen zou een oplossing kunnen zijn voor het gebrek aan ruimte in de stad. Zo kan in een sportzaal overdag sport of onderwijs plaatsvinden en in de avond een culturele activiteit. Bewoners vinden het een goed idee als openbare gebouwen zoals sporthallen meerdere functies krijgen (55% zeer goed, 39% goed; 4% goed noch slecht; 1% slecht; 1% zeer slecht; 1% weet niet/geen mening). Zij denken vooral dat onderwijs en cultuur goed zouden kunnen worden gecombineerd, evenals gezondheid/welzijn en sport (figuur 4.5). Een voorbeeld van functiemenging wordt besproken in het groepsgesprek met bewoners met een migratieachtergrond. Leden van de Turkse vereniging denken dat hun gebouw beschikbaar zou kunnen worden gesteld voor activiteiten voor de buurt. Na zeven uur ’s avonds vinden er geen verenigingsactiviteiten plaats en het gebouw is tot elf uur open, zodat de zalen in die tijd dus beschikbaar zijn voor andere activiteiten. “Mochten er andere stichtingen zijn die ruimte nodig hebben, dan kunnen we openstelling altijd bespreken. De Somalische bevolking komt regelmatig bij ons langs, zij gebruiken ook een ruimte” Deelnemer groepsgesprek bewoners met een migratieachtergrond
Veldacademie
Conclusies Omgevingsvisie •
Het allerbelangrijkst nu en in de toekomst vinden bewoners dat er winkels voor de dagelijkse boodschappen in de buurt zijn. Bewoners doen bij voorkeur hun dagelijkse boodschappen in wijkcentra in de buurt, overige artikelen worden in de binnenstad gekocht en grote artikelen in grote winkelcentra in de regio. Buurtcentra vervullen voor veel mensen een belangrijke functie en ze hopen dat deze behouden blijven.
•
Bewoners (inclusief jongeren) zijn over het algemeen tevreden met de sportvoorzieningen, maar missen een (buiten)zwembad. Cultureel en horeca-aanbod zijn niet noodzakelijk in iedere buurt. Dit mag meer gecentreerd in de binnenstad zijn. Bewoners waarderen het aanbod over het algemeen, maar jongeren en internationale studenten en kenniswerkers vinden het wel wat saai. Er is behoefte aan meer amusement, festivals en muziekpodia.
•
Toegankelijkheid van voorzieningen is grotendeels afhankelijk van de bereikbaarheid en betaalbaarheid daarvan. Ook informatievoorziening is van belang. Op alle drie de punten is verbetering mogelijk.
•
Er wordt bij het in stand houden van voorzieningen meer van de burger verwacht. Zestig procent geeft aan bereid te zijn mee te helpen. Een derde van de bewoners vindt dit echter volledig de taak van de gemeente. Een oplossing voor de druk op voorzieningen, is het combineren van functies van gebouwen. Bewoners staan ook positief tegen bepaalde vormen van functiemenging in de wijk. Ze denken over het algemeen dat kleine bedrijvigheid goed kan zijn voor de levendigheid.
In gesprek met de stad Delft
49
50
Veldacademie
5. OPENBARE RUIMTE
Kaders uit Omgevingsvisie Delft investeert in de openbare ruimte. De inrichting gaan we verbeteren en aanpassen, in plaats van alleen in stand houden en vervangen. De kwaliteit van de (binnen)stad verbetert, niet alleen voor de inwoners van de stad, maar ook voor bezoekers. • • •
Aantrekkelijke leefomgeving Verhogen kwaliteit Optimale verbindingen
Foto: Guus Schoonewille In gesprek met de stad Delft
51
De openbare ruimte is een veelomvattend begrip, dat een centrale plaats heeft in de Omgevingsvisie. Mobiliteit valt erbinnen, net als groen, water en recreatie maar ook het gebruik van de straat. De aanstaande verdichting en de gewenste groei van het aantal banen zal voor extra druk op de openbare ruimte zorgen, zowel op het groen als op de vervoersinfrastructuur. Hierdoor komen bewoners voor complexe vraagstukken te staan, waarbij ze het collectieve belang mogelijk soms voor hun eigen belang moeten plaatsen. Hoe ervaart men het bijvoorbeeld als de eigen parkeerplek voor de deur opgegeven moet worden als de buurt daarvoor een mooie groenvoorziening in de plaats kan krijgen?
Onderhoud Een minstens even belangrijk aspect van de openbare ruimte als de inrichting is het onderhoud daarvan. Er leeft onder veel bewoners een sterk gevoel dat onderhoud in de stad achterstallig is. Zowel het groen als de bestrating zijn niet in een staat die tevreden stelt. Het wordt duidelijk gevoeld dat de gemeente op onderhoud de laatste jaren bezuinigd heeft. Bij veel deelnemers van de diverse groepsgesprekken is bekend dat de onderhoudsniveaus in de woonwijken, tot hun onvrede, omlaag geschaald zijn. “Onderhoud openbare ruimt die in het zicht ligt is redelijk, dit gaat op voor de hele stad. Maar op minder zichtbare plekken is het zeker de laatste paar jaar verwaarloosd. Aan de achterkant van de huizen staat het gras een meter hoog, zowel bij groenstroken als aan sloten. Hierdoor is er veel ongedierte. De tegels op straten liggen schots en scheef.” Bewoner van Tanthof, vrouw, 63 jaar, paar z.k., laag opgeleid - straatinterview
Waar het onderhoud van de openbare ruimte volgens velen vooral van invloed is op de leefbaarheid, is de impact voor kwetsbare groepen veel groter. Een veelgehoorde klacht is dat de bestrating vaak in slechte staat is; tegels liggen los of zijn opengebroken. Ook zouden onder meer boomwortels en andere begroeiing ervoor zorgen dat straten ongelijk liggen. Dit heeft een direct gevolg voor
52
“De buurt is aan het verpauperen. Er is slecht onderhoud en er staan altijd veel vuilnisbakken voor de deur, het is geen gezicht. Groen is op enkele plekken ook slecht onderhouden. De gebouwen zijn vervallen, vooral de huurhuizen. En de straten verzakken, daar is nog nooit iets aan gedaan.” Bewoner van Tanthof, man, 73 jaar, alleenstaand z.k., hoog opgeleid - straatinterview
“De stad moet er netter en schoner uit komen te zien, daardoor wordt het leefbaarder. Tegenwoordig zijn stadstuinen wildtuinen geworden, dit zorgt voor veel rotzooi en ongedierte. De stadstuinen moeten weer onderhouden worden.” Bewoner van Tanthof, vrouw, 46 jaar, paar m.k., middelbaar opgeleid - straatinterview