CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

1920361 College van B en W - rapporten Veldacademie en Youngworks

Commissie Ruimte en Verkeer 1 juli 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake vaststellen Omgevingsvisie (nr. 2119372)35.920 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Samenleving Advies

À\t Gemeente Delft

bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door H. van Sprang

Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft

Telefoon 06-53989775 hvsprang@delft.nl Internet www.delft.nl

Aan de gemeenteraad

Telefoon 14015

VERZONDEN 1 6 ME I 2019 Datum

Onderwerp

09-05-2019

Rapporten Veldacademie en Youngworks

Ons kenmerk

3943999 Uw brief van Uw kenmerk Bijlage

Geachte leden van de raad,

2

Bijgaand bieden wij u de rapporten van de Veldacademie en Youngworks aan. Op 1 jan 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Vanaf die datum is het nodig om een vastgestelde omgevingsvisie te hebben als kader voor juridische onderbouwingen tbv ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van Delft (bv ontwikkelingen Schieoevers, Delft Zuid, Reinier de Graaf). In 2018 heeft de gemeenteraad de eerste fase van de Omgevingsvisie van Delft vastgesteld (de feiten en de kaders). Daarna is gestart met fase 2, de daadwerkelijke visie op de toekomst van Delft. Ten behoeve van fase 2 van de visie heeft de Veldacademie onderzoek uitgevoerd op buurtniveau: wat vinden bewoners van Delft belangrijk voor hun toekomst in hun directe leefomgeving. Door middel van vragenlijsten, straatacties en focusgroepen zijn in totaal 4.400 bewoners gevraagd. De eindrapportage van de Veldacademie betreft een meta-analyse van de opgehaalde en geanalyseerde informatie. Uit het onderzoek zijn een aantal beelden naar voren gekomen die laten zien waar Delft in de ogen van bewoners voor staat of zou moeten staan. Een stad waar het prettig wonen is, een karaktervolle stad, een bereikbare stad en een sociale en verbanden stad en een participatie stad. Youngworks heeft met jongeren van 11-25 jaar co-creatiesessies gedaan om op te halen wat onder jongeren leeft als het gaat om hun leefomgeving.

De focus in de gesprekken lag op 4 thema's: Leuke dingen doen, vervoer, buiten zijn en wonen in Delft. De sessies leverden naast input op deze onderwerpen ook een aantal thema-overstijgende inzichten op die te maken hebben met veiligheid, duurzaamheid, solidariteit en sociale cohesie. Na de sessie zijn, op basis van rode draden in de wensen en behoeften van jongeren, 3 kansen geformuleerd voor Delft. In het rapport van Youngworks zijn de belangrijkste inzichten en conclusies te lezen.

Datum

09-05-2019

De opbrengsten uit deze rapporten zijn input voor de gesprekken met bewoners, partners en gemeenteraad over de omgevingsvisie. De beide rapporten zijn bij de griffie in papieren versie op te halen. Op 18 mei (Ons Delft, maak de stad!) geven de Veldacademie en Youngworks in het Huis van de Stad presentaties/workshops over de opbrengsten uit de onderzoeken. Het programma voor Ons Delft, maak de stad! vindt u op www.delft.nl/onsdelft.

Hoogachtend, het college va

urgemeester en wethouders van Delft,

, burgemeester

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart , secretaris

dr. M. Berger, l.s.

2/2

IN GESPREK MET TITEL DE STAD DELFT Ondertitel

Op weg naar de Omgevingsvisie

Foto's omslag: Veldacademie

IN GESPREK MET DE STAD DELFT Op weg naar de Omgevingsvisie

In opdracht van

Rotterdam, mei 2019

INHOUDSOPGAVE HET VERHAAL VAN DE STAD

6

1. INLEIDING

11

2. WONEN

17

Kaders uit Omgevingsvisie Woonwensen Waar bouwen? Type woningen Studenten Conclusies Omgevingsvisie

17 18 22 24 27 29

3.WERKEN

31

Kaders uit Omgevingsvisie Karakter stad Werkklimaat Bereikbare werkstad Functiemenging in buurten Conclusies Omgevingsvisie

31 32 33 36 37 39

4. VOORZIENINGEN

41

Kaders uit Omgevingsvisie Behoefte aan voorzieningen Toegankelijkheid Functiemenging Conclusies Omgevingsvisie

41 42 46 48 49

5. OPENBARE RUIMTE

51

Kaders uit Omgevingsvisie Onderhoud Bewonersparticipatie Een groene leefomgeving Ontmoeten, spelen en sporten Mobiliteit Conclusies Omgevingsvisie

51 52 53 53 55 58 61

4

Veldacademie

In gesprek met de stad Delft

6. SAMEN LEVEN

63

Kaders uit Omgevingsvisie Verbinding Gemengd wonen Voorzieningen en activiteiten Conclusies Omgevingsvisie

63 64 67 69 73

7. DUURZAAMHEID

75

Kaders uit Omgevingsvisie Inrichting openbare ruimte Duurzaam wonen Mobiliteit Circulair en delen Wie is aan zet? Conclusies Omgevingsvisie

75 76 77 79 80 81 83

8. HISTORIE

85

Kaders uit Omgevingsvisie Cultuurhistorie Welstand Conclusies Omgevingsvisie

85 86 90 91

9. GEZONDHEID

93

Kaders uit Omgevingsvisie Ervaren gezondheid en leefstijl Buitenruimte en gezondheid Voorzieningen Eenzaamheid Conclusies Omgevingsvisie

93 94 95 97 98 99

10. VEILIGHEID

101

Kaders uit Omgevingsvisie Inrichting en onderhoud openbare ruimte Sociale veiligheid Handhaving en toezicht Bedrijvigheid Verkeersveiligheid Conclusies Omgevingsvisie

101 102 103 105 106 106 109

11.WERKWIJZE

111

COLOFON

122 5

HET VERHAAL VAN DE STAD

Voor de Omgevingsvisie is onder de bewoners van Delft een onderzoek uitgevoerd naar de beleving van en wensen ten aanzien van hun leefomgeving. Door middel van een enquête, straatinterviews en groepsgesprekken zijn in totaal 4.400 bewoners bevraagd over negen thema’s: wonen, werken, voorzieningen, openbare ruimte, samen leven, duurzaamheid, historie, gezondheid en veiligheid. Deze eindrapportage betreft een integrale analyse van de drie typen opgehaalde data: gesloten vragen, open vragen en groepsgesprekken.

Beelden Uit het onderzoek is een aantal beelden naar voren gekomen die laten zien waar de stad Delft in de ogen van bewoners voor staat of zou moeten staan. Allereerst is er het beeld van Delft als stad waarin het prettig wonen is. In een fijne woonbuurt is voor iedereen plek en nodigt de straat uit tot verplaatsen, verblijven en ontmoeten. De buurt bevat voldoende ontmoetingsplekken, speel- en sportvoorzieningen. Winkels voor dagelijkse behoeften en primaire gezondheidsvoorzieningen zoals de huisarts en apotheek zijn in korte tijd te bereiken. De gewenste woonbuurt beschikt over openbare ruimte die groen is: dit is aantrekkelijk, nodigt uit tot beweging en is goed voor de (mentale) gezondheid en duurzaamheid. Openbare ruimte moet daarnaast toegankelijk zijn, goed onderhoud wordt daarbij door de stad zeer belangrijk gevonden. Bij de inrichting van de openbare ruimte moet rekening worden gehouden met alle groepen in de stad waaronder ouderen en mensen met een (visuele) beperking. Tot slot is openbare ruimte overzichtelijk opgebouwd en goed verlicht, zodat bewoners een oogje in het zeil kunnen houden en de buurt veilig blijft. Een tweede beeld betreft Delft als karaktervolle stad. De bewoners van de stad zijn trots op het karakter dat getypeerd wordt door zowel historie als innovatie.

De historische gebouwen in de stad worden gekoesterd om de esthetische, educatieve en toeristische waarde die ze vertegenwoordigen. Bewoners zien graag dat deze goed onderhouden worden en dat het uiterlijk gewaarborgd blijft, ook als renovatie of verduurzaming nodig is. De innovatiekant van Delft ziet men vooral graag tot uitdrukking komen als het gaat om werken in de stad; bedrijven die actief zijn in technologie en duurzaamheid zijn welkom. In woonbuurten is echter alleen plaats voor kleinschalige kantoren. Grotere kantoren en bedrijven die zich bezighouden met productie en daardoor vormen van overlast met zich meebrengen, ziet men liever aan de randen van de stad of op bedrijventerreinen.

6

Veldacademie

Delft als bereikbare stad is het derde beeld dat opkomt. Voor een stad die een goed woon- en werkklimaat nastreeft, is bereikbaarheid cruciaal. Daarom moeten fietsvoorzieningen (zowel de paden als de stallingsmogelijkheden) optimaal zijn, trottoirs ruimschoots aanwezig zijn en dient een fijnmazig OV-netwerk door de stad te lopen. Om de veiligheid te waarborgen, moeten de verschillende verkeersstromen die de stad kent zoveel mogelijk gescheiden zijn. De auto is in de stad te gast en komt bij voorkeur niet te veel in het centrum. In buurten is voor auto’s wel plek, maar dienen niet het straatbeeld te overheersen. Parkeerplaatsen onder de grond, geïntegreerd in woningen of op centrale plaatsen in de wijk, behoren tot de opties om dit mogelijk te maken. Als het aan de bewoners ligt is Delft ook een sociale en verbonden stad. Men is op zoek naar verbinding en komt graag in contact met de verschillende groepen die de stad kent. Gemengde wijken waarin plek is voor allerlei groepen kennen een groot draagvlak. Wel moet ontmoeting mogelijk gemaakt worden om deze wijken tot een succes te maken. Bewoners hebben behoefte aan ontmoetingsplekken in de buurt in de vorm van bankjes op straat en voorzieningen zoals een buurthuis en speelvoorzieningen. Het laatste beeld betreft Delft als participatiestad.

Delftenaren tonen een grote bereidheid om mee te denken over hun buurt of de stad als geheel. Men wordt graag in een vroeg stadium betrokken bij ingrijpende veranderingen aan de straat, de openbare ruimte van de stad of historische gebouwen. Ook tonen bewoners de wil om mee te helpen aan het verbeteren van hun woonomgeving, het in stand houden van voorzieningen, het verduurzamen van de stad en het organiseren van activiteiten die ontmoeting mogelijk maken. Daarbij wordt echter in het algemeen de eerste aanzet verwacht van de gemeente.

Uitdagingen De wensbeelden voor de stad zijn nu geschetst. Naast behoeftes van bewoners spelen er echter ook beperkingen. Het belangrijkste spanningsveld voor Delft komt voort uit de vraag naar ruimte als gevolg van de (regionale) opgaves die zijn gesteld (15.000 woningen en 10.000 banen erbij) en de wijze waarop bewoners willen wonen. Bewoners van Delft willen vooral groene, ruim opgezette buurten. Bijbouwen mag niet ten koste gaan van de natuur rondom de stad. Maar het verdichten van buurten kent niet veel voorstanders, men vindt dat Delft al vol genoeg is. Voor hoogbouw – een efficiënte oplossing voor de verstedelijkingsopgave – is weinig draagvlak. Toch zien bewoners het woningtekort, vooral voor starters, als groot maatschappelijk probleem. In gesprek met de stad Delft

7

Het maken van keuzes binnen de stad is een lastige uitdaging doordat er verschillende claims op de (openbare) ruimte zijn. Bereikbaarheid is een veelgenoemde voorwaarde voor zowel een prettige woonstad, een succesvolle werkstad als met het oog op de toegankelijkheid van voorzieningen. Maar goede bereikbaarheid betekent niet voor alle bewoners hetzelfde. Zo geeft een deel de voorkeur aan verplaatsing per fiets, een ander deel reist het liefst met het openbaar vervoer, voor de ander is de auto onmisbaar en weer een ander deel gaat vooral te voet naar zijn of haar bestemming. Voor al deze vervoersmodaliteiten is er een vraag naar meer ruimte. Men wil bredere voetgangerspaden, meer fietspaden, een uitgebreid OV-netwerk en, in sommige gevallen, meer parkeervoorzieningen. Verkeersstromen zouden ook nog duidelijk gescheiden moeten zijn, mengvormen zoals shared spaces zijn niet populair. Aangezien de ruimte al beperkt is, is het ingewikkeld voor al deze weggebruikers de gewenste verbeteringen te kunnen bieden. Zeker wanneer deze wijzigingen verdere verharding van de openbare ruimte zouden opleveren, wat haaks staat op de wens van bewoners om verharding te beperken en meer groen in de stad aan te brengen. Een algemeen spanningsveld dat naar voren komt betreft het individuele versus het collectieve belang, Mijn Omgeving versus Ons Delft.

Voor de stad heeft men bepaalde wensen (woningen, groen, autoluw), maar die staan als geheel soms op gespannen voet met de eigen behoeftes en beperkingen.

Foto: Ronald Speijer

8

Veldacademie

Op weg naar de Omgevingsvisie Het gesprek met de stad heeft de voornaamste behoeftes van de bewoners van Delft geïnventariseerd, uitmondend in een aantal beelden over de stad. In de Omgevingsvisie zullen deze beelden geconfronteerd worden met de noties van schaarste, urgentie en belangen van andere partijen dan bewoners. Hieruit volgt een prioritering van behoeftes. De daaruit voortvloeiende keuzes zullen goed onderbouwd en helder worden gecommuniceerd naar de bewoners. Daarbij worden aannames in het beleid expliciet gemaakt en zaken die gaan schuren concreet benoemd. Delft zal met creatieve oplossingen moeten komen om zowel haar opgaves te realiseren als haar bewoners tevreden te houden. Die oplossingen zijn volgens bewoners te vinden in transformatie van leegstaande gebouwen, het aanleggen van snippergroen, het bouwen van flexibele microappartementen, het combineren van de functies werk en wonen in bepaalde gebieden en functiemenging binnen gebouwen. Voor keuzes ten aanzien van de inrichting van de openbare ruimte zal men ook de aandacht moeten verleggen naar het combineren van verschillende functies, zoals groen, spelen en verduurzaming. Elk plekje in de stad dient goed benut te worden en de uitdaging is om combinaties te vinden die elkaar versterken. De oplossingen dienen zowel het individuele als het collectieve belang te dienen.

Soms zal dat niet mogelijk zijn en dan is het zaak om de keuzes voor de stad – Ons Delft – goed uit te leggen. De uitdaging wat betreft het vervolgproces ligt ten eerste in het vinden van een goede balans tussen de sociale en de ruimtelijke opgave voor de stad en deze met elkaar te verbinden. Ten tweede is het aan te bevelen om de beelden over de stad periodiek op te halen. De stem van Delftenaren is in dit eerste gesprek met de stad serieus genomen. Maar hoe verandert hun kijk gedurende de komende jaren waarin de Omgevingsvisie geïmplementeerd gaat worden? Tot slot is het – in lijn met het voorgaande – van belang nu te starten met kennisoverdracht en activatie van de opgehaalde kennis, in de vorm van seminars, workshops en rondetafelgesprekken. Zowel bewoners als medewerkers van de gemeente kunnen op deze manier geïnformeerd en geactiveerd worden, zodat het gesprek met de stad een continu proces wordt. Daarbij zouden stedelijke partners zoals de TU Delft betrokken kunnen worden.

In gesprek met de stad Delft

9

10

Veldacademie

1. INLEIDING

Foto: Ronald Speijer In gesprek met de stad Delft

11

Steeds meer mensen wonen in de stad. Door deze verstedelijking neemt de druk op de openbare ruimte toe. De sterk toegenomen populariteit van de stad als woonmilieu stelt steden voor een enorme bouw- en transformatieopgave. Alle steden in Nederland gaan de komende jaren binnen de stadsgrenzen woningen bijbouwen, zodat steden voller worden. Tegelijkertijd zijn stedelingen steeds meer belang gaan hechten aan de kwaliteit van de openbare ruimte en willen zij graag groen wonen. Natuur in de stad is dan ook een veel besproken onderwerp binnen (internationaal) onderzoek, beleid en planning. Door dubbele vergrijzing wonen steeds meer ouderen met een steeds hogere leeftijd in de stad. Ook voor ouderen is de aantrekkingskracht van stad als woonmilieu toegenomen: steeds meer ouderen trekken vanuit de randgebieden naar de stad, dicht bij voorzieningen. Omdat ouderen steeds vaker en langer zelfstandig wonen, is er veel aandacht voor de vraag hoe de stad kan bijdragen aan een thuis voor alle leeftijden (“steden van 8 tot 80”). De binnenstad is bij uitstek de plek waar consumptie en recreatie plaatsvindt. Daarbij ligt de nadruk steeds meer op vertier – horeca, evenementen en festivals – en minder op winkelen, het gevolg van online winkels. Bezoekers en bewoners hechten daarbij groot belang aan authenticiteit, de echtheid van een stad – de stad heeft een karakter, een eigen identiteit.

De gebouwde omgeving en de inrichting van de openbare ruimte benadrukken die identiteit, onder meer door de geschiedenis van een stad een plek te geven. Een gezonde leefomgeving wordt steeds belangrijker. De nadruk ligt daarbij op preventie. Daarom is er meer belangstelling voor de vraag hoe (de inrichting van) een stad uitnodigt tot gezond gedrag en hoe groen bijdraagt aan de gezondheid en welzijn van bewoners. De gevolgen van klimaatverandering worden ook in de stad steeds zichtbaarder en voelbaarder. Verduurzaming en vergroening van steden zijn dan ook belangrijke opgaves. Op het gebied van mobiliteit zal veel veranderen. Het (elektrisch) fietsgebruik zal verder toenemen, evenals het gebruik van het openbaar vervoer. Stadscentra en wijken zijn steeds vaker autoluw. Heterogeniteit is een wezenlijk kenmerk van de stad. Er wonen bewoners van allerlei pluimage. Als gevolg van mondialisering en immigratie zal de diversiteit van de stad nog verder toenemen. Dat maakt het samenleven niet altijd even makkelijk, een uitdaging die al sinds het ontstaan van de stad de aandacht heeft. Tegelijkertijd spelen de trends van individualisering en digitalisering, waardoor er minder contact is tussen verschillende groepen en we ons in de openbare ruimte terugtrekken in onze eigen digitale wereld. Ondanks, of misschien juist

12

1.1 Schema onderzoeksproces FASE 1

week 20-30 mei

THEMA’S

Maatschappelijke trends

wonen werken samenleven duurzaamheid TERVIEWS openbare ruimte It N hemahouders gezondheid voorzieningen historie 9 veiligheid

juni

zomer

juli VRAGEN formuleren

VRAGEN formuleren

wel dankzij deze trends, is er een groeiende behoefte aan verbinding tussen groepen in de stad en in de eigen buurt. Want om ons veilig en thuis te voelen, is het belangrijk dat we elkaar enigszins kunnen plaatsen, herkennen en kennen, ondanks de verschillen. Een enige vorm van binding is nodig bij zelforganisatie. Er wordt in de context van de participatiesamenleving steeds meer van de burger zelf verwacht met betrekking tot bijvoorbeeld het in stand houden van voorzieningen en het onderhoud van de openbare ruimte. Kortom: er spelen tal van maatschappelijke trends die steden, en dus ook Delft, voor een aantal opgaves stelt. Veerkrachtige steden bereiden zich daar op voor, bijvoorbeeld in een toekomstvisie van de stad waarin de ontwikkelingen en opgaves worden uitgewerkt. Om gemeenten in dit proces te ondersteunen is een nieuwe wet aangenomen: de Omgevingswet.

Omgevingswet In 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Die wet verplicht alle gemeenten om een integrale toekomstvisie (de Omgevingsvisie) voor de inrichting van de leefomgeving te maken. Dat is de omgeving waarin we wonen, werken en onze vrije tijd doorbrengen. Denk bijvoorbeeld aan de inrichting van de openbare ruimte zoals straten, parken en pleinen, uitbreidingsplannen voor woningbouw en de ontwikkeling van verkeersnetwerken voor fietsers en openbaar vervoer.

Veldacademie

augustus Enquête

n = 3124

Straatinterviews

FASE 1 juni

FASE 3

FASE 2

week 20-30

zomer

juli VRAGEN formuleren

VRAGEN formuleren

augustus Enquête

week 8-16

week 33-8 september

oktober

n = 3124

Straatinterviews

november

december

januari

februari

maart

april

mei

A B

n = 1210

20

Groepsgesprekken

META analyse

VRAGEN formuleren

n = 68

8

RAPPORT

C

Proces Voorafgaand aan de vaststelling van de Omgevingsvisie organiseert de gemeente een participatietraject waarin bewoners en bezoekers van de stad hun mening kunnen geven over verschillende onderwerpen. Delft maakt de Omgevingsvisie in twee fasen. In de eerste fase zijn de feiten en cijfers van het Delft van nu verzameld en is vastgelegd wat de kaders zijn. Dat wil zeggen welke thema’s belangrijk zijn voor de Omgevingsvisie en welke

ontwikkelingen en opgaven daarbinnen op hoofdlijnen vast liggen. De thema’s zijn: wonen, werken, voorzieningen, openbare ruimte, samen leven, duurzaamheid, historie, gezondheid en veiligheid. De tweede fase betreft een gesprek met de stad: wat vinden bewoners?

Onderzoeksaanpak Veldacademie is gevraagd het gesprek met de stad te voeren en heeft dat op drie manieren gedaan: • Een (online-)enquête met 74 gesloten vragen en vier open vragen. • Straatinterviews in buurten met zeventien open vragen en de vragen van de enquête. • Groepsgesprekken met specifieke doelgroepen en verdiepende thema’s.

Foto: Veldacademie In gesprek met de stad Delft

Deze onderzoekstrajecten leveren drie databronnen op: (1) gesloten vragen (2) open vragen en (3) groepsgesprekken, die afzonderlijk zijn geanalyseerd en waarover is gerapporteerd in deelrapportages. Voor de voorliggende eindrapportage zijn de resultaten van die deelonderzoeken door middel van een integrale analyse samengebracht, aangevuld met de resultaten van de co-creatiesessies met jongeren door het bureau Youngworks. Wanneer in dit rapport expliciet verwezen wordt naar jongeren, is de betreffende data afkomstig uit dit Youngworks-traject. De afzonderlijke methoden hebben elk hun voordelen en beperkingen, respectievelijk (1) een groot bereik qua respondenten, maar sommige groepen zijn onderbelicht en er is weinig verdieping qua vragen doordat er geen optie is door te vragen; (2) bereik van diverse groepen, meer verdieping mogelijk dan bij gesloten vragen maar nog in beperkte mate; (3) een laag bereik maar wel gericht op bijzondere en/of onderbelichte doelgroepen, en aanmerkelijke verdieping qua

13

thema doordat doorgevraagd kan worden en het gesprek niet beperkt is tot een vragenlijst. De integrale analyse onderzoekt de thema’s vanuit deze verschillende perspectieven om zo tot afgewogen en genuanceerde eindconclusies te komen, waarin zo goed mogelijk verschillende Delftse bewonersgroepen zijn vertegenwoordigd en het verhaal achter de meningen is gepresenteerd.

Enquête

1.2 Respons naar thema gesloten vragen Thema

Aantal

Percentage

Wonen

2.348

75%

Werken

1.801

58%

Voorzieningen

1.976

63%

Openbare ruimte

2.042

65%

Samen leven

1.678

54%

Op basis van de negen thema’s (wonen, werken, voorzieningen, openbare ruimte, samen leven, duurzaamheid, historie, gezondheid en veiligheid) is een vragenlijst ontwikkeld. Daarvoor is eerst input opgehaald bij de thema‑ eigenaren. Zij konden ook voorstellen doen voor specifieke vragen. De gemeente heeft de conceptversie van de vragenlijst gecontroleerd, aangevuld en geprogrammeerd. De data is op vier verschillende manieren opgehaald: via het Delft Internet Panel (DIP), via een gestratificeerde steekproef, via de website van de Omgevingsvisie en via de straatinterviews. Respondenten mochten zelf kiezen over welke thema’s zij vragen wilden beantwoorden, wat heeft geresulteerd in de volgende respons (zie tabel 1.2).

Duurzaamheid

1.760

56%

Historie

1.586

51%

Gezondheid

1.763

56%

Veiligheid

1.886

60%

Totaal*

3.124

Voor meer informatie over de dataverzameling en de respons verwijzen we naar het hoofdstuk Werkwijze. De beschreven resultaten in dit rapport zijn gebaseerd op de ongewogen data. Een aantal groepen is hierin ondervertegenwoordigd, namelijk: (oudere) jongeren (tot 35 jaar), mensen met een migratieachtergrond en laagopgeleiden. Een groot deel van de vragen uit de enquête zijn zogeheten multi-respons vragen, wat betekent dat respondenten meerdere antwoorden (in de meeste gevallen maximaal drie) konden aankruisen. Hierdoor tellen de percentages van deze vragen niet op tot 100. In de analyse is voor alle vragen gekeken naar verschillen naar geslacht, leeftijd, huishoudens met en zonder kinderen, opleidingsniveau, werkenden en niet-werkenden, en de wijk waar men woont (herleid van de postcode). Alleen verschillen die statistisch significant zijn (d.w.z. verschillen die niet op toeval berusten), worden besproken.

1.3 Respons naar thema bij open vragen tijdens straatinterviews

Open vragen De open vragen dienen vooral ter verdieping van de gesloten vragen die in de enquête gesteld zijn. In totaal zijn er door 2.861 respondenten bruikbare antwoorden gegeven op de open vragen, waaronder door 1.210 respondenten tijdens de straatinterviews. Voor meer informatie over de dataverzameling, respons en dataverwerking verwijzen we naar het hoofdstuk Werkwijze. De deelnemers aan de straatinterviews hadden vrije keuze wat betreft de onderwerpen waarover zij vragen wilden beantwoorden. In tabel 1.3 is de responsverdeling weergegeven.

14

* Het totaal aantal respondenten is kleiner dan de som van het aantal respondenten per thema, omdat respondenten vragen over meerdere thema's konden beantwoorden.

Thema

Aantal

Percentage

Wonen

372

31%

Werken

117

10%

Voorzieningen

124

10%

Openbare ruimte

182

16%

Samen leven

149

12%

Duurzaamheid

110

9%

Historie

100

8%

Gezondheid

99

8%

Veiligheid

241

20%

Totaal*

1.210

* Het totaal aantal respondenten is kleiner dan de som van het aantal respondenten per thema, omdat respondenten vragen over meerdere thema's konden beantwoorden.

Veldacademie

1.4 Overzicht doelgroepgerichte en thematische groepsgesprekken Groepsgesprek

Doelgroep

Onderwerpen

1

Bewoners met een visuele beperking

Openbare ruimte en mobiliteit; Wonen; Voorzieningen; Samen leven

2

Internationale studenten en kenniswerkers

Werken; Wonen; Samen leven; Voorzieningen

3

Bewoners met een migratieachtergrond

Openbare ruimte; Voorzieningen; Gezondheid; Samen leven

4

Ouderen (80+)

Wonen; Openbare ruimte en veiligheid; Voorzieningen en gezondheid

Thema 5, 6, 7

De straat van de toekomst

Functie van de straat en voorbeelden straatbeelden

8

De randen van de stad

Woningen; Bedrijven; Parkeren

9

Gemengde wijken

Menging bevolkingsgroepen; Menging functies

Groepsgesprekken Het doel van het uitvoeren van groepsgesprekken is tweeërlei. Ten eerste biedt het de mogelijkheid groepen te bereiken die in het onderzoek tot dusver ondervertegenwoordigd zijn. Daarnaast kunnen in een aantal thematische bijeenkomsten de uitkomsten van de enquête en de straatinterviews verder uitgediept worden. Uiteindelijk zijn er vier doelgroepgerichte groepsgesprekken gehouden, namelijk met bewoners met een visuele beperking, met internationale studenten en kenniswerkers, met bewoners met een migratieachtergrond, en met ouderen (80-plussers). Van de eerste en laatste groep werd verwacht dat zij ook specifieke wensen en behoeften hebben ten aanzien van de openbare ruimte. Bij elke doelgroep zijn thema’s gekozen die voor deze groep van belang werden geacht, waarbij deelnemers van groepsgesprekken altijd de mogelijkheid hebben om aan te geven of ze iets hebben gemist in het gesprek. Drie thematische groepsgesprekken zijn gehouden om meer verdieping te krijgen in onderwerpen van de enquête en de straatinterviews. Het doel van het groepsgesprek De straat van de toekomst was het in kaart brengen wat volgens bewoners de kernwaardes zijn van de directe woonomgeving, specifiek de straten en stoepen, en het uitdiepen van voorkeuren en wensen ten aanzien van onder meer groen, parkeren en ontmoeten.

Hierbij is ter inspiratie een uitkomst van de enquête gebruikt over de functie van de straat. Verder zijn foto’s van bestaande straten in Delft in het gesprek gebruikt. Het groepsgesprek De randen van de stad is gebruikt om de keuzes ten aanzien van plekken voor werken en wonen verder te bespreken. Uit de enquête bleek dat bewoners voor verschillende functies mogelijkheden zien in de ruimte aan de randen In gesprek met de stad Delft

van de stad, maar ook hier is ruimte beperkt en dat stelt de stad voor dilemma’s. Welke prioritering hebben bewoners? Het doel van het groepsgesprek Gemengde wijken, tot slot, was het bespreken van kansen en belemmeringen met betrekking tot gemengd wonen, zowel als het gaat om verschillende bewonersgroepen als om functiemenging. Uit de enquête bleek dat er een groot draagvlak is voor gemengd wonen van groepen, maar hoe werkt het in de praktijk? En hoe denken bewoners over rust en reuring in hun wijk?

Leeswijzer In de hierna volgende hoofdstukken worden de thema’s wonen, werken, voorzieningen, openbare ruimte, samen leven, duurzaamheid, historie, gezondheid en veiligheid behandeld. Elk hoofdstuk start met de door de gemeente opgestelde kaders uit de Omgevingsvisie. Voor de inhoud is geput uit de drie beschreven databronnen. Citaten van bewoners worden gebruikt om de uitkomsten te illustreren en indien aanwezig worden daarbij de persoonskenmerken genoteerd (de afkorting m.k. houdt in dat het om een huishouden met thuiswonende kinderen gaat, z.k. staat voor een huishouden zonder thuiswonende kinderen). Tot slot worden per hoofdstuk de conclusies voor de Omgevingsvisie opgesomd, weergegeven in een kader.

15

16

Veldacademie

2. WONEN

Kaders uit Omgevingsvisie Delft zet in op evenwichtige en leefbare woonwijken. In 2040 onderscheidt Delft zich met diverse woonmilieus en een divers aanbod van woningen, zowel sociaal, het middensegment als de bovenkant van de markt. De stad is prettig om te wonen, voor Delftenaren en voor nieuwkomers. • • •

Regionale opgave voor Delft: 15.000 extra woningen ‘Vitale’ woonwijken Kwaliteitsverbetering sociale woningbouw

Foto: Guus Schoonewille In gesprek met de stad Delft

17

Delft staat voor een verstedelijkingsopgave en gaat in de komende jaren duizenden nieuwe woningen bouwen. Omdat Delft niet veel mogelijkheden heeft om uit te breiden, komen de extra woningen vooral binnen de huidige gemeentegrenzen. Dat betekent dat de stad gaat verdichten. Waar moeten die woningen komen? Wat is de goede afweging tussen wonen en groen? Moet Delft inzetten op het verdichten van bestaande wijken of zou een deel van het groen aan de randen van de stad opgeofferd moeten worden? Net als in veel andere steden is de druk op de woningmarkt groot. Wat voor soort woningen moeten er gebouwd worden en voor welke groepen?

Woonwensen Woonbuurt

In de antwoorden op de open vraag naar hoe een ideale woonbuurt er uit ziet, komen drie duidelijke aspecten naar voren, namelijk: groen, bereikbaarheid en sfeer. De buurt is bij voorkeur ruim opgezet en is er veel openbaar groen aanwezig, een eigenschap die nagenoeg iedere respondent naar voren brengt in hun opsomming van

“Meer groen tussen de woningen en niet alleen geclusterd in parkjes etc.” Bewoner van Voorhof, vrouw, 26 jaar, alleenstaand z.k., hoog opgeleid - enquête

“Groene open ruimtes voor divers gebruik. Ruimte geeft rust en balans” Bewoner van Tanthof, man, 43 jaar, paar m.k., hoog opgeleid - enquête

“Een groene buurt waarbij gedacht wordt aan de toekomst van onze planeet”. Bewoner van Voorhof, vrouw, 25 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - enquête

wensen (“veel groen” is het vaakst gegeven antwoord). In de meeste gevallen specificeert men niet verder in welke vorm dit groen dan aanwezig zou moeten zijn. Bij de bewoners die dit wel doen komen onder meer de volgende voorbeelden naar voren: parken, bomen, buurt(moes) tuinen, perkjes en groene daken. Een deel spreekt daarbij uit dat het groen goed onderhouden moet worden. Groen in de wijk nodigt uit tot verblijven, biedt mogelijkheden voor kinderen om te spelen, heeft een positief effect op de (fysieke en mentale) gezondheid en wordt gerelateerd aan duurzaamheid. “Een buurt die uitnodigt om in te wandelen, waar iets is te zien, te doen. Dat kan een speelplaatsje zijn voor kinderen, een gedeelde moestuin, bankjes en dergelijke. Groen waar je kunt lopen.” Bewoner van Vrijenban, vrouw, 31 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - enquête

Ook jongeren hechten veel waarde aan een groene omgeving en zouden graag meer bomen, planten en bloemenperkjes in de stad en hun buurt zien. “Je moet ernaar op zoek. Groen kan voor mij ook heel futuristisch zijn, bijvoorbeeld groene daken of groene (verticale) muren. Dat vind ik ook bij Delft passen.” Deelnemer co-creatiesessie Youngworks

18

Veldacademie

2.1 Als er meer woningen in een buurt gebouwd moeten worden, is er per woning minder ruimte beschikbaar. Welke soort buitenruimte heeft uw voorkeur? 5% Weet niet / geen mening 12% Een grote gedeelde tuin

44% Een kleine privé-tuin

40% Openbaar groen in de buurt

Er zal bij een toenemende verstedelijking gemiddeld genomen minder buitenruimte per woning beschikbaar zijn. Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn dat er meer ingezet wordt op gedeeld groen zoals parkjes en gedeelde tuinen, en minder op privé-groen. Middels de enquête is gevraagd welke soort buitenruimte de voorkeur heeft. Het grootste deel van de bewoners heeft het liefst een kleine privé-tuin (44%) en een bijna net zo groot deel heeft de voorkeur voor openbaar groen in de buurt (40%). Een voorkeur voor een gedeelde tuin zien we vooral bij gezinnen met kinderen, hoger opgeleiden, en in de wijken Binnenstad en Hof van Delft. Openbaar groen in de buurt wordt vaker gekozen door mannen, ouderen, huishoudens zonder kinderen, bewoners met een laag en middelbaar opleidingsniveau, niet-werkenden, en in de wijken Voorhof, Wippolder en Buitenhof. In het groepsgesprek De randen van de stad wordt de optie van gedeeld groen besproken. Volgens sommigen is het onnodig dat iedereen zijn eigen groen in de vorm van een tuin heeft. New York wordt als voorbeeld genomen, ook daar hebben veel bewoners geen eigen groen maar is er wel het Central Park. Delft heeft eveneens “fantastische” centrale groenvoorzieningen, het Delftse Hout en Midden-Delfland. Het geschetste beeld van New York valt echter niet bij iedereen in de smaak. Bewoners zien groen liever ingebed in de buurten.

Groen zorgt voor de leefbaarheid in de wijk, men zou daar niet zonder willen.

In gesprek met de stad Delft

Een tweede belangrijk onderdeel van de ideale buurt is de bereikbaarheid ervan. Bewoners willen hun woningen goed kunnen bereiken, en wel op verschillende wijzen. Zo zijn er veel voorstanders van een goed OV-netwerk; zij zien graag dat het openbaar vervoer in hun buurt frequent rijdt en op korte afstand van hun woning is. Evenzeer leeft er een sterke voorkeur voor fietsverkeer, waarvoor een goede infrastructuur aanwezig moet zijn in de vorm van voldoende en goed onderhouden fietspaden en genoeg mogelijkheden om fietsen te stallen. De algemene tendens is dat men autoverkeer graag af ziet nemen. Niettemin moeten er goede parkeergelegenheden zijn, die de respondenten graag zien aan de randen van de wijk of gecentraliseerd op een specifieke plek. Ook ondergrondse parkeergarages worden genoemd als optie. Parkeren voor de eigen deur op eigen terrein kan ook, zolang de auto’s het straatbeeld maar niet teveel aantasten. In het hoofdstuk Openbare ruimte wordt verder ingegaan op de ideeën over vervoersmiddelen in de buurt en stad. Jongeren geven aan het liefst zo centraal mogelijk te wonen, met winkels en andere voorzieningen op loopafstand. Maar de meesten denken reëel en weten dat de kans groter is dat zij iets buiten het centrum vinden. Gezien de compactheid van Delft is dat geen probleem.

Als de woning buiten het centrum ligt, dan vinden de jongeren het wel extra belangrijk dat hun buurt en woning goed te bereiken is met het openbaar vervoer. Voor de doelgroep visueel beperkten is de bereikbaarheid doorslaggevend in hun woonkeuze: ze wonen graag in de buurt van voorzieningen zoals de supermarkt en het openbaar vervoer. Dat geldt ook voor de groep ouderen (80-plussers), vooral als zij slecht ter been zijn en afhankelijk van een rollator. “Mijn woonsituatie is heel fijn, ik heb vlakbij de winkels bij de Hoven. Als ik oversteek van de Herculesweg, de trambaan over, dan ben ik zo bij de Hoven en heb ik alle winkels bij de hand en dat is ideaal voor mij. Want ik loop met een rollator en ik kom niet in een tram ofzo, dat lukt me niet.” Deelnemer groepsgesprek 80-plussers

Tot slot is voor verschillende groepen de sfeer in de wijk erg belangrijk. In de antwoorden op de open vragen laten respondenten weten een buurt te willen waarin men betrokken is en waar saamhorigheid is. Hierdoor zou de buurt ook veilig zijn en gezellig. Hoe dit bereikt moet worden is een discussiepunt. Waar een deel van de respondenten de voorkeur geeft aan levendigheid, bijvoorbeeld tot stand gebracht door functiemenging in gebouwen, evenementen en de aanwezigheid van ondernemingen, geeft een groot deel juist de voorkeur aan rust en kalmte. Ook de samenstelling van buurt heeft invloed op de sfeer in de wijk.

19

“Mensen die betrokken zijn met elkaar. Om voor elkaar te zorgen en hulp te bieden. Vredig samenleven.” Bewoner van Hof van Delft, vrouw, 75 jaar, alleenstaand z.k., laag opgeleid - straatinterview

“Met een variatie aan woningen en bewoners die samen voldoende in balans zijn voor behoud van een plezierige woonomgeving.” Bewoner van Voordijkshoorn, man, 67 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - enquête

De meeste bewoners wonen het liefst in een diverse en gemixte buurt. Respondenten doelen hier op een mix op allerlei vlakken, zoals leeftijd, inkomen, cultuur en levensstijl. Op de ideeën achter dit gemengd wonen wordt verder ingegaan in het hoofdstuk Samen leven. De doelgroep visueel beperkten woont graag rustig, aangezien het voor hen heel belangrijk is om rustig en veilig de eerste stappen buiten de woning te kunnen zetten. Hiermee doelen ze erop dat ze niet direct een drukke weg of onveilig punt hoeven te passeren. Wanneer de omgeving hier niet aan voldoet, kan de drempel om naar buiten te gaan te hoog worden en raken ze snel gevangen in de eigen woning. “Want ik woonde in het centrum en daar had ik als ik buiten kwam gelijk stress. Vijf stappen verderop, bij wijze van spreken, had ik gelijk druk verkeer om me heen.” Deelnemer groepsgesprek visueel beperkten

Ook jongeren geven aan dat zij het belangrijk vinden om zich veilig te voelen in de buurt waarin ze wonen.

Woning

In de groepsgesprekken met visueel beperkten en 80-plussers alsook in de co-creatiesessie met jongeren (woonstarters) komen wensen ten aanzien van de woning zelf aan bod. De voorkeuren van de eerste doelgroep lopen uiteen. Een deel van de groep geeft de voorkeur aan een woning op de begane grond, zodat ze over een tuin kunnen beschikken en eenvoudiger toegang hebben tot de woning. Ze hoeven zich dan niet langs liften, galerijen en plantenbakken van buren een weg te banen naar hun

20

eigen woning. Anderen geven juist de voorkeur aan een woning op een hogere verdieping omdat dit hen een veiliger en minder kwetsbaar gevoel geeft. Het hebben van een buitenruimte wordt hoe dan ook erg gewaardeerd. Een balkon of kleine tuin kan daarbij al voldoende zijn. Hierdoor kunnen zij eenvoudig genieten van het buiten zijn. Om een woning te vinden die aan deze wensen voldoet, heeft een deel van de deelnemers behoefte aan een woonadvies, bijvoorbeeld in de vorm van een website waar ze extra informatie op kunnen vinden, een handleiding of een checklist waarop staat waar ze op moeten letten als ze een woning kopen of huren. Waar enkelen opperen dat de gemeente of de woningcorporatie deze informatie kan verstrekken, vinden anderen dat een organisatie zoals de Oogvereniging deze rol eerder zou moeten vervullen. Voor de woonstarters is het belangrijkste aspect dat de woning betaalbaar is. Ze vinden de huurprijzen van huurwoningen onredelijk hoog. Door de krapte op de woningmarkt heeft de huurbaas veel macht, zo ervaren de jongeren. De eigenaar van de woning kan bijvoorbeeld een inkomen eisen dat vier keer de huurprijs bedraagt, wat voor veel alleenstaande starters onhaalbaar is. Jongeren hebben een voorkeur voor een koopwoning, maar starters komen niet zo makkelijk in aanmerking voor een hypotheek. Naast betaalbaarheid is ruimte een belangrijk aspect van de woonkeuze.

De woning heeft naast een woon- en aparte slaapkamer het liefst nog een extra kamer, bijvoorbeeld voor het ontvangen van familie die van ver moet komen of voor een hobbykamer. Verder heeft de gewenste woning van jongeren veel lichtinval en het liefst ook een ‘eigen’ buiten. Want: “Buiten voelt als een mini-vakantie, als een extra kamer.” En als dat niet mogelijk is, dan zijn veel en grote ramen die open kunnen belangrijk, die geven namelijk het gevoel buiten te zijn.

Langer thuis wonen

Een duidelijke trend is dat ouderen steeds langer zelfstandig wonen. In de enquête is gevraagd of men zelf verwacht in de woning te kunnen blijven als men ouder wordt (figuur 2.2). Ongeveer de helft (48%) denkt van wel, waarvoor kleine (31%) dan wel grote aanpassingen nodig zijn (17%). Bijna een kwart (24%) gaat er vanuit niet in de eigen woning te kunnen blijven en wil dan verhuizen binnen Delft. 12% denkt niet in de eigen woning te kunnen blijven en wil dan weg uit Delft. De ouderen die deelnamen aan het groepsgesprek (80-plussers) wonen op het moment van het gesprek ondanks hun hoge leeftijd allen nog zelfstandig. Zij die in een eengezinswoning wonen, staan voor de vraag of ze daar wel moeten blijven. Aan de ene kant vinden ze het niet passend dat zij in hun eentje een eengezinswoning bewonen, waardoor deze niet bereikbaar is voor een Veldacademie

gezin. Aan de andere kant is er onvoldoende aanbod voor hen, zo ervaren zij, mede door het overheidsbeleid. Voor het zelfstandig kunnen wonen is de hulp van naasten onmisbaar. De meeste aanwezigen (bijna allemaal vrouw) hebben geen echtgenoot meer of de man is opgenomen in een zorgcentrum. Hun (klein)kinderen komen langs om te koken, doen boodschappen indien nodig en bij een van de deelnemers woont de dochter in huis. “Ik woon in een rijtjeshuis, ook nog zelfstandig. Toen mijn man overleed heb ik overwogen om eruit te gaan. Maar net als ze allemaal zeggen, je krijgt geen goede plek als je alleen bent. Of je moet heel erg ziek zijn of weet ik veel, dan krijg je misschien verzorging. Maar voor de rest moet je het toch zelf doen. Dus ik ben in dit huis blijven wonen, vind ik wel fijn trouwens, maar voor hetzelfde geld kan er een groot gezin in wonen.” Deelnemer groepsgesprek 80-plussers

“Dat heb je gewoon, dat er geen andere mogelijkheid is. Dat is namelijk het kloterige regeringsbeleid geweest dat mensen zogenaamd zelfstandig moeten blijven. Dat is natuurlijk op een gegeven moment klaar. Ik ben er boos over.”

2.2 Ouderen blijven steeds langer thuis wonen. Verwacht u in uw woning te blijven wonen als u ouder wordt? 12% Nee en ik wil dan uit Delft verhuizen

31% Ja, maar hier moeten dan wel kleine aanpassingen gebeuren (beugels, verhoogde wc, etc.)

16% Weet niet

17% Ja, maar hier moeten dan wel grote aanpassingen aan gebeuren (traplift, verbouwing, etc.)

24% Nee en ik wil dan verhuizen binnen Delft

Deelnemer groepsgesprek 80-plussers

Foto: Ronald Speijer In gesprek met de stad Delft

21

2.3 Wat zou voor u een reden zijn om uit Delft te verhuizen? Als wonen in Delft duur wordt

36%

Als ik geen geschikte woning of buurt kan vinden (soort woning of buurt)

32%

Ik wil niet uit Delft verhuizen

30%

Wanneer ik lang moet reizen voor mijn werk

26%

De sfeer in Delft

18%

Anders

16%

Het aanbod van voorzieningen in Delft Wanneer ik geen werk kan vinden in Delft

6%

Het culturele aanbod in Delft

4%

Weet niet/geen mening

2%

Verhuisredenen

Binnen het thema wonen is middels de enquête gevraagd wat een eventuele reden zou zijn om Delft te verlaten (figuur 2.3). De meest genoemde reden is de betaalbaarheid van Delft, kort gevolgd door het niet kunnen vinden van een geschikte woning. Minder belangrijk is het aanbod van voorzieningen, het niet kunnen vinden van werk en het culturele aanbod. De vraag naar een eventuele reden te verhuizen uit Delft is vooral gesteld om inzicht te krijgen in de motieven van zogenoemde kenniswerkers uit de stad te verhuizen. Kenniswerkers zijn in de volgende analyse gedefinieerd als werkenden met een hoog opleidingsniveau. Deze groep noemt de redenen te lang reizen naar werk, geen geschikte woning kunnen vinden en de sfeer in de stad vaker dan de niet-kenniswerkers. De laatste groep zegt vooral veel vaker niet uit Delft te willen verhuizen.

11%

Waar bouwen? 2.4 Verhuisreden voor kenniswerkers/niet-kenniswerkers 38%

Te lang reizen werk

11% 37%

Geen geschikte woning

25% 35%

Wonen te duur

34%

16% 21%

Anders

11% 21%

Wil niet uit Delft verhuizen

Aanbod voorzieningen

Geen werk in Delft

Culturele aanbod

Weet niet/geen mening

“Er moeten geen nieuwe woningen komen, het is al druk genoeg. Vooral in het centrum moeten geen nieuwe woningen komen, maar eigenlijk overal niet.”

21%

Sfeer

Op de open vraag waar er nieuwe woningen gebouwd zouden moeten worden kan men moeizaam antwoord geven. Een aanzienlijk deel van de bewoners heeft het gevoel dat Delft nu al vol is, beperkte ruimte heeft en er weinig mogelijkheden zijn voor het bouwen van nieuwe woningen. Zeker in het centrum is er volgens de respondenten geen plaats om nieuwe woningen te bouwen. Gebieden die eveneens genoemd worden als zijnde te vol zijn Poptahof en Voorhof. Ook in het groepsgesprek De randen van de stad geeft men aan dat Delft al behoorlijk vol is.

41% 9% 13% 5% 7% 5% 3% 1% 3%

Bewoner van Tanthof, vrouw, 52 jaar, paar m.k., hoog opgeleid - straatinterview

“Niet per se en altijd willen groeien, veranderen is goed, maar groei is bij de beperkte ruimte niet tot het ultimo mogelijk. Delft is in de afgelopen 10 jaar dat ik hier woon al veel voller geworden. Meer inwoners, meer toeristen, en veel meer studenten. Als er niet voldoende ruimte is heb je op een bepaald moment een bepaalde dichtheid bereikt die een stad niet meer aankan (…). Alles wat dan nog bij komt is te veel en leidt tot verslechtering van de levenskwaliteit.”

kenniswerker niet-kenniswerker

22

Bewoner van Voordijkshoorn, vrouw, 42 jaar, paar m.k., hoog opgeleid - enquête

Veldacademie

2.5 “Delft moet vooral bijbouwen in bestaande buurten om het openbaar groen aan de randen van de stad te behouden.” 6% Zeer oneens 14% Oneens

13% Eens noch oneens

44% Eens

22% Zeer eens

*2% Gaf aan geen mening te hebben of het niet te weten

Een aantal respondenten ziet nog mogelijkheden om bij te bouwen rondom station Delft-Zuid, in Tanthof, in de buurt van het ziekenhuis, in de spoorzone, rondom de Schieoevers en aan de randen van de stad, in de richting van Den Hoorn, Rotterdam of Pijnacker. De deelnemers van het groepsgesprek De randen van de stad noemen ongeveer dezelfde locaties voor verdichting: de TU campus, het IKEA-gebied, de Schieoevers, het gebied rondom de Pijpering in Buitenhof en het gebied rondom de A13. Zowel de respondenten die de open vragen beantwoordden als de deelnemers van het groepsgesprek zien dat uit- en inbreiding ten koste van groen zou kunnen gaan, ofwel aan de randen van de stad ofwel in de buurten. De opoffering van weilanden of natuurgebieden kent behoorlijk wat tegenstanders. Bijbouwen zou nooit ten koste van de natuur rondom de stad mogen gaan. Anderzijds kan verdichting of inbreiding ten koste gaan van het groen in de buurten. In de enquête zijn over het vraagstuk van verdichting twee stellingen voorgelegd. De eerste stelling is: “Delft moet vooral bijbouwen in bestaande buurten om het openbaar groen aan de randen van de stad te behouden”. Een ruime meerderheid (66%) van de bewoners is het eens met deze stelling (waarvan 44% eens en 22% zeer eens).

De tweede stelling luidt: “Delft moet vooral eengezinswoningen bouwen, ook al worden buurten daardoor voller (is er minder openbare ruimte)”. Het grootste deel (57%) is het niet eens met deze stelling (waarvan 41% oneens en 16% zeer oneens).

In gesprek met de stad Delft

“Er is weinig ruimte in de binnenstad, woningbouw moet vooral aan de randen van de stad. Bij de bouw van nieuwe woningen moet er groen verwerkt worden, kijk bijvoorbeeld naar Zoetermeer daar werd dit goed gedaan. Veel parken tussen de woningen, dat mis ik in Delft.” Bewoner van Wippolder, vrouw, 61 jaar, alleenstaand z.k., laag opgeleid - straatinterview

“Ik ben tegen het volbouwen van de grensstrook met Den Haag en Rijswijk, waar veel natuur weggehaald is aan de provincieroute om woningen te bouwen. Ik denk echt dat we dat in de toekomst gaan missen. Ik heb groen in mijn buurt, woon zelf aan een pleintje met groen. Ze moeten niet alles volbouwen.” Bewoner van Hof van Delft, vrouw, 70 jaar, alleenstaand z.k., hoog opgeleid - straatinterview

“Mag aan de randen bouwen maar het moet niet ten koste gaan van het groen. Het groen moet eigenlijk meer de wijken worden ingebracht.” Bewoner van Wippolder, vrouw, 32 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - straatinterview

23

2.6 “Delft moet vooral eengezinswoningen bouwen, ook al worden buurten daardoor voller en is er minder openbare ruimte.” 16% Zeer oneens

41% Oneens

24% Eens noch oneens

14% Eens

2% Zeer eens

*3% Gaf aan geen mening te hebben of het niet te weten

2.7 “Mijn buurt is te dicht bebouwd.” 6% Zeer oneens 39% Oneens

28% Eens noch oneens

Op het moment ervaart iets meer dan een kwart van de bewoners dat hun buurt te dicht bebouwd is (figuur 2.7). Voor hen geldt dat zij minder vaak een voorkeur hebben voor verdichten (bijbouwen in bestaande buurten) ten opzichte van het behoud van het openbaar groen dan bewoners die minder dichtheid in de eigen buurt ervaren (resp. 25% eens met de stelling tegenover 17%). Ook staan ze negatiever tegenover het bouwen van eengezinswoningen dan de andere groep (resp. 64% oneens tegenover 56%).

Type woningen Uit de antwoorden op de open vragen blijkt een voorkeur voor gemengd wonen, wat inhoudt dat er allerlei verschillende typen woningen moeten zijn. Men heeft het liefst een combinatie van eengezinswoningen met appartementencomplexen, en in beperkte mate hoogbouw. Ook naar prijsklassen zien de meeste respondenten graag een goede mix van woningen in de stad. Er is zowel behoefte aan goedkope als duurdere woningen, en deze zouden volgens de respondenten prima met elkaar in dezelfde buurt gemengd kunnen worden. Hetzelfde gaat op voor huur- en koopwoningen. Ook jongeren zien potentie in een mix van koop- en huurwoningen.

24

21% Eens

6% Zeer eens

Middels de enquête is gevraagd welke soort woningen Delft vooral zou moeten bouwen. Bijna een kwart van de bewoners (24%) vindt dat Delft vooral bestaande voorraad dient aan te passen zodat daarin gewoond kan worden, zoals het transformeren van kantoorpanden en winkels. Ook in de antwoorden op de open vragen geven veel respondenten aan dat leegstaande gebouwen die voorheen gebruikt werden als kantoren of winkels en industriële panden omgevormd zouden moeten worden tot woningen. Het transformeren van bestaande bouw wordt in de enquête vaker gekozen door vrouwen, midden en hoger opgeleiden, in de wijken Binnenstad, Vrijenban, Hof van Delft en Tanthof en minder vaak door (oudere) jongeren. “Het omvormen van gebouwen is ook goed, dat worden de leukste woningen.” Bewoner van Wippolder, man, 26 jaar, alleenstaand z.k., hoog opgeleid - straatinterview

“Er moet beter gebruik gemaakt worden van wat er is. Gebruik ook de lege panden in het centrum.” Bewoner van Vrijenban, man, 58 jaar, paar m.k., hoog opgeleid - straatinterview

Veldacademie

2.8 Welke soort woningen moet Delft vooral meer bouwen? 7% Vrijstaande woningen / twee-onder-een-kapwoningen

12% Hoogbouw (meer dan 4 verdiepingen)

Tiny houses / micro appartementen (30m2) Collectieve woonvormen (zoals woongroepen)

19%

Weet niet / geen mening

19%

Geen / ik mis niets

17%

Wonen in combinatie met werk

13%

Tijdelijke woonvormen (zoals een woonhotel)

12%

Anders

13% Portiekwoningen (maximaal 4 verdiepingen)

14% Anders

28%

6%

24% Kantoren, scholen winkel of verzorgingstehuizen ombouwen tot woningen

Hoogbouw is in de enquête niet heel vaak gekozen, men heeft eerder voorkeur voor rijtjeswoningen (figuur 2.8). Mannen, (oudere) jongeren, bewoners met een middelbaar opleidingsniveau, niet-werkenden en bewoners uit de wijk Voorhof kiezen vaker voor de optie hoogbouw dan de andere groepen. In de straatinterviews en de groepsgesprekken was hoogbouw een thema van discussie. Met het oog op de opgave voor Delft is het volgens een deel van de respondenten nodig om hoogbouw te overwegen, aangezien het een efficiënte en goede oplossing om meer bewoners kwijt te kunnen op een kleiner gebied. De bespaarde ruimte zou vervolgens weer gebruikt kunnen worden voor het gewenste groen in de buurt. Vrijwel even sterk zijn echter de tegengeluiden voor hoogbouw, die voornamelijk opleveren dat hoogbouw te kolossaal is en niet in het straatbeeld past of dat hoogbouw door het afstandelijke karakter sociaal gedrag niet stimuleert. “Woningen moeten in omgeving centrum komen, aan de rand van de binnenstad. Men moet daarbij de hoogte in, zodat er meer mensen op een kleine plek wonen.” Bewoner van Tanthof, 20 jaar, woont bij ouder(s), middelbaar opgeleid - straatinterview

In gesprek met de stad Delft

37%

Wonen in combinatie met zorg 24% Rijtjeswoningen

8% Weet niet / geen mening

2.9 Welke bijzondere woonvormen mist u op dit moment in Delft?

“Als je een grote woningbouw ambitie hebt, is het ook onvermijdelijk dat je de hoogte ingaat.” Deelnemer groepsgesprek De randen van de stad

“Veel groen en bebouwing samen. Dit betekent dat we in de hoogte moeten bouwen met aandacht voor omgeving.” Bewoner van Tanthof, man, 52 jaar, paar z.k., middelbaar opgeleid - enquête

Middels de enquête is verder gevraagd welke bijzondere woonvormen bewoners missen (figuur 2.9). Zij noemen vooral wonen in combinatie met zorg, een behoefte die ook naar voren komt uit de antwoorden op de open vragen. Daarnaast missen respondenten op dit moment microappartementen in Delft. Het zijn met name ouderen (>65 jaar) en de groep tussen de 35 en 65 jaar die wonen in combinatie met zorg noemen. Microappartementen worden vaker gekozen door (oudere) jongeren en hoger opgeleiden, en door bewoners van de Binnenstad, Wippolder en Hof van Delft. Collectieve woonvormen worden vaker genoemd door huishoudens zonder kinderen, door hoger opgeleiden, door niet-werkenden, en door bewoners van Hof van Delft

25

en Binnenstad. Mannen zeggen vaker de combinatie wonen en werk te missen, net als de bewoners van Hof van Delft, Binnenstad en Buitenhof. Tijdelijke woonvormen worden, tot slot, vaker gekozen door huishoudens zonder kinderen en niet-werkenden. In de enquête is ook gevraagd voor welke groepen er nu te weinig woningen zijn in Delft. De meest genoemde groep is starters (figuur 2.10). Daarna volgen mensen met een laag inkomen, ouderen, mensen met een midden inkomen en studenten. Verschillen in antwoorden tussen groepen komen overeen met de eigen positie, dat wil zeggen (oudere) jongeren kiezen vaker voor starters, ouderen vaker voor ouderen enzovoorts. Ook in de antwoorden op de open vragen stellen bewoners dat er op dit moment vooral woningen ontbreken voor starters, wat samenhangt met de betaalbaarheid van woningen. Jongeren blijken veel frustraties hebben over het zoekproces naar een woning in Delft als starter. De deelnemers zeggen dat het als starter erg moeilijk is om een woning te vinden, omdat veel woningen gereserveerd zijn voor studenten en het aanbod van betaalbare huuren koopwoningen erg laag is. Ook ontbreken er volgens de respondenten woningen voor ouderen, een groep die specifieke woonwensen heeft. Voor ouderen zouden er woningen op de begane grond beschikbaar moeten zijn. In bestaande woningen zijn specifieke aanpassingen in de woning nodig.

Ook vaak genoemd zijn levensloopbestendige woningen. De doelgroepen starters en ouderen zouden volgens respondenten ook tegelijk bediend kunnen worden door gebouwen te construeren met op de begane grond plaats voor ouderen en op de overige etages voor starters.

2.10 Voor welke groepen bewoners zijn er volgens u nu te weinig woningen in Delft? 67%

Starters Mensen met een laag inkomen

33%

Ouderen

29%

Mensen met een midden inkomen

29%

Studenten

28% 14%

Gezinnen Mensen met een beperking

9%

Weet niet / geen mening

9%

Mensen met een hoog inkomen

8%

Anders

26

3%

“Wat mij verbaast is die discussie dat we altijd een label op een soort woning moeten plakken. Dit is een ouderenwoning, dit een jongerenwoning. In tien jaar is het anders, daarom, als we over 15.000 woningen praten moeten we over flexibele woonvormen praten. Woonvormen die ook veranderen met de wijk. Dat kan, dat is het niet, maar dat is niet gebruikelijk in Nederland.” Deelnemer groepsgesprek De randen van de stad

“Er komen steeds meer alleenwonende mensen in alle leeftijdscategorieën. Hierop moet flexibel voor gebouwd worden, zodat indien wenselijk kleinere eenheden groter gemaakt kunnen worden en anders om.” Bewoner van Binnenstad, vrouw, 62 jaar, paar z.k., hoog opgeleid – enquête

In de antwoorden op de open vragen en het groepsgesprek De randen van de stad wordt gesteld dat er meer aandacht moet komen voor flexibele woonvormen. Zoals blijkt uit figuur 2.10 missen weinig respondenten aanbod voor mensen met een hoog inkomen. Toch ervaren kenniswerkers ondanks hun grotere financiële mogelijkheden problemen bij het zoeken van woningen, blijkt in het groepsgesprek. Ze vinden dat het prijsniveau van huur- en koopwoningen in Delft hoog ligt, ook in vergelijking met steden in de nabijheid zoals Rotterdam. De toewijzing van woningen voelt voor hen vaak als een loterij, gezien het grote aantal concurrerende geïnteresseerden. Hun kansen worden daarbij nog eens verkleind doordat vrijwel alle verhuurders verwachten dat ze bij bezichtigingen aanwezig zijn, wat voor hen vaak onmogelijk is. Ook het type woningen is voor hen te beperkt. Met het oog op (toekomstige) gezinsuitbreiding zoeken zij vaak woningen met een iets groter grondoppervlak. De beschikbare woningen in Delft vinden zij echter vaak klein of hebben negatieve elementen zoals smalle trappen, wat zij niet geschikt vinden voor kinderen. “In general I would say that we face to same experiences as students. The prices are very high, you have to search for months, you have to be very lucky and the possibilities are fairly limited.

You need to do a lot of compromising.” Deelnemer groepsgesprek internationale studenten en kenniswerkers Veldacademie

“Studenten naar de rand van de stad verplaatsen op een campus. Dat maakt de stad weer leefbaar en kunnen studenten hun ding doen, zonder de buurt tot last te zijn” Bewoner van Hof van Delft, man, 41 jaar, paar z.k., hoog opgeleid - enquête

“Wat mij betreft heeft de ideale woonbuurt een heel beperkt percentage woningen voor studenten (max 5%).”

2.11 De Technische Universiteit Delft is de grootste onderwijsinstelling in de stad. Delft telt daarnaast ook enkele hogescholen. Hoe kijkt u aan tegen de aanwezigheid van studenten?

Zij dragen bij aan de economie van Delft Zij zorgen voor krapte op de woningmarkt

53% 33% 22%

Anders Zij zorgen voor overlast

Bewoner van Wippolder, man, 68 jaar, paar z.k., hoog opgeleid – enquête

64%

Zij zorgen voor levendigheid

Weet niet/geen mening

8% 2%

“Ik geef de voorkeur aan een mix van studenten, gezinnen, alleenstaanden en jongere ouderen.” Bewoner van Buitenhof, man, 48 jaar, alleenstaand z.k., hoog opgeleid - enquête

Studenten De meningen over het huisvesten van studenten lopen zeer uiteen. Men is het er over eens dat deze groep hoort bij de stad Delft en dat er op dit moment niet voldoende woningen voor hen zijn, maar waar ze in de stad zouden moeten wonen, is onderwerp van discussie. Zo vindt een deel van de respondenten dat ook studenten thuishoren in gemengde woonwijken. Maar een andere en grotere groep vindt juist dat zij mede door hun afwijkende levensstijl een eigen plek in de stad moeten krijgen. Veel bewoners zijn tegen de toenemende ‘verkamering’ en zien studenten liever niet in de binnenstad en historische gebouwen wonen. Regelmatig wordt dan ook voorgesteld dat er voor de studenten meer moderne wooncomplexen gebouwd moeten worden, op en rondom de campus van de TU Delft, of aan de randen voor de stad. Ook in het groepsgesprek De randen van de stad wordt geopperd dat vooral het TU-grondgebied gebruikt zou moeten worden voor extra studentenwoningen. In de enquête is gevraagd hoe bewoners tegen de aanwezigheid van studenten aankijken (figuur 2.11). Het grootste deel vindt dat studenten zorgen voor levendigheid in de stad. Een derde van de respondenten is van mening dat studenten zorgen voor krapte op de woningmarkt en tien procent zegt dat ze zorgen voor overlast.

In het laatste geval wordt (in de anders-categorie) vaak de ‘verkamering’ en daarmee verband houdende geluidsoverlast en onleefbaarheid genoemd. In gesprek met de stad Delft

Jongeren en studenten hebben vaak last van de negatieve reputatie die studenten hebben bij het vinden van een woning. “Waar wij moeite mee hebben, is dat we vaak afgewezen worden omdat we ‘studenten’ zijn. Als student word je weggezet als ‘dat zal wel lawaai zijn’. Dat vind ik jammer, want samen met mijn vriend ben ik rustiger dan een gezin met twee kinderen.” Deelnemer co-creatiesessie Youngworks

Voor internationale studenten is het vinden van een woning problematisch. Ze geven aan voor veel woningen niet in aanmerking te komen omdat ze de status ‘student’ hebben. Daar bovenop zijn er voor het grootste deel van de studentenwoningen lange wachtlijsten, in sommige gevallen van meer dan vijf jaar, waardoor internationale studenten kansloos zijn bij de toewijzing van deze woningen. Hierdoor is hun keuze beperkt en worden zij gedwongen om uiteindelijk te kiezen voor prijzige woningen, die bovendien niet van hoge kwaliteit zijn en met veel anderen gedeeld moeten worden.

27

“I think in the first weeks there were people living in tents in the sport center cause they couldn't manage to find a place. Which in my opinion was really humiliating.” Deelnemer groepsgesprek internationale studenten en kenniswerkers

“Five people are sharing one apartment. Some rooms are big, some very small. Some were not even meant to be a bedroom.” Deelnemer groepsgesprek internationale studenten en kenniswerkers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/8939241/1