Transcript gemeenteraad 25 maart 2021
Tekst van het document
het niet zo moet zijn dat er wanneer andere mogelijkheden van financiering binnen de gemeente ontoereikend zijn dat dan deze subsidieregeling als aanvullend wordt gehanteerd, dat hoort op de kostenplaatsen binnen de begroting van de gemeente behoort dat te gebeuren. Een ander punt is ook dat er nog wel eens gekeken zou kunnen worden naar de gevolgen van de subsidietoekenningen. Het zijn vaak hele concrete dingen waar subsidie voor gevraagd wordt. De ene keer is het een kerkorgel, een restauratie van het kerkorgel, andere keer is het een andere culturele zaak. Maar dat zijn vaak wel zaken die ook gevolgen hebben voor de exploitatie van de desbetreffende aanvrager, welke vereniging of wat dan ook dat dan ook is. En of dat ook meegenomen wordt bij de beoordeling van een subsidieaanvraag, daar vind ik betrekkelijk weinig van terug. Het is meer een lumpsumbedrag wat beschikbaar wordt gesteld, daarna vindt er een afrekening plaats, maar op welke wijze dat ook gecontinueerd kan worden voor wat langere termijn, daar vind ik in deze regeling eigenlijk wat weinig instrumenten voor terug om dat ook te kunnen beoordelen of dat ook inderdaad het geval is.
Voorzitter, een heel plezierig rapport, een goed rapport en ik denk dat het ons ook zeer ‘…’ zal zijn om bij de behandeling van de kadernota, want ik neem aan dat daar over de voortzetting van de subsidieregeling gesproken wordt, om ons daarbij van dienst te zijn om daar een goed oordeel over te geven, over het rapport en de aanbevelingen die erin worden gegeven, in de richting van het college, die ondersteunen we heel graag. Dank u wel. De heer Brouwer: U ook bedankt ook, mijnheer Haar. U viel af en toe een beetje weg, ben ik niet gewend bij u. De heer Haar: O. De heer Brouwer: O ja, dat geeft niet, het was goed te volgen. Als laatste, en dat is toch in deze Nederlandse maatschappij zo dat het laatste woord hebben beslist niet negatief is, mevrouw Brouwer van het CDA. Mevrouw Brouwer-Dekker: Fijn, dank u, voorzitter. Nou, ook wij danken de rekenkamer voor het heldere en duidelijke rapport. Initiatiefrijk De Wolden is een mooie regeling in onze gemeente waarvan de inwoners goed gebruik maken. En dat blijkt uit het feit dat er jaarlijks voldoende aanvragen worden gedaan. Het fonds is laagdrempelig en het gaat om projecten dicht bij huis, van groot naar klein. 1 euro subsidie levert meerdere euro’s investering en een waardevolle inzet op. Ook bij die ene euro komt een eigen bijdrage en nog aanvragen bij andere fondsen, en nog zelfwerkzaamheid.
En de regeling voorziet zeker in een behoefte en zorgt voor samenhang en binding in de samenleving. Het rekenkameronderzoek toont echter aan dat er nog wel wat verbeterpunten liggen. En bij de uitvoering van het project kan de samenwerking met de gemeente beter en de doelstellingen kunnen concreter geformuleerd worden. De regeling zal alleen bestemd moeten zijn voor bewonersinitiatieven, en de regeling is zeker niet bedoeld als sluitstuk voor projecten, of voor projecten die vanuit een ander potje gefinancierd kunnen worden. Het is al meerdere keren genoemd vanavond en wij zijn het daar volledig mee eens. Het CDA wil het subsidiebedrag graag structureel maken en in de begroting opnemen. Het is moeilijk om nu al aan te geven hoe groot dat budget dan moet worden. ‘…’ hangt in onze ogen ook af van de kaders die je met elkaar als raad en college samen vaststelt. Dus niet meer incidenteel, maar wel structureel. Maar we vinden het ook belangrijk om daarbij wel de dorpscoördinatoren te behouden. Zij zijn tenslotte het eerste aanspreekpunt van de inwoners en zij kennen goed de weg binnen de ambtelijke organisatie. En we zien ook dat het initiatief in de benen zetten er één is, maar om het initiatief te onderhouden en toekomstbestendig te maken is wat anders. Het CDA wil dat er van tevoren duidelijke afspraken zijn over die kaders en die verantwoordelijkheden.
Over voor, tijdens en na de realisatie van het initiatief. Want op die manier schep je geen valse verwachtingen bij onze inwoners, en dan voorkom je dat de gemeente bijdraagt aan een initiatief wat niet levensvatbaar is. Een voorbeeld is bijvoorbeeld de aanleg van een recreatief fiets- of voetpad. Maak vooraf afspraken aan welke eisen dat pad moet voldoen en wie het pad
onderhoudt. Een ander voorbeeld zijn bijvoorbeeld de speeltoestellen in het Roekenbos, die zijn vanwege veiligheidseisen afgekeurd. Vooraf zou je ‘…’ bij dergelijke projecten het kader mee moeten geven dat die speeltoestellen aan de veiligheidseisen moeten voldoen. En je zou ook vooraf moeten afspreken wie die speeltoestellen onderhoudt. En zo voorkom je dat de gemeente geld stopt in projecten die later in diezelfde gemeente afgekeurd gaan worden. We willen graag dus samen met de raad en college verder spreken van hoe we die kaderstellende en controlerende rol verder kunnen invullen, want wij zijn ook wel dat monitoren ‘…’, de kwartaalrapportage zoals die nu is, ja, dat dat best wel wat uitgebreider zou kunnen. En graag willen we ook wel wat meer informatie dus. Nou, samenvattend, voorzitter, kunnen wij concluderen dat wij het eens zijn met de conclusies en de aanbevelingen van de rekenkamercommissie en we zijn tevreden dat het college de aanbevelingen overneemt, en we willen graag dus nadere invulling geven aan die kaders en aan de monitoring. Dank u. De heer Brouwer: U ook bedankt, mevrouw Brouwer. Dank aan alle fracties voor alle dingen die jullie gedeeld hebben.
Vooropgesteld, en dat blijkt wel, een groot compliment aan mevrouw Ekelenkamp, mijnheer Van Veen en mijnheer De Vent voor het rapport wat voorligt, hè, dat hebben jullie allemaal goed gedegen stuk, waar we als raad ook echt wat mee kunnen. Ik zeg als raad, want ik ben als vicevoorzitter natuurlijk ook raadslid, ik ben in de gelukkige omstandigheid hier vanavond dat de portefeuillehouder in kwestie naast mij zit en die heeft heel erg druk meegeschreven. Nu is het niet echt gebruikelijk bij dit agendapunt om hem het woord te geven maar er zijn ook niet echt vragen gesteld, alleen sommigen van u hebben hem wel rechtstreeks aangesproken, dus het zou kunnen zijn dat hij zegt van: doe maar even. En hij drukt de microfoon in. Het woord is aan mijnheer De Groot. De heer De Groot: Ja, dit is veel te mooi om zo’n onderwerp te laten lopen waar we natuurlijk met recht met zijn allen heel erg trots op zijn. En nou, de rekenkamercommissie geeft het ook al aan en ik vind dat de rekenkamercommissie ook hartstikke goed werk gedaan heeft. Heel veel herkenbare dingen komen eruit, u geeft het ook al aan. En die herkenbare dingen, dat is ook zo mooi als je zo’n regeling al vijf jaar voert om daar, alweer zes jaar, om daar dan ook weer te kijken van hoe ga je daarmee verder.
En natuurlijk moet je altijd een balans zien, dat wisten we toen ook wel, een balans vinden tussen hoe maak je de regeling zo laagdrempelig mogelijk en hoe zorg je dat het juridisch deel zeg maar, wat voor elkaar moet zijn toch voor elkaar moet zijn. Nou, er wordt ook heel erg gekeken naar ons eigen subsidiebeleid. Nou, dat was eigenlijk niet per se de bedoeling toen we hiermee begonnen, want we wilden hier echt een hele aparte regeling bij maken, maar juridisch is dat niet anders, je moet er toch gewoon aan voldoen. En ik denk dat het gewoon goed is om daar, nou, even een tandje bij te zetten om te zorgen dat dat goed voor elkaar komt. Ja, ik heb gewoon heel veel goede dingen gehoord, ook nu weer, en ik hoor vooral de tevredenheid over de regeling dus laten we daar ook vooral op inzetten. De kadernota is gezegd daar komen we nog op terug, dan gaat het wat meer over het bedrag wat we daarvoor willen vaststellen, en ook voor hoeveel jaar of structureel, dat is, gaan we ook nog over komen te spreken. Maar medio mei willen we ook nog een avond organiseren om juist met de bevindingen die wij hebben, en deze bevindingen, om die gewoon eens met elkaar uitgebreid te bespreken, uitgebreider dan nu, het zou jammer zijn om dat niet te doen. Maar dan is dat weer een mooie opmaat voor de kadernota voor het, ja, wat we verder willen in de komende jaren ermee.
Ja, ik heb heel veel goede dingen gehoord maar ik vind het dan mooi om, als we daar nog verder op in moeten gaan, om dat juist op die avond te doen, voorzitter. De heer Brouwer: Ja, daar is die avond ook voor bedoeld, dank u wel mijnheer De Groot. Ik kies er toch voor om even het besluit voor te lezen. 1, de aanbevelingen van de rekenkamercommissie zoals beschreven in het rapport Rechtdoen aan Initiatiefrijk De Wolden over te nemen, 2, het college de opdracht te geven deze
aanbevelingen, gelet op de afloop van de regeling in 2021, voor zover mogelijk te verwerken in de huidige subsidieregeling Initiatiefrijk De Wolden, en 3, dit onderzoek te betrekken bij de behandeling van de kadernota 22-25 over de mogelijke voorzetting van de subsidieregeling Initiatiefrijk De Wolden in 2022. En ik heb eigenlijk unaniem alle fracties horen zeggen: akkoord met dit voorstel. En ik praat even wat langzamer en ik zie iedereen knikken, ik heb geen voorzittershamer maar aldus besloten. Ik dank de rekenkamercommissie nogmaals voor de zoveelste keer voor uw aanwezigheid en voor de toelichting, en voor het prachtig mooie rapport. We houden pauze nu, hoor ik aan mijn rechterkant, en ik denk dat dat een kwartiertje is. Tot iets na 9 uur. Tot straks. 7.
Cofinanciering 2021 speelvoorzieningen De voorzitter: Goed, beste mensen, ik hoop dat de koffie en/of thee, of gewoon een glaasje water, goed gesmaakt heeft. In ieder geval hebben we ook weer de benen kunnen strekken. Dat is zeker in het digitale vergadertijdperk heel erg fijn doch ook noodzakelijk, denk ik zelfs. Ik heropen de vergadering en we zijn toegekomen aan agendapunt 7, en agendapunt 7 behelst de cofinanciering 2021 voor speelvoorzieningen. Afgelopen jaar is het aantal aanvragen voor cofinanciering voor de vervanging van speeltoestellen toegenomen. Het beschikbare budget was niet toereikend, waardoor de niet-toegekende aanvragen zijn doorgeschoven naar 2021. Daarnaast zijn er bij de speeltuinverenigingen en scholen verwachtingen gewekt en is gebleken dat tien toestellen verwijderd en eventueel vervangen moeten worden. En op 29 oktober 2020, afgelopen jaar, heeft de raad het plan van aanpak speelruimte 2020 vastgesteld, en de financiële gevolgen afgewogen bij de programmabegroting 2021-2024. Nou, de raad heeft, stelt bij deze voor om extra geld beschikbaar te stellen.
Het voorgestelde besluit is om aanvullend krediet van 54.775 euro in 2021 beschikbaar te stellen, wat overigens uit een egalisatiereserve komt, gedurende de komende 10 jaar het saldo van de reserve cofinanciering speelplaatsen ten gevolge van de exploitatie vrij te laten vallen, de resterende kapitaallasten te dekken en ten laste van de stelpost kapitale ‘…’ nieuwe investeringen te laten komen, en de financiële gevolgen van de beschikbaarstelling van het aanvullende krediet te verwerken in begrotingswijziging nummer 3 van 2021. Je zal haast zeggen dat het hier om financiën gaat terwijl we het toch echt over speeltoestellen hebben, en ik hoop ook dat we het daarover zouden kunnen hebben, maar goed. Helaas hebben we daar ook dan het budget voor nodig. Maar goed, we hebben natuurlijk al eerder discussie gevoerd over de speeltoestellen en de gevolgde lijn daarvoor. Zou ik daarvoor de woordvoerders in beeld mogen hebben? Die heb ik dan nu zo’n beetje. En dan wil ik graag het eerste woord geven aan de heer Keizer. De heer Keizer: Dank u wel, voorzitter. Aan de orde is het agendapunt cofinanciering speelvoorzieningen. Eind 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met evaluatie van het speelruimtebeleid 2020. Ook is toen met ingang van 2021 het beschikbare budget voor cofinanciering verhoogd. Nu, een vijftal maanden verder, vraagt de wethouder een aanvullend krediet van 54.000.
Dus een 90 procent boven op een verhoogd budget. Vanavond gaat het over speelvoorzieningen. Volgens het CDA vallen hieronder de diverse speeltuinen, belevingspaden en speelbossen. Wethouder Mulder heeft op verzoek van CDA op 29 oktober vorig jaar toegezegd dat zij de vorm gaat uitwerken voor speelbossen en daarop terug te komen inclusief financiën. Dit staat onvoldoende duidelijk in de toezeggingenlijst onder nummer 154, maar is wel goed verwoord in de notulen van 26 november 2020. Vraag aan de wethouder: wanneer is dit beleid uitgewerkt en krijgen we dit jaar nog weer een aanvraag van de wethouder voor aanvullend krediet voor schoolpleinen en speelbossen? In de evaluatie in 2020 blijkt verder dat er tot 2023 nog 50 procent van de toestellen qua leeftijd vervangen moeten worden. In 2027 zal dit oplopen tot meer dan 90 procent. Vraag aan de wethouder: volgende jaren weer een aanvraag voor aanvullend krediet voor vervanging van speeltoestellen? Iets voor de kadernota, denk ik. Samenvattend: het CDA is voorstander van voor de ingezette inhaalrace voor het up-to-date houden van de
speelvoorzieningen in onze gemeente. We gaan akkoord met het beschikbaar stellen van extra krediet en ook het vrij laten vallen van de reserves voor de komende tien jaar zijn we een voorstander van. Wel willen we graag een integrale aanpak waarin ook speelvoorzieningen op schoolpleinen en speelbossen meegenomen worden. Hierin hoort ook zeker de behoefte en het beleid voor de komende jaren zichtbaar te zijn. Wij zijn benieuwd naar de antwoorden van de wethouder. Voorzitter, bedankt, dit is onze bijdrage. De voorzitter: Dank u wel, dan geef ik graag het woord aan de heer Haar. De heer Haar: Ja, dank u wel voorzitter. Belangrijk onderwerp, speelvoorzieningen. Ook in een plattelandsgemeente als De Wolden met grote kernen is het van belang dat daar voldoende speelgelegenheden aanwezig zijn. Dat hebben we in oktober, 29 oktober, uitgebreid over gehad. We hebben daarbij ook denk ik geconstateerd dat de continuïteit van de voorzieningen, dat die toch een beetje in het geding is door de, deels door de toenemende eisen die worden gesteld, de toenemende veiligheidseisen die worden gesteld. En aan de andere kant misschien ook wel een beetje door de continuïteit die in de speeltuinverenigingen zelf zit. Ik heb in oktober ook al aangegeven dat speeltuinverenigingen een, in die zin wat bijzondere kenmerken hebben.
Dat ze bestuurlijk vaak bevolkt worden door mensen waarvan de kinderen gebruikers zijn van de voorzieningen. En wanneer de kinderen geen gebruiker meer zijn dat dan ook de betrokkenheid van de ouders, dat die daarbij afneemt. Dat stelt extra eisen aan de continuïteit van de voorzieningen als zodanig en dus ook aan het bestuur dus. En ik heb toen de suggestie gedaan of het niet mogelijk zou zijn om de sportcoaches, om die ook te betrekken bij de speeltuinvoorzieningen, en gelukkig heeft de wethouder dat toegezegd en ook al stappen in die richting ‘…’ ik heb begrepen. Denk dat dat erg belangrijk is van dat speeltuinverenigingen, dat die omwille van de continuïteit van de voorzieningen dat die daarbij ondersteund worden door sportcoaches die dan voor die continuïteit ook kunnen zorgen. Planning is een belangrijke zaak, het CDA gaf net ook al aan: in hoeverre kunnen we de komende jaren nog meer vragen om extra krediet te verlenen, of is dat krediet wat voor dit jaar verleend wordt bedoeld om de achterstand in te halen en dat daarna volgens planning ‘…’ gaat verlopen. Het voorstel als zodanig, daar kan D66 mee instemmen. En wij hopen dat ook zo snel mogelijk, dat de voorzieningen weer op peil worden gebracht, de zomerperiode zit eraan te komen. Gebruik van de speeltuinen zal ongetwijfeld weer toenemen en dan behoren ze, wat D66 betreft, en iedereen neem ik aan, up-to-date te zijn.
Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, dan geef ik het woord aan mevrouw Haanstra van Gemeentebelangen. Mevrouw Haanstra: Ja, dank u wel voorzitter. Uit de evaluatie van het speelruimtebeleid 2020 bleek dat veel speeltoestellen in De Wolden sterk verouderd zijn en dat ze vervangen moeten worden. Het ‘…’ krediet voor vervanging speeltoestellen was niet toereikend, daarom is het budget voor cofinanciering met ingang van 2021 verhoogd naar 60.000 euro. De fractie van Gemeentebelangen stemde hiermee in omdat we het belangrijk vinden dat kinderen buitenspelen. Speeltoestellen horen daar onlosmakelijk bij, en veiligheid staat voorop. Aanvragen van 2020 die zijn doorgeschoven naar 2021 vormen totaal een hoger bedrag dan ervoor beschikbaar is. Ook zijn er nieuwe aanvragen in 2021 en er moeten naar aanleiding van de veiligheidsinspectie, die begin dit jaar heeft plaatsgevonden, speeltoestellen vervangen worden. Het college stelt voor om uitvoering te geven aan deze vervangingsopgave en meer voor de reserve cofinanciering speeltoestellen te benutten. Feitelijk kan het dus met een dichte portemonnee, alleen duurt het tien jaar voordat het hele bedrag ten gunste van de exploitatie is vrijgevallen. Voorzitter, mijn fractie ziet graag nog heel lang spelende kinderen op de speeltoestellen. Speeltoestellen die door enthousiaste vrijwilligers beheerd en onderhouden worden.
Daarom gaan we akkoord met het voorstel. Goed dat er een planning gemaakt wordt waarmee speeltuinverenigingen in de komende jaren actief benaderd worden met het verzoek om het jaar waarin zij in
aanmerking komen voor cofinanciering een plan in te dienen. Dat voorkomt dat we voor verrassingen komen te staan, en daar houden we niet van. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Hulst. De heer Hulst: Dank u wel, voorzitter. Ja, toen dit gemeenteraadslid nog een onbezorgd kind was kan ik mij herinneren dat een nieuw speeltoestel in de speeltuin zorgde voor herontdekking van die speeltuin en daaropvolgend ‘…’ speelplezier. En afgezien daarvan zijn goede en veilige speelvoorzieningen van groot belang en ook medebepalend voor het aanzicht van buurt of dorp. Wij stemmen dan ook graag in met het voorstel en hierop aansluitend willen we de wethouder vragen voortvarend de uitvoering in gang te zetten. Wij werden reeds benaderd door een speeltuinvereniging die echt staat te popelen om aan de slag te gaan en die graag aan alle donateurs, immers het betreft cofinanciering, resultaat wil laten zien. Dank u wel. De voorzitter: U ook bedankt voor uw bijdrage. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Berghuis van GroenLinks. Mevrouw Berghuis-Wiersema: Ja voorzitter, dank u wel. Ja, in oktober 2020 hebben we de evaluatie van het speelruimtebeleid goedgekeurd, uit die evaluatie bleek dat een groot aantal speeltoestellen flink verouderd is.
Bijna 50 procent van die speeltoestellen zal tot 2023 vervangen moeten worden en daar is natuurlijk extra budget voor nodig. Voorzitter, veel woorden hoeft GroenLinks niet aan dit onderwerp vuil te maken. Het mag duidelijk zijn dat speeltoestellen voor kinderen veilig moeten zijn en dat er voldoende speelplekken in De Wolden zijn waar kinderen ook veilig kunnen spelen. Er is een budget in de reserve co… In de reserve cofinanciering speeltoestellen, en wij zien geen belemmeringen om dit budget hiervoor aan te spreken. Dus wij kunnen akkoord gaan met het raadsvoorstel. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Wiechers van de ChristenUnie. De heer Wiechers: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ja, kinderen moeten natuurlijk kunnen spelen in hun eigen omgeving, maar dit moet ook veilig kunnen. De speeltuinverenigingen, en vooral de actieve speeltuinverenigingen, die zijn ‘…’, hebben hier een grote taak maar kunnen dit niet zonder de cofinanciering van de gemeente en de ook al door de heer Haar benoemde toegezegde inzet van sportcoaches. Wel, dat heb ik nog niemand horen zeggen, moet er voldoende aandacht zijn voor veranderingen van de leeftijdssamenstelling in de wijken. Jonge wijken zijn na twintig jaar ineens heel anders van samenstelling, terwijl er soms in bepaalde wijken helemaal geen jeugd meer is.
En dat zie je ook weer terug vaak in het onderhoud van de toestellen, want zoals de heer Haar ook al aangaf, men moet wel kinderen hebben om actief te zijn ook in juist die speeltuinverenigingen. Dat eist ook veel aandacht, ook van ons. Bij keuring is er veel oud en onveilig, moet dus vervangen worden, en dat eist ‘…’ een ander budget van de gemeente maar ook haar actieve speeltuinondernemingen. En als deze combinatie goed werkt, moeten wij daar uiteraard geld voor vrijmaken. Spelen in de buurt is goed voor gezondheid en ook voor sociale contacten tussen de jeugd onderling. De heer Keizer noemde ook de speelbossen en daar had ik ook nog een vraag over. Ik weet dus dat het speelbos in Echten, dat daar toestellen al afgekeurd zijn, en ik weet dat daar ontzettend veel gebruikt van gemaakt wordt en ik zou graag van de wethouders willen horen of deze ook in zo’n project, dit project meegenomen worden, want daar komen niet alleen de kinderen uit Echten maar van heinde en ver komen er altijd kinderen spelen. Die gaan dan naar ‘…’ en ik zie daar ontzettend veel kinderen altijd. En ja, nu zijn die speeltoestellen allemaal afgekeurd, dat, ja, dat vind ik toch jammer en ik zou graag willen dat dat ook eens juist in zo’n mooie omgeving weer hersteld wordt. Verder hoef ik hier verder niet over te zeggen, wij gaan helemaal akkoord met het raadsvoorstel.
De voorzitter: Dank u wel, dan geef ik als laatste, tenminste voor deze eerste termijn, het woord aan de heer Turksma van de Partij van de Arbeid. De heer Turksma: Ja voorzitter, dank u wel. Ja, inhoudelijk hebben we hier natuurlijk vorig jaar oktober al uitgebreid over gesproken en de resultante daarvan ligt nu inderdaad met een vooral financieel plaatje, maar dat is toch ook altijd wel belangrijk voor deze raad, voor ons. En ja, Partij van de Arbeid ziet het als een kwaliteitsinhaalslag eigenlijk hè, we vinden het allemaal belangrijk dat die speelvoorzieningen veilig en betrouwbaar zijn. En als dan blijkt dat je daarin toch meer moet vervangen dan dat je in eerste instantie had voorzien, dan is het goed om daar ook op deze manier naar te kijken en zo heeft gelukkig het college het opgepakt. En wat dat betreft zeggen wij van prima voorstel, laten we dit vooral vlot aanpakken en ik zou het een uitdaging vinden om samen met Marcel Hulst weer eens op de wip te gaan zitten want dat lijkt me een hele goede. Ik weet niet of we erop mogen, maar dat, en of dat veiligheid bevordert, maar dat zien we dan wel weer.
Ten aanzien van de toekomstige voorzieningen, wat de heer Keizer van het CDA aangaf, ja, dat vind ik op zich, op dit moment eerlijk gezegd niet zo heel erg van belang, want je zit als je infrastructuur hebt en als je voorzieningen hebt dan heb je daar gewoon onderhoud op te plegen. En ik denk dat je niet nu kunt stellen dat we er dus voor de rest van die tien jaar vanaf zijn. Financieel is dat voor dit item wel gedekt, maar ik zou me heel goed kunnen voorstellen dat als we met speelbossen, wat door de heer Wiechers ook is genoemd, en ook door de heer Haar geloof ik, en als straks andere speeltuinen worden afgekeurd, ja, dan zou ik het heel goed vinden dat de wethouder dan weer naar de raad komt en zegt van ja jongens, nou zit dit probleem eraan te komen, gaan we hier die kwaliteitsslag ook doorvoeren. En om dan maar even over in garantietermen te spreken, dan leg ik hier de garantie neer dat de Partij van de Arbeid daar zeer welwillend naar zal kijken, zoals ik denk eigenlijk de hele raad. Dus prima voorstel en vooral doen, zou ik zeggen. De voorzitter: Dank, de heer Turksma, ik zie in ieder geval een mooie speeltuinwedstrijd als, ja, die toezegging wordt hier al genoemd. Rood tegen blauw. Dus dat gaat helemaal goedkomen. Er zijn een aantal vragen gesteld, dus denk dat het goed is om de wethouder, mevrouw Mulder, ook even aan het woord te laten. Mevrouw Mulder.
Mevrouw Mulder: Ja voorzitter, ik denk dat ik wel hier het gezegde ‘alles wat je aandacht geeft dat groeit’ wel heel erg van toepassing is als het gaat om onze speeltuinen. Want we hebben inderdaad vorig jaar best wel wat gesprekken gevoerd met onze speeltuinverenigingen en ja, als je dan ook weer in gesprek gaat dan komt er ook weer van alles los, komt er weer nieuwe energie naar boven, en dat betekent ook weer veel aanvragen. Maar daarnaast lagen er ook nog veel aanvragen die we nog niet konden inwilligen want we hadden, terecht, u gaf het ook al aan, toch ook wel een achterstand in te lopen. Vorig jaar hebben we behoorlijk ingezet en het voorstel hebben ‘…’ doen toekomen en gelukkig was u daar positief over, voorgesteld om het structurele budget te verhogen, om ook, nou ja, op lange termijn de energie ook vast te houden van onze speeltuinverenigingen en ook te kunnen zorgen voor veilige en ook uitdagende speeltoestellen, die overigens ook steeds duurder worden. Maar daarnaast had ik toen al graag zeg maar dit reservepotje willen meenemen in dat raadsvoorstel, maar dat, nou, tijdstechnisch was dat niet zo’n gelukkig moment omdat we ook, nou ja, goed wilden inventariseren wat we nog met die reservepot konden doen. Dus daar ook, nou ja, meteen ook tegenover zetten zeg maar waar die voor ingezet kon worden.
En dat kunnen we nu en dat doen we nu ook, nou ja, redelijk aan het begin van het jaar, zodat we het ook dit jaar ook kunnen uitgeven. En ja, het is een reserve en dat betekent dat wij, nou, eerdere jaren wellicht ook te weinig hebben uitgegeven richting de speeltuinverenigingen. En nu ze toch wel redelijk massaal bij ons melden en ook daarbij ook zelf geld meenemen, ook vanuit mooie fondsen zoals Jantje Beton en ook vanuit de eigen donaties, ja, vind ik het, wat is er dan mooier dat we daar als gemeente ook aan kunnen bijdragen en ook, ja, gezamenlijk kunnen zorgen
dat die speeltuinen weer er piekfijn voorstaan. Het CDA vroeg nog naar de speelbossen, die eigenlijk bij ons in de gemeente, ja, zonder uitzondering, tot stand zijn gekomen vanuit financieren vanuit Initiatiefrijk. Dus vanuit een initiat… Vanuit een incidenteel budget waar we nu dus wel tegenaan lopen van ja, hoe gaan we dan op structurele wijze ertegen… Nou ja, hoe gaan we dat onderhouden. Dus we zijn daar al volop mee bezig om te kijken: kunnen we dat bijvoorbeeld onderbrengen of een link maken met speeltuinverenigingen, kunnen we degenen die dat destijds hebben aangevraagd bijvoorbeeld vanuit een stichtingsvorm handen en voeten aan geven zodat die ook extern geld kunnen werven zodat we het niet alleen als gemeente daarvoor aan de lat staan, want ze worden echt veel en graag gebruikt, ook juist door kinderen die niet uit De Wolden komen, want ze komen echt in de weekenden, nou ja, bijna in busjes naar de belevenispaden toe. Dat zijn echt uitstapjes geworden, ook, nou, voor zelfs hele schoolklassen heb ik al eens begrepen. Dus dat is wel een puzzel voor ons. We proberen die puzzel wel te leggen binnen het al verhoogde structurele budget, en we werken eraan om dit jaar ook met een voorstel voor wat betreft die speelbossen naar u toe te komen. En waarbij ik dus, nou ja, ook nog even herhalen wat we proberen binnen beschikbare budgetten zo veel mogelijk te doen.
Maar het is wel, het is wel een hele lastige, dat geef ik op de voorhand mee. Dus ‘…’ ik al blij met toezeggingen, in ieder geval vanuit CDA, dus die staat genoteerd hier. En voor wat betreft de schoolpleinen, ja, eigenlijk hebben we dat al min of meer meegenomen in het voorstel wat eind vorig jaar voor u lag. Want we proberen dat ook onder te brengen bij de speeltuinverenigingen en ook de schoolpleinen zeg maar aan te duiden als buurtpleinen, en daar, waarbij we ook goed geografisch kijken van: ligt er een oude speeltuin bijvoorbeeld al dichtbij wat we bijvoorbeeld kunnen opheffen omdat daar bijvoorbeeld de kinderen al ouder zijn en dat daar minder gebruik van wordt gemaakt, zodat we die schoolpleinen, dat we dat niet alleen maar zien als pleinen waar tijdens de schoolpauzes zeg maar wordt gespeeld maar ook daarbuiten, dus dat die ook in het weekend en na schooltijd toegankelijk zijn voor de hele buurt of voor het hele dorp. Dus zijn we druk mee bezig en ja, ik hoop daar ook dit jaar, als we het dan hebben ook over de schoolpleinen, of over de speelbossen, daar ook nog een paragraaf aan te wijden. En, maar ik kan daar nog geen datum aan koppelen, ik heb net nog even gecommuniceerd met degene die het beleid daarvoor opstelt, maar ik durf daar nog geen harde datum aan te verbinden.
Voorzitter, volgens mij … O ja, sorry, D66 vroeg nog naar de sport- en spelcoachesinzet voor de speeltuinen. Daar heeft u een brief over ontvangen, als het goed is, want ik heb hem in ieder geval wel voor mij liggen, en daar hebben we dus wel aangegeven dat we zeker dat sport, onze sporten spelcoaches ook die koppeling graag willen maken en ook gaan kijken wat voor rol ze daarin kunnen vervullen. En daarbij ook aandacht vragen zeg maar voor het lokale sportakkoord, dus waarin wij juist heel graag willen dat kinderen, eigenlijk ook ouderen, ja, veel meer naar buiten gaan en veel meer gaan bewegen, dus … Nou, en dat sluit ook mooi aan bij hun werkzaamheden die ze regulier zeg maar uitvoeren voor ons als gemeente. O, en voor wat betreft het Roekerbos Echten, ik word gesouffleerd hier aan mijn rechterzijde, dat wordt ook meegenomen vanuit en meegefinancierd weer vanuit Initiatiefrijk De Wolden, dus daar voor de korte termijn wel een oplossing voor gevonden. Dat was het wat mij betreft, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even of er behoefte is aan een tweede termijn. Die is er niet, nee, precies. Dat dacht ik al. Ik denk ook dat de wethouder goed antwoord gegeven heeft en alles goed door kan gaan. Ik heb ook van u allemaal gehoord dat u hiermee akkoord gaat.
Ik check nog even of dat het geval is, want dat betekent dat er geen stemming behoeft, dat u akkoord gaat met het aanvullende krediet van 54.775 euro in 2021 beschikbaar te stellen. Ik heb alle besluitpunten genoemd dus zal ze niet nog weer een keer herhalen. Dat is het belangrijkste, en vooral ook om die begrotingswijziging nummer 3 ook te verwerken. En dan is dat aldus besloten. Met dank, en ook denk ik dat heel veel kinderen u dankbaar zijn, verwacht ik zomaar.
8.
Voorstel beheer ecologische bermen buitengebied De Wolden De voorzitter: Dan gaan we over tot agendapunt 8, dat gaat over het voorstel beheer ecologische bermen buitengebied De Wolden. Ecologisch bermbeheer speelt een sleutelrol bij het behouden van, versterken, vergroten en verbinden als het gaat om kwaliteit van leefgebied en biodiversiteit van flora en fauna in het buitengebied. Het college wil het ecologisch bermbeheer daarom zo veel mogelijk uitbreiden, u wil inzetten op de bermen die zich binnen vijf tot tien jaar ecologisch verder kunnen ontwikkelen en verbinding kunnen vormen tussen natuurgebieden, en u heeft ook kunnen zien in de informatieavond zeg maar die wij recentelijk gehad hebben daarover. Het voorgesteld besluit is in te stemmen met scenario 2 van het ecologisch bermbeheer conform de kansenkaart, en 2, de financiële gevolgen mee te nemen in de kadernota 2022 als speerpunt en het integraal af te wegen bij de behandeling van de kadernota 2022-2025. En wie mag ik daar als woordvoerder in beeld hebben? Volgens mij heb ik ze allemaal in beeld, dus wil ik graag het woord geven aan de heer Groot. De heer Groot: Ja, dank u wel voorzitter. Ecologisch bermbeheer, ja, wie kan daar nu op tegen zijn. Het vergroten van de biodiversiteit, het verbeteren van de leefomgeving voor bloemen, bijen, vlinders en andere insecten.
Maar ook wat te denken van het aanzicht voor zowel de inwoners als de recreanten. En vanzelfsprekend dient dit beleid ook ten ondersteuning bij het bestrijden van niet alleen de eikenprocessierups maar ook bij het beheersen van de plaagsoorten, de invasieve exoten. Aan het begin van de avond al even aandacht voor geweest vanwege hun belastende eigenschappen voor de inheemse flora en fauna. Voorzitter, echter één onderdeel uit het besluit is volgens Gemeentebelangen De Wolden geen vanzelfsprekendheid: de consequentie om bij uitbreiding van het ecologisch bermbeheer aan te sluiten bij het Drents Bermberaad. Tussen de regels door is dit wel opgenomen in de nota door het college. Het kan toch niet zo zijn dat je als, als je voldoet aan de voorwaarden, je ook maar toe moet treden tot dit Drents Bermberaad. Het blijkt dat we het tot op heden prima redden met onze status aparte in de provincie. De consequentie om aan te sluiten bij het Drents Bermberaad is daarmee, wat Gemeentebelang betreft, dus overbodig. Hou zelf als gemeente controle over je ambities op het gebied van verbeteren de biodiversiteit door ecologisch bermbeheer. Hou controle over wat je wel en wat je niet wil. Niet voor niets bespreken we hier vanavond toch wat onze ambities zijn? En waarom aansluiten als je al aan de voorwaarden voldoet? Aansluiten, trouwens, bij het Bermberaad dat al in 2018 is opgericht.
Aansluiten vanwege de te realiseren kwantiteit? De kwaliteit? Of het plannen en monitoren van de resultaten? En ja, ik weet niet hoe serieus ik dit moet nemen, maar wat te denken van 22 mei? De Internationale Dag van de Biodiversiteit, waarin we dan al onze activiteiten en resultaten kunnen showen. Dit kan je toch niet zelf verzinnen. En als consequentie van al dat plannen en monitoren natuurlijk het jaarlijks evalueren. De vraag is: hoeveel ambtenaren willen we van het werk houden met coördineren van dit soort activiteiten zoals opgenomen in de afspraken van het Drents Bermberaad? Terwijl de personele gevolgen daarvan nog niet eens meegenomen zijn bij de financiële consequenties in deze beleidsnota. Als je extra geld wil besteden aan ecologisch bermbeheer kan dat prima zonder aan te sluiten bij het Drents Bermberaad, zonder convenant. En overigens werd tijdens de behandeling van de begroting in november vorig jaar een motie om wel aan te sluiten al weggestemd. En als Gemeentebelangen willen wij dan ook een amendement indienen. Ik weet niet of hij in beeld komt.
En dan lees ik hem even voor: de raad van de gemeente De Wolden in vergadering bijeen op 25 maart 2021 stelt de fractie van Gemeentebelangen het volgende amendement voor: niet opnemen en uitvoering te geven aan de zin ‘consequentie hiervan is dat de gemeente zich gaat aansluiten bij het Drents Bermberaad’, als door het college genoemd in de toelichting op haar keuze voor scenario 2. Toelichting bij de keuze voor uitbreiding van het ecologisch bermbeheer met scenario 2, aansluiting bij het Drents Bermberaad, niet als onlosmakelijke consequentie verbonden kan en mag worden. Zeker gezien het feit dat de motie om aan te sluiten eerder door de raad bij de behandeling van
de begroting 2021 is verworpen. Ambities en doelen ten aanzien van ecologisch bermbeheer zijn in onze gemeente eenvoudiger naar boven en naar beneden aan te passen dan wel te bereiken met een status aparte binnen de provincie, zoals ook weer uit dit raadsvoorstel blijkt. Namens de fractie van Gemeentebelangen. De heer Turksma: Voorzitter? De heer …: Voorzitter. O. De voorzitter: Ik kijk even of mijnheer, de heer Groot al uitgepraat was. De heer Groot: Ik ben nog niet klaar, voorzitter, ik wil even mijn betoog verder afmaken. Zoals eerder genoemd zou met de uitbreiding van het aantal ecologisch beheerde bermen de biodiversiteit vergroot worden. En van belang, zeker, bij het beheersen van de eikenprocessierups, een onderwerp dat regelmatig terugkomt in deze raad en zeker ook in de afweging meegewogen en aandacht voor moet zijn. Het verbindingszones creëren tussen natuurgebieden door ecologische bermen op elkaar aan te sluiten klinkt mooi, maar laten we eerst nou eens volgens de kansenkaart naar de keuze voor de meest kansrijke bermen maken. En echt verbinden, dat gaat naar ons idee nog weer een stapje verder, evenals uitbreiding van het aantal bermen tot binnen de bebouwde kom. En laten we vooropstellen dat we als Gemeentebelangen communicatieplan over alles rondom ecologisch bermbeheer richting onze inwoners een goed plan vinden.
Voor de fractie van Gemeentebelangen mag dit echter nooit, nooit een reden zijn om in de toekomst te gaan handhaven op het maaien van de gemeentelijke bermen, oftewel het gazonbeheer en op het bermgebruik door derden, van onze inwoners. Voorkom betutteling, neem je mensen dan mee in het doel van ecologisch bermbeheer en overtuig hen er dan van om niet te maaien, maar ga niet handhaven. Voorzitter, uitbreiding van ecologisch bermbeheer zorgt voor uitbreiding van het budget, zoals weergegeven. Een verdubbeling van het aantal bermen zorgt voor een verdubbeling van de kosten. En de personele consequenties zijn dan nog niet eens meegenomen. Nou hoeft niet alles wat Gemeentebelangen betreft langs de lat van de financiën gelegd te worden, zeker niet gaat als het om de leefomgeving van onze inwoners. Echter, een balans tussen inkomsten en uitgaven past bij een goed financieel beleid, en zo mag dat ook wat Gemeentebelangen betreft bij het ecologisch bermbeheer. Tenslotte kun je het geld maar één keer uitgeven. Het is niet en en en, maar keuzes maken. En mijn fractie gaat er dan ook van uit dat bij de behandeling van de kadernota in juni een goed onderbouwd en compleet financieel voorstel zit voordat we hier een definitief besluit over nemen.
Het behoud van het mooie landschap in De Wolden, waarin natuur, wonen en economie naast elkaar bestaan, is ons als Gemeentebelangen richting de toekomst zonder Drents Bermberaad wel wat waard. En voorzitter, mocht het niet duidelijk geweest zijn: als Gemeentebelangen zien wij goede mogelijkheden voor de meest kansrijke bermen ten aanzien van ecologisch bermbeheer, en een goede en effectieve bestrijding van invasieve exoten. Met andere woorden: een goed Drents bermbeheer, maar zonder dat we aansluiten bij het Drents Bermberaad. Hou je als je gemeente bij je eigen ambities met een goede mix tussen wonen, werk en natuur. Zoals we dat gewoon zijn in De Wolden. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: De heer Turksma. De heer Turksma: Ja, voorzitter, nu heb ik zelfs twee vragen aan de heer Groot. De voorzitter: Ah. De heer Turksma: Allereerst: ik krijg in één keer de indruk alsof aansluiten bij het Drents Bermberaad zoiets is als je bermbeheer overgeven aan een derde partij. Ik moet u eerlijk zeggen, zo had ik het niet gelezen, want
iedereen weet dat als het gaat om dit soort GR-achtige situaties ik dan degene ben die ontploft in plaats van de heer Groot, en dan zou ik het met hem eens zijn. Ik denk dan ook dat het goed is om, en ik neem aan dat u dat ook doet, om aan de wethouder te vragen: wat houdt nou eigenlijk precies dat Drents Bermberaad in, want ik moet u eerlijk zeggen, ik had het gelezen als: nou, je wordt eens in de zoveel tijd even op de hoogte gehouden van hoe het nou in Drenthe gaat met die ecologische biodiversiteit in die bermen, en kunt wellicht ook nog een aantal wetenswaardigheden uitwisselen, maar ik ben het met Gemeentebelangen eens, ja, wij willen wel graag baas blijven in eigen berm, om maar eens een alternatief te noemen van een zeer bekende spreuk uit de jaren 70. Tweede vraag aan de heer Groot is: ik krijg niet helemaal de indruk alsof hij nu voor of tegen scenario 2 is. Ik proef hier eigenlijk een idee dat u zegt van nou, kom nog maar even terug met een goede financiële onderbouwing, maar volgens mij staat die in de stukken.
En daar valt best iets over te zeggen als het gaat om moet je met scenario 2 ook nog scenario 3 doen, ik kom daar in mijn bijdrage straks nog wel op terug, maar ja, ik denk dat je wel nu kan besluiten: is het je die 40.000 euro meer waard om in plaats van 20 procent, 44 procent van de bermen in het buitengebied ecologisch te beheren? En ik zou daar graag toch wel van willen weten of ik de heer Groot dan goed heb begrepen dat hij daar nu eigenlijk geen uitspraak over zou willen doen. De heer Groot: Als ik mag, voorzitter? De voorzitter: Ja, de heer Groot, ja. De heer Groot: Ja. Nou ja, ik dacht misschien heeft mijnheer Turksma wel gemerkt aan mijn enthousiasme dat wij eigenlijk wel voor scenario 2 zijn. Maar … We zien het mooie eraan, het vergroten van de biodiversiteit zoals ik al noemde. Maar het feit dat zeg maar in de toelichting van het college staat genoemd van daar automatisch die consequentie aan verbinden om aan te sluiten bij het Drents Bermberaad, dat gaat dus op dit moment wat te ver. Wij hebben onvoldoende zicht in hoe dat wordt vormgegeven, wat kunnen wij nog als eigen fracties, als eigen gemeente, en kan het zijn van, stel je voor die ambities willen we verlagen, vanwege het groen gas of het ‘…’ van het bermafval. Hoe kunnen we daar, zijn we daar volledig zelfstandig in, om dat nog te doen? En ten tweede, dat was dan over de scenario’s, ja dus.
En daarbij dus eigenlijk ook gelijk de uitleg over het Drents Bermberaad. Ja, scenario 2, maar mocht het nu zijn dat dat echt onlosmakelijk met elkaar verbonden is wat betreft, als het college dat zo vindt, dan hebben wij zeer onze twijfels of wij akkoord gaan met scenario 2 waarbij we dus 40.000 euro extra zeg maar zouden willen, of we daarvoor zouden willen kiezen voor dat scenario waarbij dat het gevolg zou kunnen zijn. Maar de uiteindelijke financiële afweging maken we natuurlijk bij de kadernota en daar dient denk ik toch een beter onderbouwd financieel voorstel bij te liggen, omdat de personele consequenties zijn nog niet meegenomen in dit voorstel en dat heeft mijnheer Turksma denk ik ook al gezien. De voorzitter: Oké. De heer Turksma: Nou, ik ga ervan uit dat dit de meerkosten zijn als je in plaats van 20, 44 procent ecologisch gaat verwerken en als daar ook nog een personele kostenplaats bij zou komen, dat ben ik met u eens, dan zou ik dat graag nu ook willen zien want uiteindelijk wil je het complete kostenplaatje zien als je ‘…’. Ik bedoel, het moet niet een soort regionale uitgavendienst gaan worden waar we het straks nog even over gaan hebben, ‘…’ maar het gaat me ook ‘…’ of zo, dat ben ik helemaal met u eens.
Zo had ik het eerlijk gezegd niet begrepen, dus ‘…’ dat de wethouder daar ook op kan acteren, en ten aanzien van die deelname in dat Drentse Bermberaad heb ik u al gezegd, ben ik met u eens, in feite hoeft dat met, heeft dat met het stuk volgens mij helemaal niets te maken. Dat het college dit nu koppelt, nou dat zou ik, vind ik ook heel interessant om inderdaad te horen van waarom koppelt u dat nou en wat houdt die koppeling dan in. Maar in principe kan je
kiezen voor bijvoorbeeld scenario 2 of 3, en dan daarna zeggen van: willen we nog lid worden van die club of niet? Nou ja, daarvan wacht ik graag ook even af de toelichting van de wethouder, maar ik ben blij met uw toelichting want wat dat betreft denk ik dat we dit keer niet zo gek ver van elkaar af staan, dat is ook wel eens leuk. De heer Groot: Fijn om te horen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie ook nog een keer zo’n, maar dan in bermen, groen tegen geel zie ik dan … O nee, rood tegen geel, sorry. De heer De Wit. De heer De Wit: Ja, dank u voorzitter. Ik wil toch twee opmerkingen maken, want de heer Groot had het over dat het was weggestemd met de begroting, deelname aan het Drents Bermberaad. Dat is niet helemaal zoals het is gegaan, twee partijen die tegenstemden, waaronder het CDA, volgden de wethouder die zei het dat het verstandig was om hieraan mee te doen nadat er bermbeleid was behandeld. En dat is een ander verhaal, we waren er zelfs wel enthousiast over maar we gingen mee in de suggestie van de wethouder. Een ander punt is de extra kosten, u hebt toch kunnen zien in de beantwoording van de technische vragen die onze fractie heeft gesteld dat die extra kosten er niet zijn, en het is een beetje ridiculiseren als je suggereert dat er massa’s ambtenarenuren in gaan zitten, want, en dat is een incorrectheid die u zegt, u zei: het gaat nu goed.
Nee, het gaat niet goed, dat staat in het raadsvoorstel. Het moet zelfs nog ervaring gevonden worden. Hé, waar vinden we die ervaring: bij dat platform waar die kennis en ervaring gedeeld wordt. En dat zult u in mijn stuk ook nog wel horen, er is nog wel het nodige aan ervaring te winnen. Dus u moet het niet ridiculiseren en overdrijven. De voorzitter: Dank u wel, de heer Groot, wilt u daarop reageren? De heer Groot: Nou ja, tuurlijk wil ik daar even op reageren als dat mag, voorzitter, want ik word hier weggezet als of ik aan het ridiculiseren ben. Nou, ik wil u zeggen van: het stuk wat hier nu ligt is gemaakt in deze gemeente. Dus dat is een voorstel zoals, beleid zoals wij dat op hebben gesteld en zoals dat uitgevoerd gaat worden. Dus dat kunnen we prima ook zonder anderen daarbij te betrekken. En de ervaring is in deze gemeente aanwezig. Je kan wel zeggen van: we zijn nog aan het zoeken. Er wordt momenteel toch 20 procent bermbeheer uitgevoerd, ecologisch? Dus wat is het probleem, mijnheer De Wit? Ik zie dat niet zo. De voorzitter: Is het misschien goed om gelijk het woord ook aan de heer De Wit te geven van het CDA? De heer De Wit: Dank u, voorzitter. Want natuurlijk staat het gewoon in de stukken, de heer Groot. Oké. We gaan over ecologisch bermbeheer hebben, dank u voorzitter. Gezegde is bekend: de klok horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt.
Hier is het anders, we laten de klepel juist los, we hopen straks mooie bermen aan de grote klok te kunnen hangen. Het is al lange tijd een wens van het CDA om het ecologisch bermbeheer uit te breiden. Onder andere in 2010 stond het al in ons kiezersprogramma. Overigens was toen nog een maatregel waarvan men op den duur verwachtte dat het beheer goedkoper zou worden en we waren toen overigens nog een voorloper in Drenthe, wij hadden de ervaring, en nu zitten we echt in de achterhoede. Met dit voorstel komt er weer actie in de tent. Toch riep dit voorstel diverse vragen bij ons op die de CDAfractie dan ook als technische vragen heeft gesteld. In Hoogeveen wordt bijvoorbeeld 70 procent ecologisch beheerd, maar uit de antwoorden blijkt dat niet bekend is hoe de situatie daar is en hoe men tot dat percentage komt. Hé, een platform, zou dat nu handig zijn? Ja hoor, inderdaad. Oké. Daar heb ik nu net de meerwaarde van SWO Hoogeveen De Wolden ook verwacht. Ook bleek uit de antwoorden dat de grootte van het areaal nog niet simpel is vast te stellen wegens diverse redenen zoals rekenmethoden en beheerpakketten. Toch maakt 1 procentpunt veel uit. Het kan al gauw om 1 kilometer weg gaan, oftewel 2
kilometer berm. Voor een goede aanbesteding maakt dit dus wel degelijk uit. Toch zou de bron als sinds lange tijd dezelfde moeten zijn, de zeer nauwkeurige basisregistratie grootschalige topografie. Beheerpakketten zouden dus helemaal geen invloed op het areaal horen te hebben. Onze fractie zou graag willen zien dat de bermpercelen in de GIS- en IT-systemen goed zijn gecodeerd om problemen, vergissingen en dus onnodige extra kosten te voorkomen. Hiermee samenhangend: onze fractie hoopt dat bij aanbestedingen is geborgd dat betrokken aannemers van samenhangende werken op de hoogte zijn van het beheer. Dus om het duidelijk te maken, dat bij opmaak van sloten naast ecologisch beheerde bermen niet een onwetende aannemer aan het werk wordt gezet en alsnog de boel naar de hatsjemodee helpt. Het raadsvoorstel meldt dat extra ecologisch te beheren areaal een extra inspanning en kosten met zich meebrengt. Maar uit de bijbehorende tabel lijkt het tegenovergestelde. De uitbreiding van het areaal in het tweede scenario kost 1.820 euro per procent, terwijl het extra areaal in het derde scenario veel goedkoper is, namelijk 1.418 euro. Extra areaal is dus beter. Dan zou je liever zeggen: doe maar eerst dat extra areaal. Maar ja, uit de antwoorden blijkt echter dat diverse kostenposten nog niet bekend zijn.
Hoe kan de raad nu een goede afweging maken op basis van kosten en moeiten als die extra kosten en moeiten niet bekend zijn, zelfs niet met een grove schatting? Kan de wethouder uitleggen waarom dit niet vermeld is in het voorstel? En waarom zijn deze gegevens nog niet bekend? Dus melden dat je het nog niet weet is één ding, maar waarom is het nog niet bekend? Ecologisch bermbeheer is ‘…’, daar sluit ik me aan bij de heer Groot. Alhoewel in het raadsvoorstel wordt genoemd dat we het komende jaar ervaringen zullen opdoen met de invulling van ecologisch bermbeheer. Dat is vreemd, want we hebben we hier al vele jaren ervaring mee, al zo’n twintig jaar. Hoe kan de wethouder, of kan de wethouder uitleggen waarom er nu nog ervaring moet worden opgedaan? Burgerparticipatie wordt wel genoemd maar de CDA-fractie mist de ondersteuning van de bewoners bij de bestrijding van invasieve exoten. Denk bijvoorbeeld aan informatie en kennis, maar ook vooral om dingen als het kunnen afvoeren van de rommel van de invasieve soorten bij de gemeentewerf. Dat is momenteel nog niet eens mogelijk. De houding is passief, zoals we ook van de inspreker hebben gehoord. Onze fractie ziet dit graag beter geregeld. Wij vinden de aanpak van invasieve exoten in de bermen belangrijk, en dit verdient een duidelijk beleid. Op het moment is de werkwijze te vrijblijvend en niet zelden contraproductief.
Dit kan de kosten uiteindelijk vreselijk opjagen. In de nota Ecologisch bermbeheer stonden maatregelen voor het beheer die niet overeenkomen met de informatie en adviezen van specialisten. Het antwoord op onze technische vragen meldt dat de aanpak van de exoten los moet worden gezien van dit voorstel. Waarom worden er in de nota dan wel uitspraken over gedaan? Daarnaast liggen er probleemplekken in gebieden die mogelijk ecologisch beheerd gaan worden. Dit betekent dat de aanpak automatisch onderdeel hoort te zijn van ecologisch beheer, simpelweg omdat je er rekening mee moet houden. Onze fractie heeft veel informatie ingewonnen bij inwoners en experts, met als gevolg dat onze fractie daarop een volgende amendement indient. Amendement invasieve soorten, bij punt 8, voorstel beheer ecologische bermen buitengebied De Wolden. De raad van gemeente De Wolden in vergadering bijeen op 25 janua… Maart 2021, stelt het CDA het volgende amendement voor: invasieve soorten worden actief beheerd of bestreden, waarbij de juiste maatregelen worden gevolgd zoals bekend via bijvoorbeeld het kennisnetwerk van Wageningen University and Research, of bestaande protocollen. Inwoners worden ondersteund als zij zich met de bestrijding of beheersing bezighouden, door bijvoorbeeld de mogelijkheid het afval met resten bij de milieustraat in te kunnen leveren.
Toelichting: het CDA vindt dat Aziatische duizendknoop, het zijn er drie om precies te wezen, een hardnekkige, invasieve plantensoort is met mogelijk grote schade aan wegen, gebouwen en landbouwgewassen tot gevolg. Ook andere invasieve planten kunnen tot schade leiden bij bijvoorbeeld dieren. De gemeente De Wolden is aansprakelijk voor schade die ontstaat vanaf haar bermareaal. De gemeente De Wolden, momenteel, heeft nu nog geen beleid voor bestrijding of beheersing van invasieve planten. Het traditionele beheer met klepelen, zowel als het beheer bij ecologische bermen tot verdere verspreiding leidt en dat de maatregelen genoemd in de nota ecologisch bermbeheer niet overeenkomen met informatie en adviezen van kenniscentra, landelijke protocollen en
specialisten in bestrijding van invasieve soorten. Niets doen leidt tot hogere kosten, hetzij door schade, hetzij door latere bestrijding of beheersing, hetzij door aansprakelijkstelling door derden. Raadsleden, laat deze Japanse duizendknoop, en hier hebben we hem, dat is er zo een, zie je hoeveel knopen erin zitten? Echt een rotding. Zo meteen heb ik schade aan mijn bureau, denk ik. Oké. Nog uitgegraven aan de Veeningerweg, dat valt weg, moet ik zeggen. Laat die duizendknoop niet verworden tot een gordiaanse knoop. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Goed. Hij is wel heel illustratief gebracht, mijnheer De Wit, ‘…’ daarvoor. Ik geef graag het woord aan … O, toch, de heer Turksma. De heer Turksma: Ja. Ja, ja, voorzitter, na dit gloedvol betoog heb ik eigenlijk twee vragen aan de heer De Wit. Allereerst: hij maakt net de opmerking dat, ja, dat van het kostenplaatje van scenario 2 wellicht niet alles in beeld is. De heer Groot merkte dat ook al op. Ik ben overigens benieuwd wat de wethouder daarvan vindt, want ik ga ervan uit dat als we daar een financiële paragraaf bij krijgen, dan is het wat het is, want daar besluit je op, maar los daarvan. U stelt nu voor om intensief wat te gaan doen met deze Japanse knoop, of weet ik veel hoe dat ding heet.
Maar weet u wel wat daar de kosten dan van zijn? En zijn er echt effectieve bestrijdingsmiddelen op dit moment, want ik heb eigenlijk begrepen van de inspreker dat het enige wat echt werkt is elke week de boel uitspitten. En ik heb begrepen dat u nu al bent begonnen, maar ik ga er niet van uit dat u dat elke week blijft doen. De heer De Wit: Inderdaad. Dat ben ik zeker niet van plan. We hebben gesproken met een adviseur van ‘…’, iemand van een bestrijdingsbedrijf. Hitte is de gebruikelijke methode om mee te bestrijden, dat gebeurt dus met hete lucht, niet met stoom maar met hete lucht. De andere is met elektroden bij de grond wat verhit, dat is in buitengebied niet verstandig, dus wordt gezegd: ja, afgraven is de gebruikelijke methode en dan moet de grond verwerkt worden. Dat is duur. Ik noem in het amendement ook niet voor niets beheersing en bestrijding, want wat nu wordt voorgesteld, om dus na maaien en dan wel de bosmaaiers schoon te maken en dergelijke, dan vervolgens het maaisel te laten liggen, dat is niet goed, dan wordt de knoop alleen maar ingewikkelder, letterlijk. En het kan zich daar dan makkelijk verspreiden. Dat moet dus niet gebeuren, want dan wordt het veel duurder. Het komt in het bos al wat te zitten, het wordt alleen maar vreselijk veel duurder om te bestrijden.
En dat afgraven is niet eindeloos diep, het gaat namelijk het grondwater niet in, daar waren de experts heel duidelijk in, dus aan de Veeningerveldweg gaat het niet dieper dan hoogstens een meter. En dus op hele droge zandgronden, dan kan het gebeuren wat de heer Groot zei, dat het 3 meter de grond in gaat, nou, dan ben je lekker klaar. Dat is op veel plekken nou nog niet het geval. Dus we willen niet zeggen dat we eindeloos kosten moeten gaan maken, maar willen wel zeggen: aanpakken, want anders lopen die kosten uit de klauwen. En het is al in de brief ook van de inspreker genoemd dat in Engeland bijvoorbeeld hypotheken niet meer verstrekt worden aan huizen waar die duizendknopen zitten omdat die gewoon de huizen ontwricht. Zo sterk is die plant. En hier kan dus ook een weg ontwricht worden, dan ben je nog veel verder weg. Ik kan me voorstellen, het is heel uitvoerend, daar wil ik me niet mee bemoeien, dat kan je bijvoorbeeld ophalen bij de experts van zo’n platform wat ik noemde van Wageningen. Je moet dus wel bedenken dat het misschien slim kan zijn om kleine verspreidingen die er al zijn gekomen door het verkeerde beheer in het verleden, dat je die wel aanpakt met de eigen graafmachine en dat je daar even goed een paar bakken uithaalt en dat je dan probeert de grote plekken, waar we foto’s van hebben gezien, dat je die beheerst.
De voorzitter: Mijnheer De Wit? De heer De Wit: Ja.
De voorzitter: Misschien is het wel goed om hier even te stoppen want het gaat nu heel erg inhoudelijk, iedereen haakt dan af, denk ik. De heer De Wit: Oké. De voorzitter: En volgens mij moeten we ons ‘…’. De heer Turksma: Maar ik nog niet, voorzitter. Maar een antwoord krijg ik niet, en ik vind het niet passend, eerlijk gezegd, als u met een amendement komt, als CDA hè, om zeg maar actief te gaan bestrijden en u geeft geen ‘…’ inzicht in de kosten. Nou sorry, wat moet ik daar nou mee? Den heb ik liever dat u vraagt naar een onderzoek, dan kan je tenminste nog eens een keer kijken van waar zijn we nou mee bezig. Verwacht u hier nou echt steun van van ons? Dat vind ik wel heel moeilijk hoor, sorry. De heer De Wit: Die kosten zijn zo specifiek afhankelijk van wat er ter plekke aan de hand is, dat kan dus bijna geen kosten zijn als gemeentewerken even snel een bak grond eruit haalt, maar ik vind het wel heel erg in de uitvoering zitten. Maar als je een plek moet hebben die dus helemaal besmet is, dan gaat het in de klauwen lopen en dan kun je denken van: we gaan beheersen. En dat beheersen is geen extra kosten, dat is gewoon … Want ik vind ‘…’ heel erg verdraait op die manier, daar gaat het hier helemaal niet om.
Het gaat om dat je niet het beheer gaat doen wat is voorgesteld in de nota, laten liggen, maar dat je dus echt beheer doet: afvoeren van die troep en dan moet het gewoon bij het restafval, het moet verbrand worden. En dat is wat hier speelt. En dat wil niet zeggen dat ik nu pleit om alle bermen daar af te graven. Daar pleit ik helemaal niet voor, dat verdraait u. Het gaat niet om extra kosten, het gaat om toegepast beleid. De voorzitter: Helder. De heer De Wit: Slim bezig. De voorzitter: De heer Groot. De heer Turksma: U doet een voorstel en u vraagt aan het college om er een financieel plaatje bij te maken, dat vind ik toch wel de omgekeerde wereld, sorry hoor. De voorzitter: De heer Turksma, ik wil naar de heer Groot. De heer Groot: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik had nog even een vraag, want de heer De Wit die vond het onvoldoende financieel onderbouwd hè, de hogere … Met meerdere percentages, mijnheer De Wit die was ook blij, hoorde ik, dat in Hoogeveen 70 procent gedaan werd. Je kan altijd nog verhuizen, natuurlijk. Maar ik bedoel van: wat is het standpunt nu van het CDA? Wat willen jullie, zeg maar hoeveel procent, welk scenario willen jullie aan voldoen? De heer De Wit: Hele goede vraag, want ik heb het inderdaad niet genoemd.
Ik heb namelijk die vraag gesteld aan de wethouder of ze daar iets meer duiding aan kan geven, we wachten dus eerst het antwoord van de wethouder af om te beslissen of wij voor een tweede of derde scenario gaan. Wij geloven heus wel het college als die daarop aandringen, maar ik wil iets meer specificatie want ja, zoals de tabel laat zien, dat zult u vast met me eens zijn, gaan we liever ook dat tweede scenario betalen met de manier van het derde scenario. Maar ja, zo werkt het natuurlijk niet. Dus ik wil graag iets meer duiding daarvan. En dan kunnen we die keuze maken, dus goed opgemerkt.
De heer Groot: Het is niet zo dat het CDA voorstelt om ook net als in Hoogeveen 70 procent te gaan doen? Want ik hoor uw enthousiasme daarvoor. De heer De Wit: Nee, want we weten helemaal niet waar die 70 procent vandaan komt. En dat is nou, dan worden die vragen genoemd, hoe kan het nou zijn dat ze daar zo makkelijk 70 procent halen en dat we hier onmogelijk verder komen dan die 50 procent? Nou, het blijkt dus: we weten het niet, en we hadden dat verwacht binnen één organisatie wel te hebben, en nou ja, dat zijn dingen, als je dus bijvoorbeeld dat gaat ‘…’ op een betere manier voor de organisatie niet met dikke stukken voor de raad, die zitten daar niet op te wachten, dat je beter in de smiezen krijgt hoe dit werkt. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil graag het woord geven aan mevrouw Berghuis. Mevrouw Berghuis-Wiersema: Dank u wel, voorzitter. Ja, nou, voor ons ligt het raadsvoorstel ecologisch bermbeheer buitengebied De Wolden. En in dat raadsvoorstel lezen we dat de gemeente de ambitie heeft om de kwaliteit van leefgebied en biodiversiteit van flora en fauna in het buitengebied te behouden, versterken, vergroten en verbinden. En hierin speelt het ecologisch bermbeheer een sleutelrol. Onze bermen zijn ingedeeld in drie categorieën volgens de kansenkaart: hoog, middel en laag.
In het raadsvoorstel staan nu drie scenario’s en het college wil kiezen voor scenario 2, waarbij de meest kansrijke bermen worden toegevoegd aan het ecologische bermbeheer. Dit zou betekenen dat 44 procent van de bermen ecologisch beheerd gaat worden. Eigenlijk is dit nog best weinig, je zou verwachten dat in een landelijk gebied als De Wolden nog meer bermen ecologisch beheerd zouden kunnen worden. Maar we lezen ook in het rapport van Ecogroen dat blijkt dat er veel bermen zijn die niet geschikt zijn omdat ze niet breed genoeg zijn of omdat de bomen of andere obstakels het beheer belemmeren. En verder lezen we dat het gebruik van bermen door omwonenden een knelpunt kan zijn voor ecologisch bermbeheer. En ook nog lezen we dat voedselrijkdom en ligging langs watergangen bepalende factoren zijn. Wat betreft het gebruik van bermen door agrariërs of omwonenden is er misschien nog wel winst te boeken. Met de vernieuwde inzichten rond ecologisch bermbeheer zouden omwonenden misschien ook eens een andere koers kunnen varen. Er is een tijd geweest dat alles netjes en opgeruimd moest zijn, maar wanneer inwoners zien dat er ook een mooi bloemenveld van een berm gemaakt kan worden is dat alleen maar winst. In hoeverre de gemeente dit kan bewerkstelligen door communicatie, dat weet ik natuurlijk niet, maar nou ja, kleine kansen kun je altijd benutten.