CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie transcript

Gemeenteraad 15 juni 2023, gemeente De WoldenBij agendapunt: Spreekrecht44.607 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Daarbij overwegende dat op 15 december 2021 de Fietsnota 2021-2026 is vastgesteld, het jaar 24 zal worden gebruikt om de te realiseren fietspaden uit de Fietsnota voor te bereiden, zodat we in 25 de plannen in uitvoering kunnen brengen, bij het realiseren van fietspaden aandacht moet zijn voor het toepassen van duurzaam circulair materiaal. Grasfalt is een mengsel, een asfaltmengsel waarbij bitumen worden vervangen de biobased bindmiddel lignine, dat afkomstig is uit olifantsgras. Dit zorgt onder andere voor besparing van fossiele grondstoffen, 20 procent CO2-reductie door de lagere productietemperatuur van grasfalt en duurzame opslag van CO2 door olifantsgras. In veel andere gemeenten wordt grasfalt reeds succesvol toegepast bij het realiseren en van infrastructurele projecten. Daarom zijn wij van oordeel dat de toepassing van grasfalt bij het realiseren en vervangen van fietspaden in De Wolden mogelijk kan bijdragen aan onze duurzaamheidsdoelstellingen en verzoeken we het college de toepassing van grasfalt en andere duurzame toepassingen bij het realiseren en vervangen van fietspaden in De Wolden uit het oogpunt van duurzaamheid en circulaire toepassing te onderzoeken, te overwegen en deze uitkomsten mee te nemen bij de uitvoering van het fietsplan. Tot zover de motie. Dan over de klimaatgelden.

Daarbij de opmerking, eerst ga je bepalen wat je wil bereiken en dan weet je hoeveel geld en mensen en andere middelen je nodig hebt. Doe dat niet andersom, zoals nu voorgesteld wordt in deze Kadernota. Domweg een som geld beschikbaar stellen, dat zou de Rutte-aanpak zijn. Het is nu al duidelijk dat er voor de uitvoering van klimaatadaptatiemaatregelen meer geld nodig is dan de beschikbare 100.000 euro budget. Het voorstel hiervoor komt 22 juni in de raad en de voorlopige schatting is dat er meer dan een miljoen euro nodig zal zijn. Kunnen we de klimaatgelden hiervoor aanwenden? En zo nee, dan moeten we ons goed rekenschap geven van het feit dat er nog extra kosten op ons afkomen boven op de plannen in de voorliggende Kadernota. Duurzaamheid gaat nadrukkelijk ook over zuinig omgaan met hulpbronnen en in dat licht, en aangezien de beschikbare ruimte niet oneindig is, benoem ik nogmaals geen voorstander te zijn van een

bedrijventerrein in Koekange. Op een plek ver weg van doorgaande wegen een bedrijventerrein inrichten leidt tot onnodige transportbewegingen en uitstoot die druk leggen op natuur, milieu en verkeersveiligheid, wat mogelijk weer leidt tot verzoeken voor een betere ontsluiting. Cluster bedrijven in Ruinerwold, Ruinen, Zuidwolde of desnoods in Hoogeveen of Meppel. Dan ten aanzien Solide Basis voor De Wolden programma 5, oud papier. Waarom alleen de kosten opgenomen? Hier staan toch ook baten tegenover? Uit de beantwoording van de technische vragen bleek dat niet alle activiteiten die verenigingen kunnen gaan uitvoeren momenteel gemeentelijke taken zijn. Het lijkt me verstandig bij de definitieve keuze van het takenpakket zoveel mogelijk gemeentelijke taken te kiezen, zodat we naar een budgettair neutraler model kunnen in plaats van extra uitzettingen te creëren. Ten aanzien van programma Sociaal, wij steunen het voorstel om incidenteel 60 K beschikbaar te stellen voor de inzet van een gedragswetenschapper om de kwaliteit in de begeleiding van complexe cases te borgen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat mijn eerste reactie bij dit voorstel was, nog meer begeleiders in één gezin? De beantwoording van de technische vragen stelde enigszins gerust, maar voorzie dergelijke voorstellen in het vervolg direct van een betere inhoudelijke onderbouwing.

Bij een motivering die spreekt van doorontwikkeling van, haak ik onherroepelijk af. Dan programma 9, Cultuur. In het programma Cultuur, dat inderdaad een programmatitel is die de lading niet echt dekt, zien we een aantal fikse uitzettingen, het Integraal Huisvestingsplan, maar ook de indexering van de RUD hakken er flink in. Bij de RUD wordt een voorschot genomen op de impact van de invoering van de Omgevingswet en is er, net als in de overige R’en, sprake van loonindexatie. Er wordt verondersteld dat de Omgevingswet tot extra adviesbehoefte zal leiden. Laten we daarvoor nu van uitgaan, want als ik juist geïnformeerd ben, dan rekenen we de RUD uiteindelijk af op basis van activity-based costing en als er dan minderadvies nodig is zal de rekening lager uitvallen. Ook nog niet opgenomen als concrete post, maar wel goed om in ons achterhoofd te houden, is dat er nog een plan komt voor het alternatief voor Scala. Toen eerder dit jaar de financiële problemen van Scala duidelijk werden heeft onze fractie vragen gesteld over de rol die we als gemeente kunnen spelen bij het veiligstellen van cultureel en muzikaal aanbod. Wij vinden het belangrijk dat we financiële ruimte houden om dat aanbod in stand te houden. Concluderend, voorzitter, de Kadernota focust op de juiste thema's en in de uitwerking kunnen wij ons in hoofdlijnen vinden.

De financiële impact kunnen we, zoals het nu lijkt, de komende jaren dragen, echter de situatie vanaf 2026 is nog met vraagtekens omgeven. De ontwikkeling van de rijksbijdrage zal de komende jaren van grote invloed zijn op onze slagkracht als gemeente. Voor nu spreekt onze fractie de verwachting uit dat we hopelijk spoedig, versterkt met dertig nieuwe medewerkers vol energie, resultaatgericht aan de slag gaan met de uitvoering van de plannen in deze Kadernota. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Assink. U heeft in uw bijdrage motie 8 ingediend over het grasfalt en u bent mede-indiener van amendement 1 over de indexatie subsidie zwembaden en culturele organisaties. Heb ik goed begrepen, hé? Prima, we gaan de raad rondkijken. Wie wil er vragen stellen? Mevrouw Bouwers. Mevrouw Bouwers: Ja dank u wel, voorzitter. Ik heb met veel interesse naar onder andere de toelichting op het amendement over de indexatie subsidie zwembaden en culturele organisaties geluisterd en ik herken ook de waarschuwing voor de loon-prijsspiraal van Klaas Knot als president van de Nederlandse Bank. Nu noemt hij ook inflatie volksvijand nummer één en als we kijken naar de ramingen voor 2024, 25 dan wordt er juist voor 24 al een grotere daling van die inflatie voorspeld. Maar een echt herstel zal naar verwachting, want daarvoor zijn ramingen, pas echt in 2025 zichtbaar worden.

Waarom is mevrouw Assink eigenlijk van mening dat zwembaden en culturele organisaties, waarvan we het met zijn allen ook weten dat die het vaak niet al te breed hebben, eigenlijk buiten hun schuld dan die prijs moeten betalen van de inflatie of van eventuele prijsstijgingen en zou dat niet op een andere wijze opgevangen kunnen worden? Tot zover.

De voorzitter: U mag direct antwoorden, mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Voorzitter, wat wij niet willen is het structureel indexeren en het al vooruitlopen op de veronderstelde ontwikkeling van de inflatie. Daarom heb ik expres in mijn bijdrage gezet, op het moment dat er aanleiding toe is in de exploitatie, in de begroting of in de plannen van de zwembaden of de culturele instellingen, om extra geld te vragen, kom dan ieder jaar gewoon bij ons op de lijn met een plan en een voorstel en dan kunnen we die plannen dan op zijn merites beoordelen. Als je nu al voorsorteert op alles zal wel duurder worden, wat ik niet geloof want je ziet nu de eerste tendens van de recessie al zich aandienen, dan ben ik bang dat we een soort selffulfilling prophecy gaan creëren met alles maar indexeren. Dus ik zou het haast zelfs nog sterker willen zeggen, alles wat we nu indexeren, misschien moeten we daar ook weleens kritisch naar kijken. Want een beetje de motivatie achter van laten we de zwembaden en de culturele instellingen nu indexeren, want het zijn de enige die nu niet geïndexeerd worden, dus laten we dat gelijktrekken, daar kan ik me nog wel iets bij voorstellen. Ik zou haast zeggen, je kunt het ook de andere kant op gelijk trekken en niet overal maar in meegaan als iedereen roept van de tutter de tuut wat wordt het allemaal duur en dat we daar direct een index overheen knallen.

Dus laten we daar in zijn algemeenheid heel prudent mee omgaan. De voorzitter: Mevrouw Bouwers. Mevrouw Bouwers: Beluister ik mevrouw Assink goed dat we dan als raad, of in ieder geval volgens uw fractie, nog scherper zouden moeten kijken naar überhaupt het indexeren van subsidies aan verschillende organisaties, waarbij het dus denkbaar is dat ondanks grote prijsstijgingen in de eerste plaats die organisaties die zelf zouden moeten opvangen? Mevrouw Assink: Voorzitter, dat niet per se. Maar als er serieus sprake is van prijsstijgingen die je kunt aantonen wil je natuurlijk dat tot op zekere hoogte compenseren om organisaties, culturele instellingen, in de benen te houden. Het gaat mij met name om, het moet geen automatisme zijn, dus het moet gewoon onderbouwd aantoonbaar zijn. En als je te maken hebt met inflatie, ja dan laat je natuurlijk niet de vereniging kopje-onder gaan. Dat is zeker niet wat ik bedoel. De voorzitter: Helder. Dank u wel. De heer Groot. De heer Groot: Dank u wel, voorzitter. Even over de motie ten aanzien van het grasfalt, een leuk idee, een leuke motie. In het verleden zijn in deze raad natuurlijk weleens meer van dit soort moties aan de orde geweest. Volgens mij was er ook een van uw eigen partij ten aanzien van de zonnepanelen in de fietspaden en ook wij hebben nog weleens een keer een optie geopperd van de kunststoffietspaden.

U noemt het hier al, andere duurzame toepassingen. Zou dat ook tot de mogelijkheden behoren om dat nog eens te bekijken of dat rendabel is? En de tweede vraag daarover is eigenlijk, als ze kosten nu enorm toenemen met deze oplossingen, hoe gaat u dat dan dekken? Of hoe ziet u daar mogelijkheden voor? Dat was de eerste vraag. Ik heb straks nog vragen, als het mag voorzitter. Mevrouw Assink: Ja voorzitter, terechte vraag. Er zijn in het verleden inderdaad andere experimenten gedaan, niet altijd succesvol, moet ik er ook gelijk bij zeggen. Dus daarom dat we ook iets voorzichtig geformuleerd hebben deze motie en dat we zeggen, ga het eens onderzoeken voordat je inderdaad keuzes maakt en op het moment dat het fietspad erin ligt, dat het niet voldoende robuust is of iets dergelijks. En ook onderzoek van waar hebben we het qua kosten over, dus dit is geen carte blanche van leg overal allemaal grasfalt neer. Waarom toch wel op dit grasfalt ingezoomd? Omdat er een aantal echt concrete voorbeelden al in den lande

zijn van gemeenten die dat gerealiseerd hebben. In Almelo bijvoorbeeld zelfs op een doorgaande rijweg, dus dat heeft nog meer belasting dan een fietspad. Dus vandaar dat we het eigenlijk wel aandurfden om deze suggestie te doen, dit te onderzoeken. En natuurlijk, als de andere of betere duurzame toepassingen zijn, neem ze vooral mee. Het gaat eigenlijk meer om de denktrant op gang te brengen, hoe kun je zo duurzaam mogelijk fietspaden aanleggen en binnen redelijke limiet van kosten. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Assink. De heer Groot heeft nog een vraag. De heer Groot: Even aanvullend, het CDA heeft zich altijd hard gemaakt ook voor de betonnen fietspaden zoals die nu uitgevoerd worden, in het kader van de duurzaamheid. Dus het is misschien goed om het te onderzoeken, maar ik zou dat zeker niet uit het oog verliezen. En daar heb ik nog een andere vraag, want u spreekt zich nogmaals uit tegen een industrieterrein in Koekange. Heeft u dan al enig idee, u zegt ik vind het niet nodig gezien het aantal verkeersbewegingen dat op zou gaan treden, of toename van het aantal verkeersbewegingen.

Heeft u al enig idee dan hoe dat industrieterrein ingericht gaat worden? Omdat er namelijk ook, als je het echt voor lokale ondernemers doet, dan zijn die verkeersbewegingen er al, maar bied je wel juist ruimte aan ondernemers om zich daar niet in hun eigen woonerf of woonstraat of in hun eigen boerderij te vestigen, maar kunnen dat dan daar doen. Dus hoe kijkt u daar tegenaan? En weet u ook hoe het ingericht wordt dan? Mevrouw Assink: Voorzitter, natuurlijk kennen we die details niet en ik kan het ook niet kwantificeren hoeveel uitstoot zou dat meer zijn, maar het is meer kijkend naar hoe het gebied gelegen is en gewoon dat je ziet het ligt ver van de snelweg af, is natuurlijk evident op het moment dat daar bedrijvigheid is dat dat ook bewegingen met zich meebrengt, ofwel bedrijven die daar gevestigd zijn die hun klanten moeten bezoeken of die transportbewegingen hebben van materiaal, et cetera. Dus dat zou altijd een belasting zijn en dan vind ik het niet logisch om op die plek, gewoon vanuit logistiek oogpunt, een bedrijventerrein aan te leggen, hoezeer ik ook begrijp dat dat een lokale wens is, dat je het liefst alles dichtbij huis hebt. Maar de ruimte is niet eindeloos, laten we die activiteiten gewoon clusteren en op een slimme manier met onze ruimte omgaan en voorkomen dat we nodeloze logistieke bewegingen op gang brengen. De voorzitter: Dank u wel.

De heer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Dank, voorzitter. In de bijdrage van mevrouw Assink kwam ook naar voren dat de oudpapierregeling neutraal gehouden moet worden. En daar zou ik graag nog enige toelichting op willen. Wat is neutraal? Want in de Kadernota worden fikse bedragen genoemd. En betekent dat, dat wat voorgesteld wordt in de Kadernota niet uw goedkeuring kan krijgen? Mevrouw Assink: Voorzitter, wij hebben eigenlijk aangenomen in die oudpapierdiscussie dat de activiteiten die de verenigingen in gang gaan zetten gemeenteactiviteiten zijn, dat je op die manier eigenlijk budgettair neutraal tot een afrekening kunt komen. En eigenlijk wat we nu zien is dat er ingezet wordt op een heel andere scoop van activiteiten en dat lijkt me niet de meest voor de hand liggende eerste keus. Dus eigenlijk is onze oproep, kijk vooral en hoe kun je werkzaamheden eigenlijk overhevelen die nu door de gemeente gedaan worden bij de verenigingen leggen zodat we hier niet extra kostenposten structureel creëren . De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Assink. Ik kijk nog even de raad rond. Vragen? Nee, dank u wel voor de bijdrage, keurig binnen de tijd op deze warme zomerdag. We gaan niet formeel schorsen, maar we geven de bodes even gelegenheid om wat verfrissing binnen te brengen, dus we houden wel even stilte. Ik vraag ook de

hulpgriffier om even het beeld op stil te zetten. Ja, met dank aan de bodes hervatten wij heel snel de vergadering. En ik nodig mevrouw Salomé uit om namens D66 de beschouwing te geven. Mevrouw Salomé. Mevrouw Salomé: Dank u wel, voorzitter. Ik ga beginnen met opmerkingen over de Kadernota en daarna ga ik een paar punten uit de Kadernota in een breder perspectief zetten. Ten eerste wil ik beginnen om iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan het opstellen van deze Kadernota hartelijk danken. Wij zijn over het algemeen positief gesteld over die Kadernota, maar we hebben natuurlijk opmerkingen en ik begin met een aantal kritische noten om vervolgens in te gaan op enkele positieve noten. Als eerste, in het financiële meerjarenbeleid kunnen we er niet onderuit, het is al vaker genoemd, dat in 2026 en 27 flinke tekorten kunnen ontstaan. In de begeleidende tekst kunnen we lezen dat deze tekorten een gevolg zijn van de opschalingskorting, een korting op het gemeentefonds waarmee de gemeenten sinds 2015 te maken hebben en deze korting is een aantal jaren niet doorgevoerd, maar komt weer terug. En toen is er in VDG- verband afgesproken, valt zo te lezen, dat we deze tekorten gaan presenteren in de meerjarenbegroting als een signaalfunctie voor het rijk.

Maar wat als dit signaal niet aankomt? Denkt de gemeente na over hoe om te gaan met dit vooruitzicht? Anders dan enkel een signaal geven. Ten tweede, het Omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Het Omgevingsplan heeft een bredere kijk dan een bestemmingsplan, het Omgevingsplan beperkt zich dus niet tot planologische aspecten. De regels in het Omgevingsplan zijn altijd regels over activiteiten met mogelijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Een Omgevingsplan is een omvangrijk document. Bij het inwerkingtreden van de Omgevingswet in januari, 1 januari 2024, heeft elke gemeente een Omgevingsplan voor zijn gemeente. Wij zijn benieuwd hoe het daarmee staat. Het realiseren van nieuwe woningen kent in de huidige tijd ontzettend veel obstakels, het is al eerder ook genoemd, gebrek aan personeel, hoge kosten van producten en diensten, maar ook de renteverhoging van de hypotheken zorgt ervoor dat woningen minder makkelijk verkocht kunnen worden.

Hoe denkt het college de benodigde woningplannen te realiseren in de huidige economische situatie? Daarna, ik ga nu over naar een aantal positieve punten, met alle keuzes die we zouden moeten maken zouden wij ons eigenlijk af moeten vragen komt deze beleidskeuze ten goede aan de toekomstige generatie? Wat wij hier beslissen heeft invloed op onze jongeren en kinderen en daarom is het zo ontzettend belangrijk om in te zetten op nieuwe vormen van jongerenparticipatie, om deze groep een stem te geven. Wij zijn dan ontzettend benieuwd naar het plan wat hiervoor in ontwikkeling is. De aandacht voor deze groep stemt ons positief. Als tweede punt, bij de speerpunten van de Kadernota staat onder andere dat een speerpunt de duurzaamheid is. De gemeente gaat zich focussen op de energietransitie, warmtevisie en het groene gas. De inwoners zelf kunnen ook van alles doen zoals, bijdragen aan die verduurzaming, zoals zonnepanelen, warmtepompen of heel belangrijk energie verminderen. De gemeente stimuleert duurzaamheid en dit is ook ontzettend hard nodig om de doelstellingen te halen uit het Actieplan Klimaat en Energie. Ten derde, zoals eerdergenoemd het jaar 2026, het bekende ravijnjaar, waarschijnlijk gaan we dan tegen financiële uitdagingen aan komen te staan, maar desondanks moeten we ook blijven investeren, investeren in de langere termijn. En dat doen we.

Investeren in vervanging van riolen omdat het echt noodzakelijk is, of de vervanging van bruggen en niet te vergeten investeren in onze scholen. En ook preventie is een investering die niet zo concreet is als het vervangen van een riool, maar wel van belang. Het is belangrijk dat we de niet-fysieke activiteiten van onze gemeente ook blijven ondersteunen. En daarom wil ik nogmaals het belang van onze culturele instellingen en zwembaden benadrukken. Kunst en cultuur zet ons aan het denken geeft een uitlaatklep, dat is anders dan sociale media, bevordert de creativiteit. Cultuur zegt iets over onszelf, maar ook over in welke samenleving wij leven. Cultuur draagt bij aan een betere sociale verbondenheid, omgangsvormen tussen mensen en meer begrip tussen culturen. En zwembaden zijn ontmoetingsplekken voor jong en oud en versterken de sociale cohesie. Wij zijn dan positief over het voornemen om de bijdrage voor de culturele instellingen en zwembaden te indexeren, jaarlijks. Wanneer wij dit niet doen is dat een bezuiniging. Hierdoor zullen we in de toekomst

minder culturele instellingen of zwembaden het hoofd boven water kunnen houden. Hetgeen al is gebeurd met Scala. Het ravijnjaar gaat consequenties hebben, maar bezuinigen op de indexering is verhoudingsgewijs op de gehele begroting marginaal. We hebben het over 12.000 euro per jaar, het eerste jaar oplopend , ik heb een staatje, gemaakt dertig jaar lang, over dertig jaar betalen wij 24.000 euro. Bezuinigen op indexeren is bezuinigen, ik hoorde hem laatst en ik vond hem erg goed, bezuinigen met de kaasschaaf en zal inhouden dat wij de culturele instellingen over dertig jaar minder dan de helft geven. Laten we van dat marktdenken een beetje loskomen en waarde hechten aan instellingen die een onbetaalbare maatschappelijke bijdrage leveren, hetgeen zo belangrijk is in veranderende tijden. En over veranderende tijden, ik ga even door mijn stuk heen, na het lezen van de Kadernota hadden wij de behoefte om een aantal punten in de Kadernota in een breder perspectief te zetten. En daar zal ik mee beginnen. D66 is een partij waar de mens centraal staat in de politiek en daarom heb ik afgelopen november mijn betoog gehouden over vertrouwen in de politiek en het belang van een open transparante democratie. Ik heb mijn zorgen geuit over burgers die zich niet gehoord voelen door de politiek of afhaken en mijn zorgen ook geuit over het uitstellen van het handhaven van het APV.

En vandaag wil ik een aanverwant onderwerp uitlichten, en dat is vertrouwen in de verandering. Ik hoop dat het merendeel van de mensen hier in de zaal het met mij eens is dat wij in een transitie zijn, dat de klimaatproblematiek ons dagelijks leven inmiddels is binnengekomen. Het moet u vast zijn opgevallen, april enorm nat maar sinds 14 mei geen druppel meer. Het is droog, het is warm, ons klimaat is al veranderd. Als de mens zich niet gaat aanpassen, dan laten wij de aarde voor de volgende generaties achter in een wellicht onherstelbare situatie. Maar hoe kun jij nou veranderen als de verandering jouw manier van leven dusdanig gaat beïnvloeden, als jij je beroep niet meer kunt uitoefenen of wellicht moet gaan verhuizen? Veranderen heeft grote impact op persoonlijke sfeer en zonder vertrouwen is dat beangstigend en ook begrijpelijk. Als eerste wil ik benoemen dat onze geschiedenis ons leert dat bij grote veranderingen wij kunnen vertrouwen op onze vindingrijkheid, dat er nieuwe oplossingen komen, dat wij als samenleving in staat zijn te vernieuwen. Ook kan onze geschiedenis ons handvaten geven voor de toekomst, want uit de geschiedenis blijkt dat veranderingen in de maatschappij in gang komen wanneer de maatschappelijke norm verschuift.

Het afschaffen van slavernij of kinderarbeid komt pas echt op het moment dat het overgrote deel van de bevolking de norm had, dit kan zo langer niet. Er was geen maatschappelijke acceptatie meer. Het is dan niet de overheid die bepaalt, maar de bevolking. Regelgeving komt nadat de norm is verschoven. En dat is ook logisch, want dan is er draagvlak. Wie zich verdiept in de geschiedenis heeft kennis voor de toekomst. En ook nu leven wij in deze veranderende maatschappij en onze maatschappij is in een rap tempo zich bewuster aan het worden wat ons gedrag voor gevolgen heeft voor de toekomst en de groep klimaatbewuste mensen groeit. We gaan naar een norm toe dat vervuilen van ons water of onze lucht niet meer kan en dat we de aantasting van de biodiversiteit of de wijze waarop wij voor een deel met onze kippen, varkens of koeien omgaan, niet meer accepteren. En naar aanleiding hiervan heb ik een vraag aan het college. Hebben jullie al nagedacht over onze waterkwaliteit? Daar gaan we toch echt wat aan moeten doen? En als ik zo de kranten lees, wordt de kwaliteit, de waterkwaliteit, nog een veel grotere uitdaging dan het hele stikstofbeleid. En zeg nou niet, ja we gaan eerst beleid afwachten uit Den Haag en dan uit de provincie en dan, eigenlijk schuif je het dan naar achteren, hé. Nee, denk er nu vast over na.

Veranderingen in de maatschappij kunnen ook spelen zonder dat we er ons bewust van zijn. Ik las laatst een stuk van een onderzoeksjournalist, Simon van Teutem, wat wij intrigeerde en ik moet het noemen. Het stuk luidde, Wie had dat gedacht? Nederland wordt steeds progressiever. Mijn eerste idee was, klopt dit eigenlijk wel? Nou, uit zijn onderzoek blijkt dat een groot, steeds groter deel van de bevolking, positiever denkt en meer vertrouwen heeft in, als het gaat om feminisme, multiculturalisme, seksualiteit, wetenschap of abortus. En zijn conclusies werden gedaan naar onderzoek van de studies van de European Value Study of de European Social Survey. En deze studies geven een breder maatschappelijke trend weer en die vertellen in de ogen van D66 een vrij positief verhaal. Ik belicht twee onderdelen daaruit. Ten eerste, in 2014 vond de helft van de Nederlanders economische groei en het creëren

van banen belangrijker dan het klimaat, in 2022 was dat enkel nog maar een kwart van de Nederlanders. En misschien is dit wel heel goed om te beseffen, als we ingaan op een verzoek een bedrijventerrein te creëren, in Koekange bijvoorbeeld, of uit te breiden, komt dat verzoek enkel van de direct belanghebbenden, de ondernemers? Maar is er ook draagvlak vanuit de bredere omgeving, het dorp, de omstreken? En ten tweede kwam ook uit het onderzoek naar boven dat steeds meer Nederlanders vertrouwen hebben in mensen met een andere nationaliteit. In 2014 had 50 procent moeite met andere nationaliteiten en inmiddels is dat 16 procent. Steeds meer Nederlanders denken de afgelopen jaren dat immigranten onze cultuur kunnen verrijken in plaats van ondermijnen. Dat stemt ons zeer positief. Hoe staat dit in verhouding dan met ons stemgedrag? Het goede nieuws is, is dat bijna alle politieke partijen in Nederland andere opvattingen hebben dan twintig jaar geleden. Partijen zijn ontzettend veel klimaatbewuster geworden, kijken ruimdenkender als het gaat om homohuwelijk, vrouwenemancipatie. Partijen veranderen ook. Er kan een beeld ontstaan dat degene die het meest in het nieuws is en flink van zich laat horen, ook de meest gedeelde opvatting heeft. Maar dat hoeft dus niet de realiteit te zijn en dat moeten wij ons goed beseffen.

Als laatste punt van deze Kadernota in een breder perspectief wil ik ingaan op het vertrouwen van burgers richting overheidsinstellingen. Daar hebben wij hier ook mee te maken. De afgelopen dertig jaar is er veel veranderd. Minder regelgeving, kleinere overheid, meer vermarkten, zelfredzaamheid van de burger werd vergroot. Ik denk dat we wellicht iets te ver daarin zijn gegaan. Een solide overheid met voldoende kennis en kunde en mankracht zorgt ervoor dat de burger beter bediend kan worden. En daarom zijn wij blij gestemd dat De Wolden investeert in de SWO en wil uitbreiden met 30 fte. En wij vinden het tevens belangrijk dat De Wolden haar inwoners centraal zet en kwaliteit, transparantie en open communicatie van groot belang acht. Maar daar hoort ook nazorg bij, nazorg bij de communicatie. Zorg ervoor dat inwoners die mee hebben geparticipeerd in bijvoorbeeld een dialoogavond op de hoogte worden gehouden van het proces een uitleg krijgen bij de keuzes die daarna gemaakt zijn. Inwoners betrekken geeft ook een verantwoordelijkheid ze te blijven informeren. Wij staan voor individuele vrijheid en sociale cohesie, vrijheid in verbondenheid en dat laatste, verbondenheid, is belangrijk om veranderingen aan te kunnen gaan. Wij leven in Nederland met relatief veel mensen op één vierkante kilometer. Wij moeten dus rekening houden met elkaar.

Onze individuele vrijheid kan de individuele vrijheid van een ander serieus beperken. De huidige uitdagingen van onder andere stikstof, woningbouw, immigratie, schoon water is het probleem van ons allen. Verbondenheid met elkaar zorgt ervoor dat men niet tegen elkaar komt te staan, maar in dialoog met elkaar blijft. Ik wil u danken voor uw aandacht en afsluiten met dat wij een prachtige gemeente hebben en trots zijn om hier te mogen wonen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Salomé. Ik kijk de gemeenteraad rond, zijn er vragen? De heer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Allereerst mijn complimenten voor de mooie inhoud, maar een kleine toelichting zou ik graag willen. Er wordt duidelijk aangegeven dat degenen die het meest gehoord worden niet altijd degenen zijn die een brede stroom vertegenwoordigen. Wij hebben hier in De Wolden inderdaad onze dialoogavonden en ook daar zou dat zich voor kunnen doen, dat daar alleen de direct belanghebbenden hun woord doen en de mensen eromheen, en je noemt zelf het voorbeeld van Koekange, dan nietsdoen. En mijn vraag zou zijn, hoe zouden we dat beter kunnen doen? Mevrouw Salomé: Helemaal terecht wat u zegt en dat klopt. En daar zit ook mijn zorg. Om meer bewoners te informeren en te betrekken denk ik dat je ze persoonlijk moet aanspreken. Dus persoonlijk in de vorm van een brief of van een notitie.

Want het is vaak zo dat niet iedereen op de hoogte is, dat ten eerste, en dat wij ons soms ook niet beseffen dat wanneer wij ergens een bedrijventerrein bijvoorbeeld creëren, dat dat kilometers

verder effecten kan hebben op de bijvoorbeeld mobiliteit of uitstoot of wat dan ook. Dus wij hebben een veel breder draagvlak nodig. De voorzitter: Dank u wel. De heer Groot. De heer Groot: Dank u wel, voorzitter. D66, u vindt kunst en cultuur heel belangrijk, dat was wel duidelijk op te maken uit uw bijdrage, en daarbij ook de zwembaden. Mijn eerste vraag zou eigenlijk zijn, u vindt het belangrijk, heeft u al enig idee ook hoe hoog de bijdrage is die gegeven wordt momenteel aan alle culturele uitingen? Mevrouw Salomé: Ja, dat staat in de Kadernota, dat is 500.000 euro, een half miljoen. De heer Groot: Een half miljoen, klopt, dat hebben wij ook. Dat hadden wij ook gelezen. Mevrouw Salomé: Is dit een toets? De voorzitter: Ik begrijp dat u nog een vraag heeft, mijnheer Groot. De heer Groot: Is gewoon even testen, u vindt het heel belangrijk dus kijken of u dat ook wist. Daarnaast noemt u dus het indexeren, vindt u een slechte zaak, u vindt het belangrijk dus mag niet, je moet eigenlijk dat indexeren blijven doen, moet je gaan doen, in tegenstelling tot wat wij vinden van niet het jaarlijkse indexeren standaard opnemen. U noemt dan, uiteindelijk over dertig jaar zou dat 30.000 euro extra gaan kosten. Nu hebben we hier onlangs in deze raad een onderwerp gehad van de integrale huisvestingsplannen van de scholen.

Ook daar zit de indexering staat daarbij, of tenminste een bedrag wat stapelt. Dat is ook met deze indexering zo, als ik tenminste even ter uitleg. U geeft aan 30.000, het is nu een totaalbedrag van 20.000 euro. En als u het indexeert, dat houdt in dat u volgend jaar weer 20.000 euro extra daarbovenop zet. Dus eigenlijk nog 2000 euro extra, dus dan zit je op 42.000 euro. Dus hoe komt u nu tot de berekening dat u op 30.000 euro over dertig jaar pas extra aan subsidie voor de culturele instellingen zou komen? Mevrouw Salomé: Dank u wel, voor uw vraag. Ja, dat is een technisch natuurlijk uit te rekenen antwoord. We hebben 500.000 euro het eerste jaar, daar doen we twee 2,4 procent op en dat is 12.000 euro. Dus het volgende jaar hebben we 500.000 en 12, wat is het, euro extra, 12.000 euro extra boven de 5 ton. Dan kom je dus inderdaad op 5 ton 24.000 euro. Maar relatief gezien hebben we dat jaar 12.000 en 288 geïnvesteerd. En waarom dat, elk jaar hebben we een beetje inflatie dus het geld wordt ietsjes minder waard. Het is niet zo dat je dus dan het volgend jaar 24.000 investeert, nee, ja, dan ga je uit, dan bereken je dus de waarde van het geld van het jaar daarvoor. Dat is toch raar? Dus je moet altijd uitgaan van de waarde van het geld op dat jaar.

En als je dat doet, ik kan het geven hoor, dan hebben we na dertig jaar investeren we een miljoen ongeveer en de indexatie is 24.000. Een miljoen is over dertig jaar niet het miljoen wat het nu is. Daarom hebben we indexatie. De voorzitter: Dat was uw vraag, mijnheer Groot? De heer Groot: Ja, dat was mijn vraag. Maar u zegt dus, u geeft dus ook aan, over een jaar investeren we dus een miljoen in de cultuur? Mevrouw Salomé: Nee, niet over een jaar, over dertig jaar. Maar weet je, dat is inflatie van ons geld. Het wordt minder waard. Wij hebben een hele leuke website en daar zit, wat was het we geld waard zoveel jaar

geleden. In de jaren veertig, wat was het, kon je een huis kopen voor 72.000 euro. Dat is toch goedkoop? Ja weet je, geld ... De voorzitter: 72.000 gulden. Mevrouw Salomé: Juist, vermoed ik, gulden inderdaad. Met andere woorden, die bedragen kun je dus niet vergelijken met nu en daarom doe je het elk jaar en vergelijk je het elk jaar. De voorzitter: Mijnheer Groot, u heeft nog een vraag? De heer Groot: Laatste aanvulling dan. U stelt dat voor dus, om dat standaard te doen, in tegenstelling tot wat wij denken. Wij denken meer, tenminste als Gemeentebelangen denken we en als PvdA denken we, kom nou als je dat nodig hebt, als je nodig hebt om de goede plannen uit te kunnen voeren, kom dan terug met een plan. U gaat nu bij voorbaat uit van, ze hebben het gewoon nodig omdat de inflatie er is. Dus er zit een andere, we hebben een andere gedachten daarover, maar dat kan, maar dat is ook de gedachte die u dus heeft op die manier. U zegt, doe maar standaard omdat de inflatie er daadwerkelijk zal zijn. Mevrouw Salomé: Ja precies, we hebben heel veel posten geïndexeerd en het voelt een soort van oneerlijk om te kiezen tussen wat je wel indexeert en niet. En deze instelling draaien al zoveel op vrijwilligers, die zitten al met weinig geld waar mensen mee rond moeten komen. Ze zijn übercreatief, van een kale kip valt niet meer zo heel veel te plukken.

Je moet investeren in deze sector om het te laten blijven en het is zo'n belangrijke sector. De voorzitter: Dank u wel. Andere vragen? Nee. Dank u wel, mevrouw Salomé voor uw bijdrage. En dan gaan we naar de heer Den Hollander van de ChristenUnie. Heeft u uw kaartje mee? Ja prima, gaat uw gang mijnheer Den Hollander. De heer Den Hollander: Ja, administratie bijgewerkt, ik ben er klaar voor. Aan mij de prachtige eer om het bal af te sluiten. Ik zal het proberen binnen de tijd te houden. Ik denk dat iedereen het woord crisis wel genoemd heeft. En ik denk ook dat dat een onderwerp is wat ondertussen gemeengoed is in, de politiek, aan de talkshowtafels, op een gemiddelde verjaardag. Ik denk dat het een woord is wat de afgelopen jaren behoorlijk vaker gebruikt is dan daarvoor, welke definitie van het woord crisis men dat ook maar mag hanteren. En ik denk dat ook daar op een bepaalde manier, als we niet oppassen, sprake is van inflatie, maar dan van de betekenis van het woord. En ik denk hoe dan ook dat als we dat woord op die manier zo vaak blijven gebruiken, dat we onszelf ook, als we niet oppassen, geen gunst verlenen en het steeds makkelijker wordt, hoe je dan ook geraakt mag worden door de crisis waar we het over hebben, om een groeiend gevoel van onmacht te voelen.

En het wordt steeds makkelijker om hoop in de toekomst te verliezen, vertrouwen in de overheid te verliezen, je af te zetten tegen mensen die anders denken dan jij, jezelf aangevallen, achtergesteld of buitengesloten te voelen en je niet gehoord te voelen. Ook lokaal zien we dat zich manifesteren . Dat uit zich bijvoorbeeld heel evident in boerenprotesten van afgelopen jaar, we kunnen dat allemaal nog herinneren dat ze hier in grote getalen in deze zaal aanwezig waren en ook in de kern van Zuidwolde aanwezig waren, behoorlijk fysiek en aanwezig. Maar ook subtieler merken we dat in onze lokale context aan alles. En twee voorbeelden die ik daarbij zou willen geven uit ons nabije verleden als gemeenteraad, wij hebben nog niet zo lang geleden de Lokale Inclusieagenda behandeld met zijn allen en daar op basis van het credo, niet over ons maar zonder ons, konden we helaas niet tot een compleet advies komen omdat er uit een aantal, in ieder geval minderheden, geen inwoners beschikbaar waren om mee te praten en daardoor op een aantal vlakken gewoon geen advies uitgebracht kan worden. En ook het rekenkamercommissierapport over het voorliggende

veld, kwamen we tot de conclusie dat inwoners, en in dat geval zelfs ook professionals, niet stonden te springen om hun verhaal te doen, om bij te dragen aan een onderzoek wat juist wat mij betreft zou beoogd bij te dragen aan zicht op hoe ziet onze gemeente er nu uit in die specifieke gevallen. En ik denk dat we als lokale politiek de interessante uitdaging en prachtige taak hebben om, ondanks het feit dat het gaat over vaak hele grote onderwerpen, waar we als lokale politiek maar beperkte invloed op hebben regelmatig, onze rol te pakken in het ondersteunen van onze lokale samenleving en op zoek te blijven naar manieren om te blijven verbinden tussen al die verschillende groepen, tussen al die verschillende belangen. En als ChristenUnie geloven we wel degelijk in een hoopvolle toekomst, zolang we maar blijven delen of leren delen. Misschien is dat wel iets wat we weer mogen gaan leren, meer en meer, van de overvloed die we hebben. En zoals u weet zijn de kernwaarden van onze partij, want ik heb ze vorig jaar ook genoemd dus ik ga ervan uit dat u ze nog allemaal scherp heeft, dien de samenleving, deel de vrijheid en bescherm het leven. En wat mij betreft is de uitdaging om onszelf blijvend te helpen beseffen hoe goed we het hier hebben.

Vanuit die positie van dankbaarheid beseffen dat we welvarender zijn dan ooit, in overvloed die wij hebben na te denken over hoe we hiervan kunnen uitdelen aan wie onze naaste is. En het kan gaan om je buurman, om je buurvrouw, om het dorp verderop, maar ook de landbouwer verderop in straat, de Oekraïner die een plekje zoekt om af te wachten tot hij terug naar huis kan. En als je kijkt naar de grote thema's die we als raad in het raadsbrede programma hebben vastgesteld, hebben vrijwel alle thema's ook het risico om te leiden tot die groeiende afstand en tegenstelling, in plaats van te zorgen voor verbinding. Woningbouw, er is schaarste in ruimte dus we moeten kiezen, moeten keuzes maken, dus zijn er ook mensen die als we kiezen voor woningbouw die daar niet tevreden over zijn. Duurzaamheid gaat om investering, we zullen dingen moeten gaan laten in de nabije toekomst die we als verworvenheid waren gaan zien. Dat is een investering. Als ik kijk naar Kadernota, laat ik daar voorzichtig op gaan inzoomen, zijn er een aantal dingen die mij daarin opvielen en één daarvan, en het is niet mijn bedoeling om daar een semantisch woordspel van te maken, maar de term klant viel mij op. En ik hoorde het ook in de bijdrage van Gemeentebelangen voorbijkomen, het woord klantenservice.

En ik weet niet hoe dat bij u zit, maar in de context van lokale politiek, van de gemeentepolitiek, gaan mijn nekharen dan een klein beetje overeind staan. En ik weet niet of dat inderdaad zo bedoel is, ik ga ervanuit van niet. Alleen ik denk dat het goed is om ons daar wel bewust van te zijn dat als kwetsbare inwoner die iets nodig heeft van de gemeente, en ook niet de vrijheid heeft om die behoefte ergens anders te laten vervullen, zij het over ondersteuning vanuit de Wmo, het verlengen van een paspoort, het aanvragen van een vergunning, daar zul je voor bij de gemeente moeten zijn, een andere keuze heb je niet. En de term klant impliceert die vrijheid wel. Doordat betrekkelijk veel beleid, kijkend naar de Kadernota, of in de vroege uitvoerende fase is, en er zijn een aantal onderwerpen ook al eerder aangehaald waar we gelukkig nu stappen in kunnen gaan zetten, waar we de vorige keer nog moesten constateren dat er heel veel genoemd werd, we gaan plannen maken voor, is er nu een Woonvisie. Dus dat is heel prettig.

Alleen het maakt het wel lastig om al concreet een gevoel te krijgen van waar staan we nu? Hoe gaan we? En ik denk dat we allemaal, dat heb ik volgens mij in bijna alle bijdragen gehoord, een bepaald ongeduld proeven om te horen hoe gaan die initiatieven, kunnen we constateren dat we goed op weg zijn, moeten we bijsturen wellicht waar nodig, moeten we herinvesteren, kunnen investeringen misschien wel naar beneden. Volgens mij is dat een gevoel wat bij heel veel van ons leeft. De indexatie, stijgende loon- en prijskosten, het maakt het allemaal heel moeilijk natuurlijk om, en ik denk wel dat dat de afgelopen jaren ook een thema is wat veel voorbijkomt in de algemene beschouwingen, het is heel lastig om de vinger te krijgen achter gemeentefinanciën. Dat blijft helaas en dat wordt misschien nog wel versterkt door de onzekerheden richting 2026 en 2027. En ook ik kan me vinden in de keuze, in overleg met VDG, van het zichtbaar maken daarvan. Dus niet al zelf als gemeentes de gaten die daardoor vallen dicht proberen te krijgen, maar duidelijk te maken hoe moeilijk het ons gemaakt wordt om de taken die wij hebben, om de verantwoordelijkheid die we hebben richting onze inwoners blijvend handen en voeten te geven op een effectieve manier waarop we onze inwoners recht doen. Heel kort zou ik wat willen zeggen over

dienstverlening. Ook daar is al vandaag door een aantal van mijn voorgangers wat over gezegd. Ik heb gelukkig ook al, want dat is fijn om te zien dat er andere mensen ook goed opletten, et woord outcome gehoord. Ik vond het heel prettig uit het rekenkamercommissierapport, de uitkomsten, om mijnheer Drost blij te maken, de sporen, in de vier sporen als ik het me goed herinner in het programma de inwoner op één, klinkt prachtig, maar de vraag die ook bij mij achterblijft is, wat merkt de inwoner er dan precies van en wanneer? En als ik een kleine tip mag geven, want ik hoorde volgens mij mijnheer Hulst ook al een hele concrete tip geven over hoe zou dan een doel van het programma Dienstverlening er praktischer en concreter uit kunnen zien, ik heb hem al eerder aangehaald, maar ik denk dat in de Lokale Inclusieagenda ook een aantal hele concrete voorbeelden zitten van hoe kwaliteit op dienstverlening beter zou kunnen, waar we zouden kunnen investeren. En wellicht ook hoe daar een vinger aan de pols te houden. Zowel op de output als op de outcome. Verderop in de Kadernota lees ik een quote, daarbij vinden we het belangrijk om een gastvrije gemeente te zijn en onze nieuwe inwoners warm welkom te heten. Ik vind het heel prettig om van mevrouw Salomé te horen dat ook daar een positieve trend in is te herkennen in hoe we daartegenover staan.

Als inwoners van, volgens mij was het een Europees studie, dus ik neem aan Europa. Toch merk ik ook, en ik denk dat de portefeuillehouder dat met mij eens is, dat de mensen die daar misschien wat meer moeite mee hebben, vooral als het in je eigen buurt, in je eigen straat, naast je eigen woning gebeurt, dat dat best wel lastig is om daar dichtbij te blijven. Het onbekende, een bepaalde angst voor wat staat ons dan te wachten, gaat dat leiden tot overlast? Waar hebben we het nu eigenlijk over dat zich dat soms best wel onprettig uit. En laat duidelijk zijn dat vanuit onze partij die behoefte en die wil om een gastvrije gemeente te zijn en ook gewoon te voldoen aan de wettelijke kaders, want daar hebben we het ook nog eens over, het is niet dat we zelf de deuren wagenwijd openzetten en ruimte gaan proberen in te vullen die er niet is, maar dat we handen en voeten geven aan het op basis van wettelijke kaders opvangen, tijdelijk opvangen, van mensen die gewoon niet thuis kunnen zijn door bijvoorbeeld een oorlog, gelukkig kunnen we ons er niets bij voorstellen. En ik ben ervan overtuigd dat de portefeuillehouder daar heel hard aan het werk is. Het tweede deel van die zin die ik quote luidt, tevens willen we de dialoog stimuleren tussen nieuwe inwoners en de lokale gemeenschap. En daar was ik heel blij mee om die te lezen.

En ik ben heel erg benieuwd of daar iets concreter door de portefeuillehouder ingezoomd kan worden op welke plannen zijn daar dan over? Hoe ziet dat eruit? Want op dit moment uit zicht die spanning die er op die gastvrijheid zit, ik denk dat we het in het algemeen kunnen stellen dat we best een gastvrije gemeente zijn, maar op het moment dat het gaat om een pand bij mijzelf, uzelf, in de straat of in de wijk, komt die misschien onder druk te staan. Dat is ook vaak pas het moment dat die gaat spelen, dat gesprek. Dan gaat het natuurlijk al over concrete plannen. Dus ik ben heel erg benieuwd of ik inderdaad hier goed in lees dat het over proactiever gesprek voeren met inwoners, met omwonenden van locaties waar mogelijk gesproken wordt over, nou in dit geval is het, in ons geval is het natuurlijk vaak concreet opvang van Oekraïners. Op het onderwerp afval viel mijn oog op een bewustwordingscampagne en daar was ik heel erg benieuwd naar. Bewustwordingscampagne om de kwaliteit van grondstoffen te verhogen, of dat een gevolg is van onze keuze van een aantal jaren geleden voor diftar, of dat een andere aanleiding heeft dat er kennelijk behoefte is aan de bewustwordingscampagne om de kwaliteit van de grondstoffen te verhogen.

Dan als het gaat over het advies wat is opgevolgd uit de evaluatie van Adviesraad Sociaal Domein, is kennelijk besloten tot het formeren van één Adviesraad Sociaal Domein, dat is de samenvoeging van de cliëntenraden en de bestaande Adviesraad Sociaal Domein met de mededeling dat de kosten via de begroting wordt verrekend. Mijn vraag aan de portefeuillehouder is, waarom voor deze vorm is gekozen. Vooral ook omdat, als ik het goed begrijp, in eerste instantie er wordt gekozen om die adviesraad vervolgens weer op te delen in drie werkgroepen op basis van de huidige indeling. Dan klinkt het een klein beetje in mijn oren als een papieren exercitie. En ik vroeg me ook af hoe dat er dan in de praktijk uit gaat zien voor die betreffende raden in de onderwerpen die ze op tafel krijgen. Als de kosten via de begroting van de gemeente verrekend worden, wordt er kennelijk niet rekening gehouden met een aanvullende investering om die samenvoeging te

realiseren. En ik vroeg me af hoe de wethouder dat voor zich ziet. Bij de doorontwikkeling van integrale ondersteuning, op hetzelfde onderwerp sociaal domein, lees ik dat het versterken van de gemeentelijke regie een belangrijk speerpunt is. En ik vroeg mij af hoe de wethouder dat ziet in relatie tot eigen regie van betreffende inwoners. Natuurlijk hebben sommige inwoners ondersteuning nodig, ik denk ook dat een aantal van de grote crises de afgelopen jaren en waar we op dit moment in zitten voortkomen uit het gevoel dat inwoners regie over hun eigen leven aan het verliezen zijn op een aantal vlakken. En als er dan wordt gesproken over gemeentelijke regie, en ik ben op zich niet vies van het woord, ik kan me best voorstellen dat er situaties zijn waarin dat echt zou kunnen helpen. Maar mijn vraag is wel, klopt het dat dat altijd ondersteunend is aan de eigen regie van de inwoners? Dan zou ik daar gelukkig van kunnen worden. Concluderend denk ik dat we dus, en dat is mijn oproep opnieuw aan ons allen ook hier als raad en als college, om blijven na te denken over onze rol in onze samenleving, in onze eigen buurt. We wonen natuurlijk allemaal in het gebied waar we zelf hier als raad en als college over beslissen en beleid op maken. Dat is het prachtige van het zijn ook van een lokale overheid, van het bijdragen aan de gemeente, dat het kan gaan over dranghekken en grasmaaiers.

Maar ik denk ook dat het belangrijk is om dat in alles wat we doen om dat mee te blijven nemen, staat inderdaad de inwoner op één? Volgens mij heb ik daar ook alleen maar brede steun voor gehoord. Dat is uiteindelijk waar we ervoor zijn. Is het alleen niet zo dat we soms dat van zo'n afstand doen, nogmaals ook het rapport van het RKC en de Lokale Inclusieagenda lijken belt duiden op een gevoel bij inwoners van afstand. Dus hoe gaan we zorgen dat we naar inwoners toegaan? En ik heb dat ook vandaag al eerder gehoord, volgens mij in het pleidooi van mevrouw Brouwer over de Voorzieningenwijzer, laten we zorgen dat de inwoner niet naar ons toe hoeft te komen. Dat die niet hier ervaringen hoeft te komen delen, maar dat we de inwoner gaan opzoeken. En om daar handen en voet aan te geven, en daarmee wil ik mijn pleidooi afsluiten, hebben daarvoor een motie. En ik zou graag in ieder geval het laatste gedeelte van de motie voorlezen, omdat een heel deel van de aanleiding al in mijn pleidooi verweven zat.

Het verzoek aan het college van burgemeester en wethouders, dat moet er gezien de rest van de inhoud in deze motie wel even expliciet bij, uit te spreken dat gelijkwaardigheid en wederzijds vertrouwen de basis zouden moeten zijn van de samenwerking tussen de gemeente De Wolden en haar inwoners, om te komen tot het in aanstellen en inrichten van een college van inwoners waarmee de gemeente samenwerkt aan het ontwikkelen van nieuw beleid, regelgeving en verbeteren en herziening van bestaande processen en aan implementatie, uitvoering en evaluatie van beleid door gevraagd en ongevraagd met advies te komen, dit college van inwoners te verzoeken zich met name te concentreren op het sociaal domein, te denken valt dan bijvoorbeeld aan het continu werken aan passender en effectiever ondersteuningsaanbod, het invoeren en uitbreiden van een omgekeerde toets, aan te sluiten bij de Beweging van 0 en daarmee blijvend te streven naar nul kinderen die niet gewoon prettig thuis opgroeien, het stimuleren en ondersteunen van eigen regie bij inwoners zodat ze niet overgeleverd zijn aan systemen. Dit college van inwoners te verzoeken te komen tot het inrichten van fysieke plekken op neutraal terrein waar inwoners zich gezien en gehoord kunnen voelen, met als doel deze verandering in verhouding tussen overheid en burgers concreet te maken.

En voor dit initiatief eenmalig 50.000 euro vrij te maken en met een voorstel te komen voor structurelere dekking. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Hollander. U heeft dan motie 9 ingediend en die gaat over het instellen van college van inwoners. Ik ga rondkijken, wie heeft er vragen van de raad? Mevrouw Haanstra, gaat uw gang. Mevrouw Haanstra: Ja, dank u wel. Ik reageer even op de motie en als ik het zo even snel lees en hoor hoe die motie is opgebouwd, dan denk ik onmiddellijk, een college van inwoners, maar hoe verhoudt zich dat dan tot de huidige Adviesraad Sociaal Domein? En mijn andere vraag is, er werd net gezegd degene die het hardste

roept die is het beste in beeld. Bent u niet bang met een dergelijk college dat er dan ook toch weer mensen met hun eigen belang in zitten, in plaats van in het algemene belang dienen? De heer Den Hollander: Ja dank, goede vragen. Ik denk dat de eerste voor de hand liggend is, dus daar heb ik natuurlijk over nagedacht. En wat mij betreft is, zeker ook kijkende naar bijvoorbeeld de evaluatie uit mijn hoofd september vorig jaar van Adviesraad Sociaal Domein, dat daar meer, en die samenvoeging is daar onderdeel, in wordt gezet op inhoudelijke expertise. En dat is waardevol, dat heeft wat mij betreft echt een plaats en ik denk ook die evaluatie lezende dat dat een plek heeft en wellicht ook nog versterkt gaat worden de komende jaren. Dus daar ben ik enthousiast over. Dit gaat wat mij betreft echt veel meer over ervaringsdeskundigheid. Mensen die midden in de samenleving staan, die zelf bijvoorbeeld te maken hebben met ondersteuning uit de Wmo, dat soort zaken. Dus het gaat veel meer over ervaringsdeskundigheid en ook wat mij betreft is daar heel erg belangrijk in het niet-onderdeel zijn van een ambtelijke organisatie. Dus ik zou graag een grotere afstand zien op een bepaalde manier tussen dit college van inwoners en de gemeente. Dus waar nu het college richting geeft aan opzet en indeling, zou ik heel graag de inwoners de ruimte geven om daarmee aan de slag te gaan.

En dat is een mooie brug naar uw tweede vraag. Ook daar denk ik dat het mooie van de lokale politiek en ons bewegen in de gemeente, is dat dat heel dicht bij elkaar ligt. Dus mensen die hier in de gemeente wonen en plaats zouden nemen in een dergelijke samenstelling, ja die hebben zeer waarschijnlijk inderdaad een bepaald belang. En ik denk niet dat dat een probleem hoeft te zijn, ik denk dat het belangrijk is, en wat mij betreft zou dat onderdeel moeten zijn van de kernwaarde van een dergelijke groep, dat dat transparant is, dat duidelijk is waar mensen hun ervaringsdeskundigheid vandaan halen en zou ik ook heel graag aan die groep zelf overlaten hoe de samenstelling eruit zou moeten zien en wat er wel en niet, want dat zou inderdaad best wel kunnen dat er een bepaalde balans dreigt kwijt te raken. Maar volgens mij is het heel erg juist onderdeel van het concept dat dat aan die groep zelf is om daarover na te denken De voorzitter: Dank u wel. Is daarmee uw vraag beantwoord? Andere vragen. De heer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Dank, voorzitter. U begon uw verhaal met voorbeelden van terughoudend gedrag en toen noemde onder andere dat het bij de Inclusieagenda niet iedereen gehoord was en bij het voorliggende veld ook mensen niet in beeld kwamen.

Mijn vraag is, hebt u ook een verklaring voor dat terughoudende gedrag? De heer Den Hollander: Ja, daar heb ik wel een idee bij. Volgens mij uit mijn hoofd ging het in de Lokale Inclusieagenda om mensen met een auditieve beperking die daarin ontbraken en volgens mij etnische achtergronden. Dat zijn de twee stromingen die door de werkgroep zelf genoemd werden als zaken die gemist werden. En in de behandeling van het rekenkamerrapport heb ik daar ook kort op gereflecteerd en volgens mij is het heel duidelijk onderdeel van het gebrek aan vertrouwen in de overheid, of in ieder geval breder de afstand tussen overheid en inwoners. Ik denk dat de vraag is, heeft dat verzoek om daaraan deel te nemen de juiste inwoners bereikt? Punt één. En punt twee, voelen die zich dan zo vrij om daaraan deel te nemen? Geloven ze dat ze daarin gehoord worden, of is het zo onderdeel, en dat bijvoorbeeld in het geval van de rekenkamercommissie kan ik me dat best wel een beetje je voorstellen, dat klinkt natuurlijk best wel statig en voor heel veel inwoners op een enorme afstand, is de drempel niet enorm hoog om daaraan deel te nemen? De voorzitter: De heer Van IJzendoorn heeft nog een vraag.

De heer Van IJzendoorn: Een aanvulling, wat ik me namelijk afvroeg is het niet ook de terughoudendheid naar de samenleving toe, waar men niet altijd vertrouwen in heeft dat er de juiste dingen gedaan worden met de informatie die op de samenleving afkomt. Dus het is niet alleen de overheid denk ik.

De heer Den Hollander: Daar kan ik mij helemaal in vinden en ik denk inderdaad dat het daarom heel belangrijk is dat in het voorstel wat wij doen in deze motie gesproken wordt over neutraal terrein en dat een veilige omgeving daarin randvoorwaardelijk zijn. Jazeker. De voorzitter: Ik zag nog een vraag bij mevrouw Brouwer Mevrouw Brouwer-Dekker: Ja voorzitter, dank u wel. Ik wil nog even terugkomen ook op de motie die is ingediend, want daarin vraagt u aan het college van inwoners om te stimuleren en ondersteunen bij de eigen regie van de inwoners zodat ze niet overgeleverd zijn aan systemen. In hoeverre zit daar een overlapping in bijvoorbeeld met de buurtteams en met onze stichting OCO? En aansluitend daarop heb ik ook nog de vraag, u stelt ook dat u 50.000 euro daarvoor vrij wil maken, heeft u daar onderbouwing van. Waarom kiest u die 50.000 euro? De heer Den Hollander: Er zal vast, om antwoord te geven op uw eerste vraag, iets van overlap zijn in de aandachtsgebieden van dit college van inwoners met bestaande organen, zoals bijvoorbeeld een OCO en buurteams, de voorbeelden die u noemt. Jazeker, alleen wat mij betreft is het perspectief van deze groep inwoners dusdanig anders dat het daar complementair aan is, dus dat het elkaar ondersteunt. De tweede vraag die u stelt gaat over het voorgestelde budget. Daar ligt geen begroting onder, dus tot in detail uitgewerkt.

Dus in die zin is het een voorstel op basis van onder andere een voorbeeld van een dergelijk college in een hele andere context, dat wel, in Almere. Maar verder zal er een invulling gegeven moeten worden aan de plannen en zal er gekeken moeten worden, en daarom is dat ook de tweede deel van die zin, naar structurelere dekking of de dekking die hiervoor wordt gesteld, of dat voldoende of wellicht niet voldoende zou kunnen zijn. De voorzitter: Mevrouw Brouwer. Mevrouw Brouwer-Dekker: Oké, ik hoor ook de naam Almere vallen. Heeft de heer Den Hollander daar voorbeelden van in gemeentes waar dit al werkt? De heer Den Hollander: Nogmaals, het voorbeeld van Almere is een hele concrete, dat is een lokale implementatie van een foundation opgericht door Laurentien van Oranje, de number 5 foundation. En nogmaals, ik besef mij terdege dat de context in Almere op een hele aantal manieren niet te vergelijken is met die van ons. Dus het antwoord op uw vraag, zijn er al vergelijkbare gemeentes als de onze met dit soort initiatieven die werken? Nee. Wat mij betreft een hele goede reden om het dus wel te doen. Wat heerlijk om als gemeente De Wolden voor te kunnen lopen. De voorzitter: Mooi. De heer Hulst. De heer Hulst: Ja, ik had ook een vraag over de motie, eigenlijk twee vragen.

De eerste is eigenlijk, ik zie dat de basis voor deze motie is het gebrek aan vertrouwen wat de samenleving heeft in de overheid. En u heeft plannen om dat terug te kunnen winnen. Vervolgens wilt u dat doen via het college van inwoners, maar daar kanaliseert u het eigenlijk naar het sociaal domein. Waarom zou het dan niet over de hele breedte willen doen, op alle aspecten waar een gemeente over gaat? De heer Den Hollander: Ja, goede vraag ook. Ik denk dat het gaat over het vormen of het compleet maken van een bepaalde puzzel. Ik denk ook dat het niet aan deze groep inwoners alleen moet zijn om vertrouwen in de overheid te herstellen. Daar hebben wij zelf als gemeenteraad, als college, als ambtelijke organisatie ook een

hele grote rol in. Dus daar is het op aanvullend. Als het gaat over de invulling of het voorstel wat we daaraan doen is, de achtergrond daarvan is dat wat mij betreft het gaat wellicht om de meest kwetsbare groepen inwoners waar wellicht ook op een bepaalde manier de behoefte, en dat is een inschatting, aan een dergelijke groep inwoners het grootste is. De voorzitter: Dank u wel. U heeft nog een vraag, mijnheer Hulst? De heer Hulst: Ik had nog een tweede vraag eigenlijk en die is eigenlijk, of u eigenlijk niet ook vreest, op het moment dat je een college voor inwoners gaat neerzetten, dat wordt ook onderdeel van de instituties allemaal, dat dat eigenlijk meteen ook het failliet is van zo'n college, zal ik maar zeggen. Omdat je dan onderdeel uit gaat maken van het establishment van de macht en van de overheid en dat soort dingen. De heer Den Hollander: Ja, nee, ik kan me voorstellen dat het ergens een blijvende uitdaging is om voldoende binding te houden met raad, college en ambtelijke organisatie, maar ook daar voldoende onafhankelijk van te kunnen zijn. Ja, dat is wat mij betreft expliciet onderdeel van de spanning en de uitdaging van dit voorstel, zeker.

Toch denk ik ook dat door te kiezen voor neutraal terrein bijvoorbeeld, dus bewust niet bijeen te komen in bijvoorbeeld een gemeentehuis, maar een ander terrein, de inwoners die onderdeel daarvan zijn zelf invulling te laten geven aan waar het over gaat, waar ze zich mee bezighouden en waar niet, dat daar voldoende de ruimte in zit om die onafhankelijkheid te garanderen. De voorzitter: Mevrouw Salomé. Mevrouw Salomé: ik heb ook een vraag, bedankt mevrouw de voorzitter. Ik heb ook een vraag over de motie. Bent u bekend met het fenomeen burgerberaden? De heer Den Hollander: Hoog over, ja. De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Salomé. Mevrouw Salomé: Eén aspect wat heel belangrijk is bij burgerberaden, dat is dat een groep zo divers mogelijk, jong, oud, rijk, arm, wat dan ook aan verschillende achtergronden, bij elkaar worden gezet en een probleem krijgen voorgeschoteld. En waarom is het zo ontzettend belangrijk om dat breed te doen? En daar dat is mijn vraag, want stel je nou dat je dat niet breed doet, dan is het draagvlak dus ook kleiner. Maar burgerberaad gaat juist over het hele brede advies. Mijn vraag is dus, waarom kiest u precies voor een kleine groep? Want dan heb je de kans dat het draagvlak er niet is. De heer Den Hollander: Als u spreekt over kleine groepen neem ik aan dat u bedoelt door op het sociaal domein in ieder geval initieel te focussen.

Waarom niet gekozen voor een vorm als burgerberaad, is omdat wat mij betreft daar te veel het initiatief nog bij de gemeente ligt, bijvoorbeeld als het gaat over een onderwerp, als het gaat over samenstelling. Dus nogmaals, ik herken en erken dat samenstelling een aandachtspunt is. Ik denk ook dat als we dat aan die groep laten, dat dat zichzelf ook gaat vormen. De voorzitter: Ik kijk nog even rond. Ik heb het idee dat de vragen beantwoord zijn en dat er geen vragen meer leven. Dank u wel, mijnheer Den Hollander voor uw inbreng. Ik kijk even, we hebben alle beschouwingen gehad vanmiddag, ik denk interessante discussies, dank aan de verschillende fracties voor hun inbreng en ik denk dat het een heel inspirerende middag al is geweest waarbij u heel duidelijk uit de doeken heeft gedaan hoe u denkt over hoe wij een vitale en leefbare plattelandsgemeente blijven, afgezet tegen de Kadernota zoals

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12966106/1