Mail bij zienswijze geanonimiseerd
Tekst van het document
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
21
Projectgerelateerd
5.5.2.4 Waterkwaliteit Op bladzijde 53 is het volgende opgenomen. “In beginsel wordt de oppervlaktewaterkwaliteit niet beïnvloed door de zandwinning. Mits het watersysteem wordt hersteld, zoals binnen paragraaf 5.3.1 is aangegeven, zijn er geen risico’s voor de oppervlaktewaterkwaliteit te verwachten. Deze effecten zijn voor zowel Alternatief optimale zandwinning als Alternatief optimale natuurontwikkeling als neutraal (0) beoordeeld.” Reactie Eerder is een bodemonderzoek uitgevoerd waarbij aanwezigheid van diverse stoffen is aangetoond. Ook is eerder aangegeven dat met de zandwinplas “wordt verwacht dat de kwelstromen in en rondom de plas Echten zullen toenemen (bladzijde 53 van het MER).” Als de kwelstromen toenemen alsook freatische grondwaterbewegingen naar de plas zullen gaan, dan zal ook een beïnvloeding van de waterkwaliteit te verwachten zijn.
5.5.2.5 Grondwaterkwaliteit Op bladzijde 54 is het volgende opgenomen. “Door de afstand tussen de zandwinplas en het grondwaterbeschermingsgebied wordt echter geen negatieve invloed op de grondwaterkwaliteit verwacht. Beide alternatieven worden daarom als neutraal beoordeeld op het aspect waterkwaliteit. Indien tijdens de ontgraving onverwacht afval of puin wordt aangetroffen, moet hier zorgvuldig mee worden omgegaan om mogelijke vervuiling van het grondwater te voorkomen. Zolang dit op een verantwoorde manier gebeurt, is er geen sprake van verslechtering van de waterkwaliteit.” Reactie Reeds gebleken dat er een bodemverontreiniging aan de noordzijde aanwezig is. Met de verwachte intensivering van kwel en voorkeursstroming freatisch grondwater naar de plas, lijkt een negatief aspect aanwezig.
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
22
Projectgerelateerd
5.5.3
Mogelijkheden voor mitigatie
5.5.3.1 Grondwatersystemen Op bladzijde 54 is het volgende opgenomen. “Om de grondwaterdynamiek tijdens en na beëindiging van de zandwinning goed te kunnen monitoren stelt Sweco (2024) voor om peilbuizen te plaatsen in de direct omgeving van Zandwinning Echten. In Figuur 5-19 zijn de voorgestelde nieuwe peilbuizen (oranje punten) weergegeven ten opzichte van de reeds aanwezige peilbuizen in de omgeving van Zandwinning Traandijk (blauwe punten).” Op bladzijde 55 is het volgende opgenomen. “Uitgangspunten voor plaatsing van peilbuizen: • Peilbuizen dienen minimaal 15 meter van bestaande watergangen, greppels en de uitbreidingsgrens geplaatst te worden. • Indien keileem in het veld wordt aangetroffen, worden zowel een ondiep filter boven de keileemlaag als een diep filter onder de keileemlaag aangebracht. • Indien er geen keileem wordt aangetroffen, volstaat één meetfilter, waarvan de bovenkant minimaal 2 meter onder maaiveld ligt (afhankelijk van de lokale grondwaterdiepte). “ Reactie De locatie betreft een kwelgebied. Hierdoor zal het grondwater dicht aan de oppervlakte zitten. Verwacht mag worden dat de meeste peilbuizen hierdoor 2 m-mv worden geplaatst. Aangezien niet eerder over de keileem is gesproken en later dit lijkt te zijn gekoppeld aan de kleilaag (scheiding naar het 1ste watervoerende pakket), lijkt hier nooit een peilbuis een keileemlaag te doorsnijden.
Hierdoor is niet duidelijk welk doel de monitoring exact heeft. Dit lijkt enkel de peilstanden van het freatisch grondwater en niet diepere lagen welke tevens beïnvloed zullen worden. Tevens is op bladzijde 55 het volgende opgenomen. “Met het huidige MIPWA-model zijn de 'worst-case'-scenario’s doorgerekend, waaronder situaties met en zonder Domelaar-effect en variërende wateraanvoer in het winterhalfjaar. In de praktijk kan via peilbeheer het watersysteem worden geoptimaliseerd. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van retourstromen van proceswater en verhoging van het winterpeil in de bestaande plas. Proceswater bevat bovendien fijne fracties die bijdragen aan versnelde bodemvorming, wat gunstig is voor het herstellen van bodemweerstand.” Reactie Bij retourstromen van proceswater worden fijne fracties terug in de plas geplaatst. Deze fijne fractie zal niet snel neerslaan bij actieve werkzaamheden in de plas. Hoe dan de bodemweerstand wordt verhoogd, is niet duidelijk. Dit kan zorgen voor een verstoring van het evenwicht en eventuele omliggende grondwaterkwaliteit door de aanwezigheid vab met zwevende deeltjes, ook wel troebelheid).
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
23
Projectgerelateerd
5.5.4
Leemten in kennis
Op bladzijde 56 is het volgende opgenomen. “Voor het alternatief “Optimale Zandwinning” is tot op heden nog geen modelstudie uitgevoerd om de effecten op het grondwatersysteem te kwantificeren. Voor het alternatief “Optimale Natuurontwikkeling” is wél een geohydrologisch modelonderzoek uitgevoerd. Op basis van deze studie zijn de verwachte effecten op grondwaterstanden en stijghoogten in zowel de winningsfase als de eindsituatie inzichtelijk gemaakt voor beide alternatieven.” Reactie Hoe kunnen de effecten voor alternatief “Optimale Zandwinning” verkregen worden uit een model voor alternatief “Optimale Natuurontwikkeling”? Is het ontbreken van de modelstudie voor één van de alternatieven niet een gebreke? Tevens is op bladzijde 56 het volgende opgenomen. “In het huidige geohydrologisch onderzoek zijn daarnaast geen modelmatige analyses uitgevoerd van de effecten op kwel en wegzijging. Het plangebied bevindt zich in een kwelgevoelig gebied, en het is aannemelijk dat de bestaande kwelstromen als gevolg van de zandwinning zullen toenemen. Nader onderzoek naar de ontwikkeling van kwel- en wegzijgingsstromen wordt daarom aanbevolen. Tevens verdient het aanbeveling om de mogelijke effecten hiervan op het oppervlaktewatersysteem te toetsen.” Reactie Hiermee is het MER onvolledig en kan niet getoetst worden welke risico’s hierbij horen.
5.6
Natuur
5.6.1
Huidige situatie en beoordeling
5.6.1.1 Soorten Vogels Opmerkelijk is dat geen informatie is opgenomen en beoordeling van effecten op vogels. Voorbeelden van (potentieel) aanwezige soorten zijn Kievit, Geelgors, Scholekster en Buizerd. Amfibieën Op bladzijde 60 is het volgende opgenomen. “De bruine kikker en gewone pad zijn de amfibieën in de directe omgeving van het plangebied. Dit zijn amfibieën in de categorie algemene soorten.” Reactie De ringslang is ook in de omgeving waargenomen.
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
24
Projectgerelateerd
5.6.2
Effectbeschrijving en beoordeling
5.6.2.1 Soorten Op bladzijde 62 is het volgende opgenomen. “De volgende activiteiten vinden plaats als gevolg van het planvoornemen die een effect kunnen hebben op (het leefgebied) (beschermde) soorten en beschermde gebieden: • De aanwezige watergangen worden afgesloten van kanaal en afgegraven; • De vegetatie in het plangebied wordt verwijderd en afgegraven; • Het bosje aan de Koekangerweg, bosschages en bomen binnen het plangebied worden gekapt; • Aanleg van een bovengrondse spuitleiding richting het bestaande werk- en depotterrein ten oosten van het plangebied; • Aanleg van een fietspad langs de Koekankerweg, bomenrij langs de Koekangerweg blijven behouden; • Afhankelijk van grondsoorten ten behoeve voor zandwinning, wordt het aanwezige gebouw gesloopt. • Indien deze aan de rand staat van het plangebied, blijft deze behouden.” Reactie Bij het 6de punt wordt gesproken over sloop van het aanwezige gebouw en bij het 7de punt dat deze behouden wordt als deze op de rand staat van het plangebied. Onduidelijk is welk gebouw hiermee bedoeld wordt. Bij het alternatief optimale Zandwinning is gesproken over 3 woningen, welke binnen het plangebied zouden vallen. Een separaat gebouw is onbekend. In het overzicht ontbreekt specifiek de gevolgen van de activiteit van het winnen van zand en de daarbij behorende trillingen en geluid.
In eerste instantie zal met een bulldozer de bovengrond worden verwijderd. Deze zullen op soorten een belangrijk effect hebben. Vermoedelijk zal ook een boosterpomp nodig zijn om over een langer tracé zand richting traandijk te transporteren. Dit zal geluid en trillingen genereren en op deze wijze effect hebben op soorten.
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
25
Projectgerelateerd
Vogels Op bladzijde 63 is het volgende opgenomen. “De bebouwing met dakpannen valt buiten het plangebied en zal niet door de werkzaamheden worden aangetast.” En “Ondanks dat mogelijk een schuur verwijderd dient te worden, worden geen negatieve effecten op het leefgebied van de huiszwaluw verwacht.” En “Net als huiszwaluwen zijn boerenzwaluwen erg honkvast en keren ieder jaar terug naar de voorgaande broedlocatie. Mochten de schuren als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden worden verwijderd, dan worden hiermee mogelijk ook potentieel jaarrond beschermde nesten verwijderd.” Reactie In het alternatief “Optimale zandwinning” worden drie woningen gesloopt. Binnen dat plangebied worden dus wel degelijk bebouwing weggenomen. Onbekend is welke schuur of schuren er eventueel wel gesloopt gaan worden. Eerder was het enkelvoudig en later ook in meervoud. Onduidelijk is welke schuur of schuren er bedoeld worden. Ook worden in de beoordeling andere soorten (met name weidevogels) gemist. Vleermuizen Op bladzijde 63 is het volgende opgenomen. “Verblijfplaatsen: de landbouwschuren in het plangebied bestaan voornamelijk uit ijzeren platen en zijn daarmee ongeschikt voor vleermuizen te gebruiken als verblijfplaats. Ook zijn er geen bomen aanwezig met loszitten schors of holtes.
De aanwezigheid van verblijfplaatsen voor gebouwbewonende en boombewonende soorten kan worden uitgesloten.” Reactie In hoeverre er is gekeken naar verblijfplaatsen in een spouw is niet bekend. Dit zal voor de bijgebouwen waarschijnlijk niet gelden, maar sommige huizen (binnen plangebied optimale zandwinning) hebben een spouw en dakpannen. Indien daar wel vleermuizen verblijven is dit van belang. De percelen met gebouwen en randen hebben wel degelijk opgaande begroeiing. Op bladzijde 64 is het volgende opgenomen. “Foerageergebied: het plangebied is marginaal geschikt voor vleermuizen door het zeer geringe oppervlak en de grotendeels afwezigheid van opgaande beplanting. De aanwezigheid van essentieel foerageergebied kan worden uitgesloten.” Reactie Met name aan de randen en rondom de percelen met gebouwen is opgaande beplanting aanwezig. Niet is uit te sluiten dat in combinatie met bovenstaande verblijfplaats toch foerageergebieden aanwezig zijn. In hoeverre is in de nacht gekeken naar de aanwezigheid van vleermuizen om het e.e.a. uit te sluiten?
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
26
Projectgerelateerd
Zoogdieren – overige zoogdieren Op bladzijde 64 is het volgende opgenomen. “Het voorkomen van de steenmarter en boommarter in dit bosje dient daarom nader onderzocht te worden wanneer er gekapt wordt.” Reactie Als de marter op dat moment niet aanwezig is, omdat deze zich verstopt voor de menselijke activiteiten, hoe betrouwbaar is dan een nader onderzoek tijdens kap? Amfibieën Op bladzijde 64 is het volgende opgenomen. “Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde amfibieën niet verwacht door het ontbreken van een geschikte biotoop.” Reactie Uit waarneming blijkt dat de ringslang in de omgeving is gesignaleerd. Hier lijkt geen rekening mee te worden gehouden.
5.6.2.2 Biodiversiteit Op bladzijde 66 is het volgende opgenomen. “Bij het Alternatief optimale zandwinning is de impact op biodiversiteit beperkt. De inrichting van de zandwinplas is gericht op maximale zandopbrengst, met steile taluds (1:3) en rechte oevers zonder ecologische structuur. Er worden geen natuurvriendelijke oevers toegepast en de randen van de plas worden slechts ingezaaid met gras. De ecologische waarde van het gebied blijft hierdoor op een gemiddeld niveau.” Reactie Binnen het plangebied wordt een weidegebied verwijderd en maakt plaats voor een diepe plas. Daarnaast verdwijnt een klein deel van het aanwezige veen binnen het plangebied. Hiermee wordt de ecologische waarde verlaagd. Dit is daarmee strijdig met de voorgaande alinea. Op bladzijde 66 is het volgende opgenomen. “Bij Alternatief optimale natuurontwikkeling zal de biodiversiteit door meerdere maatregelen bij de totstandkoming van de zandwinplas verbeteren.” Reactie Hier wordt niet gesproken om de ontwikkeling van veen te bevorderen..
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
27
Projectgerelateerd
5.6.3
Mogelijkheden voor mitigatie
Reactie Een aantal soorten (die wel in het plangebied of directe omgeving zijn waargenomen) worden in zijn geheel niet behandeld (bijvoorbeeld geelgors, kievit, scholekster en ringslang). Dit zijn geen algemeen voorkomende soorten. Hier dient volgens mij nog rekening mee gehouden te worden.
5.6.3.1 Soorten Vleermuizen Op bladzijde 68 is het volgende opgenomen. “Tijdens de werkzaamheden dient er rekening te worden gehouden met potentieel aanwezige vliegroutes bij de houtopstanden grenzend in het noordoosten van het plangebied. Daarom dient er geen bouwverlichting gericht te worden op deze houtopstanden gedurende vleermuis-actieve periode (circa april – oktober) of dient bij deze opstanden enkel te worden gewerkt tijdens de periode zonsopgang – zonsondergang. De genoemde vleermuis-actieve periode kan langer dan wel korter duren afhankelijk van de weersomstandigheden, zoals temperatuur.” Reactie Eerder is uitgesloten dat er verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes in het plangebied aanwezig zijn. Hier lijkt toch te staan dat er vleermuizen in het gebied aanwezig zijn. Waar komen deze vandaan en is er dan toch een negatieve beïnvloeding door de toekomstige plannen?
5.6.4
Leemtes in kennis
Op bladzijde 70 is het volgende opgenomen. “De impact op soorten is in beeld gebracht aan de hand van een natuurtoets. Hiertoe is er een bureaustudie en een veldbezoek uitgevoerd. Hierdoor is vastgesteld welke soorten (mogelijk) kunnen voorkomen. Voor sommige soorten bestaat de verwachting dat deze voorkomen, maar is dit nog niet met zekerheid vastgesteld. Dat is voor deze fase van plan- en besluitvorming nog niet wezenlijk relevant. Op basis van de verwachting kan een beoordeling van het (mogelijk) effect worden gegeven. In de natuurtoets is er een advies opgenomen voor enkele soorten.” Reactie Er is geen nachtelijk onderzoek naar vleermuizen geweest. Eerst wordt gesteld dat er geen vleermuizen aanwezig zullen zijn (“uitgesloten” staat in het MER). Maar er zijn wel mitigerende maatregelen voorgesteld. Hierdoor lijkt een nader onderzoek gerechtvaardigd. Ook worden andere soorten gemist die hier voor zouden kunnen komen. Op bladzijde 70 is tevens het volgende opgenomen. “Van deze zoogdieren is enkel voor de steenmarter/boommarter nader onderzoek nodig. Dit nader onderzoek is beschreven in Tabel 6-9.” Reactie Dit is totaal anders dan de eerder gestelde check tijdens kap. Wat wordt nu gedaan?
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
28
Projectgerelateerd
5.7
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
5.7.1
Inleiding
Op bladzijde 72 is tabel 7-2 opgenomen waarbij wordt ingegaan op de beleidskaders. Hier wordt gesproken over de “Omgevingsvisie Overijssel” en “Omgevingsverordening Overijssel”. Reactie Het plangebied valt in de provincie Drenthe. De aangehaalde omgevingsvisie en omgevingsverordening betreffen van een andere provincie (Overijssel). Onduidelijk is welke gevolgen dit heeft voor het onderdeel “Landschap, cultuurhistorie en archeologie”.
5.7.2
Effectbeschrijving en beoordeling
5.7.2.1 Historische patronen en elementen Op bladzijde 77 is het volgende opgenomen. “De historische patronen en elementen worden niet alleen behouden, maar ook functioneel geïntegreerd in het ontwerp. Aansluiting op historische patronen gebeurt door het versterken van de lintstructuur langs de 5.1.2e , het toevoegen van erfbeplanting en houtsingels, en het behouden van zichtlijnen naar het achterliggende landschap. Hiermee blijft de historische opbouw van het gebied zichtbaar en beleefbaar. Daarmee draagt het plan bij aan het behoud van cultuurhistorische waarden en is er geen sprake van negatieve effecten op het historisch landschap.” Reactie Bij bladzijde 17 in paragraaf “landschappelijke inpassing” is aangegeven dat centraal in het landschapsplan, onderdeel “Weids veenweidegebied”; “Geen nieuwe opgaande beplanting toevoegen”. Het toevoegen van erfbeplanting en houtsingels is geen inpassing van “geen nieuwe opgaande beplanting toevoegen”. Het vervangen van een weidegebied door een diepe plas draagt niet bij aan het landschap en sich, maar enkel aan de toevoeging “weids”.
5.7.3
Leemten in kennis
5.7.3.1 Archeologie Op bladzijde 78 is het volgende opgenomen. “Er is op dit moment nog geen veldonderzoek gedaan. Of er daadwerkelijk archeologische waarden in de ondergrond voorkomen en aangetast kunnen worden is dus niet bekend. Dat is voor deze fase van planen besluitvorming nog niet wezenlijk relevant. Op basis van de verwachtingswaarde kan een beoordeling van het (mogelijk) effect worden gegeven. En wet- en regelgeving borgt dat het archeologisch belang geborgd is. Graafwerkzaamheden in deze gebieden resulteren in mogelijke verstoring van archeologische waarden waardoor een archeologische onderzoekseis van toepassing is bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning. In het archeologisch rapport is een advies opgesteld voor een verkennend booronderzoek. Het verkennend booronderzoek is gericht op het in beeld brengen van de aard van de bodemopbouw en de mate van de intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw inclusief de archeologische sporendragende niveaus te bepalen. Indien uit het archeologisch booronderzoek blijkt dat de niveau niet intact zijn dan kan
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
29
Projectgerelateerd
vrijgave volgen voor het plangebied. Mocht blijken dat dit niet met zekerheid worden vastgesteld dan kan een vervolgonderzoek noodzakelijk zijn op die locaties waar deze niveau bereikt worden. In overleg met de opdrachtgever kan dan worden gekeken naar de meest praktische vorm van vervolgonderzoek (proefsleuven of archeologische begeleiding).” Reactie Het achterwege laten in deze planfase van archeologische onderzoek betekend dat bij uitvoering in de toekomst en het aantreffen van waarden deze geborgen dienen te worden of het plasontwerp hierop aangepast dient te worden. Naleving van wet- en regelging m.b.t. dit aspect zal in de te verlenen ontgrondingsvergunning door voorschriften/ voorwaarden moeten worden geborgd.
5.8
Geluid en trillingen
Reactie Het stuk gaat in op geluid en trillingen naar woningen. Echter kan door trillingen ook verschuivingen (inbressingen) worden veroorzaakt in en aan de oevers van de zandwinplas. Onduidelijk hoe hiermee wordt omgegaan.
5.8.1
Huidige en referentie situatie
5.8.1.1 Hinder door trillingen Op bladzijde 81 is het volgende opgenomen. “Er spelen geen autonome ontwikkelingen die leiden tot een verandering in de mate van hinder door trillingen.” Reactie Eerder is aangegeven dat ten oosten een plangebied industriële activiteiten is voorzien. Hier zal een energiehub worden gerealiseerd. Daarmee is wel sprake van een ontwikkeling en moeten cumulatieve effecten worden beschouwd.
5.8.2
Effectbeschrijving en beoordeling
5.8.2.1 Geluidsbelasting op woningen Op bladzijde 82 is tabel 8-4 en het volgende opgenomen. “In Tabel 8-4 zijn respectievelijk de berekende maximale geluidniveaus veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen en maximale geluidniveaus veroorzaakt door andere piekgeluiden op maatgevende woningen weergegeven. Deze berekening is vergeleken met de standaardwaarde uit het BkL Uit de rekenresultaten blijkt dat voor de maximale geluidniveaus veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen en maximale geluidniveaus veroorzaakt door andere piekgeluiden wordt voldaan aan de standaardwaarde uit het Bkl. De berekende maximale geluidniveaus worden derhalve aanvaardbaar geacht.” Reactie Uit tabel 8-4 blijkt dat voor de 5.1.2e juist in de nacht een overschrijding van het maximale geluidsniveau is berekend. Dit is derhalve niet aanvaardbaar.
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
30
Projectgerelateerd
De toetsing is enkel voorzien bij woningen rondom de zandwinplas bij Traandijk. Niet duidelijk is of andere woningen bij de te realiseren zandwinplas Echten ook te maken gaan krijgen met geluidsbelastingen door de activiteiten. Dit zal van toepassing zijn zodra de zandwinplas gerealiseerd gaat worden (bulldozer afgraven toplaag). Ook is niet duidelijk of er extra hulpmiddelen (zoals een boosterpomp) nodig zijn om het zand te transporteren.
5.8.2.2 Laag frequent geluid Op bladzijde 83 is het volgende opgenomen. “In oktober 2015 zijn er metingen verricht bij een soortgelijke zandklasseerinstallatie in Hasselt, waarbij laagfrequent geluid en trillingen werden geregistreerd.” En “Gezien deze bevindingen en het feit dat de metingen zijn uitgevoerd bij een vergelijkbare installatie, is geen hinder vanwege laagfrequent geluid te verwachten.” Reactie Een vergelijkbare installatie staat niet gelijk aan een identieke installatie. Onduidelijk is welke verschillen er zijn en welke invloed deze verschillen kunnen hebben op het laag frequent geluid.
5.9
Lucht
5.9.1
Huidige situatie en referentie situatie
5.9.1.1 Luchtkwaliteit Op bladzijde 87 is het volgende opgenomen. “Op de huidige locatie voldoet de helft van het plangebied aan de WHO advieswaarde uit 2021, de andere helft zit daarboven.” Reactie Uit figuur 9-2, blijkt meer dan de helft niet te voldoen. Het lijkt eerder 1/3 voldoet en 2/3 voldoet niet. Welke invloed dit verder heeft blijft ten onrechte buiten de beoordeling
5.9.1.2 Stofhinder Op bladzijde 88 is het volgende opgenomen. “Op dit moment is er geen sprake van stofhinder binnen het plangebied. De bestaande zandwinplas, gelegen op 650 meter ten oosten van het gebied, veroorzaakt geen overlast in het plangebied van de nieuwe zandwinplas. De verwachting is dat er in de referentie situatie eveneens geen stofhinder zal plaatsen vinden in dit gebied.” Reactie Dat het plangebied geen hinder van de huidige plas ondervindt, zegt niks over de realisatie van de plas en verwerking van het materiaal bij de huidige plas en mogelijke hinder van stof bij omwonenden. Het is onduidelijk welke mogelijke hinder ontstaat bij verwerking van het zand bij woningen van derden.
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
31
Projectgerelateerd
5.9.2
Effectbeschrijving en beoordeling
5.9.2.1 Luchtkwaliteit Op bladzijde 88 is het volgende opgenomen. “Onderzoek van 5.1.2e berg Huygen toont aan dat in de toekomstige situatie met zandwinning de NO2 en PM10 onder de WHO advieswaarden 2005 en de EU grenswaarde 2030 blijven.” Reactie In de EU richtlijn 2024/2881 (Bijlage II) zijn beoordelingsdrempels opgenomen. De beoordelingsdrempel voor volksgezondheid is de jaarlijks gemiddelde beoordelingsdrempel 10 µg/m3 voor NO2. Aan deze drempel voldoet ongeveer 1/3 van het plangebied. Onduidelijk is hoe hiermee is omgegaan.
5.10
Verkeer
5.10.1 Inleiding Op bladzijde 92 is het volgende opgenomen. “Dit thema is beschreven aan de hand van Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22B zandwinplas Ruinerwold uitgevoerd door gemeente Ruinerwold.” Reactie Onduidelijk is waarom dit thema aan de hand van de Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ruinerwold is beschreven. En of er verschillen zijn met het ontwerp Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22B zandwinplas Koekange.
5.11
Ruimtegebrek
5.11.1 Inleiding Op bladzijde 95 is in tabel 12-2 de beleidskaders opgenomen. Hier is de Omgevingsvisie Overijssel opgenomen. Reactie Het is onduidelijk waarom de omgevingsvisie Overijssel is gebruikt terwijl het plangebied in Drenthe valt. Hierdoor is ook niet duidelijk of alles goed behandeld is/wordt.
5.11.2 Huidige situatie en referentie situatie 5.11.2.1
Woningbouw
Op bladzijde 96 is het volgende opgenomen. “Rondom het plangebied zijn meerdere woningen. De meeste woningen vallen niet in het plangebied, maar grenzen aan het plangebied. In het plangebied voor alternatief optimale natuurwinning liggen de woningen aan de 5.1.2e . Deze 3 woningen zijn rood omcirkeld in Figuur 12-2.”
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
32
Projectgerelateerd
Reactie Bij het alternatief optimale natuurwinning vallen deze woningen niet binnen het plangebied. Onduidelijk is welk plangebied bij welk alternatief hoort.
5.11.2.2
Kabels en leidingen
Op bladzijde 98 is figuur 12-3 opgenomen. Reactie Op deze figuur is het plangebied weer anders opgenomen dan eerder aangegeven. In dit plangebied is de woning met bijgebouwen aan de 5.1.2e opgenomen. Onduidelijk wordt welk plangebied nu gehanteerd gaat worden. Bij het alternatief optimale zandwinning vallen ook de woningen en bijgebouwen van 5.1.2e 5.1.2e binnen het plangebied. Deze aanwezige kabels en leidingen daar kunnen dus binnen het plangebied vallen. Onduidelijk is welke kabels en leidingen daar aanwezig zijn en welke gevolgen die kunnen hebben. Tevens is op bladzijde 98 opgenomen. “De NAM-locatie is inmiddels ontmanteld. De stikstofleiding zal op termijn ook worden verwijderd.” Reactie Er wordt ook een energiehub gerealiseerd waardoor vermoedelijk leiding en kabels naar die locatie worden aangebracht. Hier wordt niet op ingegaan.
5.11.2.3
Woningbouw
Op bladzijde 99 is het volgende opgenomen. “Daarmee is er een negatief effect op woningbouw bij het alternatief optimale zandwinning.” Reactie Er is niet aangegeven in welke mate deze negatief (“-“ of “- -") is. In tabel 12-3 op bladzijde 101 is “-“ opgenomen. Onduidelijk is waarom het verdwijnen van 3 woonhuizen negatief en niet zeer negatief is. Het aantal woningen die gelegen zijn tegen/nabij het plangebied betreft 12, waarvan 3 zouden verdwijnen. Dat is 25%, wat in huidige tijden van woningschaarste hoog te noemen is.
5.11.2.4
Nat-droogteschade landbouw
Op bladzijde 100 is het volgende opgenomen. “Alternatief optimale natuurontwikkeling Binnen een straal van 1 kilometer rondom het plangebied bevinden zich diverse landbouwpercelen, zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts. Door deze situatie zal er natte- en droogteschade optreden. Vooral de landbouwpercelen tussen zandwinning Echten en Traandijk zijn extra kwetsbaar voor droogteschade, gezien de GHG- en GLG-situatie. Hierdoor wordt een maximale verlaging van 25 cm verwacht.”
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
33
Projectgerelateerd
Reactie Deze situatie geldt tijdens de realisatie van de nieuwe zandwinplas en als het Domelaar-effect optreedt. Het Domelaar-effect is berekend bij de volledige contour van de nieuwe zandwinplas. Wat er optreedt tijdens de verschillende fases is niet inzichtelijk gemaakt. Na beëindigen van de activiteiten en met het Domelaar-effect worden de percelen tussen de nieuwe en huidige zandwinplas juist natter. Deze situatie geldt zowel freatisch als onder de keileemlaag.
5.11.2.5
Recreatie
Op bladzijde 101 is het volgende opgenomen. “Binnen Alternatief optimale natuurontwikkeling worden verschillende maatregelen getroffen die bijdragen aan recreatieve mogelijkheden binnen het gebied: - De zandwinning wordt uitgevoerd met flauwe oevers waardoor deze veiliger zijn voor menselijk gebruik; - Rondom de zandwinplas wordt een brede zone aangelegd conform het landschapsplan. Dit kan bijdragen aan de recreatieve waarde van het gebied. De permanente effecten voor de recreatie zijn beoordeeld als zeer positief (++). De tijdelijke effecten zijn als positief (+) beoordeeld, omdat gaandeweg de zandwinning de recreatieve mogelijkheden vorm krijgen.” Reactie Zo lang er geen wandel en fietspaden worden aangelegd, is er geen sprake van recreatie. Bewoners willen geen paden te dicht bij de woningen. In hoeverre zijn er dan nog (extensieve) recreatiemogelijkheden in het gebied? Dit aspect is onvoldoende uitgewerkt voor beoordeling. Op bladzijde 101 is tevens het volgende opgenomen. “Binnen Alternatief optimale zandwinning worden geen aanvullende maatregelen getroffen voor de inrichting van het gebied rondom de zandwinplas. De zone rondom de plas (ca. 25 meter) wordt ingezaaid met gras. De taluds van de zandwinplas zijn daarnaast ook steiler en daardoor minder veilig voor mensen.
Daarom scoort het alternatief optimale zandwinning neutraal (0) ten aanzien van de kansen voor recreatie.” Reactie Als het gebied niet geschikt is voor mensen en er ook geen paden komen, dan lijkt een score van 0 nog relatief positief. Immers zou in de huidige situatie nog een klompenpad gerealiseerd kunnen worden welke meer recreatie waarde heeft.
5.11.3 Mogelijkheden voor mitigatie Op bladzijde 101 is het volgende opgenomen. “Bij nat- en droogteschade van de landbouw kunnen effecten op de grondwaterstanden verminderd worden door de aanleg van vervangende watergangen voor de te dempen watergangen binnen het plangebied voor de zandwinningsplas.” Reactie Binnen het plangebied zal niet veel ruimte zijn voor vervangende watergangen welke de verdroging aan juist de oostzijde kunnen tegengaan. 26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
34
Projectgerelateerd
Hier zou dan buiten het plangebied een mitigatie moeten plaatsvinden. Echter na beëindiging wordt het juist natter bij de oostelijke percelen. Al is dit wel dubbel. Door de zandwinplas bij de Traandijk zal een verdroging aan de westzijde van die plas plaatsvinden. In hoeverre de een de ander versterkt en beïnvloed is niet duidelijk.
5.12
Van alternatieven naar KVA
5.12.1 Het voorkeursalternatief Op bladzijde 103 is het volgende opgenomen. “Het plangebied wordt niet geheel afgegraven. Er is een zone rondom de zandwinplas die gebruikt wordt als werkruimte.” Reactie Wat hier met werkruimte wordt bedoeld is niet duidelijk. In het gehele document komt dit niet eerder aan bod. Welke gevolgen of activiteiten plaatsvinden bij deze werkruimte zijn niet bekend. Op bladzijde 101 is tevens het volgende opgenomen. “De zandwinplas wordt in drie fasen uitgevoerd. De zandwinning start in de zuidzijde. De volgende timing geldt voor de fases: - Fase 1: ca. 2026 tot ca. 2036 - Fase 2: ca. 2037 tot 2043 - Fase 3a en 3b: ca. 2044 tot ca. 2056 “ Reactie Eerder is aangegeven dat met de nieuwe zandwinplas geen extra uitstoot, verkeersbewegingen e.d. wordt gerealiseerd. Echter blijkt dat beide zandwinplassen in 2026 operationeel zullen zijn. Immers Traandijk kan nog circa 3 jaar gewonnen worden. Hierdoor zal de capaciteit van de verwerking omhoog moeten. Dit leidt tot een grotere activiteit en meer geluid, uitstoot etc. Hier is geen rekening mee gehouden dan wel berekend. Op bladzijde 101 is ook het volgende opgenomen. “Op de zandwinplas wordt alleen zand opgezogen. Er is een transportleiding naar zanddepot Traandijk.” Reactie De afstand van de meest zuidoostelijke hoek naar de installatie is circa 1000 meter, de afstand zal in de praktijk groter zijn.
Hierdoor lijkt een extra pomp nodig om het transport te kunnen realiseren. Het is niet aangegeven hoe dit gerealiseerd wordt. Ook zijn er geen berekeningen gedaan voor deze extra activiteit. Op bladzijde 104 is figuur 13-2 opgenomen. Hier is de transportleiding op aangegeven. Reactie De transportleiding loopt over het aanwezige pad langs de Hoogeveense Vaart buiten het plangebied. Voor de transportleiding dient dus extra grond te worden aangesproken. Hoe dit wordt verkregen is niet duidelijk gemaakt. Ook is niet duidelijk gemaakt of met de aanwezige trasportleiding nog ruimte is om het (inspectie en onderhouds)pad te blijven gebruiken. Op bladzijde 104 en 105 is het volgende opgenomen. 26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
35
Projectgerelateerd
“Voor het voorkeursalternatief zijn er zes aanvullende doelstellingen opgesteld. Deze doelstellingen gelden aanvullend op het gebruik van het terrein als zandwinplas. De doelstellingen zijn: - Het versterken van de aanwezige karakteristieken van het landschap met oog voor de historie en de ontwikkelingsgeschiedenis; - Het realiseren van een kleinschalig cultuurlandschap met diverse landschapselementen zoals houtsingels en grasland; - De weidsheid en het open karakter van het gebied behouden; - Het versterken van het natuurlijke systeem door de ecologische waarde van het gebied te versterken; - Het gebied beleefbaar maken voor de mens met respect voor privacy omwonenden en rust voor natuur; - Ontwikkeling van een gebiedseigen landschap met natuur- en ecologische waarde. Om deze doelstellingen te behalen worden er verschillende inpassingsmaatregelen getroffen. Dit betreft o.a.: - Het behouden van de bestaande weidsheid en aansluiting op de historische karakteristieken van het lint; - Versterken van bestaande bomenstructuren, zoals de houtsingels; - Passend beheer van het grasland t.b.v.
biodiversiteit; - Toepassen van natuurvriendelijke oevers en rietkragen; - Beperkte ruimte bieden voor extensieve recreatieve activiteiten; - Rekening houden met de geomorfologische opbouw; - Het verleggen van A-watergangen zoals afgestemd met het waterschap; - Het realiseren van een wandelpad (ook voor fiets) langs de Koekangerweg en een wandelpad langs de gaswinlocatie tussen de 5.1.2e en de kanaaldijk; - Creëren van niet-toegankelijke gebieden voor aanwonenden (i.v.m. privacy) en rustgebieden voor natuur; - Een verblijfsplek (met bijv. bankje) aan het water gekoppeld aan de wandelpaden; - Het opstellen van een beheerplan en het later uitwerken van mogelijkheden zijn voor beheer met grazers of lokaal gebruik van maaisel.” Reactie Het creëren van een grasland in het plangebied is lastig. De delen die blijven zijn nu ook reeds graslanden. Weidsheid is het enige wat terugkomt bij een weids veenweidegebied. Het veenweidegebied verdwijnt. Ook wordt er niet op ingezet om juist veen groei te stimuleren, waarvan juist binnen het plangebied veen wordt vergraven. Het is onbekend wat bedoeld wordt met “rekening houden met de geomorfologische opbouw”. De geomorfologische opbouw is in het plangebied vlak, waarbij nu op luchtfoto’s nog mogelijke oude beekjes/watersystemen zichtbaar zijn.
5.13
Voorkeursalternatief Zandwinning Echten
5.13.1 Bodem 5.13.1.1
Bodemkwaliteit
Op bladzijde 106 is het volgende opgenomen. “Bij het voorkeursalternatief is er ruimtebeslag op een deel van het terrein van 5.1.2e . Binnen dit deel van het terrein is er opslag van voeder of mest. Hiermee is het tijdelijke effect als negatief (-) beoordeeld. Na winning is de mogelijke verontreiniging gesaneerd. Daarom is het permanente effecten neutraal (0).” 26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
36
Projectgerelateerd
Reactie Er is een bodemonderzoek uitgevoerd. Dat is wel duidelijk of er een bodemverontreiniging aanwezig is. Hier mist een doorkijk naar de aanwezige bodemverontreiniging in het grondwater en het mogelijk verplaatsen van deze verontreiniging bij de toekomstige activiteit. Omdat niet alle verontreiniging op het perceel worden weggenomen, is het niet inzichtelijk gemaakt wat er met de overige verontreiniging gebeurt. Kan deze in oplossing gaan en zich verplaatsen richting de plas. Worden hier maatregelen tegen getroffen? Ook is niet duidelijk of de weides hebben geleid tot eutrofiering en welke invloed deze hebben op de grondwaterkwaliteit en mogelijk vrijkomen bij strippen van de bovengrond.
5.13.2 Water 5.13.2.1
Oppervlaktewater
Op bladzijde 106 is het volgende opgenomen. “Voor het voorkeursalternatief spelen vergelijkbare aandachtspunten als voor de al eerder onderzochte alternatieven. Bij de ontwikkeling van de zandwinplas worden bestaande A- en B-watergangen ontgraven om ruimte te maken voor de aanleg van de zandwinningsplas. Dit werkt door op de aan- en afvoer van water. Binnen het voorkeursalternatief is daarom een aanpassing van de watergangen voorzien (Figuur 14-1).” Reactie Enkel aan de westzijde wordt een watergang gecreëerd. Het is niet bekend hoe wordt omgegaan met genoemde verdroging van percelen aan de oostzijde. Er lijkt eerder aangegeven te zijn hier ook maatregelen te treffen om het waterpeil te kunnen beïnvloeden. Dit is echter niet zichtbaar in dit plan. Hoe wordt dit bewerkstelligt?
5.13.2.2
Grondwaterkwlaiteit
Op bladzijde 107 is het volgende opgenomen. “Door de afstand tussen de zandwinning en het meest nabijgelegen grondwaterbeschermingsgebied zijn er geen negatieve effecten te verwachten. Uitgangspunt is dat bij onverwachtse vondsten van afval of puin tijdens de zandwinning dat hier verantwoord mee wordt omgegaan.” Reactie Hier wordt niet stilgestaan bij het voormalige gebruik van het land en daarbij mogelijke voorkomende eutrofiëring. Ook tijdens het strippen van de grond tijdens vermoedelijke rustperiodes voor dieren en daarmee in vermoedelijk een nattere periode kan leiden tot uitloging van met name stikstof en fosfaat naar het grondwater. Ook is hier geen link gelegd met de bodemverontreiniging bij 5.1.2e van de znadwinplas (verplaatsing/verspreiding).
5.13.2.3
en mogelijk beïnvloeding
Grondwaterstand en stijghoogte
Op bladzijde 107 is het volgende opgenomen.
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
37
Projectgerelateerd
“Voor het voorkeursalternatief, dat vergelijkbaar is aan alternatief ‘Optimale Natuurontwikkeling’, zijn de hydrologische effecten in kaart gebracht.” Reactie Hier ontbrekende de effecten van de verschillende fases en wordt er niet stilgestaan bij de effecten na beëindiging van de zandwinplas en de daarbij horende verdroging en vernatting.
5.13.2.4
Kwel en infiltratie
Op bladzijde 108 is het volgende opgenomen, inclusief de volgende figuur. “Bij de beoordeling van de alternatieven Optimale zandwinning en Optimale natuurontwikkeling is kwalitatief stil gestaan bij het aspect Kwel en infiltratie. Bij het voorkeursalternatief is deze informatie aangevuld met kwantitatieve informatie uit de hydrologische berekeningen. Bij het voorkeursscenario lange termijn neemt de kwel tussen de zandwinplas Traandijk en zandwinplas Echten af (met tussen ca 1 en 5 mm). Binnen het plangebied slaan kwelpatronen om naar wegzijging. Naar het noordoosten toe neemt de kwel toe, lokaal met meer dan 5 mm per dag. Hier gaan wegzijgingspatronen om naar kwel. De verandering van kwelstromen en infiltratie is als negatief (-) beoordeeld, doordat deze veranderen van locatie en daarmee de omstandigheden voor bepaalde flora en fauna verslechterd kan worden.
Effecten van de stationaire kwel-/wegzijgingsflux over de keileem, voorkeursscenario lange termijn (SWECO, n.d.)
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
38
Projectgerelateerd
Effecten van de stationaire kwel-/wegzijgingsflux over de keileem, voorkeursscenario lange termijn (SWECO, n.d.)” Reactie Op bladzijde 45 op figuur 5-8 is voor het westelijke deel van de Veeningerplas een inzijgingsgebied aangegeven
Op figuur 5-17 zijn de effecten van de lange termijn weergegeven. Hier is een verdroging van de Veeningerplas zichtbaar.
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
39
Projectgerelateerd
Op bladzijde 107 wordt een ander beeld voor de Veeningerplas aangegeven. Hieruit blijkt dat de nieuwe zandwinplas dus een invloed heeft op de Veeningerplas en daarmee op een NNN gebied. Een uitgebreidere beoordeling van de hydrologische aspecten is in bijlage 1 van deze zienswijze opgenomen.
5.13.3 Natuur 5.13.3.1
Soorten
Op bladzijde 109 is het volgende opgenomen. “Afhankelijk van grondsoorten ten behoeve voor zandwinning, wordt het aanwezige gebouw gesloopt.” En “In een bosschage aan de binnengrens van het plangebied ligt een dassenburcht. Dit betekent dat het plangebied gedeeltelijk binnen primair foerageergebied valt. Hier dient nader onderzoek naar plaats te vinden én, zo nodig, mitigerende maatregelen.” Reactie Het blijft onduidelijk welke gebouw bedoeld wordt voor sloop. Hier wordt aangegeven dat er een dassenburcht aanwezig is, terwijl op bladzijde 64 van het MER het volgende staat; “Het plangebied is marginaal geschikt als leefgebied voor de das. Er zijn geen geschikte bosschages als verblijfplaats en er ontbreken hagen en andere landschappelijke structuren tussen een mogelijke burchtlocatie en het foerageergebied.” Aangezien deze burcht niet ineens is ontstaan, is het thema “Natuur” onvolledig in het MER behandeld.
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
40
Projectgerelateerd
5.13.3.2
Natura 2000
Op bladzijde 109 is het volgende opgenomen. “De stikstofemissies van het voorkeursalternatief komen overeen met de eerder onderzochte alternatieven. Door Cauberg Huygen (2025) is aanvullend onderzoek opgesteld naar de effecten van Natura 2000-gebieden. De zandwinningsinstallatie blijft op het werkterrein van de huidige zandwinplas gevestigd. De belangrijkste activiteiten zijn: - De winning van het zand met behulp van een elektrisch (een tijdelijk een diesel) aangedreven zandzuiger in de nieuwe zandwinplas; - De klasseerinstallatie; - Transportbewegingen (vrachtwagens, mobiele rupskraan en shovel) op het bestaande werkterrein. “ Reactie Aangegeven is dat er tijdelijk met een diesel aangedreven zandzuiger wordt gewerkt. Dit is niet eerder aangegeven. Ook is niet duidelijk of hiermee gerekend is samen met de bestaande activiteiten van de huidige zandwinplas. Immers zal de nieuwe zandwinplas vanaf 2026 starten en zal dan ook de huidige zandwinplas nog in bedrijf zijn. Het is onduidelijk wat er in de berekeningen is meegenomen en of deze correct zijn uitgevoerd. Tevens is op bladzijde 109 het volgende opgenomen.
“Vanwege het feit dat het plangebied buiten een Natura 2000-gebied is gelegen alsmede gelet afstand tot omliggende Natura 2000-gebieden zijn verstorende en/of significant negatieve effecten Natura 2000gebieden van voormelde verstoringsfactoren op voorhand uitgesloten, behoudens voor de verstoringsfactoren vermesting en verzuring.” Reactie Onduidelijk is hoe is gebleken dat er negatieve effecten zijn voor verstoringsfactoren vermesting en verzuringen en welke gevolgen deze hebben. Op bladzijde 110 is het volgende opgenomen. “Uit de verschilberekening blijkt dat de stikstofdepositie in de beoogde situatie niet hoger is dan in de bestaande situatie.” Reactie Aangezien de nieuwe plas aanvullend gaat draaien naast de huidige zandwinplas en het eerste jaar ook met een diesel aangedreven zandzuiger wordt gewerkt, kan het niet zo zijn dat er geen verandering in stikstofdepositie zal zijn.
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
41
Projectgerelateerd
5.13.4 Landschap, cultuurhistorie en archeologie 5.13.4.1
Landschappelijke kenmerken
Op bladzijde 112 is figuur 14-6 met een indicatief profiel Koekangerweg weergegeven. Reactie Aangegeven is dat bij de Koekangerweg een fietspad wordt gerealiseerd. Deze is niet zichtbaar.
5.13.4.2
Archeologische waarden
Op bladzijde 112 is het volgende opgenomen. “Het terrein heeft een middelhoge kans op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied.” Reactie Eerder is aangegeven dat een hoge tot middelhoge kans op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied. Het hier aangegeven middelhoge kans is afwijkend hierop. Onduidelijk is waarom nu de kans is “afgezwakt” en welke gevolgen dit kan hebben.
5.13.4.3
Aardkundige waarde
Op bladzijde 112 is het volgende opgenomen. “Het plangebied ligt buiten een aardkundig waardevol gebied.” Reactie Op de kaart klopt dit, maar binnen het plangebied is (laag)veen aanwezig welke afgegraven wordt. Dit is echter niet gewenst. Geluid en trillingen
5.13.4.4
Geluidbelasting op woningen
Op bladzijde 113 en 114 is tabel 14-1 opgenomen met de hoogst berende langetijdgemiddelde geluidsbelasting. Reactie In de tabel zijn fase 1, en 2 duidelijk beschreven. Fase 3 is enkel beschreven voor de aanlegfase. Hier ontbreekt de berekening van fase 3 in de uitvoeringsfase. Deze fase is de dichtstbijzijnde positie bij woningen. Onduidelijk is of de genoteerde overschrijding van geluidsniveaus bij drie woningen in de nacht enkel tijdens de aanlegfase optreedt of ook tijdens de uiteindelijke uitvoeringsfase ook geluidsoverschrijdingen zijn. Ook is niet duidelijk waarom tijdens de aanlegfase van fase 3 een hoger geluidsniveau wordt bereikt in de nacht dan in de avond.
5.13.4.5
Hinder door trillingen
Op bladzijde 116 is het volgende opgenomen. “De volgende overwegingen zijn benoemd ten aanzien van de hinder door trillingen (Cauberg Huygen, 2025):
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
42
Projectgerelateerd
- De zandzuiger is gelegen in de zandwinplas. Door de afstand tot de woningen wordt geen trillingshinder verwacht. - Op het werkterrein is de klasseerinstallatie geplaatst. Deze installatie bestaat uit zeven, pompen en andere aandrijvingen. Om een goede werking van de installatie te garanderen, zijn alle zeven en pompen zo opgesteld dat trillingen naar de hoofddraagconstructie zoveel mogelijk wordt beperkt. Ook wordt er regelmatig onderhoud uitgevoerd aan de installatie om te zorgen dat de installatie goed werkt. - Andere installaties op het werkeiland betreffen het materieel (rupskraan, shovel en vrachtwagens). Door de lage rijsnelheid en de afstand tot dichtstbijzijnde woningen is er geen trillingshinder te verwachten. - Ook zijn er transportbanden geplaatst op het werkterrein. Hier is geen trillingshinder van te verwachten.” Reactie In bovenstaande punten wordt niet ingegaan op de aanlegfase van de nieuwe zandwinplas, waarbij de toplaag weggenomen gaat worden. Ook deze werkzaamheden zullen trillingen geven, welke met name in de aanwezige veenlaag verder door kunnen trillen. Hier is geen rekening mee gehouden. Onduidelijk is welke gevolgen en risico’s hierbij horen.
5.13.5 Lucht 5.13.5.1
Luchtkwaliteit
Op bladzijde 117 is het volgende opgenomen. “In Tabel 14-4 zijn de concentraties NO2 ter plaatse van maatgevende woningen in de omgeving. Op een groot aantal punten bedragen de concentraties NO2 1,2 μg/m3 of minder.” En “In Tabel 14-5 staan de berekende concentraties PM10 ter plaatse van de maatgevende woningen in de woningen. Op een groot aantal punten bedragen de concentraties PM10 1,2 μg/m3 of minder.” Reactie In tabel 14-4 zijn 6 woningen opgenomen, waarbij bij 2 woningen de bijdrage NO2 minder dan 1,2 µg/m3 bedraagt. Aangezien 4 woningen boven deze waarde zitten, kan niet van “een groot aantal punten” worden gesproken, aangezien het aantal woningen welke niet voldoen twee keer zo groot is. In tabel 14-5 zijn 8 woningen opgenomen, waarbij 2 woningen onder de 1,2 µg/m3 grens blijven. Aangezien drie keer zoveel woningen niet voldoen aan deze grens kan niet van “een groot aantal” worden gesproken die voldoen. Tevens is op bladzijde 117 het volgende opgenomen. “Voor PM2,5 bestaan geen instructieregels. De toetsing van PM10 maakt voldoende aannemelijk dat omgevingswaarden voor PM2,5 in acht worden genomen. PM10-en PM2,5-concentraties zijn namelijk sterk aan elkaar gerelateerd. Aanvullend heeft de WHO advieswaarden opgesteld ten aanzien van luchtkwaliteit. De heersende concentraties NO2 en PM10 ter plaatse van de bebouwing zijn niet hoger dan de advieswaarden van de WHO.”
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
43
Projectgerelateerd
Reactie In de EU richtlijn is voor Pm2,5 aangegeven dat deze in 2030 van 25 naar 10 µg/m3 daalt. Onduidelijk is of in 2023 ook nog voldaan wordt aan deze grenswaarde. Hierin wordt niet aangegeven dat de gehanteerde WHO advieswaarden die van 2005 betreffen. Indien de advieswaarden van 2021 worden gehanteerd (NO2 heeft dan een advieswaarde van 10 µg/m3) dan voldoet men niet meer aan de advieswaarden. Onduidelijk is wat dit voor invloed of gevolgen heeft.
5.13.6 Externe veiligheid 5.13.6.1
Plaatsgebonden risico’s
Op bladzijde 118 is het volgende opgenomen. “Er is door Caubergen Huygen (2025) een onderzoek naar externe veiligheid uitgevoerd. De belangrijkste activiteiten voor de zandwinning zijn: - De winning van het zand met behulp van een elektrisch (een tijdelijk een diesel) aangedreven zandzuiger in de nieuwe zandwinplas; - De klasseerinstallatie; - Transportbewegingen (vrachtwagens, mobiele rupskraan en shovel) op het bestaande werkterrein.” Reactie Tijdens de aanlegfase werken ook nog een graafmachine en 4 dumpers. Deze worden niet benoemd en meegewogen. Aangezien het eerste jaar diesel wordt gebruikt voor de zandzuiger, wordt vermoedelijk ergens diesel opgeslagen. Hier lijkt geen rekening mee te worden gehouden. Onbekend is welke risico’s hierbij horen.
5.13.7 Ruimtegebruik 5.13.7.1
Nat-droogteschade
Zie eerdere opmerkingen
5.14
Conclusie
5.14.1 Monitoring Op bladzijde 124 is het volgende opgenomen. “Monitoring is essentieel om te toetsen of de verwachte effecten daadwerkelijk optreden. Aanbevolen wordt: • Monitoring van grondwaterstanden en waterkwaliteit. • Monitoring van taludontwikkeling en stabiliteit. • Ecologische monitoring van biodiversiteit en natuurontwikkeling. • Evaluatie van mitigerende maatregelen en bijsturing indien nodig.” Reactie Monitoring van waterkwaliteit is nieuw. Waarop is deze gebaseerd, welke water wordt bedoeld en waarop wordt gemonitord/geanalyseerd?
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
44
Projectgerelateerd
5.15
Bronnen
Op bladzijde 125 zijn diverse rapporten opgesomd. Reactie Tekstueel in het paragraaf 3.4 Beoordelingsmethodiek per thema zijn diverse onderzoeken opgenomen van het jaartal 2024. In de bronnen zijn niet alle aangehaalde onderzoeken weergegeven. Bijvoorbeeld op bladzijde 25 bij 3.4.7 Externe veiligheid is het rapport van Huygen, 2024 aangehaald. Bij de bronnen is een onderzoek van Huygen van 2025 opgenomen. Onduidelijk is welk onderzoek gebruikt is en of deze van toepassing is op Traandijk of op de nieuwe zandwinplas.
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
45
Projectgerelateerd
6
Resterende bevindingen NRD
Punten uit NRD (niet herleidbaar aan de orde in het milieueffectrapport). Het plangebied voor de zandwinning ligt circa 750 meter ten westen van de bestaande zandwinning en circa 40 meter van de (voormalige) gaswinlocatie (NAM-locatie) (bron: paragraaf 2.2. van de NRD). Reactie • In de NRD wordt aangegeven dat onderzoek gedaan zal worden naar her plaatsgebonden risico (PR) tijdens winning door een onderzoek Externe veiligheid. Er wordt niet aangegeven of het een kwalitatief of kwantitatief onderzoek betreft. • Tevens wordt met geen woord gerept over de aanwezigheid van de risico’s van de gaswinlocatie en transportleidingen. Risico’s op deze gaswinlocatie (in bedrijf, buiten bedrijf of geabandonneerd) dienen meegenomen te worden in zowel de beoordeling van de veiligheid (onderzoek externe veiligheid) als geotechnisch onderzoek naar stabiliteit van taluds en onderzoek naar trillingen. Omgevingsvergunning Reactie • Het voornemen voorziet in het gebruik van de bestaande installatie. In geval van actualisatie of het opnieuw aanvragen van een Omgevingsvergunning voor deze activiteiten dient een analyse plaats te vinden die duidelijk maakt in hoeverre actualisatie en/of aanpassing van de installatie aan de orde moet komen, alsmede wat de milieueffecten dan zullen zijn. • De nieuw aan te leggen zandwinplas is geen uitbreiding van de bestaande zandwinplas.
Dit is een nieuw project of werk. Dat houdt in dat alle milieubelastende activiteiten waarvoor een vergunning vereist is op grond van de Omgevingswet en bijhorende besluiten en regelingen, ook worden aangevraagd. Dat geldt zowel voor de aanlegfase (afruimen deklaag, aanvoer zandzuiger, aanleg/ vervangen leidingtracé, plaatsing boosterpompstation(s)) als de exploitatiefase (in gebruik hebben van het geheel). Principe besluit Een stedenbouwkundige visie voor het gehele gebied dat globaal ligt tussen de Traandijk, Hoogeveense Vaart, 5.1.2e en Ko 5.1.2e is noodzakelijk om de verschillende ontwikkelingen goed op elkaar te laten aansluiten. Voor zowel de NAM-locatie als voor de huidige en toekomstige zandwinlocaties wordt een visie voorbereid. De plannen op deze locaties vergen nog het nodige onderzoek op haalbaarheid, daarom worden deze ontwikkelingen eerst nog zelfstandig onderzocht met de intentie om ze later in een overall gebiedsvisie samen te voegen. Wanneer uit de eerste fase (haalbaarheid planconcept + milieukundige onderzoeken) voldoende perspectief blijkt, kan de tweede fase gezamenlijk opgepakt worden om te komen tot een gedragen gebiedsvisie voor het gehele plangebied. Op basis daarvan besluit uw college de plannen voort te zetten of te stoppen. Bij een positief besluit worden de afspraken vastgelegd in een anterieure overeenkomst.
De initiatiefnemer ontwikkelt voor eigen rekening een gebiedsvisie. In dit geval worden de ontwikkelkosten door de initiatiefnemer gemaakt. Reactie: In het document wordt meer dan één keer gesteld dat uit onderzoeken is gebleken dat de zandwinning niet direct aangrenzend aan de huidige locatie kan worden uitgebreid. Er zijn geen stukken ter inzage gelegd waaruit (overtuigend) blijkt dat dit inderdaad zo is. Ook in de NRD wordt deze bewering niet toetsbaar gestaafd door onderzoek dat is uitgevoerd of nog uitgevoerd moet worden.
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
46
Projectgerelateerd
Verder wordt gesteld: In de verkenningsfase zal initiatiefnemer verder onderzoek doen naar de mogelijkheden voor zandwinning, met de omgeving in gesprek gaan en zal hij een gebiedsvisie ontwikkelen. Op te stellen documenten zijn onder meer een Notitie Reikwijdte en Detail en een MER. Als deze documenten voldoende basis vormen voor verdere ontwikkeling van de zandwinning zal met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst worden aangegaan. Daarin zullen afspraken worden gemaakt over het doorlopen van een planologische procedure en worden wederzijdse verplichtingen vastgelegd. Ook worden financiële afspraken vastgelegd. Streven is tegen die tijd ook samen op te trekken in het opstellen van een gebiedsvisie die zowel de zandwinning (huidig en nieuw) als de herontwikkeling van de NAM-locatie omvat. Reactie: In de NRD wordt aangegeven dat ter wille van de zorgvuldigheid de Gebiedsontwikkeling De Wijk 20 e.o. (die) in voorbereiding is en waarvan de planologische procedure mogelijk parallel aan die van de zandwinning zal worden doorlopen meegenomen als autonome ontwikkeling. Deze gebieds- ontwikkeling omvat de realisatie van een duurzame energie hub op de naastliggende NAM-locatie en de bestaande zandwinplas op de gronden ten westen van voorliggende zandwinning uitbreiding.
De wijze waarop het in ontwikkeling zijnde gebiedsontwikkeling samengevoegd wordt met de autonome ontwikkeling in de MER is niet ingevuld. Er dient duidelijk te worden gemaakt welke milieueffecten optreden en hoe die zich verhouden tot de milieueffecten die door het voornemen op treden tijdens de realisatie, exploitatie en in de eindsituatie, alsmede de accumulatie van effecten. NAM locatie In bovengenoemd gebied ligt een NAM-locatie die bijna is afgebouwd. De gemeente wil een bijdrage leveren aan haar duurzaamheidsdoelstellingen en onderzoeken of er een energie hub gerealiseerd kan worden. Ook zoekt de zandwinning nieuwe mogelijkheden voor het winnen van zand. ‘De Wijk 20’ is de naam van het NAM-terrein. Daar stond een stikstoffabriek die inmiddels is afgebroken. Hierdoor is er een elektriciteitsaansluiting op deze locatie beschikbaar. Bovendien komt er een kavel beschikbaar die in eigendom is bij de NAM. De V.O.F. Echten heeft in het gebied momenteel een zandwinninglocatie in gebruik. Deze exploitant heeft aangegeven tot en met 2026 voldoende voorraad te hebben. Vanaf 2026 is uitbreiding gewenst. Uitbreiding aansluitend aan de bestaande locatie – in het gebied tussen de huidige zandwinning en de NAM-locatie – lag voor de hand.
De eerste uitkomsten van het geohydrologisch onderzoek laten zien dat dit niet mogelijk is: de waterdruk van het totaal (huidige zandwinningsplas + uitbreiding) zou een te grote invloed hebben op de waterhuishouding van het omliggende gebied. Daarom heeft V.O.F. Echten het oog laten vallen op een gebied ten westen van de NAM-locatie. Reactie: In hoeverre de NAM-locatie geheel buiten bedrijf is en afwerkt zodat geen risico’s meer aanwezig zijn is uit deze informatie niet op te maken. Verder wordt wederom slechts zeer globaal ingegaan op de reden waarom niet direct kan worden aangesloten op de bestaande zandwinplas en eventueel zelfs gekomen kan worden tot een grotere zandwinning.
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
47
Projectgerelateerd
Het voornemen In figuur 1 is de nieuwe zandwinning is indicatief met een gele contour aangeduid, de bestaande met een rode contour. De nieuwe zandwinning is circa 65 ha groot (plangebied).
Reactie: Op sommige punten loopt de grens tot aan de weg. Er is niet duidelijk of er kabels en leidingen door het plangebied lopen, of dit in het kader van de MER wordt onderzocht alsmede of de effecten van het voornemen op deze kabels en leidingen worden onderzocht. Nut en noodzaak Nederland heeft de komende decennia een opgave. Er is een tekort aan woningen en de infrastructuur moet worden onderhouden en uitgebreid. Om dit alles te realiseren, is er behoefte aan grote hoeveelheden industriezand en ophoogzand. Gesteld wordt dat de voorgenomen zandwinning waar zowel industriezand als ophoogzand wordt gewonnen een belangrijke bijdrage levert aan de nationale en regionale behoefte aan bouwgrondstoffen. Reactie • In hoofdstuk 2 van de NRD wordt ingegaan op het doel van de voorgenomen zandwinning. Het nut van de zandwinning wordt door RHDHV onderschreven. Ten aanzien van de noodzaak om juist op deze locatie de zandwinning te realiseren en geen onderzoek is gedaan naar alternatieven wordt een zeer summiere onderbouwing gegeven waaruit wij opmaken dat niet op basis van aan te leggen criteria serieus is gekeken naar andere locaties in de gemeente, provincie of omliggende regio. De NRD is daarmee onvolledig.
• In de NRD ontbreekt een cijfermatige onderbouwing van enerzijds de marktvraag en anderzijds het marktaanbod aan zand waaruit blijkt dat er noodzaak is voor de voorgenomen zandwinning waardoor aannemelijk is dat er sprake is van economisch haalbare en houdbare bedrijfsvoering. Vigerend plan Op pagina 4 in de NRD is het volgende opgenomen:
26 januari 2026
ZIENSWIJZE OMGEVINGSPLAN ZANDWINPLAS KOEKANGE
BK4853-IB-RP-260112-1324
48
Projectgerelateerd
Voor het plangebied zijn de volgende bestemmingsplannen (tijdelijke deel van het omgevingsplan) vigerend: • Bestemmingsplan Luchtscheidingsinstallatie De Wijk-20 (vastgesteld op 30 juni 2011); • Bestemmingsplan Leidingtracés NAM (vastgesteld op 30 juni 2011); • Beheersverordening Buitengebied De Wolden 2023 (vastgesteld op 28 december 2023). Reactie Bij De Wijk 20 werd stikstof geïnjecteerd door de NAM om gaswinning mogelijk te maken. Nergens wordt er ingegaan over het leidingwerk van de NAM-locatie. Daardoor is onduidelijk wat nog aanwezig is en in hoeverre hier rekening mee gehouden moet worden. Daardoor is onduidelijk wordt geborgd dat deze leidingen geen gevaar lopen bij de ontwikkeling van de nieuwe plas (oeverinstabiliteit). Dit onderzoek aspect dient in de NRD te worden uitgewerkt. MER plicht In de NRD is op pagina 5 het volgende opgenomen: “In het kader van de plan- en besluitvorming voor de uitbreiding van de zandwinning wordt een m.e.r.procedure doorlopen.” Reactie: Aangezien de nieuwe zandwinning niet aansluitend is op de bestaande locatie, is dit geen uitbreiding maar een nieuwe locatie. Voor de waterhuishouding wordt zonder dragende motivering in de NRD aangegeven dat dit een separate locatie moet zijn. Project-, plan- en studiegebied In hoofdstuk 5 is het plangebied zoals de NRD dit hanteert beschreven.