Bijlage 3a Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold Toelichting
Tekst van het document
Binnen de Drentse kwaliteiten staat het behoud en de ontwikkeling van de kernkwaliteiten, de dynamiek van bedrijvigheid, de biodiversiteit en de milieu- en leefomgevingskwaliteit centraal. De kernkwaliteiten zijn opgenomen op een kernkwaliteitenkaart. Op het gebied van ontwikkelingen zijn onder meer het regionale economische vestigingsklimaat, de landbouw, het toerisme, de demografische ontwikkeling, de mobiliteit en de ontwikkeling van natuur en landschap (ecologische hoofd structuur, diversiteit in landschapstypen) als provinciaal belang benoemd. De kernkwaliteiten vormen de belangrijkste basis voor het begrip 'ruimtelijke kwaliteit'. Daarnaast is zorgvuldig ruimtegebruik en milieu- en leefomgevingskwaliteit van belang. Hieronder worden de kernkwaliteiten benoemd die relevant zijn voor het plangebied. Kernkwaliteit landschap De kernkwaliteit waar het plangebied in ligt wordt omschreven als ‘wegdorpen van de laagveenontginning’. Het wegdorpenlandschap van de laagveenontginning, ook wel het ‘slagenlandschap’, ligt op de laagst gelegen plekken in de provincie Drenthe. Hier is in de benedenlopen van de beekdalen veen ontstaan. Kenmerkend zijn de ontginningsassen, de langgerekte lintdorpen en de grote, open weidegebieden. Sommige delen hebben door de kavelgrensbeplanting een min of meer besloten karakter.
Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en versterken van het open karakter, de smalle verkavelingsstructuur en het fijnmazige slotenpatroon. Kernkwaliteit aardkundige waarden en cultuurhistorie Het gehele plangebied is voor de kernkwaliteit aardkundige waarden aangeduid met het beschermingsniveau ‘Generieke bescherming’. Aangezien het plangebied buiten de kern Ruinerwold valt is er geen directe kernkwaliteit voor cultuurhistorie opgenomen. Een kwaliteit die wel van belang is bij de verdere ontwikkeling van Ruinerwold in het algemeen is het in standhouden van de kwaliteiten van de lintbebouwing langs de ontginningsassen. De ambitie van de provincie is het in stand houden van het
37
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
oude en het nieuwere lint van Ruinerwold en de ligging ervan in de omgeving. De provincie stuurt op het herkenbaar houden van de verschillen in positionering, weginrichting en architectuur, door het vasthouden aan de verkavelingsstructuren en door het openhouden van de ruimte tussen de twee bebouwingslinten. Kernkwaliteit archeologie Het plangebied is voor de kernkwaliteit archeologie aangeduid met het ‘beschermingsniveau 1: generiek’. Het beschermingsniveau generiek richt zich op het algemene uitgangspunt dat alle behoudenswaardig archeologische vindplaatsen (waarden) die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van Drenthe staan en de nieuw ontdekte behoudenswaardige vindplaatsen niet ongezien kunnen verdwijnen. In de paragraaf 5.10 Archeologie en cultuurhistorie onder hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op dit onderdeel. Kernkwaliteiten robuust landbouwsysteem/groen-blauwe dooradering en multifunctioneel gebied Het plangebied ligt voor een groot deel in een gebied met de kernkwaliteit 'robuust landbouwsysteem'. In dit gebied, waar een groot deel van de het landelijk gebied van de provincie onder valt, is ruimte voor kringlooplandbouw, lokale afzet en korte ketens en de eiwittransitie.
De provincie heeft dit aangewezen als gebied waar de landbouw de ruimte krijgt om zich te ontwikkelen en ziet voor zichzelf een rol door innovatie in de landbouw te stimuleren en door minder beperkingen op te leggen. Hiermee hangt de ambitie samen om in het lager gelegen landbouwgebied direct ten zuiden van de Buitenhuizerweg de groen-blauwe dooradering als natuurdoel verder uit te werken. Het plandeel aan de Buitenhuizerweg valt onder de kernkwaliteit multifunctioneel gebied, waarin een combinatie van landbouw, water en natuur voorop staat. Wonen De provincie streeft naar een balans tussen het aanbod voor wonen en de demografische behoefte. De leefbaarheid in dorpen en wijken is belangrijk, met basisvoorzieningen die voldoende op peil blijven, goede bereikbaarheid, culturele initiatieven en een betaalbaar en aantrekkelijk woningaanbod. De provincie wil toekomstbestendige woningen voor jong én oud. Toekomstbestendig betekent duurzaam, betaalbaar en passend bij de woonwens. De woningbouwbehoefte en ambities rondom wonen zijn vastgelegd in de Drentse Woonagenda, waarin een bod aan het Rijk is gedaan met te bouwen woningen tot 2030 binnen een bandbreedte van minimaal 13.000 en maximaal 25.000. Dit bod is vertaald in de Regionale Woondeal Zuidwest Drenthe 2022 en de gemeentelijke woon(zorg)visie.
Conclusie Het plangebied ligt direct tegen het bestaand stedelijk gebied van Ruinerwold aan. Voor Ruinerwold streeft de provincie naar het in stand houden van het oude en het nieuwere lint van Ruinerwold en de karakteristieke landschappelijke en cultuurhistorische structuur. Het plan houdt nadrukkelijk rekening met de bestaande verkavelingsstructuur door aan te sluiten bij de bestaande sloten en het aanbrengen van bijpassende groenstructuren. Voor het plangebied Buitenhuizerweg wordt aangesloten bij de bebouwing aan dit bestaande lint. Bestaande kwaliteiten van het dorp worden niet beïnvloed door de voorgenomen ontwikkeling. Het plan onttrekt agrarische gronden aan het gebied waar de provincie een robuust landbouwsysteem voor ogen heeft, maar hierdoor ontstaat de gelegenheid om aan de woonambitie van de provincie en de regio te werken. Het voorliggend plan voorziet hierin, door te bouwen voor de lokale gemeenschap met een duidelijke focus op betaalbare woningen. In paragraaf 3.3 Laddertoets wordt nader toegelicht waarom het noodzakelijk is om buiten de bestaande stedelijke structuur ruimte in te zetten voor woningbouw.
38
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
4.2.2
Omgevingsverordening Drenthe
Provinciale Staten van Drenthe hebben op 3 oktober 2018 de Verordening Ruimtelijk Omgevingsbeleid vastgesteld. Deze Omgevingsverordening wordt elk jaar geactualiseerd. De laatste actualisatie (onder de Wro) is van juni 2023. De beoogde wijzigingen in de actualisatie zijn voor dit woningbouwplan al meegenomen in de overwegingen. De Omgevingsverordening is gericht tot gemeenten en bevat voorschriften waar ruimtelijke plannen aan dienen te voldoen. De belangrijkste regel die van toepassing is op het plangebied zijn artikel 2.16 (ruimte-voor-ruimte regeling) en artikel 2.17. Woningbouw. Hierin wordt beschreven dat een ruimtelijk plan kan voorzien in nieuwe woningbouw mits de behoefte op basis van de gemeentelijke woonvisie kan worden aangetoond en het plan aansluit bij bestaand stedelijk gebied. Artikel 2.16 Ruimte-voor-Ruimte omgevingsverordening Drenthe 2023)
regeling
of
artikel
3.15
ruimte-voor-ruimte
regeling
Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen buiten bestaand stedelijk gebied, kan voorzien in een ruimte-voor-ruimte regeling als in dat gebied bedrijfsmatige of maatschappelijke bebouwing aanwezig is die de oorspronkelijke functie is verloren, mits: 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen buiten bestaand stedelijk gebied, kan voorzien in een ruimte-voor-ruimte-regeling als in dat gebied bedrijfsmatige of maatschappelijke bebouwing aanwezig is die de oorspronkelijk functie is verloren, mits: a. de sloopnorm voor 1 compensatiewoning ten minste 750 m² en ten minste 2.000 m² voor maximaal 2 compensatiewoningen aan bedrijfsbebouwing bedraagt; b. onverminderd het bepaalde in sub a bedraagt de sloopnorm voor 3 compensatiewoningen ten minste 3000 m² en ten minste 4000 m² voor 4 compensatiewoningen en ten minste 5000 m² voor 5 compensatiewoningen. c. In afwijking van het bepaalde in sub b bedraagt de sloopnorm 6 compensatiewoningen wanneer meer dan 6000 m² wordt gesloopt. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan een ruimtelijk plan voorzien in ten hoogste 4 woningen bij een sloopnorm van 2000 m², voor zover de totale oppervlakte van alle woningen tezamen niet meer bedraagt dan 500 m; 3. De ruimte-voor-ruimte regeling wordt vormgegeven met inachtneming van het volgende: a. toepassing van de regeling is alleen mogelijk voor bebouwing die op 1 januari 2014 al aanwezig was; b.
in het ruimtelijk plan mag de mogelijkheid worden geboden tot het samenvoegen van bebouwing op meerdere percelen (saldering) om te kunnen komen tot de sloopnorm; c. Bij het realiseren van drie of meer woningen als bedoeld in lid 1 en 2 toont het ruimtelijk plan aan dat de aantallen en doelgroep passen binnen de gemeentelijke woonvisie of omgevingsvisie, uitvoeringsprogramma's en prestatieafspraken; d. randvoorwaarden voor inpassing, omvang, inhoud en uiterlijk van de compensatiewoning worden vastgelegd; en e. de randvoorwaarde dat bouw van een compensatiewoning niet plaatsvindt in gebieden die op k aart D3 (Natuurnetwerk Nederland) en/of kaart D11 (Beekdal en bergingsgebied) zijn aangeduid, tenzij de oorspronkelijke bebouwing wordt verwijderd in de betreffende gebieden. In het plangebied voor de Buitenhuizerweg 4 wordt gebruik gemaakt van de ruimte-voor-ruimte regeling. Op het erf stonden naast de huidige bedrijfswoning verschillende bedrijfsgebouwen met een oppervlak van circa 2.400 m2. Op basis van lid 1 sub a mogen, naast de bestaande (bedrijfs)woning ten minste 2 compensatiewoningen gebouwd worden. Zoals beschreven in paragraaf 3.1 Planvorming, worden twee nieuwe woningen gerealiseerd. Om gebruik te mogen maken van deze regeling is sub 3 van toepassing. De huidige bebouwing is ruim voor 2014 gerealiseerd, namelijk in 1930,1960 en 1999. Daarmee wordt voldaan aan sub a.
Sub b en c zijn niet van toepassing. In het stedenbouwkundig plan (zie bijlage 1 bij de regels) zijn de randvoorwaarden vastgelegd (sub d). Tot slot is het plangebied niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland of een beekdal en bergingsgebied. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan aan de provinciale verordening voldoet.
39
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
Artikel 2.17 Woningbouw (of artikel 3.16 Woningbouw omgevingsverordening Drenthe 2023) 1. Een ruimtelijk plan kan voorzien in nieuwe woningbouw mits de behoefte op basis van de gemeentelijke woonvisie kan worden aangetoond en aansluit bij bestaand stedelijk gebied. De gemeentelijke woonvisie ten aanzien van de woningvoorraad: a. draagt bij aan balans tussen vraag en aanbod in de gehele Drentse woningvoorraad op de lange termijn en is hiertoe afgestemd binnen de woningmarktregio's; b. benoemt tenminste de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, duurzaamheid en kernenstructuur. c. schetst de opgaven in de bestaande woningvoorraad; d. geeft aan op welke wijze balans op lange termijn wordt gerealiseerd; e. geeft een lange termijn beeld. Voor het plangebied Kerkweg wordt gebruikgemaakt va artikel 2.17 lid 1. Zoals blijkt uit paragraaf 4.4.1 'Samen aan zet! Toekomstvisie 2022-2040 zijn deze gronden aangewezen als uitbreidingslocaties van Ruinerwold. Zoals uitgebreid beschreven in paragraaf 3.3 Laddertoets is voor de periode tot 2030 een verwachte woningbehoefte van 810 - 1.060 extra woningen, waarvan het grootste deel in de komende vijf jaar nodig is. Regionaal is afgesproken dat in De Wolden de bouw van 747 woningen wordt versneld. De locatie is aangemerkt als een van de sleutelprojecten in de regionale afspraken (woondeal), zie paragraaf 4.3.1 Regionale Woondeal Zuidwest Drenthe 2022.
Doordat het plan in drie fases wordt uitgewerkt en in iedere fase wordt voorzien in woningen voor verschillende doelgroepen, levert de ontwikkeling een structurele bijdrage aan de woningbouwopgave op de langere termijn. Conclusie Het voorgestelde plan sluit aan bij de provinciale kaders. Het plan sluit aan doordat het direct aansluitend aan de bebouwde kom van Ruinerwold wordt gebouwd. Rekening wordt gehouden met landschappelijke structuren, er is sprake van landschappelijke inpassing (zie hiervoor bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4 bij de regels) en er is voldoende behoefte aan de voorgestelde woningen. Hierop wordt in het gemeentelijk beleid (paragraaf 4.4 Gemeentelijk beleid) en de laddertoets (paragraaf 3.3 Laddertoets) nader op ingegaan. De overige artikelen uit de verordening zijn voor het plangebied niet relevant. De beoogde aanpassing in de actualisatie zorgt voor een bredere toepasbaarheid voor initiatieven. 4.2.3
Cultuurhistorisch Kompas Drenthe
De nota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe maakt onderdeel uit van het provinciale beleid op het gebied van ruimtelijke ordening en cultuurhistorie. Het voorliggende plan is daarom getoetst aan de uitgangspunten die hierin worden genoemd. In de nota wordt voor het betreffende gebied in Ruinerwold aangegeven dat sprake is van twee bebouwingslinten, namelijk langs de Dr. Larijweg en in een latere fase langs de Wolddijk (in het verlengde van Haakswold en Dijkhuizen). In paragraaf 6.9.3 van de nota wordt de ambitie uitgesproken om het tussenliggende gebied tussen de linten zoveel mogelijk open te houden. De situering van de met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningen levert geen aantasting op van deze openheid. Dit is beschreven in paragraaf 3.1 Planvorming en in gebiedsanalyse zoals opgenomen in bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4 bij de regels. Er is met de ontwikkeling van het gebied rekening gehouden met de overgang naar het omliggende landschap en de cultuurhistorie van het gebied.
40
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Regionale Woondeal Zuidwest Drenthe 2022
Gemeenten in de regio Zuidwest Drenthe hebben op 21 december 2022 met het Rijk en de provincie een versnelling afgesproken van de bouw van minimaal 5.033 woningen. De uitbreidingswijk aan de Kerkweg in Ruinerwold met 125 woningen waarover dit plan gaat, is daarin al benoemd als sleutelproject voor de versnellingsopgave van De Wolden. De gemeenten in Zuidwest Drenthe verwerken deze versnellingsambitie in het lokale beleid. Conclusie Het plan past binnen de ambitie en woningbouwaantallen die zijn vastgesteld met de woondeal. In paragraaf 3.3 Laddertoets is aangegeven hoe het plan past binnen de regionale afspraken. 4.3.2
Woningmarkt behoefteonderzoek regio Zuidwest en Midden-Drenthe
In 2021 is een (regionaal) woningmarktonderzoek uitgevoerd, in opdracht van de gemeenten en woningcorporaties in Zuidwest en Midden-Drenthe. Hierin wordt een beeld geschetst van de woningmarkt in de regio en de belangrijkste kernopgaven van 2021 tot 2030, met een doorkijk naar 2040. Door de gemeenten in Zuidwest en Midden-Drenthe is bestuurlijk afgesproken dit onderzoek te gebruiken als basis voor de gemeentelijke woonvisies (zie paragraaf 4.4.2 Woon(zorg)visie 2023 en 3.3 Laddertoets). Conclusie De gemeente De Wolden heeft het behoefteonderzoek verwerkt door vaststelling van de Woonzorgvisie 2023. Het plan sluit aan bij de behoefte en stuurt op diverse doelgroepen. 4.3.3
Verstedelijkingsstrategie regio Zwolle
Op 1 februari 2023 is de verstedelijkingsstrategie regio Zwolle vastgesteld. Deze strategie is een samenwerking tussen 22 gemeenten, waaronder De Wolden, en 4 provincies rondom de stad Zwolle. Om richting te geven aan de forse groeiambitie van de regio, maar tegelijk aandacht te hebben voor klimaatadaptatie en behoud van landschappelijke kwaliteit, is een integrale afweging nodig. De koers van de regio is bepaald aan de hand van 7 ontwikkelprincipes. Voor het plangebied zijn met name de principes van klimaatadaptatie en woningbouwopgave van belang. Vanuit het belang van klimaat is het uitgangspunt dat nieuwe verstedelijking niet mag leiden tot een grotere water- of klimaatopgave, maar moet juist leiden tot verkleining van het probleem. Natuurlijke oplossingen hebben de voorkeur boven technische oplossingen. Vanuit het belang van de woningbouwopgave geldt dat nieuwe woningbouwontwikkeling een aanvulling moet zijn op het bestaande aanbod en rekening moet houden met demografische trends. Conclusie In het plan is veel aandacht besteed aan het vasthouden van water binnen het plangebied. Daarnaast wordt door de inzet op variatie in woningtypen aangesloten bij de lokale en regionale woningbehoefte, zoals beschreven in paragraaf 3.3 Laddertoets. Het plan voegt zich daarmee naar de verstedelijkingsstrategie van de regio Zwolle.
41
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
'Samen aan zet! Toekomstvisie 2022-2040
De toekomstvisie 'Samen aan zet!', beschrijft de stip op de horizon (2040) waar de gemeente De Wolden naar toe ontwikkelt. Het fungeert als een leidraad in de samenwerking tussen gemeente, inwoners, ondernemers en samenwerkingspartijen. De samenleving wordt uitgenodigd om samen vorm te geven aan de ambities en uitdagingen die zijn geformuleerd. De drie hoofdambities zijn vitale samenleving, landschap als drager en duurzame leefomgeving. Verhalend wordt de toekomst van De Wolden beschreven als: In 2040 is De Wolden een gemeente waar groen, verbinding en vernieuwing hand in hand gaan en waar het landschap ruimte biedt aan bestaande en nieuwe functies. Een gemeente waar het welzijn van ons allen voorop staat, waar we duurzaam omgaan met de beschikbare ruimte en manieren hebben gevonden om de kwaliteiten van het landschap te behouden voor huidige en toekomstige generaties. Een gemeente waar het begrip naoberschap opnieuw is uitgevonden en waar initiatieven uit de samenleving nog meer ruimte krijgen. Het fraaie en afwisselende landschap met karakteristieke dorpen biedt huisvesting aan een groeiend aantal Woldenaren. Daarnaast is de gemeente een plek waar dagjesmensen en vakantiegangers hun hart kunnen ophalen. En dat terwijl de sector toerisme en recreatie nu al één van de belangrijkste economische pijlers is in de gemeente.
Ten aanzien van woningbouw ziet De Wolden zich als het groene hart van de regio waar het prettig en ruim wonen is. Deze kwaliteit willen ze uitdragen in de regio en daarbuiten. Om de gevolgen van vergrijzing het hoofd te bieden en de kwaliteit en kwantiteit van het voorzieningenniveau te verhogen worden meer (jonge) mensen uit de regio aan de gemeente verbonden. In samenwerking met de Regio Zwolle wordt een bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave van de regio en wordt ingezet op groei van het aantal woningen. Hierbij wordt nieuwbouw gezien als een flexibele opgave die meebeweegt met de tijd. Er wordt ingezet op beheerste uitbreiding van de kleine dorpen en grootschalige uitbreiding (extra groei) van de kerndorpen. Leidraad voor de fysieke leefomgeving is: Bij elke nieuwe ontwikkeling gaat de voorkeur uit naar inbreiding boven uitbreiding. In de kerndorpen (Zuidwolde, de Wijk, Ruinen, Ruinerwold en Koekange) en in Alteveer-Kerkenveld willen wil de gemeente uitbreiding toestaan. In de kerndorpen wordt uitbreiding actief gestimuleerd, ook als de behoefte niet uit het eigen dorp komt. In de kleine dorpen wordt voorzichtig omgegaan met uitbreidingen. Het landschappelijke karakter van de dorpen moet bij nieuwe ontwikkelingen behouden blijven. Uitbreiding vindt bij voorkeur aansluitend aan de bestaande dorpen plaats.
De gemeente is terughoudend met het bouwen van woningen die niet grenzen aan de bestaande dorpen, behalve als er sprake is van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) mag binnen de kaders van de programma's ontwikkeld worden voor woningbouw. Nieuwe ontwikkelingen passen binnen de aard en de schaal van het landschap en laten zich inspireren door de cultuurhistorie van het gebied waar de ontwikkeling plaatsvindt. Nieuwe woningbouwinitiatieven worden zoveel mogelijk klimaatadaptief ingericht. Het besteden van aandacht aan het leefklimaat in en rond de woningen. Het stimuleren van initiatieven die gebruik maken van circulaire bouwmaterialen. De gemeente stimuleert bouw-initiatieven die vanuit de samenleving ontstaan. Denk hierbij ook aan collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO).
42
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
Structuurvisie De Wolden (2011) Met het vaststellen van de Toekomstvisie 2022-2040 ' Samen aan zet!' is de voormalige structuurvisie De Wolden (2011) komen te vervallen. Met de Toekomstvisie zijn de uitbreidingslocaties zoals deze waren opgenomen in de structuurvisie overgenomen. Omdat de structuurvisie op dit onderdeel is overgenomen, blijft dit relevant voor dit bestemmingsplan. De planmatige uitbreidingsrichtingen voor woningbouw in de vijf kerndorpen zijn op een structuurvisie kaart gezet. De visiekaart voor Ruinerwold is hieronder weergegeven in figuur 4.1. Hierop zijn vier uitbreidingsrichtingen te zien, waarbij duidelijk is dat ter plaatse van het plangebied een uitbreiding van de kern is voorzien (de zuidelijke ster). In dit gebied ziet de gemeente kansen voor een mooi woonklimaat, waarbij oog moet zijn voor voldoende afstand tot buurtschap Blijdenstein. In de structuurvisie werd benoemd dat het landschap één van de belangrijkste kwaliteiten vormt voor de gemeente De Wolden en daarmee randvoorwaardelijk dient te zijn bij nieuwe ontwikkelingen. Om hierop te kunnen sturen is los van de Structuurvisie een Landschappelijk Ontwikkelingskader (LOK) opgesteld, waarop wordt ingegaan in paragraaf 4.4.4 Landschappelijk Ontwikkelingskader.
43
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
Figuur 4.1: Structuurvisie De Wolden (2011) uitbreidingsmogelijkheden Ruinerwold. Conclusie Het plan sluit aan bij de toekomstvisie van de gemeente. Uitbreiding van het kerndorp Ruinerwold is gewenst om voorzieningenniveau te versterken en dynamisch te blijven. De diversiteit aan woningtypen in het plan sluit goed aan bij de wens om verschillende woonwensen te bedienen en bij te dragen aan lokale en regionale behoeften. Het plangebied is als uitbreidingslocatie opgenomen in de toekomstvisie. Het plangebied wordt gezien als een goede mogelijkheid voor een prettig nieuw woonklimaat, met aandacht voor de aanwezige landschappelijke kenmerken. Ontwikkeling van de vrijkomende agrarische bebouwing op locatie Buitenhuizerweg 4 voor woningbouw is eveneens passend binnen de visie. 4.4.2
Woon(zorg)visie 2023
De woon(zorg)visie “Veelzijdig wonen in De Wolden!” geeft een overzicht van de belangrijkste woningmarktopgaven in gemeente De Wolden voor de komende jaren en is een concretisering van regionaal en provinciaal beleid. De woon(zorg)visie gaat in op de belangrijkste opgaves van de woningmarkt: Het toevoegen van nieuwe woningen. Het verduurzamen en toekomstbestendig maken van de bestaande woningvoorraad. De betaalbaarheid. Wonen en Zorg. Leefbaarheid van wijken en dorpen. Huisvesting van aandachtsgroepen. De kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave in de gemeente en in Ruinerwold is in paragraaf 3.3
44
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
Laddertoets behandeld. De gemeente werkt ook met een afwegingskader voor woningbouw. Alle complexe ruimtelijke initiatieven worden intern besproken in de zogenaamde ‘intaketafel’ aan de hand van een format. Kansrijke initiatieven gaan door naar de ‘omgevingstafel’. Daar zitten ook de initiatiefnemers en soms andere belanghebbenden bij. Een van de onderwerpen aan de intaketafel en de omgevingstafel is of het initiatief aansluit bij het woonbeleid. Het afwegingskader is het instrument om die vraag te beantwoorden. Wanneer een woningbouw- of transformatieplan aan alle criteria voldoet, komt het in de snelst mogelijke procedure terecht. Aan hoe meer criteria een plan voldoet, hoe sneller de procedure kan verlopen. In het programma woningbouwversnelling zal de gemeente benoemen welke criteria absoluut noodzakelijk zijn om voor versnelling in aanmerking te komen. Wanneer niet aan de criteria wordt voldaan, zal maatwerk nodig zijn en duurt het langer.
Figuur 4.2: Afwegingskader (bron: Woon(zorg)visie) Conclusie De uitbreidingslocatie is benoemd als versnellingslocatie in de regionale woondeal (zie paragraaf 3.3 Laddertoets). Dit project voldoet aan de criteria die in het gemeentelijk toetsingskader zijn benoemd en geeft invulling aan de gemeentelijke woningbehoefte.
4.4.3
Welstandsnota 2013
In de raadsvergadering van 13 december 2012 heeft de gemeenteraad besloten tot het welstandsvrij verklaren van grote gebieden van de gemeente. Hiermee wordt het vertrouwen bij de samenleving gelegd om bij nieuwe initiatieven om aansluiting te zoeken bij de ruimtelijke kwaliteiten in de gemeente. Het grootste deel van De Wolden is welstandsvrij. In tien gebieden is welstandstoetsing nog wel aan de orde. Deze gebieden zijn Dr. Larijweg, Dijkhuizen, Oosteinde, Wolddijk, Boerpad, Haakswold, Echten, Ten Arlo, Kraloo, Rheebruggen en het Reestdal. In Ruinerwold wordt vooral grote cultuurhistorische waarde toegekend aan de kenmerkende bebouwing langs de historische linten. Deze gebieden blijven welstandsplichtig, net als monumenten en een aantal karakteristieke gebouwen. De rest van het dorp en het omliggende landschap is aangeduid als
45
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
'welstandsvrij'. Dit geldt ook voor het plangebied aan de Kerkweg en de Buitenhuizerweg. Conclusie Het plangebied is aangeduid als welstandsvrij. Dit betekent niet dat elke ontwikkeling passend is. Voor het plangebied is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, en is toegevoegd aan bijlage 1 bij de regels. Hiermee is een kader ontstaan waardoor er samenhang in het plangebied ontstaat en de aansluiting met de omgeving is geborgd. Het plan sluit hierdoor aan op het welstandsbeleid van de gemeente. De overwegingen voor het beeldkwaliteitsplan worden besproken in hoofdstuk 3.2. 4.4.4
Landschappelijk Ontwikkelingskader
De gemeenteraad stelde op 2 november 2012 het Landschappelijk Ontwikkelingskader (LOK) voor De Wolden vast. De reden hiervoor is dat het landschap als één van de belangrijkste kwaliteiten van de gemeente wordt beschouwd. Nieuwe ontwikkelingen dienen zich in het landschap te voegen en hier waar mogelijk een bijdrage aan te leveren. Andersom bieden nieuwe ontwikkelingen ook kansen om landschappelijke kwaliteiten terug te brengen die zijn verdwenen. Uitgangspunten van het LOK zijn dan ook: het behouden en versterken van de landschappelijke kenmerken binnen de gemeente en daarmee ook het versterken van de landschappelijke verschillen in de gemeente; het verenigen van nieuwe ontwikkelingen en bestaande kwaliteiten op een landschappelijk verantwoorde manier, met als doel meerwaarde te creëren voor de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit; het op een landschappelijk verantwoorde manier verankeren van de dorpen en de ontwikkelingen bij de dorpen in de omgeving. Rondom de dorpen worden op landschappelijk gebied vooral kleinschalige veranderingen voorzien, zoals woningbouw op beperkte schaal. De meeste verandering wordt voorzien in het landelijk gebied in het licht van bedrijfsverbreding, vergroting of functieverandering. Kenmerken laagveen ontginningen Van oudsher hadden de laagveengebieden een besloten karakter door de vele elzensingels op de perceelsgrenzen.
Door schaalvergroting in de landbouw en de wens om de gronden efficiënter te benutten zijn in de omgeving van Ruinerwold elzensingels weggehaald. Bovendien zijn door ruilverkavelingen gronden samengevoegd. De gemeente geeft in het LOK aan dat nieuwe ontwikkelingen de opstrekkende verkaveling weer dienen te accentueren. Andere kenmerken rondom Ruinerwold zijn: Wegdorpen als ontginningsas met Ruinerwold als bijzonder dubbellint. Langgerekte slagenverkaveling loodrecht op deze assen (opstrekkend, smal, recht). Verkaveling tot aan de Woldse Aa. Sloten als perceelscheiding in regelmatig patroon. Deels verdwenen bosstroken en singelbeplanting op perceelsgrenzen (met els, eik, hulst), daar waar de beplanting nog aanwezig is, is het landschap kleinschalig en besloten, daar waar zij verdwenen is, is het landschap open. Dorp en landschap loopt in elkaar over, zachte randen. Uitzondering is de harde rand van bedrijventerrein Hoge Akkers. Plangebied Het plan voorziet in de geleidelijke ontwikkeling van 125 woningen aan de Kerkweg en een functieverandering van het perceel aan de Buitenhuizerweg 4, waar twee compensatiewoningen aan het erf worden toegevoegd. De ontwikkeling van een nieuwe woonwijk aan de rand van Ruinerwold was al voorzien in de Structuurvisie en in de toekomstvisie, zie hiervoor paragraaf 4.4.1 'Samen aan zet!
46
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
Toekomstvisie 2022-2040, overgenomen. Met de stedenbouwkundige opzet van de wijk heeft een analyse van het landschap en de cultuurhistorie plaatsgevonden. De uitgebreide analyse is opgenomen in bijlage 1 bij de regels. Het uitgangspunt bij de ontwikkeling van de wijk is het behoudt van de bestaande verkavelingsstructuur geweest. Hiermee wordt aansluiting gezocht bij de rechte lijnen die voorkomen in het landschap. Langs de randen van het plangebied en langs de bestaande greppel middenin het plangebied wordt opgaande inheemse beplanting aangebracht. Hiermee ontstaat een groene afscherming, wat tevens zorgt voor een zachte overgang van bebouwing naar open buitengebied. Het erf aan de Buitenhuizerweg 4 zal vanuit functieverandering worden herontwikkeld. De erfontsierende bebouwing is gesloopt en daarvoor in de plaats worden 3 nieuwe woningen (2 nieuw + 1 bestande) gerealiseerd. Voor de landschappelijke inpassing van dit erf is een inrichtingsplan opgesteld. Dit plan is opgenomen in bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4, bij de regels. Hierbij is veel aandacht voor de inpassing van het nieuwe erf in het landschap, de relatie met de omliggende erven en de historische context van het perceel zelf. Groene inpassing en beplanting langs de erfranden zorgen voor een zachte overgang tussen erf en omliggend landschap.
Conclusie Het voorgenomen plan legt een duidelijke relatie tussen dorp en landschap. Daarmee sluit het aan op het doel van het LOK om nieuwe ontwikkelingen onderdeel te laten worden van het landschap. 4.4.5
Ruimte voor ruimte regeling
In de beheersverordening Buitengebied is onder de algemene afwijkingsregels een gemeentelijke vertaling van de provinciale ruimte voor ruimte regeling opgenomen (Art 35 onder j). Artikel 35 sub j lid 1. Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van: j. het bepaalde in het plan en toestaan dat binnen de bestemming Agrarisch, Agrarisch met waarden, Agrarisch - Aanverwante bedrijven, Agrarisch - Dienstverlenende bedrijven, Bedrijf of Wonen een woning wordt gebouwd, met dien verstande dat: 1. op het betreffende voormalige bouwperceel ten minste 750 m² met een afwijkingsmarge van 5% aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (voor één woonhuis) of ten minste 2.000 m² met een afwijkingsmarge van 3% (voor twee woonhuizen) aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, niet zijnde cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, moet worden gesloopt (vierkante meters die bij recht teruggebouwd mogen worden (inclusief mogelijke afwijkingen) tellen niet mee in de m² te slopen bebouwing); 1.
indien de minimale oppervlakte niet op één bouwperceel kan worden gehaald het tevens mogelijk is de oppervlakte samen te voegen met andere percelen (salderen), waarbij per afzonderlijk perceel minimaal 375 m² bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt (vierkante meters die bij recht teruggebouwd mogen worden (inclusief mogelijke afwijkingen) tellen niet mee in de m² te slopen bebouwing; 2. indien er sprake is van saldering dient de compensatiewoning te worden opgericht op 1 van de percelen waarop bebouwing wordt gesloopt; 3. de ter compensatie van de sloop nieuw te bouwen woning mag niet gebouwd worden in gebieden die in de provinciale omgevingsvisie zijn aangewezen als Natuur Netwerk Nederland (NNN; voorheen Ecologische Hoofdstructuur ), dan wel op de es tenzij er in de huidige situatie een agrarisch bouwblok is gesitueerd; 4. er middels een inrichtingsschets met landschappelijke inpassing conform het Landschappelijk Ontwikkelingskader De Wolden (LOK) aangetoond moet zijn dat er sprake is van een verbetering
47
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit; 5. de geluidbelasting van de geluidgevoelige gebouwen niet hoger mag zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere waarde; 6. aangetoond moet zijn dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de geomorfologische, cultuurhistorische en archeologische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en dat geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; 7. dat in principe de gehele locatie met voormalige agrarische bebouwing moet worden gesloopt (met uitzondering van de voormalige bedrijfswoning met bijgebouwen); 8. de te slopen gebouwen moeten minimaal 3 jaar agrarisch in gebruik zijn geweest; 9. de te slopen gebouwen mogen niet zijn aangewezen als rijksmonument of aangemerkt zijn als cultuurhistorisch of architectonisch waardevol, dan wel een karakteristieke aanduiding hebben; Doorwerking wijzigingsregel In artikel 35, lid 1, sub j, is bepaald dat binnen de bestemming 'Agrarisch met waarde' twee woningen mogen worden gebouwd indien op het betreffende voormalige bouwperceel ten minste 2.000 m² aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt.
Aan deze regeling zijn verschillende voorwaarden verbonden: Conform het provinciaal beleid is het plangebied niet aangewezen als NNN-gebied. Deze voorwaarde is dus niet van toepassing op onderhavige plangebied. In het stedenbouwkundig plan, zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels, is de nieuwe erfinrichting opgenomen. De beoogde erfinrichting is volgens het Landelijk Overleg Kwaliteit (LOK) opgesteld. Uit paragraaf 5.4 Geluid blijkt dat de geluidbelasting op de gevels niet hoger is dan de voorkeurgrenswaarden. Alle bedrijfsgebouwen worden gesloopt en vervangen voor drie nieuwe woningen (één bestaande en twee compensatiewoningen). In de huidige situatie zijn alle bedrijfsgebouwen gesloopt. zoals blijkt uit paragraaf 5.10 Archeologie en cultuurhistorie is het erf en/of de opstal niet aangewezen als rijksmonument of cultuurhistorie. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat onderhavige ontwikkeling op de Buitenhuizerweg 4 voldoet aan de ruimte voor ruimte regeling zoals opgenomen in artikel 35, lid 1, sub j. 4.4.6
Transitievisie Warmte 2021
Alle gemeenten in Nederland hebben de opdracht gekregen om een Transitievisie warmte op te stellen. De gemeente De Wolden schetst in haar visie welke route ze voor zich ziet om de gebouwde omgeving van het aardgas af te krijgen. In de visie is onder meer aangegeven welke energiebronnen aanwezig zijn in de gemeente om hiervoor te benutten. De Wolden ziet de uitvoering voor bestaande wijken na 2030 starten, met de nadruk op individuele oplossingen. In eerste instantie wordt vooral ingezet op energiebesparing. In Ruinerwold ziet de gemeente koppelkansen om met de renovatie van corporatiewoningen voor 2025 ook andere woningen mee te nemen in verduurzaming. De gemeente ziet collectieve oplossingen op buurtniveau als alternatief voor individuele oplossingen. Nieuwbouwwoningen kunnen op een lage temperatuur warmtenet worden aangesloten, indien dit technisch mogelijk is. Conclusie Het plan voorziet in woonbebouwing met eigen warmtevoorziening, zonder het gebruik van aardgas. Daarmee sluit het aan bij de transitievisie. Daarnaast worden de woningen zo energiezuinig mogelijk gerealiseerd.
48
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
4.4.7
Parkeernota
De gemeente De Wolden heeft in het Gemeentelijk Verkeers- en vervoersplan De Wolden, haar parkeerbeleid opgenomen. In dit beleid is beschreven dat de gemeente bij het berekenen van de parkeerbehoefte gebruik gemaakt van de kencijfers uit CROW-publicatie 381. Uit paragraaf 3.4 Verkeer en parkeren blijkt dat in het plangebied voldoende ruimte is om de parkeeropgave op te vangen binnen het plangebied zelf. Uit figuur 3.13 en het stedenbouwkundigplan (bijlage 1 bij de regels) blijkt binnen het plangebied 271 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Van deze 271 liggen er 189 in het openbaar gebied. De overige 82 parkeerplaatsen worden op eigen terrein bij de woningen gerealiseerd. Met deze parkeeroplossing wordt ruimschoots voldaan aan de berekende parkeerbehoefte. In toenemende mate zal door verduurzaming sprake zijn van elektrificatie van vervoer. Naast voldoende parkeerplaatsen voor woningen zal daarmee ook voldoende ruimte moeten zijn voor het aanleggen van laadinfrastructuur. In het voorliggend plan is deze ruimte aanwezig in het openbaar gebied. Conclusie Er wordt voldoende parkeergelegenheid aangelegd binnen het voorliggend plan.
49
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
50
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
Hoofdstuk 5
M ilieu- en omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan relevante milieu- en omgevingsaspecten.
5.1
Vormvrije m.e.r. beoordeling
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is indien (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2): de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van netto 127 woningen en het plangebied heeft een oppervlakte van 40.000 m2. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Door middel van de toetsing aan de verschillende milieuaspecten in de hierna volgende paragrafen wordt voorzien in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling. Tevens is ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan een aanmeldnotitie vormvrije mer opgesteld, zie hiervoor bijlage 1. Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.
5.2
Bedrijven- en milieuzonering
5.2.1
Toetsingskader
Met dit project worden milieugevoelige functies toegevoegd, namelijk woningen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies: rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieu-ruimte van de betreffende bedrijven; ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd. Om de belangen tussen bedrijvigheid en een goed woon- en leefmilieu voor de nieuwe woningen te kunnen afwegen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze brochure is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen rustige woonwijk of buitengebied en gemengd gebied. Het aspect geluid is in veel gevallen de bepalende factor voor de richtafstand.
51
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
De definitie van een rustige woonwijk/rustig buitengebied is: 'Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijk baar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.' De definitie van een gemengd gebied is: 'Een gebied met een matige tot sterk e functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals wink els, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden en hogere milieunormen rechtvaardigen. Tabel 5.1: richtafstanden tot aan milieucategorie 4.1 milieucategorie
1 2 3.1 3.2 4.1
richtafstand rustige woonwijk en gemengd gebied rustig buitengebied 10 m 0m 30 m 10 m 50 m 30 m 100 m 50 m 200 m 100 m
Het plan wordt beschouwd als rustige woonwijk. In het noorden wordt aangesloten op een bestaande woonwijk. Ten oosten en zuiden van het plangebied liggen agrarische gronden. 5.2.2
Doorwerking in het plan
Kerkweg Ten westen van het plangebied, aan de overzijde van de Kerkweg, ligt het bedrijventerrein van Ruinerwold waar verschillende bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Op basis van het geldende bestemmingsplan bedrijfsterrein Hoge Akkers (2008) zijn hier bedrijven tot milieucategorie 3.1 toegestaan. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter. Een uitzondering hierop is een bedrijf aan de Hoge Akkers 13. Voor deze locatie is een bedrijf in milieucategorie 3.2 toegestaan. Hiervoor geldt een richtafstand van 100 meter. De afstand van de plangrens tot het bedrijventerrein is minimaal 55 meter. Voor bedrijven binnen milieucategorie 3.1 kan voldaan worden aan de richtafstand. Voor de bedrijfslocatie met milieucategorie 3.2 wordt niet voor het hele plangebied voldaan aan de richtafstand. Direct tegenover de betreffende bedrijfslocatie staan echter ook al woningen op kortere afstand dan het plangebied. Het bouwen van woningen binnen het plangebied zal voor deze bedrijfslocatie daarmee geen nieuwe belemmeringen opleveren. Ten aanzien van het woon- en leefklimaat voor de huishoudens in de nieuwe woningen is rekening gehouden met de positionering van de woningen in het stedenbouwkundig plan. De bedrijfsactiviteiten waar geluidsproductie te verwachten valt, vinden inpandig plaats. Daarnaast fungeren de bestaande woningen als geluidswering voor de nieuwe woningen.
Op basis hiervan wordt voor deze woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd. Voor de overige woningen geldt een goed aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Buitenhuizerweg Met dit bestemmingsplan wordt de voormalige varkenshouderij aan de Buitenhuizerweg 4 vervangen voor
52
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
twee extra woningen. Met het wegbestemmen van de agrarische activiteiten verdwijnt de geurhinder van dit bedrijf. Het wegvallen van deze geurhinder heeft een positief effect op het woon- en leefklimaat van de omliggende woningen aan de Buitenhuizerweg. Daarnaast is het wegbestemmen van de agrarische activiteiten noodzakelijk om de beoogde woningen aan de Kerkweg mogelijk te maken. Op het voormalige agrarische erf worden drie woningen gerealiseerd (twee nieuwe en de bestaande woning). Ten oosten van het plangebied Buitenhuizerweg 4 is een agrarisch (rundveehouderij) bedrijf gevestigd (Buitenhuizerweg 6). De richtafstand voor de rundveehouderij is op basis van de VNG-brochure 100 meter (fokken en houden van rundvee). Met name geur speelt hier een rol. Aan deze richtafstand wordt voldaan, de minimale afstand is circa 200 meter. Conclusie Bedrijven in de omgeving worden niet belemmerd in de huidige bedrijfsvoering. Daarnaast is een goed woon- en leefklimaat te garanderen voor de nieuwe woningen. Ten aanzien van het aspect bedrijven- en milieuzonering is het plan daarmee uitvoerbaar.
5.3
Milieuhinder (agrarisch)
5.3.1
Toetsingskader
Wet geurhinder en veehouderij (milieu) en Activiteitenbesluit De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt: voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting op een geurgevoelig object; voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, deze zijn weergegeven in de onderstaande tabel 5.3. Tabel 5.3: Overzicht geurnormen Wgv binnen bebouwde kom
buiten bebouwde kom
diercategorieën Rgv
concentratiegebied max. 3 ouE/m3
niet-concentratiegebied max. 2 ouE/m3
andere diercategorieën diercategorieën Rgv
min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object max. 14 ouE/m3
min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object max. 8 ouE/m3
andere diercategorieën
min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object
min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object
Voor geurgevoelige objecten die onderdeel uitmaken van een andere veehouderij gelden niet de maximale geurbelastingen, maar de minimale afstanden van: 100 m ten opzichte van geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom; en 50 m ten opzichte van geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop:
53
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
de geurbelasting wordt bepaald; de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelasting geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). 5.3.2
Doorwerking in het plan
Aan de Buitenhuizerweg nr. 6 is op dit moment één agrarisch bedrijf, namelijk een rundveehouderij gevestigd. Aan de Buitenhuizerweg 4 (onderdeel van de planvorming) ligt een agrarische bestemming. Zoals in hoofdstuk 3 Het plan is beschreven zal de bedrijfsactiviteit hier worden beëindigd. Dit bedrijf wordt daarom niet getoetst. Beëindiging van de bedrijfsactiviteit levert een verbetering op voor het woonen leefklimaat van de al aanwezige woningen rondom het plangebied. De richtafstand voor de rundveehouderij op nummer 6 is op basis van de VNG-brochure 100 meter (fokken en houden van rundvee). Met name geur speelt hier een rol. Aan deze richtafstand wordt voldaan voor beide delen van het plangebied; de minimale afstand is circa 200 meter.
5.4
Geluid
5.4.1
Toetsingskader
Veel ruimtelijke plannen hebben te maken met geluid; als ontvanger van geluid of als veroorzaker van geluid. Het aspect geluid wordt geregeld in diverse wet- en regelgeving. De belangrijkste wet- en regelgeving omtrent het aspect geluid betreffen: Wet geluidhinder. Wetmilieubeheer. Activiteitenbesluit. Wetruimtelijke ordening. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het begrip 'geluidgevoelige objecten' is in de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer bepaald. De Wet geluidhinder maakt onderscheid in de volgende drie categorieën: woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen: onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven (Besluit geluidhinder artikel 1.2); geluidsgevoelige terreinen: woonwagenstandplaats en ligplaatsen voor woonschepen (Besluit geluidhinder artikel 1.2). In de Wet milieubeheer wordt dit onderscheid niet gemaakt, maar deze wet gaat wel uit van dezelfde objecten. Als middels een plan een geluidbron of een geluidgevoelig object wordt mogelijk gemaakt, of een uitbreiding van een geluidbron of een geluidgevoelig object plaatsvindt, dan is een toetsing in het kader van geluid nodig. Voor voorliggend plan is een toets aan de Wet geluidhinder en de Wet ruimtelijke ordening doorlopen, zie hiervoor paragraaf 5.4.2 Geluid verkeer.
Wet geluidhinder In de Wgh zijn regelingen opgenomen ten behoeve van geluid in de omgeving afkomstig van de drie
54
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
geluidbronnen wegen (met uitzondering van rijkswegen), spoorwegen (met uitzondering van hoofdspoorwegen) en industrielawaai. Deze geluidbronnen hebben een geluidzone. Bij plannen waarbij binnen deze geluidzones een geluidgevoelig object mogelijk wordt gemaakt, of een uitbreiding plaatsvindt van een geluidgevoelig object dient de geluidbelasting op dit object te worden getoetst. In artikel 76 Wgh is aangegeven dat bij woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen binnen een geluidzone moet worden aangetoond of wordt voldaan aan de hoogst toelaatbare waarde van 48 dB. In artikel 100a Wgh is aangegeven dat voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel van woningen een hogere waarde kan worden vastgesteld met een maximale verhoging van 5 dB, dus maximaal 53 dB. 5.4.2
Geluid verkeer
Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 5.4 weergegeven. Tabel 5.4: schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh
De kerkweg is een weg met twee stroken en geldt ter hoogte van het plangebied een maximumsnelheid van 50km/uur. De geluidzone van deze weg bedraagt 200 - 250 meter. Daarmee is het plangebied binnen deze geluidzone gelegen. Uit de atlas leefomgeving van wegverkeerslawaai blijkt dat voor de ontwikkeling aan de Buitenhuizerweg 4 wordt voldaan aan de voorkeurgrenswaarde van 48dB, het gehele gebied is namelijk gelegen in de zone <45dB. Voor de ontwikkeling aan de Kerkweg geldt dat een deel van de woningen zijn gelegen in de zone 46-50 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63dB wordt niet overschreden.
55
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
Figuur 5.1: Geluidbelasting Kerkweg (bron: Atlas leefomgeving) Op basis van een akoestisch onderzoek is bepaald waar de voorkeursgrenswaarde ligt en of er een hogere grenswaarde procedure noodzakelijk is. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 2 bij de toelichting. De berekende geluidbelasting vanwege het 60 km-gedeelte van de Kerkweg bedraagt ten hoogste Lden = 52 dB op de voorgevel van de direct langs deze weg geprojecteerde woningen. Daarmee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB; de maximale grenswaarde van Lden = 63 dB wordt niet overschreden. Voor deze woningen wordt een hogere grenswaarde vastgesteld. Voor het geluid vanwege de Buitenhuizerweg geldt dat ter plaatse van de nieuw geprojecteerde woningen aan de Buitenhuizerweg 4 wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB. Conclusie Voor de woningen aan de kerkweg is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is de geluidbelasting vanwege het 60 km-gedeelte van de Kerkweg berekend. Op de voorgevel van de direct langs deze weg geprojecteerde woningen wordt ten hoogste Lden = 52 dB gemeenten. Daarmee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB; de maximale grenswaarde van Lden = 63 dB wordt niet overschreden. Voor deze woningen is een besluit hogere grenswaarde gepubliceerd.
56
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
5.4.3
Geluid windturbines
In de nabijheid van het plangebied staan 2 kleine windturbines van het type EAZ van 21 meter hoogte. De turbine op het erf van Buitenhuizerweg 6 staat relatief dicht bij het plandeel aan de Buitenhuizerweg 4. Windturbines maken geluid en kunnen daarmee overlast veroorzaken. Bij de huidige geluidsnormen is de minimale afstand voor dit type turbine 60 meter tot kwetsbare objecten, zoals woningen. De afstand van deze turbine tot het plangebied is minimaal 200 meter. Daarmee is overlast door geluid van deze turbine niet te verwachten.
5.5
Bodem
5.5.1
Toetsingskader
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. 5.5.2
Doorwerking in het plan
Kerkweg Voor de locatie aan de kerkweg is een het verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek uitgevoerd als onderdeel van het planvoornemen van de bestemmingswijziging. Deze onderzoeken zijn vereist volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) om de geschiktheid van de gronden voor de beoogde functie te beoordelen en eventuele saneringsmaatregelen te bepalen. De resultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn opgenomen in bijlage 3 bij de toelichting van het planvoornemen. In de volgende alinea's worden de bevindingen van het onderzoek beschreven. Zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen/bijmengingen of asbestverdachte materialen waargenomen (indicatieve waarneming). Bovengrond De bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Het bovengrondmengmonster MM3 bevat een verhoogd gehalte aan lood t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor naderonderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Ondergrond De ondergrondmengmonsters MM4 t/m MM6 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v.
de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd, zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit.
57
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)
Conclusie Op basis van het bodemonderzoek zoals opgenomen in bijlage 3 bij de toelichting, kan worden geconcludeerd dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling aan de Kerkweg. Buitenhuizerweg Voor de locatie aan de Buitenhuizerweg is geen aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd omdat het terrein reeds is gesaneerd. Bij de aankoop van de gronden is een schone grond verklaring ondertekend.
5.6
Water
5.6.1
Toetsingskader
Op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen zijn voorzien van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Beleidskader Nationaal Waterplan 2016-2021 In 2015 is het Nationaal Waterplan vastgesteld. Het plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Belangrijke punten uit het nationaal waterplan zijn: Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren. Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren). Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden.
Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot het aanscherpen van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. Het NBW is een uitwerking van de uitvoering van waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; verbetering van de waterkwaliteit. Kaderrichtlijn Water (KRW) Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRW-waterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld. De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het stand-still principe, dit betekent dat de toestand van de wateren er niet op achteruit mag gaan. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen. Beleid Waterschap Drents Overijsselse Delta
58
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)