CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold Toelichting

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 19 februari 2026, gemeente De WoldenBij agendapunt: Raadsvoorstel ‘Bestemmingsplan Buitengebied – deelplan Uitbreiding Kerkweg Ruinerwold’25.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta (voorheen Reest en Wieden & Groot Salland), Vechtstromen en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het nieuwe Waterbeheerplan is één van de resultaten van deze samenwerking. De opzet en grote delen van dit Waterbeheerplan zijn inhoudelijk hetzelfde als dat van de andere waterschappen in Rijn-Oost. Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft het waterbeheerplan opgesteld. Hierin is aangegeven hoe uitvoering wordt gegeven aan de wettelijke waterschaptaken als zorgen: Een goede bescherming tegen hoog water. Een goed functionerend regionaal watersysteem. Het zuiveren van afvalwater. Met betrekking tot de verwerking van hemelwater hanteert het WDOD de volgende eisen: per vierkante meter verhard (dak)oppervlak dient er 80 mm hemelwater binnen het plangebied geborgen te worden. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen uitgeefbaar en niet-uitgeefbaar gebied. De bergingsvoorziening moet binnen 48 uur geheel beschikbaar zijn voor een nieuwe neerslagsituatie; halfverhardingen moeten in berekeningen worden meegenomen als volledige verharding.

Indien door de fabrikant aangetoond kan worden dat toegepaste halfverharding voldoende waterdoorlatend is, kan een uitzondering gemaakt worden. 5.6.2

Doorwerking in het plan

Het bestemmingsplan is in eerste instantie in een verkennend advies besproken met het waterschap. Op basis van dit verkennende advies is voor het aspect water een notitie opgesteld. Deze notitie is opgenomen in bijlage 4 Memo waterberging Kerkweg Zuid bij de toelichting. Vervolgens is op basis van geohydrologisch onderzoek een nader waterbergingsadvies opgesteld, zie hiervoor bijlage 5 Memo waterberging vervolg bij de toelichting. Op basis van deze stukken wordt het waterhuiskundig plan nader uitgewerkt. Tevens is voor de ontwikkeling een check van de digitale watertoets op de website www.dewatertoets.nl uitgevoerd. Deze is opgenomen in bijlage 3 van bijlage 4 Memo waterberging Kerkweg Zuid. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat er belangen van het waterschap worden geraakt en dat daarom de normale procedure moet worden gevolgd. In het kader van vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan het waterschap. Vervolgens is voor de ontwikkeling een waterhuiskundig plan opgesteld. Zie hiervoor bijlage 6. Voor de ontwikkeling aan de Kerkweg is de haalbaarheid van het plan met betrekking tot waterhuishoudkundige aspecten beoordeeld aan de hand van de volgende vragen: Is de waterbergingsopgave op te lossen in de openbare ruimte? Op welke manier kan dat gerealiseerd worden? Heeft dat eventueel gevolgen voor het stedenbouwkundig plan zoals dat nu is voorgesteld.

In de volgende alinea's wordt beknopt ingegaan op de notitie, zoals opgenomen in bijlage 4 Memo waterberging Kerkweg Zuid, bijlage 5 Memo waterberging vervolg en bijlage 6 Waterhuishoudkundig plan. Algemene gegevens plangebied Aan de noordwestkant van het plangebied ligt een A-watergang met een onderhoudsstrook van 5 m. Binnen het plangebied varieert de maaiveldhoogte tussen circa +1,35 en +1,70 mNAP. Uit tabel 1 en afbeelding 4 van bijlage 4 Memo waterberging Kerkweg Zuid, kan worden afgeleid dat de

59

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

bodem binnen het plangebied uit zand bestaat dat tot een diepte van circa 5 m-mv redelijk tot goed doorlatend is en tussen circa 5 en 73 m-mv goed tot zeer goed doorlatend is. Dit betekent dat er op basis van de bodemopbouw binnen het plangebied goede mogelijkheden zijn voor het infiltreren van hemelwater. Grondwater Binnen het plangebied zijn geen gegevens over de grondwaterstand bekend. Een indicatie over de GHG en GLG binnen het plangebied kan worden verkregen uit gemeten grondwaterstanden in monitoringspeilbuizen die niet binnen het plangebied staan. Op een afstand van circa 320 m tot het midden van het plangebied is een monitoringspeilbuis van TNO-NITG (met putcode GMW16H126772) gesitueerd, waarin de grondwaterstand gedurende meerdere jaren is gemeten. Met een maaiveldhoogte binnen het plangebied van +1,35 tot +1,70 mNAP (zie afbeelding 3 van bijlage 4) ligt de GHG binnen het plangebied 0,05 tot 0,40 m onder het maaiveld. Op de klimaateffectatlas is voor het plangebied een GHG aangegeven van 0,40 tot 0,80 m-mv (zie afbeelding 7 van bijlage 4). Oppervlaktewater Het plangebied ligt in het beheergebied van het Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD). In figuur 5.2 zijn de op de legger van het waterschap geregistreerde watergangen in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Hieruit blijkt dat het plangebied aan de west- en noordzijde wordt begrensd door een A-watergang en aan de oost- en zuidzijde door kavelsloten. Binnen het plangebied ligt een kavelsloot die gaat bijdragen aan de waterbergingsopgave.

Figuur 5.2: Uitsnede uit de legger van de WDOD Het deel van het plangebied ten westen van de kavelsloot ligt in peilgebied WA038 met een minimaal peil van +0,40 mNAP en een maximaal peil van + 0,70 mNAP. Het ten oosten van de kavelsloot gelegen deel van het plangebied ligt in peilgebied WA102 met een minimaal peil van +0,75 mNAP en een maximaal peil van + 1,15 mNAP.

60

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Overstromingsrisico Op de klimaateffectatlas zijn kaarten weergegeven waarop de overstromingskansen van gebieden zijn aangeduid. Dit betreffen overstromingen die kunnen ontstaan vanuit een rivier of zee. Op de klimaateffectatlas is voor het plangebied geen overstromingskans aangegeven (zie afbeelding 10 van bijlage 4). Stresstest Op de Klimaateffectatlas zijn naast kaarten met gegevens over overstromingskansen, ook kaarten beschikbaar met een indicatie van de kans op wateroverlast door hevige neerslagsituaties met daarbij aangegeven wat de verwachte optredende waterdiepte is. Er zijn kaarten beschikbaar voor twee neerslagsituaties: een bui van 70 mm in 2 uur en een bui van 140 mm in 2 uur. In figuur 5.3 zijn deze kaarten weergegeven. Uit figuur 5.3 blijkt dat er binnen het plangebied, in de huidige situatie, een kleine kans op wateroverlast is tijdens hevige neerslagsituaties. In de wijken ten westen en noorden van het plangebied wordt tijdens hevige neerslagsituaties wel wateroverlast verwacht.

Figuur 5.3: Kans op wateroverlast door hevige neerslag (bron: Klimaatatlas) Echter uit de regionale klimaateffectatlas blijkt dat er binnen het plangebied bij een bui van 70 mm in het uur kans optreedt op wateroverlast. Wateroverlast treedt in deze situatie op bij de watergang aan de westzijde van het perceel en rondom de bestaande sloot centraal in het plangebied met waterdieptes vanaf 0,25 meter.

61

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Figuur 5.4: Kans op wateroverlast door hevige neerslag op basis van de regionale klimaateffectatlas (bron: Stresstest van Fluvius) Randvoorwaarden en uitgangspunten Hemelwaterafvoer en benodigde berging Afstromend verhard oppervlak In de notitie is in tabel 5 de verdeling van oppervlaktes in het plangebied weergegeven voor de toekomstige situatie. Uit tabel 5 blijkt dat binnen het plangebied circa 25.000 m² aan verhard (dak)oppervlak gaat worden aangelegd. Op basis van de bergingseis van 80 mm per m² verhard (dak)oppervlak moet binnen het plangebied circa 2.000 m3 aan berging worden gerealiseerd. Berekend is hoeveel berging er kan worden gecreëerd in de kavelsloot die is gelegen binnen het plangebied en in het naastliggende groen. Hierbij is rekening gehouden met verschillende GHG namelijk 0,4, 0,5, en 0,6 m-mv. Uit tabel 6 van bijlage 4 Memo waterberging Kerkweg Zuid blijkt dat met de gehanteerde uitgangspunten is berekend dat er binnen het plangebied, afhankelijk van de GHG, nog 87 tot 442 m³ berging moet worden gerealiseerd, hierbij is geen rekening gehouden met het ophogen van het maaiveld. Vanuit de gemeente De Wolden is aangegeven dat het uitgangspunt moet zijn, dat deze waterberging in het opbaar gebied moet worden gerealiseerd waarbij de voorkeur uitgaat naar natuurlijke maatregelen zoals wadi's, greppels, verlaagde groenzones.

Gezien de omvang van het plangebied is dit goed te realiseren binnen het plangebied, bijvoorbeeld: met berging in overige verlaagde groenvakken; met berging tussen trottoirbanden; door het aanbrengen van een verhoogde rand/dijk rondom de vier beschouwde wadi’s. De diepte van de GHG ten opzichte van maaiveld is afhankelijk van de maaiveldhoogte. Door het maaiveld plaatselijk te verhogen kan ook meer berging worden gecreëerd. Uit bijlage 6 blijkt dat binnen het plangebied circa 25.000 m² aan verhard (dak)oppervlak gaat worden aangelegd. Op basis van de bergingseis van 80 mm per m² verhard (dak)oppervlak moet binnen het plangebied circa 1.998 m3 aan berging worden gerealiseerd. Uit tabel 6 van bijlage 6 blijkt dat het totale oppervlak van de bergingsvakken 6.413 m² bedraagt. Aangezien bij een bui ook hemelwater in deze vakken terecht komt, moet een extra bergingsvolume van 6.413 m² x 80 mm = 513 m³ worden

62

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

gerealiseerd. Het totaal benodigde bergingsvolume komt hiermee op 1.998 + 513 = 2.511 m³. Het totale bergingsvolume van alle bergingsvakken bedraagt 2.289 m³ wat betekent dat er elders in het plangebied nog 222 m³ berging moet worden gerealiseerd. Dit kan bijvoorbeeld middels (een combinatie van) de volgende maatregelen worden gerealiseerd: berging in tuinen van particuliere percelen; berging op groene daken; berging tussen trottoirbanden (om 1 m³ water te bergen met een maximale waterdiepte van 0,1 m is 10 m² verharding nodig); berging in ondergrondse voorzieningen onder wegen en/of parkeerplaatsen, zoals bijvoorbeeld in een waterbergende fundering (in een waterbergende fundering met een porositeit van 40% en een dikte van 0,30 m kan per m² 0,12 m³ water worden geborgen). In het definitieve stedenbouwkundige ontwerp dient aangegeven te worden op welke wijze de aanvullend benodigde berging wordt gerealiseerd (met welk systeem, welke dimensies en hoogtes en op welke locaties). In de planregels van dit bestemmingsplan is de bergingsnorm van 80 mm per m² verhard geborgd.

Ledigingstijd Of aan de eis van een maximale ledigingstijd van 48 uur kan worden voldaan, is afhankelijk van: de bodemopbouw: de dikte en samenstelling van de verschillende bodemlagen ter plaatse van de kavelsloot en het naastliggende groen; de doorlatendheid (K-waarde) van de verschillende bodemlagen; de grondwaterstand en fluctuaties daarvan(GHG/GLG). De bodem binnen het plangebied bestaat uit zand wat gunstig is met betrekking tot infiltratie. De GHG binnen het plangebied is relatief hoog wat ongunstig is met betrekking tot infiltratie. Over de doorlatendheid van het zand in de bodem van het plangebied zijn alleen gegevens het DINOloket beschikbaar. Op basis van die gegevens is de bodem goed doorlatend wat gunstig is voor de ledigingstijd. Om betrouwbare berekeningen te kunnen uitvoeren van de ledigingstijden die kunnen worden verwacht, is inzicht in de doorlatendheden (K-waarden) van het zand binnen het plangebied nodig. Dit inzicht kan worden verkregen via een geohydrologisch onderzoek waarbij infiltratieproeven worden uitgevoerd. Tabel 7 van bijlage 6 Waterhuishoudkundig plan blijkt dat de vereiste ledigingstijd van 48 uur voor de vier verdiepte infiltratiebermen net niet wordt gehaald en dat na 48 uur 1.940 m³ berging beschikbaar is. Dat is 77% van de vereiste berging van 2.511 m³.

Ondanks dat met de gehanteerde uitgangspunten is berekend dat niet overal aan de ledigingstijd van 48 uur wordt voldaan, is het op basis van onderstaande argumenten verdedigbaar om te stellen dat met de voorgestelde groene bergingsvakken voldoende bergingscapaciteit beschikbaar is: d. tijdens de bui en het vullen van de bergingsvakken zal ook al water infiltreren, waardoor er feitelijk meer berging beschikbaar is dan in tabel 6 is aangegeven. Volgens neerslagstatistieken (bron: Nieuwe neerslagstatistieken voor het waterbeheer, rapportnummer 2015-10A, Stowa, 2015) komt een bui waarbij in 24 uur 76 tot 90 mm neerslag valt, in 2050 eens in de 50 jaar voor. De kans dat op 2 dagen achter elkaar een bui van 80 mm valt (dus 160 mm in 48 uur) is dus extreem klein. Volgens de neerslagstatistieken komt een bui waarin 90 tot 101 mm valt in 4 dagen, in 2050 eens in de 10 jaar voor. De eis voor een ledigingstijd van 48 uur is in feite dus onredelijk zwaar. Conclusie Op basis van de in bijlage 6 beschreven uitgangspunten wordt geconcludeerd dat het plan met betrekking tot waterhuishoudkundige aspecten haalbaar is. De waterbergingsopgave is in de openbare ruimte realiseerbaar:

63

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

in verlaagde groenvakken; met berging tussen trottoirbanden. Op basis van de op dit moment bekend zijnde gegevens is de verwachting dat aan de eis van een maximale ledigingstijd van 48 uur kan worden voldaan. Daarnaast kan in overleg met het waterschap Drents Overijsselse Delta in wadi I een stuw worden aangebracht waarmee het water uit de wadi's I t/m IV middels een knijpconstructie vertraagd kan worden afgevoerd naar de A-watergang aan de noordzijde van het plangebied.

5.7

Ecologie

5.7.1

Toetsingskader

Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op de natuurbescherming, rekening worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Voor de ontwikkeling aan de kerkweg is een quickscan ecologie uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 7 Quickscan Ecologie bij de toelichting. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op gebiedsbescherming en soortenbescherming. 5.7.2

Gebiedsbescherming

De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wet natuurbescherming(Wnb). Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de provinciale bescherming van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) en weidevogelleefgebieden. Uit bijlage 7 blijkt dat geen vormen van gebiedsbescherming naar voren zijn gekomen die betrekking hebben op het plangebied. Het plangebied is niet aangewezen als weide- of akkervogelleefgebied, of als ganzenrustgebied. Daarnaast is het plangebied geen onderdeel van een Natura 2000-gebied of het NatuurNetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS) (bron: Kaartportaal Provincie Drenthe). Negatieve effecten op deze gebieden als gevolg van het planvoornemen (anders dan ten gevolge van stikstofuitstoot) kunnen op voorhand worden uitgesloten. De provincie Drenthe is bevoegd gezag in deze. Stikstofgevoeligheid. Het plangebied bevindt zich op ca. 5,8 km, 7,1 km, 10 km, 11,1 km en 14,4 km afstand van de Natura 2000-gebieden Holtingerveld, De Wieden, Dwingelderveld, Olde Maten & Veerslootslanden en Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype ten opzichte van het plangebied bevindt zich in het Natura2000-gebied Holtingerveld, op ca.

6,5 km afstand van het plangebied (bron: AERIUS calculator). Binnen het planvoornemen worden 125 nieuwbouwwoningen + 3 woningen aan de Buitenhuizerweg 4 gerealiseerd, waarbij onder andere diverse grondwerkzaamheden worden uitgevoerd, bijvoorbeeld voor de aanleg van funderingen. Als gevolg van de inzet van mobiele werktuigen hiervoor komt extra stikstof vrij. In dit kader zijn voor onderhavige ontwikkeling verschillende stikstofberekeningen uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 8 Stikstofonderzoek. Uit de berekeningen blijkt dat, na intern salderen (het bemesten van de gronden), de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Met de berekeningen is geen rekeningen gehouden, met het vervallen van stikstofdepositie door het beëindigen van de varkenshouderij. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).

64

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

5.7.3

Soortenbescherming

In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Voor het plangebied is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 7 Quickscan Ecologie en in het bestemmingsplan verwerkt. Algemene broedvogels Binnen en vlak buiten het plangebied kunnen enkele vogelsoorten tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten. Geadviseerd wordt om de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt over het algemeen de periode van 15 maart - 15 juli aangehouden. Afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden kunnen soorten echter eerder of later in het jaar tot broeden komen. Wat voor deze soorten van belang is, is of er sprake is van een broedgeval. Zo ja, dan is deze altijd beschermd. Steenuil De aanwezigheid van een jaarrond beschermd nest, dan wel het leefgebied van steenuil binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Gezien de aard van de werkzaamheden wordt geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid van steenuilen vast te stellen of uit te sluiten.

In het plan rekening gehouden met de mogelijke aanwezigheid van de steenuil. De bestaande knotboom en overige groenelementen blijven zoveel mogelijk behouden, omdat deze potentieel onderdeel uitmaken van het leefgebied. In het stedenbouwkundig plan is de bestaande groensingel als ruimtelijke drager opgenomen. Deze groensingel blijft gehandhaafd en wordt waar mogelijk versterkt. Daarmee wordt zowel ecologisch behoud als landschappelijke kwaliteit geborgd. Grote modderkruiper De aanwezigheid van een leefgebied van grote modderkruipers in de sloten binnen en rond het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Geadviseerd wordt om nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid van deze soort vast te stellen of uit te sluiten. De grote modderkruiper is mogelijk aanwezig in de omliggende waterpartijen, waaronder de kavelsloten. Met onderhavige ontwikkeling is rekening gehouden met deze potentiële aanwezigheid. De bestaande watergangen blijven zoveel mogelijk behouden en worden in de uitvoering zorgvuldig behandeld. Eventuele aanpassingen aan watergangen worden bij voorkeur uitgevoerd buiten de periode waarin de soort kwetsbaar is. Indien uit nader onderzoek blijkt dat de soort daadwerkelijk aanwezig is, worden passende maatregelen getroffen om het leefgebied te behouden of te compenseren.

Voor de overige (beschermde) soorten zoals ongewervelden, reptielen, overige zoogdieren en de vleermuis is geen (nader) onderzoek noodzakelijk. Wat betreft kleine marterachtigen, is geen vrijgestelde soorten meer. Met het vervolgonderzoek wordt de habitatgeschiktheid nader onderzocht. Conclusie Kerkweg Op basis van de quickscan ecologie, zijn voor de steenuil en de grote modderkruiper nader onderzoek noodzakelijk.

65

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Daarnaast geldt de zorgplicht van de Wnb (art. 1.11) schrijft dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld tot uiting worden gebracht door altijd zo te werken, dat dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop in de directe omgeving. De algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland. Voor de voorwaarden waaraan de vrijstellingen moeten voldoen in het kader van de soorten waarvoor een vrijstelling geldt, wordt verwezen naar Bijlage I van bijlage 7 Quickscan Ecologie. Aanvullende onderzoeken worden in de eerste beschikbare mogelijkheid (voorjaar 2026) uitgevoerd. Voor de steenuil geldt dat drie gerichte veldbezoeken noodzakelijk zijn. Voor de modderkruiper een eDNA analyse, waarbij watermonsters worden verzameld uit verschillende delen van het plangebied, welke vervolgens in het lab worden geanalyseerd. Buitenhuizerweg 4 Alle bedrijfsgebouwen op de Buitenhuizerweg 4 zijn gesloopt en is nu een braakliggend terrein. In dit kader is een ecologisch onderzoek niet noodzakelijk. Als voormalige bedrijfswoning wordt gesloopt zal alsnog een ecologisch onderzoek worden uitgevoerd.

5.8

Luchtkwaliteit

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie vier kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In de Wet milieubeheer staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet milieubeheer zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen). Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: 1.500 woningen met een enkele ontsluitingsweg; 3.000 woningen met twee ontsluitingswegen; 100.000 m2 bruto vloeroppervlak aan kantoren met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen.

66

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. Beoordeling plangebied Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in voorgaande paragraaf, kan worden gesteld dat voorliggend plan 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan luchtverontreiniging in de omgeving van Ruinerwold. Het plan maakt gefaseerd 128 woningen mogelijk, inclusief locatie Buitenhuizerweg 4. Hiermee blijft het aantal woningen ruim onder de gestelde grens waarbinnen het voornemen vrijgesteld blijft van toetsing. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Ook valt het plangebied buiten 300 meter van een rijksweg of 50 meter van een provinciale weg. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is daarom niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling, het plan is uitvoerbaar.

5.9

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Voor het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Voor (beperkt) kwetsbare objecten binnen de GR-contour moet een bestuurlijke verantwoording plaatsvinden. De publieke website www.atlasleefomgeving.nl biedt inzicht in de risicobronnen waarvoor een afweging of verantwoording vereist is. Op figuur 5.4 hieronder zijn risicobronnen in de directe omgeving van het plangebied in Ruinerwold te zien. Hierop vallen drie dingen op rondom het plangebied: de aanwezigheid van twee windturbines (groene vakjes), de opslag van gas op een perceel op het bedrijventerrein en de aanwezigheid van een aardgastransportleiding. Windturbines In de omgeving van het plangebied zijn twee windturbines aanwezig, namelijk bij het agrarisch bedrijf aan de Buitenhuizerweg 6 en bij de kringloopwinkel aan de Westerweiden.

Het zijn relatief kleine turbines van het type EAZ, met een tiphoogte van 21 meter. Het plaatsgebonden risico dat hoort bij deze turbines is door de geringe hoogte beperkt. De afstand tot aan het plangebied Buitenhuizerweg 4 is hierin leidend. Deze afstand is ruim voldoende en vraagt geen nadere onderbouwing. Opslag gas Op het bedrijventerrein van Ruinerwold wordt bij een bedrijf op kleine schaal gas opgeslagen ten behoeve van de bedrijfsvoering. De contour van het plaatsgebonden risico hiervan is zeer klein. De afstand tot aan het plangebied is ruim voldoende en vraagt geen nadere onderbouwing.

67

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Transportleiding Ten zuiden van Ruinerwold ligt ter hoogte van het buurtschap Blijdenstein een aardgastransportleiding van de NAM. Het traject hiervan loopt globaal tussen Koekange en Meppel-Noord. De afstand tot het plangebied is overal minimaal 500 meter, waarmee een nadere duiding van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico niet nodig is. Op figuur 5.5 hieronder is de positie van de leiding ten opzichte van het plangebied te zien in paars. Er worden binnen korte afstand van het plangebied verder geen gevaarlijke stoffen vervoerd over de weg, het spoor of het water.

Figuur 5.5: Risicobronnen ten opzichte van het plangebied met blauwe kaders (bron: Atlasleefomgeving.nl) Conclusie Het aspect externe veiligheid geeft geen belemmeringen en heeft geen extra aandacht nodig, het plan is uitvoerbaar.

68

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

5.10

Archeologie en cultuurhistorie

5.10.1 Toetsingskader Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Doelstelling van het Verdrag van Valletta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. 5.10.2 Archeologie Als uitgangspunt voor het behoud van archeologisch waardevolle gebieden heeft de gemeente De Wolden een beleidskaart vastgesteld waarin archeologische waarden zijn aangeduid. Deze waarden dienen te worden geborgd in de regels van een bestemmingsplan of beheersverordening. In figuur 5.6 is een uitsnede weergeven van de archeologische beleidskaart.

Figuur 5.6: Archeologische waardenkaart Ruinerwold Kerkweg Binnen de beheersverordening Ruinerwold is voor het plangebied aan de Kerkweg te zien dat er sprake is van een lage archeologische verwachtingswaarde. Dit is historisch goed te verklaren omdat de gronden binnen het plangebied pas na het ontgraven van de veengrond in gebruik is genomen door de mens. Menselijke activiteit, en daarmee overblijfselen, was daarvoor vooral op de hoger gelegen zandgronden te verwachten. Vanwege de lage historische verwachtingswaarde is met de huidige beheersverordening vastgelegd dat er bij ruimtelijke ingrepen verkennend archeologisch onderzoek nodig is wanneer deze meer dan 30.000 m2 en dieper dan 30 cm beslaan. Het totale plangebied aan de Kerkweg heeft een oppervlakte van 4 ha (40.000 m2). Voor de realisatie van de woningen, worden de gronden in eerste instantie opgehoogd en bouwrijp gemaakt. Bij het bouwrijp maken worden de gronden voor (openbaar) groen en openbare parkeerplekken niet afgegraven. Deze gronden samen hebben een oppervlakte van circa 16.000 m2. Nader onderzoek is niet noodzakelijk om dat de onderzoeksgrens van 30.000 m2 niet wordt overschreden.

69

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Buitenhuizerweg Voor het plandeel aan de Buitenhuizerweg 4 is de situatie iets anders. Voor een gedeelte van de gronden is aangegeven dat deze zijn verstoord tot onder archeologisch niveau en dat geen onderzoek noodzakelijk is. Voor de gronden ter plaatse van de bedrijfswoning en achterliggende schuur geeft de kaart een zone 'historische nederzetttingslocaties' weer. Er is hier al langer sprake van bewoning, de exacte datum waarop hier een woning is gebouwd is echter niet bekend. Een groot deel van het plangebied is in de afgelopen decennia verstoord tot onder archeologisch niveau, onder meer door de realisatie van de schuren en het erf. Zie afbeelding 5.6 Onderzoeksplicht is voor deze gebieden niet meer noodzakelijk; voor de rest van het terrein geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 100m2. Conclusie Het oppervlak bij elkaar opgeteld dat geroerd zal worden voor de ontwikkeling van de woningen en de infrastructuur is lager dan 30.000 m2. De verplichting van een verkennend onderzoek vervalt daarmee voor dit plan. De bescherming blijft echter wel bestaan en zal met een herziening van de beheersverordening overgenomen moeten worden. Archeologische waarden vormen geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het plan vanwege de lage verwachtingswaarde voor het plandeel aan de Kerkweg en de geroerde grond voor het plandeel aan de Buitenhuizerweg.

Uiteraard geldt wel een zorgplicht. Dit betekent dat wanneer tijdens de ontwikkeling archeologische grondsporen worden aangetroffen of vondsten worden gedaan dat hiervan een melding dient te worden gedaan bij de gemeente De Wolden en de provinciale archeoloog. In dit bestemmingsplan is de dubbelbestemming 'Waarde- Archeologie' uit de huidige beheersverordening Ruinerwold in de plankaart en regels overgenomen, waarmee de huidige bescherming in stand blijft. 5.10.3 Cultuurhistorie Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee vaak een sturend onderdeel in de ruimtelijke ordening. In het kader van het aspect cultuurhistorie wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de zichtbare cultuurhistorische waarden (cultuurhistorie) en op het erfgoed onder de grond (archeologie). Onder cultuurhistorie wordt hier verstaan de aanwezigheid van waardevolle objecten zoals monumenten of de aanwezigheid van kenmerkende landschappen. Het behouden en versterken van cultuurhistorische elementen is belangrijk voor de beleving en herkenbaarheid van een plaats. Binnen de gemeente De Wolden zijn diverse rijksmonumenten en provinciale monumenten aangewezen. Er zijn geen gemeentelijke monumenten.

De dichtstbijzijnde beschermde monumenten liggen in het lint van Ruinerwold, op ruime afstand van het plangebied. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op deze beschermde gebouwen. Aanvullend op beschermde monumenten heeft de gemeente een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld. Hierin is aangegeven aan welke gebieden of landschappelijke elementen bijzondere waarden zijn toegekend die behouden dienen te blijven. Het plangebied ligt in zone 5. Dit gebied, met uitzondering van de waardevolle bebouwing, heeft vanuit cultuurhistorisch oogpunt een lage waarde. Cultuurhistorie speelt een beperkte rol in dit gebied, met uitzondering van de randzones met hoger gewaardeerde gebieden. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kan cultuurhistorie een nuttige inbreng leveren om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verhogen. Kerkweg De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op cultuurhistorische waarden rondom Ruinerwold. Zoals beschreven in paragraaf 3.1 Planvorming en het de gebiedsanalyse zoals opgenomen in bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4 bij de regels, is met de ontwikkeling van het gebied rekening gehouden met de overgang naar het omliggende landschap:

70

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Met de voorgestelde inrichting wordt de bebouwing gerealiseerd passend in het beeld van smalle, langgerekte verkavelingsstructuur haaks op de ontginningsas. De al aanwezige kavelgrensbeplanting aan de oostzijde en de houtwal in het gebied, blijft behouden en waar mogelijk versterkt zodat de landschappelijke structuur wordt benadrukt. De zuidelijke rand van het bestaande bedrijventerrein fungeert als begrenzing voor de nieuwe ontwikkeling. Door deze rand verder door te trekken, wordt een heldere en nieuwe grens van het stedelijke gebied gecreëerd. Bebouwing is geconcentreerd in een aantal alzijdig georiënteerde clusters opgespannen tussen de huidige opgaande groenstructuren in het landschap. De bebouwing is georiënteerd op het groen en de randen van het gebied, zodat de relatie met het groen en de beleving van het landschap wordt geoptimaliseerd; Tussen de nieuwbouwwijk en het bebouwingslint aan de Buitenhuizerweg wordt voldoende ruimte gelaten, zodat dit lint als element herkenbaar blijft in het slagenlandschap. Om dit te verduidelijken, zijn in het stedenbouwkundig plan enkele visualisaties opgenomen. De landschappelijke karakteristieke watergangen uit het slagenlandschap zijn in het plan verwerkt, waardoor dit beleefbaar blijft.

Buitenhuizerweg Locatie Buitenhuizerweg 4 wordt herontwikkeld met aandacht voor de bebouwing en landschappelijk historische inrichting van de aangrenzende percelen. De bebouwing en het gebruik van de gronden aan dit lint is ouder. De te slopen bebouwing op het erf van Buitenhuizerweg 4 is cultuurhistorisch gezien echter weinig waardevol. Cultuurhistorische waarden worden met het voorgenomen plan niet geschonden. De beoogde woningen zullen als nieuwe elementen in het lint worden ontwikkeld, met oog voor de historische rooilijn en bouwhoogtes. Er wordt voldoende afstand gehouden tussen de woningen onderling en de bestaande woningen in het lint. Conclusie Het plan is uitvoerbaar ten aanzien van de aspecten archeologie en cultuurhistorie.

5.11

Trillingen

In het kader van het bestemmingsplan dient gekeken te worden naar trillingsbronnen en de mogelijke overlast daarvan. Hiervan kan sprake zijn bij nieuwbouw in de buurt van spoorlijnen of andere bronnen van trillingen. Het plangebied ligt circa 1,4 kilometer verwijderd van de spoorlijn Hoogeveen-Meppel. Dit is een dusdanig grote afstand dat aangenomen mag worden dat trillingshinder niet aan de orde is. Andere bronnen zijn niet aanwezig. Conclusie Het aspect trillingen geeft geen belemmeringen. Het plan is uitvoerbaar.

5.12

Kabels en leidingen

In het plangebied of de directe omgeving kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. In het plangebied en in de directe omgeving is geen sprake van relevante kabels en leidingen die planologische bescherming vragen. Op grotere afstand ligt een aardgasleiding, welke al besproken is bij het aspect externe veiligheid. Voorafgaand aan de bouw van woningen is het wel nodig om een KLIC-melding uit te voeren om beter zicht te krijgen op bestaande infrastructuur in de ondergrond.

71

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Conclusie Het aspect kabels en leidingen geeft geen belemmeringen, het plan is uitvoerbaar.

5.13

Gebruik gewasbeschermingsmiddelen

Op agrarische percelen kan sprake zijn van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt of gewasbeschermingsmiddelen en biociden veilig zijn voor mens, dier en milieu voordat ze worden toegelaten. Dat betekent echter niet dat nadelige gezondheidseffecten voor omwonenden volledig kunnen worden uitgesloten. Er zijn nog veel onduidelijkheden over de mogelijke relatie tussen blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en de kans op gezondheidsschade. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies (zoals woningen) en agrarische gronden waar gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt, niet onredelijk wordt geacht. Uit diezelfde jurisprudentie volgt dat het mogelijk is om deze afstand te verkleinen indien daaraan een deugdelijke, locatiespecifieke motivering ten grondslag ligt. Bij deze locatiespecifieke beoordeling dient niet alleen te worden gekeken naar het bestaande, feitelijke gebruik van de agrarische gronden. Uitgangspunt vormen de maximale mogelijkheden (rekening houdend met eventuele omschakeling naar andere teeltvormen en intensivering van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen).

Toetsing Het college van burgemeester en wethouders heeft in juli 2025 het Handelingskader spuitzonering voor kennisgeving aangenomen. Hiermee is gekozen voor een eenduidige toepassing van spuitvrije zonering bij nieuwe gevoelige functies. Voor het onderhavige plan is besloten om een externe, uitwaartse zonering toe te passen. De gemeente zet actief middelen in om de woningbouwproductie te versnellen en heeft aangegeven dat de ontwikkeling aan de Kerkweg Zuid een belangrijke bijdrage levert aan het voorzien in de woningbehoefte, met nadruk op het betaalbare segment. De gemeenteraad heeft daarbij expliciet gekozen om de woningbouwnoodzaak aan te merken als een zwaarwegend maatschappelijk belang. Tegen deze achtergrond is voor dit plan gekozen voor een uitwaartse zonering met een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen binnen de vastgestelde zone, zodat de beoogde woningbouw op verantwoorde wijze kan plaatsvinden. De gemeente is meerdere malen in overleg geweest met de aangrenzende agrariër om gezamenlijk tot een oplossing te komen. Omdat hiervan geen gebruik is gemaakt, acht de gemeente het noodzakelijk om in dit plan een uitwaartse zone met een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op te nemen. Het plangebied grenst aan agrarische gronden met bijbehorende bestemmingen.

Ter beperking van mogelijke effecten van gewasbeschermingsmiddelen wordt binnen het plangebied, op de locatie grenzend aan agrarische percelen met bijzondere waarden, een spuitvrije zone aangeduid. Binnen deze zone is het gebruik van synthetische en chemische gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan. Hiermee ontstaat een spuitvrije zone van 50 meter waarmee de toekomstige woningen voldoende worden beschermd tegen mogelijke negatieve effecten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

72

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Hoofdstuk 6

Juridische vormgeving

Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de voorgaande hoofdstukken, hebben in de regels van dit plan hun juridische vertaling gekregen. Daarmee zijn de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied vastgelegd. Het plan is opgesteld conform de landelijke Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012).

6.1

Opzet van de regels

Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan is opgezet volgens de wettelijke regelgeving en qua systematiek volgens de Regeling standaarden ruimtelijke ordening, waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (versie 2012), met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het plan is digitaal raadpleegbaar uitgevoerd. Met een digitaal plan is het voor elke inwoner mogelijk om informatie te krijgen over het doel van het plangebied. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. 6.1.1

Algemeen

Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels moeten in samenhang worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Inleidende regels (begrippen en wijze van meten). Bestemmingsregels. Algemene regels(o.a. afwijkingsregels). Overgangs- en slotregels.

6.1.2

Inleidende regels

In Hoofdstuk 1 staan de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en hierin staan: Begrippen In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige uitleg van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten Dit artikel geeft weer hoe de wijze van meten opgevat moet worden. 6.1.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan. Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.). Nadere eisen: in sommige gevallen kan het college nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van bebouwing. Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn. Afwijken van de bouw- en gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels en bestemming.

73

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

De voorkomende bestemmingen worden onder 6.2 nader toegelicht. 6.1.4

Algemene regels

In Hoofdstuk 3 staan de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene gebruiksregels In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Overige regels In dit artikel zijn regels opgenomen ten aanzien van de aanvullende werking omtrent parkeren en is voor de landschappelijke inpassing van het plan een voorwaardelijke verplichting opgenomen 6.1.5

Overgangs- en slotregels

In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

6.2

Bestemmingen

In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de bestemmingen die in dit plan voorkomen. In de basis is aangesloten bij de regels uit de beheersverordening Ruinerwold (2016). 6.2.1

Groen

Gronden met de bestemming 'Groen' zijn in de eerste plaats bedoeld voor groenvoorziening en beplanting. Hierdoor kan worden aangesloten bij het omliggende landschap en kan het plangebied door middel van beplanting worden ingepast conform het Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4 zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels. Binnen gronden met de bestemming 'Groen' is ook waterberging mogelijk gemaakt, waaronder wadi's en sloten. Hiermee kan binnen het plangebied wateropvang worden gerealiseerd dan wel behouden. Verder zijn andere kleinschalige voorzieningen toegestaan, zoals speelvoorzieningen, paden, en nutsvoorzieningen. Parkervoorzieningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeren'. Parkeervoorzieningen zijn binnen deze aanduiding uitsluitend toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van halfverharding. Met de provincie Drenthe is afgesproken dat de breedte van de groenbestemming aan de oost- en zuidzijde wordt geborgd met respectievelijk 9 en 6 meter. In de verbeelding van dit bestemmingsplan is

74

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

dit gewaarborgd door middel van de bestemming 'Groen'. 6.2.2

Verkeer - Verblijfsgebied

De infrastructuur binnen het plangebied krijgt de bestemming 'Verkeer - verblijfsgebied'. hieronder vallen wegen, voet- en rijwielpaden. Binnen deze bestemming is geen bebouwing mogelijk gemaakt. Wel zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan die noodzakelijk zijn voor de verkeersfunctie of hiermee samenhangen, zoals lantaarnpalen, bewegwijzering en laadpalen. Daarnaast zijn groenvoorzieningen en watervoorzieningen toegelaten. 6.2.3

Wonen

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in woonhuizen. In dit geval gaat het om de grondgebonden woningen. Het totaal aantal woonhuizen binnen het plangebied bedraagt ten hoogste 125 + 3 aan de Buitenhuizerweg 4. Binnen de bestemming ' Wonen' worden in totaal 90 woningen gerealiseerd. De woonhuizen moeten binnen het bouwvlak gebouwd worden. De goothoogte van een woonhuis mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte en de bouwhoogte van een woonhuis mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte. In de bouwregels wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bij gebouwen wordt nader onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen enerzijds (de woningen) en bijbehorende bouwwerken anderzijds. Onder bijbehorende bouwwerken vallen bijgebouwen en aan- en uitbouwen. Een bijbehorend bouwwerk mag bijvoorbeeld wel worden gebruikt als slaapkamer van het huishouden dat in de woning is gevestigd. Overkappingen zijn hiervan uitgesloten, deze vallen onder de regeling voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De woningen mogen gebouwd als vrijstaande, halfvrijstaande of rijwoningen. Het totaal aantal woningen dat is toegestaan per gebied is aangegeven op de verbeelding.

De bouwregels laten binnen elk gebied een standaard bouwhoogte van maximaal 10 meter en een goothoogte van maximaal 7 meter toe. Welk bouwvorm waar gewenst is, is aangeduid in het beeldkwaliteitsplan. Te bouwen woningen dienen aan te sluiten bij het beeldkwaliteitsplan. Bij het wonen is het toegestaan een aan huis verbonden beroep of bedrijf uit te oefenen. De oppervlakte hiervan mag ten hoogste 60 m² bedragen, met dien verstande dat deze oppervlakte de oppervlakte van het hoofdgebouw niet te boven mag gaan. Zo wordt geborgd dat de woonfunctie de hoofdfunctie blijft. In bijlage 2 bij de regels wordt inzichtelijk gemaakt welke beroepen en/of bedrijven toelaatbaar zijn. 6.2.4

Wonen - Woongebouw

De voor 'Wonen - Woongebouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor woongebouwen. Het woongebouw wordt binnen een bouwvlak gebouwd. De bouwhoogte van een woongebouw bedraagt niet meer dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte. In het woongebouw mogen maximaal 38 woningen komen.

75

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

76

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een particuliere ontwikkeling. Het project richt zich op een gefaseerde ontwikkeling van woningen, waarbij ingespeeld wordt op de actuele behoefte op de woningmarkt. De initiatiefnemer heeft daarmee aangetoond dat het plan financieel haalbaar is en investeringen passend zijn. Kostenverhaal Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Voor dit plan wordt een anterieure overeenkomst opgesteld.

Daarin worden behalve afspraken over het kostenverhaal ook afspraken opgenomen over planschade. Eventuele planschade zal geheel voor rekening komen van initiatiefnemer. Daarmee is het kostenverhaal voldoende geborgd.

77

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

78

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Hoofdstuk 8

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt een uitgebreide procedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop inwoners en belanghebbenden hun mening over het plan kenbaar kunnen maken. Hieronder volgt toelichting over het doorlopen proces. Voorbereidingsfase In 2023 is door de initiatiefnemer een start gemaakt met het uitvoeren van noodzakelijke onderzoeken en het opstellen van een concept-voorontwerpbestemmingsplan. Voordat er een concept-plan is opgesteld, is op basis van een schetsontwerp op 25 januari 2023 een inloopavond georganiseerd door initiatiefnemer, waarbij ook medewerkers van de gemeente aanwezig waren. Ook Dorpsbelangen was hierbij aanwezig. De avond is bezocht door ruim 300 belangstellenden. Hieruit kwam naar voren dat er veel belangstelling is naar vooral betaalbare starters- en huurwoningen, en vooral ook dat veel Ruinewolders graag de mogelijkheid willen hebben om in het eigen dorp te kunnen blijven wonen. Naast positieve geluiden zijn ook enkele kritische kanttekeningen gemaakt. De gemaakte opmerkingen zijn geïnventariseerd en meegenomen in de verdere planvorming. Vooroverleg en inspraak (voorontwerpbestemmingsplan) De volgende stap in het proces is het ter inzage leggen van een voorontwerpbestemmingsplan ten behoeve van vooroverleg (met wettelijke instanties/ketenpartners) en inspraak, voor een periode van 6 weken. Omdat i.c.

sprake is van een belangrijke ontwikkeling voor Ruinerwold, en van een behoorlijke omvang en impact, is er ook (opnieuw) een inloopavond georganiseerd tijdens de periode van terinzageligging. Gedurende deze periode van terinzageligging van het voorontwerpbestemmingsplan zijn er inspraakreacties en vooroverlegreacties ingediend. De ingekomen inspraak en overlegreactie samengevat en voorzien van reactie, zie hiervoor bijlage 9 Reactienota vooroverleg en inspraak BP Uitbr Kerkweg Ruinerwold bij de toelichting. Ontwerpbestemmingsplan Na afloop van de periode van terinzageligging van het voorontwerpbestemmingsplan zijn de ontvangen reacties geïnventariseerd en opgenomen in een 'Reactienota vooroverleg en inspraak', zie hiervoor bijlage 9.Waar nodig en/of gewenst, is het plan verwerkt. Daarna is een aangepast ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd voor de wettelijk voorgeschreven periode van 6 weken. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn in totaal vier zienswijzen ingediend, afkomstig van vijf verschillende adressen. Deze zienswijzen zijn schriftelijk of mondeling op afspraak naar voren gebracht bij de gemeenteraad. De ingediende zienswijzen zijn in bijlage 10 Zienswijzen nota Kerkweg - Ruinerwold puntsgewijs samengevat en voorzien van beantwoording. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn de verbeelding, regels en toelichting aangepast.

De (ambtshalve) wijzigingen zijn uitgebreid beschreven in bijlage 10 Zienswijzen nota Kerkweg - Ruinerwold. Op basis van de ingediende zienswijzen en omdat het plan van initiatiefnemers is gewijzigd, zijn meerdere gesprekken gevoerd met de bezwaarmaker. Tijdens deze gesprekken is eerst verkend waar de bezwaren vandaan komen, om vervolgens te bepalen in hoeverre hieraan tegemoet kan worden gekomen. Van deze gesprekken zijn drie notities opgesteld. Deze notities zijn samengevoegd in bijlage. Vaststelling

79

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold (vastgesteld)

Het bestemmingsplan wordt vervolgens ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Nadat het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld worden het vaststellingsbesluit en het bestemmingsplan met bijbehorende stukken gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan tegen de vaststelling van het bestemmingsplan beroep worden aangetekend bij de Raad van State.

80

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16574381/1