CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

A. RUD-Drenthe-Jaarverslag-en-Jaarrekening-2023

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststellen verzamelvoorstel Gemeenschappelijke Regelingen28.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

trie bij de RUD-Drenthe belegd.

kunnen handig worden ingevoerd. Het resultaat

Voorbeeld van een maatregel is dat

is een lijst met stoffen waarvan niet alleen de

in nieuwe of geactualiseerde vergun­

eigenschappen maar ook de emissie-eisen over­­

ningen (vanaf 2021) emissiegrens­

zichtelijk worden weergegeven. Bij de uitvoering

waarden staan die aan de onderkant

van onze VTH-taken kunnen we hierdoor efficiënt

van de BBT-range liggen (minimale

en accuraat ZZS opsporen. De ZZS-tool levert een

uitstoot).

wezenlijke bijdrage in het genereren van betrouw­ bare data. Op basis van deze bevindingen heeft RUD Drenthe besloten om deze ZZS-tool definitief in de werkprocessen te implementeren.

25

3 Personeel

Medewerkers zijn de cruciale factor bij de realisatie van onze doelstellingen. Geleidelijk groeien en beheerst opschalen heeft goed uitgepakt op de beschikbaarheid en inzetbaarheid van personeel. Het gaf de medewerkers grip, bijvoorbeeld bij de begeleiding van nieuwe collega’s. Ook het dalende verzuimcijfer heeft positief bijgedragen aan de productiecijfers.

3.1 STRATEGISCHE PERSONEELSPLANNING We zijn als uitvoeringsorganisatie gefocust op de realisatie van projecten, opdrachten en andere taken voor 13 deelnemers. De capaciteit op orde brengen was een randvoorwaarde die in 2023 hoog op de agenda stond. Naast omvang van de formatie bepaald de inzet per medewerker uiteindelijk hoe effectief onze dienst handelt. Dit productiviteitcijfer wordt bepaald door de beschikbare uren per fte te bepalen na aftrek van niet productiviteit. Dit wordt elk jaar opnieuw vastgesteld (o.i.v. ziektepercentage en verlof). Voor 2023 was deze vastgesteld op 1.239 uur.

26

De bezetting bedraagt 196 medewerkers in vaste dienst. Daarnaast hebben we 39 personen op inhuurbasis aan het werk. Bij de RUD Drenthe gebruiken we in berekeningen de fulltime-equivalent (officieel meetmiddel waarmee de omvang van een functie of de personeelssterkte wordt uitgedrukt). Het ­percentage inhuur (31,6 fte) is op een totale omvang (210,9 fte) afgerond 15%. Deze flexibele schil was in 2023 ­onontbeerlijk om de productie aan te kunnen passen op de fluctuerende vraag, onderbezette expertises of beleidsdruk zoals de omgevingswet.

3 Personeel

In aantallen en fte’s ziet de formatie er als volgt uit: TABEL 10 FORMATIE RUD DRENTHE 2023 IN DIENST (VAST/TIJDELIJK)

INHUUR

TOTAAL

AANTAL

FTE’S

AANTAL

FTE’S

AANTAL

FTE’S

JANUARI

171

155,7

41

36,6

212

192,3

FEBRUARI

176

160,4

44

37,9

220

198,3

MAART

182

166,3

44

37,9

226

204,2

APRIL

183

167,1

44

38,3

227

205,4

MEI

183

166,5

44

37,5

227

204,0

JUNI

187

170,5

43

35,9

230

206,4

JULI

189

172,2

40

33,5

229

205,7

AUGUSTUS

193

176,0

37

29,9

230

205,9

SEPTEMBER

192

174,8

38

30,9

230

205,7

OKTOBER

195

178,1

37

29,9

232

208,0

NOVEMBER

197

180,3

39

31,6

236

211,9

DECEMBER

196

179,3

39

31,6

235

210,9

Er zijn goede stappen gezet in het formatieve groeimodel. Het bezettingsdoel zoals opgenomen was in de Begroting 2024 (per 31 december 2023 totaal 200 fte, verdeeld over 176 fte vast en 24 fte inhuur) is ruimschoots behaald. We starten 2024 met 179 fte vast en 31 fte inhuur. Het plusje capaciteit is te verklaren doordat er in de primitieve begroting 2024 nog geen rekening was gehouden met de impact van de Omgevingswet. Daarnaast heeft de groei en de daarmee gepaard gaande doorontwikkeling van de organisatie gemaakt dat de ondersteunende functies versneld zijn opgeschaald.

De gemiddelde leeftijd bedraagt 49 jaar. De komende jaren laten nog geen grote uitstroom zien als gevolg van pensionering. In het afgelopen jaar zijn 28 vacatures opengesteld. De meeste vacatures zijn vervuld. Afgelopen jaar zijn 44 nieuwe medewerkers in vaste dienst getreden. We zagen 38 medewerkers uitstromen. Wat opvalt is dat veel inhuurmedewerkers en trainees willen blijven (11 van de 38), en bewust kiezen voor een dienstverband na hun stage- of inleenperiode.

“In maart 2023 ben ik toegelaten tot het Young Professionals Programma van de drie Noordelijke Omgevingsdiensten. De begeleiding vanuit de RUD Drenthe is een warm bad. Samen met ervaren collega’s bouw je een basis op voor de functie van vergunningverlener of toezichthouder. Ik vind als recentelijk afgestudeerde het traineeship echt een fantastische kans om je carrière te starten. Mijzelf ontwikkelen op grote maatschappelijke ruimtelijke thema’s bij het behoud en versterking van de kwaliteit van de leefomgeving is gewoonweg super boeiend. Elke dag leer ik nieuwe dingen in een ontzettend fijne werksfeer. “ Lindy Elzinga, trainee YPP

27

DEEL A

3.2 MEDEWERKERTEVREDENHEID EN VITALITEIT In 2023 zijn op basis van het Medisch Onderzoek (respons 67 %) en de Medewerker tevredenheid peiling (respons 79%) enkele verbeterkansen verder onderzocht. De uitkomst was dat de 75% van de medewerkers de organisatie een waarderingscijfer van minimaal 7 geeft. En 90% geeft de ontwikkelmogelijkheden een 7+. Verbeter­punten zijn de werkdruk die door ruim de helft van de medewerkers als hoog of zeer hoog ervaren wordt. En 25% van de medewerkers ervaart ongewenst gedrag door derden. In lijn met de landelijke cijfers liet het onderzoek verder zien dat de vitaliteit van de medewerkers aandacht verdient. Afgelopen jaar zijn meerdere vitaliteitsinitiatieven opgestart. Zo is er op beide locaties elke dag een ruim aanbod gratis werkfruit beschikbaar.

Op diverse kanalen (schermen in de ontmoetingsruimtes, intranet etc) wordt informatie over thema’s als voeding, beweging, werk- privé balans, mentale fitheid en weerbaarheid gedeeld. Onze medewerkers waarderen de aandacht voor hun werkgeluk. En gezonde, vitale medewerkers verzuimen minder.

3.3 VERZUIM EN ARBO De RUD Drenthe heeft een gemiddeld ziekteverzuimpercentage van 5,68% genoteerd. Ten opzichte van 2022 is dit een daling van 4,2%. We scoren dus ruim onder de begrote 9% voor 2023. Het hoogste verzuimpercentage is te vinden in de categorie lang verzuim (43 – 365 dagen), namelijk

FIGUUR 3 VERZUIMCIJFERS JAREN 2021, 2022 EN 2023

Verzuimduur per maand 15

13,95 12,97

12

9

6

3

6,22

januari

7,77

7,48

7,08

februari

7,68

6,25

maart

2021

april

5,41

5,33

5,28

mei

juni

juli

5,11

5,85

5,58

6,4

4,74

augustus september

2022

oktober

november december

2023

Verzuimduur per jaar 6% 5%

Categorie kort verzuim 0 t/m 7 dagen

4%

Categorie middellang verzuim

3%

8 t/m 43 dagen

2%

Categorie lang verzuim 43 t/m 365 dagen

1% 2021 Kort verzuim (0-7 dagen)

28

2022

Middellang verzuim (8-42 dagen)

Lang verzuim (43-365 dagen)

2023

Extra lang verzuim (366 - 730 dagen)

Categorie extra lang verzuim 366 t/m 730 dagen

3 Personeel

“In de financiële processen zijn vorig jaar aardig wat stappen gezet. Samen met een andere nieuwe collega ben ik eind 2022 bij de RUD Drenthe binnengestapt om achterstanden weg te werken. Ik merk dat we steeds meer grip krijgen en vooral meer naar voren aan het kijken zijn. We laten de IT nu voor ons werken. Zo zijn de formatie- en salarisramingen met behulp van een business intelligence systeem geautomatiseerd. De begrotingswijziging wordt met één druk op de knop ingelezen in Exact. En het grootboekschema is gekoppeld waardoor de financiële resultaten nu automatisch kunnen worden ingelezen in een resultatenrekening. Er is dit jaar echt héél veel werk verzet door ons team. Daar ben ik stiekem best een beetje trots op.” Jelly Haan, senior financieel adviseur.

2,22%. Ten opzichte van 2022 (3,98 %) is de score aanzienlijk afgenomen. De daling van het ziekte­ verzuim is te verklaren doordat er een aantal lang­­ durige verzuimdossiers is afgesloten. Daarnaast is er meer aandacht geweest voor verzuimpreventie. Ook is er op lopende verzuimdossiers meer grip waardoor de looptijd afneemt. In zijn algemeen kan gesteld worden dat de afdeling HR meer in control is. Optimale verzuimbegeleiding werkt natuurlijk ook direct door in een hogere productie en verbeterde flexibiliteit. Boeien en binden van medewerkers is in de komende jaren een belangrijk thema om uitval te voorkomen. Te denken valt aan het optimaal faciliteren van hybride werkvormen tot vermindering van de werkdruk door verbeterde administratieve procedures. Verder kennen we een actueel PBM-beleid: onze OR heeft in november ingestemd met het protocol Persoonlijke Beschermingsmiddelen en werkkleding. Een goede stap in het veilig werken van onze collega’s. In 2023 is een Agressieprotocol geïmplementeerd en ook zijn er VCA- trainingen georganiseerd. Met het bieden van doorstroommogelijkheden, loopbaankansen en ruimte voor persoonlijke ontwikkeling houden we de tevreden­ heid van onze medewerkers hoog. En zoals zij zelf zeggen: de collegialiteit op de werkvloer maakt ons uniek.

3.4 INWERKEN, OPLEIDEN In deze krappe arbeidsmarkt is het noodzakelijk om structureel ruimte te hebben voor het opleiden van nieuwe medewerkers. In de komende periode gaan wij verder aan de slag met een organisatie breed ­‘onboarding’ programma. Nieuwe medewerkers voelen zich met een goed inwerkprogramma sneller thuis en raken sneller verbonden aan de organisatie. Dit verhoogt het werkplezier en maakt dat zij sneller productief zijn.

Zij-instromers en trainees vervullen in toenemende mate onze vacatures. Dit zijn medewerkers die veelal nog niet op het gewenste kennis- en/of ervaringsniveau zitten. De inzet van zo’n beginnende medewerker wordt voor 50% in rekening gebracht, de rest zijn inwerk- en opleidingsuren. Lopende het boekjaar zien we snel rendement van onze intensieve begeleiding. Wanneer een nieuwe medewerker eenmaal voldoende opgeleid is wordt hij/ zij direct op lopende zaken gezet en draagt bij aan hogere productiecijfers. De 10 trainees die in 2022 in het eerste Young Professionalprogramma van de Noordelijke Omgevingsdiensten zijn gestart, zijn nu inmiddels halverwege. Volgend jaar mogen zij zich vergunningverlener of toezichthouder noemen. We organiseren diverse opleidingen in company. Door in noordelijk verband samen op te trekken creëren we massa waardoor het mogelijk is ­opleidingen voordelig in te kopen en efficiënt te organiseren. De ODNL Academie is als inkooporganisatie en leverancier van diverse opleidingen en trainingen een belangrijke partner. Zo hebben we onder meer 4 volledige HAMILopleidingen (bestaande uit 17 opleidingsdagen), een meerdaagse Basiscursus Young Professionals & Trainees en een meerdaagse training Algemene Wet Bestuursrecht georganiseerd. Net als in voorgaande jaren is in 2023 veel aandacht besteed aan de Omgevingswet.

Door de inzet van 2 interne trainers kon de scholing van onze medewerkers flexibel worden georganiseerd. We hebben een meerdaagse basisopleiding Omgevingswet georganiseerd, en trainingssessies voor degenen die hun kennis wilden opfrissen. Binnen de teams is daarnaast veel aandacht voor het delen van kennis zoals vakspecifieke nieuwsbrieven of online klikdemo’s en kenniskringen die extern worden georganiseerd. RUD Drenthe is goed aangehaakt op dit soort regionale en landelijke initiatieven van partners, zoals het IPLO, ADS, OPD en OmgevingsdienstNL. Voor ontwikkelingen rondom de Omgevingswet werkt 29

DEEL A

dit als een olievlek, waarbij een speciaal A-team (brigade met voorgangers) relevante signalen voor specifieke organisatieonderdelen direct intern adresseert. Er is dit jaar ook regelmatig in clusterverband specifieke Omgevingswet-casuïstiek besproken, bijvoorbeeld op vlak van de vele wijzigingen in agrarische regelgeving. Door samen te oefenen leert men! Samen met de ODG, de FUMO, de 3 noordelijke provincies en de gemeenten Leeuwarden, Groningen en Emmen en Bodem+ organiseert de RUD Drenthe jaarlijks de Noord-Nederlandse Bodemdag. Doel van deze dag is om met het regionale bodemnetwerk kennis en ontwikkelingen op het gebied van de bodem en ondergrond met elkaar te delen. Op 9 november 2023 vond de Bodemdag plaats in het provinciehuis in Assen. Met meer dan 200 bezoekers was dit wederom een evenement wat volop in de belangstelling heeft gestaan en waar volop gebruik is gemaakt van de mogelijkheid tot netwerken en kennisdeling. Het overkoepelende thema van deze dag was: verandering. Een aantal reacties van bezoekers:

‘Deze dag is een absolute meerwaarde voor het werkveld Bodem in Nood Nederland. Vooral doorgaan!’

‘Een boeiende dag waarin de keuze voor onderwerpen goed was. De door mij gekozen onderdelen sluiten mooi aan op de milieu-opleiding die ik momenteel volg.’

‘Hou deze lijn vast! We moeten veranderen om de bodem gezond te houden. Het geeft aan­­­ wezigen stof tot nadenken’

30

Het Kenniscafé Leefomgeving is in het leven geroepen als plek om op een informele manier kennis en ervaringen te delen en met maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving aan de slag te gaan. Het afgelopen jaar zijn er bijeenkomsten geweest in gemeente Hoogeveen, gemeente Noordenveld, gemeente Emmen en in het provinciehuis van Drenthe, te weten: • 18 april 2023: Water en Bodem sturend – Vitaliteit van de bodem • 20 juli 2023: Er zit energie in de bodem! • 19 september 2023: Zijn we klaar voor de Omgevings­wet? (samen met werkgroep OPD Bodem) • 14 november 2024: Bodemdaling In het kader van de versterking van het VTH-stelsel zijn de kwaliteitscriteria voor ‘kritieke massa’ (deskundigheid en ervaring) een belangrijk instrument. Om aan te kunnen tonen in welke mate de RUD Drenthe voldoet aan deze criteria hebben we alle teams hierover geïnstrueerd.

3.5 ARBEIDSMARKT EN YOUNG PROFESSIONALPROGRAMMA Om bekendheid met onze organisaties te genereren en aandacht te vragen voor het betekenisvolle werk dat wij doen hebben wij aan verschillende banenmarkten, stagebeurzen en carrièredagen bij opleidingsinstellingen deelgenomen. Er zijn interessante gesprekken gevoerd en meerdere kandidaten hebben hun cv achtergelaten. Daarnaast adverteren we op Linkedin, de website www.vooruitindrenthe.nl en de eigen website www.ruddrenthe.nl . Ook zetten we social media in om de vacatures te pushen. Hiermee hebben we een behoorlijke digitaliseringsslag gemaakt en zijn forse stappen gezet in efficiency, informatiebeveiliging en de AVG. De krappe arbeidsmarkt is een (regio overstijgend) zorgpunt. De trend blijft dat heel specialistische vacatures langer blijven openstaan. We hebben desalniettemin de formatie voor energietoezicht op het gewenste niveau gebracht. Twee toezichthouders energie zijn intern in opleiding om aan de kwaliteits­ criteria te voldoen. Er is ons alles eraan gelegen om de beschikbaarheid, diversiteit en deskundigheid van onze professionals te bestendigen. In 2023 is de arbeidsmarkt campagne in samenwerking met de FUMO en

3 Personeel

ODG dan ook gecontinueerd. In deze campagne wordt een videotestimonial van collega Simon gebruikt.

Ook profileren we ons met een praktijkinterview met collega Jolanda op ruddrenthe.nl.De campagne heeft ruim 2.700.000 impressies gegenereerd. Dat staat voor het aantal keer dat een advertentie van de Noordelijke Omgevingsdiensten is gezien. Meer dan 31.000 keer is op zo’n advertentie geklikt om de website www.werkenbijnod.nl te bezoeken. De samenwerking is in januari 2023 verstevigd met een onlinecampagne voor de werving van jong ­professionals (tweejarig opleidingsprogramma voor vergunningverlener of toezichthouder). Op grote maatschappelijke opgaven zoals klimaat, energie en duurzaamheid is de komende jaren extra expertise benodigd, veelal door de studenten van nu. Het Young Professional Programma betreft een ontwikkel- en opleidingstraject dat uit 3 sporen bestaat: • vakinhoudelijke trainingen, waaronder de HAMILopleiding en diverse specialistische trainingen op het gebied van onder meer geluid, afvalwater, Bevi/Revi, PGS 19, 28, 30 en energie

• soft skills trainingen ten aanzien van werken bij de overheid, communicatievaardigheden, omgevingssensitiviteit, advisering, time-management en projectmatig werken • intervisiebijeenkomsten. Voor deze campagne zijn video testimonials geproduceerd, waarvan 1 met RUD Drenthe trainee Gezine . Afgelopen jaar zijn naar aanleiding hiervan 3 trainees bij de RUD Drenthe begonnen. De campagne is ruim 180.000 keer gezien, en er is 2000 keer doorgeklikt. We hadden in totaal 26 reacties en selecteerden 10 trainees voor een start bij één van de 3 Noordelijke Omgevingsdiensten. Voor de bekostiging kunnen wij (deels) gebruik maken van de SPUK –gelden voor versterking van het VTH-stelsel. In het najaar van 2023 is een nieuwe wervingscampagne gevoerd voor de volgende lichting trainees. Wederom blijkt de animo groot. De advertenties zijn 250.000 keer gezien, er is 2.975 keer doorgeklikt. Dit leverde 42 sollicitaties en we verwachten dat ongeveer 20 kandidaten in het voorjaar van 2024 kunnen starten. De doelgroep voor het programma is, naast recent afgestudeerden op HBO/ WO-niveau, verruimd met MBO-4 niveau in een bèta richting.

“Als eind dertiger zocht ik naar een omscholingstraject die aansluit op mijn voorgeschiedenis in de techniek. Bij de RUD Drenthe kan ik als toezichthouder milieu mijn ervaring en technische kennis elke dag goed toepassen. Binnen een jaar heb ik de HAMIL (Handhaving Milieu) opleiding afgerond en kreeg ik een vast contract. Ik ben blij met de keuze die ik heb gemaakt en dankbaar dat ik deze kans heb gekregen. Het is bij de RUD Drenthe heel plezierig werken in een dynamisch werkveld. Zo ligt nu de focus op het leren werken onder de nieuwe Omgevingswet”. Leon Wesselink, zij instromer Toezicht MKB

31

4 Organisatie

Dit jaar lag de focus op realistisch programmeren. Om de benodigde continuïteit bij het realiseren van onze producten en diensten te verzekeren gebruikten we de opschalingsmethodiek. Dit betekent dat we keken naar welke groei we daadwerkelijk konden realiseren. We zien dat de sturing op de totale opgave goed vorm krijgt.

4.1 ANTICIPEREN EN CONTROLEREN Dit jaar is er volop aandacht geweest voor het flexibel anticiperen op de ontwikkelingen om ons heen. Zo dachten we bij de start van het jaar nog dat de Omgevingswet per juli 2023 zou worden ingevoerd. Met “sprints” (korte afgebakende ontwikkelopdrachten) zijn de processen voor de nieuwe zaaktypes die vanuit het DSO bij de RUD Drenthe binnenkomen goed ingericht. Een meerderheid van onze opdrachtgevers heeft inmiddels de Mandaatregeling Omgevingswet vastgesteld. Allemaal mooie organisatorische stappen om de organisatie klaar te stomen voor het nieuwe stelsel. De RUD Drenthe kan ook steeds beter werk, mensen en geld op elkaar afstemmen. Meten, monitoren en bijsturen is een vast onderdeel bij onze taakuitvoering. 32

Belangrijk, want er wordt vraag gestuurd gewerkt. We zagen ons genoodzaakt in 2023 nog meer in te zetten op risico gericht werken. De informatievoorziening is met ons nieuwe data-dashboard sterk verbeterd. De tijdsregistratie is op orde. Kortom; we zijn navolgbaar in control. Een zorgpunt is de bestuurlijke interventie bij de uitvoering van ons werk. Zowel bij vergunningverlening als bij toezicht zien we hierin een afbreukrisico. Het leidt tot afname van het lokale draagvlak en aantasting van de autonome positie. Hierdoor is handhaving af en toe heel lastig gebleken.

4 Organisatie

4.2 BEDRIJFSMATIGE ONTWIKKELINGEN

4.2.2 HUISVESTING

4.2.1 GROEIMODEL

Sinds de start van de RUD Drenthe in 2014 is de organisatie dus flink gegroeid. Sinds de coronapandemie is daarbij een andere huisvestingsbehoefte ontstaan vanwege het hybride werken (afwisselend thuis of op kantoor en vaker via onlineverbindingen. Dit was aanleiding om te komen tot een huisvestingsvisie. In 2023 hebben we onderzocht hoe onze nieuwe huisvesting er uit zou moeten zien. Daarbij is duidelijk geworden dat dit het best kan worden vorm gegeven vanaf 1 kantoorlocatie. Op dit moment zijn we ons aan het oriënteren op een nieuwe locatie in Assen. De verwachting is dat deze gereed zou kunnen zijn in het eerste kwartaal van 2025. Dit is echter in grote mate afhankelijk van het aanbod in de markt. Het uitgangspunt is dat de relatieve lasten per medewerker niet stijgen.

De geraamde benodigde uren waren te ambitieus in verhouding tot de beschikbare capaciteit. Alhoewel we de ambitie hebben om de uren, behorende bij de begroting om te zetten in productiviteit, weten we dat dit niet haalbaar is. Om die reden hanteerden we afgelopen jaar een programmering die geleidelijk opschaalt, waarbij we uitgaan van de beschikbare capaciteit op januari 2023. TABEL 11 GROEIMODEL 2023 SOORT UREN Basis uitvoeringsniveau 2023

UREN 161.380

Groeimodeluren 2023 => Juridische ondersteuning

3.500

Groeimodeluren 2023 => BOA inzet

1.330

Groeimodeluren 2023 => Energie

1.600

Groeimodeluren 2023 => correctie RGT o.b.v. 2022

5.010

Subtotaal

11.440

Afgesproken opschaalniveau (50%)

165.800

Totaal

172.820

Extra opdrachten (700) 2022

6.650

Gepland meerwerk

2.600

SPUK (Specifieke uitkering)

3.720

De begroting is het gewenste niveau gezien vanuit de wettelijke uitvoering. Voor 2023 gingen we uit van 172.820 uur. In onze berekening hanteren we de formatie­ staat november 2022 (157.428 uur). Het verschil tussen beide noemen we de bandbreedte voor het opschalen. Gedurende het jaar 2023 werkten we zo snel als mogelijk naar het gewenste uitvoeringsniveau door de formatie te laten groeien en nieuwe medewerkers op te leiden.

4.3 INFORMATIEVOORZIENING Het past bij ons als kennisorganisatie om informatie gestuurd te werken. Onze processen worden steeds verder gedigitaliseerd. Hierdoor krijgen we sneller toegang tot meer gegevens en kunnen we beter adviseren, toetsen en toezicht houden. Ook met onze ketenpartners wisselen we steeds vaker digitaal informatie uit. We bouwen aan een platform voor informatievoorziening en we bewaken de kwaliteit van onze data goed. We sluiten ook aan op landelijke systemen die nodig zijn voor nieuwe wet- en regelgeving. In 2023 is de aanbestedingsprocedure voor de inkoop en implementatie van een zaaksysteem ter opvolging van het huidige zaaksysteem opgestart. Het zaaksysteem is de ruggengraat van onze organisatie, waarin alle werkzaamheden en processen van het primair proces zijn ingericht. Het stelt de RUD Drenthe in staat om efficiënt en effectief te werken. Een toekomstbestendig systeem voorkomt vele verloren uren van zoekwerk, dubbele handelingen of interpretatieverschil.

“Dit jaar heb ik samen met 5 RUD-collega’s bij de gemeenten Emmen en Coevorden een hele serie bruidsschatregels milieu verwerkt tot goede vragenbomen (de zogenaamde toepasbare regels). Deze toepasbare regels worden vanuit het Omgevingsplatform Drenthe uniform vastgesteld en nu gebruikt door bijna alle Drentse gemeenten. Dit bleek nog een uitdaging, omdat we allemaal met verschillende software werken en de systemen niet altijd 100% compatibel zijn met het DSO. Maar het is gelukt! Landelijk wordt met belangstelling naar deze gezamenlijke ontwikkeling gekeken. Drenthe loopt weer voorop in samenwerking. “ Eddy Boersma, Vergunningverlener milieu. 33

DEEL A

“Toen ik startte met ‘train de trainer Omgevingswet’ had ik zin om iets nieuws te proberen, niet wetende wat er allemaal op ons af zou komen. Dat ik de cursus met collega Eddy Boersma meer dan 100 keer zou geven om collega’s klaar te stomen voor de op handen zijnde Omgevingswet, hadden we vooraf niet kunnen bedenken. We zijn in 2019 online gestart (tijdens de covid-pandemie), daarna organiseerden we een hybride cursus en vorig jaar kozen we bewust weer voor een fysieke opzet. Dat vroeg dus heel wat flexibiliteit maar elk obstakel kan met inzet en optimisme worden overwonnen. Lesgeven is iets waarvan ik zelf nooit had gedacht dat ik het leuk zou vinden. We kijken nu met een goed gevoel terug op dit avontuur, en de wetenschap dat we met elkaar voorbereid 2024 zijn ingegaan!” Janneke Keen, toezichthouder milieu & trainer Omgevingswet

Onderstaande systemen zijn ingevoerd of geactualiseerd: • We hebben een nieuw bodeminformatiesysteem ingevoerd. Bodeminformatie is hierdoor beter inzichtelijk en is digitaal beschikbaar gesteld aan het landelijke bodemloket. • We hebben een nieuw GEO-informatiesysteem in gebruik genomen, waarmee we sneller en beter overzicht kunnen krijgen op een meer locatiegerichte werkwijze. • We ontwikkelen een nieuw platform voor informatie­ voorziening op basis van Microsoft Azure in ­combinatie met Power-BI. • De eerste fase van een pilot met zoek-en-vind systeem My-Lex is uitgevoerd, waarmee we een integraal overzicht kunnen krijgen van de ­gearchiveerde documenten die we hebben. • We zijn gestart met het robotiseren van een aantal administratieve werkzaamheden. • We bereiden ons voor op de inzet van drones. We werken daarnaast mee aan een ‘bureau ODNL’ als centraal aanspreekpunt voor woordvoering. Dit verminderd onze eigen overhead. Mooie uniformeringsstappen in de informatievoorziening!

4.4 BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN 4.4.1 DE OMGEVINGSWET Invoering van het nieuwe stelsel betekent een transitieperiode die doorloopt tot 2029. Binnen het Omgevingsplatform Drenthe zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop we gaan samenwerken onder de Omgevingswet. We staan de gemeenten en provincie graag bij met advisering. Waar onze werkwijze nu vooral gericht is op de beoordeling en toetsing van het milieu moeten de milieuaspecten straks op integrale wijze, samen met die van andere domeinen in de fysieke leefomgeving, worden gewogen.

34

De RUD Drenthe zet als kennispartner volop in op hulp en ondersteuning in 2024, het invoeringsjaar. Het maken van uniforme keuzes in Omgevingsplannen kan bijdragen aan het dempen van kostenstijgingen. Naast inhoudelijke ondersteuning van onze deelnemers en ketenpartners verandert er natuurlijk ook in onze eigen organisatie het nodige. Het ‘eigen maken’ vraagt de komende periode nog volop tijd en aandacht. 4.4.2 INTERBESTUURLIJK PROGRAMMAPLAN VERSTERKING VTH-STELSEL Onder leiding van het Rijk is een Interbestuurlijk programma (IBP) versterking VTH-stelsel opgesteld. Dit programma is opgesteld naar aanleiding van onderzoeken van de commissie Van Aartsen en de Rekenkamer. Gezamenlijk met het Ministerie, de Omgevingsdiensten, de VNG en IPO is aflopen jaar gewerkt aan de uitwerking van de aanbevelingen. We hebben voor drie kwaliteitsindicatoren (KPI’s) een plan van aanpak opgesteld om aan de robuustheidcriteria vanuit het IBP te voldoen: 1 De dienst heeft voldoende aandacht, capaciteit en budget voor innovatie blijkend uit aanwezigheid van een (meerjarige) innovatieagenda en vrij besteedbaar budget voor innovatie. Het percentage voor het innovatiebudget wordt in het kader van het (landelijke) onderzoek naar de robuuste financiering nader bepaald.

2 De dienst kan risico’s en veranderingen in de omvang van het overgedragen takenpakket opvangen door het aanhouden van buffers (weerstandsvermogen). Dit blijkt uit afdoende algemene reserve voor geïdentificeerde risico’s en onverwachte operationele tegenvallers en expliciete afspraken. Het percentage voor het weerstandsvermogen wordt in het kader van het (landelijke) onderzoek naar de robuuste financiering nader bepaald.

4 Organisatie

3 De dienst kan relaties leggen tussen werk, mensen en geld. Er wordt informatie gestuurd gewerkt. Dat komt tot uitdrukking in het percentage van de uitvoeringsformatie VTH voor businessintelligence en een opleidingsbudget van 3% van de loonsom.

over inhoudelijke dilemma’s, ontwikkelingen en wensen in gesprek te gaan. Tijdens het gesprek kunnen raden/ staten verduidelijkende vragen stellen, richtingen, kaders en eigen wensen meegeven. De opzet is over 3 regio’s verdeeld; Noord, Zuid-Oost en Zuid-West.

4.4.3 U&H STRATEGIE 2E FASE

In het eerste kwartaal van 2023 vond een extra themabijeenkomst plaats met het (nieuwe) algemeen bestuur. Het doel van de bijeenkomst was om de bestuurders uitgebreid kennis te laten maken met het werkveld van de RUD Drenthe. Een aantal van onze medewerkers hebben met enthousiasme verteld over het werk dat zij uitvoeren en de belangrijkste ontwikkelingen die binnen hun milieuspecialisme spelen. Dit kijkje in de keuken werd door de bestuurders bijzonder op prijs gesteld,

Naar aanleiding van de evaluatie ‘Gemeenschappelijke Regeling RUD Drenthe’ die in 2021 plaatsvond zijn er 10 aanbevelingen geformuleerd. De belangrijke aanbeveling uit deze evaluatie was om een uniforme uitvoerings- & handhavingsstrategie voor Drenthe op te gaan stellen. Deze U & H strategie is in concept gereed en legt de bestaande beleidskaders vast. In 2023 is de volgende fase gestart met het benoemen van een coördinator die onder meer de herijking van de Drentse maat ter hand neemt. In deze 2e fase worden echte inhoudelijke keuzes gemaakt over de (kwaliteit en risico’s van) uitvoering van het milieutakenpakket. Vanuit raden en staten is via zienswijzen verzocht om actief betrokken te worden bij dit proces. Tijdens en na het vormen van de U&H strategie zal ook aandacht zijn voor de impact op de kentallen. Met de komst van de Omgevingswet en na het vaststellen van een uniforme uitvoering- & handhavingsstrategie zullen de kengetallen toe zijn aan actualisatie. Herijking van de kentallen kan naar verwachting eind 2025, begin 2026 uitgevoerd worden.

4.5 RELATIEMANAGEMENT Vorig jaar zijn Drenthe brede afspraken gemaakt voor Drentse gemeenschappelijke regelingen, raden/staten en colleges. Het voorjaarsoverleg tussen de raad/staten met het lid van het algemeen bestuur van de GR is een nieuw initiatief. Het doel van het overleg is om jaarlijks

De RUD Drenthe werkt ook veel samen met ketenpartners. De trend is dat besluiten steeds vaker op integrale wijze tot stand komen, conform de geest van de Omgevingswet. Ook de aanpak van milieuover­ tredingen gebeurt veelal gezamenlijk en in afstemming. Een mooi voorbeeld is de samenwerking met waterschappen en veiligheidsregio. Ook de samenwerking in de strafrechtketen is steeds vanzelfsprekender (OM). We doen dat bijvoorbeeld op platformniveau (OPD, kenniskring kwaliteit) en in de uitvoering (ketentoezicht, asbesttoezicht). Met Rijkspartners zien we de laatste tijd ook intensievere afstemming (RWS, ILT en Ministeries). In de afgelopen 10 jaar zie je dat Omgevingsdiensten, hoewel er regionale verschillen zijn, onderling vaker samenwerken. Voorbeelden zijn het uitlenen van experts, delen van bedrijfsvoerings­ capaciteit of samenwerken bij de werving & selectie. Ook met OD Twente, OD IJsselland en OFGV (Flevoland, Gooi en Vechtstreek) zijn goede contacten.

“Tijdens een controle op afvaltransporten in samenwerking met partners als de ILT, NVWA en RDW is er een ­transport door de Politie staande gehouden. Grondkabels en elektriciteitskabels werden vanuit een metaalhandelaar richting een kringloopwinkel vervoerd. Grondkabels en elektriciteitskabels kunnen gevaarlijke stoffen bevatten. Het ­transport had niet de juiste vervoersdocumenten, had de afvalstroom niet gemeld en deze afvalstof mocht ook niet ontvangen worden door de kringloopwinkel. We hebben toen een locatiebezoek uitgevoerd bij de kringloopwinkel en ­geconstateerd dat zonder melding of vergunning afval ingezameld en verwerkt werd. De transporteur heeft van het Openbaar Ministerie een strafbeschikking gekregen en de kringloopwinkel is door ons aangeschreven op de Wet Milieubeheer. Een prachtig voorbeeld van ketensamenwerking als je het mij vraagt”. Olbrand de Vries, toezichthouder milieu 35

DEEL A

“Ik vind de prettige regionale samenwerking tekenend voor de gezaghebbende plek die de RUD Drenthe in het stelsel inneemt. De samenwerking met bijvoorbeeld het waterschap als het gaat over agrarische spoelplaatsen. Zij voeren voor ons metingen uit die wij vervolgens hanteren bij de aanschrijvingen in de handhaving als er sprake is van norm­overschrijdingen gewasbeschermingsmiddelen in afvalwater. Ook de samenwerking met de NVWA is nuttig en effectief, bijvoorbeeld waar het gaat om zaken gerelateerd aan mestopslagen. Zij hebben gegevens tot hun beschikking die wij niet hebben, maar die voor de uitvoering van ons werk wel van waarde zijn!” Irma Petrusma, brancheregisseur agrarisch

4.6 KWALITEIT 4.6.1 KLACHTEN Overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht (Awb, hfst. 9) publiceren wij jaarlijks informatie over de ingediende klachten. Dat gaat niet over meldingen van milieuhinder maar over het optreden en de bejegening door medewerkers van de RUD Drenthe. Voor deze klachten bestaat een Klachtenreglement, dat onder meer voorschrijft dat het dagelijks bestuur jaarlijks rapporteert over klachten aan het algemeen bestuur en aan onze deelnemers. Doorgaans worden de klachten afgehandeld op het niveau van teamleider. In het programmajaar 2023 zijn geen klachten ingediend. Wel is tegen de afdoening van een eerder afgehandelde klacht een procedure gestart bij de Nationale Ombudsman. De klacht betrof de wijze waarop de RUD Drenthe een controle heeft uitgevoerd naar aanleiding van een melding over een illegale asbestverwijdering. De Ombudsman heeft geconcludeerd dat de klacht ongegrond is en dat de RUD Drenthe behoorlijk heeft gehandeld. Het bericht op de website van de Ombudsman luidt: “Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe handelt zorgvuldig bij melding over illegale asbestverwijdering”. 4.6.2 MANDAATBESLUIT EN REGELINGEN De vaststelling van mandaatbesluiten en aanpassing Gemeenschappelijke Regeling was in 2023 een flinke klus. Het uniform mandaatbesluit Omgevingswet is door alle colleges en de provincie ondertekend.

Daarnaast is de tekst in de Gemeenschappelijke Regeling RUD Drenthe aangepast op de sinds 2022 in werking zijnde nieuwe wet op de gemeenschappelijke regelingen voor het vergroten van de betrokkenheid van Raden en Staten. Deze is op route voor de zienswijzen.

36

Een onderdeel dat raakt aan beide regelingen is de actualisatie van de dienstverleningsovereenkomsten. Er is een ontwerp wijziging DVO (Dienstverleningovereenkomt) op route gebracht. Volgend jaar vindt fase 2 plaats, het verzamelen, actualiseren en maken van de onderliggende werkafspraken alsmede de borging ervan. 4.6.3 INK EN VISITATIE Het borgen van kwaliteit staat hoog op onze ontwikkelagenda. De herijking van het INK-model (kwaliteitsmodel Instituut Nederlandse Kwaliteit) is uitgesteld. Maar we staan niet stil. De RUD Drenthe doet bijvoorbeeld mee aan visitaties tussen Omgevingsdiensten onderling. Het doel van de visitaties is om omgevingsdiensten te helpen bij het borgen van de kwaliteit die onder meer is vastgelegd in de verordeningen VTH. De toets is opgenomen in de speerpunten voor de verbetering van het VTH-stelsel. Eind augustus 2023 heeft een visitatie plaatsgevonden. Naast een aantal noodzakelijke aanbevelingen wordt geconcludeerd dat “.......de RUD Drenthe een enthousiaste ambitieuze organisatie is welke keihard aan de slag is en weet waar ze op willen doorpakken”. De sterke punten en de aanbevelingen staan in het Visitatierapport Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe, welke is geplaatst op de website.

5 Financieel

Dit boekjaar voegen we het jaarverslag en de jaarrekening samen tot één integraal rapport. De jaar­­ rekening (hoofdstuk 6) volgt aansluitend op hoofdstuk 5, die de financiële terugblik met verplichte paragrafen bevat. 5.1 SAMENVATTING RESULTAAT 2023 We beschrijven in deze paragraaf eerst wat de financiële impact is van onze productie in relatie tot de prognose uit het Jaarprogramma 2023 en de Begrotingswijziging over 2023. In de samenvatting hierna wordt een verkort overzicht gegeven van de financiën over 2023:

“ Ik zocht naar een functie waar met data gewerkt word en die vond ik in 2023 bij de RUD Drenthe. Ik volg een post-master programma van de VU Amsterdam, waarbij ik 2 dagen per maand een lesdag heb en de opgedane kennis daarna direct toepas in de praktijk. De afdeling informatievoorziening heeft diverse dashboards ontwikkeld in Power BI en er wordt gewerkt aan het opzetten van een platform (Azure) voor het ontsluiten, opslaan en bewerken van data. Momenteel geven deze dashboards inzicht in de huidige stand van zaken, maar in de toekomst willen we uitzoeken of het mogelijk is om voorspellingen te doen. Ik voorzie collega’s bijvoorbeeld van data gestuurde inzichten. Denk aan veranderingen in het aantal binnengekomen vergunningen in relatie tot nieuwe wetgeving. Verder kijk ik naar de toepassing van open data en wil ik graag leren hoe ik collega’s mee kan nemen in datagericht werken.” Natasja Beckmann, Junior Informatieanalist 37

DEEL A

TABEL 12 DE BEGROTE EN GEREALISEERDE BATEN EN LASTEN OVER 2023 REALISATIE RUD DRENTHE 2023 IN ÉÉN OOGOPSLAG vóór resultaatbestemming, x € 1.000 REALISATIE 2022

BEGROTING 2023 VOOR WIJZIGING

16.341

18.252

19.424

19.143

Inkomsten Leges

198

200

200

200

Inkomsten Projecten

998

1.291

1.066

1.178

SPUK baten

94

0

429

908

Financiële baten

12

0

0

155

Overige baten

137

97

96

151

TOTAAL BATEN

17.779

19.839

21.215

21.735

Loonsom en inhuur

13.105

13.965

15.171

14.901

Frictiekosten

293

0

0

51

Reis-, opleidings- en algemene personeelskosten

763

763

786

994

2.638

2.945

3.039

3.013

138

150

150

140

0

50

50

0

Projecten

998

1.291

1.066

1.178

SPUK lasten

0

0

429

908

Projectkosten ontwikkelprogramma

23

0

0

0

Incidentele lasten

0

400

400

201

Onvoorzien

0

125

125

0

17.958

19.689

21.215

21.386

-179

151

0

349

0

0

0

0

-179

151

0

349

Deelnemersbijdragen

Bedrijfsvoerings-kosten Leges Projectkosten LOS

TOTAAL LASTEN SALDO VAN BATEN EN LASTEN Onttrekking uit reserve RESULTAAT

BEGROTING REALISATIE 2023 2023 NA WIJZIGING

Het begrotingsjaar 2023 is afgesloten met een positief resultaat van € 348.682. Bij de begrotingswijziging 2023 waren de baten en lasten in evenwicht, waardoor het resultaat nu in positieve zin afwijkt van het begrote resultaat na de begrotingswijziging.

38

5 Financieel

In onderstaande tabel vatten we de verschillen samen: TABEL 13 ANALYSE VERSCHILLEN 2023 SAMENVATTING VERSCHILLEN BEGROTING REALISATIE 2023 Deelnemersbijdrage valt lager uit (minder uren: 2.440 * €115,21)

€

-281.000

N

Hogere overige baten (bijv. licenties en beheerkosten LOS)

€

55.000

V

Niet begrote rente opbrengsten

€

155.000

V

Lagere personeelslasten

€

10.000

V

Incidentele lasten vallen lager uit

€

199.000

V

Het potje onvoorzien is niet gebruikt

€

125.000

V

Lagere bedrijfsvoeringskosten

€

25.000

V

Geen projectkosten voor zaak- en bodeminfosystemen

€

50.000

V

Diverse kleinere verschillen

€

11.000

V

TOTAAL

€

349.000

V

IN DE UITEENZETTING VAN DE VERSCHILLEN GELDT: N = NADELIG TEN OPZICHTE VAN DE VASTGESTELDE BEGROTINGSWIJZIGING EN V = VOORDELIG.

• Er zijn voor 167.562 uren Jaarprogramma ­gerealiseerd (102%). De productie van het jaar­­ programma is hoger, maar omdat een deel van de uren via SPUK wordt gefinancierd worden er per saldo 2.440 minder uren aan de deelnemers in rekening gebracht. Een totaal van 4.877 uren worden vanuit de SPUK-energietoezicht regeling ­gefinancierd, zodat er 162.685 uren overblijven die met de deelnemers worden verrekend. Bij voorschot zijn er 165.125 uren in rekening gebracht. Dit betekent dat de deelnemers in totaal 2.440 * € 115,21 = € 281K terug kunnen ontvangen. Overigens zijn de totale baten voor beide SPUK-regelingen in de jaarrekening € 479K hoger dan waar vooraf rekening mee was gehouden, maar zijn de bijbehorende lasten evenredig hoger waardoor dit geen financieel effect heeft. • Hogere overige baten ad € 55K zijn voornamelijk hogere doorbelaste licentiekosten aan derden. • Hogere renteopbrengsten voor het tegoed bij de schatkist hebben € 155K meer opgeleverd. Door de relatief snelle rentestijging was in de begroting hiermee nog geen rekening gehouden.

• De lagere personeelslasten bestaat enerzijds uit een onderschrijding van 520K voor de lonen en een overschrijding van 302K voor de inhuur en een overschrijding van 208K voor de overige personeelskosten. De vacature ruimte van vast personeel is gedeeltelijk ingevuld door inhuur van personeel en het niet (of later) invullen van vacature ruimte. Bij de inhuur zijn de kosten gestegen door het uitvoeren van meer projecten. Daarnaast zijn nog niet ingevulde vacatures voor de vaste formatie tijdelijk ingevuld door inhuur. • De overige personeelskosten zijn gestegen door hogere reiskosten als gevolg van hogere woonwerk vergoedingen bij de opheffing van de COVID restricties. Het traject zelforganisatie heeft hogere opleidings­kosten tot gevolg. De thuiswerk vergoedingen veroorzaken ook een toename van de overige personeelskosten. Naast de thuiswerkvergoeding worden er kosten gemaakt voor een verantwoorde thuiswerkplek. Tot slot heeft het aantrekken van nieuw personeel ook tot gevolg dat er extra kosten worden gemaakt voor de arbeidsmarktcampagne samen met ODG en FUMO. • De incidentele lasten zijn € 199K lager dan begroot. Bij de inschatting van de lasten voor het omzetten van het locatiebestand naar MBA’s (i.v.m. de Omgevingswet) werd verondersteld dat veel hand­matige handelingen noodzakelijk zouden zijn.

Gedurende het project bleek dat met een tool de handelingen grotendeels konden worden geautomatiseerd. Dit heeft een aanzienlijke kostenbesparing opgeleverd. • In de begroting is een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen met een hoogte van € 125.000. In 2023 is de post onvoorziene uitgaven niet benut. • Bij de post ‘overige bedrijfsvoeringskosten’ zien we dat de overige licentie -en ICT kosten hoger uitvallen dan in de begrotingswijziging doordat er diverse robotiseringen zijn uitgevoerd, als ook door een aanzienlijke toename van de formatie. De packagedeal met gemeente Emmen en provincie Drenthe valt lager uit doordat de flexibele kosten die onder de package deal vallen lager zijn uitgevallen dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. De kosten voor huisvesting vallen onder een vaste prijsafspraak. • De verzekeringskosten zijn gestegen doordat landelijk ook de verzekeringen duurder zijn geworden door hogere schades en door een toename van het personeel bij de RUD Drenthe. Advieskosten bestaan uit 21K voor een opdracht betreffende onderzoek naar de invoering van Timetell en interne controle 2022 door Exilo. De interne controlekosten 43K voor het jaar 2023 voor de verbijzondere interne controle(VIC) is ook uitgevoerd door Exilo. 39

DEEL A

• Projectkosten van het LOS 50 K zijn nog niet besteed in 2023 en vallen dus vrij in het resultaat.

In de verantwoording is het programma Milieu regulier de grootste en belangrijkste. Sinds de begrotingswijziging 2018 is ervoor gekozen om- in aanvulling hierop - een apart programma voor Milieu projecten op te nemen.

5.2 OVERZICHT BATEN EN LASTEN 2023

Zo kan beter onderscheid gemaakt worden tussen de reguliere taken (Drentse Maat en Niet-Drentse Maat) die

Het BBV (Besluit Begroting & Verantwoording provincies en gemeenten) vereist dat de financiële verantwoording in verschillende paragrafen en programma’s wordt weergegeven. U treft de verantwoording aan in de navolgende paragrafen 5.2 t/m 5.7.

wij voor de deelnemers uitvoeren en de apart gefinan­ cierde projecten. Volgens het BBV dienen verder de algemene dekkings­ middelen, de heffing VPB (vennootschapsbelasting) en het bedrag voor onvoorzien apart in het programmaplan uiteen­

5.2.1 PROGRAMMARESULTATEN

gezet te worden. Daarnaast wordt de overhead in een apart programma getoond. Ook kosten van de andere program­

Onderstaande tabel bevat een overzicht – per programma- van de begrote en gerealiseerde baten en lasten in 2023. Het totaal van de programma’s is in 2023 afgesloten met € 21.734.762 aan baten en € 21.386.080 aan lasten. We komen hiermee dus uit op een positief resultaat van € 348.682 (afgerond 349K).

ma’s dienen exclusief overheadkosten getoond te worden. Het BBV schrijft verder verschillende andere verplichte paragrafen voor. Deze zijn niet van toepassing op onze organisatie, te weten: • Grondbeleid is niet van toepassing omdat we geen eigen grond bezitten; • Verbonden partijen is niet van toepassing op ons omdat wij geen verbonden partijen hebben; • Onderhoud kapitaalgoederen is niet van toepassing omdat wij geen kapitaalgoederen hebben.

TABEL 14 BEGROTE EN GEREALISEERDE BATEN EN LASTEN 2023, PER PROGRAMMA BEGROTING 2023 VOOR WIJZIGING

BEGROTING 2023 NA WIJZIGING

REALISATIE 2023

AFWIJKING

Programma Milieu regulier

18.252

19.024

18.944

80

Programma Milieu projecten & leges

1.491

2.094

2.484

-390

Programma Overhead

97

97

151

-54

Financiële baten

0

0

155

-155

TOTAAL BATEN

19.840

21.215

21.735

-520

Programma Milieu regulier

12.725

12.365

12.398

-33

Programma Milieu projecten & leges

1.491

2.044

2.426

-382

Programma Overhead

5.348

6.681

6.562

119

Inkomsten SPUK baten

0

0

0

0

Bedrag onvoorzien

125

125

0

125

TOTAAL LASTEN

19.689

21.215

21.386

-171

151

0

349

0

151

0

0

0

Onttrekking vanuit reserves

0

0

0

0

SALDO VAN BATEN EN LASTEN NA MUTATIE RESERVE

0

0

349

0

Saldo van baten en lasten voor mutatie reserves TOEVOEGING EN ONTTREKKING RESERVES Toevoeging reserves

40

5 Financieel

5.2.2 ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN, DE HEFFING VPB (VENNOOTSCHAPSBELASTING) EN HET BEDRAG VOOR ONVOORZIEN Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Omdat onze organisatie enkel specifieke dekkingsmiddelen kent, is deze post niet van toepassing op ons. Het BBV schrijft ook voor dat de heffing vennootschapsbelasting wordt uiteengezet in een separate post. Dit is niet van toepassing op onze organisatie. Vennootschapsbelasting dient namelijk te worden afgedragen door een overheidsonderneming bij activiteiten die voor de Vpb gelden als onderneming en waarop geen objectvrijstellingen van toepassingen zijn. Ons uitgangspunt is dat, voor de activiteiten van ons kwalificeren als onderneming, wij in principe alleen die activiteiten ondernemen waarbij sprake is van objectvrijstelling. Tot slot, het geraamde bedrag voor onvoorzien. Dit is niet gebruikt. TABEL 15 HET GEBRUIK VAN DE POST ONVOORZIENE UITGAVEN BEGROTING 2023 NA WIJZIGING

REALISATIE 2023

AFWIJKING

Onvoorzien

125.000

0

125.000

TOTAAL

125.000

0

125.000

5.3 VERPLICHTE PARAGRAAF: LEGES Voor de provincie Drenthe zijn wij gemandateerd om de heffingen van leges uit te voeren. Dit betreft leges voor de luchtvaart en de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). De inning van de leges is gebaseerd op de Legesverordening van de provincie. In 2023 resteerde hiervan € 60.185 als vergoeding voor de (administratieve, in de loonkosten verantwoorde) ondersteuning die wij hiervoor inzetten. TABEL 16 RAMING EN REALISATIE VAN DE LEGESKOSTEN EN -OPBRENGSTEN BEGROTING 2023 NA WIJZIGING

REALISATIE 2023

AFWIJKING

Inkomsten leges

200.000

199.871

-129

Legeskosten

150.000

139.686

10.314

TOTAAL

50.000

60.185

10.185

41

DEEL A

5.4 VERPLICHTE PARAGRAAF: WEERSTANDVERMOGEN EN RISICO­BEHEERSING In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de relatie tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit. 5.4.1 WEERSTANDSCAPACITEIT Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin wij in staat zijn middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Een buffer is wenselijk. Bij het weerstandsvermogen gaat het om de robuustheid van de begroting enerzijds en de omvang van het eigen vermogen dat als buffer beschikbaar is anderzijds. De kosten die niet uit andere inkomsten kunnen worden gedekt, komen ten laste van de deelnemende organisaties. Dat impliceert dat de financiële gevolgen van risico’s, die niet binnen onze begroting kunnen worden opgevangen, uiteindelijk ten laste van de deelnemende organisaties worden gebracht. Deze bepaling zou tot de opvatting kunnen leiden, dat het voor ons niet nodig is om over weerstandscapaciteit te beschikken. Maar de RUD Drenthe is een zelfstandige rechtspersoon met eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Het is daarbij onwerkbaar als wij bij iedere tegenvaller ons tot de deelnemers moeten wenden met het verzoek om een (incidentele of structurele) verhoging van de bijdrage.

Daarnaast is met de deelnemers expliciet afgesproken dat het niet wenselijk is als een gemeenschappelijke regeling een groot eigen vermogen opbouwt. Op grond van Drentse afspraken is hiervoor een weerstandsvermogen van 2,5% overeengekomen. De relatie tussen risico’s en weerstandsvermogen is een onderwerp wat onder de aandacht blijft. Ultimo 2023 bedraagt het totaal eigen vermogen € 660.140 met een algemene reserve van € 288.660, een bestemmingsreserve van € 22.798 en een positief exploitatieresultaat over 2023 van € 348.682. De bestemmingsreserve maakt geen onderdeel uit van de weerstandscapaciteit, maar dat geldt wel voor het positieve exploitatieresultaat over 2023. Een post onvoorzien in de begroting 2024 is beschikbaar voor het opvangen van (incidentele) tegenvallers. De RUD Drenthe stelt voor om het positieve resultaat ad € 348.682 toe te voegen aan de algemene reserve. Het weerstandvermogen zal hierdoor toenemen. 42

Op basis van het in de begroting 2023 (paragraaf 2.2.) opgenomen benodigde weerstandsvermogen van € 413.660 is de ratio tussen aanwezige en benodigde weerstandsvermogen 0,9. In onderstaand overzicht is weergegeven hoe de berekening tot stand is gekomen. Deze ratio voor het weerstandsvermogen wordt beoordeeld als matig. Wanneer het positieve resultaat niet ten gunste van de deelnemers komt, dan stijgt het weerstandsvermogen naar € 762.342. De ratio stijgt dan naar 1,8. Dat wordt beoordeeld als ruim voldoende. TABELLEN 17 CONCLUSIE VAN HET WEERSTANDSVERMOGEN AANWEZIGE WEERSTANDSCAPACITEIT PER 31 DECEMBER 2023 Algemene Reserve

€ 288.660

Exploitatieresultaat

€ 348.682

Onvoorzien Begroting 2024

€ 125.000

TOTAAL WEERSTANDS­ CAPACITEIT

€ 762.342

RICHTLIJNEN WEERSTANDSCAPACITEIT BETEKENIS RATIO

RATIO WEERSTANDSCAPACITEIT

Uitstekend

> 2,0

Ruim voldoende

1,4 < x > 2,0

Voldoende

1,0 < x > 1,4

Matig

0,8 < x > 1,0

Onvoldoende

0,6 < x > 0,8

Ruim onvoldoende

< 0,6

FACTOR AANWEZIG/BENODIGD WEERSTANDSVERM. FACTOR:

1,8

OORDEEL:

ruim voldoende

5.4.2 RISICOBEHEERSING De omvang van ons weerstandsvermogen is gerelateerd aan de risico’s die de organisatie loopt. Deze risico’s zijn volledig in kaart gebracht inclusief een financiële vertaling. Hierbij is rekening gehouden met de invloed van reeds getroffen dekkingsmaatregelen, zoals verzekeringen. In de begroting 2023 passen we de financiële risico’s toe op basis van een onderverdeling in categorieën, zoals in onderstaande tabel is benoemd. In het model is de wijze van risicobeoordeling en -kwantificering gehanteerd, zoals deze aanbevolen wordt door het Ministerie van BZK. De risico’s geven inzicht in het benodigde weerstandsvermogen. Kleinere risico’s worden geacht onderdeel te zijn van de reguliere bedrijfsvoering. De vermenigvuldiging met de wegingsfactoren impact en frequentie geeft inzicht in het bedrag dat beschikbaar moet zijn als weerstandsvermogen.

5 Financieel

TABEL 18 HET RISICOPROFIEL 2023 NR

CATEGORIE

OMSCHRIJVING

EFFECT

1

PERSONEEL

ZIEKTEVERZUIM

PRODUCTIE­ VERLIES

250.000

3

5

250.000

2

PERSONEEL / WERVING NIEUWE PRODUCTIEBEDRIJFSVOERING MEDEWERKERS VERLIES

150.000

3

4

112.500

3

PERSONEEL

50.000

1

5

50.000

4

PERSONEEL / GEVOLGEN BEDRIJFSVOERING OMGEVINGSWET

PM

PM

PM

PM

LEGES

FINANCIEEL IMPACT FREQUENTIE

FRICTIEKOSTEN PRODUCTIEVERLIES

BENODIGDE WEER­­ STANDSCAPACITEIT

TOTAAL

412.500

FREQUENTIE

3

PM

IMPACT

PM

Gevolgen omgevingswet

Leges IMPACT

KLASSE/ IMPACT

Werving nieuwe medewerkers

1

FREQUENTIE

5

ziekteverzuim

Risicoprofiel 2023

IMPACT

5

4

FINANCIEEL

WEGINGS­ FACTOR

KLASSE / FREQUENTIE

KANS

FREQUENTIE

3

IMPACT

FREQUENTIE

WEGINGS­ FACTOR

1

< 50.0000

25.000

1

1 keer per 10 jaar of minder

0,10

2

50.001 - 100.0000

75.000

2

1 keer per 5 -10 jaar

0,20

3

100.001 - 250.000

175.000

3

1 keer per 2 -5 jaar

0,50

4

250.001 - 1.000.000

625.000

4

1 keer per 1 -2 jaar

0,75

5

> 1000.000

1.000.000

5

1 keer per jaar of meer

1,00

De uiteindelijke effecten behorende bij de benoemde risico’s worden puntsgewijs toegelicht. Voor zover de risico’s zich hebben voorgedaan zijn de bijbehorende lasten in het rekeningresultaat 2023 verwerkt.

43

DEEL A

1. ZIEKTE­VERZUIM

De RUD Drenthe heeft over heel 2023 een gemiddeld ziekteverzuimpercentage van 5,68%. Ten opzichte van 2022 is dit een daling van 4,2% (2022: 9,49%). Van 5,68% is 5,2% toe te rekenen aan personeel wat valt onder overhead en 7,8% aan productief personeel. Het is dus ruimschoots gelukt om qua ziekteverzuim onder de begrote 9% voor 2023 te eindigen.

het jaar 2024 hebben we 9% ingeboekt, maar is in de programmering m.b.v. prioritering en uitvoeringskeuzes afgeschaald naar 5%. Dit intensieve proces is in de periode juli 2023 – februari 2024 in goede samenspraak met onze deelnemers doorlopen.

5.5 VERPLICHTE PARAGRAAF: FINANCIËLE KENGETALLEN In onderstaand overzicht staan kengetallen uiteengezet die op onze organisatie van toepassing zijn, met een korte toelichting per kengetal. TABEL 19 OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE KENGETALLEN

2. WERVEN NIEUW PERSONEEL

Vanwege een krappe arbeidsmarkt is afgelopen jaar vooral ingezet op werving van trainees en zij‑instromers. Het effect van de arbeidsmarktcampagne is vooral te zien in de tweede helft van 2023. We zien hier zeker al positieve effecten van waardoor de impact op de productie relatief beperkt is gebleven.

3. LEGES

Onzekerheid over leges inkomsten is opgenomen als risico. Maar door uitstel van de Omgevingswet heeft dit risico zich nog niet voorgedaan.

4. INVOERING OMGEVINGSWET

Het risico is niet van toepassing geweest vanwege het uitstellen van de invoering van de Omgevingswet. De invoering is doorgeschoven naar 1 januari 2024. Onderzoeken door andere omgevingsdiensten laten zien dat de Omgevingswet een verzwarende impact heeft. We hebben in Drenthe ook uitgebreid onderzoek gedaan om te kijken welke invloed van de invoering van de omgevingswet heeft op de productieopgave. De totale geschatte impact komt uit op 18%. Voor 44

JAARREKENING 2022

BEGROTING 2023

JAARREKENING 2023

Netto schuldquote

-0,8%

-1,3%

-3,2%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Solvabiliteitsratio

2,6%

5,1%

11,5%

Structurele ­exploitatieruimte

-1,4%

2,3%

1,1%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

NETTO SCHULDQUOTE

Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. We hebben geen leningen waardoor de schuldpositie alleen bestaat uit kortlopende verplichtingen. Daarom hanteren wij een norm van 0% of lager. Om aan de norm te voldoen moeten de eigen middelen hoger zijn dan de schuldpositie. In afwijkende gevallen, bijvoorbeeld een grote investering waar geld voor aangetrokken wordt, stijgt het kengetal boven de 0%. De kortlopende schulden zijn per 31 december 2023 lager dan de kortlopende vorderingen. Het kengetal is hierdoor negatief, namelijk -3,2%. Dit voldoet aan de gestelde norm.

5 Financieel

SOLVABILITEITSRATIO

Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. Het betreft het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen. De VNG geeft aan dat bij een ratio lager dan 20% de o ­ rganisatie zich op glad ijs bevindt, de norm voor de RUD Drenthe is daarom minimaal 20%. Onze solvabiliteitsratio bedraagt 11,5%. Het kengetal valt lager uit dan het door de VNG geadviseerde percentage omdat met voorschotten van de deelnemers wordt gewerkt. De voorschotten leiden tot een hoger kortlopend vreemd vermogen en hebben daarmee een negatief effect op de ratio maar zorgen niet voor een slechte financiële weerbaarheid. Immers, die voorschotten worden in het nieuwe boekjaar besteed aan de taken waarvoor wij dit geld hebben ontvangen. STRUCTURELE EXPLOITATIERUIMTE

Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke s­ tructurele ruimte wij hebben om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. De norm voor onze o ­ rganisatie is 0% of hoger. Ultimo 2023 is de ­structurele exploitatie­­­ruimte 1,1%. In principe betekent dit dat de dekking toereikend is. Nu is het echter zo dat de ratio voor de structurele exploitatieruimte altijd wat schommelt rond nul. Soms verschuiven baten en lasten enigszins tussen de jaren en het uitgangspunt binnen onze ­organisatie is dat in principe alle lasten worden gedekt door deelnemers­bijdragen. Dit geldt zowel voor incidentele als structurele lasten. ALGEHEEL OORDEEL

Het BBV schrijft voor een beoordeling te geven van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De drie kengetallen geven een redelijk beeld. Het gerealiseerde positieve exploitatieresultaat over 2023 heeft enigszins een positieve weerslag op de kengetallen. Als we de ratio’s bekijken samen met de eerder gemelde ontwikkelingen in de weerstandscapaciteit dan kan worden gesteld dat de gehele financiële positie robuuster is geworden.

Wanneer wordt besloten dat de deelnemers het voorstel van de directie overnemen om het positieve resultaat over 2023 toe te voegen aan de algemene reserve zal dat bijdragen aan een verbetering van de totale financiële weerbaarheid van de organisatie.

5.6 VERPLICHTE PARAGRAAF: FINANCIERING / TREASURY De randvoorwaarden waarbinnen de treasury zich kan en mag bewegen worden geformuleerd in het treasury­ statuut. Uiteraard valt dit binnen het wettelijke kader zoals gesteld door de Wet Fido. In deze paragraaf worden de ontwikkelingen met betrekking tot de kasgeldlimiet, de renterisiconorm, de verwachte toe- of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van de treasury benoemd. UITGANGSPUNTEN RISICOBEHEER

Het beheersen en vermijden van risico’s staat in het treasurybeleid voorop. In dit verband is het risicomanagement gericht op het inzichtelijk maken van toekomstige risico’s en deze te beheersen, te verminderen en te spreiden. De treasuryfunctie zal nadrukkelijk geen bankachtige activiteiten ontplooien die erop zijn gericht om geld te verdienen. Onze treasuryfunctie dient tot: 1. verzekering van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. bescherming van vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals rente­ risico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en krediet­ risico’s; 3. minimalisering van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. optimalisering van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit statuut. RENTEVISIE

Gezien de geringe invloed van de renteontwikkeling op onze begroting is geen lange termijn rentevisie opgenomen.

45

DEEL A

GELDLENINGEN

Wij betalen het overgrote deel van onze werkzaamheden uit de voorschotbetalingen van de bevoegde gezagen. De verwachting is dat deze voldoende zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. We hebben in 2023 geen geldleningen hoeven aangaan. KASGELDLIMIET

De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentrale overheid (ofwel openbaar lichaam) in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. Volgens artikel 3, lid 2, van de Wet Fido bedraagt de kasgeldlimiet van gemeenschappelijke regelingen minimaal € 300.000. Bij de BNG bank houden wij een kasgeldlimiet van € 250.000 aan. We hebben het bedrag van de kasgeldlimiet niet overschreden. RENTERISICONORM

Ter beperking van het renterisico op vaste schuld is er een renterisiconorm vastgesteld. De renterisiconorm schrijft voor welk deel van de lange termijn leningen 46

(> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotings­jaar. Voor gemeenschappelijke regelingen zoals de RUD Drenthe is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Het renterisico op de vaste schuld in een jaar wordt als volgt berekend: de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. In 2023 is geen sprake van her­­financiering aangezien er geen leningen zijn aangegaan.

5.7 VERPLICHTE PARAGRAAF: BEDRIJFSVOERING Bedrijfsvoering ondersteunt de andere programma’s door te voorzien in diensten als personeelszaken, informatievoorziening, administratie, communicatie, sturing, planning en control. Onze organisatie is op dit vlak continue in ontwikkeling. Enkele jaren geleden werden de opgaven gebundeld in een ontwikkelprogramma met separate financiering. Inmiddels zijn, vanwege de implementatie van een aangepaste productienorm, de ontwikkelopgaven regulier onderdeel van de begroting. Belangrijke ontwikkellijnen zijn en blijven de voorbereiding op de Omgevingswet, de totstandkoming van de Uitvoering & Handhaving strategie (U&H), en het

5 Financieel

interbestuurlijk programma (versterking VTH-stelsel). In 2023 zijn naar aanleiding hiervan onder andere de volgende activiteiten uitgevoerd: • Voorbereiding Omgevingswet (cursussen, aanpassen werkprocessen), inclusief een start met de omzetting van het inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten. • Voorbereiding op het aanbestedingstraject voor een nieuw zaaksysteem. • Project risicogericht vergunnen, opgeleverd medio 2023. • Evaluatie nieuw systeem voor tijdregistratie (zaak­­ gericht tijdschrijven). • Ontwikkeling nieuw dashboard voor monitoring en sturing. • Doorontwikkeling van P&C producten zoals rapportages. • Inzet op opleiding en ontwikkeling om (nieuwe) mede­werkers te laten voldoen aan de kwaliteitscriteria. • Inzet op bewustwording en toepassing van informatie­veiligheidsvereisten in de organisatie. • Een arbeidsmarktcampagne en een Young Professionals-programma samen met de andere noordelijke Omgevingsdiensten. • Onderzoek naar huisvestigingsbehoefte. Bij de herijking van de huidige huisvestingsconcepten wordt beoordeeld welke huisvestingsvarianten het meest bijdragen aan een voor de RUD Drenthe optimale en effectieve manier van (samen)werken, thuis en op kantoor. • Inzet in het kader van het landelijke interbestuurlijk programma – versterking VTH stelsel voor de verdere professionalisering van het landelijk stelsel van Omgevingsdiensten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14277017/1