CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

4a Toelichting en Regels Ontwerp BP Oude Benderseweg 11, Ruinen

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Oude Benderseweg 1123.602 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Kunt u de impact van dit plan aantonen? Reactie gemeente In hoofdstuk 5 van de toelichting zijn de omgevingsaspecten beschreven. Naast het toetsingskader is ook de beoordeling en conclusie van de diverse onderdelen opgenomen. In dit geval is de milieu-impact zeer gering. Middels dit deelplan wordt namelijk het functiegebruik van het plangebied niet gewijzigd en niet uitgebreid ten opzichte van de reeds vergunde planologische mogelijkheden. Er vindt geen uitbreiding van activiteiten plaats waardoor extra nadelige gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan dan de bestaande situatie reeds mag veroorzaken. Gezien het consoliderende karakter van het deelplan is de toetsing als zodanig uitgevoerd. Conclusie: De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Inspraakreactie 3 Na het lezen van het voorontwerp bestemmingsplan Landclub Ruinen heb ik de volgende vragen; 1. Maximale oppervlakte bebouwing In artikel 3.2.4 sub a staat genoemd dat er een maximale bebouwing mogelijk is van 3% per bestemmingsvlak. Het westelijk deel van de camping één bestemmingsvlak met dezelfde R3 aanduiding. De totale oppervlakte van de camping bedraagt 16,5 hectare, 3% hiervan is dus 0,495 hectare. Deze oppervlakte mag dus benut worden voor, de kantine, zwembad, sanitairgebouwen, privé sanitair, schuren, winkel, bedrijfswoning etc. Is deze redenatie goed?

Reactie gemeente Deze redenatie klopt. 2. Minimale afstand tussen kampeeraccommodaties Op het voormalige Molencatenterrein zijn recreatieverblijven toegestaan. Deze verblijven moeten minimaal 15 meter uit elkaar staan. Hoeveel meter moeten de kampeeraccommodaties op de camping minimaal uit elkaar staan? Reactie gemeente In het nieuwe bestemmingsplan is geen onderlinge minimum afstand opgenomen voor kampeeraccomodaties. Navraag bij de eigenaar leert dat er een onderlinge afstand van circa 5 meter aangehouden wordt voor kampeeraccomodaties. In de beheersverordening is ook geen onderlinge minimum afstand opgenomen voor stacaravans en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomens. Het nieuwe bestemminsplan wijkt op dit onderdeel niet af van de beheersverordening. 3. Maximaal aantal kampeeraccomodaties Er is in het nieuwe bestemmingsplan geen maximum opgenomen voor het aantal kampeeraccommodaties welke op de camping geplaatst mogen worden. Hoeveel accommodaties of welk percentage van het bestemmingsvlak mag daar worden gebouwd? Reactie gemeente Het klopt dat er geen maximum opgenomen voor het aantal kampeeraccommodaties welke op de camping geplaatst mogen worden. Het is daarom niet mogelijk om een maximum hier te noemen. In de beheersverordening is ook geen maximum aantal opgenomen voor stacaravans en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomens.

Het nieuwe bestemminsplan wijkt op dit onderdeel niet af van de beheersverordening. 4. Recreatieverblijven Bij de plattegrond van de camping is geen legenda gevoegd. Ik ga er van uit dat het nog steeds zo is dat op het westelijk deel geen recreatieverblijven of groepsaccommodaties toegestaan zijn. Reactie gemeente Het nieuwe bestemmingsplan maakt geen recreatieverblijven en groepsaccommodaties mogelijk op de camping. 5. Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing moet 1 jaar na ingaan van het bestemmingsplan gerealiseerd zijn. Hoe verhoudt zich dat t.o.v. het opnieuw aanplanten van de houtwal aan de kant van de Benderse in 6 fases?

Reactie gemeente De opgenomen fasering voor zone E maakt onderdeel uit van landschappelijke inpassingsplan en moet gezien worden als uitzondering op de regel. Deze fasering is opgenomen om te voorkomen dat er in 1 keer een hele kaalslag plaats vindt. Er zal her en der behoorlijk wat invasieve soorten als Vogelkers en Braam gerooid moeten worden alvorens er kan worden geplant. De nieuwe beplanting moet vervolgens aanslaan voordat er aan een nieuw stuk kan worden begonnen. Ook moet achterstallig onderhoud aan de beplanting worden hersteld. Op het aantal plekken is de beplanting aan de onderzijde kaal geworden door niet tijdig snoeien. Deze handelswijze is in ieders belang, omwonenden en recreanten. Conclusie: De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Inspraakreactie 4 1. Aanleiding herziening bestemmingsplan Het is ons niet geheel duidelijk wat nu precies de aanleiding c.q. de overweging is voor dit nieuwe bestemmingsplan. Er wordt gerefereerd aan juridische uitspraken, echter wordt dit niet nader gespecificeerd. Wij verzoeken u het onderdeel ‘Aanleiding’ ruimer te beschrijven. Reactie gemeente Aan paragraaf 1.1 van de toelichting is toegevoegd dat het gaat om handhavingsverzoeken, die gedaan zijn door een van de omwonenden van de camping. 2.

Kaders geluidshinder Indiener verwacht dat door de bestemminsplanwijziging er een toename zal zijn van het aantal gasten en de gemiddelde bezetting in het algemeen. Kunt u aangeven in welke mate dit bestemmingsplan voorziet in kaders voor geluidshinder? Reactie gemeente Dit bestemminsplan maakt geen uitbreiding mogelijk van de camping. In dit geval is de milieu-impact zeer gering. Middels dit deelplan wordt namelijk het functiegebruik van het plangebied niet gewijzigd en niet uitgebreid ten opzichte van de reeds vergunde planologische mogelijkheden. Er vindt geen uitbreiding van activiteiten plaats waardoor extra nadelige gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan dan de bestaande situatie reeds mag veroorzaken. Dit bekent dat de huidige kaders geluid blijven gelden. 3. Opzet inpassingsplan In het bestemmingsplan wordt aangegeven dat de 10 meter groenzone komt te vervallen. Hier kunnen wij niet mee instemmen en is ook geen uitgangspunt geweest bij het inpassingsplan. Wel kunnen wij instemmen met uitzonderingen voor de 10 meter zone, zoals opgenomen in het inpassingsplan.

Reactie gemeente Het is ook niet de bedoeling van het landschappelijk inpassingsplan, dat de bestaande breedte van de aanwezige beplanting verkleind wordt. Het op maat gemaakte inpassingsplan neemt minder ruimte in, dan de verplichte 10 meter, borgt gelijktijdig de kwaliteit van de landschappelijke inpassing en herstelt deze op plekken waar dit noodzakelijk is. Iets wat de huidige beheersverordening nu onvoldoende doet. Hierin is geen onderhouds- en instandhoudingsverplichting opgenomen voor de landschappelijke inpassing in de regels. Dit is nu wel het geval bij het nieuwe bestemmingsplan, waarbij de aanleg- en onderhoudsverplichting voor de landschappelijke inpassing in bestemminsplanregels is vastgelegd. Het doel van een landschappelijke inpassing is niet het “volledig aan het zicht onttrekken” maar in dit geval, de camping in te passen in het omliggende landschap. Het maakt dan deel uit van het totale landschap. 4. Verkeerssituatie rondom camping Inspreker geeft aan dat de Oude Benderseweg nu en in de toekomst niet berekend is op het aantal bezoekers van de camping, het zwembad en het Dwingelderveld en verwacht dat dit nog verder toe zal nemen. Dit is reeds met de gemeente en recentelijk nog met de wethouder besproken.

De wethouder heeft aangegeven over te willen gaan tot een gebiedsvisie voor het gehele gebied rondom Benderse en Oude Benderseweg (tussen Schaapskooi en dorp). Het aloude plan voor een zogeheten Toegangspoort Ruinen wordt daarmee weer actief. Graag zien wij de toezegging dat er een integraal plan komt (gebiedsvisie, poort van Ruinen) opgenomen in (de toelichting op) dit bestemmingsplan. Onze zorg over de toename van verkeersbewegingen en de ontoereikende staat van de Oude Benderseweg heeft daarmee een goede plek gekregen voor verdere actie. Reactie gemeente De verkeerssituatie op de Oude Benderseweg en de omliggende wegen is bekend. Op dit moment wordt er voor het gebied, globaal gelegen tussen Ruinen en het Dwingelderveld, een ontwikkelingsvisie opgesteld. Het zoeken naar oplossingen om de huidige verkeerssituatie te verbeteren wordt hier in meegenomen. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat dit bestemmingsplan geen uitbreidingsmogelijkheden bevat voor de huidige camping en dus ook geen extra verkeersbewegingen mogelijk maakt ten opzichte van de huidige situatie. Deze inspraak- en vooroverlegnota wordt opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. Hiermee wordt opstellen van de gebiedsvisie opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. 5.

Uitzonderingsmogelijkheid landschappelijk inpassingplan In het bestemmingsplan is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen voor het landschappelijk inpassingsplan. Hierin worden kaders genoemd. Wat zijn deze kaders? Zoals eerder aangegeven is het geen optie dat het inpassingsplan zich leent voor uitzonderingen of wijzigingen. Indien het de bedoeling is dat de deur wordt opengezet voor wijzigingen van het inpassingsplan ten bate van de bedrijfsvoering van het recreatiebedrijf, dan houdt inspreker graag de oorspronkelijke groenzone van 10 meter in stand. Reactie gemeente De aangehaalde uitzondering is bedoeld voor het geval dat er door wijzigingen in bedrijfsvoering van het recreatiebedrijf, ingrepen noodzakelijk zijn in de landschappelijke inpassing. Bijvoorbeeld het tijdelijk verwijderen van beplanting voor uitvoeren van werkzaamheden.

Hiervoor kan door het college van burgemeester en wethouders, in afwijking van het bestemmingsplan, vergunning worden verleend. Voorwaarde hierbij is dat de landschappelijke inpassing daarna hersteld wordt volgens de randvoorwaarden, zoals die per zone gelden. 6. Hoofdstuk 2 is leeg Hoofdstuk 2 is leeg onder de titel; klopt dat of is dit een vormfout? Reactie gemeente Er is niet helemaal duidelijk wat hiermee bedoeld wordt. Zowel in hoofdstuk 2 van de regels en toelichting staat tekst. 7. Boomhutten Boomhutten worden niet specifiek genoemd in het bestemmingsplan. Zijn ze daarmee ook niet toegestaan zijn in dit bestemmingsplan? In het plan wordt wel een hoogte van maximaal 7 meter genoemd voor verblijven. Dit lijkt inspreker niet realistisch voor tenthuizen of lodges. Er wordt verzocht de maximale hoogte aan te passen naar gebruikelijke hoogten van tenthuizen, lodges, etc. Reactie gemeente Het klopt dat het bestemmingsplan geen boomhutten toestaat. Als dit wel de bedoeling zou zijn geweest, was hiervoor een passende regeling opgenomen. Mocht er in de toekomst behoefte bestaan zijn aan boomhutten, dan zal hier te zijner tijd een afweging over worden gemaakt. Voor kampeeraccommodaties (tenthuizen, lodges, etc.) zijn specifieke bouwregels opgenomen. De bouwhoogte bedraagt maximaal 5 meter en de goothoogte 3 meter.

Het is dus niet nodig om hier alsnog specifieke bouwregels voor op te nemen. 8. Aantal overnachtingsmogelijkheden Inspreker verneemt graag hoeveel verblijven in totaal mogelijk zijn op basis van het nieuwe bestemmingsplan en de huidige beheersverordening? Reactie gemeente In zowel de nu geldende beheersverordening als het nieuwe bestemmingsplan is er geen maximum opgenomen voor het aantal kampeeraccommodaties welke op de camping geplaatst mogen worden. 9. Uitbreiding bezetting camping Inspreker is van mening dat met aanpassing van dit bestemmingsplan een hogere bezetting voor het recreatieverblijf wordt beoogd en daarmee de toekomstbestendigheid en vraagt zich af hoe in het bestemmingsplan rekening wordt gehouden met deze toename in bezetting? Reactie gemeente Zoals eerder aangegeven bevat dit bestemmingsplan geen uitbreidingsmogelijkheden voor de camping. Doel van dit bestemmingsplan is de door de Raad van State gedane uitspraken in de gedane handhavingsverzoeken op de juiste wijze te verwerken in het bestemminsplan. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat in de beheersverordening geen maximum aantal is opgenomen voor stacaravans en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomens. Het nieuwe bestemminsplan wijkt op dit onderdeel niet af van de beheersverordening.

10. Kampeeraccommodaties passend in het landschap Inspreker ziet graag opgenomen dat de kampeeraccomodaties in de winterperiode ‘zo min mogelijk opvallen in het landschap’ en in de zomerperiode (als het blad aan de bomen zit) geheel niet opvallen in het landschap. Dat gebeurt enerzijds door goede begroeiing (met een kruid, struik en boomlaag) en anderzijds ziet inspreker graag opgenomen dat de accommodaties alleen in passende schutkleuren geplaatst mogen worden. In het plantplan staan geen groenblijvende soorten voor de winterperiode. Dit is in de ontwerpfase van het plantplan wel afgesproken. Er is toen gesproken over 30-40% groenblijvend. Verzocht wordt dit alsnog op te nemen. Reactie gemeente In regels is aan de begripsbepaling voor kampeeraccommodaties toegevoegd, dat deze uitgevoerd moeten zijn in natuurlijke kleuren passend in het landschap. Het plantplan wordt conform de eerder gemaakte afspraak aangepast. 11.Voorwaarde verlichting In welke mate worden er voorwaarden verbonden aan verlichting op het recreatiepark? Reactie gemeente In het bestemmingsplan zijn geen voorwaarden opgenomen ten aanzien van verlichting. 12. Definitie normaal onderhoud In artikel 3.7.2 wordt gesproken over normaal onderhoud.

Wat wordt verstaan onder normaal onderhoud? Reactie gemeente In artikel 1.48 is de volgende begripsbepaling opgenomen voor normaal onderhoud: het onderhoud dat, gelet op de bestemming, regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming horen. Een voorbeeld hiervan is het maaien van gras of snoeien van hagen. 13.Betreden omliggende percelen door recreanten In de huidige situatie komt het regelmatig voor dat recreanten zich op de percelen van omwonenden begeven om te spelen, vliegeren, etc. Graag zouden wij opgenomen zien dat het recreatieverblijf zorg moet dragen voor een duidelijke afrastering met omliggende privé-percelen. Reactie gemeente Navraag bij de eigenaar leert dat er slecht een enkele keren sprake is geweest van het betreden van de naast de camping gelegen weilanden door recreanten. De betreffende recreanten zijn hier op aangesproken en dit zal opnieuw gebeuren als de situatie zich voordoet. Enkel het aanbrengen van beplanting, ongeacht de breedte, zal nooit 100% kunnen verhinderen dat recreanten de naast de camping gelegen weilanden betreden. De doorzichten die nu opgenomen zijn in het landschappelijke inpassingsplan (zone G) komen te vervallen en worden dicht geplant.

Hiermee is komt het zicht op de camping, via deze zichtlijnen te vervallen en is het bijna niet meer mogelijk voor recreanten via deze openingen de naast de camping gelegen weilanden te betreden. 14. Weiden van landbouwhuisdieren Graag ziet inspreker een bepaling opgenomen dat 'het weiden van landbouwhuisdieren' op natuurgrond niet toegestaan is.

Reactie gemeente De bedoelde gronden met de bestemming Natuur maken geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Op basis hiervan kan niet voldaan worden aan dit verzoek. De huidige bestemming Natuur van de bedoelde gronden staat het permanent weiden van landbouwhuisdieren niet toe. Dit is besproken in een overleg tussen de eigenaar en vertegenwoordigers van de Stichting Benderseberg. De eigenaar is hier dus van op de hoogte. 15. Begrenzing horecagelegenheden Om zekerheid te verkrijgen dat het aantal horecagelegenheden op het perceel niet uitgebreid wordt, vraagt inspreker dit expliciet te begrenzen in het nieuwe bestemmingsplan. Reactie gemeente In het nieuwe bestemmingsplan zijn dezelfde voorwaarden opgenomen ten aanzien van horeca op de camping in de vorm van een kantine en/of restaurant, zoals die nu ook gelden. Er is geen aanleiding om hier een nadere beperking voor op te nemen. 16. Project Bendersepoort In breder perspectief ziet indiener de uitwerking dan wel planning tegemoet van het proces om te komen tot een gebiedsvisie of plan voor een Bendersepoort. Voor de leefbaarheid in het gebied is het van belang dat zaken integraal ingestoken worden vanuit de gemeente. Een afspraak hierover met de beoogde Projectleider ziet indiener graag tegemoet.

Reactie gemeente Indiener is op de hoogte dat de beoogde projectleider medio augustus start met zijn opdracht en dan ook een afspraak inplant. Juist vanwege de integrale aanpak is de projectleider gevraagd om samen met alle stakeholders en de gemeente in gesprek te gaan. In de eerste fase betreft het een verkenning van de uitgangspunten, kwaliteitsimpuls en gebiedsontwikkeling. Dit moet een notitie opleveren met uitgangspunten voor een effectieve samenwerking met een doorkijk naar fase 2. De tweede fase bestaat uit het concretiseren van deze notitie. Het streven is om fase 1 medio oktober af te ronden. Conclusie: Op basis van de inspraakreactie wordt aan de begripsbepaling voor kampeeraccommodaties toegevoegd, dat deze uitgevoerd moeten zijn in natuurlijke kleuren passend in het landschap. Het beplantingsplan, dat onderdeel uitmaakt van de landschappelijke inpassing, wordt conform de eerder gemaakte afspraak aangepast. Op verzoek is in paragraaf 1.1 aangegeven dat het om handhavingsverzoeken gaat. Verder geeft de inspraakreactie geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Inspraakreactie 5 Inspreker geeft aan dat het voorkomt dat recreanten de agrarische gronden, die gelegen zijn naast de camping, betreden en gebruiken om er te vliegeren of er met een drone te vliegen.

Om dit tegen te gaan, moeten de doorzichten opgenomen in zone E van het landschappelijke inpassingsplan worden dicht geplant. Dit heeft als bijkomend voordeel dat schittering van geparkeerde auto’s, niet zichtbaar is vanaf de buitenkant van de camping. Inspreker geeft de gemeente als tip mee om horeca op de camping alleen toe te staan op de huidige locatie.

Reactie gemeente Navraag bij de eigenaar leert dat er slecht een enkele keren sprake is geweest van het betreden van de naast de camping gelegen weilanden door recreanten. De betreffende recreanten zijn hier op aangesproken en dit zal opnieuw gebeuren als de situatie zich voordoet. Enkel het aanbrengen van beplanting, ongeacht de breedte, zal nooit 100% kunnen verhinderen dat recreanten de naast de camping gelegen weilanden betreden. De doorzichten die nu opgenomen zijn in het landschappelijke inpassingsplan (zone G) komen te vervallen en worden dicht geplant. Hiermee is komt het zicht op de camping, via deze zichtlijnen te vervallen en is het bijna niet meer mogelijk voor recreanten via deze openingen de naast de camping gelegen weilanden te betreden. In het nieuwe bestemmingsplan zijn dezelfde voorwaarden opgenomen ten aanzien van horeca op de camping in de vorm van een kantine en/of restaurant, zoals die nu ook gelden. Er is geen aanleiding om hier een nadere beperking voor op te nemen. In het nieuwe bestemmingsplan zijn dezelfde voorwaarden opgenomen ten aanzien van horeca op de camping in de vorm van een kantine en/of restaurant, zoals die nu ook gelden. Er is geen aanleiding om hier een nadere beperking voor op te nemen. Conclusie: De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Inspraakreactie 6 Inspreker geeft aan in dienst te zijn geweest bij de voormalige gemeente Ruinen als functionaris voor natuur- en landschapsbescherming en recreatie. Per 1 april 1970 ging het gemeentelijk recreatiebedrijf van start, waarbij het dagelijks beheer in handen van inspreker was. Het viel inspreker vorig jaar op dat de singelbeplanting aan de westrand van het meest noordelijk gedeelte van de camping kennelijk niet op de juiste wijze is onderhouden en de aanwezige kampeermiddelen en gebouwen vanaf de openbare weg zichtbaar zijn. Uit persberichten heeft inspreker vernomen dat deze singel is gerooid en dat hier een weg met parkeerstroken zijn aangelegd. Gelet op zijn betrokkenheid bij de aanleg en de functie van deze beplanting is inspreker van mening dat de oude situatie moet worden hersteld. Ook heeft de inspreker vernomen dat voor de camping een nieuw bestemmingsplan en landschappelijk inpassingsplan in voorbereiding is. Inspreker hoopt dat er rekening gehouden met het opnieuw aanbrengen van een beplantingssingel.

Reactie gemeente Voor camping de Landclub is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Onderdeel van dit bestemmingsplan is een landschappelijk inpassingsplan, dat gekoppeld is aan de bestemmingsplanregels. Dit bestemmingsplan vervangt de verplichte 10 meter groen aan de buitenzijde van de recreatie-3 bestemming voor de huidige camping aan de westkant van de Oude Benderseweg, door een landschappelijk inpassingsplan op maat. Een op maat gemaakt inpassingsplan neemt minder ruimte in, dan de verplichte 10 meter en borgt gelijktijdig de kwaliteit van de landschappelijke inpassing. Iets wat de huidige beheersverordening nu onvoldoende doet. Hierin is geen onderhouds- en instandhoudingsverplichting opgenomen voor de landschappelijke inpassing in de regels. Dit is nu wel het geval bij het nieuwe bestemmingsplan, waarbij de aanleg- en onderhoudsverplichting voor de landschappelijke inpassing in bestemminsplanregels is vastgelegd. Het doel van een landschappelijke inpassing is niet het “volledig aan het zicht onttrekken” maar in dit geval, de camping in te passen in het omliggende landschap. Het maakt dan deel uit van het totale landschap. Conclusie: De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Inspraakreactie 7 1. Landschappelijke inpassing Er zijn kampeeraccommodaties, waar dat niet is toegestaan. Tevens zijn er veel bomen en struiken verdwenen.

Gevolg is dat er rondom de camping de accommodaties goed zichtbaar zijn. Tevens is er meer hinder van geluid, afkomstig van de camping. Reactie gemeente Dit bestemmingsplan vervangt de verplichte 10 meter groen aan de buitenzijde van de recreatie-3 bestemming voor de huidige camping aan de westkant van de Oude Benderseweg, door een landschappelijk inpassingsplan op maat. Een op maat gemaakt inpassingsplan neemt minder ruimte in, dan de verplichte 10 meter en borgt gelijktijdig de kwaliteit van de landschappelijke inpassing. Iets wat de huidige beheersverordening nu onvoldoende doet. Hierin is geen onderhouds- en instandhoudingsverplichting opgenomen voor de landschappelijke inpassing in de regels. Dit is nu wel het geval bij het nieuwe bestemmingsplan, waarbij de aanleg- en onderhoudsverplichting voor de landschappelijke inpassing in bestemminsplanregels is vastgelegd. Het doel van een landschappelijke inpassing is niet het “volledig aan het zicht onttrekken” maar in dit geval, de camping in te passen in het omliggende landschap. Het maakt dan deel uit van het totale landschap. Beplanting heeft nauwelijks geluidsreducerend effect, ongeacht de breedte van de beplanting. Dit is dus geen argument om een bredere beplantingsstrook te verplichten, dan nu opgenomen in het landschappelijke inpassingsplan. 2.

Verkeerssituatie Door de uitbreiding van de camping is de verkeersdruk de afgelopen jaren enorm toegenomen. Samen met de bezoekers van het Dwingelderveld, zorgt dit voor ontoelaatbare situaties. Fietsers en voetgangers op de Oude Benderseweg ondervinden veel last van het toegenomen (vracht-) autoverkeer, wat tot gevaarlijke situaties leidt.

Regelmatig zijn er valpartijen en bijna-ongelukken. De bermen langs de Oude Benderseweg zijn kapotgereden en er wordt veel te hard gereden. Reactie gemeente De verkeerssituatie op de Oude Benderseweg en de omliggende wegen is bekend. Op dit moment wordt er voor het gebied, globaal gelegen tussen Ruinen en het Dwingelderveld, een ontwikkelingsvisie opgesteld. Het zoeken naar oplossingen om de huidige verkeerssituatie te verbeteren wordt hier in meegenomen. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat dit bestemmingsplan geen uitbreidingsmogelijkheden bevat voor de huidige camping en dus ook geen extra verkeersbewegingen mogelijk maakt ten opzichte van de huidige situatie. 3. Uitbreiding Inspreker is van mening dat op basis van de argumenten onder punt 1 en 2 verdere uitbreiding van de camping niet mogelijk is. Reactie gemeente Het nieuwe bestemmingsplan bevat geen uitbreidingsmogelijkheden voor de huidige camping. Het is dus niet zo dat er met dit nieuwe bestemmingsplan meer overnachtingsmogelijkheden kunnen worden gerealiseerd op de camping, ten opzichte van de huidige situatie. Conclusie: De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

50

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Regels

51

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

52

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels:

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

de/het bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen identificatienummer NL.IMRO.1690.2020BP1002005-ON01 van de gemeente De Wolden; 1.2

met

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

(bouw)perceelgrens:

een grens van een bouwperceel; 1.4

aan- of uitbouw:

een aan een (hoofd)gebouw aanwezig bouwwerk, dat ruimtelijk en architectonisch ondergeschikt is aan dat (hoofd)gebouw, maar in functioneel opzicht onderdeel uitmaakt van dat (hoofd)gebouw; 1.5

aan-huis-verbonden beroep:

een in de Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen genoemd, dan wel een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen beroep, dat in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend en dat is gericht op het verlenen van diensten; 1.6

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.7

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.8

aangebouwd bijgebouw:

een rechtstreeks (niet verbonden door kunstmatige toevoegingen zoals bijvoorbeeld een gang of sluis) aan het (hoofd)gebouw aanwezig gebouw, dat zowel ruimtelijk, architectonisch als functioneel ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw en ten dienste staat van dat (hoofd)gebouw; 1.9

archeologisch waardevol terrein:

een terrein waarin zich voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen bevinden; 1.10

architectonisch ondergeschikt

een aan-, uit- of bijgebouw die qua omvang en uitstraling ondergeschikt is aan een op dezelfde plaats voorkomend hoofdgebouw; dit kan zich uiten door materiaalgebruik, gevelindeling en/of nokhoogte (minimaal 1 m lager dan de nokhoogte van het hoofdgebouw); 1.11

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

53

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

1.12

bedrijfsgebouw:

een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.13

bedrijfsmatige exploitatie

het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/zodanige exploitatie, dat in de recreatieverblijven daadwerkelijk recreatief verblijf plaatsvindt; 1.14

bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.15

beperkt kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.16

bestaand:

a. het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning; b. het onder a bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening of een andere planologische toestemming; 1.17

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.18

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.19

bijgebouw:

een op zichzelf staand niet voor bewoning bestemd gebouw, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.20

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.21

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.22

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

54

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

1.23

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.24

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die met de grond verbonden is, dan wel steun vindt in of op de grond (direct of indirect) 1.25

café of bar:

een horecabedrijf waar de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op het tegen vergoeding verstrekken van dranken, met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, waarbij de bedrijvigheid zich voornamelijk binnen de lokaliteit voltrekt; 1.26

chalet:

een bouwwerk, bestaande uit hout of kunststof, niet zijnde een kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; 1.27

cultuurlandschappelijk waardevol terrein:

een terrein met een toegekende waarde ontstaan door het gebruik van dat terrein in de loop van de geschiedenis door de mens; 1.28

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.29

erotisch getinte vermaaksfunctie:

een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.30

experimenteerruimte recreatie:

ruimte bedoeld voor het op kleinschalige wijze uitproberen van nieuwe recreatievormen met als doel om de innovatiekracht van het bedrijf te versterken; 1.31

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.32

groepsaccommodatie:

een verblijf met meer dan tien slaapplaatsen, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantiedoeleinden en andere recreatieve doeleinden; 1.33

groepsrecreatieverblijf:

een recreatieverblijf, bestaande uit twee gekoppelde recreatieverblijven of één groot recreatieverblijf met dezelfde oppervlakte, bestemd voor een grotere groep van personen;

55

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

1.34

hogere grenswaarde:

in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.35

hoofdgebouw:

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.36

horecabedrijf en/of -instelling:

een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.37

kampeeraccommodatie:

een onderkomen, voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan uitgevoerd in natuurlijke kleuren passend in het landschap voor recreatieve bewoning met een lichte constructie welke middels paaltjes of geplaatst op een vlonder verbonden is met de grond, maar niet geplaatst is op een vaste fundering, in zijn geheel of enkele delen snel en eenvoudig kan worden verplaatst en niet als stacaravan, woonkeet of recreatiewoning aangemerkt kan worden; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor verblijfsrecreatie. Hieronder worden in ieder geval verstaan safaritenten, tenthuisjes, trekkershutten, lodges en chalets. 1.38

kampeermiddel:

a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht, dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.39

kampeerterrein:

een terrein ter beschikking gesteld voor het plaatsen, dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen; 1.40

kantine:

een ruimte waarin de bedrijfsuitoefening is gericht op het tegen vergoeding verstrekken van maaltijden, eenvoudige etenswaren en dranken; 1.41

kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, die in acht moet worden genomen; 1.42

landschappelijke waarden:

de cultuurhistorische en de visuele waarden van het landschap; 1.43

lodge:

een verblijf, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, niet zijnde een kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf;

56

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

1.44

logiesverstrekkend bedrijf:

een bedrijf waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, waarbij de logieseenheden enkel zijn ingericht voor nachtverblijf. Naast het verstrekken van logies kunnen accommodaties worden aangeboden voor dagverblijf en maaltijdbereiding; 1.45

mantelzorg:

langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; 1.46

mantelzorgunit:

een eenvoudig te plaatsen gebouw, zoals een stacaravan of een prefab cabine, ten behoeve van mantelzorg dat na afloop van de mantelzorg op eenvoudig wijze te verwijderen is; 1.47

natuurlijke waarden:

de abiotische en biotische waarden van een gebied; 1.48

normaal onderhoud:

het onderhoud dat, gelet op de bestemming, regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming horen; 1.49

openbaar toegankelijk gebied:

weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.50

overig bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.51

overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat hooguit aan twee zijden tegen gevels is aangebouwd en aan minimaal twee zijden open is; 1.52

pand:

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.53

peil:

a. indien op het land wordt gebouwd: 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; b. indien in het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil;

57

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

1.54

permanente bewoning:

bewoning als hoofdverblijf binnen de vaste woonplaats; 1.55

productiegebonden detailhandel:

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.56

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding; 1.57

prostitutiebedrijf:

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie wordt verricht. Onder een prostitutiebedrijf worden in elk geval verstaan: een erotische massagesalon, een sekstheater, een bordeel of een parenclub, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.58

recreatief medegebruik:

een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.59

recreatieverblijf:

een gebouw, uitsluitend in de vorm van een zomerhuis, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor verblijfsrecreatie; 1.60

restaurant of café-restaurant:

een horecabedrijf dat voornamelijk is gericht op het verstrekken van maaltijden; 1.61

safaritent:

een verblijf, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, waaronder in ieder geval tentdoek, niet zijnde een kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; 1.62

semi-permanent kampeermiddel:

kampeermiddel (stacaravan, pipowagen en/of hiermee vergelijkbaar onderkomen) bestemd voor gebruik gedurende de periode 15 maart tot en met 31 oktober ten behoeve van kamperen op erven van woningen en (agrarische) bedrijven (minicampings); 1.63

stacaravan:

een caravan, die als een bouwwerk dient te worden aangemerkt; 1.64

tenthuisje:

een verblijf, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, waaronder in ieder geval tentdoek, niet zijnde een kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; 1.65

toename van stikstofemissie en stikstofdepositie

a. er is sprake van een toename van stikstofemissie van gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting wanneer de emissie N/ha/jaar meer bedraagt dan de emissie N/ha/jaar afkomstig van het

58

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting; b. indien een gelijkblijvende of een afname van emissie N/ha/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologische legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied dan wordt dit eveneens beschouwd als een toename van stikstofemissie; c. als uitzondering op lid a en b van deze bepaling geldt het volgende; 1.

er is geen sprake van een toename van stikstofemissie wanneer er sprak is van één van de volgende situaties:het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting als bedoeld onder a en b veroorzaakt een stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied die afzonderlijk en ingeval het project of de handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid van de Wet milieubeheer, in cumulatie met andere projecten of handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting in de periode waarvoor het programma aanpak stikstof geldt, niet de van toepassing zijnde waarde(n) als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 en 2 Besluit natuurbescherming overschrijdt en voorzover er sprake is van een toename van stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied gelegen tussen de 0,05 en 1 mol N/ha/jaar, beschikt wordt over een geregistreerde melding als bedoeld in artikel 2.7 Regeling natuurbescherming dan wel, voorzover de melding is geregistreerd vóór 1 januari 2017 artikel 8 Regeling programmatische aanpak stikstof; 2.

de emissie N/ha/jaar afkomstig van het agrarisch bedrijf bedraagt niet meer dan de emissie N/ha/jaar van het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting als bedoeld in lid a of b conform een ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 en/of artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming, en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt, dan wel een verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die met toepassing van hoofdstuk IX Natuurbeschermingswet 1998 dan wel onder toepassing van artikel 2.2aa Bor juncto artikel 2.1 lid 1 onder i Wabo is verleend en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt . 3. het weiden van vee en het op of in de bodem brengen van meststoffen. d. Onder 'programma aanpak stikstof' als bedoeld in lid c onder 1 van deze bepaling wordt verstaan het programma als bedoeld in artikel 19 kg, eerste lid van de Natuurbeschermingswet 1998 dan wel titel 2.1 van het Besluit natuurbescherming. 1.66

trekkershut:

een verblijf, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, niet zijnde een kampeermiddel of stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor is voor kortdurend recreatief (nacht)verblijf van passanten; 1.67

verblijfsrecreatie:

een verblijf dat plaatsvindt in het kader van de weekendrecreatie en/of het vakantieverblijf; 1.68

verkoopvloeroppervlakte:

de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel; 1.69

voorgevel(rooilijn):

a. langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zo veel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zo veel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 m, de lijn gelegen op 15 m uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 m, de lijn gelegen op 10 m uit de as van de weg;

59

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

c. in situaties waarbij a en b geen uitsluitsel geven kunnen de volgende uitgangspunten worden gehanteerd: plaats huisnummering, zijde van het gebouw waar zich de voordeur of de hoofdingang bevindt, plaats brievenbus, plaats van de hoofdontsluiting van het perceel; 1.70

voorkeursgrenswaarde:

de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit Geluidhinder Spoorwegen en/of het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen; 1.71

vrijstaand bijgebouw:

een niet met het (hoofd)gebouw verbonden gebouw, dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw en ten dienste staat van dat (hoofd)gebouw; 1.72

woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.73

woonhuis:

een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

60

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Hieronder wordt tevens verstaan de hoogste zijde van een lessenaarsdak. 2.3

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Overstekken van daken, dieper dan 40 cm, worden meegerekend bij de oppervlakte van bouwwerken. Behalve bij gebouwen met een rieten dak, hier worden overstekken dieper dan 100 cm meegerekend bij de oppervlakte van bouwwerken; 2.6

de afstand tot de perceelgrens

vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (bouw)perceelgrens;

2.7

de hoogte van een molen of windturbine:

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de molen of windturbine. Bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens, dan wel de rooilijn met niet meer dan 1 m wordt overschreden.

61

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

62

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Hoofdstuk 2

Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Recreatie - 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

standplaatsen voor kampeermiddelen, waaronder stacaravans; kampeeraccommodaties ; recreatieverblijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatieverblijf'; voorzieningen ten dienste van de verblijfsrecreatie, waaronder: 1. sanitaire voorzieningen; 2. detailhandel; 3. dienstverlening; 4. sportvoorzieningen en recreatieve voorzieningen; 5. horeca in de vorm van kantine en/of restaurant; 6. wonen ten behoeve van het bedrijf; e. een groepsaccommodatie inclusief wonen ten behoeve van het bedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'groepsaccommodatie'; met dien verstande dat: f.

de onder a t/m e genoemde opsomming, enkel is toegestaan wanneer de landschappelijke inpassing conform Bijlage 1 wordt uitgevoerd en in stand gehouden; met daaraan ondergeschikt: g. dagrecreatieve voorzieningen; h. parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende: i. tuinen, erven en terreinen; j. groenvoorzieningen en bebossing; k. wegen en paden; l. water; m. gebouwen ten behoeve van de verblijfsrecreatie; n. bijgebouwen bij recreatieverblijven; o. bedrijfswoningen; p. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen; q. bijgebouwen ten behoeve van bergruimte bij stacaravans; r. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen en recreatieverblijven en het plaatsen van kampeeraccommodaties en stacaravans geldt de regel: a. gebouwen, recreatieverblijven, kampeeraccommodaties en stacaravans moeten binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. Dit geldt niet voor alle per 1 maart 2021 aanwezige kampeeraccommodaties en stacaravans die (gedeeltelijk) buiten het bouwvlak liggen, in welk geval de bestaande afstand tot de bestemmingsgrens de minimale afstand bedraagt en welke niet verkleind mag worden. 3.2.2 Kampeeraccommodaties voor het bouwen van de in lid 3.1 sub b genoemde kampeeraccommodaties gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van een kampeeraccommodatie zal ten hoogste 70m2 bedragen; b. de goothoogte van een kampeeraccommodatie zal ten hoogste 3 meter bedragen; c. de bouwhoogte zal ten hoogste 5 meter bedragen;

63

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

d. de dakhelling zal ten minste 15º en ten hoogste 60º bedragen. 3.2.3 Recreatieverblijven Voor het bouwen van de in lid 3.1 sub c genoemde recreatieverblijven gelden de volgende regels: a. de recreatieverblijven zullen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'recreatieverblijf'; b. de recreatieverblijven zullen vrijstaand worden gebouwd; c. de onderlinge afstand tussen recreatieverblijven zal ten minste 15 m bedragen; d. het aantal recreatieverblijven zal ten hoogste het ter plaatse aangeduide maximum aantal te bouwen recreatieverblijven bedragen, indien en voor zover de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'maximum aantal te bouwen recreatieverblijven'; e. het bouwen van nieuwe recreatieverblijven is slechts toegestaan indien deze centraal op een bedrijfsmatige wijze zullen worden geëxploiteerd; f. het aantal bijgebouwen zal per recreatieverblijf ten hoogste één bedragen; g. de oppervlakte van een recreatieverblijf inclusief het daarbij behorende bijgebouw zal ten hoogste 80 m² bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de oppervlakte ten hoogste de bestaande oppervlakte zal bedragen; h. de oppervlakte van een vrijstaand bijgebouw zal ten hoogste 15 m² bedragen, in welk geval de oppervlakte van een recreatieverblijf maximaal 65 m² zal bedragen; i. de hoogte van een recreatieverblijf zal ten hoogste 7 m bedragen; j.

de dakhelling van een recreatieverblijf zal ten minste 15° bedragen, dan wel minimaal de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt. k. de dakhelling van een bijgebouw bij een recreatieverblijf zal gelijk zijn aan de dakhelling van het recreatieverblijf, dan wel 0°, tenzij de bestaande dakhelling meer bedraagt, in welk geval de dakhelling ten hoogste de bestaande dakhelling zal bedragen. 3.2.4 Voorzieningen ten dienste van de verblijfsrecreatie Voor het bouwen van de in lid 3.1 sub d genoemde voorzieningen ten dienste van de verblijfsrecreatie gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

het bebouwingspercentage zal per bestemmingsvlak ten hoogste 3% bedragen; het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste het bestaande aantal per bouwperceel bedragen; de oppervlakte van een bedrijfswoning zal ten hoogste 200 m² bedragen; de goothoogte van de gebouwen en overkappingen zal ten hoogste 4 m bedragen; de dakhelling van de gebouwen zal ten hoogste 60° bedragen.

3.2.5 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zal per bedrijfswoning ten hoogste 100 m² bedragen; b. de goothoogte van een aan- of uitbouw, bijgebouw of overkapping zal ten hoogste 3 m bedragen; c. de dakhelling van een aan- of uitbouw of een bijgebouw zal ten hoogste 60° bedragen. 3.2.6 Groepsaccommodatie Voor het bouwen van de in lid 3.1 sub e genoemde groepsaccommodatie gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van de groepsaccommodatie zal ten hoogste 400 m² bedragen, dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; b. de goothoogte van de groepsaccommodatie zal ten hoogste 4 m bedragen; c. de dakhelling van de groepsaccommodatie zal ten minste 15º en ten hoogste 60° bedragen. 3.2.7 Stacaravans Voor het plaatsen van stacaravans en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomens en de in lid 3.1 sub q genoemde bijgebouwen gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van een stacaravan en een naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomen, inclusief één bijgebouw, zal ten hoogste 70 m² bedragen;

64

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

b. de oppervlakte van een vrijstaand bijgebouw zal ten hoogste 10 m² bedragen, in welk geval de oppervlakte van een stacaravan of een naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomen ten hoogste 60 m² zal bedragen; c. de hoogte van een stacaravan, een naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomen en een vrijstaand bijgebouw zal ten hoogste 3,3 m bedragen. 3.2.8 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkapping zijnde, zal ten hoogste 10 m bedragen. 3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan: a. de plaats en afmetingen van de bebouwing; b. de verhouding tussen toeristische kampeerplaatsen en stacaravans vanuit een oogpunt van evenwichtigheid en een goede landschappelijke inpassing, ter plaatse van de aanduiding 'stacaravans'. 3.4

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.2.3 sub c en toestaan dat de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen wordt gereduceerd tot 0 m ten behoeve van de mogelijkheid om twee recreatieverblijven te koppelen ten behoeve van een familieverblijf, met dien verstande dat: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatief gebruik; 2. deze afwijking uitsluitend toegepast wordt ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie; 3. de totale oppervlakte van een gekoppeld recreatieverblijf maximaal 200 m2 bedraagt; 4. de afwijking voor maximaal 25% van het totale aantal recreatiewoningen per bestemmingsvlak kan worden toegepast; b. lid 3.2.3 sub c en toestaan dat de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen wordt gereduceerd tot 0 m ten behoeve van de mogelijkheid om twee recreatieverblijven te koppelen ten behoeve van een groepsrecreatieverblijf, met dien verstande dat:

65

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatief gebruik; 2. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie; 3. de totale oppervlakte van een gekoppeld recreatieverblijf maximaal 200 m2 bedraagt; 4. de afwijking maximaal per bestemmingsvlak kan worden toegepast; 5. het groepsrecreatieverblijf telt als twee recreatieverblijven; c. lid 3.2.3 sub g en toestaan dat de oppervlakte van een recreatieverblijf inclusief eventueel bijgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 100 m², mits deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van het recreatief verblijf; d. lid 3.2.6 sub a en toestaan dat de oppervlakte van een groepsaccommodatie wordt vergroot tot ten hoogste 750 m2; e. lid 3.2.3 sub g en toestaan dat van maximaal 25% van het totale aantal recreatieverblijven de oppervlakte van een recreatieverblijf wordt vergroot tot ten hoogste 125 m², mits: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van het recreatief verblijf; 2. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie; 3. aangetoond is dat deze vergroting noodzakelijk is ten behoeve van de combinatie zorg en recreatie; f.

lid 3.2.4 sub d en toestaan dat de goothoogte wordt verhoogd tot 5,5 m met dien verstande dat bij de bedrijfswoning dit voor maximaal voor 25% wordt toegepast; 3.5

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van recreatieverblijven, stacaravans en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomens, gebouwen, uitgezonderd bedrijfswoningen, voor permanente bewoning; b. het gebruik van gronden voor nieuwe recreatieverblijven (anders dan verbouw van bestaande recreatieverblijven) anders dan met een centrale bedrijfsmatige exploitatie; c. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden, zodanig dat de gezamenlijke horecavloeroppervlakte per bestemmingsvlak meer dan 300 m² bedraagt, tenzij de bestaande gezamenlijke horecavloeroppervlakte meer bedraagt in welk geval de gezamenlijke horecavloeroppervlakte per bestemmingsvlak niet meer dan de bestaande oppervlakte bedraagt. e. het gebruik van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming indien de landschappelijke inpassing, zoals weergegeven in Bijlage 1, niet uiterlijk een jaar na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan is gerealiseerd en in stand wordt gehouden (met uitzondering van de opgenomen fasering voor zone E). f.

Het dermate veranderen van de inrichting van het bedrijf dat de landschappelijke inpassing weergegeven in Bijlage 1 niet langer conform de kaders genoemd in Bijlage 1 in stand wordt gehouden. 3.6

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.5 onder e en toestaan dat de landschappelijke inpassing uit Bijlage 1 wordt aangepast of vervangen ten behoeve van de herinrichting van het bedrijf, waarbij de inpassing blijft voldoen aan de

66

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

kaders opgenomen in Bijlage 1. 3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.7.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen van beplanting; b. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden, zodanig dat er een verschil in hoogte, c.q. diepte ten opzichte van het bestaande maaiveld ontstaat van meer dan 30 cm; c. het aanbrengen van oppervlakte verhardingen, niet zijnde de terrein ontsluiting, met een oppervlakte van meer dan 100 m². 3.7.2 Uitzondering vergunningplicht Het in lid 3.7.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan.. 3.7.3 Voorwaarden De in lid 3.7.1 genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, de natuurlijke, de geomorfologische, cultuurhistorische en de archeologische waarden; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterhuishouding van het gebied en de omliggende percelen, c.q. de gebruiksmogelijkheden daarvan.

67

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede voor: het behoud en herstel van de archeologische waarden. 4.2

Bouwregels

a. Daar waar de gronden op de in de bijlagen opgenomen Bijlage 3 zijn aangegeven als 'terreinen op de archeologische monumentenkaart' geldt dat, in afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, op of in deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd. b. Daar waar de gronden op de Bijlage 3 zijn aangegeven als 'hoge verwachting', 'hoge of middelhoge verwachting' voor zover de oppervlakte van de ingreep in de grond betrekking heeft groter is dan 1.000 m² en de activiteit op een grotere diepte dan 30 cm wordt uitgevoerd: 1. dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in de Wabo een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12877829/1