CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

4a Toelichting en Regels Ontwerp BP Oude Benderseweg 11, Ruinen

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Oude Benderseweg 1123.602 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, DEELPLAN OUDE BENDERSEWEG 11, RUINEN

GEMEENTE DE WOLDEN ONTWERP PLAN

BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, DEELPLAN OUDE BENDERSEWEG 11, RUINEN GEMEENTE DE WOLDEN ONTWERP PLAN

Identificatienummer NL.IMRO.1690.2020BP1002005-ON01 Datum 10-11-2021 Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen 21 juni 2021

Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen NL.IMRO.1690.2020BP1002005-ON01, Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen _____________________________________________________________________________________ Status voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk

datum besluit B&W / Raad 21 juni 2021

publicatiedatum

inzagetermijn

24 mrt 2021 17 nov 2021

25 mrt t/m 20 apr 2021 18 nov 2021 t/m 29 dec 2021

_____________________________________________________________________________________ Vaststellingsbesluit

...........................................................................

Raad van State (onherroepelijk) ...........................................................................

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Opgave bestemmingsplan 1.3 Opbouw toelichting

7 7 7 7

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Plangebied 2.2 Geldende bestemmingsplan 2.3 Ruimtelijke structuur plangebied 2.4 Functionele structuur plangebied

9 9 9 10 11

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Europees beleid 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

13 13 13 13 13

Hoofdstuk 4

15

Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Bodem 5.2 Archeologie en Cultuurhistorie 5.3 Water 5.4 Natuur en Ecologie 5.5 Geluid 5.6 Milieuzonering bedrijven 5.7 Milieueffectrapportage (MER) 5.8 Luchtkwaliteit 5.9 Externe veiligheid 5.10 Verkeer en parkeren 5.11 Molenbiotoop

17 17 17 18 19 20 21 21 22 23 23 23

Hoofdstuk 6 Planbeschrijving 6.1 Juridisch systeem 6.2 Regels 6.3 Verklaring van de bestemmingen

25 25 25 25

Hoofdstuk 7 Handhaving 7.1 Algemeen 7.2 Inventarisatie 7.3 Beleidskeuzen 7.4 Inzet gemeentelijk apparaat

29 29 29 29 29

Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 8.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.2 Economische uitvoerbaarheid

31 31 31

Bijlagen toelichting

33

Bijlage 1

Digitale watertoets

34

Bijlage 2

Inspraaknota

36

2

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Regels

51

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels: Begrippen Wijze van meten

53 53 61

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Recreatie - 3 Waarde - Archeologie

63 63 68

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene aanduidingsregels Overige regels

71 71 72 73 74 76

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

77 77 78

Bijlagen regels

79

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan Landclub Ruinen

81

Bijlage 2

Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen

85

Bijlage 3

Archeologische beleidskaart

87

3

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

4

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Toelichting

5

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

6

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Over de camping de Landclub in Ruinen zijn een aantal juridische procedures gevoerd. Het gaat handhavingsverzoeken, die gedaan zijn door een van de omwonenden van de camping. Op basis van de uitspraken in deze procedures, is aanpassing van de huidige bestemming van camping de Landclub op een aantal kleine onderdelen noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet in de toevoeging van een aantal begrippen en het koppelen van het landschappelijke inpassingsplan aan de bestaande recreatieve bestemming voor camping de Landclub.

1.2

Opgave bestemmingsplan

Het voorliggende bestemmingsplan maakt de gewenste aanpassing mogelijk. Het plan is een gedetailleerde bestemmingsregeling. Het bestemmingsplan is afgestemd op de nieuwe Wet ruimtelijke ordening en voldoet aan de meest recente inzichten betreffende de digitale uitwisseling en raadpleging (RO-Standaarden). Hierdoor is het bestemmingsplan een goed leesbaar en bruikbaar plan.

1.3

Opbouw toelichting

Achtereenvolgens komen na deze inleiding (hoofdstuk 1) de volgende onderwerpen aan bod: hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie en benoemt de huidige planologische regels; hoofdstuk 3 bevat het beleidskader met relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid; hoofdstuk 4 geeft de gewenste ontwikkeling en de uitgangspunten van het plan weer; hoofdstuk 5 gaat in op de randvoorwaarden en belemmeringen vanuit omgevings- en milieu aspecten, zoals bodem, geluid, luchtkwaliteit, water, etc.; hoofdstuk 6 gaat in op de planologische regels en de daarbij behorende verbeelding; hoofdstuk 7 gaat in op de handhaafbaarheid van het bestemmingsplan; hoofdstuk 8 gaat in op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

7

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

8

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Plangebied

Het plangebied is gelegen ten noordwesten van Ruinen aan de rand van het nationaal park het Dwingelderveld. Het onder de beheersverordening Buitengebied De Wolden en heeft daarin de bestemming Recreatie - 3. Afbeelding 1.1 geeft met rode omlijning de ligging van het plangebied aan.

Afbeelding 1.1: De ligging van het plangebied

2.2

Geldende bestemmingsplan

Het plangebied heeft in de beheersverordening "Buitengebied De Wolden", vastgesteld op 28 februari 2018 de bestemming "Recreatie-3". Verder geld de dubbelbestemming "Waarde-Archeologie" en de aanduidingen "Milieuzone - hydrologische beïnvloeding", "Vrijwaringszone - molenbiotoop" en "Vrijwaringszone - radiotelescoop". Het plangebied van dit bestemmingsplan betreft het bestemmingsvlak "Recreatie - 3" aan de westkant van de Oude Benderseweg. Zoals aangegeven op afbeelding 2.1. De twee bestemmingsvlakken "Recreatie - 3" ten oosten van de Oude Benderseweg maken geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan en blijven hierdoor ongewijzigd gelden.

9

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Afbeelding 2.1

2.3

Ruimtelijke structuur plangebied

Het plangebied is gelegen ten noordoosten van de kern Ruinen in de gemeente De Wolden. De Oude Benderseweg waaraan het plangebied gelegen is een smalle weg die als één van de ontsluitingswegen naar het Dwingelderveld fungeert. Ruinen is een esdorp gelegen in een esdorpenlandschap. Historische boerderijen, erven, oude boomgaarden, houtsingels en essen maken het een waardevol gebied. Deze van oudsher relevante elementen zijn nog goed terug te zien in het landschap. De variatie en de kleinschaligheid van het landschap maken het aantrekkelijk om te wonen en te recreëren.

10

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

2.4

Functionele structuur plangebied

Het plangebied heeft momenteel al de bestemming "recreatie-3". De westkant van de Oude Benderseweg wordt momenteel gebruikt ten behoeve van een camping, de oostzijde wordt op dit moment niet gebruikt en ligt braak. Hier is wel recreatief gebruik en het realiseren van recreatieverblijven toegestaan vanuit de huidige planologische mogelijkheden. Ten midden van de camping aan de westzijde van de weg is een zwembad aanwezig, deze hoort qua bestemming en eigendom niet bij de camping. De toegangsweg wordt gezamenlijk gebruikt. Een deel van de omliggende gronden hebben de natuurbestemming, hier staat voor een groot deel bos op, deels is er ook heide aanwezig. Ook zijn er grenzend aan het plangebied gronden aanwezig met de bestemming Agrarisch met waarden. Deze gronden worden als agrarisch grasland gebruikt. Tegen de zuidwesthoek van de recreatieve bestemming is een molen aanwezig, deze heeft een maatschappelijke bestemming. Direct ten noorden van het plangebied is het kantoor van natuurmonumenten gevestigd. Op wat grotere afstand zijn woningen en agrarische bedrijven gevestigd.

11

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

12

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Europees beleid

Het betreft hier het aanpassen van een aantal definities, het wijzigen van een algemene landschappelijke inpassing naar een maatwerkplan en het loskoppelen van twee delen van een bestemming binnen een bestaande recreatiebestemming. Deze aanpassingen hebben geen raakvlakken met het Europees belang.

3.2

Rijksbeleid

Het betreft hier het aanpassen van een aantal definities, het wijzigen van een algemene landschappelijke inpassing naar een maatwerkplan en het loskoppelen van twee delen van een bestemming binnen een bestaande recreatiebestemming. Deze aanpassingen hebben geen raakvlakken met het Rijksbelang.

3.3

Provinciaal beleid

Provinciale Staten hebben op 3 oktober 2018 de Omgevingsvisie- en Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld. De Omgevingsvisie is voor Drenthe een centraal visiedocument. Deze Omgevingsvisie is het strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De ambitie ziet toe op het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten. Deze ambitie vormt het hart van ons beleid waarmee wordt ingezet op ‘ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit’, mede vanuit de wetenschap dat landschapskwaliteit een belangrijke vestigingsfactor is. In de omgevingsvisie worden zes verschillende kernkwaliteiten benoemd die de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud geven. Het gaat om landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. De vrijetijdssector is een belangrijke pijler voor de Drentse economie. De kwaliteiten van Drenthe voor de vrijetijdseconomie liggen in een combinatie van natuur, landschap, erfgoed en cultuur. De provincie zet in op het versterken van de vrijetijdseconomie door het verbinden van de verblijfsrecreatie aan de lokale economie, aan de beleving van ruimtelijke kwaliteit en aan (dag-)atrracties. Voor de binnenlandse markt liggen er kansen voor het verstevigen van de eigen marktpositie door te focussen op hogere bestedingen.

Van de buitenlandse markt verwachten we de meeste groei en dan met name van de Duitse en Belgische markt in het voor- en naseizoen. Dat levert meer bezoekers, bestedingen en banen op. En daar profiteert de Drentse bevolking van, zowel wat betreft werk en leefbaarheid als ook aantrekkelijkheid van de eigen woonomgeving. De focus ligt op het vergroten van de aantrekkelijkheid van Drenthe als bestemming voor bezoek en verblijf, zowel recreatief als zakelijk. Ook wordt ingezet op het behouden en versterken van een aantrekkelijk en vitaal aanbod van dag- en verblijfsrecreatieaccommodaties en, waar nodig, een revitaliseringsslag van de verblijfsrecreatiesector, door herontwikkeling en transformatie van bestaande verblijfsrecreatieparken. Geconstateerd wordt dat onderliggend bestemmingsplan past binnen de visie en ambitie van de provincie Drenthe.

3.4

Gemeentelijk beleid

Het meest recente gemeentelijke beleid met betrekking tot recreatie en toerisme van gemeente De Wolden is vastgelegd in het "Economisch actieplan 2018-2022". Om toerisme en recreatie te versterken, stimuleert de gemeente de ontwikkeling van een vitaal en spraakmakend aanbod (dag- en verblijfsrecreatie, routes, evenementen etcetera) en jaagt dit op onderdelen aan. Het economisch actieplan geeft aan dat de vraag naar kamperen daalt, maar de vraag naar alternatieve accommodaties als "glampingtenten"of andere verhuureenheden en campers juist toeneemt. De gemeente biedt ruimte voor initiatiefnemers om in te spelen op de trends en ontwikkelingen in de markt, onder (planologische) voorwaarden.

13

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Geconstateerd wordt dat onderliggend bestemmingsplan past binnen de visie en ambitie van de gemeente De Wolden.

14

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Hoofdstuk 4

Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten

Ontwikkelingsmogelijkheden Op camping zijn naast reguliere kampeerplaatsen, ook verschillende soorten kampeercommodaties aanwezig. Het gaat om safaritenten, lodges, chalets en dergelijke. De beheersverordening biedt op dit moment onbedoeld enkel ruimte voor stacaravans en daarmee gelijk te stellen accommodaties. De Raad van State heeft in een recente uitspraak aangegeven dat ander soortige kampeeraccommodaties niet gelijk te stellen zijn aan stacaravans en daarmee niet toegestaan zijn op grond van de geldende beheersverordening. Dit bestemmingsplan maakt dit soort accommodaties onder de noemer kampeeraccommodaties mogelijk. Landschappelijke inpassing Tevens is naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State gebleken dat ondergeschikte wegen/paden en parkeren in de buitenste 10 meter, die groen moet blijven, niet is toegestaan binnen de huidige regels. Op een aantal plaatsen zijn accommodaties, wegen of parkeerplaatsen aanwezig binnen deze 10 meter. Dit bestemmingsplan vervangt de verplichte 10 meter groen aan de buitenzijde van de recreatie-3 bestemming aan de westzijde (campingzijde) door een landschappelijk inpassingsplan op maat. Hier is voor gekozen, omdat 10 meter rondom een enorme impact heeft op de gebruiksmogelijkheden ten behoeve van recreatie.

Verder werd deze 10 meter onvoldoende gespecificeerd, waardoor landschappelijk inpassing niet goed geborgd was in de beheersverordening. Een op maat gemaakt inpassingsplan neemt minder ruimte in en borgt gelijktijdig de kwaliteit van de landschappelijke inpassing. De tien meter tot de bestemmingsgrens voor het bouwen van gebouwen blijft wel in stand, met uitzondering van gebouwen die op dit moment al aanwezig zijn. Planologisch loskoppelen twee percelen Verder worden de west- en oostzijde van de Oude Benderseweg in de beheersverordening aan elkaar gekoppeld. Dit bestemmingsplan past alleen de bestemming Recreatie-3 aan de westzijde van de Oude Benderseweg. Dit heeft tot gevolg dat de planologische koppeling los gelaten wordt.

15

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

16

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

Voor de ruimtelijke ordening en milieuregelgeving is sprake van tweesporenbeleid welke beide hun eigen wettelijke kaders hebben, te weten de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. De regelgeving in dit bestemmingsplan spits zich dan ook toe op de ruimtelijke aspecten van de milieuwetgeving. Het onderhavige bestemmingsplan betreft kleine wijzigingen binnen de bestaande bestemming mogelijk. In dit hoofdstuk worden de belangrijke omgevingsaspecten behandeld.

5.1

Bodem

5.1.1

Normstelling

Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. 5.1.2

Conclusie

Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. Het voorliggende bestemmingsplan legt de bestaande situatie opnieuw vast. Het is daardoor niet noodzakelijk om de bodemkwaliteit binnen het gehele plangebied vast te stellen. Het is overigens op voorhand niet uit te sluiten dat plaatselijk sanerende maatregelen noodzakelijk zijn om toekomstig gebruik mogelijk te kunnen maken. Enkel door het doen van bodemonderzoek kan inzicht verkregen worden in de actuele kwaliteit van de bodem. In geval van nieuwe ontwikkelingen zal voorafgaand aan het verlenen van omgevingsvergunningen de gemeente beoordelen of de bodemgesteldheid voldoende is onderzocht en geschikt is voor het beoogde grondgebruik.

5.2

Archeologie en Cultuurhistorie

5.2.1

Normstelling

Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn archeologische monumenten kaarten en gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten opgesteld. De Archeologische Monumenten Kaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. In het plangebied zijn geen archeologische monumenten aanwezig waarmee rekening gehouden dient te worden.

17

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

5.2.2

Conclusie

In de bodem kunnen ook aardkundige waarden aanwezig zijn. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet verplicht de gemeente bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige monumenten. Voor het plangebied zijn vooral de provinciale en gemeentelijke archeologische en cultuurhistorische beleidskaarten van belang. Gezien het consoliderende karakter van dit bestemmingsplan kan toetsing aan de genoemde beleidskaarten achterwege blijven.

5.3

Water

5.3.1

Algemeen

In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Deze waterparagraaf is erop gericht om de actuele watersituatie en het actuele waterbeleid in beeld te brengen. Daarnaast is de waterparagraaf vooral bedoeld om een brug te slaan naar de procedures en toetsingsinstrumenten van de waterbeheerder. De gemeente De Wolden is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta, welke verantwoordelijk is voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer. 5.3.2

Normstelling

De waterschappen Drents Overijsselse Delta en Vechtstromen vormen samen met waterschap Rijn en IJssel het waterschapsgebied Rijn-Oost. De waterschappen hebben hun beleid voor stedelijk waterbeheer vastgelegd in de gezamenlijke beleidsnotitie 'Water Raakt'. Deze notitie vormt op hoofdlijnen het beleid voor de wijze waarop de waterschappen in stedelijk gebied invulling geven aan het waterbeheer. Het waterbeheer richt zich op de volgende drie beleidsthema's: 1. Voor het dagelijkse waterbeheer is dat het Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR). Doel daarvan is gedurende een heel groot deel van het jaar die wateromstandigheden te realiseren die het beste passen bij de functie zoals de provincies die hebben vastgesteld; 2. Om in extreem natte en extreem droge omstandigheden de schade als gevolg van wateroverlast of watertekort te beperken is het WB21 opgesteld. Hierin zit de trits vasthouden-bergen-afvoeren als voorkeursvolgorde en afwegingskader en het principe van niet afwentelen. Het stedelijk gebied dient dus waterneutraal te zijn. Mocht dit door enige goede redenen - de veiligheid is ernstig in het geding, de kosten zijn te hoog, er spelen nijpende ruimtevraagstukken - niet kunnen, dan komen het waterschap en de gemeente passende afspraken overeen. Doel is het watersysteem zo in te richten dat het in extreme omstandigheden en in de toekomst goed functioneert; 3.

Voor het bereiken van de goede ecologische toestand van het water zijn er de Europese richtlijnen voor ecologie en waterkwaliteit. Dit thema bestaat uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Vogel- en Habitatrichtlijnen (vertaald in de Wet natuurbescherming). Doel daarvan is dat alle Europese wateren, zowel oppervlaktewater als grondwater, zich in 2015 in een goede ecologische en goede chemische toestand bevinden. Met goede argumenten is uitstel mogelijk tot uiterlijk 2027. Voor de Natura 2000-gebieden is geen uitstel mogelijk. Deze drie thema's hangen zo met elkaar samen dat het niet mogelijk is ze afzonderlijk van elkaar te realiseren. Er wordt gezorgd dat het watersysteem tijdig op orde is, duurzaam is ingericht, voldoet aan de landelijke normen voor het voorkomen van wateroverlast, bijdraagt aan het bereiken van grond- en oppervlaktewaterpeilen in relatie tot de functies van die wateren en gebieden, verdroging tegengaat en rekening houdt met de eisen vanuit de KRW. Om aan deze punten te voldoen is in december 2009 de Waterwet in werking getreden. De Waterwet vervangt acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland. Deze wet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert deze wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening.

Hierdoor zijn waterschappen, gemeenten en provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de Waterwet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart,

18

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

drinkwatervoorziening, natuur, landbouw, industrie en recreatie. Op basis van deze functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het water. De instrumenten vanuit de Waterwet zijn Waterplannen (rijk en provincie), waterbeheer-plannen (waterbeheerder) en vergunningen. Watertoetsproces In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht de Watertoets uit te voeren. De Watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta is op 1 maart 2021 geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat er geen waterschapsbelang wordt geraakt. Het waterschap gaat akkoord met het plan.

5.3.3

Onderzoek en conclusie

In het kader van de Wro is het verplicht de watertoets uit te voeren. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Conserverende plannen die geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken hebben in beginsel geen invloed op de waterhuishouding, waarvan in dit geval ook sprake is. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta is op 1 maart 2021 geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De uikomst hiervan is opgenomen in Bijlage 1. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat er geen waterschapsbelang wordt geraakt. Het waterschap gaat akkoord met het plan.

5.4

Natuur en Ecologie

5.4.1

Normstelling

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet vervangen. De bescherming van Natura 2000 gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen (houtopstanden) wordt nu via deze wet geregeld. De provincie is per 1 januari 2017 het bevoegde gezag voor soortenbescherming en houtopstanden. Deze bevoegdheden lagen voorheen bij het Rijk. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag gebleven voor Natura 2000 bescherming en faunabeheer. De provincie is verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen en ontheffingen voor al deze gebieden. Hierop geldt alleen een uitzondering als het rijksaangelegenheden betreft. Provinciale Staten hebben op 14 december 2016 regels gesteld en vrijstelling gegeven over de soortenbescherming, faunabeheer en houtopstanden in de Provinciale omgevingsverordening Drenthe. In deze verordening zijn de vrijstelling voor beweiden en bemesten en de soortenvrijstellingen van het rijk overgenomen. Verder zijn er regels gesteld om faunabeheer mogelijk te maken. Ten slotte zijn de spelregels voor houtopstanden (voorheen Boswet) vastgelegd. Zo is bepaald aan welke eisen een compensatieverzoek moet voldoen en is de mogelijkheid voor het aanleggen van tijdelijk bos geregeld.

Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten op 20 december 2016 de beleidsregels Wet natuurbescherming Drenthe vastgesteld. Deze beleidsregels gaan over het toedelen van ontwikkelingsruimte in relatie tot de PAS (Natura 2000), soortenbescherming en houtopstanden. De provincie Drenthe zet zich ook in voor actieve soortenbescherming.

19

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

5.4.2

Conclusie

Het is noodzakelijk om op basis van de Wet natuurbescherming vooraf te toetsen of ruimtelijke ingrepen en andere plannen en activiteiten niet conflicteren met aanwezige beschermde plant- en diersoorten en habitats. Dit bestemmingsplan bevat geen van ruimtelijke (her)ontwikkelingen, waarvoor onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming vereist is. Er worden namelijk geen nieuwe ruimtelijke ingrepen mogelijk gemaakt, anders dan ook al mogelijk is op basis van de huidige bestemming. Bij elk voornemen voor een toekomstige ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied zal worden getoetst wat de effecten hiervan zijn op de aanwezige beschermde soorten.

5.5

Geluid

5.5.1

Normstelling

De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen; geluidsgevoelige terreinen. Deze bescherming geldt als het gebruik van deze objecten is toegestaan volgens het bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening. Op tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan met een periode van maximaal 10 jaar is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Onder "woning" wordt verstaan (artikel 1 Wet geluidhinder): gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van de geldende planologische status (bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening). De Wet geluidhinder kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning is gewoon een woning, waarvoor het mogelijk is een hogere waarde (als nodig) te verlenen. Dit geldt natuurlijk alleen voor bedrijfswoningen die zijn gelegen in een geluidzone. Hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn niet geluidgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. In het Activiteitenbesluit zijn voorschriften opgenomen die bescherming bieden tegen geluidhinder van inrichtingen die onder het Besluit vallen. Deze bescherming wordt geboden aan gevoelige objecten (gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen (artikel 1.1)).

In artikel 1.1 is in de definitie van gevoelige gebouwen aangegeven dat gebouwen die bij de inrichting horen (dienst- of bedrijfswoningen) geen geluidsgevoelig object zijn waarvoor de grenswaarden uit het besluit gelden. Dienst- of bedrijfswoningen die niet tot de inrichting behoren zijn gewoon woningen van derden waarvoor de grenswaarden wel gelden. Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is rond inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur en spoorwegen een geluidzone van kracht. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de in de wet bepaalde voorkeursgrenswaarde. Wanneer niet aan deze grenswaarde kan worden voldaan, kan het bevoegd gezag, in de meeste gevallen de gemeente, hogere grenswaarden vaststellen. Hiervoor geldt een bepaald maximum, de uiterste grenswaarde genoemd. 5.5.2

Conclusie

Deze bestemmingsplanherziening maakt geen verdere nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarvoor akoestisch onderzoek vereist is.

20

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

5.6

Milieuzonering bedrijven

5.6.1

Normstelling en conclusie

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Het voorliggende bestemmingsplan is consoliderend van karakter. In het plan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Hierdoor hoeft er niet opnieuw getoetst te worden aan het aspect bedrijven en milieuzonering.

5.7

Milieueffectrapportage (MER)

5.7.1

Normstelling

In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden is opgenomen in de bijlage van het Besluit MER. Overigens wordt onderscheid gemaakt tussen een MER-beoordeling (categorie D), waarbij het bevoegd gezag een beslissing kan nemen of een MER nodig is of een verplicht MER (categorie C).

5.7.2

Conclusie

Aangezien het om een project gaat met een oppervlakte onder de 25 hectare lijkt een milieueffectbeoordeling niet nodig is. Echter, op 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. Eén van de meest opmerkelijke wijzigingen is de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet:door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld. De vormvrije m.e.r.-beoordeling moet altijd worden toegepast wanneer sprake is van een activiteit die is genoemd in onderdeel C of D van bijlage I van het Besluit m.e.r.. De vermelding dat de betreffende ondergrens niet wordt overschreden is onvoldoende als motivatie om geen m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Dit houdt in dat voor elk besluit, plan of activiteit dat na 16 mei 2017 is ingediend, en betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, aandacht moet worden besteed aan m.e.r.. Op de aspecten die aan de orde komen in een m.e.r.-beoordeling wordt ingegaan in deze ruimtelijke onderbouwing. Daar komt bij dat er ook gekeken dient te worden naar alternatieven. Omdat het hier gaat om op kleine onderdelen herzien van de regels van het bestemmingsplan van een bestaand verblijfsrecreatieterrein (waarbij geen nieuwe activiteiten worden mogelijke gemaakt), ligt het aandragen van alternatieven niet voorhanden.

Toetsing aan de C-lijst levert geen overeenkomsten op. Op de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage is met betrekking tot recreatieve overnachtingsaccommodaties alleen de ontwikkeling van vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen opgenomen onder categorie D10. Bovendien is er pas sprake van een m.e.r-beoordelingsplichtige activiteit indien het gaat om een oppervlakte van 25 hectare of meer (of een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied).

21

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Het gaat hier om op kleine onderdelen herzien van de regels van het huidige bestemmingsplan van een bestaand verblijfsrecreatieterrein, waarvan de oppervalkte kleiner is dan 10 hectare. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe activiteiten mogelijk. Er is dan ook geen sprake van extra milieubelasting door het nieuwe bestemmingsplan, ten opzichte van de de huidige situatie. De huidige gebruiksmogelijkheden van het terrein worden niet vergroot of gewijzigd. Dit valt buiten (de omvang) van de onder D10 genoemde categorieën en bijbehorende drempelwaardes, waardoor kan worden aangenomen dat er geen sprake is van een m.e.r.- beoordelingsplichtige activiteit. Voor het onderhavig plan hoeft daarmee geen m.e.r.-(beoordelings)procedure te worden doorlopen. Het plan is op dit punt uitvoerbaar.

5.8

Luchtkwaliteit

5.8.1

Normstelling

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 5.1 weergegeven. Tabel 5.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof stikstofdioxide (NO2) fijn stof (PM10)

Toetsing van jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie

fijn stof (PM2,5)

jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen.

22

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

5.8.2

Conclusie

Het gaat hier om op kleine onderdelen herzien van het huidige bestemmingsplan van een bestaand verblijfsrecreatieterrein. Er is geen sprake van uitbreiding en dus ook geen sprake van toename van het aantal verkeersbewegingen door deze planherziening. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zodat deze niet hoeven te worden onderzocht.

5.9

Externe veiligheid

5.9.1

Normstelling

Het aspect Externe Veiligheid heeft te maken met de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen en de bescherming hiertegen. De veiligheidsrisico's worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het groepsrisico (GR) is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Verder kunnen de veiligheidsrisico's worden verdeeld in risico's veroorzaakt door bedrijvigheid (inrichtingen) en in risico's veroorzaakt vanwege het transport (weg, spoor, water, buisleidingen) van gevaarlijke stoffen. Conform het nationale veiligheidsbeleid en de Visie externe veiligheid van de gemeente Hoogeveen is onderzoek verricht naar de veiligheidssituatie rondom het plangebied. 5.9.2

Conclusie

Het gaat hier om op kleine onderdelen herzien van het huidige bestemmingsplan van een bestaand verblijfsrecreatieterrein. Er is geen sprake van uitbreiding en dus leidt deze bestemmingsplanherziening niet tot een verhoging het plaatsgebonden risico of groepsrisico, aangezien het nieuwe bestemmingsplan ter plaatse geen (nieuwe) ontwikkelingen toestaat.

5.10

Verkeer en parkeren

Het plangebied is gelegen aan Oude Benderseweg. Deze weg sluit in het zuiden aan op de Munnekenweg en in het noorden op de Benderse. Via de Munnekenweg is Ruinen bereikbaar per auto en fiets en via Benderse het Dwingelderveld. Op het terrein zelf is voldoende ruimte voor het parkeren van auto's aanwezig.

5.11

Molenbiotoop

Ten zuidwesten direct tegen het plangebied staat Korenmolen De Zaandplatte. Ter waarborging van een goede werking van de molen moet worden voorkomen, dat de omgeving van de molen wordt bebouwd en/of ingericht met hoog opgaande beplanting. Dit kan namelijk invloed hebben op de kracht van de wind, waardoor de wieken onregelmatig belast worden en eerder slijtage optreedt. Voor het goed functioneren van de molen zijn in dit bestemmingsplan, overeenkomstig met de nu geldende beheersverordening, regels opgenomen die de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken reguleren en gebruiksregels voor het aanplanten van bomen of houtgewas.

23

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

24

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Hoofdstuk 6 6.1

Planbeschrijving

Juridisch systeem

Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Dit betekent dat het bestemmingsplan is opgezet volgens de nieuwste wettelijke regelgeving en volgens de nieuwste Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Deze nieuwe standaard is per 1 juli 2013 verplicht volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het plan is technisch als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd en voldoet aan de eisen van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen). Deze digitale versie is bedoeld om de burger 'online' informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. De digitale versie is voor (ontwerp)plannen die na 1 januari 2010 ter inzage worden gelegd verplicht op grond van de nieuwe Wro. Er zal een analoge (papieren) versie van het bestemmingsplan naast het digitale plan blijven bestaan.

6.2

Regels

De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier delen. In de "Inleidende regels" zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In Artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In Artikel 2 wordt de wijze van meten toegelicht. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. In de "Bestemmingsregels" zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde opgenomen. Deze bestemmingsregels worden in paragraaf 7.3 nader toegelicht. In de "Algemene regels" staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende afwijkingsregels en de algemeen geldende aanduidingsregels. De algemene afwijkingsregels zorgen voor enige verruiming ten behoeve van de flexibiliteit van het plan. Deze afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht. Zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. De algemene aanduidingsregels geven de mogelijkheid voor algemene aanduidingen, die als een extra laag over meerdere bestemmingen liggen.

In de "Overgangs- en slotregels" staan artikelen benoemd die voor alle voorgaande regels gelden. Het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik is hierin geregeld alsmede de slotregel.

6.3

Verklaring van de bestemmingen

Dit bestemmingsplan bestaat enkel uit de bestemming "Recreatie-3". De bestemming is overgenomen uit de beheersverordening "Buitengebied De Wolden", met uitzondering van de volgende aanpassingen en toevoegingen in de regels: Artikel 1 Begrippen De huidige beheersverordening biedt bij recht geen mogelijkheden op de camping voor accommodaties anders dan tenten, tentwagens, caravans, campers, stacaravans en enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde. Accommodaties als safaritenten, tenthuisjes, lodges, trekkershutten, chalets en daar mee gelijk te stellen onderkomens zijn dan ook niet toegestaan. Zoals al eerder aangegeven neemt de vraag naar kamperen steeds verder af, maar de vraag naar andersoortige accommodaties op campings neemt toe. Om de huidige camping toekomstbestendig te maken is het van belang ook dit soort accommodaties

25

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

mogelijk te maken, zeker gezien het feit dat volgens de huidige bestemming op de camping al stacaravans mogen worden geplaatst. Aanpassingen Hiervoor zijn de begrippen chalet, lodge, safaritent, trekkershut, tenthuisje, kampeermiddel en kampeeraccommodatie toegevoegd of aangepast in artikel 1. 1.26 chalet: een bouwwerk, bestaande uit hout of kunststof, niet zijnde een kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; 1.37 kampeeraccommodatie: een onderkomen, voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan voor recreatieve bewoning met een lichte constructie welke middels paaltjes of geplaatst op een vlonder verbonden is met de grond, maar niet geplaatst is op een vaste fundering, in zijn geheel of enkele delen snel en eenvoudig kan worden verplaatst en niet als stacaravan, woonkeet of recreatiewoning aangemerkt kan worden; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor verblijfsrecreatie. Hieronder worden in ieder geval verstaan safaritenten, tenthuisjes, trekkershutten, lodges en chalets. 1.38 kampeermiddel: a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; b.

enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht, dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.43 lodge: een verblijf, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, niet zijnde een kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; 1.64 tenthuisje: een verblijf, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, waaronder in ieder geval tentdoek, niet zijnde een kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; 1.61 safaritent: een verblijf, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, waaronder in ieder geval tentdoek, niet zijnde een kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; 1.66 trekkershut: een verblijf, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, niet zijnde een kampeermiddel of stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor is voor kortdurend recreatief (nacht)verblijf van passanten; Artikel 2 Wijze van meten Gebleken is dat bij rieten daken voor de constructie standaard een behoorlijke

overstek nodig is. Deze overstek is vaak groter dan 40 centimeter, waardoor deze meegerekend moet worden bij het oppervlak. Dit betekent dat gebouwen met rieten daken in principe minder gebruiksoppervlakte hebben. Omdat rieten daken wel passend zijn in onze gemeente qua uitstraling willen we de gebruiksmogelijkheden niet beperken voor gebouwen met rieten daken. Aanpassing De wijze van meten van gebouwen met rieten daken wordt aangepast. Voor deze gebouwen wordt een overstek pas meegerekend bij het oppervlak van het gebouw als deze groter is dan 1 meter. 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk:

26

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Overstekken van daken, dieper dan 40 cm, worden meegerekend bij de oppervlakte van bouwwerken. Behalve bij gebouwen met een rieten dak, hier worden overstekken dieper dan 100 cm meegerekend bij de oppervlakte van bouwwerken; Artikel 3 Recreatie - 3 De bestemming Recreatie-3 is bestemd voor kampeerbedrijven en/of recreatiewoningen met of zonder een groepsaccommodatie. Zoals bij de aanleiding al is aangegeven zijn recreatieve onderkomens in vorm van kampeermiddelen en stacaravans op dit moment toegestaan. Accommodaties als safaritenten, tenthuisjes, lodges, trekkershutten, chalets en daar mee gelijk te stellen onderkomens zijn niet toegestaan binnen de huidige bestemming. Daarom wordt dit artikel aangepast zodat deze kampeeraccommodaties wel zijn toegestaan. Tevens worden er bouwregels toegevoegd voor deze kampeeraccommodaties., die vergelijkbaar zijn met de bouwregels voor stacaravans. De ontheffing voor trekkersverblijven komt tevens te vervallen, omdat deze vallen onder het nieuwe begrip kampeeraccommodaties en bij recht mogelijk worden.

Aanpassing Het plan wordt als volgt aangepast: Aan artikel 3.1, de bestemmingsomschrijving zal het begrip kampeeraccommodaties worden toegevoegd; In artikel 3.1 wordt sub f vervangen door: 'met dien verstande dat: de onder a t/m e genoemde opsomming, enkel is toegestaan wanneer de landschappelijke inpassing conform Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan Landclub Ruinen wordt uitgevoerd en in stand gehouden'; Aan artikel 3.2.1 worden kampeeraccommodaties toegevoegd en is een uitzondering opgenomen voor bestaande stacaravans en kampeeraccommodaties die buiten het bouwvlak zijn gebouwd; Aan artikel 3.2 wordt een lid toegevoegd met bouwregels voor kampeeraccommodaties; Artikel 3.5 sub e wordt toegevoegd: het gebruik van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming indien de landschappelijke inpassing, zoals weergegeven in Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan Landclub Ruinen, niet uiterlijk een jaar na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan is gerealiseerd en in stand wordt gehouden.

27

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

28

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Hoofdstuk 7

7.1

Handhaving

Algemeen

Het bestemmingsplan wil een sturend instrument zijn voor de ruimtelijke en functionele inrichting van het plangebied. Aan de hand van de in het bestemmingsplan opgenomen regels worden voorgenomen activiteiten (activiteiten en gebruik van gronden) getoetst. Als blijkt dat in afwijking van de regels activiteiten plaatsvinden, is handhaving in enge zin aan de orde, gericht op het ongedaan maken van een overtreding. Handhaving is belangrijk om de sturing die het bestemmingsplan beoogt tot haar recht te laten komen.

7.2

Inventarisatie

7.3

Beleidskeuzen

De gemeenteraad heeft de kadernota Toezicht & handhaving vastgesteld. Hiermee wordt aangesloten bij andere plannen waarop op onderdelen wordt verwezen naar handhaving. Dit zijn het Drentse veiligheidsplan en het integraal veiligheidsbeleid De Wolden. De afgelopen jaren is er veel veranderd en de komende jaren gaat er nog veel veranderen. Er vindt een verschuiving plaats van vergunningplicht naar steeds meer algemene regels in het WABO-domein. Gevolg hiervan is dat er meer nadruk komt te liggen op de uitvoering van de handhaving.

7.4

Inzet gemeentelijk apparaat

Op basis van de kadernota Toezicht & handhaving wordt jaarlijks een handhavingsuitvoeringsprogramma opgesteld. Hierin worden op basis van een evaluatie voor het komende jaar de prioriteiten (bij)gesteld. In dit werkprogramma worden alle taken, taakonderdelen, de wettelijke of gewenste prioriteitstelling, prestatie en capaciteitstoekenning op het gebied van handhaving opgenomen. Tevens wordt de voortgang van de projecten die spelen inzichtelijk gemaakt. Het handhavingsuitvoeringsprogramma is het uitvoeringsprogramma van de kadernota, hierin worden de uitgangspunten vertaald in concrete acties. Het handhavingsuitvoeringsprogramma wordt gemonitord en geëvalueerd (jaarverslagen). Via verschillende systemen van monitoring wordt teruggekeken op de uitvoering en een relatie gelegd met de strategische doelen.

29

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

30

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Hoofdstuk 8 8.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voorontwerp Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen procedure. Het voorontwerp is in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de wettelijke overlegpartners. Hieruit zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. Tevens heeft het voorontwerpbestemmingsplan van 25 maart 2021 tot en met 21 april 2021 ter inzage gelegen voor een ieder. Hierop zijn 7 inspraakreacties kenbaar gemaakt. Deze zijn beantwoord in de bijgevoegde inspraaknota in Bijlage 2 Op basis van de inspraak is aan de begripsbepaling voor kampeeraccommodaties toegevoegd, dat deze uitgevoerd moeten zijn in natuurlijke kleuren passend in het landschap. Daarnaast is in paragraaf 1.1 aangegeven dat het om handhavingsverzoeken gaat. Het beplantingsplan, dat onderdeel uitmaakt van de landschappelijke inpassing, is conform eerder gemaakte afspraak aangepast. Bij zone E is vastgelegd dat er 30 % wintergroen komt en in zone G is aangegeven dat die beplant wordt als zone E. Verder hebben de inspraakreacties geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze Vervolgens wordt het ontwerpbestemmingsplan voor zes weken ter inzage gelegd (artikel 3.8 Wro). Tijdens deze periode wordt aan een ieder de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. Beroep Het bestemmingsplan wordt vervolgens vastgesteld door de gemeenteraad.

Tegen dit besluit is beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

8.2

Economische uitvoerbaarheid

In het kader van de Grondexploitatiewet is de gemeente verplicht kosten die ten behoeve van het bestemmingsplan worden gemaakt, te verhalen. In de vorige paragraaf is beschreven dat de gemeente geen kosten maakt voor plannen die op grond van dit bestemmingsplan worden uitgevoerd. De initiatiefnemers zijn hiervoor verantwoordelijk. Wel maakt de gemeente plankosten, namelijk de kosten die zijn gemoeid bij het opstellen van het bestemmingsplan. Deze kosten zijn niet toe te schrijven aan een specifieke groep gebruikers. De gemeente neemt deze plankosten daarom voor haar rekening. Indien er aanvullende plankosten gemaakt worden voor het uitvoeren van het bestemmingsplan, bijvoorbeeld in de vorm van kosten voor het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid, worden dergelijke plankosten verhaald op de initiatiefnemer. Gezien bovenstaande redenering, is het opstellen van een exploitatieplan voor dit bestemmingsplan niet aan de orde.

31

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

32

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Bijlagen toelichting

33

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Bijlage 1 Digitale watertoets

34

datum 1-3-2021 dossiercode 20210301-59-25701 Geachte Frank Berting, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets concluderen wij dat met uw plan geen waterschapsbelangwordt geraakt. Het waterschap gaat akkoord met het plan. U kunt direct door met de planvorming van uw plan en wij verzoeken u onderstaande tekst op te nemen in de toelichting van het plan (de waterparagraaf).

WATERPARAGRAAF GEEN WATERSCHAPSBELANG Deze standaard waterparagraaf heeft betrekking op het plan herziening bestemmingsplan camping Landclub Ruinen. Het plan betreft alleen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Er is geen sprake van (grond) wateroverlast in de omgeving van het plan. Er is geen waterschapsbelang. Deze conclusie is automatisch getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan.

Verklaring Dit document is een automatisch gegenereerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens in de Digitale Watertoets. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. www.dewatertoets.nl

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen (ontwerp)

Bijlage 2 Inspraaknota

36

Het voorontwerpbestemmingsplan Buitengebied, deelplan Oude Benderseweg 11, Ruinen heeft van 25 maart 2021 tot en met 21 april 2021 ter inzage gelegen voor inspraak. Hierop zijn 7 inspraakreacties binnengekomen. Hieronder zijn de binnengekomen reacties samengevat en van een antwoord voorzien. Daar waar de opmerkingen tot aanpassingen hebben geleid is dat vermeld. Inspraakreactie 1 1. Landschappelijke inpassing Inspreker geeft aan dat door het nieuwe bestemmingsplan de 10 meter groenvoorziening komt te vervallen en er daarvoor in de plaats een inpassingsplan komt waarin een deel van de oorspronkelijke groenvoorziening van 10 meter wordt hersteld. Er worden slechts 2 of 3 rijen herplant. Inspreker kan om de volgende redenen niet met deze wijziging instemmen: 1. De beheersverordening geeft een 10 meter brede groenvoorziening aan; 2. Herstel van de groenvoorziening naar een breedte van 10 meter is niet van invloed op het aantal kampeeraccommodaties. Om deze reden kan hier gewoon aan vast gehouden worden; 3. Het inpassingsplan is niet voldoende om geluidshinder tegen te gaan. Er is duidelijk verschil in geluidshinder sinds de groenvoorziening is weggehaald en het geplande herstel zal dit niet veel verbeteren; 4. Er is veel overlast van de verlichting op de camping. Dit wordt ook niet afdoende tegengegaan met het inpassingsplan; 5.

Door wijziging van het bestemmingsplan zal het aantal toeristen gigantisch toenemen, waardoor de overlast nog zal worden vergroot; 6. Het inpassingsplan zal niet voldoende zijn om de recreanten te verhinderen om de naast de camping gelegen weilanden te betreden; 7. In het inpassingsplan worden zichtlijnen genoemd. Door deze zichtlijnen is er zicht op de camping en is het mogelijk voor recreanten om de naast de camping gelegen weilanden te betreden. Reactie gemeente: Dit bestemmingsplan vervangt de verplichte 10 meter groen aan de buitenzijde van de recreatie-3 bestemming voor de huidige camping aan de westkant van de Oude Benderseweg, door een landschappelijk inpassingsplan op maat. Een op maat gemaakt inpassingsplan neemt minder ruimte in, dan de verplichte 10 meter en borgt gelijktijdig de kwaliteit van de landschappelijke inpassing. Iets wat de huidige beheersverordening nu onvoldoende doet. Hierin is geen onderhouds- en instandhoudingsverplichting opgenomen voor de landschappelijke inpassing in de regels. Dit is nu wel het geval bij het nieuwe bestemmingsplan, waarbij de aanleg- en onderhoudsverplichting voor de landschappelijke inpassing in bestemminsplanregels is vastgelegd. Het doel van een landschappelijke inpassing is niet “het “volledig aan het zicht onttrekken” maar in dit geval, de camping in te passen in het omliggende landschap.

Het maakt dan deel uit van het totale landschap. Beplanting heeft nauwelijks geluidsreducerend effect, ongeacht de breedte van de beplanting. Dit is dus geen argument om een bredere beplantingsstrook te verplichten, dan nu opgenomen in het landschappelijke inpassingsplan. Door de opzet van het landschappelijke inpassingsplan zal de zijdelingse lichtuitstraling tegen gegaan worden. Verticale lichtuitstraling is niet te verhinderen door middel van het aanbrengen van beplanting.

Het nieuwe bestemmingsplan bevat geen uitbreidingsmogelijkheden voor de huidige camping. Het is dus niet zo dat er met dit nieuwe bestemmingsplan meer overnachtingsmogelijkheden kunnen worden gerealiseerd op de camping, ten opzichte van de huidige situatie. Navraag bij de eigenaar leert dat er slecht een enkele keer sprake is geweest van het betreden van de naast de camping gelegen weilanden door recreanten. De betreffende recreanten zijn hierop aangesproken en dit zal opnieuw gebeuren als de situatie zich voordoet. Enkel het aanbrengen van beplanting, ongeacht de breedte, zal nooit 100% kunnen verhinderen dat recreanten de naast de camping gelegen weilanden betreden. De doorzichten die nu opgenomen zijn in het landschappelijke inpassingsplan (zone G) komen te vervallen en worden dicht geplant. Hiermee komt het zicht op de camping, via deze zichtlijnen te vervallen en is het bijna niet meer mogelijk voor recreanten om via deze openingen de naast de camping gelegen weilanden te betreden. 2. Handhavingsverzoek en nieuw bestemmingsplan In het nieuwe bestemmingsplan is het mogelijk om wegen en parkeerplaatsen binnen de 10 meter van de perceelsgrens te realiseren.

In inmiddels 2 procedures bij de Raad van State, heeft de Afdeling voor de 2e maal beslist dat de aanwezige parkeerplaatsen en een deel van de weg niet zijn toegestaan omdat in een strook van 10 meter van de bestemmingsgrens geen verharding is toegestaan. In het nieuwe besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van 16 maart 2021 geven zij ook aan dat de wegverharding en parkeerplaatsen niet alleen verwijderd moeten worden maar ook verwijderd dient te blijven. Het nieuwe bestemmingsplan en het besluit van 16 maart 2021 spreken elkaar tegen. Reactie gemeente Het gestelde in het nieuwe besluit van het college van 16 maart 2021 heeft betrekking op de geldende beheersverordening. In deze verordening zijn de weg en parkeerplaatsen niet toegestaan en dienen verwijderd te worden. In het nieuwe bestemmingsplan willen we de weg en parkeerplaatsen toestaan. Dit houdt in dat er vanaf het ontwerpbestemmingsplan zicht op legalisering is. Het lopende handhavingsbesluit is dan afgerond en we gaan geen nieuw traject opstarten vanwege de lopende bestemmingsplanprocedure. 3. Oude Benderseweg Inspreker geeft aan dat de Oude Benderseweg nu en in de toekomst niet berekend is op het aantal bezoekers van de camping, het zwembad en het Dwingelderveld en verwacht dat dit nog verder toe zal nemen. Reactie gemeente De verkeerssituatie op de Oude Benderseweg en de omliggende wegen is bekend.

Op dit moment wordt er voor het gebied, globaal gelegen tussen Ruinen en het Dwingelderveld, een ontwikkelingsvisie opgesteld. Het zoeken naar oplossingen om de huidige verkeerssituatie te verbeteren wordt hier in meegenomen. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat dit bestemmingsplan geen uitbreidingsmogelijkheden bevat voor de huidige camping en dus ook geen extra verkeersbewegingen mogelijk maakt ten opzichte van de huidige situatie. Conclusie: De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Inspraakreactie 2 1. Loskoppeling bestemmingsvlakken In het voorontwerp bestemmingsplan wordt aangegeven dat het een deelplan Oude Benderseweg 11 betreft. In de toelichting wordt aangegeven dat dit deel wordt losgekoppeld van het oostelijke deel. In alle voorgaande bestemmingsplannen is hier bewust niet voor gekozen. Kunt u uitleggen hoe ik dit moet zien? Reactie gemeente Over de camping, aan de westzijde van de Oude Benderseweg zijn een aantal juridische procedures gevoerd. Op basis van de uitspraken in deze procedures, is aanpassing van de huidige bestemming van de camping op een aantal kleine onderdelen noodzakelijk. Voor het voormalige Molencaten terrein, aan de oostzijde van de Oude Benderseweg, is deze herziening niet nodig. Om deze reden is er voor gekozen om alleen de bestemming voor de camping te herzien. 2. Impact plan op omgeving Tevens ligt dit deelplan midden in allerlei andere activiteiten, welke zich ook ontwikkelen en hebben ontwikkeld. Wat ik niet uit het plan kan halen is de impact van dit plan in relatie tot het naastliggende gebied en de omwonenden. De integrale afweging van diverse componenten, zoals geluid, verkeer, bezoekersstromen versus de rust, natuur, flora en fauna en stikstof vind ik niet terug. Laat staan dat hierover kaders zijn gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12877829/1