BP 2 planToelichting BP VVP25
Tekst van het document
Tevens richt het zich op voldoende en schoon drinkwater, de KRWdoelstellingen en veilig en verantwoord omgaan met duurzame energie. In het "Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027" staan verschillende doelen beschreven. De provincie zet in onder meer in op het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit door biologische doelen vast te leggen voor overig water, waar de zogenoemde waterparels onder vallen. Een goede kwaliteit van het oppervlaktewater is van belang voor vele gebruiksfuncties, de biodiversiteit en voor een duurzaam en robuust watersysteem. De waterparels vormen een speciale categorie wateren met specifieke bijzondere planten- of diersoorten. Op vier gebieden na liggen deze binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en staan ze op de kaart met beheertypen, wat betekent dat er een relatie is met het provinciaal natuurbeleid. Als overkoepelend thema moet de ondergrond nu en in de toekomst duurzaam, zorgvuldig en veilig worden gebruikt, en moet het lineaire (drink)watersysteem zijn omgebouwd tot een circulair systeem. Tevens wordt er ingezoomd op schoon oppervlaktewater, een schone bodem en schoon grondwater, een goede bodemkwaliteit, voldoende water, waterveiligheid en tot slot energie uit bodem en water. In het kader van dit bestemmingsplan is een watertoets doorlopen, waarin is getoetst aan de diverse bodemen waterbelangen.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
53
Toetsing Een van de provinciale beleidskeuzes in het Bodem- en waterprogramma is om de ligging van aanwezige waterparels weer op de kaart te zetten en te integreren in het natuurbeleid. Dat laatste is vooral het geval bij de verbetering van de biodiversiteit en de aanpak van zogenoemde ‘invasieve exoten’, ter bescherming van hydrobiologische waarden. Op kaart 1F bij het Bodem- en waterprogramma is de ligging van de Waterparels weergegeven. Waterparels zijn gebieden met hoge potenties qua waternatuur die deels binnen en deels buiten het NNN liggen. De Vinkeveense Plassen zijn op deze kaart aangemerkt als één van de waterparels. Waterparels die zijn aangewezen als natuurparel (zowel binnen als buiten het NNN) vallen onder de Uitvoeringsverordening subsidie biodiversiteit (USB). Voor de waterparels zijn subsidieregelingen van toepassing. Conclusie Met bovenstaande belangen uit het Bodem- en waterprogramma is rekening gehouden in de ruimte die het bestemmingsplan biedt voor bouw- en gebruiksmogelijkheden. Daarmee zijn de omschreven belangen gewaarborgd. 4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie de Ronde Venen 2030 De structuurvisie de Ronde Venen (vastgesteld 17 oktober 2013) bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling en de hoofdzaken van het gemeentelijk ruimtelijk beleid van de gemeente Ronde Venen tot 2030. In de Structuurvisie wordt in gezet op de ligging van de gemeente: enerzijds in het Groene Hart en anderzijds in de Noordvleugel van de Randstad. In de Structuurvisie wordt ingezet op het uitbouwen en versterken van deze relaties en op het optimaliseren van de Ronde Venen als een aantrekkelijke woon-, werken recreatiegemeente. Deze visie is beeldend tot uiting gebracht in onderstaande visiekaart.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
54
Afbeelding 4.8: Visiekaart Structuurvisie Ronde Venen 2030
Voor voorliggend bestemmingsplan is in het bijzonder hoofdstuk 3 Landschap uit de structuurvisie relevant. In dit hoofdstuk wordt het landelijk karakter van de gemeente benadrukt en wordt gesteld dat het landschap het uitgangspunt is voor de ontwikkelingen tot 2030. Bij ruimtelijke ontwikkelingen speelt de landschappelijke en cultuurhistorische context een nadrukkelijke rol en wordt er gezocht naar mogelijkheden om de verschillende functies elkaar op samenhangende wijze te laten versterken. Binnen het thema landschap wordt een zestal onderwerpen nader besproken:
Landschappelijke kwaliteit: het beleid is er hierbij op gericht op de openheid en het schaalniveau te bewaren en karakteristieke elementen in het landschap - de randen en de bebouwingslinten - zichtbaar te houden. Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan de landschappelijke kwaliteit, waarvoor in de Landschapsnota nadere handvatten worden aangereikt. Natuur: De bestaande natuur wordt beschermd en de biodiversiteit en ecologische waarden worden behouden en waar mogelijk versterkt. Economische ontwikkelingen in of in de directe nabijheid van natuur zijn onder voorwaarden mogelijk, waarbij er wordt gezocht naar maatwerkoplossingen die recht doen aan de belangen van zowel de ondernemer als de natuur. Landbouw: landbouw is de belangrijkste drager van het landschap. De landbouwsector krijgt binnen vastgestelde grenzen zoveel mogelijk ruimte voor agrarische bedrijfsontwikkeling. Innovatie, verduurzaming en een verbrede, multifunctionele landbouw worden toegejuicht.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
55
Cultuurhistorie: de in de Ronde Venen aanwezige cultuurhistorische waarden worden behouden en waar mogelijk versterkt. De gemeente zet in op het stimuleren van de beleefbaarheid van cultuurhistorische waarden. Het uitgangspunt bij ontwikkelingen is dat het aspect cultuurhistorie zorgvuldig wordt afgewogen en er wordt gezocht naar wederzijdse versterking. Recreatie: het recreatieve potentieel van routes, plassen, verblijfsaccommodaties, de Stelling van Amsterdam en de weidse landschappen is ingrediënt voor 'branding' van de gemeente in de Metropool en de regio. Het recreatieve beleid richt zich op deze onderwerpen. Kernrandzones: de ruimtelijke kwaliteit rond de kernen wordt verbeterd en de recreatieve mogelijkheden versterkt. Door realisatie van natuur, groen, aanleg en beheer van recreatieve voorzieningen, wordt verrommeling tegengegaan en de recreatieve belevingswaarde bij de kernen versterkt. Incidenteel zijn gepaste 'rode ontwikkelingen' mogelijk.
Toetsing Het onderwerp landschappelijke kwaliteit heeft onder meer betrekking op het plassengebied. Op en rond de Vinkeveense Plassen komen landschap, natuur en recreatie samen. Een goede balans tussen deze functies in uitgangspunt. Daarnaast zijn de plassen landschappelijk gezien van (boven)regionaal belang door het verveningslandschap in diverse stadia. Dit landschap wordt beschermd. Daarnaast is in het beleid opgenomen dat het behoud van de legakkers een zeer belangrijke doelstelling in het plangebied is. Een groot deel van de beschermde legakkerzone wordt namelijk recreatief gebruikt, bijvoorbeeld als aanlegplaats of voor verblijfsrecreatie. In de loop der jaren is dit recreatieve gebruik intensief gegroeid, met vele bouwwerken op de legakkers tot gevolg. Behoud enerzijds en (recreatieve) gebruiksmogelijkheden anderzijds spelen een belangrijke rol voor het plassengebied. Kosten die voortkomen uit het herstel en onderhoud van legakkers worden gedekt door recreatief gebruik. Ten behoeve van recreatief gebruik worden, voor zover dat mogelijk is, de bouw- en gebruiksmogelijkheden in het bestemmingsplan verruimd. Een randvoorwaarde hiervoor is het onderhoud van de legakkers. Tevens stelt de gemeente beeldkwaliteitseisen. Daarnaast speelt hoofdstuk 5 over Trends en toekomstige ontwikkelingen van de structuurvisie een rol voor dit bestemmingsplan.
In dit hoofdstuk wordt onder meer verduidelijkt hoe de gemeente omgaat met de thema's duurzaamheid en milieu. De gemeente kiest voor duurzame ontwikkeling vanuit de brede definitie 'People, Planet, Profit'. Het milieubeleid is erop gericht om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken op een gezonde en veilige manier voor mensen en natuur. Hinder, gevaar en schade voor de gezondheid van omwonenden of 'gevoelige' bestemmingen worden zoveel mogelijk voorkomen en/of beperkt. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan geeft een invulling aan de gemeentelijke structuurvisie.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
56
Op verantwoorde wijze wordt de balans teruggebracht in het plassengebied tussen landschap, natuur en recreatie, waarbij de cultuurhistorische waarde van de legakkers wordt gerespecteerd. 4.4.2 Visie Recreatie en Toerisme De Ronde Venen 2020 Recreatie is een speerpunt van het gemeentelijke beleid. De komende jaren wil de gemeente De Ronde Venen de gemeente aantrekkelijker maken voor de eigen inwoners en bezoekers door recreatie en toerisme te stimuleren. Recreatie en toerisme kent een economisch belang, maar is tevens belangrijk voor het welzijn en de gezondheid van inwoners. Goede recreatieve voorzieningen zorgen voor een aantrekkelijk woon- en werkklimaat en is goed voor het imago van de gemeente. De gemeente wil recreatie en toerisme stimuleren door te werken aan verbindingen: van verbeteren van het routenetwerk op land en water, het bij elkaar brengen van initiatieven en het actief uitdragen van het recreatief potentieel in de gemeente. De gemeente wil samen met ondernemers, particuliere partijen en inwoners werken aan een krachtige toeristisch-recreatieve sector. Hierbij dient wel sprake te zijn van een goede balans tussen de economische ontwikkeling en de bescherming van landschap en natuur. De gemeente wil graag dat zoveel mogelijk eigen inwoners en bezoekers op een aantrekkelijke, aangename en veilige wijze kunnen genieten en ontspannen.
Hierbij staat het beleven van de kernwaarden rust, ruimte en gastvrijheid in relatie tot gebiedsspecifieke cultuur en natuur centraal. De gemeente zet de komende jaren in op: 1. het verbeteren van de routegebonden recreatie. 2. het stimuleren van de watergebonden recreatie. 3. het versterken van de verbinding tussen water en land. 4. het verbeteren van de bereikbaarheid van Vinkeveen en de Vinkeveense Plassen. 5. het zichtbaar maken van militaire linies. 6. de ontwikkeling , het beheer en onderhoud van de publieke recreatieterreinen. 7. het ondersteunen van ondernemerschap. 8. promotie en marketing. ad 2: het stimuleren van de watergebonden recreatie De gemeente stuurt actief op de versterking van het routenetwerk voor de kleine toervaart. Daarnaast stimuleert de gemeente de ontwikkeling van een passantenhaven, initiatieven voor nieuwe recreatieve voorzieningen en de toegankelijkheid van voorzieningen gedurende het gehele jaar. De gemeente faciliteert recreatieve mogelijkheden op de legakkers. Verbinding recreatie en toerisme met andere beleidsterreinen
Natuur: natuur is het decor waar de openluchtrecreatie plaatsvindt. Zonder natuur geen (veel minder) recreatie. Enerzijds worden de natuurwaarden door de recreatieve en toeristische functies versterkt. Anderzijds is de NNN op de Vinkeveense Plassen een beperking, omdat economische ontwikkelingen moeilijk van de grond komen. De gemeente wil kernkwaliteiten van natuur en landschap, zoals de beleving van rust en ruimte, behouden en versterken en streeft naar natuurwinst in combinatie met meer
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
57
mogelijkheden voor recreatie en toerisme. Duurzaamheid: recreatie kan invulling geven aan de gemeentelijke ambitie op het gebied van duurzaamheid door duurzame maatregelen bij de (her)ontwikkeling van recreatieve voorzieningen te stimuleren en te faciliteren. Recreanten kunnen bewust worden gemaakt van de kansen en mogelijkheden van elektrisch vervoer (o.a. varen of zeilen) en andere duurzame maatregelen, zoals afvalscheiding en het gebruik van ontmoetingsplekken. Recreatieve ondernemers worden gestimuleerd hun eigen bedrijfsvoering aan te passen door duurzame maatregelen te nemen.
Toetsing en conclusie Op verantwoorde wijze wordt de balans teruggebracht in het plassengebied tussen landschap, natuur en recreatie, waarbij de cultuurhistorische waarde van de legakkers wordt gerespecteerd. Daarmee wordt bijgedragen aan de gemeentelijke visie op recreatie en toerisme, waarbij deze balans een belangrijk uitgangspunt vormt. De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, draagt dan ook bij aan het gemeentelijk beleid zoals verwoord in de visie. 4.4.3 Visie verblijfsrecreatie (2020) Voor de gemeente De Ronde Venen is recreatie een belangrijke sector. Het toeristischrecreatief aanbod in de gemeente draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving waarin het prettig wonen, werken en recreëren is. Het genereert bovendien inkomsten voor zowel ondernemers als gemeente (toeristenbelasting). De hiervoor beschreven visie recreatie en toerisme gaat in op dagrecreatie, waarbij men in de gemeente recreëert, maar thuis overnacht. Een visie op verblijfsrecreatie (waarbij men minimaal 1 nacht in de gemeente blijft overnachten) was er tot op heden niet. Voor zowel ondernemers als de gemeente zelf biedt een visie op verblijfsrecreatie kaders en richting bij diverse vraagstukken en planvorming.
Basisuitgangspunten ontwikkeling accommodatie voor verblijfsrecreatie Alle ontwikkelingen en (aan)vragen op het gebied van accommodatie voor verblijfsrecreatie toetst de gemeente op:
de gewenste typen verblijfsrecreant; Rustzoeker, Stijlzoeker en Zakentoerist; het karakter van het betreffende deelgebied; de duurzaamheidsambitie; werken aanbieders van (verblijfs)recreatiebedrijven op basis van duurzaamheidsprincipes; risico op permanente bewoning (in samenhang met het gekozen bedrijfsconcept).
Aanvullende uitgangspunten voor specifieke verblijfsvormen Voor een aantal specifieke verblijfsvormen heeft de gemeente concrete uitgangspunten opgesteld. Deze bieden voor zowel ondernemers als de gemeente basis en richting in de uitvoering. Het gaat om de volgende uitgangspunten:
Recreatieparken: de situatie per park bekijken en revitaliseren indien mogelijk; Drijvende recreatieverblijven voor overnachting: Geen (nieuwe) drijvende
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
58
recreatieverblijven op de Vinkeveense Plassen of legakkers voor overnachting toestaan; verzoeken van jachthavens aan de Plassen om in een deel van de jachthaven drijvende recreatieverblijven (bouwwerken) voor overnachting te realiseren in overweging nemen; Particuliere verhuur: nieuwe wet toeristische verhuur van woonruimte analyseren en vervolgens bepalen wat eventueel lokaal aanvullend nodig is; Camperplaatsen: Voorstellen voor beheerde camperplaatsen in overweging nemen maar geen openbare camperplaatsen toestaan; Vrijkomende agrarische bebouwing: positieve grondhouding ten opzichte van voorstellen tot accommodatie voor verblijfsrecreatie in vrijkomende agrarische bebouwing, met als doel cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in het landelijk gebied te behouden door deze een nieuwe functie te geven.
Toetsing en conclusie In het bestemmingsplan wordt ruimte geboden aan verblijfsrecreatie op zowel legakkers als zandeilanden. Daarmee wordt bijgedragen aan de gemeentelijke visie op verblijfsrecreatie. Daarnaast is in februari 2020 een ontwikkelscenario voor de Vinkeveense Plassen opgesteld (zie paragraaf 3.3). Het ontwikkelscenario richt zich specifiek op de recreatieve ontwikkeling van de 12 zandeilanden. Het recreatieschap wil op de eilanden het recreatief aanbod vergroten en beter laten aansluiten bij de behoefte van bezoekers. In dit bestemmingsplan zijn de gewenste ontwikkelingen deels direct toegelaten, deels via binnenplanse afwijking toegestaan. Verder worden drijvende recreatieverblijven uitgesloten. Daarmee draagt het bestemmingsplan bij aan het gemeentelijk beleid zoals verwoord in de Visie verblijfsrecreatie. 4.4.4 Welstandsnota De Ronde Venen (2006) De Ronde Venen is een gemeente met veel kwaliteiten, zowel in individuele gebouwen, bebouwingslinten, als de onbebouwde ruimte en heeft de gemeenteraad in mei 2004 de welstandsnota vastgesteld. Na 2 jaar werken met de welstandsnota zijn diverse aanpassingen doorgevoerd, die met name betrekking hebben op het beter beschrijven van diverse onderdelen.
De gemeente De Ronde Venen heeft in de welstandsnota integraal ruimtelijk beleid opgenomen waarin nadrukkelijk aandacht is voor de samenhang tussen de hoofdgroenstructuur, de openbare ruimte en de karakteristieken van de bebouwing. Deze eigenschappen zijn vertaald in objectieve beoordelingscriteria, die de burger inzicht geven in het beleid voor de openbare ruimte en een houvast moeten bieden bij het opstellen en indienen van een bouwplan. De omschreven regels zijn niet alleen bedoeld om het oordeel te motiveren, maar eveneens om de burger met bouwplannen vooraf informatie over en inzicht te geven in de wijze waarop de rayonarchitect en de commissie over bouwplannen adviseren. Naast het vastleggen van criteria in het kader van de wet, zijn criteria voor de openbare ruimte opgenomen die niet maatgevend kunnen zijn, maar als doel hebben het stedenbouwkundig kader te completeren. Daarnaast is de beleidsnota bedoeld om het enthousiasme voor de ruimtelijke kwaliteit te vergroten.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
59
Het grondgebied van de gemeente De Ronde Venen is opgedeeld in 28 gebieden (zie onderstaande kaart), waarvoor op basis van de ruimtelijke kenmerken en het gewenste regime samenhangend beleid is geformuleerd.
Afbeelding 4.10: Welstandsregimes
Voor het plangebied gelden de volgende welstandsregimes:
20A: Stacaravans en chalets (regulier) 20B: seriematige recreatiewoningen (regulier) 20C: individuele recreatiewoningen (regulier) 22: Langs de rivieren (bijzonder) 24: Bovenland (bijzonder)
Toetsing en conclusie In de welstandsnota is geen specifiek beleid opgenomen voor de legakkers en zandeilanden die gelegen zijn in de plassen. In het ruimtelijk beleid van de gemeente is het welstandstoezicht echter het vangnet, waarmee de ondergrens van de visuele kwaliteit van gebouwen wordt bewaakt. Bijzondere aandacht gaat binnen de gemeente uit naar het landschap. Het behouden en herstellen van de waardevolle legakkers is prioriteit. Legakkers worden door wind en water afgekalfd en verdwijnen op termijn. Door te beschoeien, natuurvriendelijke oevers te realiseren, vissenbossen te realiseren of golfbreekconstructies toe te passen, kan dit proces worden gestopt. Aangezien er niet genoeg financiële middelen zijn om elke legakker te behandelen, dient er geprioriteerd te worden.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
60
Voor de legakkers en zandeilanden in de Vinkeveense Plassen is in het kader van onderhavig bestemmingsplan een landschaps- en stedenbouwkundig plan opgesteld (zie Bijlage 1 bij de regels). Daarin wordt nader ingegaan op de landschappelijke kwaliteiten en ruimtelijke uitstraling van het gebied, inclusief de voorwaarden voor ontwikkelingen. 4.4.5 Groenbeleidsplan 2017-2040 In dit beleidsplan geeft de gemeente haar visie op het groen in de gemeente. Het Groenbeleidsplan geeft aan langs welke lijnen de gemeente de komende decennia met het groen in de gemeente wil omgaan. Drie ontwikkelingen komen hierin nadrukkelijk naar voren:
De gemeente wil een duurzaam bomenbestand. Dat betekent dat we gaan voor kwaliteit en niet voor kwantiteit. De gemeente zet in op de kwaliteit van het groen in de wijken, door meer variatie in beplanting, meer kleur en beheersbaar groen. Hoe de gemeente omgaat met groen verschilt per kern. Elke kern is apart uitgewerkt aan de hand van specifieke speerpunten voor die kern. De speerpunten zijn het resultaat van de input van adviesgroepen. Voor elke kern was een adviesgroep gevormd.
Dit Groenbeleidsplan geeft niet alleen duidelijkheid over hoe de gemeente met het waardevolle groen in de gemeente omgaat. Het geeft ook aan wat haar ambities zijn en hoe de gemeente de kwaliteit van het groen kan verbeteren. De inrichting, gebruik en het beheer van het openbaar groen verschilt, afhankelijk van functie, niveau, ligging van het groen. Groen draagt bij aan de herkenbaarheid en oriëntatie binnen de gemeente en zorgt voor ruimtelijke samenhang. De groene inrichting, “Groencategorieën ”, zijn de bouwstenen die samen de groene structuur van een kern bepalen. Verschillen in aard, hoeveelheid en samenhang van deze categorieën dragen bij aan de karakteristieke kenmerken van de kern. Speerpunten Om het groen in de Ronde Venen zo goed mogelijk te blijven ontwikkelen, inrichten, beheren en aan te sluiten bij nieuwe trends zijn 5 algemene speerpunten benoemd. 1. Hoofdgroenstructuur beschermen en versterken; 2. Hoge bomen waar het kan, kleine bomen waar het moet; 3. Versterken van biodiversiteit; 4. Behouden en versterken van groene pareltjes; 5. Stimuleren van bewonersparticipatie in het groen. Landschappelijk groen De verschijning van het groen in de kernen van De Ronde Venen wordt in eerste instantie bepaald door wat van oorsprong aan landschappelijk groen aanwezig is, zoals de dijken, vaarten en linten.
Later, tussen 1950 en 1960, kwamen daar de wijken met ontsluitingswegen en fijnmazig groen bij, alsmede parken en sportparken. Landschappelijk groen is met name in het buitengebied te vinden, waaronder het
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
61
Plassengebied. Onder landschappelijk groen in De Ronde Venen vallen: Historische lijnstructuren die vanuit het landschap de kern binnenkomen (historische linten, dijken en kaden); wel en niet beplant; Alle wegen in het buitengebied (rijks, provinciaal, gemeentelijk en particulier) met wegbeplantingen; Groen rondom de forten van de Stelling van Amsterdam; Recreatiegebieden in het buitengebied (o.a. Donkereindse- en Demmerikse bos, Heinoomsvaart; Voormalige spoorbaantracé. Karakteristiek Landschappelijk groen heeft een robuust karakter, wordt extensief beheerd en heeft relatief lage beheerkosten. In de kernen zijn dit met name de dijken. Groen en water Dijken De Ronde Venen is een waterrijke gemeente. Water betekent veelal ook dijken. Dijken hebben een waterkerende functie en bestaan vooral uit ruw gras (extensief beheer). Vanuit de Keur van het waterschap mogen er geen bomen op dijken staan, behalve onderaan de dijk (in de teen van de dijk), en dan alleen knotbomen. Natuurvriendelijke oevers Voor de ecologie is het belangrijk dat de oeverlijn zo gevarieerd mogelijk is om een breed scala aan verschillende leefgebieden te bieden. Daarnaast is een gevarieerde oeverbeplanting waardevol als voedselbron voor insecten. Natuurvriendelijke oevers dragen bij aan deze variatie. In De Ronde Venen liggen kansen om meer natuurvriendelijke oevers te creëren.
Naast het technisch aspect (is een natuurvriendelijke oever technisch mogelijk?) speelt ook de beeldkwaliteit een rol. Natuurvriendelijke oevers geven een heel ander beeld dan een oever met 'harde' beschoeiing. Toetsing en conclusie Het landschaps- en stedenbouwkundig plan (zie Bijlage 1 bij de regels) geeft richting aan de beplantingsstructuur van het plassengebied (zowel voor de legakkers als de zandeilanden). In het bestemmingsplan worden maatregelen geborgd die afkalving van de legakker tegengaan. Dit kan zowel door het toepassen van afdoende beschoeiing als door natuurvriendelijke oevers. Dit beschermt de hoofdgroenstructuur en versterkt de biodiversiteit in het gebied, in lijn met de speerpunten uit het Groenbeleidsplan.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
62
4.4.6 Landschapsnota De Ronde Venen 2030 (2014) In de Structuurvisie van De Ronde Venen is aangegeven dat nadere uitwerking in de Landschapsnota nodig is om het beleid op het gebied van landschap, cultuurhistorie, landbouw, natuur en recreatie te implementeren. Het hoofddoel van de Landschapsnota is het creëren van een ruimtelijk toetsingskader voor een zorgvuldige afweging van ruimtelijke initiatieven met landschappelijke impact die niet passen in het bestemmingsplan. Het streven is dat het aspect landschap dusdanig zorgvuldig wordt afgewogen bij ontwikkelingen en initiatieven dat dit tot wederzijdse versterking leidt. Bij deze toetsing dienen initiatiefnemers een stappenplan te doorlopen - de Landschapstoets - waarbij er gebruik wordt gemaakt van een Landschapsbeleidskaart, een Deelgebiedenkaart en Deelgebiedbeschrijvingen. Ambitie De gemeente wil een Groene Hartgemeente zijn waar de bestaande landschappelijke kwaliteiten in stand worden gehouden en versterkt, terwijl tegelijk op een zorgvuldige manier ruimte wordt geboden voor ontwikkelingen. De randen, linten en andere lijnelementen zijn het belangrijkste onderdeel van het landschap in de gemeente. Zij vertellen de geschiedenis van de gemeente en vormen de basis van de beleefbaarheid van het landschap. Het landschap bestaat uit middeleeuws verkaveld gebied, de droogmakerijen en de Vinkeveense Plassen.
In het open landschap is de afwisseling van randen en linten en het gebruik en de fijnmazige schaal de grootste kwaliteit van dat landschap. Ontwikkelingen moeten voortbouwen en aansluiten op deze kenmerken en de structuur van het landschap. Zo wil de gemeente ontwikkelingen mogelijk maken en komen tot meer ruimtelijke kwaliteit en beleving. Landschapsbeleidskaart De landschapsbeleidskaart heeft via 8 hoofdgroepen de landschappelijke waarden aan. Het plangebied is grotendeels gelegen binnen de hoofdgroepen "Openheid" en "Legakkers". Daarnaast is de hoofdgroep "Stelling van Amsterdam" van toepassing.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
63
Afbeelding 4.11: Uitsnede Lanschapsbeleidskaart
Deelgebiedenkaart Voor het gehele gemeentelijke grondgebied is in aanvulling op de landschapsbeleidskaart een deelgebiedenkaart met bijbehorende beschrijvingen opgesteld. Het plangebied maakt deel uit van gebied 3 "plassen; recreatie en natuur". Toetsing en conclusie Juridisch gezien is de Landschapsnota een zogeheten 'beleidsregel', waarin de gemeente vastlegt hoe ze met bepaalde bevoegdheden omgaat. Het ruimtelijk kader uit de Landschapsnota is overgenomen in dit bestemmingsplan. 4.4.7 Economische visie tot 2025 "Ontwikkelen vanuit het hart" De visie geeft het economische streefbeeld weer en de koers die de gemeente samen met het bedrijfsleven willen varen om daar te komen. Economische bedrijvigheid vormt een onlosmakelijk onderdeel van het karakter van De Ronde Venen. Om aan de economische toekomst te bouwen, is het zaak om vooruit te denken. De gemeente wil meebewegen met trends en ontwikkelingen die continu zorgen voor verschuivingen in het (economisch) handelen van mensen en bedrijven. Het herkennen van de belangrijkste trends en ze betrekken op de situatie in De Ronde Venen biedt de gemeente handvatten om in de toekomst succesvol te blijven.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
64
De Ronde Venen wil een vitale gemeente blijven: een bevolking die op peil blijft, met een gezonde samenstelling van jong en oud. Een gemeente waar het goed wonen, werken en verblijven is. Voor werken betekent dit dat de gemeente de werkgelegenheid op peil willen houden. Het duurzame karakter van de gemeente is terug te zien in het open landschap met haar vergezichten en de afwisseling tussen groen en water, Een prettige omgeving om te wonen, werken en recreëren in combinatie met een gunstige ligging op het snijvlak van de Metropoolregio Amsterdam en het Groene Hart wordt als kracht van De Ronde Venen gezien. Een goede bereikbaarheid als schakel tussen beide regio’s is voor wonen, werken en recreëren essentieel. De rust van het landschap en de eigenheid van kernen zijn bijna net zo dichtbij als de levendigheid van de stad en alle voorzieningen die maar denkbaar zijn. Die combinatie maakt de gemeente uniek om te wonen en te verblijven, maar zeker ook om te werken. Economisch wil de gemeente die kracht blijven uitdragen en benutten. De kwaliteiten en gunstige ligging bieden de gemeente een goed uitgangspunt om vanuit de sterke economische basis voort te bouwen en kansen te benutten. De bestaande bedrijven hebben de economie vorm gegeven. De gemeente zet zich in die bedrijven te behouden door ze daar waar de gemeente kan te helpen in hun doorontwikkeling.
Het buitengebied, waaronder het plassengebied, biedt bijzondere ruimte om te ondernemen. Tegelijk biedt de gemeente mogelijkheden aan nieuwe moderne initiatieven om economische dynamiek in te passen in het prachtige landschap. Het behoud van de kwaliteit en de eigenheid die de gemeente zo kenmerken houdt de gemeente daarbij uiteraard scherp in het oog. Ondernemerschap wordt gestimuleerd door actief mee te denken. Aan de basis van het werken aan De Rondeveense economische toekomst staat duurzaamheid: de balans tussen het behouden van de landschappelijke kwaliteiten en het bieden van ruimte aan nieuwe economische ontwikkelingen. Samenwerking tussen de gemeente en de lokale ondernemers is essentieel om ontwikkelingen van de grond te krijgen. De gemeente daagt de ondernemers dan ook uit om mee te denken, kansen in de economie te herkennen en om te investeren. Door te innoveren, activiteiten te verbeteren en samenwerkingen te bevorderen. Buitengebied De agrarische sector is allang niet meer de enige gebruiker van het buitengebied. Bewoners, ander typen ondernemers dan agrariërs maar vooral de toerist, recreant, natuurliefhebber en rustzoeker maken gebruik van het buitengebied. Dat levert soms spanning op ten aanzien van milieubelasting, volksgezondheid, veranderd aanzien van het landschap en natuurbeheer. Tegen die achtergrond kent de groei van agrarische bedrijven grenzen.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
65
De grotere diversiteit van gebruikers in het buitengebied maakt het gebied voor een groter aantal ondernemers interessant. Totaal gaat het om ongeveer 850 bedrijven in het buitengebied van De Ronde Venen, die zorgen voor 2.400 arbeidsplaatsen. Tweederde van de bedrijven richt zich op niet-agrarische activiteiten. Dit bewijst dat het buitengebied sterk in ontwikkeling is. Eén van de sectoren die een steeds belangrijkere rol inneemt, is de toeristische sector. Daarvan genieten inwoners en bezoekers van onze gemeente. De Vinkeveense Plassen is een voorbeeld waar de recreatie sterk aanwezig is. In De Ronde Venen zijn zowel het aantal vestigingen als de werkgelegenheid in de toeristische sector sterk gestegen in de afgelopen jaren. Ook hebben veel agrariërs hun bedrijfsactiviteiten verbreed richting toerisme & recreatie. De economie van het buitengebied is één van de kernkrachten van De Ronde Venen, waar in een rijke groene omgeving tussen meerdere stedelijke gebieden wordt gewerkt. De ambitie is deze positie te behouden en duurzaam te versterken. Economische ontwikkeling moet gepaard gaan met ruimtelijke kwaliteit. De agrarische sector is ook in de toekomst de sfeerbepaler van de ruimtelijke uitstraling. Weliswaar zal de agrarische sector in de toekomst aan minder mensen werk bieden, in economisch opzicht blijft zij van groot gewicht voor de gemeente en de regio.
Het buitengebied is aan het veranderen. De gemeente wil hier met respect voor de bestaande en agrarische gebruikers op inspelen door vernieuwing te stimuleren. Naast het behoud van de agrarische sector zet de gemeente in op functieverbreding om het buitengebied aantrekkelijk en leefbaar te houden, zoals in toerisme en recreatie. Voor de toekomst is de ambitie de sectoren verder in de breedte te laten groeien, zodat een nog rijker palet aan toeristische producten ontstaat. Met een accent op kleinere en middelgrote bedrijven, goed ingepast in de omgeving en tegemoetkomend aan de wensen van de toerist, die rust en ruimte wenst te combineren met milieuvriendelijke activiteiten, zoals fietsen en wandelen en verblijf en overnachting in een van de kernen. De ondernemingen geven daarmee op steeds meer plekken een vernieuwende invulling en dimensie aan het buitengebied. Toetsing en conclusie De gemeente wil recreatie en toerisme actief faciliteren in de recreatieontwikkelingsgebieden zoals de Vinkeveense Plassen en op plekken met een cultuurhistorisch karakter zoals de Stelling van Amsterdam. Hoewel de sector op dit moment nog geen enorme bijdrage aan de economie van De Ronde Venen levert, zit er wel groei in de werkgelegenheidspotentie van de sector. Het behoud en herstel van de legakkers draagt bij aan de economische waarde van het gebied en de aanwezige faciliteiten, zoals horeca.
Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren van routenetwerken voor wandelen, fietsen en varen en het meer beleefbaar maken van de Stelling van Amsterdam en de Oud-Hollandse Waterlinie. Ten slotte is er blijvende aandacht voor de basisvoorzieningen zoals de infrastructuur en bereikbaarheid van het buitengebied en verbindingen tussen de kernen.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
66
4.4.8 Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan 2023-2030 De gemeente De Ronde Venen wil in 2040 een leefbare, vitale en bereikbare gemeente zijn voor al haar inwoners. Daarom worden de komende jaren veel woningen gebouwd en wordt een nieuw bedrijventerrein ontwikkeld. Dit leidt echter ook tot meer mobiliteit, en dus extra druk op de bereikbaarheid en leefbaarheid. Daarom moeten nu keuzes gemaakt worden hoe er met mobiliteit moet worden omgegaan. Dit vraagt om een verandering in het mobiliteitssysteem. De zogenoemde mobiliteitstransitie moet de komende jaren in De Ronde Venen vormkrijgen: actieve en duurzame mobiliteit moet een grotere plaats in het mobiliteitssysteem krijgen, naast de automobiliteit. Het Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan bestaat uit een overkoepelende visie en een ambitie en beleidsuitgangspunten voor vijf thema’s: Bereikbaarheid, Veiligheid en leefbaarheid, Duurzaamheid, Toegankelijkheid en Parkeren. Toerisme en beleving Omdat toeristen vooral op feestdagen, weekenden en in de vakanties de gemeente bezoeken, kunnen er op deze dagen leefbaarheids- of parkeerknelpunten ontstaan. Met het stijgende aantal toeristen stijgt ook het aantal recreatieve fietsers. Voor recreatieve fietsers zijn, anders dan voor utilitaire fietsers, beleving en comfort van groot belang.
Hierbij gaat het voornamelijk om de aantrekkelijkheid en onderhoud van fietsroutes, en de koppeling met natuurlocaties of andere toeristische punten. Hier dienen we rekening mee te houden in het recreatieve fietsnetwerk. STOMP-principe Door het toepassen van het S.T.O.M.P. principe, geven we prioriteit aan kwetsbare en actieve verkeersdeelnemers, zonder de auto(infrastructuur) als oplossing uit te sluiten. In dit actieve beleid staat actieve en duurzame mobiliteit (Stappen en Trappen) qua prioriteit voorop, gevolgd door het Openbaar Vervoer en op maat gemaakte mobiliteitsdiensten (MaaS). De privéauto krijgt hierbij de minste prioriteit. Het gaat hierbij niet om het belemmeren van autogebruik, maar om het verbeteren van de voorzieningen en infrastructuur voor alternatieven. Hiermee versterken we de kwaliteit van de leef- en verblijfsomgevingen en stimuleren we gezond reizen. Door bijvoorbeeld de verkeersveiligheid en aantrekkelijkheid van het fietsnetwerk te verbeteren beperken de negatieve effecten op de leefbaarheid (denk aan geluidsoverlast en luchtvervuiling) en maken we gezonde mobiliteit aantrekkelijker. Niet alleen voor ‘utilitaire’ verplaatsingen (zoals woon-werkverkeer), maar ook voor recreatieve verplaatsingen. Infrastructuur De mogelijkheden om de auto-infrastructuur uit te breiden zijn beperkt.
Daarom maken we voor de autobereikbaarheid zoveel mogelijk gebruik van de bestaande infrastructuur. We sluiten hiermee uitbreiding of aanpassingen aan de infrastructuur niet als oplossing uit, maar nemen eerst maatregelen om alternatieven, zoals de fiets en het ov, te stimuleren. Parkeren
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
67
De parkeersituatie in de zomer in Vinkeveen verdient speciale aandacht. Dat staat op dit moment ook op de planning, bijvoorbeeld in het Achterbos en op een gedeelte van de Herenweg. Het is voor Vinkeveen nodig om te zoeken naar alternatieve vormen van bereikbaarheid om de leefbaarheid en (verkeers)veiligheid te garanderen. Verder gelden de parkeernormen zoals deze zijn opgenomen in het Beleidsplan Verkeer 2017-2021. Omdat het aanbod van deelmobiliteit nog in ontwikkeling is, passen we op dit moment nog geen generieke correctie op de parkeernorm toe voor het aanbieden van deelmobiliteit. Het afwijken van de parkeernormen is alleen mogelijk met instemming van de gemeenteraad. Verkeerseffecten in relatie tot parkeren Per ruimtelijke ontwikkeling bepalen we op basis van het effect van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling op het omliggende wegennetwerk in combinatie met het aanbod van fietsnetwerk, openbaar vervoer en deelmobiliteit of de toepassing van parkeerregulering noodzakelijk is. Als er aanleiding is om parkeerregulering toe te passen geven we dit zo vorm dat overloop van parkeervraag naar de omgeving van de ruimtelijke ontwikkeling wordt voorkomen (bijvoorbeeld door parkeervoorzieningen aan de rand van een nieuwbouwwoonwijk).
Toetsing en conclusie Met dit bestemmingsplan wordt in hoofdzaak een planologisch kader geboden aan de bestaande situatie in de Vinkeveense Plassen. Daarnaast worden beperkt ontwikkelingen mogelijk gemaakt (via een afwijkingsbevoegdheid). In het kader van dit bestemmingsplan moet ten aanzien van parkeren onderbouwd worden dat de nieuwe functies en gebruiksmogelijkheden de verkeer- en parkeerproblematiek niet verergeren, dat eventuele overlast incidenteel en aanvaardbaar is en/of dat er mogelijkheden zijn om de problematiek (deels) op te lossen. Samen met de stakeholders zijn de huidige knelpunten op het gebied van parkeren en bereikbaarheid in het Plassengebied geïnventariseerd. Vervolgens zijn de oplossingsrichtingen in kaart gebracht die kunnen bijdragen aan een verbetering in de toekomstige situatie. In bijlage 8 is een parkeeronderzoek opgenomen, waaruit blijkt dat er voldoende restcapaciteit aanwezig is. Om tijdens piekmomenten parkeeroverlast in het openbaar gebied te beperken wordt wel aanbevolen om een vorm van parkeerregulering in te gaan voeren. In bijlage 9 is een verkeersonderzoek opgenomen, waarin concrete maatregelen zijn geformuleerd. Er wordt momenteel gewerkt aan de uitwerking hiervan. Dit vindt plaats buiten de scope van dit bestemmingsplan: de regels maken de toepassing van deze maatregelen niet onmogelijk.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
68
4.4.9 Spoorboekje naar een Klimaatneutrale gemeente in 2040 (2017) Het spoorboekje schetst een actieve werkwijze met bijbehorende heldere en haalbare werksporen, die leiden tot klimaatneutraliteit van De Ronde Venen in 2040. Er wordt geconcludeerd dat nader onderzoek, afstemming en verdieping nodig is om de toe te passen mix in het aanbod van duurzame energie in 2040 vast te stellen. Op basis van onderzoek en maatschappelijke discussie kan bepaald worden met welke vormen van bronnen (wind, zon, biomassa, geothermie) duurzame elektriciteit en warmte kan worden opgewekt. Om de geformuleerde ambitie, het feitelijke spoorboekje, te kunnen realiseren worden de volgende conclusies getrokken:
Sleutel tot een succesvolle realisatie is het activeren van de kracht van de gemeenschap. Dit vraagt om een werkwijze die is gebaseerd op het creëren van bewustwording en het verleiden van de gemeenschap om mee te doen, goede voorbeelden laten zien en trots zijn op bereikte resultaten. Dit vraagt om een aanpak die zowel een stevige en betekenisvolle start maakt en gelijktijdig nadenkt over te zetten grotere vervolgstappen (2 sporen aanpak) Om te komen tot een stevige en betekenisvolle start (spoor 1: Duurzame meters maken) en alvast verdere stappen voor te bereiden (spoor 2: Duurzame meters voorbereiden) is het noodzakelijk om een uitbreiding te maken in de gemeentelijk inzet en hiervoor extra capaciteit en middelen vrij te maken.
In 2022 is een nieuw college aangetreden in De Ronde Venen. In het gesloten coalitieakkoord is besloten de ambities en enkele voorwaarden die in het spoorboekje klimaatneutraal waren opgenomen te wijzigen. Onder andere is de richtdatum bijgesteld van 2040 naar 2050. In 2025 worden deze wijzigingen verwerkt in een nieuw spoorboekje. Toetsing en conclusie Het bestemmingsplan voor de Vinkeveense Plassen maakt enkel zonnepanelen mogelijk op daken van gebouwen en bouwwerken, voor zover deze zijn toegestaan op grond van de bouwregels in het plan. Op deze manier wordt bijgedragen aan de doelstelling om te komen tot meer klimaatneutraliteit. Bovendien draagt het behouden en herstellen van natuurgebieden en de biodiversiteit die ze bevatten, bij aan het beperken van emissies en het aanpassen aan klimaatimpact.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
69
Hoofdstuk 5
Milieuplanologische aspecten
De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien steeds meer naar elkaar toe. In de Wet ruimtelijke ordening wordt gesproken over het belang van een duurzame ruimtelijke kwaliteit. In jurisprudentie spelen milieuaspecten een belangrijke rol ter bepaling of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Alhoewel milieuregelgeving soms beperkingen kan opleggen aan de gewenste ruimtelijke besluiten, is het primair bedoeld om bij te dragen aan een goed woon- en leefklimaat. De doelen van de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer sluiten op deze wijze bij elkaar aan. In dit hoofdstuk wordt ten aanzien van de diverse omgevingsaspecten aangetoond dat het plan een goede ruimtelijke ordening (een goed woon- en leefklimaat) inhoudt. Waar nodig vindt een vertaling plaats naar de juridische regeling. Het uitgangspunt hierbij is dat de juridische regeling zowel de ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit voldoende dient te borgen. 5.1
M.e.r.-procedure
Op 25 februari 2016 heeft de gemeenteraad De Ronde Venen besloten om voor het bestemmingsplan de m.e.r.-procedure te doorlopen. Het doel van m.e.r. is het milieubelang een volwaardige, vroegtijdige plaats in het plan- en besluitvormingsproces te geven. De procedure leidde tot dit milieueffectrapport (MER) ter onderbouwing van de besluitvorming over het bestemmingsplan Plassengebied. Het milieueffectrapport is opgenomen als Bijlage 3 bij deze toelichting. Door de lange looptijd van het MER, is ervoor gekozen om het MER op te delen in een deel A en een deel B. Deel A van het MER beschrijft de effecten van het planvoornemen uit 2017, ten opzichte van het beleidskader en referentiesituatie uit 2017. Vervolgens is het plan gewijzigd en zijn onderzoeken geactualiseerd. Deze informatie is in deel B van het MER opgenomen. Huidige situatie en autonome ontwikkelingen In een MER dat de effecten beschrijft van een voornemen, is het belangrijk om te definiëren wat de referentiesituatie is. De referentiesituatie wordt themagewijs behandeld in ieder effectenhoofdstuk in het MER. In het tussentijds advies van Cie-m.e.r. is gevraagd om de beschrijving van de gehanteerde aannames voor de referentiesituatie op één plek aan te geven hetgeen hierna is gedaan:
Natuur (NNN en soorten), water en landschap: 2024; Stikstofdepositie: 2025 en 2027 (jaar met de hoogste planbijdrage c.q. jaar van vaststellen en ter indicatie jaar waarin de emissies al gedaald zijn); Verkeer en parkeren: prognosejaar 2030.
In het MER gelden de planologische mogelijkheden zoals vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan als referentie). Een belangrijk punt bij het bestemmingsplan voor het Plassengebied is hoe om te gaan met bebouwing en met bebouwingsmogelijkheden:
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
70
Verkoop van legakkers. In het voorjaar van 2017 heeft het Recreatieschap 44 kavels op legakkers verkocht. De verwachting is dat het overgaan in particuliere handen betekent dat de legakkers beschoeid worden en daardoor duurzaam in stand blijven. In de vergadering van 26 januari 2017 heeft de gemeenteraad van De Ronde Venen het vigerende beheersverordening verkozen als referentie voor het MER. De autonome ontwikkeling binnen het Plassengebied houdt daarmee in dat de bebouwing die niet conform de vigerende beheersverordening is aangebracht, verdwijnt. Binnen de autonome ontwikkeling wordt de situatie teruggebracht naar hetgeen de vigerende beheersverordening voorschrijft.
In de huidige beheersverordening is de toen bestaande legale bebouwing planologisch vastgelegd. Dit gaat om circa 9.398 m2 bebouwing binnen bouwblokken op de legakkers en ca. 11.279 m2 overige toegelaten bebouwing. Op de zandeilanden is beperkte bebouwing mogelijk en dit is conform de vigerende beheersverordening gerealiseerd. In de huidige situatie is er binnen het plangebied ca. 8,3 hectare illegale bebouwing aanwezig. In en buiten het plangebied van het Plassengebied vindt een aantal ontwikkelingen plaats.
De gemeente Ronde Venen heeft in haar woonvisie opgenomen om tot 2025 500 extra woningen te bouwen. Daarnaast wordt het bestemmingsplan Buitengebied-West opgesteld. Dit plan omvat het in hoofdzaak agrarische landelijk gebied ten westen van de A2. Een autonome ontwikkeling die ook plaatsvindt, is dat de legakkers door golfslag en erosie afkalven als daar geen onderhoud aan wordt gepleegd.
De betekenis voor deze bekende ontwikkelingen voor het MER Plassengebied is voor het grote merendeel van de effecten die mogelijk optreden door het nieuwe bestemmingsplan nihil. Het instandhouden van de legakkerstructuur is een doel, en in die zin is het (tegengaan van) afkalven van oevers wel een relevante autonome ontwikkeling. Dit is meegenomen in de effectbeoordeling. Het planvoornemen Het doel van het voornemen bestaat uit het legaliseren van max. 6,8 ha illegale bebouwing. Daarnaast wordt in het voorliggende bestemmingsplan extra planologische ruimte geboden voor (nieuwe) economische dragers waarmee een positieve impuls wordt beoogd voor de recreatieve waarden van het gebied en daarmee de lokale economie. Dit met behoud en versterking van de kwaliteiten op het gebied van landschap, natuur en water. Er ligt een breed gedragen en duidelijke wens om de structuur van het plassengebied, met zijn karakteristieke legakkers en met de zandeilanden, te behouden. Zonder investering in bescherming en beschoeiing kalven de legakkers en zandeilanden af en verdwijnen ze. De Vinkeveense Plassen worden dan op termijn één waterplas. Voor de langere termijn is een nieuwe vorm van financiering nodig voor behoud van legakkers en zandeilanden. Publieke middelen blijven nodig, maar de gemeente wil dit meer beheersbaar maken.
De volgende opgave is geformuleerd voor de ontwikkeling van het plassengebied en geldt daarmee als uitgangspunt voor het bestemmingsplan: Een nieuw, door alle betrokken partijen gedragen en onderbouwd bestemmingsplan voor de Vinkeveense Plassen, waarbij betaalbaarheid van beheer, onderhoud en exploitatie van
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
71
legakkers en zandeilanden op langere termijn geborgd wordt, door het bieden van planologische ruimte als extra economische drager voor recreatieve kwaliteit en lokale economie, met behoud van kwaliteit van landschap, natuur en water. Om deze opgave waar te kunnen maken, liggen de volgende deelopgaven voor:
Beheersbaar en betaalbaar onderhoud en beheer van legakkers en zandeilanden; Bescherming van de kwaliteiten landschap, natuur, cultuurhistorie en water; Behoud van de recreatieve gebruikswaarde; Grip krijgen op de bestaande (illegale) situatie.
Met stakeholders op en rond de plassen is gezocht naar mogelijke ontwikkelvarianten. Hierbij stond de kwetsbare balans centraal. De stakeholders wilden vooral inzicht in de gevolgen van de toename van bebouwing en de intensivering van gebruik op de kwaliteit van natuur, water en landschap. In de varianten is daarom gezocht naar reële variaties in bebouwing en gebruik. De vraag voor het bieden van meer planologische ontwikkelingsruimte geldt voor de legakkers, de zandeilanden én het open water. Om de effecten van deze potentiële ontwikkelingen beter te kunnen duiden, zijn in samenspraak met stakeholders, insprekers en de gemeenteraad deelgebieden opgesteld. Voor deze deelgebieden zijn minimale en maximale varianten bepaald. In het MER deel A zijn per variant de effecten onderzocht. Dit deel vormt de basis voor de uiteindelijke ontwikkelingen die planologisch-juridisch vastgelegd kunnen worden in het bestemmingsplan. Beschrijving effecten planvoornemen De effecten voor de ruimtelijke thema's bodem en water, natuur, landschap, cultuurhistorie en archeologie, verkeer, gebruiksfuncties, economie en flankerend beleid zijn beschreven. Voor de thema's bodem, landschap, cultuurhistorie en archeologie, gebruiksfuncties, economie en flankerend beleid is deel A van het MER relevant. Voor de thema's water, natuur en verkeer is deel B van het MER relevant.
Bodem Bodemstructuur en geomorfologische waarden Bebouwen van de legakker heeft in principe een negatief effect. Dat komt door de ondergrondse activiteiten bij de aanleg van bebouwing, zoals het heien van heipalen en het leggen van kabels en leidingen in de grond. De instandhouding van de legakkers in deelgebieden B en C daarentegen wordt bevorderd, omdat de verwachting is dat gebruikers beter zorgdragen voor de oeverbeschoeiingen. Vergeleken met dit positieve behoudende effect is het negatieve effect door heiactiviteiten en andere bodemroerende werkzaamheden van ondergeschikt belang. Voor deelgebied D (zandeilanden) heeft het planvoornemen geen effect op de bodemstructuur en geomorfologische waarden. Water Oppervlaktewatersysteem Hei- en funderingsactiviteiten in de venige ondergrond kunnen de waterdoorlatendheid van de ondergrond aantasten. Dit kan leiden tot een toename in wegzijging en dus tot aantasting van het oppervlaktewatersysteem. Dit geldt voor de deelgebieden A, B en C. In deelgebied D (zandeilanden) speelt dit effect van funderingswerkzaamheden niet, omdat
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
72
het opgespoten zandeilanden betreft. Het aspect „% bebouwing per legakker" heeft als enige voornemen een mogelijk negatieve invloed op het oppervlaktewatersysteem. Het bebouwingspercentage van de legakkers zelf hebben zeer beperkt effect. Dit aspect bebouwingspercentage heeft echter wel een mogelijk negatieve invloed op het oppervlaktewatersysteem doordat toenemende bebouwing en bijbehorende hei-/ funderingsactiviteiten in de venige ondergrond de waterdoorlatendheid van de ondergrond kan aantasten. Het voorkeursalternatief (VKA) scoort licht negatief doordat verdichting en opschaling van bebouwing op de legakkers meer heiactiviteiten met zich kan meebrengen. Echter is per saldo met de uitvoering van de mitigerende maatregelen er een neutraal effect op het oppervlaktewatersysteem. Deze mitigerende maatregelen hebben de volgende doelen;
Klimaatambities Eisen afvoer hemelwater Beschoeiing Vuilwatervoorziening Communicatietraject Handhaving
Oppervlaktewaterkwaliteit Het bereiken van doelen van de Kaderrichtlijn Water staat centraal. Meer bebouwing en meer gebruik leiden tot toenemende recreatiedruk, met name door pleziervaart. Dit heeft licht negatieve effecten op de oppervlaktewaterkwaliteit. Ten opzichte van de huidige situatie (referentiesituatie, niet de praktijksituatie) heeft de legalisatie van de bebouwing zelf binnen de Vinkeveense Plassen weinig tot geen invloed op de waterkwaliteit. Wel heeft de bebouwing een negatief effect op de waterkwaliteit. Gezien het VKA voorziet in uitbreiding van bebouwing voor verblijfrecreatie op legakkers zonder rioleringsvoorzieningen, leidt zelfs een minimale bewoning van de legakkers zonder extra maatregelen tot een licht negatief effect op de oppervlaktewaterkwaliteit. Meer bebouwing zal leiden tot toenemende recreatiedruk, met name pleziervaart. Dit heeft licht negatieve effecten op de oppervlaktewaterkwaliteit. De aanwezige bebouwing heeft in de huidige praktijksituatie echter al een negatief effect op de waterkwaliteit. Dit wordt gemitigeerd door de regels ten aanzien van de vuilwatervoorzieningen. NNN en KRW binnen de waterbestemming Zowel voor de KRW als het NNN gelden binnen de bestemming water ook ecologische en natuurdoelstellingen. Ten aanzien van NNN vindt aantasting plaats door de legalisatie van nieuwe steigers (per kavel).
Dit komt neer op in totaal 0,4 ha ruimtebeslag. Dit ruimtebeslag is meegenomen in de compensatie van het NNN (zie verderop onder ‘Natuur’). Vanuit de KRW worden maatregelen genomen om verslechtering van de waterkwaliteit tegen te gaan. De uitvoering van die maatregelen zullen leiden tot een verbetering van de waterkwaliteit ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast zal het aanleggen van vissenbossen en natuurvriendelijke oevers de (bio)diversiteit van/in het watersysteem vergroten.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
73
Natuur Natura 2000 Voor de Wnb-plantoets is een Passende beoordeling opgesteld. Licht- en geluidsverstoring van bebouwing (recreatieverblijven) en gebruik (evenementen) hebben een gering en niet significant effect op het foerageergebied van de meervleermuis in Botshol. De instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Botshol zijn niet in het geding. De effecten zijn tijdelijk en lokaal: alleen gedurende de nacht en uitsluitend de oostelijke zone van het Natura 2000-gebied, grenzend aan de Vinkeveense Plassen. Uit een AERIUS-berekening blijkt het planeffect max 0,05 mol/ha/jr in Botshol, max 0,01 mol/ha./jr in de Oostelijke Vechtplassen en max 0,01 mol/ha/jr in het Naardermeer ten opzichte van de huidige legale situatie. Uit de ecologische beoordeling van dit effect komt naar voren dat sprake is van een geringe bijdrage en dat stikstofdepositie niet alleen de sturende factor is voor de kwaliteit van de habitattypen, de leefgebieden en de soorten die hiervan afhankelijk zijn. Zodoende leidt de bijdrage in stikstofdepositie ten gevolge van het planvoornemen niet tot significante gevolgen en is er geen sprake van aantasting van de natuurlijke kenmerken. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied van de Vinkeveense Plassen is voor het overgrote deel gelegen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN).
De beoordeling van effecten op het NNN is uitgevoerd aan de hand van de functies van NNN (omvang, bestaande waarden van het ecosysteem, robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN, aanwezigheid van bijzondere soorten, verbindingsfunctie van het gebied). Uit de effectbeschrijving blijkt dat het plan de NNN aantast omdat de oppervlakte, robuustheid en samenhang en kwaliteit van het NNN afneemt door ruimtebeslag door de bebouwing en door de toename van verstoring door het menselijk gebruik. Hierdoor zijn er verschillende mitigatie en compensatie maatregelen uitgewerkt om een meerwaarde te creëren voor het NNN-gebied. Dit betreft compensatie van verlies aan areaal door een natuurlijke inrichting van legakkers in het deelgebied 't Meertje'. Dit gebied krijgt ook een natuurbestemming in plaats van de huidige agrarische bestemming. Daarmee voorziet het bestemmingsplan in natuurontwikkeling in een met die ruimtelijke ontwikkeling samenhangend gebied; het Meertje, een onderdeel van de Vinkeveense Plassen. Daarnaast voorziet de gemeente ook in maatregelen ter versterking van de natuur in de Vinkeveense Plassen zelf (toepassen inheemse beplanting, maximale bebouwingsoppervlak vastleggen in het bestemmingsplan, stimuleren toepassen (natuurlijke) oeverbescherming). Concluderend scoort het VKA licht positief voor wat betreft het effect op NNN.
Beschermde soorten De Vinkeveense Plassen zijn een (potentieel) waardevol gebied voor beschermde soorten en icoonsoorten. Icoonsoorten zijn een lijst van beschermde en bedreigde soorten die die in de provincie Utrecht voorkomen én dit symbool staan voor alle aandachtsoorten (= volledige lijst met beschermde en bedreigde soorten die in de provincie Utrecht
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
74
voorkomen). De krooneend en kwabaal gelden als icoonsoorten voor de Vinkeveense Plassen én die momenteel ook voorkomen. Voor alle deelgebieden geldt dat ruimere ontwikkelingsmogelijkheden op legakkers en/of zandeilanden een grotere kans hebben op het veroorzaken van verstoring van soorten of vernietiging van leefgebied van soorten die afhankelijk zijn van (begroeiing op) de legakkers en zandeilanden. Dit geldt met name voor broedvogels, otter en ringslang, die voldoende oppervlakte en rust nodig hebben. Uitbreiding van bebouwing gaat ten koste daarvan. Of ook daadwerkelijk sprake is van verstoring of vernietiging hangt sterk af van een specifieke, lokale ontwikkeling. Gezien de aard van de ontwikkelingen, het feit dat er in de huidige situatie (zeer veel bebouwing op de legakkers aanwezig) al verstoring optreedt en er mogelijkheden zijn om effecten op soorten te voorkomen of bewezen effectieve maatregelen te nemen, wordt er niet van uitgegaan dat het plan een effect heeft op gunstige staat van instandhouding van de populatie. Landschap, cultuurhistorie en archeologie Ruimtelijke kwaliteit en beeldkwaliteit Tegenover bebouwing, met aantasting van ruimtelijke en beeldkwaliteit, staat een belangrijk ander ruimtelijk effect, namelijk dat met het bieden van bebouwingsmogelijkheden ook het in stand houden van de legakkers als zodanig naar verwachting beter geborgd is.
De structuur van de legakkers is dus ook gebaat bij het mogelijk maken van bebouwing. Dit gecombineerde en tegengestelde effect is al met al positief gewaardeerd. Echter, in deelgebieden A en D is bebouwing en gebruik al mogelijk, dus geeft uitbreiding alleen een negatief beeldeffect. Landschap, cultuurhistorische elementen en beleefbaarheid De bebouwing tast de beleefbaarheid van de cultuurhistorische waarde van de legakkers aan. Het voorkomen van afkalving en verlies van legakkers weegt daar tegenop. Dit speelt een rol bij deelgebieden B en C, maar niet bij A, waar al bebouwing is toegestaan. De zandeilanden hebben geen cultuurhistorische waarden, alhoewel het patroon van de ring van zandeilanden ook gezien kan worden als de exponent van de naoorlogse ontwikkeling van Nederland. Effecten in deelgebied D zijn neutraal. Archeologische waarden In deelgebied A is al gebouwd, dus eventuele archeologische waarden zijn al aangetast. In deelgebieden B en C kan bebouwing leiden tot aantasting van archeologische waarden, die er overigens nauwelijks verwacht worden. In deelgebied D bestaan de zandeilanden uit opgespoten materiaal, dus zijn daar geen archeologische waarden aanwezig. Verkeer Verkeersafwikkeling/verkeersveiligheid Toevoeging van bebouwing op de legakkers leidt tot lichte toevoeging van verkeer op het totaal.
De toevoeging van verkeer kan - zeker op piekdagen - tot problemen leiden in de verkeersafwikkeling. Vanuit de vormgeving van de Baambrugse Zuwe, Groenlandsekade en Vinkenkade blijkt
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
75
dat er geen of een beperkte restcapaciteit is. Dit is daarom gewaardeerd als negatief ten opzichte van de referentiesituatie. Er zijn diverse alternatieven voor de auto die de toename van het autoverkeer zullen beperken. Maatregelen zijn het instellen van een bootverbinding of het stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en/of de deelfiets als een alternatief voor de auto Een tweede manier om recreanten te stimuleren is de invoering van parkeerregulering of betaald parkeren. Parkeren Voor het parkeren geldt min of meer dezelfde beoordeling als voor de verkeersafwikkeling. De parkeervoorzieningen in het studiegebied voldoen in een beperkt deel van het jaar niet, maar het overgrote deel wel. Er worden geen nieuwe parkeervoorzieningen gerealiseerd. Dit betekent dat het effect van het VKA licht negatief is zonder maatregelen. Bij het nemen van mitigerende maatregelen is het thema als neutraal beoordeeld. Verkeersveiligheid Door toename van verkeer ten gevolge van het intensiever gebruik van de legakkers en op de zandeilanden zal daardoor ook de verkeersveiligheid verslechteren. Er zijn diverse alternatieven voor de auto die de toename van het autoverkeer en daarmee de verkeersveiligheid zullen beperken.
De verwachting is dat deze alternatieven de verkeersveiligheid niet zullen verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie, maar wel kunnen leiden tot een beoordeling als licht negatief effect. Gebruiksfuncties Recreatiemogelijkheden Het toestaan van meer gebruiksmogelijkheden is positief in de zin dat dit voorziet in de behoefte van meer recreanten. Woongenot Het toestaan van meer gebruiksfuncties is voor het woongenot van bestaande omwonenden van de plassen negatief. Zeker bij woningen die nabij legakkers liggen waar nieuwe bebouwingsmogelijkheden worden geboden, gaat onder andere de privacy en tuinen omlaag. Draagvlak bij verschillende belanghebbenden Het draagvlak bij verschillende typen gebruikers zal variëren, naar gelang het type gebruik. Hier is geen eenduidige beoordeling uit te halen. Instandhouding legakkers De ervaring van de gemeente is dat de instandhouding van legakkers gebaat is bij het mogelijk maken van bebouwing. Het genereren van extra inkomsten op de zandeilanden zal ook bijdragen aan instandhouding van de 5% legakkers die nog in publiek eigendom zijn. Waterverkeer/vaarbewegingen