BP 1 planRegels BP VVP25
Tekst van het document
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
39
Artikel 12
12.1
Recreatie - Dagrecreatie jachthaven (R - DR2)
Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Dagrecreatie jachthaven (R - DR2)' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. jachthaven, inclusief daarbij behorende bedrijfsgebouwen, centrale voorzieningen en steigers; alsmede voor: b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen.
12.2
Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan, waarbij de navolgende regels gelden: a. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. voorts geldt het volgende:
type bouwwerk
maximaal bouwvlak
bedrijfsgebouwen / bestaand centrale voorzieningen
per maximale goothoogte 4,5 m
maximale bouwhoogte
maximale inhoud / oppervlakte per bouwvlak
8m
bestaand
c. de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 6 m; d. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt ten hoogste 7 m; e. de bouwhoogte van hijsinstallaties, botenliften en portaalkranen bedraagt ten hoogste 8 meter; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen, bedraagt ten hoogste 3 m; g. voor steigers: 1. de breedte van een steiger (buiten de oeverlijn) mag 1,2 m bedragen, mits hiermee de doorvaart niet wordt belemmerd; 2. de steiger dient in de vaarrichting (parallel aan de oever) te worden gerealiseerd; 3. de afstand van de steiger tot de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 2,5 m te bedragen 12.3
Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bebouwing ten behoeve van: a. het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken;
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
40
b. c. d. e.
de landschappelijke kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving de waterveiligheid; de sociale veiligheid; de brandveiligheid en rampenbestrijding.
12.4
Afwijken van de bouwregels
12.4.1
Uitbreiding bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.2 onder b om de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen / centrale voorzieningen te vergroten met inachtneming van het volgende: a. de uitbreiding bedraagt ten hoogste 15% van de oppervlakte die op grond van lid 12.2 reeds is toegestaan; b. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; c. het bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn;
12.5
Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende specifieke gebruiksregels:
12.5.1
Nachtverblijf a. nachtverblijf is niet toegestaan.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
41
Artikel 13 Recreatie - Dagrecreatie jachthaven, tevens horeca, kampeerterrein en recreatie-appartementen (R - DR3)
13.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Dagrecreatie jachthaven, tevens horeca, kampeerterrein en recreatie-appartementen (R - DR3) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. jachthaven, inclusief daarbij behorende bestaande steigers, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven'; b. kampeerterrein, met dien verstande dat er een maximum van 10 campers per kampeerterrein geldt; c. recreatie-appartementen; d. horeca, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca'; e. bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; f. bedrijfsgebouwen ten behoeve van de doeleinden genoemd onder a, b, c en d. alsmede voor: g. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen.
13.2
Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan, waarbij de navolgende regels gelden: a. bebouwing is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. voorts geldt het volgende:
type bouwwerk
maximaal bouwvlak
per maximale goothoogte
maximale bouwhoogte
maximale inhoud / oppervlakte per bouwvlak
hoofdgebouw bedrijfswoning
bestaand
3,5 m
*
700 m3
bijgebouwen bij de bedrijfswoning
3m
5m
50 m2
overkappingen bij de bedrijfswoning
-
3m
30 m2
recreatieappartementen
bestaand
4,5 m
8m
bestaand
bedrijfsgebouwen / bestaand centrale voorzieningen
4,5 m
8m
bestaand
* een bedrijfswoning is afgedekt met een kap waarvan de hellingshoek ten minste 30° en ten hoogste 50° bedraagt c. de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 6 m; d. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt ten hoogste 7 m;
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
42
e. de bouwhoogte van kisten bedraagt maximaal 1,5 m, waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 4 m2 per kist; f. de bouwhoogte van hijsinstallaties, botenliften en portaalkranen bedraagt ten hoogste 8 meter; g. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde en niet zijnde overkappingen, bedraagt ten hoogste 3 m; h. voor steigers: 1. de breedte van een steiger (buiten de oeverlijn) mag 1,2 m bedragen, mits hiermee de doorvaart niet wordt belemmerd; 2. de steiger dient in de vaarrichting (parallel aan de oever) te worden gerealiseerd; 3. de afstand van de steiger tot de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 2,5 m te bedragen. 13.3
Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bebouwing ten behoeve van: a. het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de landschappelijke kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving c. de waterveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de brandveiligheid en rampenbestrijding.
13.4
Afwijken van de bouwregels
13.4.1
Uitbreiding bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.2 onder b om de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen / centrale voorzieningen te vergroten met inachtneming van het volgende: a. de uitbreiding bedraagt ten hoogste 15% van de oppervlakte die op grond van lid 13.2 reeds is toegestaan; b. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; c. het bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn.
13.5
Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende specifieke gebruiksregels:
13.5.1
Permanente bewoning Permanente bewoning van recreatie-appartementen is niet toegestaan.
13.5.2
Beroep of bedrijf aan huis bij bedrijfswoningen is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, met inachtneming van het volgende: a. de vloeroppervlakte in gebruik voor een beroep of bedrijf aan huis bedraagt ten hoogste 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende bijgebouwen met een maximum van 50 m2;
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
43
b. het beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning; c. bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan voor zover voorkomend in categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat detailhandel, groothandel en horeca zijn uitgesloten; d. in afwijking van het bepaalde onder a en c is horeca in de vorm van een bed en breakfast wel toegestaan met inachtneming van de volgende aanvullende voorwaarden: 1. de vloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bijgebouwen, met een maximum van 100 m2; 2. een bed en breakfast biedt plaats aan ten hoogste 6 gasten tegelijkertijd; e. het uitoefenen van het beroep of bedrijf aan huis mag niet leiden tot een onevenredige verkeers- en parkeerdruk gelet op de capaciteit van de bestaande infrastructuur en parkeervoorzieningen. 13.5.3
Stacaravan Een stacaravan is niet toegestaan.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
44
Artikel 14
14.1
Recreatie - Verblijfsrecreatie caravanpark (R - VR1)
Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie caravanpark (R - VR1)' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een park met standplaatsen voor stacaravans en/of chalets ten behoeve van verblijfsrecreatie; b. horeca uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca'; alsmede voor: c.
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen; d. (oever)beschoeiingen, plankieren, steigers en botenhellingen. 14.2
Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan, waarbij de navolgende regels gelden: a. bebouwing is uitsluitend toegestaan met inachtneming van het volgende:
type bouwwerk
maximaal perceel
per maximale goothoogte
maximale bouwhoogte
maximale inhoud / oppervlakte per perceel
Stacaravans en bestaand chalets (inclusief overkapping)
3,3 m
4m
ten hoogste 35% van het perceel, met een maximum van 63 m2
bedrijfsgebouwen / bestaand centrale voorzieningen
4,5 m
8m
bestaand
b. de afstand van stacaravans en/of chalets tot de perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2,5 m; c. per stacaravan of chalet is een bijgebouw toegestaan met een maximum oppervlakte van 15 m2 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; d. de gezamenlijke oppervlakte van een stacaravan of chalet en een eventueel bijgebouw bedraagt ten hoogste 35% van de oppervlakte van het bouwperceel; e. de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 6 m; f. de bouwhoogte van terreinafscheidingen tussen bouwpercelen bedraagt ten hoogste 2 m; g. de bouwhoogte van terreinafscheidingen langs paden bedraagt ten hoogste 1 m; h. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde en niet zijnde een overkapping, bedraagt ten hoogste 3 m.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
45
14.3
Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bebouwing ten behoeve van: a. het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de landschappelijke kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving c. de waterveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de brandveiligheid en rampenbestrijding.
14.4
Afwijken van de bouwregels
14.4.1
Uitbreiding bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.2 onder b om de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen / centrale voorzieningen te vergroten met inachtneming van het volgende: a. de uitbreiding bedraagt ten hoogste 15% van de oppervlakte die op grond van lid 14.2 reeds is toegestaan; b. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; c. het bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn.
14.4.2
Onderlinge afstand stacaravans en/of chalets Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.2 onder c om een kleinere onderlinge afstand tussen stacaravans en/of chalets toe te staan, met dien verstande dat hiervoor aanvullende brandwerende maatregelen zijn getroffen en hier door de brandweer (VRU) mee ingestemd wordt en met de eigenaar van de naastgelegen kavel schriftelijk een kleinere afstand is overeengekomen.
14.4.3
Herinrichting terrein met stacaravans en chalets Voor de herinrichting van de terreinen met stacaravans en chalets kan worden afgeweken van de maximale oppervlaktematen zoals bedoeld in artikel 14.2 onder b. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: 1. de bouwpercelen dienen een minimale oppervlakte van 150 m2 te hebben, waarbij de feitelijk ter beschikking zijnde bouwperceeloppervlakte leidend is en de in eigendom zijnde grond buiten het bouwperceel niet wordt meegerekend; 2. stacaravans en chalets op een bouwperceel kleiner dan 200 m2 mogen een oppervlakte hebben van maximaal 40 m2; 3. stacaravans en chalets op bouwperceel groter dan 200 m2 mogen een oppervlakte hebben van maximaal 63 m2; 4. de onderlinge afstand tussen stacaravans en/of chalets bedraagt ten minste 2,5 m, tenzij met de eigenaar van de naastgelegen kavel schriftelijk een kleinere afstand is overeengekomen.
14.5
Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende specifieke gebruiksregels:
14.5.1
Permanente bewoning
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
46
a. permanente bewoning is niet toegestaan.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
47
Artikel 15
15.1
Recreatie - Verblijfsrecreatie kampeerterrein (R - VR2)
Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie kampeerterrein (R - VR2)' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een kampeerterrein met bijbehorende bebouwing; b. ondergeschikte horeca; alsmede voor: c.
15.2
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen.
Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan, waarbij de navolgende regels gelden: a. bebouwing is toegestaan binnen het gehele bestemmingsvlak; b. voorts geldt het volgende:
type bouwwerk
maximaal per maximale bestemmingsvlak goothoogte
bedrijfsgebouwen / centrale voorzieningen
4,5 m
maximale bouwhoogte
maximale oppervlakte
8m
maximaal 500 m2, per camping, voor zover de bestaande oppervlakte meer bedraagt geldt deze bestaande oppervlakte als maximaal toegestane maatvoering
c. de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 6 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 15.3
Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bebouwing ten behoeve van: a. het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de landschappelijke kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving c. de waterveiligheid; d. de sociale veiligheid;
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
48
e. de brandveiligheid en rampenbestrijding. 15.4
Afwijken van de bouwregels
15.4.1
Uitbreiding bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2 onder b om de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen / centrale voorzieningen te vergroten met inachtneming van het volgende: a. de uitbreiding bedraagt ten hoogste 15% van de oppervlakte die op grond van lid 15.2 reeds is toegestaan; b. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; c. het bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn.
15.5
Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende specifieke gebruiksregels:
15.5.1
Permanente bewoning a. permanente bewoning is niet toegestaan.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
49
Artikel 16
16.1
Recreatie - Verblijfsrecreatie recreatie-appartement (R - VR3)
Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie recreatie-appartement (R - VR3)' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatie-appartementen; alsmede voor: b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen.
16.2
Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan, waarbij de navolgende regels gelden: a. bebouwing is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. voorts geldt het volgende:
type bouwwerk
maximaal bouwvlak
per maximale goothoogte
recreatieappartementen
bestaand
4,5 m
maximale bouwhoogte
maximale inhoud / oppervlakte per bouwvlak
8m
bestaand
c. de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 6 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde en niet zijnde overkappingen, bedraagt ten hoogste 3 m. 16.3
Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bebouwing ten behoeve van: a. het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de landschappelijke kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving c. de waterveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de brandveiligheid en rampenbestrijding.
16.4
Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende specifieke gebruiksregels:
16.4.1
Permanente bewoning a. permanente bewoning is niet toegestaan.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
50
16.4.2
Stacaravans Stacaravans zijn niet toegestaan.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
51
Artikel 17
17.1
Recreatie - Verblijfsrecreatie recreatiewoning (R - VR4)
Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie recreatiewoning (R - VR4)' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatiewoningen ten behoeve van verblijfsrecreatie; alsmede voor: b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen.
17.2
Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan, waarbij de navolgende regels gelden: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. voorts geldt het volgende:
type bouwwerk
maximaal bouwvlak
recreatiewoning
1
bijgebouwen, 1 overkapping bij recreatiewoning
per maximale goothoogte
maximale bouwhoogte
maximale inhoud / oppervlakte per bouwvlak
5,5 m
7m
250 m3
-
3m
35% van de oppervlakte van het perceel, met een maximum van 15 m2
c. de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 6 m; d. de bouwhoogte van terreinafscheidingen tussen bouwpercelen achter de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 2 m; e. de bouwhoogte van terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn en langs paden en wegen bedraagt ten hoogste 1 m; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; g. de afstand van gebouwen tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 2,5 meter. 17.3
Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bebouwing ten behoeve van: a. het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de landschappelijke kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
52
c. de waterveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de brandveiligheid en rampenbestrijding. 17.4
Afwijken van de bouwregels
17.4.1
Gebouwen buiten bouwvlak bij solitaire recreatiewoningen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 17.2 onder a en b om bij solitaire recreatiewoningen: a. een bijgebouw buiten het bouwvlak toe te staan; b. uitbreiding van de recreatiewoning tot buiten het bouwvlak toe te staan; c. verplaatsing van de recreatiewoning buiten het bouwvlak toe te staan; met inachtneming van het volgende: de totale inhoud van de recreatiewoning bedraagt maximaal 250 m3 e. de recreatiewoning dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; f. de nieuwe positionering van de gebouwen dient landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbaar te zijn g. de afstand van gebouwen tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 2,5 meter. d.
17.5
Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende specifieke gebruiksregels:
17.5.1
Permanente bewoning a. permanente bewoning is niet toegestaan.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
53
Artikel 18
18.1
Recreatie - Verblijfsrecreatie landdeel recreatie-arkligplaats (R - VR5)
Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie landdeel recreatie-arkligplaats (R - VR5)' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een recreatie-ark, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatie-arkligplaats'; b. tuinen en erven behorende bij een ligplaats; alsmede voor: c.
18.2
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen.
Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan, waarbij de navolgende regels gelden: a. bebouwing is binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding 'recreatie-arkligplaats' is een recreatie-ark toegestaan, waarbij geldt dat: 1. het aantal recreatie-arken niet meer mag bedragen dan 1 per aangeduide ligplaats; 2. de onderlinge afstand tussen recreatie-arken niet minder dan 5 m mag bedragen; 3. de onderlinge afstand tussen recreatie-arken en drijvende woningen niet minder dan 5 m mag bedragen; 4. de afstand van de recreatie-ark tot de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 2,5 m te bedragen; 5. de lengte en breedte van een recreatie-ark niet meer dan 16 m respectievelijk 4 m mag bedragen; 6. de bouwhoogte van een recreatie-ark, gemeten vanaf de water-/oeverlijn, niet meer dan 4 m mag bedragen; 7. bij recreatie-arken loopplanken zijn toegestaan rondom de betreffende recreatieark, met een breedte van ten hoogste 80 cm. c. voorts geldt per aanduiding 'ligplaats' het volgende: 1. maximaal 1 bijgebouw is toegestaan, waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m en de oppervlakte, inclusief overkapping, niet meer dan 15 m 2; 2. de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 6 m; 3.
de bouwhoogte van terreinafscheidingen tussen bouwpercelen bedraagt ten hoogste 2 m; 4. de bouwhoogte van terreinafscheidingen langs paden bedraagt ten hoogste 1 m; 5. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
54
18.3
Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bebouwing ten behoeve van: a. het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de landschappelijke kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving c. de waterveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de brandveiligheid en rampenbestrijding.
18.4
Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.2 onder b sub 2 en 3 om een kleinere onderlinge afstand tussen recreatie-arken en/of drijvende woningen toe te staan, met dien verstande dat hiervoor aanvullende brandwerende maatregelen zijn getroffen en hier door de brandweer (VRU) mee ingestemd wordt.
18.5
Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende specifieke gebruiksregels:
18.5.1
Permanente bewoning a. permanente bewoning is niet toegestaan.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
55
Artikel 19
19.1
Recreatie - Recreatiepark Buitenborgh (R - VR6)
Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Recreatiepark Buitenborgh (R - VR6)' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatiewoningen ten behoeve van verblijfsrecreatie; alsmede voor: b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen.
19.2
Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan, waarbij de navolgende regels gelden: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. voorts geldt het volgende:
type bouwwerk
maximaal bouwvlak
recreatiewoning
1
c. d. e. f. g. h. 19.3
per maximale goothoogte 5,5 m
maximale bouwhoogte
maximale inhoud / oppervlakte per bouwvlak
7m
250 m3
aangebouwde en/of vrijstaande bijgebouwen en overkappingen bij recreatiewoningen zijn niet toegestaan; de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 6 m; de bouwhoogte van terreinafscheidingen tussen bouwpercelen achter de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn en langs paden en wegen bedraagt ten hoogste 1 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; de afstand van gebouwen tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 2,5 meter.
Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bebouwing ten behoeve van: a. het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de landschappelijke kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving c. de waterveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de brandveiligheid en rampenbestrijding.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
56
19.4
Afwijken van de bouwregels
19.4.1
Gebouwen buiten bouwvlak bij solitaire recreatiewoningen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 19.2 onder a en b om bij solitaire recreatiewoningen: a. uitbreiding van de recreatiewoning tot buiten het bouwvlak toe te staan; b. verplaatsing van de recreatiewoning buiten het bouwvlak toe te staan; met inachtneming van het volgende: c. de totale inhoud van de recreatiewoning bedraagt maximaal 250 m3; d. de recreatiewoning dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; e. de nieuwe positionering van de gebouwen dient landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbaar te zijn f. de afstand van gebouwen tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 2,5 meter.
19.5
Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende specifieke gebruiksregels:
19.5.1
Permanente bewoning a.
permanente bewoning is niet toegestaan.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
57
Artikel 20
20.1
Tuin - Landschappelijk
Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin - Landschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. groen en water; c. behoud, versterking en ontwikkeling van landschapswaarden in de vorm van openheid.
20.2
Bouwregels Op deze gronden mag niet worden gebouwd.
20.3
Specifieke gebruiksregels Deze gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 2.27 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan.
20.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
20.4.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Tuin - Landschappelijk' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, veranderen of dempen van wateren en waterlopen, alsmede het verwijderen van oevervegetaties; b. de aanleg van harde oeverbeschoeiingen, dammen of, stuwen; c. het verwijderen, kappen, rooien of beschadigen van bomen of andere houtgewassen die ten tijde van het in werking treden van het plan aanwezig zijn; d. het planten van bomen of andere houtige gewassen, ter plaatse waar gronden hiermee niet beplant waren ten tijde van het in werking treden van het plan; e. het aanleggen van bestratingen of andere oppervlakteverhardingen met een oppervlakte groter dan 50 m2, paden uitgezonderd.
20.4.2
Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 20.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
20.4.3
Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 20.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de landschapswaarden zoals bedoeld in lid 20.4.1 niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
58
Artikel 21
21.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstrook; b. voet- en fietspaden; c. een sluiswachterhuisje ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water sluiswachtershuisje'; d. loswal, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer loswal'; e. bruggen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'brug'; f. parkeerterreinen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; alsmede voor: g. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals geluidswerende voorzieningen, groen, parkeervoorzieningen, faunapassages, nutsvoorzieningen, reclame-uitingen en water.
21.2
Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan, waarbij de navolgende regels gelden: a. gebouwen zijn niet toegestaan, behoudens het bestaande sluiswachterhuisje en het werkgebouw bij de loswal, waarvoor geldt dat de bestaande maatvoeringen niet mogen worden vergroot; b. bruggen ter plaatse van de aanduiding 'brug' zijn toegestaan met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte ten hoogste 5 m bedraagt; 2. de doorvaarhoogte ten hoogste 3 m bedraagt; 3. de breedte ten hoogste 10 m bedraagt; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw en geen brug zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de wegaanduiding of de verlichting, bedraagt ten hoogste 3 m.
21.3
Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de waterbeheerder, nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bebouwing ten behoeve van: a. het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de landschappelijke kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving c. de waterveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de brandveiligheid en rampenbestrijding.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
59
Artikel 22
22.1
Water
Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
waterhuishoudkundige doeleinden; waterstaatkundige en/of verkeersdoeleinden; sluizen en andere waterstaatkundige kunstwerken; beschoeiing ten behoeve van legakkers (rechte wand of natuurvriendelijke oever) inclusief faunauittreedplaatsen.
alsmede voor: e. recreatief medegebruik; f. een recreatie-ark/drijvend tiny house/woonschip, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatie-arkligplaats'; g. een drijvende woning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - drijvende woning'; h. een botenhuis, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'schiphuis'; i. jachthaven ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven' j. steigers; k. behoud, versterking en ontwikkeling van natuurwaarden in de vorm van: 1. grote open wateren, sloten en slootkanten, oevers, moeras en natte voedselarme graslanden; l. behoud, versterking en ontwikkeling van landschapswaarden in de vorm van: 1. openheid; 2. verkavelingspatronen. 22.2
Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan, waarbij de navolgende regels gelden: a. uitsluitend bestaande bruggen, steigers, openbare aanlegplaatsen, sluizen en andere waterstaatkundige kunstwerken zijn toegestaan en mogen niet worden uitgebreid; b. ter plaatse van de aanduiding 'recreatie-arkligplaats' is een recreatie-ark toegestaan, waarbij geldt dat: 1. het aantal recreatie-arken niet meer mag bedragen dan 1 per aangeduide ligplaats; 2. de onderlinge afstand tussen recreatie-arken niet minder dan 5 m mag bedragen; 3. de onderlinge afstand tussen recreatie-arken en drijvende woningen niet minder dan 5 m mag bedragen; 4. de afstand van de recreatie-ark tot de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 2,5 m te bedragen; 5. de lengte en breedte van een recreatie-ark niet meer dan 16 m respectievelijk 4 m mag bedragen; 6. de bouwhoogte van een recreatie-ark, gemeten vanaf de water-/oeverlijn, niet meer dan 4 m mag bedragen; 7. bij recreatie-arken loopplanken zijn toegestaan rondom de betreffende recreatieark, met een breedte van ten hoogste 80 cm.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
60
c.
22.3
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - drijvende woning' is een drijvende woning toegestaan, waarbij geldt dat: 1. het aantal drijvende woningen niet meer mag bedragen dan 1 per aanduiding ligplaats; 2. de onderlinge afstand tussen drijvende woningen niet minder dan 5 m mag bedragen; 3. de onderlinge afstand tussen drijvende woningen en recreatie-arken niet minder dan 5 m mag bedragen; 4. de lengte en breedte van een drijvende woning niet meer dan 18 m respectievelijk 6 m mag bedragen; 5. de bouwhoogte van een drijvende woning, gemeten vanaf de water-/oeverlijn, niet meer dan 4 m mag bedragen.
Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bebouwing ten behoeve van: a. het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de landschappelijke kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving c. de waterveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de brandveiligheid en rampenbestrijding.
22.4
Afwijken van de bouwregels
22.4.1
Bruggen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.2 om nieuwe bruggen toe te staan met inachtneming van het volgende: a. de bouwhoogte van de brug bedraagt ten hoogste 5 m; b. de breedte van de brug bedraagt ten hoogste 10 m; c. de vaarwegbeheerder dient advies te hebben uitgebracht.
22.4.2
Openbare aanlegplaats Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.2 om nieuwe steigers ten behoeve van openbare aanlegplaatsen toe te staan met inachtneming van het volgende: a. steigers zijn niet toegestaan in rietkragen en groene oeverzones met een breedte van meer dan 2 m; b. de lengte van de steiger bedraagt binnen deze bestemming ten hoogste 3 m en de breedte bedraagt ten hoogste 1,2 m; c. de hoogte van de steiger gemeten vanaf het wateroppervlak (streefpeil) bedraagt ten hoogste 0,75 m; d. per steiger zijn ten hoogste 2 meerpalen toegestaan met een onderlinge afstand van ten hoogste 4 m; e. de steiger dient 'onderloops' te zijn, wat inhoudt dat het water onder de steiger en het plankier vrije doorloop moet hebben;
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
61
f.
de bouw van de steiger mag geen onevenredige schade aanbrengen aan ter plaatse aanwezige rietkragen of andere met oever- en moerasplanten begroeide oevers; g. de steiger wordt gerealiseerd in combinatie met een natuurvriendelijke inrichting achter de steiger; h. per bouwperceel is maximaal 1 steiger toegestaan; deze voorwaarde geldt niet binnen de aanduiding 'jachthaven'; i. de vaarwegbeheerder dient advies te hebben uitgebracht. 22.4.3
Onderlinge afstand recreatie-arken en drijvende woningen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.2 onder b en c om een kleinere onderlinge afstand tussen recreatie-arken en/of drijvende woningen toe te staan, met dien verstande dat hiervoor aanvullende brandwerende maatregelen zijn getroffen en hier door de brandweer (VRU) mee ingestemd wordt.
22.4.4
Steigers Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.2 om nieuwe steigers, grenzend aan de bestemmingen Groen - Legakker 1, Groen Legakker 2, Groen - Legakker 3, Groen - Legakker X en Groen - Legakker Z toe te staan, met dien verstande dat:
22.4.5
1.
er per kavel ten hoogste 1 steiger aanwezig mag zijn;
2.
de steiger evenwijdig aan de oever is gebouwd;
3.
de lengte en breedte ten hoogste respectievelijk 6 m en 1,2 m bedragen;
4.
de bouwhoogte ten hoogste het peil van de aangrenzende legakker bedraagt.
Vissenbossen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.2 om vissenbossen toe te staan, met inachtneming van het volgende: a. op basis van historisch onderzoek is in voldoende mate aannemelijk dat op de betreffende locatie in het verleden een legakker aanwezig was; b. de te herstellen legakker is inpasbaar in de actuele landschappelijke legakkerstructuur; c. indien daardoor de waarden zoals bedoeld in lid 22.1 niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; d. vooraf toestemming wordt verkregen van de vaarwegbeheerder.
22.5
Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende specifieke gebruiksregels: a. Verblijfsrecreatie is niet toegestaan, behoudens ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie - recreatie-arkligplaats' en 'specifieke vorm van wonen - drijvende woning' en ter plaatse van aanlegplaatsen en steigerpalen; b. In de bestemming Water mag per openbare aanlegplaats op de zandeilanden ten hoogste één varend schip aanmeren en met dien verstande dat de lengte van dit schip maximaal 8 meter bedraagt en met dien verstande dat het schip voor een maximale duur van 3 x 24 uur aaneengesloten aanmeert.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
62
c.
In de bestemming Water, grenzend aan de bestemmingen Groen - Legakker 1, Groen - Legakker 2, Groen - Legakker 3, Groen - Legakker X en Groen - Legakker Z mag per steiger één pleziervaartuig aanmeren, met dien verstande dat de lengte van dit pleziervaartuig maximaal 8 meter bedraagt en met dien verstande dat het schip voor een maximale duur van 3 x 24 uur aaneengesloten aanmeert.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
63
22.6
Strijdig gebruik Als gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval beschouwd: a. het gebruik van gronden en bouwwerken, met inbegrip van recreatie-arken en drijvende woningen, ten behoeve van permanente bewoning; b. het aanleggen van boten met een lengte langer dan 8 m; c. het plaatsen van afmeerpalen, anders dan voor openbare afmeervoorzieningen,
22.7
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
22.7.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; b. het indrijven van voorwerpen in de bodem; c. het aanleggen, veranderen of dempen van wateren en waterlopen, alsmede het verwijderen van oevervegetaties; d. het draineren van gronden; e. het verwijderen, rooien of beschadigen van bomen of andere houtgewassen die ten tijde van het in werking treden van het plan aanwezig zijn; f. het planten van bomen of andere houtige gewassen, ter plaatse waar gronden hiermee niet beplant waren ten tijde van het in werking treden van het plan; g. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
22.7.2
Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 22.7.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij de bouwregels in acht zijn genomen; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.
22.7.3
Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 22.7.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de waarden zoals bedoeld in lid 22.1 niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
64
Artikel 23
23.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in een woning; b. ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats': tevens voor bijgebouwen en overkappingen bij een drijvende woning; c. erven, tuinen, groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen.
23.2
Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan, waarbij de navolgende regels gelden:
23.2.1
Woningen Ten aanzien van woningen als bedoeld in lid 23.1 onder a, gelden de volgende regels: Algemeen a. Per bouwvlak is ten hoogste 1 woning toegestaan. b. In afwijking van het bepaalde onder a zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – woonappartementen' ten hoogste 7 appartementen toegestaan; Hoofdgebouwen c. d. e. f.
Hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; De inhoud van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 700 m3; De goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 3,5 m; Hoofdgebouwen worden afgedekt met een kap waarvan de hellingshoek ten minste 30° en ten hoogste 50° bedraagt; g. De afstand van hoofdgebouwen tot perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2,5 m; Bijgebouwen en overkappingen h. Bijgebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, voor zover ten minste 3 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; i. De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen bedraagt per woning ten hoogste 50 m2; j. De goothoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; k. De bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m; l. De gezamenlijke oppervlakte aan overkappingen bedraagt per woning ten hoogste 30 m2; m. De bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m n. In afwijking van het bepaalde onder g t/m l bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats' de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen ten hoogste 15 m2; Overige bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
65
o. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde, bedraagt: 1. pergola's en speeltoestellen: 3 m; 2. overige bouwwerken, voor zover voor de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw: 1 m; 3. overige bouwwerken, voor zover achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw: 2 m. 23.3
Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bebouwing ten behoeve van: a. het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de landschappelijke kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving c. de waterveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de brandveiligheid en rampenbestrijding
23.4
Afwijken van de bouwregels
23.4.1
Vergroten hoofdgebouw Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 23.2.1 sub c om de inhoud van woningen te vergroten tot 900 m 3 indien tenminste 500 m2 aan legale bestaande bebouwing op het bouwperceel wordt gesloopt.
23.4.2
Grotere oppervlakte bijgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 23.2.1 sub h om een grotere oppervlaktemaat aan bijgebouwen toe te staan bij sloop van bestaande bijgebouwen met inachtneming van het volgende: a. de oppervlakte aan bijgebouwen per woning bedraagt ten hoogste 50 m2, vermeerderd met 50% van het meerdere van 50 m2 aan legale gebouwen dat wordt gesloopt.
23.4.3
Overschrijden toegestane bouwhoogte voor bijgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 23.2.1 sub j om een hogere bouwhoogte voor bijgebouwen bij woningen toe te staan, met inachtneming van het volgende: a. het bijgebouw moet visueel en voor wat betreft het gebruik ondergeschikt blijven aan het hoofdgebouw; b. een grotere hoogte wordt uitsluitend toegestaan voor bijgebouwen op minimaal 2,5 m uit de perceelsgrens; c. belangen van derden (inval van licht en uitzicht) mogen niet in onevenredige mate worden geschaad; d. de bouwhoogte mag niet meer dan 6 m bedragen.
23.5
Specifieke gebruiksregels
23.5.1
Beroep of bedrijf aan huis
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
66
Bij woningen is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, met inachtneming van het volgende: a. de vloeroppervlakte in gebruik voor een beroep of bedrijf aan huis bedraagt ten hoogste 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende bijgebouwen met een maximum van 50 m2; b. het beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning; c. bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan voor zover voorkomend in categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat detailhandel, groothandel en horeca zijn uitgesloten; d. in afwijking van het bepaalde onder a en c is een bed en breakfast wel toegestaan met inachtneming van de volgende aanvullende voorwaarden: 1. de vloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bijgebouwen, met een maximum van 100 m2; 2. een bed en breakfast biedt plaats aan ten hoogste 6 gasten tegelijkertijd; e. het uitoefenen van het beroep of bedrijf aan huis mag niet leiden tot een onevenredige verkeers- en parkeerdruk gelet op de capaciteit van de bestaande infrastructuur en parkeervoorzieningen.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
67
Artikel 24
24.1
Leiding
Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de volgende leidingen, onderverdeeld in: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van leiding - brandstof': een brandstofleiding; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van leiding - gas': een gasleiding; c. ter plaatse van 'specifieke vorm van leiding - water': een waterleiding. Voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemming geheel of gedeeltelijk samenvalt met andere bestemmingen, heeft de bestemming Leiding voorrang.
24.2
Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 24.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
24.3
Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 24.2 onder b. De omgevingsvergunning wordt verleend, indien: a. de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen; b. het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad, doordat: c. de veiligheid van de gasleiding niet wordt geschaad; d. vooraf door het bevoegd gezag schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de leidingbeheerder; e. er geen kwetsbare objecten worden toegelaten.
24.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
24.4.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren:
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
68
a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen. 24.4.2
Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 24.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 23.3 bedoeld; b. normaal onderhoud en beheer betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.
24.4.3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 24.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad en daarover vooraf schriftelijk advies ingewonnen is bij de leidingbeheerder.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
69
Artikel 25
25.1
Waarde - Aardkundige waarden
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Aardkundige waarden' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van het aardkundig waardevolle reliëf en de geologisch waardevolle opbouw van de bodem.
25.2
Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de aangegeven andere bestemmingen mogen in of op deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd.
25.3
Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 25.2 ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming, indien is gebleken dat het oprichten van het bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning wordt gevraagd, niet zal leiden tot een onevenredige verstoring van de aardkundige waarden.
25.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
25.4.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Aardkundige waarden' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het rechttrekken van natuurlijke waterstromen; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies; d. het verlagen of verhogen van het maaiveld; e. het aanleggen van bos of boomgaard, voor zover de gronden op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als bos of boomgaard kunnen worden aangemerkt; f. het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd; g. het uitvoeren van andere grondbewerkingen.
25.4.2
Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 25.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen waaronder in ieder geval wordt verstaan ploegen, eggen, het uitbaggeren van sloten en greppels; b. normaal onderhoud en beheer betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
70
25.4.3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in lid 25.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een onevenredige verstoring van de aardkundige waarden.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
71
Artikel 26
26.1
Waarde - Archeologisch waardevol (verwachtings)gebied
Bestemmingsomschrijving De op voor 'Waarde - Archeologisch waardevol (verwachtings)gebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische (verwachtings)waarden. De (verwachtings)waarden zijn van uiteenlopende aard en om die reden onderverdeeld in: Specifieke vorm van archeologie - landbodem categorie 2a Specifieke vorm van archeologie - landbodem categorie 2b Specifieke vorm van archeologie - landbodem categorie 4 Specifieke vorm van archeologie - landbodem categorie 5 Specifieke vorm van archeologie - landbodem categorie 6 Specifieke vorm van archeologie - waterbodem categorie 2 Specifieke vorm van archeologie - waterbodem categorie 3
26.2
Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan, waarbij de navolgende regels gelden: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 26.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; 3. aanvragers naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende kunnen aantonen dat er al werkzaamheden tot de betreffende diepte van het bouwplan hebben plaatsgevonden. In dat geval is er geen archeologisch onderzoek meer nodig. c.
het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende situaties: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
72
2. een bouwplan waarbij geen heiwerkzaamheden plaatsvinden en waarbij de graafwerkzaamheden ten minste één van de onderstaande diepte-, oppervlakteen lengtematen van de betreffende zone niet overschrijden: zone
dieptemaat
oppervlaktemaat lengtemaat
Waarde - Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem: Categorie 2a 30 cm
50 m2
n.v.t.
Categorie 2b 30 cm
100 m2
n.v.t.
Categorie 3
30 cm
500 m2
n.v.t
Categorie 4
30 cm
2.000 m2
n.v.t.
30 cm
2.000 m2
n.v.t.
30 cm
10.000 m2
n.v.t.
Categorie 5 Categorie 6
Waarde - Archeologisch waardevol (verwachtings)gebied waterbodem: Categorie 1
dieper dan de leggerdiepte
n.v.t.
n.v.t.
Categorie 2
dieper dan de leggerdiepte
4.000 m2
aaneengesloten lengte van 200 m
Categorie 3
dieper dan de leggerdiepte
n.v.t.
aaneengesloten lengte van 1.000 m
26.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
26.3.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologisch waardevol (verwachtings)gebied' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
26.3.2
Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 26.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 26.2 in acht is genomen; b. ten minste één van de onderstaande diepte-, oppervlakte- en lengtematen van de betreffende zone niet overschrijden:
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
73
zone
dieptemaat
oppervlaktemaat lengtemaat
Waarde - Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem: Categorie 2a 30 cm
50 m2
n.v.t.
Categorie 2b 30 cm
100 m2
n.v.t.
Categorie 3
30 cm
500 m2
n.v.t
Categorie 4
30 cm
2.000 m2
n.v.t.
Categorie 5
30 cm
2.000 m2
n.v.t.
Categorie 6
30 cm
10.000 m2
n.v.t.
Waarde - Archeologisch waardevol (verwachtings)gebied waterbodem: Categorie 1
dieper dan de leggerdiepte
n.v.t.
n.v.t.
Categorie 2
dieper dan de leggerdiepte
4.000 m2
aaneengesloten lengte van 200 m
Categorie 3
dieper dan de leggerdiepte
n.v.t.
aaneengesloten lengte van 1.000 m
c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; e. onderhoudsbaggerwerkzaamheden betreffen die aantoonbaar niet dieper reiken dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes. f. onderhoudswerkzaamheden betreffen die aantoonbaar niet dieper reiken dan reeds in het recente verleden geroerde gronden. 26.3.3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 26.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige. c. de aanvrager naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate aan kan tonen dat in het verleden reeds werken of werkzaamheden hebben plaatsgevonden tot een bepaalde diepte waardoor de archeologische verwachtingswaarde niet langer reëel is om nieuw archeologisch onderzoek uit te voeren.
Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling
74
Artikel 27
27.1
Waarde - Schootsveld
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Schootsveld' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en herstel van de schootscirkels van het tot de Stelling van Amsterdam behorende Fort Aan de Winkel.
27.2
Bouwregels Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met dien verstande dat in uitzondering daarop bestaande bebouwing is toegelaten, waarbij de bestaande oppervlakte, goot- en bouwhoogte niet mogen worden vergroot.
27.3
Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 27.2 voor het bouwen van bouwwerken, die op grond van de andere daar voorkomende bestemmingen mogen worden gebouwd, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. nieuwbouw mits met een HIA wordt aangetoond dat de uitzonderlijke universele waarde met de ontwikkeling niet wordt aangetast; of b. het betreft uitsluitend incidentele bebouwing om ruimtelijke kwaliteit van de Stelling van Amsterdam te verbeteren, dan wel verdichting van bestaande linten.
27.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
27.4.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Schootsveld' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen van beplanting; b. het vellen en rooien van houtopstanden; c. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen; d. het bebossen of anderszins beplanten met hoogopgaande beplanting, waaronder het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; e. het scheuren en vergraven van gronden.