CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij inspraak dhr. Naber - nota van beantwoording programma windenergie amsterdam

Politieke commissie 13 november 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: De heer Naber over de reactie die de gemeente kan geven op het Plan Wind Amsterdam51.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

55

Nota van Beantwoording

Elk weekend en in de vakanties verblijven 300 mensen in het volkstuinencomplex in het gebied Diemerscheg, ook verblijven er mensen gedurende het seizoen, 6 tot 8 maanden. Het verzoek is daarom om de volkstuinhuisjes als woningen te beoordelen. De houten huisjeszijn niet of slecht geïsoleerd tegen geluid. Als daadwerkelijk rekening gehouden wordt met de volkstuinhuisjes (als woning) zijn turbines in de Diemerscheg niet mogelijk. Grote windmolens mogen niet in de buurt van woningen vanwege het geluid en dus ook niet bij volkstuinen, ontoelaatbare verstoring van het kwetsbare eco-mens-dier-systeem. Onevenredige aantasting van het levensgeluk van tuinders. De huisjes in de volkstuinen zijn voor externe veiligheid (bij omvallen, wiek afbreuk, ijsval) wettelijk aangemerkt als kwetsbare objecten, toch wordt niet de wettelijke afstand aangehouden, in strijd met de gemaakte afspraak met de stedelijke adviesgroep. Er wordt met levens gespeeld. De visuele hinder is ook erg groot. In het MER wordt gesproken over ‘objecten’, het gaat echter over mensen. De term ‘objecten’ is schofferend en dehumaniserend. Het huisje kan wel tegen geluid. De tuinders voelen zich niet serieus genomen. Een windturbine is ingetekend op een afstand van 140 meter van een tuinhuisje. Dit is in strijd met een aangenomen motie van PS op grond waarvan een afstand van tenminste 195 meter gehanteerd moet worden.

Overwegingen college Recreatie algemeen De gevolgen voor recreatie zijn in het plan-MER globaal in beeld gebracht aan de hand van verschillende beoordelingscriteria. Voor de gebieden Diemerscheg, Knooppunt Holendrecht, Gaasperplas en Weesperkarspel/Gein beoordeelt het plan-MER de gevolgen voor ‘ligging ten opzichte van recreatie­bestemmingen’ inderdaad als dubbel negatief. Desondanks heeft het college toch voorgesteld om deze gebieden aan te wijzen aan de hand van de wijze van selecteren van gebieden zoals in het PWA en ook in par. 1.2 van deze NvB is toegelicht. De recreatiegebieden zelf worden niet verkleind. Ook de slagschaduwcontouren, geluidcontouren vanaf 42 dB Lden op tuinparken, hotels en recreatieterreinen zijn in beeld gebracht. De term ‘objecten’ in het plan-MER is een standaardterm uit wet- en regelgeving. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen ‘geluidgevoelige objecten’ en ‘overige objecten’. Zeker is het niet bedoeld om mensen te beledigen. Geluid op woningen moet worden berekend aan de hand van de geluidbelasting op de gevel van de betreffende woning. Golfterrein Het abstractieniveau van het PWA is niet concreet genoeg om de gevolgen van windzuiging op de baan van de golfbal mee te wegen. De bruikbaarheid van het golfterrein zal in het kader van een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving op projectniveau een rol spelen.

Volkstuinen Alleen de aanwijzing van het gebied Diemerscheg heeft gevolgen voor volkstuinen. Op de gevolgen voor volkstuinen anders dan de Diemerscheg gaat het college daarom niet in. De geluidcontouren laten zien dat in dat gebied met name het noordwestelijk deel van volkstuinencomplex relatief zwaar belast wordt als gevolg van de meest zuidelijke onderzochte windturbinepositie. Mocht die positie verder ontwikkeld worden, dan zal op vergunningenniveau nader onderzocht en afgewogen moeten worden welk geluidniveau aanvaardbaar is en welke mitigerende maatregelen getroffen moeten worden. Dat geldt ook voor slagschaduweffecten. Omdat de volkstuinhuisjes geen woningen zijn, worden deze echter niet als woning beoordeeld. De zienswijzen leiden niet tot wijzigingen

56

Nota van Beantwoording

2.4

Gezondheid

Quotes uit zienswijzen “Het is mijn rust en gezondheid die u op het spel zet”

Zienswijzen Gezondheid algemeen Indieners geven aan dat in het plan-MER gezondheidseffecten ten onrechte zijn beperkt tot de effecten op de gezondheid gerelateerd aan het geluid afkomstig van de windturbines. Daarbij is bij de beoordeling van gezondheidseffecten alleen gekeken naar woningen (en andere objecten waar mensen langdurig verblijven). Indieners zijn van oordeel dat gezondheid in een breder perspectief moet worden geplaatst. Er zijn namelijk ook gezondheidseffecten die die niet direct samenhangen met het geluidniveau van de windturbines. Zo veroorzaken windturbines laagfrequent geluid, trillingen, slagschaduw, lichtvervuiling, verspreiding toxische deeltjes (bisfenol A), verdroging door luchtstromen en verstoren ze de rust in natuur- en recreatiegebieden. De gezondheidseffecten die indieners noemen zijn: slaapverstoring, slapeloosheid, hart- en vaatziekten, stress, hoge bloeddruk, concentratieproblemen, psychische en mentale klachten en ook effecten op voortplanting en immuniteit en vergrote kans op kanker. In het plan-MER ontbreekt ten onrechte ook een onderzoek over de gezondheidseffecten bij kinderen en andere mensen met een overgevoeligheid voor geluid of een overgevoeligheid voor andere externe prikkels. Hinder door windturbines bij kinderen leidt tot een verminderde leerprestaties. Kinderen zijn extra kwetsbaar.

Het feit dat wetenschappelijk geen bewijzen zijn gevonden voor bepaalde stoornissen, zoals het windturbine-syndroom, betekent niet dat het niet bestaat. De verstoring door windturbines van de rust in natuur- en recreatiegebieden kan, volgens indieners, leiden tot meer ziekteverzuim en hogere zorgkosten en het tast de algemene leefbaarheid van een gebied aan. Indieners zijn dan ook van oordeel dat in het onderzoek ook de effecten op gebruikers van de recreatie- en natuurgebieden betrokken moeten worden.27 Advies expertgroep Indieners geven aan dat niet duidelijk is hoe het advies van de expertgroep gezondheid bij het onderzoek naar gezondheidseffecten betrokken is. Zo heeft de expertgroep geadviseerd een maximum geluidniveau te stellen van 42dB. Het is voor indieners onduidelijk waarom dit advies niet gevolgd is. Aantal gehinderden Indieners merken op dat in het plan-MER bij de beoordeling van de gezondheidseffecten ten onrechte geen rekening is gehouden met woningen buiten de provincie of gemeentegrens. Zo ontbreken bij zoekgebied Gein naar schatting 70 landelijk gelegen woningen in gemeente Ronde Venen (provincie Utrecht) binnen een straal van 1 km van de windturbines. Ook wordt opgemerkt dat geen rekening is gehouden met de mensen die verblijven in logies- en zorginstellingen. In het plan-MER is uitgegaan van een gemiddelde bezetting van 1,89 personen per woning.

Voor de gebieden in Zuidoost geldt echter een hogere bezettingsgraad, namelijk 2,4 in Driemond, 2,0 in Gein 27 Verwezen wordt naar: –h  ttps://www.allesisgezondheid.nl/wp-content/uploads/2023/01/trendrapportjongerenenwandelen-Wandelnet.pdf https://www.allesisgezondheid.nl/wp-content/uploads/2023/01/trendrapportjongerenenwandelen-Wandelnet.pdf –h  ttps://www.windwiki.nl/wp-content/uploads/2021/04/Raadsadres-Gezondheidseffecten-windturbines-29-03-2021. pdf –W  indmolens maken wel degelijk ziek, toepassing voorzorgsbeginsel en beter onderzoek zijn nodig – Wind Wiki

57

Nota van Beantwoording

en 2,2 in Holendrecht. Het aantal gehinderden in deze gebieden zal dan ook aanmerkelijk hoger zijn dan in het plan-MER is aangegeven. Het is nu al bekend dat 10% van de bewoners van Zuidoost fysieke of mentale gezondheidsschade zal krijgen, dat zijn 9000 mensen.28 Geluid Volgens WHO kunnen bij blootstelling vanaf 40dB leer- en concentratieproblemen ontstaan, dit is vergelijkbaar met afstand 500 meter tussen windturbine en woning. De nachtelijke norm zou maximaal 35 dB(A) moeten zijn ivm slaapverstoring. In het onderzoek worden bepaalde geluidniveaus van windturbines en de aanvaardbaarheid daarvan beoordeeld. Indieners geven aan niet als uitgangspunt het gemiddelde geluidsemissie van de windturbine genomen moet worden. Volgens hen liggen afstandscirkels meer voor de hand, waarbij de afstand tot de woningen afhankelijk is van de tiphoogte van de windturbine. Zo worden windturbines ruimtelijk gescheiden van woningen en is het geluidniveau op de woningen te alle tijden geborgd. Bovendien vinden indieners dat afstandscirkels meer duidelijkheid en ook meer rechtszekerheid bieden. Indieners wijzen erop dat in anderen Europese landen afstandsnormen worden gehanteerd. Een aantal indieners maakt zich zorgen over de hoogte van de gemiddelde geluidsniveaus van de windmolens. Bij lagere gemiddelde geluidniveaus zouden pieken in de geluidbelasting voorkomen worden.

Ook wordt voorgesteld een maximum piekbelasting op te nemen. Andere indieners stellen voor een momentane norm te hanteren. Een momentane norm (LAeq 1 minuut) biedt geeft meer bescherming dan een Lden-norm en is dagelijks handhaafbaar. Verwezen wordt naar Windpark Rijnenburg, Utrecht en Windpark Horst en Telgt, Gelderland. Op pagina 32 van het plan-MER staat dat “voor “vlakbij” is 500 meter als uitgangspunt aangenomen. Op deze afstand zal het maximale geluid van de windturbines zo’n 44 – 46 dB(A) bedragen (oftewel jaargemiddeld 47 – 49 dB Lden)”. Uitgaande van deze geluidbelasting op een afstand van 500 meter, betekent dus dat geluidsnorm in de zoekgebieden 5B en 5C wordt overschreden. De nadelige effecten op de gezondheid vanwege deze geluidniveaus in deze gebieden, wordt door indieners onaanvaardbaar hoog geacht. Op pagina 34, PWA, staat dat woningen op aanzienlijke afstand van de windturbine zijn gelegen. Vanaf de turbine in Weesperkarspel liggen vele woningen, vlakbij en binnen de 500 meter contour. Geluid draagt tot wel een kilometer. Geluid over water draagt nog verder. Het plan-MER gaat hier niet op in. Uit Tabel 21 op pagina 123 van het plan-MER staat dat de grenswaarde van 47 dB op een afstand van 600 m en de gewenste standaard geluidwaarde op een afstand van 750 m gelegen is. Een afstand van 350 m is dus helemaal niet mogelijk.

Op minder dan 750 m is sprake van ernstige overlast voor bewoners. In het onderzoek ontbreekt een inventarisatie naar de isolatie van woningen. In of nabij de zoekgebieden staan oude en monumentale woningen. Deze woningen zijn slecht geïsoleerd tegen geluid en kunnen vanwege de monumentale status ook niet geïsoleerd worden of het isoleren van deze woningen tegen geluid is te duur. Mensen die in deze woningen wonen zullen meer hinder ondervinden. Onderzoek wijst uit dat omwonenden vooral veel overlast ervaren van windturbines als er weinig omgevingsgeluid is. Het argument in het plan-MER dat volkstuinparken nabij wegen liggen en het geluid opgaat in het geluid van de snelweg of spoor is niet van toepassing op de volkstuinen in de Diemerscheg. Deze volkstuinen liggen aan de rand van een stil bos, de ervaren overlast zal daar enorm zijn. 28 Buurt Gein 3 (gemeente Amsterdam) in cijfers en grafieken (bijgewerkt 2024!) | AlleCijfers.nl

58

Nota van Beantwoording

Uit de geluidkaart van Amsterdam (Atlas van de leefomgeving) volgt dat in zoekgebied 5b en de omliggende wijken, het geluidniveau vergelijkbaar is met dat van stiltegebieden. In Plan-MER wordt rekening gehouden met veel achtergrondlawaai en dat is dus onjuist; De aanname dat bij 38dB, Lden, 1% van de mensen binnenshuis ernstige hinder ervaart is onjuist omdat er sprake is van een geluidsarm gebied. Bovendien is de wijze van berekenen volgens de GES-methode is door de GGD afgewezen en mag niet meer worden gebruikt.29 Laagfrequent geluid Voorts merken indieners op dat laagfrequent geluid niet in de norm is berekend en dat onvoldoende rekening wordt gehouden met de beoordeling van de aanvaardbaarheid van windturbines in relatie tot laagfrequent geluid. Daarbij wordt opgemerkt dat laagfrequent geluid verder draagt dan ‘gewoon’ geluid en dat er meer gehinderden zijn vanwege laagfrequent geluid dan aangegeven in plan-MER. Verwezen wordt naar onderzoek van geluidsdeskundige De Laat (Een vandaag, 8 december 2020); Negative health impact of noise from industrial wind turbines: The evidence | Wind Energy Impacts and Issues (wind-watch.org) Actueel geluidonderzoek Het onderzoek naar geluid in het Plan-MER is gebaseerd op een niet wetenschappelijk en achterhaald TNO-rapport, 2008.

Dit betekent dat het onderzoek naar geluidbelasting van windturbines in PlanMER niet beschouwd kan worden als een actueel onderzoek. Actuele gegevens over windturbines ontbreken, de gegevens van de turbines zijn uit 2010 en sindsdien zijn windturbines groter en krachtiger geworden en is de geluidemissie groter. Cumulatie of optelling van geluid afkomstig van andere bronnen Geluid van onderhoudsvoertuigen zijn ten onrechte niet betrokken in het onderzoek. In het onderzoek is geen rekening gehouden met de optelling of cumulatie van geluidbronnen in een gebied. Zo zijn de geluidbelastingen in bepaalde gebieden al (te) hoog vanwege wegverkeerlawaai, vliegverkeerlawaai, geluid van datacenters, geluid van scheepvaartverkeer, geluid van warmtepompen en airco’s. Het geluid van windturbines komt daar nog bij waardoor het totale geluidniveau in een gebied onaanvaardbaar hoog wordt. Indieners noemen specifiek de geluidoverlast vanwege de A2 in Amsterdam Zuidoost. De geluidscontouren van zoekgebieden 5A, 5B en 5C zijn afzonderlijk onderzocht, maar deze contouren raken elkaar. Indieners merken op dat de cumulatieve geluidsgevolgen niet zijn onderzocht. Er zal veel meer overlast zijn in Zuidoost, Ronde Venen, Weesp en de conclusies in het PWA/plan-MER zijn onjuist. Slagschaduw In figuur 102, blz.

214 van het plan-MER is ten onrechte niet uitgegaan van een projectie in een hoog stedelijk milieu. Grote gebieden in Gaasperdam en Driemond zullen hinder van slagschaduw gaan ondervinden van turbines in Weesperkarspel en Gaasperplas. Ook de effecten van slagschaduw op het hele recreatiegebied Gaasperplas is ten onrechte niet in beeld gebracht. Bisfenol A Bisfenol A (BPA) is een problematische, chemische stof die in de turbinewieken zit en vrijkomt door slijtage in de vorm van microplastic. BPA heeft gevolgen voor de voortplanting en immuniteit en is kankerverwekkend in een groot gebied. Volgens RIVM moet de huidige Europese norm heroverwogen worden voor een veilige blootstelling. In het Plan-MER ontbreekt een volledig onderzoek naar de gevolgen van BPA, hierbij hoort ook de BPA-afgifte en de potentiële gevolgen voor (zwem)water. 29 Verwezen wordt naar: – E en heldere afstandsnorm is veilig | NLVOW –S  econd Opinion onderzoek afstandsnormen windturbines (nlvow.nl)

59

Nota van Beantwoording

Trillingen Trillingen veroorzaakt door windturbines kunnen, in samenhang met laagfrequent geluid, Vibroakoestische ziekte of evenwichtstoornissen, ook andere chronische klachten zijn gevolgen van trilling, zoals chronische hoofdpijn, tinnitus, drukgevoel op de oren, angstgevoelens. Trillingen verstoren zowel de wakkere als de slaaptoestand. Indieners zijn van oordeel dat het onderzoek van Plan-MER worden de gevolgen van trillingen op de gezondheid worden gebagatelliseerd. Lichthinder Indieners zijn van oordeel dat de gevolgen van lichthinder door rode knipperende lichten op bewoners ten onrechte niet zijn onderzocht. De knipperende lichten hebben een stroboscopisch effect en dit effect kan epilepsie opleveren. Wijze van meten/berekenen Er moet uitgegaan worden van het geluid op een dag met veel wind, niet van een gemiddeld geluid­ niveau. Het plan-MER klopt niet en is misleidend, want geluidsoverlast speelt juist bij harde wind. Het gaat vaker hard waaien in Nederland. Bovendien waait het juist in de nacht vaak op de grond niet en op hoogte hard. De berekeningen moeten daarom uitgaan van 3 windsituaties, nl. Windstil, gemiddelde wind en harde wind, zowel overdag als ‘s nachts. In Nederland is ervaring met gevolgen op de gezondheid van windturbines met een tiphoogte rond de 200 meter, bijvoorbeeld windparken Spui, Ospeldijk, N33, de Rietvelden en Swifterband.

Gebleken is dat er meer klachten zijn dan op basis van de berekeningen te verwachten is. Uitgaan van de gegevens in praktijksituaties geeft een beter beeld dat berekeningen op basis van modellen (en Lden). Indieners geven aan dat de praktijkervaringen betrokken moeten worden het onderzoek en de resultaten van de berekeningen zo nodig te kalibreren. Straling van kabels Indieners zijn van oordeel dat in het plan-MER onterecht geen onderzoek is gedaan naar de kabel­ verbindingen die nodig zijn voor de ontsluiting van de windparken. De ondergrondse kabel­ verbindingen veroorzaken straling en de straling leidt tot gezondheidsproblemen. Andere onderzoeken/voorzorgsbeginsel Indieners zijn van oordeel dat turbines pas vergund kunnen worden als er wetenschappelijke zekerheid is dat nadelige gevolgen voor mens en dier zijn uitgesloten. Verslechteringen zijn niet toegestaan. Het voorzorgsbeginsel, artikel 191, Verdrag EU, moet worden toegepast. Dit voorzorgsbeginsel houdt in dat bedrijven en overheden maatregelen nemen wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor het milieu of de gezondheid. Het gaat om activiteiten waarbij de beschikbare wetenschappelijke gegevens wel indicaties geven voor een risico, maar nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs beschikbaar is over de aard of omvang van een risico.

Het voorzorgsbeginsel is een van de uitgangspunten van de Omgevingswet.30 Studie van Pedersen en Waye (2004) toont aan dat geluidsoverlast door windmolens kan leiden tot hinder en slaapverstoring bij omwonenden. Zelfs huisartsen zijn bang voor de gevolgen voor de gezondheid.31

30 Verwezen wordt naar: –O  nderzoek naar laagfrequent geluid is nog niet afgerond (zie onderzoek RUG, 27-02-2024) . Zie ook de brief aan de gemeente uit 2021 ondertekend door 104 medisch specialisten. –S  chadelijk voor mens en dier, onderzoek 2018 Wageningen University (WUR) –V  olgens Europese richtlijn 2001, Strategische Milieu Beoordeling (SMB) zijn er aanzienlijke milieugevolgen. –D  e door NedZero uitgevoerde onderzoeken zijn niet onafhankelijk. Indiener smeekt om op de site van Windwiki te kijken en het onderzoek van Diederik Gommerts te lezen. –O  nderzoek van GGD Amsterdam en UKNoiseAssociation wijst uit dat afstand 2,5km tot woonwijken nodig is 31 Verwezen wordt naar: –P  edersen, E., & Waye, K. P. (2004). Perception and annoyance due to wind turbine noise—a dose–response relationship. *The Journal of the Acoustical Society of America*, 116(6), 3460-3470. [Link](https://asa.scitation.org/ doi/10.1121/1.1815091)

60

Nota van Beantwoording

Het RIVM dat advies geeft aan gemeentelijke GG&GD’s, heeft deze studies nog niet betrokken in haar advies over windmolens. Gemeentelijke GG&GD’s werken daarom niet met de meest recente informatie uit de wetenschap. Uit berichten rond Noorder IJ-plas volgt dat er blijkt dat er nieuwe richtlijnen komen van de RIVM. Uit onderzoeken in Denemarken en Duitsland, en Leids Universitair Medisch Centrum (J. de Laat) volgt een afstandsnorm voor windmolens hoger dan 50 meter: 10x de hoogte van een windturbine, dus windmolen van 150 meter, afstandsnorm bedraagt 1500 meter Arcadis heeft in opdracht van het ministerie onderzoek gedaan naar afstandsnormen en de gezondheidseffecten. Dat onderzoek is niet onafhankelijk. 32

Overwegingen college Gezondheid algemeen Het aantal zienswijzen over de impact van windturbines op de leefomgeving en de gezondheid toont de zorgen die Amsterdammers hierover hebben. Het college overweegt naar aanleiding van deze zienswijzen het volgende. –H  oen, B., Wiser, R., Cappers, P., Thayer, M., & Sethi, G. (2011). Wind energy facilities and residential properties: The effect of proximity and view on sales prices. *Journal of Real Estate Research*, 33(3), 279-316. [Link](https://www. researchgate.net/publication/251713320_Wind_Energy_Facilities_and_Residential_Properties_The_Effect_of_Proximity_ and_View_on_Sales_Prices) –H  arding, G., Harding, P., & Wilkins, A. (2008). Wind turbines, flicker, and photosensitive epilepsy: Characterizing the flashing that may precipitate seizures and optimizing guidelines to prevent them. *Epilepsia*, 49(6), 1095-1098. [Link] (https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1111/j.1528-1167.2007.01495.x) –W  indturbine syndroom, onderzoek van Nina Piermont, Wind Turbine Syndrome, A Report on a Natural Experiment (2009) en studie Michael Nissenbaum, –K  inanya Pijl: Wind Turbine Noise Effect on Human’s Health and Well-being. The European Human Right Perspective.

(2012) (Bron: https://burenvanlageweide.nl/haalbaarheid/wind-turbine-syndrome#:~:text=Dr.,Engels%20’Wind%20 Turbine%20Syndrome’ .) 32 Zie: –h  ttps://nederwind.nl/wp-content/uploads/2021/12/Overheid-veroorzaakt-chaos-met-ongeldige-vergunningen-voorwindparken.pdf (slager keurt zijn eigen vlees!) –h  ttps://www.windwiki.nl/windmolens-maken-wel-degelijk-ziek-toepassing-voorzorgsbeginsel-en-beter-onderzoekzijn-nodig/ –h  ttps://www.windwiki.nl/wp-content/uploads/2022/02/Windwiki-overzicht-gezondheidsonderzoek.pdf –h  ttps://magazines.rijksoverheid.nl –h  ttps://www.quietparks.org/quiet-research –h  ttps://www.rivm.nl/windenergie/onderzoek-naar-blootstelling-responsrelatie-windturbinegeluid-en-hinder-enslaapverstoring –h  ttps://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5580555/ –h  ttps://open.overheid.nl/repository/ronl-99fab69596db54bf4fb7a21f6cc442436f4b42fa/1/pdf/22235250bijlage-1rapport-verkenning-van-opties-voor-gezondheidsonderzoek-rond-windturbines-rivm.pdf en update 2023 – Medisch contact van 18 januari 2021, “Windmolens maken wel degelijk ziek” –W  ind Wiki – Hier maken artsen het medisch onderzoek naar windturbines voor iedereen toegankelijk –2  0220216-Zienswijze-Windwiki-op-de-NRD.pdf – Brief van de voormalige minister voor Klimaat aan de Tweede Kamer, 6 juli 2022, https://open.overheid.nl/

repository/ronl-1ecaafc8f5724d9f3b9a7e4f9334399c15f4b152/1/pdf/hernieuwbare-energie-op-land-en-regionaleenergiestrategieen.pdf –h  ttps://youtu.be/-CajhPDAY7A?feature=shared –S  teeds meer zorgen over gezondheidsrisico’s windmolens, RIVM begint expertisecentrum (nos.nl) – Brandbrief aan de gemeenteraad, maart 2021, advies van 100 artsen en paramedici: stopzetten huidige plannen totdat resultaten van nieuw onderzoek bekend zijn. – Onderzoek gemeente Eindhoven inzake de aankoop van landgoed ‘De Wielewaal’ waaruit volgt dat de investering voor de aankoop van het landgoed en de openstelling daarvan voor het publiek gezondheidstechnisch en daarmee kostentechnisch een gezonde businesscase zijn. –h  ttps://www.vpro.nl/argos/lees/onderwerpen/windmolens/2020/onhoorbaar-geluid-schadelijk-voor-gezondheid. html#:~:text=Moderne%20windturbines%20produceren%20samen%20met,meter%20zo’n%2028%20dB –H  oeveel geluid maakt een windmolen? | Pure Energie (pure-energie.nl) –G  eluidsoverlast door windmolens: dit is wat Zembla erover ontdekte - Zembla - BNNVARA –S  lagschaduw bij windenergie op land (rvo.nl)

61

Nota van Beantwoording

Het wetenschappelijk onderzoek naar de relatie tussen windturbines en gezondheid tot 2020 is samengevat door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)33 en het RIVM34. Daarnaast wordt de meest recente literatuur bijgehouden.35 Hieruit volgt geen wetenschappelijk bewijs voor een directe relatie tussen gezondheidsrisico’s en windturbines. Daarbij wijst het college op een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2019:2629, herzieningsverzoek Windpark Noord-Beveland). De Afdeling overweegt dat publicatie van het WHO-onderzoek van 10 oktober 2018 niet tot een andere uitspraak leidt over de bestendige lijn: ‘er is geen aantoonbare relatie tussen gezondheidseffecten en windturbines. De aanbevelingen van de WHO zijn algemeen van aard en er volgt niet uit dat een windturbinepark leidt tot (geluids)overlast die de betrokkenen in ernstige mate in hun gezondheid treft of belet in hun woongenot of hun privé- of gezinsleven.’ Wel staat vast dat hinder die mensen ondervinden van windturbines indirect gezondheidsklachten kan veroorzaken. Uit wetenschappelijk onderzoek volgt dat geluid en visuele effecten van windturbines, zoals slagschaduw en het zicht hebben op, kunnen leiden tot (ernstige) hinder.

Windturbines produceren ook laagfrequent geluid, maar er is geen bewijs voor het effect van laagfrequent geluid op de gezondheid anders dan het voor het midden- en hoogfrequente deel van het geluidsspectrum van windturbines. Het college merkt op dat bij hinder fysieke, persoonlijke en contextuele factoren een rol spelen. De gezondheidseffecten van windturbines zijn in beeld gebracht zonder dat onderscheid naar leeftijd is gemaakt. Het college is bekend met onderzoeken waaruit volgt dat langdurige blootstelling aan omgevingsgeluid een negatief effect kan hebben op de gezondheid van kinderen. Deze onderzoeken betreffen echter geen windturbinegeluid en er is sprake van hoge tot zéér hoge geluidbelasting (boven 55 dB Lden). Dit geluidsniveau ligt aanzienlijk hoger dan de geluidbelasting door windturbines. Er is geen onderzoek beschikbaar naar effecten van windturbinegeluid op de hinderbeleving of slaapverstoring van kinderen. Het college ziet, gelet op de hoogte van het door de windturbines veroorzaakte geluidsniveau, geen aanleiding om voor kinderen aanvullende normen te stellen.

Voor gezondheidseffecten veroorzaakt door trillingen is geen wetenschappelijk bewijs.,Hetzelfde geldt voor aandoeningen als ‘vibro-akoestische ziekte’ en ‘windturbinesyndroom’ als ook voor de ligging van windturbines in parken en natuurgebieden in relatie tot de gezondheid van mensen die deze parken en natuurgebieden gebruiken. Opgemerkt wordt dat de aanwezigheid van windturbines in een natuurgebied niet per definitie betekent dat het onmogelijk is daar te recreëren. Advies expertgroep De expertgroep gezondheid heeft in april 2022 advies uitgebracht op verzoek van de gemeente. De expertgroep heeft geadviseerd een grenswaarde van 45 dB Lden te gebruiken en waar mogelijk te streven naar 42 dB Lden. Het college volgt het advies van de expertgroep en met die insteek is ook de keuze voor de zoekgebieden gemaakt. De keuzes in het PWA zijn in lijn met het advies van de expertgroep gezondheid. Het college wil aansluiten bij het advies van de WHO (en de expertgroep gezondheid windturbines) en alleen gebieden aanwijzen waar aan een geluidsnorm van 45 dB Lden op geluidgevoelige objecten kan worden voldaan. Aantal gehinderden In het plan-MER zijn de gevolgen voor geluid ongeacht de gemeentegrens onderzocht, aan de hand van geluidcontouren vanaf de onderzoeksopstellingen. Voor wat betreft de zienswijzen over gemiddelde woonbezetting verwijst het college naar hetgeen hierover in par.

2.1 is vermeld.

33 https://www.who.int/europe/publications/i/item/9789289053563 34 https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2020-0214.pdf 35 https://www.rivm.nl/windenergie/literatuur-windturbines-en-gezondheid

62

Nota van Beantwoording

Geluid Ten aanzien van een vaste afstandsnorm, wijst het college op het onderzoek dat Arcadis (19 april 2022) in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft gedaan naar afstandsnormen bij windturbines36. Daarin zijn ook de normen in andere Europese landen bekeken. Daaruit blijkt dat er geen landen zijn waar alleen een afstandsnorm geldt. Daar waar de reden voor de afstandsnormen kon worden achterhaald zijn deze vooral ingesteld om de visuele impact van de windturbines te beperken. Arcadis concludeert dat een afstandsnorm vooral helpt tegen visuele hinder en niet tegen overlast door geluid of slagschaduw. Hiervoor heeft een vaste afstandsnorm geen toegevoegde milieuwaarde. Milieugevolgen kunnen immers verschillen afhankelijk van de fysieke omstandigheden rond een windturbine. Of toch een vaste afstandsnorm in de landelijke windturbinenormen vastgesteld gaat worden, is een politieke keuze. In de ontwerp landelijke windturbinenormen was twee keer de tiphoogte voorgesteld. Voor toekomstige vergunningen of wijzigingen omgevingsplan zal daarmee rekening gehouden moeten worden met het dan geldende regime. Overigens reikt de 45 dB Lden doorgaans verder dan twee keer de tiphoogte van de turbine. In de zienswijzen zijn vele afstandsnormen voorgesteld variërend tussen de 500 meter en 5 kilometer.

Het college vindt het belangrijk om omwonenden te beschermen tegen nadelige milieugevolgen, zoals door geluid en slagschaduw op woningen, en heeft daarom gekozen om de afstand te koppelen aan de daadwerkelijke geluid- en slagschaduwbelasting, en geen vaste afstandsnormen aan te houden bij het aanwijzen van gebieden voor grootschalige opwek van windenergie. De gehanteerde geluidcontour bij het aanwijzen van de gebieden is uitgedrukt in dB Lden. De gehanteerde dosismaat is de Europese standaard voor omgevingslawaai en wordt in Nederland ook gehanteerd voor luchtverkeerlawaai, weg- en railverkeerlawaai. Een Lden-norm is geschikt om de geluidbelasting van een bron die continue geluid produceert te bepalen en houdt rekening met specifieke aspecten, zoals windsnelheid, bodemreflectie en absorptie. Ook zijn bekende dosishinderrelaties uitgedrukt in dB Lden, zodat een betere voorspelling kan worden gegeven van de te verwachten hinder dan wanneer een andere norm, bijvoorbeeld de momentane norm Laeq, eerst moet worden omgerekend. Laagfrequent geluid Windturbines veroorzaken laagfrequent geluid en zoals bij ‘gezondheid algemeen’ reeds is aangegeven, is niet wetenschappelijk bewezen dat laagfrequent geluid tot negatieve effecten op de gezondheid leidt. In dit verband wijst het college op het deskundigenbericht bij de uitspraak Windpark Avri Uitspraak 201706637/1/R6 - Raad van State.

Daarin staat dat in het RIVM uitgebrachte rapport “windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden”, is geconcludeerd dat indien aan de in artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit milieubeheer vermelde normen kan worden voldaan voldoende bescherming wordt geboden tegen laagfrequent geluid. Een norm in dB Lden omvat het hele geluidsspectrum, dus ook het laagfrequent geluid. Naar aanleiding van de vele vragen van omwonenden over laagfrequent geluid, is bij het plan-MER een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd (zie ook: technische bijlage plan-MER, paragraaf 3.2.4.6). Hiermee is het laagfrequente geluid van verschillende typen windturbines onderzocht. De analyse laat zien dat bij sommige typen het laagfrequente geluid een aandachtspunt kan zijn voor de dichtstbijzijnde woningen. Bij het maken van het plan-MER en PWA is de exacte locatie van de windturbines nog niet bekend. Bij een concreet initiatief zal vervolgonderzoek naar laagfrequent geluid uitgevoerd worden. Het feit dat deze verdiepingsslag nog niet in het plan-MER is gebeurd, betekent niet dat het plan-MER geen goede vergelijking tussen zoekgebieden kan maken. In de toelichting bij het Ontwerpbesluit windturbines leefomgeving, waarin de nieuwe landelijke windturbinebepalingen in ontwerp bekend zijn gemaakt, is de Staatssecretaris ingegaan op tonaal laagfrequent geluid.

Tonaliteit is extra hinderlijk en mag niet voorkomen in windturbinegeluid. Als tonaliteit toch wordt aangetoond is sprake van afwijking. De Staatssecretaris werkt een aan 36 https://open.overheid.nl/documenten/ronl-0b664dbf19b17e8adeff1020970a84586e0cb213/pdf

63

Nota van Beantwoording

meetmethodiek en een handhavingsnorm voor tonaal laagfrequent geluid die worden opgenomen in de Ministeriële regeling bij de Omgevingswet. Vooralsnog lijkt het te gaan om een toeslag van 5 dB als tonaliteit optreedt. Actueel onderzoek In artikel 16.5 van de Omgevingswet is geregeld dat het bevoegd gezag bij het nemen van een besluit in ieder geval gebruik kan maken van rapporten met gegevens, onderzoeken of inventarisaties die niet ouder zijn dan twee jaar. Deze eis is opgenomen in de wet omdat de staat van het milieu of bijvoorbeeld de staat van instandhouding van een beschermde soort niet permanent gelijk blijft. Ook kan er sprake zijn van overige ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, zoals overige ruimtelijke ingrepen of ingrepen in een watersysteem. Om die reden hebben onderzoeken waarin die staat van de leefomgeving een rol speelt, een houdbaarheidstermijn. Er kan echter ook gebruik worden gemaakt van onderzoeken of gegevens die ouder zijn als wordt onderbouwd dat deze gegevens nog voldoende actueel zijn.37 Voor inzicht in de hinder door het geluid van windturbines is in het plan-MER onderzoek van Jansen et al uit 2008 gebruikt. Dit is een standaard werkwijze die voor elk windpark in Nederland wordt toegepast. Sinds 2008 is de markt voor windturbines volop in beweging en zijn nieuwe windturbines groter geworden.

Indieners wijzen hierop en vrezen dat hogere turbines ook meer geluid maken, en dat het onderzoek uit 2008 daarom niet meer van toepassing zou zijn. De hoogte van een windturbine hangt echter niet direct samen met de hoeveelheid geluid die een turbine maakt. Technische ontwikkelingen maken het mogelijk om stillere turbines te produceren. Daarnaast moet bij de daadwerkelijke toestemming voor een turbine aan een maximale geluidsnorm voldaan worden. De relatie tussen geluid en hinder is in 2016 opnieuw onderzocht in Canada38. Het resultaat van dat onderzoek is goed vergelijkbaar met het onderzoek van Jansen uit 2008. Aanpassing van de methode om de verwachte hinder in beeld te brengen is daarom niet nodig. Dat neemt niet weg dat het belangrijk blijft om ontwikkelingen in de tijd te volgen. Het RIVM onderzoekt opnieuw de relatie tussen geluid en hinder voor de Nederlandse situatie. De resultaten van dat onderzoek zal het college ter harte nemen. Cumulatie of optelling van geluid Om een realistisch beeld te krijgen van de geluidssituatie in een gebied is in het plan-MER gekeken wat de actuele geluidssituatie van een gebied is en wat de windturbines daaraan toevoegen. Hierbij zijn de cumulatieve geluidseffecten beoordeeld.

In dit onderzoek is geluid vanwege scheepvaartverkeer en hoogspanningsmasten niet meegenomen omdat dit zeer plaatselijke bronnen zijn en overwegend van ondergeschikt belang. Indien op uitvoeringsniveau deze bronnen een belangrijke rol spelen, kunnen deze in vervolgonderzoek worden betrokken. Zie ook paragraaf 3.3.1.2 van het Plan-MER. Slagschaduw Indieners geven aan dat het ontwerp-PWA en het plan-MER zich beperken tot geluid om effecten op de gezondheid in beeld te brengen. De nadruk ligt inderdaad op de effecten van geluid, maar ook slagschaduw is in beeld gebracht. Het college begrijpt de vrees voor slagschaduw die door windturbines wordt veroorzaakt. Hoe hinderlijk slagschaduw wordt ervaren, verschilt per persoon en per situatie. Vooral slagschaduw die door de ramen naar binnen valt wordt als hinderlijk ervaren, daarom heeft het college normen voor slagschaduw voor de woning vastgesteld. Slagschaduw met een frequentie beneden 2,5 Hz leidt niet tot verhoogde kans op epileptische aanvallen of andere gezondheidsklachten. Door de lage omwentelingssnelheden van moderne grote 37 Zie in dit verband bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 juni 2024 over Windpark Elzenburg-De Geer, ECLI:NL:RVS:2024:2496. 38 D. S. Michaud, L. Marro en J.

McNamee, „The association between self-reported and objective measures of health and aggregate annoyance scores toward wind turbine installations,” Canadian Journal of Public Health, Canada, 2018

64

Nota van Beantwoording

windturbines treden dergelijke frequenties niet op. (een typische moderne windturbine heeft een omwentelingssnelheid van 12 omwentelingen per minuut, wat neerkomt op 0,6 bladpassages per seconde, oftewel 0,6 Hz). Desalniettemin heeft het college in het Programma Wind Amsterdam voorgesteld voor andere gebieden dan het Havengebied een strengere norm dan de landelijke norm volgens de (conceptregelgeving) te verplichten. Deze afweging wordt op projectniveau gemaakt. Het opleggen van een strengere norm leidt tot opbrengstverlies voor de exploitant. Het belang van de omwonenden om niet met slagschaduw geconfronteerd te worden, zal worden afgewogen tegen het verwachte opbrengstverlies vanwege een strengere norm. Bisfenol A Bisfenol A is een weekmaker die wordt gebruikt om verschillende soorten plastics te maken, zoals polycarbonaat en epoxyhars. Deze plastics komen voor in een groot aantal uiteenlopende alledaagse producten, zoals verf, elektronica, verpakkingsmateriaal van voedsel, speelgoed, autobanden en medische hulpmiddelen. Epoxyhars wordt ook gebruikt om windturbinebladen te versterken. Tijdens de productie wordt het Bisfenol-A volledig omgezet in epoxyhars. Er kunnen echter restsporen van Bisfenol A in windturbine aanwezig zijn.

Er is geen reden om aan te nemen dat Bisfenol A door erosie van windturbinebladen in hoeveelheden in het milieu terecht komt die invloed hebben op de gezondheid. Trillingen en lichthinder Voor een reactie op de zienswijze betreffende trillingen en lichthinder wordt in eerste instantie verwezen naar ‘Gezondheid algemeen’. Opgemerkt wordt dat trillingen zijn beperkt en alleen meetbaar in de directe omgeving van een turbine. Verlichting kan nodig zijn uit veiligheidsoverwegingen en heeft geen relatie met onze gezondheid. Wijze van berekenen Het geluidseffect van windturbines is berekend. Met metingen kunnen geen voorspellingen over het te verwachten geluid worden gedaan, want de posities van de windturbines zijn nog niet bepaald en ook het type windturbine staat nog niet vast. De te plaatsen windturbines worden de uitgangspunten van het PWA in acht genomen. Bij een concreet project zal berekend worden hoe hoog het geluid op de gevel van de woningen zal zijn. Voor de wijze van berekenen wordt verwezen naar het planMER, paragraaf 3.2.2. ‘rekenmethode’. Voor het vaststellen van het PWA is het detailniveau van de berekeningen voldoende. Overigens is bij de vergelijking van de zoekgebieden gekeken naar het verschil tussen de jaargemiddelde geluidbelasting en de maximale geluidbelasting als het hard waait.

Hieruit is gebleken dat dit verschil voor alle woningen ongeveer hetzelfde is, een dergelijke aanpak levert geen andere resultaten op voor de vergelijking van zoekgebieden. De in de zienswijzen voorgestelde verfijningen zijn niet nodig. Straling kabels Straling van kabels valt buiten de reikwijdte van het plan-MER en PWA. Andere onderzoeken, voorzorgsbeginsel Het voorzorgsbeginsel is gecodificeerd in artikel 191 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en beoogt een degelijke milieubescherming in het geval van een risico. In de praktijk strekt het voorzorgsbeginsel zich uit tot onder meer de gezondheid van mensen, planten en dieren. De Europese Commissie heeft in een mededeling (EUR-Lex - 52000DC0001 - EN - EUR-Lex (europa.eu) ) het voorzorgsbeginsel verklaard. Het voorzorgsbeginsel wordt toegepast in het kader van een risicoanalyse en risicobeheersing in de uitvoeringsfase. Volgens artikel 3.3, Omgevingswet, wordt in de omgevingsvisie rekening gehouden met het voorzorgsbeginsel.

65

Nota van Beantwoording

Het voorzorgsbeginsel dat bij het ontbreken van algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten vereist niet, dat op grond van enkele andere publicaties, waarin een mogelijk verband wordt gelegd tussen windturbines en gezondheidsklachten, van de vaststelling van dit programma moet worden afgezien. Met het uitvoeren van de onderzoeken en het opstellen van het plan-MER is voldoende vastgesteld dat het aanwijzen van gebieden voor een windturbine(park) niet leidt tot ernstige of onomkeerbare schade. De zienswijzen leiden niet tot wijzigingen

2.5

Natuur

Quotes uit zienswijzen “Volkstuintjes, van rafelrandjes tot ecologische paradijsjes” “Ik ben een paar keer per jaar ooggetuige van hoe de natuur lijdt onder de festivals in de omgeving. Wat er gebeurt als de turbines er komen zal vele malen erger zijn.” “Alles van waarde is weerloos”

Zienswijzen Natuur algemeen De energietransitie is belangrijk maar mag niet te koste gaan van natuur en groen. Volgens indieners is in de onderzoeken over de gevolgen van windturbines op de natuur geen rekening gehouden met de korte en lange termijn effecten van geluid op dieren. Ook is onvoldoende gewicht toegekend aan gevolgen van lichtvervuiling (door waarschuwingslampjes), vervuiling door bisfenol A (BFA) en windval voor het leefgebied van diersoorten zoals vogels en vleermuizen, waaronder diverse rode lijst soorten. In het Plan-MER is sprake van onderrapportage: tot 1000 individuen van kwetsbare winter volgens, tot 100 broedparen van kwetsbare vogelsoorten. Het plan-MER is gebaseerd op modellen en databestanden het plan-MER moet, volgens indieners, uitgebreid worden met feitelijke gebiedskennis. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van lokale kennis over de gebieden. Windmolens leiden tot vernietiging van natuurlijke habitats, verlies aan biodiversiteit, vogelsterfte door wieken, barotrauma (sterfte) van vleermuizen, en volgens Duits onderzoek (F. Trieb) dragen windmolens sterk bij aan insectensterfte. Indieners merken op dat het draaien van wieken zorgt voor verdroging van de natuur. In het plan-Mer hoort een routekaart van alle vogelvluchten opgenomen te worden.

Regenwormen zijn trillinggevoelig en hebben een cruciale rol in verschillende bodemprocessen en ze zijn van groot belang voor het ecosysteem. Ook andere bodemdieren, zoals ringslangen, padden en kikkers ondervinden nadelen van de trillingen van windturbines. Dit feit is bekend sinds 2021 en toch ontbreekt dit in het Plan-MER. In het plan-MER worden de effecten van windturbines op trekvogels volgens het SOVON rapport 2021/09 één-op-één aangehaald. De effecten uit het SOVON rapport op populaties broedvogels worden genegeerd. Diemerscheg, Holendrecht en Haven scoren hoog op de kans dat de turbines een negatief effect hebben op de populatie broedvogels, resp, 56%, 56% en 56%. Hierdoor geeft het planMER een eenzijdig beeld. In de Plan-MER is de tijdelijke en permanente schade summier in beeld gebracht. Tijdelijke schade kan aanzienlijk zijn. Schade tijdens de aanlegfase door zwaar transport naar de bouwlocatie, aanleggen van tijdelijke bouwwegen, trillingen bij bouwwerkzaamheden en aanleggen funderingen. Naarmate de bouwlocatie verder van geschikte wegen is gelegen, des te groter de schade voor de natuur.

66

Nota van Beantwoording

De cumulatieve effecten van de gevolgen van windturbines op natuurgebieden en ecologische verbindingszones moeten inzichtelijk worden gemaakt Indieners concluderen dat het Plan-MER onvolledig en op verschillende punten tekort schiet. Op grond hiervan wordt ten onrechte geconcludeerd dat er geen nadelige effecten voor de natuur zijn te verwachten. Volgens indieners verstoren windmolens de rust en de schoonheid van recreatie- en natuurgebieden. Trekbeweging van vogels en vissen worden verstoord en dat betekent onbalans in het bestaande ecosysteem. In de aangewezen gebieden is een vogeltrekroute (Knooppunt Holendrecht). Naast de directe schade door de windturbines, zal ook schade veroorzaakt worden door bijvoorbeeld de toegangswegen (voor onderhoud) en door ondergrondse kabels. De schade voor de natuur tijdens de bouwfase is onderbelicht. BeSI-rapport Voor een uitritvergunning moet al een BeSI-rapport overlegd worden over aanwezige beschermde diersoorten op de stoep, een BeSI-rapport lijkt voor de aangewezen groene gebieden te ontbreken. Europese regelgeving Indieners zijn van mening dat het plan is in strijd met de recente aangenomen Europese Natuurherstelwet, vanwege gevolgen voor biodiversiteit en milieu door aanleg en draaiende houden, en op termijn afbreken en afvoeren van de turbines.

TAC-advies Indieners merken op dat de TAC in september 2020 negatief oordeelde over het plaatsen van windturbines in de Hoofd Groen Structuur en bij het referendum stemden de mensen in Amsterdam voor meer groen en voor de bescherming van het bestaande groen. Gebieden Gaasperplas en Waternet In deze gebieden komen lepelaars, putters, ijsvogels, vossen, ooievaars, hazen en konijnen voor. De rode lijst soorten: krooneend, nachtegaal, nonnentje, keep, ransuil, komen voor in Gaasperplas en zijn niet meegenomen in de beoordeling. Het onderzoek naar natuurwaarden is niet compleet . In par. 3.6.2.10 Zoekgebied 5C: Gaasperplas is vermeld dat twee van de turbines in het gebied binnen NNN gebied liggen. De derde beoogde turbine op het recreatiestrand nabij de surfclub is volgens indiener ook binnen NNN gelegen. Uit par. 3.8.4.9 Lichthinder blijkt volgens indiener dat de onderzoekers niet goed geïnformeerd zijn over het gebied. Vlakbij de turbines in zoekgebied 5B en 5C is namelijk een donker gebied voor voor de fauna. De openbare verlichting is zo laag mogelijk gehouden. Twee knipperende hoge masten zou desastreus zijn. Holendrecht Zoekgebied Holendrecht ligt in/bij de ecologische verbindingszone en NNN gebied. Natuurgebied Hoge Dijk en Golfbaan, Landje van Geijsel (oksel A9 en A2) lijkt niet in het onderzoek te zijn betrokken.

Het Landje van Geijsel is een broedgebied voor beschermde vogels. Aanwezige soorten: spechten, groenlingen, sijsjes, puttertjes en alle soorten mezen, soorten die meestal in Afrika en soms Zuid-Europa overwinteren en hier broeden (bosrietzangers, kleine karekiet, gewone rietzanger, snorren, sprinkhaanzager, rietgors, koekoek, goudvink, goudhaantje, vuurgoudhaantje, blauwborst, ijsvogel), roofvogels en uilen (ransuilen, kerkuilen, buizerds, haviken, sperwer, slechtvalk, torenvalk, boomvalk), passanten van Natura 200 naar Natura 2000 (lepelaars, aalscholver, alle soorten ganzen, kraanvogel, zeearend, grutto, regenwulp) overwinteraars (smieten). De onderbouwing uit Plan-MER, natuurwaarden minder hoog ontbreekt. De rijkdom aan van Hoge Dijk aan soorten vogels, amfibieën, reptielen en planten is overweldigend. In Plan-MER is dit niet benoemd. Adviezen van natuurorganisaties en expertgroep over deze locaties zijn niet positief.

67

Nota van Beantwoording

Gein Het zoekgebied Gein is een voormalige ecologische hoofdstructuur, door de plaatsing van een windturbine zal de natuur onherstelbaar beschadigen. In par. 3.6.2.9 Zoekgebied 5B: Weesperkarspel/Gein staat volgens indiener een grote fout. Er staat nl. dat het dichtstbijzijnde NNN-gebied op ca. 320 m afstand van het zoekgebied ligt en dus buiten de verstoringszone van 200 m. Het zoekgebied grenst volgens indiener echter bijna aan NNN-gebied aan de oostzijde. Tussen NNN en zoekgebied ligt alleen een leidingentracé van ca. 90 meter breed. Andere fout is dat in het MER ten onrechte staat dat het zoekgebied inclusief overdraai niet binnen weidevogelgebied/verstoringsafstand van 200 m en ganzenfoerageergebied/verstoringsafstand van 500 m ligt. Ganzen vliegen over van Gaapserplas naar de weidegebieden. Ganzen en weidevogels rusten/foerageren in het gebied tussen zoekgebied en het riviertje Gein. Dit is door indiener onderbouwd met een foto van een zwerm ganzen in een winters landschap. De conclusies ten aanzien van soortenbescherming (vogels en vleermuizen) worden onderschreven, en daaruit blijkt volgens indiener dat het om een waardevol natuurgebied gaat waar een windturbine niet in past. Indiener is het niet eens met de constatering in het PWA (blz. 34) dat de ecologische gevolgen bij Weesperkarspel beperkter zijn dan in andere gebieden.

In het plan-MER is immers Weesperkarspel afgevallen in het alternatief Natuur. Indiener is het ook niet eens met de beoordeling van gevolgen op ecologie in het plan-MER. Gevolgen op NNN moet één – zijn ipv nul, omdat een toegangsweg door NNN nodig zal zijn. Effecten op ganzenfoerageergebied moet ook – ipv 0 zijn (foto idem als zienswijzen ook alinea hierboven) Diemerscheg Het zoekgebied Diemerscheg is (nabij) NNN gebied. De ecologische waarde is van groot belang. Er loopt een vleermuizenroute langs het Amsterdam-Rijnkanaal, die mogelijk negatief beïnvloed wordt. Bij de volkstuinen is de ringslag aangetroffen. De Diemerscheg is aangelegd ter compensatie van de aanleg van de A1 en de A9 (natuurcompensatiegebied). Het belang van groene scheggen voor Amsterdam werd al aan het begin van de vorige eeuw onderkend, in de het Algemene Uitbreidingsplan 1934. De afgelopen twee jaar is hard gewerkt aan nieuwe natuur in de Diemerscheg. Het project ter voltooiing van NNN is in 2023 afgerond. Er zijn meer dan 60 vogelsoorten in de Diemerscheg, waarvan acht op de rode lijst. Vanwege compensatiegebied met natuurwaarden is het gebied niet geschikt voor windturbines. Noorder IJ-Plas De ecologische verbinding tussen de Noorder IJ-plas, het Twiske, Oostzanerveld, Ilperveld, Varkensland en het ten westen gelegen natuurpark Vijfhoekpark is niet beoordeeld in het Plan-MER.

Vogels en vleermuizen vliegen tussen natuurgebied Spaarnewoud en Polder Westzaan en Nauernase Venen. Maatregelen Indieners stellen verschillende maatregelen voor de bescherming van de natuur. Voorgesteld wordt een sensor op de windturbine die ervoor zorgt dat als een vogel nadert de wieken stoppen met draaien. De natuur Diemerscheg kan gecompenseerd worden door Diemerbos, Gaasperplas en Brasapark te integreren en beter bereikbaar te maken. Indieners bevelen aan de wieken zwart te verven voor een betere zichtbaarheid voor vogels en vleermuizen. Andere onderzoeken Indieners verwijzen in zienswijzen naar de volgende onderzoeken en rapporten van deskundigen: • Onderzoek universiteit Wageningen: https://www.klimaatfeiten.nl/maatregelen/milieu-aspecten/ fauna • https://www.deruigehof.nl/ • https://amsterdam.notubiz.nl/document/9947344/2/Raadsadres%20Natuurver_%20de%20 Ruige%20Hof%20draagvlak%20zoekgebieden%20windmolens

68

Nota van Beantwoording

• https://openresearch.amsterdam/image/2022/5/16/advies_expertgroep_windturbines_en_natuur.pdf • https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/oproep-natuurorganisaties-aan-res-noord-hollandalternatief-nodig-voor-wind-en-zon-in-natuur • https://www.itarch.nl/megaturbinesGein/Herziende%20brief%20natuurorganisaties%20zon%20 en%20wind%20De%20Ronde%20Venen-1.pdf • https://energieregionh.nl/app/uploads/2022/04/Randvoorwaarden-Advies-RES-KlankbordgroepNatuur-en-Landschap-4-4-22.pdf • Onze deelgebieden - Over - Groengebied Amstelland (groengebied-amstelland.nl) • https://www.uva.nl/content/nieuws/persberichten/2024/07/radars-laten-vogeltrek-en-risico-opaanvaring-met-windturbines-zien.html?origin=C7qo0vSuQiCeMfPYaosIew • Paint it black: Efficacy of increased wind turbine rotor blade visibility to reduce avian fatalities - May 2020 - Ecology and Evolution - Wiley Online Library • https://waarneming.nl/locaties/7323/photos/ https://nsojournals.onlinelibrary.wiley.com/doi/ full/10.1111/oik.08166 • https://www.noord-holland.nl/Actueel/Archief/2023/Juni_2023/Onthulling_herdenkingsbord_ werkkamp_Betlem_en_afronding_werkzaamheden_Diemerbos • https://www.noordholland.nl/Onderwerpen/Natuur/Projecten/Herinrichting_Diemerscheg/Over_het_ project • https://nsojournals.onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1111/oik.08166 • https://www.amsterdam.nl/projecten/diemerscheg/projecten/ •

https://research.rug.nl/files/212582519/Oikos_2021_Velilla_Vibrational_noise_from_wind_energy_ turbines_negatively_impacts_earthworm_abundance.pdf

Overwegingen college Het plan-MER stelt niet dat er geen effecten zijn. Voor concrete vergunningprocedures zal uit locatiespecifiek vervolgonderzoek moeten blijken dat kan worden voldaan aan de eisen uit de wet op het gebied van beschermde soorten en gebieden. Daarbij zal ook veldonderzoek voor zowel vogels als vleermuizen moeten worden uitgevoerd. Een BeSI-rapport is minder uitvoerig en gedetailleerd als het ecologisch onderzoek dat ten grondslag ligt aan de Plan-MER. Ten behoeve van het Plan-MER is alle op dat moment beschikbare informatie van beschermde soorten geraadpleegd (o.a. NDFF en Amsterdamse data en kennis) en uitvoerig getoetst aan mogelijk negatieve effecten door windenergie. Naast data-analyse betreft dit ook het raadplegen van (stads)ecologen en soortexperts. De beheerder van BeSI (Bij12) geeft dan ook op zijn website aan dat BeSI “vooral gebruikt wordt voor werkzaamheden op kleine schaal. Bijvoorbeeld werkzaamheden aan en rondom het huis en in de tuin. Mede daarom heeft de locatie die u kunt kiezen een oppervlakte van maximaal 100 x 100 meter. Gaat het om werkzaamheden voor een groter project of in een natuurgebied? Dan kan onderzoek door een deskundige nodig zijn, bijvoorbeeld een ecoloog of iemand met kennis van soorten.

Niet alle beschermde soorten zitten in BeSI, maar wel de ongeveer 400 soorten die het meest relevant zijn voor de werkzaamheden waarvoor BeSI is te gebruiken.” In het PWA staat omschreven dat een initiatief grondig wordt getoetst aan de geldende natuurwetgeving en – beleid. Tijdens initiatief-/vergunningsfasen voor windenergie is uitvoeriger ecologisch (veld)onderzoek noodzakelijk dan de BeSI kan bieden. Alle op dat moment beschikbare natuurdata en kennis in relatie tot windenergie zal dan onderdeel moeten uitmaken van de analyse en toetsing. Er zijn diverse mitigerende maatregelen mogelijk bijvoorbeeld het stilzetten van de windturbines op momenten van verhoogde activiteiten binnen de rotorzone door insecten, vogels en/of vleermuizen. Wetenschappelijk onderzoek en monitoring zijn de basis voor het goed kunnen inregelen van deze ‘stilstand’, omwille van minimale risico’s voor dieren en een optimale energieopbrengst. Windturbines hoeven niet stilgezet te worden als de omstandigheden in theorie geschikt lijken voor

69

Nota van Beantwoording

vleermuizenmigratie, maar dat in de praktijk blijkt dat er geen activiteit is doordat vleermuizen nog onderweg zijn of al gepasseerd zijn. af en toe stilzetten. Het college volgt en stimuleert daarom de (inter)nationale kennis- en beleidsontwikkelingen, én jurisprudentie aangaande de ecologische inbedding van windinitiatieven en zal voortschrijdende kennis over mitigerende maatregelen meenemen in opvolgende toetsing van Amsterdamse windinitiatieven. Als uit onderzoek blijkt dat deze maatregelen nodig en mogelijk zijn, dan zullen ontwikkelaars van windturbines wettelijk dergelijke maatregelen moeten inbouwen. Dit zal dan tevens door bevoegd gezag als eis worden opgenomen in de te verlenen vergunning. Natuur is overal aanwezig; in de stad, in de stadsranden tot ver daarbuiten in grote natuurgebieden. Vanaf het maaiveld (en daaronder) tot kilometers hoog in de lucht. In elke windrichting van Amsterdam is bijzondere natuur, en het plaatsen van windturbines (of andere energiebronnen) heeft overal effecten op natuur. Windturbines leveren nergens (enkel39) een positieve impact op natuur. Niet in de Amsterdamse stadsranden, maar ook niet in de polder of de Noordzee. Nadelige effecten op en verandering voor natuur is overal en onontkoombaar.

Gemeente Amsterdam zet daarom in op een natuurinclusieve energietransitie, waar negatieve effecten op natuur beheersbaar en in balans blijven tot onze behoefte naar het winnen van energie. Wetenschappelijk onderzoek en innovaties om dierlijke slachtoffers te reduceren, zoals het radaronderzoek van de UvA, zijn essentieel om een volgende stap te zetten in de natuurinclusieve energietransitie, waar windenergie onderdeel van is. Over het verzoek om per zoekgebied gebruik te maken van lokale kennis overweegt het college het volgende. Voor effectanalyse natuur is het gebruik van lokale kennis essentieel. Dit betreft zowel de natuurdata (waarnemingen) gekoppeld aan de geografische gebieds-/windontwikkelingen (o.a. via NDFF en natuurdata gemeente Amsterdam), maar ook de lokale kennis van en deskundigheid over natuur (verspreiding, gedrag) van (stads)ecologen en soortexperts in relatie tot windenergie. Dit betreft gebruik van bestaande kennis en de ontwikkeling van nieuwe inzichten en kennis, zoals het radaronderzoek van de UvA. In Plan-MER-fase was dit laatste onderzoek nog niet beschikbaar, maar vanaf de vervolgfasen is ook dit onderzoek met bijbehorende data en inzichten beschikbaar en bruikbaar voor vervolganalyses en afwegingen. De toepasbaarheid van dit onderzoek zal zich de komende jaren verder blijven ontwikkelen.

Gemeente Amsterdam zal deze kennisinnovaties blijven volgen en stimuleren, én de relevante uitkomsten (laten) toepassen. De ligging van (delen van) aangewezen zoekgebieden in Natuurnetwerk Nederland betekent een zwaardere onderzoeks- en compensatieopgave. Het kan blijken dat plaatsing in deze gebieden toch op onoverkomelijke hordes stuit. In dat geval gaan de windturbines niet door. De zienswijzen leiden niet tot wijzigingen

39 bij plaatsing van windturbines kan de voet natuurinclusief worden ingericht, waardoor extra schuil- en/of verblijfplaatsen gerealiseerd kunnen worden voor lokale grond- en/of watergebonden fauna. Hierbij dient echter wel rekening te worden gehouden met het ongewenst aantrekken van soorten (insecten) onder een windturbine die onder specifieke omstandigheden omhoog de wieken in vliegen, met andere op hen jagende soorten (vogels en vleermuizen) in hun kielzog. In de nadere uitwerking van zoeklocaties zal een landschapsecologische analyse hier meer inzicht in moeten geven. Een uitkomst kan dan ook zijn dat specifieke compenserende maatregelen op enige afstand van de windturbine worden getroffen.

70

Nota van Beantwoording

2.6

Landschap

Zienswijzen40 Volgens het Plan-MER hebben windturbines een ‘landmark-waarde’. Indieners zijn van oordeel dat windturbines geen enkele waarde hebben voor het landschap, sterker het landschap zal ingrijpend veranderen en er zal horizonvervuiling optreden. De aanwezigheid van deze grote structuren zal het uitzicht en esthetische waarde verminderen. Kleinere windturbines in grotere aantallen zijn beter inpasbaar in het landschap en leveren gezamenlijk evenveel op. Indieners zijn van oordeel dat de visualisaties geen reëel beeld geven van de effecten van een windturbines op het landschap. Een visualisatie van een windturbine op een afstand van 350 meter van een woning is een realistische weergave van de effecten van een windturbine op het landschap. Indieners hebben in de zienswijzen foto’s meegestuurd van windturbines op de ware afstand van woningen. Deze foto’s zouden, volgens indieners, betrokken moeten worden bij de beoordeling van de effecten op het landschap. Visualisaties van Gaasperplas en Weesperkarspel ontbreken ten onrechte, zodat landschappelijke effecten van die gebieden op het omliggende cultuurhistorische Geinlandschap natuur en bebouwing niet beoordeeld kunnen worden. Indieners wijzen op het addendum plan-MER WOL NH, waarin wordt aanbevolen visualisaties te maken.

Indieners geven aan dat windturbines het UNESCO-werelderfgoed aantasten en de status als werelderfgoed verloren kan gaan. Landschappelijke waarden zijn vastgelegd in Bijzonder Provinciaals Landschap en in de Omgevingsverordening NH2022. Indieners zijn van mening dat het plaatsen van windturbines in strijd met beschreven waarden is. Volgens indieners zijn het cultuurlandschap, met onder meer het scheggenlandschap, de lijnstructuren en ook de hoogspanningsverbindingen niet over de gemeentegrens, van het Gein-gebied en de Gaasperzoom onvoldoende of niet gewogen in het PlanMER. Indieners merken op dat voor bij is gegaan aan de afspraken over de gemeentelijke herindeling, besluit Tweede Kamer der Staten-Generaal nr. 20328, vergaderjaar 1987 – 1988. Hierin is o.a. op blz. 10 vastgelegd dat: ….” verlegging van de grens tussen de gemeenten Abcoude en Amsterdam in het Geingebied uit landschappelijk oogpunt aanbeveling verdient. Immers door het gehele Gein met beide oevers onder een gemeente te brengen, kan er eenheid van beleid worden bereik, hetgeen de instandhouding van het waardevolle natuurgebied ten goede zal komen”.

Gelet op eerdere besluit van de provincie om geen vergunning te verlenen voor het plaatsen van windturbines vanwege beschermde waarde van de Hollandse Waterlinie, waarbij de afstand van de windturbine (tiphoogte 155 m) tot de beschermde zone 5,4 km bedroeg, verwachten indieners dat de vergunning voor deze gebieden geweigerd zal worden. De windturbines bevinden zijn hoger (tiphoogte 212 m) en bevinden zich op een afstand van 3,4 km (knooppunt Holendrecht), 0,89 km (Weesperkarspel) en 1,9 km (Gaasperplas). 40 Indieners verwijzen naar volgende onderzoeken, publicaties en regelgeving: –h  ttps://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Bijzonder_Provinciaal_Landschap/Documenten/ Bijzonder_Provinciaal_Landschap_32_landschappen_en_kernkwaliteiten.pdf –h  ttps://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR703568/#cmp_7 –g  oogle.com/url?sa=t&source=web&rct=j&opi=89978449&url=https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/ Cultuur_en_Erfgoed/Hollandse_Waterlinies/Beleidsdocumenten/Gebiedsanalyse_Hollandse_Waterlinie_SvA_Noord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14800450/1