Bijlage 6 Natuurkwaliteitsplan, Antea Group, 8 november 2024
Tekst van het document
blad 23 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Aanleggen vissenbossen
Figuur 4-8: Kaart met de locaties voor de vissenbossen in zone 3 (KuiperCompganons).
blad 24 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Aanleggen vissenbossen
Figuur 4-9:Overzicht focusgebieden (geschikte locaties) voor verschillende typen maatregelen (inspiratiedocument, Provincie Utrecht)). Keuzes/ Vervolgstappen
Bron
➢
In het inspiratiedocument is de legakkerstructuur bij de A2 afzonderlijke benoemd. Hier dient aangesloten te worden bij de ontwikkelingen in de Vinkeveense plassen. Dat betekent ook hier dat beheer op orde is. Hierbij wordt voldoende rekening gehouden met aanwezige steltlopers. Dit gebied ligt echter buiten de plangrens en maatregelen in dit gebied vormen daarom geen onderdeel van de meerwaarde maatregelen. ➢ In de omgevingsverordening en de verplichte voorwaarden voor natuurvriendelijke oevers rekening houden met de wens om meer legakkers, met natuurontwikkeling als doel, te creëren dan in de huidige situatie aanwezig zijn. ➢ De locaties met vissenbossen houden de waterbestemming. Er mag niet bebouwd worden (geen bouwrechten). ➢ Er moeten geschikte locaties bepaald worden voor het plaatsen van vissenbossen. ➢ Aantal aan te brengen vissenbossen moet worden bepaald ➢ Afstemming met Waternet en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht over de locaties van de te herstellen legakkers. ➢ Planning uitvoering vaststellen. ➢ Bron van de takkenbossen bepalen: alleen snoeiafval (is er inzicht of dat aanbod voldoende is) of ook andere bronnen takken toepassen. Inspiratiedocument, Natuurplan, Landschaps- en stedenbouwkundig plan
blad 25 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
5.
Maatregelen die overwogen worden Sommige maatregelen vormen geen vast onderdeel van de meerwaarde-benadering maar kunnen relatief eenvoudig meegenomen worden, zoals de aanleg van fauna uittreedplaatsen, of kunnen alsnog overwogen worden, zoals de realisatie van schuilplaatsen voor de otter. Hierin is al voorzien in ’t Meertje (als onderdeel van de inrichting van de compensatiegronden) (zie NNN-rapport bij het bestemmingsplan).
5.1
Aanleg fauna uittreedplaats
Aanleg fauna uittreedplaatsen (FUB) Koppeling met inspiratiedocument VP • Voor de landzones van de resterende delen (buiten de legakkers nabij Botshol, N201, kades nabij Geuzensloot, legakkers bij de A2) geldt dat de mogelijkheden voor natuurontwikkeling beperkt zijn. Kleine ontwikkelingen als (beplanting met inheemse vegetatie en) het zo natuurvriendelijk mogelijk inrichten van oeverzones hebben lokaal wel plaatsgevonden. OmLangs de legakkers is deels traditionele harde beschoeiing aanwezig in de vorm van een plank die 20-30 cm schrijving boven water uitsteekt. Deze is niet natuurvriendelijk. De overgang tussen land en water is voor diverse maatregel dieren een echte hindernis om het water uit te komen. De realisatie van natuurvriendelijke oevers (zie paragraaf 4.2) verbetert de toegankelijkheid van de oevers voor diverse diersoorten omdat de overgang van land naar water geleidelijk gaat. Waar een natuurvriendelijke oever niet mogelijk is en beschoeiing wordt aangebracht, zijn specifieke hulpmiddelen noodzakelijk. Ook als legakkers een natuurlijke vegetatie hebben, zijn ze niet voldoende bruikbaar voor bijvoorbeeld de krooneend als ze een houten beschoeiing hebben. Een fauna uittreedplaats is een plek in de beschoeiing waar een mogelijkheid is gemaakt voor dieren om uit het water te klimmen.
Deze fauna uittreedplaatsen zijn er vooral op plekken die verticaal zijn zoals bij beschoeiing. Een eenvoudige optie is de faunatrap (zie figuur 5-1), die aan de buitenzijde van de beschoeiing wordt aangebracht. Een faunatrap heeft een eenvoudig ontwerp: schuin oplopende plankjes, vaak met ribbels, om dieren de kans te geven op de oever te klimmen. Verkeerd ontworpen trapjes bieden watervogels wel een uitgang, maar werken onvoldoende voor niet-waterdieren. Juist egels, hazen, vossen en dergelijke dieren hebben deze uitgangen nodig (flyer hoogheemraadschap Delfland).
Figuur 5-1: Voorbeeld faunatrap (Natuurplan).
blad 26 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Aanleg fauna uittreedplaatsen (FUB)
Doel
Waar
Keuzes/ Vervolgstappen
Bron
De gemeente gaat deze maatregelen niet verplichten, maar wel extra aandacht voor vragen. Het betreft daarmee een zeer gewenste actie (die weinig inspanning/€ kost….). Per kavel ziet de gemeente graag dat er 1 a 2 fup’s worden gerealiseerd. Dieren krijgen de mogelijkheid om uit het water te klimmen. Watervogels rusten of poetsen de veren. (Kuikens van) Krooneenden en andere eenden en amfibieën kunnen dan gemakkelijk dekking zoeken onder de begroeiing van de legakkers. Insect kunnen hun vleugels laten opdrogen. Er zijn er nu al zo’n 200. Op plekken waar geen natuurvriendelijke oever wordt toegepast, met name in zone I, II, III: • Gekoppeld aan inheemse beplanting. • Zo ver mogelijk van de bebouwing op de legakker af ➢ Ook in zone X toepassen waar geen natuurvriendelijke oever mogelijk is ➢ Vooral toepassen waar het echt nodig is, dus bijvoorbeeld niet waar al wilgentenen toegepast worden -> check aanvraag omgevingsvergunning ➢ Goed ontwerp uitwerken (voorbeeld in figuur 5-1 is relatief eenvoudig te realiseren) ➢ Nagaan op welke plekken een fup effectief is. Het is belangrijk dat alle functies van de mogelijke locaties en de omgeving in beeld worden gebracht. ➢ Van tevoren draagvlak nagaan/creëren bij legakkereigenaren. De succeskans van de maatregel wordt beïnvloed door de welwillendheid van de gebruikers/aanwezigen.
➢ Borging in regulier onderhoud regelen Natuurplan (Buizer & Van Helsdingen, 2019), Landschaps- en stedenbouwkundig plan
blad 27 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
5.2
Realisatie schuilplaats otter
Realisatie schuilplaats otter Koppeling meerwaardemaatregel aan visie uit het inspiratiedocument VP: de plassen vormen het leefgebied voor de otter. OmVolgens de richtlijnen van de zoogdiervereniging is een otterholt niet nodig als er voldoende dekking aanwezig schrijving is. Dat zou in het Meertje meer dan voldoende aanwezig moeten zijn. maatregel
Naast de locatie in ‘t Meertje kan ook elders op legakkers in de Vinkeveense Plassen een (kunstmatige) verblijfplaats voor de otter geplaatst worden (zie als voorbeeld figuur 5-2).
Figuur 5-2: Toelichting otterholt (Witte, 2018).
Doel
Een alternatief is om de otterholt aan te leggeen met restmateriaal uit de omgeving. De regio coördinator otter van de Zoogdiervereniging heeft in friesland mooie en goed werkende otterholts aangelegd op verschillende plekken met restmateriaal uit de omgeving. De otter is waargenomen in de buurt van de Vinkeveense Plassen en zou zich de komende jaren kunnen vestigen in de Vinkeveense Plassen. In de natuur zijn schuilplaatsen van de otter vaak tijdelijke plekken omdat de dekking verdwijnt, holen instorten of hout verrot. In het gebied bevinden zich op dit moment bijna tot geen natuurlijke holtes en schuilplekken langs de oevers die zouden kunnen dienen als verblijfplaats voor de otter. Deze situatie kan opgevangen worden door de plaatsing van een kunstmatige schuilplaats. Een schuilplaats van een otter heet een otterholt. Er zijn goed ervaringen met het aanbieden van die kunstmatige schuilplekken maar ook veel verschillende bouwsels (zie bijvoorbeeld https://otterholt.nl voor een voorbeeld van een kunstmatige otterholt die duurzaam is en ook werkt, en figuur 5-2). Waar het droog is, kan ook eikenhout afkomstig uit Nederland gebruikt worden en op vochtige plekken worden gerecyclede pvc-buizen gebruikt. Deze materialen gaan lang mee en voorkomt de noodzaak van reparatie zodat er geen verstoring plaats vindt.
blad 28 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Realisatie schuilplaats otter Koppeling meerwaardemaatregel aan visie uit het inspiratiedocument VP: de plassen vormen het leefgebied voor de otter. Waar In zone III en/of zone X Keuzes/ Vervolgstappen
Bron
➢
Eerst noodzaak van plaatsing van kunstmatige schuilplaatsen onderzoeken. Otters zijn nu nog niet aanwezig en mogelijk vormt het bieden van (de aan te leggen) natuurvriendelijke oevers voldoende natuurlijke schuilplekken. Bovendien is het een fundamentele keuze of er actief maatregelen worden genomen om de otter richting de Vinkeveense plassen te lokken of de verspreiding op natuurlijke wijze zal plaatsvinden. ➢ Bij keuze voor aanbieden kunstmagie schuilplaats: o Zorgvuldige locatiekeuze; locatie moet voldoende beschutting in de omgeving bieden o Aantal te plaatsen otterholts bepalen, het aantal zal ook mede worden bepaald door het aantal geschikte locaties Natuurplan (Buizer & Van Helsdingen, 2019)
blad 29 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
5.3
Realisatie vleermuistoren
Realisatie vleermuistoren Koppeling meerwaardemaatregel aan visie inspiratiedocument VP: geen OmEen vleermuistoren is een vleermuisverblijf voor grote aantallen vleermuizen bestaat uit allerlei verschillende schrijving ruimtes die ieder hun eigen klimatologische omstandigheden hebben. Aan de binnenzijde zijn diverse maatregel wegkruipmogelijkheden aanwezig en kunnen vleermuizen tevens vrij hangen. Voorbeelden van dergelijke torens zijn weergegeven op Figuur 5-3. Een impressie van de opbouw van een dergelijke toren is weergegeven op Figuur 5-4.
Figuur 5-3: Impressie vleermuistorens (Goirle en Tiel) (Antea Group, 2021).
Figuur 5-4: Functioneel ontwerp vleermuistoren (Antea Group, 2021). Doel
Ruige en gewone dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis, meervleermuis, rosse vleermuis en baardvleermuis zijn vleermuissoorten die een voorkeur hebben voor waterrijke en/of beboste terreinen. Aangezien in de Vinkeveense Plassen naast opgaande beplanting ook enkele grotere water- en
blad 30 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Realisatie vleermuistoren moeraselementen aanwezig zijn, is dit gebied een geschikt vleermuisbiotoop en ook geschikt als locatie voor een vleermuistoren. Waar Zone III of Zone X. Vleermuizen hebben een voorkeur voor halfopen landschappen met veel structuur en kleine landschapselementen, dus bij locatiekeuze kiezen voor een locatie met opgaande beplanting in directe omgeving. Potentieel gunstige locaties zijn ook eiland 6 of langs de geuzensloot langs de N201 op 1 van de legakkers. Keuzes/ ➢ Keuze maken of deze maatregel wordt uitgevoerd. Zo ja, regelen budget voor realisatie en onderhoud, Vervolgkeuze voor locatie(s) en keuze uitvoeringswijze. stappen ➢ Tip DGV: maak van De Plashoeve een vleermuistoren. Bron Provincie Utrecht
blad 31 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
5.4
Stimuleren openbaar vervoer en fiets
Stimuleren openbaar vervoer en fiets Koppeling meerwaardemaatregel aan visie uit inspiratiedocument VP: Inspiratiedocument VP: • belang om uitstraling van licht en geluid door verkeer te beperken OmHet is niet wenselijk dat de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt binnen het schrijving recreatiegebied leiden tot een verkeerstoename. De opgestelde mobiliteitsvisie biedt twee alternatieven maatregel voor de auto: openbaar vervoer en de fiets.
Doel
Waar
Het stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en/of de deelfiets kan een alternatief bieden voor de auto. Nabij de Vinkeveense plassen liggen verschillende bushaltes op fietsafstand van het recreatiegebied. Het is nog niet mogelijk om bij deze bushaltes een huurfiets mee te nemen. De buslijnen 126 en 130 worden verder ontwikkeld tot hoogwaardige OV-verbindingen. Als U-liner gaan deze lijnen meer frequent rijden (4 tot 6 keer per uur). Dit gebeurt vanaf de nieuwe concessie (2025). Eind 2022 worden de buslijnen 126 en 130 wel versneld. Voor een verdere ontwikkeling van het openbaar vervoer als goed alternatief voor de auto is de ontwikkeling van deelmobiliteit (zoals leenfietsen bij de bushaltes) onontbeerlijk. Minder verkeer leidt tot minder verstoring door geluid en minder stikstofemissie. Minder stikstofemissie leidt tot een lagere stikstofdepositie op de stikstofgevoelige hooi-/veenmosrietlanden/galigaanmoerassen en hoogveenbossen in de VP en het nabijgelegen N2000-gebied Botshol De mobiliteitsmaatregelen en parkeerplaatsen zijn op figuur 5-5 weergegeven.
Figuur 5-5: Ligging parkeerplaatsen en mobiliteitsmaatregelen (Bron: GC. 2021) Keuzes/ Vervolgstappen Bron
➢
Er zijn voorstellen geformuleerd in het verkeersonderzoek. Er zal nader onderzocht moeten worden welke maatregelen worden uitgevoerd en wanneer? Hier zullen dan besluiten over genomen moeten worden? Mogelijk zijn hier ook afspraken nodig met OV-aanbieder oid. Verkeersonderzoek t.b.v. Bestemmingsplan
blad 32 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
5.5
Parkeerregulering
Parkeerregulering Koppeling meerwaardemaatregel aan visie uit inspiratiedocument VP: zie paragraaf 5.4 OmHet is niet wenselijk dat de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt binnen het schrijving recreatiegebied leiden tot een verkeerstoename. De opgestelde mobiliteitsvisie biedt twee alternatieven maatregel voor de auto: openbaar vervoer en de fiets. Een manier om recreanten te stimuleren is de invoering van parkeerregulering. Parkeerregulering stimuleert bezoekers om gebruik te maken van (gratis) parkeervoorzieningen aan de randen van het recreatiegebied. Daar kan overgestapt worden op ander vervoersmiddelen (fiets, boot). Parkeerregulering kan m.b.v. parkeerschijfzones, betaald parkeren of vergunningen voor vaste gebruikers. Betaald parkeren maakt de noodzakelijke handhaving financierbaar en stimuleert recreanten om gebruik te maken van een gewenste parkeervoorziening.
Bron
Om tijdens piekmomenten parkeeroverlast in het openbaar gebied te beperken wordt een vorm van parkeerregulering ingevoerd. In het parkeeronderzoek zijn - per locatie - de oplossingsrichtingen in kaart gebracht die kunnen bijdragen aan een verbetering in de toekomstige situatie. Daarnaast kan ook het invoeren van betaald parkeren mensen stimuleren om voor een andere vervoerswijze dan de auto te kiezen. Minder verkeer leidt tot minder verstoring door geluid en minder stikstofemissie. Minder stikstofemissie leidt tot een lageren stikstofdepositie op de stikstofgevoelige hooi-/veenmosrietlanden/galigaanmoerassen en hoogveenbossen in de VP en het nabijgelegen N2000-gebied Botshol Locaties zijn Zandeiland 4, Baambrugse Zuwe, Parkeerterrein Winkelpolder, Molenkade en Plaswijk, Herenweg en Achterbos, Vinkenkade en Groenlandsekade ➢ Er zijn voorstellen geformuleerd. Nader onderzoeken welke maatregelen worden uitgevoerd en wanneer. ➢ Wel of niet betaald parkeren invoeren. ➢ Besluiten nemen. ➢ Maatregel communiceren (relatie met communicatietraject. Verkeersonderzoek t.b.v. Bestemmingsplan
5.6
Invoeren bootverbinding
Doel
Waar Keuzes/ Vervolgstappen
Invoeren bootverbinding Koppeling meerwaardemaatregel aan visie uit inspiratiedocument VP: zie paragraaf 5.4 OmEen manier om recreanten te stimuleren om de auto te parkeren aan de rand van het gebied is om vanaf schrijving eiland 1 een bootverbinding te realiseren. Deze bootverbinding heeft naast een recreatieve belevingswaarde maatregel ook een gunstig effect op de parkeerregulering als het gebruik van de Baambrugse Zuwe en Vinkenkade. Doel Minder verkeer leidt tot minder verstoring door geluid en minder stikstofemissie. Minder stikstofemissie leidt tot een lageren stikstofdepositie op de stikstofgevoelige hooi-/veenmosrietlanden/galigaanmoerassen en hoogveenbossen in de VP en het nabijgelegen N2000-gebied Botshol Waar Eiland 1 - plangebied Keuzes/ ➢ Afspraken maken met ondernemers die een dergelijk bootverbinding kunnen exploiteren Vervolg➢ Besluiten nemen om bootverbinding in te stellen. stappen ➢ Mogelijkheid duidelijk communiceren (relatie met communicatietraject) Bron Verkeersonderzoek t.b.v. Bestemmingsplan
blad 33 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
6.
Literatuur Antea Group, 2022. KRW-toets Vinkeveense Plassen. Memo, versie 30 september 2022. Antea Group, 2021. VDMA terrein Eindhoven; bouwstenen voor het omgaan met de gewone dwergvleermuis, huismus en gierzwaluw. Arcadis, 2020. Maatregelen uitvoeringsplan Natuur. Conceptversie 29 januari 2020. Buizer, J.D. & A.A. van Helsdingen, 2019. Natuurplan Vinkeveense plassengebied; Op naar natuurlijk waterplezier!. Bureau Waardenburg. Helsdingen A.A. van, Y. van de Witte, S. Messemaker, 2024. Inrichtings- en beheerplan ’t Meertje 24-037. Waardenburg Ecology, Culemborg. Klemann, C., het Meertjes beheertypen Natuur. Provincie Utrecht, Memorandum, 13 september 2022. Kos. G., 2022. Inspiratiedocument Natuur Vinkeveense plassen. In opdracht van de Provincie Utrecht. Arcadis. KuiperCompagnons, 2023. Vinkekveense plassengebied. Landschaps- en Stedenbouwkundig plan. Spikmans, F., F. Smith, J. Kranenbarg & A. de Bruin, 2018. Kansen voor de kwabaal in het Vinkeveense Plassen gebied. Kwaliteit leefgebieden en geschikte herstelmaatregelen, RAVON. De Winter, A.-E.,2011. Woontoren voor vleermuizen Ten Boersterbos. Natuur en Landschap blz 28 -30. November 2011 Witte, C., 2018. Toelichting Otterholt. Vereniging Nederlands Cultuurlandschap, juli 2018. In het kader van het Interreg project De Groen Blauwe Rijn Allianti.
Link maar BIJ12 https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/ Informatie over het natuurtype N05.03 Veenmoeras https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/n05moerassen/n05-03-veenmoeras/ Informatie over het natuurtype N10.02 Vochtige hooiland https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/n10vochtige-schraalgraslanden/n10-02-vochtig-hooiland/ Standaard kostprijzen natuurbeheer 2023 https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2022/08/Vastgestelde-SKP-Natuur-en-Landschap-2022-subsidie2023.pdf Subsidietarieven beheerjaar 2023 natuur https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2022/08/Subsidietarieven-SNL-beheerjaar-2023-inclusieftoeslagen.pdf
blad 34 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Bijlage 1 Inspiratiedocument natuur Vinkeveense Plassen (Arcadis, 2022)
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Bijlage 1 Inspiratiedocument natuur Vinkeveense Plassen (Arcadis, 2022)
Inspiratiedocument Natuur Vinkeveense plassen Provincie Utrecht 20 september 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
Contactpersoon GIJS KOS Senior adviseur ecologie
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland
2
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
Inhoudsopgave Inleiding
4
Aanleiding
4
Gebruikte informatie
5
Inspiratiebeeld: de natuur in het plassengebied in 2033
8
Uitgangspunten en leidende principes voor natuur
8
Vertaling naar ontwikkeling van het plassengebied
10
Landgebonden natuur
11
Ondiepe delen en land-waterovergangen
12
Open water
14
Bronnen
17
Bijlagen Bijlage A : Relevante beleidskaders
18
Bijlage B : Huidige situatie
22
Bijlage C : Beschrijving natuurbeheertypen
29
Colofon
38
3
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
Inleiding Aanleiding De Vinkeveense Plassen zijn de grootste aaneengesloten openwateroppervlakte van de provincie Utrecht. In de Provinciale Omgevingsvisie van de zijn de volgende waarden en functies voor dit gebied opgenomen: hoge cultuurhistorische en landschappelijke waarde, bovenlokaal recreatieterrein en onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Doorontwikkeling van natuur is voor iedereen van belang, omdat het samenhangt met de landschappelijke waarden, maar ook de recreatieve waarde van het gebied vergroot. Het behoud van de cultuurhistorische waarden van het gebied – in de vorm van de aanwezige legakkers – is weer van belang voor de natuur en de waterkwaliteit. Zo komen de verschillende belangen in dit gebied samen en zijn met elkaar verbonden. De provinciale ambities voor natuur zijn op hoofdlijnen: • een robuust, klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteit; • Binnen en buiten NNN, in zowel landelijke als stedelijk gebied, is er in 2050 een gunstige staat van instandhouding van beschermde en bedreigde flora en fauna en is de biodiversiteit ten opzichte van 1990 toegenomen; • De natuur heeft een hoge belevingswaarde en er is een grote maatschappelijke betrokkenheid bij natuur.
Het voorliggende inspiratiedocument is een doorvertaling van de ambities die de provincie in haar Omgevingsvisie heeft opgenomen voor de Vinkeveense Plassen, specifiek toegespitst op de natuurwaarden en -potenties. Als zichtjaar is daarbij 2033 gehanteerd – het jaar waarin het nieuwe bestemmingsplan Plassengebied naar verwachting zal aflopen. Bovendien is er met dit zichtjaar sprake van een termijn van 10 jaar, waarin natuur zich ook echt kan ontwikkelen. De aanleiding voor dit document is tweeledig: 1. De uitwerking van de meerwaardebenadering voor het Natuurnetwerk Nederland die op grond van de Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht uitgewerkt moet worden om de ontwikkelingen mogelijk te kunnen maken die worden beoogd met het nieuwe bestemmingsplan voor de Vinkeveense Plassen (bestemmingsplan Plassengebied), dat door Gemeente De Ronde Venen wordt voorbereid; 2. de aangenomen motie van Provinciale Staten op 23 maart 20221, om beter in kaart te brengen in welke mate er echt meerwaarde voor natuur behaald kan worden bij toepassing van de meerwaardebenadering. Bij het creëren van meerwaarde ligt de focus op het versterken van de kwaliteit van de natuur en de samenhang en verbinding van natuur in het plassengebied met andere gebieden behorende bij het NNN.
Daarnaast vraagt de meerwaardebenadering ook om een oppervlaktecompensatie van delen van het NNN die door ruimtelijke ontwikkelingen – in dit geval het nieuwe bestemmingsplan voor het plassengebied – worden aangetast. In dit inspiratiedocument wordt alleen ingegaan op de onderdelen kwaliteit, samenhang en verbinding van de meerwaardebenadering. De compensatie van oppervlak aan NNN bij de beoogde ontwikkelingen in het nieuwe bestemmingsplan voor de Vinkeveense plassen dient door de gemeente De Ronde Venen zelf te worden uitgewerkt. Het doel van dit inspiratiedocument is om de lezer, de eigenaar, de omwonende, de recreant, de ambtenaar, de bestuurder en de politiek meer inzicht en inspiratie te geven hoe duurzame ontwikkeling van de natuur in de Vinkeveense Plassen kan worden ontwikkeld en geborgd. Bovendien wordt zo ook beter inzichtelijk waar en op welke wijze echt een meerwaarde voor de natuur gerealiseerd kan worden in dit bijzondere gebied. Op basis daarvan kunnen provincie en gemeente gezamenlijk verder werken aan de (natuur)ontwikkeling van het plassengebied.
Deels via de eisen die verbonden zijn aan de regelgeving voor NNN-compensatie via de meerwaardebenadering (kwantiteit, kwaliteit en verbinding) in het planproces voor het Bestemmingsplan Plassengebied, maar deels ook in het gezamenlijk met alle relevante partijen beheren en gebruiken van de Vinkeveense plassen in de toekomst.
1 Motie 30 Meerwaarde evalueren. Provinciale Staten van Utrecht, 23 maart 2022, betreffende het Statenvoorstel Vaststellen
Omgevingsverordening Provincie Utrecht 2022.
4
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
Gebruikte informatie De Provincie Utrecht heeft aan Arcadis gevraagd overzichtelijk en inspirerend in beeld te brengen welke kansen er voor natuur liggen en deze door te vertalen naar concrete maatregelen op hoofdlijnen. Dit op basis van de vele rapporten die samen met de omgeving al zijn opgesteld over de bestaande natuurwaarden, potenties voor natuur, visies en plannen.
3
2 4
1 Figuur 1: Overzicht van verschillende figuren die input hebben gevormd voor het inspiratiebeeld. 1: Zonering van maatregelen uit het rapport van Van Helsdingen & Buizer, 2018. 2: De toepassing van verschillende typen oever op de verschillende eilanden uit het rapport van Mur et al., 2018. 3: Kaart met de ligging van faunapassages van de provincie Utrecht. 4: Aanwezigheid en potentie voor krooneenden en kokmeeuwen uit Heemskerk & Dirksen, 2013.
De documenten die aan de basis liggen van dit inspiratiedocument zijn (zie voor schematisch overzicht ook Figuur 1): • Natuurbeheerplan 2022 van de provincie Utrecht (Provincie Utrecht, 2021b). Het Natuurbeheerplan beschrijft de beleidsdoelen en de subsidiemogelijkheden voor de ontwikkeling en het beheer van natuur en agrarische natuuren landschapselementen in de provincie, meest gelegen binnen het NNN. De provincie stelt de kaders voor de uitvoering van het natuur- en landschapsbeheer hiermee vast. Het Natuurbeheerplan geeft aan waar welke natuur aanwezig is en welke beheerdoelen hiervoor gelden. Daarnaast financiert de provincie een aanzienlijk deel van de kosten voor de ontwikkeling en het beheer van natuur door middel van subsidies aan beherende organisaties. Het Natuurbeheerplan vormt de basis voor de aanvraag van deze subsidies. • Natuurplan Vinkeveense Plassen (Van Helsdingen & Buizer, 2018): voor het Bestemmingsplan Plassengebied heeft Bureau Waardenburg een natuurplan gemaakt om de natuurdoelstellingen van het NNN en de Kaderrichtlijn Water (KRW) concreter te maken en te vertalen naar een inrichtingsvisie. Daarnaast is beschreven welke maatregelen mogelijk zijn in het kader van natuurontwikkeling.
• Naar natuurvriendelijke en veilige oevers van de zandeilanden in de Vinkeveense Plassen (Mur et al., 2018): Rapport van Natuurvereniging De Groene Venen waarin een onderbouwd voorstel wordt gedaan om harde beschoeiingen te vervangen met zachte overgangen (natuurvriendelijke oevers), als belangrijkste maatregel voor onderbouwing van potentiële natuurwaarden. Als positief neveneffect van deze maatregelen is demping van de golfslag in het gebied genoemd. • Quick scan flora- en fauna t.b.v. achterstallig beheer eilanden en legakkers Vinkeveense Plassen (GroenTeam, 2018): quick scan gericht op werkzaamheden die samenhangen met het vervangen van beschoeiingen rond de zandeilanden en enkele legakkers. Dit document is relevant vanwege de (beperkte en slechts gedeeltelijke) beschrijvingen van de natuurwaarden van onderdelen van het plangebied. • Ecologische quickscan ‘Onderzoek ten behoeve van bestemmingsplan Plassengebied’ (Arcadis, 2018): quickscan voor het bestemmingsplan van het plassengebied waarin de aanwezigheid van en mogelijke effecten op
5
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
•
• •
beschermde soorten zijn beschreven. Relevant vanwege (gedeeltelijke) beschrijving van de natuurwaarden van onderdelen van het plangebied. Natuurwaarden Vinkeveense Plassen en het belang van legakkers voor kenmerkende soorten (Heemskerk & Dirksen, 2013): memo waarin het belang van legakkers voor vogels wordt beschreven. Hierbij is bijzondere aandacht voor de krooneend en de kokmeeuw. Dit is relevant vanwege de specifieke informatie over met name de populatie krooneenden in het plangebied, beschreven door deskundige gebieds- en soortenkennis. Natura 2000-beheerplan Botshol (Provincie Utrecht, 2016): beheerplan voor het gebied Botshol dat in het noordwesten grens aan de Vinkeveense Plassen. Dit is relevant vanwege de beschrijving van de natuurwaarden van onder andere de Vinkeveense plassen. Resultaten flora- en faunakartering 2013 omgeving Mijdrecht (Dijk et al., 2014): kartering van natuurwaarden in de Vinkeveense Plassen en andere gebieden in de omgeving. Relevant vanwege inzicht in het vóórkomen van flora en fauna in het plangebied en de omgeving daarvan.
Huidige natuurwaarden en natuurbeleid In Bijlage B is een uitgebreide beschrijving van de huidige natuurwaarden in en om de Vinkeveense plassen gegeven, gecombineerd met een beschrijving van het natuurbeleid. Hieronder wordt een korte beschrijving van de belangrijkste aspecten gegeven, die tegelijkertijd een uitgangspunt vormen voor het inspiratiebeeld (hoofdstuk 3). Provinciaal Natuurbeheerplan richt zich op water en laagveenbos Vrijwel het gehele gebied van de Vinkeveense plassen is aangewezen als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), met uitzondering van enkele zandeilanden, legakkers en havens aan de oevers en de verkeersroutes met aanliggende bebouwing. De door de provincie aangewezen natuurbeheertypen in het plangebied zijn voornamelijk watergerelateerd: N04.02 ‘Zoete plas’ en N04.01 ‘Kranswierwater’. Op de zandeilanden betreft het met name soortenrijke graslanden: H12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en op enkele legakkers aan de randen van de plassen is ook sprake van bos: N14.02 Hoog- en laagveenbos en N16.03 Droog - of N16.04 vochtig bos met productie. De huidige kwaliteit van de natuurbeheertypen is voor het open water en delen van legakkers en zandeilanden als ‘goed’ beoordeeld, maar voor grote delen van met name legakkers geldt dat kwaliteiten van de natuur matig of slecht ontwikkeld zijn.
In en rond de Vinkeveense Plassen komen verschillende beschermde en bijzondere soorten voor. Het gebied is in het bijzonder van belang voor vogels (waaronder krooneend en zwarte stern), vleermuizen (als foerageergebied, onder meer de meervleermuis), kwabaal, platte schijfhoorn en bijzondere insectensoorten. Aandachtssoorten volgens het provinciale natuurbeleid zijn krooneend, kwabaal en de kokerjuffer Hydroptila tineoides. Hoewel ze nog niet voorkomen, heeft het gebied ook potentie voor de bever en de otter. Variatie is in het gebied beperkt aanwezig, ondiepe delen en moerasvegetaties ontbreken Zandwinning heeft gezorgd voor diversiteit in natuur – met name onder water. Zo komt een populatie kwabaal voor vanwege de grote waterdiepte en relatief lage watertemperatuur in de diepe delen. Daarnaast komen plaatselijk ook niet algemene onderwatervegetaties voor, zoals van kranswieren, fonteinkruiden en bronmos. In het plassengebied missen vooral geleidelijke overgangen van land naar water die juist voor moerasnatuur belangrijk zijn. De beschoeiingen om legakkers en zandeilanden vormen weinig natuurlijke oevers/land-waterovergangen. Door het overwegend recreatieve gebruik ontbreekt op veel plaatsen ook natuurlijke begroeiingen op de legakkers – met name richting de dorpskern van Vinkeveen – en zandeilanden. De floristische waarde is hierdoor momenteel beperkt.
Alleen in het zuidelijke en noordelijke deel van de Vinkeveense plassen komen redelijk natuurlijke vegetaties op nietbebouwde en niet voor recreatie gebruikte legakkers voor. De aanwezige natuurlijke vegetaties op legakkers en zandeilanden bestaan vooral uit bos, beperkt wat riet, natuurlijk grasland en inheems struweel.
6
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
Legakkers zijn medebepalend voor de natuurwaarden van de Vinkeveense plassen De Vinkeveense plassen zijn het resultaat van vervening en zandwinning. Het is een door de mens gevormd landschap, waar de veenresten langzamerhand verdwijnen door golfslag en veenafbraak. Dit proces is in het bijzonder van belang voor de legakkers: zonder onderhoud met ingrepen als beschoeiingen verdwijnen legakkers. In het grote open water zijn de legakkers de plaatsen waar verschillende soorten voorkomen. De legakkers vormen plaatsen waar vogels kunnen broeden zonder te veel verstoring, watervogels rusten in de luwte en vissen schuilen onder de overhangende vegetatie van oevers. De legakkers vormen tevens lijnvormige landschapselementen die van belang zijn voor vleermuizen. Daarnaast zorgen de legakkers voor demping van golfslag, wat onder bijdraagt aan beperking van zwevend stof in de waterkolom en aan mogelijkheden voor ontwikkeling van kranswieren en fonteinkruiden, met name in het noordwestelijke deel van het plangebied. De Vinkeveense Plassen staan niet op zichzelf De natuur binnen de Vinkeveense Plassen hangt samen met aangrenzende natuurgebieden als Botshol en Marickenland, maar ook met natuurgebieden die verder weg zijn gelegen en zijn verbonden met verbindingszones.
Ten zuiden van de Vinkeveense Plassen is sprake van veenweidegebied, met belangrijke natuurkwaliteiten als weidevogelgrasland. Verbindingen met de omgeving bestaan uit kleine verbindingszones langs watergangen. De Vinkeveense plassen hebben nog geen directe verbinding met bijvoorbeeld de Nieuwkoopse Plassen of de Oostelijke Vechtplassen aan de oostzijde van de A2. Het kerngebied waar de Vinkeveense Plassen onderdeel van uitmaken, was onderdeel van een robuuste ecologische verbinding tussen de Biesbosch en de randmeren. De Vinkeveense Plassen maken onderdeel uit van een groter moerassysteem tussen de Vechtplassen in het oosten en de meer westelijk gelegen Nieuwkoopse plassen. Gezien de functie van de Vinkeveense Plassen en de verbindingen met andere gebieden, is niet alleen positief voor de Vinkeveense Plassen maar ook voor de gebieden in de omgeving. Kaderrichtlijn Water: ecologische waterkwaliteit gaat goede kant op, maar is nog niet op het gewenste niveau De waterkwaliteit van de Vinkeveense plassen is over het geheel genomen goed, maar er wordt nog niet voldaan aan alle doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). De nutriëntenbelasting is nog te hoog.
Daarnaast zijn de relatief grote waterdiepte en de inrichting van het watersysteem met beperkte aanwezigheid van ondiepe (moeras)zones en geleidelijke land-waterovergangen beperkend voor de gewenste ontwikkeling van oever- en watervegetaties. Het ontbreken van deze vegetatiestructuren is medebepalend voor de nog als onvoldoende beoordeelde samenstelling van macrofauna (kleine waterdiertjes) in het water. De visstand, de algensamenstelling en het doorzicht worden (peiljaar 2021) zijn ‘goed’. De ontwikkeling van de ecologische waterkwaliteit heeft over de periode 2006-2019 een positieve trend, met uitzondering van de water- en oeverplanten, waar geen sprake is van een negatieve of positieve trend (gelijkblijvende situatie; Waternet, 2022). Het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht heeft voor de periode 2022-2027 een maatregelenpakket voor het verder verminderen van de fosforbelasting, bijvoorbeeld door het optimaliseren van waterstromen en de meststof fosfaat uit het water te filteren (defosfatering). Daarnaast zijn er maatregelen gericht op verbeteren van de habitatomstandigheden voor waterflora en macrofauna en maatregelen gericht op het verminderen van de impact (afvalwaterlozingen) van recreatie. Er zijn echter geen inrichtingsmaatregelen voorzien die gericht zijn op ontwikkeling en uitbreiding van ondiepe zones en land-waterovergangen.
7
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
Inspiratiebeeld: de natuur in het plassengebied in 2033 Uitgangspunten en leidende principes voor natuur Bij het opstellen van het inspiratiebeeld voor de situatie in 2033 voor de Vinkeveense plassen zijn de volgende uitgangspunten van belang: • Invullen geven aan beleidsdoelstellingen zoals verwoord in het natuurbeleid van de Provincie Utrecht. • Voor het inspiratiedocument is uitgegaan van een realistische natuurontwikkeling vanuit de huidige situatie, zonder grootschalige ingrepen. Daarmee wordt een ontwikkeling beoogd die past bij het karakter van het gebied. • Aansluiting bij het NNN, de realisatie en het beoogde ecologisch functioneren daarvan en een bijdrage leveren aan het halen van de KRW-doelstellingen. • De andere functies van de Vinkeveense plassen zoals dag- en verblijfrecreatie en watersport moeten passend zijn en blijven in het plassengebied en samengaan met de beoogde ontwikkeling van natuur richting een inspiratiebeeld voor 2033. De natuurontwikkeling wordt op zichzelf gezien als meerwaarde voor recreatie en verdere ontwikkeling van natuurgerichte vormen van recreatie, omdat de groenblauwe uitstraling voor de recreatieve beleving een belangrijke rol speelt. In dit inspiratiebeeld worden verschillende zones aangewezen waarin bepaalde natuurontwikkeling is voorzien de komende tien jaar.
Kleinschalige maatregelen buiten deze zones zijn echter ook wenselijk en moeten gestimuleerd worden als deze passen binnen de uitgangspunten.
De natuur in 2033 vanuit verschillende perspectieven De volgende vragen zijn relevant voor het inspiratiebeeld: Wat is de gewenste situatie in 2033? Wanneer is de natuurontwikkeling geslaagd en is sprake van meerwaarde voor natuur in en buiten het plassengebied? Bij beantwoording van deze vragen kan op verschillende schaalniveaus worden gekeken. Hieronder is van kleine naar grotere schaal beschreven welke kernwaarden er zijn en welke en potenties er liggen voor het realiseren van meerwaarde voor natuur. In figuur 5 zijn de verschillende perspectieven voor natuur weergegeven: van de Vinkeveense plassen als natuurgebied op zichzelf tot de rol die de Vinkeveense plassen kunnen spelen in het bovenregionale natuurnetwerk (en daarmee het NNN).
Uniek natuurgebied De Vinkeveense plassen vormen een gebied met een eigen karakter, dat versterkt kan worden richting de toekomst. Dat lokale karakter vormt de basis voor mogelijkheden voor natuurontwikkeling richting 2033. Deel van dat karakter is de voor het gebied specifieke dynamiek die in de huidige situatie beperkt aanwezig is, maar versterkt kan worden als basis voor natuurlijke processen. Door dynamiek wordt successie op verschillende plaatsen en verschillende tijden teruggezet of juist gestimuleerd, waardoor een variatie aan water- en moerasgebonden groeiplaatsen en leefgebieden ontstaat. Dat is positief voor de biodiversiteit, met in het bijzonder moeras- en watergebonden soorten. Een voorbeeld van dergelijke processen in de Vinkeveense plassen zijn het wegslaan van legakkers, maar ook het mogelijk maken van verlanding en het terugbrengen van verzonken legakkers. Voor dergelijke ontwikkelingen is veel plaats in de Vinkeveense Plassen. Uniek voor de Vinkeveense Plassen is de aanwezigheid van legakkers. De legakkers hebben nu een beperkte meerwaarde voor natuur, maar kunnen een grotere meerwaarde ontwikkelingen door (deels) natuurvriendelijk ingericht te worden, ook als deze (deels) bebouwd zijn. De blijvende aanwezigheid van legakkers is voor benutting van potenties voor natuur van belang.
Legakkers beperken bijvoorbeeld windwerking en golfslag, wat een positieve invloed heeft op waterkwaliteit (doorzicht) en ontwikkeling van water- en oeverplanten. Door het terugbrengen van een aantal bijna of reeds verzonken legakkers kan dit verder worden gestimuleerd. Dit alles draagt ook bij aan de KRWdoelstellingen. De legakkers vormen nu en in de toekomst ook broed- en leefgebied voor onder meer krooneenden en kokmeeuwen. In de luwte van legakkers kunnen watervogels rusten. De Vinkeveense Plassen vormen ook een tijdelijk rustgebied voor vogelsoorten die op trek zijn. De legakkers hebben en houden zo een belangrijke rol in de natuurontwikkeling en behoud van de biodiversiteit en vervullen op termijn ook leefgebied en verbindingsfunctie voor soorten als de bever en de otter. 8
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
Ontwikkeling van natuurlijke land-waterovergangen en ondieptes, het stimuleren van dynamiek en structuren door het gedeeltelijk toestaan van natuurlijke processen als verlanding is van groot belang om deze potenties te realiseren. Richting 2033 dient daar daarom de focus op te liggen. Mogelijkheden hiervoor liggen langs oevers van legakkers in ondiepere delen, zoals Achterbos en het noordwestelijke deel van het gebied, maar ook langs de zandeilanden. Het grote voordeel van realisatie van flauwere taluds met geleidelijke land-waterovergangen langs zandeilanden is ook dat hiermee golfslag sterk wordt gedempt. De waterkwaliteit is bij de natuurontwikkeling van groot belang. Maatregelen die leiden tot een afname van voedingsstoffen (bijvoorbeeld opvang en afvoer van afvalwater, defosfatering van ingelaten water) zijn al positief gebleken en dienen te worden doorgezet voor het optimaal benutten van de potenties voor natuur. Daarnaast is behoud van diepe delen een extra element dat zorgt voor dynamiek en diversiteit, onder meer voor de aanwezige populatie kwabaal, maar ook voor andere zoetwatervissoorten als snoek en baars. Ook deze elementen dragen bij aan het behalen van de KRW-doelstellingen.
Relatie met directe omgeving De Vinkeveense Plassen hebben de potentie om in 2033 meer dan nu foerageergebieden en tijdelijke leefgebieden te vormen voor soorten die hun leefgebied in natuurgebieden buiten het plassengebied hebben of kunnen ontwikkelen, zoals Botsbol, het Achterbos en de polders ten zuiden en ten westen van de plassen. Hierbij gaat het voornamelijk om vissen, vogels als sterns en mogelijk karekiet, maar ook vleermuizen uit de omgeving foerageren boven het water, langs de legakkers. De meerwaarde van de hierboven beschreven ontwikkeling van natuurwaarden in de Vinkeveense plassen ligt dan ook mede in de rol die het plassengebied kan spelen voor biodiversiteit en natuurontwikkeling buiten het gebied zelf. Het open water met eilanden en legakkers vormt een belangrijke verbinding voor migratie van soorten van het ene naar het andere (natuur)gebied. De natuurlijker ingerichte legakkers en zandeilanden en hun oevers kunnen stapstenen vormen voor deels landgebonden soorten als vogels, maar ook voor watergebonden soorten als de bever en de otter en voor amfibieën en reptielen als de ringslang. De waterverbindingen tussen de verschillende plassen zijn voor dit doel in 2033 optimaal ingericht: voorzien van schuilmogelijkheden bij de bruggen en goede migratiemogelijkheden voor grondgebonden soorten.
De al bestaande faunapassages onder de N201 worden goed onderhouden om de werking te optimaliseren. De Vinkeveense plassen staan in directe en indirecte verbinding met slotensystemen in de directe omgeving. De waarde van de Vinkeveense Plassen in dit opzicht is het open water dat leefgebied vormt voor soorten die in kleinere leefgebieden voortplanten en opgroeien. Hierbij gaat het voornamelijk om vissen, maar ook om watervogels, amfibieën en reptielen als de ringslang. De visstand is in zijn algemeenheid van belang voor visetende watervogels als zwarte sterns, futen en aalscholvers, die vanuit de omgeving naar de Vinkeveense plassen komen om te foerageren. Voor de natuurontwikkeling in het plassengebied betekent dit dat aanwezigheid van een goede visstand als voedselbron voor visetende (water)vogels van belang is. In het gebied zijn luwe delen aanwezig waar vleermuizen uit de omgeving kunnen foerageren. Lijnvormige structuren als begroeide legakkers, bomenrijen en watergangen vormen vliegroutes naar en binnen het gebied. Potenties hiervoor liggen vooral in de delen van het gebied met minder bebouwing op legakkers en oevers, in het zuidelijke en het noord(west)elijke deel van het plangebied.
Schakel voor natuur in een bovenregionale context De Vinkeveense plassen maken in 2033 deel uit van een ontwikkeld en voor migrerende soorten functionerend plassen- en moerassysteem in laagveengebieden in midden- en west-Nederland. Dit gemeente- en provincieoverstijgende netwerk is van belang voor verschillende diersoorten die kenmerkend zijn voor de Nederlandse laagveennatuur: otter, bever, moerasvogels als karekiet en zwarte stern, vleermuizen, amfibieën en reptielen zoals de ringslang. De Vinkeveense plassen vormen een centrale landschapsecologische stapsteen, een centrale schakel in dit netwerk, en bieden in 2033 plaats als tijdelijk en permanent leefgebied voor verschillende plant- en diersoorten van moerassen en open water (zie voorgaande paragrafen). De meerwaarde van natuurontwikkeling in het gebied is dan ook deels gelegen in de realisatie van de nu nog ontbrekende schakel in het bovenregionale natuurnetwerk en het NNN.
9
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
BOTSHOL NATURA 2000-GEBIED
Figuur 2: Ligging van moerasgebieden in de omgeving van de Vinkeveense plassen in aangrenzende provincies. Met onderbroken pijlen zijn globaal de verbindingen met gebieden op afstand gegeven. Met korte, groene pijlen zijn verbindingen van de Vinkeveense plassen met gebieden in de directe omgeving weergegeven. Bron kaart: https://ruimtelijkeplannen.provincieutrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02, geraadpleegd 24-06-2022.
Vertaling naar ontwikkeling van het plassengebied Voor de natuur zijn alle maatregelen die hierna genoemd zijn van belang. Bovendien is ook een zekere spreiding van maatregelen in het plangebied van belang, om te voorkomen dat alle maatregelen dicht bij elkaar worden uitgevoerd. De omvang van mogelijke natuurontwikkeling is niet te geven. Grofweg geldt: hoe meer maatregelen voor natuur en waterkwaliteit worden gerealiseerd, hoe groter de kans dat alle potenties optimaal worden benut. Maar realisatie moet mogelijk zijn binnen technische mogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en compensatieopgave vanuit het bestemmingsplan voor het bestemmingsplan (en eventuele andere ontwikkelingen in de toekomst). Daarom zijn geen concrete oppervlaktes genoemd. In het algemeen is in 2033 is ten opzichte van 2022 een verbetering van de natuurwaarden en verhoging van de biodiversiteit gerealiseerd in de Vinkeveense plassen. Hoewel overal in het plangebied sprake is van maatregelen gericht op natuurontwikkeling, is de meeste winst voor natuur in de zones te behalen zoals aangegeven in Figuur 3. De mogelijke meerwaarde van deze zones is het grootst omdat deze dicht bij bestaande (voor een deel ook
10
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
beschermde) natuurgebieden liggen, belangrijk zijn voor de verbindingsfuncties, recreatief het minst worden gebruikt en/of vanwege de al aanwezige natuurwaarden de hoogste potentie hebben.
Figuur 3: Zones (groen) waar in 2033 de meeste natuurontwikkeling heeft plaatsgevonden.
In de volgende tekst is achtereenvolgens voor land, ondiepe delen en open water het beeld in 2033 met het oog op natuurontwikkeling beschreven. Op de kaart in figuur 10 zijn focusgebieden aangegeven voor de verschillende typen maatregelen. Met inzet op deze focusgebieden wordt gericht op het creëren van maximale meerwaarde voor natuur in het plassengebied en de rol van het gebied voor de directe en bovenregionale omgeving.
Landgebonden natuur De voor natuur relevante delen op het land zijn als volgt onderverdeeld: • Zandeilanden; • Legakkers (ook in het Achterbos / Het Meertje); • Baambrugse Zuwe; • Landstrook met de N201; • Landzones rondom de Vinkeveense plassen; • Kades van de Geuzensloot.
11
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
In 2033 is het beeld voor de landgebonden delen als volgt: 1. De legakkers die niet of minder in recreatief gebruik zijn liggen met name nabij Botshol, rond de N201 en Het Meertje. De legakkers worden permanent onderhouden. De oevers zijn beschermd tegen afslag waarbij zoveel mogelijk oplossingen zijn gekozen die gunstig voor natuur. Zo zijn op verschillende locaties langs de randen van de legakkers “verwaarloosd”. Dit betekent overhangende vegetaties die een overgangszone van land naar water vormen en een bescherming vormen tegen afslag. Eventuele beschoeiing bestaat uit aangebrachte palen met daartussen snoeihout. Bomen zijn niet te ver doorgeschoten. Opgaande vegetaties zijn aanwezig op de legakkers, in het meest “doorgeschoten” geval zijn een soort grienden aanwezig. Zie voor gewenste vegetatie punt 10. 2. De legakkers die worden gebruikt voor recreatief gebruik worden permanent onderhouden. De oevers zijn beschermd tegen afslag, waarbij zoveel mogelijk oplossingen zijn gekozen die gunstig zijn voor natuur (zie onder punt 1), maar nabij de bebouwing kunnen plaatselijk harde overgangen met planken aanwezig zijn. otter Zie voor gewenste vegetatie punt 10. 3. De zandeilanden bieden meer variatie op de overgang van land naar water dan de legakkers. De eilanden met minder recreatie hebben goed ontwikkelde oevers met moeras, zie punt 0.
De eilanden met meer recreatie hebben floristisch goed ontwikkelde graslanden. Zie voor gewenste vegetatie punt 10. 4. Langs de Baambrugse Zuwe heeft geen wezenlijke natuurontwikkeling plaatsgevonden. In de zone rond de Baambrugse Zuwe zijn kansen voor het ontwikkelen van opgaande vegetaties benut, dit om uitstraling van licht en geluid naar het water te beperken. Verder zijn binnen de technische mogelijkheden de onderdoorgangen (doorvaart) meer natuurlijk gemaakt en zijn faunapassages ingericht. 5. De legakkerstructuur bij de A2 sluit aan bij de ontwikkelingen in de Vinkeveense plassen. Dat betekent ook hier dat beheer op orde is. Hierbij wordt voldoende rekening gehouden met aanwezige steltlopers. 6. Voor broedvogels: omstandigheden zijn plaatselijk geschikt voor onder andere broedende krooneenden en kokmeeuwen. Deze omstandigheden bevinden zich vooral langs de N201 en de zone nabij Botshol. Her en der langs de weg zijn mogelijkheden om vogels ook te observeren, zodat de maatregelen ook zichtbaar zijn. 7. De kades langs de Geuzensloot zijn ontwikkeld tot soortenrijke graslanden (natuurbeheertype N12.02). 8. De landzone nabij Botshol is rustig en natuurvriendelijk ingericht. Recreatie is gezoneerd om de aanwezige broedvogelkolonie in Botshol te ontzien en leefgebied voor moerasvogels te vormen.
De Vinkeveense plassen biedt voor met name de visetende vogels van het aangrenzende Natura 2000-gebied foerageergebied en de verbinding tussen deze gebieden heeft geen belemmering. Voor waadvogels liggen de foerageermogelijkheden meer in de polder in en rond Waverhoek en niet de Vinkeveense plassen, hoewel de ondiepe delen ook worden gebruikt. 9. Voor de landzones van de resterende delen geldt dat de mogelijkheden voor natuurontwikkeling beperkt zijn. Kleine ontwikkelingen als beplanting met inheemse vegetatie en het zo natuurvriendelijk mogelijk inrichten van oeverzones hebben lokaal wel plaatsgevonden. 10. Alle aanwezige vegetatie is inheems: qua bomen en struweel gaat het dan vooral om struikwilgen en zwarte elzen. De vegetaties van de meest ruige delen gaan richting het natuurbeheertype N05.03 veenmoeras. De meest onderhouden delen hebben zich ontwikkeld in de richting van het natuurbeheertype N12.02 kruiden- en faunarijk grasland. Zie Bijlage B voor een beschrijving van de natuurbeheertypen. 11. Het beheer van de prioritaire delen is zoveel als mogelijk aangepast op de gewenste natuurlijke processen. Als de bever zich gevestigd heeft in het gebied, dan maakt de bever onderdeel uit van dit natuurlijke proces als landschapsvormer.
Ondiepe delen en land-waterovergangen De ondiepe delen in de Vinkeveense plassen zijn onder te verdelen in de volgende categorieën: • Overgangszones: dit zijn de geleidelijke oevers van de zandeilanden, maar ook van de legakkers ; • (deels) Verzonken legakkers; • Smalle zones tussen legakkers. In 2033 is het beeld voor de ondiepe delen als volgt: Overgangszones zijn met name gelegen nabij Botshol, langs de N201 en zandeilanden. Hier heeft uitbreiding van de overgangszones plaatsgevonden door natuurlijke ontwikkelingen. Dit is gebeurd door het aanbrengen van bomen en ander natuurlijk materiaal langs de oevers om golven te breken, maar ook andere methodes van golfbreking zoals afvlakken van oevers en ontwikkeling van rietoevers en moeras heeft plaatsgevonden. Voor de variatie is de ontwikkeling gefaseerd in tijd en ruimte zodat verschillende vormen en stadia in het plangebied aanwezig zijn. Zie voor verschillende voorbeelden van overgangen
12
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
12. Figuur 4. 13. Deels verzonken legakkers en andere ondieptes zijn gebruikt voor de inrichting van de vissenbossen en verlanding door aanleg van structuren (bijvoorbeeld palenrijen met snoeihout), zie voor een voorbeeld Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. Bestaande ondiepe zones zijn optimaal benut. 14. Nieuwe ondiepe delen voor natuurontwikkeling hebben zich ontwikkeld, dit zijn nieuwe locaties waar verlanding plaats kan vinden. De exacte locaties zijn niet aan te geven omdat dit afhangt van locatiespecifieke omstandigheden en natuurlijke processen. Kansrijk lijken de diverse verzonken legakkers in de zuidplas, onder andere nabij de brug (waterverbinding Noord- en Zuidplas) in de Baambrugse Zuwe. 15. Voor een deel van de smalle zones tussen de legakkers heeft verlanding plaatsgevonden, doorvaart is in deze delen verhinderd. Zie voor voorbeelden van geschikte zones Fout! Verwijzingsbron niet gevonden..
13
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
Figuur 4: Voorbeelden van natuurvriendelijke oevers. 1. Steenslagoever (figuur 4.6 uit Van Helsdingen & Buizer, 2018). 2. Natuurvriendelijke oever achter damwand. Om toegankelijkheid en bescherming samen te laten gaan, is hier achter de opening van de damwand een extra damwand geplaatst (figuur 4.7 uit Van Helsdingen & Buizer, 2018). 3. Flauwe oever zonder beschoeiing (figuur 4.8 uit Van Helsdingen & Buizer, 2018). 4. Bescherming met drijfbalk (uit Mur et al., 2018). 5. Door beschoeiing beschermd waterriet (uit Mur et al., 2018).
14
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
Figuur 5: Voorbeelden van vissenbossen op verzonken lekakkers. Beide figuren zijn afkomstig uit Van Helsdingen & Buizer, 2018. Links is een foto van een vissenbos (figuur 4.9 uit voorgenoemde rapport). Rechts geeft een schematische dwarsdoorsnede.
Figuur 6: Voorbeeld van potentiële situaties waar verlanding gestimuleerd kan worden (groen). De foto geeft niet de exacte locaties maar een globaal beeld van de zones die geschikt zijn voor verlanding. Foto: https://ruimtelijkeplannen.provincieutrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02, geraadpleegd 24-06-2022.
Open water In 2033 is het beeld voor het open water als volgt: 16. De waterkwaliteit is verder verbeterd, met name op het gebied van fosfaatbelasting. Dit speelt vooral nog bij de inlaat van water, waarbij defosfatering een belangrijke rol blijft spelen. Afvalwater afkomstig van (verblijfs)recreatie in het gebied wordt opgevangen en afgevoerd, zodat dit geen belasting vormt voor de waterkwaliteit.
15
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
17. Er zijn meer legakkers aanwezig dan in de huidige situatie. Als wordt gekozen voor herstel/aanleg van legakkers, dan worden deze gerealiseerd met natuurontwikkeling als doel. 18. Diepe delen van het water zijn gehandhaafd. 19. Het peilbeheer is natuurlijk. Dus laag in de zomer en hoog in de winter. Dit is met name van belang voor de ontwikkeling van natuurlijke vegetaties zoals riet, en komt het natuurlijk functioneren van het gebied ten goede. 20. Golfslag is een natuurlijk proces wat past in het streven naar meer dynamiek. Daar waar afslag door golven niet wenselijk is, zijn legakkers hersteld en langs zandeilanden zijn natuurlijke overgangen aangebracht. 21. De vegetatie in het open water bestaat voor een belangrijk deel uit kranswiervegetaties (natuurbeheertype N04.01), plaatselijk groeien ook waterlelies en gele plomp. Verder vormen de plassen het leefgebied voor de otter en verschillende soorten vis, waaronder de kwabaal in de diepere delen. 22. De Geuzensloot vormt een verbindingszone van soorten naar de plassengebieden die oostelijk van de A2 zijn gelegen. De afwisselende oevers met opgaande oevers met opgaande vegetatie en riet zijn als de huidige situatie of beter ontwikkeld door meer geleidelijke overgangen tussen land en water. Op de kaart in figuur 10 zijn focusgebieden aangegeven voor de verschillende typen maatregelen.
Uiteraard kunnen maatregelen ook buiten deze focusgebieden worden toegepast en zal ook daar sprake zijn van meerwaarde: alle beetjes helpen.
16
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
Figuur 10: Overzicht van focusgebieden (geschikte locaties) voor verschillende typen maatregelen.
17
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
Bronnen • • • • • • • • • • • • • •
18
Arcadis, 2017. Concept MER, Milieueffectrapportage Plassengebied. D.d. 9 oktober, 2017. Arcadis, 2018. Ecologische Quickscan Onderzoek te behoeve van bestemmingsplan Plassengebied. In opdracht van gemeente De Ronde Venen. Kenmerk 079902835 A, d.d. 9 juli 2018. Dijk, S. van, M. Meijrink & Th, de Jong, 2014. Resultaten flora- en faunakartering 2013 omgeving Mijdrecht. Ecologisch Adviesbureau Viridis, Culemborg. Projectnummer: 2013-89, d.d. 17-04-2014. GroenTeam, 2016. Quick Scan Flora- En Fauna t.b.v. achterstallig beheer eilanden en legakkers Vinkeveense Plassen. In opdracht van De Aquanoom/ Recreatieschap Vinkeveense Plassen. Moordrecht, 28 juni 2016. Heemskerk, P. & Dirksen, S., 2019. Natuurwaarden Vinkeveense Plassen en het belang van legakkers voor kenmerkende soorten. D.d. 11 december 2013. Helsdingen, A.A. van & J.D. Buizer, J.D., 2018. Op naar natuurlijk waterplezier! Natuurplan Vinkeveense plassengebied. Bureau Waardenburg Rapportnr. 18-272. Bureau Waardenburg, Culemborg. D.d. 7 februari 2019. Mur, L., Korhals, G., Les, B & baas, C., 2018. Natuurnatuurvriendelijke en veilige oevers van de zandeilanden in de Vinkeveense Plassen. Vereniging voor milieu- en natuurbescherming Vinkeveen en Waverveen De Groene Venen. Vinkeveen, oktober 2018. Provincie Utrecht, 2016. Beheerplan 2016-2022 N2000-gebied Botshol. D.d. november 2016. Provincie Utrecht, 2021a.
Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht, d.d. 10 maart 2021. Provincie Utrecht, 2021b. Natuurbeheerplan 2022 Geconsolideerde versie op basis van Ontwerp Wijzigingsbesluit Natuurbeheerplan beheerjaar 2022. D.d. 9 maart 2021. Terlouw, R.J.S., 2013. Visie op en aanbevelingen voor weidevogeldoelstelling en ecologische verbindingen Demmerik e.o. In opdracht van Programmabureau Utrecht-West. Bui-tegewoon, groenprojecten, publicatie 201304, d.d. 03 oktober 2013. Ouderkerk aan den IJssel, 03 oktober 2013 Tinbergen J.M. & Heemskerk L.M. 2016. Local Black Tern Chlidonias niger population trends in relation to nest platform provisioning. Ardea 104: 239–252. doi:10.5253/arde.v104i3.a5. Waternet, 2020. Actualisatie KRW-waterlichamen. AGV maatregelenprogramma 2022-2027. Waternet, 2022. Factsheet KRW-waterlichaam Vinkeveense Plassen (Via landelijk waterkwaliteitsportaal: Factsheet Oppervlaktewater (overheidsbestanden.nl))
Onze referentie: 6CX2FSQJ6AFT-1411357842-20:1 - Datum: 8 juli 2022
INSPIRATIEDOCUMENT NATUUR VINKEVEENSE PLASSEN
Bijlage A : Relevante beleidskaders Provinciaal beleid Bescherming van het NNN Het plangebied van de Vinkeveense plassen is voor het overgrote deel gelegen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN), zie Figuur 7.