Bijlage 6 Natuurkwaliteitsplan, Antea Group, 8 november 2024
Tekst van het document
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied
projectnummer 0478281.100 revisie 7 8 november 2024
www.anteagroup.nl
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 revisie 7 8 november 2024
Auteur(s) S.G.T. Rinzema C. Schellingen
Opdrachtgever KuiperCompagnons B.V. Van Nelleweg 3042 3044 BC ROTTERDAM
Gecontroleerd C. Schellingen
datum 8 november 2024
beschrijving definitief
vrijgave H. van der Kooij
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Opgave Het plangebied Leeswijzer
4 4 5 5
2.
Uitgangspunten kwaliteitsmaatregelen Vinkeveense Plassen
7
2.1 2.2 2.3
Uitgangspunten uitwerking visie/meerwaardebenadering Zoneringskaart voor maatregelen Natuurkwaliteitsplan Vinkeveense Plassen Landschappelijke en cultuurhistorische effecten van de maatregelen
7 7 9
3.
Maatregelen voor beperking van de aantasting
10
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Verplichting aanbrengen beschoeiing Beperking bebouwing op de legakkers Beperking verlichting Communicatietraject Handhaving
10 11 12 13 13
4.
Meerwaarde maatregelen
14
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Aanleg natuurvriendelijke oever Zonering natuurlijke inrichting van de legakkers Toepassen inheemse beplanting Realisatie natuurdoeltypen op legakkers en zandeilanden Aanleg vissenbossen in VVP
14 19 20 21 23
5.
Maatregelen die overwogen worden
26
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
Aanleg fauna uittreedplaats Realisatie schuilplaats otter Realisatie vleermuistoren Stimuleren openbaar vervoer en fiets Parkeerregulering Invoeren bootverbinding
26 28 30 32 33 33
6.
Literatuur
34
Bijlage 1 Inspiratiedocument natuur Vinkeveense Plassen (Arcadis, 2022) Bijlage 2 Vissenbossen (i.c.m. herstel legakkers) (Arcadis, 2020)
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding Het Vinkeveense Plassengebied wordt gekenmerkt door haar karakteristieke waaiervormige indeling met legakkers in een relatief diepe laagveenplas, met open water en de ring van twaalf zandeilanden. De gemeente De Ronde Venen staat voor de uitdaging om een nieuw bestemmingsplan voor het Vinkeveense Plassengebied op en vast te stellen.
1.2
Opgave Vanuit meerdere kanten ligt er druk op het Vinkeveense Plassengebied en de daarin liggende legakkers en zandeilanden. Meer ruimte voor (recreatief) gebruik van de plassen, legakkers en zandeilanden is gewenst, niet in de laatste plaats om exploitatie rendabel en het beheer en onderhoud duurzaam betaalbaar te houden. Vertrekpunt voor de ontwikkeling van een nieuw planologisch kader voor de plassen is dat nieuwe ontwikkelingen gewenst zijn. De gewenste planologische ruimte voor ontwikkelingen staat echter op gespannen voet met landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden in en om het plangebied. De specifieke problematiek in het gebied betreft bebouwing op legakkers, waarvan het meeste bedoeld voor verblijfsrecreatie. In de loop der jaren zijn namelijk diverse vormen van bebouwing ontstaan op de legakkers in de Vinkeveense Plassen, met de grootste aantallen en concentraties in de Noordplas. In de vigerende beheersverordening Buitengebied, vastgesteld op 28 september 2017 door gemeente De Ronde Venen is circa 1,6 ha aan bebouwing, gericht op recreatief verblijf, planologisch vastgelegd, waarvan een deel op de legakkers. In de beheersverordening zitten verder geen rechten op bebouwing op de legakkers. Alleen een vrijstelling voor kisten (4 m2). Niets bij recht.
Een deel van de aanwezige bebouwing in het plangebied is niet planologisch verankerd in de vigerende beheersverordening en ook niet vergund. Hiermee is sprake van een feitelijk illegale situatie voor een groot deel van de aanwezige bebouwing in het plangebied en zeker op de aanwezige legakkers. Voor deze legakkers geldt echter wel dat legakkereigenaren hun percelen in stand houden en onderhouden, gericht op recreatief verblijf. Zonder dit onderhoud is het aannemelijk dat (alle) legakkers op termijn verdwijnen door afkalving (het in elkaar zakken of inglijden van de oevers). Het op te stellen bestemmingsplan vormt de noodzakelijke planologisch-juridische verankering van de nieuwe mogelijkheden die gemeente De Ronde Venen wil bieden voor verblijfsrecreatie en bebouwing op legakkers. Daarmee wordt een deel van de illegaal geplaatste bebouwing die de afgelopen jaren is gerealiseerd op de legakkers planologisch verankerd. De Vinkeveense Plassen zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Een toetsing aan het natuurbeleid is noodzakelijk omdat de ontwikkeling in strijd is met het bestemmingsplan. Het beschermingsregime van het NNN is vastgelegd in de IOV van de provincie Utrecht (artikel 6.3). Voor het bestemmingsplan wordt voor uitzondering b gegaan (meerwaardebenadering).
In de toelichting van het BP wordt concreet beschreven hoe aan de meerwaardebenadering moet worden voldaan. Daarbij wordt in kaart gebracht: wat kan er nu, ook op basis van de beheersverordening, en wat wordt er straks geregeld. Vanuit daar wordt de meerwaardebenadering uitgewerkt. Hiermee is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor het Vinkeveense Plassengebied niet alleen een planologische opgave maar ook een kwaliteitsvraagstuk. De centrale vraag is: “wat is de gewenste natuurkwaliteit op de legakkers en zandeilanden binnen het Vinkeveense Plassengebied en hoe kan de gewenste ontwikkeling op de plassen daarin passen of aan bij dragen?” Om antwoord te geven op deze vraag en richting te geven aan de gewenste ontwikkelingen binnen het Vinkeveense Plassengebied is dit natuurkwaliteitsplan (NKP) opgesteld. Het NKP wordt als bijlage gekoppeld aan de regels van het bestemmingsplan. Die koppeling maakt het mogelijk om omgevingsvergunningplichtige activiteiten aan de natuurkwaliteitseisen te toetsen die gelden voor de realisatie van de meerwaardebenadering. Het Landschaps- & Stedenbouwkundig-plan is bedoeld voor de burger om te bezien aan welke eisen er voldaan moet worden. Die is ook gekoppeld aan de Regels. Het NKP is ter onderbouwing van het BP en is een bijlage bij de regels van het Bestemmingsplan.
blad 4 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
1.3
Het plangebied Het plangebied omvat de Vinkeveense Plassen. Dat zijn de Noordplas, Zuidplas en Kleine plas, exclusief het gebied Botshol (onderdeel van bestemmingsplan Buitengebied Abcoude uit 2009) en exclusief de om de plassen liggende linten (onderdeel van het bestemmingsplan Lintbebouwing Vinkeveen, dan wel Kom Vinkeveen). Tot het plassengebied behoort ook het recreatiegebied Winkelpolder. Ook de legakkers in de plassen, inclusief het gebied met legakkers ten zuiden van het lint van Achterbos, maken deel uit van het plangebied. Deelgebieden - Zones Het plangebied is onderverdeeld in zones. De zandeilanden (zone Z), drie zones voor de legakkers (I, II en III) en zone X: deze zone bestaat uit 3 verschillende (recreatie) gebieden waaronder het compensatiegebied ‘t Meertje. Voor de situering van de meerwaardebenadering is deze zonering nog uitgebreid, rekening houdend met de visie op de natuurontwikkeling in de Vinkeveense Plassen vanuit de Provincie Utrecht. Deze is toegelicht in het NNNrapport.
Winkelpolder Botshol
Noordplas
Zuidplas ‘t Meertje Kleine plas Figuur 1-1 Onderscheiden zones in het plangebied.
1.4
Leeswijzer Dit rapport is gericht op de uitwerking van de maatregelen voor de meerwaardebenadering voor het Natuurnetwerk Nederland die op grond van de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht (hierna IOV) uitgewerkt moet worden om de ontwikkeling mogelijk te kunnen maken die worden beoogd met het nieuwe bestemmingsplan voor de Vinkeveense Plassen. Dit rapport vormt een aanvulling op het NNN-rapport bij het bestemmingsplan waarin onder andere ook de oppervlaktecompensatie in het Meertje is beschreven. Die “compensatie”-maatregelen komen in voorliggend rapport niet meer aan de orde. Beide rapporten vormen – samen met het inrichtings- en beheerplan voor ’t Meertje - de NNN-toets. De kern van het rapport bestaat uit een beschrijving van de meerwaardemaatregelen (hoofdstuk 4). Om deze maatregelen in te kaderen, worden deze voorafgegaan door de uitgangspunten (hoofdstuk 2) en de maatregelen om de aantasting van NNN te beperken. De beschrijving van de aanwezige natuurwaarden, de effecten van het
blad 5 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
bestemmingsplan ten opzichte van de beheersverordening en de visie op de natuur in de Vinkeveense Plassen zijn in het NNN-rapport opgenomen. De meerwaardemaatregelen worden per paragraaf beschreven waarbij ook de koppeling is gelegd met het inspiratiedocument van de provincie Utrecht. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in maatregelen die mogelijk worden overwogen, een gunstig effect kunnen hebben op de natuur maar geen onderdeel zijn van de meerwaardebenadering (hoofdstuk 5). Tot besluit zijn alle gebruikte brondocumenten beschreven. Als belangrijke documenten zijn hierbij vooral het Inspiratiedocument Vinkeveense Plassen en het Natuurplan Vinkeveen te melden die de basis vormen voor het NKP. • Het inspiratiedocument Natuur Vinkeveense Plassen (Kos, 2022) van de Provincie Utrecht is een doorvertaling van de ambities die de provincie in haar Omgevingsvisie heeft opgenomen voor de Vinkeveense Plassen, specifiek toegespitst op de natuurwaarden en -potenties. • Het natuurplan Vinkeveen (Buizer & Van Helsdingen, 2019) is door de gemeente De Ronde Venen opgesteld om de natuurdoelstelling voor het gebied concreter te maken. Het natuurplan bevat de doelstellingen voor het Vinkeveense Plassengebied voor het aspect natuur en in het bijzonder voor de rol van het plassengebied als ecologische verbinding tussen omliggende natuurgebieden.
Naast deze bronnen zijn de maatregelen ook gebaseerd op expert judgement van ecologen die het veldbezoek uitgevoerd in het kader van de natuurtoets voor het bestemmingsplan.
blad 6 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
2.
Uitgangspunten kwaliteitsmaatregelen Vinkeveense Plassen
2.1
Uitgangspunten uitwerking visie/meerwaardebenadering Areaal, kwaliteit en samenhang NNN Uitgangspunt voor de meerwaardebenadering is dat er binnen een met de ingreep samenhangend gebied een meerwaarde op zowel areaal, kwaliteit, en samenhang ontstaat. Verder is een uitgangspunt dat de meerwaardemaatregelen geen belemmering vormen voor de uitvoering van uitbreidings-, verbeterings- of ontsnipperingsmaatregelen die door andere initiatiefnemers uitgevoerd kunnen worden. -
Areaal: compensatie van ruimtebeslag vindt plaats in ’t Meertje (zie hiervoor het NNN-rapport, op de compensatie wordt in het voorliggend natuurkwaliteitsplan niet op ingegaan).
-
Kwaliteit: ook als leefgebied van bijzondere soorten: Kwaliteitsverbetering in Vinkeveense Plassen is deels onderdeel van het bestemmingsplan (behoud legakkers, zonering) en kan verder plaatsvinden waar het mogelijk is en waar gemeente invloed op heeft, bijvoorbeeld via de omgevingsvergunningen. Deze maatregelen zijn bedoeld om aantasting van de natuurlijke kenmerken en waarden door afkalving en bebouwing van de legakkers en de verstorende effecten door het gebruik van de legakkers en de Vinkeveense plassen te voorkomen. De maatregelen uit het natuurplan van Bureau Waardenburg (Buizer, J.D. & A.A. van Helsdingen, 2019) en het inspiratiedocument Vinkeveense Plassen van de Provincie Utrecht (Kos, 2022) vormen dan de basis voor de te nemen maatregelen. Daarbij wordt in voorliggend document beschreven wel keuzes/richtingen de gemeente zal maken/heeft gemaakt over de invulling van die kwaliteitsverbetering.
-
Samenhang: de samenhang tussen de gebieden van het Natuurnetwerk blijft behouden door de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Door de kwaliteitsverbetering zullen de Vinkeveense Plassen een sterker onderdeel vormen binnen het NNN en dat versterkt ook de onderlinge verbinding tussen de verschillende onderdelen waaruit het NNN bestaat. De Vinkeveense Plassen vormen daarmee een belangrijke stapsteen in het NNN Ze worden beter onderling verbonden en functioneren daardoor beter als samenhangend netwerk. Bovendien vormen de ontwikkelingen die bestemmingsplan mogelijk maakt en de meerwaardemaatregelen geen belemmering voor maatregelen om de verbindingen tussen natuurgebieden onderling en tussen natuurgebieden en hun omgeving nog te versterken. Sommige maatregelen kunnen daarin een aanknopingspunt vormen, zoals het herstel van verzonken legakkers (de vissenbossen worden niet bebouwd) en de aanleg van natuurvriendelijke oevers.
Zichtjaar Verwachte onherroepelijkheid is 2024. Als zichtjaar is daarom 2034 gehanteerd – het jaar waarin het nieuwe bestemmingsplan Plassengebied naar verwachting een Omgevingsplan wordt. Bovendien is er met dit zichtjaar sprake van een termijn van 10 jaar, waarin natuur zich ook echt kan ontwikkelen. Die 10 jaar is ook een vereiste vanuit de IOV (art 6.3 lid 1b); de ruimtelijke ontwikkelingen dienen binnen 10 jaar te resulteren in een duidelijk aantoonbare meerwaarde voor het natuurnetwerk Nederland voor wat betreft kwaliteit, oppervlakte en samenhang.
2.2
Zoneringskaart voor maatregelen Natuurkwaliteitsplan Vinkeveense Plassen Voor de beschrijving van de locaties wordt – indien nodig – verwezen naar de onderscheiden zones in het landschaps- en stedenbouwkundig plan (zie paragraaf 1.3). Deze zones zijn nader ingedeeld op basis van de onderscheiden focusgebieden (geschikte locaties) voor verschillende typen maatregelen uit het inspiratiedocument. Dit heeft geleid tot een indeling van het plangebied die in figuur 2-1 is weergegeven. Naar deze indeling wordt verwezen bij de beschrijving van de meerwaardemaatregelen.
blad 7 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Figuur 2-1. Overzicht van focusgebieden (geschikte locaties) voor verschillende typen maatregelen uit het inspiratiedocument in combinatie met de zones uit het landschaps- en stedenbouwkundig plan (Kos, 2022). In figuur 2-2 is de indeling van de zones los van de zonering uit het inspiratiedocument weergegeven.
blad 8 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Figuur 2-2. Natuurzoneringskaart Vinkeveense Plassen.
2.3
Landschappelijke en cultuurhistorische effecten van de maatregelen De Provincie onderzoekt intern nog of er noodzaak is om de landschappelijke en cultuurhistorische effecten van de maatregelen nader te beschouwen. Op moment van schrijven is hier nog geen uitsluitsel over.
blad 9 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
3.
Maatregelen voor beperking van de aantasting Het plaatsen van beschoeiing een maatregel is ter behoud van de legakkerstructuur. Maatregelen ter behoud kunnen echter niet meetellen als meerwaardemaatregel. Het zijn maatregelen voor beperking van de aantasting, net als het beperken van de bebouwing op de legakkers, het beperken van de verlichting, het uitwerken van een communicatietraject voor draagvlak van de natuurmaatregelen en de handhaving van onder andere de natuurmaatregelen. Deze onderwerpen komen in dit hoofdstuk aan bod.
3.1
Verplichting aanbrengen beschoeiing
Verplichting beschoeiing Koppeling meerwaardemaatregel aan visie uit het inspiratiedocument VP: • De legakkers die niet of minder recreatief worden gebruikt, worden permanent onderhouden. De oevers zijn beschermd tegen afslag waarbij zoveel mogelijk oplossingen zijn gekozen die gunstig voor natuur. • De legakkers die worden gebruikt voor recreatief gebruik worden permanent onderhouden. De oevers zijn beschermd tegen afslag, waarbij zoveel mogelijk oplossingen zijn gekozen die gunstig zijn voor natuur, maar nabij de bebouwing kunnen plaatselijk harde overgangen met planken aanwezig zijn. • De zandeilanden bieden meer variatie op de overgang van land naar water dan de legakkers. De eilanden met minder recreatie hebben goed ontwikkelde oevers met moeras. • Voor de landzones van de resterende delen (buiten de legakkers nabij Botshol, N201, kades nabij Geuzensloot, legakkers bij de A2) geldt dat de mogelijkheden voor natuurontwikkeling beperkt zijn. Kleine ontwikkelingen als (beplanting met inheemse vegetatie en) het zo natuurvriendelijk mogelijk inrichten van oeverzones hebben lokaal wel plaatsgevonden. • Overgangszone – geleidelijke oevers van de zandeilanden, maar ook van de legakkers. OmDoor beschoeiing te verplichten via de omgevingsvergunning blijft de legakkerstructuur behouden.
Voor de schrijving beschoeiing is de insteek van de gemeente om dit zoveel mogelijk pragmatisch in te steken. Voorkomen moet maatregel worden dat particulieren hoge kosten hebben aan het beschoeien van de percelen. Waar er een grotere waterdiepte is, wil de gemeente daarom geen natuurvriendelijke oever eisen. Beschoeiingen moeten voldoen aan de Waterschapsverordening van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De beschoeiingen moeten uiteraard van niet-uitloogbare materialen worden gemaakt om een verslechtering van de waterkwaliteit te voorkomen.
Doel
Waar
Keuzes/ Vervolgstappen
Aandachtspunt: beschoeiing met wilgentakken/takkenbossenbeschoeiing is beter voor de natuurwaarden dan de traditionele beschoeiing. Voorkomen dient te worden dat de takkenbossen te dicht onder de oever waardoor er geen ruimte is voor oever- en waterplanten om zich er te vestigen en te ontwikkelen. De beschoeiing moet conform L&S-plan (hard of NVO), dus niet per se wilgentakken, maar wel ‘natuurvriendelijk’. Het hoofddoel van het bestemmingsplan is het behoud van de legakkers, die autonoom door de afwezigheid van bescherming tegen golfslag verder zouden afkalven en ten slotte verdwijnen. Alle legakkers worden (en/of zijn) beschoeid binnen 10 jaar en kunnen daarom ook meetellen voor de meerwaardebenadering (dit is een eis voor het toestaan voor bebouwing). Zone I, II en III: in ieder geval beschoeiing en waar mogelijk met palenrij Echter, in de deelgebieden IIa/b/c/d en IIIa/b alleen indien natuurvriendelijke oever niet mogelijk is, anders zo veel mogelijk natuurvriendelijke oever. Zone X (en zeker de deelgebieden Xb/d) en zandeilanden (met name de zandeilanden met minder recreatie): alleen indien natuurvriendelijke oever niet mogelijk is, anders zo veel mogelijk natuurvriendelijke oever ➢ In het inspiratiedocument is gesteld “Golfslag is een natuurlijk proces wat past in het streven naar meer dynamiek.
Daar waar afslag door golven niet wenselijk is, zijn legakkers hersteld en langs zandeilanden zijn natuurlijke overgangen aangebracht.”. Voor het behoud van de legakkers (ook een doel van dit natuurkwaliteitsplan) is het vooral van belang dat de oevers beschoeid worden en is toestaan van afslag door golfslag bij uitzondering een keuze.
blad 10 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Verplichting beschoeiing ➢ De aanvrager heeft de keuze om een nvo te maken of beschoeiing aan te brengen. Waar mogelijk promoot de gemeente de aanleg van een nvo. ➢ Bij de realisatie van de beschoeiing moet aandacht zijn voor de mogelijke effecten op de aanwezige natuurwaarden/soorten. Bij grote waterdiepte zal de oever zeer waarschijnlijk heel steil zijn. Een zeer steile oever beschoeien heeft vaak groot effect op het achterliggende eiland omdat deze beschoeiing verankerd moet worden. Er wordt veel gegraven vanwege de verankering. Heel veel bodemleven en kleine zoogdieren zullen daardoor verstoord worden. Het aanbrengen van de beschoeiing moet altijd voldoen aan de criteria om een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit te kunnen vergunnen (geen effect op gunstige staat van instandhouding, geen alternatieven en wettelijk belang). Natuurvriendelijke oevers hebben voorkeur vanuit natuur, indien ook rendabel voor het voortbestaan van de legakkers. ➢ Tip (DGV): Stroming en golfslag zijn nu een probleem voor natuurvriendelijke oevers. De stroming en golfslag wordt echter voor een groot deel in stand gehouden door de loodrechte beschoeiing (90 graden ten opzichte van het wateroppervlak). Indien de oevers glooiender worden zal er veel minder golfslag en dus stroming optreden. Een voorbeeld hiervan is al aanwezig in het gebied zelf namelijk de P.
De oevers van de N201 zijn versterkt en verondiept met stortsteen waardoor op die plekken wel oevervegetatie en plantengroei mogelijk is. De terugkaatsing van de golven bij de N201 is ook veel minder dan bijvoorbeeld bij zandeiland 2 of zandeiland 4 of bij de particuliere kades van de jachthavens en huizen aan de Groenlandse kade. Bron Natuurtoets, NNN-toets, Landschaps- en stedenbouwkundig plan
3.2
Beperking bebouwing op de legakkers
Beperking bebouwing op de legakkers Koppeling meerwaardemaatregel aan visie uit het inspiratiedocument VP: • De legakkers die niet of minder in recreatief gebruik zijn liggen met name nabij Botshol, rond de N201 en Het Meertje. • De eventuele bebouwing (blokhut of vergelijkbaar), verhardingen en gazons zijn ingericht en worden onderhouden naar wens van de eigenaar. Overige delen van de legakkers hebben een meer natuurlijk uiterlijk. Het beeld van deze delen is vergelijkbaar beeld met de niet-onderhouden akkers. • De vegetaties van de meest ruige delen gaan richting het natuurbeheertype N05.03 veenmoeras. De meest onderhouden delen hebben zich ontwikkeld in de richting van het natuurbeheertype N12.02 kruiden- en faunarijk grasland). OmBeperking van de hoeveelheid bebouwing op de legakker. schrijving Afhankelijk van de zone wordt per perceel een maximaal aantal m2 aan bebouwing toegestaan. maatregel Het maximaal percentage bebouwd oppervlak betreft max 40 m2 in zone I en zone II en 30 m2 in zone III. De percentages zijn voor alle zones weer anders: zone 1 is 25%, zone 2 is 20% en zone 3 is 15%. Dit staat in de regels van het bestemmingsplan. De uitvoering ervan staat in het L&S plan. Doel Beperking ruimtebeslag door bebouwing, waardoor er op elke legakker ruimte overblijft voor de ontwikkeling van natuurlijke biotopen/ontwikkeling natuurdoeltypen en leefgebied voor soorten.
Waar Zone I, II (beide 40 m2 en III (30 m2) Keuzes/ ➢ Deelgebieden IIa/c en IIIb/c (Zone III (noordelijk deel): door ligging nabij Botshol, hier bebouwing meer Vervolgbeperken tov omschrijving voor zone II en III in het landschaps- en stedenbouwkundig plan. stappen ➢ In het landschaps- en stedenbouwkundig plan is al aangegeven dat in zone X geen bebouwing en (volledige) verharding is toegestaan. ➢ Via de omgevingsvergunningaanvraag wordt gecheckt of de maximaal toegestane bebouwingsoppervlakte niet wordt overschreden. Bron Landschaps- en stedenbouwkundig plan
blad 11 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
3.3
Beperking verlichting
Beperking verlichting Koppeling meerwaardemaatregel aan visie uit inspiratiedocument VP: niet specifiek genoemd. Bron voor deze maatregel vormen de N2000-waarden en aanwezige beschermde soorten en het algehele herstel van de abiotische condities in de Vinkeveense Plassen. Om• De regels t.a.v. de reeds bestaande verlichting niet worden gewijzigd. schrijving • Terreinverlichting wordt zeer terughoudend toegepast in het NNN-gebied, alleen waar dat vanuit maatregel andere belangen zoals verkeersveiligheid echt nodig is. • Verlichting aanbrengen is alleen mogelijk op locaties waar in de huidige situatie al een vorm van verlichting (vergund) aanwezig is. • Geen nieuwe terreinverlichting aanbrengen aan de rand van het Natura 2000-gebied. • Geen nieuwe terreinverlichting aanbrengen bij de Geuzensloot. Ook daar zijn grote niet recreatief in gebruik zijn de legakkers. Het overgangsgebied Plassen – Polder Demmerik is qua natuur zeer waardevol (DGV). • Gebruik van vleermuisvriendelijke terreinverlichting op locaties waar verlichting wordt toegepast. • Waar mogelijk terreinverlichting maskeren met opgaan groen. • Bij vervanging van bestaande verlichting zal lage verlichting worden toegepast, bijvoorbeeld kniehoge paaltjes met naar de grond gerichte verlichting. In ieder geval zijn grote lichtbronnen en verlichting op hoogte niet toegestaan is.
• Incidentele verlichting kan niet voorkomen worden (sluit aan bij huidig gebruik). Er is op veel legakkers geen stroomnet aanwezig maar mogelijkheden zoals accu’s en zonnepanelen kunnen er wel toe leiden dat verlichting toegepast kan worden. Daar kan de gemeente niets aan veranderen in het kader van het bestemmingsplan. Structurele, permanente verlichting op de kavels is echter verboden. Doel Meervleermuis (zeer lichtgevoelige soort en N2000-habitatsoort), ook gunstig voor andere aanwezige vleermuissoorten die foerageren in het gebied. Door geen nieuwe verlichting aan te brengen aan de rand van het Natura 2000-gebied, maar enkel op locaties waar in de huidige situatie al een vorm van verlichting aanwezig is, wordt toename van verstoring van foeragerende meervleermuizen voorkomen. Door verlichting te richten en/of af te schermen, kan een toename van verlichting op de foerageerroutes in het oostelijke deel van Botshol worden voorkomen. Bovendien kan het terughoudend toepassen van verlichting kan een gunstig effect hebben op de populatie van de beschermde soorten en icoonsoorten (krooneend). Waar
In zone X en de zandeilanden is in het landschaps- en stedenbouwkundig plan aangeven dat verlichting niet gewenst is in NNN. Dat wil zeggen dat uitgegaan wordt van verlichting conform de huidige situatie. Met name op de zandeilanden 1 en 4 en langs de fietspaden is verlichting aanwezig. In overige zones wordt verlichting terughoudend toegepast. In het noordwestelijk deel van het plangebied (tegen Botshol aan) dient verlichting te worden voorkomen om de effecten op Botshol te beperken. Op de legakkers is geen verlichting toegestaan. ➢ In het inspiratiedocument is aangegeven "opgaande beplanting langs Baambrugse Zuwe aanbrengen als maatregel om verstoring te voorkomen. Baambrugse Zuwe is geen onderdeel van plangebied voor het bestemmingsplan, dus maatregel is niet overgenomen. ➢ Keuze voor strengere eisen aan verlichting in de deelgebieden IIa/c en IIIb/c (noordwestelijk deel van het plangebied tegen Botshol aan) ten opzichte van landschaps- en stedebouwkundig plan. ➢ Concreter bepalen waar welk type verlichting wordt toegepast want niet elke vleermuisarmatuur blijkt effectief te zijn om verstoring van vleermuizen te voorkomen.1 ➢ Voorwaarden aan verlichting via omgevingsvergunning. ➢ Aanpassen bestaande verlichting aan natuurvriendelijke vorm is natuurlijk altijd een mogelijkheid. Passende beoordeling, Landschaps- en stedenbouwkundig plan
Keuzes/ Vervolgstappen
Bron
1
Aandachtspunt hierbij is dat de kennisdocumenten van de gewone dwergvleermuis (versie 2.0, april 2024) en ruige dwergvleermuis (versie 2.0, september 2024) ten aanzien van ‘Vermijden lichtverstoring’ grotendeels herschreven zijn waarbij onder andere is toegevoegd dat het aanpassen van lichtkleur weinig effectief is.
blad 12 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
3.4
Communicatietraject
Communicatietraject Koppeling meerwaardemaatregel aan visie uit inspiratiedocument VP: niet specifiek benoemd. Behoud en herstel van de natuurwaarden vormen basis voor het communicatietraject OmDe gemeente maakt een communicatieplan om de eigenaren te informeren over het proces rondom de aan schrijving te vragen omgevingsvergunningen. Door communicatie en voorlichting worden mensen ook bewust maatregel gemaakt van de kwetsbaarheid van het gebied waarin men verblijft, en dat dit extra zorg en verantwoordelijkheid voor de omgeving met zich meebrengt. Hiervoor kan een campagne worden ingericht, die focust op pleziervaart en legakkereigenaren en -gebruikers. Doel Bewustzijnsverbetering kan leiden tot aandacht voor het behoud van de oevers van legakkers, de natuurlijke inrichting, het beperken van verstoring van de natuurwaarden en een vermindering van de lozing van afvalwater. Waar Gehele plangebied, focus/intensiever op gebieden met grootste recreatiedruk (zandeilanden, zone I) Keuzes/ ➢ De gemeente De Ronde Venen is druk bezig om deze taken uit te zetten in de organisatie. Insteek is dit Vervolgdeel uit te gaan voeren op moment dat de stukken aan de gemeenteraad worden aangeboden. stappen ➢ Concretere afspraken maken over de communicatie met bewoners/recreatieschap/ondernemers e.d.
Wanneer worden besluiten hierover genomen? Welke afspraken moeten hierover gemaakt worden, en met wie? ➢ Budget reserveren voor het opstellen en uitvoeren van het communicatieplan. ➢ Opstellen communicatieplan: plan met omschrijving van de communicatieactiviteiten die worden ingezet om de communicatiedoelstelling te realiseren. o Welke boodschap(pen) o Welke doelgroepen en bijbehorende communicatiedoelen o De communicatiestrategie en - middelen Bron KRW toets, bestemmingsplan
3.5
Handhaving
Handhaving Koppeling meerwaardemaatregel aan visie inspiratiedocument VP: niet specifiek benoemd. Behoud en herstel van de natuurwaarden vormen basis voor de handhaving OmDe gemeente heeft aangegeven dat de handhaving een onlosmakelijk onderdeel zal worden van de schrijving bestemmingsplanwijziging. Hierbij wordt toegezien op de afmetingen van recreatieve bebouwing en het maatregel inrichten van een opslagtank voor de sanitatie en het gebruik van de vuilwatervoorziening. Ook op de toepassing van beschoeiing wordt toegezien. Doel Verbeteren kwaliteit oevers en waterkwaliteit, behoud legakkerstructuur, voorkomen onvoorziene/ongewenste/illegale toename recreatiedruk. Waar Gehele plangebied Keuzes/ ➢ Opstellen VTH-plan met uitwerking vergunning-, toezicht- en handhavingsbeleid. Vervolg➢ De gemeente De Ronde Venen is druk bezig om deze taken uit te zetten in de organisatie. Insteek is stappen dit deel uit te gaan voeren op moment dat de stukken aan de gemeenteraad worden aangeboden. ➢ Concretere afspraken over de vervolgstappen. Wanneer worden besluiten hierover genomen? Welke afspraken moeten hierover gemaakt worden, en met wie? ➢ Rekening houden met jurisprudentie (een (te) uitgebreid stappenplan in het gemeentelijk handhavingsbeleid kan onredelijk zijn) ➢ Budget reserveren voor het opstellen en uitvoeren van het handhavingsbeleid.
➢ Uitwerken handhavingsbeleid in een beleidsnota. In dit beleid wordt aangegeven op welke wijze gereageerd wordt op overtredingen van wettelijke voorschriften. ➢ Voeren handhavingsbeleid. Bron Bestemmingsplan, KRW toets
blad 13 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
4.
Meerwaarde maatregelen
4.1
Aanleg natuurvriendelijke oever
Aanleg natuurvriendelijke oever Koppeling meerwaardemaatregel aan visie uit het inspiratiedocument VP: zie paragraaf 3.1 OmIndien mogelijk (bijvoorbeeld ondiepe over, luwte) dient er gekozen te worden voor een natuurvriendelijke schrijving manier om de oever te beschoeien. Dat kan door een natuurlijke oever op een flauw talud op ondiepe delen maatregel (oevers in de luwtegelegen) of door op enige afstand vóór de eigenlijke oever een tweede beschoeiing te plaatsen (oevers in de wind gelegen), bijvoorbeeld van een palenrij met daarachter doek (geotextiel) of wilgentenen. In de tweede beschoeiing zitten onderbrekingen, waardoor het water makkelijk tussen beide rijen kan komen. Verder wordt de zone tussen beide palenrijen opgevuld tot er een ondiepe zone overblijft. In figuur 4-1 en figuur 4-2 zijn enkele voorbeelden weergegeven.
Figuur 4-1: Voorbeelden natuurvriendelijke oevers (Buizer & van Helsdingen, 2019).
Figuur 4-2: Voorbeelden natuurvriendelijke oevers met palenrij.
Aandachtspunten bij keuze voor deze maatregel: • Natuurvriendelijke oevers kunnen een kwaliteitsimpuls zijn ten opzichte van de rechte en hoge oevers. Het succes van een NVO is echter afhankelijk van een ecologisch zorgvuldig ontwerp, o.a. afhankelijk van waterpeil. Dit ecologisch zorgvuldig ontwerp is een vereiste zodat de NVO van de juiste kwaliteit is om ecologisch van waarde te kunnen zijn.
blad 14 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Aanleg natuurvriendelijke oever • Natuurvriendelijke oevers moeten voldoen aan de Keur van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Er moeten niet-uitloogbare materialen worden toegepast om een verslechtering van de waterkwaliteit te voorkomen. De maximale breedte van een natuurvriendelijke oever, vanwege onderhoud vanaf het water, is 4 m. Aan de toe te passen grond worden eisen gesteld, met name betreffende de voedselrijkdom. Opvulling van het talud achter de wand dient uitgevoerd te worden met schoon en voedselarm materiaal. De oevers kunnen ingeplant worden met riet uit het eigen gebied. Bomen op de oever zijn niet wenselijk in verband met bladval en beschaduwing. • In de Vinkeveense plassen zijn voldoende schuilplaatsen aanwezig voor kwabaal. Deze bestaan onder meer uit oevers van legakkkers met boomwortels, rietoevers, holtes in veenrestanten. Plannen voor het vernieuwen van beschoeiing bij de legakkers en zandeilanden zijn voor de kwabaal ongunstig, omdat er schuilplaatsen door verloren gaan. Daarom is het belangrijk om – daar waar mogelijk – natuurvriendelijke oevers toe te passen. • Veel kavels ondervinden sterke stroming, waardoor het soms al lastig is om zelfs reguliere beschoeiing in stand te doen houden. Er zijn voorbeelden van technieken om bij sterke stroming toch NVO’s aan te leggen, bijvoorbeeld met een dubbele beschoeiing of dubbele palenrij (zie ook paragraaf 4.2).
Dit wordt meegenomen bij de communicatie over de mogelijkheden over NVO’s en de beoordeling van de vergunningaanvragen. Doel Het hoofddoel van het bestemmingsplan is het behoud van de legakkers, die autonoom door de afwezigheid van bescherming tegen golfslag verder zouden afkalven en ten slotte verdwijnen. Natuurvriendelijke oever: De huidige kwaliteit van natuurdoeltype Zoete plas wordt vooral bepaald door het ontbreken van natuurlijke oevers en overgangen van land naar water. De natuurvriendelijke oever draagt bij aan het vergroten van de hoeveelheid natuurlijke (oever)vegetaties. Bij laagveennatuur horen verlandingsvegetaties. De ontwikkeling van natuurlijke land-waterovergangen en ondieptes, het stimuleren van dynamiek en structuren door het gedeeltelijk toestaan van natuurlijke processen als verlanding en de waterkwaliteit zijn van groot belang om de gewenste NNN-kwaliteit te realiseren. In de ondiepe zone achter de palenrij kan begroeiing ontstaan. Hiermee wordt de ontwikkeling van waterplanten gestimuleerd, en ook de beschikbare zones voor bijvoorbeeld otter, ringslang, kwabaal, rivierdonderpad en andere vissen en macrofauna. Krooneenden kunnen een nest bouwen in de riet- of kruidenrijke oever. In het water (ondergedoken waterplanten en moerasvegetatie) kunnen ze foerageren (kranswieren vormen een belangrijk deel van het menu, slakken en insecten zijn aanvulling).
Waar
Het realiseren van toegankelijke beschutte oevers en stapstenen verbetert de doortrekbaarheid van de Vinkeveense Plassen. Natuurvriendelijke oevers langs de zandeilanden zijn ook belangrijk om de doortrekbaarheid van het gebied te vergroten, bijvoorbeeld van dieren die vanaf de ecopassage onder de A2, langs de N201, het gebied inkomen en die langs de oevers langs de Vinkenkade naar het noorden trekken. Zone I, II en III: in ieder geval beschoeiing en waar mogelijk met palenrij Zone X en zandeilanden (met name de zandeilanden met minder recreatie): natuurvriendelijke oever De NVO bij legakkers is optioneel. De ene zijde van de legakker is de andere zijde niet qua stroming en golfslag. Qua meerwaarde kan dit concreet niet exact mee worden genomen omdat de invulling ervan nog niet bekend is. De gemeente zal de aanleg van NVO wel stimuleren en de verwachting is dat veel legakkereigenaren deze optie zullen verkiezen omdat deze financieel aantrekkelijker is/kan zijn ten opzichte van harde beschoeiing. De NVO’s langs de legakkers zijn op de figuur 4-3 en 4-4 aangegeven, in blauw waar al NVO’s zijn/worden gerealiseerd en in bruine kleur de oevers waar dat nog mogelijk gaat zijn.
blad 15 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Aanleg natuurvriendelijke oever
Figuur 4-3: Locaties met (potenties voor) natuurvriendelijke oevers (zone tegen Botshol aan).
Figuur 4-4: Locaties met (potenties voor) natuurvriendelijke oevers (oostelijk deel van het plangebied tegen Vinkekade).
De indicatie is dat zo’n 3 km NVO (incl de NVO’s van Vinkenrust) zeker wordt gerealiseerd. En dat er nog ca 1 km (al aangegeven op de kaart) tot 3 km bij kan komen, daarover is nog geen zekerheid en wordt daarom in de meerwaardebepaling buiten beschouwing gelaten. blad 16 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Aanleg natuurvriendelijke oever De NVO’s van de zandeilanden liggen bij recreatieschap en worden serieus overwogen om dat aan te leggen. Op basis van ca. 12 km oeverlengte van de zandeilanden wordt daarom uitgegaan van zeker ca 3 a 4 km NVO. Ook andere locaties binnen de Vinkeveense plassen kunnen geschikt zijn voor de aanleg van NVO’s, namelijk de ondiepere delen van het plangebied, zie figuur 4-5 met een sedimentstroom kaartje. Van de Vinkeveense Plassen is geen dieptekaart bekend. Sinds 1957 wordt in de Vinkeveense Plassen zand gewonnen. De oorspronkelijke vergunning voor zandwinning was tot een diepte van NAP-30 m. In 1968 is dit verder opgerekt naar NAP -50 m. De delen ten zuiden van de zandeilanden fungeren als veenplassen. Van veenplassen in de omgeving is bekend dat de diepte mede afhankelijk is van het sediment- /slibtransport in de plassen. De wind veroorzaakt aan de oppervlakte een waterverplaatsing, waardoor over de bodem een retourstroom wordt gecreëerd. Met deze retourstroom vindt slibtransport plaats. Plassen in de omgeving, zoals de Amstelveense Poel, de Westeinderplassen en Loosdrechtse plassen laten hierdoor een diepteverloop zien van ondiepte in de zuidwestzijde (overwegende windrichting) en een grotere diepte aan de noordoostzijde. Dat betekent dat de zuidwestzijde van het plangebied potentieel geschikter kan zijn voor de aanleg van NVO’s.
Figuur 4-5: Sedimentstroom binnen de Vinkeveense Plassen. Keuzes/ Vervolgstappen
➢
➢ ➢
In het inspiratiedocument zijn de kades van de Geuzesloot afzonderlijk benoemd. Daar is de wens om de verbindende functie te behouden en afwisselende oevers realiseren met opgaande vegetatie en riet. Doel is de huidige situatie te behouden of meer geleidelijke overgangen tussen land en water te realiseren. Deze sloot ligt echter buiten de plangrens en maatregelen aan deze sloot vormen daarom geen onderdeel van de meerwaarde maatregelen. Zonering van het plangebied is nader opgesplitst zodat de zones waar liever geen beschoeiing komt maar natuurvriendelijke oevers beter aansluiten op zones inspiratiedocument. In het inspiratiedocument is de legakkerstructuur bij de A2 afzonderlijke benoemd. Hier dient aangesloten te worden bij de ontwikkelingen in de Vinkeveense plassen. Dat betekent ook hier dat beheer op orde is. Hierbij wordt voldoende rekening gehouden met aanwezige steltlopers. Dit gebied ligt echter buiten de plangrens en maatregelen in dit gebied en maatregelen in dit gebied vormen geen onderdeel van de meerwaarde maatregelen.
blad 17 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Aanleg natuurvriendelijke oever ➢ Locaties die geschikt zijn voor de aanleg van natuurvriendelijke oever (obv waterdiepte, waar zijn voldoende brede legakkers) moeten nog in beeld gebracht worden. In het Natuurplan is ook al het volgende aangeven: “De realisatie van natuurvriendelijke oevers langs de legakkers is veelal problematisch Door de golfslag is beschoeiing nodig, door de waterdiepte is aanleg aan de waterzijde niet mogelijk en door de veelal smalle legakkers is aan de landzijde ook weinig ruimte. De zandeilanden en N201 zullen naar verwachting een belangrijke rol spelen in het realiseren van oevervegetaties, en het Achterbos. Omdat de oeverlengte van de zandeilanden slechts een beperkt aandeel vormt van alle oevers in het Plassengebied, is verder onderzoek nodig naar mogelijkheden voor natuurvriendelijke oevers langs de legakkers. Misschien zijn er toch mogelijkheden langs voldoende brede legakkers op luwe plekken” ➢ De aanleg en inrichting wordt aan initiatiefnemer overgelaten. De gemeente toetst bij de aanvraag omgevingsvergunning aan Landschaps- & Stedebouwkundig-plan en de Regels. ➢ Afstemming met Waternet en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht over de realisatie van natuurvriendelijke oevers. ➢ Het is steeds van belang om van tevoren het draagvlak na te gaan voor de aanleg van een natuurvriendelijke oever (relatie met communicatietraject, zie paragraaf 3.3).
Momenteel is het draagvlak voor 100% aanwezig. Alleen blijft het nodig om te bekijken of bijvoorbeeld de ‘doorvaart’ last kan hebben van die oevers en of op eigen ‘perceel’ wordt gerealiseerd. ➢ Beheer en onderhoud regelen. Een goed beheer en onderhoud is essentieel voor een goede ontwikkeling van de natuurvriendelijke oever. Er zijn verschillende vormen van beheer en onderhoud. Zo is er dagelijks onderhoud, zoals het opruimen van afval. Verder is er regulier onderhoud (o.a. maaien en schonen) en groot onderhoud (o.a. baggeren en herprofilering van delen van de oever). ➢ Vergunningenscan uitvoeren? Te leveren overzicht maken van mogelijke vergunningen die nodig zijn voor aanleg van een natuurvriendelijke oever (anders dan de omgevingsvergunning zoals geregeld in dit bestemmingsplan). ➢ Communicatie over de mogelijkheid van NVO’s is belangrijk. Ter inspiratie heeft de gemeente 2 factsheets beschikbaar ter beschikking gesteld door de provincie) voor geïnteresseerde legakkereigenaren (waarin Tijhuis ingenieurs mogelijkheden schetst voor diverse vormen NVO’s. Bron
Natuurtoets, NNN-toets, Landschaps- en stedenbouwkundig plan
blad 18 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
4.2
Zonering natuurlijke inrichting van de legakkers
Zonering natuurlijke inrichting van de legakkers Koppeling meerwaardemaatregel aan visie uit het inspiratiedocument VP: • Omstandigheden zijn plaatselijk geschikt voor onder andere broedende krooneenden en kokmeeuwen. Deze omstandigheden bevinden zich vooral langs de N201 en de zone nabij Botshol. • De landzone nabij Botshol is rustig en natuurvriendelijk ingericht. Recreatie is gezoneerd om de aanwezige broedvogelkolonie in Botshol te ontzien en leefgebied voor moerasvogels te vormen. De Vinkeveense plassen biedt voor met name de visetende vogels van het aangrenzende Natura 2000-gebied foerageergebied en er is geen barrière tussen deze gebieden. • Nieuwe ondiepe delen voor natuurontwikkeling hebben zich ontwikkeld, dit zijn nieuwe locaties waar verlanding plaats kan vinden. De exacte locaties zijn niet aan te geven omdat dit afhangt van locatiespecifieke omstandigheden en natuurlijke processen. Kansrijk lijken de diverse verzonken legakkers in de zuidplas, onder andere nabij de brug (waterverbinding Noord- en Zuidplas) in de Baambrugse Zuwe. • Voor een deel van de smalle zones tussen de legakkers heeft verlanding plaatsgevonden, doorvaart is in deze delen verhinderd.
OmBestemmingsplan voorziet in zonering van natuurlijke inrichting van de legakkers met zone III als meest schrijving natuurlijke inrichting waarbij verblijven (en daarmee verstoring door recreatiedruk) ondergeschikt is. Deze maatregel zones sluiten aan bij de zones die vanuit het Inspiratiedocument als zones met de meeste natuurontwikkeling zijn aangewezen. De herbestemming en herinrichting van ’t Meertje (zie separaat rapport NNN- compensatieplan) sluit ook aan bij de zone die vanuit het Inspiratiedocument als zone met de meeste natuurontwikkeling is aangewezen.
Doel Waar
Keuzes/ Vervolgstappen
Bron
Legakkers zone III: In de zone komen met name kavels met enkele gebouwen en geheel begroeide kavels voor. De legakkers met veel opgaande beplanting dragen bij aan het natuurlijke karakter van de zone en zijn bepalend voor de beeldkwaliteit van het plassengebied. De aandacht voor het behoud van rustige zones in de plassen heeft een gunstig effect op de populatie van de beschermde soorten en icoonsoorten. Gehele plangebied; door de zonering wordt de omvang van het sterker verstoorde gebied beperkt tot enkele zones (zandeilanden en zone I). De minst verstoorde zone is zone III en X en daarnaast deelgebieden IIb/e. Hier kan ook gewezen worden op het gebied grenzend aan Demmerik (deel van IIIb en IIIc). Ook dit biedt veel kansen onder andere de Geuzensloot, zeker als de doorvaart de Heul is aangelegd. Dan kan het doorgaand vaarverkeer meteen de Kleine plas op of via de vaart naar de Zuidplas en Noordplas i.p.v. eerst een deel de Geuzensloot te gebruiken. ➢ Zone X ’t Meertje is belangrijk in de zonering omdat rust hier belangrijk is aangezien in ’t Meertje de natuurcompensatie voor het ruimtebeslag plaats vindt. ➢ Nagaan of er langs de N201 mogelijkheden zijn om maatregelen te nemen. Deel van N201 grenst aan Zone X. Het bestemmingsplan voorziet echter niet in wijzigingen aan de N201.
➢ Deelgebieden IIa/c en IIIb/c (noordwestelijk deel van de Vinkeveense plassen) dienen ook afzonderlijk benoemen als deelgebieden met een natuurlijke inrichting van de legakkers door ligging nabij Botshol, hier rust nog verder borgen? Delen afzetten voor waterrecreatie? Specifiekere zone bij Botshol uitwerken ➢ Bepalen geschikte locaties voor de volgende maatregel uit het inspiratiedocument: “Nieuwe ondiepe delen voor natuurontwikkeling hebben zich ontwikkeld, dit zijn nieuwe locaties waar verlanding plaats kan vinden. De exacte locaties zijn niet aan te geven omdat dit afhangt van locatiespecifieke omstandigheden en natuurlijke processen. Kansrijk lijken de diverse verzonken legakkers in de zuidplas, onder andere nabij de brug (waterverbinding Noord- en Zuidplas) in de Baambrugse Zuwe.” ➢ Bepalen geschikte locaties waar verlanding gestimuleerd kan worden voor de volgende maatregel uit inspiratiedocument: “Voor een deel van de smalle zones tussen de legakkers heeft verlanding plaatsgevonden, doorvaart is in deze delen verhinderd”. Landschaps- en stedenbouwkundig plan
blad 19 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
4.3
Toepassen inheemse beplanting
Toepassen inheemse beplanting Koppeling meerwaardemaatregel aan visie inspiratiedocument VP: • Voor de landzones van de resterende delen (buiten de legakkers nabij Botshol, N201, kades nabij Geuzensloot, legakkers bij de A2) geldt dat de mogelijkheden voor natuurontwikkeling beperkt zijn. Kleine ontwikkelingen als beplanting met inheemse vegetatie (en het zo natuurvriendelijk mogelijk inrichten van oeverzones) hebben lokaal wel plaatsgevonden. • Alle aanwezige vegetatie is inheems: qua bomen en struweel gaat het dan vooral om struikwilgen en zwarte elzen. OmIn zone II en III moet per kavel 25% met inheemse beplanting worden gerealiseerd. Bij zone III mag max 10% schrijving van de kavel met kruidenrijk gras. Dit wordt gewaarborgd in het landschaps- en stedenbouwkundg plan. maatregel
De opgaande inheemse beplanting2 op de legakkers die vooral voorkomt in de Vinkeveense Plassen: • Hoog- en laagveenbos bevat de volgende (inheemse) soorten: zwarte els, zachte berk, grauwe wilg, katwilg en wilde gagel • Boomsoorten op de recreatie eilanden: loofbos dat bestaat uit: populier, es, esdoorn, eik, iep en zwarte els. Dit zijn veelal aangeplante soorten. • Struikgewas: zwarte els en zachte berk zijn soorten die door beheermaatregelen laag gehouden worden, dan worden ze om de 3 á 5 jaar afgezet worden en daardoor blijven ze laag. Grauwe wilg, katwilg en wilde gagel zijn struikvormende soorten. Vanuit een lijst van inheemse bomen en struiken3 kunnen de volgende soorten tegen natte, zure (venige) bodems (aanvullend op bovenstaande lijst): amandelwilg, bittere wilg, boswilg, Gelderse roos, geoorde wilg, gewone vlier, gladde iep, hazelaar, kraakwilg, rode kornoelje, ruwe iep, schietwilg, sleedoorn, fladderiep, eenstijlige meidoorn, gewone vogelkers, wilde lijsterbes en winterlinde. Voor de NVO zijn geschikte oeverplanten: beekpunge, dotterbloem, echte valeriaan, gele lis, gewone engelwortel, grote egelskop, grote kattenstaart, grote waterweegbree, kalmoes, kleine lisdodde, liesgras, moerasandoorn, moerasspirea, moerasvergeet-me-nietje, moeraszegge, riet, rietgras, wolfspoot, zwanebloem.
In de nieuwe situatie moet de 25% inheemse beplanting expliciet aangegeven worden op het inrichtingsplan (bij aanvraag vergunning). Beperking ruimtebeslag door bebouwing, waardoor er op elke legakker ruimte overblijft voor de ontwikkeling van natuurlijke biotopen/ontwikkeling natuurdoeltypen en leefgebied voor soorten. Zone II en III ➢ Voor de deelgebieden X en Z wordt bij beplanting alleen melding gemaakt van natuurdoeltypen. Dit betekent ook impliciet dat hier ook 100% inheemse beplanting als voorwaarde geldt vanuit het landschaps- en stedenbouwkundig plan. ➢ Deelgebieden IIa/c en IIIb/c (Zone III (noordwestelijk deel van het plangebied): door ligging nabij Botshol is hier extra aandacht vanuit handhaving nodig voor toepassing inheemse beplanting. Maar dat geldt ook voor de (andere) focusgebieden voor broedvogels (IIa/b en Xb/d). ➢ Bij aanvraag van de omgevingsvergunning moet beschreven worden hoe/wat/waar inheems wordt aangeplant. ➢ Tip DGV: Bij veel oevers hebben waterplanten geen of weinig kans om te groeien door golfslag, bootverkeer en ganzenvraat. Misschien moeten om de eerste groei van oevervegetatie mogelijk te maken ook naar mogelijke maatregelen in omliggende gebieden gekeken worden. Bijvoorbeeld de aanpak
Doel Waar Keuzes/ Vervolgstappen
2
Definitie inheemse beplanting: dit zijn soorten van de oorspronkelijke vegetatie, die zich na de laatste ijstijd spontaan hebben gevestigd en gehandhaafd. Daarnaast bestaat er autochtone beplanting: dit is beplanting die in het gebied een nakomeling is van planten die zich sinds hun spontane vestiging na de laatste ijstijd altijd natuurlijk hebben verjongd, of die kunstmatig vermeerderd werden met strikt lokaal materiaal. 3
In Nederland is de Commissie voor de samenstelling van de Rassenlijst Bomen op grond van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 ingesteld en beveelt in de eens per vijf a zeven jaar verschijnende Rassenlijst Bomen de voor Nederland officieel erkende autochtone herkomsten aan.
blad 20 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Toepassen inheemse beplanting van ganzenvraat in de Vechtplassen en Botshol door gaas nabij de oever te plaatsen. Waardoor geen vaarbeweging mogelijk is en er geen ganzen achter landen die het jonge riet en waterplanten opeten. Bron Landschaps- en stedenbouwkundig plan
4.4
Realisatie natuurdoeltypen op legakkers en zandeilanden
Realisatie natuurdoeltypen op legakkers en zandeilanden Koppeling meerwaardemaatregel aan visie inspiratiedocument VP: • De zandeilanden met meer recreatie hebben floristisch goed ontwikkelde graslanden. • De kades langs de Geuzensloot zijn ontwikkeld tot soortenrijke graslanden (natuurbeheertype N12.02). • De vegetaties van de meest ruige delen gaan richting het natuurbeheertype N05.03 veenmoeras. De meest onderhouden delen hebben zich ontwikkeld in de richting van het natuurbeheertype N12.02 kruiden- en faunarijk grasland. OmWaar ruimte is voor natuurlijke begroeiing op de legakkers en de zandeilanden vormen de natuurdoeltypen schrijving het uitgangspunt voor de begroeiing: maatregel • Kruidlaag: Natuurtypen N12.02 Kruidenrijke graslanden: In kruiden- en faunarijk grasland domineren grassen, maar hebben kruiden ook een vrij groot aandeel (> ca. 20%). Naast voedselrijkere grassoorten (als Engels raaigras, ruw beemdgras en gestreepte witbol), komen ook minder voedselrijke grassen voor als gewoon reukgras, rood zwenkgras en gewoon struisgras. • Zoom: Natuurtypen N14.02 Hoog- en laagveenbos: Hoog- en laagveenbos omvat bossen en struwelen gedomineerd door elzen, zachte berk, grauwe wilg, wilde gagel en katwilg op natte standplaatsen op venige bodem.
• Bomen: Natuurtypen N16.04 Vochtig bos met productie: Het is voornamelijk loofbos die gedomineerd worden door diverse boomsoorten zoals populier, es, esdoorn, beuk, haagbeuk, eik, iep en els. Het is een grotendeels gesloten bos met een weelderige ondergroei. Doel Realisatie goede kwaliteit natuurdoeltypen op legakkers binnen NNN Alle doelsoorten, op de vissen na, hebben natuurlijke vegetaties op land nodig, zowel om te foerageren als voor beschutting om te rusten of te broeden. Doelsoorten voor hakhout en ruigte zijn otter, krooneend, blauwborst, diverse ongewervelden en voor hooiland ringslang, oranjetipje en andere insecten. Waar Zandeilanden en Zone X, dus ook buiten het ‘t Meertje (zie figuur 4-6)
Figuur 4-6: Situering zone X binnen Vinkeveense Plassen. Keuzes/ Vervolgstappen
➢
➢
In het inspiratiedocument zijn de kades van de Geuzesloot afzonderlijk benoemd met deze te ontwikkelen als soortenrijke graslanden (natuurbeheertype N12.02). Deze sloot ligt echter buiten de plangrens en maatregelen aan deze sloot vormen daarom geen onderdeel van de meerwaarde maatregelen. In het landschaps- en stedenbouwkundigplan is niet uitgegaan van realisatie van het natuurdoeltype N05.03 veenmoeras. Dit moeras ontstaat vanuit veenvorming. Als deze situatie niet aanwezig is, is het niet de bedoeling dat het natuurdoeltype wordt aangelegd.
blad 21 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
Realisatie natuurdoeltypen op legakkers en zandeilanden ➢ Deelgebieden IIa/c en IIIb/c (Zone III (noordelijk deel): door ligging nabij Botshol hebben de realisatie van natuurdoeltypen op de legakkers een meerwaarde. Dit is aanvullende op het landschaps- en stedenbouwkundig plan. ➢ De meeste legakkers hebben het natuurbeheertype N 04.01 Kranswierwateren. Dit geldt ook voor het oppervlaktewater. Met name betere land-waterovergangen door de natuurvriendelijke oevers en de waterkwaliteitsmaatregelen vanuit de KRW-toets zullen bijdragen aan de ontwikkeling van dit natuurbeheertype. ➢ Er zijn 12 zandeilanden; alleen op eilanden 1, 2 en 4 zijn er vaste gebouwen aanwezig. Verkennen of er maatregelen genomen kunnen worden om sommige zandeilanden te vrijwaren van toekomstige bebouwing, van intensief gebruik om meer ruimte te creëren voor realisatie van natuurdoeltypen. ➢ Beheer van de natuurbestemmingen binnen in de Vinkeveens plassen behoort tot de eigenaren van deze legakkers. Hier kan SKNL (subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap) voor worden aangevraagd worden bij de provincie. Indien het gaat over het inrichten en/of verbeteren van NNN is het subsidiabel als het aan de volgende voorwaarden voldoet: 1.
2. 3.
4.
5. 6.
Bron
De inrichtingsmaatregelen in uw investeringsplan of programma zijn bedoeld om de (beoogde) beheertypen en habitattypen verder te ontwikkelen en te beheren. Daarnaast dragen de maatregelen bij aan de realisatie van het investeringsdoel naar het oordeel van Gedeputeerde Staten. Het investeringsdoel is in overeenstemming met het Natuurbeheerplan of beheerplan zoals dat op de datum van de subsidieaanvraag gold. De maatregelen die u in het investeringsplan of het programma beschrijft realiseren de omvorming van landbouwgrond naar natuur efficiënt en effectief. Dit geldt ook voor de maatregelen gericht op het verhogen van de kwaliteit van de natuur of het realiseren en aanleggen van natuur. U bent nog niet gestart met het uitvoeren van de inrichtingsmaatregelen vóórdat a. De taxatie is uitgevoerd, indien de aanvraag voor een investeringssubsidie samen gaat met een aanvraag voor een subsidie functieverandering dan wel; b. U de subsidieaanvraag voor investeringsmaatregelen heeft ingediend, De inrichtingsmaatregelen leiden tot een natuur of landschapsbeheertype zoals opgenomen en nader beschreven in bijlagen 1 en 2 van de Subsidieverordening. Indien de subsidieaanvrager een grote onderneming heeft dient naast de subsidieaanvraag ook een beschrijving met onderbouwing te worden toegevoegd van de situatie waarin geen steun zou worden verleend.
Op de website staat een toelichting over de subsidiemogelijkheid en hoe de aanvraag ingediend kan worden. Als er hier vragen over zijn, neem dan contact op met de provincie Utrecht: Link: Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL) | provincie Utrecht (provincie-utrecht.nl), Landschaps- en stedenbouwkundig plan
blad 22 van 34
Natuurkwaliteitsplan Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 8 november 2024 revisie 7 KuiperCompagnons B.V.
4.5
Aanleg vissenbossen in VVP
Aanleggen vissenbossen Koppeling meerwaardemaatregel aan visie uit het inspiratiedocument VP: • Deels verzonken legakkers en andere ondieptes zijn gebruikt voor de inrichting van de vissenbossen en verlanding door aanleg van structuren (bijvoorbeeld palenrijen met snoeihout). • Nieuwe ondiepe delen voor natuurontwikkeling hebben zich ontwikkeld, dit zijn nieuwe locaties waar verlanding plaats kan vinden. De exacte locaties zijn niet aan te geven omdat dit afhangt van locatiespecifieke omstandigheden en natuurlijke processen. Kansrijk lijken de diverse verzonken legakkers in de zuidplas, onder andere nabij de brug (waterverbinding Noord- en Zuidplas) in de Baambrugse Zuwe. • Er zijn meer legakkers aanwezig dan in de huidige situatie. Als wordt gekozen voor herstel/aanleg van legakkers, dan worden deze gerealiseerd met natuurontwikkeling als doel. OmAanleggen van een vissenbos op een verzonken legakker, door snoeiafval/takken tussen palen te plaatsen. schrijving Hiervoor wordt gebruik gemaakt van gekapte bomen en bossen snoeihout. Het hout moet goed verankerd maatregel worden, zodat het niet wegdrijft. Bovendien moet het goed zichtbaar zijn voor de scheepvaart en de locatie van de verzonken legakker markeren. De natuurdoeltypen die kunnen ontstaan zijn N04.01 Kranswierwater, N04.02 zoete plas en N05.03 Veenmoeras
Figuur 4-7: Voorbeelden van vissenbossen op verzonken lekakkers. Beide figuren zijn afkomstig uit Van Helsdingen & Buizer, 2018. Links is een foto van een vissenbos (figuur 4.9 uit voorgenoemde rapport). Rechts geeft een schematische dwarsdoorsnede (Kos, 2022). Doel
Waar
Herstel van de historische structuur van de legakkers. Diverse waterorganismen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van dood hout in het water. Vissenbossen bieden aan met name de jonge vis van diverse vissoorten zoals aal en snoek een schuil- en foerageerplek en ook aan kwabaal en rivierdonderpad. Ook is er op dood hout in het water veel macrofauna te vinden, die leeft van het hout. In het bestemmingsplan wordt ruim 3 ha natuurbestemming opgenomen (in plaats van de bestemming GL1, 2 of 3 in het ontwerpbestemmingsplan). In het bestemmingsplan wordt ook een groot ‘water’gebied aangeduid. In de waterbestemming is de mogelijkheid voor vissenbossen opgenomen (in alle zones). Toegezegd wordt dat er minimaal 2ha aan vissenbossen wordt gerealiseerd. In figuur 4-8 is een kaart opgenomen met de locaties voor de vissenbossen in zone 3. Dit zijn de gronden die publieke eigendom zijn, dan wel grenzen aan natuurbestemming. Deze gebieden in zone 3 sluiten aan op het gebied waar vanuit het inspiratiedocument ook de realisatie van vissenbossen gewenst is (zie figuur 4-9). In bijlage 2 in het NNN-rapport is deze kaart in groter formaat opgenomen. Verder is de gemeente in overleg met de eigenaren over het realiseren van meer vissenbossen.