CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Plan-MER Omgevingsvisie De Ronde Venen

Gemeenteraad 20 november 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Omgevingsvisie De Ronde Venen 204034.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Dit heeft echter geen invloed op de gemiddelde afstand tot voorzieningen en heeft daarom voor de kleine dorpen geen invloed voor deze indicator. De invloed van de omgevingsvisie op het voorzieningenniveau als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom voor de grote dorpen als positief en voor de kleine dorpen als neutraal beoordeeld. Werklocaties De gemeente stimuleert dat bedrijven die hun milieuruimte nu niet gebruiken - bijvoorbeeld doordat ze meer kantoorfuncties of een sportschool herbergen – zich verplaatsen naar plekken in het dorpscentrum. Dit zorgt ervoor dat – in geval van een sportschool - voorzieningen meer in het dorpscentrum terechtkomen. Daarnaast gaat er op bedrijventerrein Bovenkamp in Abcoude ingezet worden op de transformatie tot een gemixt woon-werkgebied. Menging met functies zoals sport en maatschappelijke voorzieningen zijn hier goed denkbaar. De invloed van de omgevingsvisie op het voorzieningenniveau als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als licht positief beoordeeld. Buitengebied Er komen of verdwijnen geen voorzieningen in het buitengebied, de situatie in het buitengebied verbetert of verslechtert daardoor niet. De invloed van de omgevingsvisie op het voorzieningenniveau als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als neutraal beoordeeld.

53/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

5.2

Gezondheid en welzijn

5.2.1

Luchtkwaliteit

Criterium 

Concentraties PM10,

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Dorpen

PM2,5, NO2 Werklocaties

Buitengebied

Dorpen Niet-duurzame mobiliteit kan een negatief effect hebben op luchtkwaliteit. De gemeente neemt verschillende maatregelen om duurzame mobiliteit te stimuleren. Dit kan positief bijdragen aan de luchtkwaliteit omdat elektrische (vracht)auto’s geen uitstoot hebben waar (vracht)auto’s met verbrandingsmotoren (benzine, diesel, lpg etc.) dit wel hebben. Zo wordt bij nieuwe ontwikkelingen in de dorpen het STOMP-principe10 gehanteerd, wordt er gezorgd voor snelle, veilige en toegankelijke fietsverbindingen tussen de dorpen en naar de ov-haltes, worden de haltes voorzien van veilige stallingsplekken en worden de mogelijkheden voor goede flexbusaantakkingen op de ov-haltes onderzocht. Deze maatregelen om duurzame mobiliteit te stimuleren hebben een positieve invloed op de luchtkwaliteit. Verder wordt in alle dorpen ingezet op een toereikende laadinfrastructuur, zowel voor de auto als de fiets. Dit draagt indirect bij aan schoner vervoer. Het toevoegen van woningen dient ook altijd te gebeuren met inachtneming van de geldende eisen voor duurzaamheid en circulariteit. Hiertoe volgt de gemeente het Convenant Toekomstbestendig Bouwen, waarin luchtkwaliteit een van de thema’s is. Daarnaast dienen nieuwe (gebieds)ontwikkelingen gepaard te gaan met een versterking van de gezondheid en het welzijn van inwoners. Dit kan ook positief bijdragen aan de luchtkwaliteit.

Aan de andere kant zet de gemeente in om 4.800 woningen toe te voegen in de periode tot 2040. Deze groei kan een verkeersaantrekkende werking hebben, waarbij nog niet al het vervoer duurzaam zal zijn. Dit heeft een licht negatieve invloed op de luchtkwaliteit. Ook worden er woningen toegevoegd juist in de gebieden waar de luchtkwaliteit al minder is, namelijk in en rondom de dorpen. De invloed van de omgevingsvisie op de luchtkwaliteit als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld.

10

Het STOMP-principe houdt in dat eerst gekeken wordt naar de mogelijkheden voor voetgangers (Stappen), gevolgd door fietsers (Trappen), Openbaar vervoer en MaaS (Mobility as a Service: deelmobiliteit), en als laatste naar de Privé-auto. 54/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Werklocaties De gemeente zet in op een betere fiets- en ov-bereikbaarheid van de werklocaties en de verkeersveiligheid voor fietsers en wandelaars wordt verbeterd op de terreinen. Daarnaast worden initiatieven voor deelmobiliteit gestimuleerd. Deze ontwikkeling heeft een positieve invloed op de luchtkwaliteit omdat wordt ingezet op duurzamere vormen van mobiliteit ten opzichte van de auto. Met het oog op de transitie naar duurzame mobiliteit werkt de gemeente ook aan een toereikende laadinfrastructuur op de werklocaties, zowel voor de (vracht)auto als voor de fiets. Dit kan positief bijdragen aan de luchtkwaliteit omdat elektrische (vracht)auto’s geen uitstoot hebben waar (vracht)auto’s met verbrandingsmotoren (benzine, diesel, lpg etc.) dit wel hebben. Daarnaast zet de gemeente in op gebiedsgerichte uitwerkingen van de bedrijventerreinen, waarbij op sommige terreinen wordt ingezet op een transformatie tot een gemixt woon-werkgebied of menging met functies zoals sport, maatschappelijke voorzieningen en lichte bedrijvigheid zonder omgevingshinder. Deze uitwerkingen kunnen als gevolg hebben dat er bedrijven verdwijnen en dit kan bijdragen aan een betere luchtkwaliteit op de bedrijventerreinen. De gemeente zet ook in op versterking van bedrijventerrein Mijdrecht.

Daartoe kiest de gemeente voor uitbreiding van dat bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht. Deze uitbreiding kan een verkeersaantrekkende werking hebben en niet al deze extra vervoersbewegingen zullen meteen duurzaam zijn. Dit kan een licht negatieve invloed op luchtkwaliteit hebben. De invloed van de omgevingsvisie op de luchtkwaliteit als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld. Buitengebied De ontwikkelingen omtrent de landbouw in het buitengebied zijn onzeker. Het is daarom nog onduidelijk wat de invloeden van deze ontwikkelingen op luchtkwaliteit gaan zijn. Wel wil de gemeente inzetten op alternatieve of aanvullende verdienmodellen voor agrariërs en is het de wens dat de grond van stoppende agrariërs bijvoorbeeld wordt ingezet voor extensivering van bestaande bedrijven. Deze ontwikkelingen zouden positief kunnen bijdragen aan de luchtkwaliteit in het buitengebied. Tegelijkertijd kan de verbreding van de landbouw een verkeersaantrekkende werking hebben, maar gezien de schaal van deze ontwikkelingen zal de invloed hiervan gering zijn. De invloed van de omgevingsvisie op de luchtkwaliteit als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt gezien bovenstaande als licht positief beoordeeld.

55/132

Kenmerk

5.2.2

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Geluid

Criterium 

Europese Richtlijn

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Dorpen

wegverkeer 

Europese Richtlijn railverkeer

Werklocaties

Hinder door vliegverkeer

Buitengebied

Dorpen De gemeente stimuleert om gebruik te maken van duurzame vormen van mobiliteit. Zo wordt bij nieuwe ontwikkelingen in de dorpen het STOMP-principe gehanteerd. Verder wordt er gezorgd voor snelle, veilige en toegankelijke fietsverbindingen tussen de dorpen en naar de ov-haltes, worden de haltes voorzien van veilige stallingsplekken en worden de mogelijkheden voor goede flexbus-aantakkingen op de ov-haltes onderzocht en als laatste wordt er ingezet op een toereikende laadinfrastructuur, zowel voor de auto als de fiets. Al deze maatregelen hebben een positieve invloed op de indicator geluid, omdat duurzame vormen van mobiliteit – tot een snelheid van 50 km/u - minder geluidshinder veroorzaken dan de verbrandingsauto. Daarnaast zet de gemeente in op een veilige en gezonde leefomgeving volgens de geldende normen. Zo houdt zij bij gebiedsontwikkelingen - bijvoorbeeld via zonering - slim rekening met geluidsoverlast door (lucht)verkeer, om zo kwetsbare groepen te ontzien. Ook dient het toevoegen van woningen altijd te gebeuren met inachtneming van de geldende eisen voor duurzaamheid en circulariteit. Hierbij volgt de gemeente het Convenant Toekomstbestendig Bouwen, waarin geluid een van de thema’s is. Daarnaast dienen nieuwe (gebieds)ontwikkelingen gepaard te gaan met een versterking van de gezondheid en het welzijn van inwoners.

Deze maatregelen kunnen een positieve invloed op de indicator geluid hebben. Daarentegen zet de gemeente zich in om 4.800 woningen toe te voegen in de periode tot 2040. Deze groei brengt de nodige extra vervoersbewegingen met zich mee en niet al deze extra vervoersbewegingen zullen meteen duurzaam zijn. Dit kan een licht negatieve invloed hebben op de mate van geluidbelasting als gevolg van toegenomen wegverkeer, maar gezien de geringe groei zal dit meevallen. De invloed van de omgevingsvisie op geluid als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld. Werklocaties De gemeente zet in op een betere fiets- en ov-bereikbaarheid van de werklocaties en het verbeteren van de verkeersveiligheid voor fietsers en wandelaars op de terreinen. Daarnaast worden initiatieven voor deelmobiliteit gestimuleerd. Deze ontwikkeling heeft een positieve invloed op de indicator geluid omdat de autogebruiker wordt verleid tot andere vormen van mobiliteit die minder geluidshinder veroorzaken dan de auto. 56/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Met oog op de transitie naar duurzame mobiliteit werkt de gemeente ook aan een toereikende laadinfrastructuur op werklocaties, zowel voor de (vracht)auto als voor de fiets. Dit heeft indirect een licht positieve invloed op de indicator geluid omdat elektrische auto’s minder geluid produceren dan auto’s met verbrandingsmotoren. Verder stimuleert de gemeente op bedrijventerrein Mijdrecht dat het juiste bedrijf op de juiste locatie terechtkomt. Zo zorgt de gemeente ervoor dat bedrijven met een hoge milieucategorie zich op meer afstand van de woongebieden (gaan) bevinden. Dit kan positief bijdragen aan een vermindering van geluidhinder voor de woongebieden. Verder stimuleert de gemeente overlastgevende bedrijven (bijvoorbeeld in verband met een verkeersaantrekkende werking, geluid of geur) die nu buiten de werklocaties en in het buitengebied, een woonkern of lint gevestigd zijn om zich te verplaatsen naar een bedrijventerrein. Ook op die manier wil de gemeente waar mogelijk stimuleren om het ‘juiste bedrijf op de juiste plek’ te krijgen. Tegelijkertijd zet de gemeente in op versterking van bedrijventerrein Mijdrecht. Daartoe kiest de gemeente voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht.

Het is nog onduidelijk of er voorwaarden worden opgenomen voor geluid bij deze uitbreiding, maar het brengt in ieder geval de nodige extra vervoersbewegingen met zich mee, wat indirect een licht negatieve invloed kan hebben op de mate van geluidbelasting als gevolg van de uitbreiding. Verder is het een aandachtspunt dat er goed gekeken wordt naar de menging van wonen en bedrijvigheid rondom het spoor in Abcoude. Het is belangrijk om op te merken dat er op sommige plekken sprake kan zijn van geluidsoverlast door het spoor. Daarom is het niet gunstig wanneer woningen worden toegevoegd in gebieden met een hogere geluidbelasting. De invloed van de omgevingsvisie op geluid als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld. Buitengebied De gemeente zet in op meer recreatieve mogelijkheden in het buitengebied. Dit kan een verkeersaantrekkende werking hebben en kan daardoor een licht negatieve invloed op geluid in het buitengebied als gevolg hebben. De invloed van de omgevingsvisie op geluid als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als licht negatief beoordeeld.

57/132

Kenmerk

5.2.3

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Externe veiligheid

Criterium 

Aantal kwetsbare

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Dorpen

objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour 10-6 (PR) 

Werklocaties

Aantal kwetsbare objecten binnen

Buitengebied

aandachtsgebieden

Dorpen De gemeente zet in op een veilige en gezonde leefomgeving volgens de geldende normen en bij de inrichting van de leefomgeving kiest de gemeente voor ontwikkelingen die een veilige en gezonde leefomgeving versterken en gezondheidsschade en veiligheidsrisico’s zoveel mogelijk voorkomen. In hoeverre dit ook specifiek gaat over externe veiligheid wordt niet duidelijk. De invloed van de omgevingsvisie op de externe veiligheid als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als licht positief beoordeeld. Werklocaties De gemeente stimuleert op bedrijventerrein Mijdrecht dat het juiste bedrijf op de juiste locatie terechtkomt. Zo borgt de gemeente dat bedrijven met een hoge milieucategorie zich op meer afstand van de woongebieden (gaan) bevinden. Dit heeft een licht positieve invloed op de indicator externe veiligheid omdat de woongebieden, waar de meeste kwetsbare objecten zich bevinden, dan op grotere afstand komen te liggen van de bedrijven met een hoge milieucategorie. Omdat de gemeente dit principe ‘juiste bedrijf op de juiste locatie’ stimuleert, wordt dit als licht positief beoordeeld. Verder stimuleert de gemeente overlastgevende bedrijven (bijvoorbeeld in verband met veiligheid) die nu buiten de werklocaties en in het buitengebied, een woonkern of lint gevestigd zijn om zich te verplaatsen naar een bedrijventerrein.

Ook op die manier wil de gemeente waar mogelijk stimuleren om het ‘juiste bedrijf op de juiste plek’ te krijgen. Aan de andere kant zet de gemeente in op versterking van bedrijventerrein Mijdrecht. Zij kiest voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht. Afhankelijk van het type bedrijven kan dit een negatieve invloed voor externe veiligheid betekenen, omdat hierdoor nieuwe aandachtsgebieden en PR-contouren kunnen ontstaan. Omdat het nog niet duidelijk is om wat voor bedrijven het gaat, wordt dit als licht negatief beoordeeld. De invloed van de omgevingsvisie op de externe veiligheid als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als licht positief en licht negatief beoordeeld.

58/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Buitengebied De omgevingsvisie bevat geen beleid dat invloed heeft op de externe veiligheid in het buitengebied. De invloed van de omgevingsvisie op de externe veiligheid als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als neutraal beoordeeld. 5.2.4

Gezondheidsbevordering

Criterium 

Balans vraag en

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Dorpen

aanbod recreatieve voorzieningen buiten en binnen

Werklocaties

Buitengebied

Dorpen De gemeente zet zich op verschillende manieren in om de gezondheidsbevordering te verbeteren. Allereerst zet de gemeente zich in voor een openbare ruimte die ontmoeting, ontspanning en bewegen stimuleert. Dit heeft een positieve op het aanbod recreatieve voorzieningen buiten. Ten tweede zet de gemeente zich in om te borgen dat er voldoende sportvoorzieningen in en nabij de dorpen zijn, dat er genoeg (groene) speelplekken in de dorpen zijn en dat er voldoende (aantrekkelijke) ommetjes in en vanuit de dorpsrand zijn. Ten derde behoudt elk van de vier kleine dorpen minimaal één ontmoetingsplek per dorp, wat ook een kleinschalige sportaccommodatie kan zijn. De invloed van de omgevingsvisie op de gezondheidsbevordering als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief beoordeeld. Werklocaties Op bedrijventerrein Bovenkamp in Abcoude zet de gemeente in op een transformatie tot een gemixt woon-werkgebied. Menging met functies zoals sport, maatschappelijke voorzieningen en lichte bedrijvigheid zonder omgevingshinder zijn hier goed denkbaar. De invloed van de omgevingsvisie op de gezondheidsbevordering als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als licht positief beoordeeld. Buitengebied Richting de toekomst wil de gemeente het diverse, recreatieve profiel van de Vinkeveense Plassen versterken.

Zo zet zij zich in op het verbeteren van kleine toervaartroutes vanuit de Vinkeveense plassen richting Amstel en Loosdrechtse plassen. Dit alles heeft een licht positieve invloed op de indicator gezondheidsbevordering. In het veenweidelandschap en het Angstel- en Geinlandschap kiest de gemeente om de recreatieve potentie beter te benutten.

59/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

In het veenweidelandschap ziet de gemeente onder andere kansen voor het aanleggen van fietsroutes in (nieuwe) natuurgebieden als de Wilnisse Bovenlanden, de polder Groot WilnisVinkeveen en de polders Groot Mijdrecht Noord en Zuid. In het Angstel- en Geinlandschap zet de gemeente zich in op het verbeteren van de recreatieve verbindingen, met aandacht voor fietsers en wandelaars, vooral in gebieden met hoge verkeersdrukte. Daarnaast wordt er rond station Abcoude gewerkt aan de ontwikkeling van een buitenpoort, een ov-knooppunt dat toegang biedt tot het landschap en bezoekers aanmoedigt om met het openbaar vervoer te komen en per fiets te verkennen. Ook wordt er ruimte geboden voor kleinschalige recreatieve voorzieningen met kansen voor het verbinden van recreatieve functies aan (voormalige) buitenplaatsen. Deze ontwikkelingen hebben een positieve invloed op de gezondheidsbevordering. Door de recreatieve waarden in de deelgebieden te vergroten wil de gemeente de recreatie beter spreiden in de gemeente. Daarmee wil de gemeente voorkomen dat de recreatieve druk op Botshol te groot wordt. De invloed van de omgevingsvisie op de gezondheidsbevordering als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief beoordeeld.

5.3

Recreatie en cultuurhistorie

5.3.1

Landschappelijke waarden

Criterium 

Status van

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Dorpen

landschappelijke waarden

Werklocaties

Buitengebied

Dorpen De gemeente zet zich in om 4.800 woningen toe te voegen in de periode tot 2040. Waar mogelijk worden deze woning gerealiseerd in bestaand bebouwd gebied door middel van verdichting en transformatie, maar sommige dorpen zullen ook moeten uitbreiden om alle woningen te kunnen realiseren. De gemeente stelt daarbij dat nieuwe (gebieds)ontwikkelingen gepaard moeten gaan met onder andere een versterking van de kwaliteit en gebruikswaarde van het landschap en de identiteit en ruimtelijke samenhang in de dorpen. Dit heeft een licht positieve invloed op de landschappelijke waarden van de gemeente. De invloed van de omgevingsvisie op de landschappelijke waarden als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt als licht positief beoordeeld.

60/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Werklocaties De gemeente zet in op versterking van bedrijventerrein Mijdrecht. Daarom kiest ze voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht. Deze uitbreiding kan een negatieve invloed hebben op de landschappelijke waarden van de droogmakerij omdat de uitbreiding in dit gebied plaats gaat vinden. De invloed van de omgevingsvisie op de landschappelijke waarden als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als licht negatief beoordeeld. Buitengebied De gemeente kiest voor een toekomstbestendig en robuust buitengebied, waarin water en bodem, maar ook het (agrarisch) cultuurhistorisch landschap leidend zijn bij ruimtelijke keuzes. Dit betekent gebiedsspecifieke keuzes voor de vijf deelgebieden in het buitengebied met ieder een eigen ontstaansgeschiedenis, karakter en waarden. Zo zet de gemeente in op een zorgvuldige bescherming van het karakteristieke landschap van het veenweidelandschap en van het Angstelen Geinlandschap. Dit betekent dat ontwikkelingen alleen worden toegelaten wanneer deze een aantoonbare bijdrage leveren aan de landschappelijke kwaliteit. In de droogmakerij wordt er, gezien de relatief gunstige condities en historische rol, gekozen voor een voortzetting van de landbouw als voornaamste drager van het landschap.

Voor het veenweidelandschap kiest de gemeente voor een karakter dat nadrukkelijk wordt bepaald door de afwisseling van en symbiose tussen natuur en landbouw. Gezamenlijk vormen zij de drager van het landschap. In de bebouwingslinten van het veenweidelandschap, de rivierlinten van het Angstel- en Geinlandschap en de linten in het plassengebied kiest de gemeente voor het behouden en versterken van de relatie tussen de linten, het omliggende landschap en de nabijgelegen dorpen. Dit gebeurt door het voorkomen van verdere verdichting, de bescherming van zichtlijnen en het zorgen voor een zorgvuldige inpassing van o.a. nieuwe functies. Dit wordt verder uitgewerkt in een nieuwe Lintenvisie. Daarnaast zet de gemeente in op het in stand houden van de karakteristieken, de landschappelijke kwaliteit en de natuurwaarden van het KRW-oppervlaktewater en het (NNN)plassengebied richting de toekomst. Dit betekent het beschermen van de legakkers tegen afkalving en het naar boven halen van verzonken legakkers. Als laatste kiest de gemeente voor een clustering van kassen in het glastuinbouwconcentratiegebied in Polder Derde Bedijking. Dit betekent dat buiten de concentratiegebieden geen mogelijkheden worden geboden voor uitbreiding of nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven, met oog op de landschappelijke kwaliteit.

Al deze ontwikkelingen en maatregelen hebben een positieve invloed op de landschappelijke kwaliteit van de gemeente. Aan de andere kant zet de gemeente in op de opwek van duurzame energie, onder andere in het buitengebied. Voor de opwek van duurzame energie, in de vorm van zonnevelden, worden richtlijnen m.b.t. de inpassing gegeven. Hierbij geldt in ieder geval dat zonnevelden bij voorkeur geclusterd worden, dat mogelijkheden worden verkend om ze te plaatsen dicht bij een hoogspanningsstation/onderstation of nabij infrastructuur, en dat de landschappelijke structuur altijd de basis vormt voor goede inpassing. Ondanks deze richtlijnen kunnen zonnevelden een negatieve invloed hebben op de landschappelijke waarden. Daarnaast is een schaalvergroting van agrariërs in de droogmakerijen mogelijk wanneer de landschappelijke impact beperkt blijft en de functionele noodzaak aantoonbaar is. 61/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Om de agrariërs genoeg mogelijkheden te geven wat betreft alternatieve verdienmodellen, is de gemeente in het Angstel- en Geinlandschap bereid om landschappelijke consequenties, tot op bepaalde hoogte, te accepteren. Deze ontwikkelingen hebben een licht negatieve invloed op de landschappelijke waarden van de gemeente. De invloed van de omgevingsvisie op de landschappelijke waarden als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld. 5.3.2

Cultuurhistorische waarden

Criterium 

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking

Status van

Dorpen

cultuurhistorische waarden

Werklocaties

Buitengebied

Dorpen De gemeente koestert en versterkt de monumenten en het erfgoed in de dorpen. De gemeente zet de toekomst niet op slot, maar zoekt naar manieren om via het inpassen van nieuwe en eigentijdse functies bij te dragen aan het versterken van de cultuurhistorische kwaliteiten. Daarnaast zet de gemeente in alle dorpen in op het behoud van de cultuurhistorische waarden en een zorgvuldige omgang hiermee bij eventuele ontwikkelingen. Dit geldt in het bijzonder voor Baambrugge en Abcoude, waarvan een groot deel is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De gemeente zet in op ‘behoud door ontwikkeling’. Historische bebouwing krijgt bestaansrecht door nieuwe functies toe te staan wanneer dit nodig is, zolang deze geen afbreuk doen aan de historische waarden. Genoemde maatregelen hebben een positieve invloed op de cultuurhistorische waarden in de gemeente. Aan de andere kant zet de gemeente zich in om 4.800 woningen toe te voegen in de periode tot 2040. Afhankelijk van waar deze woningen gebouwd gaan worden en de manier waarop de woningen ingepast worden, kan dit een licht negatieve invloed hebben op de cultuurhistorische waarden. De invloed van de omgevingsvisie op de cultuurhistorische waarden als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld.

Werklocaties De omgevingsvisie bevat geen beleid dat invloed heeft op de cultuurhistorische waarden op de werklocaties. De invloed van de omgevingsvisie op de cultuurhistorische waarden als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als neutraal beoordeeld. 62/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Buitengebied In meerdere deelgebieden van het buitengebied bevinden zich gebieden die binnen de begrenzing van de Hollandse Waterlinies zijn gelegen. De gemeente kiest hier voor beperkte ontwikkelruimte voor bijvoorbeeld nieuwe woningen en nadrukkelijk voor de bescherming van de unieke cultuurhistorische waarden van het gebied, deze ontwikkelruimte kan alsnog een licht negatieve invloed hebben.11 Verder zijn de kreekruggen in de droogmakerijen van dermate hoge historische landschappelijke en cultuurhistorische waarde dat de gemeente kiest voor (blijvende) bescherming. Dit betekent onder andere dat op deze ruggen geen nieuwbouw mag plaatsvinden, tenzij dit de landschappelijke kwaliteit niet onevenredig schaadt. Daarnaast zijn activiteiten als vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen omgevingsvergunningplichtig. Verder liggen er in het Angstel- en Geinlandschap veel cultuurhistorische waarden. De gemeente kiest nadrukkelijk voor de bescherming hiervan en draagt waar dit kan de bijzondere historie van het gebied nadrukkelijker uit. Voor de landgoederenzone geldt dat deze wisselend herkenbaar is in het landschap. Ruimtelijke ontwikkelingen in deze zone mogen geen afbreuk doen aan de cultuurhistorische waarden in het gebied en deze waarden bij voorkeur versterken.

Hierbij gaat het om monumentale waarden van historische bebouwing, maar bijvoorbeeld ook het behoud van historische zichtlijnen. Daarnaast zet de gemeente in op een zorgvuldige bescherming van het karakteristieke landschap van het Angstel- en Geinlandschap. Voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) wordt bijvoorbeeld alleen medewerking verleend voor activiteiten die bij voorkeur bevorderlijk zijn voor de cultuurhistorische waarden van het gebied. Als laatste zijn ruimtelijke ontwikkelingen in Botshol niet mogelijk gezien de grote natuurwaarden en cultuurhistorische waarden in het gebied. Dit alles heeft een licht positieve invloed op de cultuurhistorische waarden in de gemeente. De invloed van de omgevingsvisie op de cultuurhistorische waarden als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als licht positief beoordeeld. 5.3.3

Aardkundige waarden

Criterium 

Status van aardkundige

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Dorpen

waarden Werklocaties

Buitengebied

11

In de provinciale omgevingsverordening van Utrecht staan instructieregels rondom de instandhouding en versterking van onder meer de Hollandse Waterlinies en wordt bepaald dat activiteiten de waarde ervan niet mogen aantasten. In de omgevingsvisie van de provincie Utrecht staat beschreven dat voor deze linies de cultuurhistorische waarden zijn gelegen in het samenhangende systeem van het strategische landschap, het watermanagement en de militaire werken, de openheid en het groene en overwegend rustige karakter daarvan. Deze waarden mogen niet worden aangetast. 63/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Dorpen De gemeente zet zich in om 4.800 woningen toe te voegen in de periode tot 2040. Mijdrecht-West ligt in een gebied met aardkundige waarden. Dit is een aandachtspunt voor eventuele woningbouw in dat gebied. Het lijkt er op de visiekaart vooralsnog niet op dat er verder uitbreidingen komen op locaties waar sprake is van aardkundige waarden. De invloed van de omgevingsvisie op de aardkundige waarden als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als licht negatief beoordeeld. Werklocaties De gemeente zet in op versterking van bedrijventerrein Mijdrecht. Daarom kiest de gemeente voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht. Deze ontwikkeling zal echter geen invloed hebben op de indicator aardkundige waarden, want de ontwikkeling komt in een gebied waar geen aardkundige waarden zijn. De invloed van de omgevingsvisie op de aardkundige waarden als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als neutraal beoordeeld. Buitengebied De gemeente zet in op het in stand houden van de karakteristieken, de landschappelijke kwaliteit en de natuurwaarden van het KRW-oppervlaktewater en het (NNN-)plassengebied richting de toekomst. Dit betekent het beschermen van de legakkers tegen afkalving en het naar boven halen van verzonken legakkers.

Dit heeft een licht positieve invloed op de aardkundige waarden in het buitengebied, omdat daadwerkelijk ‘verbeteren’ van aardkundige waarden lastig is (vergelijkbaar met archeologische waarden die aangetast zijn of niet, maar niet verbeterd kunnen worden), maar er wel wordt ingezet op bescherming ervan. Daarentegen zijn de kreekruggen in de droogmakerijen van dermate hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarde dat de gemeente kiest voor (blijvende) bescherming. Dit betekent onder andere dat op deze ruggen geen nieuwbouw mag plaatsvinden, tenzij dit de landschappelijke kwaliteit niet onevenredig schaadt. Daarnaast zijn activiteiten als vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen omgevingsvergunningplichtig. Dit betekent dat het uitvoeren van activiteiten lastiger maar niet onmogelijk wordt op deze locaties, wat een licht negatieve invloed heeft op de aardkundige waarden. De invloed van de omgevingsvisie op de aardkundige waarden als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als licht positief en licht negatief beoordeeld.

64/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

5.4

Werken

5.4.1

Werklocaties

Criterium 

Verhouding vraag en

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Dorpen

aanbod 

Kans op leegstand

Werklocaties

Buitengebied

Dorpen Werklocaties worden gebiedsgericht behandeld, daarom is er geen beleid opgenomen in de dorpen voor de werklocaties. De invloed van de omgevingsvisie op de indicator werklocaties als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als neutraal beoordeeld. Werklocaties De gemeente zet in op het behouden van voldoende, passende ruimte op de werklocaties zodat er ook in de toekomst ruimte is om te (blijven) ondernemen in De Ronde Venen. De gemeente zet in op het beter benutten van de bouwvlakken, bouwhoogtes en milieuruimte. Hiertoe stelt de gemeente randvoorwaarden op, per bedrijventerrein. Voor het bedrijventerrein Spoorlaan geldt dat de toekomstbestendigheid onder druk staat. Het voortzetten van het huidige profiel lijkt lastig haalbaar. Daarom wordt er ingezet op transformatie om zo het profiel beter aansluitend te maken op het vraag en aanbod dat daar speelt, wat een licht positieve invloed heeft op de indicator werklocaties omdat hiermee leegstand wordt voorkomen. Op bedrijventerrein Mijdrecht ziet de gemeente nog onbenutte ruimte. Dit betreft met name onbenutte bouwhoogte. Om het bedrijventerrein naar de toekomst toe beter te benutten, kiest ze voor een strategie van intensiveren.

Aan de hand van een versterking van bedrijventerrein Mijdrecht moet dit het economisch cluster van de gemeente gaan worden, met de focus op het lokale MKB (midden- en kleinbedrijf). Daarom kiest de gemeente voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht. Deze ruimte gaat gebruikt worden om te voorzien in doorgroeimogelijkheden van huidige, lokale bedrijven en voor het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid binnen het beoogde profiel van de economie. Deze ontwikkelingen hebben een positieve invloed op de indicator werklocaties. Aan de andere kant zet de gemeente op bedrijventerrein Bovenkamp in Abcoude in op de transformatie tot een gemixt woon-werkgebied. De ligging nabij het station maakt het een aantrekkelijke locatie voor woningbouw. Menging met functies zoals lichte bedrijvigheid zonder omgevingshinder zijn goed denkbaar, maar toch zullen er bedrijven plaats moeten maken voor woningen. Dit heeft een licht negatieve invloed op de indicator werklocaties.

65/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

De invloed van de omgevingsvisie op de indicator werklocaties als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld. Buitengebied Werklocaties worden gebiedsgericht behandeld, daarom is er geen beleid opgenomen in buitengebied voor de werklocaties. De invloed van de omgevingsvisie op de indicator werklocaties als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als neutraal beoordeeld.

5.5

Mobiliteit

5.5.1

Bereikbaarheid

Criterium 

Het aantal knelpunten dat

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Dorpen

optreedt voor de auto 

Het aantal knelpunten dat optreedt voor de fiets

Werklocaties

Het aantal knelpunten dat optreedt voor het OV

Buitengebied

Dorpen De gemeente neemt verschillende maatregelen die de bereikbaarheid van de dorpen ten goede komt. Allereerst wordt bij nieuwe ontwikkelingen in de dorpen het STOMP-principe gehanteerd. Verder wordt er gezorgd voor snelle, veilige en toegankelijke fietsverbindingen tussen de dorpen en naar regionale (ov-)knopen, worden haltes voorzien van veilige stallingsplekken en worden de mogelijkheden voor goede flexbus-aantakkingen op de ov-haltes onderzocht. In de vier grote dorpen wordt ingezet op een mobiliteitshub die past bij de maat, doelgroep en het voorzieningenaanbod van de kern. In de kleine dorpen worden kleinschalige mobiliteitshubs gerealiseerd. Elke mobiliteitshub is uitstekend aangetakt op het fietsnetwerk en daar komen verschillende mobiliteitsvormen samen, zoals (flex)bushaltes, deelvervoer, veilige stallingsmogelijkheden en oplaadpunten voor e-bikes. Verder zet de gemeente maximaal in op frequent vervoer langs de gestrekte ov-as die vanuit Uithoorn, via Mijdrecht, Wilnis en Vinkeveen naar Breukelen en Amsterdam Bijlmer Arena loopt. Deze as is te zien als hoofdader van de gemeente. Hierbij moet wel gemeld worden dat de busbaan (nog) niet apart ligt bij de N201 en dat de bus hierdoor bij drukte ook in de file staat. De gemeente kijkt ook naar het faciliteren van aanvullende, alternatieven vervoersdiensten (zoals een buurtbus).

Als laatste zet de gemeente in Amstelhoek in op het nadrukkelijker meeprofiteren van de nabijgelegen tramhalte Uithoorncentrum en de verbinding van de Uithoornlijn met Amstelveen en Amsterdam-Zuid. Al deze ontwikkelingen hebben een licht positieve invloed op de bereikbaarheid van de dorpen in de gemeente.

66/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Aan de andere kant kan het toevoegen van 4.800 woningen zorgen voor extra knelpunten voor de auto, fiets en het ov. Deze ontwikkeling heeft daarom een negatieve invloed op de bereikbaarheid van de dorpen. Aandachtspunt is dat er in de HSAO een tweetal knelpunten worden benoemd, namelijk één in Mijdrecht (N201-Hofland) en één in Wilnis (N212-Oudhuijzerweg-Dorpsstraat), waarvoor geen beleid in de visie is opgenomen om deze aan te pakken. Gezien onderzoeken die zijn gedaan, zal het een hele uitdaging zijn om de bereikbaarheid van de gemeente op peil te houden, zeker wanneer er een behoorlijke hoeveelheid woningen toegevoegd gaat worden en twee bekende knelpunten niet actief aangepakt zullen worden. De invloed van de omgevingsvisie op de bereikbaarheid als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt gezien bovenstaande als licht positief en negatief beoordeeld. Werklocaties De gemeente zet in op een betere fiets- en ov-bereikbaarheid van de werklocaties. Daartoe worden initiatieven voor deelmobiliteit gestimuleerd en wordt de verkeersveiligheid voor de fietsers en wandelaars verbeterd op de werklocaties. Dit wordt nader uitgewerkt in een uitvoeringsplan mobiliteit. Deze ontwikkeling heeft een licht positieve invloed op de bereikbaarheid van de werklocaties, omdat de locaties beter bereikbaar worden met de fiets en het ov.

Tegelijkertijd neemt de druk op het wegennet als gevolg van de uitbreiding van werklocaties ook toe, wat een licht negatief effect als gevolg heeft. De invloed van de omgevingsvisie op de bereikbaarheid als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als licht positief en licht negatief beoordeeld. Buitengebied In verschillende gebieden zet de gemeente zich op verschillende manieren in om de bereikbaarheid te verbeteren. In het veenweidelandschap kiest de gemeente om de recreatieve potentie beter te benutten. Zij zet zich daarom in om de recreatieve verbindingen in het gebied te verbeteren en ziet kansen voor het aanleggen van fietsroutes in (nieuwe) natuurgebieden als de Wilnisse Bovenlanden, de polder Groot Wilnis-Vinkeveen en de polders Groot Mijdrecht Noord en Zuid. Dit heeft licht positieve invloed op de bereikbaarheid van het veenweidelandschap. Daarnaast richt de gemeente zich op het verbeteren van de bereikbaarheid van de Vinkeveense Plassen door recreatiedruk te spreiden en bezoekers te stimuleren om met het openbaar vervoer of de fiets te komen.

Dit omvat de opwaardering van de ov-halte in Vinkeveen tot mobiliteitshub en de ontwikkeling van twee volwaardige buitenpoorten aan de oostzijde van de plas: één bij carpool Vinkeveen A2-N201, die fungeert als buitenpoort voor ov-reizigers, en één bij Zandeiland 1, dat goed bereikbaar is per auto, met parkeermogelijkheden in de Winkelpolder. Rond station Abcoude wordt ingezet op het ontwikkelen van een buitenpoort: een ov-knooppunt met verschillende vervoersopties vanuit waar men makkelijk toegang heeft tot het Angstel- en Geinlandschap. Hiermee hoopt de gemeente bezoekers aan te moedigen om met het ov naar het gebied te komen en het vervolgens per fiets te verkennen.

67/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Als laatste kiest de gemeente in de bebouwingslinten en rivierlinten in het veenweidelandschap, Angstel-en Geinlandschap en plassengebied voor het behouden en versterken van de relatie tussen het bebouwingslint, het veenweidelandschap en de nabijgelegen grotere dorpen. Het inzetten op goede, veilige verbindingen van de linten naar de voorzieningen in grotere dorpen Vinkeveen en Wilnis is onderdeel hiervan. Al deze maatregelen hebben een positieve invloed op de bereikbaarheid van het buitengebied van de gemeente. Wel zijn er in de referentiestudie meerdere verkeersknelpunten en een overbelast kruispunt (N201-N212) gesignaleerd in het buitengebied. In de visie wordt echter niets over deze knelpunten vermeld, waardoor deze knelpunten mogelijk blijven bestaan, wat wordt beoordeeld als een licht negatieve invloed. De invloed van de omgevingsvisie op de bereikbaarheid als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld. 5.5.2

Modal shift

Criterium 

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking

Aandeel fiets en ov als

Dorpen

vervoersmiddel Werklocaties

Buitengebied

Dorpen De gemeente zet zich sterk in om wandelen, fietsen en gebruik van het ov aantrekkelijker te maken. Zo wordt bij nieuwe ontwikkelingen in de dorpen het STOMP-principe gehanteerd. Daarnaast worden er snelle, veilige en toegankelijke fietsverbindingen tussen de dorpen en regionale (ov-)knopen gerealiseerd. Haltes worden voorzien van veilige stallingsplekken en de mogelijkheden voor goede flexbus-aantakkingen op de ov-haltes worden onderzocht. In de vier grote dorpen wordt ingezet op een mobiliteitshub die aansluit bij de maat, doelgroep en het voorzieningenaanbod van de kern, terwijl in de kleine dorpen kleinschalige mobiliteitshubs worden gerealiseerd. De mobiliteitshubs zijn goed aangetakt op het fietsnetwerk en brengen verschillende modaliteiten samen, zoals (flex)bushaltes en deelvervoer. De gemeente faciliteert elektrische mobiliteit en zet daarom in op een toereikende laadinfrastructuur, onder andere voor de fiets (maar ook voor de auto). De gemeente zet maximaal in op frequent vervoer langs de gestrekte ovas van Uithoorn via Mijdrecht, Wilnis en Vinkeveen naar Breukelen en Amsterdam Bijlmer Arena, die als de hoofdader van de gemeente fungeert. In Amstelhoek wordt de nadruk gelegd op het profiteren van de nabijgelegen tramhalte Uithoorn-centrum en de verbinding van de Uithoornlijn met Amstelveen en Amsterdam-Zuid.

De gemeente kijkt ook naar het faciliteren van aanvullende, alternatieve vervoersdiensten (zoals een buurtbus).

68/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Dit alles heeft een positieve invloed op de modal shift, omdat mensen gestimuleerd worden de fiets te pakken of het ov te gebruiken en de auto te laten staan. De invloed van de omgevingsvisie op de modal shift als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief beoordeeld. Werklocaties De gemeente zet in op een betere fiets- en ov-bereikbaarheid van de werklocaties. Daartoe worden initiatieven voor deelmobiliteit gestimuleerd en wordt de verkeersveiligheid voor de fietsers en wandelaars op de terreinen verbeterd. Dit wordt nader uitgewerkt in een uitvoeringsplan mobiliteit. Deze ontwikkeling heeft een positieve invloed op de modal shift, omdat mensen hierdoor gestimuleerd worden om de fiets of ov te gebruiken in plaats van de auto. Daarnaast werkt de gemeente op de werklocaties aan een toereikende laadinfrastructuur voor de fiets (maar ook voor de auto). Dit heeft een licht positieve invloed op de modal shift, omdat dit fietsen stimuleert, doordat mensen hun fiets kunnen opladen. De invloed van de omgevingsvisie op de modal shift als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als positief beoordeeld. Buitengebied De gemeente richt zich op het verbeteren van de bereikbaarheid van de Vinkeveense Plassen door bezoekers te stimuleren om met het openbaar vervoer en de fiets te komen.

Dit omvat het opwaarderen van de ov-halte in Vinkeveen tot mobiliteitshub en de ontwikkeling van twee buitenpoorten aan de oostzijde van de plas. De carpoolplaats Vinkeveen A2-N201 fungeert als toegangspunt voor ov-reizigers, met mogelijke pendelboten in het hoogseizoen. Dit heeft een positieve invloed op de modal shift. Zandeiland 1 is goed bereikbaar per auto en sluit aan op wandel- en fietsroutes. Hoewel mensen met de auto komen, worden ze aangemoedigd om te wandelen of een fiets te pakken in plaats van door te rijden, waardoor dit toch een licht positieve invloed kan hebben op de modal shift. Daarnaast wordt er rond station Abcoude ingezet op het ontwikkelen van een buitenpoort, een ov-knooppunt met verschillende vervoersopties, waar men makkelijk toegang heeft tot het Angstel- en Geinlandschap. Hiermee probeert de gemeente bezoekers te motiveren om met het ov naar het gebied te komen en het vervolgens per fiets te verkennen. De invloed van de omgevingsvisie op de modal shift als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief beoordeeld.

69/132

Kenmerk

5.5.3

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Verkeersveiligheid

Criterium 

Aantal

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Dorpen

verkeersslachtoffers ten opzichte van het Nederlandse

Werklocaties

gemiddelde Buitengebied

Dorpen De gemeente zet in op het verbeteren van de fietsbereikbaarheid van en naar de (grote) dorpen en naar de regionale (ov-)knopen. Het veilig maken van de fietsroutes is een van de onderdelen van deze verbetering. Daarnaast heeft de gemeente expliciete aandacht voor de fietsveiligheid bij het Achterbos, zeker in de drukke periodes rondom de Vinkeveense Plassen. Beide maatregelen hebben een positieve invloed op de verkeersveiligheid. Aandachtspunt is dat er in de HSAO een tweetal knelpunten in verband met verkeersdrukte worden benoemd, namelijk één in Mijdrecht (N201-Hofland) en één in Wilnis (N212Oudhuijzerweg-Dorpsstraat). De grote drukte kan leiden tot verkeersonveilige situaties, maar er is geen beleid in de visie opgenomen om deze knelpunten – ook in relatie tot verkeersveiligheid aan te pakken. De invloed van de omgevingsvisie op de verkeersveiligheid als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief beoordeeld. Werklocaties De gemeente kiest voor het verbeteren van de verkeersveiligheid voor fietsers en wandelaars op de bedrijventerreinen. Dit wordt nader uitgewerkt in een uitvoeringsplan mobiliteit en daarom is de invloed op de verkeersveiligheid op dit moment beoordeling als licht positief.

De invloed van de omgevingsvisie op de verkeersveiligheid als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt gezien bovenstaande als licht positief beoordeeld. Buitengebied De aantrekkelijkste recreatieve routes in het Angstel- en Geinlandschap lopen parallel aan de rivieren en worden gedeeld met automobilisten. De gemeente zet zich in om de veiligheid voor fietsers en wandelaars te vergroten. Dit gaat ze doen door waar mogelijk en nodig in te zetten op losliggende fietspaden of verkeersremmende maatregelen. In de bebouwingslinten en rivierlinten in het veenweidelandschap, Angstel-en Geinlandschap en plassengebied kiest de gemeente voor het behouden en versterken van de relatie tussen het bebouwingslint, het veenweidelandschap en de nabijgelegen grotere dorpen. Het inzetten op goede, veilige verbindingen van de linten naar de voorzieningen in grotere dorpen Vinkeveen en Wilnis is hier onderdeel van. 70/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Verder heeft de gemeente expliciete aandacht voor de fietsveiligheid bij Achterbos in drukke periodes op de Vinkeveense Plassen. Deze ontwikkelingen hebben allemaal een positieve invloed op de verkeersveiligheid. Aandachtspunt is dat er in de referentiestudie meerdere verkeersknelpunten en een overbelast kruispunt (N201-N212) gesignaleerd in het buitengebied die ook kunnen zorgen voor verkeersonveilige situaties. In de visie is geen beleid opgenomen om deze knelpunten – ook in relatie tot verkeersveiligheid - aan te pakken. De invloed van de omgevingsvisie op de verkeersveiligheid als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief beoordeeld.

5.6

Energie

5.6.1

Energiebesparing

Criterium 

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking

Vermindering van

Dorpen

energiegebruik Werklocaties

Buitengebied

Dorpen De gemeente gaat in samenwerking met de bewoners en woningcorporaties aan de slag met het toekomstbestendig maken van de huidige woningvoorraad, waarbij energiebesparing een van de thema’s is. Daarnaast dient het toevoegen van woningen altijd te gebeuren met inachtneming van de geldende eisen voor duurzaamheid en circulariteit. Hierbij wordt het Convenant Toekomstbestendig Bouwen gevolgd. Deze duurzaamheidseisen aan woningen dragen bij aan energiebesparing. Beide ontwikkelingen hebben een positieve invloed op de indicator energiebesparing. Daarentegen zet de gemeente zich in om 4.800 woningen toe te voegen in de periode tot 2040. Dit zorgt voor een absolute toename van het energieverbruik, wat een licht negatieve invloed op de indicator energiebesparing heeft. De invloed van de omgevingsvisie op energiebesparing als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld.

71/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Werklocaties De gemeente zet in op versterking van bedrijventerrein Mijdrecht. Daarom kiest zij voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht. Deze uitbreiding zorgt voor extra energiegebruik, wat een negatieve invloed heeft op de indicator energiebesparing. Het faciliteren van twee nieuwe hoogspanningsstation bij bedrijventerrein Mijdrecht (bij uitbreiding De Bocht) en ten oosten van Baambrugge bij het spoor zorgen voor een grotere capaciteit van het netwerk. Daardoor ontstaan mogelijkheden voor de verdere verduurzaming en voor plaatselijke energieopwekking. Die mogelijkheden en ruimte moeten dan nog wel invulling krijgen. De invloed van de omgevingsvisie op energiebesparing als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom per saldo als licht negatief beoordeeld. Buitengebied De gemeente kiest voor een clustering van de kassen. Binnen het concentratiegebied worden er mogelijkheden geboden voor uitbreiding, wat een negatieve invloed kan hebben op de indicator energiebesparing omdat kassen veel energie vragen. De invloed van de omgevingsvisie op energiebesparing als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt als licht negatief beoordeeld, omdat er mogelijkheden worden geboden voor uitbreiding, maar het nog niet duidelijk is om hoeveel ruimte het precies gaat. 5.6.2

Aandeel duurzame energie

Criterium 

Mate waarin aan de

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Dorpen

gestelde doelstelling in het klimaatakkoord wordt voldaan

Werklocaties

Buitengebied

Dorpen De gemeente stimuleert duurzame energieopwekking via lokale initiatieven, zoals energiecoöperaties. De gemeente doet dit echter niet zelf, maar moedigt anderen aan. De invloed van de omgevingsvisie op het aandeel duurzame energie als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als licht positief beoordeeld.

72/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Werklocaties Op bedrijventerrein Mijdrecht werkt de gemeente samen met ondernemers aan de ontwikkeling van een energiehub, waarbij uitwisseling van lokale opwekking en opslag van duurzame energie mogelijk wordt gemaakt. Ook wordt ingezet op het vergroten van het oppervlak voor zon-op-dak op het bedrijventerrein; zowel bestaande als nieuwe bedrijven worden aangemoedigd om zonnepanelen op hun daken toe te voegen. Deze initiatieven hebben een licht positieve invloed op het aandeel duurzame energie, omdat de gemeente alleen samenwerkt met of aanmoedigt. Op de lokale bedrijventerreinen zet de gemeente ook in op het ontwikkelen van (kleinschaligere) energiehubs om te voldoen aan de duurzaamheidsambities en om netcongestie voor gebruikers van het bedrijventerrein tegen te gaan. Daarnaast staat de gemeente ook open om na te denken over eventuele kansrijke, toekomstige energiebronnen, en ook dit kan een licht positieve invloed hebben op het aandeel duurzame energie. Dit gebeurt echter alleen als er vanuit ondernemers vraag naar is. De invloed van de omgevingsvisie op het aandeel duurzame energie als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als licht positief beoordeeld. Buitengebied De gemeente zet in op het zorgvuldig beschermen van het karakteristieke landschap van het Angstel- en Geinlandschap.

Dit betekent dat ontwikkelingen alleen worden toegelaten wanneer deze een aantoonbare bijdrage leveren aan de landschappelijke kwaliteit. In het kader van alternatieve of aanvullende verdienmodellen en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) wordt alleen medewerking verleend voor activiteiten die geen afbreuk doen aan het landschappelijk karakter. De productie van duurzame energie behoort hierbij tot de mogelijkheden wanneer dit landschappelijk goed wordt ingepast, bijvoorbeeld om bij te dragen aan het (financieel) mogelijk maken van extensivering. Dit heeft een licht positieve invloed op het aandeel duurzame energie, omdat de gemeente faciliterend is en het landschappelijk wel goed ingepast moet kunnen worden. Daarnaast zet de gemeente in op het opwekken van duurzame energie via zonnevelden. Hiervoor wordt de redeneerlijn van het Beleidsplan grootschalige zonnevelden De Ronde Venen en het Beleidsplan kleinschalige zonnevelden De Ronde Venen gevolgd. Daarnaast kunnen er ook richtlijnen m.b.t. de inpassing meegegeven worden. Het aanleggen van de zonnevelden heeft een positieve invloed op het aandeel duurzame energie. De invloed van de omgevingsvisie op het aandeel duurzame energie als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief beoordeeld.

5.7

Landbouw

5.7.1 Duurzame landbouw Voor de indicator duurzame landbouw12 is gekeken naar verschillende aspecten die relevant zijn voor de ontwikkeling van de landbouwsector richting een duurzame toekomst. Daarbij wordt naar drie criteria gekeken: de CO2-uitstoot van de landbouw, de verbreding van de landbouw en naar de omvang van het areaal dat in de gemeente wordt gebruikt voor landbouwdoeleinden.

12

In de Leefomgevingsfoto (bijlage 3) is de indicator ‘landbouw’ vastgesteld. Voor dit rapport wordt de naam ‘duurzame landbouw’ gebruikt omdat dit beter geschikt is voor de indicator. 73/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Criterium 

CO2-uitstoot

Verbreding landbouw

Omvang areaal voor landbouwdoeleinden

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Dorpen

Werklocaties

Buitengebied

Dorpen De gemeente zet zich in om 4.800 woningen toe te voegen in de periode tot 2040. Meer mensen biedt mogelijk een grotere afzetmarkt voor de verbreding van de landbouw, bijvoorbeeld door gebruik van recreatieve activiteiten, verkoop van biologische producten, et cetera. De invloed van de omgevingsvisie op de duurzame landbouw als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als licht positief beoordeeld. Werklocaties De invloed van de omgevingsvisie op de duurzame landbouw als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties is beperkt en wordt daarom als neutraal beoordeeld. Buitengebied De gemeente biedt agrariërs de (planologische) ruimte om te werken aan een meer toekomstbestendig, duurzaam buitengebied. De gemeente ondersteunt het verbreden van verdienmodellen, innovatie en experiment, maar kijkt hierbij ook goed naar hoe zich dit verhoudt tot de landbouw in de omgeving. Daarnaast is er ook per deelgebied een verschillende aanpak. In het veenweidelandschap kiest de gemeente ervoor om de recreatieve potentie beter te benutten. Onderdeel hiervan is agrariërs de mogelijkheid te bieden om als alternatief verdienmodel recreatieve activiteiten te ontplooien. Dit heeft een positieve invloed op de verbreding van de landbouw en daarmee op deze indicator.

In het veenweidelandschap en het Angstel- en Geinlandschap zet de gemeente in op een zorgvuldige bescherming van het karakteristieke landschap. In het kader van alternatieve of aanvullende verdienmodellen wordt alleen medewerking verleend voor activiteiten die geen afbreuk doen aan het landschappelijk karakter en bij voorkeur bevorderlijk zijn voor de natuurwaarden en/of klimaatopgaven in het gebied. Er liggen in het gebied veel kansen voor recreatieve nevenfuncties, landschappelijk wonen en woonzorgconcepten. Dit heeft ook een positieve invloed op de verbreding van de landbouw. In de droogmakerijen is een schaalvergroting mogelijk wanneer de landschappelijke impact beperkt blijft en de functionele noodzaak aantoonbaar is. De schaalvergroting moet daarnaast gepaard gaan met een verduurzamingsslag en mag niet leiden tot een grotere milieu-impact, daarom heeft het een positieve invloed op de indicator duurzame landbouw. Verder werkt de gemeente aan de Blauwe Krans, een landschappelijke zone rond de Hollandse Waterlinies waar in de voormalige inundatiegebieden van de Stelling kansen worden aangegrepen om agrarische activiteiten te combineren met waterberging, recreatie en het vergroten van natuurwaarden.

74/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Dit zorgt voor een toename van verbredingsactiviteiten en heeft daarmee een positieve invloed op de indicator duurzame landbouw. In het kader van alternatieve of aanvullende verdienmodellen en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) staat de gemeente in de eerste plaats alleen activiteiten toe die goed samengaan met agrarisch gebruik. Voorbeelden hiervan zijn boerderijwinkels, (kleinschalige) transformatie tot woonfunctie of woon-zorgconcepten. Dit zorgt voor een verbreding van de landbouw en heeft daarmee een positieve invloed op de indicator duurzame landbouw. In het buitengebied zet de gemeente in op de opwek van duurzame energie in de vorm van zonnevelden. Deze zonnevelden zullen ook op landbouwgrond geplaatst worden waardoor het areaal voor landbouwdoeleinden zal afnemen. Tegelijkertijd liggen er – afhankelijk van hoe een en ander wordt geregeld - kansen voor verbreding van bedrijfsactiviteiten voor agrariërs. Dit heeft een positieve invloed op de indicator duurzame landbouw. Aan de andere kant kiest de gemeente voor een clustering van kassen in het glastuinbouwconcentratiegebied in Polder Derde Bedijking.

Binnen dit concentratiegebied wordt de mogelijkheid voor uitbreiding en nieuwvestiging geboden, wat een licht negatieve invloed kan hebben op de indicator duurzame landbouw, afhankelijk van bijvoorbeeld de duurzaamheidseisen die worden meegegeven bij de bouw van nieuwe kassen. Tegelijkertijd wordt het voor landbouw efficiënter, en overige gebieden worden gevrijwaard, wat meer ruimte biedt voor verbreding door bijvoorbeeld recreatie. Daarnaast hebben nieuwe kassen veel minder uitstoot dan oude kassen. Eventueel kan ook gebruik worden gemaakt van gezamenlijk warmtebronnen (geothermie). Buiten de concentratiegebieden worden geen mogelijkheden geboden voor uitbreiding of nieuwvestiging. Echter, wanneer er behoefte ontstaat om het economische profiel van het glastuinbouwconcentratiegebied te verbreden en de activiteiten in het gebied te verruimen, worden samen met de provincie Utrecht de mogelijkheden onderzocht. Dit heeft een positieve invloed op de indicator omdat het zorgt voor een verbreding van de landbouw. Als laatste kiest de gemeente, gezien de relatief gunstige condities en historische rol van de landbouw in de droogmakerij, voor een voortzetting van de landbouw als voornaamste drager van de kwaliteit van het landschap, met de veehouderijen en haar graslanden als grootste sector.

Het is echter onduidelijk hoe dit verder ingevuld gaat worden en of de effecten positief of negatief zullen zijn voor verduurzaming van de landbouw. De invloed van de omgevingsvisie op de duurzame landbouw als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld, afhankelijk van hoe de uitvoering er daadwerkelijk uit gaat zien.

75/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

5.8

Klimaat

5.8.1

Overstromingsrisico

Criterium 

Aantal inwoners dat

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Dorpen

bloot wordt gesteld aan de gevolgen van een overstroming

Werklocaties

Buitengebied

Dorpen Het is de bedoeling dat er 4.800 woningen bijkomen in de periode tot 2040. Dit kan leiden tot blootstelling van meer inwoners aan de gevolgen van overstromingen waar deze woningen gepland staan in gebieden die gevoelig zijn voor overstromingen (met name rond Mijdrecht, Baambrugge en Abcoude). Bij de locatiekeuze voor woningbouw en het opstellen van kaders voor woningbouwontwikkelingen is het principe ’water en bodem sturend’ echter het vertrekpunt. Dat betekent dat bij de locatiekeuze overstromingsgevoelige gebieden zoveel mogelijk worden vermeden, waardoor de invloed beperkt zal zijn. De invloed van de omgevingsvisie op het overstromingsrisico als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als licht negatief beoordeeld Werklocaties De gemeente zet in op versterking van bedrijventerrein Mijdrecht. Daarom kiest de gemeente voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht. Uit gesprek met de gemeente blijkt dat de uitbreiding door ophoging op een hoogte komt te liggen waardoor er nagenoeg geen last is van overstromingsgevaar. Uit gesprek met de gemeente blijkt wel dat een aandachtspunt is dat de overige bedrijventerreinen gevoeliger zijn voor overstromingen en dat hier geen beleid voor is opgenomen in de visie.

De invloed van de omgevingsvisie op het overstromingsrisico als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als neutraal beoordeeld. Buitengebied In het buitengebied worden geen extra woningen gebouwd, wel komen op enkele VAB-locaties mogelijk extra woningen. De invloed van de visie op het aantal inwoners dat risico loopt op blootstelling aan de gevolgen van een overstroming is daardoor beperkt tot niet aanwezig in het buitengebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16111932/1