CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Plan-MER Omgevingsvisie De Ronde Venen

Gemeenteraad 20 november 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Omgevingsvisie De Ronde Venen 204034.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

In de visie staat onder hoofdstuk 3.2 ‘Lokaal sterk in een dynamische regio’ de ambitie ‘Het toebewegen naar klimaatneutraliteit en circulariteit in 2050, via slimme strategieën in energieopwek, -opslag en -verbruik’. Het wordt in de visie niet duidelijk wat wordt bedoeld met ‘toebewegen naar’. Dit kan betekenen een paar kleine stappen in de goede richting maar kan ook betekenen dat de gemeente het doel bijna of zelfs helemaal wil behalen. Er wordt aanbevolen om in de visie duidelijker te definiëren wat wordt verstaan onder ‘toebewegen naar’. Beter gedefinieerde ambities kunnen ook beter gemonitord worden 14. In de visie staat onder hoofdstuk 3.2 ‘Lokaal sterk in een dynamische regio’ de ambitie ‘Het clusteren van duurzame energieopwek op grote daken en in het buitengebied, maar ook voor het faciliteren van bottom-up initiatieven vanuit de dorpen’. Deze ambitie is erg onduidelijk en er wordt daarom aanbevolen om meer duiding en invulling te geven aan deze ambitie. Beter gedefinieerde ambities kunnen ook beter gemonitord worden 15. In de visie staat onder hoofdstuk 3.1 ‘Groen en gezond wonen in levendige en betrokken dorpen’ de ambitie ‘Het koesteren en versterken van ons erfgoed, zowel gebouwd als landschappelijk’.

Er wordt aanbevolen om deze subambitie op te knippen in ‘Het koesteren en versterken van ons gebouwd erfgoed’ onder kernambitie 1 en ‘Het koesteren en versterken van ons landschappelijk erfgoed’ onder kernambitie 3. Op die manier is het beter navolgbaar per deelgebied wat de ambitie is en wat de daarbij behorende maatregelen zijn 0.10.2 1.

2.

Aanbevelingen uitwerking

In de visie wordt wel een en ander geschreven over beschermde dorpsgezichten, maar de visie geeft misschien nog te weinig houvast over hoe initiatieven kunnen bijdragen aan het versterken van de identiteit van dorpen zonder zo’n beschermde status. Daarom is het aan te bevelen om in de uitvoering vervolgstappen op te nemen die meer duiding geven aan de waarden en ruimtelijke eigenschappen die de identiteit van de dorpen vormen Er wordt aanbevolen om randvoorwaarden op te stellen voor de bedrijven bij uitbreiding ‘de Bocht’ voor wat betreft typen bedrijven en milieucontouren om zo geluidhinder te voorkomen en de externe veiligheid te waarborgen. Dit kan goed gekoppeld worden aan het uitgifteprotocol dat de gemeente aan het opstellen is 25/132

Kenmerk

3.

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Het toevoegen van woningen dient altijd te gebeuren met oog voor de geldende eisen voor duurzaamheid en circulariteit, waarbij het Convenant Toekomstbestendig Bouwen wordt gevolgd. Aanbevolen wordt om in dat kader ook randvoorwaarden op te stellen voor bedrijven, namelijk dat nieuwe bedrijven o.a. energieneutraal gebouwd moeten worden

4.

Aanbevolen wordt om een programma of strategie op te stellen om het gebruik van (en de druk op) de ondergrond beter te kunnen sturen. Uit de effectbeoordeling is namelijk gebleken dat de druk op de ondergrond alleen maar verder gaat toenemen. Het is belangrijk om te

5.

zorgen dat de impact op en ruimte in de ondergrond wordt meegenomen in toekomstige plannen en ontwikkelingen Er vindt bodemdaling plaats in de gemeente, daarom wordt aanbevolen om

6.

randvoorwaarden/eisen mee te geven bij de bouw van woningen in gebieden waar er een risico op bodemdaling is Aanbevolen wordt om ook een visie voor de landgoederenzone op te stellen waarin de

7.

ruimtelijke kwaliteiten ervan vastgelegd kunnen worden, zodat die ook beter meetbaar en duidelijk zijn In de visie staat onder hoofdstuk 3.2 ‘Lokaal sterk in een dynamische regio’ de ambitie ‘Het verbreden van het economisch profiel door meer in te zetten op recreatie en toerisme, maar met oog voor de beheersbaarheid ervan voor zowel inwoners als bezoekers en het zoeken van een goede balans tussen economie, ecologie, bereikbaarheid en leefbaarheid’. Momenteel is het echter nog onduidelijk wat deze balans inhoudt en hoe deze ook bewaakt gaat worden. Er wordt aanbevolen om dit uit te werken in bijvoorbeeld een omgevingsprogramma recreatie

8.

In de visie wordt omschreven dat de gemeente in 2050 circulair wil zijn. Er wordt aanbevolen om concrete doelen en bijbehorend beleid rondom circulariteit uit te werken, bijvoorbeeld in een programma circulaire economie, om zo de juiste stappen te zetten richting 2040 en 2050. Maak concreet voor bijvoorbeeld afvalstromen, materiaalgebruik en de gemeentelijke organisatie wat het doel is en waar de gemeente zelf aan gaat werken. Maak daarnaast verder concreet wat een circulaire economie inhoudt voor De Ronde Venen en wat de ambities (circulair bouwen en een circulaire inrichting van de openbare ruimte) op dit vlak betekenen qua ruimtelijke impact en qua benodigde milieu-ruimte. Dit komt nog niet tot uiting in de visie terwijl de ruimteclaim mogelijk wel van invloed is op andere ambities binnen de

9.

gemeente Aanbevolen wordt om een visie op de (transitie) van het landelijk gebied op te stellen met daarin bijvoorbeeld beschreven welke ruimte agrariërs moeten of mogen krijgen om

nevenactiviteiten te ontwikkelen. Het verdient aanbeveling om dit in het vervolg op de visie uit te werken in bijvoorbeeld een integraal programma landelijk gebied 10. In de visie staat onder hoofdstuk 3.3 ‘Een beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig buitengebied’ de ambitie ‘Het ontwikkelen van een strategie van vernatting en waterberging op plekken waar dat het hardste nodig is’. In de visie staat echter niks benoemd over de daadwerkelijke ontwikkeling van een strategie voor vernatting en waterberging. Er wordt aanbevolen om deze strategie wel op te stellen voor het vervolg

26/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

11. In het algemeen wordt aanbevolen om een programma/actieplan op te stellen voor klimaatadaptatie, o.a. voor hittestress, wateroverlast en droogte. Daarin kan bijvoorbeeld worden ingezet op het verkleinen van de kans op overstromingen, maar ook op het beperken van de gevolgen ervan (meerlaagsveiligheid). Voorbeelden hiervan zijn noodplannen, een andere ruimtelijke inrichting of aangepast bouwen. Eventueel kan hierin ook beleid worden opgenomen om de overstromingsgevoeligheid op bestaande bedrijventerreinen te verminderen. Verder is het buitengebied gevoelig voor zware regenval: herbestemmen voor natuurontwikkeling zou schade aan agrarische functies kunnen voorkomen. Dit zou ook weer bij kunnen dragen aan verduurzaming van landbouwgronden

0.11

Leemten in kennis

De effectbeoordeling in dit plan-MER is kwalitatief van aard, gericht op kansen en risico’s en sluit aan bij het strategische en lange termijn karakter van de omgevingsvisie. De visie is richtinggevend voor verdere uitwerking en doorwerking in programma´s of andere instrumenten. Voor dit plan-MER zijn de gedane aannames afdoende om een voldoende betrouwbaar beeld te verkrijgen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten op de leefomgeving op de langere termijnen. Op dit abstractieniveau is er dan ook geen sprake van leemtes in kennis of onzekerheden met betrekking tot de in dit plan-MER beschreven kansen en risico’s. Meer gedetailleerde effectbeoordeling, kwantificering daarvan en toetsing aan wettelijke kaders kan alleen plaatsvinden bij verdere uitwerking tot beleid in bijvoorbeeld programma’s. De effecten die zich uiteindelijk in de praktijk voor zullen doen, moeten op basis van monitoring en evaluatie in beeld worden gebracht. Een onderdeel van het plan-MER dat verdere uitwerking behoeft, wanneer het beleid van de omgevingsvisie verder is uitgewerkt, zijn de effecten van stikstof op de Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling op projectniveau dient plaats te vinden wanneer concretisering van de omgevingsvisie plaatsvindt.

Deze berekening moet plaatsvinden op basis van een gedetailleerd verkeersmodel en een nauwkeurige ligging van de nieuwe woon- en werklocaties. Een nieuwe berekening met de juiste referentiejaren kan de daadwerkelijke effecten in beeld brengen en de mogelijkheden om deze te beperken.

0.12

Monitoring en evaluatie van beleid

De omgevingsvisie is een dynamisch document, omdat de wereld voortdurend in beweging is. Maatschappelijke ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en het is onbekend hoe de wereld er over vijf of tien jaar uitziet. Er kan uitvoering gegeven worden aan de omgevingsvisie door de inzet van verschillende instrumenten. In de Omgevingswet zijn voor de gemeente drie relevante beleidsinstrumenten geformuleerd, elk met hun eigen rol: het omgevingsprogramma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. Op elk van de instrumenten, inclusief de omgevingsvisie zelf, is monitoring en evaluatie mogelijk. De omgevingsvisie De Ronde Venen 2040 is nu klaar, maar is in feite nooit af. De gemeente kijkt regelmatig of ze nog op de juiste weg zit. Nieuwe inzichten en opgaven vragen om steeds opnieuw te kijken naar de relevantie van het beleid en de rol die de gemeente daarin speelt. Om zichzelf snel aan te kunnen passen vormen monitoring en evaluatie een belangrijke pijler.

27/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Zo kan de gemeente controleren of ambities nog steeds behaald kunnen worden of dat ze moeten worden aangepast. Hiervoor wordt een beleidscyclus gebruikt. Op deze manier zorgt de gemeente ervoor dat de visie blijft aansluiten bij de behoeften en ontwikkelingen in de gemeente.

Figuur 0.6 Deze omgevingsvisie is de start van de beleidscyclus van de Omgevingswet. Deze cyclus biedt structuur om de instrumenten van de Omgevingswet te ordenen volgens een logisch proces: beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling. De figuur laat de samenhang zien tussen omgevingsvisie, programma’s en omgevingsplan binnen de beleidscyclus (Bron: Informatiepunt Leefomgeving, bewerking RUIMTEVOLK)

Om de omgevingsvisie zo actueel mogelijk te houden, kiest de gemeente ervoor om de visie periodiek te evalueren. Het tempo waarin de visie wordt aangepast hangt af van de ervaringen die worden opgedaan met andere instrumenten en met de monitoring van de doelen, en van de staat van de fysieke leefomgeving. Voornemen is om de omgevingsvisie in ieder geval elke vier jaar te evalueren, in het jaar volgend op de gemeenteraadsverkiezingen, en daarmee te starten in 2030. Dit leidt mogelijk tot een herijking. Daarnaast is het mogelijk om de visie van een herijking te voorzien wanneer (maatschappelijke) opgaven in de fysieke leefomgeving daar aanleiding toe geven.

28/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de aanleiding, de verplichtingen en het doel van het opstellen van het plan-MER beschreven. Verder worden de uitgangspunten voor het plan-MER toegelicht, evenals de interactie tussen de omgevingsvisie en het plan-MER, en de besluitvormingsprocessen met betrekking tot het plan-MER. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een leeswijzer.

1.1

Aanleiding

De gemeente De Ronde Venen stelt een omgevingsvisie op. Dit betreft één integrale visie voor de fysieke leefomgeving voor het gehele gemeentelijke grondgebied. De omgevingsvisie beschrijft hoe gemeente zich wil voorbereiden op de toekomst en hoe wordt omgegaan met ontwikkelingen die op de gemeente afkomen. De omgevingsvisie hanteert een planhorizon tot 2040. Een lokale omgevingsvisie is, onder de Omgevingswet, een verplicht instrument voor gemeenten om de gewenste ontwikkeling en bescherming van de fysieke leefomgeving te waarborgen. Gelijktijdig met het opstellen van de omgevingsvisie is voorliggend plan-MER opgesteld.

1.2

Het plan-MER

1.2.1

Plicht en doel van het plan-MER

Een omgevingsvisie is een wettelijk voorgeschreven plan en daardoor mogelijk plan-mer-plichtig4 (artikel 16.34, eerste lid van de Omgevingswet) wanneer deze kaderstellend is voor mer(beoordelings)plichtige activiteiten (artikel 16.36 Omgevingswet). Voorgenoemde projecten zijn terug te vinden in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarnaast is de vraag of voor het plan een passende beoordeling in het kader van Natura 20005 gemaakt moet worden. Ook in dit geval is er sprake van een plan-mer-plicht. De omgevingsvisie van gemeente De Ronde Venen is kaderstellend voor een aantal categorieën die zijn opgenomen in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Het betreft in ieder geval categorie J10 (Industrieterrein) in verband met de uitbreiding van bedrijventerreinen en transformatie naar woonwerkmilieus of gemengde functies, J11 (Stedelijk ontwikkelingsproject) vanwege de woningbouwopgave en bijbehorende ontwikkelingen en J12 (Landinrichtingsproject). Daarnaast is niet op voorhand uit te sluiten dat significante effecten op Natura 2000-gebieden zoals Botshol, de Nieuwkoopse Plassen & de Haeck en de Oostelijke Vechtplassen optreden. Deze effecten kunnen optreden door de ontwikkelingen die worden mogelijk gemaakt door de omgevingsvisie. Om deze reden is ten behoeve van de omgevingsvisie ook een passende beoordeling opgesteld wat eveneens leidt tot een mer-plicht.

De passende beoordeling maakt integraal onderdeel uit van dit plan-MER (hoofdstuk 6).

4

In een aantal gevallen is het mogelijk om eerst een plan-mer-beoordeling te doen. Hieruit blijkt of het plan of programma aanzienlijke milieueffecten heeft. Als dat niet het geval is, kan een plan-milieueffectrapportage achterwege blijven. Een plan-merbeoordeling is mogelijk als:  Het om een kleine wijziging van een plan of programma gaat.  Het plan betrekking heeft op een klein gebied op lokaal niveau.  Het plan het kader vormt voor projecten die niet in bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn opgenomen maar die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. 5 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze Natura 2000-gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden. (Bron: Natura 2000) 29/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Het doel van het plan-MER is inzichtelijk maken wat de effecten van de omgevingsvisie op de leefomgeving zijn en in hoeverre de voorgestelde koers bijdraagt aan het behalen van de door de gemeente gestelde ambities. Het plan-MER geeft de (milieu-)informatie die nodig is om een besluit te nemen over de vaststelling van de omgevingsvisie. Een besluit waarbij de milieubelangen op basis van het plan-MER volwaardig worden meegewogen. 1.2.2

Uitgangspunten van het plan-MER

De uitgangspunten van dit plan-MER voor de omgevingsvisie van de gemeente De Ronde Venen zijn als volgt: 

Het plan-MER en de passende beoordeling sluiten aan op het abstractieniveau van de omgevingsvisie. De effectbeoordeling is kwalitatief van aard. Als het gaat om meer (in relatieve zin) concretere acties/projecten, dan sluit de effectbeoordeling in het plan-MER daarop aan De omgevingsvisie is een integrale ontwikkelkoers voor de lange termijn. Bestaand beleid en toekomstige plannen en omgevingsprogramma’s moeten passen bij en bijdragen aan dit integrale toekomstbeeld. Het doel van de milieueffectrapportage is om de onderlinge strijdigheid of synergie tussen de ambities in de voorgestelde koers te onderzoeken en in beeld te brengen. Dit kan echter niet los gezien worden van de verdere uitwerking waarvoor de omgevingsvisie het kader vormt. Daarom omvat het plan-MER een doorkijk naar de haalbaarheid van ambities (doelbereik). In het verlengde hiervan geeft het plan-MER aanbevelingen voor de verdere uitwerking. Deze aanbevelingen helpen om de gestelde

 

ambities in de omgevingsvisie daadwerkelijk te behalen De omgevingsvisie richt zich op de periode tot 2040. Het plan-MER sluit hierop aan In het plan-MER is niet alleen gekeken naar de ‘traditionele’ milieuthema’s, maar ook naar andere thema’s binnen de fysieke leefomgeving, zoals de Omgevingswet voorstaat. Zo wordt integraal gekeken naar de gevolgen van klimaatverandering, energie(verbruik) en duurzame opwekking, circulariteit, woningvoorraad en bedrijvigheid. In die zin is dit MER ook te zien als een OER (omgevingseffectrapport)

1.2.3

Wisselwerking omgevingsvisie en plan-MER

Het doel van een plan-MER is om de milieugevolgen van een ruimtelijk plan in beeld te brengen en deze te beoordelen. Voor de omgevingsvisie van De Ronde Venen was de ambitie dat het opstellen van het plan-MER met een iteratief proces gebeurde. Iteratief betekent dat een proces herhaaldelijk wordt uitgevoerd, waarbij de uitkomsten van de vorige stap worden gebruikt als input voor de volgende stap. In het geval van een iteratief ontwerpproces bijvoorbeeld, betekent dit dat er niet één definitieve versie van het ontwerp wordt gemaakt, maar dat het ontwerp steeds opnieuw wordt geëvalueerd en aangepast op basis van feedback en nieuwe inzichten. Deze feedback en nieuwe inzichten worden vervolgens meegenomen in de volgende iteratie van het ontwerpproces. Op deze manier wordt het ontwerp steeds verder verfijnd en verbeterd, totdat het uiteindelijk voldoet aan alle gestelde eisen en wensen. Figuur 1.1 geeft de wisselwerking tussen de omgevingsvisie en het plan-MER weer.

30/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Door de omgevingsvisie en plan-MER zij aan zij op te stellen, is beoogd om een omgevingsvisie te ontwikkelen waarbij zoveel mogelijk voor de hand liggende negatieve milieueffecten worden voorkomen. TAUW heeft meerdere keren feedback en aanbevelingen gegeven op tussentijdse versies van de omgevingsvisie. Het doel van het plan-MER is om de milieugevolgen van de omgevingsvisie inzichtelijk te maken voor de gemeenteraad, die verantwoordelijk is voor de besluitvorming. Meer over het proces van het plan-MER en de interactie die heeft plaatsgevonden is terug te vinden in hoofdstuk 2 van dit document.

Figuur 1.1 Samenhang plan-MER - Omgevingsvisie

1.2.4 Procedure van het plan-MER De procedure van het plan-MER is gekoppeld aan de procedure voor de omgevingsvisie. De omgevingsvisie die met het plan-MER voorligt is het ontwerp. De ontwerp-omgevingsvisie en het plan-MER worden gelijktijdig zes weken ter inzage gelegd. Het plan-MER is als bijlage bij de ontwerp-omgevingsvisie gevoegd. Tijdens de terinzagelegging worden relevante bestuursorganen geraadpleegd en mag eenieder een zienswijze indienen op het plan-MER en de ontwerpomgevingsvisie. Parallel aan de terinzagelegging en besluitvorming toetst de Commissie voor de mer de kwaliteit van het plan-MER en beoordeelt zij of de juiste (milieu-)informatie aanwezig is om een besluit over de omgevingsvisie te kunnen nemen. De zienswijzen en het advies van de Commissie mer kunnen aanleiding geven tot het bijstellen van de ontwerp-omgevingsvisie. De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast.

1.3

Leeswijzer

Het volgende hoofdstuk, hoofdstuk 2, beschrijft de onderzoeksmethodiek, uiteengezet in een aantal stappen. In hoofdstuk 3 staat de beoordeling van de sporen. In hoofdstuk 4 staat een beschrijving van het totstandkomingsproces van de omgevingsvisie en de manier waarop de gemeente de voorgestelde ontwikkelkoers gaat uitwerken en inhoud wil geven. In hoofdstuk 5 staan de effecten op de leefomgeving als gevolg van de omgevingsvisie beschreven. Hoofdstuk 6 bevat de passende beoordeling van Natura 2000-gebieden. In hoofdstuk 7 wordt het doelbereik van de ambities beschreven. Hoofdstuk 8 beschrijft de kansen voor synergie en de strijdigheden tussen de (kern)ambities in de omgevingsvisie. Hoofdstuk 9 bestaat uit de conclusies en aanbevelingen. Hoofdstuk 10 behandelt de leemten in kennis en de manieren waarop deze kunnen worden gemonitord. 31/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

2 Onderzoeksmethodiek Dit hoofdstuk beschrijft in de verschillende paragrafen de stappen binnen het plan-MER. Figuur 2.1 toont een weergave van het proces en de verschillende stappen. Dit plan-MER is opgesteld in de volgende stappen:  Stap 1: Vaststellen beoordelingskader    

Stap 2: Beschrijven en beoordelen huidige situatie en autonome ontwikkeling referentiesituatie) Stap 3: Beoordelen effecten alternatieven (sporen) Stap 4: Uitvoeren effectbeoordeling, in beeld brengen doelbereik en opstellen passende beoordeling Stap 5: Beschrijven mitigerende maatregelen, leemten in kennis en monitoring en evaluatie

Figuur 2.1 De stappen van de plan-mer-procedure

2.1

Stap 1: Vaststellen beoordelingskader

Tot 2024 was het verplicht om een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) op te stellen, sinds 2024 is dit niet meer verplicht. De gemeente De Ronde Venen heeft ervoor gekozen geen NRD op te stellen aan de start van de mer-procedure. In plaats van een NRD is een startdocument opgesteld. Onderdeel van het startdocument is het beoordelingskader. Dit kader bevat per thema verschillende indicatoren waarmee de effecten van de omgevingsvisie worden beoordeeld. In de onderstaande tabel (tabel 2.1) is het beoordelingskader weergegeven. Het startdocument is opgenomen in bijlage 2.

32/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Tabel 2.1 Beoordelingskader effecten Thema

Indicator

Wonen en voorzieningen

Woningvoorraad Voorzieningenniveau

Gezondheid en welzijn

Luchtkwaliteit Geluid Externe veiligheid Gezondheidsbevordering

Recreatie en cultuurhistorie

Landschappelijke waarden Cultuurhistorische waarden Aardkundige waarden

Werken

Werklocaties

Mobiliteit

Bereikbaarheid Modal shift Verkeersveiligheid

Energie

Energiebesparing Aandeel duurzame energie

Landbouw

Landbouw

Klimaat

Overstromingsrisico Wateroverlast Hittestress Droogte

Natuur

Biodiversiteit Gebruik ondergrond Bodemkwaliteit Bodemdaling Natura-2000 Natuurnetwerk Nederland Waterkwaliteit

2.2

Stap 2: Beschrijven en beoordelen huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie)

De tweede stap was het in beeld brengen van de huidige situatie en de verwachte autonome ontwikkelingen (HSAO). Autonome ontwikkeling betekent de te verwachten voortgang van de huidige situatie zonder dat er nieuw beleid van kracht is. De huidige situatie en autonome ontwikkeling tezamen wordt de referentiesituatie genoemd. In deze fase is het kwaliteitsniveau van de indicatoren van het beoordelingskader beschreven. Het kwaliteitsniveau is uitgedrukt in goed, redelijk of slecht, zie tabel 2.2. Beschrijving en beoordeling van de referentiesituatie helpen om vast te stellen waar de opgaves liggen, zodat de gemeente kan bepalen of en in hoeverre ze daarop in wil zetten in de visie. De HSAO is te vinden in bijlage 3. Tabel 2.2 Legenda beoordeling kwaliteitsniveau Goed

Redelijk

Slecht

De belangrijkste inzichten uit de HSAO zijn opgenomen in het Raamwerk De Ronde Venen 2040 (bijlage 4). Dit document vormde het fundament voor het bepalen van de koers richting 2040. 33/132

Kenmerk

2.3

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Stap 3: Beoordelen effecten alternatieven (sporen)

Om tot een omgevingsvisie te komen heeft de gemeente in samenwerking met RUIMTEVOLK verschillende onderscheidende sporen opgesteld (bijlage 5). In het kader van dit MER is gecheckt of de contouren van de sporen voldoende onderscheidend waren. In de derde stap van het planMER zijn deze verschillende sporen vervolgens getoetst en op hoofdlijnen beoordeeld (bijlage 6). Deze beoordeling heeft plaatsgevonden aan de hand van de meest relevante en/of onderscheidende indicatoren van het beoordelingskader. De beoordelingen hebben inzicht gegeven voor de verdere uitwerking van de omgevingsvisie.

2.4

Stap 4: Uitvoeren effectbeoordeling, opstellen passende beoordeling, in beeld brengen doelbereik en synergiën en strijdigheden in beeld brengen

In stap 4 is de effectbeoordeling van de beleidskeuzes van de omgevingsvisie per indicator uitgevoerd. Het opstellen van een passende beoordeling op hoofdlijnen is eveneens onderdeel van het uitvoeren van de effectbeoordeling. Daarnaast is het doelbereik in beeld gebracht en zijn de ambities met elkaar in ‘botsing’ gebracht om de synergie en strijdigheden te bepalen. 2.4.1 Effectbeoordeling per indicator De effecten van de omgevingsvisie worden vergeleken met de referentiesituatie (zoals beschreven in de HSAO) in 2040. De maatregelen die/het beleid dat de gemeente De Ronde Venen in de omgevingsvisie beschrijft (opgehangen aan drie kernambities, onderverdeeld in drie gebiedstypen) zijn beschreven en beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader (zie tabel 2.1). Daartoe is een beleidsmatrix gemaakt (bijlage 7 Beleidsmatrix) waarin bij de maatregelen uit de omgevingsvisie is weergegeven op welke thema’s en indicatoren die maatregelen invloed kunnen hebben.6 Om aan te sluiten bij het abstractieniveau van de omgevingsvisie spreken we liever van ‘invloed’ dan van ‘effect’. In het startdocument is benoemd dat de invloeden van de omgevingsvisie beoordeeld worden aan de hand van een driepuntschaal. Na overleg is er besloten om er een vijfpuntschaal van te maken om de beoordeling gedetailleerder te maken, zie tabel 2.3 voor de beoordelingsniveaus.

Hierdoor wordt duidelijk of de keuzes in de omgevingsvisie een (licht) positieve invloed, een neutrale of beperkte invloed, of een (licht) negatieve invloed hebben ten opzichte van de referentiesituatie. Een combinatie is ook mogelijk: beleidskeuzes uit de omgevingsvisie kunnen op één indicator bijvoorbeeld zowel een (licht) positieve invloed als (licht) negatieve invloed hebben. Omdat het belangrijk is om effecten inzichtelijk te maken is er in een dergelijk geval gekozen om twee pijlen te gebruiken voor de beoordeling. Deze beoordelingen zijn dus naast elkaar weergegeven, zodat de nuances niet alleen in tekst, maar ook visueel zichtbaar zijn. Door deze beoordeling ontstaat een beeld van de mate waarin de omgevingsvisie effect kan hebben op de betreffende indicator.

6

Na het opstellen van deze tabel is de visie nog aangepast. Deze wijzigingen zijn – waar relevant - wel verwerkt in het MER, maar de tabel heeft geen update meer gehad. 34/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Tabel 2.3 Visualisatie van de beoordelingsniveaus voor de beoordeling van de omgevingsvisie Positieve invloed

Licht positieve

Geen of neutrale

Licht negatieve

invloed

invloed

invloed

Negatieve invloed

2.4.2 Passende beoordeling Wanneer significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten, is een passende beoordeling conform de Omgevingswet (voorheen: Wet natuurbescherming) noodzakelijk. Rondom en in gemeente De Ronde Venen bevinden zich de volgende Natura 2000gebieden: Botshol (218 ha), de Nieuwkoopse Plassen & De Heack (2008 ha) en de Oostelijke Vechtplassen (6475 ha). Het gebied Botshol ligt in de gemeente, de overige gebieden liggen aan de gemeentelijke grenzen. Aangezien de omgevingsvisie ontwikkelingen zoals woningbouw mogelijk maakt zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten. Er is daarom, als onderdeel van het plan-MER, een passende beoordeling opgesteld die aansluit bij het abstractieniveau van de visie. De beoordeling is kwalitatief, want een gedetailleerd kwantitatieve beoordeling is pas mogelijk bij een omgevingsplan of specifiek programma. De passende beoordeling bestaat uit een beschrijving van de negatieve effecten van de omgevingsvisie op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden, een overzicht van welke ambities zorgen voor minder stikstofdepositie en mogelijke mitigerende maatregelen of randvoorwaarden voor verlaging van stikstofdepositie. De passende beoordeling is opgenomen in hoofdstuk 6.

2.4.3 Doelbereik Bij het opstellen van het doelbereik is beoordeeld in welke mate de vooraf gestelde ambities in de omgevingsvisie behaald kunnen worden. De omgevingsvisie De Ronde Venen kent drie integrale kernambities. Voor de beoordeling van het doelbereik is kwalitatief beoordeeld hoe de beleidskeuzes bijdragen aan het behalen van die ambities. In de beoordeling zijn naast de beleidskeuzes in de omgevingsvisie ook maatschappelijke en milieugerelateerde trends en de rol en invloed van de gemeente meegenomen. Per ambitie is in beeld gebracht of er geen tot zeer beperkte kans is om de ambitie te behalen, een redelijke kans om de ambitie te behalen of een zeer grote kans om de ambitie te behalen. Aanvullend is aangegeven hoe groot de onzekerheidsmarge is bij het behalen van de ambitie. De onzekerheid wordt groter naarmate autonome ontwikkelingen meespelen en/of als de gemeente afhankelijk is van andere partijen. De onzekerheidsmarge geeft dus aan hoeveel de gemeente zelf kan doen aan het behalen van de gestelde ambities. De conceptbeoordeling van de effecten en het doelbereik is in een werksessie besproken met een brede ambtelijke vertegenwoordiging van de gemeente De Ronde Venen.

Aanwezig waren beleidsadviseurs van uiteenlopende beleidsvelden, waaronder wonen, sociaal domein, landelijk gebied, erfgoed en cultuurhistorie, recreatie en toerisme, grondzaken, milieu, klimaat en duurzaamheid, ruimtelijke ordening en stedenbouw. Op basis van de feedback uit deze sessie zijn de effectbeoordeling en het doelbereik uitgewerkt in het plan-MER.

35/132

Kenmerk

2.4.4

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Synergie en strijdigheden

Een van de kernvragen binnen de plan-mer-procedure is hoe en met welke voorwaarden de gemeente De Ronde Venen een goede balans kan behouden in het ruimtegebruik en de kwaliteiten van de gemeente. Het plan-MER heeft daarom op strategisch niveau de kansen op synergiën en strijdigheden tussen de verschillende gestelde ambities in beeld gebracht. Anders gezegd: welke ambities en acties versterken elkaar (synergie) en welke belemmeren elkaar (strijdigheid). Op basis van deze analyse kan worden bepaald of er maatregelen moeten worden genomen om de negatieve effecten te verminderen of de positieve effecten te versterken.

2.5

Stap 5: Aanbevelingen, leemten in kennis en monitoring en evaluatie

Aan de hand van de effectbeoordeling zijn aanbevelingen voor de visie of het vervolg beschreven. De aanbevelingen zijn het startpunt voor de verdere uitwerking van het beleid in bijvoorbeeld omgevingsprogramma’s. Aanvullend zijn de onderdelen leemten in kennis en monitoring en evaluatie toegevoegd. Op basis van het concept-MER heeft de gemeente, samen met RUIMTEVOLK, bekeken welke aanbevelingen wel en welke niet meegenomen worden in de visie en voor het vervolg.

3 Effecten alternatieven (sporen) Na het opstellen van de leefomgevingsfoto (HSAO) is het onder de mer-plicht noodzakelijk om als onderdeel van de plan-MER varianten, in dit geval sporen, te beoordelen. Voor het plan-MER zijn de sporen kwalitatief beoordeeld en is de milieu-informatie die van belang is bij het maken van de ruimtelijke keuzes weergeven. De sporen zijn middels een kwalitatieve effectbeoordeling met elkaar vergeleken. De gemeente De Ronde Venen heeft drie sporen uitgewerkt, elk met een eigen focus en impact op de leefomgeving. Deze sporen brengen de bandbreedtes van ruimtelijke keuzes in beeld en vormen het fundament van de nieuwe omgevingsvisie. De sporen zijn beoordeeld aan de hand van een selectie indicatoren uit het beoordelingskader. Op deze manier wordt duidelijk wat de effecten van de sporen zijn op de leefomgeving van de gemeente en kunnen de sporen onderling worden vergeleken op basis van milieueffecten. Hierbij is gebruikgemaakt van een vijfpuntschaal (tabel 3.1). Deze vijfpuntsschaal wijkt af van de vijfpuntsschaal die uiteindelijk is gebruikt bij de effectbeoordeling van de visie zoals die is beschreven in hoofdstuk 2.4.1 en toegepast in hoofdstuk 5; dit heeft te maken met voortschrijdend inzicht tijdens het proces.

Na de beoordeling van de sporen is voor de beoordeling van de visie gekozen om een eenvoudigere schaal toe te passen, die juist ook meer ruimte voor nuance biedt.

36/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Tabel 3.1 Vijfpuntschaal voor de beoordeling van de sporen

3.1

Beschrijving van de sporen

Er zijn drie sporen ontwikkeld voor De Ronde Venen: 1. Lokaal en verbonden 2. 3.

Op eigen kracht Dynamische schakel in de regio

Deze sporen zijn bedoeld om het denken over mogelijke en wenselijke ‘toekomsten’ op scherp te stellen en de diversiteit aan opgaven met elkaar in samenhang te bekijken. In het kader van dit MER zijn de sporen beoordeeld om deze te kunnen vergelijken voor wat betreft de milieueffecten die ze kunnen hebben. Hierdoor krijgt de gemeente meer inzicht in de verschillende keuzes, ruimtelijke consequenties en (omgevings)effecten die daarmee gepaard gaan. De sporen zijn bewust verschillend en complementair aan elkaar; dit helpt om in het proces om te komen tot de omgevingsvisie de juiste scherpte te vinden en te benadrukken dat keuzes maken nodig is. Daarnaast zijn de sporen geworteld in het actuele strategische beleid van de gemeente De Ronde Venen. Het werken met deze sporen dient ertoe om in diverse gesprekken, met de samenleving, ketenpartners, maar ook ambtelijk, bestuurlijk en met de gemeenteraad, tot concrete bouwstenen te komen voor de koersbepaling van de omgevingsvisie. De tekstuele uitwerking van de drie sporen is te vinden in bijlage 5. Hieronder worden de drie sporen kort samengevat. 3.1.1 Spoor 1 – Lokaal en verbonden Dit spoor wordt gekenmerkt door de kernwoorden: samen, lokale behoefte, behoud voorzieningen, sociale cohesie, leefbaarheid, gezonde leefomgeving, brede welvaart. De focus in dit spoor ligt op gezondheid, gevolgd door recreatie en erfgoed.

De focus is gevisualiseerd in figuur 3.1.

37/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Figuur 3.1 Focus spoor 1 – Lokaal en verbonden

3.1.2 Spoor 2 – Op eigen kracht Dit spoor wordt gekenmerkt door de kernwoorden: aanpakken klimaatopgave, omslag naar toekomstbestendige landbouw, vitaal landelijk gebied, behoud landschappelijke waarden, in harmonie met de natuurlijke onderlaag, circulaire economie. De focus in dit spoor ligt op natuur en klimaat, gevolgd door landbouw. De focus is gevisualiseerd in figuur 3.2.

38/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Figuur 3.2 Focus spoor 2 – Op eigen kracht

3.1.3 Spoor 3 – Dynamische schakel in de regio Dit spoor wordt gekenmerkt door de kernwoorden: stevige groei, verbreding economisch profiel, duurzame economische ontwikkeling, regionale bereikbaarheid, modal shift. De focus in dit spoor ligt op werken, gevolgd door recreatie en erfgoed, energie en mobiliteit. De focus is gevisualiseerd in figuur 3.3.

39/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Figuur 3.3 Focus spoor 3 – Dynamische schakel in de regio

3.2

Samenvatting effecten sporen

Onderstaande tabel (tabel 3.2) toont een samenvatting van de effectbeoordeling van de drie sporen van de omgevingsvisie. Voor deze effectbeoordeling is in samenspraak met de gemeente een selectie gemaakt van milieu-indicatoren. De volledige beoordeling van de sporen is te vinden in bijlage 6.

40/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Tabel 3.2 Overzicht effectbeoordeling alternatieven (sporen) Milieu-indicator

Huidige

Autonome

situatie

ontwikkeling

Spoor 1

Spoor 2

Spoor 3

Woningvoorraad

Voorzieningenniveau Gezondheidsbevordering

Cultuurhistorische waarden

Werklocaties

Bereikbaarheid

Aandeel duurzame energie

Landbouw

Wateroverlast

Hittestress

Beschermde

Natura-2000

natuurgebieden NNN

3.3

Conclusies naar aanleiding van effectbeoordeling

Spoor 1:  Een toename van het aantal woningen draagt bij aan de woningvoorraad. Tegelijkertijd zorgt deze toename voor meer druk op de bestaande infrastructuur. Deze toename wordt niet 

opgevangen omdat er geen investeringen in de bestaande wegen worden gedaan Woningbouw leidt tot meer verharding, waardoor het infiltrerend vermogen van water afneemt. Daarnaast zorgt meer verharding ook voor hogere temperaturen, wat kan leiden tot

hittestress Er wordt in dit spoor niet expliciet ingezet op het behoud of versterking van de beschermde natuurgebieden. Hierdoor neemt de kwaliteit van deze gebieden potentieel verder af

Initiatieven voor duurzame energieopwekking worden gefaciliteerd. De rol van de gemeente is echter afwachtend

41/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Spoor 2: 

Inbreiding zorgt voor meer verdichting en verharding, wat nadelige gevolgen kan hebben voor de hittestress en wateroverlast, ondanks dat er veel wordt ingezet op klimaatadaptieve maatregelen

In dit spoor ontstaan er twee clusters waarbinnen het voorzieningenniveau wordt geconcentreerd. Dit kan een negatief effect hebben op het voorzieningenniveau in andere dorpskernen

Gemengde woon-werkgebieden kunnen spanningen veroorzaken tussen bewoners en bedrijven, bijvoorbeeld vanwege geluidsoverlast of verkeersbewegingen Strenge klimaatadaptieve maatregelen kunnen de realisatie van bedrijventerrein lastig maken.

Daarnaast worden de vestigingsmogelijkheden op bedrijventerreinen beperkt door de transformatie naar woon-werkgebieden Spoor 3:  De grote toename van woningen en voorzieningen kan leiden tot congestie op wegen en druk op openbaar vervoer   

De aanzienlijke uitbreiding zorgt voor een grote toename van verharding, waardoor het risico op wateroverlast en hittestress toeneemt De uitbreiding van woningen vindt deels plaats in het landelijke gebied, wat de landschappelijke en cultuurhistorische waarden binnen de gemeente aan kan tasten In dit spoor is geen expliciete aandacht voor het behouden of versterken van beschermde natuurgebieden. Daarnaast valt een deel van de uitbreiding binnen de stikstofgevoeligheid contouren van Natura 2000-gebieden. Dit kan resulteren in aantasting van de beschermde gebieden

4 Omgevingsvisie De Ronde Venen Dit hoofdstuk legt ten eerste in paragraaf 4.1 verslag van het totstandkomingsproces van de omgevingsvisie. Daarna worden in paragraaf 4.2 de ambities en gebiedsuitwerkingen van de omgevingsvisie van de gemeente De Ronde Venen omschreven.

4.1

Totstandkoming omgevingsvisie en participatie

In vier fasen is toegewerkt naar een omgevingsvisie: (1) verdiepen, (2) koers bepalen, (3) het ontwikkelen van de omgevingsvisie en (4) de besluitvorming en vaststelling. In de eerste fase is een verdiepingsslag gemaakt op recente analyses – zoals het Ruimtelijk Perspectief 2040 – en waar nodig aanvullingen gedaan. Dit is gedaan via uitgebreide bureaustudie, gerichte participatie en een beleidsinventarisatie. De resultaten van deze eerste, verdiepende fase zijn gebundeld in het Raamwerk De Ronde Venen 2040. Hierin zijn eveneens de belangrijkste inzichten uit de HSAO opgenomen. Dit document vormde het fundament voor de tweede fase. In deze fase is begonnen met het bepalen van de koers richting 2040. Om richting te geven aan de toekomst, is het gesprek gevoerd langs ‘drie sporen voor De Ronde Venen’. De sporen brachten drie verschillende ‘toekomsten’ in beeld, inclusief de mogelijke omgevingseffecten ervan. Ze gaven inzicht in de keuzes en gevolgen voor verschillende gebieden in De Ronde Venen. Deze sporenmethodiek is toegepast in verschillende gespreksrondes, zoals met de ambtelijke organisatie, de gemeenteraad, het college en met de samenleving.

42/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Via deze gesprekken hebben de meest kansrijke toekomstige ontwikkelingen een plek gekregen in de kernambities van het Koersdocument. Het Koersdocument7 weerspiegelt dan ook de conclusies van de gesprekken in de tweede fase. In de derde fase is het Koersdocument uitgewerkt in een volwaardige omgevingsvisie, inclusief gebiedsgerichte uitwerkingen en een uitvoeringsparagraaf. Participatie In elke fase van het proces naar de omgevingsvisie zijn inwoners, ondernemers, ketenpartners, maatschappelijke organisaties, medewerkers van de gemeente en de gemeenteraad betrokken. Er is zorg besteed aan het betrekken van een diverse groep met een verschillende achtergrond en leeftijd en een goede ruimtelijke spreiding over de gemeente. Zo is in het najaar van 2023 – in de eerste fase – een luisterend oor bij de samenleving gelegd in de vorm van een goed ingevulde online peiling en een honderdtal straatgesprekken. Daarna is in de tweede fase met zo’n 70 bewoners, ondernemers en vertegenwoordigers van belangenverenigingen bij elkaar gekomen in Vinkeveen, voor het eerste Atelier De Ronde Venen 2040. Op deze avond is het gesprek gevoerd over interessante en kansrijke toekomstrichtingen voor De Ronde Venen. In de derde fase zijn tijdens vijf dorpsavonden de gebiedsgerichte uitwerkingen besproken.

Deelnemers konden aangeven welke keuzes ze goed en passend vonden en waar ze zorgen bij hadden of welke aanscherpingen of suggesties ze wilden aandragen. In totaal hebben zo’n 160 bewoners, ondernemers en agrariërs meegepraat in deze bijeenkomst. Van elke bijeenkomst is een verslag gemaakt. Daarnaast zijn alle participatieve stappen opgenomen in de Nota van Participatie. Hierin staat per fase, per participatie-moment, vermeld hoe de inbreng is verwerkt in de omgevingsvisie. Aan de hand van de sporen is met bewoners en met het college integraal het gesprek gevoerd over de gewenste ontwikkelrichting van de gemeente. De aanpak was niet om één spoor te kiezen, maar om met drie sporen de hoeken van het speelveld te verkennen en te verkennen welke bouwstenen uit de sporen relevant, kansrijk en passend werden bevonden voor verdere uitwerking tot een omgevingsvisie. De visie is daarmee eigenlijk een combinatie van de drie sporen, waarbij spoor 3 – mede op basis van de inzichten uit de effectbeoordeling – door college en raad de minst passend ruimtelijke keuzes bevatte. In een brede ambtelijke werksessie is de effectbeoordeling van de sporen besproken – tegelijk met het inhoudelijk bespreken van de sporen zelf. Hierbij is de nadruk gelegd op de belangrijkste, meest significante effecten die optraden in het spoor.

Deze waren in een apart kader op de poster van het betreffende spoor weergegeven. Zo is geborgd dat de effectbeoordeling integraal onderdeel werd van het gesprek over de sporen. Op dezelfde manier zijn deze kanttekeningen die uit de effectbeoordeling naar voren kwamen, ook meegenomen in het gesprek met de samenleving over de sporen. De effectbeoordeling van de sporen en de benoemde kanttekeningen bij elk van de sporen zijn benoemd bij het college en meegenomen in een uitgebreide werksessie met de gemeenteraad over de sporen. Op deze wijze zijn de effecten meegenomen in de afwegingen en in de keuzes die gemaakt zijn. Zo is bij spoor 1 het punt van een toename van woningen in relatie tot de (druk op de) huidige infrastructuur en het gebrek aan investering daarin besproken.

7

Dit Koersdocument is de versie van de visie die in hoofdstuk 5-9 uitgangspunt is geweest voor de beoordeling. 43/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Het is een politieke keus geweest om genoegen te nemen met deze extra druk op de infrastructuur en geen specifiek beleid op te nemen om deze te verbeteren ten behoeve van doorstroming en bereikbaarheid, maar om vooral in te zetten op ov. Zoals ook al is benoemd in 2.4.3 wordt echter mede naar aanleiding van de sessie effectbeoordeling, maar ook naar aanleiding van input vanuit bewoners toch overwogen om iets te doen aan de autobereikbaarheid op de N201. Naar aanleiding van de conclusies bij spoor 2 is een ‘hiërarchie’ binnen de dorpen gemaakt, waarbij per type is beschreven wat het voorzieningenniveau zal zijn. Ook is benoemd op welke manieren de negatieve effecten vanuit de sporen-analyse gedempt worden, binnen de mogelijkheden (ov-bereikbaarheid voor kleinere dorpen bijvoorbeeld). Naar aanleiding van de opmerkingen bij spoor 3 is een aanscherping geformuleerd op het meer inzetten op clustering van grootschalige zonnevelden. Ook is er mede n.a.v. de in beeld gebrachte effecten in spoor 3 de keuze gemaakt om met uitbreidingslocaties het buitengebied zo min mogelijk te belasten en in te zetten op bijbouwen op goed bereikbare plekken.

4.2

Omgevingsvisie

De gemeente De Ronde Venen is, door het iteratieve proces van de omgevingsvisie en het planMER en op basis van de varianten, gekomen tot de keuzes en ambities in de omgevingsvisie. De visie bestaat uit een toekomstverhaal, wat het streefbeeld is waar de gemeente wil staan en hoe ze eruit wil zien in 2040. Om toe te kunnen werken naar deze stip op de horizon, is een aantal belangrijke keuzes gemaakt. In deze keuzes probeert de gemeente de ruimtelijke opgaven op een integrale manier te benaderen. Dit is gedaan aan de hand van de uitwerking van drie strategische en gebiedsgerichte kernambities, deze worden in paragraaf 4.2.1 nader toegelicht. Deze ambities zijn vertaald in gebiedsgerichte keuzes, onderscheiden in 3 hoofdgebieden en 9 deelgebieden. Op deze manier wil de gemeente aan elke plek een passende ontwikkelrichting meegeven voor de toekomst. De gebiedsgerichte keuzes worden nader toegelicht in paragraaf 4.2.2. Uiteindelijk zijn de kernambities en gebiedsgerichte keuzes verwerkt in een visiekaart (figuur 4.1, in bijlage 8 in een hogere resolutie).

44/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Figuur 4.1 Visiekaart De Ronde Venen 2040

45/143

Kenmerk

4.2.1

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Integrale strategische kernambities

De drie integrale strategische kernambities zijn:  Groen en gezond wonen in levendige en betrokken dorpen (dorpen)  Lokaal sterk in een dynamische regio (werklocaties) 

Een beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig buitengebied (buitengebied)

Groen en gezond wonen in levendige en betrokken dorpen De gemeente De Ronde Venen heeft een sterke sociale basis en hechte gemeenschappen in haar dorpen. De onderlinge netwerken, maatschappelijke voorzieningen en het gevoel van saamhorigheid zijn kernwaarden waarop de gemeente de komende decennia wil voortbouwen. Tegelijkertijd neemt de druk op de woningmarkt toe, zowel lokaal als regionaal, en verandert de samenstelling van de bevolking, met een groeiend aantal ouderen dat leidt tot een andere woonen zorgvraag. In de kleinere dorpen, zoals Amstelhoek, Baambrugge, De Hoef en Waverveen, is het een uitdaging om het voorzieningenniveau op peil te houden. Richting 2040 streeft de gemeente naar groei door gebruik te maken van de bestaande kwaliteiten en verschillen tussen de dorpen, met als doel groene, gezonde en levendige gemeenschappen te creëren. Hierbij wordt ernaar gestreefd dat het toevoegen van nieuwe woningen altijd een bredere meerwaarde oplevert, zoals verduurzaming, vergroening van de leefomgeving, verbetering van de klimaatbestendigheid, inspelen op demografische veranderingen, mobiliteitstransitie en versterking van de vitaliteit en leefbaarheid.

Deze kernambitie in het kort: de gemeente kiest voor… ➔ Een groei met 4.800 woningen tot 2040, waarbij we duidelijke kaders meegeven om te borgen dat de kwaliteit van de omgeving meegroeit en het bestaande karakter van dorpen wordt versterkt. ➔Waar mogelijk realiseren we woningbouwlocaties binnen de contouren van de dorpen. Daarnaast kijken wij voor nieuwe woningbouwlocaties naar plekken in de gemeente die goed bereikbaar zijn met het ov, de fiets en de auto. Hier ligt de focus op geclusterde woningbouw om de impact op het groen en landelijke karakter in zijn totaliteit te beperken. Daarnaast bieden we dorpen via maatwerk de mogelijkheid voor een ‘straatje erbij’ op goed bereikbare locaties. ➔ Een stevige koppeling van de woningbouwopgave met andere opgaven, zoals de mobiliteitstransitie, klimaatadaptatie en water en bodem sturend. ➔ Het toekomstbestendig maken van de huidige woningvoorraad via een wijkgerichte aanpak. ➔ Behoud van het huidige voorzieningenniveau in de gemeente, via concentratie van voorzieningen in Mijdrecht, Wilnis, Abcoude en Vinkeveen en met minimaal één ontmoetingsplek in alle dorpen.

➔ Het toevoegen van meer kwalitatieve groenblauwe openbare ruimte in de dorpen, zowel ten behoeve van de (mentale) gezondheid van inwoners en als voor klimaatrobuustheid van de bebouwde omgeving; ➔ Het koesteren en versterken van ons erfgoed, zowel gebouwd als landschappelijk.

46/143

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Lokaal sterk in een dynamische regio De gemeente De Ronde Venen erkent de waarde van lokale kracht en eigenheid, gelegen tussen de stedelijke regio's van Utrecht en Amsterdam, wat invloed heeft op de regionale dynamiek. Economisch gezien is er veel interregionaal woon-werkverkeer en speelt het bedrijventerrein Mijdrecht een belangrijke rol met aanzienlijke uitbreidingsmogelijkheden. De gemeente staat voor de uitdaging om de bereikbaarheid van de dorpen te waarborgen, zowel onderling als naar omliggende steden, met aandacht voor auto-, (snel)fietsverkeer en openbaar vervoer. Daarnaast zijn de opgaven op het gebied van energietransitie lokaal maar ook regionaal van aard. Richting 2040 wil de gemeente deze uitdagingen aanpakken vanuit eigen kracht, in synergie met de regio, door het versterken van het economisch profiel en het benutten van regionale kansen op het gebied van wonen, economie en mobiliteit. Hierbij wordt zorgvuldig gekeken naar wat past bij de lokale schaal en eigenheid, waarbij economische kansen moeten bijdragen aan brede welvaart en vitaliteit. De gemeente streeft naar een multimodale bereikbaarheid en stappen richting een klimaatneutrale en circulaire gemeente in 2050. Deze kernambitie in het kort: de gemeente kiest voor… ➔ Het versterken van onze huidige economische structuur.

Daarbij zien we een hoofdrol voor Bedrijventerrein Mijdrecht, waar we vooral ruimte willen geven aan het lokale MKB en de circulaire economie. ➔Het verbreden van het economisch profiel door meer in te zetten op recreatie en toerisme, maar met oog voor de beheersbaarheid ervan voor zowel inwoners als bezoekers en het zoeken van een goede balans tussen economie, ecologie, bereikbaarheid en leefbaarheid. ➔ Het herstructureren en revitaliseren van alle werklocaties, waarbij we – indien mogelijk – ook ruimte bieden aan functiemenging. ➔ Het verbeteren van de alternatieven voor de auto, zoals de fiets en het openbaar vervoer, en het beter aansluiten van deze netwerken op de regio. ➔ Het toebewegen naar klimaatneutraliteit en circulariteit in 2050, via slimme strategieën in energieopwek, -opslag en -verbruik. ➔ Het clusteren van duurzame energieopwek op grote daken en in het buitengebied, maar ook voor het faciliteren van bottom-up initiatieven vanuit de dorpen. Een beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig buitengebied De gemeente De Ronde Venen hecht waarde aan haar buitengebied, dat wordt gekenmerkt door het karakteristieke veenweidelandschap met smalle percelen, lintbebouwing en veel watergangen. Dit gebied heeft niet alleen een agrarische identiteit, maar biedt ook ruimte voor recreatie en natuur, wat wordt gewaardeerd door inwoners en bezoekers.

Daarnaast zijn er cultuurhistorisch waardevolle structuren en watersystemen die een stevige basis voor de toekomst vormen. In de komende decennia zal het buitengebied blijven veranderen, met uitdagingen zoals de transitie naar duurzame landbouw, de bodemdalingsopgave en de verbetering van water- en natuurkwaliteit. In 2040 blijft landbouw een belangrijke identiteitsdrager, maar zal deze toekomstbestendig zijn, en in balans met het natuurlijke bodem- en watersysteem.

47/143

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Het buitengebied zal ook worden gekleurd door recreatie, cultuurhistorie en energieopwekking. De gemeente benadrukt het belang van een heldere visie op de toekomst van het buitengebied, die in lijn zal worden ontwikkeld met gesprekken op provinciaal en nationaal niveau. Deze kernambitie in het kort: de gemeente kiest voor… ➔ Een toekomstbestendig buitengebied, met de landbouw als drager van de kwaliteit van het buitengebied en met een belangrijke rol in de voedselvoorziening. ➔ Een gebiedsgerichte uitwerking van wat een duurzaam en klimaatrobuust buitengebied is dat past bij De Ronde Venen. Zo kunnen we agrariërs in de gemeente duidelijkheid en houvast bieden. ➔ Meer mogelijkheden voor transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB), met duidelijke kaders over wat waar wel en niet goed past. ➔ Het realiseren van de noodzakelijke natuurontwikkeling, in lijn met landelijke en provinciale doelstellingen. ➔Het ontwikkelen van een strategie van vernatting en waterberging op plekken waar dat het hardste nodig is. ➔ Het benutten van de grote recreatieve kracht van het buitengebied, zowel landschappelijk als cultuurhistorisch. Hier bieden we meer ruimte voor nieuwe, alternatieve verdienmodellen.

4.2.2 Gebiedsgerichte uitwerkingen De gebiedsgerichte uitwerking is onderverdeeld in drie gebiedstypen met daaronder negen deelgebieden en een nadere uitsplitsing van die deelgebieden. De gebiedsgerichte uitwerkingen van de gebieden zijn uitgewerkt in gebiedsgerichte tegels, deze zijn te vinden in bijlage 9. 4.

Dorpen a.

b.

Grote dorpen i. Mijdrecht ii. Wilnis iii. Vinkeveen iv. Abcoude Kleine dorpen i. ii. iii.

5.

Amstelhoek Baambrugge De Hoef

iv. Waverveen Werklocaties a. Bedrijventerrein Mijdrecht b.

Lokale bedrijventerreinen i. Hollandse Kade ii. Bovenkamp iii. iv. v.

Baambrugge Noord Spoorlaan Voorbancken 48/143

Kenmerk

6.

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Buitengebied a.

b.

Droogmakerijen i. Eerste bedijking, Tweede bedijking, Derde Bedijking, Groot-Mijdrecht West, Wilnis Veldzijde ii. Groot-Mijdrecht Oost Veenweidelandschap i. Groot Wilnis-Vinkeveen ii. iii. iv.

Wilnisse Bovenlanden Mijdrechtse bovenlanden en Blokland Polder Nellestein

c.

Angstel- en Gein landschap i. Broekzijdse polder, Baambrugge Oostzijds, Baambrugge Westzijds, Holendrecht-Waardassacker

d.

Plassengebied i. Vinkeveense plassen ii. Achterbos West

e.

Botshol i.

Botshol

In hoofdstuk 5 van de visie is voor de drie gebiedstypen een kenschets opgenomen, waarna de overkoepelende keuzes worden beschreven die gelden voor het betreffende gebiedstype. Daarna wordt per deelgebied een kenschets gegeven, met daarbij per deelgebied de gebiedsspecifieke keuzes voor dat deelgebied. Voor de inhoud hiervan wordt verwezen naar de omgevingsvisie.

5 Effecten omgevingsvisie Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van de omgevingsvisie op de leefomgeving. De effecten van de omgevingsvisie worden vergeleken met de referentiesituatie (zoals beschreven in de HSAO (bijlage 3, samenvatting in figuur 5.1) in 2040. De maatregelen die de gemeente De Ronde Venen in de omgevingsvisie beschrijft (Koersdocument, versie 3.0 van december 2024; opgehangen aan drie kernambities, onderverdeeld in drie gebiedstypen) zijn beschreven en beoordeeld. Daartoe is een beleidsmatrix gemaakt (bijlage 7 Beleidsmatrix) waarin bij de maatregelen uit de omgevingsvisie is weergegeven op welke thema’s en indicatoren die maatregelen invloed kunnen hebben.8 Dit is vervolgens gebruikt bij het opstellen van de beoordeling. Om aan te sluiten bij het abstractieniveau van de omgevingsvisie spreken we liever van ‘invloed’ dan van ‘effect’. In deze beoordeling is het doelbereik nog niet meegenomen. Oftewel in hoeverre de ambities uit de omgevingsvisie ook echt uitvoerbaar zijn is in deze stap nog niet getoetst. Dit komt aan bod in hoofdstuk 7 van dit plan-MER.

8

Na het opstellen van deze tabel is de visie nog aangepast. Deze wijzigingen zijn – waar relevant - wel verwerkt in het MER, maar de tabel heeft geen update meer gehad. 49/143

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Figuur 5.1 Visualisatie overzicht huidige situatie en autonome ontwikkeling

50/143

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

5.1

Wonen en voorzieningen

5.1.1

Woningvoorraad

Criterium 

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking

Verhouding vraag en

Dorpen

aanbod Werklocaties

Buitengebied

Dorpen De gemeente zet zich in om 4.800 woningen toe te voegen in de periode tot 2040. De gemeente ziet voor deze uitbreiding kansen binnen de bestaande woningvoorraad, met mogelijkheden voor verdichting door woningdelen, woningsplitsing, optoppen of transformatie. Aangezien de woningbouwopgave niet volledig binnen de bestaande contouren past, onderzoekt de gemeente ook beperkte dorpsuitbreidingen9, met als strategie clustering rond grote dorpen met als principe ‘Groen Groeit Mee’ en in kleinere dorpen kleinschalige uitbreiding met als principe ‘straatje erbij’. Deze in- en uitbreiding heeft een positieve invloed op de woningvoorraad. Verder moet elk nieuwbouwplan voor tweederde uit een betaalbaar woningaanbod bestaan. Op grotere ontwikkellocaties wordt er altijd een mix van woningtypen en prijsklassen voor verschillende leeftijdsgroepen, huishoudenstypen en inkomensgroepen gerealiseerd, om aan evenwichtige wijken te werken. Deze ontwikkeling is positief omdat er vraag is naar betaalbare woningen in de gemeente. Tegelijkertijd moet bij nieuwbouw wel altijd rekening gehouden worden met de eisen voor duurzaamheid en circulariteit, en nieuwe ontwikkelingen dienen ook de kwaliteit van het landschap, de identiteit van de dorpen en het welzijn van de inwoners te versterken.

Dit kan tot vertraging leiden bij het realiseren van woningen en wordt daarom gezien als een licht negatieve invloed op de woningvoorraad (kwantitatief). Als laatste is bij de locatiekeuze voor woningbouw en het opstellen van kaders voor woningbouwontwikkelingen het principe ’water en bodem sturend’ het vertrekpunt. Dit kan leiden tot minder mogelijke locaties voor woningbouw, wat een licht negatieve invloed heeft op de woningvoorraad. De invloed van de omgevingsvisie op de woningvoorraad als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld.

9

In de effectbeoordeling wordt vaker gesproken over de dorpsuitbreidingen. Deze worden onder de gebiedsgerichte uitwerking van de dorpen behandeld omdat het een uitbreiding van de dorpen betreft en deze in de omgevingsvisie ook onder de dorpen omschreven staan, ondanks dat de uitbreidingen plaats gaan vinden in momenteel buitengebied. 51/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Werklocaties Op bedrijventerrein Bovenkamp in Abcoude zet de gemeente in op de transformatie tot een gemixt woon-werkgebied. De ligging nabij het station maakt het een aantrekkelijke locatie voor woningbouw. Op bedrijventerrein Spoorlaan lijkt het voortzetten van het huidige profiel lastig haalbaar. Daarom zet de gemeente in op transformatie om zo ruimte te maken voor woningen. Deze ontwikkelingen hebben vanwege de omvang een licht positieve invloed op de woningvoorraad. De invloed van de omgevingsvisie op de woningvoorraad als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als licht positief beoordeeld. Buitengebied De gemeente bestempelt de kreekruggen in de droogmakerijen met een dermate hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarde dat deze worden beschermd. Dit betekent dat op deze ruggen geen nieuwbouw mag plaatsvinden, tenzij deskundig kan worden aangetoond dat dit de landschappelijke kwaliteit niet onevenredig schaadt. Ook kiest de gemeente in de bebouwingslinten van het veenweidelandschap, de rivierlinten van het Angstel- en Geinlandschap en de linten in het plassengebied, voor het behouden en versterken van de relatie tussen de linten, het omliggende landschap en de nabijgelegen dorpen. Dit gebeurt door het voorkomen van verdere verdichting, de bescherming van zichtlijnen en het zorgen voor een zorgvuldige inpassing van nieuwe bebouwing.

Dit wordt verder uitgewerkt in een nieuwe Lintenvisie en heeft als gevolg dat nieuwe woningen op deze locaties lastiger te realiseren zijn. Tegelijkertijd zet de gemeente zich in om vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) onder andere te transformeren tot woonfunctie of woon-zorgconcepten dichterbij Mijdrecht, Wilnis of Vinkeveen. Dit heeft een licht positieve invloed op de woningvoorraad. De invloed van de omgevingsvisie op de woningvoorraad als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt al met al als licht positief beoordeeld. 5.1.2

Voorzieningenniveau

Voorzieningen die binnen deze beoordeling als voorzieningen worden meegenomen zijn: ziekenhuizen, grote supermarkten, cafés, kinderdagverblijven, treinstations, bibliotheken, podiumkunsten en zwembaden. Criterium 

Gemiddelde afstand tot

Huidige

Autonome

Invloed omgevingsvisie van de

situatie

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Dorpen

voorzieningen Werklocaties

Buitengebied

52/132

Kenmerk

R004-1292474TKH-V01-agv-NL

Dorpen De vier grote dorpen, Mijdrecht, Wilnis, Vinkeveen en Abcoude, zijn de voorzieningenkernen van de gemeente. Richting 2040 zet de gemeente in op verdere concentratie van voorzieningen (maatschappelijke voorzieningen, detailhandel, horeca) in deze dorpen. Hierbij ligt het zwaartepunt aan voorzieningen in Mijdrecht en Abcoude. In de vier grote dorpen zet de gemeente ook in om een zogeheten dorpshuis of ‘Multifunctionele Accommodatie’ te faciliteren. Elk van de vier kleine dorpen, Amstelhoek, De Hoef, Waverveen en Baambrugge, houdt minimaal één ontmoetingsplek per dorp. Deze zijn passend bij de schaal van het dorp, bijvoorbeeld groene zitplekken in de openbare ruimte, een kleinschalige sportaccommodatie of een dorpshuiskamer. Hierbij vormen de inzet en draagkracht van vrijwilligers en het daadwerkelijk gebruik ervan wel belangrijke randvoorwaarden. Daarnaast gaat de gemeente mobiele voorzieningen faciliteren, zoals een ‘mobiele bieb’. Deze ontwikkelingen hebben een positieve invloed op het voorzieningenniveau van de dorpen. De gemeente zet voor de kleine dorpen ook in op het verbeteren van de bereikbaarheid en nabijheid van voorzieningen in de vier grote dorpen via veilige, snelle fietspaden en kleinschalige mobiliteitshubs in elk dorp.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16111932/1