Bijlage 4 Plan-MER Omgevingsvisie De Ronde Venen
Tekst van het document
76/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
De invloed van de omgevingsvisie op het overstromingsrisico als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als neutraal beoordeeld 5.8.2
Wateroverlast
Criterium
De waterdiepte bij een
Huidige
Autonome
Invloed omgevingsvisie van de
situatie
ontwikkeling
gebiedsgerichte uitwerking Dorpen
hevige bui Werklocaties
Buitengebied
Dorpen De gemeente zet in op het toevoegen van 4.800 woningen in de periode tot 2040, waardoor de hoeveelheid verharding toeneemt. Verharding heeft een negatieve invloed op de wateroverlast omdat water daardoor minder goed kan infiltreren in de bodem en dus op (langer) op straat blijft liggen, dit heeft een licht negatieve invloed. Bij de locatiekeuze voor woningbouw en het opstellen van kaders voor woningbouwontwikkelingen is het principe ’water en bodem sturend’ echter het vertrekpunt. Dit kan negatieve effecten in verband met wateroverlast helpen voorkomen. Verder koestert de gemeente het groenblauwe karakter in en om de dorpen, ook met het oog op de toenemende woningdruk. Zij zet daarom in op het behouden van het bestaande, open landschap tussen Wilnis en Mijdrecht en is zuinig op de waardevolle groene ruimtes binnen de dorpen, maar ook kleinere groene plekken hebben de aandacht. Daarnaast zet de gemeente ook in op een klimaatrobuuste inrichting van de openbare ruimte waarbij de nadruk ligt op waterberging en het vergroenen van de dorpen, ter voorkoming van onder andere wateroverlast. Hiertoe gaat de gemeente, ook bij verdichtingsprojecten, zuinig zijn op de bestaande groenstructuren in de dorpen en inzetten op het verwijderen van onnodige verharding.
Deze maatregelen kunnen negatieve effecten in verband met wateroverlast helpen voorkomen en hebben daarmee een licht positieve invloed op deze indicator. Ook wil de gemeente particuliere eigenaren stimuleren hun tuinen te vergroenen. De invloed van de omgevingsvisie op wateroverlast als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief beoordeeld Werklocaties De gemeente zet op alle bedrijventerreinen in op een kwaliteitsverbetering door aan de slag te gaan met onder andere vergroening en verblauwing. Dit draagt bij aan waterberging om wateroverlast te voorkomen. Het is niet duidelijk waar en hoe deze vergroening en verblauwing ingepast kan worden.
77/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Verder zet de gemeente in op versterking van bedrijventerrein Mijdrecht. Daartoe kiest ze voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht. Door deze uitbreiding neemt de hoeveelheid verharding toe, wat een negatieve invloed kan hebben op de indicator wateroverlast. Bij uitgifte van de nieuwe kavels worden echter duidelijke kaders meegegeven op het gebied van onder andere vergroening en waterberging wat positief kan bijdragen aan klimaatadaptatie. De invloed van de omgevingsvisie op wateroverlast als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt gezien bovenstaande als licht positief beoordeeld. Buitengebied De gemeente kiest voor een toekomstbestendig, robuust buitengebied, waarin water, bodem en het (agrarisch) cultuurhistorisch landschap leidend zijn bij ruimtelijke keuzes. Dit kan negatieve effecten in verband met wateroverlast helpen voorkomen. Verder wordt de vernattings- en waterbergingsopgave in elk deelgebied opgepakt; hiertoe wordt gekeken op welke plekken dit het meest effectief is. In de Wilnisse Bovenlanden werkt de gemeente in samenwerking met de provincie Utrecht, Staatsbosbeheer, agrariërs en grondeigenaren aan de natuurontwikkeling voor de ecologische verbinding tussen de Vinkeveense Plassen en Nieuwkoopse Plassen (gemeente Nieuwkoop).
Eerder werd 330 hectare getransformeerd naar natuur en nu is er gekozen voor de realisatie van de resterende 100 hectare in het gebied. De natuur kan dienen als bufferlocatie bij hevige neerslag en heeft daarmee een positieve invloed op het voorkomen van wateroverlast. De gemeente werkt ook aan de Blauwe Krans, een landschappelijke zone rond de Stelling van Amsterdam waar in de voormalige inundatiegebieden van de Stelling kansen worden aangegrepen om agrarische activiteiten te combineren met onder meer waterberging, wat een positieve invloed heeft op de indicator wateroverlast. Op plekken waar de klimaatopgave (bodemdaling, waterberging) zeer urgent is, ziet de gemeente bij vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) meerwaarde in initiatieven die een directe meerwaarde bieden aan natuurherstel en klimaatadaptatie. Dit heeft een positieve invloed op het aantal locaties met wateroverlast in het buitengebied. De landbouwgronden in het buitengebied zijn gevoelig voor zware regenval. Aandachtspunt is dat daarover geen beleid is opgenomen in de visie. De invloed van de omgevingsvisie op wateroverlast als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief beoordeeld. 5.8.3
Hittestress
Criterium
De mate waarin
Huidige
Autonome
Invloed omgevingsvisie van de
situatie
ontwikkeling
gebiedsgerichte uitwerking Dorpen
hittestress wordt ervaren in de gemeente
Werklocaties
Buitengebied
78/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Dorpen De gemeente zet in op het toevoegen van 4.800 woningen in de periode tot 2040, waardoor de hoeveelheid verharding toeneemt. De extra verharding houdt meer warmte vast waardoor het in het bebouwd gebied sneller warm wordt en langer warm blijft, dit kan een negatieve invloed hebben op de mate waarin hittestress ervaren wordt. De gemeente zet echter in op een klimaatrobuuste inrichting van de openbare ruimte waarbij de nadruk ligt op waterberging en het vergroenen van de dorpen, ter voorkoming van onder andere hittestress. Hiertoe gaat de gemeente, ook bij verdichtingsprojecten, zuinig zijn op de bestaande groenstructuren in de dorpen, inzetten op het verwijderen van onnodige verharding en toezien op het creëren van voldoende schaduwrijke plekken. Vanuit gezondheidsoogpunt (tegengaan van hittestress) geeft de gemeente hierbij extra prioriteit aan buurten met kwetsbare ouderen en aan gebieden met zorggeschikte- en geclusterde woningen. Daarnaast koestert de gemeente het groenblauwe karakter in en om de dorpen, ook met het oog op de toenemende woningdruk. De gemeente is daarom zuinig op de waardevolle groene ruimtes binnen de dorpen, maar ook kleinere groene plekken hebben de aandacht. Dit kan positief bijdragen aan de mate waarin hittestress ervaren wordt. Verder wil de gemeente particuliere eigenaren stimuleren hun tuinen te vergroenen.
Ook dat kan bijdragen om hittestress te voorkomen of te verminderen. De invloed van de omgevingsvisie op hittestress als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt gezien het bovenstaande als positief beoordeeld. Werklocaties Op alle bedrijventerreinen wordt ingezet op een kwaliteitsverbetering door aan de slag te gaan met onder andere vergroening en verblauwing. Hoe dit ingepast gaat worden, wordt in de visie nog niet duidelijk en vraagt nadere uitwerking. Dit voornemen wordt daarom als licht positief beoordeeld in relatie tot hittestress. Aan de andere kant zet de gemeente in op versterking van bedrijventerrein Mijdrecht. Daartoe kiest ze voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht. Door deze uitbreiding neemt de hoeveelheid verharding toe, wat een negatieve invloed heeft op de indicator hittestress. Bij uitgifte van de nieuwe kavels worden echter duidelijke kaders meegegeven op het gebied van onder andere vergroening. Dit draagt positief bij aan het verminderen van hittestress en dit maakt dat de uitbreiding per saldo een beperkt negatieve invloed heeft op de indicator hittestress. De invloed van de omgevingsvisie op hittestress als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als licht positief en licht negatief beoordeeld.
Buitengebied In het buitengebied is hittestress op dit moment geen probleem, er is dan ook geen beleid gevormd om hittestress in het buitengebied te voorkomen. De invloed van de omgevingsvisie op hittestress als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als neutraal beoordeeld.
79/132
Kenmerk
5.8.4
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Droogte
Criterium
Huidige
Autonome
Invloed omgevingsvisie van de
situatie
ontwikkeling
gebiedsgerichte uitwerking
Risico droogtestress
Dorpen
Werklocaties
Buitengebied
Dorpen Bij de locatiekeuze voor woningbouw en het opstellen van kaders voor woningbouwontwikkelingen is het principe ’water en bodem sturend’ het vertrekpunt. Dit is licht positief voor het risico op droogtestress omdat dit principe zorgt voor een betere wateropvang en daarmee een verminderd risico op droogtestress. Daarnaast zet de gemeente in op een klimaatrobuuste inrichting van de openbare ruimte. Daarbij ligt de nadruk op waterberging en het vergroenen van de dorpen, ter voorkoming van wateroverlast en hittestress. Hiertoe gaat ze, ook bij verdichtingsprojecten, zuinig zijn op de bestaande groenstructuren in de dorpen en inzetten op het verwijderen van onnodige verharding. Deze maatregelen hebben een licht positieve invloed op het risico droogtestress omdat ze zorgen voor een betere wateropvang waardoor droogte verminderd wordt. De invloed van de omgevingsvisie op de indicator droogte als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als licht positief beoordeeld. Werklocaties Op alle bedrijventerreinen wordt ingezet op een kwaliteitsverbetering door aan de slag te gaan met onder andere vergroening en verblauwing. Deze maatregelen hebben een licht positieve invloed op het risico droogtestress omdat ze zorgen voor een betere wateropvang, waardoor het risico op droogte verminderd wordt.
De invloed van de omgevingsvisie op de indicator droogte als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als licht positief beoordeeld. Buitengebied De gemeente kiest voor een toekomstbestendig, robuust buitengebied, waarin water, bodem en het (agrarisch) cultuurhistorisch landschap leidend zijn bij ruimtelijke keuzes. Dit is positief voor het risico op droogtestress. Wanneer water en bodem leidend zijn, kan dit zorgen voor een betere natuurlijke wateropvang en infiltratie en daarmee het risico op droogtestress als gevolg van nieuwe ontwikkelingen verminderen. Daarnaast wordt de vernattings- en waterbergingsopgave in elk deelgebied opgepakt. Er wordt gekeken op welke plekken dit het meest effectief is. Dit heeft een positieve invloed op de indicator droogte, omdat het aanpakken van deze opgave ook zorgt voor minder risico op droogtestress in het buitengebied.
80/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Verder ziet de gemeente, in het kader van alternatieve of aanvullende verdienmodellen en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB), op plekken waar de klimaatopgave (bodemdaling, waterberging) zeer urgent is meerwaarde in initiatieven die een directe meerwaarde bieden aan natuurherstel en klimaatadaptatie (o.a. vernatting). Deze maatregelen zorgen voor een verbeterde natuurlijke wateropvang en -infiltratie waarmee droogterisico wordt verminderd. Verder werkt de gemeente in samenwerking met de provincie Utrecht, Staatsbosbeheer, agrariërs en grondeigenaren in de Wilnisse Bovenlanden aan natuurontwikkeling voor de ecologische verbinding tussen de Vinkeveense Plassen en Nieuwkoopse Plassen (gemeente Nieuwkoop). Eerder werd 330 hectare getransformeerd naar natuur en nu is er gekozen voor de realisatie van de resterende 100 hectare in het gebied. Delen in dit gebied wordt aangemerkt als natuurgebieden die gevoelig zijn voor droogte; het toevoegen van extra natuur kan dienen als bufferlocatie bij hevige neerslag en heeft daarmee een positieve invloed op het verminderen van droogterisico in deze gebieden. De invloed van de omgevingsvisie op de indicator droogte als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief beoordeeld.
5.9
Natuur
5.9.1
Biodiversiteit
Criterium
Aantal Rode-
Huidige
Autonome
Invloed omgevingsvisie van de
situatie
ontwikkeling
gebiedsgerichte uitwerking Dorpen
Lijstsoorten Werklocaties
Buitengebied
Dorpen De gemeente zet in op de realisatie van 4.800 woningen in de periode tot 2040, waardoor de hoeveelheid verharding toeneemt. Het toevoegen van verharding biedt minder habitat voor de meeste plant- en diersoorten, wat een negatieve invloed op de biodiversiteit kan hebben. De gemeente zet echter ook in op een klimaatrobuuste inrichting van de openbare ruimte, met nadruk op onder meer vergroening van de dorpen. Hiertoe gaat de gemeente zuinig zijn op de bestaande groenstructuren in de dorpen en inzetten op het verwijderen van onnodige verharding. Daarnaast koestert de gemeente het groenblauwe karakter in en om de dorpen en zet ze in op het behoud van het open landschap tussen Wilnis en Mijdrecht, evenals op behoud van waardevolle groene ruimtes en kleinere groene plekken binnen de dorpen. Dit heeft een licht positieve invloed op de indicator biodiversiteit. De invloed van de omgevingsvisie op de biodiversiteit als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als licht positief en licht negatief beoordeeld. 81/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Werklocaties Op alle bedrijventerreinen wordt ingezet op een kwaliteitsverbetering door aan de slag te gaan met onder andere vergroening en verblauwing. Dit heeft een licht positieve invloed op de indicator biodiversiteit. Aan de andere kant zet de gemeente in op versterking van bedrijventerrein Mijdrecht. Daarom kiest de gemeente voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht. Door deze uitbreiding neemt de hoeveelheid verharding toe, waardoor er minder habitat voor de meeste plant- en diersoorten is, wat een negatieve invloed heeft op de biodiversiteit. Bij uitgifte van de nieuwe kavels worden echter duidelijke kaders meegegeven op het gebied van onder andere vergroening en verblauwing. Deze maatregel heeft een licht positieve invloed op de biodiversiteit, daardoor wordt deze per saldo als licht negatief wordt beoordeeld. Daarnaast wil de gemeente op bedrijventerrein De Bocht en Baambrugge een hoogspanningsstation toevoegen. In verband met de nabijheid van een weidevogelkerngebied kunnen de hoogspanningsmasten mogelijk een licht negatieve invloed hebben op de vliegroutes van vogels. De invloed van de omgevingsvisie op de biodiversiteit als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als licht positief en licht negatief beoordeeld.
Buitengebied In verschillende gebieden zet de gemeente in op maatregelen die een positieve invloed hebben op de biodiversiteit. Aan de noord- en oostrand van de droogmakerijen werkt de gemeente aan natuurontwikkeling en wateropvang. In het oosten van polder Groot Mijdrecht werkt de gemeente zowel aan biodiversiteit als aan verbetering van de waterkwaliteit. In de Wilnisse Bovenlanden werkt de gemeente in samenwerking met de provincie Utrecht, Staatsbosbeheer, agrariërs en grondeigenaren aan de natuurontwikkeling voor de ecologische verbinding tussen de Vinkeveense Plassen en Nieuwkoopse Plassen (gemeente Nieuwkoop). Eerder werd 330 hectare getransformeerd naar natuur en nu is er gekozen voor de realisatie van de resterende 100 hectare in het gebied, wat kan bijdragen aan biodiversiteit. In het Angstel- Geinlandschap zet de gemeente zich waar mogelijk in om de natuurwaarden te vergroten. In het gebied ten zuiden van Abcoude en rond het Gein werkt de gemeente aan de Blauwe Krans, een landschappelijke zone rond de Stelling van Amsterdam. Daarnaast ziet de gemeente kansen om de stroomruggen en dijken in het gebied (verder) te benutten als ecologische verbindingen en het in stand houden van onder meer de natuurwaarden van het KRW-oppervlaktewater en het (NNN-)plassengebied richting de toekomst.
Verder zet de gemeente zich langs de Baambrugse Zuwe en de N201 in op het minimaliseren van de barrièrewerking voor fauna. Al deze maatregelen kunnen positief bijdragen aan de biodiversiteit in de gemeente.
Daarnaast ziet de gemeente in het kader van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) meer mogelijkheden voor omschakeling naar recreatieve functies (dit zou de biodiversiteit negatief kunnen beïnvloeden) of natuur (dit zou kunnen bijdragen aan de biodiversiteit) in en rond de natuurontwikkelingszones aan de noord- en oostrand van de droogmakerijen. Verder is in de droogmakerijen een schaalvergroting voor agrariërs mogelijk, wat een negatieve invloed kan hebben op de biodiversiteit.
82/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Daarnaast wordt voor de opwek van duurzame energie in de vorm van zonnevelden de redeneerlijn van beleidsplannen gebruikt: voor grootschalige zonnevelden schrijft het beleidsplan voor waar deze wel en niet ingepast mogen worden, met weidevogelkerngebieden en NNNgebieden als bijzondere aandachtsgebieden. Voor zowel kleinschalige als grootschalige zonnevelden worden richtlijnen m.b.t. de inpassing gegeven. In de omgevingsvisie staan zoekgebieden voor grootschalige zonnevelden in weidevogelkerngebieden ingetekend (veenweidelandschap, droogmakerij en Angstel- en Geinlandschap), als deze zonnevelden hier komen kan dit een negatieve invloed hebben op de biodiversiteit, afhankelijk van de precieze locatiekeuze en inpassing ervan. De invloed van de omgevingsvisie op de biodiversiteit als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld. 5.9.2
Gebruik ondergrond
Criterium
Intensiviteit gebruik
Huidige
Autonome
Invloed omgevingsvisie van de
situatie
ontwikkeling
gebiedsgerichte uitwerking Dorpen
ondergrond Werklocaties
Buitengebied
Dorpen De gemeente wil 4.800 woningen toevoegen in de periode tot 2040. Allereerst wordt gekeken naar inbreiding en transformatie. De gemeente ziet in de bestaande woningvoorraad kansen voor verdichting door verschillende mogelijkheden te bieden zoals woningdelen, woningsplitsing, optoppen of transformatie. Binnen de dorpen kan verdichting en inbreiding zorgen voor extra drukte in de ondergrond als gevolg van extra kabels en leidingen. Naast de inbreiding zal er ook beperkte uitbreiding plaatsvinden, deze uitbreiding zorgt ook voor extra drukte in de ondergrond, door bijvoorbeeld extra riolering, elektriciteit, waterbergende voorzieningen en een warmtenet. Er is in de visie nog geen beleid opgenomen hoe zal worden omgegaan met deze toenemende drukte in de ondergrond. De invloed van de omgevingsvisie op de intensiviteit van het gebruik van de ondergrond als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als negatief beoordeeld. Werklocaties De gemeente zet in op versterking van bedrijventerrein Mijdrecht. Daarom kiest de gemeente voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht. Deze uitbreiding zorgt voor extra drukte in de ondergrond, door bijvoorbeeld extra riolering, elektriciteit en warmtenet. Daarnaast wil de gemeente op bedrijventerreinen De Bocht en Baambrugge een hoogspanningsstation toevoegen. 83/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Dit vergroot de intensiviteit van het gebruik van de ondergrond, omdat er veel elektriciteitskabels toegevoegd zullen worden. Verder zet de gemeente in op de ontwikkeling van (kleinschalige) energiehubs op bedrijventerrein Mijdrecht en op lokale bedrijventerreinen. Dit vergroot ook de druk op de ondergrond omdat er veel elektriciteitskabels toegevoegd zullen worden. Deze ontwikkeling kan daarom een negatieve invloed op de intensiviteit van het gebruik van de ondergrond. Ook voor dit deelgebied is namelijk in de visie nog geen beleid opgenomen over hoe zal worden omgegaan met deze toenemende drukte in de ondergrond. De invloed van de omgevingsvisie op de intensiviteit van het gebruik van de ondergrond als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als negatief beoordeeld. Buitengebied De gemeente zet in op de opwek van duurzame energie in de vorm van zonnevelden in het buitengebied. Dit zorgt voor extra kabels in de grond, wat een negatieve invloed heeft op de intensiviteit van het gebruik van de ondergrond. Daarnaast kiest de gemeente voor een clustering van kassen in het glastuinbouwconcentratiegebied. Binnen dit concentratiegebied worden er mogelijkheden geboden voor uitbreiding en nieuwvestiging.
Wanneer er extra kassen bijkomen heeft dit een negatieve invloed op het gebruik van de ondergrond omdat er veel elektriciteitskabels nodig zijn voor kassen en zeker bij een clustering zorgt dit voor extra drukte. Verder wil de gemeente richting de toekomst het diverse recreatieve profiel van de Vinkeveense Plassen versterken. Onderdeel hiervan is het versterken van recreatieve voorzieningen en toevoegen van kwalitatieve dagrecreatie. Dit kan mogelijk een licht negatieve invloed hebben op het gebruik van de ondergrond als er extra bebouwing gebouwd wordt die riolering, elektriciteit, warmtenet etc. nodig hebben. Ook voor dit deelgebied is in de visie nog geen beleid opgenomen over hoe zal worden omgegaan met deze toenemende drukte in de ondergrond. De invloed van de omgevingsvisie op de intensiviteit van het gebruik van de ondergrond als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als negatief beoordeeld. 5.9.3
Bodemkwaliteit
Criterium
Aantal
Huidige
Autonome
Invloed omgevingsvisie van de
situatie
ontwikkeling
gebiedsgerichte uitwerking Dorpen
bodemverontreinigingen Werklocaties
Buitengebied
84/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Dorpen De gemeente zet in op een veilige en gezonde leefomgeving volgens de geldende normen. Onderdeel hiervan is dat de gemeente bij nieuwbouw (op plekken waar dit speelt) extra maatregelen neemt om de bestaande loodverontreiniging aan te pakken. Dit heeft een licht positieve invloed op het verminderen van het aantal bodemverontreinigingen. De invloed van de omgevingsvisie op de bodemkwaliteit als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als licht positief beoordeeld. Werklocaties De gemeente zet in op versterking van bedrijventerrein Mijdrecht en daarom kiest ze voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht. De bodemkwaliteit van bedrijventerrein Mijdrecht is slecht, wat als gevolg van bedrijvigheid vaker het geval is in industriegebied. Als blijkt dat de bodemkwaliteit van de grond waar de uitbreiding moet komen ook slecht is, zal deze gesaneerd worden, waardoor de bodemkwaliteit per saldo zal verbeteren. Deze ontwikkeling heeft – in geval van sanering - daarom een positieve invloed op de bodemkwaliteit. De invloed van de omgevingsvisie op de bodemkwaliteit als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als licht positief beoordeeld, omdat deze alleen zal verbeteren in het geval dat sanering nodig is.
Buitengebied Voor het buitengebied zijn geen maatregelen opgenomen in de visie om de bodemkwaliteit te verbeteren. Als er ontwikkelingen plaatsvinden en er blijken verontreinigingen te zitten, zullen deze gesaneerd worden. Een concreet voorbeeld hiervan zijn de zonnevelden: de grond waarop deze terechtkomen zal worden gecontroleerd op verontreinigingen en gesaneerd worden wanneer nodig. In geval sanering nodig is, is er sprake van een positief effect op de bodemkwaliteit. Aandachtspunt is wel dat er veel bodemverontreiniging in het buitengebied is, als gevolg van de aanwezigheid van toemaakdekken13. Hierover staat niets beschreven in de visie over hoe de gemeente hiermee om wil gaan. De invloed van de omgevingsvisie op de bodemkwaliteit als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als licht positief beoordeeld, omdat er alleen verbetering van de bodemkwaliteit is wanneer sanering nodig blijkt.
13
Deze zijn gevormd door het gebruik van aardmest, wat bestond uit bagger uit sloten, stadsvuil, mest en zand uit de stallen. 85/132
Kenmerk
5.9.4
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Bodemdaling
Criterium
Mate waarin de
Huidige
Autonome
Invloed omgevingsvisie van de
situatie
ontwikkeling
gebiedsgerichte uitwerking Dorpen
gemeente bodemdalingsgevoelig is
Werklocaties
Mate van verzilting tot onder het maaiveld
Buitengebied
Dorpen De gemeente wil 4.800 woningen toevoegen in de periode tot 2040. In en rondom de meeste dorpen wordt bodemdaling verwacht in de periode 2020-2050. Het toevoegen van extra woningen in dit gebied kan door extra belasting van de bodem een negatieve invloed hebben op de bodemdaling. Echter, bij de locatiekeuze voor woningbouw en het opstellen van kaders voor woningbouwontwikkelingen is het principe ’water en bodem sturend’ het vertrekpunt. Dat betekent dat bij de locatiekeuze kwetsbare gebieden voor onder andere bodemdaling zoveel mogelijk moeten worden vermeden. De invloed van de omgevingsvisie op de bodemkwaliteit als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als licht negatief beoordeeld. Werklocaties De gemeente zet in op versterking van bedrijventerrein Mijdrecht en kiest voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht. In het gebied waar de uitbreiding gepland is, is er nauwelijks sprake van bodemdaling en daarom zal de invloed van de visie beperkt zijn. De invloed van de omgevingsvisie op de bodemkwaliteit als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als beperkt beoordeeld.
Buitengebied Op plekken waar de klimaatopgave (bodemdaling) zeer urgent is, ziet de gemeente in het kader van alternatieve of aanvullende verdienmodellen en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) meerwaarde in initiatieven die een directe meerwaarde bieden aan natuurherstel en klimaatadaptatie (o.a. vernatting). Dit heeft een licht positieve invloed op de indicator bodemdaling. Verder komt in grote delen van het buitengebied bodemdaling voor. Maatregelen die dit tegengaan, zoals vernatting, worden aangemoedigd en waar mogelijk ondersteund. Dit heeft een positieve invloed op de indicator bodemdaling. Daarnaast wil de gemeente richting de toekomst het diverse recreatieve profiel van de Vinkeveense Plassen versterken. Rondom de Vinkeveense Plassen is er echter een verwachting van een zeer sterke bodemdaling. Dit is een aandachtspunt bij deze ontwikkelingen, maar gezien het beperkte aantal ontwikkelingen zal de invloed op bodemdaling ook beperkt zijn. 86/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Een aandachtspunt is dat uit de referentiestudie blijkt dat er boven Waverveen verzilting plaatsvindt op 0-5 meter onder het maaiveld. In de visie wordt hier geen aandacht aan besteed, terwijl dit wel negatieve gevolgen kan hebben voor het bodemgebruik op deze locatie. De invloed van de omgevingsvisie op de bodemkwaliteit als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt per saldo als licht positief beoordeeld, omdat de gemeente vooral volgend en niet zo zeer proactief beleid heeft om bodemdaling te voorkomen. 5.9.5
Natura 2000
Criterium
Huidige
Autonome
Invloed omgevingsvisie van de
situatie
ontwikkeling
gebiedsgerichte uitwerking
Staat van
Dorpen
instandhouding soorten en habitattypen
Werklocaties
Buitengebied
In het kader van dit plan-MER is ook een passende beoordeling opgesteld. Deze is te lezen in hoofdstuk 6. In deze paragraaf wordt slechts kort ingegaan op de effecten op Natura 2000. Dorpen De gemeente wil 4.800 woningen toevoegen in de periode tot 2040. Dit kan negatieve gevolgen hebben op de kwaliteit van Natura 2000-gebieden als gevolg van de stikstofuitstoot door de extra voertuigbewegingen van de nieuwe bewoners. In het Natura 2000-gebied Botshol is sprake van overbelasting door stikstof. Een toename van stikstofdepositie kan daardoor leiden tot een significant effect op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied, ongeacht of het een kleine of grote toename van stikstofdepositie betreft. Elke toename in een al overbelast Natura 2000-gebied kan namelijk al een effect hebben op de aangewezen habitattypen en/of soorten. Significant effect is daarom op voorhand niet uit te sluiten. Door de uitbreiding met 4.800 woningen kan de druk op de Natura 2000-gebieden als gevolg van meer bezoekers ook toenemen. Daarentegen zet de gemeente zich sterk in om fietsen en gebruik van het ov aantrekkelijker te maken. Wanneer dit leidt tot minder voertuigbewegingen met de auto, hebben de maatregelen een licht positieve invloed op de Natura 2000-gebieden door verminderde stikstofdepositie.
De invloed van de omgevingsvisie op de Natura 2000-gebieden als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als negatief en licht positief beoordeeld.
87/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Werklocaties De gemeente zet in op versterking van bedrijventerrein Mijdrecht en kiest voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht. Deze uitbreiding brengt ook de nodige extra vervoersbewegingen met zich mee en de bijkomende stikstofuitstoot, dit kan negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van Natura 2000-gebieden als gevolg van meer stikstofdepositie. Daarentegen zet de gemeente in op een betere fiets- en ov-bereikbaarheid van de werklocaties en werkt ze aan een toereikende laadinfrastructuur om ook duurzame automobiliteit te faciliteren. Wanneer dit leidt tot minder voertuigbewegingen of meer gebruik van elektrische auto’s, hebben de maatregelen een licht positieve invloed op de Natura 2000-gebieden door verminderde stikstofdepositie. De invloed van de omgevingsvisie op de Natura 2000-gebieden als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als negatief en licht positief beoordeeld. Buitengebied Gezien de grote natuur- en cultuurhistorische waarden van Natura 2000-gebied Botshol zijn ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied niet mogelijk. In de gebieden die aan Botshol grenzen wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van het natuurgebied en wordt gezorgd dat ontwikkelingen op deze plekken de natuurwaarden van Botshol bij voorkeur ten goede komen, of op zijn minst niet schaden.
Daarnaast zorgt de gemeente ervoor dat de recreatieve druk op Botshol niet te groot wordt door de recreatieve waarden in andere deelgebieden te vergroten om zo de recreatie in de gemeente beter te spreiden. Ook gaat de gemeente monitoren of ruimtelijke ontwikkelingen of recreatieve druk in de directe omgeving van Botshol geen negatieve effecten teweegbrengen op de natuurwaarden. Verder werkt de gemeente in het oosten van polder Groot Mijdrecht aan de ontwikkeling van natuurgebied Marickenland en het Derde Moerasblok in Groot Mijdrecht Noordoost. Dit vormt een nieuwe ecologische verbinding in het natuurnetwerk tussen de Nieuwkoopse Plassen (gemeente Nieuwkoop) en Botshol, onder andere via de Wilnisse Bovenlanden. Deze ontwikkeling heeft een positieve invloed op Botshol. Verder leidt inzet op duurzame landbouw tot minder stikstofemissie, wat ook gunstig is voor Natura 2000. De invloed van de omgevingsvisie op de Natura 2000-gebieden als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief beoordeeld. 5.9.6
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Criterium
Oppervlak samenhang
Huidige
Autonome
Invloed omgevingsvisie van de
situatie
ontwikkeling
gebiedsgerichte uitwerking Dorpen
en wezenlijke kenmerken en waarden
Werklocaties
Buitengebied
88/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Dorpen De gemeente wil 4.800 woningen toevoegen in de periode tot 2040. De uitbreiding van sommige dorpen zorgt ervoor dat woningen dichter bij NNN-gebieden komen te liggen, maar deze nieuwbouw zal niet in of in de nabijheid van NNN komen of een grote invloed hebben. De invloed van de omgevingsvisie op het NNN als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als beperkt beoordeeld. Werklocaties De gemeente zet in op versterking van bedrijventerrein Mijdrecht en kiest voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, op bedrijventerrein De Bocht. Deze uitbreiding komt niet in of tegen een NNN-gebied (aan) te liggen en heeft dan ook geen grote negatieve invloed op dit gebied. De invloed van de omgevingsvisie op het NNN als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als beperkt beoordeeld. Buitengebied De gemeente kiest voor een toekomstbestendig en robuust buitengebied, waarin onder andere water en bodem leidend zijn bij ruimtelijke keuzes. Dit heeft een positieve invloed op het daar gelegen NNN. Daarnaast zet de gemeente in op of werkt ze aan ontwikkelingen in specifieke gebieden met positieve invloeden op het NNN. In het oosten van polder Groot Mijdrecht werkt de gemeente aan de ontwikkeling van natuurgebied Marickenland en het Derde Moerasblok in Groot Mijdrecht Noordoost.
Dit vormt een nieuwe ecologische verbinding in het natuurnetwerk tussen de Nieuwkoopse Plassen (gemeente Nieuwkoop) en Botshol, onder andere via de Wilnisse Bovenlanden. In de Wilnisse Bovenlanden werkt de gemeente aan natuurontwikkeling voor de ecologische verbinding tussen de Vinkeveense Plassen en Nieuwkoopse Plassen (gemeente Nieuwkoop). Verder zet de gemeente in op het versterken en uitbreiden van de natuurwaarden van de Vinkeveense Plassen. In het Angstel-en Geinlandschap ziet de gemeente kansen om de stroomruggen en dijken in het gebied (verder) te benutten als ecologische verbindingen onder andere tussen NNN-gebieden. De gemeente zet ook in op zorgvuldige bescherming van het karakteristieke veenweidelandschap. Dit betekent dat ontwikkelingen alleen worden toegelaten wanneer deze een aantoonbare bijdrage leveren aan de landschappelijke kwaliteit. Schaalvergroting en nieuwvestiging zijn daarom in beginsel niet mogelijk in het veenweidelandschap. In het kader van alternatieve of aanvullende verdienmodellen en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) wordt alleen medewerking verleend voor activiteiten die bij voorkeur bevorderlijk zijn voor bijvoorbeeld de natuurwaarden in het gebied.
Verder zet de gemeente in op het in stand houden van de karakteristieken, de landschappelijke kwaliteit en de natuurwaarden van het KRW-oppervlaktewater en het (NNN-)plassengebied richting de toekomst. Hiertoe gaat de gemeente actief aan de slag met het beschermen van de legakkers tegen afkalving en het naar boven halen van verzonken legakkers. Om dit te borgen kiest de gemeente ervoor om op basis van het Bestemmingsplan Plassengebied een bepaalde mate van ruimte te bieden voor wat betreft bebouwing en het gebruik van de legakkers, om ervoor te zorgen dat eigenaren de legakkers goed beheren en in stand houden.
89/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Aan de noord- en oostrand van de droogmakerijen ziet de gemeente mogelijkheden om in en rond natuurontwikkelingszones vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) meer mogelijkheden te bieden voor omschakeling naar recreatieve functies of natuur. In het gebied ten zuiden van Abcoude, rond het Gein en aan de noordrand van polders Tweede Bedijking, Derde Bedijking en Groot Mijdrecht West werkt de gemeente aan de Blauwe Krans, een landschappelijke zone rond de Stelling van Amsterdam waar in de voormalige inundatiegebieden van de Stelling kansen worden aangegrepen om agrarische activiteiten te combineren met waterberging, recreatie en het vergroten van natuurwaarden. Dit zou dan bij kunnen dragen aan het ontwikkelen van een natuurverbinding tussen de Loosdrechtse Plassen (gemeente Wijdemeren) en de Vinkeveense Plassen. Afhankelijk van de uiteindelijke keuzes kunnen bovengenoemde plannen positief of negatief bijdragen aan het NNN. Verder leidt inzet op duurzame landbouw tot minder stikstofemissie, wat ook gunstig is voor NNN. De gemeente kiest voor het beter benutten van de recreatieve potentie van het veenweidelandschap en Angstel- en Geinlandschap en versterken van het diverse recreatieve profiel van de Vinkeveense plassen.
Dit kan een licht negatieve invloed hebben op het NNNgebied de Vinkeveense plassen en NNN-gebieden in het veenweidelandschap, namelijk wanneer de recreatieve druk op deze gebieden daardoor toeneemt. De invloed van de omgevingsvisie op het NNN als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld. 5.9.7
Waterkwaliteit
Criterium
Huidige
Autonome
Invloed omgevingsvisie van de
situatie
ontwikkeling
gebiedsgerichte uitwerking
Kwaliteit van het
Dorpen
oppervlaktewater (Toxiciteit)
Mate waarin wordt
Werklocaties
voldaan aan de KRWcriteria
Buitengebied
Dorpen De omgevingsvisie bevat geen beleid op de dorpen dat invloed heeft op de waterkwaliteit. De invloed van de omgevingsvisie op de waterkwaliteit als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de dorpen wordt daarom als neutraal beoordeeld. Werklocaties De omgevingsvisie bevat geen beleid op de werklocaties dat invloed heeft op de waterkwaliteit. De invloed van de omgevingsvisie op de waterkwaliteit als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor de werklocaties wordt daarom als neutraal beoordeeld.
90/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Buitengebied De gemeente zet in op het in stand houden van de karakteristieken, de landschappelijke kwaliteit en de natuurwaarden van het KRW-oppervlaktewater en het (NNN-)plassengebied richting de toekomst. Dit heeft een positieve invloed op de waterkwaliteit in het gebied. Daarnaast werkt de gemeente in het oosten van polder Groot Mijdrecht aan de ontwikkeling van natuurgebied Marickenland en het Derde Moerasblok in Groot Mijdrecht Noordoost. Dit vormt een nieuwe ecologische verbinding in het natuurnetwerk tussen de Nieuwkoopse Plassen (gemeente Nieuwkoop) en Botshol, onder andere via de Wilnisse Bovenlanden. Met de provincie werkt ze hier zowel aan biodiversiteit als aan verbetering van de waterkwaliteit. Dit heeft een positieve invloed op de waterkwaliteit. Richting de toekomst wil de gemeente het diverse recreatieve profiel van de Vinkeveense Plassen versterken. Onderdeel hiervan is het inzetten op een aantrekkelijk plassengebied voor waterrecreatie en het verbeteren van kleine toervaartroutes vanuit de Vinkeveense Plassen richting Amstel en Loosdrechtse Plassen. Deze ontwikkelingen kunnen een licht negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit in het gebied vanwege vervuiling door dit waterverkeer.
Daarnaast kiest de gemeente, gezien de relatief gunstige condities en historische rol van de landbouw in de droogmakerij, voor een voortzetting van de landbouw als voornaamste drager van het landschap, met de veehouderijen en haar graslanden als grootste sector. Instandhouding van landbouw als belangrijkste drager van het landschap kan zorgen voor uitspoeling van meststoffen in het water, wat een negatieve invloed kan hebben op de waterkwaliteit. De invloed van de omgevingsvisie op de waterkwaliteit als gevolg van de gebiedsgerichte keuzes voor het buitengebied wordt gezien bovenstaande als positief en licht negatief beoordeeld.
5.10
Naar aanleiding van de werksessie effectbeoordeling
Zoals in paragraaf 2.4.3 beschreven, is de conceptbeoordeling van de effecten in een werksessie besproken. Dit is gedaan met een brede, ambtelijke vertegenwoordiging van de gemeente De Ronde Venen, met beleidsadviseurs van uiteenlopende thema’s waaronder wonen, sociaal domein, buitengebied, erfgoed en cultuurhistorie, grondzaken, milieu, ruimtelijke ordening en stedenbouw. Op basis van de feedback uit deze sessie is de effectbeoordeling aangescherpt, aangevuld en uitgewerkt in het plan-MER. Omgekeerd heeft de sessie effectbeoordeling de gemeente ook input gegeven om de visie verder aan te scherpen en uit te werken om zo gesignaleerde mogelijk negatieve effecten te voorkomen. Zo leidde de effectbeoordeling tot het inzicht dat de omgevingsvisie wellicht nog te weinig haakjes bevat om gericht te kunnen sturen hoe initiatieven specifieke landschappelijke kwaliteiten kunnen beschermen of versterken. Hieruit is – in analogie met de Lintenvisie - het idee ontstaan om wellicht ook een visie voor de landgoederenzone op te stellen waarin de ruimtelijke kwaliteiten ervan vastgelegd kunnen worden, zodat die ook beter meetbaar en duidelijk zijn.
Verder bleek uit de effectbeoordeling dat de omgevingsvisie wel richting geeft aan de omgang met beschermde dorpsgezichten, maar dat de visie misschien nog te weinig houvast geeft hoe initiatieven kunnen bijdragen aan het versterken van de identiteit van dorpen zonder zo’n beschermde status. Daarom is aanvullend ook het idee ontstaan in de uitvoering vervolgstappen op te nemen die meer duiding geven aan de waarden en ruimtelijke eigenschappen die de identiteit van de dorpen vormen. 91/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Ook bleek uit het gesprek n.a.v. de effectbeoordeling dat er behoefte was om de kwaliteiten en waarden in het buitengebied beter meetbaar te maken, zodat ontwikkelingen en initiatieven in het buitengebied hieraan getoetst kunnen worden. Dit wordt meegenomen in het op te stellen VABbeleid. Rond het punt van bereikbaarheid is naar aanleiding van de werksessie over de effectbeoordeling de discussie rondom een nieuwe aansluiting op de N201 weer voortgezet. Hierin waren eerder andere keuzes gemaakt, omdat de gemeente bereid was om knelpunten voor wegverkeer te accepteren met het oog op de gewenste modal split en gebruik van ov. Een nieuwe westelijke aansluiting op de N201 bij Mijdrecht zou echter positieve effecten kunnen hebben. De wenselijkheid hiervan wil de gemeente in de toekomst nader onderzoeken, in samenwerking met de provincie. Ten slotte is in de visie een aanscherping opgenomen om de mogelijkheden te verkennen om vrachtverkeer via het hoofdwegennet te leiden, met eveneens als doel om de verkeersdrukte te spreiden.
6 Passende beoordeling 6.1
Waarom een passende beoordeling?
De omgevingsvisie van de gemeente De Ronde Venen schetst een beeld voor de fysieke leefomgeving van de gemeente op de langere termijn (2040). In de visie worden op hoofdlijnen keuzes gemaakt voor onder andere wonen, werken, recreëren en mobiliteit. Op voorhand is niet uit te sluiten dat deze keuzes afzonderlijk of in samenhang leiden tot significante gevolgen op Natura 2000-gebieden in en rondom de gemeente. Daarom dient op grond van Artikel 16.53c van de Omgevingswet een passende beoordeling te worden opgesteld.
6.2
Ontwikkelen omgevingsvisie
De omgevingsvisie van de gemeente De Ronde Venen kent drie ambities die richtinggevend zijn voor de fysieke leefomgeving en het leven en werken in de gemeente De Ronde Venen. Groen en gezond wonen in levendige en betrokken dorpen Lokaal sterk in een dynamische regio
Een beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig buitengebied
Deze ambities landen in de gebiedsgerichte uitwerkingen voor de dorpen, de werklocaties en het buitengebied. Voor deze passende beoordeling zijn met name de ontwikkelingen rondom woonen werklocaties, infrastructuur, recreatie, natuurontwikkeling en klimaat van belang. De mogelijke ontwikkelingen zijn opgenomen in de keuzes die in de omgevingsvisie worden genoemd.
6.3
Doel passende beoordeling
De passende beoordeling is een wettelijk verplichte toets voor zowel projecten als voor (kaderstellende) plannen waarvan significante gevolgen op Natura 2000-gebieden op voorhand niet uitgesloten kunnen worden. Voor projecten kan de passende beoordeling de basis vormen voor een noodzakelijke vergunningaanvraag (artikel 8.74b, Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)). Voor plannen is geen sprake van een vergunningplicht, maar wel dient voldoende aannemelijk te worden gemaakt dat het plan uitvoerbaar is. Dat betekent concreet dat er voor de uitvoering van het plan geen onoverkomelijke belemmeringen mogen zijn en dat er zo nodig uitzicht moet zijn op de vergunbaarheid van binnen het plan mogelijk gemaakte ontwikkelingen. De omgevingsvisie kan worden gezien als een plan. 92/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
De doelen van de passende beoordeling zijn:
Het in beeld brengen van de risico’s op significante gevolgen op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk als gevolg van de omgevingsvisie Het beschrijven van bronmaatregelen, mitigerende maatregelen en/of beleidsaanpassingen
die nodig zijn om significante gevolgen te kunnen voorkomen en de vergunbaarheid van voorgestelde ruimtelijke ontwikkelingen aannemelijk te maken Het zo mogelijk benoemen van kansen op positieve effecten voor het Natura 2000-netwerk
Het detailniveau van de passende beoordeling sluit aan bij het detailniveau van een omgevingsvisie. Gezien het abstracte karakter van de ambities en bijhorende uitwerkingen in de omgevingsvisie is deze op hoofdlijnen. De passende beoordeling bestaat achtereenvolgens uit een beschrijving van de relevante Natura 2000-gebieden, zoals aangewezen onder de Vogel- en Habitatrichtlijn. Vervolgens wordt ingegaan op de mogelijke effecten op de instandhoudingsdoelen, en wordt beoordeeld of er sprake kan zijn van significante effecten en wat de consequenties daarvan zijn voor de omgevingsvisie. Het aspect stikstofdepositie speelt een bijzondere rol. Stikstof verspreidt zich door de lucht en komt, bijvoorbeeld bij regen, weer op de grond. Diverse bronnen dragen (op kleine schaal) bij aan stikstofdepositie. Een (nieuwe) activiteit waardoor stikstof wordt uitgestoten kan echter grote effecten hebben op natuur. Voor Natura 2000-gebieden is vastgelegd welke soorten en habitats beschermd worden. Hiervoor zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. Een groot aantal beschermde soorten en habitattypen is zeer gevoelig voor stikstofdepositie. Voor deze habitattypen zijn kritische depositiewaarden vastgesteld. Als de stikstofdepositie boven deze waarde komt, zijn negatieve gevolgen voor de natuur niet uit te sluiten.
Voor een aantal habitattypen in Natura 2000-gebieden in en om de gemeente De Ronde Venen geldt dat zij stikstofgevoelig zijn.
6.4
Natura 2000-gebieden
In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Binnen de gemeentegrenzen van De Ronde Venen ligt het Natura 2000-gebied ‘Botshol’. Daarnaast zijn op relatief korte afstand buiten de gemeentegrens gelegen de Natura 2000-gebieden Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (360 meter) en Oostelijke Vechtplassen (2 kilometer) gelegen. In figuur 6.2 is de ligging van de Natura 2000-gebieden Botshol, Nieuwkoopse Plassen & De Haeck en Oostelijke Vechtplassen weergegeven. In de ruime omgeving van de gemeente De Ronde Venen (binnen 25 kilometer afstand of minder) liggen nog 15 Natura 2000-gebieden in Nederland (tabel 6.1, figuur 6.1). Deze Natura 2000-gebieden zijn aangewezen als ofwel Habitatrichtlijngebieden ofwel Habitat- en Vogelrichtlijngebieden. In de aanwijzingsbesluiten van de afzonderlijke Natura 2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen opgenomen. Deze zijn gericht op het behoud of de uitbreiding van de omvang (populatiegrootte, oppervlakte habitattype of leefgebied van de soort) en behoud en verbetering van de kwaliteit (van het habitattype of leefgebied van de soort). In paragraaf 6.4.1 is een omschrijving gegeven van het Natura 2000-gebied Botshol en de bijbehorende instandhoudingsdoelen. In bijlage 10 is een omschrijving van de Natura 2000-gebieden Nieuwkoopse Plassen & De Haeck en Oostelijke Vechtplassen opgenomen met de bijhorende instandhoudingsdoelen. 93/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Tabel 6.1 Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 kilometer rondom de gemeentegrens De Ronde Venen
Botshol
Kennemerland-Zuid
Oostvaardersplassen
Broekvelden, Vettenbroek & Polder
Lepelaarsplassen
Polder Westzaan
Coepelduynen
Markermeer & IJmeer
Polder Zeevang
De Wilck
Naardermeer
Uiterwaarden Lek
Eemmeer & Gooimeer Zuidoever
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
Wormer- en Jisperveld &
Stein
Kalverpolder Ilperveld, Varkensland,
Oostelijke Vechtplassen
Zouweboezem
Oostzanerveld & Twiske
6.4.1 Natura 2000-gebied Botshol Botshol is een gevarieerd laagveengebied met een areaal aan water (variabel in diepte), verlande petgaten, legakkers, rietlanden en moerasbos. Het Natura 2000-gebied heeft een geïsoleerd watersysteem en ligt hoger in het landschap dan omringende polders waar droogmaling heeft plaatsgevonden. Vanwege de hoge ligging is een continue toestroom van water noodzakelijk om het water op peil te houden (www.provincie-Utrecht.nl). Het Natura 2000-gebied Botshol ligt volledig binnen de gemeentegrenzen van De Ronde Venen. Botshol is aangewezen als Habitatrichtlijngebied. Om deze reden worden de instandhoudingsdoelen in tabel 6.2 en 6.3 opgenomen. Tabel 6.2 Habitattypen met een instandhoudingsdoelstelling in Natura 2000-gebied Botshol (www.natura2000.nl) (=behoud, >uitbreiding) Habitattype
Doelstelling
Doelstelling
oppervlakte
kwaliteit
H3140 – Kranswierwateren
=
=
H3150 – Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden
=
=
H6430A – Ruigten en zomen
=
=
H6510A – Glanshaver- en vossenstaarthooilanden
=
=
H7140B – Overgangs- en trilvenen
>
>
H7210* – Galigaanmoerassen
>
=
H91D0* – Hoogveenbossen
=
=
* Prioritair habitattype
Tabel 6.3 Habitatrichtlijnsoorten met een instandhoudingsdoelstelling in Natura 2000-gebied Botshol (www.natura2000.nl) (=behoud) Habitatrichtlijnsoorten
Doelstelling
Doelstelling
Doelstelling
omvang
kwaliteit
populatie
leefgebied
leefgebied
H1149 – Kleine modderkruiper
=
=
=
H1318 – Meervleermuis
=
=
=
94/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Figuur 6.1 Ligging Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 kilometer van de gemeentegrenzen van De Ronde Venen
Figuur 6.2 Ligging Natura 2000-gebieden binnen en direct rondom de gemeentegrenzen van De Ronde Venen
95/132
Kenmerk
6.5
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Potentiële effecten
Voor diverse voorgenomen ontwikkelingen in de omgevingsvisie is niet uit te sluiten dat deze afzonderlijk of in samenhang kunnen leiden tot significante gevolgen op de Natura 2000-gebieden in en rondom de gemeente. Zo voorziet de omgevingsvisie in nieuwbouw van woningen en de versterking van de groenblauwe openbare ruimte, versterking van de lokale economie, verbetering van het openbaar vervoer en fietsnetwerk, toekomstbestendig maken van de gemeente en natuurontwikkeling. De focus van de drie kernambities ligt op de dorpen en werklocaties in de gemeente De Ronde Venen en het omliggende buitengebied. Een andere ambitie is om de recreatiewaarden in natuurgebieden buiten het Natura 2000-gebied Botshol te vergroten zodat de recreatieve druk in het Natura 2000-gebied beter verspreid wordt binnen de gemeente. Alle beoogde ruimtelijke ontwikkelingen vinden buiten het Natura 2000-gebied Botshol plaats gezien de grote natuurwaarden en cultuurhistorische waarden van het gebied en Natura 2000-bescherming die van toepassing is op dit gebied. Doordat geen werkzaamheden binnen het Natura 2000-gebied plaatsvinden zijn geen directe negatieve effecten, zoals oppervlakteverlies of versnippering, aan de orde. Het is aannemelijk dat effecten door diverse storingsfactoren optreden in de Natura 2000gebieden binnen en direct rondom de gemeente tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
Dit betreft de Natura 2000-gebieden Botshol, Nieuwkoopse Plassen & De Haeck en Oostelijke Vechtplassen. Daarom zijn deze effecten nader uitgewerkt. Mogelijke effecten op Natura 2000gebieden bestaan daardoor enkel uit externe effecten. Dit zijn in potentie vooral stikstofdepositie, vernatting, verdroging, connectiviteit en diverse verstoringsfactoren. Voor de overige Natura 2000-gebieden in de ruime omgeving geldt dat alleen effecten met een grotere reikwijdte gevolgen kunnen hebben. Van de diverse storingsfactoren zijn dat alleen effecten als gevolg van stikstofdepositie. Andere effecten op deze Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten.
6.6
Storingsfactoren
In deze paragraaf worden alle storingsfactoren behandeld die kunnen optreden door de beoogde ontwikkelingen binnen de gemeente op zowel de korte als de lange termijn. 6.6.1 Effecten op hydrologie (verdroging en vernatting) Door toepassen van het principe ‘water en bodem sturend’ kan sprake zijn van vernatting. De omgevingsvisie voorziet in het bevorderen van waterberging, tegengaan van bodemdaling en natuurontwikkeling binnen 500 meter afstand. In het Natura 2000-gebied Botshol is hydrologie (waterkwantiteit en waterkwaliteit) een van de belangrijke drukfactoren, onder andere vanwege de verzilting door inlaat van CL-rijk water en zakkende grondwaterstanden die plaatsvinden in het Natura 2000-gebied (Provincie Utrecht, 2023)14. De verandering van de lokale groeiomstandigheden door vernatting kan de aanwezigheid van vegetatietypen en leefgebied van soorten bevorderen.
14
Provincie Utrecht, 2023. Natuurdoelanalyse Natura 2000; Botshol [83]. Eindversie. Utrecht, maart 2023. 96/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Een toename van verharding, bebouwing en meer bedrijvigheid binnen een straal van 500 meter tot een Natura 2000-gebied, kan leiden tot verdroging in Natura 2000-gebieden. De verandering van de lokale groeiomstandigheden door verdroging kan de aanwezigheid van vegetatietypen en leefgebied van soorten beïnvloeden. Het effect van verdroging is afhankelijk van de grootte van ontwikkelingen, de locaties van ontwikkelingen, of een vergroting van wateronttrekking plaatsvindt en tot welke bodem- en waterlaag ontwikkelingen plaatsvinden. Door een zorgvuldige locatiekeuze en inpassing van maatregelen kunnen negatieve effecten worden voorkomen. 6.6.2
Effecten door natuurontwikkeling (verdroging, vernatting, connectiviteit, verstoring)
Er wordt gewerkt aan een nieuwe natuurverbinding tussen Botshol, Marickenland en de Nieuwkoopse Plassen. Ook wordt ingezet op natuurontwikkeling in de Blauwe Krans, een groenblauwe verbinding rond de Stelling van Amsterdam. Op de lange termijn kan de natuurontwikkeling bij gaan dragen aan de robuustheid van Natura 2000-gebieden. Wel kan er gedurende de aanleg sprake zijn van tijdelijke (onbedoelde) negatieve effecten op Natura 2000gebieden, zoals (tijdelijke) verdroging, vernatting, aantasting van de connectiviteit en verstoring. Door een zorgvuldige locatiekeuze en inpassing van maatregelen kunnen tijdelijke negatieve effecten zoveel als mogelijk beperkt worden en kunnen permanente effecten worden voorkomen. 6.6.3 Effecten op connectiviteit De omgevingsvisie zet ook in op vergroting van duurzaam opgewekte energie. In de eerste instantie is dit door middel van zon-op-dak (onder andere bij bedrijven) en zonnevelden. De zonnevelden worden geclusterd waar mogelijk om versnippering tegen te gaan en de aanwezige landschappelijke waarden zo min mogelijk aan te tasten. De aanleg van zonnevelden kan leiden tot een effect op de connectiviteit tussen Natura 2000-gebieden.
Een toename van schaduwwerking en ruimtebeslag in open velden leidt mogelijk tot een effect op de verbindingen tussen Natura 2000-gebieden en leefgebied (foerageergebied, voortplantingsgebied en/of overwinteringsgebied) van Habitatrichtlijnsoorten en Vogelrichtlijnsoorten. Het effect van het opwekken van duurzame energie is afhankelijk van de grootte van ontwikkelingen en de locaties van ontwikkelingen. Door een zorgvuldige locatiekeuze en inpassing van maatregelen kunnen negatieve effecten worden voorkomen. 6.6.4 Effecten door stikstofdepositie Stikstofdepositie is een natuurlijke voedingsstof voor planten. Te veel stikstof kan echter leiden tot veranderingen in de vegetatiesamenstelling. Snelgroeiende soorten nemen toe, langzaam groeiende soorten nemen af. De kwaliteit van habitattypen en leefgebieden van soorten kan hierdoor verminderen, of zelfs helemaal verdwijnen. In de omgevingsvisie zijn diverse activiteiten benoemd die kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie. Dit betreft zowel de aanlegfase als gebruiksfase. Het Natura 2000-gebied Botshol is aangewezen onder de Habitatrichtlijn. Binnen het Natura 2000gebied liggen diverse overbelaste stikstofgevoelige habitats15. Een van de knelpunten bij de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen in Botshol is de hoge stikstofdepositie.
15
Met een overbelast habitattype wordt bedoeld dat de huidige achtergronddepositie hoger ligt dan de kritische depositiewaarde van het habitattype. 97/132
Kenmerk
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Binnen het Natura 2000-gebied zijn drie stikstofgevoelige habitattypen aanwezig waarbij sprake is van een overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW). Voor de habitattypen glanshaveren vossenstaarthooilanden (H6510A) en galigaanmoerassen (H7210) is sprake van een lokale kleine overschrijding van de KDW en voor het habitattype veenmosrietlanden (H7140B) is sprake van een grote overschrijding van de KDW (Provincie Utrecht, 2023)16. In zowel de aanleg- als gebruiksfase is het niet uit te sluiten dat er een mogelijke toename van stikstofdepositie plaatsvindt. Zo kan woningbouw in de aanlegfase zorgen voor een toename van stikstofdepositie. Ditzelfde geldt voor een toename aan verkeersbewegingen bij de uitbreiding van woon- en werklocaties. Tijdelijke effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in de aanlegfase kunnen beperkt worden door bijvoorbeeld gebruik te maken van emissiearm materieel. Significant negatieve gevolgen door toenamen van stikstofdepositie zijn op dit moment niet met zekerheid uit te sluiten. Dit betekent niet dat het plan niet uitvoerbaar is. Door het betrekken van mitigerende maatregelen en een zorgvuldige inpassing kan het plan alsnog uitvoerbaar zijn binnen het Natura 2000-beschermingsregime.
6.6.5 Effecten door verstoring Onder verstoring worden bijvoorbeeld verstoring door licht, geluid en optische verstoring door werkzaamheden en een toename van (recreatief) gebruik bedoeld. Er is uitsluitend sprake van verstoring wanneer deze nabij het Natura 2000-gebied plaatsvinden. Om die reden zijn deze effecten enkel van toepassing voor ontwikkelingen binnen een straal van 500 meter van een Natura 2000-gebied, zoals woningbouw, herstructureren van werklocaties, transformatie van het buitengebied en energieopwekking en een toename van recreatie; deze ontwikkelingen kunnen zorgen voor verstoring door licht en geluid en optische verstoring op aangewezen habitatrichtlijnsoorten en doelsoorten. In het Natura 2000-gebied Botshol zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald voor de habitatrichtlijnsoorten kleine modderkruiper en meervleermuis. De kleine modderkruiper is gevoelig voor verstoring die doorwerkt tot in het watersysteem, zoals trillingen die vrijkomen bij werkzaamheden. De meervleermuis is gevoelig voor verstoring die tussen zonsopkomst en zonsondergang plaatsvindt, zoals verlichting, en verstoring, zoals trillingen die doorwerken tot hun verblijfplaats in bebouwing. De mate van verstoring is afhankelijk van de grootte van de ontwikkelingen, de locaties van de ontwikkelingen, de duur van de werkzaamheden en de mate van recreatieve druk.
Door een zorgvuldige locatiekeuze en inpassing van maatregelen tegen licht, geluid en optische verstoring kunnen mogelijk negatieve effecten worden beperkt dan wel voorkomen. Significant negatieve gevolgen door toenamen van verstoringsfactoren zijn op dit moment niet met zekerheid uit te sluiten. Dit betekent niet dat het plan niet uitvoerbaar is. Door het nemen van mitigerende maatregelen, de uitvoeringsperiode af te stemmen op de kwetsbare periode van soorten en een zorgvuldige inpassing kan het plan alsnog uitvoerbaar zijn binnen het Natura 2000beschermingsregime.
16
Provincie Utrecht, 2023. Natuurdoelanalyse Natura 2000; Botshol [83]. Eindversie. Utrecht, maart 2023. 98/132
Kenmerk
6.7
R004-1292474TKH-V01-agv-NL
Conclusie
De omgevingsvisie van de gemeente De Ronde Venen is een langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving van de gemeente tot aan 2040. Door de lange doorlooptijd en het hoge abstractieniveau van de visie kunnen mogelijke significante effecten op Natura 2000-gebieden binnen en rondom de gemeente De Ronde Venen op dit moment niet met zekerheid worden uitgesloten. Tegelijkertijd is ook niet op voorhand sprake van significante negatieve effecten of met zekerheid onuitvoerbare ontwikkelingen, omdat er zowel in de aanlegfase als de gebruiksfase doorgaans mogelijkheden gevonden kunnen worden om negatieve effecten effectief te beperken of weg te nemen. Naast bronmaatregelen kan daarbij ook gedacht worden aan zorgvuldige locatiekeuze om verstoringsfactoren, zoals licht, geluid en optische verstoring, te voorkomen en (met name in het geval van stikstofdepositie) het gebruik van emissiearm of volledig emissieloos (elektrisch) materieel of de mogelijkheid van saldering met bestaande emissiebronnen. Wanneer concretisering van keuzes plaatsvindt, in bijvoorbeeld opvolgende programma’s en het omgevingsplan, en er meer duidelijkheid is over de omvang van de verschillende ontwikkelingen, kan nader onderzoek nodig zijn naar effecten op Natura 2000-gebieden en de mogelijkheden om deze te beperken (passende beoordeling op projectniveau).