Bijlage 3 Programmabegroting 2024 - 2027 versie 20 september 2023
Tekst van het document
B24 | 2.6.3 We zetten in op cultuureducatie binnen en buiten school Cultuureducatie krijgt een structurele plek in het onderwijs. Er is een aansprekend aanbod voor de jeugd, zowel binnen als buiten school. Er is een cultuurcoach werkzaam in de gemeente die zich vooral richt op cultuureducatie.
Maatschappelijke effect voor 2024 B24 | 2.7 Een versterkt opvoedklimaat rond gezinnen, in wijken en op scholen
Actie(s) voor 2024 B24 | 2.7.1 We zorgen voor een kansrijke start voor onze kinderen We zetten het landelijk actieprogramma Kansrijke Start in om samen met onze maatschappelijke partners activiteiten te ontwikkelen rondom de 1e 1000 dagen van het kind. We ondersteunen (aanstaande) ouders in een kwetsbare situatie om hun kind de beste start te geven.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 37 van 164
B24 | 2.7.2 We implementeren de adviezen uit de evaluatie van het Jeugdbeleidsplan Na de tussentijdse evaluatie van het jeugdbeleidsplan in het eerste kwartaal van 2024, passen wij deze waar nodig aan en nemen de verdere aanbevelingen en conclusies mee in de opmaat naar het nieuwe jeugdbeleidsplan 2026-2032.
B24 | 2.7.3 We werken meer samen met partners voor informele steun voor jeugdigen en gezinnen Soms gaat opgroeien en opvoeden niet vanzelf en is hier hulp bij nodig. Wij ondersteunen gezinnen met laagdrempelige hulp of de inzet van het eigen netwerk om te helpen bij het opgroeien en opvoeden.
B24 | 2.7.4 We realiseren een betere overgang van de jeugdhulp naar de Wmo en/of Participatiewet Soms komen kinderen vanuit de jeugdzorg na hun 18e in de WMO of Participatiewet. Door al op 16jarige leeftijd samen met hulpverleners een plan te maken, zorgt dit meer duidelijkheid en een betere voorbereiding op de overstap van de jeugdzorg naar andere zorg of ondersteuning.
Maatschappelijke effect voor 2024 B24 | 2.8 Kinderen ontwikkelen hun talenten optimaal
Actie(s) voor 2024 B24 | 2.8.1 We zetten structureel in op techniekonderwijs vanuit de visie op talentontwikkeling We zetten NPO (Nationaal Programma Onderwijs)-middelen incidenteel in als extra impuls om achterstanden in het techniekonderwijs in te lopen.
B24 | 2.8.2 We zetten NPO (Nationaal Programma Onderwijs)-middelen incidenteel in als extra impuls om achterstanden in het techniekonderwijs in te lopen Onder schooltijd, na schooltijd en in vakanties wordt voor kinderen in groep 6 t/m 8 PO, VVE-kinderen (inclusief kinderen die in armoede leven) en BSO’s extra techniekonderwijs aangeboden en er worden diverse techniekactiviteiten georganiseerd.
B24 | 2.8.3 We zetten NPO-middelen incidenteel in op sportstimulering Om het buitenspelen te stimuleren organiseert de buurtsportcoach van Team Sportservice op het schoolplein van basisscholen uit de Ronde Venen sportactiviteiten na schooltijd. Per toerbeurt wordt een school bezocht door de buurtsportcoach.
B24 | 2.8.4 We hechten belang aan talentontwikkeling in kunst en cultuur Cultuureducatie krijgt een structurele plek in het onderwijs. Er is een aansprekend aanbod voor de jeugd, zowel binnen als buiten school. Er is een cultuurcoach werkzaam in de gemeente die zich vooral richt op cultuureducatie.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 38 van 164
Programma 2 | Samenleven - Indicatoren Indicatoren Bij dit programma horen de volgende landelijke indicatoren: 1. Onderwijs: o
Absoluut verzuim
o
Relatief verzuim
o
Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)
2. Sport, cultuur en recreatie: o
Niet-sporters
3. Sociaal domein: o
Banen
o
Jongeren met een delict voor de rechter
o
Kinderen in uitkeringsgezin
o
Netto arbeidsparticipatie
o
Werkloze jongeren
o
Personen met een bijstandsuitkering
o
Lopende re-integratievoorzieningen
o
Jongeren met jeugdhulp
o
Jongeren met jeugdbescherming
o
Jongeren met jeugdreclassering
o
Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo
Deze indicatoren samen met de indicatoren van de andere programma's zijn opgenomen in de financiële begroting bij onderdeel 14 | Indicatoren BBV.
Programma 2 | Samenleven - Verbonden partijen Gemeenschappelijke regeling gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU) Op grond van de Wet Publieke Gezondheid (WPG) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de publieke gezondheid. De 26 gemeenten in de regio Utrecht hebben hiervoor de gemeentelijke gezondheidsdienst: de GGD-regio Utrecht. Taken: •
De organisatie van gezondheidszorg bij rampen, in samenwerking met andere veiligheidsorganisaties
•
Het voorkomen en bestrijden van ziektes en epidemieën
•
De jeugdgezondheidszorg 0 tot 18 jaar
•
Het monitoren van de lokale en regionale gezondheidstoestand
•
Inspectie van de Kindercentra en WMO-toezicht.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 39 van 164
Kansis (Stichting Beschut Werk) Bij Kansis werken mensen die onder de Participatiewet vallen of die zijn aangewezen op een beschutte werkomgeving en mensen die een opstap naar de arbeidsmarkt nodig hebben. Bij Kansis werken 13 inwoners van onze gemeente met een afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. Werkzaamheden die zij verrichten zijn onder andere: in- en ompakwerkzaamheden, montage- en assemblagewerkzaamheden, magazijnwerkzaamheden, catering- en schoonmaakwerkzaamheden. Vanaf 2e helft 2023 werken we intensiever samen met Kansis. Inwoners met een Participatiewetuitkering kunnen re-integratie trajecten volgen bij Kansis en Kansis-Groen waardoor zij een stap kunnen maken op de participatieladder. Deze trajecten zullen doorlopen in 2024 en verder.
Kansis Groen (Stichting Groenwerk) Bij Kansis Groen werken 7 inwoners van onze gemeente met een afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. Zij verrichten werkzaamheden in de openbare groenvoorziening. Vanaf 2e helft 2023 werken we intensiever samen met Kansis en Kansis Groen. Inwoners met een Participatiewetuitkering kunnen re-integratie trajecten volgen bij Kansis en Kansis Groen waardoor zij een stap kunnen zetten op de participatieladder. Deze trajecten zullen doorlopen in 2024 en verder.
Programma 2 | Samenleven - Wat mag het kosten? Wat mag het kosten? Bedragen x €1.000
Exploitatie
Begroting 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Lasten
49.746
49.095
50.135
50.404
Baten
10.758
10.656
11.089
11.089
Saldo programma 2
38.988
38.438
39.046
39.314
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 40 van 164
Programma 3 | Veiligheid Programma 3 | Welk maatschappelijk effect willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Maatschappelijke effect voor 2024 B24 | 3.1 Inwoners, ondernemers en bezoekers voelen zich veilig
Actie(s) voor 2024 B24 | 3.1.1 We bepalen op basis van een onderbouwd beeld de mate en omvang van mensenhandel (seksuele uitbuiting en arbeidsuitbuiting) en stellen gericht een plan van aanpak per uitbuitingsvorm Op basis van een (districtelijke) quickscan mensenhandel ontstaat een beter beeld van de problematiek, op basis waarvan we behoefte en vervolgstappen bepalen. Dit kan mogelijk leiden tot een gerichte aanpak per uitbuitingsvorm en het investeren in interne bewustwording en alertheid.
B24 | 3.1.2 We zetten een lokaal netwerk op met sleutelfiguren, zodat spanningen tussen bevolkingsgroepen niet oplopen In een lokaal netwerk zijn sleutelfiguren met diverse achtergronden vertegenwoordigd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan wijkagenten, jongerenwerkers, trainers van sportclubs, betrokken buurtbewoners en voorgangers/leidinggevenden van maatschappelijke en religieuze organisaties. Er zijn meerdere lokale netwerken die afhankelijk van het onderwerp samengesteld zijn op basis van (intensiteit van) betrokkenheid. De gemeente vervult hierin een regierol, maar kan ook als partner inhoudelijk betrokken zijn.
B24 | 3.1.3 We stellen een plan van aanpak op hoe om te gaan met de digitalisering van de straat op basis van een actueel beeld Het basisteam van de politie stelt capaciteit beschikbaar voor de 'digitale wijkagent'. In het kader van deze doelstelling zoeken wij hierbij aansluiting. Hierin zoeken we verbinding met Cyberveiligheid waar we de mogelijkheden onderzoeken van samenwerking met bijvoorbeeld onderwijsinstellingen waar op dit onderwerp praktijkgericht onderzoek gedaan wordt.
B24 | 3.1.4 We realiseren een duidings- en handelingsperspectief voor online aangejaagde ordeverstoringen en het voorkomen en/of tegengaan ervan We nemen in regionaal verband deel aan verdiepende verkenning hiernaar om zo tot een breed gedragen handelingsperspectief te komen voor de burgemeester.
B24 | 3.1.5 We stellen één of meer handhavingsarrangementen op, waarin afspraken en samenwerking tussen toezichthoudende en handhavende partners zijn vastgelegd Waar nodig worden op de thema's uit het Integraal Veiligheidsplan handhavingsarrangementen opgesteld. In eerste instantie wordt een arrangement met de politie opgesteld. Vervolgens kunnen hier externe partners aan toegevoegd worden, zoals de Belastingdienst, netbeheerders en woningbouwcorporaties.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 41 van 164
B24 | 3.1.6 We houden een cybercrisis oefening in samenwerking met de Veiligheidsregio Utrecht We houden een cybercrisis oefening in samenwerking met de Veiligheidsregio Utrecht om leerpunten te ontdekken.
Programma 3 | Veiligheid - Indicatoren Indicatoren Bij dit programma horen de volgende landelijke indicatoren: 1. Veiligheid: o
Verwijzingen Halt
o
Winkeldiefstallen
o
Geweldsmisdrijven
o
Diefstallen uit woning
o
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte).
Deze indicatoren samen met de indicatoren van de andere programma's zijn opgenomen in de financiële begroting bij onderdeel 14 | Indicatoren BBV.
Programma 3 | Veiligheid - Verbonden partijen Veiligheidsregio Utrecht (VRU) De VRU draagt zorg voor een adequate brandweerzorg en een goed voorbereide crisisbeheersingsorganisatie.
Het Zorg- en Veiligheidshuis Regio Utrecht (ZVHRU) In het Veiligheidshuis werken de aangesloten organisaties (politie, gemeente, reclassering, raad voor de kinderbescherming etc.) op één fysieke plek samen om preventie, repressie en nazorg naadloos op elkaar te laten aansluiten. Het doel daarbij is om recidive voorkomen, leefomstandigheden te verbeteren en het structureel aanpakken van achterliggende problemen bij de verdachte.
Stichting Beveiliging Bedrijventerrein De Ronde Venen (SBB) De Stichting Beveiliging Bedrijventerrein De Ronde Venen staat voor het bevorderen van het ongestoorde gebruik van goederen en zaken op het bedrijventerrein De Ronde Venen door de bij de stichting aangesloten ondernemingen.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 42 van 164
Programma 3 | Veiligheid - Wat mag het kosten? Wat mag het kosten? Bedragen x €1.000
Exploitatie
Begroting 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Lasten
4.575
4.587
4.727
4.723
Baten
79
79
79
79
4.496
4.507
4.648
4.643
Saldo van programma 3
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 43 van 164
Programma 4 | Bestuur en bedrijfsvoering Programma 4 | Welk maatschappelijk effect willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Maatschappelijke effect voor 2024 B24 | 4.1 Inwoners praten mee
Actie(s) voor 2024 B24 | 4.1.1 We geven uitvoering aan het inwonerparticpatiebeleid Samen met de samenleving wordt vorm gegeven aan de uitwerking van het inwonerparticipatiebeleid. In de organisatie wordt inwonerparticipatie een vanzelfsprekendheid,
B24 | 4.1.2 We gaan het 'lokaal samenspel' aan met de samenleving Er wordt een dorpentour georganiseerd. In elk dorp gaat het college in gesprek met de samenleving.
B24 | 4.1.3 Kinderen maken kennis met het gemeentebestuur In samenwerking met ProDemos worden activiteiten in het gemeentehuis georganiseerd gericht op kinderen.
Maatschappelijke effect voor 2024 B24 | 4.2 Een moderne en klantgerichte gemeente
Actie(s) voor 2024 B24 | 4.2.1 Nieuwe inwoners van binnen en buiten de EU kunnen zich bij 1 loket vestigen en krijgen hier alle benodigde informatie die hen helpt om sneller wegwijs te worden in de regio. Door het aansluiten van De Ronde Venen bij de IWCUR kunnen buitenlandse kennis- en arbeidsmigranten en studenten die zich in onze gemeente vestigen terecht bij één centraal punt voor het afhandelen van overheidstaken en hebben zij meer keuze in dienstverlening. Het International Welcome Centre Utrecht Region (IWCUR) helpt (nieuwe) internationale inwoners die vanuit het buitenland naar Nederland komen om hier te werken en ontzorgt werkgevers bij het inschrijven en wegwijs maken van hun werknemers.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 44 van 164
Programma 4 | Bestuur en bedrijfsvoering - Indicatoren Indicatoren Bij dit programma horen de volgende landelijke indicatoren: 1. Bestuur en ondersteuning: o
Formatie
o
Bezetting
o
Apparaatskosten
o
Externe inhuur
o
Overhead
Deze indicatoren zijn opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering bij het onderdeel Landelijke bedrijfsvoeringsindicatoren.
Programma 4 | Bestuur en bedrijfsvoering - Verbonden partijen Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHC VV) Het gezamenlijk uitvoeren van de Archiefwet 1995 en het adequaat aanleggen, beheren en bewaren van een zo compleet mogelijk archief is de opdracht voor het RHCVV. In het kader van de digitale overheid richt het RHCVV zich ook op de digitalisering van de archieffunctie; een duurzame opslag en toegankelijkheid van het digitale archief. In 2019 is de beleidsvisie 2020 - 2024 vastgesteld. De uitgangspunten zijn taakuitvoering op basisniveau, soberheid, maatwerk en de erfgoedtaak meer in balans brengen. In de meerjarenbegroting 2024-2027 zijn de uitkomsten verwerkt van de bestuurlijke toekomstverkenning RHCVV.
Stichting Regionaal Inkoopbureau IJmond & Kennemerland (RIJK) Via samenwerking, waarbij ondersteuning wordt verkregen bij inkoop en aanbesteden, wordt gekomen tot kwalitatief en kwantitatief goede inkoopresultaten.
Amstelland-Meerlandenoverleg Via de samenwerking Amstelland-Meerlandenoverleg (AM) is de relatie met de buurgemeenten in de provincie Noord-Holland versterkt op onder andere de thema’s verkeer (incl. openbaar vervoer), ruimte, wonen, economie en recreatie. Bijkomend voordeel van deze samenwerking is, dat de AMregio onderdeel is van de Metropool Regio Amsterdam (MRA), waardoor De Ronde Venen, alhoewel zij geen deelnemer is van de MRA, als buurgemeenten van de MRA meer bestuurlijke contacten met de MRA heeft en ook meer bekendheid heeft met hetgeen in de MRA speelt.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) Bij de samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) functioneert de VNG als een vraagbaak voor de gemeente en faciliteert met bijvoorbeeld modelverordeningen. Daarnaast is zij gesprekspartner voor de Rijksoverheid op onderwerpen die alle gemeenten aangaan – vaak medebewindstaken.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 45 van 164
Het belang om als gemeenten gezamenlijk te werken aan de gemeentelijke uitvoeringskracht is groot. Omdat de vraagstukken te divers en vaak te complex zijn om als gemeente zelfstandig op te pakken en omdat er winst te behalen is om dat samen te organiseren. Winst in termen van verbetering van de kwaliteit en toegankelijkheid van de dienstverlening aan burgers en bedrijven en kostenbesparingen. Daarom hebben gemeenten op de Algemene ledenvergadering (ALV) van de VNG in 2017 besloten tot een gezamenlijke aanpak met een solide en representatieve governance en gezamenlijke gemeentelijke bekostiging: Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU).
Gemeentebelastingen Amstelland In een dienstverleningsovereenkomst is vastgelegd dat via een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie, genaamd Gemeentebelastingen Amstelland, de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) tijdig en rechtmatig plaatsvinden.
BNG Bank De BNG Bank is de huisbankier van de gemeente.
N.V. Vitens Deze partij draagt bij aan de drinkwatervoorziening en –kwaliteit.
U10 De U10 werkt als een bestuurlijk netwerk. Ook werkt de U10 samen met andere overheden en private partners. Wij werken samen in U10-verband aan het realiseren van lokale opgaven door gemeenschappelijke onderwerpen en belangen te verkennen en op basis hiervan gemeenschappelijke ambities te formuleren en activiteiten te ondernemen. Leden van het college nemen op basis van hun portefeuille deel aan de regionale bestuurstafels. Dit gebeurt aan 5 bestuurstafels: Duurzame bereikbaarheid, Economische positionering, Gezonde woonen leefomgeving, Groen en landschap en Klimaatneutrale regio. Ook wordt samengewerkt aan de Regionale Energiestrategie U16 en de Woondeal.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 46 van 164
Programma 4 | Bestuur en bedrijfsvoering - Wat mag het kosten? Wat mag het kosten? Bedragen x €1.000
Exploitatie
Begroting 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Lasten
24.393
24.437
24.677
24.977
Baten
875
872
1.023
1.116
23.518
23.564
23.654
23.861
Saldo van programma 4
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 47 van 164
Programma 5 | Financiën Programma 5 | Algemene dekkingsmiddelen Financiën In dit programma komt de inzet van reserves tot uitdrukking in de 'onttrekkingen' en 'stortingen'. Bedragen x €1.000
Exploitatie
Begroting 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Lasten
1.370
1.420
1.386
1.377
Baten
86.444
89.083
83.384
83.314
Saldo van baten en lasten
-85.074
-87.663
-81.998
-81.937
Onttrekkingen
3.306
1.630
641
419
Stortingen
3.947
0
0
0
Saldo van inzet reserves
641
-1.630
-641
-419
Saldo van programma 5
-84.432
-89.292
-82.639
-82.357
Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen Een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen is opgenomen in de financiële begroting.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 48 van 164
Paragrafen
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 49 van 164
Lokale heffingen Samenvatting •
Lokale heffingen hebben als doel middelen te verwerven waarmee de gemeente uitgaven kan doen om gemeentelijke taken uit te voeren. Ze vormen daarmee een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. De lokale lasten worden vooral door inwoners maar ook door bedrijven opgebracht.
•
De invoering, wijziging of intrekking van een lokale heffing vindt plaats via een door de gemeenteraad vast te stellen verordening.
•
De lokale heffingen bestaan uit gemeentelijke belastingen, rechten en retributies.
•
Gemeentelijke belastingen kunnen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding ongebonden dan wel gebonden is. o
Ongebonden lokale heffingen, zoals de onroerendzaakbelasting (OZB) en forensenbelasting, rekenen we tot de algemene dekkingsmiddelen, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding ervan is niet gebonden aan een bepaalde taak.
o
Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Hiervoor geldt het uitgangspunt dat ze kostendekkend zijn.
o
Rechten en retributies zijn vergoedingen voor door de gemeente verrichte diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in deze rechten en retributies. Het beleid is gericht op een rechtvaardige verdeling van deze kosten.
•
De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen worden geraamd op basis van het uitgangspunt dat wordt gestreefd naar 100% kostendekking.
•
De voor 2024 geldende tarieven voor de overige belastingen en rechten stijgen met een inflatiecorrectie van 4,2%, uiteraard met uitzondering van die tarieven, die het Rijk heeft vastgesteld of gemaximeerd. De overige uitzonderingen worden toegelicht in het voorstel tot vaststelling van de belasting- en legesverordeningen 2024. Hiermee wordt de beslisboom van het coalitieakkoord gevolgd.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 50 van 164
Meerjarig overzicht van de opbrengsten van lokale heffingen (bedragen x € 1.000)
Nr.
Heffing
2023
2024
2025
2026
2027
Ongebonden heffingen 1
Onroerendezaakbelasting voor woningen
6.272
6.596
6.596
6.596
6.596
2
Onroerendezaakbelasting voor niet-woningen
3.951
4.507
4.507
4.507
4.507
3
Forensenbelasting
337
351
351
351
351
4
Roerende zaakbelasting
85
88
88
88
88
5
Parkeerbelasting
6
6
35
6
6
Gebonden heffingen 6
Afvalstoffenheffing
6.370
6.202
6.265
6.327
6.389
7
Rioolheffing
5.090
5.314
5.364
5.415
5.466
8
Leges wonen en bouwen
1.605
1.892
2.546
2.815
2.942
9
Leges burgerzaken (incl. rijksleges)
364
806
803
954
1.047
10
Toeristenbelasting: Landtoeristenbelasting
574
598
598
598
598
Watertoeristenbelasting
93
97
97
97
97
11
Begraafplaatsrechten
337
416
416
416
416
12
Overige leges
205
255
268
268
268
13
Bedrijveninvesteringszones (BIZ)
110
110
110
110
110
14
Marktgelden
57
58
58
58
58
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 51 van 164
01 | Onroerendezaakbelasting voor woningen Algemeen De onroerendezaakbelasting (OZB) is een algemene heffing, die wordt bepaald aan de hand van de in de begroting vastgestelde opbrengst en de WOZ-waarden van de objecten in de gemeente. In de begroting stellen we de opbrengst vast. Daarbij wordt de opbrengst van 2023 vermenigvuldigd met een indexatie en vindt er een correctie plaats naar aanleiding van de stijging van het aantal objecten (peildatum is 1 januari 2023 voor de begroting 2024). Het tarief wordt vervolgens bepaald door de gewenste opbrengst te delen door de totale WOZ-waarde. Dit betekent bij een stijging van de WOZwaarde een lager tarief en bij daling van de WOZ-waarde een hoger tarief wordt vastgesteld. Als de opbrengst achteraf hoger blijkt te zijn dan waar mee gerekend was, dan levert dit eenmalig een voordeel op, maar het jaar er na vindt een neerwaartse bijstelling van het tarief plaats. Indicatie tarief Om inzicht te geven in de berekening van de OZB-inkomsten en de daaraan gekoppelde tariefstelling is in onderstaande tabel de berekening opgenomen. Het heffingstarief is afhankelijk van de ontwikkeling van de WOZ-waarden. Deze WOZ wordt continu geactualiseerd. Eind 2023 wordt een tariefvoorstel gedaan waarbij de meest actuele WOZ wordt betrokken.
Berekening OZB voor woningen (bedrag x € 1.000) •
Basis opbrengst meerjarenraming
•
Areaaluitbreiding (151 woningen in 2022)
58
•
Indexering 4,2%
266
6.272
Gewenste opbrengst Indicatie WOZ-waarden per 1/1/2023 Indicatie tarief 2024
6.596 10.606.500 0,0622%
Onroerendezaakbelasting voor woningen en de relatie met de algemene uitkering •
Alle gemeenten ontvangen van het Rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit is de belangrijkste inkomstenpost voor iedere gemeente. De hoogte van de rijksbijdrage bestaat uit een genormeerd kosten georiënteerd bestanddeel waarvan de genormeerde OZBinkomsten worden afgetrokken. Het kosten georiënteerde bestanddeel wordt bepaald door verschillende variabelen; aantal inwoners en woningen, leeftijdsopbouw, aantal bijstandontvangers, centrumfunctie, etc.
•
Het genormeerde OZB-inkomsten bestanddeel wordt bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ-waarden in de gemeente. De aftrekpost voor 2024 is € 7,5 miljoen. Het tarief is voor alle gemeenten gelijk. Verschillen tussen gemeenten in de OZBaftrekpost worden daardoor alleen bepaald door verschillen in de waarden van onroerende zaken. De tarieven die de gemeenten werkelijk in rekening brengen bij de gebruikers en eigenaren van onroerende zaken spelen hierbij geen enkele rol. Dit betekent dat wanneer een
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 52 van 164
gemeente het OZB-tarief verhoogt of verlaagt dat geen gevolgen voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft. Alleen als de waarde verandert, door hertaxatie of door nieuwbouw of sloop, verandert de algemene uitkering. Onroerendezaakbelasting voor woningen in vergelijking met omliggende gemeenten In onderstaand grafiek is het tarief 2023 van de onroerendezaakbelasting woningen vergeleken met omliggende gemeenten in de provincie Utrecht. Hierbij is gebruik gemaakt van de 'Atlas van de lokale lasten 2023'. Deze atlas is samengesteld door een onafhankelijk onderzoeksinstituut die verbonden is aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voorjaar van 2024 wordt de Atlas van de lokale lasten 2024 uitgebracht. De uitkomsten hiervan nemen we op in de volgende begroting.
(Bron: Coelo 2023)
02 | Onroerendezaakbelasting voor niet-woningen Algemeen Voor de onroerendezaakbelasting voor niet-woningen geldt dezelfde methodiek als beschreven bij 'Onroerendezaakbelasting voor woningen'.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 53 van 164
Indicatie tarief Om inzicht te geven in de berekening van de OZB-inkomsten en de daaraan gekoppelde tariefstelling is in onderstaande tabel de berekening opgenomen. Het heffingstarief is afhankelijk van de ontwikkeling van de WOZ-waarden. Deze WOZ wordt continu geactualiseerd. Eind 2023 wordt een tariefvoorstel gedaan waarbij de meest actuele WOZ wordt betrokken.
Berekening OZB voor niet-woningen (bedrag x € 1.000)
•
Basis opbrengst meerjarenraming
•
Indexering 4,2%
Gewenste opbrengst Indicatie WOZ-waarden per 1/1/2023 na correctie leegstand bij gebruikers Indicatie tarief 2024
Eigenaren
Gebruikers
Samen
2.596
1.730
4.326
109
72
181
2.705
1.802
4.507
1.047.600
810.180
0,2582%
0,2224%
0,4806%
Onroerendezaakbelasting voor niet-woningen en de relatie met de algemene uitkering •
Alle gemeenten ontvangen van het Rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit is de belangrijkste inkomstenpost voor iedere gemeente. De hoogte van de rijksbijdrage bestaat uit een genormeerd kosten georiënteerd bestanddeel waarvan de genormeerde OZBinkomsten worden afgetrokken. Het kosten georiënteerde bestanddeel wordt bepaald door verschillende variabelen; aantal inwoners en woningen, leeftijdsopbouw, aantal bijstandontvangers, centrumfunctie, etc.
•
Het genormeerde OZB-inkomsten bestanddeel wordt bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ-waarden in de gemeente. De aftrekpost voor 2024 is € 3,7 miljoen. Het tarief is voor alle gemeenten gelijk. Verschillen tussen gemeenten in de OZBaftrekpost worden daardoor alleen bepaald door verschillen in de waarden van onroerende zaken. De tarieven die de gemeenten werkelijk in rekening brengen bij de gebruikers en eigenaren van onroerende zaken spelen hierbij geen enkele rol. Dit betekent dat wanneer een gemeente het OZB-tarief verhoogt of verlaagt dat geen gevolgen voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft. Alleen als de waarde verandert, door hertaxatie of door nieuwbouw of sloop, verandert de algemene uitkering.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 54 van 164
Onroerendezaakbelasting voor niet-woningen in vergelijking met omliggende gemeenten Zowel de eigenaar als de gebruiker van een niet-woning betaalt onroerendezaakbelasting. De afzonderlijke tarieven voor de eigenaar en voor de gebruiker zijn niet erg interessant voor de lastenontwikkeling. Die zeggen namelijk niets over de vraag welk deel de eigenaar of de gebruiker uiteindelijk betaalt. Zo zal de verhuurder van een bedrijfspand de OZB die hij moet betalen zoveel mogelijk doorberekenen in de huur. Daarom zijn de tarieven voor niet-woningen gebundeld weergegeven.
(Bron: Coelo 2023)
03 | Forensenbelasting De forensenbelasting dient ertoe om mensen die relatief veel in een gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van deze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in die gemeente. Het doel is niet om kosten voor deze voorzieningen één op één te verhalen, maar juist om een bijdrage te vragen aan het algemene voorzieningenniveau van de gemeente. De opbrengsten van de forensenbelasting zijn doorgaans relatief laag in verhouding tot de andere belastingen die de gemeente heft. Een uitzondering geldt voor de gemeenten met veel tweede woningen; hier kan de forensenbelasting juist een substantieel deel van de begroting vormen. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf van de onroerendezaakbelasting voor woningen.
04 | Roerende zaakbelasting Roerende zaakbelasting is een gemeentelijke belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten. Voorbeelden hiervan zijn woonboten, woonarken of woonwagens. De roerende zaakbelasting bestaat uit 2 soorten belasting: een eigenaren- en een gebruikersbelasting.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 55 van 164
05 | Parkeerbelasting De parkeerbelasting heeft betrekking op betaald parkeren in Vinkeveen en het verstrekken van ontheffingen voor 'blauwe zones'. Deze ontheffingen zijn 5 jaar geldig. In 2025 wordt een eenmalige piek verwacht door het invoeren van een meerjarige ontheffing.
06 | Afvalstoffenheffing Uitgangspunten: •
Herijking grondstoffenbeleid 2020 (oktober 2022).
•
De afvalstoffenheffing is 100% kostendekkend.
•
Vanaf 1 januari 2024 betaalt iedereen in De Ronde Venen afvalstoffenheffing op basis van een kleine of grote restafvalcontainer. Op deze manier beloont de gemeente inwoners als ze afval goed scheiden en zo min mogelijk restafval aanbieden.
•
Via de voorziening afvalstoffenheffing worden incidentele tegenvallers in de kosten en de opbrengsten van afval opgevangen zonder dat er tariefsaanpassingen nodig zijn. Zie voor de ontwikkeling van deze voorziening de 'Financiële begroting' bij het onderdeel 11 | De stand en het gespecificeerde verloop van voorzieningen.
Afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000) 2024
2025
2026
2027
Opbrengsten: •
Afvalstoffenheffing
6.202
6.265
6.327
6.389
•
Overige opbrengsten
484
484
484
484
6.686
6.749
6.811
6.873
5.338
5.356
5.339
5.332
-390
-345
-272
-210
Totaal opbrengsten Kosten: •
Directe kosten
•
Verrekening met voorziening afvalstoffenheffing
•
Toegerekende kosten overhead
693
693
699
706
•
Toegerekende kosten straatreiniging
208
208
208
208
•
Toegerekende kosten heffing en
137
137
137
137
700
700
700
700
invordering •
BTW
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 56 van 164
Afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000) 2024
2025
2026
2027
Totaal kosten
6.686
6.749
6.811
6.873
Dekkingspercentage
100%
100%
100%
100%
Indicatie tarieven: •
140 liter container
278,40
278,40
278,40
278,40
•
240 liter container
378,40
378,40
378,40
378,40
07 | Rioolheffing Uitgangspunten: •
Water- en Rioleringsplan De Ronde Venen 2023 - 2027.
•
De rioolheffing is 100% kostendekkend.
•
De rioolheffing wordt geheven van eigenaren van woningen en niet-woningen.
•
De verordening op de heffing en invordering rioolheffing is zo opgebouwd dat alle eigenaren van panden met een WOZ-waarde hoger dan € 30.000 rioolheffing moeten betalen om de gemeentelijke watertaken te kunnen bekostigen. Deze watertaken zijn het inzamelen van afvalwater, verwerken van hemelwater en het treffen van maatregelen om structureel grondwateroverlast te voorkomen. Dus het gaat niet alleen om het object maar over de waterhuishouding binnen de gehele gemeente.
•
Bij een waterverbruik boven de 300 kuub ontvangt de gebruiker een aanslag voor het meerverbruik.
•
Via de voorziening rioolheffing worden incidentele tegenvallers in de kosten en de opbrengsten van riool opgevangen zonder dat er tariefsaanpassingen nodig zijn. Zie voor de ontwikkeling van deze voorziening de 'Financiële begroting' bij het onderdeel 11 | De stand en het gespecificeerde verloop van voorzieningen.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 57 van 164
Rioolheffing (bedragen x € 1.000) 2024
2025
2026
2027
Rioolheffing
5.314
5.364
5.415
5.466
Totaal opbrengsten
5.314
5.364
5.415
5.466
3.946
3.989
3.927
3.942
23
30
136
166
Opbrengsten: •
Kosten: •
Directe kosten
•
Verrekening met voorziening rioolheffing
•
Toegerekende kosten overhead
640
640
646
652
•
Toegerekende kosten straatreiniging
66
66
66
66
•
Toegerekende kosten baggeren
77
77
78
78
•
Toegerekende kosten heffing en
137
137
137
137
BTW
425
425
425
425
Totaal kosten
5.314
5.364
5.415
5.466
Dekkingspercentage
100%
100%
100%
100%
235,20
235,20
235,20
235,20
85,40
85,40
85,40
85,40
invordering •
Indicatie tarieven: •
Vast bedrag per perceel
•
Variabel bedrag voor het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd voor zo ver dat meer bedraagt dan driehonderd (300) kuub
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 58 van 164
08 | Leges wonen en bouwen Onder dit onderdeel vallen de leges voor de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning. Hiervan is een deel afhankelijk van te bouwen woningen waarvan de locatie in eigendom van derden is. Dit zorgt voor een wisselende omvang van de opbrengst leges in het financiële meerjarenperspectief. Daarnaast start vanaf 1 januari 2024 de nieuwe Omgevingswet en de wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Beide wetten hebben invloed op de opbrengst van de leges.
09 | Leges burgerzaken Voor de afgifte van paspoort, rijbewijs of identiteitskaart wordt leges in rekening gebracht. Het Rijk bepaalt de tarieven voor akten burgerlijke stand, reisdocumenten, rijbewijzen en verklaring omtrent gedrag. In de meerjarenramingen is rekening gehouden dat inwoners om de 10 jaar een paspoort aanvragen en om de 5 jaar een rijbewijs.
10 | Land- en watertoeristenbelasting Er zijn twee soorten toeristenbelasting, namelijk landtoeristenbelasting en watertoeristenbelasting. Voor de landtoeristenbelasting geldt gedifferentieerde tarieven voor vaste onderkomens en een mobiel kampeeronderkomen. De tarieven voor 2024 van de landtoeristenbelasting zijn: •
Vast onderkomen € 3,10 (2023: € 3,00) per persoon per nacht;
•
Mobiel onderkomen € 1,70 (2023: € 1,65) per persoon per nacht.
In de provincie Utrecht heffen de meeste gemeenten toeristenbelasting. In onderstaande grafiek is opgenomen de prijs per hotelovernachting bij een gemeente in de provincie Utrecht.
(Bron: Coelo 2023)
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 59 van 164
De gemeenten Bunschoten, IJsselstein en Montfoort kennen geen toeristenbelasting. Het hoogste tarief geldt voor een hotelovernachting in de gemeente Utrecht.
11 | Begraafplaatsen Er zijn drie gemeentelijke begraafplaatsen, namelijk aan de Bijdorplaan in Abcoude, aan de Rijksstraatweg in Baambrugge en aan de Ringdijk in Wilnis. Voor het gebruik van de begraafplaats en voor de door de gemeente te verlenen diensten bij een begrafenis worden heffingen in rekening gebracht. In de Kadernota 2024 staat vermeld dat de tarieven van begraafplaatsen worden aangepast aan de gestegen kosten. Om daarmee te komen tot 100% kostendekkend. Ten opzichte van 2023 stijgt de kostendekking van 86% naar 100%.
Begraafplaatsen (bedragen x € 1.000) 2024
2025
2026
2027
416
416
416
416
416
416
416
416
260
260
260
260
158
158
159
161
418
418
419
421
100%
100%
99%
99%
Opbrengsten: •
Begraafplaatsrechten
Totaal opbrengsten Kosten: •
Directe kosten
•
Toegerekende kosten overhead
Totaal kosten Dekkingspercentage
De verschillende tarieven zoals voor eigen graven, grafkelders, kindergraven, urnen en voor het kopen en plaatsen van een blaadje aan de gedenkboom worden opgenomen in de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten.
12 | Overige leges In de overige leges is opgenomen de verstrekte vergunningen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en toezicht op kinderopvang.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 60 van 164
13 | Bedrijveninvesteringszones (BIZ) De BIZ-bijdrage is geen inkomsten voor de gemeente maar wordt door de gemeente geheven en als subsidie overgedragen aan de Stichting Koopcentrum Mijdrecht. Deze regeling geldt voor de jaren 2020 - 2024.
14 | Marktgelden Voor het innemen van standplaatsen op de wekelijkse warenmarkten wordt 'marktgeld' geheven.
Ontwikkeling woonlasten voor inwoners In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten opgenomen van een meerpersoonshuishouden. De OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing vormen samen de gemeentelijke woonlasten voor huishoudens. Ter vergelijking zijn de woonlasten over het jaar 2023 weergegeven.
2023
2024
382
398
Rioolheffing
216
235
Afvalstoffenheffing
358
378
956
1.011
OZB-lasten bij gemiddelde WOZ-waarde (2023: € 598.000 en 2024: € 619.000)
Totale woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning Gemiddelde woonlasten in de provincie Utrecht (Bron: COELO)
Landelijk gemiddelde (Bron: COELO)
1.029
944
Nog niet bekend Nog niet bekend
In het voorjaar van 2024 wordt de Atlas van de lokale lasten 2024 uitgebracht. De uitkomsten hiervan nemen we op in de volgende begroting.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 61 van 164
Ontwikkeling belastingdruk voor ondernemers •
Bij het vaststellen van de programmabegroting 2021 is de motie “Ondernemers in beeld” aangenomen. Op basis van deze motie zijn de lasten voor de ondernemer in De Ronde Venen (zoveel mogelijk) in beeld gebracht.
•
De lokale heffingen voor ondernemers bestaan uit OZB niet-woningen, rioolheffing, afvalstoffenheffing, marktgelden en Bedrijven investeringszone (BIZ)-bijdrage.
•
De BIZ-bijdrage is geen inkomsten voor de gemeente maar wordt door de gemeente geheven en als subsidie overgedragen aan de Stichting Koopcentrum Mijdrecht. Er zijn ook lokale heffingen die niet ten laste komen van de ondernemers maar wel via de ondernemer worden geheven, dat zijn land- en watertoeristenbelasting.
•
Ondernemers worden ingedeeld naar winkel, kantoor, hotel, agrarisch bedrijf, groothandel en productiebedrijf. Door de variatie in ondernemers ontstaan verschillen in de gemiddelde WOZwaarden, waterverbruik en afval. Hierdoor is er geen benchmark beschikbaar op gemeentelijk niveau. Van de lokale lasten is de onroerendezaakbelasting de belangrijkste voor ondernemers. Uit de vergelijking met omliggende gemeenten blijkt dat we een laag tarief hanteren.
Kwijtscheldingsbeleid Als inwoners een laag inkomen hebben dan kunnen zij in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. De belasting hoeft dan niet of niet helemaal betaald te worden. In 2024 is rekening gehouden met € 151.000 aan kwijtscheldingen. Deze kosten maken onderdeel uit van het gemeentelijk minimabeleid.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 62 van 164
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Samenvatting 1. De begroting laat voor boekjaar 2026 en 2027 een tekort zien. Dit is in lijn met de verwachting, naar aanleiding van de ontwikkelingen van de Algemene uitkering. 2. Als gemeente brengen we zoveel mogelijk relevante risico’s die we lopen in beeld, zodat we adequate maatregelen kunnen treffen. We streven ernaar dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de uitvoering van het bestaande beleid. Daarvoor stimuleren we het risicobewustzijn van medewerkers en het tijdig treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van risico’s. Als toch een financieel risico zich voortdoet dan kunnen we het weerstandsvermogen inzetten. De geactualiseerde verhouding tussen risico's en de mogelijkheid om deze te kunnen opvangen vanuit het weerstandsvermogen is "uitstekend". 3. Door nog uit te voeren investeringen in wegen, riolering, sportvelden, onderwijshuisvesting en ICT nemen de kosten van afschrijvingen toe met € 2,5 miljoen van € 4,2 miljoen in 2023 naar € 6,7 miljoen in 2027. Dit zorgt ervoor dat enerzijds de voorzieningen voor de inwoners toenemen en anderzijds dat de gemeentelijke kosten steeds meer een langdurig karakter hebben. 4. Om de geplande investeringen uit te voeren gaan we geldleningen aantrekken om deze te financieren.
Hierdoor neemt de schuldenpositie toe en dat is zichtbaar in het financieel kengetal 'netto schuldquote'.
Beleidskader voor weerstandsvermogen en risicobeheersing We willen een gezonde financiële positie om voldoende slagkracht te hebben voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Dat vergt niet alleen een structureel sluitende begroting en jaarrekening, maar daarnaast voldoende weerstandscapaciteit in relatie tot de risico's. Informatie over de financiële positie, het weerstandsvermogen en de risico's zijn beschreven in deze paragraaf.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 63 van 164
Financiële kengetallen •
Landelijk is bepaald dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing vijf kengetallen worden opgenomen. De kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen hebben geen functie als normeringsinstrument, maar zijn juist bedoeld om de gemeentelijke financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken en de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten.
•
In overleg met de auditcommissie is het kengetal 'afschrijvingen' toegevoegd aan de financiële kengetallen.
Rekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
1
Netto schuldquote
45%
73%
78%
89%
105%
115%
2
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle
43%
70%
76%
87%
103%
112%
verstrekte leningen 3
Solvabiliteitsratio
30%
22%
19%
18%
15%
12%
4
Structurele exploitatieruimte
3,7%
-1,8%
0,9%
2,5%
-2,9%
-3,4%
5
Grondexploitatie
-1%
0%
0%
0%
0%
0%
6
Belastingcapaciteit
103%
101%
99%
99%
99%
99%
7
Afschrijvingen x € 1.000
4.091
4.154
5.016
5.344
6.034
6.675
8
Afschrijvingen uitgedrukt in een percentage
3,6%
3,4%
4,3%
4,6%
5,1%
5,6%
t.o.v. de lasten Toelichting:
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 64 van 164
1. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De schuldpositie neemt toe om de geplande investeringen te kunnen financieren. Ten opzichte van de landelijk afgesproken signaleringswaarden verschuiven we van de categorie 'minst risicovol' voor de jaren 2022 -2024 naar 'risicovol' vanaf 2025. 2. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, zoals het startersfonds SVn, vertoont hetzelfde beeld. 3. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Ten opzichte van de landelijk afgesproken signaleringswaarden vallen we vanaf 2024 onder de categorie 'meest risicovol'. 4. Voor de structurele exploitatieruimte geldt: hoe hoger het percentage, hoe beter. Als de baten structureel hoger zijn dan de structurele lasten geeft dit meer slagkracht om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Ten opzichte van de landelijk afgesproken signaleringswaarden vallen we voor 2024 onder de categorie 'risicovol'. Over de tekorten bij gemeenten vanaf 2026 vindt overleg plaats met het Rijk. 5.
De boekwaarde van de voorraden grond worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Ten opzichte van de landelijk afgesproken signaleringswaarden vallen we onder de categorie 'minst risicovol'. 6. De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het landelijk gemiddelde in 2023 is € 944 aan gemeentelijke woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Onze woonlasten zijn in 2023 1% hoger ofwel € 956. In 2024 wordt het landelijk gemiddelde voor 2024 bekend gemaakt. 7. Door een toename van investeringen in wegen, bruggen, verlichting, riolering, sportaccommodaties en vastgoed stijgen de afschrijvingskosten van € 4.091.000 in 2022 naar € 6.667.000 in 2027. 8. Een procentuele toename van de afschrijvingen ten opzichte van de totale lasten geeft aan een vermindering van de wendbaarheid in de begroting.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 65 van 164
Relatie tussen de omvang van aflossingen en die van afschrijvingen Het is van belang om inzicht te geven of op termijn de aflossingen ongeveer gelijk gaan lopen met de afschrijvingen. Daarom is in het Treasurystatuut opgenomen dat in zowel de begroting als in de verantwoording inzicht wordt verstrekt tussen de relatie tussen de omvang van afschrijvingen en die van aflossingen. Uit onderstaand grafiek blijkt dat de aflossingen en afschrijvingen meerjarig op elkaar aansluiten.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio van de weerstandscapaciteit en de risico's.
De middelen en mogelijkheden waarover de Weerstandscapaciteit
gemeente kan beschikken om niet begrote kosten te dekken.
Weerstandvermogen
Een risico is een kans op het optreden van een positieve of negatieve gebeurtenis van Risico's
materieel belang die niet is voorzien in de begroting. Beleidswensen vallen niet onder risico's.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 66 van 164
1
Beschikbare
Rekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
36.581
28.020
30.261
32.097
26.189
22.315
10.925
11.290
10.963
10.963
10.963
10.963
3,3
2,5
2,8
2,9
2,4
2,0
weerstandscapaciteit (x € 1.000) 2
Risico's (x € 1.000)
3
Weerstandsvermogen
Een ratio hoger dan 2 wordt bestempeld als 'uitstekend'.
Beschikbare weerstandscapaciteit De middelen waarover de gemeente De Ronde Venen kan beschikken om niet begrote kosten te dekken zijn weergegeven in onderstaande tabel.
Inventarisatie weerstandscapaciteit (bedragen x € 1.000)
1
Rekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
3.137
-2.010
1.093
2.989
-3.240
-3.876
0
125
130
132
133
135
Begrotings- of rekeningresultaat
2
Post onvoorzien
3
Algemene reserve
21.706
17.967
17.100
17.038
17.358
14.118
4
Onbenutte
7.500
7.700
7.700
7.700
7.700
7.700
4.238
4.238
4.238
4.238
4.238
4.238
36.581
28.020
30.261
32.097
26.189
22.315
belastingcapaciteit 5
Stille reserves
Totaal Toelichting:
1. De begrotings- of rekeningresultaten van de jaren 2022 - 2027 maken onderdeel uit van de weerstandscapaciteit. 2. In overeenstemming met het begrotingstoezicht van de provincie Utrecht is budget opgenomen voor het opvangen van onvoorziene, onvermijdbare en onuitstelbare kosten voor de jaren 2023 - 2027. 3. De algemene reserve is het niet-bestemde deel van het eigen vermogen van de gemeente. Deze reserve speelt een belangrijke rol in de weerstandscapaciteit van de gemeente.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 67 van 164
4. De gemeente kan structureel (extra) middelen genereren door belastingen te verhogen en heffingen meer kostendekkend te maken (voor zover daar nog mogelijkheden voor bestaan). Het structureel genereren van extra middelen kan worden ingezet om de weerstandscapaciteit te versterken. De belastingruimte is hoofdzakelijk te vinden bij de onroerendezaakbelasting, omdat kostendekkende tarieven het uitgangspunt is bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing. De onbenutte belastingcapaciteit is afgeleid uit de norm die het Ministerie van Binnenlandse Zaken voor 2023 hanteert voor het aanvragen van financiële steun. 5. De stille reserves worden gevormd door de voorraden grond waarvan de taxatiewaarde hoger ligt dan de boekwaarde. Deze reserves zijn van betekenis in relatie tot het balanstotaal, dan wel de financiële positie. De omvang van de stille reserves bedraagt per 1 januari 2023 € 4.238.000. Naast de voorraden grond bezit de gemeente aandelen van BNG Bank en Vitens. Doordat de aandelen van deze partijen in het bezit zijn van het Rijk, provincies en gemeenten is hiervoor geen ‘markt’. Hierdoor wordt volstaan met een melding in deze paragraaf.
Top tien van de risico's In het onderstaande overzicht is de top tien van de totale risico-inventarisatie opgenomen. Daarbij is onder nummer 10 de overige risico's (totaal 37) samengevoegd.
Top 10 van de risico's (bedragen x € 1.000) Onderwerp 1
Algemene uitkering
Gemiddeld 3.000
Beheersmaatregelen Ontwikkelingen vanuit het Rijk worden nauwlettend gevolgd.
2
Extra onvoorziene personele
600
•
Focus op het voorkomen van verzuim
uitgaven, vanwege
door aandacht voor goede
toenemend verzuim, afname
werkomstandigheden en - werkrelaties. •
van kennis door verloop, toenemende complexiteit
Bij ziekte vroegtijdig aandacht voor herstel en begeleiding terug naar werk.
•
van taken en betaling WW door de reorganisatie.
Door opleidings- en ontwikkelmogelijkheden en toepassing van arbeidsvoorwaarden voorkomen dat medewerkers de organisatie vroegtijdig verlaten.
•
Bij reorganisatie in overleg met de betreffende medewerker op zoek gaan naar passende werkzaamheden binnen of buiten de organisatie.
3
Cybercrime - gijzeling van
500
informatie en systemen
Toepassen van de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheden) en dan met name:
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 68 van 164
Top 10 van de risico's (bedragen x € 1.000) Onderwerp
Gemiddeld
Beheersmaatregelen •
Vergroten informatieveiligheidsbewustzijn van de medewerkers
•
Toepassen van Multi Factor Authenticatie
•
Segmentering van het computernetwerk
•
Toepassen van firewall-technieken
•
Toepassen van NAC-technieken (Network Access Control)
•
Toepassen van patch- en hardeningsmanagement
• 4
Cybercrime - Overig (o.a.
500
Monitoren van beheer-accounts
Toepassen van de BIO (Baseline
fraude, phisingmails, schade
Informatieveiligheid Overheden) en dan met
aan buiten installaties en
name: •
software)
Vergroten informatieveiligheidsbewustzijn van de medewerkers
•
Toepassen van actuele endpointbescherming
•
Toepassen van een email-‘wasstraat’
•
Toepassen van ‘vier-ogen’-principe bij financiële transacties
•
Toepassen van software-whitelisting op de gemeentelijke apparaten
5
Revitalisering en
500
huurkwestie woonwagens 6
Terugbetaling na
Uitvoering geven aan raadsbesluit, indien dit niet lukt volgt een ander raadsbesluit.
500
verantwoording
Kennis over verantwoording doeluitkeringen en werkwijzen breder delen.
doeluitkeringen vanwege fouten, ziekte, nalatigheid, niet behalen van het doel of andere omstandigheden. 7
Openeinderegelingen sociaal
450
domein - Jeugdwet
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 69 van 164
Gebruik sociale basis versterken en meer regie voeren op inzet jeugdhulp.
Top 10 van de risico's (bedragen x € 1.000)
8
Onderwerp
Gemiddeld
Financiering
300
Beheersmaatregelen Spreiding van leningenportefeuille en periodiek overleg met de bank.
9
Cybercrime (aanvallen) en
250
Er worden op het gebied van
verstoring of uitval bij derden
informatieveiligheid afspraken gemaakt en
zoals ketenpartners,
periodiek gecontroleerd of de afspraken op
leveranciers en
papier in de praktijk worden nagekomen. We
samenwerkingsverbanden,
laten samenwerkingsverbanden niet alleen
waardoor ons
verantwoording afleggen over de doelen en de
bedrijfsvoeringsproces wordt
middelen, maar ook over informatiebeveiliging
verstoord.
en privacy. We maken gebruik van de kracht van het collectief en standaardiseren wat mogelijk is.
10
Overige risico's
4.363
Dit betreft de kwantificering van de overige 37 risico's.
Totaal
10.963
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 70 van 164
Kapitaalgoederen Samenvatting •
Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte legt beslag op een substantieel deel van de financiële middelen in de programmabegroting. Daarom is het belangrijk dat meerjarig de kaders voor het beheer zijn vastgesteld en de financiële gevolgen inzichtelijk zijn en vertaald in de gemeentebegroting.
•
Actuele beleids- en beheerplannen is een voorwaarde voor het inzichtelijk hebben van toekomstige investeringen en onderhoudsbudgetten om de kapitaalgoederen in stand te houden.
•
De openbare ruimte wordt ook komend jaar beheerd en onderhouden op basis van wettelijke regels, zorgplicht en de bedoelde functionaliteit en kwaliteit zoals die in de beleids- en beheerplannen is benoemd.
•
In 2023 - 2024 wordt voor de kapitaalgoederen openbare verlichting en gebouwen een beheerplan opgesteld en ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Voor kunstwerken wordt in 2024 gestart met het actualiseren van het bestand kunstwerken ter voorbereiding van een nieuw beheerplan 2025 - 2029.
Wegen | Beleid •
Het wegenbeheerplan 2023 - 2027 is in december 2022 in de raad vastgesteld. Dit beheerplan is opgesteld op basis van assetmanagement en is de leidraad voor het wegenbeheer in deze periode.
•
Jaarlijks wordt er een risicoanalyse opgesteld om de (nieuwe) prioritering voor het wegenonderhoud op te stellen.
•
Onder het onderdeel wegen vallen ook de civieltechnische kunstwerken. Hiervoor heeft de raad in november 2019 een beheerplan voor de periode 2020 - 2024 vastgesteld op basis van assetmanagement.
•
Het beleidsplan openbare verlichting 2020 - 2024 is in december 2019 door de raad vastgesteld.
Wegen | Uitvoering Voor wegen staan in 2024 de volgende projecten gepland: •
Reconstructie deel Veldweg;
•
Aanpak parkeersituatie Vinkeveen Noord;
•
Reconstructie 2e Velddwarsweg;
•
Reconstructie A.C. Verhoefweg;
•
Vernieuwen asfalt Mijdrechtse Dwarsweg (Wilnis). Bij deze weg laat de toplaag van het asfalt ineens los. Doelstelling was om deze weg aan te pakken bij de aanleg van de rotonde voor De Maricken 2. Dit staat gepland eind 2025 en zo lang kan niet worden gewacht;
•
Voorbereiden Dukaton;
•
Voorbereiden Burgemeester Padmosweg
•
Scenario's uitwerken reconstructie Baambrugse Zuwe.
Voor kunstwerken staan in 2024 de volgende projecten gepland:
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 71 van 164
•
Nellesteinsebrug (beweegbare brug) voorbereiding 2023, uitvoering 2024;
•
Diverse vaste betonnen en houten bruggen.
Voor verlichting gaan we in 2024 circa 200 masten en circa 600 armaturen in Abcoude vervangen.
Wegen | Financiën •
In het budgetoverzicht van programma 1 Wonen, taakveld 2.1 Verkeer en vervoer zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud wegen, kunstwerken en openbare verlichting opgenomen.
•
De investeringsbudgetten uit het wegenbeheerplan 2023 - 2027 zijn verwerkt in het overzicht nieuwe investeringen 2024 - 2027 van deze programmabegroting. De bedragen zijn aangepast aan de extreme prijsverhogingen die, sinds het in het beheerplan benoemde prijspeil van april 2022, hebben plaatsgevonden. Zo zijn de kosten voor asfalt gemiddeld met 21% toegenomen en die van elementenverharding gemiddeld met 18%.
Riolering | Beleid Een goede riolering draagt bij aan de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Met het gemeentelijk water en rioleringsplan (geactualiseerd en vastgesteld bij raadsbesluit van 26 januari 2023) geeft de gemeente aan hoe zij op een doelmatige manier omgaat met de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.
Riolering | Uitvoering Het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel omvat onder meer het reinigen, ontstoppen en repareren van riolen, dagelijks beheer van rioolgemalen en het vegen van straten. In 2023 worden de acties uit het gemeentelijk water en rioleringsplan (WRP) opgepakt. Deze acties zijn het vervangen/renoveren van de riolering n.a.v. inspectie 2022 en indien mogelijk het treffen van klimaatadaptieve maatregelen.
Riolering | Financiën In het budgetoverzicht van programma 1 Wonen, taakveld 7.2 Riolering zijn de jaarlijkse kosten en opbrengsten van riolering opgenomen. Zoals blijkt uit de paragraaf Lokale heffingen zijn de tarieven van rioolheffing kostendekkend.
Water | Beleid Water is van grote betekenis voor maatschappij, mens en milieu. Om "droge voeten" te houden is het van belang dat de gemeente haar watergangen goed beheert. Dit betekent dat de watergangen tijdig gebaggerd en geschoond moet worden. Daarnaast moet de gemeente de oevers in stand houden. Het waterschap stelt door middel van haar Keur (beheersverordening) eisen aan de watergangen. De gemeente heeft ontvangstplicht voor de vrijgekomen bagger en maaisel.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 72 van 164
Water | Uitvoering Voor de beschoeiingen verhelpen we de ernstige gebreken. De watergangen schonen we van vegetatie. Daarnaast verwerken we de vrijgekomen bagger, conform de wettelijke ontvangstplicht.
Water | Financiën In het budgetoverzicht van programma 1 Wonen, taakveld 2.4 Economische havens en waterwegen zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud aan beschoeiingen en baggeren opgenomen.
Groen | Beleid In november 2022 is het raadsvoorstel 'Hart voor Groen' vastgesteld. Hierin zijn uitgangspunten opgenomen voor het verbeteren van de kwaliteit van het groenonderhoud. Deze uitgangspunten zijn: •
We intensiveren het dagelijks groenonderhoud met als resultaat een kwaliteitsniveau B in 2026.
•
Samen met inwoners en de buitendienst bepalen we op welke wijze het groenonderhoud wordt geïntensiveerd.
•
We investeren in onkruidbestrijding op verharding.
•
We zetten structureel in op vervanging van groen en bomen met aandacht voor biodiversiteit en klimaatadaptatie.
Groen | Uitvoering •
De gemeente zorgt voor het in stand houden van het openbaar groen, zodanig dat deze veilig, heel en schoon is. En voldoet aan de huidige functies, zoals sierfunctie, afschermende functie of gebruiksfunctie.
•
Daarbij gaan we het onderhoud van dit openbaar groen dusdanig intensiveren, zodat we in 2026 gemiddeld op een kwaliteitsniveau B zitten. Hiervoor zijn nieuwe bestekken aanbesteed.
•
We gaan planmatig bomen en groen vervangen.
•
In 2021 zijn we gestart met het bestrijden van de Japanse duizendknoop op een aantal risicolocaties. Alle locaties die bekend zijn worden gemonitord. We zien nog wel dat het aantal locaties met Japanse duizendknoop iets toeneemt. De oppervlakte met Japanse duizendknoop van bestaande locaties neemt niet verder toe. We proberen zoveel mogelijk de risicolocaties met een geringe oppervlakte bestrijden. Dit wordt in 2024 voortgezet.
Groen | Financiën In het budgetoverzicht van programma 1 Wonen, taakveld 5.7 Openbaar groen en recreatie zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud van groen en speelvoorzieningen opgenomen. Vanuit het coalitieakkoord "In het hart" is € 500.000 aan de onderhoudsbudgetten 2024 toegevoegd. Dit zal worden besteed aan het intensiveren van het dagelijks groenonderhoud. Daarnaast is voor zowel groen als bomen € 125.000 aan vervangingsbudgetten opgenomen voor 2024.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 73 van 164
Gebouwen | Beleid De nota Vastgoed en het beheerplan gebouwen zijn in 2017 vastgesteld. Uitvoering wordt gegeven aan de nota Vastgoed. In de tweede helft van 2023 vindt besluitvorming plaats over het geactualiseerde beheerplan gebouwen. De kosten verbonden aan de verduurzaming van de gemeentelijke vastgoedportefeuille is hierin ook inzichtelijk gemaakt. In het nieuwe beheerplan gebouwen zijn de ambities, technische en financiële kaders voor de komende periode opgenomen.
Gebouwen | Uitvoering De gemeentelijke vastgoedportefeuille bestaat uit kantoorgebouwen, onderwijshuisvesting/gymzalen, Veenweidebad, maatschappelijk vastgoed en gebouwen/gronden die te koop staan of komen. Deze laatste categorie is toegelicht in paragraaf Grondbeleid, bij het onderdeel Gronden die niet voor de publieke taak zijn bestemd. In 2024 wordt uitvoering gegeven aan het meerjarenonderhoudsplan gebouwen en het integraal huisvestingsplan onderwijs.
Gebouwen | Financiën In de verschillende domeinen en programma's staan toevoegingen aan de "Onderhoudsvoorziening gemeentelijk vastgoed". Deze voorziening is toegelicht in de Financiële begroting. Naast deze toevoeging aan de voorziening zijn voor verschillende gebouwen budgetten beschikbaar voor regulier contractonderhoud, verzekeringen, energie en belastingen.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 74 van 164
Financiering Samenvatting •
Voor de periode 2023 - 2027 is rekening gehouden met het aantrekken van 85 miljoen euro aan nieuwe geldleningen. Dit is onder meer nodig om investeringen te kunnen betalen.
•
Voor de nieuw aan te trekken geldleningen is rekening gehouden met 3%.
•
Voor stijging van rente is rekening gehouden met een risico van 0,3 miljoen euro. Dit risico is opgenomen in de risico-inventarisatie zoals weergegeven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
•
Aan de boekwaarde van investeringen is voor 2024 1,9% toegerekend en voor de jaren 2025 - 2027 is 2,1% toegerekend.
Beleidskader •
Het uitvoeren van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de landelijke kaders zoals gesteld in de Wet financiering decentrale overheden, de Wet houdbare overheidsfinanciën en de regeling schatkistbankieren voor decentrale overheden.
•
De aanvullende regels vanuit het lokale Treasurystatuut zijn medebepalend voor het uitvoeren van het financieringsbeleid.
•
Het gemeentelijke financieringsbeleid is erop gericht om: o
Te voorzien in de financieringsbehoefte op korte en lange termijn.
o
Het beheersen van de risico’s die met deze transacties verbonden zijn.
o
Het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen.
o
Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
•
Er zijn twee landelijke risicobeheersingsrichtlijnen waaraan de gemeente De Ronde Venen moet voldoen, te weten de kasgeldlimiet ende renterisiconorm.
Programmabegroting 2024 - 2027_2023-09-20 - pagina 75 van 164
Risicobeheersing - Kasgeldlimiet •
Voor korte financiering (looptijd tot 1 jaar) geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. Dit risico wordt beperkt door een zogenoemde kasgeldlimiet op basis van de wet financiering decentrale overheden. Dit houdt in dat de omvang van de kortlopende schuld maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag zijn.