Bijlage 3 Milieueffectrapport, Antea Group, 17 april 2023
Tekst van het document
Figuur 2-9 Leefstijlenprofielen ten opzichte van elkaar.
Hierbij moet opgemerkt dat het gaat om relatief beperkte aanvullingen in aanbod, met andere woorden er is niet uit gekomen dat het over ‘een heel andere boeg’ moet. Met de aanvullingen kunnen beperkt inkomsten gegenereerd worden. Verder blijkt uit dit onderzoek dat economische verdiensten in de vrijetijdsector kunnen toenemen, maar deze zullen slechts een beperkte financiële bijdrage kunnen leveren. Position paper legakkers Een belangrijk vraagstuk voor de gemeente is hoe om te gaan met de bestaande (illegale) bebouwing op de legakkers. De afgelopen jaren hebben zich veel ontwikkelingen voorgedaan die niet passen in het vigerende bestemmingsplan. In de Position paper legakkers wordt hierop nader ingegaan.
Blad 44 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
Een belangrijke uitkomst uit de Position paper is dat er een zeer aanzienlijke handhavingsinspanning noodzakelijk is als de gemeente kiest voor het alsnog handhaven van illegale bouwwerken conform de lijn van het vigerende bestemmingsplan. Een positieve bestemmingsregeling, al dan niet met een uitsterfvariant, lijkt het aangewezen instrument. Een dergelijke aanpak haalt de druk af van de te leveren handhavingsinspanning in de komende planperiode en zal bovendien tot minder onrust onder legakkereigenaren leiden. Voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan (en daarmee ook voor de keuze voor een voorkeursalternatief) is het van groot belang zicht te hebben op de wijze waarop met de bestaande (illegale) bebouwing wordt omgegaan. Niet alleen het juridisch instrumentarium speelt hierbij een rol, maar met name ook de benadering van de gebruikers en dus om zaken als communicatie, fasering en ondersteunende maatregelen. Parallel aan het MER komt een aanpak hiervoor tot stand.
Blad 45 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
3
Referentiesituatie bebouwing In een MER dat de effecten beschrijft van een voornemen, is het belangrijk om te definiëren wat de referentiesituatie is. De referentiesituatie wordt themagewijs behandeld in ieder effectenhoofdstuk in dit MER. In het tussentijds advies van Cie-m.e.r. is gevraagd om de beschrijving van de gehanteerde aannames voor de referentiesituatie op één plek aan te geven en daarom worden ze hier de referentiejaren aangegeven: Natuur (NNN en soorten), water en landschap: 2023 de huidige legale situatie; Stikstofdepositie: 2024 en 2026 (jaar met de hoogste planbijdrage en daarmee het maatgevende jaar); Verkeer en parkeren: prognosejaar 2030, rekening houdend met autonome groei autoverkeer. Dit hoofdstuk gaat verder specifiek in op de bebouwingssituatie. In dit MER gelden de planologische mogelijkheden zoals vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan als referentie (is uitgewerkt in hoofdstuk 14). De daadwerkelijke situatie (inclusief illegale bebouwing op legakkers) maakt geen onderdeel uit van de referentiesituatie. De referentiesituatie betreft de situatie die zou kunnen ontstaan in de planperiode. Bij een bestemmingsplan is dat tien jaar. Het is van belang om te bepalen of er autonome ontwikkelingen zijn die zeker zullen optreden in die tien jaar en waarmee rekening moet worden gehouden.
Er zijn enkele autonome ontwikkelingen die relevant zijn om in dit MER mee te nemen (zie paragraaf 3.2).
3.1
Huidige situatie In het voorjaar van 2017 heeft het Recreatieschap Vinkeveense Plassen 42 legakkers verkocht. Op zijn de te koop aangeboden legakkers weergegeven. Het vigerende bestemmingsplan schrijft voor dat hier geen bebouwing mag plaatsvinden. Wel mag overnacht worden op vaartuigen bij de legakker. De legakkers zijn verkocht met de verplichting ze binnen drie jaar te beschoeien zodat ze duurzaam in stand blijven.9 Het Recreatieschap heeft hiermee ongeveer 75% van zijn legakkers verkocht. De overige legakkers blijven in publiek eigendom. De legakkers die in bezit blijven van het Recreatieschap dienen zoveel mogelijk openbaar toegankelijk te blijven.
9 Bron: http://www.werkenaandevinkeveenseplassen.nl/koop/deelnemen-veiling/, 7 maart 2017. Het
aanbrengen van beschoeiing binnen 3 jaar is grotendeels nog niet gebeurd. Maar dat wordt als voorwaarde meegenomen bij de omgevingsvergunning.
Blad 46 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
Figuur 3-1 Legakkers die op 18 april 2017 (op twee na) verkocht zijn aan particulieren.
Een belangrijk discussiepunt bij het bestemmingsplan voor het Plassengebied is hoe om te gaan met bebouwing en met bebouwingsmogelijkheden. Dit komt expliciet hieronder aan de orde.
3.1.1
Oorspronkelijke situatie: vigerende bestemmingsplan In de huidige beheersverordening Buitengebied is de toen bestaande bebouwing planologisch vastgelegd. Dit gaat om circa 9.398 m2 bebouwing binnen bouwblokken op de legakkers en ca. 11.279 m2 overige toegelaten bebouwing. In bijlage C is dit weergegeven op een tweetal kaarten (noord-blad en zuid-blad). Op de zandeilanden is beperkte bebouwing mogelijk en dit is conform het vigerende bestemmingsplan gerealiseerd.
3.1.2
Daadwerkelijke situatie: bebouwing legakkers In de huidige situatie is er binnen het plangebied ca. 2 hectare illegale bebouwing aanwezig. Deze bebouwing concentreert zich binnen zone I, II en III. Dit betreft de oranje gebieden op figuur 3-1.
Blad 47 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
Figuur 3-2: Zonekaart Vinkeveense plassengebied.
Met behulp van een GIS-analyse is bepaald hoeveel m2 aan bebouwing daadwerkelijk aanwezig is op de legakkers. Het resultaat van deze analyse staat in . Tabel 3-1 Aantal m2 bebouwing op de legakkers. In bijlage C is dit weergegeven op een tweetal kaarten (noord-blad en zuid-blad). Oppervlakte (m2) Aantal gebouwen Bestemmingsplan 9.398 148 Kartering, toegestaan 11.279 506 Kartering, niet toegestaan 21.992 1.546 Totaal 42.669 2.200
Ten opzichte van de vigerende beheersverordening is ruim 2 hectare extra bebouwing gerealiseerd op de legakkers. Ruim de helft van de bebouwing op de legakkers (21.992 m2) is niet planologisch verankerd in de vigerende beheersverordening.
3.2
Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen zijn plannen die al planologisch vastliggen, of in ontwerp-stadium verkeren en waarvan vaststaat dat ze doorgang zullen vinden. Dit is relevant voor de looptijd van het besluit waar het MER Plassengebied voor wordt opgesteld, in dit geval het bestemmingsplan
Blad 48 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
Plassengebied. Een bestemmingsplan heeft normaliter een looptijd van tien jaar. Autonome ontwikkelingen die in die looptijd gestalte krijgen, zullen deel uitmaken van de referentie.
3.2.1
Autonome ontwikkelingen binnen het plangebied Handhaving conform huidige bestemmingsplan In de vergadering van 26 januari 2017 heeft de gemeenteraad van De Ronde Venen het vigerende bestemmingsplan verkozen als referentie voor dit MER. Tegen deze referentie dienen de varianten en het voorkeursalternatief voor het toekomstige bestemmingsplan afgezet te worden. De raad volgt hiermee het advies van de Commissie voor de m.e.r. De autonome ontwikkeling binnen het Plassengebied houdt daarmee in dat de bebouwing die niet conform het vigerende bestemmingsplan is aangebracht, verdwijnt. We nemen aan dat dit in tien jaar gerealiseerd kan zijn. Onderdeel van de autonome ontwikkeling is dus dat de gemeente een handhavingsplan opstelt en uitvoert. Binnen de autonome ontwikkeling wordt de situatie teruggebracht naar hetgeen het vigerende bestemmingsplan voorschrijft.
3.2.2
Autonome ontwikkelingen in en buiten het plangebied In en buiten het plangebied van het Plassengebied vindt een aantal ontwikkelingen plaats. Hieronder staan ze beknopt getypeerd en is de interactie gegeven met effecten die mogelijk optreden door het nieuwe bestemmingsplan Plassengebied. Woningbouwprojecten De gemeente Ronde Venen heeft in haar woonvisie opgenomen om tot 2025 500 extra woningen te bouwen. Verschillende woningbouwprojecten zijn daartoe uitgevoerd of in uitvoering. Woningbouwprojecten die in de gemeente Ronde Venen in uitvoering waren in 2017 zijn: Vinkeveld in Vinkeveen (ca. 200 woningen). De Maricken I in Wilnis (ca. 500 woningen). Land van Winkel in Abcoude (ca. 200 woningen). Meer informatie is te vinden op http://landvanwinkel.nl/. In 2023 zijn Vinkeveld en Maricken I afgerond. Nieuwe woningbouwprojecten die in gang gezet zijn: De Maricken II in Wilnis (ca. 600 woningen). Woningbouw bedrijventerrein Engel in Amstelhoek Taxicentrale in Amstelhoek (ca. 18 woningen) Herenweg 116-118 in Wilnis (ca. 50 woningen) Stationslocatie in Mijdrecht ( ca. 70 woningen) Twistvliedlocatie in Mijdrecht (ca. 50 woningen) Hoflandcomplex in Mijdrecht (ca. 80 tot 100 woningen) Argon in Mijdrecht (ca. 100 tot 150 woningen) Bestemmingsplan Buitengebied-West Daarnaast wordt het bestemmingsplan Buitengebied-West opgesteld.
Dit plan omvat het in hoofdzaak agrarische landelijk gebied ten westen van de A2. Voor dit plan wordt ook een m.e.r. uitgevoerd. Stikstofdepositie als gevolg van agrarische bedrijfsvoering staat hierin centraal. In dit plan worden ook de gebiedsontwikkelingsprojecten van het programmabureau Utrecht West opgenomen: natuurontwikkeling in Groot Mijdrecht Noord, Marickenland, Groot Wilnis-Vinkeveen en de Wilnisse Bovenlanden. Dit MER is in juni 2017 ter inzage gelegd met het
Blad 49 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
voorontwerpbestemmingsplan. De gemeenteraad heeft op 21 februari 2019 het bestemmingsplan Buitengebied-West (gewijzigd) vastgesteld. Centrumplan Vinkeveen Ten slotte liep in 2017 een proces omtrent het Centrumplan Vinkeveen. Dit plan verkeerde echter op dat moment in de haalbaarheidsfase (er werd een variant nader onderzocht) en was dus niet concreet genoeg om als autonome ontwikkeling mee te nemen. In 2018 is het centrumplan Vinkeveen in de toenmalige vorm als niet haalbaar gebleken. Daarom heeft de gemeente, samen met ontwikkelaar Timpaan en grondeigenaar AHV, naar buiten gebracht dat het project werd afgeblazen. Afkalving legakkers Een autonome ontwikkeling die ook plaatsvindt, is dat de legakkers door golfslag en erosie afkalven als daar geen onderhoud aan wordt gepleegd. Dit proces is al decennia gaande. Het is lastig te voorspellen hoe dit proces zich voortzet. Dit hangt van allerhande factoren af, zoals weersomstandigheden, type gebruik van legakkers (zoals inrichting, begroeiing), type gebruik van het water (golfslag door boten en aanleggen van boten), mate van onderhoud van de waterkant. De autonome ontwikkeling is dus dat de legakkers afkalven, maar de omvang van die afkalving is onbekend.
Betekenis van de autonome ontwikkelingen voor het MER Plassengebied De betekenis voor deze bekende ontwikkelingen voor het MER Plassengebied is voor het grote merendeel van de effecten die mogelijk optreden door het nieuwe bestemmingsplan nihil: De woningbouwprojecten liggen ver buiten het plangebied. Die ontwikkeling heeft lokale effecten, maar leidt voor de meeste thema’s niet tot cumulatie met mogelijke ontwikkelingen ten gevolge van het nieuwe bestemmingsplan Plassengebied. Alleen een eventuele toename van stikstofdepositie die kan ontstaan door extra verkeer is relevant. Dit krijgt aandacht in het stikstofonderzoek (separate bijlage). In het bestemmingsplan Buitengebied-West zal een bepaalde ruimte geboden worden aan onder andere de landbouw. De enige interferentie met effecten ten gevolge van het bestemmingsplan Plassengebied is ook hier stikstofdepositie, en wel vanuit de veehouderij. Dit krijgt aandacht in de Passende beoordeling Wet natuurbescherming (separate bijlage). Het instandhouden van de legakkerstructuur is een doel, en in die zin is het (tegengaan van) afkalven van oevers wel een relevante autonome ontwikkeling. Dit is meegenomen in de effectbeoordeling.
Blad 50 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
4
Beoordelingskader Het beoordelingskader heeft tot doel een afweging te maken tussen de verschillende varianten en een keuze te maken, en uiteindelijk een variant te kiezen die wordt uitgewerkt in het voorontwerpbestemmingsplan. In dit hoofdstuk worden de reikwijdte, criteria en de wijze van beoordelen beschreven.
4.1
Plangebied en studiegebied In voorliggend MER is onderscheid gemaakt tussen de begrippen ‘plangebied’ en ‘studiegebied’. Het plangebied is het gebied waarop de ontwikkelingen van de Vinkeveense Plassen betrekking hebben. Het plangebied komt overeen met de begrenzing van het bestemmingsplan. Het studiegebied is het totale gebied waarin milieueffecten als gevolg van de realisering van de voorgenomen activiteiten in het plangebied kunnen optreden. Het studiegebied is dus omvangrijker dan het plangebied en kan bovendien per milieuaspect verschillen. Per milieuaspect is in voorliggend MER het studiegebied bepaald.
4.2
Thema’s en aspecten
4.2.1
Algemene indeling De beoordeling van de varianten bestaat uit twee stappen, namelijk de toets aan vigerende weten regelgeving en de beoordeling op basis van ruimtelijke thema’s. Onderstaand worden beiden toegelicht. Wet- en regelgeving Bij wet- en regelgeving gaat het om de toets aan vigerende beleidsstukken. Hierbij zijn twee onderdelen van belang: 1. Toets aan de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en overige planologische regelgeving, met andere woorden, kunnen de onderdelen van het gekozen variant straks wel geregeld worden zoals bedacht is? Als blijkt dat dit niet zo is dan bestaan mogelijk nog twee alternatieven: De gemeente borgt de onderdelen op een andere juridische wijze, bijvoorbeeld door (anterieure) overeenkomsten met eigenaren, of via de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) of via het milieubeleidsplan. De gemeente zorgt voor flankerend beleid dat het bestemmingsplan ondersteund10. 2. Toets aan bestuurlijke en algemeen planologische doelen, zoals verwoord in de diverse beleidsplannen. Het gaat hierbij met name om het coalitieakkoord, structuurvisies en planologische verordeningen. Mocht blijken dat een variant niet strookt met de bestuurlijke en/of planologische doelen, maar de variant verdient wel de voorkeur, dan dient het bestemmingsplan een motivering te geven waarom dit toch zo is uitgewerkt.
Ook dient in dit geval met de betreffende instantie, of overheidsorgaan overleg plaats te vinden.
Te denken valt bijvoorbeeld aan een beeldkwaliteitsplan gekoppeld aan het bestemmingsplan, de inzet van een financieel instrumentarium (subsidie, heffing, belasting, tolgelden/bruggelden e.d.), het instellen van een bepaald orgaan (bijvoorbeeld een publiek-private samenwerking), verplichtingen als een vaarvignet etc. 10
Blad 51 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
Ruimtelijke thema’s Bij ruimtelijke thema’s gaat het om de inhoudelijke beoordeling van de varianten op sectorale aspecten. De beoordelingsaspecten volgen de logica van de lagenbenadering, zoals gebruikelijk bij milieueffectrapportages, namelijk van de onderste laag (bodem en water) naar de bovenste laag (gebruik). De effecten zijn kwantitatief11, semi-kwantitatief12 of kwalitatief13 bepaald. Voor zover beschikbaar staat kwantitatieve informatie aan de basis van de beoordeling. Denk bijvoorbeeld aan soortentellingen, verkeerstellingen, aantal parkeerplaatsen en uitstootgegevens. Alle beoordelingen worden uitgevoerd door specialisten van diverse adviesbureaus en getoetst door de gemeentelijke ambtenaren voor de betreffende disciplines. Voor de watergerelateerde beoordelingen en de EHS-beoordeling is bovendien contact met Waternet/Waterschap Amstel, Gooi en Vecht respectievelijk provincie Utrecht. In tabel 4-1 zijn de ruimtelijke thema’s waarop de beoordeling plaatsvindt benoemd, gevolgd door het beoordelingsaspect en de wijze waarop de thema’s beoordeeld worden. Bij de effectbeoordeling wordt rekening gehouden met de gebruikstijd van de gebieden. Veel activiteiten vinden alleen in het voorjaar en in het zomerseizoen plaats. Hiermee wordt rekening gehouden in de afweging. In het MER worden de verschillende effectbeoordelingen niet ‘gewogen’ ten opzichte van elkaar.
Toch wordt er aan de verschillende aspecten wel een verschillend gewicht toegekend, wat een rol speelt bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief. Het belang van een criterium kan enerzijds volgen uit wet- en regelgeving (KRW, NNN en Natura 2000) op basis waarvan harde grenzen aan ontwikkeling worden gesteld. Anderzijds volgt uit de doelstelling van het plan dat bepaalde aspecten zwaar zullen wegen, zoals de instandhouding van de landschappelijke structuur en de mogelijkheid om nieuwe economische dragers voor met name de zandeilanden te creëren. In dit MER zijn niet alleen de meer gebruikelijke milieuthema’s opgenomen zoals natuur, water en landschap, maar nadrukkelijk ook meer economische en maatschappelijke thema’s als economie, gebruiksfuncties en flankerend beleid. Voor al deze aspecten zijn effecten in beeld gebracht, aangezien al deze aspecten deel zullen uitmaken van de afweging die de gemeenteraad hierover moet maken.
11
Er is sprake van cijfermatige data-input en dit geeft (na modellering) een kwantitatieve uitkomst.
12 De broninformatie is kwantitatief (cijfermatige data-input), maar er wordt geen model uitgewerkt voor
deze beoordeling. De beoordeling is op grond van expert judgement uitgevoerd. 13 Op grond van algemeen bekende, kwalitatieve informatie is een expert judgement gegeven op de mogelijke effecten.
Blad 52 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
Tabel 4-1 Thema's beoordelingsaspecten en wijze van effectbeoordeling. Thema Beoordelingsaspect Wijze beoordelen Bodem en water
Natuur
Landschap, cultuurhistorie, archeologie Verkeer
Gebruiksfuncties
Economie
Flankerend beleid
4.2.2
Bodemstructuur en geomorfologische waarden Oppervlaktewatersysteem Oppervlaktewaterkwaliteit, chemische toestand Oppervlaktewaterkwaliteit: ecologische toestand Instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000 Wezenlijke kenmerken NNN Soorten die zijn beschermd door Wet natuurbescherming Ruimtelijke kwaliteit, beeldkwaliteit Landschap, cultuurhistorische elementen, beleefbaarheid Archeologische waarden Verkeersafwikkeling Parkeren Verkeersveiligheid Recreant: bandbreedte recreatiemogelijkheden en kwaliteit recreatiebelevingen Woongenot: uitzicht, privacy/mate van verstoring Draagvlak: bepaling voor verschillende belanghebbenden Instandhouding legakkers Waterverkeer/vaarbewegingen Ontwikkelingsmogelijkheden en investeringsklimaat Aansluiting op de behoefte Verdienmodel: minder uitgaven voor de overheid t.b.v. beheer en onderhoud legakkers en zandeilanden Beschouwing over flankerend beleid en voorkeur-samenwerkingsvorm die samenhangt met de variant Handhaving
Deel B BP 2023
Semi-kwantitatief
Deel A BP 2017 X
Semi-kwantitatief Semi-kwantitatief
X X
X X
Semi-kwantitatief
X
X
Kwantitatief Semi-kwantitatief Semi-kwantitatief
X X X
stikstof X X
Kwalitatief Kwalitatief
X X
Semi-kwantitatief Kwantitatief Semi-kwantitatief Semi-kwantitatief Kwalitatief
X X X X X
Kwalitatief
X
Kwalitatief
X
Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief
X X X
Semi-kwantitatief Semi-kwantitatief
X X
Kwalitatief
X
Kwalitatief
X
X X
Beoordeling a.h.v. criteria Elk thema is beoordeeld op verschillende aspecten. Welke criteria aan deze aspecten ten grondslag liggen, wordt in de volgende tabellen inzichtelijk gemaakt. Bodem en water Bodemstructuur en geomorfologische waarden Op grond van beschikbare gegevens (oppervlakten) van kartering en provinciale kaarten van het plangebied ten aanzien van structuur en waarden wordt een grondige beoordeling gegeven van de effecten van de varianten.
Blad 53 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
Oppervlaktewatersysteem Op grond van kwantitatief beschikbare informatie van Waternet, van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, van de provincie Utrecht en van de gemeente De Ronde Venen maken we een beschrijving van het watersysteem, alsmede ook van de doelen die geformuleerd zijn. We geven aan op welke wijze en in hoeverre de varianten en VKA voor ontwikkeling hierop invloed uitoefenen. Oppervlaktewaterkwaliteit Met behulp van de KRW-factsheet voor het plangebied met kwantitatieve informatie, bepalen we in hoeverre de varianten en het VKA bijdragen dan wel afbreuk doen aan de KRW-doelen. We maken onderscheid in invloed op de chemische toestand en op de ecologische toestand. Hierbij wordt specifiek aandacht besteed aan oevervegetatie. Natuur Instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000 De effecten van de verschillende varianten en het VKA op instandhoudingsdoelen Natura 2000 betreffen alle mogelijke vormen van invloed op de instandhoudingsdoelstellingen. Dit onderzoek wordt in de vorm van een Passende beoordeling conform de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Het effect op stikstofdepositie wordt in het stikstofdepositieonderzoek gerapporteerd. Wezenlijke kenmerken NNN Aan de hand van provinciale en overige beschikbare inventarisatiegegevens (aantallen, oppervlakten) bekijken we in hoeverre varianten en het VKA hiermee overlappen. Hierop volgt een gegrond oordeel over de effecten.
Soorten die zijn beschermd door Wet natuurbescherming Waarnemingen (dieren, planten) worden afgezet tegen de mate van wettelijke bescherming. Per variant en voor het VKA volgt een inschatting van effecten op beschermde soorten. Landschap, cultuurhistorie, archeologie en aardkundige waarden Ruimtelijke kwaliteit, beeldkwaliteit Onderzoek naar beeldkwaliteit, advies opstellen voor het beeldkwaliteitsplan en dat koppelen aan het bestemmingsplan. Landschap, cultuurhistorische elementen, beleefbaarheid Op grond van diverse beschikbare bronnen, zoals de Landschapsnota, is voor de beoordeling een beknopte landschapsbeschrijving en beschrijving van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden opgesteld. Landschapsdeskundigen bepalen de invloed hierop ten gevolge van uitvoering van de varianten. Archeologische waarden Op basis van bekende vondsten/vindplaatsen en verwachtingswaarde conform de archeologische beleidskaart, wordt aangegeven welke effecten de varianten kunnen hebben op archeologische waarden. Verkeer Verkeersafwikkeling Voor de verschillende varianten en voor het VKA is, op grond van beschikbare verkeerstellingen en ervaringsgegevens, bepaald hoeveel extra gemotoriseerd verkeer deze gaan genereren.
Voor de maatgevende situatie (tiende drukste dag van het jaar) beoordelen we op basis van de wegcategorisering en vormgeving hoe deze het verkeer kunnen verwerken en of hier knelpunten in de verkeersafwikkeling zijn te verwachten. Parkeren Voor de verschillende varianten en voor het VKA wordt, op grond van beschikbare verkeerstellingen en ervaringsgegevens, bepaald op welke locaties het parkeren met name zal gaan plaatsvinden. Voor de maatgevende situatie (tiende drukste dag van het jaar) bepalen we in hoeverre deze parkeervoorzieningen toereikend zijn of niet. Verkeersveiligheid Voor de verschillende varianten is op grond van de verwachte toename van verkeer bepaald of dit verkeer in relatie tot de autonome situatie leidt tot verkeersonveilige situatie in relatie tot vooral de kwetsbare verkeersdeelnemers.
Blad 54 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
Gebruiksfuncties Recreant: recreatiemogelijkheden Het Plassengebied biedt mogelijkheden aan een range van recreatiemogelijkheden. Mede met het onderzoek van BRVT als basis is goed te bepalen in hoeverre de varianten voor het bestemmingsplan deze range aan mogelijkheden faciliteren. Indien bepaalde vormen van recreatie in het gedrang komen of niet voldoen aan enige ingeschatte behoefte, dan waarderen we dit negatief. Indien bepaalde nieuwe vormen van recreatiemogelijkheden kunnen ontstaan, dan waarderen we dat positief. Woongenot: uitzicht, privacy/mate van verstoring In en langs het Plassengebied staan diverse woningen, veelal met vrij uitzicht over de plas. Door visualisaties bepalen we in hoeverre de woonkwaliteiten beïnvloed worden door mogelijke varianten voor het bestemmingsplan. De verstoring heeft vooral betrekking op geluid- en lichtverstoring die mogelijk toeneemt. Draagvlak: bepaling voor verschillende belanghebbenden In het kader van de planvorming voor het bestemmingsplan heeft de gemeente De Ronde Venen een interactief participatietraject ingezet, met alle betrokken stakeholders. We maken een korte uiteenzetting van de stakeholders en hoe hun belangen naar verwachting meer/minder bediend worden door een variant.
Instandhouding legakkers In dit criterium wordt aangegeven wat de gevolgen zijn van de gekozen variant voor de instandhouding van met name de legakkers en welke stimulans de varianten geven aan legakkereigenaren om de legakkers te onderhouden. Waterverkeer/vaarbewegingen De verschillende varianten kunnen effect hebben op de hoeveelheid en type waterverkeer en vaarbewegingen. In dit criterium wordt aangegeven wat de gevolgen zijn van de toename van het aantal vaarbewegingen op de waterkwaliteit in de varianten. In de beoordeling van de varianten wordt ook rekening gehouden met de ligplaatsenregeling. Economie Ontwikkelingsmogelijkheden en investeringsklimaat In hoeverre de varianten voor het bestemmingsplan ontwikkelingsmogelijkheden bieden voor economische verdiensten, is bepaald aan de hand van de omvang van procedurele obstakels; hoe kleiner, des te beter. Aansluiting op de behoefte Door bureau BRVT is een analyse gemaakt van het recreatieve aanbod en de mogelijke behoefte van de gebruiker. Hoe beter het aanbod aansluit op de verwachte behoefte, des te meer kans op een financieel gezonde bedrijfsvoering voor alle ondernemingen. Met expert judgement is beoordeeld in hoeverre de varianten aansluiten op de mogelijke behoefte en dus – in het verlengde daarvan – een gezonde exploitatie.
Hierbij geldt niet alleen dat ontwikkeling zorgt voor meerwaarde in het gebied, ook een rustig gebied kan een meerwaarde hebben voor bepaalde doelgroepen. Verdienmodel: minder uitgaven voor de overheid voor beheer en onderhoud legakkers en zandeilanden Voor het behoud van de legakkerstructuren en andere kwaliteiten in het plassengebied is het cruciaal dat er een financieel-economisch gezond verdienmodel ontstaat, om de kosten van beheer en onderhoud (deels) mee te kunnen dekken, of kosten te verminderen. Eén van de factoren daarin is dat het gebied aantrekkelijker wordt om te recreëren, waarop volgend de omvang van bestedingen in het gebied kan toenemen. Op grond van algemene kentallen van bestedingen van recreanten/toeristen en de ruimte die de varianten bieden voor facilitering van bepaalde vormen van recreatie/toerisme, wordt een inschatting gegeven van de toename aan bestedingen. Flankerend beleid Beschouwing over flankerend beleid en voorkeur-samenwerkingsvorm die samenhangt met de variant Het bestemmingsplan geeft ruimtelijke kaders aan. Een bestemmingsplan kan samengaan met flankerend beleid, oftewel aanvulling met als doel negatieve effecten van dat beleid weg te nemen of te verminderen. Aangegeven is welke vorm van samenwerking gewenst of zelfs nodig is om een bepaalde variant succesvol te laten zijn.
Hierbij gaan we ook in op de menskracht/inspanning die geleverd moet worden vanuit de gemeente. Te denken valt aan flankerend beleid op het gebied van riolering, afval en beeldkwaliteit. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de Ladder Duurzame Verstedelijking voor de verschillende varianten.
Blad 55 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
Flankerend beleid Handhaving Het is niet zinvol een uitwerking voor te staan, zonder dat dit uitvoerbaar en handhaafbaar is. Dan is het nieuwe bestemmingsplan een ‘dode letter’. Een belangrijke ontwikkeling op de legakkers betreft de bebouwing. De randvoorwaarden die het nieuwe bestemmingsplan zal stellen, hangen nauw samen met het beleid dat de gemeente De Ronde Venen in de toekomst wenst te voeren ten aanzien van handhaving. Dit onderwerp is uitgediept in de Position paper legakkers. Het onderwerp handhaving dient nadrukkelijk in de gemeenteraad besproken te worden bij verdere stappen richting nieuw bestemmingsplan Plassengebied. Op grond van de Position paper wordt per variant aangegeven wat het effect op handhaving is, op welke wijze dit al dan niet een plek kan krijgen in het bestemmingsplan en wat de impact is van benodigde handhaving voor de gemeente.
4.3
Wijze van beoordelen Beoordeling van de bovengenoemde ruimtelijke thema’s vindt plaats ten opzichte van de referentiesituaties en door middel van een zevenpuntsschaal. Zevenpuntsschaal De zevenpuntsschaal wordt veelal gebruikt bij de beoordeling van milieueffectrapportages. Drie maal min betreft de meest negatieve score en drie maal plus levert de meest positieve score op. Wanneer geen effect optreedt ten opzichte van de referentiesituatie scoort het aspect 0. Tabel 42 geeft aan hoe de zevenpuntsbeoordelingstabel er uit ziet. Tabel 4-2: Zevenpuntschaal effectbeoordeling. Zeer negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie Negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie
-
Licht negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie
0
Neutraal effect ten opzichte van de referentiesituatie
+
Licht positief effect ten opzichte van de referentiesituatie
++
Positief effect ten opzichte van de referentiesituatie
+++
Zeer positief effect ten opzichte van de referentiesituatie
In voorliggend MER wordt naast de beoordeling op de aspecten en criteria ook gekeken naar oplossingsrichtingen. Waar mogelijk worden deze meegewogen in de beoordeling.
4.4
Totstandkoming voorkeursalternatief De verschillende varianten voor de deelgebieden worden onderzocht op de genoemde thema’s en aspecten en vervolgens beoordeeld op basis van de beschreven zevenpuntsschaal (deel A van dit MER). Op basis van de uitkomst van de beoordeling van de varianten wordt gezocht naar de meest optimale variant per deelgebied op grond van de resultaten, eventueel aangevuld met flankerende maatregelen. Daarnaast kan het voornemen ook op basis van voortschrijdende inzicht aangepast worden. De gemeenteraad van de gemeente De Ronde Venen besluit uiteindelijk over het voorkeursalternatief dat worden uitgewerkt in het ontwerpbestemmingsplan.
Blad 56 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
• • • • • • • •
• •
Deel A MER bij bestemmingsplan 2017
Blad 57 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
Deel A omvat de effectbeschrijving van het voornemen uit 2017 zoals de Gemeente Ronde Venen voornemens was in 2017 in het bestemmingsplan vast te leggen en is opgesteld door Arcadis in 2017. Leeswijzer deel A Deel A omvat de effectbeschrijving van het voornemen uit 2017 zoals de Gemeente Rondevenen voornemens was in 2017 in het bestemmingsplan vast te leggen. Het voornemen omvat nog de volgende onderdelen (die zijn aangepast in het bestemmingsplan 2023, zie deel B): Hotel; Ruimere bebouwingsmogelijkheden legakkers; en Compensatie NNN op de legakkers Voor een groot aantal aspecten is de effectbeschrijving ook relevant voor het voorkeursalternatief (deel B in het MER). Voor het bestemmingsplan 2023 zijn de volgende onderzoeken geactualiseerd: Compensatie NNN (locatie wordt het Meertje) Onderzoek beschermde soorten KRW-toets Watertoets Stikstofdepositieonderzoek Verkeersonderzoek Parkeeronderzoek Deze onderzoeken zijn in deel B van dit MER verwerkt.
Blad 58 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
5
Varianten bestemmingsplan 2017 Het belangrijkste item dat het nieuwe bestemmingsplan Plassengebied gaat regelen is de ontwikkelruimte voor bebouwing. In dit hoofdstuk staan mogelijke ontwikkelingsrichtingen voor het bestemmingsplan Plassengebied. In het hoofdstuk beschrijven we eerst kort volgens welk proces de ontwikkelingsrichtingen zijn bepaald (paragraaf 5.1). Dan volgt een logische onderbouwing van de indeling in verschillende deelgebieden, die is gebaseerd op de diversiteit in gebiedskenmerken en kernwaarden van het plangebied. Vervolgens gaan we in op de eventuele minimale en maximale ontwikkelingsmogelijkheden die in het nieuwe bestemmingsplan geboden zullen worden. Een voorkeursalternatief, dat nog bepaald wordt, is één van deze varianten of ligt tussen deze varianten in.
5.1
Proces van bepaling van varianten De varianten, zoals deze in dit MER (deel A) zijn uitgewerkt en op hun effecten beoordeeld, zijn in het najaar van 2015 samengesteld in nauw overleg met stakeholders en zijn verwoord in de Kadernota. De stakeholders hebben uiteraard hun eigen belangen naar voren gebracht. Maar de kwaliteiten en kenmerken van het plangebied werden breed onderschreven. En er bleek uiteindelijk nauwelijks tot geen verschil van inzicht te zijn over welke deelgebieden binnen het plangebied te onderscheiden zijn en wat per deelgebied de minimale en maximale variant is waarvan de effecten onderzocht moet worden. Aspecten die hierbij nadrukkelijk een rol speelden waren de intensiteit van bebouwing (van nadrukkelijk aanwezig tot geheel onbebouwde legakkers), het wel of niet beschikbaar zijn van riolering en de door stakeholders verwachte natuurkwaliteiten. Na het besluit van de gemeenteraad begin 2016 om een MER te laten opstellen, is een NRD ter visie gelegd. Op de NRD zijn zienswijzen ontvangen en er is een behandeling geweest in de gemeenteraad van 26 januari 2017. Beiden hebben geleid tot enkele aanpassingen van deelgebieden en varianten, zoals die eind 2015 in samenwerking met stakeholders waren geformuleerd. Door de Commissie voor de m.e.r. is gevraagd om in het MER aan te geven hoe de gestelde doelen de keuze en de afbakening van de varianten hebben bepaald.
Het startpunt voor de afbakening van de gestelde varianten (doelen) valt als volgt samen te vatten: De gemeente wil met zoveel mogelijk betrokken stakeholders tot een gedeelde inrichting komen van het gebied. Participatie staat voorop. De gemeente wil zoveel als mogelijk de legakkers als onderdeel van de kenmerkende structuur behouden. De gemeente streeft ernaar om de publieke kosten van het beheer binnen een bepaalde mate te beperken. Het bestemmingsplan moet heldere kaders geven voor ontwikkelingen. Het bestemmingsplan is conserverend voor plangebiedsdelen jachthavens, caravan- en bungalowparken aan de noordzijde en voor Achterbos. De gedachte achter het voornemen is dat het bieden van extra recreatieve mogelijkheden op legakkers en zandeilanden (hetzij particulier, hetzij commercieel) extra investeringen in het gebied mogelijk en reëel maken. Legakkers worden door particulieren met meer mogelijkheden beter
Blad 59 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
beschoeid en in stand gehouden en activiteiten op de zandeilanden maken het mogelijk de onderhouds- en beheerskosten beter in de hand te houden. Er is echter wel sprake van een kwetsbare balans. Een teveel aan extra recreatieve activiteit kan er voor zorgen dat ‘het kind met het badwater wordt weggegooid’. Als afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en natuurlijke kwaliteit van het gebied wordt het ook minder aantrekkelijk voor recreatie. Wanneer het gebied feitelijk een stedelijke (en primair stenige) invulling krijgt, is het kantelpunt zeker bereikt. De groene natuurlijke invulling van het gebied overheerst. De recreatieve toevoegingen doen daar geen afbreuk aan. In het bestemmingsplanproces moet deze balans worden gevonden. De gemeente is met stakeholders uit het gebied om tafel gegaan om zo een diversiteit aan kennis van het gebied binnen te halen. De stakeholders vertegenwoordigen bovendien de diverse belangen die spelen binnen het plangebied. Op zoek naar reële varianten In het overleg met de stakeholders is gezamenlijk gezocht naar varianten en deelgebieden. Hierbij stond de kwetsbare balans centraal. De stakeholders wilden vooral inzicht in de gevolgen van de toename van bebouwing en de intensivering van gebruik op de kwaliteit van natuur, water en landschap. In de varianten is daarom gezocht naar reële variaties in bebouwing en gebruik om dit inzicht te krijgen.
5.2
Deelgebieden en varianten In een bestemmingsplan worden ruimtelijk relevante aspecten vastgelegd. Het gaat daarbij onder andere om bebouwd en onbebouwd gebied, percentage bebouwing, bouwhoogte, oppervlakte verharding, groen, natuur en toegestane functies. Deze aspecten zijn als uitgangspunten genomen bij het ontwikkelen van de varianten. Voor de overige aspecten, zoals hoe om te gaan met riolering, afval, beeldkwaliteit en handhaving kan/moet flankerend beleid opgesteld worden. Uit de resultaten van het voortraject van dit MER zijn onderstaande minimale en maximale varianten per deelgebied opgesteld (zie ook vorige paragraaf). De effecten van deze varianten op het plangebied worden nader onderzocht in voorliggend MER. Op basis van deze resultaten maakt de gemeenteraad een afweging en keuze voor de ontwikkelingsrichting van de verschillende deelgebieden binnen het plassengebied. Op de volgende pagina’s zijn de voorgestelde minimale en maximale varianten per deelgebied weergegeven. Alvorens dit uit te werken, is het nodig enkele begrippen toe te lichten: Verblijfsrecreatie: het (kortdurend) verblijf van één of meerdere personen met overnachting die elders hun hoofdwoonverblijf hebben, waarbij in ieder geval geen sprake is van permanente bewoning. Dagrecreatie: een vorm van recreëren die zich beperkt tot één dag (zonder overnachting).
Kamperen: openluchtrecreatie waarbij men meestal meerdere dagen in een tent, caravan, camper, tenthuisje of ander relatief eenvoudige recreatiewoning op een buitenterrein verblijft. Horeca: bedrijf dat in zijn algemeenheid gericht is op het verstrekken van nachtverblijf en/of ter plaatse nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. Evenement: publieke activiteit met een tijdelijk, plaatsgebonden en van het reguliere gebruik afwijkend karakter, plaatsvindend in de open lucht of in (tijdelijke) onderkomens en in het
Blad 60 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
algemeen bedoeld ter ontspanning en/of vermaak, waaronder begrepen commerciële, culturele, religieuze, recreatieve en/of sportieve of daarmee gelijk te stellen activiteiten, zoals markten, braderieën, beurzen, kermissen, festivals, wedstrijden, bijeenkomsten en dergelijke, met uitzondering van markten als bedoeld in de Gemeentewet, kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen en betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. De vraag voor het bieden van meer planologische ontwikkelingsruimte spitst zich vooral toe op de mogelijkheden die geboden worden op de legakkers enerzijds en op de zandeilanden anderzijds. Daarnaast gaat het om het gebruik van het open water. Om deze potentiële ontwikkelingen beter te kunnen plaatsen, is gezocht naar een nadere gebiedsindeling. Hierbij is gekeken naar de verschillende beleidskaders, het (huidige) gebruik van het gebied, de wensen uit de omgeving, gebiedskenmerken/-kwaliteiten en het BRVT-onderzoek. In samenspraak met stakeholders, insprekers en de gemeenteraad is naar voren gekomen dat het plassengebied op grond van kwaliteiten en gebruik in te delen is in de volgende deelgebieden: Deelgebied A: Legakkers waar rioleringsvoorzieningen aanwezig zijn en waar voor een belangrijk deel al legale verblijfsrecreatie aanwezig is.
Deelgebied B: Legakkers waar geen rioleringsvoorzieningen aanwezig zijn en die niet direct over land bereikbaar zijn. Deelgebied C: Legakkers in of nabij kwetsbare zones (nabij natuurgebieden en cultuurhistorische structuren). Deelgebied D: Zandeilanden en ingesloten wateren. Deelgebied X: Zuidplas, midden en oostelijk deel, Achterbos en gebied ten noorden van Noordplas: conserverend bestemmen. Voor deze deelgebieden zijn varianten uitgewerkt die de basis vormen voor de ontwikkelingen die planologisch-juridisch vastgelegd kunnen worden in het bestemmingsplan. De deelgebieden zijn tot stand gekomen op basis van verschillende kenmerken en de verwachtingen die verschillende partijen hebben over het functioneren van deze gebieden en effecten die hier zouden kunnen optreden. Het MER moet hier meer inzicht in geven. Bij de totstandkoming van de varianten en deelgebieden bestond er bijvoorbeeld grote discussie over de vraag of in deelgebied C andere (grotere) effecten zouden optreden dan in deelgebied B. Hierbij werd enerzijds als argument gegeven dat toevoeging van bebouwing hier natuurwaarden zou verstoren en mogelijk negatieve effecten zou hebben op de werking van nabijgelegen natuurgebieden. Anderen waren van mening dat recreatie en natuur ook hier prima samengaan, zodat van verstoring geen sprake is. Het MER moet inzicht geven in dergelijke discussies.
De legakkers worden op de uiteindelijke verbeelding van het bestemmingsplan gedetailleerd aangegeven, zodat geen discussie kan ontstaan over het al dan niet aanwezig zijn van legakkers in het gebied14. De deelgebieden zijn in figuur 5-1 weergegeven. Het water blijft in het hele plangebied openbaar toegankelijk. Het bestemmingsplan regelt niet de pleziervaart.
14
In de Toekomstvisie Legakkers Vinkeveense Plassen is een aantal legakkers aangewezen die mogen verdwijnen (rode legakkers). Deze kunnen worden overgenomen in het bestemmingsplan. Voor deze legakkers worden dan geen bouwmogelijkheden opgenomen, maar wordt aangegeven dat deze mogen verdwijnen.
Blad 61 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
Figuur 5-1 Indeling plangebied.
Blad 62 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
5.2.1
Deelgebied A Dit deelgebied heeft als belangrijkste kenmerk dat het aangesloten is op het vaste land door elektra, riolering en andere nutsvoorzieningen. De legakkers zijn ook ontsloten via het vaste land. Op de plek waar de legakkers grenzen aan Achterbos en de Herenweg zijn veel grote parkeerplaatsen te vinden, waar de eigenaren van de legakkers hun auto stallen en te voet verder gaan. In enkele gevallen zijn ook de legakkers met de auto bereikbaar. Vooral aan de westzijde zijn er veel stacaravans te vinden. De akkers zijn regelmatig verdeeld en op dezelfde manier ingericht. Meer ten oosten zijn er diverse opstallen en vakantiewoningen gebouwd. De beplanting verschilt van zeer cultuurlijk tot half natuurlijk. Bij de vakantiehuizen wordt het groen bepaald door de coniferenhagen, terwijl de tuinen aan de oostzijde meer bomen en struiken bevatten.
Figuur 5-2 Kaartbeeld deelgebied A.
Blad 63 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
Tabel 5-1 Minimale en maximale variant deelgebied A. Deelgebied A Minimaal % bebouwing per Conform huidige BP, niet verder legakker verdichten, huidige planologische situatie vastleggen15. Maximale inhoud recreatiewoningen Maximale oppervlakte veranda Maximale oppervlakte terras/verharding Maximale hoogte gebouwen en bouwwerken Maximale maat aanlegsteiger
200 m3 en 250 m3 met verklaring niet permanent bewonen. Conform huidige BP.
Zone onbebouwd
Ja, op koppen legakkers, maatvoering bepalen in kader beeldkwaliteit. Uitgaan van huidige legale situatie, geen nieuwe permanente bewoning, kamperen toestaan. Ja, noodzakelijk. Mogelijk deels noodzakelijk.
Toegestane functies
Beeldkwaliteit Handhaving
5.2.2
Maximaal Conform huidige BP, verdichting mogelijk maken, opschalen naar andere vormen van recreatie, bijvoorbeeld van caravans naar bungalows. Maximaal 25% van de legakker16. 250 m3. Conform huidige BP.
Conform huidige BP.
Conform huidige BP.
Conform huidige BP.
Conform huidige BP.
Conform regeling Waternet, artikel 5.1 Steigers en afmeerpalen en beleidsregel 5: steigers.17 Steiger van maximaal 6 meter langs het perceel.
Mogelijkheden verruimen ten opzichte van regeling Waternet, artikel 5.1 Steigers en afmeerpalen en beleidsregel 5: steigers. Steiger mag langs gehele perceel. Ja, op koppen legakkers, maatvoering bepalen in kader beeldkwaliteit. Uitgaan van huidige legale situatie + permanente bewoning toestaan, kamperen toestaan. Ja, noodzakelijk. Mogelijk deels noodzakelijk.
Deelgebied B Dit is het grootste deelgebied in omvang en aantallen. Deze legakkers liggen grotendeels los van het vaste land. De akkers zijn meer op het water georiënteerd en hebben een natuurlijkere uitstraling. Ontsluiting vindt doorgaans plaats over het water, via een van de vele havens aan de buitenranden van de plassen. Bijna elk eiland heeft een aanmeersteiger of een invaarplek met boothuisje. De bebouwing verschilt per legakker. Vooral de brede legakkers hebben grote vakantiewoningen, maar over het algemeen zijn het grote tuinschuren. De bebouwing in dit deelgebied heeft een tijdelijke uitstraling. Vermoedelijk worden deze akkers minder intensief gebruikt dan de akkers op deelgebied A. De legakkers hebben een natuurlijke uitstraling, doordat er tussen de kavels vaak elzensingels groeien en er veel bomen en struiken zijn. Vermoedelijk wordt er ook minder gesnoeid omdat het lastig is om groen af te voeren.
15
Dit geldt ook voor recreatiearken.
16 Per legakker zijn derhalve meerdere bouwwerken mogelijk tot een maximum van 25% bebouwing van de
totale legakker. 17 Dit houdt in: De steiger steekt minder dan 1,2 meter uit de waterkant, […] rust niet op meer palen dan nodig is om de constructie te dragen, de onderlinge afstand tussen de palen en de afstand tot een ander werk is minimaal 3 meter is, het water kan vrij onder de steiger doorstromen […] en de steiger niet langer dan 6 meter is, […] op niet meer dan 2 palen rust (bron: https://www.agv.nl/aanvragen/watervergunning/omgevingsloket/steigers/, 13 september 2017).
Blad 64 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
Figuur 5-3 Kaartbeeld deelgebied B. Tabel 5-2 Minimale en maximale variant deelgebied B. Deelgebied B Minimaal % bebouwing Maximaal 15% van de legakker én per legakker maximaal 25 m2 per bouwwerk18. Maximale oppervlakte 25 m2. bouwwerken (incl. veranda) Maximale oppervlakte 8 m2. terras/verharding Maximale hoogte 3 meter nokhoogte. bouwwerken Maximale maat Conform regeling Waternet, artikel aanlegsteiger 5.1 Steigers en afmeerpalen en beleidsregel 5: steigers.20 Steiger van maximaal 6 meter langs het perceel. Zone onbebouwd Toegestane functies Beeldkwaliteit Handhaving
Ja, op koppen legakkers, maatvoering bepalen in kader beeldkwaliteit. Verblijfsrecreatie, géén kamperen. Ja, noodzakelijk. Noodzakelijk.
Maximaal Maximaal 25% van de legakker én maximaal 40 m2 per bouwwerk19. 48 m2.
15 m2. 3 meter goothoogte en 5 meter nokhoogte. Mogelijkheden verruimen ten opzichte van regeling Waternet, artikel 5.1 Steigers en afmeerpalen en beleidsregel 5: steigers. Steiger mag langs gehele perceel. Ja, op koppen legakkers, maatvoering bepalen in kader beeldkwaliteit. Verblijfsrecreatie en kamperen. Ja, noodzakelijk. Mogelijk deels noodzakelijk.
18 Per legakker zijn derhalve meerdere bouwwerken mogelijk tot een maximum van 15% bebouwing van de
totale legakker. 19 Per legakker zijn derhalve meerdere bouwwerken mogelijk tot een maximum van 25% bebouwing van de totale legakker. 20 Dit houdt in: De steiger steekt minder dan 1,2 meter uit de waterkant, […] rust niet op meer palen dan nodig is om de constructie te dragen, de onderlinge afstand tussen de palen en de afstand tot een ander werk is minimaal 3 meter is, het water kan vrij onder de steiger doorstromen […] en de steiger niet langer dan 6 meter is, […] op niet meer dan 2 palen rust (bron: https://www.agv.nl/aanvragen/watervergunning/omgevingsloket/steigers/, 13 september 2017).
Blad 65 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
5.2.3
Deelgebied C De legakkers van deelgebied C zijn grotendeels niet verbonden aan het vaste land, zijn zeer smal en klein. Deze eilanden zijn wisselend bewoond. Het lijkt er ook op dat in de zomer af en toe wordt gekampeerd. Enkele kleine eilandjes zijn zeer natuurlijk, met ruige opgaande beplanting. Deze legakkers hebben de meest natuurlijke uitstraling.
Figuur 5-4 Kaartbeeld deelgebied C Tabel 5-3 Minimale en maximale variant in deelgebied C. Deelgebied C Minimaal % bebouwing per Geen bebouwing. legakker Maximale oppervlakte Geen bebouwing toestaan. bouwwerken (incl. veranda) Maximale oppervlakte Geen terras/verharding toestaan. terras/verharding Maximale hoogte Geen bebouwing toestaan. bouwwerken Maximale maat Conform regeling Waternet, artikel aanlegsteiger 5.1 Steigers en afmeerpalen en beleidsregel 5: steigers.22 Steiger van maximaal 6 meter langs het perceel. Zone onbebouwd
Geldt voor gehele legakker.
Toegestane functies
Dagrecreatie en kamperen conform huidige BP. Niet noodzakelijk, gebiedseigen beplanting regelen in BP. Noodzakelijk.
Beeldkwaliteit Handhaving
Maximaal Maximaal 25% van de legakker én maximaal 40 m2 per bouwwerk21. 48 m2. 15 m2. 3 meter goothoogte en 5 meter nokhoogte. Mogelijkheden verruimen ten opzichte van regeling Waternet, artikel 5.1 Steigers en afmeerpalen en beleidsregel 5: steigers. Steiger mag langs gehele perceel. Ja, op koppen legakkers, maatvoering bepalen in kader beeldkwaliteit. Verblijfsrecreatie en kamperen. Ja, noodzakelijk. Mogelijk deels noodzakelijk.
Per legakker zijn derhalve meerdere bouwwerken mogelijk tot een maximum van 25% bebouwing van de totale legakker. 22 Dit houdt in: De steiger steekt minder dan 1,2 meter uit de waterkant, […] rust niet op meer palen dan nodig is om de constructie te dragen, de onderlinge afstand tussen de palen en de afstand tot een ander werk is minimaal 3 meter is, het water kan vrij onder de steiger doorstromen […] en de steiger niet langer dan 6 meter is, […] op niet meer dan 2 palen rust (bron: https://www.agv.nl/aanvragen/watervergunning/omgevingsloket/steigers/, 13 september 2017). 21
Blad 66 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
5.2.4
Deelgebied D De zandeilanden beschikken over aanlegvoorzieningen en diverse zwemplaatsen. De zandeilanden zijn ideaal voor de varende recreant. De eilanden 1/2 (Winkelpolder) en 4/5 zijn via een vaste oeververbinding vanaf land bereikbaar. Hier zijn tevens parkeervoorzieningen. Bij eiland 4 is een duikzone aanwezig. Aan de zandeilanden mag 3x24 uur worden afgemeerd. Een gedeelte van zandeiland 9 is gedurende de zomermaanden ingericht voor groepskamperen.
Figuur 5-5 Kaartbeeld deelgebied D. Tabel 5-4 Minimale en maximale variant in deelgebied D, op hoofdlijnen. Deelgebied D Minimaal Maximaal Flexibiliteit creëren en Conform huidige BP met als Seizoenverlenging én ontwikkelingen randvoorwaarde dat alle oevers winteractiviteiten mogelijk maken. mogelijk maken openbaar toegankelijk zijn. Overal bebouwing toestaan met een Seizoenverlenging mogelijk maken, maximum van 15% per zandeiland. geen winteractiviteiten. Niet overal bebouwing toestaan, enkel op de via het vaste land bereikbare eilanden. Toegestane functies Kleinschalige verblijfsrecreatie (zoals Grootschalige verblijfsrecreatie extensief natuurkamperen zonder (waaronder huisjesparken, kamperen voorzieningen, blokhutten) en kleinmet voorzieningen, hotelfuncties) en schalige recreatieve functies grootschalige recreatieve functies (bijvoorbeeld speeltuin). Kleinschalige (zoals pretpark, waterpark, drijvende horeca op de via land bereikbare functies/bebouwing). Bebouwde eilanden. voorzieningen voor waterrecreatie. Evenementen/evenemententerrein mogelijk maken. Beeldkwaliteit Ja, noodzakelijk. Ja, noodzakelijk. Handhaving Mogelijk deels noodzakelijk. Waarschijnlijk niet noodzakelijk.
Blad 67 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
Op basis van de volgende verkenningen/basisgegevens is een theoretische maximale invulling uitgewerkt voor deelgebied D. Het recreatieschap heeft in 2016-2017 gesproken met verschillende ondernemers over de zandeilanden. Ook eerder zijn er dergelijke marktverkenningen uitgevoerd, zoals door Cap Neuf en BRVT. De provincie Utrecht heeft een recreatieonderzoek laten uitvoeren in recreatiegebieden in de provincie dat inzicht geeft in het gebruik van de zandeilanden (NBTC/NIPO Research, 17 maart 2016: Bezoek terreinen Utrechtse recreatieschappen 2014-2015). Op jaarbasis kunnen de zandeilanden rekenen op 100.000-200.000 unieke bezoekers. Verondersteld is dat dit bij de maximale variant in de range 200.000-300.000 zou kunnen komen. Kengetallen als: uitgegeven duikpenningen, gegevens gemeentelijke belastingen, gegevens kamperen, gegevens huidige evenementen. Uitgangspunt voor de maximale variant is een plus van ongeveer 50% bovenop het huidige gebruik van de zandeilanden. Deze verkenningen en basisgegevens hebben we voor de verschillende zandeilanden samengevat in tabel 5-5. Dit is zoals gezegd een theoretische invulling. De daadwerkelijke invulling moet plaatsvinden op basis van marktinitiatieven. Bij het opstellen van het bestemmingsplan wordt onderzocht wat de ontwikkelmogelijkheden kunnen zijn.
Voor het MER is het van belang een fictieve (maar niet onrealistische) concrete maximale invulling te geven van gebied D om de effectbeoordeling te kunnen uitvoeren.
Tabel 5-5 Invulling van de maximale variant voor de zandeilanden aan de hand van omvang voorzieningen, bezoekersaantallen en realistische inschatting over het jaar (deelgebied D). Eiland Mogelijke invulling maximale variant Omvang, aantallen, periode 1 Uitbundig geel: spel en beleving, intensief, actie op Verviervoudiging van de huidige restauranthet eiland, evenementen, festival/vistival, groot voorzieningen (200 gasten op ieder moment). Bij een restaurant, waterspeeltuin. festival max. 1000 mensen per keer, max. 6x per jaar. Overige voorzieningen samen max. 100 deelnemers. Periode ca. 6 mnd/jaar maximale invulling, door seizoensverlenging. De rest van het jaar low profile 50 mensen/dag. 2 Ondernemend paars: sport en actie, uren bezig, op Max. 300 deelnemers op enig moment met land en water, duikbootjes, waterskiën, flyboarden, kleinschalige horecavoorzieningen. vliegeren, horeca, watersportactiviteiten, Periode ca. 3 mnd/jaar max. en de rest van het jaar trainings/fitness-apparaten, stormbaan (referentie: low profile 25 mensen/dag. Amsterdamse bos), klimbos (deels betaald), waterskiën aan lier (betaald), trouw- of evenementenlocatie. Eiland blijft grotendeels openbaar. 3 Laten zoals het is, rustpunt tussen eiland 2 en 4. Max. 100 bezoekers op enig moment. Huidige faciliteiten beperkt uitbreiden. Periode ca. 3 mnd/jaar max en de rest van het jaar low profile 10 mensen/dag.
4 Stijlvol blauw en ingetogen aqua: goede/chique Max. 200 deelnemers op enig moment met horeca, duikzone uitbreiden, duikschool, duikwinkel kleinschalige horecavoorzieningen. en duikhotel, hotel/lodges/tiny houses (o.a. voor Periode ca. 3 mnd/jaar max. en de rest van het jaar duikers), clubhuis WVA. low profile 50 mensen/dag. 5 Uitbundig geel: dagrecreatie, strandhoreca. Max. 300 mensen/dag. Westzijde: huisjes op palen, boten. Periode ca. 3 mnd/jaar max en de rest van het jaar low profile 25 mensen/dag.
Blad 68 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
Eiland 6 7
8
9
10 11 12
5.2.5
Mogelijke invulling maximale variant Stijlvol blauw en creatief rood: private dining restaurant voor 40-60 mensen (geen massa), opgehaald met boot, zomer en wintervariant, popup, duikboottaxi, exclusieve evenementen, keukengebouw of aansluitingen, luxe steigers. Creatief rood en uitbundig geel: spelen, aanleggen, vissen, kleine (dag)camping, snack-horeca (mobiel), evenementen, evenementen mogelijk van dance tot food/soeptruck/ unplugged (tot 23.00 uur, x-aantal geluidsdagen), pendelboot, starttoren WVA Uitbundig geel en stijlvol blauw: kavels verkopen, exclusieve accommodaties voor 6-8 personen, pont of brug, intensief (elders rustiger), vakantiebungalows +, verblijfsrecreatie, kamperen. Uitbundig geel en ingetogen aqua: landverbinding, boten, zeemanskroeg, sloepen, rust, ontspanning, yoga/mindfulness, privé, naturisme, uitbreiden jachthaven, kleinschalig overnachten, retraite/burnout eiland, kanoën avontuurlijk.
Omvang, aantallen, periode Max. 100 mensen/dag per eiland. Periode ca. 6 mnd/jaar max. en de rest van het jaar low profile 25 mensen/dag. Nieuwe restaurantvoorzieningen (200 gasten op ieder moment). Bij een festival max. 1000 mensen per keer, max. 6x per jaar. Overige voorzieningen samen max. 100 deelnemers. Periode ca. 3 mnd/jaar max en de rest van het jaar low profile 25 mensen/dag. Max. 70 accommodaties, max. 150 mensen/dag. Periode ca. 3 mnd/jaar max. en de rest van het jaar low profile 25 mensen/dag. Max. 50 mensen/dag. Periode ca. 3 mnd/jaar max. en de rest van het jaar low profile 10 mensen/dag.
Deelgebied X Vanuit de opgave van de gemeente is bepaald dat het gebied met de jachthavens, caravan- en bungalowparken aan de noordzijde (op de kaart aangeduid met een ‘X’), conserverend bestemd wordt, met daarin al bepaalde uitbreidingsmogelijkheden. De gemeente wil hier wel een zo flexibel mogelijke jachthavenbestemming, waarin ruimte geboden wordt aan jachthavens, caravan- en bungalowparken. Maar verder wordt gericht op behoud van de huidige planologische situatie en worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toegelaten. Als verdere ontwikkelingen gewenst zijn, dan moeten deze via een aparte ruimtelijke procedure geregeld worden. Ook het gebied ten zuiden van Achterbos wordt conserverend bestemd, en is daarom op de kaart aangeduid met een ‘X’. Deze beide gebieden zijn dan ook niet meegenomen in de uitwerking van varianten.
Blad 69 van 224
Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen
6
Bodem en water Dit hoofdstuk is geactualiseerd in hoofdstuk 15.
6.1
Werkwijze beoordeling voor de criteria Voor dit thema worden de volgende criteria gehanteerd: bodemstructuur en geomorfologische waarden (bodem); oppervlaktewatersysteem (water); oppervlaktewaterkwaliteit (water). Tabel 6-1 Beoordelingscriteria voor het aspect bodem en water. Bodem en water Wijze beoordelen Bodemstructuur en Op grond van beschikbare gegevens (oppervlakten) van kartering geomorfologische waarden en provinciale kaarten van het plangebied ten aanzien van structuur en waarden wordt een grondige beoordeling gegeven van de effecten van de varianten. Oppervlaktewatersysteem Op grond van kwantitatief beschikbare informatie van Waternet, van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, van de provincie Utrecht en van de gemeente De Ronde Venen maken we een beschrijving van het watersysteem, alsmede ook van de doelen die geformuleerd zijn. We geven aan op welke wijze en in hoeverre de varianten voor ontwikkeling hierop invloed uitoefenen. Oppervlaktewaterkwaliteit, bijdrage Met behulp van de KRW-factsheet voor het plangebied met aan KRW-doelstellingen (relatie met kwantitatieve informatie, bepalen we in hoeverre de varianten afvoer vuil water) bijdragen dan wel afbreuk doen aan de KRW-doelen. Hierbij wordt specifiek aandacht besteed aan oevervegetatie.